zaterdag 25 april 2026
Home Blog Pagina 1166

TankTasTocht 3: Brabant

1

Het Rijke Roomse Leven. Vertel mij wat. Ik kom er vandaan. Ik ken de benauwde seksuele moraal. De hardleersheid van de clerus. Toen aartsbisschop Simonis in de jaren tachtig van de vorige eeuw het verschil tussen man en vrouw meende te kunnen verklaren uit het verschil tussen eicel (‘passief’) en zaadcel (‘actief’) wist ik: wegwezen.

Er wordt wel meer onzin beweerd, in de katholieke kerk (en daarbuiten). Sterker nog: die hele kerk hangt van praatjes aan elkaar. Het verschil is alleen dat ik er tegenwoordig van kan genieten. Lieve hemel, wat was het weer smullen, daar in het katholieke zuiden, in de Kempen, waar deze route doorheen voert. Maar het begint natuurlijk met een eindje rijden.

DOWNLOAD ROUTE OF GDB

Het is op een heerlijke voorjaarsdag als we bij Tilburg de A58 verruilen voor de Gilzerweg en de Bavelseweg en Klein Heike. Platteland dus en dat ruik je, er hangt een indringende lucht van gier. Meteen maar even een waarschuwing de deur doen uitgaan: pas op voor bejaarde echtparen op elektrische fietsen, want die kom je hier veel tegen. Ik had er bijna één tussen mijn voorvork zitten. En overstekende poezen zie je hier ook geregeld. Intussen is het wel genieten, op de Wildertstraat en de Putvenweg en de Fransebaan, dwars door de bossen.

Start: McDonalds Tilburg-Zuid, Mina Krusemanweg 4, Tilburg

Nieuw bij Louis: tangenset van Rothewald

0
Louis tangenset

Tangen zijn niet bepaald de pronkstukken in een motorwerkplaats. Toch weet elke sleutelaar dat je bij het sleutelen niet zonder tangen kunt. Rothewald biedt daarom de belangrijkste soorten tangen in één set voor mensen die zelf meer doen dan alleen het oliepeil controleren.

De basisuitrusting voor elke werkplaats bestaat uit een combinatietang, punttang, draadstripper, waterpomptang en zijkniptang. Allemaal in de beproefde Rothewald-kwaliteit en samen voor slechts 29,99 euro in alle Louis-filialen en in de onlineshop verkrijgbaar.

Scherpe Alpine oordoppen actie op Mega MotorTreffen

0

MotorNL organiseert op zaterdag 18 en zondag 19 mei voor de derde keer in Expo Haarlemmermeer (Vijfhuizen) ‘Mega MotorTreffen’; een bruisend event speciaal voor motorrijders. Alpine Hearing Protection is ook weer van de partij, met een scherpe kortingsactie! 

RELAXTER RIJDEN MET ALPINE MOTOSAFE CUSTOM 4D

Dat je tijdens een motorrit je gehoor moet beschermen, is voor de meeste motorrijders geen nieuws meer. De harde windruis kan al binnen enkele minuten onherstelbare gehoorschade aanrichten. Motoroordoppen horen daarom net als goede handschoenen, een helm en een stevige broek bij een standaard motoruitrusting. Veel motorrijders gebruiken universele motoroordoppen, maar ook steeds meer mensen zijn bereid om te investeren in op maat gemaakte gehoorbescherming. Alpine Hearing Protection lanceerde vorig jaar haar gloednieuwe MotoSafe Custom 4D oordoppen. Deze op maat gemaakte oordoppen zijn zeer enthousiast ontvangen door motorrijdend Nederland. Dankzij de digitale scan- en productietechniek sluiten de oordoppen zeer nauwkeurig aan op het oor. Hierdoor is zowel de pasvorm als het comfort optimaal. Met de Minigrip uitneemhulp kun je de oordoppen makkelijk en snel uit je oren halen. Verder zijn de oordoppen stuk voor stuk voorzien van een uniek nummer en de voornaam van de eigenaar. Je kunt kiezen uit diverse filters met verschillende dempingswaarden. Zo is er voor ieder type motorrijder een bijpassende oplossing.

OORDOPPEN OP MAAT VOOR SLECHTS € 99,-

Tijdens Mega MotorTreffen betaal je voor oordoppen op maat (inclusief Alpine Clean reinigingsspray en een bandana!) slechts € 99 in plaats van € 125,95. Je profiteert dus van € 26,95 korting! Je vindt Alpine tijdens Mega MotorTreffen tussen de MotorNL stand en de Motorsport Arena.

WIN EEN SET OORDOPPEN OP MAAT

Wil je kans maken op een set op maat gemaakte gehoorbescherming van Alpine? Bezoek dan snel onze Facebook pagina om kans te maken! De winnaar kan de oordoppen aan laten meten tijdens het Mega MotorTreffen event.

www.alpine.nl/product-categorie/motorrijden

Hoe veilig is casual motorkleding? | Motorkledingtips

0

Casual motorkleding wordt steeds populairder. Maar hoe veilig is casual motorkleding? Jaap krijgt antwoord op deze vraag van motorkledingspecialist Rogier.

Rijden op de Yamaha 700 Ténéré tijdens de Demo Tour

0
Yamaha-700-tenere-Demo-Tour

Momenteel wordt er in Spanje hard getrokken aan de nieuwe Yamaha 700 Ténéré. Daar vindt de introductie plaats van de adventure waar veel van verwacht wordt. Op www.motor.nl gaan we daar zeker nog wel wat woorden aan vuil maken.

In ieder geval heeft Yamaha ook een Europese Demo Tour in de maak voor de 700 Ténéré. Die begint in juni en loopt door tot eind juli. Voordat de 700 Ténéré vanaf september bij de Yamaha-dealer staat, kunnen fans van deze motor er alvast kennis mee maken. Voor meer informatie kun je de yamaha-www.motor.nl website raadplegen.

De bedoeling van de Yamaha Ténéré 700 Demo Tour is dat je er al gereden hebt voordat je de aankoop concreet maakt. Immers kun je tot 31 juli je bestelling plaatsen met het online bestelsysteem van Yamaha. Je krijgt dan een soort van vroegboek-korting. In plaats van €11.599,-* betaal je dan €11.199,-* voor de Yamaha 700 Ténéré.

