dinsdag 5 mei 2026
Home Blog Pagina 1348

Triumph lanceert een Triumph XCX Mountainbike

0

Dit is een persbericht. De redactie van MOTOR.nl is dus niet verantwoordelijk voor de inhoud. Heb je zelf een persbericht dat je graag op MOTOR.nl ziet? Dan mail je deze naar redactie@www.motor.nl.

Net als de gemotoriseerde variant beschikken zij over de hoogste specificaties en zijn ze gemaakt voor alle terreinen. De nieuwe Tiger XCX mountainbike is verkrijgbaar vanaf januari 2018 en beschikt over een speciaal 6061 lichtgewicht aluminium frame dat zeer wendbaar is en leverbaar is in verschillende maten. Mooi detail is dat de kabels door het frame lopen, wat zorgt voor een strak uiterlijk. 

Met zijn mat zwarte met zilveren kleurencombinatie en hoogwaardige afwerking is de XCX Mountainbike niet alleen mooi, maar biedt hij ook de juiste specificaties. Zo is de fiets uitgerust met een Rockshox XC30 voorvork, die vol zit met de legendarische Rockshox technologie en beschikt over een veerweg van 100mm. 

Hieraan is de nieuwe Shimano M7000 SLX 11 versnelling set toegevoegd, inclusief de Shadow RD SLX 11 Speed derailleur, HG cassette en het RAPIDFIRE PLUS schakelmechanisme, inclusief versnellingsindicator. 

Dit gecombineerd met de nieuwe FSA Comet Megaexo crankstel en een KMC X11 ketting, zorgen ervoor dat de duurzaamheid van de aandrijving is gegarandeerd ongeacht het terrein.    

De remmen zijn verzorgd door Shimano, waarbij zowel aan de voorzijde als de achterzijde Shimano M315 hydraulische remklauwen zijn gemonteerd met Shimano 180/160mm schijven met meer dan voldoende remvermogen. 

Om het comfort te garanderen is het 142mm WTB Volt Race zadel opgenomen in de standaarduitrusting van de Triumph XCX Mountainbike. 

De Velo lock-on handvatten zijn voorzien van Triumph logo en zijn bevestigd aan de uiteinden van het aluminium stuur dat 720mm breed is voor meer controle en comfort. 

Grip word gegarandeerd door 27,5” Kenda Slant 6 banden, die gemonteerd zijn op lichtgewicht Alex AJ2 vergen met Shimano & Formula assen en rvs spaken, die zwart zijn afgewerkt. 

Van de gelimiteerde oplage van 500 komen er vanaf januari 2018 slechts enkele naar de Benelux, waar ze verkrijgbaar zijn bij de Triumph dealer voor € 950,-. Net zoals op de motoren genieten de eigenaars van 2 jaar garantie.  

 

SPECIFICATIES

Frame: The Triumph XCX Mountain bike features a Custom 6061 aluminium frame with tapered head tube, internal cable routing and replaceable aluminium hanger. Finished in Matt Black with Silver and Red XCX detailing and a white iconic Triumph logo to front

Forks: Rockshox FS XC30 1 1/8” 100mm Suspension Forks with Crown Lockout/Preload Adjustment

Rear Derailleur: Shimano SLX Shadow SL-M70011GS 11 Speed

Shifter: Shimano SLX SL-M700011R 11 Speed with Gear Indicator

Brakes: Shimano M315 Hydraulic Brake Callipers F&R Shimano ASMRT10M/S 180/160mm Brake Rotors

Crankset: FSA Comet Modular Direct Mount MegaEXO 2 piece with 32T single chain ring

Bottom Bracket: FSA BB 7100 V Drive Mega EXO Bottom Bracket

Handlebar & Grips: Alloy 6061 Blasted Black 720mm wide bars with 9? rise Custom Velo VLG-884 grips with laser etched Triumph logos

Handlebar Stem: Alloy 6061 Blasted Black oversize 31.8mm stem. ( +/- 7?) 70/80/90mm Length – dependant on frame size

Pedals: Wellgo VPE-465 one piece alloy bodied

Seatpost & Clamp: Alloy 6061 Blasted Black oversize 31.6mm tune with QR alloy clamp

Seat: WTB Volt Sport 142mm

Front Hub: Formula CL51 Quick Release

Rear Hub: Shimano AFHM7000BZB Quick Release

Chain: KMC XC11-1 112 Link

Cassette: Shimano SLX KCS-M7000142 11 Speed 11-42T

Spokes: Stainless Black 14G

Rims: 27.5” Alex AJ2 Aluminium Rims with custom XCX branding

Tyres: Kenda Slant Six 27.5 x 21.0 Tyres with Kenda Tubes.

5 Engelse Nationale Parken in één trip

2

Toen de mooiste delen Engeland door oprukkende steden dreigden te worden vernietigd, deden ze een Brexit nog voordat het woord begrip bestond. Het werden National Parks en Areas of Outstanding Natural Beauty. En daarom kun je nu in Noord-Engeland 1200 bochtige kilometers langs heuvels, meren en schapen rijden, zonder een bedrijfsterrein of een nieuwbouwwijk tegen te komen.

‘Wilt u voor altijd veroordeeld blijven tot de benauwdheid van de steden (…) of neemt u de weg naar het grote open land, de weg naar de vrijheid?’ Een filmpje van de Bond tot bescherming van het Platteland stelde Engelse bioscoopbezoekers in de jaren dertig van de vorige eeuw voor een nijpend probleem. Door de industrialisatie woonde bijna 80 procent van de Engelsen in steden, anderhalve eeuw eerder leefde hetzelfde percentage op het platteland. Dorpjes als Newcastle en Manchester waren honderd keer zo groot geworden en dreigden alles om zich heen te verslinden. Zelfs de mooiste natuurgebieden kwamen in gevaar.

Ongetemde schoonheid

Mooie natuur, wat is dat? De Engelsen hadden eigenlijk geen idee. Ja, iets met bergen, meren en hoogvlaktes. Maar dat was dan alleen leuk voor op schilderijtjes aan de muur, maar echte great outdoors, dat vonden ze eerder iets akeligs waar ze liever niet kwamen. Ze mochten er zelfs niet komen. Hele gebieden waren exclusief voor jachtpartijen van de adel en andere rijke jongens. Indringers hielden ze hardhandig op afstand. Dat begon toch een beetje te knellen. Vooral toen aan het einde van de negentiende eeuw het volk andere ideeën over natuur kreeg. Dichters – de rocksterren van toen – liepen voorop in het bezingen van de ‘ongetemde schoonheid’ van de natuur. Een parlementslid wilde in 1884 zelfs iedereen het recht geven vrij rond te lopen in de natuur – the freedom to roam. Het voorstel werd weggehoond als legalisering van landloperij.

Matten met de politie

Ondertussen draafde de industrialisatie van Engeland door en dus werd de ene na de andere natuurbehoudclub opgericht. In 1932 kwam het tot een echt conflict. Een groep van 400 wandelaars liep demonstratief een verboden deel van het Peak District in. Dat werd dus matten met de politie. Er vielen vijf gewonden. Het zou nog 68 jaar duren voordat de Engelsen werkelijk het recht kregen om overal te lopen. Maar de demonstratie en de hieruit voortvloeide verontwaardiging, was wel het laatste duwtje dat nodig was voor de oprichting van Nationale Parken.

