vrijdag 22 mei 2026
Home Blog Pagina 1164

Sportweekeinde: Sport anders bekeken

0
Alvaro Bautista blesseerde bij zijn val in de Superpole-race ook nog eens zijn linker schouder (zie de ijszak). Ook dat nog…
Alvaro Bautista blesseerde bij zijn val in de Superpole-race ook nog eens zijn linker schouder (zie de ijszak). Ook dat nog…

Elke maandag bespreekt Marien wat hem opviel in het afgelopen sportweekeinde. Verwacht geen raceverslagen, maar wel een andere kijk op de actualiteit.

Als je na Jerez – echt nog maar ruim een maand geleden – had verteld dat het verschil tussen Jonathan Rea en Alvaro Bautista 81 punten zou zijn, zou ik je direct geloven. Maar dan wel in het voordeel van Bautista en niet van Rea zoals nu het geval is. Met maximaal 62 punten te verdienen, weet Rea nu al dat hij eind september op Magny-Cours als WK-leider aankomt, wat er op Portimao ook mag gebeuren. Bizar.

Incidentje

Dat Team65, zoals Rea zijn team graag noemt, lastig te verslaan is, hebben de afgelopen jaren in het WK Superbike wel laten zien. Alleen om alle credits aan dit team te geven, is nu te eenvoudig. Het is namelijk Bautista zelf die het ineens vergooid. Iets dat niemand had kunnen vermoeden na de val op Jerez. Een incident leek dat. Of beter gezegd, een incidentje… Rea deed er in Spanje bovendien alles aan om Bautista het nog gemakkelijker te maken. Denk aan de mislukte inhaalactie op Alex Lowes, het daardoor achteraan moeten starten in de Superpole-race en de tweede plek in Race 2, ver achter Michael.

Niemand weet het

Maar nadat Bautista ook op Misano, Donington Park en Laguna Seca viel, is de 2019-wereldtitel verder dan ooit voor hem. En juist dit maakt motorsport zo fascinerend. Natuurlijk weet ik dat de V4R nog in ontwikkeling is, alleen dat is niet de reden waarom Rea nu zo ver voor staat. En natuurlijk kan Bautista nog steeds ongekend hard rijden. Het klopt alleen niet. Waarom? Niemand die het weet, ook Bautista niet en zelfs Gigi Dall’Igna niet. Anders hadden ze het echt wel opgelost.

Wonder

Met nog vier raceweekeinden te gaan, zijn er nog 248 punten te verdelen. Dat is heel veel, alleen op Magny-Cours en Circuito San Juan Villicum reden Bautista en zijn Ducati V4R nog nooit en op Portimao en Losail valt het niet mee om Rea te verslaan. Alleen een wonder kan Bautista dus nog redden.

2011

2019 lijkt daarom een rampjaar voor Ducati te worden. Stiekem hoopten de Italianen met Andrea Dovizioso MotoGP-wereldkampioen te worden. Iets dat na Mugello nog best kon, maar na het drieluik Barcelona – Assen – Sachsenring zo goed als uitgesloten is. De klap in het WK Superbike komt echter veel harder aan, want sinds 2011 (Carlos Checa) behaalde Ducati geen kampioenschap meer in het WK Superbike en daar had de V4R dit jaar veranderingen in moeten aanbrengen. Het was zelfs het enige doel…

Ai!

Zondagmorgenfilm: Honda RC30 in detail

0

Weinig motoren zijn zo iconisch als Honda RC30. Als je vervolgens ziet met hoe veel oog voor detail deze World Superbike-machine met koplampen in elkaar gedraaid wordt, begin je te snappen dat die iconische status niet uit de lucht is komen vallen.

Toeval of niet, de video is exact 7:48 minuten lang; gelijk aan de cilinderinhoud van de RC30. De video toont met name de precisie waarmee de Honda-monteurs te werk gaan in het samenstellen van het motorblok. Alle interne delen worden gewogen en bij elkaar gezocht, zodat de mechanische balans feilloos is. Behalve van dat blueprinten, krijg je een mooi beeld van de techniek die erin zit. Van de tandwielaangedreven kleppen tot de met de hand gelaste aluminium tank. Evenals van het enkelzijdig gemonteerde achterwiel en het snelwisselsysteem van de voorvork – technisch een meesterwerkje.

Als resultaat van die afgewogen aanpak werd de RC30 een motorfiets die dan wel 32.900 gulden kostte, maar wel een die technisch heel dicht bij de RC30 racemachine stond. Die racemotorfiets won in 1988 het allereerste Superbike Wereldkampioenschap. Overigens won Honda het jaar erop ook meteen het tweede wereldkampioenschap met de RC30, ook weer met Fred Merkel.

Opvolging

Na het seizoen van 1989 duurde het vervolgens acht jaar voor Honda weer won. In 1997 was dat met de RVF750R RC45; de opvolger van deze VFR750R RC30. De tweecilinder VTR1000 SP1 – ook wel de RC51 – die de RC45 weer opvolgde zou een stuk minder exclusief zijn dan zijn V4-voorgangers. Desondanks wist Colin Edwards met de SP1 in het jaar 2000 wereldkampioen te worden, waarna hij het met de SP2-versie in 2002 nog eens dunnetjes overdeed.

