donderdag 23 april 2026
Home Blog Pagina 1128

Voor jou getest: Stadler Tour Evo

0
Stadler Tour Evo, motorkleding, motorpak, regenpak

Elke zaterdag lees je een recensie over producten die we uitproberen bij het rijden van onze talloze testkilometers.

Niet eerder deed een flinke regenbui me zo weinig dan sinds ik met deze Tour Evo-jas en -broek van Stadler over straat ga. Water heeft namelijk echt geen enkele kans om binnen het pak te geraken. Zowel de jas als de broek is namelijk voorzien van een gelamineerde buitenlaag – die uit drie lagen bestaat – waar vocht en zelfs ook vuil geen grip op krijgen. Het resultaat is dat water er gemakkelijk vanaf loopt en omdat de buitenkant is geïmpregneerd, veeg je vuil met een natte doek zo weg.

Daarbij wordt er gebruikgemaakt van Gore-Tex dat voldoet aan de hoogste standaarden, waardoor het pak ademt zonder vocht door te laten. Het voordeel van dit alles is dat het pak dus niet nat kan worden en niet zwaarder wordt door het extra gewicht van het water. Overigens zitten er ook ontluchtingsritsen aan de voor- en achterzijde, zodat je bij hogere temperaturen niet bang hoeft te zijn
dat je je pak uitdrijft van de hitte.

Protectie

Waar dit Stadler-pak zich echt in onderscheidt is dat deze gelamineerde buitenlagen gemakkelijk zijn te verwijderen. Voor de broek heb je aan beide broekspijpen een lange rits aan de zijkant tot net onder je riem die zowel van boven als van onderen open kan. Van bovenaf kun je dan bij je broekzakken en een extra zak op beide bovenbenen. Van onderaf stap je – mits je de drie lusjes met drukknopen openmaakt die de binnenbroek aan de buitenbroek vastmaakt – zo uit de dunne anti-waterlaag zonder zelfs maar je laarzen uit te hoeven doen. Hetzelfde gaat op voor de jas, al is het doordat je je armen niet helemaal achter je rug kan strekken door de rug- en schouderprotector(s) net even wat gemakkelijker en sneller om hem gewoon uit te doen.

Laat maar waaien

Die protectoren zitten in de binnenjas en -broek, die beide als doorwaaipak fungeren zonder de buitenste lagen. Daardoor heb je altijd de
hoogste bescherming. En het is comfortabel. Met andere pakken moet je lagen aan de binnenkant gaan toevoegen voor warmte en/of
vochtbescherming waardoor je soms een kledinglaag moet uittrekken omdat het pak te strak gaat zitten. Dat is met dit Stadler-pak gelukkig niet het geval. Wat wel gezegd moet worden is dat het pak van zichzelf niet enorm warm is. Aanritsen helpt natuurlijk een stukje, maar doordat de binnenjas met al die Cordura-doorwaaistukken eigenlijk gewoon ‘maar’ een zomerse doorwaaijas is en de
gelamineerde laag niet zo dik is dat het warmte goed insoleert, is het raadzaam om wel iets van een soft shell of thermokleding aan te doen. Staat het kwik boven de 13 graden, dan is dat eigenlijk al niet meer nodig. De broek is overigens een stukje warmer. Daar zitten geen ventilatieritsen in, of je moet de zijkanten deels openzetten.

Al met al is de kwaliteit van deze Tour-Evo-combinatie echt enorm hoog. Door zijn grote veelzijdigheid – met name door de vele zakken en de gemakkelijk te verwijderen buitenlagen – is hij echt al heel gauw mijn favoriet geworden. Maar daar is de prijs dan ook wel naar. Houd je even vast, want we zitten hier echt in de bovenste laag van de all weatherpakken. Bij elkaar kost de combi namelijk 2418 euro. Maar dan wordt je dus ook écht niet meer nat.

Product Stadler Tour-Evo
Prijs Jas € 1469, broek € 949
Maten Jas en broek: heren 48-60, 98-114, 25-30; dames 36-44, 76-80, 19-23
Importeur Perier Motorsport

Ötztaler Gletscherstrasse: de hoogste op 2.829 meter

0

Sinds de aanleg van de Ötztaler Gletscherstrasse kun je bij Sölden ook in de zomer skiën. De weg leidt namelijk naar het hoogst over asfalt bereikbare punt van de Alpen, waar hij aan de voet een van de grootste gletsjers uitkomt.

Maar in half augustus lijkt Sölden meer op een motordorp dan een skioord. Groepjes motorrijders rijden af en aan of hebben plaatsgenomen op de terrassen, waar borden aangeven dat Biker willkommen sind. En wat doen de motorrijders aan de voet van het hoogst bereikbare punt van de Alpen gaat? Ze rijden er massaal voorbij. Negen van de tien gaan de Timmelsjoch naar Italië op. Een fantastische pas, daar niet van, maar na afloop hoor je ze klagen dat het veel te druk is geworden. En dan heb je nog eens die mafkezen met hun veel te brede Lambo’s en Ferrari’s die er in het weekend een potje komen blaffen. Ergerlijk.

Toch zijn er wel een paar redenen te bedenken waarom vrijwel iedereen de Ötztaler Gletscherstrasse vandaag overslaat. Een ervan is dat het VVV me vertelt dat het laatste deel van de weg is afgesloten. De enige juiste reactie op die mededeling is: ‘Dat zullen we nog wel eens zien.’ Ik ben namelijk op een BMW 1200 GS, dus ben ik volstrekt unstoppable. Lees de advertenties maar.