Twee Ténéré 700 accessoirepakketten

Nog voor de 700 Ténéré in de winkel staat heeft Yamaha twee pakketten samengesteld. De naamgeving ervan verbloemt nauwelijks: Explorer -en Rallypack.

Het Explorerpack biedt een 33% dikkere keienvanger die ook groter is dan de standaard beschermplaat. Verder zijn er valbeugels en een monozadel dat extra bagagecapaciteit biedt.

Het Rallypack maakt de 700 Ténéré meer geschikt voor serieuze uitstapjes in het terrein. Het pakket bevat een hoger en platter offroadzadel, een Akrapovič slip-on uitlaatdemper, een ketting- en kettinggeleider, radiatorbescherming, kenekenplaathouder, LED knipperlichten en een tankpad. Net als de Yamaha 700 Ténéré zijn ook beide pakketten vanaf september leverbaar.

Ténéré Lifestyle

Niet alleen kun je je nieuwe 700 Ténéré verfraaien, dat kan ook met jezelf. Voor dat doel heeft Yamaha een Adventure kledingcollectie samengestelds. Voor een impressie check je de Yamaha kleding website.

MOTO73 zoekt zes A2-rijders voor test Honda CB-familie

0
Honda-CB_M73_lezerstest

Op vrijdag 14 juni test de redactie van MOTO73 maar liefst zes Honda CB’s. Zes! Dat kunnen ze nooit alleen. Die moeten we helpen met deze klus. Heb jij zin?

Wel zin, maar eerst zien welke Honda’s?

  • 2 x CB500F
  • 2 x CB500X
  • 2 x CB500R

Wat opvalt: op alle Honda’s kun je met een A2-rijbewijs rijden. Nou, zin? Geef je dan op met het onderstaande formulier. Een week voor aanvang van de test mailen we je waar we je verwachten. Ontvang je geen mail, ben je niet geselecteerd.

Programma vrijdag 14 juni (onder voorbehoud)

08.o0 Ontvangst/ontbijt/uitleg
09.00 Vertrek test
12.00 Lunch
13.00 Vervolg test
16.00 Afsluiting

Geen velden gevonden.

Noorwegen: Noorderlichten

0

Ze liggen op locaties waar vijfsterrenhotels niet aan kunnen tippen en je kunt er nog overnachten ook. Noorse vuurtorens. Uiterst exclusief en toch betaalbaar. Jan Dirk Onrust maakte een reis langs vijf indrukwekkende Noorderlichten.

Jan Dirk Onrust

Op de Superspeed – de speedboot van ruim 200 meter die van het Deense Hirtshals naar Kristiansand vaart – ontstaat bij het naderen van de Noorse kust opwinding onder de passagiers. De oorzaak is een mini-eilandje met een eenzame vuurtoren. ‘Je zou er maar wonen,’ stelt een motorrijdster uit Rotterdam zich voor. ‘Lijkt me doodeng!’. Haar echtgenoot ziet vooral een praktisch probleem. ‘Wie haalt hier de vuilnis op woensdagmorgen op?’

Ondanks deze kleine bezwaren worden links en rechts van me de camera’s getrokken. Vuurtorens fascineren nou eenmaal. Het zijn de landmarks bij uitstek, de wakers bij nacht en ontij, het stralend middelpunt van ontelbare ansichtkaarten. Maar door automatisering en navigatieapparatuur zijn ze in Noorwegen bijna allemaal ontvolkt. Jammer maar helaas voor het personeel, maar leuk voor toeristen, want in veel gevallen zijn de vuurtorenwachterswoningen nu te huur. Per week, per weekend en ook per dag. En als je er een aantal achtereen bezoekt, heb je niet alleen elke dag een hoogst exclusieve bestemming, maar ook nog eens een fabelachtige reis.

Lindesnes Fyr: de Zuidkaap

Long 57°58’57.24″N Lat 7° 2’54.01″O

De eerste vuurtoren waar ik met mijn BMW F800 GS op af ga, is meteen de beroemdste van heel Noorwegen: Lindesnes Fyr. Ik vind hem aan het eind van een doodlopend en bijzonder lekker weggetje dat langs rotsen en piepkleine dorpjes kronkelt.

Lindesnes Fyr markeert niet alleen de Noorse Zuidkaap, hier werd in 1656 ook nog eens de allereerste vuurtoren van het land ontstoken. Dat leverde Lindesnes Fyr in 2005 de benoeming op tot belangrijkste monument van de provincie Vest-Agder van de afgelopen 1000 jaar. Deze plek is dan ook veel meer aangekleed dan bij de andere vuurtorens. Je vindt er onder meer een vuurtoren- en scheepvaartmuseum met souvenirshop, een restaurant en een grote parkeerplaats met de onvermijdelijke wegwijzer naar de Noordkaap – 2518 km hiervandaan.

Voor ongeveer 5 euro kun je het museum bezichtigen, de rotsen opklimmen, de ijzeren vuurtoren uit 1916 bestijgen en daar snoeihard je kop stoten tegen de lage ingang. Er vlakbij vind je de fundamenten van het oude kolengestookte lichtbaken.

Lista Fyr: lichtkastelen

Long 58° 6’32.54″N Lat 6°34’4.32″O

Jammer genoeg kun je niet overnachten in Lindesnes Fyr. Daarom rijd ik door naar Lista Fyr, want de dag is nog lang niet om. Na een bochtrijke rit langs lage bergjes en rotspartijen, zie ik Noorwegen de laatste vijftien kilometer van een onbekende kant: een tamelijk vlakke landbouwstreek met duinen en strand. De kust lijkt veel lieflijker dan elders in Noorwegen, maar dat is schijn. Want juist hier liepen talloze schepen vast. Daarom werd in 1836 een granieten vuurtoren van maar liefst 34 meter hoog neergezet. Veel hielp dat niet, omdat de scheepvaart moeite had de verschillende vuurbakens uit elkaar te houden. Op een steenworp afstand van elkaar werden er daarom nog twee lichtkastelen neergezet. Nieuwe seintechnieken maakten twee van de drie in 1876 overbodig. De toren uit 1853 bleef als enige over.