Een ding is zeker; deze Honda RC30 was de eerste echte homologatiespecial van Honda en met recht een van de meest illustere.

Check na de Zondagmorgenfilm ook vooral nog eens de specificaties van de Honda RC30 in onze MotorBase.

Foto: Jarno van Osch/Shot Up Productions

 

Dit zijn de 2020 Yamaha YZF-R1M en YZF-R1!

0
Links de 2020 Yamaha YZF-R1M en rechts de YZF-R1
Links de 2020 Yamaha YZF-R1M en rechts de YZF-R1

Dat ‘ie zou komen, wisten we al en sinds vannacht weten we er alles van, want op Laguna Seca werden de nieuwe YZF-R1M en YZF-R1 gepresenteerd, door onder andere Michael van der Mark. Het eerste dat opvalt aan de nieuwe Yamaha is het nieuwe kuipwerk. De aerodynamische efficiëntie wordt hierdoor met meer dan vijf procent verhoogd, waardoor de prestaties bij hoge snelheden aanzienlijk toenemen aldus Yamaha. Het kuipwerk is verder, voor extra stevigheid, voorzien van een nieuw aluminium luchtkanaal achter de voorkuip en het onderste deel van de kuip dat het uitlaatsysteem afdekt, is nu gemaakt van hoogwaardig en lichtgewicht titanium.

Euro 5

Dan snel door naar het crossplane-motorblok, met nog steeds 200 pk, dat uiteraard klaargemaakt moest worden voor Euro5. Maar dat is niet het enige. De prestaties bij hoge toerentallen zijn verder verfijnd door nieuw ontworpen vingervormige tuimelaars en nieuwe nokprofielen. Die moeten zorgen voor een geoptimaliseerde kleplichthoogte en een stabielere klepopening en klepsluiting bij hoge toerentallen, wat op zijn beurt weer zorgt voor een soepelere en efficiëntere werking van de motor.

Verbrandingsstabiliteit

Een van de belangrijkste veranderingen is volgens Yamaha de nieuw ontworpen inlaatconstructie met een nieuw ontworpen cilinderkop en verplaatste injectoren die de motorprestaties optimaliseren. De gaskleppen zijn dichter bij de verbrandingskamers geplaatst om het inlaatvolume te verlagen voor een betere verbrandingsstabiliteit en een grotere efficiëntie. De nieuwe Bosch injectoren zijn nu voor de gasklep (diameter 45 mm) geplaatst, in plaats van erachter. Om een grotere verbrandingsefficiëntie te bevorderen injecteren de nieuwe 10-gaats injectoren de brandstof nu met een sproeihoek van 21,5 graden.

Katalysatoren

Verdere verbeteringen zijn onder meer een nieuw ontworpen uitlaatsysteem met in totaal vier katalysatoren, waarvan één paar zich voor de balanspot bevindt en het andere paar erachter. Zowel de uitlaatdemper als het hitteschild zijn voorzien van extra geluidsverminderende maatregelen. Voor een grotere efficiëntie en minder vermogensverlies, is de smering van de krukaslagers aangepast. De oliepomp maakt gebruik van een 10% compactere rotor. Andere wijzigingen zijn onder andere oliekanalen met een gewijzigde afmeting in het carter om de oliedruk te optimaliseren en nieuw ontworpen sproeiers om de zuiger te koelen.

APSG

De Yamaha Chip Controlled Throttle (YCC-T), voor de aansturing van de gaskleppen, wordt ook in 2020 gebruikt. Voor een beter gasgevoel en lager gewicht is de YZF-R1 nu voorzien van een nieuw Accelerator Position Sensor Grip systeem (APSG) met een magneet en een sensor die signalen naar de YCC-T stuurt. Om het intuïtieve gevoel van een conventionele draaigasgreep te behouden, is het nieuwe APSG systeem voorzien van een veer, geleider en tandwiel die een natuurlijk en progressief gevoel moeten geven.

ABS-functies

Ook op elektronica is er nieuws te melden. Met het nieuwe remregelsysteem kunnen rijders een van de twee ABS-functies kiezen (BC1 of BC2) die het beste past bij hun persoonlijke voorkeur of rijomstandigheden. De BC1-modus heeft een vast geprogrammeerd gevoeligheidsniveau voor het ABS, terwijl de BC2 modus een flexibele ABS gevoeligheid heeft die afhankelijk is van de hellingshoek en de positie van de machine. Een andere nieuwe toevoeging is het Engine Brake Management (EBM). Een systeem dat rijder de mogelijkheid biedt om te kiezen uit drie verschillende motorremniveaus: hoog, gemiddeld, laag.

