woensdag 22 april 2026
Home Blog Pagina 1126

Peter Oey : ‘Geen reisdoel: de reis als doel’

0

Begin jaren tachtig reist Peter Oey met vriendin – nu zijn vrouw – Ineke naar Springfield, Massachusetts in de Verenigde Staten om van daaruit op een Honda CX 500 een motortocht te maken naar Zuid-Amerika. Zonder ervaring, zonder uitrusting, gewoon gaan.

Tekst mark Litjens, foto’s Andrew Walkinshaw

“We vertokken in Springfield in oktober. Best al fris. Gewoon niet bij stil gestaan. Je kon toentertijd ook niet even checken wat voor weer het zou gaan worden. Tijdens de rit werd het steeds kouder, vooral in de bergen. We hadden geen motorkleding, ook niet iets echt warms. Op een gegeven moment hield ik de duimen maar achter de handvatten om ze uit de koude wind te houden. Dat hielp een beetje. Maar als ik moest stoppen, vielen we vaak om. Door kou en stijfheid. En gebrek aan ervaring. Ik was 21 en wat had ik nou gereden op een motor? 5 lessen, daarna examen gedaan. Dat was het zo’n beetje.

Vergissing

“Al snel kwamen we er achter dat we ons hadden vergist in de afstanden. Die waren groter dan gedacht. Zuid-Amerika viel daarom al snel af als reisdoel. Waar we wel zouden eindigen, was niet meer belangrijk. De reis werd ons doel. Gewoon genieten. Achteraf hebben we 18.000 kilometer gereden in vijf maanden tijd.

“Net voor Houston stopte onze Honda er mee. Gelukkig woonde ook hier familie en kon de motor naar de garage. Uitgerust, warm en met een gerepareerde motor ging het een week later verder richting zuiden, van Houston naar de Mexicaanse grens, langs de kust van de Golf van Mexico. Halverwege, bij Corpus Christi, liggen eilanden in de Golf en daar wilden wij overnachten. Rijden we over een drie kilometer lange brug naar zo’n eiland, houdt de Honda er halverwege weer mee op. Anderhalve kilometer duwen. Terwijl we in de verte een orkaan zien aankomen. Komen we aan het eind van de brug, staan we voor een militair complex en kunnen we niet verder. De militair bij de poort zei dat we via een andere brug moesten rijden. Maar met een kapotte motor en een orkaan op komst, zaten we daar niet echt op te wachten. Op dat moment begint Ineke te huilen. Blijkbaar hard genoeg om de militair toch overstag te laten gaan. Ineens staat er een pick-up truck bij de poort. Motor achterop, ik er naast om hem vast te houden. Wat overigens een hele toer is, want hij zat verder nergens aan vast. Aan de andere kant van de basis, op het eiland, worden we gedropt in een of ander ‘bikerhome’.

Harley – Honda

“Dat was even schrikken. Stoere Harley-rijders die een beetje raar naar onze Honda keken. Dat we onze avontuurlijke reis door Amerika zelf betaalden, leverde respect op van de mannen,die vervolgens onze motor repareerden. Uiteindelijk logeerden we een week bij deze blowende en snuivende bikers en werden we uitgenodigd op de verjaardag van leider Bruce, die een paar vrouwen kreeg op zijn verjaardag. Zo’n feestje dus. Verbazingwekkend en heel spannend.

“Vanuit Corpus Christi was het nog een paar uurtjes rijden naar Matamaros, achter de Mexicaanse grens. Op de een of andere manier dachten wij dat het daarna wel mooier weer zou worden. Niet dus. Regen, regen, regen. Heel veel regen. Dagen achter elkaar. Via Ciudad Victoria ging het steeds zuidelijker om uiteindelijk aan te leggen in San Miguel de Allende. Hier kwamen we een ander motorstelletje tegen, hij Italiaan, zij Zwitsers en met hun zijn wij uiteindelijk naar Mexico-Stad gereden. Onderweg hebben we nog iets heel bijzonders gegeten, bij een stalletje waar ze iets uit een koeienschedel schepten en op de bakplaat legden. Koeiehersenen. Heerlijk! Maar daarna hebben we gedrieën om de w.c. gevochten. Ineke had als enige niks gegeten.

Telefoon

“In de grote stad kregen we voor de eerste keer in ruim twee maanden de kans om naar huis te bellen. In die tijd nogal een hele gebeurtenis. Ergens achterin een groot warenhuis stonden twee telefooncellen, eentje voor internationaal bellen. Het was 2 januari, de verjaardag van mijn moeder. Natuurlijk moest de hele familie even aan de telefoon, wat uiteindelijk een rekening van 150 gulden opleverde. Zo ging dat toen, nu ondenkbaar. Onderweg hadden we ook weinig contact met het thuisfront. Alleen via brieven. Ze kenden thuis onze globale route en stuurden dan brieven poste restante naar een postkantoor waar wij langs zouden rijden. Dat was altijd een hoogtepunt, post van thuis. Snel naar een terrasje en lezen. Er liggen vast nog ergens brieven die we niet hebben opgehaald.

“In Mexico-Stad namen we afscheid van onze Italiaans-Zwitserse motorvrienden, maar maakten we meteen kennis met vier Duitse motorrijders. Samen zijn we de vulkaan Popocatépetl opgereden (5.427 m), een van de hoogste bergen van Mexico. Precies op vier kilometer hoogte hadden we een machtig uitzicht: een oranje deken van walm over de stad, daarboven de blauwe lucht.

“Volgend doel was Veracruz, aan de kust van de Golf van Mexico. Rijden we op de doorgaande voorrangsweg, komt er ineens een pick-up truck uit een zijweg. Zo eentje met van die overdreven grote wielen. Ik toeterde meteen, maar dat had ik beter niet kunnen doen. Die gast was blijkbaar op z’n pik getrapt. Hij kwam ons achterna: tegen het verkeer in, via de linker berm en meteen vaartje van zo’n 80 km/u. In Veracruz raakten we hem kwijt en zijn we snel ergens een hotel met een binnenplaats ingedoken om onze motor uit het zicht te houden. Voor de eerste keer in mijn leven echte doodsangst. Ik scheet bagger. Echte machos, die Mexicanen. Pfoehhh.

