maandag 4 mei 2026
Home Blog Pagina 1311

Yamaha MT-07 Tracer GT 2018 Test

0

Vol zijaanzicht links

Dat de Yamaha Tracer 700 een schot in de roos is, zal menigeen niet verwonderen. De motor biedt veel waar voor z’n geld, met een motorblok dat de concurrentie in alle opzichten aftroeft en een feest is om op te rijden. Voor 208 is een Grand Tour uitvoering leverbaar als een soort van afterparty terwijl het feest nog lang niet voorbij is.

Mink Bijlsma

Een afterparty… Het moet juist nog beginnen! Voor de Grand Tour pré afterparty heeft de importeur namelijk een standaard Tracer 700 met de volgende zaken versiert: twee hardschalen zijkoffers (20 liter inhoud) inclusief ‘onzichtbare’ koffersteunen, verwarmde handgrepen, een hoog windscherm en een motorbeschermbeugel met LED verstralers.

Zaken waar de Tracer niet beter van zal gaan rijden, maar die de feestvreugde wel kunnen laten stijgen.

Naar het origineel

Twee jaar draait de Tracer 700 nu al rondjes om de concurrentie, zo ver die er is. Hij kwam, zag en overwon. Zondermeer het sterkste punt is de voor de MT-07 ontwikkelde cross-plane V-twin, wat niets meer (maar ook weer niets minder) wil zeggen dat de kruktappen onder een hoek van 90 graden zijn verzet. Op papier zorgt dat voor iets meer (misschien beter: een iets béter uitgesmeerd) koppel en voor het gehoor lijkt het uitlaatgeluid een beetje op een V-twin. Maar in de praktijk merk je er weinig van, tot slot is een V-twin pas een V-twin als niet alleen de zuigers maar ook de cilinders onder een hoek staan. Neemt allemaal niets, maar dan ook helemaal níets weg van de constatering dat het een fantastisch motorblok is dat volgens de laatste ontwikkelingen ook voor verschillende modellen gebruikt kan worden, al dan niet met kleine aanpassingen. Zo verscheen het dus ook in de Tracer 700 en zal het straks ook opdoemen in de ´T7´ 700 Ténéré.

Schrijf, schrijf, schrijf

‘Maar kom op: schrijf nou eens waarom dat blok zo geweldig is.’ Nou: omdat het snel is bijvoorbeeld. Verschillende vergelijkingstesten hebben in het verleden al lang uitgewezen dat dit 700 cc blok beduidend meer in zijn mars heeft dan vergelijkbare Suzuki V-Strom 650 en Kawasaki Versys 650 blokken. We zwijgen over de Honda NC 750 X. Op de vermogensbank is de Tracer 700 met 75 pk en 68 Nm de concurrentie ruim de baas, in de praktijk wordt daar nog aan toegevoegd: over het hele toerenbereik. En dat niet alleen, het blok is ook heel soepel en draait probleemloos toerentallen waarbij een viercilinder in lijn motor met gelijke longinhoud zich al aardig achter de krukwangen begint te krabben. Daarbij reageert de Yamaha heerlijk zacht op gasbevelen zonder dat er sprake is van vertraging. Dus mooi direct zoals het bij deze motor past. Schokvrij op standgas en dat tot en met de derde versnelling, met een streepje gas of juist bij ‘alles open’ en zonder wanklank klimt het levendige twinnetje in toeren. Er kan bijna onwaarschijnlijk schakellui mee gereden worden, maar dat hoeft niet want ook de versnellingsbak van de Tracer laat zich licht, vlot en trefzeker bedienen. Alleen de koppeling is wat happerig, de doseerbaarheid wat minder en het terugschakelen zou wat verfijnder mogen. Maar dan begin je toch al aardig te kniesoren…

On tour

Fijn aggregaat dus dat ook weinig trilt en lekker zuinig is. En of het uiteindelijk voldoende snel is, genoeg vermogen levert en toereikende acceleratiekracht heeft is aan eenieder zelf te bepalen. En ook erg afhankelijk of je als jockey geboren bent of altijd met vrouwlief én bagage onderweg bent…

Want dat laatste kan prima. Daar waar de MT-07 vanwege zijn afmetingen, geometrie en zadelvorm nog wel wat beperkingen op kan leveren voor duo en lange afstandgebruik, is een standaard Tracer al veel beter uitgerust voor het ‘grotere’werk. Tot jullie beschikking staan: een beduidend groter zadel (en voor wie dat niet voldoende is, heeft Yamaha nog wel een comfortzadeltje liggen), een verstelbaar windscherm, een aangename triangel van stuur/zadel/voetsteunen en een breed en fijn in de hand liggend stuur. Je zit mooi rechtop, zoals op een betere bureaustoel, alleen met ‘meer zin in de werkdag’. Daarbij is het windscherm op de Grand Tour dus wat hoger en breder, vouw je je knuisten om de ‘onzichtbare’ verwarmde handvaten met fraai geïntegreerde 3-standenknop en kun je (theoretisch althans) de lange afstanden (en kou) beter te lijf.

Oeps

En in de praktijk? Ook. Al moet daar meteen een kritische noot bij geplaatst worden. En die komt op het conto van het windscherm. De windbescherming valt namelijk een beetje tegen. Dat heeft niet zozeer met de hoogte te maken, maar meer met het ‘gapende gat’ wat zich tussen de kuipdelen en het ruitje bevindt. Oorzaak/gevolg van de constructie en dan vooral vanwege de standaard handkappen die ten behoeve van een aanvaardbare stuuruitslag dat ‘gapende gat’ noodzakelijk maken. Die leemte zorgt ervoor dat er behoorlijk veel wind onder- en tussendoor kan en… er omheen. En dat levert ook nog eens meer turbulenties dan we gewend zijn. Jammer. Verder is het heerlijk toeven op de Tracer. Het hele pakket zorgt er voor dat je het echt uren vol kunt houden en de benzinetank nog wel een paar liter groter had gemogen. Beter nog: het verbruik nóg lager, hoewel je met een gemiddelde van 1:26 bijzonder weinig te klagen hebt.

Boodschappenkar

Lange en korte afstanden ten spijt, wat staat is dat de Tracer 700 een fijne motor is en blijft. Het stuurgemak staat op een hoog peil, de vering is straf genoeg om de stabiliteit op minder vlak wegdek te garanderen, ook in bochten, op hoge snelheid 200+!) en bij rijden met extra gewicht. Remmen, dashboard, gebruikte materialen: dat wat je mag verwachten van een motor van deze prijs, krijg je dubbel en dwars. De koffers zien er kwalitatief goed uit, zijn stevig, solide, makkelijk te (de)monteren en ‘zonder’ staat er geen lelijk rek op je netvlies te branden. Er kan alleen helaas geen integraal helmen in. De ‘Grand Tour’ valbeugels zien er eveneens zeer degelijk uit, de LED verstralers stralen stoerheid uit, maar deze beide laatste dragen niet wezenlijk bij aan betere tourkwaliteiten. Wat dat betreft was de benaming ‘Grand Luxe’ misschien een betere geweest en is een online gevuld ‘boodschappenkarretje’ met comfortzadel, koffers, bagagerek en tanktas een betere inhoud voor een echte Grand Tour.

Doet echter helemaal niets af aan de meer dan prima Tracer 700 die in alle opzichten al ‘Grand’ is én het feit dat alle genoemde accessoires allemaal los te koop zijn. Voor het geval er een persoonlijke behoefte is jouw eigen Grand Tour te formeren!

HUSQVARNA 401 VITPILEN EN SVARTPILEN NU LEVERBAAR. 701 eind maart.

0

Husqvarna Motorcycles wil het motorrijden in de stad veranderen. Hoe? Met de Svart- en Vitpilen in de ‘maten’ 401 en 701 cc.

Het is niet de eerste keer dat offroad- en enduromerk Huqvarna het onroad probeert. Maar wel de meest serieuze, want op de 650 Terra en 650 Strada uit 2013, zat eerlijk gezegd niemand te wachten.

Husqvarna bivakkeert onder de bezielende leiding van KTM en dat heeft in de vorm van de Vitpilen geleid tot verfrissende en progressief ogende stadsmotoren. Strak uitgevoerd en ontdaan van overbodigheden. De 401 Svart- en de Vitpilen delen dan wel hetzelfde rijwielgedeelte en blok, maar de Svartpilen heeft nog de meeste offroadgenen in huis.

Dezelfde design ideeën vind je ook terug in de 701 Vit- en Svartpilen. Beide zware eencilinders staan eind maart bij de dealer.

Heeft je Svart -of Vitpilen naar jouw smaak nog te weinig smoel, dan heeft nog een hele serie onderdelen en accessoires klaar liggen waarin het heerlijk shoppen is.

De Husqvarna dealers vind je hier.