Launch Control Systeem

Het Launch Control Systeem (LCS) van de YZF-R1 moet verder meer controle tijdens de starts van bijvoorbeeld een wedstrijd geven. Voor 2020 is de LCS1 modus aangepast om geactiveerd te worden bij 9.000 tpm met een gasklepopening van 41 graden. Als laatste; de Kayaba upside-down voorvork heeft een aangepaste binnenconstructie, samen met een aangepaste stuurdemper en anders afgestelde achterschokdemper.

De R1 wordt leverbaar in Yamaha Blue en Tech Black en staat vanaf september in de showroom voor een nu nog onbekende prijs.

YZF-R1M

Dan de YZF-R1M. Naast alle bovenstaande wijzigingen aan de YZF-R1 heeft deze Yamaha natuurlijk iets extra’s. Zoals het Öhlins Electronic Racing Suspension (ERS). Deze is voorzien van een kleine, geïntegreerde gascilinder. Door 0,6 Mpa interne druk uit te oefenen, vermindert het de vorming van luchtbellen in de voorvorkolie. Dit wordt veroorzaakt door een negatieve druk, die optreedt bij de uitgaande demping.

Apps

Ook nieuw is het lichtgewicht carbon zitje en een aantal speciaal ontwikkelde apps voor deze motor. Met de YRC Setting app kunnen YZF-R1M gebruikers hun eigen persoonlijke rijmodi creëren. De Y-TRAC is de app van Yamaha voor telemetrieregistratie en -analyse. De R1M wordt leverbaar in Silver Blu Carbon – BWM2/Carbon. Yamaha zal speciaal voor de YZF-R1M een online reserveringssysteem openstellen. Het online reserveringssysteem gaat live op donderdag 25 juli 2019. Meer informatie volgt binnenkort.

Test: Triumph Speed Twin

1

Wie mooi wilt zijn, moet pijn lijden. Maar willen we niet vooral plezierig rijden? Triumph bedacht specifiek daarvoor de Speed Twin. Sportiever dan de T120 en gemakkelijker te berijden dan de Thruxton. Is hij daardoor het ideale compromis?

Belangrijkste wapenfeit: De Speed Twin doet qua vermogen niets onder aan de Thruxton. Ze hebben dezelfde tweecilinder en dus 112 Nm aan koppel en 97 pk aan topvermogen. In de basis is het T120-blok het uitgangspunt, maar in deze Thruxton-afstelling profiteert ook de Speed Twin van een lichter krukas en wat wijzigingen in de ECU-programmering.
De Speed Twin wordt omschreven als een machine die twee vrij specifieke groepen moet behagen. De éne groep is ervaren met de lichtere Street Twin en wil doorgroeien. De andere groep is gevallen voor de Thruxton maar wordt afgeschrikt door de zithouding en vrij sterk aanwezige looks. De Speed Twin is daarom iets minder uitgesproken in zijn uiterlijk. Maar voornamelijk is hij de gemakkelijker te berijden zware machine in de lange lijst van Triumph’s Modern Classics.

Triumph Speed Twin 2019

Imposant

Van een afstandje is het vooral opvallend hoe fors de Brit oogt. Dat dikke Bonneville-blok doet een boel, maar ook het vrij rechte stuur met in de uiteinden de spiegels laten een imposante eerste indruk achter. Dat hij eigenlijk best behapbaar is, valt daarom pas op als je plaatsneemt op het klassiek ogende zadel. Vanuit dat perspectief ziet hij er warempel een heel stuk petieteriger uit. Vooral de smalle tank, die van bovenaf gezien toch het hele motorblok weet te verbergen, helpt die indruk te versterken. De zadelhoogte is 807 millimeter, waardoor de gemiddelde motorrijder gemakkelijk aan de grond komt met zijn beide voeten. Mede daardoor heb je toch eerder het idee dat je op een Street Twin bent beland, waarin een krachtiger blok is gehangen dan dat je op een lompe 1200 zit.
Draai je de sleutel om en start je hem, dan is die indruk overigens ook zo weer vervlogen. Man, wat klinkt dat ding heerlijk! Met een vuurorde van 270 graden klinkt hij misschien niet zoals een Brit volgens velen moet klinken – dan zou hij een 360graden-krukas moeten hebben –, maar het is ongetwijfeld even indrukwekkend. Voordeel van die 270graden-krukas is overigens dat het blok met veel minder trillingen te maken krijgt, wat toch voor het comfort een heleboel scheelt. Maar hoe imposant hij al dan niet oogt of klinkt als hij stilstaat, het hele plaatje staat of valt toch echt bij zijn rijgedrag.

Lichter is beter

De Speed Twin is in totaal tien kilo’s lichter dan die café-racer Thruxton. Zeven als je hem tegen de Thruxton R afzet. Dat gewicht is met name bespaard doordat de wielen van gegoten aluminium zijn in plaats van staal. Verder is de koppeling een kilo lichter gemaakt en is het motorblok in totaal 2,5 kilo lichter, wat je bijvoorbeeld terugziet aan zaken als het magnesium nokkenasdeksel.
Het dubbele wiegframe is voor beide modellen vergelijkbaar maar bestaat voor de Speed Twin op veel plekken uit aluminium buizen in plaats van staal. Ook heeft het een nieuw subframe gekregen. Rondom zie je in lijn met dat dieet nog meer lichte onderdelen, zoals bijvoorbeeld de spatborden van geborsteld aluminium. Om al die winst te harnassen is de Speed Twin iets meer op zijn neus gebouwd; het gewicht zit ver naar voren, waardoor hij dus veel meer op zijn voorwiel staat. Ook is de wielbasis iets langer geworden, wat resulteert in een ‘nose down look’ zoals de Engelsen het zelf noemen. Dat alles is gedaan om de Speed Twin wat lekkerder de bocht in te kunnen zetten.

