zaterdag 23 mei 2026
Home Blog Pagina 1043

De terugblik – De 24 Uur van Oss

0

MOTO73 heeft in 46 jaar een indrukwekkend archief vol wetenswaardige en opmerkelijke foto’s opgebouwd. Dit archief maakt nu onderdeel uit van het Nederlands Motor en Bromfiets Archief (NMBA). In deze rubriek halen we met hulp van Wout Meppelink een foto nog eens voor het voetlicht.

De 24 Uur van Oss: beroemd en berucht

Assen, Staphorst en Hengelo; stuk voor stuk plaatsen, waarbij je direct denkt aan de motorsport. Oss mag in dit rijtje zeker niet ontbreken, ook al is het qua motorrace de laatste jaren helaas een stuk stiller. Maar ooit was de Brabantse plaats het middelpunt van het lange-afstandsracen in Nederland vanwege de gevreesde 24 Uur van Oss. Met als treffend voorbeeld de zesde editie van dit evenement in 1974. Slechts zeventien van de 36 starters haalde de finish, waarbij Rini van Kasteren en Johan van de Wal wonnen. In het verslag van Henk van Oosterwijk wordt vermeld dat in het vierde uur het eerste drama zich afspeelde, nadat het achterwiel van de Muijen-Honda van Hans Hutten vastsloeg en Hans de zware machine twee kilometer moest terugduwen om later alsnog uit te vallen met een kapotte zuiger. Dit drama valt echter in het niet bij de dramatiek die op 22 juni 1975, een jaar later dus, plaatsvond. In de vroege ochtend ging het helemaal mis met Hans Hutten en verongelukte hij dodelijk. De verslagenheid onder collega’s en toeschouwers was groot, maar de race ging door… Naar later bleek, voor de laatste keer…

Foto-info

Fotograaf Jan Heese
Publicatie MOTO73
Jaar 1974
Editie 14
Pagina 32 en 33
Onderwerp 24 Uur van Oss
Fotobijschrift Start Oss ’74. Een spektakelstuk begint in de stromende regen. Let op de valpartij rechts, waardoor Gerrit Jongetjes niet weg kan.

Wetenswaardigheid

In totaal reden Rini van Kasteren en Johan van de Wal tijdens de editie van 1974 906 ronden in 24 uur, ondanks het wisselde weer slechts dertien minder dan de winnaars van een jaar eerder. Toch zijn die 906 ronden niet het meest indrukwekkende cijfer van 1974. Die eer gaat naar de 6.500 strobalen, die langs de baan lagen. Per meter twee strobalen en nog was het levensgevaarlijk.

CBR: Tot 20 mei geen examens

0
Foto: ANP

Zoals verwacht annuleert het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) alle examens tot 20 mei, zo meldt het CBR op haar eigen website. Het gaat in totaal om ongeveer 22.000 theorie-examens, tussentijdse toetsen, rijtesten en praktijkexamens voor alle rijbewijscategorieën.

Om, als het sein op groen gaat, een slimme en verantwoorde opstart te realiseren, annuleert CBR ook alle theorie-examens die ná 20 mei gereserveerd staan. Kandidaten kunnen deze straks kosteloos opnieuw inplannen.

Vorige week maakte minister van Nieuwenhuizen bekend dat theoriecertificaten en (deel)examens voor professionals, die verlopen door de corona maatregelen, in ieder geval tot 1 december geldig blijven. Dit geldt gelukkig ook voor de uitslag van het motorexamen voertuigbeheersing (AVB)!

Later vast meer.

Honda CB1000 Super Four (1994)

1
honda cb1000 super four

Honda CB1000 Super Four (1994)

Big One for ever

In 1992 maakte Japan en een jaar later Europa kennis met de CB1000. Het doorgaans behoudende Honda kwam op de proppen met een gewaagde zwaargewicht voor motorrijders die de motorfietsen uit die tijd te koud, te gecompliceerd en te klinisch vonden. Van hen bleken er echter minder te bestaan dan gehoopt.

