Triumph is behoorlijk trots op de nieuwe samenwerking met ‘James Bond’. In april 2020 gaat de 25e officiële James Bond-film, No Time To Diein premiere. Het Triumph-design workshop team werkte nauw samen met het stuntteam uit de film om verschillende speelfilmmotoren te prepareren voor de extreme en dynamische acties in de film, waaronder de Tiger 900- en Scrambler 1200 modellen.
No Time To Die, wordt vanaf 2 april 2020 wereldwijd uitgebracht in het Verenigd Koninkrijk via Universal Pictures International en in de Verenigde Staten op 10 april vanuit Metro Goldwyn Mayer Studios via hun United Artists Releasing banner.
Aan het eind van de dag wilde eigenlijk iedereen wel op een BMW naar huis. En die route wilden de deelnemers ook nog wel eens opnieuw rijden! Vanuit Hilversum slingerde de route richting de Veluwe, om in de buurt van Apeldoorn weer naar de snelweg terug te gaan. Omdat het onverwacht zulk prachtig weer was en iedereen nog wel zin had in een uur of twee sturen, hebben we dat laatste stuk snelweg niet gereden, maar zijn we binnendoor teruggegaan.
Energica heeft voor 2020 een nog sterkere line-up dankzij de race-ervaring die is opgedaan in MotoE, aangezien voor alle 2020-modellen de nieuwe lithium-polymeerbatterij van 21,5 kWh beschikbaar is.
‘Dit
elektrische accu-pakket biedt niet alleen de grootste capaciteit ooit
geïnstalleerd op een productie-motor, het is ook het krachtigste accu-pakket
ooit’, aldus Energica’s CTO Giampiero Testoni.
‘We zijn er
trots op deze technologische vooruitgang en innovatie te presenteren op al onze
2020-modellen. Vooruitgang die we hebben geboekt in de afgelopen twee jaar
dankzij onze toewijding aan het MotoE-kampioenschap, vooruitgang die we
bovendien hebben weten over te brengen naar onze wegmodellen.’
Dankzij de nieuwe krachtbron krijgen de in Modena gefabriceerde elektrische motorfietsen van Energica een verbeterd koppel: 200 Nm voor de Eva EsseEsse9 +, 215 Nm voor de Ego + en Eva Ribelle.
Het gaat echter niet alleen om de prestaties, want gewicht en actieradius worden ook positief beïnvloed: de Energica 2020-modellen zijn 5% lichter en hebben een 60% groter rijbereik.
Bereik 2020-modellen*
Ego +, Eva Ribelle, Eva EsseEsse9 + Stadsgebruik: 400 kilometer Gevarieerd gebruik: 230 kilometer Snelweggebruik: 180 kilometer
* Alle actieradius-testen zijn uitgevoerd in reële omstandigheden op echt wegdek.
‘Dankzij het
nieuwe accu-pakket konden we werken aan gewicht en actieradius, zonder de
prestaties te vergeten; iets dat onze fietsen altijd heeft onderscheiden’, zo
gaat Testoni verder.
‘De
2020-modellen die op de Eicma stonden zijn het directe resultaat van
voortdurende innovatie door de jaren heen, met meer dan 250.000 kilometer
testkilometers op de openbare weg en duizenden op het circuit.’
Tja, wie kent Vespa nou niet? Al sinds 1946 bouwt het Italiaanse merk scooters en het typisch Italiaanse design herkent iedereen. In alle huidige modellen zie je dan ook de zo herkenbare traditionele lijnen. Het uitrustingsniveau is anno 2019 minder traditioneel. Digitale dashboards met multimediaplatform, ledverlichting en op afstand te openen zadels behoren bij sommige modellen inmiddels tot de standaarduitrusting. De range van motorscooters begint bij 125 cc en eindigt bij het nieuwste 300 HPE-blok. Voor de duidelijkheid: die H, P en E staan voor High Performance Engine. Het is een van de motorblokken waarmee onze lezers op de testdag kennis kunnen maken. Én dolenthousiast over zijn; bij geen andere scooter zijn de reacties zo overwegend positief.
