woensdag 22 april 2026
Home Blog Pagina 1127

Den Bosch zegt nee tegen de ‘atoombom onder de verkeersdrempels’

1
Actibump
De Actibump werkt helaas ook bij motoren...

De Actibump. Het kan zomaar zijn dat je er nog nooit van gehoord hebt. Heel vreemd is dat niet, want deze Zweedse uitvinding wordt gelukkig nog maar in een paar landen gebruikt. Zweden, Duitsland, Tsjechië en Australië om precies te zijn. Toch is het wel heel handig om te weten wat de Actibump precies is, want ook Nederlandse gemeenten raken bekend met de ‘atoombom onder de verkeersdrempels’, zoals Autobahn.eu de Actibump mooi omschreef.

Klap

Waar we het precies over hebben? De Actibump is een stalen plaat in een stalen frame. Als de bijbehorende radar ontdekt dat je te snel rijdt, zakt de achterkant van de plaat zes centimeter naar beneden en klap je dus op een dikke stalen balk, zoals in onderstaande film goed te zien is.

Begin juni werd duidelijk dat GroenLinks op een aantal plaatsen in Den Bosch een proef met de Actibump wilde. Gelukkig is inmiddels al duidelijk geworden dat het niet zover gaat komen, vanwege te onveilig en te duur. Te duur omdat je voor de 50.000 euro die één Actibump kost, je zo’n twintig ‘gewone’ drempels kunt aanleggen. En te duur omdat er ook een speciaal systeem moet komen voor hulpdiensten. Het zou immers vrij matig zijn als bijvoorbeeld een ambulance gelanceerd zou worden terwijl er iemand in ligt die zo snel mogelijk naar het ziekenhuis moet.

2015

Dat ‘ie te onveilig was, bleek al in 2015… Toen testte de Zweedse belangenvereniging SMC de drempel en liet daarna weten zich vooral zorgen te maken over de gladheid van de stalen plaat, met name bij regen.

Ernstige beklemmingen

Maar er is nog een heel groot probleem, zo weet de Motorrijders Actie Groep ons te melden. Literatuuronderzoek laat namelijk zien dat de duikdrempel in onder meer woonerven en wegen met fietsers, motoren en andere tweewielers niet gebruikt kan worden in verband met een te groot risico op ernstige beklemmingen (naast natuurlijk het risico op vallen vanwege gladheid).

Gelanceerd

De Actibump zou daardoor alleen mogelijk zijn op ‘50 km-wegen’ met fysiek gescheiden rijbanen, maar wordt daar gelukkig weer te gevaarlijk geacht voor motoren, die bij een neergelaten drempel gelanceerd zouden kunnen worden. Verder is er angst voor mogelijke schade, trillingen en geluidsoverlast voor omwonenden. De duikdrempel zou daarmee, aldus de Motorrijders Actie Groep, alleen geschikt zijn voor zones met een snelheidslimiet van 20 kilometer per uur. En juist die kennen we niet in Nederland.

Gered

De conclusie: de Actibump leent zich dus nog niet (…) voor toepassing in Den Bosch en daarmee dus eigenlijk ook voor heel Nederland. De ingewonnen informatie is bovendien met andere gemeenten besproken, dus voorlopig lijken we gered te zijn van de Actibump.

Mocht je toch iets horen over de mogelijke komst van de Actibump. Laat het ons en de Motorrijders Actie Groep dan zeker weten.

Wat rij jij? Occasionmotoren 2.000 – 4.000 euro

0

Wat voor motor rij jij? In deze editie van de motoroccasiontest kijken wij wat voor occasionmotoren jullie hebben gekocht tussen de 2.000 en 4.000 euro. We hebben een motor met pleister, een Suzuki Bandit 600 uit 2000, een Kawasaki Vulcan 800 uit 1995 en een Aprilia Caponord uit 2005. Hoe divers wil je het hebben?

Wat voor motoren koop je voor 1.000 euro?

Rubriek: Sneakpreview MOTO73 nummer 19 2019

0
Retrotest
De Royal Enfield Interceptor 650 neemt het op tegen de Kawasaki W800 Street en de Triumph Street Twin.

De nieuwe MOTO73 is rap op weg richting de winkel of je deurmat. Wat je mag verwachten? Een paar dagen voordat het nieuwe nummer verschijnt, kijken wij met deze sneakpreview vooruit.

Retrotest
Met de Royal Enfield Interceptor 650 heeft de gevestigde retro-orde er weer een concurrent bij. In een triotest neemt hij het op tegen de Kawasaki W800 Street en de Triumph Street Twin.

MV Agusta Brutale 1000
Vorig jaar werd hij al aangekondigd, maar nu loopt hij ook echt van de productielijn: de nieuwe MV Agusta Brutale 1000. Onze medewerker Alan Cathcart reed met de Serie Oro-uitvoering van die machine en was diep onder de indruk van het Italiaanse geweld.

Yamaha Niken GT
We testten de GT-uitvoering van de Yamaha Niken. De grote vraag is natuurlijk wat de toegevoegde waarde van het derde wiel is bij deze toermachine?

BMW HP2 Sport
Bij MotoPort Wormerveer zagen we ineens een BMW HP2 Sport staan. De ultrasportieve Beierse boxer is bij uitstek een kandidaat voor onze rubriek Toevalstreffer.

Polen
Fotograaf Jacco van de Kuilen maakte een trip door Polen. In dit tweede deel bezoekt hij onder meer Treblinka, de Wolfschanze in Mazurië en het prachtige kuststadje Gdansk.

Scott Redding
Velen schreven hem al af toen hij vorig jaar van de GP’s naar het British Superbike verhuisde, maar Scott Redding bewijst dit jaar hun ongelijk. En volgend jaar rijdt hij in het WK Superbike!

Marathonmotor
De Yamaha YZF600R Thundercat van Hans Heemskerk is al bijna twintig jaar oud. Mooi is de motor niet meer, maar rijden doet hij nog als de beste.

Techniek: milieutechniek
Met de komst van Euro 5 voor motorfietsen moeten de uitlaatgassen nog schoner worden. Onze specialist Peter Aansorgh legt uit welke mogelijkheden de fabrikanten daarvoor hebben.