Als Honda een euro zou krijgen voor iedereen die de CB1000 mooi vindt, heeft het een geweldig financieel jaar. Tot in detail is de dikke vier-in-lijn voor heel wat mensen beeldschoon en imposant. De moddervette knipoog naar de AMA Superbikes levert een klassieker op. Dat vinden wij niet alleen bij Classic & Retro, dat vond Honda in 1993 zelf ook. Met onderstaande lovende tekst prees de motorfietsfabrikant de naked dat jaar aan: ‘Ontwikkelt Honda een machine die aan technische perfectie grenst, geven de ontwerpers hem het uiterlijk van een superbike uit vroeger jaren. Het ingetogen design maakt deze motor met spierballen meteen al tot een klassieker.’

Harde realiteit

We hadden het zelf niet beter onder woorden kunnen brengen. In dezelfde advertentie staat nog een waarheid als een koe. ‘De nieuwste Honda heeft nog wel toeters, maar geen bellen.’ Bellen ontbreken inderdaad volledig. De CB1000 is godzijdank van het type rechttoe, recht aan. Alles aan de motor heeft een functie en de Honda-ingenieurs hebben een prachtige kale motorfiets neergezet. Deze gigant is wars van plastic afdekkapjes en andere frutsels, what you see is what you get. Op het eerste gezicht is dat vooral heel veel motorfiets, want wat een heerlijke lobbes is dit! Geen wonder dat iedereen hem kent als Big One. Toch is die naam officieel nooit gevoerd, omdat hij al in Italië was geregistreerd. Honda plaatste toen maar Super Four op de tank. Toch heeft iedereen het toch altijd weer over de Big One.

Na deze eindeloze lofzang op de gespierde Japanner is het tijd voor de harde realiteit en die is niet fraai: uiteindelijk kocht geen hond de Honda. Concurrenten als de Yamaha XJR1200 en de Kawasaki ZRX1200R vlogen ook niet als warme broodjes over de toonbank, maar verkochten wel beter dan de naakte Honda. Misschien werd een deel van de potentiële kopers afgeschrikt door zijn musculaire voorkomen. De vraag ‘Ben ik mans genoeg om zo’n beest te temmen?’ moet in menig hoofd hebben rondgespookt.

Toch is de meest waarschijnlijke reden voor de lage verkoopaantallen het imposante prijskaartje. In Nederland bedroeg dat ƒ 23.295,- en dat was veel voor een naked. Voor een paar stuivers extra kocht je een Pan-European. Die mag misschien dan wel te klinisch, te gecompliceerd en te koud zijn, maar plotseling wel ‘relatief’ betaalbaar. De CB1000 was gewoon een te dure jongen.

Lelijker door accessoires

Tegenwoordig is een CB1000 allesbehalve duur, eerder schandalig en onbegrijpelijk goedkoop. Voor € 2.500,- koop je een leuk exemplaar met een beetje werk. Voor € 3.500,- à € 4.000,- vind je een perfect exemplaar. Toch gaan uitmuntende exemplaren vaak voor minder weg, omdat er nog geen run op de motor is ontstaan. Je kunt als koper dus nog wat afdwingen. Goede exemplaren moet je wel met een lampje zoeken en daarbij is de hulp van de modelclub handig. Kijk op www.superfour.nl voor hulp bij een eventuele speurtocht naar een CB1000.

Wij gaan vandaag op pad met een perfect opgeknapt exemplaar van Maarten Kraan, bouwkundig adviseur van beroep en in de resterende lange uren voorzitter van de Honda CB1000/CB1300-club. Zijn zwarte CB1000 is gelukkig volledig in originele staat. Deze Honda is namelijk één van de weinige motoren die lelijker wordt van accessoires. Zoek voor de lol maar eens wat foto’s op van met veel geld, liefde, zweet en tranen aangepaste modellen. Ze zien er altijd minder uit! Welke motor knapt niet op van een ander uitlaatdempertje of knipperlichtje? Het antwoord luidt: een Honda CB1000, want die wordt er lelijker van.