Voor ruim 100 euro huur ik hier voor een nacht een huis met alles erop en eraan. Dat lijkt pittig, maar als je hier met een klein groepje slaapt, is het een koopje. Omdat ik zo’n sympathiek voorkomen heb, krijg ik het bedden- en badgoed er gratis bij. Ik krijg zelfs de sleutel van de vuurtoren. Maar wat voor lichtschakelaars ik ook indruk, de vuurtoren blijft gewoon branden. Van het licht heb ik trouwens geen last. Wel van de warmte. De wekenlang aanhoudende hitte heeft de woning in een broeikas veranderd.

Ryvarden Fyr: cultuurvuurtoren

Long 59°31’36.88″N Lat 5°13’36.18″O

Route: Al snel na het begin kun je – maar dat hoeft niet – een prachtige onverharde weg nemen van een kilometer of vijftien nemen langs zee en een kleine fjord. Dan door laag bergland naar Egersund, waarna een sfeerrijk laagland begint dat eindigt bij Stavanger. Via een paar tolwegen en -tunnels waar ik niets hoef te betalen en een pontje kom ik bij het plaatsje Sveio. Na een zeer goede onverharde weg kom ik aan in de nederzetting Mølstrevagen, waar moeilijk vindbaar de onverharde, sterk heuvelende privéweg (2 km) naar Ryvarden Fyr begint. Een prettige blonde Noorse van de VVV wacht me op met de sleutel.

‘Welkom op Ryvarden,’ zegt ze. ‘Je bent de allereerste Nederlander die hier in vijftien jaar komt slapen.’ Ryvarden is een zogenaamd Kulturfyr. Dat betekent dat de hoofdwoning dienst doet als galerie en café. Maar veel gezelschap zal ik niet hebben, want het café is alleen overdag open. Ik zal de avond en de nacht in mijn eentje moeten doorbrengen op het schiereiland.

Mijn huisje staat bovenop de rotsen. Vanuit de huiskamer – open haard, veel schilderijen en kunstwerken – heb ik aan drie kanten uitzicht op de zee en talloze rotseilandjes. Helemaal eenzaam ben ik niet, want ik zit aan de scheepsroute van Stavanger naar Bergen. Om het kwartier vaart er een coaster, een vissersbootje of een zeiljacht langs. Veel meer gezelschap krijg ik als ik om acht uur ’s avonds over de kale rots slenter. Zo’n twee miljoen knutten komen langs – een soort muggen ter grootte van een speldenknop. Ze vallen aan als piranha’s en jagen me het huisje in. Als de zon onder gaat, kan ik me weer buiten wagen met een insectenverdrijvende Marlboro tussen mijn lippen. Het is volledig windstil en de zee ligt er zo rimpelloos bij dat het water bevroren lijkt. In korte tijd kleurt de horizon van oranje naar rood, roze, paars en donkerblauw. Als ik naar huis wil bellen om te zeggen hoe mooi het hier is, merk ik dat mijn mobieltje geen ontvangst heeft. En dan dringt het pas echt tot me door hoe verlaten het hier is.

Als je ooit nog eens een boek zou willen schrijven, is Ryvarden de plek. Bijna niets leidt je af en het is nog betaalbaar ook. Buiten het seizoen kunnen schrijvers en schilders hier namelijk voor een prikje verblijven. Normale stervelingen betalen in het zomerseizoen ruim 200 euro per nacht voor de woning.

Hellisøy, Fedje: moet je geweest zijn

Long 60°45’10.60″N Lat 4°42’30.54″O

Route: Ruim 200 km over een rijk van eilanden en schiereilanden. Ik maak drie keer een flinke boottocht en rijd over enkele gigantische hangbruggen. Tot aan Bergen is het heerlijk rijden, daarna volgen honderd tamelijk tamme kilometers. Aan het eind vaar ik in een half uur naar Fedje.

Fedje zou volgens mijn reisgids het favoriete eiland zijn van de happy few van Bergen. En volgens de Britse krant The Observer hoort Fedje tot de vijftien plekken op de wereld waar je eens in je leven geweest moet zijn. Dat schept hoge verwachtingen. Zo hoog dat ik behoorlijk teleurgesteld ben als ik vanaf het schip zie dat het eiland zo plat is als een spiegelei. Maar dat maakt nu even niet uit. Ik heb enorme honger en zit vooral te denken aan de supermarkt die ik ga leegkopen. Helaas, de enige buurtsuper van het eiland heeft zijn deuren al gesloten. Een tankstation of een snackbar kent Fedje niet, een restaurant zie ik niet. Verder heb ik alle wegen van het eiland in een kwartiertje afgereden. En de vuurtoren, Hellisøy Fyr, blijkt in een verbouwing te zitten en ligt ook nog eens op een onbereikbaar apart eilandje. Ook dat nog. Fedje lijkt me eerder thuishoren op de lijst van vijftien plekken waar je nooit moet komen.

Maar dan vind ik onderdak in een Kraemerholmen, een soort Zaanse Schans met alleraardigste houten huisjes. Na veel zoeken, ontdek ik ook nog een soort kantine waar ik wat kan eten. Nog beter wordt het als om negen uur ‘s avonds een man aanklopt – onder de verf – die zich voorstelt als Jostein Husa. Hij is niet alleen schilder, timmerman, hulpkoster, grasmaaier, kok en reisbegeleider, maar ook de plaatselijke VVV-man. Hij lijkt op J.J.Cale en spreekt met een niet te verklaren Italiaans accent. ‘Kom op, ik zal je de vuurtoren laten zien,’ zegt hij opgewekt. Een kwartier later varen we in een motorbootje de volle zee op. ‘Je moet eigenlijk niet schrijven over de vuurtoren,’ zegt Jostein. ‘We kunnen de toeristen nu al niet aan. Veel te weinig personeel hier. Daarom heb ik zes banen, verdorie. Zeg maar tegen je lezers dat ze hier moeten komen om te werken en te wonen.’

Hellisøy Fyr staat op een eigen eilandje dat een meter of honderd van Fedje ligt. Vlak voordat we aan land gaan, zoekt Jostein naar een plek in het water. ‘Ja, hier is ie!’ Op vier meter afstand zie ik vlak onder de waterspiegel de mast van een schip. ‘Een coaster. Vorig najaar tijdens een storm op de rotsen gelopen.’

