woensdag 13 mei 2026
Home Blog Pagina 1280

Lekker snugger

0

De vluchtpoging van Brian Bianco was niet alleen spectaculair maar ook succesvol. Hij bleef moeiteloos de politieagent voor die hem maande te stoppen. De Amerikaanse motorrijder reed namelijk op een motorfiets zonder kentekenplaten. Bianco bedekt zich geen moment en scheurt dwars door rood weg en knalt met snelheden tot 230 km/h zijn vrijheid tegemoet.

Jaar rijontzegging
Tot zover is het  1 – 0 voor de motorrijder, maar die gooit zijn eigen glazen in door de beelden van zijn vlucht op YouTube te plaatsen. De camera op zijn helm brengt de dollemansrit namelijk keurig in beeld. Dat kun je hier met eigen ogen zien. Het kostte de politie weinig moeite om de beelden te herleiden naar Bianco’s eigen account. Leuk zo’n filmpje, maar het levert de hoofrolspeler wel een rijverbod van twaalf maanden en honderd uur dienstverlening op.

Honda’s Super Cub weer te koop

0

Honda brengt de best verkochte motorfiets wereldwijd terug naar Europa. Al is het nog wel even wachten op de tijdloze Super Cub, de motorfiets is pas in november beschikbaar. Veel is bij oude gebleven, zo maakt het 125cc blok gebruik van een semiautomatische versnellingsbak. Toch gaat de motor ook met zijn tijd mee gezien het nieuwe frame, langere veerwegen, volledige LED-verlichting en Smart-Key.

Geschiedenis
De allereerste Super Cub C100 werd geïntroduceerd in 1958. Hij is door Soichiro Honda zelf ontworpen met een duidelijk doel voor ogen; “op een plezierige manier een belangrijk deel uitmaken in het leven”. Bijna 60 jaar later in 2017, werd de 100 miljoenste Super Cub gebouwd. Tot op heden was het laatste model van de Super Cub, de C110, beschikbaar in Japan en Zuidoost Azië, maar niet in Europa.

Beach Boys
Iedereen moet op een Super Cub kunnen opstappen en wegrijden. Plezierige en eenvoudige handling zijn altijd al herkenbare punten van de Super Cub geweest. Het inspireerde de Beach Boys tot het schrijven van het liedje ‘My little Honda’ in 1960. De 2018-variant heeft een stijver frame omdat het oorspronkelijke stalen ruggegraatframe niet uitblinkt in stijfheid.

Trommelrem
De balhoofdhoek en naloop van de nieuwe Super Cub zijn respectievelijk 25? en 82mm, met een wielbasis van 1.245mm. De telescopische voorvork heeft een 100mm veerweg, terwijl de dubbele achtervering tot 84mm inveert om schokken te absorberen (10 /19mm meer dan de C110). De 220mm remschijf voor met een enkele-zuiger remklauw verzorgt het remwerk samen met de 130mm trommelrem achter.

Motor
Het luchtgekoelde twee kleps motorblok heeft benzine-injectie. Het motorgeluid is tot een minimum beperkt door het gebruik van spiraalvormige primaire tandwielen en nauwkeurige krukaslageringen. Lagers zijn toegevoegd aan de schakeltrommel voor een verbeterde versnellingsverandering; er wordt rubber gebruikt op de schakelarm (ook om het geluid te verminderen) en dankzij een geoptimaliseerd rubber in de koppelingsdemper worden schokken tijdens het schakelen verminderd.

9,6 pk en 1:66,7
De boring x slag is op 52,4 x 57,9 gezet, met een compressieverhouding van 9,3:1. De nieuwe Super Cub heeft een topvermogen van 9,6pk (7,1kW) bij 7.500 tpm en een maximaal koppel van 10,4Nm bij 5.000 tpm. De 4-versnellingsbak is, zoals in de Super Cub traditie, aangedreven door een automatische centrifugaal koppeling. Dus zonder een koppelingshendel nodig te hebben. Het verbruik van de Super Cub C125 is afgegeven op 1 op 66,7 km in WMTC modus.

Test: Triumph Bonneville Speedmaster

0

Aan de basis van de Speedmaster ligt de Bonneville Bobber, maar de machine oogt een stuk minder exotisch. Dat komt vooral op het conto van het zadel. Waar de Bobber een eigenzinnig zwevend eenpersoonszadel heeft, doet de Speedmaster het met een veel gewonere buddy. Triumph schroomt er niet voor om daar zelfs nog een duozadel aan vast te plakken. Natuurlijk draait het ook bij de nieuwkomer om schoonheid, maar meer dan bij de Bobber telt ook het alledaagse motorleven.