Met standaard ledverlichting en het met een afstandsbediening te openen zadel is de Primavera standaard al heel compleet. Wil je nog completer, dan kies je de chique Yacht Club-uitvoering of de Touring-editie met klein ruitje en voor en achter een bagagerekje. Topmodel is de Sport.
Ook de Sprint heeft de luxe standaarduitrusting van de Primavera en is verkrijgbaar in diverse plus-uitvoeringen. ‘Notte’ is Italiaans voor ‘nacht’ en dat maakt de Sprint 125 Notte een mysterieuze donkere verschijning. Voor € 350,- extra upgrade je naar de Sport-uitvoering.
Deze ‘grote GTS’ heeft het nieuwste vloeistofgekoelde 300 HPE-blok met vier kleppen en elektronische injectie. Het is het paradepaardje van de GTS-lijn met standaard traction control en een uitgebreid digitaal dashboard. Naast dit basismodel is-ie ook verkrijgbaar als Touring- en Yacht Club-versie.
De GTS Super-lijn is de meest sportieve binnen de Vespa-gelederen en heeft standaard een start-stop-systeem. Ook verkrijgbaar in Superport-, Supertech- en Notte-uitvoering.
Ook hier het nieuwe HPE-blok, en veel gelijkenis met de GTS300. De Super-toevoeging staat net zoals bij de 125 voor meer sportieve kleuren en lijnenspel.
Ook hier het HPE-blok, in een speciale uitvoering die qua design is geïnspireerd door de racehistorie van Vespa. De basis wordt gevormd door de GTS300.
Deze Vespa 946 wordt in beperkte oplage gemaakt en is de nieuwste eyecatcher van Vespa. Met een deel van de opbrengsten steunt Vespa het goede doel en wordt aids bestreden.
Wat vinden onze lezers van deze motorscooters?
Hans Dunsbergen – Over de Vespa GTS Super 300
‘Ik ben speciaal voor deze Vespa gekomen, want ik wil ’m misschien kopen. Niet ter vervanging van mijn motor, maar omdat ik een motorscooter naast mijn huidige motor wil. De Vespa valt niet tegen! Je kunt ’m rijden als een hooligan-bike, echt waar. Het motorblok is super; heel soepel, pakt mooi op. Grandioos gewoon, niets op aan te merken. De zithouding is voor mij super, je kan goed verschuiven naar achteren. Ook de remmen zijn trouwens goed. En ja, ik weet de uitgebreide mogelijkheden van het dashboard, maar voor mezelf vind ik dat niet zo interessant. Ik heb liever een klassieke tellerpartij.’
Dennis Vermaak – Over de Vespa GTS Super 300
‘Waarom ik de GTS zonet helemaal plat hield? Nou, ik reed dus kennelijk de standaard aan de grond en nu kijk ik even hoe plat ik daarvoor dan ging. Nou, ik ging dus best plat! Leuk zeg, wat een pittig speelgoed. Ik rij zelf een Buell Ulessys maar voor in de stad is dit toch wel erg leuk. Ik ben 1,96 meter en kan mijn voeten prima kwijt. Zelf was ik bang voor de ruimte, maar dat valt dus reuze mee, ook voor m’n knieën. Waar ik tegenaan loop, is het zadel, want ik zit door m’n lengte net op het stiksel. Dat zit niet zo fijn. Verder is het lekker spelen, ook doordat het blok zo fel reageert. Echt leuk. Wat ik verder zoek in een motorscooter? Nou, volgend jaar wil ik een motor gaan gebruiken voor woon-werkverkeer, dus wil ik vandaag eens zien of ik een scooter interessant vind. Ik denk dus dat ik met m’n lengte wel voor iets groters ga, maar de Vespa valt me reuze mee. Uiteindelijk denk ik dat ik uit kom bij een BMW of een driewieler zoals de Peugeot Metropolis.’
Danielle Bakker – Over de Vespa GTS Super 300
‘Fun! Wat een gooi- en smijtwerk zeg, leuk. Het weegt ook niets natuurlijk. Qua comfort valt het me flink mee. Vooral op de hobbelweggetjes rijdt het lekker, je voelt het niet doordreunen. De fun-factor zit ’m voor mij in het blok, maar ook in het sturen. Het blok is krachtig, maar loopt toch mooi rustig als je normaal rijdt. Ik zou deze er echt heel erg graag bij hebben. Lekker de stad in, terrasjes pakken.’
