Home Blog Pagina 1329

Herlings buit thuisvoordeel uit

0

De wedstrijdsamevatting van Jeffrey Herlings vertelt het hele verhaal van de afgelopen weekend verreden Grand Prix van Valkenswaard. ‘Ik heb veel rijders moeten inhalen om op kop te komen. Wat was het jammer van gisteren. Het was een goed weekend voor mij. Ik heb me goed vermaakt. Duelleren met Tony Cairoli is altijd fijn, omdat we altijd op een eerlijke manier de strijd met elkaar aangaan. Ik kijk nu al uit naar de Spaanse Grand Prix van komend weekend, want ik heb afgelopen winter veel op de baan van Red Sand getraind.’

Deklasseren
De training op zaterdag mondde nog uit in een deceptie toen Neerlands beste motorcrosser door een technisch mankement ten val kwam. Hierdoor startte hij zondag vanaf de negentiende plaats. Het weerhield de Brabander er niet van het gehele veld in te halen en te deklasseren. Alleen Cairoli bleef in de buurt, maar de nummer drie zat al op een halve minuut (manche 1) en zelfs een minuut in manche twee.

Super blij met thuiszege
Na de GP’s van Argentinië en Valkenswaard leidt Herlings het klassement met 97 punten. Cairoli is tweede met 91 punten. Herlings weet dat hij voor de rest van het seizoen zijn starts moet trainen: ‘Daar zit verbetering in. Maar ik ben blijven gaan. Dat heb je gezien.’ Hopelijk hebben de coureurs beter weer in Spanje dan in het Arctisch koude Valkenswaard. Herlings: “Ik denk dat de kou wel wat toeschouwers heeft gekost, maar ik hoop dat de mensen die er wel waren een prachtige wedstrijd hebben gezien. Ik ben super blij. Winnen in Valkenswaard is toch nog iets mooier dan ergens anders winnen, zo voor je thuispubliek.”

Sportieve carbon systeemhelm van AGV

0

Dit is een persbericht. De redactie van MOTOR.nl is dus niet verantwoordelijk voor de inhoud. Heb je zelf een persbericht dat je graag op MOTOR.nl ziet? Dan mail je deze naar redactie@www.motor.nl.

De optimale bescherming van een sporthelm, maar ook graag het comfort van een systeemhelm ontvangen. Het leek een onmogelijke combinatie, maar AGV stelde zichzelf de afgelopen jaren een missie om het toch voor elkaar te krijgen. Trots presenteerde het Italiaanse helmenmerk op de EICMA dan ook de SportModular, werelds eerste systeemhelm die volledig van carbonfiber is gemaakt.

Slechts 1295 gram
Door het AGV Extreme Standards ontwikkelingsprotocol te volgen, biedt de SportModular eenzelfde bescherming als de tophelm in de huidige modellenreeks, de Pista GP R. Door zowel de schaal als kin van de systeemhelm uit te voeren in carbonfiber is de SportModular niet alleen extreem sterk, maar ook zeer licht. De helm weegt slechts 1.295 gram en dat is wel zo prettig voor de rijder als hij de hele dag op de motor zit. Ook de duizenden ontwikkelingsuren in de windtunnel hebben een positief effect op het comfortniveau. De SportModular is zeer aerodynamisch uitgevoerd, waardoor de rijder zelfs op hoge snelheid weinig druk op de helm voelt.

Slim interieur
tandaard is de sportieve systeemhelm erg compleet. Naast zeer precieze ventilatie (kin, voorhoofd en achterzijde) is de SportModular ook voorzien van een geïntegreerde drietraps zonnevizier en een Max Vision Pinlock lens, waardoor er geen condens ontstaat. Eveneens is gedacht aan brildragende motorrijders, zodat zij gemakkelijk hun bril in de helm kunnen schuiven. Het interieur van de AGV SportModular beschikt over een unieke eigenschap. De 2Dry-voering is namelijk aan te passen op het seizoen. De bovenzijde is daarbij om te draaien, waardoor er twee kanten te gebruiken zijn. Ritmo Cool voor warme dagen, op koudere dagen gebruik je de Shalimar-zijde. 

Maatvoering: XXS tot en met XXXL
Gewicht: 1.295 gram (+/- 50 gram)
Beschikbare designs: Tricolore, Aero, Carbon White, Carbon Dark-Grey, Matt Carbon, Glossy Carbon, Hi-Vis
Prijs: € 699,95 tot 799,95

AGV Helmets
Gino Amisano richtte in 1946 het helmenmerk op en acht jaar later kwam AGV met de eerste fiberglas-helm ter wereld. Sinds 2007 behoort AGV tot de Dainese groep, gevestigd in het Italiaanse Vicenza.

Motomind
Sinds 2015 bezit Motomind het Nederlandse agentschap voor Dainese en AGV. Door een nauwe samenwerking met het Belgische IP Store is de portefeuille uitgebreid met Kappa, specialist op het gebied van bagage.

Ducati’s proefritfestival

0

Ook dit jaar kun je de nieuwste Ducati’s rijden tijdens de Ducati Live Experience 2018. Van maart tot en met juli toert het Italiaanse evenement door de Benelux. Grote kans dat het de tenten opzet bij jou in de buurt. Er wordt onder begeleiding in kleine groepen gereden waardoor je perfect kunt kennismaken met de allerlaatste modellen.

In de aanbieding
Tijdens de Ducati Live Experience kun je rijden met de volgende Ducati’s: Diavel – XDiavel – Hypermotard – Monster 797+ – Monster 821 – Monster 1200 S – Multistrada 950 – Multistrada 1200 Enduro Pro – Multistrada 1260 S – SuperSport S – 959 Panigale / 959 Panigale Corse (vanaf half april) – Scrambler Mach 2.0 – Scrambler 1100 Special (vanaf half april).

Wel/geen viercilinder
Het valt op dat Ducati alleen de twee- en niet de viercilindermodellen meeneemt. Maar er is goed nieuws. Per evenement kunnen er extra modellen beschikbaar zijn voor proefritten, afhankelijk van de beschikbaarheid van demomotoren van de dealer. Inschrijvingen via de betrokken dealer, de Ducati website of ter plaatse bij het evenement. Kun je toch nog kennismaken met die brute viercilinder in de dikste Panigale.

Waar en wanneer
Ducati Live Experience 2018 doet de volgende locaties aan: 24 maart Alfetto (Overasselt), 25 maart Ducati Bastogne, 25 maart Circuit Zolder, 31 maart Star Twin (Loenen), 2 april Moto Puro (Nuenen), 7 & 8 april Ducati Zaltbommel, 14 april Motoport Assen, 28 april Motoport Hippolytushoef, 30 april Ducati Day (circuit Spa Francorchamps), 12 mei Motortoer (Amsterdam), 20 & 21mei Promotordag (Vijfhuizen), 26 & 27 mei Ducati Clubrace (Assen), 2 juni Bruggeman motoren (Nieuw-Vennep), 9 juni Ducati Gent (Kortrijk), 16 juni Goedhart motoren (Bodegraven), 17 juni Spa Italia (circuit Spa Francorchamps), 7 & 8 juli Ducati Bastogne (Marche en Famenne).