MXGP Turkije
Het Turkse Afyonkarahisar vormde het decor voor de één na laatste WK-wedstrijd in de MXGP en MX2. De grote vraag vooraf was of de Nederlanders hun goede vorm weer konden laten zien.

SBK Portugal
Na de zomerpauze pakten de coureurs in het WK Superbike de draad weer op in Portugal. Wat kon Michael van der Mark op het circuit van Portimão?

Walid Khan
Na het seizoen 2018 leek coureur Walid Khan compleet van het toneel te zijn verdwenen, maar inmiddels racet hij weer. Met Marien Cahuzak blikt hij terug op een roerige periode in zijn leven.

Verder in deze editie
Motorleven
Eerste versnelling
Met open vizier
Posters
Triptip
Agenda
Motorsport in beeld + column
Sport: Nederlandse wereldtoppers
Flashback: Stef van der Sluis
De parels van Henk

75 jaar Market Garden: Hell’s Highway

1
Hell's Highway

Operatie Market Garden moest 75 jaar geleden Nederland bevrijden. En misschien zelfs nog voor kerst 1944 een einde maken aan de Tweede Wereldoorlog. Maar het plan mislukte grotendeels. De wegen die de geallieerden kozen, werden een hel. De Hell’s Highway is het prikkeldraad van deze battlefield tour.

Jan Dirk Onrust

Het plan van de Engelse veldmaarschalk Bernard Montgomery was simpel. Misschien te simpel. Geallieerden troepen zouden vanaf België via de grote rivieren oprukken naar het IJsselmeer. Parachutisten moesten een aantal belangrijke bruggen innemen, zodat de grondtroepen snel konden doorstoten. De Duitsers in het westen van Nederland waren dan afgesneden en vormden een makkelijk doelwit. Daarna zouden de geallieerden opstomen naar het Ruhrgebied en mogelijk zelfs naar Berlijn. Montgomery ging er vanuit de dat ze Duitsland nog voor het einde van het jaar op de knieën zouden krijgen.

Het liep anders. De tegenstand van de Duitsers was veel zwaarder dan verwacht. Parachutisten die de bruggen hadden ingenomen, lagen te wachten op grondversterkingen. Die kwamen niet. Met name de Britse en Poolse parachutisten rond de brug bij Arnhem, raakten in de grootste moeilijkheden. Ze leden zware verliezen en wat overbleef kon ternauwernood vluchten naar het zuiden. Arnhem bleek een brug te ver en Operatie Market Garden kwam tot stilstand. De gevolgen waren enorm. De oorlog duurde een half jaar langer, het westen van Nederland kwam in een hongerwinter terecht en het oosten van Europa viel in Russische handen.

Toch een toeristisch rit

De wegen waarop het allemaal fout ging, werden al snel omgedoopt tot Hell’s Highway. Bijna 75 jaar na het begin van Market Garden, rijd ik over de helse weg. Of eigenlijk er vooral omheen. De werkelijke route is namelijk vrij kort en nogal rechttoe rechtaan. Het was duidelijk niet de bedoeling van de geallieerden om er een mooi toeristisch tochtje van te maken. Dat is mijn bedoeling wel. Daarom volg ik soms de hoofdroute en soms de route van de flanktroepen. Maar ik kies vooral de leuke wegen die eromheen liggen.

De belangrijke highlights doe ik uiteraard aan. Dus stuur ik vooral over veel grote bruggen, pak ik her en der wat dijkweggetjes die zo werden gevreesd door de geallieerden omdat ze hier een makkelijk doelwit waren. Ook passeer ik oorlogsgraven en herdenkingsmonumenten en rijd ik langs plaatsen waar parachutisten landden. En als je de route in de eerste twee weken van september rijdt, kijk je met een beetje geluk zomaar in de loop van een tank of rijd je langs een colonne oude legervoertuigen.

3.000 vliegtuigen

De rit start vlak bij Joe’s Bridge in Neerpelt. Daar begon het onderdeel Garden van de operatie. Terzelfdertijd werd Market uitgevoerd door paratroepers te droppen op strategische plaatsen bij Eindhoven en Nijmegen. Ook noordelijk van Arnhem – op de Ginkelse Heide – landden parachutisten. De eerste van in totaal 3.000 vliegtuigen vlogen hier om 14.00 uur over en dat was het startsignaal voor de grondtroepen om met ongeveer 350 kanonnen het vuur te openen op de Duitse stellingen. Een half uur later kwamen de eerste tanks in beweging. Al snel staken ze de grens over. En daar werden de eerste negen al in een paar minuten kapotgeschoten en blokkeerden daardoor de weg. Het was de bedoeling Eindhoven in twee a drie uur te bereiken, maar toen de avond viel waren ze niet verder gekomen dan Valkenswaard, halverwege. Dat was het begin van een lange reeks tegenslagen. De Duitsers waren veel sterker dan ingeschat. Luchtfoto’s waarop wel degelijk zware troepen waren te zien, werden verkeerd geïnterpreteerd. Ook leken de Duitsers op de hoogte van de plannen, die of verraden of ontdekt waren, of simpelweg te voorspelbaar. Ik doe het een stuk sneller doen. Na een uur of twee ben ik al in de buurt van Nijmegen.

Kapotgeschoten

Het was de bedoeling dat Arnhem in drie dagen zou worden bereikt. Maar dat zou tijdens Market Garden nooit gebeuren. De parachutisten die op dinsdag 19 september bij Arnhem landden, leden zware verliezen, kregen de brug niet in handen en wachtten tevergeefs op aankomst van hulp over de grond. De overgebleven troepen werden in de nacht van 25 op 26 september met behulp van Poolse troepen over het water geëvacueerd vanuit het kapotgeschoten Oosterbeek. Operatie Market Garden kwam daarmee ten einde en had het uiteindelijk niet verder gebracht dan Nijmegen.