Tien keer kehren

In alle rust begin ik dus aan de 14 km lange klim naar de top, die op 2829 m ligt. Dat komt neer op bijna 1500 m klimmen vanaf Sölden. Verwacht desondanks geen haarspeldbochtencircus, integendeel. De hele weg telt slechts tien ‘Kehren’. Stijgen gaat via lange rechte lijnen van rond de tien procent. En dat moet een tweede reden zijn waarom de Ötztaler Gletscherstrasse weinig populair is onder motorrijders.

De derde reden doemt noemt vijf kilometer op. Een Mautstation. Ik schrik me een ongeluk. Want maut is tol. Nadat mijn hartslag tot onder de 120 is gezakt, betaal ik vijf euro. Maar op de Timmelsjoch ben je het dubbele kwijt, dus die reden telt niet echt.

Daarna gaat het snel omhoog. Mijn oren ploppen een keer of twee, ik moet even stoppen omdat ze de weg aan het verbreden zijn en vervolgens rijd ik een tunnel in. Aan het eind van de tunnel staat een bordje met de hoogte: 2829 m. ‘Ben ik er nou al?’ denk ik. Van een afsluiting heb ik niets gemerkt. En voordat ik ook maar iets van rijsensatie hebt gevoeld, sta ik op het hoogste punt. Dat moet reden drie tot en met twaalf zijn waarom motorrijders deze weg links laten liggen.

Groots en geweldig

En toch hebben ze ongelijk. De weg mag dan simpel zijn, dan omgeving waarin je terecht komt is groots en geweldig. Een ijswereld waarin gletsjers de altijd verbijsterende ravage van afgesleten rotsen, puin en keien hebben aangericht. Een decor waarin je zelf niet groter bent dan een kiezelsteentje, met rondom zicht op toppen boven de drieduizend meter. En dan kun je vlak voor de tunnel ook nog een uitstapje maken van een kilometer naar de parkeerplaats van de Tiefenbachferner die op 2800 m hoogte ligt. Heb je in eenvoudig ritje toch maar even het hoogste en twee na hoogste asfaltpunt van de hele Alpen bereikt. Bijkomen van al dit moois kun je in het restaurant bij de skilift, die je vlak na de tunnel bereikt.

Heb je toch een beetje een kater van de weg opgelopen, rijd dan door naar de Kaunertaler Gletscherstrasse, die zal alles meer dan goed maken. Het goede nieuws is dat die hemelsbreed nog geen twintig kilometer verderop ligt. Het slechte is dat je er over de weg 125 km voor nodig hebt.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRK-Alpentoppen.GPX”]

 

 

 

 

 

 

Kwellende gedachte: nieuwe Suzuki Hayabusa

0

Sinds afgelopen jaar volgen we de geruchten rond de nieuwe Hayabusa. De supersonische Suzuki zou een groter (turbo)blok krijgen, een agressiever ontwerp en nog veel meer. Zoveel zelfs dat de liefhebber van deze motoren meer keuze heeft dan alleen de Kawasaki Ninja ZX-14R. Zoals zo vaak: de geruchtenstroom blijkt voor dit jaar allemaal zou, zou te zijn geweest.

Onlangs heeft Suzuki de 2020 Hayabusa onder het doek getrokken. En wat kwam er onder vandaan? Het tegenovergestelde van wat we verwacht hadden. Alles blijft bij het oude. Het blok (197 pk €9.500 tpm, 155 Nm @ 7.200 tpm), het design. Alleen de kleuren zijn anders: Candy Daring Red en Metallic Thunder Gray. Ook ongewijzigd: een nieuwe Hayabusa staat nergens bij een Europese dealer. Die voldoet immers niet aan de strenge Euro5-normen. Voor een nieuwe moet je naar de USA, waar ie wel in de Suzuki-brochure staat.

Droom of niet?

Maar er is hoop. Het nieuws rond een echt nieuwe Hayabusa bereikt ons in puzzelstukjes, die we uit flardjes nieuws peuteren als patentaanvragen en octrooien. Zoals het patent waarin de positie van de sensor van de versnellingsbakindicator wordt beschreven. Bijgevoegde schetsen laten ook stukjes van het frame zien. En ‘goed ingevoerde bronnen’ beweren dat het frame een stuk moderner en lichter zal zijn dan het exemplaar van het voorgaande model. Ook beweren ze dat het blok (vier-cilinder-in-lijn) meer inhoud krijgt dan het huidige blok van 1.340cc.

Nog interessanter: het patent suggereert het gebruik van een conventionele versnellingsbak. Eerder dit jaar doken soortgelijke schetsen op waarin een gecompliceerde DCT-bak werd beschreven. En dat pookt het geruchtenvuurtje weer wat op: is de nieuwe Hayabusa straks verkrijgbaar met twee versnellingsbakken waaruit je kunt kiezen? Deze sporttourer met een DCT zien wij wel zitten.

Wil je de motorwereld écht overtuigen, moet je met meer komen dan alleen een zwaarder blok en een slimme versnellingsbak. Om het de eerder genoemde Kawasaki echt moeilijk te maken, ontkom je niet aan een modern/uitgebreid elektronicapakket dat bestaat uit ride-by-wire, veel meer dan de huidige drie rij-instellingen, onmogelijk veel keuze uit wanneer de traction control moet ingrijpen, IMU, bochten-ABS, wheeliecontrole en noem maar op.

Maar goed, voor 2020 lijkt een ‘Europese’ Hayabusa een mooie droom. Jammer, want het is dit jaar 20 jaar geleden dat we voor het eerst van de Hayabusa hoorden. Daarentegen blijft voor 2021 natuurlijk nog van alles mogelijk.