De huisjes van Hellisøy Fyr zijn van de vuurtoren gescheiden door de diepe spelonk waarover een wiebelig bruggetje is gelegd. Zeker nu een regenbui nadert, ziet het er een stuk onheilspellender uit dan Ryvarden Fyr. Een ideale plek om met vat whisky en een stuk of vijf motormaten een weekendje te vissen, te hijsen en bij windkracht tien sterke verhalen te vertellen. Maar dat kan pas in 2009, want dan moet de verbouwing voltooid zijn. Heeft Jostein verder nog een toeristische tip voor Fedje. Jazeker. ‘We hebben hier geen politie. Eens per maand komt er een agent van de vaste wal. En iedereen hier weet precies wanneer.’

Kråkenes Fyr: alle stormrecords

Long 62° 2’4.34″N Lat 4°59’9.23″O

Route: De rit van Fedje naar Kråkenes Fyr (300 km) heeft bijna het karakter van een expeditie. Talloze tunnels, pontjes en bruggen moet ik nemen, meerdere fjorden en bergpassen moet ik oversteken. Maar dan heb je ook wat. De rit naar Vågsøy is de meest verbluffende van allemaal. Alles zit erin: uitzicht op zeehonden en besneeuwde bergtoppen, de geur van bloeiende fruitbomen en heel veel mooi asfalt. En dan moet de climax nog komen. Het eiland Vågsøy zelf.

Als de veerboot bij het vallen van de avond onder een boogbrug van 1200 m is gevaren, komt Vågsøy in volle glorie tevoorschijn. Twee bergen, die veel hoger zijn dan ik tot nu toe aan de kust heb gezien, met een grote stad er trapsgewijs tegenaan gebouwd: Måløy. Voor de haven dobbert een aantal historische zeilschepen met matrozen erop. Op de kades krioelt het van de mensen, rockmuziek klinkt over het water. Zo’n aankomst is wel het laatste dat je verwacht in deze verlaten uithoek. Het voelt een beetje onwerkelijk aan, alsof ik in een speelfilm terecht ben gekomen. Een gevoel dat me hier niet meer zal loslaten.

Kråkenes Fyr ligt precies aan de andere kant van het vrijwel boomloze eiland. Om er te komen moet ik tegen de laagstaande zon de bergen over. Een rit van ruim twintig kilometer over breed bochtig asfalt. Op de top kom ik in wolken en zie door de dunne delen het silhouet van de kaapachtige kust liggen. De laatste kilometers voeren over een onverhard pad met een steile afgrond naar de zee, een meter of zestig onder me. In de verte doemen de twee witte gebouwtjes op: Kråkenes Fyr en het bijbehorende stormhuis. Wat nog ontbreekt zijn vallende sterren, stromende bergbeken en gevulde koeken, verder is alles pure magie.

Krakenes Fyr (1906) is niet zomaar een vuurtoren, maar een icoon voor Noorwegen op zijn wildst. Deze plek heeft alle Noorse windrecords in handen. ‘Als het ergens anders waait, stormt het hier,’zegt Thomas Bickhardt, een Duitse psycholoog die sinds 1994 de vuurtorenwachter is. ‘De oceaangolven slaan dan over vuurtoren heen. Het zeezout trekt dwars door de houten muren naar binnen. Alle ruiten zijn van flexibel plexiglas. Normaal glas zou er als een zeepbel worden uitgeblazen. Er gaan in de winter weken voorbij dat ik niet meer met mijn vrouw kan praten door de herrie. Mijn auto moet ik dan een kilometer verderop neerzetten, anders slokt de zee hem op. Maar ik zou nooit meer ergens anders willen wonen.’

Behalve vuurtorenwachter en psycholoog is Thomas vooral fotograaf. Zijn hoofdthema: zijn eigen huis en omgeving. Boeken, dvd’s en video’s heeft hij volgeschoten. Zijn foto’s prijken in talloze brochures en zelfs in reclames van onder meer een Noorse fabrikant van extreme verf. Het gevolg: Kråkenes Fyr is hard op weg een toeristische topattractie te worden. Met busladingen tegelijk komen de toeristen er tegenwoordig op af.

Het kost Bickhardt ook maar weinig moeite om de acht kamertjes van het stormhuis vol te krijgen. Ook deze avond is het volle bak. De kamers zijn eenvoudig en koken kan in een gemeenschappelijk keukentje. De prijs varieert van een kleine 50 tot ruim 100 euro per nacht per persoon. Voor een dergelijke superexclusieve plek is dat aan de bescheiden kant. En de gasten van vanavond kunnen het lijden. Ik sta samen te koken met onder meer een Duits/Russisch beursmakelaars-echtpaar en een Nederlandse chirurg met een Multistrada. Iedereen aan de spaghetti natuurlijk. Er heerst een prettig soort opwinding aan de keukentafel, omdat we allemaal het bijzondere van deze plek aan de rand van de wereld aanvoelen. De banden worden nog verder aangehaald als de stroom tijdelijk uitvalt en daarna de waterleiding. ‘Ach, wat heerlijk authentiek. Kom daar nog maar eens om in het Raddison SAS.’

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRK-Noorderlichten.GPX”]

KNMI voorspelt weekeinde vol zon tijdens Mega MotorTreffen

0

De weergoden zijn ons opnieuw goed gezind. Het KNMI voorspelt een weekeinde met volop zon, maar niet te warm. Op 18 & 19 mei – het weekeinde van het Mega MotorTreffen in Vijfhuizen – tipt het kwik in de thermometer de 20 graden. 20 Graden, dat is voor motorrijders bijna een heilig getal. Dan kan de voering uit het pak en is een wolletje onder het jack genoeg om het behaaglijk te houden. En bovenmatig zweten is er niet bij.

Tweede kaartje Mega MotorTreffen gratis

Tijdens het Mega MotorTreffen staan we stil bij de livegang van www.motor.nl Het moment zetten we vooraf kracht bij met een actie: twee kaartjes voor de prijs van één.

Bestel hier je tweede kaartje GRATIS!

Frankrijk: Corsica – Motoreiland

0
Corsica

De oude Grieken noemden Corsica Kalliste: Het mooiste van het mooiste. Na drie dagen raggen over het asfalt van Haute-Corsica ziet Jan Dirk geen reden om ze ongelijk te geven. Corsica is zelfs een motoreiland.