Bij de plek waar de evacuatie plaatsvond, staat nu een monument, vlak langs de Nederrijn. Aan de overkant ligt de Oude Kerk van Oosterbeek. Daar werden de gewonde soldaten verzorgd, onder andere door Kate ter Horst. De kogelgaten zitten er nog altijd in. Rond de kerk en het huis waarin Kate woonde – een replica: het originele huis werd volledig in de as gelegd – liggen veel monumenten en plaquettes. Vlakbij de Ginkelse Heide, waar op 18 en 19 september duizenden parachutisten landden, beëindig ik de mijn toer.

DOWNLOAD ROUTE HELL’S HIGHWAY MET WAYPOINTS

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRK-Hells_Highway.GPX”]

Getest: Harley-Davidson LiveWire

0
Harley-Davidson LiveWire
De Harley-Davidson LiveWire in actie.

De gigant uit Milwaukee gaat volgas richting de toekomst: naast de vertrouwde cruisers wordt het gamma in rap tempo uitgebreid met tal van ‘Harley-vreemde’ modellen, zoals een naked en een allroad. Maar da’s natuurlijk niet waarvoor jij in deze tekst beland bent: Als eerste ‘mainstream’ motormerk claimt Harley een plek in de markt van elektrische motorfietsen. De Harley LiveWire bijt het spits af; wij reden hem als eerste in de Amerikaanse staat Oregon.

Bekijk hier de film van de introductie van de Harley-Davidson LiveWire. 

Het land waar je fullsize trucks uit het schap trekt voor een bonusprijs, benzine kwistig voor een paar centen je tank in klotst, is bij uitstek het land voor de vanouds dikke V-twins. Maar ook van Innovatie met een grote I, waar Tesla de complete auto-industrie in het hemd zette door volwaardige elektrische voertuigen. En waar nu Harley-Davison met de LiveWire de andere merken te kakken zet door als eerste gevestigde naam een volwaardige elektrische motorfiets te presenteren. Gevestigde naam, we zeggen het er maar even bij, want het Californische Zero Motorcycles bevindt zich nu alweer jaren in deze markt. Maar dit nu even terzijde, want voor onze neus staat een ranke, strak ontworpen naakte motorfiets die in niets doet denken aan de Amerikaanse overdaad waaraan we zo gewend zijn geraakt.

Anders Amerikaans

Her staat gewoon een schitterende motorfiets. Ieder boutje op z’n plek, hier en daar schitterend verzonken in een zee van matzwart. Achter de framebalken slechts subtiel gelijnde koelribben, waarachter niets anders verscholen is dan een batterij van de laatste generatie. Daaronder de krachtbron, die, tja, eigenlijk gewoon op niets lijkt, of het moet een herinnering zijn aan The Jetsons, die intens optimistische toekomstcartoon waarvoor we vroeger aan de buis gekluisterd waren. Een elektromotor die, verpakt in een futuristische lichtmetalen cocon, verantwoordelijk is voor een rijbeleving zoals we die bij een Harley nog nooit hebben meegemaakt. Dikke, volledig instelbare 43 mm vorkpoten met veerwerk van Showa, achter een eveneens volledig instelbaar exemplaar van hetzelfde merk. Wielen getooid met monobloc Brembo’s, een simpel maar loepzuiver TFT-scherm, volledige LED-verlichting rondom, verschillende rijmodi en de mogelijkheid om er zelf op maat nog wat extra in te stellen en dan toch nog één element dat een klein beetje recht doet aan de ‘heritage’ van Harley-Davidson: de omlijsting van de koplamp die net dat kleine beetje ‘Batman’ uitstraalt.

Maar goed, genoeg over de looks, eerst maar eens wat hete hangijzers uit het vuur halen. Want hoewel elektrische motorfietsen inmiddels niet meer nieuw zijn, heerst er nog flink wat wantrouwen, onbegrip en hier en daar zelfs onverholen agressie als het gaat over deze radicaal andere krachtbron, zeker vanuit het kamp der Amerikaanse-dikke-klappen-makers. We hoeven onze Promotor-facebook er maar op na te slaan om een interessante bloemlezing te vinden aan meningen over elektrisch rijden. Voor die doelgroep zijn twee dingen van belang: 1) Harley stopt nog láng niet met het verder ontwikkelen van haar traditionele V-twins. En 2) Je bent natuurlijk niet verplicht er één aan te schaffen. En helemaal met een prijskaartje van € 34.000 zullen ze niet bepaald als warme broodjes over te toonbank vliegen… Maar dit terzijde. De vragen die natuurlijk gesteld worden zijn: Hoe zit het met de actieradius? Zit er wel een beetje vermogen is zo’n ding? Hoe snel kun je laden? En ‘last but not least’, hoe zit het met het geluid?

De cijfers

Als we puur kijken naar de specificaties dan valt de LiveWire mooi in het segment van middenklasse naked bikes. 105 pk en naar verhouding een stevige bak koppel: 116 Nm. De accu herbergt maximaal 15,5 Kwh en volgens Harley levert dit bij een gecombineerd gebruik van buitenwegen en snelweg een maximale actieradius op van 158 kilometer. Bij alleen maar snelweg is het op bij 113 kilometer. In de stad is dat tegen de 235 kilometer, omdat je daar meer gebruikmaakt van de regeneratie bij het gebruik van de motorrem (simpel gezegd: laat het gas los en de motor gedraagt zich als een dynamo, waardoor de batterij weer wat stroom teruggeleverd krijgt). Na een kleine dag heel stevig rijden in het zeer bochtige achterland van Portland, lijkt die actieradius niks overdreven.

Uitstekend stuurwerk

Het leegtrekken van de accu is natuurlijk waar de echte lol in zit. Het achterland van Portland bestaat uit een flink aantal prachtwegen met oneindig veel bochten. Kans genoeg om de rijkwaliteiten van de LiveWire eens grondig onder de loep te nemen. Is het net zo fijn sturen op z’n elektrisch? De sprint van 0 naar 100 biedt al voldoende voorpret. Wat. Een. Kanon. Rijmodus op ‘sport’, kont naar achteren, gas op de stuit en omdat je vanaf 0 toeren al het koppel tot je beschikking hebt, lanceert de LiveWire je in een rotgang van 3 seconden naar de 100 kilometer per uur. Hoef je niks voor te doen, alleen vasthouden. De topsnelheid is om de accu te sparen vergrendeld op 170 km/u, maar daar zit nog wat speling in, getuige het feit dat er op een recht stuk zomaar ineens 183 km/u op de klok stond. En nogmaals, geheel zonder drama. Dat de LiveWire een kleine 250 kilo op de schaal brengt, doet daar geen afbreuk aan. En het moet worden gezegd; ook bij sportief bochtenwerk is er weinig aan de hand. Je kunt aan alle kanten merken dat Harley enorm veel werk heeft verzet om van de LiveWire een echt goed sturende machine te maken. Pas als het echt schofterig hard gaat, voel je dat de kilo’s de neiging hebben om de buitenkant van de bocht op te zoeken.