Natuur voor iedereen

Het belangrijkste doel van een Nationaal Park is om iedereen de kans te geven van de mooiste natuur van Engeland te genieten. En om te zorgen dat dat zo blijft kregen de Nationale Parken een eigen bestuur, dat nieuwbouw, industrie en snelwegen buiten de deur houdt. Het Peak District werd in april 1951 het eerste National Park, vijf jaar later waren het er al zeven. Op dit moment telt Engeland er tien, die bij elkaar ruim negen procent van de oppervlakte van Engeland bestrijken. Vijf parken liggen in een cirkel in Noord-Engeland. De afstand ertussen is niet al te groot en dat zorgt ervoor dat we hier een schitterende rit kunnen maken. Want jazeker, alle parken zijn met de motor heel goed toegankelijk. En dan bekruipt ons de vraag: waarom hebben we dit niet eerder bedacht?

Northumberland

Northumberland National Park

  • Waar: noordelijkste Nationale Park tegen de Schotse grens.
  • NP sinds: 1951
  • Oppervlakte: 1.049 km2
  • Bewoners: 2000
  • Hoogste punt: The Cheviot (815 m)

Onze trip begint in Newcastle, waar je met DFDS Seaways vanuit IJmuiden aankomt. Het vroegere havendorp heeft inmiddels 300.000 inwoners en shopping malls ter grootte van een natuurgebied. Na drie kwartier stoplichten en rotondes ben je er definitief vanaf en begint the road to freedom. Dat is de hooggelegen weg die bij Ponteland langs rollende heuvels na een kilometer of veertig het eerste beschermde gebied ingaat: Northumberland National Park.

Twee inwoners per vierkante kilometer

Northumberland is het noordelijkste nationale park van Engeland en ook het dunst bevolkte gebied van het land met nog geen twee inwoners per vierkante kilometer. Daardoor staat het bekend als het gebied met de mooiste sterrenhemel, want nergens in Engeland is het donkerder dan hier. Een groot deel van het park wordt ingenomen door het aangeplante Kielder Forest met het Kielder Water. Hier moet je echt even stoppen bij het restaurant aan het water, voor superlekkere scones.

Na de breeduit slingerende boswegen trekt het landschap in het noorden open en komt een van de meest verrassende stukje van Engeland tevoorschijn: een heftig plooiend groen tapijt met wilde geiten en smalle wegen, alsof je ineens naar een heel charmant-nostalgisch deel van Schotland bent geworpen. Het bordje ‘Welkom in Schotland’ dat snel volgt, verklaart veel.

Een ander hoogtepunt bevindt zich aan de zuidelijk kant van Northumberland National Park: een prachtig geconserveerd stuk van de Hadrian Wall in een open heuvellandschap.

Pennines

North Pennines AONB

  • Waar: Noord-Engeland, iets onder Northhumberland, grenzend aan Yorskshire Dales.
  • Area of Outstanding Beauty sinds: 1988
  • Oppervlakte: 1983 km2
  • Inwoners: 12.000
  • Hoogste punt: Cross Fell (893 m)

Bijna grenzend aan het Northumberland National Park liggen de North Pennines, die op hun beurt weer aan het Yorkshire Dales National Park vastzitten. De North Pennines vormen een Area of Outstanding Natural Beauty, dat is de light-variant van een National Park. Wel bescherming, maar het heeft geen eigen bestuur en is dus ook wat minder uitgebreid toegankelijk. Het betekent niet dat een AONB landschappelijk onder doet voor de parken. Dat geldt zeker voor de North Pennines, die twee jaar geleden werden bijgeschreven in de UNESCO-lijst van Global Geoparks.

Helm Wind

De North Pennines staan vooral bekend om de hoge moerasheide en het glooiende hoogland met U-vormige dalen. Het heeft een flora met alpine planten die nergens anders in Groot-Brittannië voorkomen. Ook is het het enige gebied in Groot-Brittannië dat een wind met een naam heeft: de beruchte Helm Wind. Deze waait vanuit het noordoosten vanaf de Cross Fell (hoogste punt) en kan twee dagen aanhouden. Hij dankt zijn naam aan de bolvormige bewolking boven de Cross Fell die de wind aankondigt.

Lake District

Lake District National Park

  • Waar: Noordwest Engeland, deels aan de kust
  • Nationaal Park sinds: 1951
  • Oppervlakte: 2362 km2
  • Inwoners: 41.100
  • Hoogste punt: Scafell Peak (978 m)

Vanaf het westelijkste deel van de North Pennines is het maar een – landelijk – half uurtje naar het bekendste National Park van Engeland: Lake District. Van grote afstand zie je waar het zijn faam aan te danken heeft: het Lake District is echt bergachtig. Niet voor niets ligt hier de hoogste top van Engeland, de Scafell Peak. Daarnaast is het gebied bijzonder groen en rijk aan meren en watervallen. Hoe kan het ook anders, Lake District zit aan de westkust van Engeland, wat betekent dat er wel eens een druppeltje valt. Of zeg maar drie meter water per jaar. Op goede dagen heb je prachtige uitzichten, op slechte dagen heb je een heldhaftige rit met de sfeer van hooggebergte, ook al komt de piek niet boven de duizend meter. De smalle wegen zijn geweldig leuk, alleen al omdat ze overal dry stone muurtjes hebben, met de lengte die in de buurt van de Chinese Muur moet komen.

Laura Ashley

Met bijna twintig inwoners per vierkante kilometer is het Lake District wat dichter bevolkt dan de andere noordelijke parken, maar de mensen leven in Laura Ashley-achtige plaatsjes, waardoor het allemaal lekker kleinschalig en pittoresk blijft. En de dorpspubs zijn heel geschikt om te schuilen tussen twee buien door.

Yorkshire Dales National Park

  • Waar: Grenzend aan Lake District (in het westen) en North Pennines (in het noorden)
  • Nationaal Park sinds: 1954
  • Oppervlakte: 2178 km2
  • Inwoners: 19.000
  • Hoogste punt: Whemside (736 m)

Voor het volgende National Park hoef je alleen maar een snelweg (M6) over te steken en dan ben je al in de Yorkshire Dales. Het is bijna net zo groot als het Lake District en het National Park telt maar 19.000 inwoners. Er staan 6.000 boerderijen en stallen, dus het laat zich raden wat hier een populair beroep is.

Op papier van zijn ze wat lager dan de bovengenoemde parken, maar toch ogen de Yorkshire Dales misschien zelfs wat ruiger. Vooral omdat het zo open en zwaar heuvelachtig is. En door de lekker primitieve weggetjes en de 8.700 km verweerde muurtjes die er doorheen lopen.