Wat direct opvalt, is de massieve, gespierde en tegelijk hoogwaardige uitstraling. Voor frivoliteiten is geen plek, of het moeten de gekleurde bougiekabels en -doppen zijn. Persoonlijk vind ik de gladde en schone vier-in-lijn het mooiste blok in een moderne motorfiets ooit. Honda heeft serieus werk gemaakt van de binnen- en buitenkant. In de basis is het een CBR1000F-motorblok, maar dan prachtig opgedoft en voorzien van een glanzende laklaag. Het vermogen daalde van 135 pk bij 9.500 toeren naar 98 pk bij 8.500 toeren. De Big One kreeg daarvoor kleinere carburateurs (34 in plaats van 38 millimeter), een andere cilinderkop met een andere kleptiming en een vier-in-één-uitlaat. Vanwege het hogere koppel vervalt de zesde versnelling.

Niet exclusief voor echte kerels

Terwijl de motor op zijn zijstandaard rustig warmdraait, lopen we er nog maar eens een rondje omheen. Met een wielbasis van 1.540 millimeter is dat een hele wandeling. Automatisch valt de vooras met racy snelsluiting op. Het is nogal een tegenvaller dat die volgens Kraan – na een paar jaar van gebruik – alleen opent door er met een hamer op te tikken. Het dashboard geeft een totaalstand van 19.000 mijl weer. Het is duidelijk dat dit model zijn leven in de Verenigde Staten begon en dat hij later naar Nederland verkaste. Honda Nederland haalde via de officiële weg 125 exemplaren naar de Lage Landen en daarvan werden er 105 op kenteken gezet. Grijze import was goed voor de rest. Amerikaanse modellen hadden een volledig zwart plaatwerk. Kraan bracht – omdat het mooier is – de Europese kleuren achteraf op zijn motorfiets aan.

Als het blok op temperatuur is – eigenlijk loopt het verbazend snel mooi en vooral rustig rond – is het eindelijk tijd voor de eerste kilometers aan boord van deze mastodont. De zithouding wekt verwarring. Het zadel is ruim, je moet ver naar voren reiken voor de handvatten, maar het verwart vooral als je de benen op de stepjes zet. Die staan hoger dan gedacht, maar het went snel en de ruimte is riant. Je zit diep in de motor en voor zo’n bullebak is het stuur verrassend smal.

De benzinetank is breed en het zadel eveneens, waardoor je echt wel 1,80 meter moet meten om met beide voeten plat op de grond te komen. Toch is het enigszins overdreven om de CB1000 exclusief te bestempelen als een motorfiets voor echte kerels. Dames met lange benen komen ook niet in de problemen, zeker niet als de wielen draaien.

Stevige innemer

Het is weer eens het oude liedje met een Honda. Aan de hand en straatje kerend is de CB1000 een zware jongen met een hoog zwaartepunt, maar rijdend voelt alles neutraal en veel gemakkelijker te sturen dan je op basis van het imposante voorkomen vermoedt. Het klassieke dubbele wiegframe weegt een ton, maar het weert zich onverwacht kranig in korte bochten. De originele vering is een mooie mix tussen sportiviteit en comfort en voor- en achterkant voelen goed in balans

Het vermogen dat de vier-in-lijn produceert, is tegen de verwachting in niet super indrukwekkend. Het blok is vooral erg soepel. Helemaal onderin zit minder vermogen dan verwacht bij een dikke duizend. Zet het blok in vijf, draai bij 2.000 toeren het gas vol open en pas bij 3.500 toeren voel je de massieve kracht pas serieus aanzwellen. Tot 8.000 toeren presteert het blok zo massief als gehoopt. Irritante trillingen blijven achterwege en het blok is niet alleen mooi vanbuiten, maar ook vanbinnen. De vijfbak werkt soepel en de koppeling werkt opvallend licht. Gemeten hebben we het niet, maar de Big One schijnt een stevige innemer te zijn. In 1993 becijferden we een gemiddeld verbruik van 1:13.9, bij puur toeristisch rijden zat 1:16.8 er nog net in. Weekblad MOTOR introduceerde in 1992 speciaal voor de CB1000 het begrip motorgeilheidsfactor. De Big One had die wel, concurrenten als de Kawasaki Zephyr 1100 veel minder.