Oostenrijk: Welkom in het Alpenrijk

0

Fischbacher, Gailtaler, Göstlinger, Gurktaler, Gutensteiner, Lavantaler en Metnitzer Alpen. Ook in het zuidoostelijke alpenlandschap van Oostenrijk liggen lieflijke bergen en bochten, waaronder veel relatief onbekende verrassingen. Welkom in het Alpenrijk.

Klaus H. Daams

We hebben ons nog maar net comfortabel geïnstalleerd op de veranda van Gasthof Gailberghöhe of de kaart ligt al op tafel. Service van het huis. Motorradland Kärnten heet de kaart met voorstellen voor routes door de regio, die aan de zuidrand van de Alpen ligt. Voor wie nog om een tip verlegen zit op de uiteraard eveneens aangereikte ijskaart: de yoghurtbeker is verrukkelijk.

Het is vermoedelijk al sinds de tijd waarin volledig geschakelde motoren weinig complimenteus tot yoghurtcoupe werden omgedoopt, dat de zuidhelling van de Plöckenpass niet meer wordt onderhouden. In elk geval bevindt zich daar, op het verbindingstraject tussen Oostenrijk en Italië, maar mondjesmaat asfalt. Maar voor de Dynamic ESA op de BMW R1200 RS is dat wel de eerste uitdaging.

Ik herinner me nog vaag de weg naar Panoramahotel Hauserhof, waar ik al eens eerder te gast was: een smal, bochtig pad door het bos, dat omhoog voerde naar Kreuth in de buurt van Hermagor. Daar hebben we voor vandaag opnieuw kamers gereserveerd. En omdat mannen, zoals we weten, niet graag en al helemaal niet vlak voor ons reisdoel het navigatiesysteem naar de weg vragen, buigen we in Jennig af van de B111 en volgen we de borden naar Kreuth. Op een smal, bochtig weggetje door het bos stuiten we op een SUV die er flink tegenaan gaat. Na de nodige prachtige kilometers komen we bij het gezellig ogende berghotel… helaas het verkeerde. Terug, vlug-vlug, het gas erop, remmen, opnieuw gassen, weer remmen en meteen in Hermagor omhoog naar Kreuth ob Möschach 1, het juiste adres voor een weerzien met het Hauserhof en met senior chief Charly, die z’n late gasten niet hongerig laat staan.

Wentelen over de Nassfeld pas

‘We beginnen onze uitzending op een waanzinnig zonnige zaterdag,’ meldt de radio, waardoor we gelijk zin hebben in deze nieuwe dag. Als een diamant fonkelt de Pressegger See in de verte. En als in een metamorfose veranderen ordelijke gasten in functioneel leder gestoken tweevoeters die motoren uit de garage halen. Het gonst en bromt als een zwerm insecten. Ook wij gaan op in de groene ‘zee’ van de heuvel- en bergachtige Gailtaler Alpen. Ons eerste doel is Nassfeld met de gelijknamige pas, dat we gisteren slechts en passant zagen liggen. Dankzij de gladgestreken wegen kunnen we heerlijk vaart maken. Als in een reuzenslalom wentelt de BMW zich door de haarspeldbochten van de B90, die in de winter het grootste skigebied van Kärnten ontsluit. In omgekeerde richting gaat het over de Italiaanse kant van de Nassfeld-pas bij Lago Pramollo en via Windische Höhe, waar zich aan de horizon al weer nieuwe passen aftekenen, die omlaag gaan naar het volgende meer, de Weißensee.

Naar de Nockalmstrasse

Pure waanzin is het. Alle zintuigen worden geprikkeld. ‘Eén dag in vogelvlucht hand in hand met Peter Pan,’ zingt Helene Fischer gelukzalig. Luisterend naar de luidsprekers heeft het half ontklede publiek zich genesteld op de oostelijke oever van de Weißensee. Het gevoel van een buitenzwembad met zicht op biertafels welt op. En op de Sautrogrennen. Teams van twee personen peddelen in stromingstechnisch nogal geniepig geconstrueerde, rechthoekige houten kuipen en strijden om de dagzege. Omstreeks 1:17,86 voor Babsi en Franzl de finish passeren, vinden we het welletjes, wekken we onze zuigers en drijfstangen uit hun middagslaapje en gaan op weg naar waar nog (meer) wonderen bestaan.

Zoals de Goldeck-Panoramastraße. Vergeleken met Großglockner en Co. een toeristisch muurbloempje, maar wat voor een. Wel eerst €7,50 tol per motor aftikken: dat is in Oostenrijk nou eenmaal normaal, maar tien haardspeldbochten verder voelt de uitgave al stukken beter. En het uitzicht is helemaal onbetaalbaar. Het oog reikt tot aan de Karnischen Alpen en de Karawanken. Wie voldoende gezien heeft, wil natuurlijk niet met een knorrende maag in het zadel zitten: in de Mähderhütte bestellen we een Kärntner specialiteit, een dik met ham, tomaat, komkommer en uien belegd huttenbrood. Om daarna volgas richting de Nockalmstraße te gassen.

52 bochten binnen 34 kilometer door een grotesk glad geslepen landschap, ook wel de Nockberge genoemd. Wat willen we nog meer? Openingstijden! Tussen 18.00 en 8.00 is er een motorrijverbod van kracht! Daarom gunnen we onszelf, brave bikers, vanavond maar een klein hapje van de Nockalmstraße, die voor motorrijders een absoluut hoogtepunt is van de Gurktaler Alpen. Als troost en als afsluiter van een mooie dag: een voor de RS geschapen romantisch-sportieve toer via Deutsch Griffen en Flattnitzer Höhe over een verkeersvrije, bochtige weg. In de achteruitkijkspiegel de rode zon, in het oor muziek van een dorpsfeest. In het notitieboekje de opmerking: wat is Oostenrijk mooi! Na alle landelijkheid doemt als op een andere planeet het etappedoel in St. Salvator bij Friesach op: het fel verlichte hotel-museum-paleis Seppenbauer, zowel een verfijnd hotel als een heerlijk automuseum. De liaison voor het leven wordt daar vandaag gevierd door Petra en Christian. We komen juist op tijd binnengereden en zijn getuige van de geschaakte bruid die, in witte tule gehuld, uitgelaten over tafels en banken danst in de hoop dat ze haar toekomstige echtgenoot nog vóór middernacht mee naar huis kan nemen.

Urenlang alleen

De zondageditie van de lokale krant kopt: ‘Al 15 dagen geeft de thermometer temperaturen boven 30 graden aan – een absoluut record!’ We rijden langs een kopie van de Benz Patent Motorwagen uit 1886, de eerste auto ter wereld, in de richting van het Seppenbauer Museum waar prachtige stukken ons staan op te wachten, waaronder ook enkele kostbare tweewielers. ‘Twee of drie ervan hebben al tijdens de Classic Grand Prix op de Schottenring (circuit bij de Vogelsberg in Duitsland) gereden. En op een manier alsof er bij elk tankstation reserve-onderdelen beschikbaar zouden zijn,’ aldus Heiner over waardevolle objecten, zoals een Motosacoche 350 Sport uit 1928 met 14pk. Vervolgens rijden we met 125pk van de Metnitzer Alpen naar de Lavantaler en Fischbacher Alpen die, maar dit terzijde, net als de andere alpenzusters, zo’n 135 miljoen jaar geleden zijn ontstaan.