Onvoorspelbaar wegverloop

Het wegverloop van de stokoude wegen kan wat onvoorspelbaar zijn. Een bocht direct na een heuvel, dat soort dingen. We maakten een keer mee dat een aantal motorrijders een scherpe bocht in de route te laat zagen en daardoor een blubberig weiland inschoten. Dat zou gunstiger zijn verlopen als zij eerst het tussenliggende hek hadden geopend. Maar laat je hierdoor niet afschrikken. Het is bovenal bijna niet te geloven dat je op twee uurtjes rijden (en een nachtje varen) van Nederland in een zo compleet andere wereld terechtkomt.

Yorkshire Moors

North York Moors National Park

  • Waar? Noordoost Engeland, grenzend aan de Noordzee.
  • National Park sinds: 1952
  • Oppervlakte 1434 km2
  • inwoners: 23.000
  • Hoogste punt: Urra Moor 454 m

Zijn we al zo dicht bij huis? Jazeker. Maar we gaan niet met de boot naar Rotterdam voordat we naar North York Moors National Park zijn geweest, dat zelfs nog iets dichterbij huis ligt. Minder ver betekent echter niet minder mooi. Oké, het landschap is aanzienlijk lager dan van alle andere parken en oogt iets minder dramatisch, maar je treft nergens zo’n lege uitgestrektheid als op de eigenlijke moors – de hooggelegen veenmoerassen. Maar net als eenzaamheid van dit geheimzinnige gebied begint te knagen, staat daar als laatste behouden huis The Lion Inn, de twee-na-hoogste pub van Engeland.

Hoogste kliffen

De North York Moors hebben ook een andere kant: 42 kilometer heftige kustlijn. Hier vind je de hoogste kliffen van de Noordzee. En een aantal alleraardigste plaatsjes, waar het net als in de rest van de Moors nog steeds een beetje 1952 is, als je de caravancampings eromheen door de vingers kunt zien.

Pas bij vertrekplaats Newcastle (256.000 inwoners) met zijn bedrijfsterreinen, files, groezelige bestelbusjes, haastige pakken en getatoeëerde tieners, komen we terug in het hedendaagse Engeland. We hadden het 1200 km niet gezien. En ook niet gemist.

Duitse winterbandenplicht voor motoren van de baan

0

Niet dat we in dikke sneeuw op de motor door Duitsland toeren. Maar het is goed te weten dat de winterbandenplicht voor motoren er is komen te vervallen.

Hoewel er steeds meer winterbanden voor motoren komen – het Turkse Anlas (zie foto, import Hocoparts) heeft maar liefst 40 verschillende bandenmaten – is het aanbod nog steeds beperkt. Wilde je met je motor door winters Duitsland tuffen, kon dat niet omdat er geen winterband voor je motor te krijgen was. Die plicht is weer van de baan en je kunt met een gerust hard met je Pilot 5 weer door Duitsland rijden.

Maar pas op: het schijnt er in de winter best glad te kunnen zijn…

Kawasaki nieuwsshow levert drie actiemodellen op!

0

Zo’n 5-6.000 Kawasaki fans wisten het afgelopen weekeinde de weg naar het Nationaal Militair Museum in Soest te vinden. Immers bood het museum onderdak aan de Kawasaki nieuwsshow.

Zo’n 5-6.000 Kawasaki fans konden het afgelopen weekeinde voor het eerst kennismaken met de nieuwe R900RS, R900RS CAFE, H2 SX en Ninja 400. Het was niet alleen kijken, maar vooral ook voelen. En dat is meteen de kracht van een nieuwsshow rond één merk: zien en voelen. Het spreekt voor zich dat bovengenoemd viertal de meeste belangstelling trok, maar ook de nieuwe kleuren van 2018 trokken volop de aandacht.

Verrassingen waren er ook, drie maar liefst. Vooral de twee Vulcan S Light Tourer zal menig begerig hebben gemaakt. De Light Tourer is een pakket dat bestaat uit een windscherm, leren zijjkoffers en een sissy bar. Het pakket kost €999,-. Ook voor de Vulcan S is het Sportpakket. Voor €899,- krijg je een Full System Arrow uitlaat en een windscherm waardoor je Vulcan eruit ziet als een café racer.

Ander nieuws betreft de ZZR1400 waarvoor Kawasaki ook een prettig pakket heeft samengesteld, bestaande uit dubbele titanium Akrapovic uitlaten, een smoke windscherm, buddyseat cover en tankpad. Los kosten de onderdelen zo’n €2.849,-, maar als pakket betaal je €1.999,-.

Je kunt de Yamaha YZF-R1M nu online bestellen

0

Vanaf vandaag kun je via het Yamaha YZF-R1M online applicatiesysteem de exclusieve, gelimiteerde 2018 Yamaha YZF-R1M reserveren.

Geïnspireerd op de MotoGP winnende YZR-M1 machine waar Valentino Rossi en Maverick Viñales momenteel op rijden, biedt de hoogwaardige YZF-R1M circuitrijders en raceteams de mogelijkheid om zelf de nieuwste fabriekstechnologie te ervaren.

De 2018 YZF-R1M is uitgerust met de nieuwste Smart EC 2 ERS, het meest geavanceerde veersysteem dat ooit door Öhlins voor een productiemotor is ontwikkeld. Dit nieuwe veersysteem biedt hogere intelligentie, voor nog preciezere dynamiek op het circuit. Dit in combinatie met de nieuwe rem- en acceleratieondersteuning geeft de berijder nog meer feedback en staat garant voor ongekende rijeigenschappen. De 2018 YZF-R1M is ook uitgerust met een nog geavanceerder Quick Shifter Systeem, waarmee motorrijders betrouwbaar en snel kunnen schakelen zonder de koppeling te gebruiken. Hoewel de 2017 YZF-R1M ook al was uitgerust met een Quick Shifter Systeem, heeft de 2018 YZF-R1M een geoptimaliseerde versie waarmee ook kan worden teruggeschakeld.

In de voorgaande jaren waren de YZF-R1M modellen in no time uitverkocht. Wij adviseren geïnteresseerde circuitrijders en wegrace teams dan ook om een reservering te plaatsen voor de 2018 R1M via: [r1m.yamaha-motor.eu/]

Kawasaki trendsetter met eigen nieuwsshow

0

De een bron heeft het over 5.000 bezoekers, de ander over 6.000. Feit is dat Soest het afgelopen weekeinde groen kleurde. Zet Kawasaki hiermee een trend?

Kawasaki wist het afgelopen weekeinde 5.000 of 6.000 motorrijders/Kawasaki fans naar het Nationaal Militair Museum in Soest te lokken. Nu had Team Green het vuurtje onder motorrijdend Nederland de afgelopen weken ook wel opgestookt. De een na de andere teasercampagne dook op op de social media. Met als apotheose natuurlijk de motorshow van Milaan, begin november. Daar kon je voor het eerst de nieuwe Kawasaki Z900RS, H2 SX en Ninja 400 voelen en zien. Maar niet iedereen heeft de mogelijkheid om voor een dag of wat af te reizen naar Milaan. Was daarmee de kiem voor een eigen nieuwsshow in Nederland gelegd?