Harley van Elvis breekt geen record

0
elvis presley harley-davidson

Een Harley-Davidson FLH 1200 Electra Glide uit 1976 van Elvis Presley is verkocht voor ‘slechts’ 800.000 dollar. De verkoopprijs lag erg enthousiast ingeschat tussen de 1.750.000 en 2.000.000 dollar. Toch doen Harley-Davidsons van sterren het altijd goed in de verkoop.

HD van Arnie en de paus

De 1959 FLH Panhead Duo Glide van rock & roll-ster Jerry Lee Lewis ging in 2015 voor 385.000 dollar van de hand. Lewis kreeg de motorfiets ooit cadeau van Harley-Davidson. De Fat Boy waarop Arnold Schwarzenegger in de film Terminator 2 Judgment Day reed deed het met 512.000 dollar nog een stukje beter. Het is daarmee de op twee na duurste Harley-Davidson ooit. Voor een 1907 Harley-Davidson ‘Strap Tank’ eencilinder werd ooit 715.000 dollar neergelegd.  Van rock & roll is bij paus Franciscus geen sprake, maar een Harley-Davidson van de paus bracht ooit 327.000 dollar op.

Fonz en Brando

De echte rock & roll kleeft aan de gat van de Fonz uit de serie Happy Days. De 1949 Triumph 500cc Trophy van acteur Henry Winkler ging in 2018 als duurste Triumph ooit voor 179.200 dollar van de hand. De Husqvarna van King of Cool Steve McQueen was goed voor een indrukwekkende 230.000 dollar terwijl de Ariel Cyclone 650 van Buddy Holly voor 450.000 van de hand ging. Daarbij vergelen is de 256.000 dollar voor Marlon Brando’s 1970 Harley-Davidson FLH Electra-Glide een fooitje.

Altijd binnen gestaan, zgan

De motorfiets van Elvis Presley stond dertig jaar lang te schitteren in het Pioneer Auto Museum. De dikke twin met een door Elvis bedacht kleurenschema heeft slechts 203 kilometer op de teller. Eigenlijk had de verkooptekst dus kunnen luiden: Harley-Davidson FLH 1200 Electra Glide te koop, zgan, altijd binnen gestaan, van een oud rockertje geweest.

Inhoud, routes & video’s Promotor 07/19

0
Cover Promotor 7/19

Toeren

Duitsland: 30 jaar vrijheid in de Rhön

Dertig jaar geleden gebeurde het onvoorstelbare. De Berlijnse Muur viel en scheurde in zijn val het IJzeren Gordijn open. De strengbewaakte Zonegrenze tussen Oost- en West-Duitsland verdween, Duitsland werd met de Wiedervereinigung weer één land.

Lees verder

Alpen: Seven Summits

De Seven Summits zijn de hoogste bergen van de zeven Alpenlanden, een fantastisch motorschouwspel tussen de drie- en vierduizend meter. Ook de bijrollen zijn goed bezet, met passen die je altijd graag ziet – of het nu de eerste, de tweede, de derde of de vierde keer is – en die je niet, zoals de meeste bergen, alleen van onderaf beleeft.

Lees verder

TTT6: Vanuit het centrum van MotorNL

De Randstad. Het blijft een bijzonder fenomeen. Er zijn mensen, ook in motorkringen, die zeggen: daar zou ik nooit willen wonen. Te druk. Die komen waarschijnlijk nooit verder dan de Dam en consorten. Want druk… Rijd deze TTT6 en je verbaast je over de leegte, de stilte, het groene karakter. Vertrek en aankomst in het hoofdkantoor van MotorNL

Lees verder

Promotor Reizen

Motoren getest

  • BMW R1250 RS
  • Suzuki GSX-S1000A Katana
  • Toertest: KTM 1290 Super Duke GT
  • Harley-Davidson LiveWire
  • Topstaat: Kawasaki Versys 1000
  • Yamaha Niken GT
  • Yamaha XSR700 Tribute
  • KTM 790 Adventure
  • Kawasaki W800 Street

Spullen

Integraalhelmen met zonnevizier

Koning Willem-Alexander naar de motocross

0
willem-alexander bij monx

De Motocross of Nations kleurt letterlijk oranje. Niemand minder dan Willem-Alexander is toeschouwer van de afsluitende manche en de huldiging van de winnaars. Voor de wedstrijd brengt hij een bezoek aan de paddock om het Nederlandse technische team te ontmoeten. Na afloop ontmoet hij de rijders van TeamNL.

De koning staat bekend als sportliefhebber en is regelmatig te zien bij grote sportevenementen. Op 29 september is hij in Assen bij de MXoN hopelijk getuige van een historische dag voor het Nederlandse motorcross. Het is Jeffrey Herlings – die de wereldtitel door blessureleed wel kan schudden – alles aan gelegen om de winst te pakken. De zandbaan ligt hem goed, in 2018 pakte hij in zijn thuiswedstrijd de wereldtitel.  Met een sterke Glenn Coldenhoff en Roan van de Moosdijk of Calvin Vlaanderen is Nederland topfavoriet.

Vergeten Prototype: Suzuki Stratosphere

2
Vergeten Prototype

Licht uit, spot aan. Opzwepende muziek zwelt aan en een oorstrelend en gelijktijdig trommelvlies doorborend uitlaatgeluid vult de ruimte en gehoorgangen van de toegestroomde pers op de Tokyo Motor Show van 2005. Wat vervolgens het podium op gerold wordt is de Suzuki Stratosphere. Iets heel speciaals.