Triumph Speed Twin 2019

Sturen maar!

De Speed Twin is echt oppermachtig onder- en middenin zijn toerengebied. Vanaf 2000 toeren pikt hij in ieder versnelling goed op. Tot zo’n beetje 6800 toeren heb je nooit minder dan 100 Nm koppel tot je beschikking. En die bult koppel is echt een genot om mee te rijden.
De retro-roadster is, zoals al geschreven, naar voren gericht. Hierop is de zithouding ook aangepast. Niet zo extreem sportief als op de Thruxton het geval is door zijn clip-ons, maar zeker ook niet met de rug recht zoals je op de T120 zit. Eigenlijk is ook deze houding het beste te vergelijken met de Street Twin. Verrassend is het zadel dat op een traditioneel wasbordje lijkt, maar stiekem toch lichtelijk gekuipt is. Tel daar het rechte stuur bij op, waardoor je toch echt wel een aanvallende houding aanneemt, en je krijgt het gevoel dat je iedere bocht aan kunt. Jij trekt ’m er wel doorheen!
Toch is het bijzonder dat de Speed Twin, ondanks die sportieve banden en op papier gezonde getallen, qua prestaties niet helemaal tot het randje gereden kan worden. Kom je op snelheid op een bocht af en begin je met aanremmen, dan voelt hij toch enigszins nerveus. De Brembo-vierzuigerklauwen bijten hard in de twee 305mm-schijven en daarbij veert de Kayaba-voorvork met zijn ietwat zachtere vering toch net iets teveel in. Dit valt rechtstreeks te wijten aan zijn gewicht, dat nu eenmaal al meer naar voren zit voor er qua demping daadwerkelijk iets kan gebeuren. De feedback is dus niet helemaal op en top bij dat soort serieus hard rijden. Het is echter slechts bij dat abrupte werk, waarbij je het randje opzoekt, dat de negatieve effecten overheersen. Het is dus zaak om de Speed Twin met respect te behandelen en de oogkleppen niet volledig op te zetten. Doe je het namelijk een tandje rustiger aan, dan voelt de voorkant vele malen beter.

Check hier de videotest:

Tekst: Tom van Appeldoorn
Fotografie: Chippy Wood/Kingdom Creative

Dit is de Ducati Panigale V4 25°Anniversario 916

0
Carl Fogarty, met links de de Panigale V4 25°Anniversario 916.
Carl Fogarty, met links de de Panigale V4 25°Anniversario 916.

Oh, wat ben je mooi. Oh, wat ben je mooi. Het is alsof Sugar Lee Hooper ooit dit lied schreef voor de Panigale V4 25°Anniversario 916, de nieuwste gelimiteerde motor van Ducati. Slechts 500 zullen er gebouwd worden, zoals we eerder al schreven… Ja, waarschijnlijk is ‘ie inderdaad op dit moment al zo goed als uitverkocht, maar dat mag de pret niet drukken.

V4R

Aan de basis ligt de V4S, waarbij een aantal spullen van de V4R geleend zijn, zoals onderdelen van het frame. Samen met gesmede magnesiumwielen, een titanium Akrapovič en heel veel Ducati Performance-onderdelen is het duidelijk niet zomaar een V4.

Carl Fogarty

De speciale Ducati Panigale V4 werd onthuld door Carl Fogarty en dat is niet zo gek. Met de 916 (en de doorontwikkelde opvolgers) won hij 43 wedstrijden. In totaal wist de 916-serie overigens 120 wedstrijden te winnen in het WK Superbike, acht constructeurstitels te pakken en zes rijderstitels te behalen. Vier van die rijderstitels waren er voor inderdaad Fogarty.

Carlin Dunne

Nummer 5 wordt overigens geveild voor Carlin Dunne, de Ducati-coureur die tijdens de Pikes Peak International Hillclimb om het leven kwam op een Streetfighter V4-prototype.

Oktober 2019

De Ducati Panigale V4 25° Anniversario 916 staat vanaf oktober 2019 bij de dealers en kent een vanafprijs van rond de 41.900 euro. Let wel, dit is nog zonder alle belastingen en heffingen. Later zal duidelijk zijn wat de prijs in Nederland is.

Burgermeester verbiedt alle motoren in zijn stad

0
Motorverbod Addis Abeba

Wat doe je als criminelen vaak motoren gebruiken bij berovingen en tasjesroof? Dan weer je simpelweg alle motoren uit jouw miljoenenstad.