TankTasTocht  #1 – 2018: De Achterhoek / 8 april

66

Een afwisselende groene route van 115 kilometer langs grazige weilanden, slingerende beekjes, tijdloze vennetjes en donkere bossen. In De Achterhoek geniet je als motorrijder van de geografische omarming tussen prachtige natuur en ongepolijst agrarisch landschap. Als het straks lente is, prikkelen de volle geuren je zintuigen, terwijl menig weidevogel kwetterend de lente toejuicht.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/tanktastocht-1-achterhoek.gpx”]

Download de twee routes

Naar het Achterhoek Arrangement

Jacco van der Kuilen

Na de start in Hengelo volgen al relatief snel de smalle weggetjes die door het mooie weidelandschap lopen. De omgeving is volledig onthaastend, vooral vanwege het ontbreken aan een doolhof van stoplichten, verkeersborden en drempels. De snelheidsmeter komt amper boven de 60 km/u uit en de koppeling niet verder dan de derde versnelling. Uitstekende voorwaarden voor een fijne TankTasTocht. Het landelijke karakter van de Achterhoek katalyseert het pure genieten van mens en motor. Stel je eens voor hoe dat moet zijn als het lente is. Als het vee herkauwt op sappig gras, roofvogels alert spiedend in het zwerk cirkelen en kieviten opzichtige capriolen maken. Lente in de Achterhoek, da’s tocht echt iets om naar uit te kijken.

Ontwakend landschap

De rit gaat langs vele, karakteristieke boerderijen, waarvan sommigen de tand des tijds maar met moeite hebben doorstaan. Aaibaar verval, hetgeen ook de sjeu van de route kenmerkt. Afgebladerde verf op scheefhangende schuurdeuren of roestig landbouwmateriaal ver weg in een weiland oogt nostalgisch. Achterstallig onderhoud verdient in De Achterhoek een minzame knipoog.

Tot medio de 20-ste eeuw was De Achterhoek (ook wel De Graafschap genoemd) van belang voor de forse houtkap. Toch werd het ruige gebied eeuwenlang als een uithoek beschouwd en daarom amper ontgonnen. Zowel in maatschappelijk als geografisch opzicht. En vooral uit dat laatste haal je vandaag de dag je rijplezier, versterkt door het idee niet voortdurend gecontroleerd te worden. Vooral als je vroeg van start gaat, als de streek langzaam ontwaakt, ervaar je door het landschap een grote mate van vrijheid.

In menig schilderachtig vennetje staan reigers naar een lekkere maaltijd te spieden. Geen haast hebben lijkt vanzelfsprekend. De Achterhoek vraagt erom. Met een inmiddels aangepaste snelheid kun je de omgeving ook vanuit het zadel goed verkennen. De route doet immers amper dorpscentra of drukbewoonde gebieden aan. Het landschap is rustiek en je hebt alle tijd.

Als jaarringen van een boom

Heel even steek je de grens met Duitsland over en passeer je het piepkleine Duitse Oldenkott. Daarna steek je de slingerende rivier de Berkel over naar de Huttendijk in Nederland. De hoogteverschillen tussen weg en weiland verraden een oud landschap. Akkers die door vele generaties boerenfamilies werden bewerkt dikten langzaam aan, als jaarringen van een eeuwenoude boom. De weggetjes langs de vele bosschages nodigen ook om zo nu en dan even te pauzeren. De prettige lucht van het prille voorjaar zal straks je longen prikkelen. De met mos bedekte wegwijzers en boerderijen dragen bij aan het tijdloze karakter van deze mooie streek. En je begrijpt steeds beter waarom De Achterhoek een geliefde omgeving is om rustig doorheen te toeren. Prima ook voor de ontwakende motorrijder, die tijdens een eerste frisse lenterit ook z’n of haar rijvaardigheden kan aanscherpen.

De aangename TankTasTocht kronkelt onder andere langs het dorpje Meddo. Bij Lichtenvoorde bereik je het zuidelijkste en tevens verste punt van de route, die je nog steeds om menig bebouwde kom loodst. Houd daarom vanuit je ooghoeken ook een beetje rekening met klein overstekend- of onbevangen wild. Paringsgedrag maakt dieren – net als motorrijders op hun eerste rit – enigszins blind. Kijk je een van de vele haaks op de weg staande bospaden in, kan het zo maar voorkomen dat er halverwege een waakzaam ree staat. Roodwild was ooit een geliefd trofee van de lokale grootgrondbezitters. Vele viervoeters eindigden dan ook aan een haakje aan de muur. We gaan verder, langs de vaalgroene weilanden waar straks de paardenbloemen fel tegen af steken. Dan zitten de hazen zitten schichtig overeind. Gelet op het rijtempo en de aard van de route is er ruim voldoende tijd om dit alles vanuit het zadel waar te nemen.

Fotogeniek grut

Onderweg kun je bijtanken dat het een lieve lust is. ‘Et’n en drink’n! Het lokale dialect van de bediening behoort onlos(s)makelijk op de menukaart van De Achterhoek. Vergeet niet een camera mee te nemen. Het zonlicht door de bomen langs de vele slingerweggetjes levert namelijk zeer fraaie lichtharpen op. En de enkele flarden mist doen ook wonderen. Geniet dus vooral ook van het fotogenieke grut dat nog flink in pk’s moet groeien. Via de Zegendijk kronkelt de route langs Beltrum, Haarlo, Noordijk naar Sint Isidorushoeve, waarvan de kerktoren al vanaf verre goed zichtbaar is. Hoogstwaarschijnlijk is het nu hoogtijd tijd voor een koffiestop. Met een ambachtelijke Achterkoek of appeltaart.

De laatste tientallen kilometers van de TankTasTocht voeren je opnieuw door een onbezonnen landschap en verdienen daarom net zoveel aandacht. Want ook hier laat de regio zich nog steeds van haar mooiste kant zien. Via de Geessinkweg rijd je uiteindelijk Enschede weer binnen. De eerste TankTasTocht zit erop: De Achterhoek heeft z’n eerlijke belofte waargemaakt.

‘Hold oe kreggel!’ (Het ga je goed!)

Het TankTasTocht arrangement

Veel rijders maken van een TankTasTocht een weekeindjweg door vlakbij de route een hotelkamer te reserveren. Maar wat als wij dat nou eens voor onze rekening nemen? Gemak dient de mens toch? Overigens rijden we de TankTasTocht dit jaar altijd op de zondag, voor de zaterdag zorgen we voor een bonusroute. Deal?

De aanbieding

Het TankTasTochtarrangement Achterhoek kost €85,- p.p., inclusief ontbijt en diner. Je overnacht in Van der Valk Hengelo, waar de TankTasTocht ook start. Reserveren doe je op www.promoror-reizen.nl

Specs

  • Start: zondag 8 april bij Van der Valk Hengelo, Bornsestraat 400, Hengelo.
  • Fotostop: zondag 8 april bij Restaurant-restaurant Hassink, GL Rutgersweg 41, Noordijk tussen 12.00 en 15.00 uur.
  • De foto’s publiceren we in het fotoalbum op deze pagina

TankTasTocht route in je mailbox?

Om het je gemakkelijk te maken sturen we maandelijks een TankTasTocht nieuwsbrief, met daarin een beschrijving van de tocht en de route. Wil je dat ook dan kun je je opgeven met het formuliertje dat via bit.ly/2rfxeAP te vinden is.

Route des Balcons: een endorfine veroorzakende trip

7

In plaats van de verzachtende omschrijving ‘we hebben net genoeg geld voor een paar vrije dagen dicht bij huis’, gaat het bij deze vakantie om een endorfine veroorzakende trip naar hoog in de rotsen gelegen Alpenweggetjes, namelijk de French Balcony Roads.

Klaus Daams

Het hooggelegen Frankrijk wordt langzamerhand voelbaar. Weliswaar trekken er nog wat vochtige luchtmassa’s doorheen, maar de temperaturen beginnen al te stijgen. Het bericht van de weerman is voor iedereen goed nieuws, thuis of onderweg naar de Franse Alpen. Een plek waar we tussen Châtillon-en-Diois en Gladange een hotel vinden als in de Amazone. Maar het zou evengoed ergens in Engeland kunnen zijn.

In elk geval wordt de D539 hier en daar begrensd door jungleachtig groen, dat hier en daar een geheimzinnige waterval herbergt. Aan de bochtige weg vinden we overal zorgvuldig geplaatste hagen, alsof ze worden onderhouden door tuinlieden met Britse roots – of gekleurde strobalen zoals bij de TT op Isle of Man. Natuurlijk trekt de Triumph Tiger 800 XCa zich van dit alles niets aan.

Dankzij het volledig instelbare WP-chassis en de 95pk krachtige triple is hij thuis op elk terrein en zet hij met zijn 21-inch voorwiel denkbeeldige, ideale lijnen uit over het asfalt langs de kloof van de Gorges des Gats, de eerste van in totaal twaalf Franse balkonwegen op ons routeplan. Dat is behalve geografisch uitnodigend ook in geologisch opzicht interessant, gelet op de voorbij suizende rotswanden aan de ene kant en de onpeilbare diepte aan de andere kant. Dat lukt natuurlijk alleen wanneer de door een helm beschermde computer de verwerking van rijdynamisch relevante gegevens, zoals gripfactor en bochtsnelheid, supersnel aan kan.