Een interessante machine dus. Maar die interesse voor de LiveWire zal vooralsnog voor velen verbleken bij het zien van het prijskaartje van € 34.000. Dat is maar liefst tien mille meer dan concurrent Zero SR/F, die ook al geen koopje is. Maar Harley heeft wél een heel geslaagde stap gezet naar Harley-nieuwe-stijl. Dat maakt nieuwsgierig naar de rest…

Nieuw: Michelin Road 5 GT

0
Michelin Road 5 GT
De Michelin Road 5 GT is gemaakt voor lange afstanden.

Kilometervreters opgelet; Michael heeft de Road 5 GT gepresenteerd. Hey, kennen we die niet al? Ja en nee. De Road 5  wel, maar de toevoeging GT is niet zomaar er achter gezet. Om zoveel mogelijk te voldoen aan de verwachtingen van deze behoorlijk veeleisende motorrijders, spelen de prestaties op met name nat wegdek en de stabiliteit en een goed remvermogen een belangrijke rol. Dat geldt uiteraard voor elke band, maar toch is het nu anders bij deze GT. Waarom?

Vulcanisatiemallen

De Road 5 GT is, zo meldt het persbericht, namelijk tot stand gekomen dankzij een additieve productietechnologie met metaal. Daarmee kunnen geavanceerde vulcanisatiemallen worden gemaakt. Het resultaat: lamellen die zich verder ontwikkelen en Michelin XST Evo worden genoemd. Naarmate ze meer kilometers hebben gereden, worden de groeven van het loopvlak breder zodat de band een grotere groef/loopvlakverhouding krijgt. Zo behoudt de band, bij het slijten, zijn vermogen om water af te voeren.

Beschikbare afmetingen

Voor
120/70 ZR 17 (58W) TL
120/70 ZR 18 (59W) TL

Achter
170/60 ZR 17 (72W) TL
180/55 ZR 17 (73W) TL
190/50 ZR 17 (73W) TL
190/55 ZR 17 (75W) TL

Surf voor prijzen naar www.michelin.nl/motorbike/home-motor.

Sportweekeinde: Sport anders bekeken

0
Patrice Assendelft
Patrice Assendelft - op de foto naast Roan van de Moosdijk en burgermeester Marco Out - gaat lastige weken tegemoet…

Elke maandag bespreekt Marien wat hem opviel in het afgelopen sportweekeinde. Verwacht geen raceverslagen, maar wel een andere kijk op de actualiteit.

Wat ben ik blij dat ik niet in de schoenen sta van Patrice Assendelft. Ja, daar kun je een hele rits aan flauwe (en ook wel goede) grappen over maken, maar dat is niet waarom ik dit stukje tik. De meesten zullen Patrice vooral kennen als algemeen directeur binnen de KNMV maar hij is ook de teammanager van Team Nederland voor de Motocross of Nations. En precies daarom ben ik niet jaloers op hem.

2021

Hij is op papier namelijk de man die de keuze gaat maken voor de MX2. Tijdens de teampresentatie werd heel leuk gezegd dat het een teambeslissing gaat worden, maar iedereen die ooit bij zo’n proces aanwezig geweest is, weet dat uiteindelijk iemand de keuze moet maken. Anders is in december 2021 nog niet duidelijk wie had mogen rijden tijdens de MXoN 2019…

WK Veldrijden

Welke keuze hij ook gaat maken tussen Roan van de Moosdijk en Calvin Vlaanderen, er zullen altijd fans, kenners en rijders zijn die een andere keuze gemaakt hadden. Het doet mij denken aan de Belgische selectie voor het WK Veldrijden. Ook daar zijn teveel goede mannen voor te weinig plekken. Zodra die selectie bekend is, breekt de pleuris uit. Zo erg zal het bij Team Nederland denk ik niet worden, maar je weet nu al wat er gaat gebeuren als Nederland de zege misloopt doordat het in de MX2 net misliep.

Drie man nodig

Overdreven? Nee hoor, want met Glenn Coldenhoff (Open-klasse) en Jeffrey Herlings (MXGP) weet je dat je normaal gesproken altijd mee doet om zeges, alleen we hebben vorig jaar gezien dat deze twee kanonnen het samen net niet redden. Toen werden ze uiteindelijk heel knap tweede, maar om te winnen heb je toch echt drie man nodig.

Eén punt

De druk op Roan of Calvin zal daarom heel groot zijn. En dat geldt dus ook voor de keuze die Patrice Assendelft straks moet maken. In Turkije zal hij niet veel wijzer geworden zijn, om het nog ingewikkelder te maken. Roan pakte weliswaar een geweldig podium in de MX2, Calvin behaalde slechts één punt minder. Al kan juist wel dat punt uiteindelijk een groot verschil maken, zoals we zagen in 2016 toen Nederland exact één punt achter Frankrijk eindigde.

Soms is het helemaal niet erg om journalist te zijn. Sterkte Patrice!

Naar de bron van de Rijn

0

Wij kennen de Rijn als een brede, traagstromende rivier voor rijnaken en bejaardenreisjes. Maar in Zwitserland ken je hem niet meer terug. We volgen hem tot aan de bron.

Het doel van deze reis is een meertje in Alpen. Lai da Tuma. Drie woordjes uit een taal die bijna niemand meer spreekt. En ze klinken al net zo exotisch als Shangri La – de naam van een paradijselijke plek in Tibet uit de film Lost Horizons. Ook Lai da Tuma moet iets bijzonders zijn. Maar vooralsnog sta ik op het strand van Hoek van Holland en kijk ik uit op bulkcarriers, opslagtanks en containerschepen. Met op de achtergrond de pittoreske olieraffinaderijen van Pernis.