Opoefiets
De Speedmaster beschikt over twee remschijven in het 16” voorwiel. Dankzij een dikke worstenband staat de motor niet op zijn neus, maar behoudt hij zijn relaxte geometrie. De zithouding sluit daar perfect bij aan. De voetsteunen staan ver naar voren gemonteerd, de zadelhoogte bedraagt een bescheiden 705 mm, maar vooral het stuur speelt een bepalende rol voor de plek aan boord. De zogenaamde beach bar is breed en buigt een stuk naar achter. Neem plaats en omvat de dikke handvaten en een aha-gevoel maakt zich van je meester. Het voelt een beetje alsof je op een Hollandse opoefiets gaat zitten.

Cruisecontrol
De zitpositie is gelukkig niet doorgeslagen naar de cruiserkant. Dat blijkt eveneens uit de toegenomen capaciteit van de benzinetank. Het prachtige lakwerk (rood, zwart en deze magnifieke duotoon) en de ronde lijnen zijn gebleven, maar de inhoud bedraagt twaalf liter. Volgens Triumph goed voor een actieradius van 280 kilometer. We blijven nog even aan de praktische kant. Op de linkerhelft zit een enkele knop voor de cruise control.

Woeste reactie
De standaardklappen uit de twee dempers zijn donkerbruin, maar misschien iets te Brits braaf voor liefhebbers van dit segment. Het blok presteert eerder als een Britse gentleman dan als een ruwe en onbeholpen redneck uit Texas. En geloof me: daar kan niemand onmogelijk bezwaar tegen maken. De gasreactie is geweldig, het blijft bijzonder hoe soepel een 1200cc-dikke tweecilinder draait en dat de twee zuigers zonder enige vorm van protest op en neer gaan. Het maakt laagtoerig pruttelen extreem gemakkelijk. De twin reageert gretig op elke draai aan het gas, maar vermoeit niet door een te woeste reactie op het gas.

Grondspeling
De Speedmaster ontpopt zich vanaf de eerste meters tot een vertrouwenwekkende stuurfiets. De ingezette koers houdt hij makkelijk vast en het rijwielgedeelte is mooi in balans. Insturen vergt spierkracht, maar niet overdreven veel in deze categorie motoren. Het beroerde Amerikaanse asfalt deert de Speedmaster niet. Gaten en asfalt dat de tand des tijds niet heeft weerstaan, leiden niet tot onrust, al laten opgeplakte strepen zich wel in het stuur voelen. Iets wat zich zeker laat voelen is de beperkte grondspeling. Natuurlijk hoeft een cruiser niet over eindeloze hoeveelheden grondspeling te beschikken, maar de Speedmaster verdient beter.

Gelukt
Triumphs streven om de Bobber om te toveren in een praktischer motorfiets is gelukt. Eigenlijk is daar niet heel voor nodig geweest. Het bewezen blok en het rijwielgedeelte werden begrijpelijk ongewijzigd overgenomen. Met een ander (duo)zadel, dubbele remmen vooraan, een nieuwe locatie voor de voetsteunen en een breed stuur zijn de grootste wijzigingen wel opgesomd. Het levert een klassiek ogende cruiser op waarmee het goed kilometers maken is. De Speedmaster legt een aangenaam neutraal stuurgedrag aan de weg en neemt daarmee afstand van veel cruisers die het liefst alleen maar rechtuit willen. Een scheermes is de Triumph niet en de grondspeling is – helaas – cruiserwaardig, maar het is prima uit te houden aan boord.

Beeline Moto: Supersimpele, minimalistische visuele motornavigatie

0

Beeline Moto is een app en een display t.w.v. €110,- dat op het stuur wordt gemonteerd. Het geeft je eenvoudige, duidelijke zichtbare navigatie-aanwijzingen tijdens het rijden. Het is waterdicht en schokbestendig, met een automatisch nachtlampje en een 30-uursbatterij. Je hebt keuze uit turn-by-turn of navigatie in Beeline-stijl.

De originele Beeline-navigatietool voor fietsers was een klein succesverhaal. Op Kickstarter bracht het twee en een half keer meer op dan de benodigde €68.000,-. Het uitgangspunt was eenvoudig: een simpel, duidelijk, minimalistisch navigatiedisplay voor fietsers dat alleen richting en afstand tot de bestemming laat zien. Turn-by-turn navigatie was niet nodig omdat fietsers over wegen rijden waar het snelverkeer niet kan en mag komen.

Geholpen door dat succes komen de uitvinders terug met een motorversie. De motorversie biedt dezelfde stijl van Beeline-navigatie of kiest voor de turn-by-turn-aanwijzingen.

