maandag 13 april 2026
Home Blog Pagina 1084

Video: Restauratie drie Suzuki’s van Barry Sheene

0

Tijdens Motorcycle Live 2019, een motorevent in Groot-Brittannië, werden drie Suzuki’s in hun oude glorie zijn hersteld. Het waren motoren waarop Barry Sheene ooit zijn races reed.

Nigel Everett en Martyn Ogborne, ex-Grand Prix-techneuten, werkten samen met Suzuki’s Vintage Parts Programme aan de wederopbouw van drie Suzuki 500’s. Het waren de motoren waarop Sheene meedeed aan de Grand Prix. De racemotoren die door beide mannen onder handen werden genomen waren de XR45 uit 1984, herkenbaar aan de DAF-sponsoring. Een speciale XR23A uit 1979. En de RG500 met grote boring waarmee Sheene de Transatlantic-serie en in het Formule 750-kampioenschap reed.

Alle motoren waarop James Bond reed

0

Gisteren liet James Bond weten dat in z’n nieuwste en 25e film No Time To Die een rol is weggelegd voor twee Triumphs: de Tiger 900 en de Scrambler 1200. Nu heeft de man al 24 films op z’n naam staan. Op welke motoren heeft de beroemdste spion ter wereld nog meer gereden?  

Voor we van start gaan, beginnen we met een kleine opsomming van motoren waarop 007 nooit reed, maar die wel in zijn films te zien zijn. Harley-Davidson SS350 in Live And Let Die, Triumph T100 in Diamonds are Forever, Yamaha XT500 in For Your Eyes Only. Eervolle vermelding betreft de BSA A65 Lightning uitgerust met een raketwerper, met aan het stuur de prachtige Luciana Paluzzi in Thunderball.

En dan nu de motoren waarop James Bond wel reed, in chronologische volgorde.

Honda ATC90

In Diamonds are Forever uit 1971 ontsnapt Sean Connery aan de schurken van Spectre. Hij gebruikt daarvoor een Honda ATC 90, een driewieler met oversized banden.

Yamaha XJ 650 Turbo

In 1983 werd Never Say Never uitgebracht . Sectie Q heeft daarin een arme Yamaha XJ 650 Turbo zo gecamoufleerd dat het resultaat een abstract kunstwerk. Hiermee jaagt de slechterik, gespeeld door Barbara Carrera, op. Grappig is dat de motor is voorzien van valse uitlaten.

Cagiva W16 600

GoldenEye is de titel van de aflevering uit 1995. James/Pierce Brosnan gebruikt hierin een enduro uit Varese. Met de Cagiva W16 maakt hij een vrije val, weet naar een vliegtuig te zweven om zo zijn vege lijf te redden. De motor stort een paar honderd meter lager neer.

BMW R1200 C

In Tomorrow Never Dies uit 1997 zien we James Bond (opnieuw Pierce Brosnan) in misschien wel de meest spectaculaire motorscene ooit. Op een BMW R1200 C doet hij een achtervolging door de straten en over de daken van Hanoi. Bond-meisje Michelle Yeoh, een Chinese geheimagent, is met de pols geboeid aan 007. Om te ontsnappen aan de achtervolgers, bedient James de gashendel en Yeoh de rem. Om deze scene te kunnen draaien, stelde BMW maar liefst vijftien R1200 C’s beschikbaar, waarvan er 12 werden gebruikt.

https://youtu.be/5nm7AM48rVc

Montesa Cota 4RT

In Quantum Of Solace uit 2008 is het de beurt aan Daniel Craig om James B?ond te spelen. In deze episode rijdt hij in de straten van Port-au-Prince, Haïti, een bijna onherkenbare Montesa Cota 4RT om Bond-meisje Olga Kurylenko te bereiken. 

Honda CRF250R

Skyfall (2012) opent met snel opeenvolgende acties in de straten van Istanbul. Op de markt wordt Bond en jaagt op een Honda CRF250R op degenen die hem proberen uit te schakelen.

Video: Met MotorNL naar de Faeröer Eilanden

0

Begin november ging een groep van 43 motorrijders met MotorNL naar de Faeröer Eilanden. Het werd een onvergetelijk avontuur. Niet alleen vanwege de landschappelijke schoonheid van de archipel, die tussen IJsland en Schotland ligt. Ook het klimaat liet zich van z’n meest wispelturige kant zien. Deelnemer Harry maakte er een clip voor zijn YouTube-kanaal.