Burgemeester Takela Uma van Addis Abeba – hoofdstad van Ethiopië – is niet van de loze beloftes. Zelfs ogenschijnlijke onhaalbare en krankzinnige beloftes maakt hij waar. De burgervader heeft werkelijk alle motoren in zijn stad verboden. Hij maakte de maatregel twee weken geleden bekend zodat iedereen veertien dagen de tijd had om vervangend vervoer te regelen. Hoe het sinds het ingaan van de maatregel met de misdaadcijfers is gesteld, is nog niet bekend.

Geen afhaalpizza
De burgermeester maakt een uitzondering voor mensen die hun motorfiets voor zakelijke doeleinden gebruiken. Toch raakt het verbod bedrijven wel degelijk, sommige bezorgdiensten hebben hun werkzaamheden noodgedwongen moeten staken. Die afhaalpizza kun je in Addis Abeba dus wel op je buik schrijven. Ook – illegale – motortaxi’s hebben een probleem, maar het zijn de gewone motorrijders die vooral de klos zijn. Die kunnen nu net als de rest achteraan in files aanschuiven in de verstopte Afrikaanse stad. Overigens heeft Nigeria al veel eerder de motorfiets compleet in de ban gedaan in sommige steden.

5 tips voor rijden in de hitte – deel 1

2

Ja hoor, daar gaan we weer. Vanaf morgen is het hitteplan weer van kracht omdat hittegolf nummero drie van 2019 zich aandient. Nu vinden wij het hitteplan zelf altijd een beetje overdreven, maar feit is dat warmte rare dingen met een mens – en zeker een motorrijder – kan doen. Daarom toch nog maar een keer onderstaande tips. Iets met een gewaarschuwd mens telt voor twee…

1. KLEDING
Je zou denken dat het voor zich spreekt, maar motorkleding is voor velen plots geen must meer wanneer het zonnetje zich laat zien. We begrijpen het ergens verdraaid goed, want motorkleding is over het algemeen behoorlijk warm – in een leren motorpak in de volle zon rijden, kun je vergelijken met in je Adams of Eva’s kostuum in de zon gaan staan; dat is heet.
Alleen geeft dat zinderende asfalt niet alleen extra grip aan het rubber onder de motor, maar ook aan je huid wanneer het ermee in contact komt. Kort om; weersta de verleiding en kleed je goed aan. En ‘goed’ kun je op meer dan één manier interpreteren. Veiligheid voor wanneer het dan toch tot een onfortuinlijke val komt, staat op de eerste plaats, maar voorkomen is beter dan genezen.
Zowat iedere motorkledingfabrikant heeft anno 2018 doorwaaijasjes en broeken met ventilatie. Als je koel weet te bleven op de motor, behoud je je concentratie beter en verklein je de kans op brokken. Dat koeler tegelijkertijd ook comfortabeler is, is in dezen even bijzaak.

2. HANDSCHOENEN
Deze tip kan onder kleding geschaard worden, maar verdient een beetje extra aandacht. Het lijkt namelijk het eerste dat de motorrijder uittrekt wanneer de thermometer de 25 graden passeert. Als je net als wij de kriebels krijgt van een motorrijder die met een ontblote hand terugzwaait, hoeven we je niets meer wijs te maken, maar voor diegene die het normaal vindt hebben we een vraag: waar verdien jij je brood mee? Geheid met werk waarbij functionerende handen en vingers een pré zijn. Waarom ontdoe je je handen dan van die laatste verdedigingslinie omwille van wat verkoeling?
Ook wat handschoenen betreft zijn er tientallen – al dan niet honderden – mogelijke koelere alternatieven. Dunner materiaal en ventilatie zijn nooit een bevordering van de absolute veiligheid, maar hier geldt vooral beter iets dan niets.

3. KOELING
Heb je een motorfiets met veel windbescherming? Fijn, hé! Vooral wanneer het niet gigantisch heet is. Met temperaturen zoals nu is het eerder een vloek dan een zegen. Bekijk je ruit, wind-deflectors of andere rijwind blokkerende delen eens goed. Veelal zijn er mogelijkheden ze – tijdelijk – te verwijderen. Vaak wordt een motorfiets er niet knapper op, maar nood breekt wet. Rijwind is en blijft bewegende warme lucht zo warm als het nu is, maar nogmaals; beter iets dan niets.
Overigens kun je die rijwind wel inzetten in samenwerking met een koelvest. Die dompel je onder in water, waarna rijwind dat vocht doet verdampen, wat je helpt koel te blijven. Goede kans dat dergelijke vesten juist nu in de aanbieding zijn bij je dealer, want die spelen natuurlijk ook in op het warme weer.

4. HELM
De ene helm ventileert beter dan de andere, maar het hoofd – letterlijk – koel houden is met dit weer een must. Zorg dan ook dat alle ventilatie die je hebt benut wordt. Alle schuifjes open dus.
Ook een donker vizier, zonnevizier of zonnebril zijn aan te raden. Zo geef je je ogen rust en houd je overzicht tussen automobilisten die het waarschijnlijk ook warm hebben en dus rare fratsen uit (kunnen) halen.

