zaterdag 25 april 2026
Home Blog Pagina 1167

Nu tweede kaartje GRATIS Mega MotorTreffen!

0

Onze nieuwe website is online! Motor.nl bundelt vanaf nu het beste werk van drie ervaren redacties: MOTO73, Promotor en Classic & Retro. Routes, reportages, nieuws en video, er is geen enkele reden meer om een andere website te bezoeken. En dit vieren wij met een cadeau:

Eén kaartje is twéé kaartjes voor het Mega MotorTreffen!

De officiële geboorte van Motor.NL vindt plaats op het Mega Motor Treffen op 18 en 19 mei in de Expo Haarlemmermeer, Vijfhuizen. Wij vinden het belangrijk dat je erbij bent. Daarom deze actie: als je in de voorverkoop een kaartje koopt – €7,50 – doen wij er een tweede kaartje gratis bij.

Klik hier voor je tweede GRATIS kaartje!

Voor het volledige programma én de plattegrond van het Mega MotorTreffen, KLIK HIER

Benelli TRK 502 X 2019 – test

0

Benelli komt met de TRK 502 X. Jaap test de Benelli TRK 502 X 2019.

Motorrijders gezocht voor Motorleven in MOTO73

0
MOTO73 Motorleven

Motorleven is al jarenlang een populaire rubriek in MOTO73. In deze rubriek vertellen motorrijders m/v waarom ze motorrijden, hoe het zo gekomen is over hun motoren en andere zaken doe ze willen delen.

Tijdens het Mega MotorTreffen willen we twee sessies houden, een sessie op 18 mei en één 19 mei. Beide van 13.00 tot 15.00 uur.

Omdat we je graag in de juiste richting willen sturen – je bent immers niet de enige die het Mega MotorTreffen bezoekt – hebben we wat informatie van je nodig. En om je mailadres zodat we je een gratis kaartje kunnen sturen.

Dus als je mee wilt doen aan Motorleven, vul dan onderstaand formulier zo volledig mogelijk in. Vrijdag 17 mei sturen we je een bericht dat je bent gekozen. Je bent niet geselecteerd wanneer je op vrijdag 17 mei geen bericht van ons ontvangt.

De inschrijving voor Motorleven is gesloten vanwege een overstelpende hoeveelheid aanmeldingen!

Mega MotorTreffen: wie organiseert het event eigenlijk?

0

Op 18 en 19 mei organiseert MotorNL voor de derde keer het Mega MotorTreffen in Vijfhuizen. Twee dagen motorlol domineert de Haarlemmermeerpolder. Maar wie zijn de stuwende krachten aan wie we het Mega MotorTreffen te danken hebben?

Nick Glättli

Organisator Mega MotorTreffen

Hoe kijk je terug op de vorige edities van het Mega MotorTreffen?

‘De eerste editie die wij in 2017 hebben georganiseerd was een totale verrassing. Eigenlijk wisten we niet goed wat we konden verwachten, maar toen we zagen hoe al die duizenden motorrijders binnenreden wisten we direct dat er iets leuks ging gebeuren. Het enthousiasme en de samenhorigheid van al die verschillende soorten motorrijders, dat was als organisator echt heel mooi om te zien.’

Wat is het absolute hoogtepunt van dit jaar als het aan jou ligt?

‘Volgens mij is er niet simpelweg één echt hoogtepunt aan te wijzen. Wat ik vooral belangrijk vind, is dat we door de joint-venture – die MOTO73, Classic & Retro en Promotor zijn aangegaan – werelden zijn gaan samenstellen. Het proefrijden op nieuwe motoren is weer groter geworden dan tijdens de voorgaande edities en merken als Kawasaki, KTM, Royal Enfield en Husqvarna zijn nu ook groot vertegenwoordigd. Op de Travel & Adventure Campsite kan je alles vinden als je besluit met je motor op reis te gaan. Reisaanbieders, zoals Promotor Reizen, Horizon Motorreizen en Motortrails, zijn aanwezig voor als je geheel verzorgd op reis wilt gaan. Wat voor mij echt toch ook wel weer een hoogtepunt zal zijn, is dat net zoals in het eerste jaar de motoren van bezoekers binnen in de hal mogen worden geparkeerd. Kijken en gezien worden! Het zal niet stil zijn, de hele dag zal het gebrul van motoren te horen zijn.’

Kaj Dijkhuizen

Sinds kort in vaste dienst bij Motor.NL als relatiemanager op de evenementenafdeling.

Meteen al verantwoordelijk voor het Mega MotorTreffen, hoe is dat?