Alsof ze net als de dinosauriërs opeens zijn uitgestorven, zo komen we urenlang nagenoeg geen dagjesreiziger meer tegen. En dat nog wel op een zonnige zomerse zondag. Gevalletje massale zonnesteek? Of je nu over het steile en bochtrijke asfalt omhoog slingert naar de Wallfahrtskirche Maria Waitschach of over de 28 kilometer lange, door schaduwrijk bos voerende pas via Klippitztörl. Of zelfs over de uit haarspeldbochten bestaande en met mintgroene hooibalen gegarneerde helling naar het Packsattel, dat nog altijd deel uitmaakt van de B70: je rijdt eigenlijk steeds alleen. Afremmen doen we bij Preitenegg, waar de gendarmerie een controle uitvoert en het plaatsnaambord voor een brede lach zorgt: ‘Grüß Gott in Edelschrott’ staat er te lezen. Maar onherroepelijk komt een einde aan al die lege wegen, in Lippizianerstadt Köflach. Een weinig later pauzeren we voor een verfrissing in Eiscafé Gensinger in Voitsberg. Inmiddels rijden we in Stiermarken en het blijkt dat ook deze deelstaat veel meer te bieden heeft dan alleen maar moderne infrastructuur.

Södingberg en Großstübing heten de dorpen waar we op weg naar Deutschfeistritz doorheen rijden. Een kleine onbedorven wereld in een onbedorven dal, zo ziet het eruit. Maar de realiteit is een berg die voor een hoop problemen zorgt: sluitende scholen, trek naar de stad. Rust dreigt te verworden tot doodse stilte. Op een bord luidt protest. Vanzelfsprekend heeft niemand zin in de geplande groeve, waardoor om de vijf minuten een truck door het dal zou denderen. Het enorme onweer dat plotseling losbarst en dat, behalve bakken regen, ook voor een temperatuurdaling zorgt, van 34 naar 20 graden, past er naadloos bij. We worden vanzelf weggespoeld naar Bruck an der Mur. We belanden in het gezellige Gasthof Pichler. waar oma zo formidabel kookt dat de kleindochters er altijd weer graag op bezoek komen. En waar Rudi, de baas van het hotel, de volgende dag bewijst dat ie op z’n GS ook niets laat aanbranden. Kortom: Gasthof Pichler is exact het juiste vertrekpunt voor de volgende 370-kilometerdag.

Legendarische: Kalte Kuchl

Tijd is, net als regels, geld. Een beknopt overzicht dus: Door het Breitenauer Tal naar de Teichalm, de grootste aaneengesloten bergweide van Oostenrijk met ’s zomers 8-10.000 dieren op een weide. Een spelletje Halligalli voor liefhebbers in de Latschen Hütte, waar bovenaardse stilte heerst, die hooguit even wordt onderbroken door de plaatselijke erfhond of door een luchtafvoerklep. Door dit idyllische landschap vervolgen we onze weg, via het Stanzer Tal en de Pretalsattel door naar Turnau richting Kuchenparadies Seidl, waar heerlijke Gamseier en andere lekkernijen te krijgen zijn. En dat al in de ochtend vanaf 05.30 uur (zondags vanaf 7:30 uur). Maar we zijn er nog lang niet.

Eerst een spannend stukje van de kronkelende B20 over de Seebergsattel, rechtsaf naar de passen Niederalpl en Preiner Gschaid, korte cultuurhistorische tussenstops bij het voormalige jachtslot van Kaiser Franz Josef, tegenwoordig het zomerverblijf van de Bondspresident, in Mürzsteg en bij het Hundertwasserhaus in Neuberg an der Mürz. En dan hebben we het niet gehad over de duizend duivelse bochten die ons nog scheiden van ons reisdoel.

Door het rotsachtig smalle Höllental via Rohrer Sattel, Ochs- en Krumbachsattel door de Gutensteiner Alpen. De route is een speelplaats voor alle lokale matadors, die elkaar ontmoeten bij een tankstation. Of onderweg genieten van topfenstrudels op de Kalte Kuchl, een legendarische ontmoetingsplek voor motorrijders, om daarna in de richting van bedevaartsoord Mariazell te rijden. Alleen voor hotelbaas Rudi is het nog niet genoeg, die doet nog een rondje Bruck.

Begeleid door de klanken van ‘Die weissen Tauben sind müde’ serveert Szilvia uit Hongarije ons in Hotel Weisser Hirsch de maaltijd. Om 22 uur gaan bij de Basilika Mariä Geburt de lichten uit: een bezuinigingsmaatregel.

Onverbeterlijke asfaltsurfers

‘Wat is uw sterrenbeeld? Aha, een leeuw, een kind van aartsengel Michael dus.’ Smalltalk met Waltraud Ogbebor, eigenaar van een winkel vol. Hij beveelt mij een tocht aan naar de Marienwasserfall in Grünau. Maar het vlees is zoals bekend zwak en dus wordt het vandaag niks met een wandeling naar Maria. In plaats daarvan bezoeken we liever de Erlaufsee, waar we onze motoren direct voor het strand kunnen parkeren en waar we ons in het wonderbaarlijk kristalheldere water zouden kunnen onderdompelen. Maar voor onverbeterlijke asfaltsurfers heeft de regio ook nog iets bijzonders in petto: de bescheiden Ötscher-Panoramastraße tussen Erlaufboden, Trübenbach en Treffling. Dus dat onderdompelen laten we ook maar zitten.

In Reith of in Puchenstuben kun je de B28 verlaten en ben je weer terug op de bochtige Bundesstraßenband met die grappige bocht 11 Spitzbuben (Schurk). Niet veel later razen we als in een wilde salsa frank en vrij over de B24 om ten slotte, na een eenzaam bergavontuur, in het skigebied Hochkar te belanden. En met de Göstlinger Alpen maken we het rijtje zevenklappers compleet.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/oostenrijk-alpenrijk.gpx”]

Welkom op de communitysite van Promotor.nl

0

community

Pas de eerste steen van de Promotor Community is gelegd, want we zijn nog lang niet klaar. Gaandeweg het jaar voegen we op gezette tijden nieuwe functionaliteiten toe die je op een community site mag verwachten.

Dat Prowww.motor.nl er anders uitziet, zag je meteen. Keek je wat langer, viel het je ook op dat sommige contentrubrieken (tests, routes) exclusief voor leden zijn. De komende maanden kun je die content nog raadplegen door een – gratis – login aan te maken. Later dit jaar koppelen we toegang tot de content in het ledendomein van de site aan het Promotor-abonnement. Maar zover zijn we nog niet. Dus snuffel de komende tijd onbeperkt rond op Prowww.motor.nl.