Gringo Trail

“Via de zogenaamde Gringo Trail, een route die veel door buitenlanders, gringo’s, wordt gereden, zijn we via Mérida en Cancún naar Belize getoerd. Belize City zal ik niet snel vergeten. Wat superleuk was dat. Veel rasta’s, bol van de wiet  en reggae all around! We zijn toen flink het nachtleven van Belize City ingedoken. Toen we de dag er na onze duffe koppen uit de tent staken, viel de muggen aan. Blackflies. Nooit van gehoord, maar ze bijten hard. In een kwartier waren we helemaal lek gestoken. Snel alles op de motor en wegwezen. Naar Guatemala, een trip die ik niet snel meer zal vergeten.

Een modderweg van 250 km, dankzij de regentijd. En niet een beetje modder: zware klei. Al glijdend, glibberend en omvallend hebben we het gehaald. Ineke liep soms achter de motor om hem recht te houden en kreeg dan de volle laag modder over zich heen. We hebben drie dagen, twaalf uur per dag, gereden om 250 km verder te komen. Als je dan weer op asfalt rijdt, dan word je pas echt blij.

“Ondertussen raakte het eten op, net zoals geld en benzine. Tijd voor de terugreis. Volgens planning zouden we in Mexico onze motor verkopen en dan naar de VS vliegen. Bij het binnenkomen van Mexico kregen we echter een visum met daarop de aantekening dat we met een motor waren binnen gekomen. We moesten daar ook het land weer mee verlaten, omdat we anders gigantische importheffingen konden afdragen. Dit hield in dat we helemaal terug naar de USA moesten rijden. Daar was geen geld meer voor. In onze reisbijbel, het South American Handbook, lazen we dat we in Chetumal papieren konden laten vervalsen. Dan konden we daarna vanuit Cancun naar Houston vliegen. Onze vervalser bleek niet zo goed in zijn vak te zijn. Hij gumde gewoon het vinkje bij ‘motor’ weg, maar je zag van honderd kilometer afstand dat dit klungelwerk was. Fijn gevoel als je nog langs de douane moet.

“Tot slot onze motor verkopen, om tickets te kunnen betalen. Dat ging vrij snel, maar even later kwam de koper terug en moesten wij mee. Naar een afgelegen huisje, met een paar flinke jongens. Om de prijs iets te drukken. Heel eng. Ineke begon in eerste instantie te huilen, dat had tenslotte al eerder gewerkt, maar werd meteen daarna heel boos. Zo boos dat je er bang van werd. Ze heeft die grote kerels echt geïntimideerd, want we konden ineens toch gaan. Zonder geld in te leveren.

“Op het vliegveld van Cancun kwam er een einde aan dit deel van onze reis – later zijn we nog door de VS getrokken per bus. Gelukkig was de paspoort- en visumcontrole overbezet op het vliegveld en stond ons vliegtuig op het punt om te vertrekken. Onze vervalsing is nooit opgevallen. Gelukkig. Anders hadden wij er waarschijnlijk nog gezeten.”

Peter Oey is voor het eerst sinds 30 jaar motorloos en dat vindt hij maar een rare ervaring. Het zal daarom niet lang meer duren voordat hij de opvolger kiest van zijn knaloranje Kawasaki KLV 1000. Een lange motorreis zit voorlopig niet in de pen, maar kilometers maken in Nederland en onze buurlanden blijft lonken.

2020 Honda CRF1100 Africa Twin heeft 1.084cc blok

0

In juli presenteerde Honda een video waarin we geplaagd werden met het motto True Adventure. We gingen er terstond van uit dat Honda doelde op de nieuwe CRF1100L Africa Twin. Dankzij certificeringsdocumenten die in Australië zijn gepubliceerd én Motorcycle.com kunnen we er gevoeglijk vanuit gaan dat het ook zo is. Uit de documenten kunnen we het volgende destilleren.

De 2020 Honda Africa Twin heeft 1.084cc blok, er is keuze uit een manuele of een dual clutch transmissies en er komt een standaard versie van en een Adventure uitvoering. Volgens deze documenten produceert het 1.084cc blok 101 pk @ 7.500 tpm. De ‘oude’ Africa Twin deed met z’n 998cc blok 94 pk.

Wordt absoluut vervolgd.

Rossi maakt thuistoer in aanloop naar Misano

0
Valentino Rossi Tavulia Yamaha YZF-M1 The Doctor VR46

‘Als een MotoGP-fiets voor de straat’. Zo worden motorfietsen heel sporadisch nog wel eens omschreven, maar niets komt in de buurt van het echte werk natuurlijk. Dat werd deze week bewezen toen Valentino Rossi een thuistoer door Tavulia maakte op zijn Yamaha YZF-M1. Valentino Rossi’s ereronde hadden we eigenlijk pas verwacht bij het naderen van het einde van zijn carrière maar de Italiaan gaat onverhinderd door in de Koningsklasse. Het hele feestje was overigens natuurlijk niet geheel spontaan maar werd georganiseerd in aanloop naar de MotoGP-ronde van San Marino op het circuit van Misano.

Tavulia

Het dorp waar VR46 opgroeide ademt ‘Valentino Rossi’. De man wist het dorp op de kaart te zetten als een soort tweede Santiago de Compostella. Een bedevaartsoord van jewelste. Met een pizzaria, fanshop en – op kleine afstand van het dorp – de VR46 Ranch is er voor toeristen meer dan genoeg te beleven. Toch is de Yamaha-coureur niet heel erg vaak in het openbaar te zien in het dorp. Dat kan ook natuurlijk niet met een druk reisschema als het zijne. Leuk is het dan ook om te zien dat de ouwe Doctor tijdens zijn ereronde zichtbaar schik heeft. Het lijkt net werken!

Álle foto’s van de dag vind je op MotoGP.com.

Valentino Rossi Tavulia San Marino Misano The Doctor VR46 Yamaha YZF-M1

Foto’s: Diego Sperani

Amerikaanse spier: Indian presenteert grotere Thunder Stroke 116

0
Indian Thunder Stroke 116

Bigger is altijd beter volgens een goed Amerikaans gezegde. Dat motto heeft Indian ook gehanteerd bij de doorontwikkeling van hun Thunder Stroke V-twin. De gloednieuwe Thunder Stroke 116 die het merk presenteert is namelijk één grote Amerikaanse spier.