Na de D539 mag onze tijger twee uurtjes via Mens en de Col d’Ornon over de D66 en D526 uitrazen, voordat we in Le Bourg-d’Oisans over de D219 opnieuw gaan klimmen, van 730 naar 1.520 meter in de richting van Villard-Notre-Dame. Tjonge. Stairway to Heaven – of de hel als je van deze beruchte, ultrasmalle balkonweg afraakt, die op een heerlijke hoogte langs de bergwand slingert. Soms strekt over het uit de rotsen gehakte weggetje een met afhangende steile rotsen gesteund plafond zich uit. Het lijkt op de bovenkaak van een walvis, dan weer worden we opgeslokt door pikdonkere tunnels, waar je je voelt zoals Jonas zich ooit in de buik van de walvis moet hebben gevoeld.

Carpe Motorem

In Villard-Notre-Dame, een gehucht met 25 inwoners, één vastgebonden witte geit en een café, kunnen we maar moeilijk tot een keuze komen: doen we de lange onherbergzame weg over de Col de Solude of rijden we rechtstreeks terug naar Le Bourg-d’Oisans, om daar direct de volgende drie kandidaten aan de tand te voelen, de D211A naar Le Freney d’Oisans, de D220 naar Les Travers en de D530 naar La Bérarde. Terwijl beide eerste trajecten een kortstondig rijplezier opleveren, voert de nauwelijks 30 kilometer lange Route de la Bérarde je als een smalle toegangsweg dieper in het Parc National des Écrins, immer de rivier Le Vénéon volgend en steeds dichter langs de meest zuidelijke vierduizenders van de Franse Alpen, de Barre des Écrins. Als een kat die de uitgerolde draad van een bol wol volgt, tolt de tijger rustig over het asfalt. Waardoor we tijd genoeg hebben om in elk geval met onze ogen het Mekka voor alpinisten te onderzoeken. Het is geen vergelijking met de worstelingen over de 21 haarspeldbochten van Alpe-d’Huez en de hellingen van de Col du Galibier, beide klassiekers liggen niet al te ver van deze relatief weinig bezochte vallei. Waar op carpe diem ook prima een carpe noctem kan volgen. Zoals op de camping in La Bérarde, in Hotel La Cordée in Saint-Christophe-en-Oisans of in het Château de la Muzelle in Venosc. Maar wie net als wij een kwartier heeft rondgehangen in het stadje Die, met deze ochtend als startpunt de Gorges des Gats. Tsja, die heeft hopelijk niet al te veel tijd verlummeld op het balkon. Dan heb je nog 150 kilometer terugweg te gaan. Maar dat is helemaal volgens het motto: carpe motorem!

Een van de mooiste wegen ter wereld

Vanuit Die is het een relatief kleine kattensprong, over de met haarspeldbochten bezaaide Col de Rousset naar Saint-Jean-en-Royans, het centrum van de Vercors voor de tripjes naar de andere zeven balkonwegen. De weer-app geeft opnieuw ideale omstandigheden aan met een blauwe hemel. Het zonnetje lacht, er is geen wolkje aan de lucht. Maar dan dit: overal grijze rook. Wacht ons een buurtbarbecue, zoals thuis? Maar het zijn de gering vochtige luchtmassa’s, typerend voor de Franse Alpen, herinneren we ons, die nog moeten verdampen. En een van de bekendste balkonwegen van de Franse Alpen tekent zich spookachtig af in de nevel. Bijna elke motorrijder stopt in de berm voor een fotostop, als na een bocht in de D76 plotseling een prominente rotsbrug opduikt, die als een kansel in de kerk tussen hemel en aarde zweeft op 600 meter boven het dal. Hier zien we als het ware het uithangbord van de fenomenale Route de Combe Laval, voor velen een van de meest spectaculaire wegen ter wereld. Aan het einde van de 19e eeuw werd deze voor het transport van hout gebouwd, beter gezegd; uit de bergwanden gehouwen. Uit de naakte flanken gesneden, slingert de weg zich vanaf de Col Gaudissart naar de Col de la Machine, langs rotsblokken, door tunnels en passages, beschermd door muurtjes die bij de Tiger slechts tot aan het spatbord reiken. Aangezien Route des Balcons nummer zeven, de avontuurlijke kloofroute Les Grands Goulets tussen Les-Barraques-en-Vercors en Sainte-Eulalie-en-Royans, net als bij onze heenreis over de Rousset nog altijd met een ondoordringbare grauwsluier wordt omringd – van nevel op hoogte heeft de app kennelijk nog nooit gehoord – belanden we via de Col de la Bataille voor een pitstop in Auberge de Léoncel. We bewonderen de motorhelmverzameling van de waard en laten ons de uit vele laagjes opgebouwde pastei, door midden gesneden als een bergkloof, goed smaken. Très lekker. Vuur schiet van de rotswand Vercors, mon amour. In dit zich bruusk verheffende bergmassief met zijn labyrint aan kloven – een ideaal gebied overigens waar het Franse verzet zich in de Tweede Wereldoorlog kon schuilhouden – kun je echt de weg kwijtraken, ook al bevind je je op de Route des Balcons. Opnieuw rijden we ons warm met een rondje over de bergflanken, over de Col de Tourniol en de Col des Limouches. In het pittoreske Pont-en-Royans kleven de balkons als zwaluwnestjes tegen de gevels, direct boven het riviertje de Bourne. En daar is dan eindelijk de Franse zon. En waar veel licht is, is ook schaduw. Op de D531 naar Villard-de-Lans wisselen beide elkaar bliksemsnel af als in een snelle action-thriller. Door naar de geweldige Gorges de la Bourne – kandidaat nummer acht op onze lijst. Soms lijkt het alsof vanaf de steile, dicht aan de weg omhoog rijzende rotswand het vuur omlaag schiet, dan weer absorberen uitsteeksels in de kloof al het aanwezige licht, alsof ontvoerders je een zak over je hoofd trekken. Oké, zo dramatisch is het allemaal ook weer niet, maar ergens past het wel bij de naam van de kloof. Waar we, als Matt Damon in Bourne Identity na een geslaagde manoeuvre, kort vóór Villard afscheid nemen om nieuwe uitdagingen op te zoeken. Die tijdens deze missie uiteraard niet onder de aarde in de grotten van Choranche liggen, maar juist er ver boven. Een spannende tweeluik Route de Presles en Gorges du Nan! Ideaal voor een misdaadserie. Te zien op tv, Télévision Vercours, als een spannende tweeluik. In de preview werd deze al zo verleidelijk aangekondigd: ‘De D292 is direct uit de rotsen gehakt, is smal, heeft onoverzichtelijke blinde bochten en een angstaanjagende reputatie. Wie het uitzicht op een extreem lange vrije val kan verdragen, mag zich met recht een connaisseur van adembenemende wegen noemen.’ Daarmee is niets te veel gezegd. Behalve misschien voor liefhebbers van een volledige uitrusting: laat je koffers maar thuis in plaats van ze langs de rotsen te schampen. Of er tegenliggers mee te rammen.

Op de rotswanden korte reclameonderbreking voor de rustieke Auberge de Presles, waar je vanachter de smakelijkste Italiaans-Franse gerechten kunt genieten van juichende jazzconcerten. Daarna zetten we vlug via Le Faz koers naar het andere deel van de tweeluik: de Gorges du Nan. In het begin probeert de D31 ons te temperen, maakt van ons loom toerende motorrijders en voert ons langs lieflijke, groene heuvels, als in de Beierse Allgäu. Tot hier op D22 een einde aan komt en het er weer wild aan toegaat, met veel adrenaline en endorfine. Aangezien er niet veel woorden meer kunnen worden toegevoegd om de waanzin van alle balkonwegen met hun in de rotsen gegraveerde passages, routes en tunnels, de adembenemende hellingen en indrukwekkende bochten beter te beschrijven, verwijzen we voor een beschrijving van de Gorges du Nan naar het boekje: ‘Een nachtmerrie bij een nat of donker wegdek (of beide). Genoeg haarspeldbochten om een derwisj duizelig te maken. Deze weg heeft al vele ego’s het zwijgen opgelegd, is niets voor zwakkelingen of voor beginnende motorrijders. En als er ook nog eens wind staat, kun je er misschien maar beter helemaal niet aan beginnen.’

Wat er gebeurt wanneer je je balkon niet onderhoudt en laat verrotten omdat je er toch nooit zit, zie je wanneer je de vanwege verval afgezette Route des Écouges met uitzicht op de gelijknamige Canyon tussen Rencurel en Gervais bezoekt. Of de informatie op internet nog altijd actueel is of dat het zigzaggende weggetje met zijn konijnenholtunnel inmiddels is gerepareerd, kunnen we helaas niet controleren. We hebben te lang getreuzeld. In Saint-Jean-en-Royans wachten Aline en Florence, de charmante gastvrouwen van Castel Fleuri, ons op met het diner dat wordt geserveerd onder de parasols op het dakterras van het hotel. Als op een balkon!