‘Oude’ content

Regelmatige bezoekers van Prowww.motor.nl zal opvallen dat nog lang niet alle content op de site staat. Klopt, en daar werken we hard aan. Vrije momenten tussen de dagelijkse werkzaamheden door, grijpen we aan om een oude test online te zetten. Of routes, interessante interviews, klassiekers etc.

Wij zijn Promotor!

Onder de nieuwe slogan ‘Wij zijn Promotor’ kun je op de site nu al zelf berichten plaatsen en die van anderen liken, zoals bekend van Facebook. In de nabije toekomst kun je ook lid worden van een groep (community) of deze zelf aanmaken, evenementen plaatsen, advertenties plaatsen en zelf blogs schrijven.

Vooralsnog wensen we je veel plezier met de vernieuwde Promotor site.

Promotor TV: aflevering 57 – S5/02

0

Bekijk meer van Promotor op https://www.motor.nl
Abonneer op Promotor Magazine: https://www.motor.nl/aanmelden-promotor
Volg Promotor ook op Facebook: http://www.facebook.com/promotormotome
Volg Promotor ook op Instagram: http://www.instagram.com/promotor_inst

Honda Adventure Week 19 t/m 25 maart

0

honda_adventure_week

Opnieuw trekt Honda aandacht met z’n Adventure modellen. Een hele week lang. Van 19 t/m 25 maart proefrijden bij de dealer. Ook op de Africa Twin Adventure Sport.

De Honda Africa Twin Adventure Sports is momenteel de adventure die de meeste aandacht trekt. Onterecht is dat niet, want het is een begerenswaardige motor. Maar je zou bijna vergeten dat Honda nog meer adventure modellen heeft. En die mogen ook shinen tijdens de Honda Adventure Week van 19 t/m 25 maart.

Da’s een week met Adventure Deals, maar ook Adventure Experience. Want iedereen die een Honda Adventure kopen, krijgt ook een gratis Honda Adventure training twv 199 euro cadeau.

Naast de Africa Twin Adventure Sports kun je ook proefrijden op onderstaande Honda adventures:

Alles over een proefrit, Adventure Deals en Adventure Experience vindt je hier.

*Klik op de link en lees de test!

Honda Africa Twin Adventure Sports 2018 Test

2

42094_AfricaTwin_AS_YM2018_3196

Na een dag rijden in kuddeverband op de nieuwe Adventure Sports, staan bij terugkomst bij het hotel een handjevol vertrouwde Africa Twins van modeljaar 2018 geparkeerd. En even ben ik van mijn stuk: heeft Honda hier nu ook een lading CRF250 Rally-machines neergezet?! Maar nee, het is juist de Adventure Sports die de reguliere Africa Twin tot nog compactere formaten doet krimpen. Maar maakt dat de nieuweling dan juist weer zwaarlijvig?

Joost Overzee

Dat schijn enorm kan bedriegen kennen we allemaal van de BMW GS, daar is hij weer. Ging de standaard GS als monumentaal boegbeeld door het leven, ineens verloor deze zijn heroïsche charme en ontzagwekkende charisma door de komst van de GS in Adventure-uitvoering. Maar ook de Africa Twin zoals we hem al twee jaar kennen oogt ineens door de verschijning van de Adventure Sports haast iel of – positiever en waarheidsgetrouwer uitgesproken – nog strakker afgetraind dan hij voorheen al leek.

Atletisch

De (met voornamen voluit) CRF1000L Africa Twin vormde in 2016 een verademing binnen een allroad-segment dat steeds meer te kampen leek te krijgen van obesitas. Gewichten en vooral breedteformaten gierden de pan uit met bijvoorbeeld de XT1200Z en Triumph Explorer. En hoewel de corpulentie veelal werd weggewoven onder de noemer ‘…maar als de wielen eenmaal rollen, merk je er niks meer van’, stond je toch maar mooi te emmeren om het slagschip tussen tuinhek en betonnen parasolpoot door je schuurtje in te loodsen. Niet dat de standaard Africa Twin nu zo’n vedergewicht was en is, maar zijn smalle, atletische bouw, gaven en geven hem een allure waar de handelbaarheid vanaf spat. Daarnaast zou een referendum zomaar kunnen uitwijzen dat de Africa Twin met unanieme stemmen als verreweg de mooiste allroad aller tijden wordt uitgeroepen én als grootste verleider om eens naar Senegal te grasduinen, toen Dakar daar nog de rol van rallyhoofdstad vertolkte.

dashboard

Stijlvol

Ook de Africa Twin in Adventure Sports-uitvoering is onbetwist een stijlvolle machine, vooral voor degene die zich de XRV650 uit 1988 kunnen herinneren. Het kleurenschema, de belettering aan de achterste zijschilden en het zijvakje rechts (achter inbusbouten, dat wel) zijn zeer fraaie hommages aan de Africa Twin van dertig jaar geleden. De hardware van de Adventure Sports is volledig identiek aan die van de ‘gewone’ Africa Twin, de verschillen schuilen vooral in aangepaste formaten. Voor en achter staat de machine twee centimeter hoger op zijn poten, het zadel is vijf centimeter dikker, de tank meet 24,2 liter in plaats van 18,8 liter en de zit- en stuurpositie heeft wat finetuning ondergaan voor gerieflijker en gecontroleerder staan op de pedalen en een wat rechtere zithouding. De ruit heeft acht (!) centimeter meer hoogte, de voetsteunen zijn breder, de onderbouw van het blok kent riante aluminium bescherming en aan de voorkant moet valschade worden geminimaliseerd middels een robuust stalen buizenstelsel. Tot slot kent de Adventure Sports een vlakke ‘laadvloer’ van een aaneensluitend duozadel en bagagerek, heeft ‘ie handvatverwarming en een 12V-aansluiting.

Trialen

De nieuwe elementen die van de Africa Twin een Adventure Sports maken, lees je in een handomdraai, maar ze maken in werkelijkheid een wereld van verschil, gevoelsmatig vooral. Door de 92 (!) centimeter zadelhoogte krijg ik met mijn 1.76 meter aan lengte ternauwernood twee grote tenen gelijktijdig aan de grond. Het zadel kan in een handomdraai twee centimeter verlaagd worden, maar persoonlijk houd ik juist van standje ‘torenhoog’. Gelukkig is de stuuruitslag groot en de koppeling soepel zodat stapvoets balanceren en trialen redelijk makkelijk gaat, ondanks de rijklaar 243 kilo voor de manuele schakelversie. De DCT gooit daar nog tien kilo’s bovenop. Maar ‘redelijk makkelijk’ is niet helemaal makkelijk; bij de allerlaagste toerentallen op stapvoets tempo voelt de injectie iets twijfelachtig en pakt ie niet helemaal op als een volvette roomkaas.