Kawasaki leverde een huzarenstukje af met hun eigen nieuwsshow in het Nationaal Militair Museum in Soest. De hoeveelheid werk en de lobby om de nieuwe modellen zo vlak na een internationale motorshow naar Nederland te halen, heeft ongetwijfeld vele hoofdbrekens gekost. Maar uiteindelijk telt het resultaat. En dat stond als een huis. Met de eigen nieuwsshow zet Kawasaki een trend die vast en zeker een vervolg krijgt. En navolging van de andere motormerken.

Intieme, pop-up achtige nieuwspresentaties rond één merk zijn de toekomst. Niets leidt de aandacht van de fans af van hun geliefde merk en er is vanuit het merk ook volop aandacht voor de fans. In die wisselwerking schuilt de kracht en het succes van de Kawasaki nieuwsshow. De motoren verdwijnen niet in een mêlee van ander motornieuws en je kunt je eigen omgeving erbij zoeken. Geen anoniem beurscomplex maar een omgeving die daadwerkelijk iets toevoegt aan het merk. Want het Nationaal Militair Museum was niet zo maar door Kawasaki gekozen. Immers is Kawasaki Heavy Industries zoveel meer dan een producent van motoren. Ze maken vliegtuigen, onderdelen van raketten, tanks, wapensystemen, boortoren en olietankers. Zal de volgende Kawasaki nieuwsshow onderdak vinden op een scheepswerf in de omgeving van Hardinxveld-Giessendam? Het zou zo maar kunnen.

Drie actiepakketten voor 2018

Kawasaki gebruikte de nieuwsshow ook om drie actiepakketten voor 2018 te introduceren, waarvan vooral de pakketten voor de Vulcan S in de smaak zullen vallen. Met het ene pakket bouw je je Vulcan voor 999 euro om tot een Light Tourer en voor 899 euro tot een Sport met een café racer uitstraling. Het derde pakket betreft de ZZR1400.

20 jaar THAT Motorreizen – programma ’18 online

0

Dit is een persbericht. De redactie van MOTOR.nl is dus niet verantwoordelijk voor de inhoud. Heb je zelf een persbericht dat je graag op MOTOR.nl ziet? Dan mail je deze naar redactie@www.motor.nl.

Het reizenprogramma ‘18 is vanaf nu online op de volledig vernieuwde website: www.thatmotorreizen.nl. Met meer dan 60 reisbestemmingen, reiken het Europese toergebied van de Noorse Fjorden tot de witte kalkeilanden van Kroatië en van Schotse Highlands tot het Zuid-Spaanse Andalusië.

Nieuwe items en bestemmingen voor 2018:

  1. 1. Harzgebergte: 4 dagen individuele reis >>> lees meer…
  2. 2. Alpenchallenge 4.0: Jubileumtour voor de echte THAT-diehards >>> lees meer…
  3. 3. GPS Training: voor Garmin- en TomTom-gebruikers met niemand minder dan MR GPS – Hans Vaessen >>> lees meer…
  4. 4. Schotland: de beide Schotlandtours zijn uitgebreid met een extra tourdag >>> lees meer…
  5. 5. Noorwegen: het programma naar Noorwegen is uitgebreid met de Royal Fjord Norway tour, een 10-daagse trip met overnachting in luxe viersterrenhotels >>> lees meer…
  6. 6. Groepsreis Bayerischer Wald: 7 dagen naar de zuidoost hoek van Duitsland met een bezoek aan o.a. Tsjechië en Oostenrijk >>> lees meer…
  7. 7. Groepsreis Canarische Eilanden (Tenerife-Gran Canaria-Gomera): een perfecte bestemming om de winter te overbruggen. Vermoedelijke tourdatum: midden december 2018.

Contactgegevens:
THAT Motortours
Aretsbosweg 6
6351 JN Bocholtz
Tel: +31-(0)45-5444219
Web: www.thatmotorreizen.nl
Email: info@thatmotorreizen.nl 

Denemarken: Rond het Limfjord

0

Wilden kusten, rustige wegen, fjorden en kleinschalig toerisme, dat hoort allemaal bij het Hoge Noorden. En daarvoor hoef je niet direct naar Noorwegen of Zweden. Je vindt het ook al bovenin Denemarken, rond de Limfjord.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/Denemarken-Limfjord.gpx”]

Tekst en foto’s Jan Dirk Onrust

Na een druilerige dag door Duitsland, breekt een harde wind even voorbij de Deense grens het wolkendek open. Het is alsof mijn duistere vizier uiteen spat. De zware lucht lost op in honderden wolkjes, alles is glashelder en aan alle kanten zie ik de verre horizon. Het lijkt alsof het Deense luchtruim groter is dan waar ook. Yep, ik ben in Scandinavië en voel me vrij.

‘Wat een schitterende luchten heeft Denemarken toch!’ zeg ik tegen een VVV-dame die ik op een terras in Ribe spreek.
‘Oh ja? Nou, dank u wel, denk ik.’
Ze weet niet echt raad met mijn compliment. Het klinkt haar in de oren als ‘wat een mooie schaduwen heeft uw land!’ Daarvoor moet je trouwens in Andalusië zijn, in de winter, niet hier.
‘Maar wat vindt u van het landschap?’ vraagt ze.
‘Hm, dat blijft wat achter. Beetje gewoon nog. Ik wil het Hoge Noorden zien. Leegte, eind-van-de-wereld plaatjes, wilde kusten, boerenkinkels.’
‘Ga naar de kust en de Limfjord.’
‘Dat was ik al van plan.’
‘Kijk ook even rond in Ribe. Wij zijn het mooiste stadje van Denemarken.’
‘Wist u dat een mooi silhouet heeft?’
‘Dank u wel. Denk ik.’

Goede vrienden, de Denen

Een schattig plaatsje Ribe, ja. Oude huisjes, een paar smalle straten en een waterrad. Een soort Elburg, waarvandaan de Vikingen duizend jaar geleden vertrokken om West-Europese kustplaatsen kort en klein te slaan. Maar daarover hoor je niemand zaniken. Goede vrienden ook, de Denen. Ze waren de eersten die zich aan onze zijde schaarden toen Ottomaanse veroveraars een maand geleden dreigden binnen te vallen. En wij maar denken dat de Middeleeuwen voorbij waren.

Eerste fjord

Ik ga het zorgeloze Hoge Noorden zoeken en rijd eerst naar het eiland Romø, dat onder Esbjerg nog net in de Waddenzee ligt. Het heeft veel van Vlieland, alleen kun je er via een dam zomaar opkomen. Je mag hier zelfs met de motor het brede strand op. Krijg ik het noordelijk gevoel? Niet echt, te druk.
Boven Esbjerg, bij het plaatsje Nymindegab buigt de weg naar de kust en zit je tegen de Noordzeeduinen aan. Aan de andere kant van de weg verschijnt een meer van dertig kilometer lang dat zout schijnt te smaken. Met andere woorden: het is een zee-inham, in het Deens beter bekend als fjord.