Jan Dirk Onrust

Stel je bent de Schepper en je denkt op een dag: laat ik eens een motorparadijs maken. Hoe zou dat er dan uitzien? Je pakt veel bergen, veel bochtig asfalt en ruige natuur. Daarna zorg je voor een dramatische kust en wat gezellige dorpjes en stadjes. En dan ga je het enorm overdrijven. Nog meer bergen en belachelijk veel bochten en een lekker klimaat erbij. Maar je wilt natuurlijk niet dat iedereen er zomaar kan komen, dus maakt je er een eiland van dat net iets te ver weg ligt. Om te voorkomen dat het een grote toeristische bouwput wordt, laat je er vrijheidsstrijders, maffiosi en heel veel ambtenaren rondlopen, zodat de economische ontwikkeling niet van de grond komt. En je noemt het Corsica. Oftewel Île de Beauté, het eiland van de schoonheid.

Is het echt een motorparadijs? Vrijwel iedereen die op Corsica is geweest, zegt het. Maar gek genoeg is het voor mij altijd een witte vlek op de kaart gebleven. Te dicht bij de Alpen waar al zoveel moois is te zien. En tegelijkertijd was Corsica net iets te ver weg. Maar een uitnodiging van reisbureau Endurofun Tours trekt me begin oktober toch over de streep. Het werd tijd.

Vanaf Nice is het met Corsica Ferries amper vijf uur varen naar Bastia. Ruim een etmaal na vertrek, zit ik ontspannen achter een zoetig Corsicaans biertje op een terras in de oude haven. Met vijf Duitse reisgenoten.

Huh? Duitsers? Jazeker. Endurofun Tours is een Duits reisbureau. Omdat het bedrijf uit Itzehoe spontaan steeds meer aanmeldingen van Nederlandse motorrijders krijgt, klopte oprichter Jochen Ehlers nu ook bij ons aan. ‘En Herr dipl. Ing, Ehlers, klikt het een beetje tussen de Duitsers en de Nederlanders?’ vraag ik.

‘Absoluut,’ zegt Ehlers die de trip op Corsica begeleidt. ‘Vroeger was het een tijdje wat minder, logisch. Maar Duitsers en Nederlanders zitten wat mentaliteit betreft heel dicht bij elkaar. Dus eigenlijk hebben we alleen maar goede ervaringen. Nederlanders zijn bovendien vaak goede motorrijders en ze klagen niet over elk wissewasje.’ En waarom zou het ook niet klikken? Het superpünktliche van de Duitsers is er ook wel een beetje af. Morgen zullen we om 9.00 uur vanuit Bastia vertrekken, maar het mag ook uitlopen naar 9:05 uur.

Cape Corse

Drie hele dagen om Corsica te verkennen. Dat lijkt heel wat voor een gebied met de oppervlakte van Gelderland en Overijssel bij elkaar, maar opschieten kun je vergeten op dit extreem bergachtige eiland. Daarom beperken we ons grotendeels tot het noordelijke deel, het departement Haut-Corse (Hoog Corsica). Met de 180 km die we vandaag voor de boeg hebben, zijn we de hele dag zoet.

Als we Bastia (130.000 inwoners) via de kustweg naar het noorden verlaten, laten we bijna de helft van de Corsicaanse bevolking achter ons. Dus voor ons ligt vooral rust. En meteen al een prachtige weg die vlak langs het water scheert. Hoog is het nog niet, maar bochtig des te meer. Na 20 km heb ik mijn Moto Guzzi Stelvio al meer laten slingeren dan op de 500 km naar Nice.

Het gebied waar we rijden heet Cape Corse – een schiereiland van 40 bij 10 km – ook wel de miniatuurversie van Corsica genoemd. Hoge bergen in het midden, bijna kale rotsen met ruig struikgewas – maquis – en baaien met kleine strandjes aan de randen. Typisch Middellandse Zee, maar toch heel anders dan de Spaanse, Franse of Italiaanse kust. Bovendien is het hier onbegrijpelijk leeg. Bij gebrek aan iets anders is het toerisme belangrijk voor de Corsicaanse economie, maar de grootschaligheid van het vasteland ontbreekt. Wat wij natuurlijk alleen maar leuk vinden. Nergens hoeven we hier een voet aan de grond te zetten. Behalve dan als onze eigen Herr Flick aangeeft dat we een foto moeten maken.

Driftende Alpines

De oostzijde van de Cape Corse is prachtig, de westzijde sensationeel. We rijden wat verder van de zee af, maar we zitten een stuk hoger, wat na elke bocht voor weergaloze uitzichten zorgt op knalblauw water, een paar witte kustplaatjes tussen de ruige rotsen en de hoogste bergen van Corsica (2600 m) in de verte.

Hoewel we er redelijk voortvarend overheen rijden, worden we plotseling opgejaagd door een stokoude Renault Alpine A110. Nee, twee zelfs. Nee, minstens tien. En allemaal dragen ze rugnummers. Het blijkt dat we verzeild zijn geraakt in een soort rally van internationale Alpine-clubs. En dan is het spel op de wagen. We laten ons natuurlijk niet te grazen nemen door een paar ballen in een klassieke auto. Zodra we de eerste twee hebben laten passeren duiken Jochen en ik er achteraan. Maar dat valt nog niet mee. Zij spelen dan ook vals. Zij kunnen met driftende achterwielen door de bochten en lopen daardoor langzaam maar zeker op ons uit. Na tien minuten bungelen, besluiten we ons maar te storten op secundaire geneugten des levens. Zoals wijn.

Trigger happy

Onderaan Cape Corse ligt het wijnplaatsje Patrimonio. Regelneef Jochen heeft er een bezoek aangevraagd bij de wijnboer Montemagni. Vooropgesteld: als noorderling en motorrijder snap ik bier en whisky, maar niets van de genietcultus rondom wijn. Dat hoort meer bij mannen met een sjaaltje en een Renault Alpine. Toch wordt het een leuk bezoekje. Dat komt door Aurélie Melleroy, een zachtaardig en slim meisje uit de Elzas dat leiding geeft aan een horde Marokkaanse en Corsicaanse macho’s met een kort lontje. Hoe houdt ze die druivenstampers in bedwang, willen we natuurlijk weten. ‘Je moet hier wel een beetje voorzichtig zijn, want de mannen op Corsica zijn behoorlijk trigger happy. Maar als ze echt niet willen luisteren, dan geef ik ze gewoon een schop,’ zegt ze charmant, terwijl ze de bijbehorende voetbeweging maakt. Een volgend memorabel moment dient zich aan als Aurélie uitlegt dat de opslagketels worden gereinigd met 100 % alcohol. ‘Nee, pure alcohol bestaat niet,’ verbetert Jochen haar. ‘Het kan hooguit 96 % zijn.’ Duitse reisgenoot Michael wint de eeuwige sympathie van de groep door te zeggen: ‘Jochen, ga nou niet de Duitser uithangen.’ De ‘hooguit 96 %’ zal de komende dagen de stok worden waarmee we de groepsleider slaan. ‘Heb ik gelijk of niet, jongens?’ ‘Mwoah, hooguit voor 96 %.’ Reizen met de Oosterburen? Ik kan het iedereen aanraden.