Coerd van Kasteel – Over de Vespa GTS Super 300
‘Heel leuk! Echt een verrassing. Ik heb nog nooit op zoiets gereden, omdat ik het qua vormgeving toch wat brommer-achtig vind, maar het rijdt fantastisch. De vering is goed en hij hangt lekker aan het gas. Ik reed er toch met gemak 110 mee. Dan zit je wel gauw vol in de wind, omdat het windschermpje nogal klein is. Maar nu ik er zo over denk, had ik best kunnen verwachten dat-ie zo goed is. Zo’n ding is natuurlijk al heel lang doorontwikkeld, want Vespa doet dit natuurlijk al vreselijk lang. Dus ja, het ziet er dan ook allemaal gewoon gelikt uit. De ruimte aan boord is ook wel goed. Ik vond het uiteindelijk allemaal wel wat minder stabiel, dat komt vast door de kleine bandjes, op hogere snelheid in de bochten. Maar de vering was dan weer wel goed, over hobbels. Echt overwegen om er een te kopen doe ik niet, maar als je puur woon-werkverkeer rijdt, kan ik het wel aanraden.’
Het is gigantisch groot. En zoveel mogelijk verstopt. Maar 150 jaar na de bouw begint het zichtbaar en zelfs bezoekbaar te worden. De Kouwepotentocht van 2019 gaat langs de Nieuwe Hollandse Waterlinie, het grootste waterwapen ter wereld.
Eerst wat sterke cijfers: de Nieuwe Hollandse
Waterlinie heeft een lengte van 85 kilometer en is drie tot vijf kilometer
breed. Ze omvat 45 forten, twee kastelen, zes vestingen, 85
mitrailleurkazematten, meer dan 700 bunkers en ruim honderd militaire sluizen en
waterwerken. Kosten, omgerekend naar 2019: dik vijftig miljard euro. Twee en
een half keer zoveel als de complete Deltawerken. Ja, de Waterlinie is veruit
het grootste Rijksmonument van Nederland. Toch weten we nauwelijks wat het is,
waarom ze werd gebouwd en waar je haar kunt vinden. En vooral: hoe terecht het
is dat het monument op de nominatie staat om tot UNESCO Werelderfgoed te
promoveren.
Naarden Vesting
Tijdens de Kouwepotentocht van zaterdag 2 november
2019 krijg je op de laatste twee vragen een heel duidelijk antwoord. Want dan
maken we een tocht langs de linie. We beginnen – onder voorbehoud – bij Naarden
Vesting. Hier ontvangen we je met de gebruikelijke koffie, gebak en een
speciaal Waterlinie-T-shirt. Na ruim tweehonderd kilometer zigzaggen langs een
stuk of dertig forten, komen we bij het eindpunt nabij de Brabantse Biesbosch
waar een Kouwepotenbuffet voor je klaarstaat.
De troepen van Napoleon waren amper
vertrokken uit Nederland, of Koning Willem I besloot in 1815 tot de bouw
van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Dat zou een volgende Napoleon, Wilhelm of
wie dan ook buiten Holland houden. Het idee was om van de Zuiderzee tot aan de
Biesbosch een strook land van drie tot vijf kilometer breed onder water te
zetten als de vijand kwam aanstormen. Het water zou tussen de dertig en zestig
centimeter diep worden. Dat was net genoeg om de karren en kanonnen tegen te
houden en te ondiep om te varen. Op de meest kwetsbare punten – de delen die te
hoog lagen, en bij sluizen en toegangswegen – werden forten gebouwd: laag en
verdekt opgesteld in het landschap, omgeven door een slotgracht, verstopt
achter bomen.
Zoals de naam al aangeeft, was het een
beproefd concept. Anderhalf eeuw eerder werd er ook al een Hollandse Waterlinie
gebouwd, meer naar het westen. Eigenlijk kwam die net te laat, want het Franse
leger stond al in Utrecht voordat de linie klaar was. Met de nieuwe linie, die
de strategisch belangrijke stad wél omvatte, werd dat rechtgezet.