Vergeet-mij-nietje: Honda CBR400RR

1
CBR400RR

Ooit gold in Japan een licht rijbewijs – vergelijkbaar met ons huidige A2-rijbewijs – waarbij jonge bestuurders motoren met maximaal 399cc mochten rijden. Die jongere wilde wel sportief rijden en de Japanse industrie bediende op de wenken. Zo ook Honda met de CBR400RR.

Er kan meteen de opmerking bij dat Honda haar 399cc-modellen nooit via officiele kanalen naar Nederland haalde, terwijl ze indertijd bij de vleet via de grijze import alsnog op Nederlands kenteken belandde – zo ook de mini-RC30 van hetzelfde merk; de Honda VFR400R NC30. Officieel gevoerd of niet, werd de CBR400RR niet alleen een geliefde cult-motorfiets. Technisch was het ook wel even wat anders dan de beginnersmotorfiets anno nu.

Te beginnen bij het motorblok. Diezelfde 399cc vier-in-lijn werd in de basis één op één toegepast in de Honda CB1. Je weet wel, die blauwe stereotiepe lesmotoren. Ondanks dat het dus blijkbaar vrij veelzijdig is, is het technisch nog behoorlijk bijzonder ook. Behalve dat het viercilinderblok allerlei minuscule deeltjes huist – je kunt je voorstellen hoe klein de kleppen worden als er vier kleppen in een boring van 55 mm gefrommeld moeten worden – is vooral de klepbediening heel bijzonder. Want ja; dit is een beginnersmotorfiets, hé?

Honda CBR400RR tandwiel aangedreven kleppen

Tandwiel aangedreven nokkenasbediening, net zoals in homologatie-Honda’s zoals de VFR750R RC30, RVF750 RC45 en de VTR1000R SP1 en SP2. Het geeft niet alleen een heel kenmerkende en doelbewuste huil met op- en aftoeren, het is ook hartstikke betrouwbaar. Geen nokkenaskettingspanners annex tikkende tijdbommen dus.

Het rijwielgedeelte van de NC29 – het laatste model, het topmodel – is een uit aluminium opgetrokken kunstwerkje. Titel van dit kunststuk is ‘Gullarm’, gericht op de vleugelachtige achterbrug. Het model ervoor – de CBR400RR NC23 stond als ‘Tri-Wing’ te boek.

Jongeren willen het echte werk, of in elk geval iets dat er zo veel mogelijk op lijkt. Deels kreeg die jongere dat ook met de CBR400RR.

Honda CBR400RR NC29

Dat het kuipwerk vervolgens niet alleen de FireBlade-noemer kreeg, maar ook het uiterlijk behoorlijk in de pas liep met de CBR900RR, is ook niet raar. Jongeren willen het echte werk, of in elk geval iets dat er zo veel mogelijk op lijkt.

Deels kreeg die jongere dat ook. Met 60 pk bij een rijklaargewicht van 180 kilo was het beperkte rijbewijs namelijk vooral spreekwoordelijk beperkt. Één ding dat wel echt beperkt was, was de topsnelheid. In Japan werden auto’s en motoren bij wet beperk niet boven de 180 kilometer per uur uit te komen. Schijnbaar was die begrenzing bij de CBR400RR eenvoudig te omzeilen. Een weerstandje tussen de snelheidsmeter en de ECU te maken, en gaan – wat in Europa dus ook veelvuldig gedaan werd.

Alleen als de Honda CBR400RR ergens in uitblonk, was het puur rijplezier. Weinig gewicht, aardig vermogen en enorme toerengretigheid. Afgezet tegen de exclusievere Honda VFR400R had de CBR ook een beduidend vriendelijker prijskaartje. Logisch ook, aangezien die VFR een 399cc V4 en zelfs een enkelzijdige achterbrug had. Mede daardoor was ‘ie zelfs duurder dan de CBR600F indertijd.

Genoeg reden om de papierwinkel door te spitten om de motor uit Japan te halen dus. Helaas zijn de motoren over de jaren opgedeeld geraakt in twee kampen. Enerzijds heb je onbetaalbare museumstukjes terwijl andere exemplaren gruwelijk afgereden zijn. Onderdelen zijn vervolgens schaars en zodoende kost zelfs een slecht behandeld exemplaar je tegenwoordig serieus geld.

Je ziet ze niet vaak, maar bijzonder blijven ze. Een echt vergeet-mij-niet dus, deze Honda CBR400RR NC29.