Fjord! Oké, het is wat anders dan de Noorse fjorden. Er zijn geen bergen en geen haarspeldbochten. Eigenlijk zou je de weg die over de engte tussen Noordzee en fjord loopt zelfs bijna recht kunnen noemen. Toch opent zich hier voor mijn gevoel de deur naar het Hoge Noorden. De duinen zijn wilder dan bij ons en het landschap raakt leger. Via een onverhard zijweggetje kom ik bij Bovbjerg Fyr, een vuurtoren aan de rand van een klif. Die is weliswaar van zacht zandsteen, maar steil genoeg om een doodklap te maken. Als ik naar beneden kijk, zie ik twee wandelaars op het strand en een dreigende zee met schuimkoppen. In 1928 kwam de schilder Jens Søndergaard hier voor het eerst en zag de dramatische kracht van het landschap. Hij besloot dat hij hier wilde wonen en schilderde Bovbjerg vele malen. Die schilderijen horen tot de beroemdste van Denemarken. Het huis dat Søndergaard bouwde is nu een museum.

De grootste zeeslag ooit

Het landschap boven Bovbjerg vonden de Denen desolaat genoeg om er een enorme pesticidenfabriek neer te zetten. En dan komt Thyborøn – dat in het Deens klinkt als niezen. In Thyborøn stonden in de Tweede Wereldoorlog meer bunkers (zestig) dan huizen. Nu wonen er 2000 mensen achter de duinen. De weeïge stank van de visfabriek waait door de brede straten als ik er ’s avonds aankom. Op meeuwen en een dwarrelende plastic zak na, zie ik geen levensteken en een centrum is nauwelijks te ontdekken. Je zou op slag verliefd raken.
Een paar bezienswaardigheden zijn er. Het maffe Sneglehuset, een huis dat door een visser geheel met schelpen is bedekt, en sinds vorig jaar staat er een monument dat de 25 gezonken schepen en 8645 slachtoffers van de Zeeslag om Jutland (WO I) uitbeeldt – de grootste zeeslag uit de geschiedenis.

Wiebelende schuit

De weg houdt op bij deze verwaaide uithoek, omdat hier de grootste fjord van Denemarken begint, de Limfjord – die doorloopt tot aan de Oostzee. Per veerpontje steek ik over naar het Hoge Noorden van Denemarken, Noord-Jutland. De Limfjord lijkt als het hard waait verdacht veel op een zee, inclusief stranden en kliffen in de achtergrond. De golfslag is zo sterk dat ik bijna de hele overtocht van twintig minuten op de motor moet blijven zitten. Halverwege passeert de wiebelende schuit een volgende bewijs van de zeewaardigheid van de Limfjord: een zandbank met zeehonden. Mosselen en kreeften leven hier ook. Ik laat me vertellen dat die heel vol van smaak zijn omdat ze door het koude water veel langzamer groeien dan in het zuiden.

Koud Hawaii

De Limfjord bewaar ik voor morgen, eerst duw ik door naar de noordwestpunt van Denemarken, waar Hanstholm ligt. Dat betekent vijftig stille kilometers langs moeras, weilanden, bossen en tenslotte weer veel duinen. Het enige kustplaatsje onderweg is Klitmøller, ook wel bekend als Koud Hawaii. De zee doet hier sterk aan een oceaan denken: door de bijna constante harde wind zijn de Noordzeegolven bijna nergens zo hoog als hier, dus is het een paradijs voor surfers.

Pokdalig en rauw

Hanstholm ligt op de hoek waar Noordzee en Skagerrak elkaar ontmoeten, wat het de toegangspoort tot de Baltische Zee maakt. Voor de Duitsers was dit het belangrijkste punt van de Atlantik Wall. Daarom bouwden ze in de omgeving duizenden bunkers en plaatsten ze kannonen die het halve Skagerrak bestreken. Ook hun grootste zeefort zetten ze hier neer. Weghalen was na de oorlog onbegonnen werk. Het strand, de duinen en zelfs de zeebodem zijn bezaaid met Duits beton. Dat maakt van Hanstholm een pokdalige, rauwe plek. De dichte bomenmuur die is geplant om de littekens – en de harde wind – buiten het plaatsje te houden, doet daar niet zoveel aan af. Het strand is hier een waanzinnige plek om de midzomernacht te vieren, met een zon die een uur langer schijnt dan bij ons en die in het noordwesten ondergaat.
Zeker zo gek is de Bulbjerg die 35 km verderop ligt. Dit is een kustberg – zo ongeveer de enige van het Deense vasteland – die er ook echt als een berg uitziet. Dit verwacht je hier niet. Maar zo heeft Denemarken wel meer grote verrassingen. De volgende ligt in de Limfjord.

Wereldberoemd bij katten

De Hanklit is een klif van ruim zestig meter hoog op het eiland Mors, dat in de Limfjord ligt. Hier wacht archeoloog en museumhouder Henrik Madsen me op voor een rondleiding. Alsof de klif zelf nog niet bijzonder genoeg is, komt hij met de volgende verrassing.
‘In sommige landen vinden ze goud en in andere diamanten. Weet je wat wij hier uit de grond halen?’ vraagt hij.
‘Barnsteen? Zilver?’
‘Nee. Kattenbakkorrels! Zijn we wereldberoemd mee. Bij katten dan.’
Hij raapt een stuk steen van het strand en zegt: ‘Moet je voelen, dit weegt bijna niets. Dat komt omdat het superporeuze klei is. Het absorbeert als een gek. Helaas zijn we er niet slapend rijk door geworden. Alles is hier lekker kleinschalig gebleven, dat is de Limfjord. En we zijn heel inventief. Maar zoek je een bijzonder landschap? Even verderop ligt iets dat niemand zal herkennen als Denemarken. Zelfs de Denen niet.’
Een kwartier later rijden we de kattenkorrelgroeve in – Denen zetten niet zo snel een slagboom neer. En inderdaad: dit schat je eerder in als Dolomieten, maar dan ter grootte van een paar voetbalveldjes.

Drankstoker

Bij Sillerslev op Mors zou het mooiste strand van de Limfjord liggen. Dit wordt betwist door de inwoners van Handbjerg aan de overkant, die met hun zelfaangelegde strand alleen willen buigen voor de Copacabana in Brazilië.
Het strand van SIllerslev is buitengewoon klein. En er staat een klein huisje op dat ik eerst aanzie voor een toiletgebouwtje. Het blijkt de drankstokerij van Ole Mark te zijn, een binnenhuisarchitect, gespecialiseerd in het ontwerpen van pubs.
‘Drinken is altijd mijn hobby geweest,’ legt Mark uit. ‘Als student stookte ik mijn eigen drank al en heb dat nog overleefd ook. Nu probeer ik van mijn hobby mijn beroep te maken.’
Whiskey, rum, aquavit, likeuren, kruidenbitters… het repertoire van Mark is groter dan van Heineken. Prijzen lopen op tot €250,- per fles. En dat kun je gewoon allemaal zien, proeven en uitgelegd krijgen. De archeoloog zei het al: in de Limfjord is alles nog lekker klein.