Speciaal als die Stratosphere was, zou hij deze rubriek niet halen als we je inmiddels konden vertellen hoe de opvallende zescilinder van Suzuki rijdt. Ondanks een panklare verklaring van Suzuki in 2007 dat we ons op konden maken voor een productiemodel, bleek die verklaring zo geloofwaardig als de notie dat Harley-Davidson een allroad zou kunnen maken – oké, misschien niet de beste vergelijking.

Desondanks waren de media toentertijd vol van de Suzuki Stratosphere. Alleen al afgaand op het uiterlijk; wat je op het oog kon zien. Dan nog de beloftes van Suzuki dat er meer was dan je in op het eerste gezicht opviel.

Te beginnen met de krachtbron, want zomaar een zescilinders was het niet. De enige zescilinder die in 2005 nog van de productieband rolde, was de Honda GL1500 Gold Wing. Al was dat een boxer, die ondanks de eveneens complexe constructie nog steeds minder ingewikkeld was dan een in de breedte geplaatste zes-in-lijn. In 2011 kwam BMW wel met de K1600-serie, dus onhaalbaar was het nooit. Desondanks werd het zaadje voor het schrappen van de Stratosphere mogelijk al geplant toen Suzuki de lat in de hoogste sport legde.

Vergeten Prototype

135 Nm koppel op afroep

Behalve het duidelijk in lijn met de Katana van weleer gepende ontwerp, was de Stratosphere mede bedoeld om de Hayabusa op te volgen. Suzuki sprak namelijk van maar liefst 135 Nm koppel, wat vanaf het lossen van de koppeling beschikbaar was. Stel je dat voor; 135 newtonmeter trekkracht op afroep van stationair tot de toerenbegrenzer…

Vermogen zou de naar verluidt 1100cc zespitter ook meer dan zat hebben. Anno 2019 kijken we er bepaald niet meer op van, maar met 180 pk zou de Stratosphere ruim tien procent meer vermogen hebben dan de GSX-R1300 Hayabusa toen had. En dat terwijl het blok – ondanks zijn twee extra cilinders – toch twee volle centimeters smaller was dan het Hayabusa-blok. Suzuki had de cilinders namelijk enorm dicht op elkaar geplaatst in een poging zo veel mogelijk kracht uit een zo compact mogelijk blok te trekken.

Vergeten Prototype

Niet heel gek als je bedenkt dat Suzuki volgens de overlevering in aanloop naar het MotoGP-viertakttijdperk aan een zescilinder GP-machine zou hebben gewerkt. Ze waren er dus al handig in geworden, zelfs al kwam de zespits-GSX-RR er nooit.

Wat luxe? Veel luxe!

Aangezien de Stratosphere een sporttoerder in optima forma moest worden, werd er ook op wat luxe ingezet. Wat luxe? Veel luxe!

Oké, het kuipwerk op het prototype was opgetrokken uit plaat aluminium. Dat zou waarschijnlijk het productiemodel niet gehaald hebben. ABS-kunststof is niet alleen een stuk goedkoper om te produceren; het is ook eenvoudiger te repareren.

De ruit is elektrisch in hoogte verstelbaar, GPS was ingebouwd, Bluetooth-verbinding was standaard en alle verlichting was in LED uitgevoerd. De motor starten zou sleutelloos gaan, montagepunten voor de koffers waren volledig onzichtbaar wanneer je de koffers eraf haalde en de stuurhelften, bestuurders- en bijrijderssteunen waren allemaal verstelbaar. Comfort moest op geen moment een probleem zijn; zo veel is duidelijk.

Vergeten Prototype

Dat de zescilinder qua versnellingsbak ook nog met een semi-automatische transmissie was uitgerust, had hem niet alleen een concurrent voor de Kawasaki 1400 GTR gemaakt, maar ook de Yamaha FJR1300. Hij had alles; hij zou alles hebben.

Alleen ergens tussen de bevestiging van een productiemodel in 2007 en nu werd de stekker eruit getrokken. Ergens wrong de schoen. In 2008 kwam de Hayabusa terug, ditmaal als 1400, en waarschijnlijk was dat de nagel aan de doodskist van de Stratosphere.

BMW pakte met de K1600 wel door, maar verder lijkt geen enkel met de zes-in-lijn terug in een motorfiets te gaan hangen. Niet in de nabije toekomst ten minste.

In de rubriek Vergeten Prototype blikken we terug op de meest spraakmakende prototypes die in de ijskast verdwenen.

Foto’s: Suzuki

De Alpen: Seven Summits

0

De Seven Summits zijn de hoogste bergen van de zeven alpenlanden, een fantastisch motorschouwspel tussen de drie- en vierduizend meter. Ook de bijrollen zijn goed bezet, met passen die je altijd graag ziet of het nu de eerste, de tweede, de derde of de vierde keer is en die je niet, zoals de meeste bergen, alleen van onderaf beleeft.

Reisgenoot reinier is zelf een tweeduizender. Met 2.000 millimeter behoort hij tot de zeer groot uitgevallen mensenexemplaren. Op de een of ander manier past zijn postuur gewoon niet bij waar hij tot nu toe het liefst reed: de binnendijkjes op een koffie- en snackrondje tussen arnhem en rotterdam. Tijd om daar verandering in te brengen. Het wordt tijd dat de man van twee meter toepasselijkere reisdoelen in het vizier neemt. En waar kan dat beter dan in de alpen? Dus op naar de seven summits, de hoogste toppen van de zeven alpenlanden. Daarvoor hoef je niet meteen een bergbeklimmersuitrusting mee te nemen, want met een yamaha tracer 900 kan het ook. Heel goed zelfs.