Foto’s: Honda

Partnership James Bond en Triumph

0

Triumph is behoorlijk trots op de nieuwe samenwerking met ‘James Bond’. In april 2020 gaat de 25e officiële James Bond-film, No Time To Die in premiere. Het Triumph-design workshop team werkte nauw samen met het stuntteam uit de film om verschillende speelfilmmotoren te prepareren voor de extreme en dynamische acties in de film, waaronder de Tiger 900- en Scrambler 1200 modellen.

No Time To Die, wordt vanaf 2 april 2020 wereldwijd uitgebracht in het Verenigd Koninkrijk via Universal Pictures International en in de Verenigde Staten op 10 april vanuit Metro Goldwyn Mayer Studios via hun United Artists Releasing banner.

BMW Promotor lezerstest: de route in Gelderland

0

Aan het eind van de dag wilde eigenlijk iedereen wel op een BMW naar huis. En die route wilden de deelnemers ook nog wel eens opnieuw rijden! Vanuit Hilversum slingerde de route richting de Veluwe, om in de buurt van Apeldoorn weer naar de snelweg terug te gaan. Omdat het onverwacht zulk prachtig weer was en iedereen nog wel zin had in een uur of twee sturen, hebben we dat laatste stuk snelweg niet gereden, maar zijn we binnendoor teruggegaan.

DOWNLOAD DE ROUTE ALS TRK, ROUTE EN GDB

Energica. Dankzij opgedane race-ervaring nog meer prestaties en bereik

0
Energica

Energica. EVen More.

Energica heeft voor 2020 een nog sterkere line-up dankzij de race-ervaring die is opgedaan in MotoE, aangezien voor alle 2020-modellen de nieuwe lithium-polymeerbatterij van 21,5 kWh beschikbaar is.

‘Dit elektrische accu-pakket biedt niet alleen de grootste capaciteit ooit geïnstalleerd op een productie-motor, het is ook het krachtigste accu-pakket ooit’, aldus Energica’s CTO Giampiero Testoni.

‘We zijn er trots op deze technologische vooruitgang en innovatie te presenteren op al onze 2020-modellen. Vooruitgang die we hebben geboekt in de afgelopen twee jaar dankzij onze toewijding aan het MotoE-kampioenschap, vooruitgang die we bovendien hebben weten over te brengen naar onze wegmodellen.’

Dankzij de nieuwe krachtbron krijgen de in Modena gefabriceerde elektrische motorfietsen van Energica een verbeterd koppel: 200 Nm voor de Eva EsseEsse9 +, 215 Nm voor de Ego + en Eva Ribelle

Het gaat echter niet alleen om de prestaties, want gewicht en actieradius worden ook positief beïnvloed: de Energica 2020-modellen zijn 5% lichter en hebben een 60% groter rijbereik.

Bereik 2020-modellen*

Ego +, Eva Ribelle, Eva EsseEsse9 +
Stadsgebruik: 400 kilometer
Gevarieerd gebruik: 230 kilometer
Snelweggebruik: 180 kilometer

* Alle actieradius-testen zijn uitgevoerd in reële omstandigheden op echt wegdek.

‘Dankzij het nieuwe accu-pakket konden we werken aan gewicht en actieradius, zonder de prestaties te vergeten; iets dat onze fietsen altijd heeft onderscheiden’, zo gaat Testoni verder.

‘De 2020-modellen die op de Eicma stonden zijn het directe resultaat van voortdurende innovatie door de jaren heen, met meer dan 250.000 kilometer testkilometers op de openbare weg en duizenden op het circuit.’

PRE-ORDER JE NIEUWE ENERGICA NU!

KIES UW 2020 ENERGICA VOOR 31 DECEMBER 2019 EN ONTVANG EEN CARBON-KIT** GRATIS!

** Slank carbon voorspatbord, achterspatbord en kettingbeschermer

60% meer bereik, 10% meer koppel, 5% minder gewicht: de 2020-modellen van Energica zijn krachtiger dan ooit dankzij het nieuwe 21,5kWh-accupakket.

Alle details van het nieuwe aanbod vind je bij je dichtstbijzijnde Energica-dealer.