Een gek poppetje

Over klein en inventief gesproken. Op een zoldertje in het havenplaatsje Struer knutselden twee vrienden wat met radio’s en luidsprekers. Peter Bang bedacht het, Svend Olufsen zocht naar kopers. Nee wacht, verkeerd voorbeeld.
Thomas Dam, een visser uit het dorpje Gjöl die te arm was om met kerst speelgoed voor zijn kinderen te kopen, maakte in 1959 een paar gekke poppetje van hout voor ze. De klasgenootjes zagen de poppetjes en wilden er ook een hebben. De kinderen in het volgende dorp even later ook. Afijn, vijf jaar later was de Troll het populairste speelgoedje ter wereld. Schatrijk werd Dam niet, door gedoe met copyrights.
Als ik nu door het gehucht rijd, zie ik bijna niets dat aan het beroemde poppetje herinnert. Het enige dat ik tegenkom is een bord aan de dorpstraat waarop een troll staat afgebeeld met een telefoonnummer erbij. Toch even proberen.
‘Met Dam Things spreekt u.’
‘Ik wil u iets vragen over trollen,’ zeg ik.
‘Oh, kom maar.’
‘Waar zit u?’
‘U staat op mijn stoep.’

Dreamworks en Disney

Het woonhuis waarvoor ik sta, blijkt het Troll hoofdkantoor te zijn. De enige aanwezige is Calle Ostergaard, de huidige baas. Ik verwacht een Don Quichotte-verhaal van een dorpeling die het opnam tegen de grote zakenwereld en jammerlijk verloor. Het blijkt anders te zitten. ‘We hebben tientallen jaren processen gevoerd,’ zegt Ostergaard. ‘Zelfs tegen Disney. En bijna alles hebben we gewonnen. In Scandinavië zijn de Trollen een succes gebleven, maar mogelijk maken ze wereldwijd een come-back. We hebben een contract met Dreamworks afgesloten dat een grote animatiefilm heeft gemaakt. Zoiets als Shrek. De regio heeft al plannen om hier een Trollenmuseum te maken, mogelijk zelfs een pretpark. Maar zelf maken we niets meer. We bewaken vooral de auteursrechten.’

Krakende hippies

Pretpark of niet, er moet wel heel veel gebeuren om het rond de Limfjord druk te maken. Het toerisme heeft hier een heel late start gemaakt. Het eilandje Livø (4 km2) is zelfs paradijselijk rustig. Ooit was het een kloostereiland. Een eeuw geleden werden er verstandelijk gehandicapten en criminelen ondergebracht. Krakende hippies probeerden er later landbouw te bedrijven, wat door gebrek aan vaardigheid mislukte. Tegenwoordig wonen er zeven mensen. Met de motor kun je er niet komen. Op het eveneens prachtig eilandje Fur kan dat wel.

Niet ver van Livø ligt de Aggersborg, de grootste Viking-site van Denemarken. Het is eigenlijk niets meer dan een grascirkel met een doorsnee van bijna driehonderd meter. Het fort met huizen dat erop stond, moet je erbij denken. De Denen hadden hier iets moois van kunnen maken, maar ze lieten het bij een onbemand schuurtje dat als informatiecentrum dient. Eigenlijk is dat wel tekenend voor de onontdektheid van de Limfjord.

De rand van de afgrond

Toeristischer is de noordkust, die hier maar 25 km boven ligt. Ik rijd nog een stuk verder naar het oosten, want daar staat Rubjerg Knude, de beroemdste vuurtoren van Denemarken. Het verlaten lichtbaken is een speelbal van de meest woeste duinen van Denemarken. Het zand is hier zo beweeglijk dat ze de toren al een paar keer hebben moeten uitgraven. De bijhuisjes werden reeds verslonden. De vuurtoren zal zelf ook verdwijnen. Hij staat op tien meter van de rand van een diep afgrond, die jaarlijks ruim anderhalve meter dichterbij komt. Dat betekent dat het in 2023 is gebeurd met de vuurtoren.

Het commerciële denken

Nadat ik de tamelijk bouwvallig vuurtoren heb beklommen, zoek ik een overnachtingadresje in de buurt. Handgeschilderde bordjes brengen me over twee onverharde paden naar Knud, een oud-bouwvakker met een paar zomerwoningen in zijn tuin.
‘Wat kost het, Knud?’
‘Zestig euro per nacht.’
‘Hm.’
‘Maar veertig euro is ook goed.’
Knud pakt het geld aan en zegt: ‘Mooi, dan ga ik nu naar de kroeg. Ga je mee? Ik trakteer.’
Het strakke, commerciële denken zit er nog niet echt in, hier in het hoge noorden. En alleen al daarom is het bijna onmogelijk niet van dit gebied te gaan houden.

Alpenpassen: vanaf 18% en steiler

0

Een toer over passen en wegen in de Alpen met een hellingspercentage van minimaal 18%. Want hoe steiler hoe beter!

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/Alpenpassen.gpx”]

Tekst en foto’s Klaus Daams

De specs van de KTM Super Duke GT liegen er niet om. 173 pk en 144 Nm zijn indrukwekkend en maken van de testosteronzwangere toursporter een ware hemelbestormer. Als vanzelf komt de vraag op: waar moet dat heen met al die power? Mijn hersens kraken een minuut als een ratelende startmotor. Totdat de motor start: bij een pittige vermogens- en koppelcurve passen toch het meest wegen die al even steil omhoog wijzen, niet dan?

Los van het feit dat motorrijden in de bergen hoe dan ook fantastisch is. Uiteraard heeft het plan ook voor de minder gemotoriseerde lezers onder ons waardevolle routetips in petto. Want sl snel is de kaart volledig bedekt met markeringen van passen en wegen in de Alpen, die één ding gemeen hebben: een ‘volwassen’ hellingspercentage van minimaal 18%. We hebben de 1290 gestart en maken ons op voor de eerste bergetappe.

Katschberghöhe: ooit zeer gevreesd

‘Is de weg voorverwarmd?,’ vragen we aan de tolpoort Nord aan de voet van de Roßfeld-Panoramastraße. Vijf graden geeft het display van de KTM aan, maar hartverwarmend is de lach van Moni Aschauer, wanneer ze de €4,50 van ons in ontvangst neemt. Nauwelijks 16 kilometer lang is de als panoramaweg aangelegde route, die tot een hoogte van 1.570 m voert. Het steilste deel met maar liefst 26% is de zuidelijke klim van Berchtesgaden via de B319. Bij mooi weer heb je uitzicht op Dachstein, Hoher Göll en Watzmann. Vandaag ziet het er maar ongezellig uit en we laten het wolkendek achter ons door richting het warme zuiden te rijden. Van het onderweg geplande uitstapje naar het Preuneggtal en de Ursprungsalm – de ‘alpenbijbel’ van Denzel vermeldt een kort steil stuk met een hellingspercentage van 20% – komt helaas niets. En op de Katschberghöhe houden we het niet droog.

Vroeger was de Katschberghöhe een van de steilste routes van Oostenrijk. Het traject werd gevreesd door bestuurders van astmatische autootjes, waarvan het aantal pk’s met een meervoud van het hellingspercentage van 30% werd overtroffen. Op diezelfde route is inmiddels veel aarde verplaatst en is de B99 voor civiel gebruik teruggebracht tot 15%. Aangezien het doorgaande verkeer bovendien over de evenwijdig lopende Tauernautobahn raast, staat niets een heerlijke liaison tussen een getemde Katschi en een wilde KTM meer in de weg.