‘Aangezien dit een nieuw evenement voor mij is, ben ik met een blanco canvas begonnen. Uiteraard stonden al veel plannen in de steigers en zijn er voldoende ervaringen uit de eerste twee edities. Die zijn allemaal verwerkt in het nieuwe plan. Ik merk dat er enorm veel is geleerd van die eerste twee edities. Dingen die goed zijn gegaan én zaken die voor verbetering vatbaar zijn. Voor mij is dat ontzettend fijn werken, want op deze manier kan ik mijn creativiteit de vrije loop laten. Mijn visie is om een motorfestival te creëren waar “de motorrijder” centraal staat. Dit evenement moet een verlengstuk zijn van alle gave dingen die we met MotorNL door het jaar heen met veel liefde voor motorrijders maken. Kwaliteit en gezelligheid boven de commercie.’

Waar kijk je het meeste naar uit?

‘Er staat echt gigantisch veel op het programma. Die verscheidenheid vind je op geen enkel ander motorevenement in Nederland terug en daar ben ik enorm trots op. Een activiteit die er voor mij echt uitspringt is bijvoorbeeld de Classic & Retro Gallery. We hebben parels van motoren op de cover van het blad gehad en hier worden er een hoop van tentoongesteld. Het wordt een collectie motoren die nog nooit in zo’n bijzondere samenstelling te zien is geweest. Een lust voor het oog! Waar ik al helemaal naar uitkijk, is het bezoek van onze eigen Nederlandse motorsportheld Michael van der Mark. Hij zal de voorbeschouwing van de SHARK Helmets Grand Prix de France komen presenteren. Uiteraard is er ook ruim de tijd voor een foto, handtekening of om een praatje met hem te maken. Daar ga ik zeker gebruik van maken!’

Veel motorkleding- en accessoiresmerken op Mega MotorTreffen

0

Op de stand van MOTORKLEDINGSTORE.nl hebben de motorkleding- en accessoiremerken – zoals dat heet – ter zake kundige vertegenwoordigers afgevaardigd. Ondanks dat de aanschaf van motorkleding of accessoires een zeer persoonlijke keuze is, kan een goed advies nooit kwaad. De professionals van diverse A-merken helpen je dan ook graag met het maken van de juiste keuze.

Veel motorkleding en accessoires kun je komende weekeinde – zaterdag 18 en zondag 19 mei – met enorme kortingen aanschaffen. Dit is uniek in Nederland, want je betaalt tijdens het Mega MotorTreffen echt de allerlaagste prijzen voor de nieuwste producten.

Je hoeft je ook niet druk te maken hoe je je nieuwe spullen in huis krijgt. Al je aankopen op het Mega MotorTreffen worden GRATIS thuisbezorgd!

Iedereen die voor het Mega MotorTreffen een kaartje koopt, maakt bovendien ook nog eens kans op een waardebon van MOTORKLEDINGSTORE.nl van maar liefst €1.000,-.

Klik hier voor je tweede kaartje GRATIS!

Welke A-merken aanwezig in de 750 vierkante meter grote MOTORKLEDINGSTORE.nl?

  • Abus
  • AGV
  • Alpinestars
  • Arai
  • Bering
  • Cardo
  • Dainese
  • Daytona
  • HJC
  • IXS
  • John Doe
  • Macna
  • REV’it!
  • Schuberth
  • Scorpion
  • Segura
  • Sena
  • Shark
  • Shoei
  • TomTom

Kom naar GIVI op het Mega MotorTreffen

0

Ben je van plan met de motor op reis te gaan en ben je opzoek naar waterdichte tassen? Kijk dan eens naar de Ultimate-T collectie van Givi: waterdichte tassen die extreme weersomstandigheden kunnen doorstaan.

GUT801: waterproof dry-roll bag 30ltr

GUT802: waterproof backpack 35ltr

GUT803: waterproof cargo bag 40ltr

GUT804: waterproof cargo bag 80ltr

Naast bovenstaande modellen biedt Givi een uitgebreide keuze aan waterproof en water resistant tassen, tanktassen, navigatie/smartphonehouders. Tijdens het Mega MotorTreffen op 18 en 19 mei helpen de mensen van Givi je graag met het maken van de juiste keuze. Givi is te vinden op de Travel & Adventure Campsite tijdens het Mega MotorTreffen.

Koffers:

Top- en zijkoffers: Op reis en voldoende opbergruimte nodig? bekijk dan de Trekker outback en Trekker Dolomiti serie. Hoogwaardige afwerking met oog voor detail en design.

Technical parts:

Van engine guard tot stand extensions: te veel om op te noemen, maar in highlights:

GS310: trekker lights

GS322 LED projectors

Je vindt alle producten op www.givi.it of bij één van de premium Givi stores www.givi-nederland.nl

KTM Motohall In Mattighofen geopend

0
KTM Motohall

We zijn een nieuwe bestemming rijker als je een rit rijdt in Oostenrijk, Italië of Balkan. Dan kun je op de heen- of terugweg even je route verleggen naar Mattighofen. Voor de KTM Motohall.