Energica Eva Ribelle
Energica Eva Ribelle
Energica Eva EsseEsse9 +
Energica Eva EsseEsse9 +

Lezers testen Vespa motorscooters

1
Vespa motorscooters
Vespa motorscooters

Tja, wie kent Vespa nou niet? Al sinds 1946 bouwt het Italiaanse merk scooters en het typisch Italiaanse design herkent iedereen. In alle huidige modellen zie je dan ook de zo herkenbare traditionele lijnen. Het uitrustingsniveau is anno 2019 minder traditioneel. Digitale dashboards met multimediaplatform, ledverlichting en op afstand te openen zadels behoren bij sommige modellen inmiddels tot de standaarduitrusting. De range van motorscooters begint bij 125 cc en eindigt bij het nieuwste 300 HPE-blok. Voor de duidelijkheid: die H, P en E staan voor High Performance Engine. Het is een van de motorblokken waarmee onze lezers op de testdag kennis kunnen maken. Én dolenthousiast over zijn; bij geen andere scooter zijn de reacties zo overwegend positief.

Check hier de video van de Landelijke Motorscooter Testdag 2019

Welke motorscooters heeft Vespa?

Vespa Primavera 125

Vespa Primavera 125
Vespa Primavera 125

Motorblok       125cc-eencilinder
Vermogen       7,9 kW, 10,7 pk @ 7.700 tpm
Koppel 10 Nm @ 6.000 tpm
Prijs     € 5.009,-

Met standaard ledverlichting en het met een afstandsbediening te openen zadel is de Primavera standaard al heel compleet. Wil je nog completer, dan kies je de chique Yacht Club-uitvoering of de Touring-editie met klein ruitje en voor en achter een bagagerekje. Topmodel is de Sport.

Vespa Sprint 125

Vespa Sprint 125
Vespa Sprint 125

Motorblok        125cc-eencilinder
Vermogen       7,9 kW, 10,7 pk @ 7.700 tpm
Koppel 10 Nm @ 6.000 tpm
Prijs     € 5.339,-

Ook de Sprint heeft de luxe standaarduitrusting van de Primavera en is verkrijgbaar in diverse plus-uitvoeringen. ‘Notte’ is Italiaans voor ‘nacht’ en dat maakt de Sprint 125 Notte een mysterieuze donkere verschijning. Voor € 350,- extra upgrade je naar de Sport-uitvoering.

Vespa GTS125

Vespa GTS125
Vespa GTS125

Motorblok        125cc-eencilinder
Vermogen       9 kW, 12,2 pk @ 8.250 tpm
Koppel 11,1 Nm @ 6.750 tpm
Prijs     € 5.489,-

Dit populairste model van Vespa spreekt voor zich. Het klassieke voorkomen met de techniek van nu is gewild bij de stads- en toerrijder.

Vespa GTS300

Vespa GTS300
Vespa GTS300

Motorblok        278cc-eencilinder
Vermogen       17,5 kW, 23,8 pk @ 8.250 tpm
Koppel n.o.
Prijs     € 5.509,-

Deze ‘grote GTS’ heeft het nieuwste vloeistofgekoelde 300 HPE-blok met vier kleppen en elektronische injectie. Het is het paradepaardje van de GTS-lijn met standaard traction control en een uitgebreid digitaal dashboard. Naast dit basismodel is-ie ook verkrijgbaar als Touring- en Yacht Club-versie.

Vespa GTS Super 125

Vespa GTS Super 125
Vespa GTS Super 125

Motorblok        125cc-eencilinder
Vermogen       9 kW, 12,2 pk @ 8.250 tpm
Koppel n.o.
Prijs     € 5.509,-

De GTS Super-lijn is de meest sportieve binnen de Vespa-gelederen en heeft standaard een start-stop-systeem. Ook verkrijgbaar in Superport-, Supertech- en Notte-uitvoering.

Vespa GTS Super 300

Vespa GTS Super 300
Vespa GTS Super 300

Motorblok        278cc-eencilinder
Vermogen       17,5 kW, 23,8 pk @ 8.250 tpm
Koppel n.o.
Prijs     € 5.709,-

Ook hier het nieuwe HPE-blok, en veel gelijkenis met de GTS300. De Super-toevoeging staat net zoals bij de 125 voor meer sportieve kleuren en lijnenspel.

Vespa Sei Giorni 300

Vespa Sei Giorni 300
Vespa Sei Giorni 300

Motorblok        278cc-eencilinder
Vermogen       17,5 kW, 23,8 pk @ 8.250 tpm
Koppel n.o.
Prijs     € 6.009,-

Ook hier het HPE-blok, in een speciale uitvoering die qua design is geïnspireerd door de racehistorie van Vespa. De basis wordt gevormd door de GTS300.