Het scherm is super simpel en eenvoudig: een grote pijl met de afstand eronder is waar het om draait. In de turn-by-turn modus vertelt het systeem je hoeveel mijlen of kilometers je nog moet afleggen tot de volgende afslag. In de Beeline-modus wijst het eenvoudig de richting naar je bestemming en geeft het aan hoe ver je nog verwijderd bent van de eindbestemming.

In beide instellingen licht een pijltje beurtelings op te laten zien welke kant je op moet, zodat je je kunt voorbereiden op wat je te wachten staat. De afstand tot de bestemming wordt ook bijgehouden. Je kunt eenvoudig tussen de schermen schakelen om te zien wat de rijtijd is, de afstand, de ladingstoestand van de accu en de gereden snelheid.

Routes maak je in een iOS of Android-app, waarin je ook GPX-bestanden kunt importeren om routes van anderen te rijden. Op dezelfde manier kun je je eigen route in hetzelfde formaat delen. Als de navigatie eenmaal is ingesteld, is er geen dataverbinding meer nodig nodig, tenzij je een heel eind uit de koers raakt. De app maakt gebruik van een volledige wereldkaart die geen verdere kaartaankopen vereist om overal ter wereld te kunnen werken, behalve in China vanwege problemen met ‘lokale regelgeving’.

Het ’toestel’ is robuust gebouwd. Het is IP67-geclassificeerd, waterdicht en schokbestendig. Het wordt geleverd met een reeks stuur-, tank- en plakbevestigingen waardoor het elke motor zou moeten passen. Om de 30-uurs batterij op te laden, kun je het toestel eenvoudig verwijderen.

Voor een bedrag van omgerekend €110,- kun je op Kickstarter een order plaatsen. Wanneer het vereiste bedrag binnen is, gaat de levering naar verwachting in februari 2019 van start.

Bekijk hieronder een video.

IXS-sliders in kleuren van de regenboog

0

Dit is een persbericht. De redactie van MOTOR.nl is dus niet verantwoordelijk voor de inhoud. Heb je zelf een persbericht dat je graag op MOTOR.nl ziet? Dan mail je deze naar redactie@www.motor.nl.

The innovative RS-1000 concept from iXS with its colourful, removable hard shell components is proving very popular. Since it was launched on the market, the concept developed by iXS and presented for the first time at the end of 2017, has already been incorporated in several products.

The slider sections – consisting of shoulder caps, elbow and knee sliders – are easy to replace and are available in various colours. This means it’s simple, fast and personal to configure the perfect motorbike suit. The colourful hard shell components enable everyone to create their own individual clothing in next to no time, without having to specify a look from the start.

In just a few steps you can adjust your style to match a new helmet or a new motorbike. The aim is to make the customer’s selection and configuration of his desired outfit as easy and flexible as possible. Originating from the sustainability policy at iXS, this concept represents the right basis for long-lasting enjoyment of a high quality motorbike outfit.

The RS-1000 concept is a good example that people, their lifestyle and their requirements take centre stage at iXS. “We want to inspire people in their environment with tailor-made products” and this is how iXS is focussing even more on the requirements and wishes of its customers. “Our customers prefer products, which satisfy their particular requirements and enrich their lives emotionally.”

The RS-1000 slider components manufactured using innovative lightweight design were originally developed for racing and have been extensively tested under the harshest racing conditions. In the meantime iXS has also been using this concept for products in the touring and adventure sector, in addition to products in the sport and racing field. This means that there are now two one-piece suits as well as a jacket and trouser combination made of leather, two textile sports jackets and a full touring suit available in the RS-1000 concept. The range will be further expanded using the RS-1000 concept for the coming season.

All the products equipped with the RS-1000 concept have been design tested and have the EC label, to demonstrate that they satisfy all the requirements from the latest safety standards. Sufficient evidence that style and functionality complement each other optimally at iXS.

Bayard helm voor € 129

0

Dit is een persbericht. De redactie van MOTOR.nl is dus niet verantwoordelijk voor de inhoud. Heb je zelf een persbericht dat je graag op MOTOR.nl ziet? Dan mail je deze naar redactie@www.motor.nl.

Sinds 1970 maakt BAYARD kwaliteitshelmen voor de motorrijder. Sterk punt is de hoge kwaliteit voor een betaalbare prijs. En waarom zou je meer betalen? De jaren lange samenwerking met de MotoPort organisatie is dan ook het bewijs van de betrouwbaarheid en continue kwaliteit van de Bayard helmen.

Drie designs
Het nieuwste resultaat van deze unieke samenwerking is nu te bewonderen bij de MotoPort winkels en op MotoPort.nl. Een nieuwe integraalhelm met ingebouwd zonnevizier voor een prijs vanaf € 129,-,   de BAYARD SP-57 S serie.  Deze is leverbaar in 3 designs: een matzwarte  versie, een matzwart/gele  Split Mind cartoon Braap graphic en een  gelakte, sportieve Galaxy uitvoering in twee sportieve kleurcombinaties.