Bonustrack

Het laatste hoogtepunt ligt op de terugweg. Ten noorden van Grenoble lonkt de Gorges du Guiers Vif, niet te verwarren met de zuidelijker gelegen Gorges du Guiers Mort. Ja echt, mort ou vif, dood of levend. Over deze existentiële vraag is in het Couvent de la Grande-Chartreuse, het door beide kloven van de wereld afgescheiden moederklooster van de Orde der Kartuizers, ongetwijfeld vaak gefilosofeerd. Wij weten na onze contemplatieve dagen op de motor in ieder geval dit: de Drôme of de Vercors is niet Bali, maar voor motorrijders zijn de Route des Balcons echt de betere bestemming. En dicht bij huis!

Duitsland: Odenwald

0

Waar ooit Siegfried de Drakendoder werd vermoord, vinden we tegenwoordig houten paarden en racemotoren. Het Odenwald is een geweldige plek voor motorrijders, vol weggetjes die iedereen graag als thuisparcours in z’n achtertuin zou willen hebben.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/duitsland-odenwald.gpx”]

Klaus H. Daams

De sage van de Nibelungen is behoorlijk aan inflatie onderhevig. Waren er in 1986 in het Odenwald nog maar vier mogelijke plaatsen waar Siegfried de Drakendoder door Hagen von Tronje in de rug werd aangevallen en vermoord, inmiddels zijn het er al acht. Wat je allemaal al niet moet doen om toeristen te lokken. En wat ze al niet uitrichten tegen degenen die helemaal niet zo aardig lijken, of die nogal luidruchtig zijn? ‘Zotzenbach, Krähberg en Sensbachtal – drie mooie trajecten die voor motorrijders, althans tijdelijk, zijn afgesloten’, zo lichten Stefan en Isabella Beck de lokale situatie toe. Moeten we het dan maar inschatten als een indicatie voor hyperinflatie – bestonden er in 1986 eigenlijk wel wegafsluitingen? – of meer als een gegeven dat het Odenwald een paradijs voor motorrijders is? Zoals een dB-killer aansluit op een uitlaatpijp, zo is hotel Lärmfeuer voor ons een passende uitvalsbasis. Van hieruit kunnen we in enkele dagen een drietal prachtige tochten ondernemen. Het hotel van Becks werd vernoemd naar een alarmstation, dat ooit samen met andere stations waarschuwde bij oprukkende vijandelijke troepen. In hun schaarse vrije tijd slaan ook Stefan, kok, en Isabella, horecaspecialiste, graag alarm om zelf het Odenwald onveilig te maken op hun motoren, waarvan de een zwartglanzend, de ander matzwart is.

Streling voor het zitvlak

Stefan, mijn gids tijdens de eerste dag, kent het Odenwald als zijn broekzak. Hij heeft zijn 125 pk nog maar net opgewarmd of hij zet z’n R1200 GS in Reichelsheim-Beerfurth al aan de kant voor een privébezoek aan de Odenwälder Gäulschesmacher. Sinds 1899 wordt hier houten speelgoed gefabriceerd, de laatste generatie bestaat uit het echtpaar Krämer-Boos. De bonte speelgoedpaarden zijn het resultaat van liefdevol handwerk – en dat in een wereld waarin hobbelpaarden, net als ooit de dinosauriërs, met uitsterven bedreigd worden. ‘Het fraaist zijn de stokpaardjes – kinderen weten niet eens meer wat dat eigenlijk zijn’, lacht Harald Boos. Dat stemt toch weemoedig? En toch maken we ons opgewekt klaar om op onze eigen ‘paardjes’ de rit voort te zetten. Want de BMW van Stefan mag dan ogen als een gedrongen sumoworstelaar, met een 140 Nm motor met dikke 17 inch wielen en hippe achterkant, zin in toeren heeft ie altijd. Van de R1200 GS die hij in een vroeger leven was, muteerde hij tot de exclusieve eyecatcher en funbike. Bovendien is Black Beauty dankzij zijn piekvermogen niet alleen maar mooi, maar ook nog eens sneller. Misschien ook wel iets comfortabeler, in elk geval schijnt het Kahedo-kussen een streling voor het zitvlak te zijn. Het zal dan ook geen verbazing wekken dat Stefan ervan geniet om in plaats van in de keuken van Lärmfeuer te staan, eindelijk weer eens door het Odenwald rond te jagen.

En nu het gas erop!

De eerste serie bochten die ons hoog door de bossen voert, liggen tussen Klein-Gumpen en Laudenau. De tweede, na een onvermijdelijke stoplichtrally door Fürth, op het oude bergracecircuit Zotzenbach van Rimbach naar Wald-Michelbach. Da’s 9 kilometer lang bocht na bocht en dan fluistert toch echt een stemmetje in je hoofd, bijna dwangmatig en verleidelijk ‘En nu het gas erop!’ Wie kan dan weerstand bieden aan die neiging, wie wil dan niet meteen twee keer zo hard? Maar het traject is op zaterdag vanaf 14 uur en op zon- en feestdagen afgesloten voor motorrijders; voor het edele bochtenwerk blijft dan alleen de rodelbaan Kraidacher Höhe een optie. Nadat 27 kilometer Zotzenbach flink aan de randen van de banden hebben geknaagd, maken we rond het middaguur graag een stop in Weinheim-Rippenweiher, waar we in het landelijke Gasthaus zum Pflug iets hartigs bestellen.

Stefan is niet alleen kok en motorrijder, hij is ook nog eens een gentleman. Hij brengt maar wat graag een bloemetje voor zijn Isabella mee naar huis. En zoals het Ridders van de Landweg betaamt, geen bloemen van de eerste de beste bloemist in Heidelberg – waar we kort de wijk Ziegelhausen aandoen – maar van het imposante Feste Dilsberg, dat hoog boven Neckargemünd uittorent. Tenminste, dat is het plan, maar we worden tegengehouden door gevaarlijke doornen en een steile helling waardoor het bouquet zich aan onze uitgestrekte hand onttrekt. Die daarna des te krachtiger de gashendel weer beetpakt. En wanneer het vandaag in plaats van woensdag een weekend was geweest, want alleen dan is het Point Relax Motor Café van Eddy Edelstahl in Neckarsteinach geopend, dan hadden we daar misschien kennis kunnn maken met een van de meest flamboyante gastheren voor motorrijders in het Odenwald.

Best bewaarde executieplaats

Overal aan de Neckar vinden we burchten. Een prachtexemplaar van middeleeuwse woningbouw is de Burg Hirschhorn, waar je in het kasteelhotel kunt genieten van de zonnige kant van het leven – en eventueel ook van de zoete kanten van je wederhelft. De schaduwkant van de middeleeuwse medaille is de drieslaperige galg bij Beerfelden, de best bewaarde executieplaats van Duitsland. Bungelend aan een van de drie dwarsbalken, kon je er je laatste adem uitblazen, met uitzicht op het fraaie Odenwald. Dat dan weer wel. En wat registreert de kennersblik van Stefan? Magere Hein heeft zijn dagelijkse werk weer eens verricht, want het gras rondom de galg is vers gemaaid. Een teken voor bestendig mooi weer, want alleen dan hooit de boer. Waarvan de motorrijder dan weer volop profiteert.

Het voormalige bergtraject Krähberg is een perfect parcours voor een sportief ritje, bij voorkeur in combinatie met het evenwijdige lopende Sensbachtal. Het is de hemel op aarde, dikwijls ook vroeger dan gepland. Zoals Siegfried in zijn tijd perfect beschermd leek door een hoornvlies van drakenbloed, gebruiken motorijders tegenwoordig liever kangoeroeleer. Geen mens is immers onkwetsbaar. Maar da’s een gedachte die bij menige hersenloze ‘held’ die over de Krähberg scheurt, pas opwelt als het definitief ‘Game Over’ is. Resultaat: gevolgschade voor de rest van de motorgemeenschap in de vorm van een verkeersblokkade in het weekend. Na dit kleine uitstapje volgt een korte visite aan de populaire ontmoetingsplek voor motorrijders aan de Marbachstausee. Daarna gaan we op weg naar de privébrouwerij Schmucker in Mossautal, om het weekend in te drinken in Lärmfeuer.

Trommelvuur

De boer had gelijk, het zonnetje lacht ons tegemoet, Isabella bakt een taart en Stefan ruilt zijn airbagvest weer in voor zijn koksschort – en laat de racemotor over aan zijn vriend Karl-Heinz alias Charly. Die is eveneens een betrouwbare kenner van het Odenwald. Hij heeft als elektromonteur in Hammelbach gewerkt, daar waar vroeger Zweirad Röth zat, dat Ducati’s, Guzzi’s en vele andere Italiaanse merken importeerde. Een ochtendmeditatie voor de vitrine van Röth is een must, voordat we over de straatjes in de richting van de Tromm het lichte bos intrekken, wat trommelvuur voor de veerpoten betekent.