In Mattighofen werd afgelopen weekeinde – 11 en 12 mei – de KTM Motohall geopend. Da’s een feestje geweest. KTM had heel wat professionele motorsporters opgetrommeld, waartonder Dakar Rally winnaars Matthias Walker en Sam Sunderland, MotoGP KTM-rijder Mika Kallio en ex-Superbike King Martin Bauer.

KTM-fabrieksstuntrijder Rok Bagoroš – 18 en 19 mei ook aanwezig op het Mega MotorTreffen in Vijfhuizen – liet zien hoe hij een KTM Duke aan het huilen kreeg.

Maar dat alles is slechts omlijsting geweest. Het gaat natuurlijk om de Motohall van maar liefst 32.000 vierkante meter expositieruimte. Je kunt je er vergapen aan indrukwekkende KTM-motoren, historische overwinningen tot prototypes. Ook laat KTM de totstandkoming van een motor zien, van brainstorm, schets tot realiteit. Toegang kost je €10,-.

En als je genoeg hebt van al dat gestruin langs al die mooie machines en displays, kun je uitrusten in het Garage Restaurant. De eetgelegenheid wordt door KTM zelf omschreven als ‘Culinair hoogstaand’.

Frankrijk: De Opaalkust ontdekt

0

Op nog geen twee uur rijden van de Nederlandse grens, begint de Franse Opaalkust. Door een bioscoophit hebben de Fransen zelf eindelijk ontdekt hoe leuk en mooi dit deel van Frankrijk is. Nou wij nog.

Jan Dirk Onrust

Verschrikkelijk is het, daar in het Hoge Noorden van Frankrijk. IJskoud kan het er zijn, min twintig graden Celsius. Minstens. En als het niet vriest, dan regent het. Altijd. Ze hebben alleen maar zware industrie en de mensen die er wonen, zijn onverstaanbare horken.

Zo ziet de gemiddelde Fransman het uiterste noordwesten van zijn land. Of beter gezegd: zag. Want sinds de speelfilm Bienvenue chez les Ch’tis dit jaar alle bezoekrecords heeft gebroken, is de mening volledig omgeslagen. Meer dan tien miljoen Fransen hebben inmiddels de belevenissen gezien van een postkantoorchef die voor straf van de Provence wordt overgeplaatst naar het stadje Bergues, vlakbij de Belgische grens. Samen met de postbeambte ontdekten zij dat de Hel van het Noorden eerder een hemel is, met allervriendelijkste bewoners en een prachtige omgeving. Sindsdien heeft het anders zo slaperige stadje geen oog dicht gedaan. Uit heel Frankrijk (en Zwitserland en België) stromen er wekelijks duizenden nieuwsgierigen naar toe. En op een mooie zaterdagmiddag eind mei, ben ik een van hen.

Pissende filmsterren

Bergues – plaatselijk bekend onder de Nederlandse naam Sint Winoksbergen – ligt op een kilometer of zes van Duinkerken. Deze grote havenplaats vertegenwoordigt met zijn zware chemische industrie en nabijgelegen megakerncentrale alle somberheid die het noorden wordt toegeschreven. Maar als ik hier de snelweg verlaat, kom ik al snel in een kalm, frisgroen weidelandschap terecht. Niet strak Hollands, ook niet chaotisch Vlaams, maar iets er tussenin.

Bergues zelf doet denken aan een stadje als Naarden. Een stadswal, een paar grachtjes, oude huizen van gele baksteen. Na de bombardementen in de Tweede Wereldoorlog werd het stadje geheel gerestaureerd, maar de ziel zou zijn verdwenen. Met de komst van de film lijkt die weer terug te zijn. Tegen het middaguur is het feestelijk en druk in het centrum. Er staat een kermis, er rijdt een toeristentreintje rond, groepen toeristen worden door gidsen rondgeleid.
‘En hier dames en heren, stond monsieur Philippe (de hoofdrolspeler – jdo) in de gracht te pissen,’ vertelt een gids aan een ademloos luisterende menigte.
‘Piste hij echt?’ vraagt een toerist die zich heeft verkleed als postbode – de nieuwe nationale held van Frankrijk.
‘Nee, daar hebben ze een trucje voor, een nepblaas met water,’ zegt de dorpsgids, inmiddels een ingewijde in de wereld van cinematografisch bedrog. ‘Filmsterren pissen niet in het openbaar.’