Langzaamaan komt er steeds meer nieuws naar buiten over de modellen die we volgend jaar mogen gaan verwelkomen op onze wegen. Zo presenteerde Indian vandaag al flink wat nieuws over de vernieuwingen die de ‘heavy’ line-up zal gaan ondergaan komend jaar. Het belangrijkste feit dat we in dat bericht lezen is dat het Thunder Stroke motorblok vernieuwd wordt. Die V-Twin die in de Roadmaster-, Chieftain-, Chief- en Springfield-modellen wordt gebruikt groeit flink.

116

Van 111 kubieke inch wordt namelijk 116 gemaakt wat neerkomt op een cilinderinhoud van 1.901 cc. Dat maakt van het blok ook direct de grootste luchtgekoelde V-Twin die het bedrijf ooit heeft geproduceerd. Of ja, hij was er eigenlijk al. Als upgrade dan van het 111-blok. Nu komt hij echter af-fabriek al in het frame van je zware tour Indian te hangen. Het blok wordt geïntroduceerd in de Springfield Dark Horse, Chieftain, Chieftain Dark Horse, Chieftain Limited, Chieftain Elite, Roadmaster én Roadmaster Dark Horse.

Een hele rits! Dat motorblok heeft overigens de bekende slimme technieken die de 111 ook al had. Voornaamste trucje is dat de achterste cilinder – die dus onder het zadel uitkomt – automatisch uitgeschakeld kan worden als de motor te warm wordt en stil staat, voor een verkeerslicht bijvoorbeeld. Precieze specificaties van het blok hebben we nog niet ontvangen. Het enige dat we tot nu toe kunnen melden is dat de 116 liefst 168 Nm koppel zou genereren. De 111 levert ‘maar’ 151 Nm koppel bij 3.000 tpm.

Infotainment

Naast dat blok wordt ook het infotainment-gebeuren vernieuwd. Ride Command wordt geïntroduceerd, Indians kijk op connectiviteit voor je smartphone. Het zeven inch scherm blijft onveranderd maar heeft een quadcore processor meegekregen om de bediening te vergemakkelijken en laadtijden te minimaliseren. Nieuw is weer- en verkeersinformatie en voorspellende bestemmingsplanning wat zou werken ‘zoals Google dat doet’.

Wat dat precies betekent is ons nog niet helemaal duidelijk geworden uit het persbericht. Van onze smartphone weten we dat Google zo nu en dan een pushbericht stuurt om aan te geven dat er vertraging is op onze vaste route. Ook krijgen we zo nu en dan een melding om naar huis te rijden, steeds rond hetzelfde tijdstip dat we dat normaal zouden doen. Een slimme voorspelling van het systeem dus. Wellicht dat we zulke meldingen ook op de Indians kunnen verwachten.
Foto: Indian Motorcycles

Vergeet-mij-nietje: Honda X4

0
Vergeet-mij-nietje: Honda X4

Het duurde meer dan vijftien jaar voor Honda de tik van Yamaha’s V-Max te boven was en met een antwoord op de proppen kwam. Dat antwoord heette de Honda X4, en die X4 kon nog geen krasje op het succes van de V-Max zetten. Om die reden vergaten we de Honda X4 compleet. Een Vergeet-mij-nietje van de buitencategorie dus.

Men neme een redelijk langgerekte naked met cruiser-achtige lijnen, dicht achterwiel, een luie hoek voor het balhoofd en een recht dragrace-stuur erbij. Ter aandrijving moest er een veel te groot blok komen, waarbij het koppel tussen de blokdeksels uitloopt. Zo zullen ze bij Honda de V-Max van Yamaha geïnterpreteerd hebben. De Honda X4 vinkt al die noodzakelijkheden zonder schroom af, en toch sloeg hij nooit heel erg aan.

De vraag is of dat raar is, want zeg nou zelf; de V-Max kennen we allemaal, maar echt gigantisch veel rijden er nou ook weer niet rond. Maar wel meer dan van de X4. Met reden.

Destillatie

Honda deed met de X4 wat Honda het best doet; een motor bouwen die meteen goed voelt. Alleen al op het oog. Afwerking is voor elkaar, de motor straalt een bepaalde rust uit en alles lijkt gemaakt alsof het tot het einde der dagen mee moet gaan. In het rijden werd de X4 ook geroemd voor het immer aanwezig koppel, prima rijeigenschappen en uitgekiende remmerij. Laat het maar aan Honda over om de formule van een maniakale powercruiser van de concurrent te distilleren.

Vergeet-mij-nietje: Honda X4

Helaas liet iemand tijdens genoemd destillatieproces per ongeluk de nagel aan de doodskist van de X4 in de mix vallen. Of ja, het gehele destilleren nekte wat de V-Max had moeten doen vergeten.

Yamaha stopte met de V-Max de ‘zin’ terug in ‘waanzin’.

De Honda X4 heeft bijna net zo veel vermogen en zelfs meer koppel dan de V-Max en de X4 is nog lichter ook. De rationele aanpak dus, zoals we dat van Honda gewend zijn. Alleen was juist het omarmen van het totaal irrationele wat de Yamaha V-Max tot een begeerlijke motor maakte. Yamaha stopte met de V-Max de ‘zin’ terug in ‘waanzin’.

Zie het een beetje als de Grands Prix begin jaren negentig. Na vier jaar van totaal waanzinnige rivaliteit tussen Wayne Rainey en Kevin Schwantz – waarbij Rainey in 1990, 1991 en 1992 de titel won en Schwantz in 1993 – kwam Honda met het alternatief. Dat alternatief heette Mick Doohan. Zeg maar gerust dat Doohan onbetwist de betere coureur was, maar vijf jaar op rij de titel binnenslepen; een beetje saai is het wel. De chaos, de rivaliteit en de waanzin van Rainey en Schwantz – dat was de Yamaha V-Max. Mick Doohan was de Honda X4 – beter, maar niet per se het meest aantrekkelijke.

Hoogglans gepolijste diamant

Gelukkig was niet alles verloren voor de Honda X4. Het jaar na de introductie kwam het blok ook terug in Honda CB1300 Super Four – die overigens, net als de X4, nooit voor de Europese markt bedoeld was. De Super Four-noemerloze CB1300 die daar weer na kwam kregen wij hier wel officieel. De X4 kwam via de grijze import mondjesmaat deze kant op en genoeg liefhebbers zagen de tot een hoogglans gepolijste diamant voor wat hij waard was. In Duitsland heeft de X4 dan ook nog altijd een immens aantal cultvolgelingen, maar in Nederland tref je ze eveneens zelden in slechte staat.