De reden hiervoor is dat er bij Lai da Tuma, dat hoog in de Zwitserse Alpen ligt verstopt, een kleine plaquette verwijst naar de plek waar ik nu sta: de Rijnmond. Dit is namelijk het absolute einde van de grootste en belangrijkste rivier van West-Europa – hier en daar beter bekend als: de Rijn. En Lai da Tuma dan? Dat is niet minder dan het absolute begin.

Elke liter water die hier de zee in stroomt, zal toch minstens een paar druppels uit het Zwitserse meertje bevatten. Nog mooier is dat hier een in feite een route ligt die je naar het hart van een schitterend deel van de Alpen zal brengen. Simpelweg het water zoveel mogelijk volgen, dan kom je er vanzelf.

Transportader

Maar dat ga ik natuurlijk niet doen. Als levensader heeft de rivier zoveel steden en industrie doen opbloeien, dat rijden geen pretje is en te weinig opschiet. Daarom sla ik een stukje over. Met een volbepakte Yamaha 660 XT wil ik in één ruk doorstoten naar het Zwitserse Schaffhausen. Daar maakt de beroemde Rheinfall een onverbiddelijk einde aan de Rijn als transportader. En dus kom je daarna nauwelijks meer grote steden tegen.
‘Wordt men niet gek van 800 km op een XT?’, vragen Duitse toerrijders me onderweg. Neen, gaar niet. Snel gaat het natuurlijk niet op de eencilinder. En dat wil je ook niet, met een windscherm dat alleen je navel uit de wind houdt. Maar het vrij smalle zadel zit beter dan je zou denken. Het kan natuurlijk comfortabeler. Maar deze keer heb ik vooral een motor nodig die een stevig stuk offroad aan kan, want de laatste kilometers naar Lai da Tuma zouden onverhard zijn.

Grootste waterval

Vlak voordat er een enorm onweer lostbarst, vind ik in Schaffhausen tegen de avond onderdak in hotel Rüden. Dat is hier het enige hotel dat standaard een plastic badeend in de badkamer legt, dus de keuze was niet moeilijk. Helaas zijn ze het bad zelf vergeten, maar goed, nattigheid zal ik de komende dagen nog meer dan genoeg voelen.

Schaffhausen heeft een overzichtelijk en historisch centrum met vakwerkenhuizen, terrassen en leuke winkeltjes voor je vrouw. Zelf loop je natuurlijk direct naar de statige fabriek van horlogemaker IWC, waarin een museum is gevestigd. Als het meezit, kun je hier de Grande Complication zien, het topmodel van IWC. Daar kun je tien Yamaha XT’s voor kopen. En dan hou je genoeg wisselgeld over voor twee Hummers. In 1868 vestigde het bedrijf zich hier vanwege de hydro-energie van de Rijn.

Maar Schaffhausen kennen we natuurlijk vooral van de Rijnwaterval. Merkwaardig eigenlijk, want die vind je hier niet. Ik moet ervoor naar Neuhausen rijden, vier kilometer stroomafwaarts. Maar dan heb je ook wat. Over een breedte van 150 m stort het water 23 meter omlaag. ’s Zomers gaat er per seconde gaat er 700 kuub doorheen. En daarmee is het de grootste waterval van Europa.

Bodensee

Ik pak mijn route op en slinger samen met Rijn door het Zwitserse laagland naar het oosten. De rivier wordt breder en breder en na 25 kilometer groeit hij uit tot de Bodensee – die ongeveer half zo groot is als het IJsselmeer. Opvallende overeenkomst tussen de twee: beide worden voor het overgrote deel gevoed door de Rijn. Maar vandaag wordt de Bodensee vooral gevoed door water van boven. In het begin word ik een paar keer op mooie uitzichten getrakteerd, vooral vanaf Slot Arenenberg, een oud buitenverblijf van Napoleon. Daarna barst het noodweer los, waardoor ik nauwelijks meer zicht heb.

Aan de oostkant van de Bodensee herneemt de Rijn zich en trekt hij langs de Oostenrijkse grens zuidwaarts. Hier heeft hij al het karakter van een bergrivier: breed, ondiep met snelstromend grijs water. Even daarna komen bergen die aan beide zijden tot de 2000 m reiken. Het dal ertussen heeft de rivier zelf uitgehouwen toen het nog een gletsjer was.

Liechtenstein

Na Oostenrijk volgt aan de overkant Liechtenstein, waar de Rijn het zelfs tot de titel van het volkslied heeft geschopt: Oben am jungen Rhein. Je kunt het direct meezingen, want het heeft de melodie van God save the queen – net als de vroegere nationale hymnes van Zwitserland en Duitsland.

Tegen beter weten in steek ik in stromende regen de Rijn over om het dwergstaatje te verkennen. Maar dat wordt natuurlijk een troosteloos rondje, waarin ik niet veel meer kan ontdekken dan dat de vorst van Liechtenstein vanuit een intimiderend adelaarsnest op Vaduz uitkijkt. En dat de putdeksels glad zijn en veel mensen een paraplu dragen. Tja. Was ik maar Floortje Dessing, dan kon ik roepen dat ik het helemaal geweldig vond.

Heineken

In het zuidoostelijke kanton Graubunden klaart het op. Dat is niet te laat, want hier beginnen de Alpen pas goed. Hier liggen hoge passen, 150 dalen en bijna 1000 bergtoppen. En vooral: hier wordt de Rijn een spektakel. Tot aan Chur – oudste stad van Zwitserland – loopt de Rijn met flauwe bochten door een aangelegde bedding. Maar vlak erna gaat ie hevig slingeren en slijpt hij zich luidruchtig door rotsen en canyons. Dit begint allemaal direct na het passeren van de brouwerij van Heineken Zwitserland – alsof ze het erom gedaan hebben.