De grootste bunker

Bergues zorgt voor een vermakelijke eerste kennismaking met het Franse Noorden. En minstens zo leuk: na dit stadje wordt het eigenlijk alleen maar beter. Als ik mijn BMW GSA over smalle, bochtige landweggetjes naar Eperlecques stuur, neemt de lieflijkheid gestaag toe. Bij de erven van keuterboertjes ruik ik de fruitbomen, ik stop een keer voor een overstekende ganzenfamilie, langzamerhand komt er wat reliëf in het landschap. Vlakbij Watten ligt er zelf een flinke bult met daarop het Park van Eperlecques. Aan de achterkant van de bult is het plotseling afgelopen met de lieflijkheid. Verscholen in het dichte bos ligt hier namelijk Le Blockhaus. De grootste bunker van Europa: 22 meter hoog, 90 meter lang, 50 meter breed met muren van een meter dik. De megabunker met eigen spoorlijn, waaraan 6.000 dwangarbeiders hebben gewerkt, zou worden gebruik om V1- en V2-raketten te lanceren. De geallieerden kregen daar lucht van en wisten het complex zwaar te beschadigen. De Duitsers gebruikten het daarna alleen voor de productie van vloeibare zuurstof – de brandstof van de V2. Van Le Blockhaus hebben ze nu een redelijk interessant museum (€7 p.p.) gemaakt, waar je behalve de bunker onder meer de lanceerinstallatie van een V1 kunt zien.

Le Blockhaus is de eerste confrontatie met de duistere, maar erg boeiende kant van de Opaalkust. Nog velen zullen volgen. Een kleine twintig kilometer zuidelijker bijvoorbeeld, vind je La Coupole – een bunkercomplex met een betonnen koepel van vijf meter dik. De Duitsers bouwden het nadat Le Blockhaus was gebombardeerd. Tegenwoordig is het uitgebouwd en ingericht tot een raket- en ruimtevaartmuseum. De V2 van Werner von Braun was tenslotte de basis voor het latere Apollo-programma van de NASA. Groots en interessant, maar de koudste rillingen bewaar ik nog even voor een later moment. Nu eerst naar de kust.

Door het uitstapje naar Le Blockhaus en La Coupole sla je de streek tussen Duinkerken en Calais over. En dat was precies de bedoeling. Maar het zuidstrand van Calais mag je niet overslaan. Want hier begint de fantastische kustweg naar Boulogne sur Mer. In het eerste plaatsje dat ik tegenkom – Sangatte – wordt het meteen al mooi. Ik rijd langs een smalle duinenrij, waar ik tussen de vele strandopgangen het Nauw van Calais zie glinsteren. Typisch voor de Opaalkust: op zee is het drukker dan aan de kant. Minstens twintig schepen zie ik op de drukste zeestraat te wereld, terwijl een zeilwagen het brede strand vrijwel voor zichzelf heeft. Op de kustweg is het nauwelijks drukker.

De Twee Kapen

De prikkelende zeelucht maakt me na een lange dag fris en wakker. Puur uit plezier draai ik het gas in de eerste flauwe bochten wat verder open dan toegestaan en dan ineens loopt de weg steil omhoog. Dat is het begin van een van de mooiste streken die je binnen een straal van 300 km van Utrecht kunt vinden. Het Land van de Twee Kapen. Als je er niet op rekent, valt je onderkaak van verbazing op je tank. Vanaf het noorden van Denemarken is de kust min of meer vlak geweest, maar hier stijgt hij naar een hoogte van 134 meter. Eindelijk ben je nu ook in landschappelijk opzicht in het buitenland aangekomen. Sterker nog: even is het alsof je naar de hemel gaat. Maar de Fransen noemen deze eerste bult Cap Blanc Nez.

Deze eerste van de Twee Kapen is een krijtrots die geologisch identiek aan de beroemde White Cliffs aan de overkant. Bovenop de Blanc Nez staat een obelisk die herinnert aan slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog, er zijn bunkers en het uitzicht is fantastisch. Althans, dat neem ik allemaal maar aan. Maar zien kan ik het niet. De kaap is namelijk potdicht. De omvangrijke renovatie die vorig jaar begon, neemt iets meer tijd dan verwacht. Maar met een beetje geluk zijn de werkzaamheden afgerond op het moment dat deze Promotor in de bus valt. Heel veel maakt dat niet uit. Het beste zicht op een kaap heb je toch altijd vanaf de zijkant.

Na het afgesloten plateau volgt een flinke afdaling. Die is zo stevig dat er namen van profwielrenners op het wegdek zijn gekliederd. Er ligt zelfs een prachtige haarspeldbocht in. Aan de voet van de kaap, in het dorpje Escalles, besluit ik dat het genoeg is voor vandaag. Temeer omdat hier een hotelletje staat met schappelijke prijzen en een goed restaurant: L’Escale.

Pubs en clubs

In de vroege morgen rijd ik over een heuvellandschap naar de volgende kaap – Cap Gris-Nez, die een kilometer of tien verderop ligt. De zee wordt beschenen door het typische heiige, roomwitte licht waaraan Opaalkust zijn naam te danken heeft. Nergens is Engeland dichterbij dan hier – ongeveer 33 km – maar het is vandaag net niet helder genoeg om het te zien.

Kaap Gris-Nez (50 m) heeft lang niet de hoogte van Blanc Nez, maar hij steekt verder de zee in en roept daardoor een minstens even sterk ‘kaapgevoel’ op. Vlakbij de kaap ligt het beruchte Batterie Todt-geschut, dat met kanonnen van 20 meter het scheepsverkeer tot aan de overkant toe kon raken. Een deel van het complex is een oorlogsmuseum.