Brisantgranaat
Rond 1870 was de Nieuwe Hollandse Waterlinie
klaar. Maar helaas, kanonnen konden inmiddels verder en preciezer schieten dan
tijdens de ontwerpfase. Dus moest de verdediging flink worden aangepast en snel
ook, want het rommelde nogal tussen de Duitsers en de Fransen. Voor de
zekerheid werd de linie voor het eerst helemaal onder water gezet.
In 1885 verscheen de brisantgranaat op de
markt, die de onhebbelijke eigenschap had dat hij zich dwars door een fortmuur
van anderhalve meter dik kon boren. Wellicht met een gevoel van moedeloosheid
verklaarde de minister van Oorlog dat de Linie was voltooid. Maar eigenlijk
konden ze bijna opnieuw beginnen. Tot in de twintigste eeuw werden nieuwe
versterkingen aangebracht, maar dan vooral buiten de forten. Rondom verschenen
honderden bunkers en allerlei andere hindernissen om de vijand uit de buurt van
de forten te houden. Kennelijk maakte de Waterlinie nog genoeg indruk, want in
een rapport van een Duitse geheime dienst uit 1908 stond dat Holland nagenoeg
onneembaar was. Mogelijk zijn we hierdoor buiten de Eerste Wereldoorlog
gebleven. In de Tweede Wereldoorlog maakte de waterverdediging geen indruk
meer. De Duitsers vlogen er gewoon overheen. Dat maakte de Waterlinie
definitief overbodig.
Bommen en gevangenen
Na de oorlog raakten de forten vaak in
onbruik, maar ze bleven ontoegankelijk. Bij sommige verscheen soms een
legervoertuig, maar wat er precies gebeurde, was een raadsel. Hadden ze er
bommen opgeslagen? Of gifgas zelfs? Zaten er gevangenen? Of de geheime dienst
misschien? De forten waren een bron van speculatie. In een landschap waar bijna
niets geheimzinnig is, waren dit de grote uitzonderingen. En dan lagen ze ook
nog eens op afgelegen, lichtelijk mysterieuze plekken. Geen wonder dat de
Waterlinie bekend stond als het Grootste Geheim van Nederland.
Intussen zijn de forten bijna allemaal
toegankelijk geworden. Soms kun je de terreinen gewoon oplopen, sommige hebben
bezoekuren en een gids, andere hebben restaurant of ateliers, enkele een
natuurcamping of zelfs een b&b. En allemaal hebben ze hun eigen verhaal,
dat soms nog gekker is dan de wilde speculaties. Dat weten we allemaal omdat de
forten na al die jaren van geslotenheid zijn opengegaan. In 2020 hoopt de
Waterlinie te promoveren tot UNESCO Werelderfgoed en die eretitel krijg je
natuurlijk niet als je de boel potdicht houdt.
Tijdens de Kouwepotentocht doen we zoveel
mogelijk forten, vestigingen en werken aan. Maar zeker niet alles. De
Waterlinie wist dan misschien een keer de Duitsers op afstand te houden, maar
met de stadsuitbreiding is dat minder gelukt, met name bij Utrecht. Waar nodig
gaan we er met een sierlijke boog omheen.
De meeste forten hebben gelukkig nog steeds
een prachtige ligging. Dat is niet toevallig, want ze zijn gebouwd om een vrij
zicht te hebben. Dat was tot de jaren vijftig van de vorige eeuw zelfs
vastgelegd in de zogenaamde Kringenwet, die bepaalde dat in de nabije omgeving
van een fort niet gebouwd mocht worden. Een uitzondering gold voor houtbouw,
want dat kon in geval van nood snel in de fik worden gestoken. Dus als je houten
huizen tegenkomt, dan is een fort vaak niet ver weg.