ECE goedgekeurd
De SP-57 S is een sterke polycarbonaat integraalhelm, met uiteraard een ingebouwd zonnevizier, een uitneembare, huidvriendelijke binnenvoering en goed te bedienen ventilatiesysteem. Uiteraard  ECE 22/05 gekeurd en standaard geleverd met een helder, anti-kras vizier met PINLOCK® anti-condens voorbereiding.  De pasvorm is erg toegankelijk en goed passend voor de Nederlandse motorrijder. Daarbij zijn er diverse kleuren leverbaar waardoor de kans groot is dat ook jouw kleur erbij zit.

Be safe
Dit alles is leverbaar in de maten XS-XXL.  Naast het standaard heldere vizier is er ook een donker vizier verkrijgbaar. Het los verkrijgbare Pinlock vizier is een DKS 002. Tot slot ; de helm is uitermate geschikt om een Bluetooth headset van o.a. Cardo of Sena te monteren.  Be Safe!

Laatste waarschuwing

0

Je moet de laatste jaren onder een steen hebben gelegen of enorm geïnspireerd zijn door de coureurs op het circuit om rondom de TT een verkeersovertreding te begaan. Toch overkwam het gister al 430 motorrijders. Een gewaarschuwd mens telt voor twee. De politie zet alles in, onopvallende voertuigen ook. Probeer dus vooral die hinderlijke muisgrijze BMW niet los te rijden.

 

Rijbewijs kwijt

Let op de A28, A37 en N48 en de lokale wegen extra goed op. Overigens letten de dienstkloppers niet alleen op te hard rijden, maar ook op zaken als: leesbaarheid kenteken, rijden zonder rijbewijs, rechts inhalen, onvoldoende afstand houden, drugs en alcohol. Verschillende mensen hebben hun rijbewijs al kunnen inleveren, voorkom dat alsjeblieft.

Dakar in de Polder: etappe 1 – Promotor

0

Promotor en Honda Motorfietsen presenteren: Dakar in de Polder. In de maand juli gaan we drie zware etappes offroad rijden in het Hollandse landschap. Deze week etappe 1. Van Groningen naar Hoogeveen (Drenthe)!

Test Triumph Tiger 800 XC

0

Misschien kwam het door de duizenden kilometers (het moeten er meer dan tienduizend zijn geweest) die ik in 2017 op de Tiger 800 aflegde dat ik zoiets had van ‘Triumph mag nu wel eens met iets compleet nieuws komen in plaats van zo’n opgepoetst model.’ Blijkt de 2018-Tiger 800 werkelijk een geweldige motorfiets. Sta je toch mooi met je mond vol tanden. Polijsten en verfijnen werpt dus overduidelijk zijn vruchten af. Alle puntjes van kritiek die we hadden op het vorige model zijn effectief door de Britten weggepoetst.

Windbescherming beter
Punt een dat aandacht verdiende: de windbescherming. Het windscherm is groter dan voorheen en heeft windgeleiders onderop. Bovendien is het verstelbaar in vijf standen. Dat gaat kinderlijk eenvoudig en zelfs onder het rijden. De vorige generatie ruit leverde bij mijn 180 cm een enkele keer turbulentie op. Collega Eddie met zijn 190 cm had er veel meer last van. Dat probleem helpt Triumph effectief uit de wereld met dit nieuwe scherm. Over scherm gesproken: het dashboard heeft plaatsgemaakt voor een goed afleesbaar fullcolour 5” TFT-scherm. Overigens heeft alleen de 800 XR nog het oude dashboard, maar Triumph positioneert die dan ook echt als instapmodel. Zaken als LED-verlichting, Brembo remklauwen en verstelbaar windscherm ontbreken bijvoorbeeld eveneens.

Soepel vermogen
Met die Brembo klauwen aan de voorzijde – achter zit nog altijd het exemplaar van Nissin – pakt Triumph een tweede kritiekpunt aan. Een allroad hoeft geen giftige stoppers te hebben, maar de Tiger had wel erg gezapige exemplaren. Zowel het aangrijpen als het doorremmen was ondermaats. De Brembo’s doen het beter, ze leveren meer stopkracht dan de Nissins. Punt drie van aandacht: het motorblok. Op een Tiger van de vorige generatie heb je al niet te klagen over soepel vermogen. Dat gevoel blijft behouden. Het koppel klotst van onder- tot bovenin de toeren tegen de plinten op. Bij 2500 tpm schurkt het blok al tegen zijn maximale koppel aan en dat blijft zo tot aan 8500 tpm. Dat heet met recht bruikbaar vermogen. Wat vooral offroad beter kon was de vermogensafgifte helemaal onderin.