Na een kortstondige overstap op de ‘gewone’, onderga je op de Adventure Sports des te meer een gevoel van macht en onoverwinnelijkheid door de stukken dikkere tank tussen je benen, de hoge ruit en ja, de zitplek op de tweede etage. Parkeer je het zadel op de eerste verdieping, overkomt je een wat ‘ingekapseld’, wat minder gecontroleerd gevoel over de machine en mis je de riante kniehoek van de hoge zithouding.

keienvanger

Scheet in bed

Bij de hoge zadelpositie voel je jezelf dus dominanter over de motor en het overige verkeer, ook al betreft het een in theorie verwaarloosbare twee centimeter verschil. Spijtig is wel dat de ruit niet verstelbaar is, zoals op bijvoorbeeld de X-ADV. Als rijder van 1.76 meter krijg je op hogere snelheid wat turbulenties te verwerken die vaak met variaties in ruit- (en zadel-) hoogte glad te strijken zijn. Ook de handkappen hebben die smalle Honda-vorm waardoor ze beduidend minder beschermen tegen winterweer dan bijvoorbeeld de bolle V-Strom-exemplaren. En nu is de Adventure Sports weliswaar standaard uitgerust met vijfvoudig verstelbare handvatverwarming, een scheet in bed geeft meer behaaglijkheid, zelfs met de handvatten in de maximale stand 5. Voor een middenbok en (het zo razend praktische) cruise control zul je een duik in het accessoirespakket moeten nemen. Aan de zonovergoten zijde van de medaille tref je zelf uitschakelende knipperlichten en noodstopverlichting. Deze laatste doet de achterste twee knipperlichten ontbranden bij een remvertraging van boven de zes meter per seconde. Tot slot valt Honda’s oog voor detail op het dashboard te prijzen door kleine modificaties door te voeren, maar de layout is warrig en de afleesbaarheid matig. Vreemd genoeg toont de cockpit veel meer helderheid als de zon er pal op gericht staat, maar onder gemiddelde omstandigheden zou het dashboard een rol kunnen krijgen in een Specsavers-reclame.

Bierkrat

Net als bij de standaard Africa Twin blijft het verbluffend hoe neutraliteit en vederlichtheid in manoeuvreren in volmaakte harmonie samengaan. Ook op hoge snelheden wordt het vertrouwen nooit aangetast dat de voorzijde slechts op een 90/90-buitenband (en binnenband) als een dolle staat te rollen. Ook al is de Showa-vering opgeschroeft en qua demping beter op het onverharde aangepast, de voorzijde blijft strak in het gareel. Om het plastisch te illustreren verwijs ik naar het alarmerende stuurgevoel van een damesfiets met een volle krat bier achterop onder de snelbinders. Iedere vent of dame kent dat. Geen spoor daarvan op de Adventure Sports.

Ondanks de riante voorveerweg van 252 millimeter mis ik hoogstpersoonlijk bij remmen niet een verkapte vorm van BMW’s Telelever. Natuurlijk duikt de handel fors in bij gebruik van de streeploos opererende remmen, maar het veroorzaakt geenszins een ‘bevroren’ gevoel bij insturen. De wijze waarop de Adventure Sports zich diep, dieper, diepst laat insturen – zonder zich op te willen richten – voelt juist charmant, al zullen sommige BMW-rijders me tegenspreken.

opbergvakje

DCT

Behalve de toepassing van Throttle by Wire met aanhangende rijmodi, is de 998 cc staande twin onaangeroerd gebleven. Qua hardware is daar allesbehalve reden toe. Het blijft een ingenieus gebouwde krachtbron met de nadruk op compactheid; de cilinderkop kent daarom slechts een enkele nokkenas, de balansas drijft ook de olie- en waterpomp aan, de olietank zit diep geïntegreerd in het carter en de waterpomp schuilt in het koppelingshuis. Naast betrouwbaarheid en wereldwijd 51.000 verkochte exemplaren, bewijst het blok dat 95 pk als genoeg wordt bevonden door hele volksstammen. Zolang je geen professionele woestijnracer bent, heeft iedereen aan dit vermogen ruimschoots voldoende op het onverharde. Want koppel is nu eenmaal koning. Honda’s goed gevulde onderbuik eet uiterst gecontroleerd en begerig uit de hand waardoor de ‘dagelijkse’ rijdbaarheid onder alle omstandigheden optimaal is. Nooit heb je een tekort aan trekkracht dat zich vanaf de laagste toerentallen uitrolt over het toerenbereik dat al het rood in duikt bij 7.800 toeren. De zesbak van de voetversie schakelt licht, direct, kort, dus uit de kunst, de DCT biedt in de Drive en drievoudige Sportmodi voor iedere voorkeur wat wils. Prettig is te merken dat ieder jaar de Dual Clutch Transmission verfijnder wordt; hij schakelt sneller en stiller dan ooit, zonder noemenswaardige drempels bij overschakelen. Word je in bochten niettemin verrast door een overschakeling, dan gebeurt dit dermate vloeiend dat het geen invloed heeft op achterbandgrip of stabiliteit. Persoonlijk hanteer ik op m’n X-ADV de methode van de sportiefste Sportstand (S3) die ik met de schakelflippers links overrule als de machine me te hoogtoerig wordt bij rustig (stads)gebruik.

Het klinkt!

Zo zoetgevooisd als de koppelrijke krachtbron opereert (hoewel KTM 1290-en Multistrada-rijders met 160 pk aan boord zich al snel stierlijk zullen vervelen op een Africa Twin), zo totaal onverwacht karaktervol is het geluid van de staande twin. Man, wat een audio produceert modeljaar 2018 van de Africa Twin! Het is deze hamerende, puntige, diepe artilleriebeschieting die het – bij sportief gebruik – wel erg gelijkmatige karakter van deze twin royaal compenseert. Karakter zit niet alleen tussen de oren, maar ook op de goddelijk geteisterde trommelvliezen. Bovendien gaan terugschakelmanoeuvres op de DCT-versie nu gepaard met een forse, hartveroverende knal, met dank aan de Throttle by Wire.

Eenmaal terug bij het hotel na een dag sturen, dollen en modderen wordt een geheel andere delegatie ‘Throttles by Wire’ in stelling gebracht voor urenlang effectief plezier: van het merk Kärcher…Zo hoort de after-ride van de Adventure Sports te zijn: geen insecten weg peuteren, maar modder wegblazen!

handvat_re

Dit vindt Joost

Met een verkoopprijs van bijna twintig mille kost de DCT-versie hetzelfde als die ene Oostenrijker met (op papier) 40 Newton meter, 65 (!) paardenkrachten en een veel uitgebreider elektronicapakket EXTRA aan boord. Maar die meerwaarde aan prestaties kan velen gestolen worden, getuige 51.000 kopers wereldwijd van de Africa Twin ‘nieuwe generatie’ sinds 2016.

Ook de Honda Africa Twin Adventure Sports zal beslist als warme broodjes over de toonbank gaan, in of out of Africa. Het handjevol smetjes zal door (potentiële) kopers moeiteloos weggewoven worden. De bijzonder fijne rijeigenschappen, kwaliteitsopbouw en het onverwoestbare Africa Twin-imago maken de AS een uiterst begerenswaardige machine. En je hebt iets prachtigs in je garage staan, wat voor een allroad bepaald geen vanzelfsprekendheid is. Dakar ligt dichterbij dan ooit. Dus als dat chagrijn thuis voor de tv nog eenmaal haar grote waffel opentrekt…

Rijmodi Africa Twin 2018

Ook de standaard Africa Twin heeft geen gaskabels meer en profiteert van hetzelfde elektronicapakket als de Adventure Sports. Gehandhaafd is het systeem waarbij de ECU het DCT-schakelgedrag bepaalt naar gelang je bergop of -af rijdt.