Contrast in Affolterbach: een gespiegelde poortingang met erachter Joest Racing, 16-voudig winnaar van de 24 uur van Le Mans. ‘In de werkplaats kun je van de grond eten, maar in plaats van olijfolie zul je er Castrol RS vinden’, vermoedt Charly. En niet veel later is het ‘Jippie, dit is het betere bochtenwerk’. Zo rijd je juichend over de Juhöhe richting Heppenheim. Waar voor de lange opgang voor de als jeugdherberg gebruikte Starkenburg geen 30-kilometerbord nodig is. Daar zorgen de kinderkopjes wel voor.

Cultuurliefhebbers zouden van hieruit eigenlijk moeten doorrijden naar de poort uit Karolingische tijden in Lorsch, fans van draken daarentegen rijden linea recta naar Lindenfels voor het museum vol gevleugelde fabeldieren. Maar motorrijders duwen hun motoren diep door de bochten, zoals Sven en Jonas met hun MT-09 en LC4. Keer op keer cirkelen ze door de showbochten bij de uitgang van Lindenfels. ‘Het is een ongelooflijke ervaring om in deze bochten te rijden en te oefenen’, luidt het commentaar van beide snelheidsduivels. En ze praten smalend over ‘renteniers, die een dubbele-R aanschaffen, maar dan met van die schaamranden op de achterband’. Nadat we die klap hebben geïncasseerd – wie laat zich graag voor rentenier uitmaken – rijden we in de richting van Gumpener Kreuz en hebben er voor ons doen alweer flink het gas erop.

Winterkasten, Brandau, Staffel, Biergarten Kuralpe: Charly weet waar het mooi is en het landschap golft. Maar wie zo nu en dan eens van de motor stapt, komt aan het Felsenmeer, met de uitzichttoren Melibocus en het Auerbacher Schloss volop aan zijn trekken. Van de vele historische burchten in het Odenwald is met name Burg Frankenstein een bezoekje waard: een tiptop geasfalteerde weg bergop vol bochten naar de cultplek voor een spookachtige Halloween. We rijden er met onze Twins doorheen, terwijl de monsters en zombies aan het feest nog liggen te rusten. Als afsluiting doen we nog een spannend stukje van de B47 bij Ober-Gesprenz, beter bekend als Hutzwiese. Zo gezellig en knus de naam ook mag klinken, de weg nodigt vooral uit om door de bochten te scheuren. Hopelijk is dat in de toekomst niet alleen door de week mogelijk.

Houten dildo’s

Op het terras van Lärmfeuer is het druk, motorgasten druppelen een voor een binnen voor een lang motorweekend. Begonnen we met een bezoek aan houten paarden, vandaag staat een bezoek aan een Rennkuh op het programma, namelijk de sportbike-shop van Michael Welsch in Wörth am Main. De showroom van de meester die sinds 2004 de racescène een stuk spannender maakte, staat vol individuele kunstwerken terwijl diep in de kelder alle onderdelen en organen worden opgeslagen. Vanuit de kelder ontstaan, met behulp van Gerd, ‘god aan de draaibank’, unieke exemplaren. ‘Vóór is het een HP2 Megamoto, achter een HP2 Sport. Het plezier zit ‘m in het combineren’, licht Michael zijn filosofie toe. Daarvoor heeft het fitnesscentrum BoGS-vierkleppers zuigers, nokkenassen, uitlaten en mappings op voorraad. Maar wie nieuwsgierig is naar meer authentieke Odenwälder producten kan ook terecht bij WaldMichlsHoldi in Buchen, het topadres voor houten dildo’s…

Wie van vakwerk houdt, pauzeert in Miltenberg. De motoren parkeer je aan de Main. Geen angst, zo snel treedt de rivier niet buiten zijn oevers. Het middeleeuwse marktplein ids een schitterend decor voor een landschap vol borden of ijscoupes, bijvoorbeeld geserveerd onder het bladerdak van Domus bei Toni. Een blikvanger is natuurlijk ook het op dikke eikenhouten palen staande, stokoude Raadhuis in Michelstadt. Tot de lokale celebrities van de grootste stad van Kreis Odenwald behoren Bernd Siefert, wereldkampioen banketbakker, en ex-Bravo Girl, actrice en horeca-exploitant Jessica Schwarz. Maar nog spannender voor ons: het particuliere Motorradmuseum met zo’n 200 motoren, van vóór de oorlog tot aan de tijd van het Wirtschaftswunder. Cheffin Irmgard Künzel-Litschko is vertrouwd met elk schroefje. Nauwelijks een uurtje na dit intermezzo en ettelijke bochten verder in het Odenwald, is het weer tijd voor onze dagelijkse adrenalinekick bij Hutzwiese. En dan stopt Charly plotseling zijn motor en zegt: ‘Rijd jij maar voorop – anders sta ik niet voor mezelf in.’

INFORMATIE

Een echo van het sprookjesverleden van het Odenwald zijn de Nibelungenstraße en de Siegfriedstraße. Maar ook, en met name buiten deze vakantiewegen die voor het grootste deel over de B47 en B460 voeren, lokt het Odenwald met zijn schitterende motorweggetjes. Maar liever niet in het weekend, want dan zijn enkele trajecten met de mooiste bochten voor ons afgesloten.

Heenreis

Via de A5 raast het verkeer westelijk langs het Odenwald, afritten tussen Darmstadt en Heidelberg leiden direct naar het reisdoel. Vanuit het oosten kun je ook via de A3 of de A81 rijden.

Overnachten

Volledig op motorrijders ingesteld is Lärmfeuer, Im Oberdorf 40, 64385 Reichelsheim/Rohrbach, tel. +49 (0) 6164-1254, www.laermfeuer.de, overnachtingen vanaf €35,-. Meer naar beneden ligt Zum Fürstengrund, Im Unterdorf 1, 64385 Reichelsheim, tel. +49 (0)6164-226574, www.zum-fuerstengrund.de, overnachtingen vanaf €37,-.

Pleisterplaatsen voor motorrijders

Parkplatz am Marbacher Stausee, in de buurt van de splitsing B460 en B45. Op feestdagen en in het weekend het Point Relax Motor Café van Eddy Edelstahl aan de B37 in Neckarsteinach. Dagelijks geopend is “Zur Waldeslust” aan de Siegfriedstraße 57 in Hesseneck-Kailbach. Bijzondere gastronomie en een ontmoetingsplek voor bikers vindt je, behalve op maandag, in de “Kurbrunnen” in Waldbrunn, Alte Marktstraße 9.

Verkeerssluitingen

Zotzenbach, Krähberg en Sensbachtal zijn in het weekend en op feestdagen afgesloten voor motorrijders.

TracerTracks: Amsterdamse koeientocht

0

Voor Tracer Tracks #2 gaan we diep de provincie in. Met een Amsterdammer rijden we een rondje Amsterdam.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/amsterdamse-koeientocht.gpx”]

Jan Dirk Onrust

Pok! Amper ben ik een wegwijzer met ‘Amsterdam’ erop gepasseerd of er spat een strontvlieg uiteen op mijn vizier. Mijn zicht is ineens zo slecht dat ik zelf bijna door een tractor wordt geplet. Op een trekschuit over de Amstel kan ik het vizier schoonmaken.

Een kilometer verder kom ik bij een ophaalbrug over de Waver, een zijrivier van de Amstel. Hier heb ik afgesproken met Nick Verleun (25), die door dit gebied een route heeft gemaakt van een kleine 90 kilometer. Nick is… oh wacht even, er komt een stel aow’ers met een plezierjacht aangevaren. Meteen loopt Nick naar de ophaalbrug en trekt hem met een ketting omhoog. Dat scheelt het stel een hoop gedoe. Ze zwaaien dankbaar en zullen al hun kennissen vertellen dat motorrijders van die keurige jongens zijn.

Nick dus, is bijna afgestudeerd aan de Hogere Hotelschool in Amsterdam en werkt tegelijkertijd als assistent van de directrice van het Jaz-hotel. Het is wel duidelijk waarom: hij vindt het leuk om toeristen te helpen. Van het internationale sfeertje houdt hij ook. Hij heeft stage gelopen in Schotland, reisde een jaartje door Australië en Nieuw-Zeeland. In de toekomst hoop hij nog eens zelf een hotel te beginnen, ergens in een buitenland.

Net de Achterhoek

Vooralsnog werkt hij in het Jaz-hotel, vlak naast de Amsterdam ArenA. Over de ruggen van koeien en schapen heen, zie je die vanaf de route liggen, want we zitten als het ware in de achtertuin van Ajax. ‘Vanaf de bovenste verdiepingen van ons hotel zie je een gebied dat net zo landelijk is als de Betuwe of de Achterhoek. En dat aan de rand van een wereldstad, in een dezelfde regio. Regio Amsterdam.’