Giftiger
In het onverharde wil je lekker spinnend een bocht uitkomen, maar daarvoor was de triple te soepel en niet agressief genoeg op het gas. Pas voorbij de 5000 schoten de kluiten je om de oren. De nieuwe Tiger heeft een twaalf procent kortere eerste versnelling en een iets giftiger vermogensafgifte om ook offroad bocht uit lol te hebben. In de meest technische passages kun je bovendien iets makkelijker uit de voeten zonder dat je continu met de koppeling moet spelen. Het driecilindergeluid klinkt iets luider dan voorheen door een lichtere en vrijer ademende uitlaatdemper. Het klinkt donkerbruin, maar vrij beschaafd en binnen de wettelijke perken.

Prima rijwielgedeelte
Over het rijwielgedeelte, de ergonomie en het comfort aan boord hadden en hebben we niets te klagen. Triumph veranderde niets aan het frame en dat is een goede zaak. Waarom iets wijzigen dat goed functioneert? Het levert een stabiele en neutraal sturende allroad op. Dat stempel kleeft al sinds de introductie in 2010 aan de Tiger. Het rijwielgedeelte schenkt nog altijd zoveel vertrouwen dat je de Brit vol een bocht instuurt terwijl je de stofwolken van de achterband van je voorganger ziet komen. Zand op het wegdek wimpel je hautain af. Het gevoel dat het altijd wel goed komt, maakt zich namelijk snel van je meester.

Offroader dan ooit
Omdat Triumph dit jaar stevig inzet op adventure is de XC-serie meer dan ooit geschikt voor offroadritten. De grof genopte Pirelli Scorpion banden zijn bijvoorbeeld goedgekeurd voor de Tiger. Daarbij blijft het niet: de XC-modellen kennen naast de offroad-modus ook nog standje Offroad-pro. Het laat zich raden dat de elektronica dan amper ingrijpt. Slippen, door lomp te remmen of net zo bruusk gas te geven, is een koud kunstje omdat tractioncontrol en ABS zijn uitgeschakeld. Het levert heerlijke avonturen op en het voelt als het toppunt van hightech, maar eigenlijk zijn we met Offroad-pro terug bij vroeger. Jouw handen en enthousiasme bepalen wat er onder je gebeurt. Is vroeger dan toch beter?

Offroad naar de Mont Ventoux

0

Het smalle keienpad leidt me over de bergtop om een boerderij heen. Het kleurenspel dat volgt is adembenemend mooi. Geelgroene en knalrode bladeren lichten op in de lage zon zodat de boomgaard in vuur en vlam staat. De Provençaalse Drôme is in de herfst drômmels mooi…

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRACK-0518-drome-offroad-01.GPX”]

DOWNLOAD ALLE ROUTES (3)

Peter Aansorgh

Achter de boomgaard verliest het keienpad een van zijn twee sporen en gaat als een enkel pad verder langs de bosrand, die bruine, rode, groene en paarse tinten boven de droge, beige aarde uiteen laat spatten. Het is geweldig om langs dit schouwspel te rijden, wat trouwens niet eens zo heel veel inspanning vergt. Waar de Nederlandse bodem in deze tijd van het jaar nat en zompig is en je zo ongeveer een jeugdige motorcrosscarrière moet hebben gehad om zonder kleerscheuren vooruit te komen, kunnen de mindere goden – zelfs Bacchus – hier betrekkelijk eenvoudig van het off-road-avontuur proeven. Ook wanneer je geen superlichte hardcore enduro onder je Gluteus Maximus hebt, maar een dikke reis-enduro. In beide gevallen is het trouwens wel verstandig om je te laten leiden door iemand die niet alleen de weg, maar ook de paden kent. Dan vinden hardcore off-road- fanaten de mooie ruige paden en kunnen allroad-rijders die paden vermijden, zodat ze een leuke soft-enduro kunnen rijden.