De weg naar de Oberalppas kan de losgeslagen rivier vanaf dat moment niet meer volgen en stijgt naar een hoogte van 1100 meter. Op de droge asfalt kan ik hetzelfde doen als de Rijn onder me: uitrazen als een jonge hond. Naast me liggen de eerste besneeuwde bergtoppen, voor me de zuivere groene Alpenwijden, met in de verte het gigantische klooster van Disentis. Dat is mijn honk voor de komende dagen – of beter gezegd: het café met hotel dat ernaast staat. Zo wordt het tegen het eind van de dag toch nog een lekker reisje langs de Rijn. Heerlijk aan zwier, zwier, zwier, bij de rivier, vier, vier.

Als ik de Rijn bij Ilanz (dat zich ‘Die erste Stadt am Rhein’ noemt) weer tegenkom, herken ik hem nauwelijks meer. Hij heeft dan ook een paar flinke aderlatingen de rug. De zwaarste kwam vlak na Heineken, waar de Hinterrhein zich afsplitste – zeg maar de B-Rijn. Vlak voor Ilanz ging de Valscher Rhein ervandoor. En zo is de breedte teruggelopen van bijna 100 naar ongeveer 25 m.

Bier, bier, bier

In het centrum van het rustige wintersportplaatsje Disentis neem ik mijn intrek in motorhotelletje Alpsu. Eenvoudig, maar met een alleraardigste gastheer en -vrouw, een goede keuken en een café dat de hele dag is geopend. En ik krijg er ook nog een groep motorvrienden bij cadeau – goedlachse Duitsers. Het is alsof ik thuis kom. Wel zo prettig, want de weersverwachting voor de komende dagen is niet best. Regen, regen en nog eens regen. Dat betekent dus bier, bier en nog eens bier. En uitgebreid eten. Vanavond: capuns, een soort pasta in bladeren gewikkeld. Gastheer Martin zegt er trots bij dat hij wereldkampioen capuns koken is. Niet dat iemand buiten Graubunden ooit van het gerecht heeft gehoord, maar het smaakt werelds.

Rijn-venijn

De top van Oberalppas hangt ’s morgens helemaal in de wolken, mogelijk valt er sneeuw. Dat betekent dat ik niet bij Lai da Tuma kan komen. Daarom ga ik tussen de buien door terug naar Ilanz, waar ik de Rijn oversteek. Via een doodlopend, deels onverhard paadje met wat haarspeldbochten rijd ik bij het dorp Versam naar beneden. Daar sta ik in het hart van wat ik gisteren heb gemist: de Grand Canyon van de Rijn, of wel de Rheinschlucht. Steile, wilde kalkrotsen waartussen Rijn een slingerende schacht van bijna 200 m diep heeft uitgesleten. Bijzonder is dat al dit gesteende 10.000 jaar geleden twee kilometer hoger op de bergpas lag. Door de terugtrekkende Rijngletsjer kwam de vijftien kubieke kilometer puin naar beneden. Het was veruit de grootste aardverschuiving die de Alpen ooit hebben gekend. Met een huurkano of raftend kun je de wildkolkende Rijn hiervandaan tien kilometer afzakken. Da’s is nog eens wat anders dan dat laffe gedobber op een bejaardenbootschuit bij Koblenz.

Voor een volgend staaltje Rijn-venijn rijd ik naar de Viamalaschlucht in de Hinterrhein, 30 km verderop bij Thusis. Viamala betekent kwaadaardige weg, omdat veel reizigers hier vroeger de onderbroek niet schoon konden houden. Nog steeds is te zien waarom. De Rijn heeft hier een onwaarschijnlijk beklemmende gorge in het steen gefreesd van driehonderd meter diep. Tegen de bijna loodrechte wand liep een glibberig pad, waar de keien als rijpe appelen op neerdaalden. Wie viel, kwam in een gehaktmolen van kolkend en tierend water terecht. Tegenwoordig ligt er honderd meter boven de afgrond een asfaltweggetje, maar het water is nog altijd even woest. Om erbij te komen kun je gewoon een trap nemen. (321 treden, prijs: 5 euro.)

Meer Rijn-agressie, maar dan eerder van de categorie huiselijk geweld, vind ik bij de Rofflaschlucht – tien kilometer zuiderlijker, even voorbij Bärenburg. Hier heeft een hoteleigenaar een kleine eeuw geleden met 5000 staven dynamiet een passage gemaakt naar een kloof met waterval. Om erbij te komen moet je door het café naar binnen en een euro betalen. Je kunt doorlopen tot onder de waterval.

Whahaha!

Terug in het hotel is de stamtafel alweer gevuld met vooral Duitse motorrijders. Erg gezellig, maar helaas is mijn woordenschat zo groot als die van een Duitse herder. Om vlot wat terug te zeggen, vul ik al mijn Duitse leemtes maar in met Engels. Ik klink dus ongeveer als General von Klinkerhoffen uit ‘Allo ‘Allo. Maar de Duitsers doen alsof ze het begrijpen, dus hebben we eigenlijk gans geen probleem.

Verstaan gaat me beter af. Totdat een Oostenrijkse motorrijder aanschuift. Grote verhalen natuurlijk weer, maar ik kan er geen touw aan vastknopen. ‘Und dann war er ganz hinuntergefahren und dann hattergesagt: wawawa wiwawaowwowiwiwi!’
‘Hahahahaha!’ buldert de hele groep en ik doe mee. Wat de clou is, ontgaat me. Maar aan de manier waarop het wordt verteld, begrijp ik dat ie is gekomen.

‘Begrijp je eigenlijk wel wat die Oostenrijker zegt?’ vraagt een van de Duitsers me na het zoveelste sterke verhaal. ‘Om eerlijk te zijn: heel weinig,’ antwoord ik. ‘Nou, dat is dan net zoveel als wij! Whahahahahaha!’

Ter verhoging van de feestvreugde vanavond gnocchi met versgeplukte steenzwam.