Van 1000 naar 1300

Er zit geen sleet op de motorgeilheidsfactor van de dikke Honda. Door het oog voor detail en styling ontstijgt hij nog altijd gemakkelijk de middelmaat. Bizar eigenlijk dat het ding nog altijd geen mythische status en de daarbij behorende aantrekkingskracht en prijs heeft. Hij heeft het niet en had het ook niet. De CB1000 (Honda-modelcode SC30) bleef daarom uiteindelijk slechts vier jaar in productie. Hoe is het mogelijk voor een motorfiets die op eigen kracht een plaatsje verwierf in de strip Joe Bar? Dan moet je van goeden huize komen. In het stripverhaal speelde een rood-witte CB1000 de hoofdrol. Toch is driekwart gespoten in het minder mythische, maar dreigender zwart met het grijze vlak op de tank. Dan zijn er ook nog een paar zilver-gele exemplaren verkocht. De kleurencombinatie was vroeger niet geliefd, tegenwoordig zeldzaam en dus automatisch iets geliefder.

In 1998 verwent Honda de thuismarkt met een CB1300 (SC40) met het motorblok van de CB1300X (SC38). Die is sterker, nog soepeler en het rijwielgedeelte is next level. Vreemd genoeg zijn de koelribben terug en die maken het blok er niet mooier op. Dat lost Honda op met het 2003-model (SC54). Dat heeft weer het gladde blok en injectie in plaats van carburateurs. In 2009 was het over met de nieuwverkoop van de naakte SC54, maar in Japan kun je hem nog altijd nieuw kopen. Misschien is het compensatiedrang van kleine Aziaatjes, maar ik hou het erop dat de Japanners de Big One wel op waarde weten te schatten.

Onderdelensituatie

Er is nog van alles – ook nieuw – te koop voor de CB1000. De onderdelensituatie wordt wel steeds penibeler en de onderdelen kosten zo langzamerhand een vermogen. De behuizing van een tellerbak kost bijvoorbeeld zo maar € 110,- en een losse kilometerteller kost minimaal € 250,-. Als het al te vinden is. Het maakt het kopen van een complete gebruikte CB1000 goedkoper en slimmer dan het opknappen van een afgetrapt exemplaar. Standaardonderdelen voor het gebruikelijke onderhoud zijn geen enkel probleem, omdat veel onderdelen gelijk zijn aan die van de CBR1000F.

Zwakke punten

Het blok is oersterk en betrouwbaar, alleen moet je rond de 80.000 kilometer rekening houden met het vervangen van de nokkenasketting en -spanner. De nokkenasketting hoor je tegen die tijd echt wel rammelen. Normaal loopt het blok muisstil, maar niet met een versleten nokkenasketting. Doe je het zelf, dan zijn de kosten € 300,-. Laat je het doen, dan kost het je € 800,-. De CB1000 zelf is verder redelijk bulletproof. Het is zeldzaam als een CB1000 olie verbruikt. Dan heeft hij wel een heel erg slechte jeugd gehad. Heel opmerkelijk voor een Honda: er zijn zelfs geen problemen bekend met een spanningsregelaar.

Tekst: AD VAN DE WIEL
Fotografie: ANDREW WALKINSHAW

Geen Zwarte Cross in 2020

0

De 24ste editie van festival de Zwarte Cross zal komende zomer geen doorgang vinden vanwege het coronavirus. Dat maakt de organisatie, Feestfabriek Alles Komt Goed BV, vandaag bekend al wisten we dat eigenlijk gisteren al na de persconferentie van Rutte.