Mont Blanc

Eerst een lange snelwegrit richting Zwitserland via een route naar keuze, dan lekker sturen op de fenomenale paswegen over de Col de la Forclaz, want dankzij het overzichtelijke verloop kun je er een goed tempo op na houden. Door Chamonix en Les Houches tot aan de afslag omhoog naar Merlet, een dierenpark met uitzicht op de Mont Blanc. Wat als gevolg van weelderige flora en ware ‘wolkenbergen’ geenszins vanzelfsprekend is, want de met zijn 4.810 meter hoogste berg van Frankrijk – en zelfs de hele Alpen – blijkt vaak behoorlijk mensenschuw. Nog minder is het uitzicht in de tunnel onder de Witte Berg, die we na een comfortabele nacht in Chalet Hôtel Les Capanules gebruiken om met de nodige tijdsbesparing via Aosta bij ons volgende doel in Italië aan te komen. Door dit afsnijden voelen we ons wel een klein beetje als Japanners die ‘The Alps in four days’ doen.

Gran Paradiso

De volgende piek. In Italië is dat de 4.061 meter hoge Gran Paradiso. We naderen vanuit het filegevoelige Aosta-dal via een geasfalteerde achtbaan omhoog naar het hooggelegen dal Valsavarenche. Geen doorgaand verkeer, dat scheelt. De Tracer verliest op hoogte wat pk’s en laat in de haarspeldbochten bij Imrod merken dat hij weliswaar van helemaal onderuit kan trekken, maar liever wat meer toeren maakt. Uiteindelijk staan we met twee stukken taart in de kiosk van camping Pont Breuil, het eindpunt van deze kloof. Wat geeft het dat we de Gran Paradiso alleen op een ansichtkaart in volle glorie zien, we hebben lekker gereden! Terug naar Aosta, daarna vlot over de grandioze Col du Grand St. Bernard en een verbindingsetappe tussen Martigny en Visp tot aan de volgende top in Zwitserland. Wie denkt dat daar de Matterhorn de hoogste is, zit ernaast, zij het maar net.

Dufourspitze

Hij meet 4.634 meter, de Dufourspitze, en is daarmee 156 meter hoger dan de markante Matterhorn. Voor de overnachting in de aanloop naar de bergtop hebben we daarom niet Zermatt, maar Saas Fee in een dal verder uitgekozen. We belanden echter een paar kilometer verderop in Saas Grund, bij Mira’s pension Schönblick, Restaurant und Gästezimmer. Vakantie zoals dertig jaar geleden, simpel en authentiek. De eetzaal is een voormalige disco, de kamers zijn zonder opsmuk, maar direct voor je als je uit het raam kijkt: de Mischabel, alias Mistgabel. Een bergmassief waarvan de hoofdpiek, de Dom, met 4.545 meter de hoogste berg is en waarvan de basis volledig in Zwitserland staat. De Dufourspitze staat daarentegen al met één been in Italië.

De Seven Summits

Montblanc (4.810 meter), Frankrijk
Dufourspitze (4.634 meter), Zwitserland
Gran Paradiso (4.061 meter), Italië
Großglockner (3.798 meter), Oostenrijk
Zugspitze (2.962 meter), Duitsland
Triglav (2.864 meter), Slovenië
Vordere Grauspitze (2.599 meter), Liechtenstein

Donderdagmorgen al om zes uur licht onder een azuurblauwe hemel de roodbruine Dom op. Wat kunnen hoogtemeters, coördinaten en landsgrenzen dan nog schelen, die berg is de mijne! Wat telt, is de weg naar boven. Die is vanaf hotel Schönblick tot aan het einde van het dal bij het Mattmark-stuwmeer tegelijk ontspannend en vol met haarspeldbochten. Een feest, ongeacht of je ergens de Dufourspitze kunt herkennen. In plaats van ansichtkaarten van de Zwitserse Summit zijn er in Saas Grund trouwens alleen maar exemplaren van de Dom te vinden. Maar ja, wie vraagt er in Amsterdam nu ook naar souvenirs van Feyenoord.

Passen rijden

De ploeg is de ster. Analoog aan deze voetbalwijsheid geldt voor de volgende etappe: in plaats van de volgende piek is de ‘passenploeg’ de ster. Die staat er garant voor dat er flink op- en afgereden kan worden. We lopen warm door het brede dal van de Rhone, langs oeroude houten huizen die als toeschouwers langs het speelveld staan, voordat in Gletsch de slingers van de Grimselpas opduiken, als een reusachtige spaghetti. Die gaan we vandaag echter niet verorberen, want we slaan rechtsaf naar de Furkapas, die al in 1964 een zekere James Bond in Goldfinger onzeker maakte. Ook daar genoeg haarspeldbochten, wat de 28 kilometer over de pas tot een magneet maakt voor motorrijders van elke soort, van routinier tot debutant. ‘Sommigen vallen bij het groeten bijna van hun motor’, merkt Reinier op. En stelt na de volgende klassieker, de Klausenpas: ‘Op het eerste stuk heb ik meer links langs de rotswand dan rechts naast de afgrond gereden. Die dunne palen voor de vangrail zien er uit als tandenstokers. Je moet hier geen hoogtevrees hebben.’