Pirouette

Het gebied van de Rijnbron wordt omgeven door prachtige bergpassen. De St. Gotthardpas, het rondje Furka-, Grimsel-, Sustenpas. En iets verder de Nufenenpas en de Klausenpas. Daarom zie je hier ook zoveel motorrijders. Als het tenminste droog is. Dat is vandaag nog steeds niet het geval. Maar aan het eind van de middag klaart het op en kan ik in elk geval naar de top van de Lukmanierpas, die om de hoek van hotel Alpsu begint. De pas komt niet echt hoog (1914 m) en telt nauwelijks haardspeldbochten of andere hindernissen. Daarom nodigt hij uit tot een stevige aanval, maar dat kun je maar beter vergeten. Voor de top krijgt hij namelijk een betonnen wegdek en de bijbehorende borden die voor slipgevaar waarschuwen. Ik negeer ze en voel ik voel mijn achterwiel wegschieten als ik door een plas rijd. Ik maak een kwart pirouette, die een tegenliggende automobilist bovenop de remmen doet staan. Puur geluk houd me overeind. Op de terugweg stop ik bij dat punt om te voelen en ga zelfs te voet bijna onderuit.

Maar goed, ’s avonds lekkere lamsbout en nieuwe sterke verhalen.

Grimmig plaatje

Bij het ontbijt heeft chef Martin goed nieuws. ‘Je kunt naar Lai da Tuma! Geen regen meer en vanaf morgen een hele week zon.’ Een half uur later ben ik op weg naar wat mijn zwaarste beproefing in jaren zal worden.

Lai da Tuma ligt een kilometer of vier naast de Oberalppas. Er schijnt een onverharde weg naartoe te lopen, maar die staat op geen enkele wegenkaart, zelfs niet in de Grosser Alpenstrassenführer van Denzel. Als ik de afslag heb gevonden, zie ik op een bord de verklaring. Het is militair gebied en verboden voor motorvoertuigen. Het bord geeft ook aan de er vandaag niet wordt geoefend. Dat lijkt me voldoende om het er toch op te wagen. Ik klauter een steil weggetje op en na een paar haarspeldbochten sta ik bovenop een bergkam die hoger ligt dan de Oberalppas. De vallei voor me heeft genoeg gras voor een kudde koeien, maar de grauwe bergen eromheen, met verse sneeuw op de toppen maken er een grimmig plaatje van.

Op handen en voeten

Een kleine wandelwegwijzer geeft na vier kilometer aan dat Lai da Tuma nu heel dichtbij is. Hemelsbreed slechts 500 m, maar wel 200 m boven me. Rijden kan ik direct uitsluiten, maar zelfs lopen op de met keien bezaaide helling lijkt nog geen optie. Met moeite ontdek ik een wandelspoortje dat om de vijf meter gemarkeerd is met een beschilderde kei. Zigzaggend en zoekend naar de volgende markering klauter ik omhoog, soms op handen en voeten. Het zoute zweet prikt in mijn ogen en gutst van mijn neus. Mijn hartslag zit ver in de rode zone. Om de 150 stappen plof ik neer om op adem te komen. Na een half uur ploeteren kom ik zo bij een waterval van een halve meter breed. Steunend tegen de rotswand doe ik nog een paar stappen omhoog en dan ben ik er. Op 2343 m wacht Lai da Tuma me ijzig kalm op. Ik neem een paar slokken water uit de eerste meters van de Rijn en kijk om me heen. Het meertje heeft de omvang van twee voetbalvelden en ligt in een kom van bergen. Door de beschutting voel ik geen zuchtje wind. Het lijkt het alsof ik in een stadion ben met lege tribunes van een halve kilometer hoog. Onwerkelijk.

Ik loop een stukje langs de oever en vind de plaquette. ‘RHEINQUELLE 1320 km bis zur Mündung’ staat erop. Dit is een logische plek om aan de Rijnmond herinnert te worden. En tegelijkertijd de meest onwaarschijnlijke.

Download de route (trk, gpx, route & itn)

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRK-Rijn_bron.GPX”]

Getest: MASH Dirt Track 6.5

0
MASH Dirt Track 6.5

Wanneer je opgezweept door het 644cc luchtgekoeld eencilinder-blok overenthousiast de motor een bocht in duwt, voel je dat de MASH Dirt Track 6.5 een motorfiets uit het budgetsegment is. Vraag rest of dat erg is. Om dat te beantwoorden, moet je eerst erkennen dat banden als hier gebruikt niet ideaal zijn als je voor strak en voorspelbaar sturen gaat. Het zijn modebanden en zo rijden ze ook. De besturing is vrij vaag onder insturen, maar went desondanks vrij vlot. Eenmaal gewend aan de nukken van het agressief genopt profiel, begint de pret.

MASH maakt goed gebruik van de verlopen licentie van het blok dat Honda ooit in de NX650 Dominator gebruikte. Enkel de emissie-eisen beperken de MASH tot 40 pk, terwijl het originele blok in de Honda 48 pk produceert. Desondanks hangt de MASH beduidend enthousiaster en mooier aan het gas. Starten gaat – zoals bij elke grote eencilinder – met een subtiele terughoudendheid, maar eenmaal lopend reageert het feilloos. Acceleratie is meer dan prima en de motorrem niet hinderlijk.

Beter goed gejat dan slecht verzonnen; MASH heeft haar huiswerk gedaan en het blok echt wel heel goed gejat. Dat blok in dit rijwielgedeelte kan niet anders dan als een funbike omschreven worden. Heel comfortabel is de 6.5 niet, heel snel ook niet en snaarstrak sturen is hem ook vreemd. Plezier maken is de Dirt Track dan weer op het lijf geschreven. De vering is wat zacht terwijl de remmen ruimvoldoende, maar totaal niet overdadig zijn. Hier kan de voetnoot bij dat andere banden daar een groot verschil in kunnen maken.

De 6.5 een motorfiets die keer op keer voor een glimlach op het gelaat zorgt.

Alleen je wilt geen andere banden en je hoeft geen comfort. Je wilt op het oog flattrack-waardig rubber en je wilt dat de motor je vrolijk maakt. Dat is waar de MASH Dirt Track voor bedoeld is. U vraagt en de 6.5 draait. Het Limburgse heuvelland is een perfect voorbeeld van het soort bochtige wegen waarop de Dirt Track het best uit de verf komt – zelfs de steilere heuvels kan ‘ie prima hebben, trouwens. Eenmaal uitgespeeld, is de MASH een motorfiets die je met plezier bij het terras parkeert.