Pruisische inval
Als mooie erfenis van de Kringenwet zal je
verrast zijn hoe landelijk en groen de ligging van veel forten is, ook al zit
je vlak bij verstedelijkt gebied. Een van de eerste voorbeelden is Fort
Uitermeer, dat vlak onder Amsterdam in een web van lekkere boerenlandweggetjes
ligt. Uitermeer is overigens een van de oudste forten, want het zat ook in de (oude)
Hollandse Waterlinie. Al in de achttiende eeuw werd het veroverd door Pruisen,
die een invalskracht een grote bek gaven, waarna deze bibberend de ophaalbrug
liet zakken.
Drie van Breda
Via de Loosdrechtse Plassen komen we aan de
Vecht, waar heel goed verstopt het prachtige Fort Nieuwersluis ligt. Fort
Rhijnauwen is het grootste fort van Nederland, het ligt prachtig bij
Ameliswaard, maar je moet er wel een halve kilometer voor lopen. Veel simpeler
bereikbaar is Fort bij Vechten, het op een na grootste fort. Hierna moeten we
even in een spagaat om Houten te mijden, maar dan kom je uiteindelijk wel bij
een van de hoogtepunten uit: de ronde toren van Fort Honsdijk aan de Lek. Hier
werden vlak na de oorlog de Drie van Breda tijdelijk gevangen gehouden. Direct
daarna gaan we langs de prachtige loopgraven van Werk aan de Groene Weg.
Via de veerpont naar Culemborg komen we bij
het beroemde Fort Everdingen en Kunstfort Asperen.
Als we de Waal zijn overgestoken, slaan we het heerlijke, maar doodlopende weggetje naar Slot Loevestein niet over. Zeker zo leuk is het nauwelijks vindbare dijkje naar Fort Poederoijen. in het land van Altena doen we even het schitterende eindpunt aan: de Biesbosch om uiteindelijk te keren in of nabij Feestfort Altena, dat ooit onderdak bood aan het ultrageheime Gladio, de schimmige organisatie die het verzet moest organiseren als de Russen zouden binnenvallen. En dan ligt daar ook nog Fort Bakkerskil aan een heerlijk weggetje dat helaas alleen is bestemd voor leden van de Bond van Verkeersovertreders. Maar wat we maar willen zeggen: het belooft een spannende en prachtige tocht te worden.
Triumph lanceert een compleet nieuwe Tiger 900-reeks. De Tiger 900 komt als opvolger van de Tiger 800 en wordt beschikbaar in drie uitvoeringen; de Tiger 900, de GT-variant en de Tiger 900 Rally.
Met de komst van de Triumph Tiger 900, komt er dus ook een einde aan de verwarrende reeks afkortingen voor de verschillende types. Zo was de Tiger 800 verkrijgbaar in een XR, XRx, XRx Low, XRt, XCx en de XCa. Feitelijk bestaan die varianten nog altijd bij de 900, maar is het iets overzichtelijker geworden.
Belangrijker dan hoe het nieuwe beestje heet, zijn uiteraard de technische veranderingen die zich aandringen. Ten eerste het motorblok, dat dankzij een grote boring van 78 mm groeide tot een cilinderinhoud van 888cc. Klinkt als bepaald niet ingrijpend, maar waar de Tiger 800 een vuurvolgorde van 1-2-3 had, ontsteekt de Tiger 900 met een 1-3-2-volgorde. Dat belooft dus een compleet nieuwe blokbeleving.
Het vermogen bleef desondanks ongewijzigd met de groeispurt en ontstekingsvolgorde. Nog altijd braakt het blok 95 pk uit, maar nu wel 750 toeren per minuut eerder. Het maximale koppel nam daarentegen toe met 8 newtonmeter.
De Tiger 900 ontsteekt met een 1-3-2-volgorde. Dat belooft dus een compleet nieuwe blokbeleving.
Triumph Tiger 900 GT
Wat het rijwielgedeelte betreft is er veel meer nieuws. Dat werd namelijk compleet nieuw ontworpen. Het stalen buizenvakwerkframe heeft nu bijvoorbeeld een afneembaar subframe. Vooral handig voor de Rally-modellen. Ga je off-road op je snuffert, dan kun je een krom subframe vervangen in plaats van dat het hele frame gericht hoeft te worden.