Op de modellen van 2018 zijn 3 modi aan boord met voorgeprogrammeerde settings qua maximaal vermogen, de mate van Torque Control (zeg maar tractiecontrole) en van Engine Braking, dus de mate van remmende werking. ‘Tour’ heeft maximale vermogensafgifte, gevolgd door ‘Urban’ en ‘Gravel’. Deze laatste offroad-modus heeft maximale motorrem en de meeste tractie-interventie. De tractiecontrole kun je tijdens het rijden (wel even de koppeling intrekken voor een stationair toerental) met de wijsvinger aanpassen. Handig. Zo kun je, rijdend in de afgeknepen ‘Gravel’-stand, toch met slippend achterwiel bochten uitkomen. Erin sturen ook, want ABS is uitschakelbaar. Tot slot is er de ‘User’-modus, die je vrijelijk naar eigen voorkeur kunt aanpassen. De ‘Gravel’-knop rechts in het dashboard, de ‘G-knop’ (niet te verwarren de gelijknamige ‘spot’…) reduceert koppelingslip bij overschakelen ten behoeve van dat extra beetje grip. Het moet gezegd: rijdend in de maximaal interveniërende ‘Gravel’-stand, kun je de modderigste, gladste omstandigheden te lijf. Ongelooflijk hoe goed de achterband blijft rollen en grip blijft houden. Maar ja, een beetje kind wil toch liever slippen… De ‘gewone’ 2018-Africa Twin kost € 16.158,-, met DCT € 17.458,-

Honda NC750X 2014 Test

0

Honda_NC750X_4232

Een allround motor voor een scherpe prijs, bestemd voor een breed publiek en standaard al zo compleet dat je voor extra’s niet veel meer hoeft uit te geven. Die troeven speelde Honda in 2012 uit met de NC700X. En met succes: er gingen er 40.000 ‘over de toonbank’ in Europa. Zijn opvolger krijgt er 50 cc bij en is bedoeld om dat succes te evenaren.

De NC700X was Honda’s antwoord op de crisis: een aantrekkelijk geprijsde, compleet uitgeruste gebruiksmotor. De nieuwe NC750X is wat meer allround geworden. Honda heeft er extra koppel ( van 62 naar 68 Nm) en vermogen (van 35 naar 40.4kW) in gestopt. Weliswaar hebben de Japanners de teugels iets laten vieren, zuinigheid en een scherpe nieuwprijs zijn ook van deze 750 sterke troeven. Het brandstofverbruik is dankzij 6% langere versnellingen nog een fractie lager geworden. Tijdens onze kennismaking met de nieuwkomer Griekenland verbruikten wij op 120 vlot gereden kilometers 4,9 liter benzine. Een met een nieuwprijs van nog net geen achtduizend euro, krijg je heel veel motor voor je geld. Honda heeft de kosten laag kunnen houden doordat het rijwielgedeelte en het motorblok gelijk zijn aan die van de motorscooter Integra en de naked 750S.
Er is een en ander versleuteld aan de 750-versie. Afgezien van de grotere cilinderinhoud en de langere versnellingen, heeft het motorblok een tweede balansas gekregen.

Allemansvriend

Op onze testrit over bochtige kustwegen ten zuiden van Athene leren we de 750 kennen als een allemansvriend. Makkelijk te hanteren met zijn lage zwaartepunt, comfortabel, praktisch dankzij de enorme bergruimte op de plek van de tank ̶ je helm past in het opbergvak ̶ en bovenal: gemakkelijk in de bediening. Dat laatste dankt de machine aan vooral Honda’s DCT: Dual Clutch Transmission, oftewel aandrijving via een dubbele koppeling. De ene koppelt de even, de andere de oneven versnellingen. Daardoor verloop de overgang naar en volgende versnelling heel snel en schokvrij. Je hoort een alleen droge klik en een verandering van toerental. In combinatie met de schakelautomaat – die debuteerde op de VFR 1200 – een uitermate gebruiksvriendelijke manier van schakelen. Gas geven en remmen, dat is alles. Op- en terugschakelen kún je handmatig doen met ‘flipperschakelaars’ op het stuur. Maar in de praktijk zul je het meestal overlaten aan de automaat. Met terugschakelen vonden we de automaat in specifieke situaties wat aan de luie kant. In bochten wil je stevige tractie en zagen we ons soms genoodzaakt handmatig een tandje terug te schakelen. Ook in druk verkeer en bij een inhaalmanoeuvre voelt soms fijner het schakelen in eigen hand te nemen.

Verstand versus emotie

De ABS-geregelde remmen doen hun werk uitstekend. Weer zo’n punt waarop de 750 uitblinkt in gebruiksgemak: fijn doseerbaar, doordat de remdruk gelijkmatig en voorspelbaar opbouwt. De vering: ook al zoals een allemansvriend betaamt. Afgesteld op allround gebruik en niks op aan te merken. Tenzij de je sportieve prestaties verlangt. Dan zou het aan de voorkant wat strakker mogen. Dikkere olie in de vorkpoten is waarschijnlijk afdoende.

Het lage ruitje doet zijn werk redelijk, al zal het op lange ritten voor rijders van bovengemiddelde lengte waarschijnlijk tekortschieten. De zit is comfortabel en geschikt voor vele uren aangenaam toeren. Als klein punt van kritiek merken we het ontbreken op van een middenbok. En als motor die dingt naar de grootste gemene deler, zou je deze Honda kunnen betichten van een zekere karakterzwakheid. Maar dan verdringt de emotie het gezonde verstand. Want er staat heel veel tegenover. Want waar vind je nog een motor met standaard met ABS, het meest geavanceerde schakelsysteem, een prima rijkarakteristiek voor net geen €8.000?

Honda VFR800 X Crossrunner 2014 Test

0

Honda-Crossrunner-800-YM15-7478

Je gelooft het of niet, maar bij de ontwikkeling van Honda’s laatste nieuwe van dit jaar, de Crossrunner, heeft onder andere Road Runner model gestaan. Wij wilden het ook niet geloven en gingen als Wile Coyote achter die snelle koekoek aan.

De Crossrunner is anders. Dat zie je zo. Moeilijk in een hokje te douwen. En dat maakt het lastig onze grootste behoefte te bevredigen: het vergelijken met…

Maar ondanks dat hij overduidelijk op de VFR 800 V-tec gebaseerd is, lijkt de Crossrunner op niets en niemand.

Hij heeft een uniek en eigenzinnig design. Het is geen all-road, geen sporttoer, al helemaal geen supersport, maar ook geen grand tour. We zwijgen over choppers, customs, cruisers en off-roads. Wat is het dan wel? Daar zit een hele filosofie achter. Het is een motor die naar eigen zeggen als uitgangspunt een ‘non agressieve fun’ motor heeft, ´waarbij het creëren van een positief imago van de motorfiets(rijder) een belangrijke factor was.’ En laat die verrekte Roadrunner met zijn immer door- en doldraaiende poten nou altijd pret en lol hebben.