Bikini-klettern

Maar waar is nu de Vordere Grauspitze, de hoogste berg van Liechtenstein, verstopt? De piek meet 2.599 meter en is beslist de minst bekende van de Seven Summits. In elk geval is er in het kleine vorstendom, behalve voor kastelen en financiële constructies, ook nog ruimte voor een bochtige weg: de route van Triesen naar Malbun. Daarop gaan we op zoek naar een uitzicht op de gezochte bergpiek. Tevergeefs. We krijgen echter nog wel een flinke adrenalinestoot, waaraan een voor ons uit razende Subaru Impreza niet geheel onschuldig is. We rijden ons doel Malbun binnen, waar we kamers betrekken in het functionele, geheel uit hout opgetrokken Alpin-Resort JUFA. Op de balie van de receptie ligt een flyer met de aankondiging ‘Bikini-klettern am Eisturm in Malbun’, gesierd met een ‘coole’ blondine. Het beklimmen van die ijstoren klinkt ineens als een boeiende sport.

We trekken ’s morgens onze Lederhosen weer aan en bij de afdaling in het levendige Rheintal krijgen we toch nog – inmiddels goed geïnformeerd – een uitzicht op de Grauspitze. Vaduz, Feldkirch, Bludenz: bij wijze van spreken ogen dicht en erdoorheen.

Zugspitze

Een voetbalwedstrijd duurt negentig minuten en soms moet je op de volgende treffer nu eenmaal geduldig wachten. Vandaag rijden we naar Stuben, waar we op de Dritte Arlberg Automobil Renn Slalom stuiten. In het startveld zien we krasse auto’s uit het tijdperk van de stomme film. De voetsteunen schrapen over het asfalt op de Flexen-pas, grote massa’s vakantievierders in Zürs en Lech, kronkelweggetjes tot aan Warth en dan schakellui in de zesde versnelling door het Lechtal richting Reutte. We rijden de afslag naar de geweldige Hahntenjoch voorbij, maar niet die naar het Namloser Tal. Ook weer een schier eindeloos lint van kunstzinnig gevormde bochten.

We maken een pitstop in Berwang op het terras van Restaurant-Café Mirabell, met Apfelstrudel en uitzicht op de Zugspitze. Als je wilt, kun je met een kabelbaan de hoogste berg van Duitsland op: 2.962 meter meet de piek. Je kunt gaan vanaf de Eibsee bij Garmisch-Partenkirchen of anders met de Tiroler Zugspitzbahn vanaf Ehrwald. Per rit kost het € 46,50. Wij slaan even over, want we hebben motoren voor onze plezierritten. De ‘Top van Duitsland’ bekijken we dus van een afstand en we reizen verder.

Großglockner

Nog ruim 220 kilometer tot aan Servus Großglockner. Via Vorderriß, de Achensee en de Gerlospas – waarvan de weg met zijn vele haarspeldbochten elke keer weer een genot is om te rijden – komen we in elk geval tot aan Mittersill, waar we onderdak vinden in Hotel Wieser. Het Weiszhaus blijkt ook om tien uur nog pizza te serveren. En wat krijg je op de Großglockner Hochalpstraße voor een tol van € 26,-? Nou, een technisch meesterwerk, door middel van ettelijke tunnels gevormd tot een totaal kunstwerk van 48 kilometer en 36 haarspelden. Het hoogtepunt is de Edelweissspitze met zijn legendarische klinkerpassage, een uitzichttoren en de bijna buitenaardse overnachtingsmogelijkheid in de Edelweisshütte op 2.572 meter hoogte. Vergeleken met deze serene plek lijkt vervolgens de Kaiser-Franz-Josefs-Höhe meer op een kermis, met een enorme parkeergarage zoals bij een winkelcentrum. De koopwaar: uitzicht op de 3.798 meter hoge Großglockner, de Summit van Oostenrijk. En uitzicht op de Pasterze, ooit het eeuwige ijs, waar je de gletsjer langzaam kunt zien sterven. Hier is de klimaatverandering in elk geval zichtbaar.

Triglav

Vierenhalf uur later volgt de zevende Summit: de 2.864 meter hoge Triglav in Slovenië. We hebben de verkeersarme Naßfeld-pas met zijn twee gezichten inmiddels achter ons gelaten. Twee gezichten, want op de noordflank heb je prachtig asfalt om heerlijk op te sturen, maar op de zuidflank ligt er verweerd wegdek met spoelgaten en een tunnel met een krappe, knijpende haarspelbocht erin. Nu gaan we dus nog een laatste keer het landschap afzoeken, nu op zoek naar de Triglav. Voor bergbarbaren als wij is het niet zo gemakkelijk om de ‘driekop’ te vinden tussen al zijn gelijkvormige soortgenoten in de Julische Alpen. Maar zo erg is het niet, want de steile Skrlatica-wand en andere scherpe tongbrekers langs de Vršič-pas met zijn 49 haarspeldbochten – die deels met klinkers zijn geplaveid – door het nationaal park Triglav zijn prachtige alternatieven en dus completeren we onze piekenverzameling gewoon met nog een extra ansichtkaart.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRK-Seven_Summits.GPX”]

Download, GPX, GDB, ITN

Reisinformatie

Als boeien in een stormachtige zee markeren de Seven Summits de hoogste bergpieken van de zeven Alpenlanden. Met de motor kom je weliswaar niet op de toppen zelf, maar de zee aan rotsen rondom de Summits is gevuld met fantastische passen en dalen. Alleen daarvan word je al bijna duizelig, zoveel moois zie je om je heen. En als je echt verder naar boven wilt, dan neem je een kabelbaan of je trekt de wandelschoenen aan.