Qua vering ging de boel ook op de schop. De straatgerichte modellen – de Tiger XR’s dus – stonden bij de 800 op vering van Showa. De XC-reeks kreeg meer off-roadgerichte WP-vering. Nu hebben juist de Tiger 900 Rally en 900 Rally Pro vering van Showa, terwijl de Tiger 900 en de GT’s op Marzocchi-veerwerk gezet zijn.
De rempartijen werden ook opnieuw gewogen en waar Nissin veelvuldig aanwezig was bij de Tiger 800, hebben alle Tiger 900s remmen van Brembo. Alle modellen krijgen in het voorwiel twee 320 mm schijven met Brembo Stylema-vierzuigerklauwen. In het achterwiel ook Brembo, terwijl de schijfdiameter met 255 mm gelijk bleef.
Waar Nissin veelvuldig aanwezig was bij de Tiger 800, hebben alle Tiger 900s remmen van Brembo.
Kijken we dan naar de geometrie, dan valt op dat er stiekem best wel wat verandert. Bij alle drie de varianten neemt de wielbasis toe, gaat de balhoofdhoek verder onderuit en ook de naloop wordt langer. Het stuur is ook breder, de tank een liter groter (20 liter nu) en het drooggewicht is lager op alle Tiger 900s. Zithoogte bleef gelijk of werd iets hoger, maar is bij alle modellen nu verstelbaar over 20 mm.
Triumph Tiger 900 Rally Pro
De elektronica is verder aangescherpt en de 900-reeks heeft nu led-verlichting rondom. Voor de GT, GT Pro, Rally en Rally Pro is er een nieuw zeven inch TFT-dashboard en de luxere uitvoeringen krijgen ook IMU-inmengingen voor zowel het ABS als de tractieregeling. Qua rijmodi verschilt het per type wat je beschikbaar hebt.
Tiger Rally Pro: Rain, Road, Sport, Off-Road, Rider (aanpasbaar) en Off-Road Pro
Tiger Rally en Tiger T: Rain, Road, Sport en Off-Road
Tiger 900: Rain en Road
Al met al volgt de Triumph Tiger 900-reeks dan wel de Triumph Tiger 800 op, maar in veel opzichten is de sprong in evolutie wel heel groot. Van een compleet nieuw rijwielgedeelte, IMU-gestuurde elektronica en zelfs een nieuw, groter blok met aangepaste ontstekingsvolgorde maakt van de Tiger 900 een heel ander beestje.
Triumph Tiger 900
Triumph Tiger 900 GT
Triumph Tiger 900 GT Pro
Triumph Tiger 900 Rally
Triumph Tiger 900 Rally Pro
Om een klein beetje duidelijkheid te bieden in de verschillende types, hebben we de drie basis-varianten tegenover hun 800-equivalent gezet. Klik op de afbeeldingen ze uit te klappen en vergroten.
‘De grootste alleskunner in de racerij’. Zo zou je Britse Guy Martin misschien het beste kunnen omschrijven. De TT-coureur heeft bewezen zijn mannetje te staan in het roadracing-wereldje, maar ook ver daarbuiten. Als televisiepresentator voor het Britse Channel 4 bijvoorbeeld. Binnenkort komen er weer nieuwe avonturen van Martin op televisie.
In de huid van McQueen
Flinke avonturen ook want Guy Martin wil Steve McQueen overtreffen. Deze zondag doet hij dat al door in de huid van McQueen te kruipen. Dat doet hij door een poging te wagen om de legendarische sprong uit de film The Great Escape te voltooien. In die film springt het karakter dat wordt gespeeld door McQueen met een Triumph TR6 Trophy over de grensbarrière tussen Duitsland en Zwitserland die versperd is met prikkeldraad hekken. Helemaal eerlijk is het niet. Martin zal het naemlijk niet met een oude Trophy proberen maar met een gloednieuwe Scrambler 1200 XE.
In de onderstaande video van MoreBikes zie je dat de voorbereidingen zeker niet gemakkelijk waren. Zo’n hoge offroadmachine is dan ook wel iets anders dan een Honda Fireblade die Guy gewend was op Man!