In een online publicatie naar haar bezoekers schrijft de organisatie onder andere het volgende: “ Achter de schermen gingen wij er al wel voorzichtig vanuit, net als jullie waarschijnlijk, maar toch is het werkelijk verschrikkelijk spijtig…”

De Zwarte Cross 2020 was volledig uitverkocht en dat betekent dat de organisatie 220.000 bezoekers verwachtte te verwelkomen in Lichtenvoorde. Reeds aangeschafte kaarten blijven geldig voor de Zwarte Cross 2021. Deze zal plaatsvinden van 15 t/m 18 juli. Mochten festivalgangers om wat voor reden dan ook hun kaarten willen inleveren dan is dit ook mogelijk van 2 juni t/m 30 juni.

Welke geplande programmaonderdelen en optredens verplaatst kunnen worden naar volgend jaar wordt de komende periode onderzocht.

Ducati Streetfighter V4S – test

0

Na de presentatie van de Ducati Streetfighter V4S op de EICMA in november werd het met de stip de meest geanticipeerde machine van 2020. Dat vraagt – wat heet, schreeuwt – om een test.

 

In intelligente lockdown met Michael van der Mark

0
Foto: 2Snap

Eigenlijk hadden we afgelopen weekeinde heel veel willen schrijven over het WorldSBK Assen, met zeer waarschijnlijk een hoofdrol voor Michael van der Mark. Maar eigenlijk telt op dit moment totaal niet. Gelukkig wilde Michael wel de hoofdrol spelen in een ander verhaal, dat een unieke inkijk geeft in zijn quarantaineleven. Want WorldSBK-rijder of niet, ook hij moet gehoor geven aan de coronamaatregelen.

Film: Laat dat onderhoud en die reparatie wél uitvoeren

0

Vanaf vandaag is in de reclameblokken op de publieke omroep een boodschap namens BOVAG te zien. BOVAG wijst de consument erop dat onderhoud, (schade)reparatie, bandenwissel en APK bij duizenden ondernemers conform de richtlijnen van het RIVM gebeurt en dus gewoon doorgang kan vinden.

BOVAG heeft hiervoor gebruik gemaakt van het aanbod van STER aan brancheverenigingen om tijdens de coronacrisis kosteloos te kunnen adverteren met een maatschappelijk relevante boodschap. De afgelopen dagen is deze commercial met medewerking van vele BOVAG-ondernemers geproduceerd.

Benieuwd naar de boodschap van de BOVAG? Zie direct hieronder!

Gorges du Verdon

0
Gorges du Verdon

Kloofhoppen

Onontdekt gebied kun je het echt niet noemen, maar akelig mooi rijden met de motor kun je er zeker! Krachtig stromende wateren hebben door de eeuwen heen de Gorges du Verdon – of kloven van Verdon – uitgeslepen en daarmee voor heerlijk kronkelende motorwegen in de Franse Voor-Alpen gezorgd.

Na vele uren en kilometers hoosbuien te hebben getrotseerd, voelt het klimaat van Zuid-Frankrijk als een warm welkom. Letterlijk zelfs als we bij de laatste tolpoort ineens in het verlengde van een dal in het Chartreuse massief halt houden en er een welkome warme lucht ons tegemoet komt waaien. Oef, maar dat is lekker! De thermometer op de Kawasaki Versys 1000 geeft binnen een half uur een verschil van bijna tien graden aan als we dichterbij Grenoble komen. Het regenpak kan eindelijk met vertrouwen uit. Dat was de kou en alle regen wel waard!