5. JEZELF
Belangrijker dan welk stukje passieve veiligheid – kleding, handschoenen, helm – ook is de actieve veiligheid. Drink veel water. Dat is het devies. Zeker wanneer je langer op pad bent is de verleiding groot nog net wat verder te rijden om bij je bestemming te komen en dan is een plaspauze misschien niet waar je op zit te wachten. In dit geval is een plaspauze juist de perfecte gelegenheid even wat schaduw op te zoeken en opnieuw vocht tot je te nemen. Zo koel je af en ben je weer een beetje fris voor het komende stuk.
Denk ook aan zonnebrand, want de over het algemeen koelere motorjeans, doorwaaijasjes en zomerhandschoenen zijn vaak wat korter dan je vier-seizoenen-pak. Die ontblote huid verbrandt voor je er erg in hebt, omdat de rijwind de hitte de brandende zon verbloemt.

Foto: ANP

Dit is de BMW F850GS in 2020 Trophy-kleurstelling

1

Op ons hoofdkwartier in Hilversum werd gisteren het doek getrokken van de 2020 F850GS Trophy-editie. Je-weet-wel, de GS waarmee volgend jaar de BMW GS Trophy in Nieuw-Zeeland wordt gereden.

Het was het vierkoppige Team NL dat gisteren uit handen van Tom Crooijmans en Niels van Egmond van BMW Group Nederland, de nieuwe GS overhandigd kreeg. Qua kleurstelling en uitrusting precies gelijkend aan de modellen waarmee in Nieuw-Zeeland wordt gereden, om een optimale training mogelijk te maken. Met een goudgele bies over de motor, gelardeerd met de nodige logo’s en de vlag van Nieuw-Zeeland staat de GS chique op z’n gouden wielen. Al zal dat chique er wel gauw afgaan, zogauw Team NL de training begint.

En die training, die zal niet lang op zich laten wachten. Jaap van Hofwegen, Xavier Tobé, Peet Gerards en namens Motor.NL Eddie de Vries zijn gebrand op een goed resultaat in Nieuw-Zeeland en wil het gehele internationale deelnemersveld laten zien dat het menens is: Nederland doet niet zomaar voor het eerst mee, Nederland gaat voor een topklassering.

We stellen Team NL nog even aan je voor. Van links naar rechts:

Jaap van Hofwegen

Jaap is de weloverwogen tacticus van Team NL. Bewees dat door zich met één nipt puntje voorsprong op de nummer vier te kwalificeren in het team. Bewaart de rust, heeft het overzicht en laat zich niet opjagen. Reed onlangs nog de Gibraltar Race op z’n R1200GS Adventure en deed dat bepaald niet onverdienstelijk.

Xavier Tobé

Met z’n 22 jaar oud de Benjamin, maar wel eentje die van wanten weet. Liet tijdens de kwalificatie zien hard en zuiver te kunnen rijden en verraste in de Gibraltar Race vriend en vijand door doodleuk voorin mee te rijden. Won zelfs een stage op z’n R1200GS Adventure, finishte 9 overall en 4e in z’n klassement.

Peet Gerards

Liet tijdens de kwalificatie in Wales zien over de beste motorbeheersing te beschikken. Pakte dankzij z’n riante trial- en crosservaring ruim de winst. Heeft een enorm motiverend vermogen en mag dan ook gerust als captain van het team gezien worden.

Eddie de Vries

Gaat als hoofdredacteur van Motor.NL, MOTO73 en Promotor Magazine mee om verslag te doen van de Trophy én de voorbereiding, en maakt in Nieuw-Zeeland wezenlijk deel uit van het team. Deze ‘hobby-crosser met kroegconditie’, zoals hij het zelf noemt, heeft grootse trainingsplannen: ‘De komende vijf maanden ga ik elk bospad in Nederland rijden, heen en terug.’

BMW X7 Pick-up

0
bmw x7 pickup

Als je dan toch zo nodig een motorfiets achterop een auto wilt vervoeren, kun je het maar beter in stijl doen volgens BMW. De BMW X7 Pick-up is de blikvanger tijdens de BMW Motorrad Days.

Hol nog niet direct naar de BMW-dealer om de hoek met een chequeboek in je handen want van dit karretje bestaat er maar een. Gelukkig is het geen computertekening, maar een wagen van eerlijk staal, carbon en teakhout gebaseerd op de X7. De prestaties liegen er niet om. Waar het bij de F850GS ophoudt bij 95 pk perst deze auto er 340 pk uit. De wagen heeft een tien centimeter langere carrosserie, maar weegt toch tweehonderd kilo minder dan het origineel door het gebruik van carbon. De laadruimte is 140 cm lang of 200 cm met een open laadklep . Lang genoeg om de toch niet misselijke F850GS probleemloos een plekje te geven. Daarbij is het ook makkelijk dat de wagen door ‘zijn hoeven kan
zakken’ door de in hoogte verstelbare luchtvering.