Snelste man op de mijl
Overigens zit er nog een project in de pijplijn. Guy wil namelijk een poging doen om de snelste man ooit op een motorfiets te worden. Het record voor de snelste motorfiets op 1 mijl staat nu op 300 mijl per uur, of 482.8 kilometer per uur. De vorige man die dat record probeerde te verbreken moest het zeven jaar geleden met zijn leven bekopen.
Geen onbekend terrein voor Guy overigens. In 2016 deed hij al eens poging voor een landsnelheidsrecord met een motorfiets. Die mislukte helaas. In de afgelopen jaren bleef hij rondhangen in het wereldje van de snelheidsrecords. Zo bouwde hij verschillende projecten waarmee hij ‘de snelste ter wereld’ wilde worden. De snelste bestelbus bijvoorbeeld, maar onlangs ook nog de snelste trekker: een JCB met een topsnelheid van 166,72 km/u.
Techneut
In voorgaande jaren zagen we op televisie al hoe Martin meehielp bij het bouwen van een Eerste Wereldoorlog-tank. Ook zagen we hem klungelen met een heuse Rolls-Royce Merlin motor die uit een Supermarine Spitfire gevechtsvliegtuig komt. Ja, met roots als vrachtwagenmonteur én motorcoureur ligt het aan technische kunde in ieder geval niet bij Martin.
De avonturen van Guy zijn te zien op het Britse Channel 4. Dat is helaas niet in Nederland te bekijken, voor zover bij ons bekend. Gelukkig is er altijd wel een enthousiaste kijker die wat beelden naar YouTube doorzet.
Gisteren maakte directeur Jan Lammers bekend hoe Circuit Zandvoort aangepast gaat worden om de Formule 1 in 2020 welkom te kunnen heten. De baan gaat flink op de schop. Maar dat kan voor ons motorrijders als goed nieuws gezien worden. Waarom?
Het heuglijke nieuws is namelijk als volgt: Zandvoort krijgt kombochten! Er komen twee kombochten in het duingebied te liggen. Goed nieuws voor motorrijders want er is niets gaver dan een kombocht. Het doet ons even terugdenken – misschien zelfs wegdromen – aan het oude TT-Circuit in Assen. Dat was gaaf!
De bochten hebben we te danken aan de Italiaanse circuitbouwer Jarno Zaffelli. Hij is – met zijn bedrijf Dromo Circuit Design – van mening dat er ook in de bochten ingehaald moet kunnen worden. Dat is nodig omdat Zandvoort een relatief technisch circuit is. Inhalen is daardoor moeilijk voor de lange, brede raceauto’s. Daardoor zou er een grote kans zijn dat de wagens in één lange optocht komen te rijden. Met de twee kombochten komen er twee nieuwe mogelijkheden om in te halen bij.
Het asfalteren van dat soort bochten is een redelijk secuur klusje omdat het gelaagd moet gebeuren. Doe je dat slecht dan hobbel je zo de bocht uit. Maar als het perfect uitgevoerd wordt zal Zandvoort transformeren in een soort achtbaan waar de bochtensnelheid veel hoger komt te liggen. De werkzaamheden zijn al begonnen en zullen ongeveer tot half februari duren. Dat gebeurt zo te zien relatief in het ‘geheim’. Live meekijken via de webcam lijkt bijvoorbeeld even niet te kunnen en ook bezoekers zonder uitnodiging zijn de komende tijd niet welkom.
Hieronder zie je een impressie vanuit het perspectief van een rijder. Wij vonden het moeilijk om stil te blijven zitten en niet alvast mee te leunen richting de apex. Let vooral op de laatste bocht. Dat wordt er eentje om je vingers bij af te likken, mocht je de kans krijgen om er met je motor te rijden… Wij zeggen dan ook: Kom maar door met die kombochten!
Foto: ANP – Robin van Lonkhuijsen Video: Dromo Circuit Design
Gisteren kreeg testredacteur Nick Enghardt de eerste indruk van de 2020 Kawasaki Z900. Al moet je er op het eerste gezicht goed voor kijken, er is stiekem best veel nieuw.