We vinden ons hotel in het kuststadje Calvi, dat hier bekend staat als de geboorteplaats van Christoffel Columbus. Maar aangezien Columbus nog een stuk of tien geboorteplaatsen heeft, waarvan Genua de meest waarschijnlijke is, hoeven we ons daar niet veel van aan te trekken. De grote Genovese citadel, waarin de ruïne van zijn ‘geboortehuis’ staat, is er nauwelijks minder om.

Rode kliffen

Geen wolk te zien en 20 graden als we aan de kustweg naar Porto beginnen, 100 km ten zuiden van Calvi. De calanques – fjordachtige inhammen – liggen rechts van ons, granieten kolossen tot een meter of 800 aan de andere kant. Het is zo imponerend ruig dat we eerder een beetje dwarrelen dan rijden om het in ons op te nemen. Om een foto te maken, kan ik rustig een paar minuten midden op de weg staan, zo stil is het. Een keer moet ik remmen om niet achter in een koe te rijden, een andere keer moeten we wachten op een touringcar die vast zit in een te krappe bocht. Dat is al het oponthoud. Verder kunnen we vrijwel de gehele rit naar Porto zwierend en zonder onderbrekingen afleggen. Iets wat eigenlijk aan geen enkele Europese kust mogelijk is, zelfs niet in oktober.

Porto (Zuid-Corsica) staat bekend als een van de hoogtepunten van het eiland. Het is een klein kustplaatsje dat op rode kliffen ligt aan een baai die valt onder een natuurgebied van de werelderfgoedlijst. Met een beetje geluk zie je hier visarenden, zeearenden, lammergieren, valken en zelfs dolfijnen. Om dat eens goed te bekijken, moet je naar Girolata, een dorp aan een nabijgelegen baai, dat je alleen over water kunt bereiken. Maar een plotseling opkomende storm maakt de zee al even ruig als het land en de boot blijft voor anker. Dan maar even iets zuidelijker rijden, naar de Capu Rossu. Puntige rode rotsen met diepe ravijnen en met de helblauwe zee erachter. Eindelijk is het echt druk. Het krioelt van de touringcars die voor elke blinde bocht met de claxon aankondigen dat ze voorrang zullen pakken. De kaap hoort dan ook tot het spectaculairste dat Corsica te bieden heeft.

Wij hebben het geluk dat Jochen al meer dan vijftig keer op het eiland is geweest. Hij leidt ons voorbij de drukte naar een schitterend haarspeldbochtenweggetje naar een kleine afgelegen baai – Ficajola – waar een gezin verstoord opkijkt als ze op hun ministrand zes motorrijders zien aankomen. Voordat wij in het lauwe zeewater plonsen zijn ze al vertrokken.

Patroonhulzen

Ons hotel ligt een kilometer of twintig landinwaarts in Evisa en toch heeft het uitzicht op zee, zoals alle hotels die Jochen uitkiest. Het betekent dat het hoog ligt, op ruim 800 meter en dat we een fantastisch stuk kunnen zwieren over een superweggetje. Op de laatste dag steken we dwars over naar Bastia via de hoogste pas van het eiland: Col de Vergio op 1477 m. Door een kastanjewoud met veel loslopende varkens, loopt de weg zonder veel drama naar boven. Daarna wordt het een bijzonder ruig schaapherdersgebied, wat al aangekondigd wordt door de bekende beschoten verkeersborden en patroonhulzen die overal in de berm zijn te vinden. En natuurlijk door de Monte Cinto, met 2706 m de hoogste berg van het eiland. In La Scala di Santa Regina treffen we Corsica op zijn wildst: een zeer smalle kloof dwars door een grootste steenchaos met snelstromend water in de diepte.

Net ver daarna bereiken we de ziel en het geografische hart van Corsica: het stadje Corte. Door de geïsoleerde ligging was Corte altijd het meest vrij van vreemde invloeden. Hier riep vrijheidsstrijder en nationale held Pasquale Paoli in 1755 de onafhankelijkheid uit. Die periode duurde maar veertien jaar, maar Corte is altijd het hart van het Corsicaanse nationalisme gebleven. Het prachtige gelegen stadje (6300 inw.) zou dan ook het meest puur Corsicaans zijn. Dat valt onder meer te zien aan de hoge huizen in het centrum. Omdat ze huizen hier pas verkopen of opknappen als volgens oud gebruik de hele familieclan akkoord daarmee gaat, staan ze er wat vaak armoedig maar des te schilderachtiger bij. Het letterlijke en figuurlijke hoogtepunt is de citadel die hoog boven het stadje uitrijst.

Inkoppertje

De rit van Corte naar Bastia gaat over een moderne, veel bredere weg dan we tot nu toe hebben gehad. En in de buitenwijken van Bastia rijden we zelfs langdurig door buitenwijken met McDrives en bouwmarkten. Om te voorkomen dat de prachtreis in een anticlimax eindigt, stuurt Jochen ons voorbij Bastia toch nog even naar boven, waar we San Martino di Lota op een hoge bergrand ons hotelletje met uitzicht op zee vinden. Als we onder de platanen van het hotelterras een fles laten aanrukken, stelt Jochen maar weer eens dat de oude Grieken Corsica het mooiste van het mooiste noemden. ‘Hadden ze gelijk of niet, jongens?’ vraagt hij. Een inkoppertje voor ons natuurlijk. ‘Hooguit voor 96 % procent!’ zeggen Michael en ik tegelijkertijd.

Frankrijk: maak je Drôme waar!

0
Drome

Pascale tikt me op de schouder en wijst op de donkere wolken, die zich aan de overkant van de Rhône samenpakken. ‘Het regent in de Ardèche’, roept ze verheugd. ‘Zie je wel dat de Drôme leuker is!’