Vergeet-mij-nietje: Honda X4

De Honda X4 is een liefhebbersmotor geworden en de prijzen van een tweedehandsje zijn met zo rond de 5.000 euro (met, pak hem beet, een halve ton op de teller) nog best te behappen. Die gedoodverfde concurrent van het merk met de gekruiste stemvorken gaay voor vergelijkbare prijzen van de hand

Maar ja, dan heb je ‘maar een V-Max’. Die zijn er zo veel. Nee, dan een Honda X4!

Foto’s: Honda

Worden helmen nog veiliger met Koroyd?

0
Klim Krios adventure helm koroyd

Het bestaat al sinds 2010 maar is onlangs pas voor de eerste keer in een motorhelm toegepast. Koroyd lijkt op een stapel samengeplakte rietjes. En dat moet helmen niet alleen langer mee laten gaan maar ook nog eens veiliger maken. Maar worden helmen nog veiliger met dit zogenaamde ‘Koroyd’?

Eindig

Een moderne motorhelm is meestal opgebouwd met EPS. Kleine polystyrene balletjes – in de volksmond gewoon piepschuim – die door een chemisch proces wel veertig keer groter worden gemaakt. Geëxpandeerd polystyreen heet dat. Daardoor kunnen ze de krachten die bij een flinke klap ontstaan opvangen waardoor je doppie als het goed is heel blijft. Luxere modellen hebben ook nog MIPS. Dat is een soort extra binnenhelm die je kan vergelijken met het binnenwerk van een bouwhelm. Die binnenhelm zorgt ervoor dat je hoofd in de helm kan ‘veren’ en tegelijkertijd iets kan draaien. Daarmee kan de kracht van een directe impact als het ware iets afgewend worden.

Maar met name dat EPS kan verbeterd worden volgens het bedrijf Koroyd. Het piepschuim dat de impact opvangt is na één flinke klap vaak al verbruikt. Het piepschuim verpulvert en kan in het vervolg niet meer voldoende bescherming bieden. Daarom is je helm na een onverhoopte val op de grond eigenlijk al toe aan vervanging. Daarbij wordt geadviseerd om een helm met EPS na vijf jaar te vervangen. En nee, dat is geen slimme marketingtruc. Het piepschuim is namelijk gevoelig voor veel externe factoren die het materiaal doet afbreken. Zweet, temperatuur en trillingen doen een hoop schade. Dat maakt een helm redelijk rap eindig.

Koroyd

Een alternatief is dus Koroyd. Het spul wordt al langer gebruikt in bijvoorbeeld wielrenhelmen maar ook in bodyprotectors of kniebeschermers. Zo’n beetje alles dat klappen moet opvangen kan er mee opgebouwd worden. In plaats van balletjes van polystyreen wordt er gebruik gemaakt van buisjes die samengesteld zijn uit een copolymeer. De exacte samenstelling daarvan blijft natuurlijk geheim zo lang het bedrijf het patent heeft. Wel weten we dat die buisjes zijn met hun wand van 0.09 mm flinterdun maar volgens het gelijknamige bedrijf zeer sterk zijn. Een paar honderd van die buisjes worden middels warmte aan elkaar gehecht en gevormd om in een helm te passen. Die opbouw van de rietjes verraadt eigenlijk al dat het hele systeem hangt op de flexibiliteit van lucht. In plaats van één blok piepschuim dat na één klap verpulvert is de luchtige opbouw van Koroyd volgens eigen zeggen in staat bij minder intensieve klappen zichzelf te herstellen door terug te veren.

Dat maakt een helm die ermee uitgerust is dus niet meer automatisch rijp voor de sloop als hij uit je hand op de grond valt. En aangezien het copolymeer niet chemisch opgeblazen wordt is het ook minder gevoelig voor afbraak. Dat zou betekenen dat een helm met Koroyd op papier niet al na vijf jaar plaats moet maken voor een vervanger. Louter voordelen dus, naar het lijkt. De technologie is overigens naar een idee van Dokter Priyaranjan Prasad, een ingenieur uit de automotive industrie gespecialiseerd in veiligheidssystemen. Voor Ford werkte hij dertig jaar lang aan de verbetering van impactzones. Dat doet vermoeden dat hij wel het één en ander kan bedenken om ook de motorrijder veiliger door het leven te laten gaan.

Een uitgebreidere uitleg van de werking van Koroyd zie je in onderstaande video:

Klim F5 Koroyd Motorcycle helmet from Koroyd on Vimeo.

Klim

Onlangs maakte de technologie dus zijn intrede op de motormarkt. Dat gebeurde in de adventure helmen van het Amerikaanse merk ‘Klim’, uitgesproken als het Engelse ‘climb’. Dat bedrijf werd in 2012 door Polaris gekocht en is daarmee een dochteronderneming geworden van hetzelfde bedrijf dat Indian in haar portefeuille heeft. De zogenaamde Krios-lijn is verkrijgbaar als crosshelm of enduro/adventure helm met vizier en is dus voorzien van Koroyd. Beide helmen zijn ECE en DOT goedgekeurd en mogen dus ook in Nederland verkocht worden. Dealers van Klim vind je hier. In ieder geval zeker is dat de Krios Pro leverbaar is, die staat namelijk voor zo’n 700 euro op verschillende websites.

Klim F5 Adventure Krios Pro Koroyd

75 jaar geleden: Operatie Market Garden

0

Operatie Market Garden bekeken vanaf de motor. In september is het 75  jaar geleden dat de Slag om Arnhem werd gestreden. Yop Segers reed tijdens zijn battlefield tour langs de belangrijkste hotspots van die veldslag.