Heenreis

Vanaf bijvoorbeeld Rotterdam is het over de snelweg via Brussel, Dijon en Genève ongeveer 930 kilometer naar Chamonix aan de voet van de Mont Blanc. Als alternatief voor deze volgens de routeplanner snelste, maar niet kortste route kun je ook de 900 kilometer lange route via Luxemburg en Lausanne nemen, waarbij je het laatste stuk rijdt vanaf Martigny over de bochtenrijke Col de la Forclaz.

Reisperiode

In verband met passluitingen vanwege sneeuw zijn veel Alpenpassen doorgaans slechts van juni tot oktober berijdbaar.

www.ace.de (ga onder ‘Reisen’ naar ‘Reiseinformationen’ naar ‘Alpenpässe’).

Hotels

– Niet ver van Chamonix, met uitzicht op de Mont Blanc, het rustige Chalet hotel Les Campanules, route de Coupeau 450, F-74310 Les Houches, tel: 00-33-450544071, www.hotel-campanules.com.

– Aan de Italiaanse kant van het Mont-Blanc-massief vind je aan het einde van de Val Ferret het Hotel Lavachey, Località Lavachey 1, Val Ferret C.P. 5, I-11013 Courmayeur Mont Blanc, tel: 00-39-0165869723, www.lavachey.com.

– Geen luxe, maar wel zicht op de Dom, de hoogste berg die volledig in Zwitserland staat, biedt Pension Schönblick, Zer Briggu, CH-3910 Saas-Grund, tel: 00-41-279572249, www.ferienhaus-schoenblick.ch.

– Zoals de naam belooft: bovenop de pas staat het nostalgische Hotel Klausenpasshöhe, Klausenstrasse 91, CH-6465 Unterschächen, tel: 00-41-418791164, www.klausenpasshoehe.ch.

– Via een bochtige bergweg kom je in Liechtenstein bij het familiehotel Hotel Turna Malbun, Im Malbun 55, FL-9497 Triesenberg, tel. 00-423-2655040, www.turna.li; in dezelfde plaats is er ook het functionele JUFA Hotel Malbun Alpin Resort, Malbunstrasse 60, FL-9497 Malbun, tel: 00-423-3992000, www.jufa.eu/hotel/malbun.

– Duidelijk dichter bij het Namloser Tal dan bij de Zugspitze ligt het Gästehaus Zugspitzblick, Berwang 133, A-6622 Berwang, tel. 00-43-56748375, www.mirabell-zugspitzblick.at.

– Met het Nationale parkcentrum Hohe Tauern bijna voor de deur: Hotel Wieser, Hintere Landstraße 31, A-5730 Mittersill, tel: 00-43-65624340, www.hotel-wieser.at.

– Omgeven door 37 drieduizenders kun je bij de Großglockner zeer exclusief overnachten in de Edelweisshütte, Taxenbacher Fusch 100, A-5672 Fusch an der Großglocknerstraße, tel: 00-43-65457425, www.edelweissspitze.at.

– Langs de noordelijke opgang naar de Vršič-pas heb je in Kranjska Gora bijvoorbeeld Pension And Restaurant Milka, Vršiška cesta 45, SL-4280 Kranjska Gora, tel. 00-386-70169566, www.pensionmilka.com.

Kamperen

Op de volgende locaties kun je je tent pal langs de beschreven route opzetten:

– Hobo Camping in Val Veny, www.campinghobo.com.

– Camping Schönblick’ in Saas Grund, www.campingschweiz.ch.

– Camping Pont Breuil im Valsavarenche, www.campingpontbreuil.com.

– Zugspitz Resort aan de Oostenrijkse kant van Duitslands hoogste berg, www.zugspitz-resort.at/camping/campingurlaub-tirol-zugspitze.

– Nationalpark Camping Großglockner’ aan de Hochalpenstraße, www.nationalpark-camping.at.

– Camping Trenta Sergej Bolčina s.p, ten zuiden van de Vršič-pas en direct aan de bergrivier Isonzo, www.soca-trenta.si/en.

Trips naar de toppen

– Vanaf Chamonix zweeft de kabelbaan omhoog naar de witte wereld van de Mont Blanc, naar de 3.842 meter hoge Aiguille du Midi, www.chamonix.com/aiguille-du-midi.

– Voor de Zugspitze zijn er zelfs drie comfortabele mogelijkheden: vanaf de Eibsee bij Garmisch-Partenkirchen een kabel- en een tandradbaan, vanaf Ehrwald de Tiroler Zugspitzbahn, www.grainau.de/preise, www.zugspitze.de, www.zugspitze.at.

– De gemakkelijkst op eigen kracht te bedwingen vierduizender van de Seven Summits is de Gran Paradiso, start van de beklimming vanaf de schuilhut Rifugio Vittorio Emanuele II, te bereiken via Pont aan het einde van de Valsavarenche, www.rifugiovittorioemanuele.com.

Literatuur en kaarten

‘The Seven Summits der Alpen’ van uitgeverij Bruckmann (€ 26,99) beschrijft 42 droomreizen op en rond de hoogste pieken van de zeven Alpenlanden.

Voor het overzicht is er de scheur- en waterbestendige wegenkaart Alpen (schaal 1:550.000), Reise Know-How Verlag, € 9,95. Daarnaast eventueel gedetailleerde landkaarten, van Michelins regiokaart 523 Rhône-Alps (1:200.000) voor € 10,95 tot Slovenië (1:150.000) van Freytag & Berndt voor € 10,90.