Peter Aansorgh

Met een grote grijns stapt Pascale in Tarn l’Hermitage van de motor. Begrijpelijk, want als vertegenwoordigster van het Comité Departemental Du Tourisme de la Drôme moet ze dagelijks opboksen tegen haar collega’s van het departement Ardèche, die haar steeds wijzen op het feit dat hun departement veel populairder is bij de toeristen. En dat is natuurlijk zo, zeker bij Nederlanders. Als wij de zon opzoeken, gaan we naar de Dordogne, de Ardèche of de Middellandse zee. Van de Drôme hebben de meeste Nederlanders nog nooit gehoord, al grenst het gebied aan de Ardèche, met de Rhône, de rivier die van Lyon kaarsrecht naar het zuiden loopt, als scheidslijn. Sterker nog, de beroemde Route du Soleil (A7) loopt door het departement Drôme. Toch lijken weinigen op het idee te komen om hier af te slaan en het departement te verkennen. Volkomen onterecht, zo vindt het Comité, en zodoende werd er in samenwerking met Endurofun Tours een reis door de streek georganiseerd. En vandaar ook dat Pascale zich zo verkneukelt bij het idee dat wij de hele dag in de zon hebben gereden, terwijl haar concurrenten natte voeten krijgen…

Proeven…

Onze reis begint in Tarn l’Hermitage, een klein dorpje aan de Rhône, door een prachtige oude hangbrug verbonden met het zeer pittoreske Tournon. Maar dat ligt voor ons in ‘verboden gebied’ Tarn zelf moet het meer hebben van het uitzicht over de Rhône en van de wijnbouw, die het dorp een grote faam heeft bezorgd. De diverse Crozes-Hermitages van wijnbouwer Chapoutier zijn wereldberoemd. En – dat moet ik toegeven – ze smaken erg goed. Want dat heb ik natuurlijk ’s avonds in het restaurant natuurlijk wel even uitgeprobeerd. Alles in dienst van de wetenschap.

De eerste ochtend verlaten we het hotel met de toepasselijke naam ‘Les Deux Coteaux’ (de twee oevers), dat aan de oever van de rivier is gevestigd. Een motorvriendelijk hotel. De Kawasaki 1400GTR, die ik voor deze gelegenheid heb georganiseerd, mocht in de afgesloten garage overnachten. En dat geeft altijd een veilig gevoel.

Vercors

Vanuit Tarn trekken we het noordelijke deel van de Drôme in, beter bekend als de Vercors. De glooiende landschappen veranderen na Bourg de Péage langzaam in grovere, rotsachtige decors. Eerste stop is St. Nazaire en Royans, een middeleeuws bergdorp dat langs de oever van een meertje is gebouwd. Hoogtepunt – letterlijk en figuurlijk – is het 235 meter lange aquaduct, dat tegenwoordig als voetgangersbrug dienst doet. Het gevaarte, dat in 1876 is geconstrueerd, is 35 meter hoog en verbindt de vallei van de Vercors met de die van La Bourne.

Nadat we genoten hebben van het tafereeltje tuffen we nog een rondje door het dorp om de romaanse kerk te bekijken en zetten dan koers over de D76 naar het zuiden. Dat is een echte weg voor motorrijders. Hij is smal en bochtig en loopt langs ruige rotspartijen, diepe afgronden en vergezichten, die bij mooi weer prachtig moeten zijn. Nu is het nogal heiig, wat het zicht een beetje vertroebelt. Maar ook dan is toeren leuk, van bocht naar bocht en van haarspeld naar haarspeld. Een tikje fris wordt het wel als we de 1254 meter hoge Col de Rousset over rijden. Bovenop is een klein wintersportdorp, waar je ook ’s zomers met een kabelbaantje verder omhoog kunt, om dan met een ATB-fiets de skipistes af te stormen. Je kunt er ook friet met worst krijgen, maar dat kan ik niemand aanbevelen. Een rit naar beneden met een auto en drie kinderen en de maaltijd ligt op de voorstoel. Vandaar dat wij voor onze lunch – na een geweldige afdaling over het circuit… eh de haarspeldbochten van de zuidelijke berghelling – onze toevlucht nemen in de Auberge les Bâtets, langs de weg naar Die. Doe moeite om het te vinden, want het eten is er fantastisch.

Clairette

Die is een aardig stadje aan de rivier Drôme zelf. Het heeft leuke winkelstraatjes, een oude stadsmuur, een rare kerk en een paar kneuterige pleintjes. Als het markt is, bruist het er van de folklore. Een leuk stadje om te vertoeven. Ik ben er al tweemaal op vakantie geweest en het zal beslist niet de laatste keer zijn. Vandaag laten we het stadje links liggen om linea recta (opnieuw) kennis te maken met een van de specialiteiten van de streek: de Clairette de Die. Dat is een licht mousserende witte wijn gemaakt van de twee witte druivensoorten, de Muscat en de Clairette. Bijzonderheid van deze wijn is dat de gisting plaatsvindt op lage temperatuur waardoor niet alle suiker worden omgezet in alcohol. De Clairette heeft een laag alcoholpercentage en is redelijk zoet. Een motorrijderswijntje? De grote cave van de coöperatie Jaillance, in Die zelf, laten we links liggen en bezoeken een kleinere cave in Saillans. Deze cave, eigendom van Jean Claude Raspail, werkt op een iets kleinere schaal en dat is eigenlijk leuker. Jean Claude laat zien hoe de wijn op de fles door gist en hoe de flessen dagelijks met de hand worden gekeerd om de gist naar de top te laten zakken, waarna de top van de fles wordt bevroren om de gistprop eruit te halen. Daarna wordt uiteraard geproefd, maar daar moeten we het bij laten, want we moeten nog een stukje rijden!