Buis-Les-Baronnies

De uitvalsbasis voor deze trip is de Gite St. Julien in Buis-Les Baronnies, een klein stadje in de Drôme Provençale. Maar niet zo klein dat het er niet gezellig is. Het heeft een aardig marktplein en diverse cafés en restaurants. Het stadje is erg in trek bij bergeklimmers, die de 763 meter hoge Rocher St. Julien willen beklimmen. Dat is een gigantische, steile, granieten berg, die kaarsrecht boven het stadje uit torent. De berggeiten logeren vaak bij de Gite St. Julien, die zich aan de voet van de Rocher bevindt. Het is eigenlijk een olijven- en abrikozenboomgaard, waarvan het oude boerencomplex is omgebouwd tot een aantal appartementen. Daar kunnen tot 35 mensen overnachten. Elodie en Xavier Aumage hebben de boomgaarden de laatste jaren uitgebreid en bestieren nu zowel het boerenbedrijf als de gite, waarbij Elodie desgewenst voor het ontbijt en het diner zorgt. Vaak met producten van eigen boerderij. Zeker als het om de olijfolie gaat, want hun olie is een appelation d’origine controlé en daar zijn ze trots op. Er is natuurlijk een klein winkeltje bij waar je de zelfgemaakte olie en ook tapenades kunt kopen.

Helden linksaf

Op de eerste ochtend vertrekt het gezelschap, dat bestaat uit een gemêleerd gezelschap met zowel hardcore enduro’s als lichte en zware allroads. Vanuit de Gite rijden we over gravelpaden tussen de olijfbomen door naar het zuiden. Een leuk opwarmertje met een paar leuke hairpins op de helling naar de Chapelle Saint Trophime de l’Hermitage. Die dateert uit de 14e eeuw. Een beeld van de Saint zelf kijkt statig uit over de vallei. Achter zijn rug rijden we het asfalt op en komen meteen bij een splitsing, waar de mannen van de jongens worden gescheiden. ‘Helden linksaf, asfaltrijders rechtsaf’, zo klinkt het met een grijns, waarop een zeer steile klim met losse keien en geulen volgt. Boven is het uitzicht op de Rocher werkelijk schitterend, al heb ik mijn aandacht in het net geploegde land wel hard nodig voor een veilige koers langs de nieuw geplante olijvenbomen.

Brantes

Een afdaling later zijn we weer verenigd met de soft-enduro’s en slaan we een pad in dat door de bossen loopt. Met af en toe heide en los zand heeft het wat van de Drunense Duinen, behalve dat hier af en toe de top van de Mont Ventoux op de achtergrond te zien is. Het zand is niet diep, zodat iedereen goed meekomt. Op de wat hardere paden gaat het tempo omhoog en geniet ik staand op de voetsteunen van het feit dat ik een echte enduro heb. Met veerwegen van 300 en 335 mm en een gewicht van 112 kg kun je over alle kuilen heenvliegen alsof ze er niet zijn en lekker de bochten uit driften, terwijl de eenpitter heerlijk onder me krijst. Tot het landschap heuvelachtiger wordt en het tempo weer omlaag gaat. We komen dan weer langs een boomgaard, waarvan de vergeelde bladeren in het zonlicht oplichten als een fluo-hesje van een wegwerker in de koplampen. De rotsen worden steeds ruiger, tot we over een asfaltweggetje door een nauwe rotskloof sturen. Dan opent het decor zich en rijden we langs akkers over boerenpaden verder, tot we uitkomen in Brantes. Brantes is een van die dorpjes die zo pittoresk tegen de bergwand liggen, dat het op een ansichtkaart niet zou misstaan. Het dorpje heeft maar 86 inwoners, maar desondanks uiteraard wel een heel goed restaurant. Je bent tenslotte in Frankrijk.

Nyons

Na Brantes splitsen de asfaltsurfers zich weer af van de zandhazen. De allroadrijders gaan naar Nyons, een gezellige, oude stad, een kilometer of 35 van Buis. Het stadje heeft een prachtig plein met arcades. Er is ook een oude fabriek, waar ze scourtines maken. Dat zijn speciale matten die in olijvenpersen worden gebruikt om olijfolie te maken. De matten worden van kokosdraad gevlochten op stokoude machines, die tegenwoordig niet door de arbo-voorwaarden zouden komen. Maar omdat de fabriek als museum te boek staat mag het nog wel. En er schijnt nog steeds vraag naar deze ambachtelijke matten te zijn.

Natuurlijk is olijfolie niet het enige streekproduct dat hier vandaan komt. Ook de Picodon, een speciale geitenkaas, wordt alleen in deze streek gemaakt. En dus gaan de toeristen verder naar een geitenboerderij, die hierin is gespecialiseerd. Hervé en zijn vrouw Hélène hebben 170 geiten, die in ruime stallen staan. Ze hebben zelfs een bezichtigingsroute voor het publiek gemaakt. Door een ruit kun je ook de ruimte bekijken waar de kazen worden gemaakt. Komen mag je er niet, vanwege de hygiëne. Kopen mag wel en ze verpakken ze heel goed voor je in. In plastic, als je ze in motorkoffers wilt meenemen.