Groener dan gedacht

Twaalf BMW-medewerkers hebben tien maanden nodig gehad om deze wagen te bouwen. Het is geen statisch showmodel, maar je kunt er zo de weg mee op en af. De Tanzanite-Blue (what’s in a name) gespoten wagen is ondanks het dikke blok onder de motorklep groener dan gedacht. BMW redde namelijk een oude testauto van de schroothoop en bouwde hem tot dit showmodel. Samen met de F850GS achterop moet hij je naar de meest afgelegen plekken ter wereld kunnen brengen.

Leo Hoogendijk: ‘Ghana op een regeringsfiets’

0

Een keer per jaar trekt Leo Hoogendijk er alleen op uit. Op de motor, twee weken. Een geweldige ervaring, zo zegt hij. Omdat je alleen jezelf hebt om mee te praten en je zelf kunt beslissen of je doorrijdt of stopt. Zo heeft hij ondertussen heel wat van Europa gezien. Tijd om verder te kijken.

Tekst Mark Litjens, foto’s Andrew Walkinshaw

“Een van mijn collega’s komt uit Ghana en gaat regelmatig terug naar zijn familie. Hij rijdt zelf geen motor, maar hij heeft mij wel enthousiast gekregen voor een rondje Ghana. Dit land is nog sterk verdeeld in stammen en hij komt uit een van de machtige stammen rond de hoofdstad Accra. Het zijn de mensen die in de regering zitten. Zo kreeg ik dus een motor die officieel door die regering was geregeld. Een Yamaha R6! Niet echt het model wat je zoekt als je verwacht over zandpaden en modderwegen te moeten rijden. Vonden ze maar raar dat ik die motor afsloeg. Is toch sportief en snel? Kwamen ze vervolgens met een Kawa LTD op de proppen. Nou ja, daar durfde ik het wel op.

“Overigens vonden ze het daar sowieso raar. Wie gaat er nu op de motor door Ghana rijden? Een gesprekje met het hoofd van politie en binnenlandse veiligheid was daarom gewenst. Overigens een kennis van mijn collega. Na een paar vragen sloeg de stemming om en vonden ze het een prima plan. Ook als stimulans voor het toerisme, dat zich vooral aan de kust afspeelt in superdure hotels. Ik kreeg een brief en een pasje van hem mee om te laten zien als ik in de problemen kwam.

Back-up

“Mijn collega bleef in Accra als soort van back-up. Gelukkig. Ik was op alles voorbereid, toch blijft het bizar. Het cultuurverschil is enorm, ik was helemaal alleen en had vaak geen idee waar ik aan toe ben. Of waar je bent. De hartelijkheid van de mensen is echter enorm. Ze helpen waar ze kunnen, ook al kennen ze je niet. Vinden ze zelfs bijzonder, zo’n man alleen op z’n motor. Ik heb vaak teruggedacht aan dat moment op het Hofplein in Rotterdam, vorig jaar. Ik kreeg een lekke band en ging daar onderuit. Midden op die drukke rotonde. Niemand die een hand toestak. Sterker nog, er werd geclaxonneerd of ik niet een beetje haast kon maken. Dat kan ook anders: ben ik net onderweg in Ghana, krijg ik motorpech. Op minimaal 15 km van de bewoonde wereld. Lopen dus. Stopt er een taxi met een politieagent er in die zegt ‘kom, gaan we een monteur zoeken. Stap maar in.’ Dit soort dingen. Geweldig.

“Na reparatie ging het verder. Naar mijn doel: Lake Volta, het grootste waterbekken ter wereld. Ik wilde eigenlijk nog noordelijker, maar dat was niet te doen in twee weken. Ik heb nu 2.500 kilometer gereden en dat op soms hele slechte wegen. Een keer heb ik een waypoint gemist, maar volgens mijn Garmin leek het toch goed te gaan. Beetje zoeken, maar er is niet veel herkenbaars om je op te richten. Komen er ineens twee Ghanezen uit de bosjes, met van die flinke kapmessen in de hand. Wegwezen dus. Later bedenk ik mij dat het gewoon boeren zijn. Met hun gereedschap. Net op tijd, want ik kom er weer twee tegen. Of ik mee wilde gaan naar hun chief. Nou, zal wel. Na een lange weg komen we ineens in zo’n typisch Afrikaans dorp, met van die lemen hutten met rieten daken. Wat een onthaal. Ik mocht op het plastic stoeltje zitten. Want niet mee-eten is geen optie daar. Bushmeat. Gebakken sprinkhanen en zo. Best lekker.

Nooit van gehoord

“Na het eten vraag ik of ze mij de weg kunnen wijzen naar Begoro, zo’n 25 kilometer verderop. Hadden ze nog nooit van gehoord. Maar een paar stamleden willen mij wel naar de grote weg leiden. Dwars door de bossen, het was ondertussen al donker, rennen twee van die mannen voor mij en mijn motor uit. Vijf kilometer lang. Schitterend. Daarna pikt de Garmin het snel weer op en kwam ik aan in mijn hotel, dat een jaar of 100 geleden best wel een mooie plek moet zijn geweest.