Stroom af, stroom op

Op weg naar het hotel rijden we een stuk langs de Drôme, die zich slingerend een weg door de vallei baant. De rivier zelf is niet heel diep en stroomt ook niet zo hard, maar blijkbaar is ze diep genoeg om lekker in te kanoën. Met Canoé Drôme kun je hier diverse kanotochten maken. Ze zetten je dan stroomopwaarts af, zodat je alleen maar met de stroom mee terug hoeft te peddelen. Je kunt kiezen hoe ver, als je wilt kun je uren onderweg zijn. Iets voor mijn volgende vakantie, wellicht. Nu rijden we door tot Grane, waar we via pietepeuterige weggetjes in het zeer fraaie kunstenaarsdorp Mirmande terecht komen. Het leuk restaureerde dorp ligt tegen een heuvel gebouwd. Van beneden kijk je over een wirwar van daken. Door leuke steegjes en kronkelende paadjes kun je naar de Sainte-Foy kerk op de top lopen. De kerk is regelmatig het decor voor concerten en tentoonstellingen, maar nu is het stil, net als het dorp zelf. Het lijkt wel een vakantiedorp in ruste. Maar vanaf het kerkplein heb je een mooi uitzicht over de Rhônevallei. In de verte kun je de Ardèche zien liggen.

De Provençaalse Drôme

De volgende morgen trekken we de zuidelijke bergrug van de Drômevallei over en rijden via Marsanne door een agrarisch, vlak gebied naar Pont de Barret, waarna de weg weer lekker begint te kronkelen en het terrein ruiger wordt. Maar anders dan in de Vercors. Hier is het warmer en droger, met een begroeiing die veel meer op die in de Provence lijkt. De Drôme laat weer een ander gezicht zien. We komen door schilderachtige valleitjes en staan ineens in een soort maanlandschap met staalgrijze, bijna onbegroeide bergen. Het lijkt een soort vulkanisch gesteente, maar nadere inspectie leert dat het een heel zachte grondsoort is. Heel apart.

Het vreemde landschap is een paar kilometer later ineens weer verdwenen, waarna we via adembenemende rotswanden plotseling tussen de olijfbomen rijden. In Villeperdrix, een net iets te gaaf gerestaureerd, 107 inwoners tellend dorpje in de buurt van Nyons, strijken we neer voor de lunch, in een voormalige olijfoliefabriek.

Zwart of Groen

Het thema Olijven zetten we na het eten voort als we in Villeperdrix bij het hoogbejaarde, Duitse echtpaar Weippert op bezoek gaan voor hun olijvenboomgaard. De Weipperts zijn enkele decennia geleden naar het dorp verhuisd en hebben de boomgaard langzaam van een woestenij in de oorspronkelijke staat teruggebracht. De olijfbomen, waarvan enkele honderden jaren oud zijn, staan nu nog in bloei en dragen dus nog geen olijven. Dat komt later pas. In september zijn ze groen, in december zwart. Welke kleur je krijgt, hangt dus niet af van de soort, maar van de tijd. Weer wat geleerd… En we hadden nog meer kunnen leren, als we het olijvenmuseum van Nyons hadden bezocht. Maar we blijven te lang bij de koffie met (chocolade-) olijven van de Weipperts zitten en moeten vervolgens stevig doorrijden om nog op een redelijke tijd in het hotel aan te komen. Dat ligt werkelijk middenin in nergens, ergens in de bergen, in Valouse. Le Hameau de Valouse heet het hotel, dat ook appartementen verhuurt voor individuele vakantiegangers. Het is allemaal zeer rustiek gebouwd, van grote natuurstenen. Heel landelijk en authentiek.

 De Marquise van Sévigné

De laatste reisdag begint met een leuke rit over smalle bergweggetjes naar Monjoux, waar we de D24 naar Grignan nemen. Onderweg rijden we niet alleen langs talloze wijngaarden, maar ook langs uitgestrekte lavendelvelden, die het landschap later in het jaar met hun prachtige paarsblauwe bloemen een echt mediterraan uiterlijk geven.

In Grignan ontmoeten we Pascale, die ons meeneemt naar het kasteel van Grignan, dat ook weer op een heuvel is gebouwd. Het kasteel torent hoog boven de andere huizen uit. Nog hoger dan de kerk, waarvan het dak zelfs als terras van het kasteel dient. Het kasteel zelf stamt uit de 12e eeuw, maar werd vooral bekend door de briefwisseling van de Marquise de Sévigné aan haar dochter, de Comptesse de Grignan, die in de 17e eeuw in het kasteel woonde. De briefwisseling is tot literatuur verheven omdat de inhoud een goed beeld schets van de cultuur en de sociale verhoudingen uit die tijd. Madame de Sévigné verhuisde vlak voor haar dood ook naar Grignan en is daarmee geadopteerd tot de trots van het stadje. Het kasteel is te bezichtigen. Maar ook het dorp zelf is een gezellige plaats om te vertoeven. Het is typisch zo’n mediterraan stadje waar de mensen op straat leven. Gezellig.

Eyguebelle

Langzaam aan krijg ik het idee dat we van bezienswaardigheid naar bezienswaardigheid rijden en dat we eigenlijk niet eens zoveel aan het motorrijden zelf toekomen. Dat verandert vandaag, als we de echt leuke en kleine weggetjes die door de naaldboombossen lopen verkennen, met hier en daar een steile afdaling en de nodige haarspeldbochten en snelle doorlopers. Pascal is bij me achterop gekropen, maar ondanks de vele bochten geeft ze geen kik. Of dat aan mijn rijstijl ligt of aan een hoge angstdrempel, daar zal ik mij niet over uitlaten. Maar als ze in Aouste-sur-Sye, na anderhalf uur stevig doorrijden af stapt ziet ze er nog steeds tamelijk ontspannen uit. Ze aarzelt ook niet om daarna weer achterop te klimmen en haarfijn de weg terug naar Tarn te wijzen, dwars door de voorsteden van Valence en daarna door het zonnige Rhônedal, terwijl het aan de overkant nog steeds regent…

De overkant…

In Tarn neemt Pascale ons mee naar de wijnkelders van Chapoutier. Daar maken we opnieuw kennis met de diverse wijnkwaliteiten van Tarn, maar ook hier moet ik met enige schaamte toegeven dat ik alleen maar proef, omdat de twee koffers van mijn motor geen ruimte voor extra uitspattingen laten. We staan dan ook snel weer buiten, waarna Pascale afscheid neemt en ons streng vermaant omdat wij plannen smeden aan de overkant van de rivier te gaan eten. Zodra ze weg is steken we de houten loopbrug over en nemen een kijkje in Tournon. We nemen plaats op het terras van een pizzeria en kijken naar de mensen die langskomen en naar Tarn, dat aan de overkant ligt. Op de kaart zie ik een Vinsobres staan en natuurlijk laten we die aanrukken. Toch smaakt hij niet zo lekker als die aan de overkant… Toeval?