Montbrun

Terwijl de soft-enduro’s de toerist uithangen, richten de zandhazen de noppen naar het oosten, waar we via een paar ruige paden in een uitgedroogde rivierbedding terecht komen. Het is nog behoorlijk lastig om daar over alle losse kiezels doorheen te rijden. Via kleine slingerpaden door een bos, met losse takken en soms toch wat modder, vinden we de rivier weer terug en kunnen zowaar ook een keer door het water spetteren. Zo ploeteren we voort tot Montbrun. Een mooi stadje, compleet met een oude ruïne, maar verder is er niet zo heel veel te beleven. Dat is er wel op de terugweg. De gids weet nog een prachtig smal pad, dat af en toe steil tussen rotspartijen omhoog en omlaag loopt. Soms zitten er stukken in waar je als een Dakar-held doorheen kunt blazen, soms heeft het meer van een trial-wedstrijd en gaat het om pure behendigheid om over de keien naar boven of naar beneden te laveren. Daar gaat je enduro-hart sneller van kloppen…

Lavendel

Hoewel het overdag een graad of 25 is, wil de nachtelijke temperatuur in oktober nog wel eens flink kelderen. Het is dan ook maar een graad of 10 als we de volgende ochtend de boomgaard van de gite verlaten en gezamenlijk via Buis de rimboe in rijden. We willen vandaag samen blijven en dat vraagt offers. De eerste offroad-passage begint ruig, een aantal reizigers geeft aan dat het voor hen iets te veel van het goede is. We rijden daarom over asfalt naar de 718 meter hoge Col d’Ey en duiken dan pas de gravelpaden op, over de flanken van een hoge bergkam. Het uitzicht is geweldig, de temperatuur is weer boven de 20 en de paden zijn – ondanks de behoorlijke afgronden – ook goed te doen voor de dikkere allroads. De anderen geven gewoon wat meer gas, dan blijft het ook spannend… Als we na een paar flinke slingers over de bergpas komen staan we even te kijken van het geweldige uitzicht en van de arenden, die met zijn achten boven onze route zweven. Dan dalen we af door de vallei van de Ennuye – de verveling. Ondanks de naam is het er allerminst saai. Zeker niet als we weer in de bewoonde wereld komen, waar het pad tussen de lavendelvelden doorloopt. De meeste velden zijn inmiddels geknipt, dus de paarse pracht missen we.

Saute de la Drôme

Maar de herfst heeft andere pracht voor ons in petto, als we in de stralende zon onder een geelrood bladerdak doorrijden, met een prachtig uitzicht op de bergen. Dan duiken we de vallei dieper in, langs wat stoffige paden en dan zowaar weer door een fraaie rivierdoorwading, compleet met watervalletje. Zeer idyllisch! Tijdens het eten in Saint Jalle, kunnen we er niet over uit hoe mooi het was. De serveerster kan wel lachen om ons enthousiasme en wijst ons op de plaatselijke wijngaard, Domaine du Rieu Frais. We nemen er een kijkje en nippen even beleefd aan de aangeboden biologische Vionier, die helaas niet op de offroad mee kan. Zeker niet omdat we nog behoorlijk veel plannen hebben. We gaan verder richting de bron van de Drôme, die bij La Bâtie-des-Fonds, op de col de Carabès uit de bergen stroomt. Een klein stuk verder, bij de Saute de Dromê, is het stroompje al in een behoorlijke stroom veranderd, die in een woeste waterval omlaag stort en in een prachtig, door ruige bergen omgeven meertje uitmondt. Een plek waar velen ‘s zomers verkoeling zoeken. Da’s nu niet nodig. We rijden over asfalt door naar Die. Dat is een wat toeristisch, maar daarom niet minder leuk stadje. Het heeft leuke winkelstraatjes, een oude stadsmuur, een rare kerk en een paar pittoreske pleintjes. Als het markt is, bruist het er van de folklore. Een leuk stadje om rond te hangen.

Clairette de Die

Vanuit Die rijden we door langs de Drôme naar Saillans. Daar kun je kanovaren of raften. Dat doen we deze keer ook maar eens, met Canoé Drôme. Da’s nog best spannend ook! Je hoeft trouwens alleen maar met de stroom mee te peddelen. Verderop stroomafwaarts vangen ze je weer op en brengen je terug naar Saillans, van waaruit we doorrijden naar een wijngaard die je niet mag missen als je in deze streek bent: de Wijngaard van Jean Claude Raspail en zijn zoon. Hier wordt Clairette de Die gemaakt.  Dat is een licht mousserende witte wijn, die wordt gemaakt van de twee witte druivensoorten, de Muscat en de Clairette. In tegenstelling tot wat je zou verwachten heeft de Muscat hierin het grootste aandeel, ongeveer 85%. Door een gisting op lage temperatuur wordt niet alle suiker omgezet in alcohol, waardoor de Clairette een laag alcoholpercentage heeft en redelijk zoet is. Een gekoelde Clairette is erg lekker bij warm weer. Natuurlijk kunnen er geen flessen op mijn KTM mee, maar die gaat op de terugweg in de bestelbus en dan kom ik hier weer vlak langs. En zo niet, dan verkopen ze de Clairette de Die van de concurrent (Jaillance) ook gewoon bij de Hema…