“De volgende dag begeeft mijn motor het opnieuw. Spanningsregelaar stuk, niet bestand tegen al het stof. Hulp is moeilijk te vinden, dus vraag ik mijn collega in Accra om raad. Hij stuurt twee monteurs die drie dagen bezig zijn geweest. Zonder resultaat. Wegslepen is de enige optie. En dat gaat in Ghana als volgt: je neemt een taxi, hangt er 20 meter touw aan en bindt daar de motor aan vast. Vervolgens gaat een van de monteurs op de motor zitten en begint het slepen. 25 km zandweg, vol kuilen en gaten. In een zo’n kuil remt de taxi enorm af en geeft vervolgens gas om er uit te klimmen. Dat werkt natuurlijk niet. De motor valt om, sleurt 20 meter over de weg, voetsteunen en spiegels er af en komt tot stilstand in een geul. Was overigens geen reden om op te houden. Touw werd ingekort tot vijf meter en toen we iets later op iets betere wegen terecht kwamen, trok de taxi door tot zo’n 100 km/u. Inderdaad, met de motor er achter.

Scheepscontainers

“Ik had geen idee meer waar ik was. Ondertussen waren de monteurs met de motor weg. Ook mijn jas en helm waren verdwenen. Die kwamen gelukkig later weer terecht. Lag allemaal nog in de taxi en werd netjes teruggebracht. Samen met een Kawa 125 cc enduro. Eenvoudig ding, maar prima voor de omstandigheden. Maar wel met een kleine tank. Ik had ooit een reserve-jerrycan, maar die is ergens achtergebleven. Duwen dus. Kom ik bij een afslag die een beetje naar beneden loopt waardoor ik kan uitrollen. Onderaan ligt een winkelcentrumpje, gebouwd van scheepscontainers. Dat zie je daar overal. In een van die containers neem ik wat te drinken en vraag ik waar de dichtstbijzijnde benzinepomp is. Blijkt op twee uur lopen te liggen. Maak er met de motor aan de hand maar een halve dag van. Tja. Springt de vrouw van het barretje ineens midden op de weg en houdt een taxi aan. Zegt ze dat ik de chauffeur geld moet geven, omgerekend zo’n vijf euro, dan gaat hij wel benzine halen. En verdomd. Na een tijdje komt hij terug met benzine.

“Uiteindelijk kom ik bij het meer. Een grote krater met een tolweg naar beneden. Daar ligt een lodge aan het water. Mijn overnachtingsplek. Het is zo heet en droog daar dat alle begroeiing langs de weg in de fik staat. Bij de lodge aangekomen bedenk ik mij dat ik geen foto heb genomen van all die vuurtjes, dus nog even terug. Net op tijd klaar, want het vuur heeft bijna mijn jerrycan te pakken. Aan de eigenaar van de lodge vraag ik wat er gebeurt als het vuur te dichtbij komt. Eenvoudig: gaan ze gewoon in het meer zitten. Het vuur gaat vanzelf een keer uit. Blussen doen ze niet. Dat merk ik ook als ik de volgende dag weer naar boven rijd. Alles is verkoold, hele dorpen zelfs. Bizar.

Go west

“Van het meer rij ik naar het westen, waar het regenwoud ligt. Hier heb ik tussen de boomtoppen gelopen over touwbruggen op 25 meter hoogte. Overweldigend. Net zoals de enige coffeeshop in Ghana. Waar ze geen koffie verkochten. Maar dat begreep ik toch wel als Nederlander…

“Terug naar het zuiden, de vakantie zit er tenslotte bijna op. In Cape Coast neem ik de tijd om iets meer te weten te komen over de slavernij. Van hieruit zijn, ook door Nederland, ooit veel slaven verhandeld en daar vind je nog van alles over. Van hieruit loopt een asfaltweg naar Accra, maar ik koos er voor om binnendoor te gaan. Word ik aangehouden door de politie omdat ik geen kentekenplaat heb. Nooit gehad ook. Maar mijn smoes dat ik hem net heb verloren en aan het zoeken ben, werkt hier niet. Meekomen, arrestatie. Kan twee weken duren voordat de rechter een uitspraak doet. Dus haal ik de brief tevoorschijn die ik had gekregen van de binnenlandse veiligheidsman. Dat werkte. Ik kon meteen gaan. Ik wist toch wel dat het een grapje was…

“Vlak voor Accra ben ik de weg kwijt. Kijk een beetje rond en zie ineens een bord dat de weg wijst naar Accra, naar de Feyenoord Academie! Nou, duidelijker kun je het niet hebben. Ik wist weer waar ik naar toe moest.”

Leo Hoogendijk is processoperator bij een oliebedrijf in de Rotterdamse haven. Hij rijdt zo’n 15.000 km per jaar op zijn Suzuki V-Strom en heeft tussen werk en rijden door tijd gevonden om een boek te schrijven: Ghana per motor. Wie het volledige verhaal wilt lezen, met veel foto’s, kan het boek bestellen via blurb.com.