Yop Segers

Zondag 17 september 1944 is een zonnige dag. Half twee in de middag beginnen ten westen van Wolfheze de luchtlandingen van de 1st British Airborne Division. Hoofddoel is het veroveren van de Arnhemse Rijnbrug. Een half uur later landen Amerikaanse paratroepers van de 82nd US Airborne Division bij Groesbeek en Nederasselt. Zij moeten de Nijmeegse bruggen over de Waal en de Maasbrug bij Grave in handen krijgen. Tegelijkertijd worden parachutisten van de 101st US Airborne Division bij de Brabantse dorpen Son en Veghel gedropt om een corridor te forceren vanuit het Belgische Neerpelt, over Eindhoven en Nijmegen, naar Arnhem. En stipt 14.35 uur start het Britse grondleger na een inleidende artilleriebeschieting op Duitse stellingen zijn opmars vanaf de Belgische grens naar Valkenswaard. De Slag om Arnhem is begonnen. Een oorlogsplan bedacht door de Britse veldmaarschalk Montgomery. De gewaagde aanval moet de oorlog verkorten en een springplank vormen voor een onmiddellijke pantserstoot naar Westfalen en uiteindelijk Berlijn. Hoe anders zal het verlopen. Montgomery geeft de operatie de naam Market Garden, waarin zijn initialen niet moeilijk te herkennen zijn. Market staat voor de luchtlandingen en Garden voor de opmars van het grondleger. Het is de grootste luchtlandingsoperatie uit de krijgsgeschiedenis waarbij een luchtarmada van 2.023 transportvliegtuigen, gliders en hun sleeptoestellen meer dan 20.000 man boven Nederland afwerpen.

Ginkelse Heide

At the crack of dawn weerklinken de pk’s van mijn Honda op de rijksweg N224 tussen Ede en Arnhem. De morgendauw hangt nog tussen de bomen zodat ik voor de dagelijkse files uit de Ginkelse Heide bereik, waar op 18 september 1944 – de tweede dag van Market Garden – een tweede lichting Britse parachutisten wordt gedropt. Hun actie is echter onder een ongelukkig gesternte geboren. Eerst maakt grondmist in Engeland het geplande vertrek in de ochtend onmogelijk zodat de landing pas in de middag plaatsvindt. En tot overmaat van ramp springt men af vlak bij de herberg Zuid-Ginkel waar een Duits hoofdkwartier is gevestigd. Het trieste gevolg is dat de dalende para’s zwaar worden beschoten zodat velen al sneuvelen voordat ze de grond bereiken. Tegenover de herberg, een etablissement dat nog steeds bestaat, memoreert een monument met gevleugelde Pegasus de onfortuinlijke landing van deze 4th Parachute Brigade.

Een brug dichterbij

Op 20 september bestormen Amerikanen en Britten de Nijmeegse Waalbruggen en die vallen in de avond onbeschadigd in hun handen. Het Duitse ontstekingsmechanisme om de bruggen op te blazen werkt op het beslissende moment niet. Later proberen de Duitsers de vitale Waalbruggen alsnog te vernietigen. In de nacht valt de Luftwaffe aan met Stuka’s en Junkers. Overdag komen Messerschmitt-straalvliegtuigen omlaag gieren. De bruggen worden inderdaad, met name de opritten, enkele malen geraakt. Ook komen de Duitsers via het water met afdrijvende mijnen, motortorpedoboten en eenmansduikboten. Op 28 september slagen kikvorsmannen erin, de Waal afzwemmend, explosieven te bevestigen aan de pijlers van beide bruggen. Omstreeks vier uur de volgende morgen komen deze tot ontploffing. De verkeersbrug blijft gelukkig gespaard maar de middelste boog van de spoorbrug stort in het water.

De N224 brengt mij dan per viaduct over de autoweg A12 (die in 1944 nog in aanleg was) waarna de Wolfhezerweg wordt ingeslagen. Ten westen van deze weg ligt de landingszone waar op 17 september de Britse luchtlandingsbrigade van brigadier ‘Pip’ Hicks met gliders op de weilanden neerdaalt. De landing van deze zweefvliegtuigen gebeurt vrijwel zonder problemen. Slechts twee gliders slaan over de kop waardoor enkele antitankkanonnen verloren gaan. Andere drop- en landingszones bevinden zich ten zuidwesten van Wolfheze, tussen de spoorlijn Utrecht-Arnhem en het dorp Heelsum. Wolfheze, bekend om zijn vele psychiatrische klinieken, dient als verzamelpunt van de her en der gelande eenheden. Wie Richard Attenborough’s filmepos ‘A Bridge too Far’ (1979) heeft gezien, weet dat de Tommies ook welkom worden geheten door een groep krankzinnigen die juist een wandeling door het bos maakt.

Hotel Hartenstein

Vlak voor Oosterbeek draai ik de Bilderberglaan op, om door bossen en langs de spoorlijn bij het Airborne Cemetery uit te komen. Op dit Brits grondgebied liggen de graven van 1.754 geallieerde soldaten die omkwamen tijdens de Slag om Arnhem en de bevrijding in april 1945. Even verderop kijkt het Airdespatch Monument uit over een voormalige dropzone. Het gedenkteken is opgericht ter nagedachtenis aan de dappere piloten die ondanks hevig Duits afweergeschut hun voorraden bleven uitwerpen. Helaas kwam het meeste in Duitse handen terecht.

De volgende pitstop in Oosterbeek is het Airborne Museum aan de Utrechtseweg. Het is ondergebracht in het voormalige hotel Hartenstein waarin generaal Roy Urquhart, commandant van de Britse luchtlandingsdivisie, op 18 september zijn hoofdkwartier inricht. Het door vrijwilligers gerunde museum geeft met plattegronden, foto’s, videoschermen, wapens en diorama’s een nauwgezet beeld van de Slag om Arnhem. Rondom Hartenstein ligt een groot landschapspark. Urquhart concentreert hier zijn troepen nadat de aanval op de Arnhemse Rijnbrug vastloopt. De omsingelde Tommies worden er constant onder vuur genomen door Duitse sluipschutters die zich tussen het geboomte verstoppen. Als je goed kijkt, kun je aan de bomen de strijd aflezen want die zitten nog steeds vol kogels en granaatscherven. Een metaaldetector zou er beslist overuren maken.

Radioapparatuur

Aan de rand van het park zijn ook de gevel en de hal van het hotel De Tafelberg behouden. Dit was het hoofdkwartier van de Duitse veldmaarschalk Walter Model die op 17 september snel de biezen pakte omdat hij meende dat de Airbornes speciaal waren gekomen om hem gevangen te nemen. Na zijn vlucht vestigen de Britten in het hotel een noodhospitaal om hun vele gewonden te verzorgen. Het hospitaal komt echter al snel in de frontlinie te liggen. Dankzij een wapenstilstand van twee uur worden daarom op 23 september ongeveer 450 gewonden met Britse jeeps en Duitse ambulances uit de gevechtszone gehaald. Direct na het verstrijken van dit bestand begonnen de gevechten overigens opnieuw.