Sterkijken

We houden halt in het wat luguber klinkende Corps, ongeveer een uurtje onder Grenoble. Om op te warmen, maar ook om wat nachtrust te pakken voor we verder rijden. We moeten namelijk nog een klein stukje. Vanuit het stokoude doch knusse Hotel de la Poste rijden we de volgende dag heerlijk op ons gemak binnendoor. Of ja, we hebben wat opstartproblemen. Een sleutel van de zijkoffers van de BMW wil niet meewerken. ‘Heeft u wat olie voor ons?’, vragen we aan de uitbater. Prompt staat er een bakje olijfolie naast het achterwiel om de sleutel in te dompelen. Welkom in Frankrijk! Het werkt en we kunnen op weg naar Verdon, een natuurpark dat globaal gezien in het midden ligt van de driehoek Gap-Nice-Marseille. Dit is waar we willen zijn om één specifieke reden; ontelbaar veel bochten! Het park staat namelijk bekend om zijn vele gorges; kloven in goed Nederlands. De vele bergstroompjes die samen de rivier de Verdon maken hebben vele tienduizenden jaren de tijd gehad om diepe paden door de rotsen te slijten. De totale lengte is ongeveer 25 kilometer en daarmee is het de op-één-na langste kloof in Europa – waarbij de Tarakloof in Montenegro met zijn 144 kilometer op ruime afstand de langste is.

Maar voor we de kloof ‘induiken’ ligt op de route eerst nog Moustiers-Sainte-Marie. Naast dat je voor die plaats in scrabble minstens 34 punten krijgt, krijg je er ook een enorm goed gevoel van als je uit westelijke richting eropaf rijdt. Precies in het dal tussen de twee bergen staat een kerk met hoog daarboven – in het midden van de twee bergrotsen – een ster. Die hangt er al honderden jaren maar men moet eigenlijk gissen naar de antwoorden op de wanneer- en de waaromvraag. Het bekendste verhaal is dat van een ridder die gedurende een kruistocht in het Midden-Oosten gevangen wordt genomen. Tijdens zijn gevangenschap zweert hij dat hij een zilveren ster zal ophangen boven zijn geboortedorp als hij ongedeerd mag terugkeren. Zo geschiedde. Bewijs hiervoor is er echter niet te vinden waardoor er een vlaag van mysterie aan de ster kleeft. Feit is dat er tot op de dag van vandaag een zilveren ster hoog boven het dorp hangt die je – als je heel goed kijkt – al van verre kan zien. In de loop der jaren is de rest van het dorp steeds verder verspreid langs de voet van twee bergen. Badend in het zonlicht geeft dat een mooi idyllisch sfeertje.

Koppie erbij

Vanaf Moustiers-Sainte-Marie rijden we ongeveer twee kilometer zuidwaarts waar we op de rotonde links afslaan om de N952 te blijven volgen. We klimmen iets door een bos waarna de bomen al snel minder en minder dicht op elkaar staan en we een steeds beter zicht krijgen op het azuurblauwe water van stuwmeer Sainte-Croix. Als de weg zich ineens aan de gelige rotswand links vastklampt en de rechter berm in het diepe verdwijnt weten we dat we de poort van de kloof naderen. We weten ook dat we ons koppie erbij moeten houden want hoewel de wegen redelijk leeg zijn, liggen er hier en daar wel gevallen stenen op het niet al te geweldige asfalt. Daarbij is de weg relatief smal en bestaat de ‘uitloopstrook’ aan de rechterzijde uit een laag stenen muurtje. Al te veel om je heen kijken tijdens het rijden is dus niet verstandig.

We rijden tussen de rotswand en een groot rotsblok door en draaien daarmee de kloof in, te voelen door de plotse tegenwind waar we net nog in de luwte reden. Een waterig zonnetje doet zijn best de explosie van herfstkleuren meer kracht bij te zetten op de bossen beneden in de kloof en tegen de rotswanden. Wat een uitzicht! We rijden een paar keer heen en weer om van de bochten te kunnen genieten. Iets wat met een BMW R1250GS, Triumph Tiger Explorer en Kawasaki Versys 1000 onder onze konten echt niet moeilijk is. Het geluid van de roffelende boxer, suizende driecilinder en gierende viercilinder zorgen voor een symfonie die door de kloof heen galmt. Een paradijs.