Mont Ventoux

Nadat Elodie ons die avond opnieuw op een voortreffelijk diner heeft getrakteerd en de wijn uit het naburige Vinsobres ons goed heeft gesmaakt, laten we de volgende ochtend de zon eerst zijn werk doen, voor we de endurolaarzen dichtklemmen en de poort uitrijden. We nemen gezamenlijk weer wat gemakkelijke onverharde wegen en komen uit in Pierelonge, weer zo’n typisch ansichtkaart-dorpje aan de overkant van een fraaie stenen brug. Datzelfde geldt voor Mollans-sur-Ouvèze. Het stadje heeft een kasteel, een leuke klokkentoren en een prachtige, oude wasplaats. Er heerst een gezellige sfeer, maar lang blijven we niet hangen, want we hebben nog boze plannen: het bedwingen van de top van de Mont Ventoux, die we al dagenlang op de achtergrond zien. Dat gaat tot Malaucène nog over een mix van off-road-paden en kleine, mooie asfaltwegen, maar vanaf daar is het een groot, slingerend asfaltlint naar boven. Wel weer een uitdaging op de Dunlop Geomax Enduro noppenbanden, want die zouden op asfalt niet zo heel veel grip moeten hebben. Dat blijkt mee te vallen en we blazen in een aardig tempo omhoog, waar het ook behoorlijk koud wordt met de doorwaai-endurohandschoenen. Maar mooi is het wel. Vooral het bovenste stuk waar de begroeiing op houdt en je vanuit een steenwoestijn uitkijkt over de Drôme. We bezoeken de gedenksteen voor Tommy Simpson, de wielrenner die in de Tour de France van 1967 vlak voor het bereiken van de top van zijn fiets viel en stierf door een combinatie van uitdroging, uitputting en doping. De Tourdirectie wil hier liever niet aan worden herinnerd en besloot vorig jaar om dit trieste jubileum te vermijden, door de Mont Ventoux niet aan te doen.

Op de top

Het uitzicht vanaf de 1.909 meter hoge Mont Ventoux is adembenemend. Je kunt mijlenver kijken over de ietwat verdorde, Provencaalse Drôme en zelfs over het Noordelijke deel. Ik voel me on top of the world. Niet alleen omdat ik dat letterlijk bijna ben, maar omdat ik de afgelopen dagen een leuke mix heb beleefd van toerisme en offroad-rijden. Dat is ook het mooie van deze trip: voor de hard-core offroad liefhebber is het een pure offroad trip, voor de allroad-fans is er een mix van ongebaande paden en asfalt gevonden. En wil je alleen maar over asfalt, dan kan dat ook. In de Drôme kan het allemaal…

Reisinformatie

Waar ligt de Drôme?

Het departement Drôme ligt in het zuidoosten van Frankrijk in de regio Rhône-Alpes. Het dankt zijn naam aan het riviertje de Drôme, dat in de uitlopers van de Haute-Alpes bij Serres ontspringt. Het riviertje is 110 km lang. De Drôme grenst aan de departementen Ardèche, Isère, Hautes-Alpes, Alpes de Haute Provance en de Vaucluse.

Heen/terugreis

De Drôme is te bereiken via de E25 – A31/E21 – A7/E15 (Maastricht – Luxemburg – Dyon-Lyon – Valence). Vanaf Toul (bij Nancy) tot aan Valance betreft het een tolweg.

De reis wordt georganiseerd door EnduroFun Tours i.s.m. met DCT. Info op www.endurofuntours.com en www.ladrometourisme.fr

Brandstof

De benzineprijs in Frankrijk ligt op hetzelfde niveau als hier. In Luxemburg kun je heel goedkoop tanken, voor een liter Euro loodvrij betaal je daar €1,21 (24-11-2017). Daarvoor moet je in de zomermaanden wel lang in de rij staan…

In België is er vlak na Luik (Sprimont) nog een benzinestation, daarna is er ongeveer 120 km geen tankmogelijkheid aan de snelweg.

Geldverkeer

Tegenwoordig heb je in Frankrijk een pincode nodig om met een creditcard te betalen. De gewone bankpas wordt echter ook vaak geaccepteerd. Vreemd genoeg volstaat dan een handtekening op de bon en heb je geen pincode nodig.