Websites

www.france.fr; www.chamonix.com; www.italia.it; www.lovevda.it; www.myswitzerland.com; www.saas-fee.ch/de/saastal; www.liechtenstein.li; www.gapa.de; www.austria.info; www.grossglockner.at; www.slovenia.info; www.alpenpass.co; www.alpenrouten.de; www.seven-summits-der-alpen.de.

2020 kleuren Yamaha R6, R3 en R125

0
2020 kleuren Yamaha

Yamaha komt met 2020 kleuren van de R6, R3 en R125 modellen. Yamaha doet zijn uiterste best om de 2020-sportmodellen als twee druppels water te laten lijken op de racers van het officiële Yamaha Racing Team. De kleur Icon Blue komt namelijk wel erg bekend voor. Het nieuwe kleurschema bombardeert de YZF-R6, YZF-R3 en de YZF-R125 tot de kleine broertjes van de YZR-M1 MotoGP-wegracer. Voor de R3 en de R125 heeft Yamaha in 2020 bovendien een Sport Pack ontwikkeld.

YZF-R6
De R6 is volgend jaar verkrijgbaar in het Icon Blue en Midnight Black. De supersport kreeg in 2017 van Yamaha een tweede kans.

YZF-R3
De Yamaha YZF-R3 is in 2020 verkrijgbaar in het Icon Blue en Midnight Black. Het Sport Pack voor deze kleine sportieveling bestaat uit: een lichtgewicht kentekenplaathouder, een endurance kuipruit, LED-knipperlichten, valblokken en een tankpad. Het pakket geeft de R3 die in 2018 het daglicht zag een nog sportiever tintje.

YZF-R125
De kleine Yamaha 125 is in 2020 verkrijgbaar in drie kleuren. Naast het bekende Icon Blue is dat Tech Black en Competition White. Het Sport Pack voor de kleinste sportieveling bestaat uit: een lichtgewicht kentekenplaathouder, een endurance kuipruit, LED-knipperlichten, valblokken en een tankpad.

 

Kaunertaler Gletscherstrasse: verborgen sensatie op 2.750 meter

0

Het Kaunertal heeft net als het nabijgelegen Ötztal een weg die naar een zomerskigebied loopt. Het eindpunt ligt op 2750 m, iets lager dus dan bij de buren. Maar in alle andere opzichten is de Kaunertaler Gletscherstrasse de absolute topper.

Een aanwijzing hiervoor is een enorm motorhotel, vlak voor het slaperige plaatsje Feichten. Hotel Weisseespitze is niet alleen groot, maar mag zich ook nog eens het eerste officiële BMW Test-Ride hotel noemen. Dat betekent dat je hier op een aantal nieuwe modellen tekeer mag gaan voor een zacht prijsje. In 2008 hebben ze onder meer de F 800 GS in de uitgebreide renstal. En dan spreken ze hier ook nog Nederlands.

Vlak na Feichten kom ik bij het enige smetje van dal. Een tolhokje, ja. En bij deze betaal je het dubbele van de Ötztaler Gletscherstrasse. Tien euro dus. Maar de weg is twee keer zo lang, telt drie keer zoveel bochten, is vier keer zo mooi en er zit een leuk meisje achter de kassa. Dus vooruit dan maar.

Kurven & Kehren

Na de slagboom houdt de bewoonde wereld zo ongeveer op en slinger ik zes kilometer lang door bebost gebied naar boven. Een bord attendeert op overstekende steenbokken, maar een waarschuwing voor de wilde bergragger zou meer op zijn plaats zijn. Dit zijn namelijk de weggetjes die het motorhart sneller doen slaan. Veel herrliche Kurven en in totaal 29 Kehren (haarspeldbochten), die op bordjes van 29 naar 1 worden afgeteld. De meeste motorrijders doen het redelijk rustig aan, enkelen gaan akelig hard en weten dan niet altijd binnen hun lijnen te blijven. Oppassen dus voor uitwaaierende tegenliggers.

Circustent

De eerste vier haardspeldbochten brengen me aan de oever van het lichtgroene Gepatsch stuwmeer, dat een van de hoogste damwanden – 168 m – ter wereld heeft. Erna begint de Schnapsloch, een bizarre kluwen van tien haarspeld- en bijna net zoveel negentiggradenbochten. Mits snel genomen al bijna net zo desoriënterend als Schnaps uit een fles. Wel even stoppen tussen haardspeldbocht nummer 12 en 13, waar je een fantastisch uitzicht hebt op het stuwmeer – dat inmiddels ver onder je ligt – en de Gepatschferner, de tweede gletsjer van Oostenrijk.

Direct na serpentine ga ik over de boomgrens en begint de woestenij van het hooggebergte. Ik passeer de Weissee, die gevuld is met groene gletsjermelk, erachter doemt de Glockturm (3355 m) op. Touringcars, koeien en tamelijk steile afgronden drukken het tempo op het smalle asfalt, maar dat hindert nauwelijks, want de weg kan me niet lang genoeg duren. Na nog eens negen haarspeldbochten bereik ik de parkeerplaats van Gletscherrestaurant Weissee op 2750 m. Om het snelle smelten tegen te gaan, hebben ze de gletsjer hier afgedekt met witte doeken ter grootte van een aantal voetbalvelden. Voor de toeristen hebben ze zelfs een ijstunneltje uitgebikt, zodat je de gletsjer van de binnenkant kunt bekijken. Het geheel lijkt sprekend op een circustent, maar na de achtbaan waarover ik zojuist ben gereden, misstaat dat niet eens.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRK-Alpentoppen.GPX”]