Variabele klepinzet

Maar daarvoor zijn we niet naar Mallorca afgereisd, hoewel het wel een prettige bijkomstigheid is. Rijden willen we! En benieuwd zíjn we. Want de Crossrunner heeft het bepaald niet onbesproken blok van de VFR 800 VTEC, die eind 2001 gepresenteerd werd en waar door de jaren heen nogal wat kritiek op kwam.

Honda Crossrunner 800 YM15 0035

Voor de duidelijkheid en om misverstanden van het pad te vegen: bij het VTEC systeem van Honda worden in het geval van de Crossrunner rond de 7.000 tpm twee kleppen door de nokkenassen bediend en daarboven vier. In de volksmond wordt het variabele kleptiming genoemd. Het volk zou het zwijgen opgelegd moeten worden. Want bij het motorfiets VTEC is er geen sprake van verschillende momenten van bediening en lifthoogte. Daarover praat je wél als het over Honda auto’s hebt. En ook bij de Kawasaki GTR.

Het motorfiets systeem zou je beter variabele klepinzet kunnen noemen. De motivatie van het motor VTEC is dat een tweeklepper onderin meer koppel levert en een vierklepper bovenin meer vermogen. De theorie klopt, de VTEC praktijk niet. Enerzijds is niet alleen het aantal kleppen verantwoordelijk voor ‘koppel onderin’, maar moeten vorm van de venturi (zeg maar aanzuigkelk) en de lengte van het inlaattraject zorgvuldig uitgezocht worden. Bij een vierklepper is die anders dan bij een tweeklepper, bij VTEC immer hetzelfde. Ook de diameter van de inlaatklep/inlaattraject is belangrijk voor de hoogte van het koppel. Waar Honda ogenschijnlijk aan voorbij gegaan is, is dat wanneer je twee inlaatkleppen hebt en daarvan één dicht laat, je de actuele diameter halveert. Dat kost je vermogen. Kan niet anders. Dat vermogensverlies wordt enigszins gecompenseerd door een veel hogere luchtsnelheid van de ‘ingeademde’ lucht die door één inlaatpoort aangezogen moet worden. Maar als je één neusgat dicht knijpt kun je niet even veel adem halen dan met beide neusgaten vol open, maakt niet uit of je een scheve neus, wipneus, haakneus of wijsneus neemt…

Het enige voordeel – als je dat als voordeel zag – van het VTEC bij de VRF 800 was een vermogensboost, een plotseling inkomen van power, wanneer de motor overschakelde naar vier kleppen. Een effect dat je bij de vroegere tweetakten altijd zo bekritiseerde…

Waar het hele verhaal om draait: de negatieve eigenschapen overtroffen de positieve ‘met verve’: de VFR liep zéker in het begin van zijn bestaan ronduit slecht op deellast rond het toerental van overgang naar vier kleppen. Of weer terug naar twee kleppen.

Honda Crossrunner 800 YM15 0045

En hoewel Honda het systeem door de jaren heen verbeterde: zelfs het vermeende positieve effect op een gunstiger brandstofverbruik bleef uit en er waren maar weinig mensen die blij waren met VTEC.

Kop eraf

En dan nu snel naar de Crossrunner, want waarom dan nog steeds VTEC? Die vraag is niet gesteld, omdat een eerlijk antwoord niet verwacht mag worden. Stel de vraag anders: waarom het VFR 800-blok? Het antwoord zal zijn: om af te wijken van de gebruikelijke vier-in-lijn en de V-twin. En daar is geen speld tussen te krijgen.

De 800 is aangepast voor de Crossrunner. Het blok is teruggetuned voor meer kracht onderin ten koste van energie bovenin. Honda trakteerde de bijeengevlogen perscoyoten op een grafiek die de verschillende vermogens- en koppelkrommes laat zien, jullie delen in deze traktatie:

Kromme

Het is goed te zien dat het VFR dal met het afgraven van de berg gevuld is. Maar ook dat de slinger vlak voor de bijna loodrechte stijging van de VFR verdwenen is en de stijging bij de Crossrunner veel minder extreem verloopt. In de praktijk is dat goed voelbaar. Beter gezegd: is het níet voelbaar. Het beroerde – iets milder -rommelige lopen rond de 6.600 tpm is geheel verdwenen, de vermogensexplosie naar vier kleppen is verworden tot een voorzichtig oppoken. Je merkt niets meer van een verward VFR 800 blok dat niet weet of hij nu op twee of vier kleppen moet lopen, niet weet hoeveel brandstof hij in moet spuiten en ook niet meer weet wanneer. De Crossrunner loopt zelfverzekerd en voortvarend door het gewraakte terrein, zonder hapering, zonder twijfel en zonder terughoudendheid. De overgang naar vier kleppen is niet meer imponerend. Zeg maar gerust: aangenamer, tenzij je toevallig een thrillseeker bent of stoer moet zijn. Hoe meer ‘op het gas’ hoe beter je de overgang verneemt, maar in de dagelijkse praktijk (alsof je daar van kunt spreken als je een beetje op Mallorca rond tuft…) is het akoestisch beter waarneembaar dan gevoelsmatig.

Je kunt dit zowel als een enorme verbetering zien als een zinloos voortbestaan van het VTEC. Blijft dat wanneer ze dit tien jaar eerder hadden gedaan, veel mensen veel minder kopzorgen hadden gehad. Sterker: dan waren er gegarandeerd minder koppen gerold…

Honda Crossrunner 800 YM15 0032

Niet te laag

Eindelijk is het een blok dat zonder noemenswaardige uitzondering een fijn aggregaat is. En zo anders als andere krachtbronnen. Twee cilinderblokken onder 90 graden zorgen voor onregelmatige ontstekingsintervallen en onregelmatigheden zijn nooit saai. Als je dat maar weet. Beetje jammer dat het zo specifieke geluid grotendeels wordt verstomd door de (erg grote) enkele uitlaatdemper die nu eenmaal niet meer dan 82 dB uit mag braken, eh fluisteren.

Maar een verbasterd gezegde vertelt: ‘een goed luisteraar kan ook met dB killer horen’, dus blijft er voor hem genoeg geluid over om te genieten van de onregelmatige verbrandingsslagen van de Crossrunner. Mooie, zware brom bij lage toeren, bijna snerpend als hij opgejaagd wordt. En het mooie is dat de V4 veruit de meeste toerentallen goed verdagen kan, hoewel bij normaal gebruik het maar zelden voor zal komen dat de V4 al zijn kleppen inzet. Dat hij niet zo soepel is als een viercilinder in lijn mag je hem niet kwalijk nemen, dat is de consequentie van deze blokopbouw. Als het enigszins lukt (omdat de Crossrunner dezelfde abnormaal slecht afleesbare toerenteller heeft als de Hornet en CBR 600F) is het beter om niet onder de 2.500 tpm te komen.