Reisinformatie: Aanrijden

We zitten diep onderin Frankrijk en dus is het vrijwel noodzaak om dan de route soleil te volgen richting het zuiden. Wij reden om tijd te besparen en zo veel mogelijk tij rond de Verdon te slingeren via tolwegen die kant op. Dat kost je wel ongeveer 95 euro. Mocht je via de péage rijden, kies dan ter hoogte van Dijon de A39 in plaats van de A6. Nagenoeg dezelfde afstand maar stukken rustiger.

Subliem

We zetten de koers voort en beklimmen een van de bergen waar de Verdon zich een weg doorheen gebaand heet. Het is niet extreem hoog, maar opnieuw zijn de vergezichten adembenemend. Zeker als we bij het zogeheten Point Sublime aankomen moeten we gewoon even afstappen om alle schoonheid van de natuur in ons op te nemen. Dat punt is – what’s in a name – een subliem uitkijkpunt over een van de vele stukjes natuur die sterk beïnvloed zijn door het eeuwenlange schaven der wateren. Staat de zon goed dan kijk je zo, tussen twee bergen door, een paar kilometer ver. De thermiek die tussen die twee klompen gesteente wordt opgewekt maakt dat hoog in de lucht een tiental vale gieren wat rondzweeft. Als we een beter uitzicht proberen te krijgen vanuit Rougon, iets hogerop de berg, ontmoeten we een speelse boerenhond die apport wil spelen met kiezelstenen als wij in de berm wat zitten te drinken. Een gemoedelijk plaatje moet het zijn voor de sporadische automobilist die voorbij rijdt. Drie stoere motards die kinderlijk blij zijn om even een kwartiertje met een wildvreemde hond te spelen halverwege een berg. ‘Gekke toeristen.’

Reisinformatie: Periode

Hoewel we in Zuid-Frankrijk rijden kan de winterperiode roet in het eten gooien. Ook in de voor-Alpen staan genoeg waarschuwingsborden voor winterse condities. Richting het einde van de lente tot zo’n beetje oktober is volgens ons de beste periode om de rit te rijden. Wij waren er in oktober wanneer de herfstkleuren de kloven nog mooier maken dan ze al zijn.

Aan het einde van de middag steken we eindelijk de Verdon over en hoppen we als het ware over naar de volgende kloof. Al is deze een heel stuk breder en is het in feite meer een dal. We slapen in een heus middeleeuws chateau in Trigance, dat op een heuvel gesitueerd is. Het is misschien niet een uitgelezen bestemming om met je motormaten te vertoeven, maar ik moet zeggen dat het wel iets heeft om in zo’n authentiek kasteel te vertoeven. ’s Avonds kijken met een Belgisch biertje in de hand hoe de mist tientallen meters onder ons door het dal rolt. Vanuit zo’n kasteel heeft het bijna iets spookachtigs, al slapen we er niet minder om na wederom een actief dagje sturen.