Zoals zoveel Amsterdammers is Nick niet in Amsterdam geboren. Hij komt uit Tiel, waar zijn ouders nog steeds wonen. Om de vuile was sneller naar Tiel te brengen, kocht hij een motor, een Ninja 250. Begin dit jaar verving hij die na veel kilometers door een Honda Hornet. Hij heeft op veel meer motoren gereden. Een Yamaha MT-10 en MT-09 bijvoorbeeld. Vooral daarom meldde hij zich gretig aan bij Tracer Tracks, want hij had wel zin in een lang weekend met een MT-07 Tracer.

‘Ik vond vooral de MT-09 een geweldige motor. Maar eigenlijk vind ik de MT-07 Tracer nóg iets lekkerder rijden. Hij is ook groter dan ik had verwacht. Komt misschien door de kofferset, de valbeugel en die extra lampen. Toch voelt hij vrij licht aan. Je rijdt er zo mee weg, hij doet precies wat je wilt. Ik vind hem ook fel genoeg. Je moet daarvoor wel het gas lekker opendraaien, maar dat vind ik prettiger dan dat ik me erg moet inhouden, zoals op de MT-10 en ook wel op de MT-09.’ Nick laat zijn volwassen oordeel volgen door een bijna naïeve vraag. ‘Zou je hier nou ook een grote reis mee kunnen maken?’ Maar natuurlijk. Zo op en neer de Noordkaap, geen centje pijn.

Genoeg goede daden

Hé, daar kom weer een plezierjacht aan. Nick aarzelt geen moment en haalt de brug voor een tweede keer omhoog. Opa en oma zwaaien vriendelijk. Maar nou zijn er wel weer genoeg goede daden verricht, nu is het tijd om rottigheid uit te halen.

We draaien het gas open en beginnen aan de lange kronkelwegen langs de Waver – aan beide zijden één. Nick houdt inderdaad niet van treuzelen. Voor lekker ongeremd zwieren is hier gek genoeg nog ruimte. We komen wat plukjes wielrenners tegen en raken verzeild in een toerrit van klassieke auto’s, maar motorrijders zien we nauwelijks.

Koeien opdrijven

‘Op de rivierdijken bij Tiel is het op een mooie dag veel drukker met motoren,’ zegt Nick. ‘Daarom probeert de politiek daar steeds meer af te sluiten. Heb je hier nog geen last van. Dit is een well kept secret. Het is ook nog echt zo lekker boers hier. Een paar jaar terug stonden er allemaal losgebroken koeien op de weg. Vraag ik aan een vrouw bij de dichtstbijzijnde boerderij of zij haar koeien soms kwijt was. Nee, die waren van iemand verderop. ‘Maar duw ze maar even terug in de wei’, zei ze. Dat was wel even een dingetje. Dan zijn koeien ineens heel groot. Die vrouw vond het maar raar dat ik niet eens wist hoe je koeien moet opdrijven. Dus volgens mij zien ze hier niet zo heel veel stedelingen. Het is overigens wel gelukt met die koeien. En ik kreeg een kop koffie toe.’

Kom je hier vaak?
‘Ja, vooral de laatste tijd. Met mijn baan en mijn afstuderen heb ik het best wel druk. En dan is het super om hier een uurtje stoom af te blazen. De bochten houden hier gewoon niet op. Daar word ik helemaal blij van. Vooral ’s avonds als de zon hier idioot mooi ondergaat. Vriendin achterop, geweldig. Zij is Poolse en ze kijkt haar ogen uit hier.

Van Botshol naar Nigtevecht

Hoe heb je deze weggetjes gevonden?
‘Ik hoefde er niet ver voor te rijden, want ze beginnen vlakbij mijn huis in Nieuw West. En vervolgens ben ik met de kaart erbij alle riviertjes gaan opzoeken. Want waar water is, zijn mooie wegen. Dat weet ik natuurlijk van Tiel, dat aan de Waal ligt. Vlakbij heb je de Maas en de Nederrijn. Dáár moet je zijn voor de leuke wegen. Maar tot mijn verrassing heb je hier ook rivieren, nog wel meer zelfs. De Amstel natuurlijk, en een aantal kleintjes, die net zo lekker kronkelen. De Waver, de Winkel, Bullewijk, de Angstel, de Gein en iets erbuiten de Kromme Mijdrecht. En dan zitten er ook nog een paar forten tussen, wat molentjes en terrassen aan het water. Dat heb ik allemaal stukje bij beetje verkend en ben verbindingsstukjes gaan zoeken. Dat is uiteindelijk deze route geworden. Eigenlijk is hier nog veel meer. Ook vlak boven Amsterdam liggen heerlijke weggetjes.’

Er is nog een reden waarom Nick vaak op de kronkelweggetjes te vinden is. ‘Ik moet bekennen dat ik nog steeds niet met de motor in het buitenland ben geweest. Nog nooit een bergpas gedaan. Dus dit is er ook een beetje oefening voor. Dit zijn toch een soort bergwegen, maar dan zonder bergen. Eerst maar eens naar Duitsland. En later hopelijk de Alpen. Je kan niet eeuwig van Botshol naar Nigtevecht blijven rijden, ook al verveelt dat nooit.’

Tanktastocht #4 – 2017: Rondje Vulkaan Eifel

3

Stel je eigen motorweekendje samen, zoek zelf ergens langs de route of bij het startpunt in Slenaken een hotelletje.

Op een steenworp afstand van Nederland ligt motorparadijs Eifel. Je kan er genieten van bochten, glooiende landschappen, prachtige dorpen en romantische kastelen. Je start in Slenaken, en rijdt zuidwaarts door plaatsjes als Heyenrath, Vaals en Moresnet. Niet lang daarna rijd je langs de noordkant van de Hoge Venen naar het Duitse plaatsje Kronenburg, waar we je bij Restaurant Pfeffer und Salz op de foto zetten. Nach Mittagessen gaat de route dwars door de Hoge Venen van België terug naar Slenaken.

Start: De Slenakervallei, Dorpsstraat 1, Slenaken.

Rondje Duitsland

0

Download de route

Een Rondje Duitsland die zo’n beetje al het middelgebergte elkaar rijgt. Da’s fijn, da’s leuk, da’s sturen. Wij sturen Duitslandkenner Michiel van Dam vooruit om uit te vogelen of de route echt geeft wat het belooft.

Deel 1 (Dag 1 van de route:

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/rondje-duitsland.gpx (Dag 1 Slenakerhof-Rosenhof 325 km 1).gpx”]

Download hier alle routes

Michiel van Dam

Nederlandse motorrijders wordt wel eens Germanomie verweten, een overdreven voorliefde voor motorrijden in Duitsland. Dat is overdreven, maar feit is nu eenmaal dat Duitsland op de motor makkelijk en snel te bereiken is. Al vlak na de grens opent het landschap zich naar onlaaglandse wijdten en is het meteen heerlijk toeren tussen bossen, heuvels en bergen.

Na de grensovergang bij Rheine rij ik onmiskenbaar in Duitsland. Vakwerkhuizen sieren de dorpen en achter de vlakte tussen Münster en Osnabrück verheft de aarde zich in een golvende lijn. Dat is het smalle, maar langgerekte Teutoburger Woud, bron van Duitse mythen en sagen. Hier kregen de Romeinse legioenen van veldheer Varus in 9 na Christus dusdanig klop van ‘wilde barbaren met woestblauwe ogen’ onder leiding van de Germaanse veldheer Armenius, dat de overlevende Romeinen zich ijlings terugtrokken achter de Rijn. En zolang het Romeinse Rijk nog bestond, kwamen ze daar ook niet meer achter vandaan. Niet alleen de inwoners van een klein Frans dorpje in Gallië, maar ook die Teutoonse rakkers stonden hun mannetje. Bij Detmold stop ik nog even bij het Hermannsmonument. Het waren de Romeinen die Armenius zijn Latijnse naam in de geschiedenis gaven, maar zijn echte naam weet niemand meer. De Duitsers hebben hem daarom Hermann gedoopt en er ook maar een imposant beeld aan gewijd. De Varusslag heeft zoals wij nu weten, helemaal niet bij Detmold plaatsgevonden maar bij Kalkriese. Het monument voor de Germanenleider en Romeinen-basher is er niet minder om en blijft een belangrijke toeristische trekpleister.

Weserbergland

Bij Porta Westfalica, de nauwe kloof waar de Weser doorheen stroomt, voert een kronkelweg de Wittekindsberg op, waar de Pruissenkeizer Wilhelm I een schitterend uitzicht heeft vanaf zijn sokkel onder een baldakijn. Net zoals bij het Hermannsdenkmal verdringen zich ook hier de toeristen die ik verder in de streek nergens tegenkom. Je kan het hun niet kwalijk nemen: ze zijn van de buschauffeur afhankelijk en hebben geen vrije keuze om naar believen hun neus achterna te rijden.