Tussen de twee kapen ligt het aangenaam rustige kustplaatsje Wissant. Maar voor het pareltje van het Land van de Twee Kapen moet je 10 kilometer doorrijden. Daar ligt Wimereux, een levendig stadje met prachtige oude zeevilla’s aan het strand, tussen de krijtrotsen. Bijzonder aangenaam, maar helemaal geweldig als het hier onaangenaam is: als tijdens een najaarsstorm de golven tegen de boulevard beuken. Op ansichtkaarten zie je hoe spectaculair het er dan uitziet.

Iets verder, even na de met kiezelstenen bezaaide monding van het riviertje Slack, eindigt het kaaplandschap en ga ik Boulogne sur Mer in. Deze stad heeft de naam oerend lelijk te zijn, maar als je recht op het hoogste gebouw – de Basiliek Notre Dame – afrijdt, zit je zomaar in een prachtige, historische binnenstad met een dertiende-eeuwse muur er omheen. Ook niet missen: Nausicaa, een echt goed zee-aquarium. Daarna een vers visje halen bij de visafslag en dan snel wegwezen.

Bij Boulogne houden de krijtrotsen zo ongeveer op en begint een uitgestrekt duinlandschap met wat bossen en – vanaf Hardelot – zeer brede stranden. En er liggen een paar leuke kustplaatsjes, waarvan Le Touquet de bekendste is. Het wordt ook wel Paris-Plage (het strand van Parijs) genoemd, maar ik zie er vooral veel Engelsen. Dat betekent dus dat er veel pubs en clubs zijn. Het schuldgevoel over een lange nacht doorhalen, kun je de volgende morgen afkopen met dure chocolaatjes of andere exclusiviteiten voor je vrouw.

Het eindpunt van de Opaalkust bereik je 12 kilometer zuidelijker in Berck. Ook wel aardig, maar ik mis nog iets waarvan je steil achterover slaat. Maar dat vind ik op de terugweg, acht kilometer achter Wissant. Hier liggen talloze heel kleine, lekkere boerenweggetjes, met soms heerlijk slecht asfalt. Maar daar is het hele achterland van de Opaalkust mee bezaaid, dus daar gaat het niet om. Het gaat om een bunker die hier ligt: Mimoyecques. Ik vind hem bij een restaurantje onderaan een kalkheuvel. Op het eerste gezicht lijkt het niet meer dan een grotingang. Maar als ik daar instap, ligt er een tunnel van bijna een kilometer lang voor me. De tunnel heeft een aantal aftakkingen en eronder lagen waarschijnlijk nog eens twee van zulke tunnelcomplexen. Met andere woorden: dit is absurd groot. Het werd allemaal aangelegd om een geheim wapen van de Duitsers te huisvesten: de V3 – een kanon van 150 m lang, dat was bedoeld om Londen te treffen. Nog voor er een schot was gelost, wisten de geallieerden het complex al onbruikbaar te maken met ‘aardbevingsbommen’ van 5443 kg per stuk. Ik bedoel maar: aan de Opaalkust valt veel te ontdekken. Zelfs bij de achteruitgang van een restaurant. Maar de grootste ontdekking is toch wel dat dit interessante en mooie gebied op maar enkele uurtjes van huis ligt.

De taal van de Ch’tis

In WO I vroeg een soldaat uit de Opaalkust aan collega uit dezelfde streek in zwaar Picardisch dialect:

‘Ch’tis? (Ben jij dat?)’

‘Oui, ch’mis! (Ja, dat ben ik!)’, luidde het antwoord.

De andere soldaten vonden dit zo grappig dat een bijnaam voor de Noorderlingen ontstond, die zich via de loopgraven over heel Frankrijk verspreidde: de Ch’tis.

Het Ch’ti – is Noord-Frans met een scheut verbasterd Vlaams of oud-Nederlands erdoor. Dat zie je ook terug in vele plaatsnamen aan de Opaalkust. Wissant komt van Witzand. Sangatte van Zandgat. Calais van Kales. Cap Blanc Nez van Blankenesse. Boulogne van Bonen.

Zoals elke minderheid met een zwaar dialect vinden de Noorderlingen dat ze er niet echt bij horen. Ze menen dat ze een stuk ijveriger en serieuzer zijn dan hun lanterfantende landgenoten. De beroemde uitspraak: ‘Frankrijk is mooi, maar jammer dat er Fransen wonen,’ is dan ook niet bedacht door een onnozele Nederlandse minister, maar door het Franse staatshoofd Charles de Gaulle. En dat was uiteraard zelf een Noorderling. Overigens, de naam Charles de Gaulle is uiteraard een verbastering van Karel het Doelpunt.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRK-opaalkust.GPX”]

Weekendje The Yorkshire Moors

0

Drenthe, maar dan met Ivanhoe in plaats van Bartje, en bergen in de cupmaat DD in plaats van A. Eindeloze stuurweggetjes door een oud en vermoeid landschap. Toeristisch én ongerept, en geschikt voor een lang weekend.