Vespa 946

Vespa 946
Vespa 946

Motorblok        124cc-eencilinder
Vermogen       9 kW, 12,2 pk @ 8.250 tpm
Koppel            11,1 Nm @ 6.750 tpm
Prijs                 € 11.658,-

Deze Vespa 946 wordt in beperkte oplage gemaakt en is de nieuwste eyecatcher van Vespa. Met een deel van de opbrengsten steunt Vespa het goede doel en wordt aids bestreden.

Wat vinden onze lezers van deze motorscooters?
Hans Dunsbergen – Over de Vespa GTS Super 300

‘Ik ben speciaal voor deze Vespa gekomen, want ik wil ’m misschien kopen. Niet ter vervanging van mijn motor, maar omdat ik een motorscooter naast mijn huidige motor wil. De Vespa valt niet tegen! Je kunt ’m rijden als een hooligan-bike, echt waar. Het motorblok is super; heel soepel, pakt mooi op. Grandioos gewoon, niets op aan te merken. De zithouding is voor mij super, je kan goed verschuiven naar achteren. Ook de remmen zijn trouwens goed. En ja, ik weet de uitgebreide mogelijkheden van het dashboard, maar voor mezelf vind ik dat niet zo interessant. Ik heb liever een klassieke tellerpartij.’

Dennis Vermaak – Over de Vespa GTS Super 300

‘Waarom ik de GTS zonet helemaal plat hield? Nou, ik reed dus kennelijk de standaard aan de grond en nu kijk ik even hoe plat ik daarvoor dan ging. Nou, ik ging dus best plat! Leuk zeg, wat een pittig speelgoed. Ik rij zelf een Buell Ulessys maar voor in de stad is dit toch wel erg leuk. Ik ben 1,96 meter en kan mijn voeten prima kwijt. Zelf was ik bang voor de ruimte, maar dat valt dus reuze mee, ook voor m’n knieën. Waar ik tegenaan loop, is het zadel, want ik zit door m’n lengte net op het stiksel. Dat zit niet zo fijn. Verder is het lekker spelen, ook doordat het blok zo fel reageert. Echt leuk. Wat ik verder zoek in een motorscooter? Nou, volgend jaar wil ik een motor gaan gebruiken voor woon-werkverkeer, dus wil ik vandaag eens zien of ik een scooter interessant vind. Ik denk dus dat ik met m’n lengte wel voor iets groters ga, maar de Vespa valt me reuze mee. Uiteindelijk denk ik dat ik uit kom bij een BMW of een driewieler zoals de Peugeot Metropolis.’

Danielle Bakker – Over de Vespa GTS Super 300

‘Fun! Wat een gooi- en smijtwerk zeg, leuk. Het weegt ook niets natuurlijk. Qua comfort valt het me flink mee. Vooral op de hobbelweggetjes rijdt het lekker, je voelt het niet doordreunen. De fun-factor zit ’m voor mij in het blok, maar ook in het sturen. Het blok is krachtig, maar loopt toch mooi rustig als je normaal rijdt. Ik zou deze er echt heel erg graag bij hebben. Lekker de stad in, terrasjes pakken.’

Coerd van Kasteel – Over de Vespa GTS Super 300

‘Heel leuk! Echt een verrassing. Ik heb nog nooit op zoiets gereden, omdat ik het qua vormgeving toch wat brommer-achtig vind, maar het rijdt fantastisch. De vering is goed en hij hangt lekker aan het gas. Ik reed er toch met gemak 110 mee. Dan zit je wel gauw vol in de wind, omdat het windschermpje nogal klein is. Maar nu ik er zo over denk, had ik best kunnen verwachten dat-ie zo goed is. Zo’n ding is natuurlijk al heel lang doorontwikkeld, want Vespa doet dit natuurlijk al vreselijk lang. Dus ja, het ziet er dan ook allemaal gewoon gelikt uit. De ruimte aan boord is ook wel goed. Ik vond het uiteindelijk allemaal wel wat minder stabiel, dat komt vast door de kleine bandjes, op hogere snelheid in de bochten. Maar de vering was dan weer wel goed, over hobbels. Echt overwegen om er een te kopen doe ik niet, maar als je puur woon-werkverkeer rijdt, kan ik het wel aanraden.’

Vespa motorscooters
Vespa motorscooters

KouwePotenTocht: Toeren voor diehards

2

Het is gigantisch groot. En zoveel mogelijk verstopt. Maar 150 jaar na de bouw begint het zichtbaar en zelfs bezoekbaar te worden. De Kouwepotentocht van 2019 gaat langs de Nieuwe Hollandse Waterlinie, het grootste waterwapen ter wereld.