In praktische zin is de Dirt Track dan toch heel beperkt. ABS is aanwezig – en simpel uit te schakelen met een knopje op het stuur; waarom je dat zou willen is de vraag – maar verder is de tank klein en het zadel niet heel lang vriendelijk voor het zitvlak van de berijder. Vreemd genoeg maakt dat niet veel uit. Bochtige wegen daargelaten is de MASH Dirt 6.5 namelijk een gave motorfiets om te zien, prima uit te houden en ook meer dan vlot genoeg voor gebruik in de stad. Zoals het stuur zich richting je handen slingert en je actief op de motor zet, slinger je moeiteloos door stadsverkeer. Allemaal terwijl je het idee hebt met een veel dikkere machine op pad te zijn dan je van een 650-eenpitter zou verwachten. Het geluid blaft lekker door zonder asociaal te worden en de gasreactie biedt meer dan genoeg pit.

Met elke klap die die ene cilinder maakt trapt de Dirt Track je door naar het volgende bochtje.

Overigens doen de banden wellicht aan alsof de 6.5 met plezier een zandpad opvreet, wat we uiteraard getest hebben. De conclusie is kort maar krachtig; doet ‘ie niet. Want terwijl de banden zich nog redelijk staande houden, beperken de op straatgebruik gerichte voorvork en schokdempers offroadgebruik nog het meest. De MASH Dirt Track 6.5 is namelijk niet zo zeer een dirttracker of flattracker; het is een streettracker. De looks zijn voor elkaar, het blokje is meer dan leuk en zelfs op deze – qua uiterlijk wil je ze niet missen – banden is de 6.5 een motorfiets die keer op keer voor een glimlach op het gelaat zorgt.

MASH Dirt Track 6.5

Rekening houdend met de prijs van 6.898 euro en de praktische beperkingen die bij een motor als deze horen, krijg je met de Dirt Track heel veel waar voor je geld. Het is pure pret met een enkele cilinder, vier kleppen en 644cc aan cilinderinhoud. Met elke klap die die ene cilinder maakt trapt de Dirt Track je door naar het volgende bochtje – terug naar die fantasie van als een echte flattrackracer overdwars de bocht in duiken. Alleen zijn die flattrackmachines niet alleen beduidend duurder; ze zijn ook niet straatlegaal. De MASH Dirt Track 6.5 is dat wel – en waar voor zijn geld ook.

Foto’s: Target Press

Zondagmorgenfilm: Wayne Rainey aan het woord

0
Wayne Rainey

Voor de meesten behoeft Wayne Rainey geen introductie. Voor hen die de Amerikaan niet kennen leggen we het zo kort uit, maar verder laten we in deze Zondagmorgenfilm vooral de GP-wereldkampioen van 1990, 1991 en 1992 zelf aan het woord.

Wayne Rainey, geboren in Downey in de staat Californië in de Verenigde Staten, was een rijzende ster in de jaren tachtig. In de VS maakte Rainey naam in het dirttrack, maar in 1984 leek daar verandering in te komen toen hij in dienst van Kenny Roberts in de 250cc-klasse van de Grand Prix ging rijden. Het uitstapje naar het wereldtoneel bleek precies dat; een uitstapje. In 1985 was hij terug in de VS en liet hij zien dat zijn ene jaar op GP-niveau een dwaling was.

Tussen 1985 en 1987 reed Rainey onder meer in de Amerikaanse 250cc-klasse en de toenmalige F1 en AMA Superbike-series. Dat seizoen van 1987 werd een springplank, maar niet per se voor Rainey an sich. Dat seizoen ontstond in de Amerikaanse Superbike-serie een rivaliteit die nooit geëvenaard werd. Rainey knokte dat seizoen hand en tand met ene Kevin Schwantz – de uiteindelijke wereldkampioen van 1993. Schwantz en Rainey als water en vuur omschrijven dekt de lading niet.

Zeker niet wanneer je terugblikt op de Transatlantic Match Races op Brands Hatch in datzelfde jaar. De Transatlantic was een soort landen-competitie tussen de VS en het VK. Rainey en Schwantz kwamen als teamgenoten aan de start, maar waren drukker elkaar het leven zuur te maken dan de Britse concurrentie.

Opnieuw het Grand Prix-avontuur

Het jaar erop ging Rainey op een Yamaha opnieuw het Grand Prix-avontuur aan, ook weer met Team Roberts – in de koningsklasse ditmaal. Aartsrivaal Schwantz trad ook aan in de 500cc-klasse, en wel met Suzuki. In de jaren die volgden bleef de rivaliteit in alle heftigheid voortduren, waarmee de beide Amerikanen elkaar tot waanzinnige sportprestaties dreven. Rainey bleek in het begin van de jaren negentig de sterkere van de twee, toen hij drie jaar op rij de wereldtitel naar zich toe wist te trekken in 1990, 1991 en 1992.

Seizoen 1993 zou het top- en eindpunt van de rivaliteit blijken. Op het circuit van Misano crashte Rainey vanaf de leiding. Op dat moment had de drievoudig kampioen een aardige marge op Schwantz, maar de klapper die bijna het einde van zijn leven zou betekenen, betekende sowieso het eind van zijn carrière. Rainey brak zijn rug en de Amerikaan was verlamd vanaf zijn borst. Schwantz won dat jaar de titel.

Ontbrekende drijfveer

Het wegvallen van Rainey viel voor Schwantz verrassend zwaar. De twee waren wel rivalen en vriendjes onder geen beding, maar rivaliteit is een drijfveer en die drijfveer ontbrak voor Schwantz. Na 1995 nam hij mede daardoor afscheid van de GP-racerij.

De Californiër werd later nog tijdlang teammanager van het Yamaha-fabrieksteam en is nu sinds een aantal jaar de drijvende kracht achter MotoAmerica, dat de Amerikaanse wegracerij organiseert. Bovenal wordt Rainey vandaag de dag nog altijd hoog aangeschreven om zijn racekunde en dan met name de doordachte aanpak en vloeiende, snelle rijstijl.

Video: Youtube
Foto: 2Snap