Terwijl de nokkenassen op de shims en de klepstoters trommelen – bij een vlot ritje met The Beast kunnen dat al gauw 5000 omwentelingen per minuut zijn – fluistert de volgende kandidate al ‘ik ben nog geen 18, maar neem me mee.’ Tja, zo verleidelijk als de Nockalmstraße ook is met haar 52 bochten, verdeeld over 34 heerlijke kilometers: we kunnen wel wat meer aan dan 12%. Bovendien geldt er tussen 18 en 8 uur een rijverbod voor motoren. Dus gaan we buitenom via Thomatal naar Ramingstein, waar we bij Gästehaus Moser een gezellig onderkomen voor de nacht vinden. Daar kunnen we alvast voorgenieten van een hoogtepunt in ons tourschema.

Onrust op de Feistritzer Alm

Wow, 26% staat er op de kaart – dat vergt nogal wat van ABS en tractieregeling, wanneer we met onze Oostenrijkse funmotor tijdens de afdaling van de Turacher Höhe een stoppie maken. Wat niet gebeurt. Want laten we wel wezen: wie gaat er nu zonder dat het ergens voor nodig is, op zijn voorwiel staan wanneer je je beter kan vergapen aan de bonte bloemenzee om je heen en de in de zon oplichtende wielershirts? Verder voert de adrenaline-expres over kronkelige wegen langs de Millstätter See richting het zuiden. Borden met stijgingspercentages van 24%, 18% en 16% markeren een ware achtbaan. Onderweg komen we een 20-jarige bestuurder tegen in een rode Astra zonder achteruitkijkspiegel. Voor wie zo nodig wil inhalen, is dat een regelrechte ramp.

Pauze met koffie en frisdrank op winderige hoogte in Alpengasthof zum Enzian en daarna naar beneden naar de botanische pracht van de Feistritzer Alm. ‘Op het een- tot een krappe tweebaans grindpad is keren nauwelijks een optie. De hellingen zijn gelijkmatig en bedragen maximaal 18%’, verleidt Denzel ons tot een uitstapje dat moet aantonen over welke offroad-genen de KTM beschikt. In plaats daarvan wordt het een beproeving voor de padvindersgeest van de navigatiegeneratie. We bakken er helemaal niets van. De start in Feistritz lukt nog prima, maar al snel ratelen de motorwielen over slecht geasfalteerde weggetjes vol kuilen door het bos tot aan de Koutschitz Alm. Iets later vinden we de weg alsnog en belanden we bij een doorwaadbare plaats. Niet iets om voor terug te schrikken, maar eerder een gelegenheid om de situatie door te nemen en het avontuur op te zoeken. En daarna hard doorrijden om de gemorste tijd in te halen. Of om met Bilbo Baggins te spreken: ‘We moeten wel op tijd aan tafel.’

Het blik blikkert in de zon wanneer we via de Wurzenpass van Oostenrijk naar Slovenië rijden. Een eindeloze file op het drielandenpunt: zelfs bij een hellingspercentage van 18% vergaat ons dan het lachen. Des te aantrekkelijker is de Italiaanse SS112 van Pontebba naar Moggio. Heerlijke haarspeldbochten en achter de toppen van dennenbomen ligt een droomlandschap van bergen even puntig als het Kiska-design van de KTM. Wordt morgen vervolgd. Vandaag nog belanden we in Tolmezzo in de Albergo La Rosa, waar sinds jaar en dag een verbleekte menukaart in de vitrine in de zon hangt. En de gast het best heel eenvoudig een pizza ‘met alles erop’ neemt.

De waanzinnige Panoramica delle Vette

Zondagmorgen. Een suikerflash in de bar Il Gatto e la Volpe aan de Piazza Garibaldi. We hebben de keuze uit 17 kleverige croissants en brioches, waarvan voor de vitamientjes enkele met jam. Het zijn niet alleen honden en katten die hun pootjes aflikken. Voor wie het gas dadelijk flink wil opendraaien, wacht er nog meer heerlijks op de Monte Zoncolan. En dankzij de quickshifter hoeven we niet voortdurend de koppeling te gebruiken. Vanaf Sutrio kunnen we ons enkele kilometers flink opwarmen tot aan de Albergo al Cocul – een rustiek adresje voor een volgende keer. Daarna rijden we over supersmalle asfaltweggetjes tot aan het panoramaplateau op de Zoncolan. Wat voor de homo motoricus uit Amsterdam of Almelo van bovenaf oogt als een lieflijk omhoog kronkelende weg tegen een reusachtig bergmassief, is voor fietsers die het van hun spierkracht moeten hebben vooral een keiharde ervaring. Indrukwekkende hellingspercentages van 23% zijn zelfs voor profs als Gilberto Simoni en Ivan Basso, etappewinnaars van de Giro d’Italia, echte kuitenbijters. Om het risico van valpartijen te minimaliseren zijn de drie tunnels op de weg omlaag naar Ovaro geasfalteerd en verlicht.

We gaan meteen door naar het volgende pareltje, de waanzinnige Panoramica delle Vette! Vanaf Ravascletto kronkelt de weg zo’n 900 m omhoog, beveiligd met stevige houten vangrails en een met bloemen versierde maagd Maria. Totdat deze boven de boomgrens op een hoogte van ca. 1.800 m weer vlak wordt en daarna in een halve cirkel – nou ja, in een nogal willekeurig patroon – om de zuidflanken van Monte Pezzacul en Monte Crostis en vlak onder de bergkammen over de helling slingert. A propos: het bovenste stuk van de bergweg gaat voor de krachtige Pirelli Angels GT niet alleen over asfalt maar ook nog eens over zeven kilometer fijne steentjes. Dat is niet erg, hoewel je op zo’n Power Naked wel volledig door elkaar wordt geschud. Maar het panorama is fenomenaal en een lust voor het oog. Omlaag naar Tualis en Comeglians, opnieuw door haarspeldbochten tot 20% en een geschikt wegdek voor onze Angels.

Als derde in de reeks van curven doen we de Sella di Razzo. In plaats van alweer een lyrische beschrijving voor de verandering ditmaal alleen een tip: vlak bij Razzo aan de SP 619 ligt het Rifugio Fabbro, bij fraai weer een heuse ontmoetingsplaats voor motorrijders. Langzaam aan raakt het er vol, wat geen verwondering wekt in het betoverende Dolomietenlandschap. Met name op zondagmiddagen is er sprake van een onafgebroken verkeersstroom rondom Cortina d’Ampezzo, die al even hardnekkig is als de files rondom Rotterdam. Terwijl iedereen alleen maar een frisse neus wilde halen. Een schamele troost: file rijden houdt beter wakker dan cafeïne én is goed voor het reactievermogen.