Eerst wat sterke cijfers: de Nieuwe Hollandse Waterlinie heeft een lengte van 85 kilometer en is drie tot vijf kilometer breed. Ze omvat 45 forten, twee kastelen, zes vestingen, 85 mitrailleurkazematten, meer dan 700 bunkers en ruim honderd militaire sluizen en waterwerken. Kosten, omgerekend naar 2019: dik vijftig miljard euro. Twee en een half keer zoveel als de complete Deltawerken. Ja, de Waterlinie is veruit het grootste Rijksmonument van Nederland. Toch weten we nauwelijks wat het is, waarom ze werd gebouwd en waar je haar kunt vinden. En vooral: hoe terecht het is dat het monument op de nominatie staat om tot UNESCO Werelderfgoed te promoveren.

Naarden Vesting

Tijdens de Kouwepotentocht van zaterdag 2 november 2019 krijg je op de laatste twee vragen een heel duidelijk antwoord. Want dan maken we een tocht langs de linie. We beginnen – onder voorbehoud – bij Naarden Vesting. Hier ontvangen we je met de gebruikelijke koffie, gebak en een speciaal Waterlinie-T-shirt. Na ruim tweehonderd kilometer zigzaggen langs een stuk of dertig forten, komen we bij het eindpunt nabij de Brabantse Biesbosch waar een Kouwepotenbuffet voor je klaarstaat.

De troepen van Napoleon waren amper vertrokken uit Nederland, of Koning Willem I besloot in 1815 tot de bouw van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Dat zou een volgende Napoleon, Wilhelm of wie dan ook buiten Holland houden. Het idee was om van de Zuiderzee tot aan de Biesbosch een strook land van drie tot vijf kilometer breed onder water te zetten als de vijand kwam aanstormen. Het water zou tussen de dertig en zestig centimeter diep worden. Dat was net genoeg om de karren en kanonnen tegen te houden en te ondiep om te varen. Op de meest kwetsbare punten – de delen die te hoog lagen, en bij sluizen en toegangswegen – werden forten gebouwd: laag en verdekt opgesteld in het landschap, omgeven door een slotgracht, verstopt achter bomen.

Zoals de naam al aangeeft, was het een beproefd concept. Anderhalf eeuw eerder werd er ook al een Hollandse Waterlinie gebouwd, meer naar het westen. Eigenlijk kwam die net te laat, want het Franse leger stond al in Utrecht voordat de linie klaar was. Met de nieuwe linie, die de strategisch belangrijke stad wél omvatte, werd dat rechtgezet.

Brisantgranaat

Rond 1870 was de Nieuwe Hollandse Waterlinie klaar. Maar helaas, kanonnen konden inmiddels verder en preciezer schieten dan tijdens de ontwerpfase. Dus moest de verdediging flink worden aangepast en snel ook, want het rommelde nogal tussen de Duitsers en de Fransen. Voor de zekerheid werd de linie voor het eerst helemaal onder water gezet.

In 1885 verscheen de brisantgranaat op de markt, die de onhebbelijke eigenschap had dat hij zich dwars door een fortmuur van anderhalve meter dik kon boren. Wellicht met een gevoel van moedeloosheid verklaarde de minister van Oorlog dat de Linie was voltooid. Maar eigenlijk konden ze bijna opnieuw beginnen. Tot in de twintigste eeuw werden nieuwe versterkingen aangebracht, maar dan vooral buiten de forten. Rondom verschenen honderden bunkers en allerlei andere hindernissen om de vijand uit de buurt van de forten te houden. Kennelijk maakte de Waterlinie nog genoeg indruk, want in een rapport van een Duitse geheime dienst uit 1908 stond dat Holland nagenoeg onneembaar was. Mogelijk zijn we hierdoor buiten de Eerste Wereldoorlog gebleven. In de Tweede Wereldoorlog maakte de waterverdediging geen indruk meer. De Duitsers vlogen er gewoon overheen. Dat maakte de Waterlinie definitief overbodig.

Bommen en gevangenen

Na de oorlog raakten de forten vaak in onbruik, maar ze bleven ontoegankelijk. Bij sommige verscheen soms een legervoertuig, maar wat er precies gebeurde, was een raadsel. Hadden ze er bommen opgeslagen? Of gifgas zelfs? Zaten er gevangenen? Of de geheime dienst misschien? De forten waren een bron van speculatie. In een landschap waar bijna niets geheimzinnig is, waren dit de grote uitzonderingen. En dan lagen ze ook nog eens op afgelegen, lichtelijk mysterieuze plekken. Geen wonder dat de Waterlinie bekend stond als het Grootste Geheim van Nederland.