Hoppen

Het echte hoppen volgt de volgende dag. We zetten koers naar Castellane. Vlak buiten dat dorp krijg ik het idee dat we ineens in Italië zijn aangekomen, zo idyllisch dat het dorp erbij ligt, met een kerkje hoog op een berg aan de rand van het dorp. We stoppen voor benzine en rijden vervolgens door. We verlaten de N952 en kiezen het pad dat de Rayaup heeft uitgesleten. Daarlangs loopt de D102. Waar mogelijk nog iets smaller dan de N-weg en in een slechtere staat maar gelukkig ook rustiger en ongetwijfeld mooier. Van links naar rechts moet het stuur gegooid worden om op de weg te blijven. Één worden met de natuur heb ik nog nooit zo letterlijk genomen vanaf de motor als op deze weg, zo dicht dat de rotswanden langs de weg lopen. Via Comps-sur-Arteby en Montferrat rijden we verder en bereiken we globaal gezien de zuidelijke grens van het natuurpark.  Ampus en Aups rijden we via de zuidgrens van park Verdon. De doorgaande wegen zijn in een veel betere conditie waardoor het tempo opgeschroefd kan worden. De tijd die het duurt om in Bauduen te eindigen is daardoor relatief korter dan ingecalculeerd waardoor we daar onze middagpauze kunnen inlassen. Het dorpje dat op de zuidoever van het stuwmeer ligt voelt alsof het een eeuwenoud vissersdorpje is. Met een vers stokbrood, kaas en ham nestelen we ons op een bakje langs de oever waar we leren dat het dorp in zijn huidige vorm pas sinds 1973 bestaat in zijn huidige ‘kustplaats’-vorm. In dat jaar werd de dam gedicht en begon het stuwmeer zich te vullen met al het water dat de Verdon aanlevert.

Reisinformatie: Motorrijden

Je zit in de bergen en dat betekent dat het weer erg wisselvallig kan zijn afhankelijk in welk dal je zit. Neem dus zeker een regenpak mee en een extra paar handschoenen. Veel benzinestations zijn erin het gebied overigens ook niet, dus houd dat een beetje in de gaten. Denk er overigens ook aan om je vering aan het slechtere wegdek aan te passen, dat rijdt stukken comfortabeler waardoor je langer scherp blijft op deze slingerende route.

De brug terug

We stappen weer op en rijden verder waarna we al vlug bij de stuwdam uitkomen die al het water uit de vele gorges tegenhoudt en middels turbines omzet in elektriciteit voor het gebied. Veel te zien is er niet. Een stukje terug vormt de Ponte de Sainte-Croix een mooi uitkijkpunt. Aan de ene zijde kijk je neer op de dam en aan de andere zijde kijk je uit over het meer met in de verte het massief waar de Verdon zich een weg doorheen geslepen heeft. Zo kalm als het water in het meer is, zo krachtig komt het tussen de rotsen in het massief doorgestroomd. Rustgevend en toch ook enorm ruig. Een mooie samenvatting van de kracht van het water en tevens natuurpark Verdon bedenk ik me, als we de brug oversteken en aan de terugweg beginnen. Grillige natuur op veel plaatsen met als tegenhanger rustieke plekken zoals hier aan het meer. Slingerende asfaltlinten in de kloven en stille dorpjes. Voor ieder wat wils hier in Zuid-Frankrijk, zeker langs de oevers van de Verdon.

Reisinformatie: Hotels

Corps: Hotel de la Poste

Moustiers-Saine-Marie: La Bonne Auberge Hôtel Restaurant

Trigance: Château de Trigance

Gréoux-les-Bains: Hôtel des Alpes

Wat nu met de Dutch TT?

0
Een vol TT Circuit Assen in 2019 | Foto: 2Snap

Geen evenementen tot 1 september, waarbij het niet uitmaakt of er wel of geen publiek komt. Het was gisteren iets na 19.00 uur zo helder als het maar kan zijn: de Dutch TT gaat eind juni in ieder geval niet door.

Bizar, want dat gebeurde sinds de eerste TT in 1925 enkel tijdens de Tweede Wereldoorlog. Overigens zal de oplettende lezer zich meteen realiseren dat ook het WK Superbike (was al verzet naar eind augustus) en bijvoorbeeld de Gamma Racing Day (begin augustus) niet door mogen gaan.

Voorlopig richten we ons eerst op de Dutch TT, want hoe moet dat nu verder? In gesprek met RTV Drenthe laat TT-voorzitter Arjan Bos weten dat hij vandaag contact opneemt met organisator Dorna. Onderwerp is een mogelijke nieuwe datum na 1 september. Maar…. Wie weet kan het pas weer volgend jaar laat Bos daarop direct weten. Ja, echt…

Naar verwachting weten we eind deze week meer, al kan niemand op dit moment garanties geven.