Niek van der Heijden, Chris Pennarts

Schapen stofferen de Dales. En je voorwiel, als je er niet op bedacht bent. De Dales zijn liefelijk, maar ook eenzaam. Als Drentse heidevelden, maar dan wat groter… Nog een waarschuwing: op mooie dagen in het hoogseizoen doen wandelaars hun best om de schapen in de minderheid te krijgen. Laten we eerst eens even de ligging van de Dales bekijken. Als het Britse eiland model zou staan voor een vliegtuigpropeller (zou best kunnen met die vorm), dan gaat de as dwars door de Dales. Het hart van het Albion dus. Deel uitmakend van The Pennines, het gebergte dat Engeland verdeelt in een nat westen en een droog oosten. De buren hebben er adellijke namen: Yorkshire Moors, Northumbria, Lake District, Peak District.

Promotor Reizen organiseert op 5 t/7 juli een trip naar de Yorkshire Moors en/of Yorkshire Dales. Welke eoute je rijdt, beslis je ter plekke. Meer info op www.promotor-reizen.nl

Elke rechtgesnaarde motortoerist krijgt daar al kriebels van. En steden als Leeds, Manchester, York, Hull. Die laatste plaats ligt aan het bruine water van de Humber, en daar ging onze P&O-ferry voor de kant. De eerste en laatste overnachting van onze tocht waren aan boord, zodat we effectief vier dagen konden rijden met drie overnachtingen in de UK. En twee snipperdagen: vrijdag en maandag.

Herb en Dolly

Het aanrijden vanaf de boot voert altijd eerst langs de saaie ochtendwegen in Hull, langs de Humber. Goed om aan het links rijden te wennen, zullen we maar zeggen. We weten een leuke route, over Selby en Tadcaster naar Harrogate, waar we ons kamp opslaan in het Cedar Court Hotel. York laten we rechts liggen. In Tadcaster stoppen we voor koffie, tegenover zo’n prachtige oude Engelse Ballroom annex Theater, de Ripley-Smith Hall. Als we de motoren neerzetten, gaat de deur open. Een vriendelijke oude baas, die wel Herbert Smith moet heten, informeert naar de fietsen. Hij ziet er uit alsof hij Gilbert and Sullivan nog persoonlijk gekend heeft, en staat ons het gebruik van het sanitair toe, terwijl Chris de theaterzaal en Herbert vereeuwigt. Eeuwenoud, brandschoon en berekend op grote hoeveelheden vocht. Dat sanitair, bedoel ik. In de hal aan een tafel zit Dolly – zelfde jaargang als Herbert – die me toevertrouwt dat ze vreselijk graag ‘pillion’ wilde rijden toen ze jonger was. Ik denk dat – als ik mijn bagage van de Transalp zou halen – ze zo achterop zou springen… Herb vertelde Chris dat de zaal eind 19e eeuw was gebouwd voor de zoon van de plaatselijke bierbrouwer, die in Londen aan ballet ging doen. Dit bood hem de gelegenheid om dichter bij huis zijn aberraties te beleven. Nagenietend van deze lieve oude mensen krijgen we prima koffie in de tearoom aan de overkant. Er is toch een hoop veranderd in Engeland. Vroeger mocht de koffie daar niet sterker zijn dan de thee. Gesterkt door de geschiedenis storten we ons weer in het ochtendgewoel. Die schilderachtige plaatsjes zijn duidelijk niet berekend op het huidige verkeer, en files misstaan gewoon. We rijden er dan ook maar gauw langs, maar dat voelt toch vreemd, aan de verkeerde kant van de weg.

Cisterciënzer

We besluiten door te gaan, naar de Fountains Abbey, buiten Ripon. Dit werelderfgoed blijkt een prachtige vervallen abdij met een grote kerk te zijn, tussen de gladgeschoren gazons. Er ligt één fish-and-chips bakje met resten mayo op het gras. Ik raap het op, dat kan toch niet. Een vriendelijke priester vertelt me dat het policy is om geen vuilnisbakken op het terrein te plaatsen, zodat er ook geen troep zou ontstaan. De oorsprong van de abdij ligt bij de Cisterciënzer orde, en die wilde altijd ver weg van het wereldse vermaak. Nou, wereldvreemd zijn ze daar nog steeds een beetje… Het geheel doet me denken aan het boek Pillars of the Earth, van Ken Follet. Gaat over het soort mensen dat deze gebouwen heeft neergezet. En die waren echt niet wereldvreemd. Follet laat zijn bouwmeester steeds sterke vaults –gewelven – bouwen. In Fountains Abbey zie je die nog overal, het geraamte van het gebouw is nog steeds behoorlijk intact.