Na het bezoek aan museum en het park spreek ik de pk’s weer aan en daal af over beboste heuvels, onderdeel van een stuwwal uit de ijstijd, naar de Rijnoever. Deze terreingesteldheid blijkt totaal ongeschikt voor de radioapparatuur die de Airbornes meebrengen. Een blunder waardoor de bataljons onderling nauwelijks per radio kunnen communiceren. Later bleek dat het openbaar telefoonnet bleef functioneren en soelaas had kunnen bieden. Maar de Red Devils – iedereen van de luchtlandingsdivisie droeg een rode baret – weigerden zelfs na een tip van het plaatselijke verzet van die faciliteit gebruik te maken. Had men dit wel gedaan, dan was Market Garden misschien wel een succes geworden.

Westerbouwing

Onder aan de stuwwal maak ik een ommetje naar de Westerbouwing. Deze dominerende hoogte die uitkijkt over Rijn en Betuwe, heeft tijdens de Slag om Arnhem een cruciale rol gespeeld. De Red Devils nemen deze heuvel al snel in, maar op 21 september wordt deze strategische positie weer door de Duitsers heroverd. Hierdoor kunnen zij de lager gelegen rivierbedding en het Benedendorp – het aan de Rijnoever gelegen deel van Oosterbeek waar de Britten rondom de Oude Kerk tot de laatste dag stand zullen houden – onophoudelijk met granaten en mortieren bestoken. Het spervuur vanaf de Westerbouwing verhindert ook dat de Poolse valschermtroepen die 21 september aan de overzijde van de Rijn bij Driel worden gedropt, zich bij de belegerde Britten in Oosterbeek kunnen voegen. De oversteek met bootjes die nacht wordt een complete fiasco.

Even later hou ik in het Benedendorp halt bij de Oude Kerk. Dit bedehuis, de oudste kerk van Nederland met restanten uit de 10de eeuw, wordt tijdens de gevechten volledig verwoest maar is na de oorlog herbouwd en teruggebracht in de toestand van omstreeks 1400. Sommige onderdelen van het nieuwe interieur zijn geschonken door Britse veteranen, zoals de doopvont in de vorm van een parachute. Ook het huis van Kate ter Horst vlak naast de kerk is gerestaureerd. Hoewel deze ‘Engel van Arnhem’ moeder was van vijf kinderen werd haar woning een toevluchtsoord van Britse gewonden. Zij hielp de aanwezige artsen, troostte stervenden, sprak anderen moed in en maakte ’s avonds een rondgang om psalmen voor te lezen uit een Engelse bijbel.

John Frostbrug

Vervolgens toer ik langs de rivier richting de Arnhemse Rijnbrug. Het is de marsroute van het bataljon dat onder bevel van luitenant-kolonel John Forst als enige tot in Arnhem weet door te dringen en in de avond van 17 september de noordelijke oprit van de verkeersbrug in handen krijgt. Onderweg moeten Forst en zijn manschappen nog aanzien hoe voor hun ogen de spoorbrug bij Oosterbeek wordt opgeblazen. Andere paratroepers die noordelijker via de Amsterdamseweg en Utrechtseweg oprukken, stuiten op zware tegenstand en komen niet verder dan Oosterbeek. Geheel onverwachts blijken in de omgeving namelijk twee SS-pantserdivisies te bivakkeren die snel tegenacties ontplooien.

Door de tunnel van de spoorbrug en over de Rijnkade bereik ik dan het object waar het allemaal om te doen was: de Arnhemse verkeersbrug die nu John Frostbrug wordt genoemd. De huidige boogbrug is overigens grotendeels een kopie. Zij overleeft de Slag om Arnhem maar wordt in het laatste oorlogsjaar alsnog vernield. Tegenwoordig ligt de noordelijke oprit in open terrein, zestig jaar geleden echter was de oprit door dichte bebouwing omringd. De para’s van Frost verschansen zich in die huizen en slagen erin op 18 september een SS-pantserbataljon, dat de vorige dag zuidwaarts richting Nijmegen is gestuurd en nu naar Arnhem wil terugkeren, tegen te houden. Maar de dagen daarna wordt duidelijk dat er geen versterkingen komen en vechten de Red Devils een ongelijke strijd tegen een Duitse overmacht. Met veel moeite houden de Tommies tot in de morgen van 21 september stand. Van de 750 para’s die drie dagen eerder bij de brug aankwamen, resten dan nog 140 man.

Betuwe

Na de John Frostbrug stuur ik mijn Honda bij het dorpje Elden – waar de Duitsers in december 1944 de Rijndijk nog opblazen en de hele Betuwe onder water komt te staan – over een kronkelige dijkweg richting Driel en Heteren. Aan stuurboordzijde strekt zich het uiterwaardpark Meinerswijk uit, een uniek natuurgebied met wisselende waterstanden en rondzwervende paarden en runderen. Vanaf het asfalt is daar ook een eenzaam overblijfsel uit de Koude Oorlog te zien: de doorlaatbrug die onderdeel vormde van de IJssellinie. Het is bedoeld voor het inunderen van grote gebieden om zo de legers van het Warschaupact de pas af te snijden. Voorbij de spoorbrug staat aan de Drielsedijk een gedenkteken op de plek waar in de nacht van 25 op 26 september de Britse para’s vanuit Oosterbeek over de Rijn naar de veilige zuidoever worden overgezet. Van de 11.000 Airbornes die ten noorden van de rivier waren geland, worden minder dan 2.300 gered.

Museum The Island

Wie dat wil kan in Heteren het kleine particuliere Museum ‘The Island’ bezoeken dat het verhaal vertelt van de strijd die in de Betuwe nog tot april 1945 zou voortduren. Ik besluit echter door te sjezen naar het dorp Elst. Daar barsten op 21 september, nauwelijks 15 km verwijderd van Arnhem, hevige gevechten los tussen oprukkende tanks van het Britse grondleger en Duitse artillerie. De strijd duurt twee dagen waarbij Elst volledig in puin wordt geschoten.

Een uurtje later steek ik de Waalbrug over en rijdhet Nijmeegse binnen. Deze verkeersbrug uit 1936 wordt in de avond van 20 september door de geallieerden veroverd. Amerikaanse paratroepers waren daarvoor over de Waal gezet om de Duitse stellingen op de noordoever in de rug aan te vallen.