Na het Teutoburger Woud komen de heuvels van het Weserbergland in het vizier. Hamelen, Burcht Polle, Holzminden, Sababurg – wie op school en bij het voorlezen thuis goed heeft opgelet weet meteen: Rattenvanger, Assepoester, Baron van Münchhausen en het Doornroosje in het Reinhardswald, waar knoestige boomstammen staan, sommige wel duizend jaar oud. Daartussen staan metershoge varens, waardoor het hele bos extra sprookjesachtig wordt. In het Weserbergland verzamelden de gebroeders Grimm veel sprookjes, die daardoor tot de dag van vandaag bekend zijn. Maar ook in de rest van Duitsland zijn sprookjes, mythen en sagen opgetekend. De Deutsche Märchenstrasse verbindt veel van die gebieden met elkaar.

De Harz

Weldra volgt de Harz, het noordelijkste gebergte van Duitsland. Steile kliffen, rivieren en watervallen, moerassen en onderaardse gewelven creëren er een mythische wereld. Ertsen uit de bergmijnen vulden vroeger de schatkamers van keizers en koningen. Geen ander gebied in Duitsland heeft zo’n kleurrijke verzameling fantastische verhalen opgeleverd als de Harz. Heksen, geesten, kobolden en andere fabelwezens prikkelen er de fantasie en inspireerden schrijvers zoals Goethe, die in zijn Faustroman de hoogste Harzberg Brocken opvoerde als toneel voor de heksensabbat. Nog elk voorjaar wordt daar het heksenfeest Walpurgisnacht georganiseerd. De Harz lag tijdens de Koude Oorlog op de grens tussen Oost en West en daardoor is veel van de oorspronkelijkheid bewaard gebleven.

De route van het Rondje Duitsland kruist na de Duitse Sprookjesweg vervolgens ook de Deutsche Ferienstraße Alpen-Ostsee. Inderdaad heeft Duitsland tussen de zee in het noorden en de Alpen in het zuiden een enorme hoeveelheid kilometers uitgerold om op een motorvakantie van te genieten.

Sauerland

Ik zit al een aardig eind in het oosten van Duitsland. Maar voor Nederlanders mag een ritje door het Sauerland niet ontbreken. Dus maakt de route een flinke zwieper naar het westen richting Winterberg en omgeving, om daarna het spoor naar het oosten weer op te pakken. ’s Winters voor de sneeuw, ’s zomers voor de bergen en de natuur trekken massa’s laaglanders naar het Sauerland, op korte afstand van de Nederlandse grens. Om er met hun caravans de wegen te verstoppen. De Hollandse Alpen, noemen Duitsers de streek dan ook gekscherend. Land van Duizend Bergen is een andere bijnaam die bij motorrijders meer in de smaak zal vallen. De bergen heten er Kahler Asten (Kale Tak) en Hoher Knochen (Hoog Bot), alsof Tolkien hier met namen heeft rondgestrooid.

Vroeger was het Sauerland een desolate streek, maar de laatste jaren zijn er zelfs in de meest afgelegen boerengehuchten wellness-spa-resort-hotels verrezen. Mijn hotel Winterberg Resort ligt vlak naast de piste van Winterberg. Da’s fijn voor skiërs, maar ook voor motorrijders. Na en voor een inspannende dagtocht maak ik de spieren los in het verwarmde binnenzwembad. En voor de deur begint een van de fijnste motoretappes van het Sauerland.

Richting Nordenau slingeren de bochten vervaarlijk door de met bomen beklede bergvallei. De motorbanden krijgen glimmende wangetjes van al die fijne bochten. Of de Triumph beter gaat lopen van de frisse berglucht kan ik niet zeggen. Maar de berglucht geeft mij een enorme energyboost. Sauerland, powerland! Nog makkelijker dan anders pik ik de bochten mee. Nou moet ik bekennen dat voor een rijder als ik, die meestal op één- of tweecilinderfietsen onderweg is, deze Explorer een openbaring is. De Triumph driecilinder helpt mij moeiteloos om m’n grenzen te verleggen. Op een BMW K75 werd ik niet gelukkig, maar deze Britse drie-eenheid heeft het in zich om mij zomaar te bekoren.

Vogelsberg

En daar hebben we de Vogelsberg al, met zijn open en golvende heuvels. Minder bekend dan het Sauerland of de Eifel maar toch een echt motorland. Op de Schottenring werden vroeger al belangrijke wedstrijden gereden en de Vogelsberg was ook het thuisland van Ingenieur Friedel Münch, de man die de wereld de eerste Big Bikes schonk. De aarde beeft, de mythe leeft! Zijn creaties op basis van een NSU-automotorblok waren hun tijd ver vooruit. Volgens mij werd Friedel Münch, die tussen 2000 en 2008 hier een motorenmuseum had, geïnspireerd door het open karakter van de Volgelsberg. Het verruimde zijn blik als het ware. Het asfalt is op de kleinste binnenweggetjes van het Rondje Duitsland van prima kwaliteit, dus aan onze eerste levensbehoefte is hiermee voldaan. Alleen benzinestations, koffiehuizen en bakkerijen zijn hier dun gezaaid.

De receptionist van Hotel Leiss verwelkomt met een vriendelijke babbel.

‘Wat maakt Lohr am Mainz nou zo speciaal,’ vraag ik.

‘Heeft u nooit van Sneeuwwitje gehoord?’

‘Welzeker heb ik van Sneeuwwitje gehoord, zelfs vaker dan mij lief was, toen ik nog op volwassenen was aangewezen voor lering en vermaak.’

‘Nou, Sneeuwwitje komt dus uit Lohr am Mainz, haar kasteel staat hier vlakbij.’

‘Alsjemenouniet….’

‘Ik kan wel zien dat u een liefhebber bent. Kijk: al die bergen hier rondom, dat waren vroeger zilvermijnen. En om in die mijnen te werken moesten de mijnwerkers klein van stuk zijn. Sneeuwwitje was een edelvrouwe die zich het lot van een zevental kompels aantrok, zich

over hen ontfermde als het ware.’

‘U zegt het. Ik sta paf.’

‘En zo werd het sprookje geboren. Het sprookje van Sneeuwwitje. Maar het is op echte gebeurtenissen gebaseerd hoor, dat hebben geleerde wetenschappers uitgezocht en bewezen. Het is jammer dat u wat laat bent, het kasteelmuseum is al dicht, daar is een heleboel interessants over deze materie te vinden.’

‘Het zal toch niet?’

‘Maar we hebben hier ook een brouwerij. Een bierbrouwerij. In het bierwapen staat een wild zwijn afgebeeld. Daar stikt het hier van in de bossen op de heuvels. Het is goed dat u met uw motorfiets al bent aangekomen, want ’s avonds in het donker vormen die zwijnen een ware

plaag en een gevaar op de weg.’

‘Nou, nou, nou… Bedankt voor de informatie zeg, ik ga nu maar vlug even een frisse neus halen met een stadswandeling.’

De Hauptstraße van Lohr am Mainz is een gebruikelijke Duitse winkelstraat met bijbehorende prulleriawinkeltjes. Afgaande op het aanbod aan poppetjes en knutselfrutsels zou je toch denken dat het in Duitsland het hele jaar door Pasen en Kerstmis is. Goed, er staan een paar mooie oude gevels langs de hoofdstraat, maar daarvan heeft Duitsland ook een aanbod van dertien in een dozijn. Maar gelukkig is er ook brouwerij Keiler, waar ik een heerlijk hoppig zwijnebiertje verschalk. Vers uit het vat, zo in het glas. Daarna waag ik nog een kuierring langs het Sneeuwwitjeslot. Hier werd in 1725 ene Maria Sophia von Erthal geboren. Na de dood van haar moeder hertrouwde haar vader met de schone maar zeer ijdele Claudia Elisabeth Maria von Venningen. Jawel, jawel: de boze stiefmoeder uit het Sneeuwwitjeverhaal! En wie het niet wil geloven, gaat zelf maar kijken in het Spessartmuseum in het Sneeuwwitjeslot. Daar hangt namelijk haar spiegel aan de wand.

Spessart

Nauwelijks ben ik de volgende morgen Lohr am Mainz uitgereden of het woud slokt mij en de Triumph al weer op. Dat ‘woeste woud’ waarin Sneeuwwitje werd achtergelaten is natuurlijk de Spessart. En de vluchtweg van Sneeuwwitje ‘over de zeven bergen’ is natuurlijk een oude weg over de bergkammen. Kunnen die Duitsers nou echt niks anders verzinnen om hun steden en gebieden te promoten met oude sagen en sprookjes? Ik hou ervan hoor, daar niet van, een goed verhaal is aan mij besteed. Maar met al die frisse lucht, de weidse blik, de golvende landschappen en de goede kwaliteit van het wegdek; kunnen ze daar dan niks mee? Onderweg ruikt het in ieder geval geruststellend ouderwets naar houtvuur, bruinkool en koeienstal. Riviertje hier, dorpje daar, ertussen zo’n grote boerenhoeve met rook uit de schoorsteen. Zo te ruiken stoken ze hier nog bio en geen Poetingas.