Eindelijk verlaten we de SS 51 en dan gaat het over de SP 347 richting Passo Cibiana. Geleidelijk neemt de verkeersdrukte af en kunnen we onze 1290 weer flink op toeren brengen. Rest de vraag: blijven we ontspannen voortglijden of sprinten we op de volgende bocht af? Passo Duran, Passo di San Pellegrino, de Nigerpass en Rosengarten weten het antwoord. En wij weten dat de majestueuze, door UNESCO tot cultureel werelderfgoed gekroonde Dolomieten eigenlijk nog het mooist zijn zonder onze aanwezigheid. Waarover we laat in de avond op het terras van Hotel Dosses in Tiers heerlijk kunnen filosoferen.

Angst voor de Schreckenmanklitz

Uit vooronderzoek is vast komen te staan, dat er tussen St. Ulrich en Kastelruth een weg voert met het indrukwekkende hellingspercentage van 28%, maar zelfs de plaatselijke verkeerspolitie is hiervan niet op de hoogte. Multiregionale bekendheid genieten zonder enige twijfel ook de volksmuzikanten van de Kastelruther Spatzen, die met titels als ‘Tränen passen nicht zu dir’ gevoelige zieltjes behoorlijk weten te raken. Maar niets is mooier dan verder trekken. Op naar een weerzien met oude bekenden uit de serie ‘Hoger dan 2000 m’: de Jaufenpass en de Timmelsjoch. En daar gaan niet alleen onze mondhoeken van krullen, ook het rubber gilt het uit vanwege de vele bochten. Op de Piller Höhe daalt de adrenalinespiegel even, maar daarna laat de de KTM onze hartslag weer omhoog schieten.

Voor de nacht maken we een tussenstop in de Schwarzer Adler in Landeck, om daarna weer fris op weg te gaan naar de Hahntennjoch dat, ondanks een hellingspercentage van ‘slechts’ 15%, zoals bekend een droomparcours is. Hier moeten we onszelf echt beheersen. We kronkelen langs de ruige rotswanden door onoverzichtelijke haarspeldbochten in de richting van het Hahntennjoch. Total digital met ride-by-wire, of – bijna ouderwets zoals het enthousiaste kwintet uit Opper-Beieren – oprijdend met een onverschrokken 9 pk NSU Lux.

De laatste kilometers. We hoeven niet na te gaan of de Baldwin Street in Nieuw-Zeeland met 35% inderdaad de steilste weg ter wereld is, zoals het Guinness Book of Records ons wil doen geloven. En het is al even zinloos om het op internet gevonden waanzinnige percentage van 50% in Wallis te verifiëren. Maar nadat we op de Namlossattel met z’n 18% zijn warm gereden, kunnen we nog snel de laatste steile kandidaat aan de tand voelen. Dus rijden we via de autoweg van Füssen naar Kempten, waarbij we al onze pk’s aanspreken. Op naar de Allgäu. Een lieflijk landschap met sappige weiden en schattige koeien.

Bij Weiler-Simmerberg slingert een smal grijs lint zich door het groene landschap, alsof een speelse kat een bolletje wol heeft afgerold. Het ambivalente gevoel van schijn en zijn. Op dat moment kijkt iemand die weliswaar niet ‘verslaafd’ is aan een Super Duke GT maar wel aan een helse rit, net als Renton, Spud en Sick Boy in Trainspotting, misschien wel zijn grootste angst recht in het gezicht: de Schreckenmanklitz, 25%, berijden op eigen risico. Net als Deichkind: heerlijk eigenzinnige hip-hop

REISTIPS

Bij een Alpentour die begint bij een hellingspercentage van 18% ontbreken weliswaar diverse bekende passen. Die kun je uiteraard in een route ‘bouwen’. In plaats daarvan hebben we andere, ook aantrekkelijke routes opgezocht, die vaak nog tamelijk onbekend zijn en niet zo druk bezocht als de klassiekers. Glück auf!

Heenreis

De Roßfeld-Panoramastraße, het startpunt van deze tocht, ligt bij Berchtesgaden en is het snelst bereikbaar over de A8 München-Salzburg, via de afrit Bad Reichenhall en verder via Bischofswiesen of via de afrit Salzburg-Süd en vervolgens via Marktschellenberg.

Verblijf

De Alpen blijven een favoriete vakantie- en vrijetijdsregio. Hier vindt iedereen wel een accommodatie, hoewel de capaciteit niet onbegrensd is. Wie op safe wil spelen, reserveert in het vakantieseizoen vooraf z’n overnachtingen. Wij zochten op de bonnefooi naar kamers en vonden die in Gästehaus Moser, Birkengasse 74, A-5591 Ramingstein, tel. 0043-6475276, www.pension-moser.com; Albergo La Rosa, Via Paluzza 62, I-33028 Tolmezzo UD, tel. 0039-04332039, www.albergolarosa.com; Albergo al Cocul, Via Monte Zoncolan, Sutrio UD, tel. 0039-0433775233, www.cocul.it; Hotel Dosses, I-39050 San Cipriano,Tiers, tel. 0039-0471642195, www.dosses.com; Hotel Schwarzer Adler, Malserstraße 9, A-6500 Landeck, tel. 0043-544262316, www.schwarzeradler.at.

Pleisterplaats

Bij mooi weer worden van oudsher op hotspots als de Timmelsjoch, Hahntennjoch of de Sella Ronde de parkeerplaatsen gebruikt als favoriete ontmoetingsplaats voor motorrijders. Wie niet alleen rijkelijk benzine wil verbruiken, maar ook wil genieten van de Italiaanse keuken, kan bijvoorbeeld in de buurt van het Sella di Razzo bij het kleine ontmoetingspunt voor motorrijders op het Rifugio Fabbro zijn culinaire hart ophalen.

Van Doorns Supercross Goes 2018

0

Dit is een persbericht. De redactie van MOTOR.nl is dus niet verantwoordelijk voor de inhoud. Heb je zelf een persbericht dat je graag op MOTOR.nl ziet? Dan mail je deze naar redactie@www.motor.nl.

Na twee jaar achter elkaar uitverkocht te zijn gaan we dit jaar voor een nog betere editie.

De laatste editie liep het programma behoorlijk uit, dit willen we dit jaar proberen te voorkomen door oa de start zodanig te verleggen dat we vlotter door kunnen gaan met het programma. Ook komt er een dubbele bezetting op de medische unit, zodat we door kunnen als de wedstrijdarts niet in de hal is.

Het baanontwerp is wederom van Rinus vd Ven en Eddy Eversdijk, met wat andere elementen dan vorig jaar. De hoge bult, nodig voor de springers van MX forever zullen we dit jaar niet hebben, wat een beter zicht op het gehele circuit geeft.

We zijn volop bezig om een mooi inter-startveld te krijgen daarover in de loop van de komende weken meer nieuws.

Tussen Kerst en oud en nieuw zullen we grond inrijden. Vanaf 8 januari de tribunes erin en vanaf 9 januari de baan aanleggen.

De trainingen vangen aan vanaf vrijdagavond 12 januari en de wedstrijden zijn op 19 en 20 januari.

Nieuw dit jaar is de 125 cc twee tactklasse, op de vrijdagavond.

Verder zullen de jeugd, de hobbyrijders de Nationale, inters, en veterane weer aan de start verschijnen.

Voor alle informatie kunt u terecht op www.smz.nl.

Mvg

Stichting Motorsport Zeeland

Foto: SMZ