Zeker als je in de vijfde of zesde gang zit in de redelijk goed schakelende versnellingsbak, want anders wil hij wat gaan bokken. Kleinigheidje.

Pimpen

Goed en karaktervol blok waar dus weinig mis mee is. Hoe zit het met het rijwielgedeelte? De zit is goed. Het zadel is groot, breed en vlak en biedt veel ruimte. Ook de plek voor de duo ziet er goed uit en is maar fractioneel hoger dan het bestuurdersdeel.

Dat wordt lekker intiem met je vriendin. Veilig ook. En langdurig bovendien. De rijpraktijk wijst uit dat een hele dag in het zadel nauwelijks vermoeiend is en dat het achterwerk verschoond blijft van pijnprikkels, pijnscheuten, pijnpitten of ander ongemak. De stand van het stuur (hoewel misschien íets te ver naar binnen gekromd), de plaats van de voetsteunen, maar bovenal de grote kniehoek voorkomt snel optredende vermoeidheidsverschijnselen.

Beide stuurhendels zijn instelbaar, de bovenbenen leunen mooi tegen de tank. Het enige kritiekpunt is de hoge plaatsing van rem- en schakelpedaal die niet (rem) of nauwelijks (bak) te bedienen zijn zonder je voeten van de rusten te nemen. De ruit zorgt niet voor turbulenties, maar geeft ook niet heel veel bescherming.

Honda Crossrunner 800 YM15 0026

Het lijkt wel of die twee samen gaan. Of veel bescherming en oorverdovende turbulenties, of weinig protectie met de kans op heftige luchtwervelingen. Deze ruit lijkt voldoende voor Nederlandse omstandigheden. Voor wie het aandurft: er is een hoger ruitje beschikbaar (€179,50) en ook ‘windafwijzers´ voor op de kuip (€87,50) voor meer weer- en windbescherming. En nu we toch in de accessoirelijst kijken: er is een 29 liter kofferset leverbaar waar links bijna elke helm in kan, de rechter een uitsparing voor de uitlaat heeft en die inclusief rek op een niet misselijke €1.305,- uitkomt. Voeg daar nog een 31 liter topkoffer aan toe voor €425,-, een ruggesteun voor je lief (€36,50) en een middenbok voor jezelf (€345,-!) en je bent alles bij elkaar bijna € 16.000,- kwijt. Heb je het geheel wel in dezelfde kleur, kun je alles met de contactsleutel op slot doen en beschik je over een optisch redelijk homogeen geheel wat je met een Non-Fango of Givi setje zoals Suzuki en Kawasaki het doen, niet lukt. Maar toch…

Toch zouden we die volledig aangeklede Crossrunner later dit jaar graag eens even aan een diepgaand motorologisch onderzoek willen onderwerpen…

De duivel

Kunnen we dan ook uitzoeken wat het echte benzineverbruik is. Honda geeft keurig een verbruik op van 1:16,3 volgens de WMTC methode. In die mode staat heel precies aangegeven hoe, wat, waar en wanneer er gereden moet worden. Hoe dat exacte model is, is ons niet bekend. Wel dat die heel anders is dan ‘gebruik op de secundaire weg’ bij onze oosterburen, waar ongeloofwaardig zuinige cijfers vandaan komen. Waarden die je naar verwachting alleen kunt halen na het verorberen van een buisje Valdispert, gevolgd door een doosje Valeriaan of een bosje Sint Janskruid. Zelfs na een relatief rustig dagje ´at the office´, waarbij de helft van het aantal kleppen veruit het grootste deel van de dag hun klep hielden, registreerde de boordcomputer een gemiddeld verbruik van 1:14,5. En een te pessimistische benzinecalculator moet nog uitgevonden worden.

Nog steeds niks verklapt over het rijwielgedeelte. Het lijkt wel of Honda door de duivel op de hielen gezeten wordt. Bij de introductie van de Hornet en CBR 600F eerder dit jaar kwam het regenwater met bakken uit de lucht. Op Mallorca was het kurkdroog, maar waren de wegen spekglad. Tijdens de kennismakingsrit die uit zijn krommingen barste van de bochten, gleed de Crossrunner net zo vaak als in de rest van je leven. Echte hellingshoeken waren nauwelijks te maken en pogingen daartoe leidden te vaak tot het tegenovergestelde van het Zwitserleven Gevoel, leidde zeg maar het Libieseven Gevoel of Ivorischlevens Gevoel. Helaas konden de speciaal door Pirelli ontwikkelde Sorpion Trails met dual compound dit asfalt ook niet de baas.

Vering

Scherp sturen was er dus niet bij, bochten doorklieven op hoge snelheid ook niet. Was ook niet nodig: ruim daarvoor liet de Crossrunner al zien daar zelf ook geen zin in te hebben. De vering is de vermoedelijke veroorzaker, omdat de VFR 800 met nagenoeg hetzelfde rijwielgedeelte (andere voorvork en achterveer), stilstaand al strakker stuurt. Die enkele bocht die we met goed fatsoen konden pikken en waar de voetsteunen bijna het asfalt raakten, gaven al aan dat de Crossrunner bij een kleine oneffenheid (on)aardig beweeglijk wordt. Het opschroeven van de veervoorspanning is lastig door het dichtbouwen van het stuur met plastieken omhulsels. Achter hetzelfde verhaal, omdat de stelkrans aan de bovenkant geplaatst is en je er met de C-sleutel nauwelijks bij kunt. Deze intensieve klus bleef dus achterwege. Het dichtschroeven van de uitgaande demping achter bracht wel verbetering in de zin van meer rust in het rijwielgedeelte, maar het zal nooit tot maximale tevredenheid leiden bij een zwaardere belading dan een rijder van 80 kilo. Nee, gewoon rustig rijden, het liefst op zeer bochtige weggetjes bij niet al te hoge snelheden; dat is des Crossrunners. De handelbaarheid, de balans, het instuurgemak, het vlugge wenden het trouw volgen van de ingezette lijn en het korte keren zijn de positieve eigenschappen.

Honda Crossrunner 800 YM15 0025

Voeg daaraan toe een slechts licht oprichtmoment bij het remmen in de bocht en er staat je niets in de weg om een lekker over een oer-Hollands dijkje te toeren.

Hokken

Het is inderdaad erg lastig de Crossrunner in een hokje te plaatsen. Sportief is hij niet, daar is de vering te zacht voor. Een allroad is het ook niet, daar zijn de veerwegen te kort voor. Bovendien zijn de wielen van gegoten aluminium, meten ze 17 inch en zijn de banden pure asfaltrubbers.

Een toermotor dan? Hmm, daarvoor levert hij (zeker in de standaard uitvoering) te weinig windbescherming en is de maximale belading van 188 kilo ook niet overdadig. En met driedelige kofferset blijft daar dan nog minder van over. Weet jij wat? We maken het ons gemakkelijk en besluiten gewoon dat hokken uit de tijd is en trouwen in. Vertrouwen we er gewoon op dat het wel goed komt met al die mensen die de Crossrunner kopen zonder precies te weten waarvoor ze hem gaan gebruiken. Misschien gewoon om een lekker stukje motor te rijden?