Gelukkig zie ik een zakje afval op een aanhangwagen van de tuinman, en daar frommel ik het chipsbakje in. Wij eten zelf in het bezoekersrestaurant, dat echt de National Trust-sfeer ademt. En het eten is heerlijk en betaalbaar. Tenslotte praten we met een vrijwilliger, die ons laat delen in zijn verontwaardiging over motorcycle-hooligans. Een boer die hij kent reed met zijn trekker de weg op, en zo’n hooligan vloog er bovenop. En toen moest die boer zich nog voor de rechter verantwoorden ook! In het vaste besef dat wij met deze man nooit een spirituele band zullen krijgen, bestijgen we onze eigen fietsen. En we kijken goed uit bij boerderijen.

Pateley Bridge

Ons doel is Pateley Bridge, in het Nidderdale. Een lief plaatsje met een steil aflopende hoofdstraat. De rustieke huisjes leunen tegen elkaar, en ze herbergen allemaal een winkeltje voor de beter bedeelde toerist. Dit moet de natte droom zijn van elke ontwikkelaar die een ‘authentieke’ shopping mall wil inrichten voor toeristen, maar deze echtheid groeit alleen in eeuwen. Gelukkig hebben ze dat vast kunnen houden. Wij besluiten toch om het Nidderdale nog wat dieper te gaan verkennen, richting Lofthouse (het noorden). Dan komen we bij nog een brug, geflankeerd door de Bridge Inn. En die wordt weer geflankeerd door een prachtig gebouw waar een waterwiel van zo’n elf meter aan hangt. Voorheen de Watermill Inn, en daar voorheen een molen waar vlas werd gebraakt, gezwingeld en gehekeld, nadat het goed was gerepeld en geroot natuurlijk. Echt waar. Die ambachtelijke sfeer hangt nu alleen nog rond het schoepenrad. In het historische gebouw wonen mensen. Maar in de kroeg hangt een foto van een vrouw die werkte in de vlasmolen, en die vrouw leeft nog, vertelde een bierdrinkende Yorkshire man me. Later raken we op het terras verder aan de praat. Hij heet Tony, en is volgens zijn t-shirt ‘Official member of the Piss and Moan about everything Club’, een exclusief gezelschap met één lid… Het gesprek neemt een andere wending. Hij wijst ons op de schoonheid van de omringende natuur en de bezienswaardige grotten en gorges in de omgeving. Die inderdaad prachtig zijn.

Verder gaat het, richting Lofthouse. Soms heb je van die weggetjes waar motorrijden dansen wordt. Dit is er zo een. Het Nidderdale is werkelijk prachtig en deze tango swingt maar voort. Tot we even stoppen om op de kaart te kijken, per ongeluk ook de tijd zien, en besluiten dat we naar het hotel moeten, naar de rest van het gezelschap. Dus dansen we dat hele stuk weer terug…

Martin

’s Avonds is er een bruiloft in het hotel, en we constateren dat zowel de dorst als de decolletés van Engelse vrouwen groter zijn dan bij ons. Of ze beter feesten weet ik eigenlijk niet, maar het is in ieder geval wel zichtbaarder.

De volgende ochtend schuift Martin bij aan de ontbijttafel. Hoewel hij zelf van Newcastle komt, is hij onze gids voor de dag. Zijn heenreis per Triumph Sprint 900 duurde anderhalf uur, dus doorrijden kan hij in ieder geval. En hij kent de wegen, want die pakt hij regelmatig met zijn mates. Ik vermoed dat hij geen vriend is van onze National Trust-man, maar Martin blijkt prima gezelschap, een aardig mens, en hij kan echt rijden, heeft geraced tot hij op Donington door een langzamere rijder naar het asfalt werd verwezen. Ons gezelschap bestaat vandaag dus uit een wat oudere sporttoer, een dikke allroad en een dunne allroad, en dat vormt geen enkele belemmering voor toeristisch motorplezier.

Martin rijdt veilige lijnen, en wacht even als ik het niet bij kan houden. Chris zit daar tussen. Het valt ons op dat de wegen zo lekker rustig zijn voor een zaterdag. Dat is niet altijd zo, hartje zomer kom je overal motorrijders tegen in de weekends, en dan controleert de politie op volle sterkte, vertelt hij als we een smakelijke koffie (alweer) verorberen op het terras van het Cobblestones Café in het rustieke Grassington.