Richting Hoch-Spessart is er dan wel geen kip op de weg, maar in het Duitse oerwoud loert overal gevaar. Dus waakzaamheid is immer geboden. Stadtprozelten heeft voor de afwisseling een fraaie burchtruïne boven de meanderende Mainz, voor het broodnodige historische besef. Ook vakwerkhuizen ontbreken niet, om duidelijk te maken dat ik tot echt in Duitsland aan het toeren ben en niet in Alaska of Zweden of een of ander woud daartussenin. Zouden die gevels voor al die Duitse toeristische plaatsjes ondertussen ook in China worden geprefabriceerd?

Pfälzerwald

Via het Odenwald – prachtig! – en de Rijnvlakte brengt de route mij in het Pfälzerwald, een uitloper van de Vogezen in het nabijgelegen Frankrijk. De schoenenindustrie die hier ooit floreerde, is natuurlijk verdwenen naar het lagelonenbuitenland, maar de bomen zijn gebleven. Hoeveel wouden heeft Duitsland eigenlijk? Ze zijn vast net zo moeilijk te tellen als de sprookjes en andere verhalen. In Hotel Rosenhof bij Kaiserslauteren hangt een on-Duitse sfeer. Goed, de buitenmuren zijn van zwart-wit vakwerk, maar de kamers staan als bij een Amerikaans motel gelijkvloers naast elkaar, al kan je er nog net niet je motorfiets voor je kamer parkeren. De bar heet Route 66, een fijne mengeling van Amerikaanse road house en Duitse gastronomie wacht op me in de eetzaal. Ober Raffaele is een volbloed Napolitaan, die vol verve dikke biefstukken flambeert aan de tafel van een drietal heren dat aan het accent te horen van gene zijde van de Grote Waterplas afkomstig is. Ook aan de andere tafels wordt pittig geyankeedoodled. Natuurlijk: Ramstein is vlakbij! Niet de megaherrierockband, met dubbel-m uit Duitsland, maar de grote Amerikaanse luchtmachtbasis. Het wordt een gezellige avond, zeker als Raffaele zich tussen zijn flambeerkunsten door ook nog als volleerd operazanger presenteert. O sole mio!

De volgende dag valt de Amerikaanse invloed rond Ramstein eerst nog duidelijk te bespeuren: Amerikaanse vlaggen bij autohandelaren en zelfs een echte drive-inbioscoop. Maar gaandeweg neemt het uitzicht weer vertrouwde Duitse vormen aan. Na al dat bos de laatste dagen is het fijn om weer door open heuvelland te rijden, met vrij zicht tot op de golvende horizon met hier en daar een kasteelruïne op een heuveltop. Dan schuiven bij Idar-Oberstein wat rotsformaties in beeld. Geen wonder, want Ida-Oberstein is wereldwijd een centrum voor de handel in edelstenen. Vroeger werden die hier in de omgeving ook gedolven, maar nu gaat het voornamelijk om de import en export ervan.

Hunsrück & Eifel

De Hunsrück is machtig interessant en je kunt er erg fijn motorrijden. De route is pure promotie voor de streek, want wat een weggetjes. Maar ónder het groene kleed van moeder natuur ligt de ware schat verborgen. Dat is het gesteente dat de bergen vormde waarin de wegen niet rechtlijnig verlopen en waar edelstenen werden gedolven. De Deutsche Edelsteinstraße zwiept me naar het westen. Na talloze bochten wijkt ineens het Idarwoud.

De hellingen zijn ineens strak geometrisch beplant met wijngaarden en voor me schittert de Moezel in het dal. Ze kunnen het niet laten, die romantische Duitsers. Piesport prijzen zij aan als de Stad van Gouddruppeltje, dat klinkt als een sprookje rond een wijnprinsesje. Voor motorrijders is meer van belang dat er in Piesport een brug over de Moezel is geslagen, waardoor ik met motorfiets en al in een wip op de westoever van de Moezel kom. En daar begint meteen een duizelingwekkende serie steile haarspeldbochten naar boven, naar Salmtal. Met deze feestslingers verwelkomt de Eifel mij.

De Eifel was vroeger, net als andere verlaten streken waar de route van het Rondje doorheen gaat, een armoedige streek. Sporen van die armoede zijn hier en daar nog zichtbaar. Maar de Eifel ligt ook vlakbij de rijke steden in het westen van Duitsland. En dichtbij Nederland! Al in vroege tijden kwam hier het toerisme op gang, eerder dan in de streken in het midden en oosten van Duitsland. Voor Nederlandse motorrijders is de Eifel net als het Sauerland bekender terrein dan Harz, Hunsrück, Spessart, Vogelsberg of Pfalz. Maar een saaie thuiswedstrijd wordt de Eifel nooit. Al kom ik er al langer dan dertig jaar, er zijn altijd wel weer onbekende weggetjes in een route te plakken voor een verrassende motortoer. De Eifel biedt terugkerende motorrijders zowel de vertrouwde highlights als nieuwe indrukken. Maar dat geldt eigenlijk voor heel Duitsland, dat heeft dit Rondje Duitsland wel weer bewezen.

Zo’n spoedcursus Germanomie is zo gek nog niet.

Ex-BMW-designer naar Indian

0

Motordesigners halen zelden krantenkoppen, maar dat verandert niets aan het feit dat bepaalde ontwerpers invloedrijker zijn anderen. Een zo’n ontwerper is Ola Stenegärd, die tot voor kort bij BMW Motorrad in dienst was en nu naar Indian verkast.

Maar wie is deze Ola Stenegärd nu eigenlijk? Zegt de BMW R nineT je iets? Daar mogen we hem verantwoordelijk voor houden. Geen onaardige machine om mee geassocieerd te worden. Behalve dat wapenfeit was hij als Head of Vehicle Design vijftien jaar lang betrokken bij elk belangrijk model dat BMW maakte.

Stenegärds vertrek naar Indian is geen heel vreemde stap, want de Zweed was voor zijn tijd bij BMW tot 2001 al in dienst bij het merk – nog voor de overname door Polaris. Amerikaanse V-twins zijn hem verder al helemaal niet vreemd, want als 15-jarige won hij al een prijs met zijn gemotoriseerde ode aan custom-legende Arlen Ness. Die chopper was het begin van een carrière in voertuigdesign.

Na omzwervingen bij Zweedse huis-, tuin- en keukenmerken als SAAB en Öhlins verhuisde Stenegärd naar zijn tweede thuis; de Verenigde Staten, waar hij nu dus opnieuw naartoe verkast.

Toekomstvisie
Waar Stenegärd bij BMW de retro-trend inzette, zal hij bij Indian waarschijnlijk net zo invloedrijk zijn. Wat het precies in gaat houden, gaan we meemaken, maar zijn werk zal van groot belang zijn voor de toekomst van het oudste nog bestaande Amerikaanse motormerk.

Zeker omdat Polaris iets meer dan een jaar geleden de stekker uit zustermerk Victory trok, heeft Indian nu alle prioriteit en daar zal Stenegärd nu dus actief onderdeel van zijn.

Nog iets meer over Ola Stenegärd te weten komen? Zie onderstaande video!

Foto en video: BMW

Tanktastocht #3 West-Brabant: Oud-Gastel – Colijnsplaat

0

Noord-Brabant, da’s van oost naar west van zand naar klei. Van bos en stuifzand naar zeearmen en getijdelandschappen. De Biesbosch ligt er, de Baronie en Brabantse Wal. Maar het is ook de geboortestreek van Van Gogh. Maar daar gaan we niet naar toe.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/tanktastocht-3-west-brabant.gpx”]

Wist je dat Noord-Brabant het epicentrum is van de dancemuziek, met als bekendste vertegenwoordigers Tiësto en Hardwell. Niet dat ik zo kapot ben van deze muziek, maar ritme heeft het wel, bochtenritme. Knoop dat in je oren wanneer je start vanuit Oud-Gastel. Want bochten rijden zul je.

De start in Oud-Gastel is nog maar net achter de horizon gezakt of je scheert al langs de Rosendaalsche Vliet. We volgen de route naar Dinteloord. Mocht je het niet weten: hier staat de grootste suikerfabriek van Europa. En al die suiker halen ze uit suikerbieten. En wie hier wel eens tijdens de suikerbietencampagne heeft gereden, komt er nooit meer. Wat een smurrie op de weg, maar nu niet. ’t Is nog geen september.

Dus weldra rijden we over de Volkerakdam het Zuid-Hollandse Goeree-Overvlakke op. Op, want het was ooit een eiland. In Oude-Tonge zet ik je weer op de foto, bij restaurant Lely. Wel je motor meenemen! En nog zit het er niet op. Er staat nog meer moois op het motormenu.

Over de Grevelingendam rijd je het Zeeuwse Land binnen. Da’s uitgestrekt, verlaten en vooral plat. Behalve de dijken en wonder oh wonder: daarop liggen mooie weggetjes. Na Renesse en Burgh-Haamstede zit deze TankTasTocht er bijna op. De finishvlag valt pas definitief in Colijnsplaat. Dat ligt op Noord-Beveland.