Klein Amerika

De geneugten van Nijmegen zijn voor straks. Dus wordt een omtrekkende beweging naar Beek-Ubbergen en Berg en Dal gemaakt. In dat laatste oord zoek ik foerage en belandt bij het pannenkoekenhuis De Heksendans, een bekende bikerstop waar een tiental machines strak in het gelid staat te glimmen. Na een broodnodige spijs gaat de battlefield tour verder over de roemruchte Zevenheuvelenweg waarop wandelaars van de Vierdaagse zich graag stukbijten. Op de hoogste bult van die zeven bevindt zich het Canadian War Cemetery. Hier zijn onder andere de geallieerden, voornamelijk Canadezen, begraven die begin 1945 sneuvelden tijdens de operatie Veritable. Dit offensief dwars door het Reichswald was een direct gevolg van het mislukken van de Slag om Arnhem. Niet voor niets ziet het kerkhof dan ook uit op dit uitgestrekte bosgebied juist over de Duitse grens.

Wat verderop aan de Wylerbaan maakt het Nationaal Bevrijdingsmuseum zich breed. Daar kun je bijvoorbeeld een maquette in jumboformaat van Operatie Market Garden bekijken. Het museum ziet uit op de dropzone waar op 17 september het 508th US Parachute Infantry Regiment landt dat richting Nijmegen moet oprukken. Later komen hier ook gliders met bevoorrading uit de hemel neerdalen. De paratroepers van het 505th Regiment die de bruggen over het Maas-Waalkanaal als aanvalsdoel hebben, worden daarentegen ten zuiden van Groesbeek gedropt. De voormalige landingsvelden tegen de hellingen van de Sint Jansberg zijn onderdeel van een zacht glooiend akkerbouwgebied dat nu de toepasselijke naam ‘Klein Amerika’ draagt.

Hierna verlaat ik het Gelderse en spurt ik over de rechter Maasoever zuidwaarts Limburg binnen. De wegen op deze winterbedding van de Maas bieden glorieuze motorpret: weinig verkeer en voorzien van mooie, lange bochten waarin je zo lekker kunt hangen en zwieren. Twintig kilometer later brengt een veerpont me naar Vierlingsbeek en vandaar gaat het over zoefasfalt richting Overloon. Daar aangekomen heb ik nog net een uurtje om het Oorlogs- en Verzetmuseum te bezichtigen.

Slag om Overloon

Op 26 september 1944 bereikt het front Overloon, een rustig Oost-Brabants dorpje aan de rand van de Peel. De smalle corridor die tijdens de operatie Market Garden tussen Eindhoven en Arnhem was bevrijd, wordt nu langzaam maar zeker verbreed. De opmars verloopt voorspoedig tot aan Overloon waar de Duitsers zich hebben ingegraven. Dat is het begin van een vreselijke slachting met tanks, boobytraps and snipers. Tussen 12 en 14 oktober moet het kapotgeschoten Overloon huis voor huis worden veroverd, terwijl in de bossen felle man tegen man gevechten plaatsvinden. Zo hebben Duitse sluipschutters zich aan de bomen vastgebonden om bij verwonding zo lang mogelijk door te kunnen vechten. Zoveel verbeten tegenstand hadden de geallieerden sinds D-day niet meer meegemaakt. Ze verloren 1.878 manschappen en de Duitsers ongeveer 600 man.

Ontmoetingen

You meet the nicest people on a Honda! Op het Canadese oorlogskerkhof in Groesbeek ontmoet ik Thomas MacDonald, een onderwijzer uit Vancouver. Hij bezoekt alle plaatsen in Europa waar zijn vader tijdens de oorlog heeft gevochten. Later in de middag maak ik bij de Maas in Vierlingsbeek kennis met een Deen uit Arhus die op een Norton 750 Commando door de Lage Landen toert. Hij is verrukt van ons rivierenlandschap – Denemarken heeft zelf geen grote rivieren – en vertelt dat de Norton al sinds 1977 zijn ‘levenspartner’ is.

De inwoners van Overloon zijn zo geschokt door de gebeurtenissen dat ze voorstellen om een deel van het slagveld intact te houden en in te richten als museum. Zo gebeurt ’t ook. In mei 1946 wordt het museumpark van 15 hectare geopend. Sindsdien is de collectie uitgebreid en de presentatie up-to-date gebracht. Vroeger stond al het wapentuig in de openlucht maar nu zijn de meest kwetsbare exemplaren in een riante hal ondergebracht. Andere paviljoens belichten het verzet tijdens de oorlog en de gruwelen van de nazikampen.

Hell’s Highway

Indrukwekkend is ook het desolate panorama van de 31.000 kruisen op het Duitse oorlogskerkhof bij Ysselsteyn, een Peeldorp even ten westen van Overloon. Ik heb nog nooit zo’n grote dodenakker gezien. Van hieruit was mijn plan door te suizen naar Veghel om over de Hell’s Highway – de smalle weg waarover het Britse grondleger onder een regen van granaten naar Arnhem moest oprukken – terug naar Nijmegen te toeren. Maar deze provinciale weg, de N265, is uitgebouwd tot een saaie autoweg waardoor het historische karakter verloren is gegaan. Dus besluit ik een kortere route te nemen via Elsendorp om vlak voor Grave de Hell’s Highway op te pikken.

Het schemert al als ik de Maasbrug bij Grave nader. Deze brug, een belangrijke schakel in de weg naar Arnhem, wordt op de eerste dag van Market Garden na aanvallen van weerszijden door Amerikaanse paratroepers overmeesterd. Het grootste deel van de soldaten is afgesprongen op de dropzone bij het dorpje Nederasselt dat nu wordt gemarkeerd door een kunstwerk bestaande uit drie ijzeren parachutes. Na 17 september worden hier ook vele voorraden gedropt. De kleur van de parachute toonde aan wat er aan hing: rood voor munitie, wit voor verband, blauw voor uitrusting en geel voor voedsel.

De battlefield tour nadert zijn einde als ik bij Heumen het Maas-Waalkanaal kruis en via Malden de laatste kilometers weg blaas richting Nijmegen. Op de Waalkade van de oude Keizerstad wordt in gezelschap van tientallen andere machines de Honda op de bok gezet, om in een van de vele restaurants mijn calorimeter weer op peil te brengen. Een toertocht van bijna 200 km maakt immers hongerig. Last but not least wil ik een toost brengen op al die dappere paratroepers van Market Garden: ‘Many, many thanks. You will allways be remembered!’ Helaas was voor hen de Arnhemse Rijnbrug 試n brug te ver.