Intussen zijn de forten bijna allemaal toegankelijk geworden. Soms kun je de terreinen gewoon oplopen, sommige hebben bezoekuren en een gids, andere hebben restaurant of ateliers, enkele een natuurcamping of zelfs een b&b. En allemaal hebben ze hun eigen verhaal, dat soms nog gekker is dan de wilde speculaties. Dat weten we allemaal omdat de forten na al die jaren van geslotenheid zijn opengegaan. In 2020 hoopt de Waterlinie te promoveren tot UNESCO Werelderfgoed en die eretitel krijg je natuurlijk niet als je de boel potdicht houdt.

Tijdens de Kouwepotentocht doen we zoveel mogelijk forten, vestigingen en werken aan. Maar zeker niet alles. De Waterlinie wist dan misschien een keer de Duitsers op afstand te houden, maar met de stadsuitbreiding is dat minder gelukt, met name bij Utrecht. Waar nodig gaan we er met een sierlijke boog omheen.

De meeste forten hebben gelukkig nog steeds een prachtige ligging. Dat is niet toevallig, want ze zijn gebouwd om een vrij zicht te hebben. Dat was tot de jaren vijftig van de vorige eeuw zelfs vastgelegd in de zogenaamde Kringenwet, die bepaalde dat in de nabije omgeving van een fort niet gebouwd mocht worden. Een uitzondering gold voor houtbouw, want dat kon in geval van nood snel in de fik worden gestoken. Dus als je houten huizen tegenkomt, dan is een fort vaak niet ver weg.

Pruisische inval

Als mooie erfenis van de Kringenwet zal je verrast zijn hoe landelijk en groen de ligging van veel forten is, ook al zit je vlak bij verstedelijkt gebied. Een van de eerste voorbeelden is Fort Uitermeer, dat vlak onder Amsterdam in een web van lekkere boerenlandweggetjes ligt. Uitermeer is overigens een van de oudste forten, want het zat ook in de (oude) Hollandse Waterlinie. Al in de achttiende eeuw werd het veroverd door Pruisen, die een invalskracht een grote bek gaven, waarna deze bibberend de ophaalbrug liet zakken.

Drie van Breda

Via de Loosdrechtse Plassen komen we aan de Vecht, waar heel goed verstopt het prachtige Fort Nieuwersluis ligt. Fort Rhijnauwen is het grootste fort van Nederland, het ligt prachtig bij Ameliswaard, maar je moet er wel een halve kilometer voor lopen. Veel simpeler bereikbaar is Fort bij Vechten, het op een na grootste fort. Hierna moeten we even in een spagaat om Houten te mijden, maar dan kom je uiteindelijk wel bij een van de hoogtepunten uit: de ronde toren van Fort Honsdijk aan de Lek. Hier werden vlak na de oorlog de Drie van Breda tijdelijk gevangen gehouden. Direct daarna gaan we langs de prachtige loopgraven van Werk aan de Groene Weg.

Via de veerpont naar Culemborg komen we bij het beroemde Fort Everdingen en Kunstfort Asperen.

Als we de Waal zijn overgestoken, slaan we het heerlijke, maar doodlopende weggetje naar Slot Loevestein niet over. Zeker zo leuk is het nauwelijks vindbare dijkje naar Fort Poederoijen. in het land van Altena doen we even het schitterende eindpunt aan: de Biesbosch om uiteindelijk te keren in of nabij Feestfort Altena, dat ooit onderdak bood aan het ultrageheime Gladio, de schimmige organisatie die het verzet moest organiseren als de Russen zouden binnenvallen. En dan ligt daar ook nog Fort Bakkerskil aan een heerlijk weggetje dat helaas alleen is bestemd voor leden van de Bond van Verkeersovertreders. Maar wat we maar willen zeggen: het belooft een spannende en prachtige tocht te worden.

DOWNLOAD DE ROUTE ALS TRACK, GPX, GDB & ITN

Officieel: Triumph Tiger 900, Tiger 900 GT en Tiger 900 Rally

0
Triumph Tiger 900

Triumph lanceert een compleet nieuwe Tiger 900-reeks. De Tiger 900 komt als opvolger van de Tiger 800 en wordt beschikbaar in drie uitvoeringen; de Tiger 900, de GT-variant en de Tiger 900 Rally.