Bill Wilkinson

We dansen nog steeds, naar Kettlewell dit keer. Waar we stoppen bij een garage/benzinestation uit de fifties, dat me bekend voorkomt. Klopt, het deed mee in de film Calendar Girls. De eigenaar is Bill Wilkinson, en dat blijkt een fameus trialrijder te zijn geweest. ‘Beter dan Sammy Miller?’ plaag ik. ‘Zeker!’ geeft hij terug, en dan dist hij wat omschrijvingen van deze triallegende op, die ik niet van hem op mag schrijven. En hij laat ons zijn werkplaats en winkel zien, die vol staat met historische motoren, waaronder twee als gloednieuwe Greeves, het merk waarop hij zijn successen vierde. Hoewel er ook een Bultaco glimt. Hij heeft ook nog een Greeves straatmotor, en je kunt bij hem nog nieuwe Belstaff vetpakken kopen, en dan bedoel ik niet dat ze recent uit de fabriek zijn gekomen. Veel nostalgie dus, maar Bill ziet er uit alsof hij ons op het dichtstbijzijnde rotspad nog een aardig poepie kan laten ruiken. En Sammie Miller ook…

Hawes

De noordelijkste punt van onze tocht ligt in Hawes, in het Wensleydale. We barsten van de honger, dus we schuiven naar binnen in een cafetaria waar veel motoren voor staan: Penny’s Caf. Als ik al even sta te wachten voor de toog, hoor ik van een andere motorrijder dat de baas even een half uurtje geen bestellingen aanneemt. Terwijl zijn tent vol zit! We besluiten stante pede naar de buurman te gaan. Waar we een smakelijke ploughman’s lunch als sneeuw voor de zon laten verdwijnen. Terwijl het buiten giet van de regen. Diezelfde regen doet Martin besluiten ons niet langs het allermooiste weggetje naar Devil’s Bridge te leiden. Met zoveel nattigheid wordt dat gewoon te gevaarlijk, maar zijn second best levert nog steeds een prachtige rit op. We stoppen onderweg voor het Ribble Head Viaduct, een onderdeel van de Settle and Carlisle Railway. Dit lijntje – gebouwd in de jaren ’70 van de negentiende eeuw ten koste van veel mensenlevens – geldt als het landschappelijk meest interessante spoor van Engeland. Het viaduct telt 24 bogen, en de navvies die het bouwden, moesten door acht meter veen graven om een solide fundering te kunnen leggen. Eind vorige eeuw werd het spoor in ere hersteld, en vandaag de dag is het best druk met vooral vrachtverkeer. Om ons een plezier te doen, passeert er net een lange vrachttrein het kunstwerk als wij aan het fotograferen zijn. Het natte weer draagt op de een of andere manier bij aan onze beleving van de dales, alsof het landschap zich niet extra mooi wil maken voor een paar motortoeristen. Nou, dat hoeft ook niet, het is mooi genoeg.

Devil’s Bridge

De apotheose vormt Devils Bridge, die bij Kirkby Lonsdale de rivier de Lune overspant. Bij deze brug komen vaak zoveel motorrijders, dat ze niet toestaan dat er ook auto’s parkeren. En je bent pas een vent als je van de brug in de diepe rivier springt. Ik krijg alleen maar hoogtevrees, maar Martin vertelt dat hij de sprong ooit gewaagd heeft. Of hij het nog eens doet? Nee, voor geen goud. De naam van de brug (er zijn nogal wat Devils Bridges in Engeland, en overal vertellen ze hetzelfde verhaal) komt van een vrouw die door de rivier van haar koe gescheiden was. De duivel bood aan een brug te bouwen, maar als ze er overheen ging, was haar ziel voor hem. Hij hield woord, maar zij stuurde haar hond om de koe te halen.

Tussen alle hooliganfietsen staat een perfect opgeknapte Yamaha XS 650, en die lijkt geweldig op zijn plaats, hier in Engeland. De eigenaar is een pensionado, die er plezier in heeft deze klassieke twin zo origineel mogelijk te houden. Martin en Chris staan al te wachten, terwijl ik met hem praat, voor ons laatste gezamenlijke ritje. Bij Sedbergh nemen we afscheid, wij zoeken onze eigen weg terug naar Harrogate, naar Anna, die onverminderd lief blijft lachen als ze ons ziet. Waarna we ’s avonds geweldig eten in Biscaya Bay, volgens de eigen site ‘het enige Baskische restaurant in Noord-Engeland’. Na het eten terug naar de decolletés van weer een ander feest. Ik kruip er vroeg in. Morgen naar de Yorkshire Moors, en nog een laatste tango tussen Pateley Bridge en Lofthouse.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRK-Moors.GPX”]

Welke Suzuki Katana wint: de motor of de auto?

0

Suzuki tegen Suzuki, Katana tegen Katana; tja, wie wint? Als MotorNL zetten wij onze knaken – bescheiden toegevend, tegen beter weten in – op de GSX-S1000S Katana; de motorfiets! Alleen kun je er niet omheen dat die Swift Sport Katana geen kattenpis is, ook al is het ‘maar een hot hatch’.

Gelukkig kan de GSX-S1000S Katana bouwen op de krachtbron uit de beruchte 2005 GSX-R1000 en is de Katana met zijn brede stuur en ruime zit geen onverdienstelijk uitgangspunt wat betreft vermogen en wendbaarheid. Uit naam der motorrijders, moge de beste Katana winnen!