DOWNLOAD ROUTE MARKET GARDEN MET WAYPOINTS

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRK-Market_Garden.GPX”]

2020 Honda Fireblade krijgt computergestuurde winglets voor meer downforce

0

Het zou heel goed kunnen dat de 2020 Honda CBR1000RRR Fireblade actieve vleugels krijgt. Dat kun je opmaken uit onlangs gedeponeerde patenten.

Al jaren zou Honda aan een nieuwe CBR1000RRR werken. En al jaren blijven we wachten. Maar nu zijn we hoopvoller dan ooit. Er zijn online patenten opgedoken waarin een nieuwe Honda superbike wordt beschreven. En die is voorzien van actieve aërodynamica. Daar wordt een motorrijder toch gelukkig van?

Uit de begeleidende tekeningen blijkt ook dat de Fireblade niet het langverwachte V4 blok krijgt. Daarentegen lijkt de 2020 superbike veel meer gelijkenissen te hebben met de RC213V MotoGP-machine. Afgezien van een groot aantal wijzigingen om de supersporter geschikt te krijgen voor de openbare weg, is er nog een – groot – verschil: Active Aerodyamics

De nieuwe Honda superbike heeft een set van vier veerbelaste winglets die worden geactiveerd door een interne computer. In principe zou de techniek de nieuwe Honda CBR1000RRR helpen om de downforce bij hard remmen te verhogen, terwijl de stroomlijn op hoge snelheden er niet onder hoeft te lijden.

De regels van de WorldSBK schrijven voor de aerodynamica van sportmotoren hetzelfde moet zijn als van het productiemodel. Dus lijkt het erop dat Honda zich serieus voorbereidt op een spannend World Superbike Championship van volgend jaar.

Doen McGregor en Boorman de Long Way Up op LiveWires?

0
Harley-Davidson LiveWire voor Long Way Up?

Ewan McGregor en Charley Boorman gaan op de elektrische toer. In Argentinië zijn beide heren gespot op een Harley-Davidson LiveWire, die ze mogelijk gaan rijden voor hun nieuwe reisserie.

Ewan McGregor en Charley Boorman bereiden zich voor op de filmopnames van hun nieuwste motoravontuur. En het heeft er alle schijn van dat ze elektrisch van Zuid-Amerika naar Noord-Amerika rijden.

Meesterzet

Vier Harley-Davidson LiveWires en een vloot Rivians – elektrische pick-ups – zijn door Autoblog Argentina gespot in Tierra del Fuego, het zuidelijkste puntje van Argentinië. De LiveWires zijn uitgerust met handbeschermers en softbags. Harley-Davidson heeft – nog – geen officiële bevestiging de wereld ingestuurd dat de LiveWires ook daadwerkelijk voor de monsterrit worden ingezet. Publicitair zou het een meesterset zijn van Harley-Davidson door de LiveWire in te zetten voor de Long Way Up, een tocht Ushuaia in Argentinië naar Los Angeles in de VS. Immers droegen McGregor en Boorman veel bij aan de huidige populariteit van de BMW GS-serie.

Onlangs smaakten we zelf het genoegen om de LiveWire te testen. We waren behoorlijk onder de indruk van de nieuwe 34.000 euro kostende elektrische powerbike van H-D. Hoewel de actieradius tijdens een stevige rit met 120 km niet zo indrukwekkend is. Bij normaal gebruik zou de LiveWire het zo’n 240 km vol moeten houden.

Bron: Autoblog Argentina

Politie Nederland wordt groen

0
Politie elektrische motor
Foto: Politie Amsterdam Bijlmermeer

Nee, niet letterlijk. De politie is een pilot gestart met emissieloze voertuigen, waaronder motorfietsen maar ook auto’s en speed pedelecs. Die voertuigen worden gerouleerd tussen basisteams in de eenheden Midden-Nederland, Oost-Nederland en Amsterdam. Met de pilot wil de politie erachter komen of ze eventueel ook kunnen overstappen en wat bij zo’n overstap de valkuilen zijn.

Geruisloos

Elk basisteam krijgt vier maanden om de voertuigen uit te proberen. Met drie teams wordt er dus een jaar getest. In verschillende omgevingen en tijdens verschillende seizoenen. Pim Miltenburg, hoofd operatie Oost Nederland en voorzitter van de stuurgroep 0-emissie: ‘Ik ben benieuwd of mensen er in druk verkeer van schrikken als er ineens een politieauto langsrijdt, omdat ze niks aan horen komen. Maar ook wat er gebeurt als je een melding krijgt en je kunt geruisloos aan komen rijden.’

Stroomcapaciteit

Er moet uiteraard ook praktisch worden getest. Met de laadtijd en actieradius van de elektrische voertuigen, bijvoorbeeld. ‘Het regelen van de infrastructuur die nodig is om te testen was nog het meeste werk in de voorbereiding. Want elk voertuig moet worden opgeladen en daar zijn laadpalen voor nodig op de parkeerplaats. Dan moet je dus ook rekening houden met de stroomcapaciteit van het bureau. Mocht nou blijken dat het opladen erg lang duurt, dan hebben we uiteindelijk een groter wagenpark nodig om inzetbaar te blijven’, aldus Miltenburg.

Actieradius

De motor die getest wordt is een Zero DSR 14.4 Black Forest, waarbij het bedrijf ModiForce werd gevraagd om deze Zero om te bouwen tot een motor voor politie-inzet. Een klusje dat je niet zomaar doet, want een elektrische motorfiets heeft in vergelijking met een elektrische auto een kleinere accucapaciteit. Zowel de sirene als het zwaailicht, om zo maar even twee dingen te noemen, maken ook van die accucapaciteit gebruik en daar zit de uitdaging dan ook vooral. Het stroomverbruik van die systemen moet tot een minimum beperkt worden om de actieradius van de motorfiets zo groot mogelijk te houden.

Over een jaar weten we of dat gelukt is. We zijn benieuwd!

Zero DSR 14.4 Black Forest
De motor die getest wordt is een Zero DSR 14.4 Black Forest, waarbij het bedrijf ModiForce werd gevraagd om deze Zero om te bouwen tot een motor voor politie-inzet.