Vandaag gaat de eerste test verder en wordt er opnieuw gereden met de Z900 in geüpdatete vorm. Voor het zo ver is belden we even met Catalonië om Nick uit te horen.
Hoe nieuw is nieuw nu je er daadwerkelijk mee gereden hebt?
Best nieuw – maar echt. Het uiterlijk is aangescherpt, met overal waar mogelijk LEDs nu, en het TFT-scherm is ook een aandachtstrekker. Verder zijn het vooral aangestipte punten. Subtiel maar doeltreffend, kun je wel stellen.
Het blok is nu ook Euro 5 goedgekeurd, toch?Wat betekent dat voor hoe de 948cc viercilinder aan het gas hangt?
Als eerste indruk voelt het als een oude bekende. Nog altijd is het blok krachtig en enthousiast. Alleen waar de vorige best bruusk oppakte vanuit gesloten gas, gaat dat nu veel minder lomp, terwijl het topvermogen gespaard bleef en het middengebied zelfs opgekrikt wordt.
Maar goed dat Kawasaki er nu ook rijmodi en tractieregeling opgezet heeft dan?
Nou, klaarblijkelijk was dat een verzoek vanuit de consument, terwijl het niet eens per se nodig was… Maar, anno nu is het een beetje gesneden koek; het hoort erbij! Al flikkerde het TC-lampje vandaag meer wel dan niet, aangezien het fris en her en der nattig was. De gemonteerde Dunlop Sportmax Roadsmart 2-banden zijn absoluut een verbetering ten opzichte van de Dunlop Sportmax D214s op de oude. Onder de omstandigheden die we vandaag troffen, kwamen ze gewoon nooit echt op bedrijfstemperatuur. Zonde, want het rijwielgedeelte zelf is duidelijk tot meer in staat dan de banden toestaan!
Maar goed, de Z900 kan natuurlijk ook geen uitblinker zijn in alles. Prijs zal wel flink omhoog gegaan zijn met al die updates?
Dat eerste klopt, maar snijdt ook meteen een belangrijk punt aan. Banden zijn sowieso erg persoonlijk, maar in dezen geen onoverkomelijk probleem – wat ons bij het tweede punt brengt. Ja, de prijs gaat omhoog ten opzichte van het uitgaande model en nee, niet flink omhoog. 500 euro kost ‘ie meer. Waarvoor je dus verfijning rondom krijgt, een TFT-scherm, Led-verlichting en nieuwe styling. Voor dat geld – 10.499 euro dus – zoek je er toch lekker even de banden bij die jij zelf wilt? Ben je nog steeds goedkoper uit dan bij menig concurrent!
Klare taal! Had je die lezersvragen over de nieuwe Kawasaki Z900 nog weten te beantwoorden, trouwens?
Twee sowieso! We kregen een vraag over het zadel, wat nu inderdaad hoger is. Voorheen was het lagere zadel de standaard, nu is dat de optie. Het nieuwe zadel is niet alleen hoger – was 795 mm, is nu 820 mm – maar ook steviger en anders gevormd. Geeft aardig wat meer ruimte en een minder scherpe kniehoek. Absoluut een verbetering! En op de vraag of je rechtervoet nog altijd tegen de uitlaatdemper komt, kan ik met mijn maat 46 stellen van wel, maar hinderlijk vond ik het geen moment. Nu gauw weer opstappen. Nog een paar uurtjes testen en dan gauw naar Nederland terug. Videoverslag volgt snel, evenals de uitgebreide test in MOTO73!
De eerste beelden van Nick op de 2020 Kawasaki Z900
Nick Enghardt is momenteel in Spanje voor de introductie van de nieuwe Kawasaki Z900 modeljaar 2020. Al het goede van het vorige model van de Z900 is behouden, maar er is zoveel meer toegevoegd om de motor nog beter te krijgen. Bekijk deze video voor een eerste voorlopige indruk.
Net als olie in je blok zorgen cookies ervoor dat alles soepel loopt. We gebruiken ze om de website goed te laten werken en je de beste ervaring te bieden. Door verder te gaan, geef je toestemming voor het gebruik van cookies.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.