Met de komst van de Triumph Tiger 900, komt er dus ook een einde aan de verwarrende reeks afkortingen voor de verschillende types. Zo was de Tiger 800 verkrijgbaar in een XR, XRx, XRx Low, XRt, XCx en de XCa. Feitelijk bestaan die varianten nog altijd bij de 900, maar is het iets overzichtelijker geworden.

Triumph Tiger 800 vs Triumph Tiger 900

Belangrijker dan hoe het nieuwe beestje heet, zijn uiteraard de technische veranderingen die zich aandringen. Ten eerste het motorblok, dat dankzij een grote boring van 78 mm groeide tot een cilinderinhoud van 888cc. Klinkt als bepaald niet ingrijpend, maar waar de Tiger 800 een vuurvolgorde van 1-2-3 had, ontsteekt de Tiger 900 met een 1-3-2-volgorde. Dat belooft dus een compleet nieuwe blokbeleving.

Het vermogen bleef desondanks ongewijzigd met de groeispurt en ontstekingsvolgorde. Nog altijd braakt het blok 95 pk uit, maar nu wel 750 toeren per minuut eerder. Het maximale koppel nam daarentegen toe met 8 newtonmeter.

De Tiger 900 ontsteekt met een 1-3-2-volgorde. Dat belooft dus een compleet nieuwe blokbeleving.

Wat het rijwielgedeelte betreft is er veel meer nieuws. Dat werd namelijk compleet nieuw ontworpen. Het stalen buizenvakwerkframe heeft nu bijvoorbeeld een afneembaar subframe. Vooral handig voor de Rally-modellen. Ga je off-road op je snuffert, dan kun je een krom subframe vervangen in plaats van dat het hele frame gericht hoeft te worden.

Qua vering ging de boel ook op de schop. De straatgerichte modellen – de Tiger XR’s dus – stonden bij de 800 op vering van Showa. De XC-reeks kreeg meer off-roadgerichte WP-vering. Nu hebben juist de Tiger 900 Rally en 900 Rally Pro vering van Showa, terwijl de Tiger 900 en de GT’s op Marzocchi-veerwerk gezet zijn.

De rempartijen werden ook opnieuw gewogen en waar Nissin veelvuldig aanwezig was bij de Tiger 800, hebben alle Tiger 900s remmen van Brembo. Alle modellen krijgen in het voorwiel twee 320 mm schijven met Brembo Stylema-vierzuigerklauwen. In het achterwiel ook Brembo, terwijl de schijfdiameter met 255 mm gelijk bleef.

Waar Nissin veelvuldig aanwezig was bij de Tiger 800, hebben alle Tiger 900s remmen van Brembo.

Kijken we dan naar de geometrie, dan valt op dat er stiekem best wel wat verandert. Bij alle drie de varianten neemt de wielbasis toe, gaat de balhoofdhoek verder onderuit en ook de naloop wordt langer. Het stuur is ook breder, de tank een liter groter (20 liter nu) en het drooggewicht is lager op alle Tiger 900s. Zithoogte bleef gelijk of werd iets hoger, maar is bij alle modellen nu verstelbaar over 20 mm.

De elektronica is verder aangescherpt en de 900-reeks heeft nu led-verlichting rondom. Voor de GT, GT Pro, Rally en Rally Pro is er een nieuw zeven inch TFT-dashboard en de luxere uitvoeringen krijgen ook IMU-inmengingen voor zowel het ABS als de tractieregeling. Qua rijmodi verschilt het per type wat je beschikbaar hebt.

  • Tiger Rally Pro: Rain, Road, Sport, Off-Road, Rider (aanpasbaar) en Off-Road Pro
  • Tiger GT Pro: Rain, Road, Sport, Off-Road, Rider (aanpasbaar)
  • Tiger Rally en Tiger T: Rain, Road, Sport en Off-Road
  • Tiger 900: Rain en Road

Al met al volgt de Triumph Tiger 900-reeks dan wel de Triumph Tiger 800 op, maar in veel opzichten is de sprong in evolutie wel heel groot. Van een compleet nieuw rijwielgedeelte, IMU-gestuurde elektronica en zelfs een nieuw, groter blok met aangepaste ontstekingsvolgorde maakt van de Tiger 900 een heel ander beestje.

Om een klein beetje duidelijkheid te bieden in de verschillende types, hebben we de drie basis-varianten tegenover hun 800-equivalent gezet. Klik op de afbeeldingen ze uit te klappen en vergroten.

Foto’s: Triumph