zondag 10 mei 2026
Home Blog Pagina 1467

Rapportcijfers: MotoGP – Le Mans 2016

0

De vijfde ronde van het MotoGP-wereldkampioenschap van 2016 staat ook in de boeken en daarmee kunnen we wel stellen dat het kampioenschap goed en wel op gang is. Waarschijnlijk gingen velen met heel andere verwachtingen richting Frankrijk…

Le Mans is altijd een bijzondere race, maar met de race verreden blijkt het toch weer een aantal interessante dingetjes opgeleverd te hebben. Een dominant optreden van de huidige wereldkampioen, fatsoenlijk stukje damage control van een goedlachse Italiaan, een eerste podium voor een jong talent, en crashes… heel veel crashes. 

Cijfertjestijd!

JORGE LORENZO – Movistar Yamaha MotoGP – 1e plaats – 10.0
Er zijn dit seizoen al tienen uitgedeeld, maar niet één is zo verdiend als die van Jorge Lorenzo in Le Mans. Kwalificatierecord ging aan splinters op zaterdag en op zondag duurde het tot ronde 26 van de 28 om langer dan 1.33 minuten over een rondje te doen. Waanzinnig constant kon de Mallorcaan vanaf zijn perfecte racestart tot de finishvlag de leiding behouden. Omschreef zijn weekend zelf als bijna perfect, en daar kun je niet veel tegenin brengen.

VALENTINO ROSSI – Movistar Yamaha MotoGP – 2e plaats – 8.5
Moest van een zevende plaats starten, maar wist zich in drie ronden naar plek vijf te rijden en vervolgens zelfs p4. Zijn inhaalmanoeuvres op Márquez en Dovi in rondes 13 en 14 waren vervolgens echt uit het boekje. Claimde na de race problemen met een spinnend achterwiel te hebben op het rechte stuk. Voegde er nog aan toe dat hij naar Lorenzo toe had kunnen rijden als dat niet het geval was. 

MAVERICK VIÑALES – Team SUZUKI ECSTAR – 3e plaats – 9.0
Kunt nu wel zeggen dat hij er enkel stond omdat de mannen voor hem niet bepaald zadelvast waren, en ondanks dat dat de waarheid is, moet je er zelf ook maar op blijven zitten. Finisht achter de man wiens teamgenoot hij volgend jaar wel eens kan zijn, maar tegelijkertijd bezorgt hij zijn huidige werkgever het eerste podium sinds 2008. De keuze tussen Yamaha en Suzuki zal er voor Viñales niet makkelijker op worden.

DANI PEDROSA –  Repsol Honda Team – 4e plaats – 8.0
Finisht weer op een gedegen vierde plek, in lijn met het soort finishes waar Pedrosa dit seizoen een gewoonte van maakt. Kon Aleix Espargaró uiteindelijk voorbij steken maar die andere Suzuki bleef uit zijn greep. Opnieuw een geval van redden wat er te redden valt en netjes aan de finish komen. Niets mis mee. 

POL ESPARGARÓ – Monster Yamaha Tech 3 – 5e plaats – 8.0
Haalt de kastanjes uit het vuur voor het Franse team tijdens hun thuisrace. Kon vechten en vocht dan ook. Zelfs Rossi kreeg fikse tegenstand van de jongere Espargaró-broer. Bewijst opnieuw beter in zijn vel te zitten dan zijn teamgenoot en heeft dan ook ruim twee keer zoveel punten als Bradley Smith.

ALEIX ESPARGARÓ – Team SUZUKI ECSTAR – 6e plaats – 7.0
Moest teamgenoot Viñales voorbij laten, kon landgenoot Pedrosa niet achter zich houden, werd door broer Pol gepasseerd. Nee, uiteindelijk zat het voor Aleix niet geheel mee, maar begint eindelijk in een ritme te komen ten opzichte van zijn desastreuze start van het seizoen. Als hij dat volhoudt kan hij er een uiterst respectabel seizoen van gaan maken.

DANILLO PETRUCCI – OCTO Pramac Yakhnich – 7e plaats – 8.5
Petrux is terug. Petrucci blesseerde zich voor het seizoen, werd geopereerd, maar moest de eerste races van het seizoen toch aan zich voorbij laten gaan nadat het chirurgisch staal in zijn hand lostrilde in Qatar. Was in aanloop naar het seizoen al snel en lijkt bij zijn rentree weinig op snelheid ingeboet te hebben. KreSnelste Ducati en uitermate tevreden ook.

HÉCTOR BARBERÁ – Avintia Racing – 8e plaats – 7.0
Iemand die waarschijnlijk wel een beetje baalt van het terugkeren van Petrucci is deze Barberá. Zijn oudere GP14 legt het toch wel af tegen de GP15 van Petrucci, maar dat weerhield de Spanjaard er niet van de laatste ronde nog wat pogingen te wagen de Italiaan voorbij te steken, helaas zonder resultaat. Hij kan tevreden naar Mugello vertrekken wetende dat hij nog steeds de beste Ducati algemeen is.

ÁLVARO BAUTISTA – Aprilia Racing Team Gresini – 9e plaats – 7.5
Het team dat er het hele weekend geen geheim van maakte dat het allemaal tegenzat, maar tóch allebei de rijders in de top-10, is meer dan netjes. De Aprilia is nog steeds niet de beste motor in het veld, maar dankzij het steevast finishen van beide rijders pakken de Noalezen toch aardig wat WK-puntjes. Overigens reed zich prima voorbij Baz en teamgenoot Bradl, maar belandde daarna in niemandsland zonder aansluiting op de mannen voor hem.

STEFAN BRADL – Aprilia Racing Team Gresini – 10e plaats – 7.0
Was in de race de mindere van de Aprilia-rijders, maar was desalniettemin niet ontevreden met zijn resultaat. Had ook moeite zijn motor afgesteld te krijgen, maar kon toch met een top-10 finish Le Mans verlaten.

EUGENE LAVERTY – Aspar Team MotoGP – 11e plaats – 7.0
Een aantal maal heel goed finishen schept verwachtingen, dus dan valt die 11e plaats plots toch wat tegen. Waar hebben we het over? Laverty is momenteel de snelste rijder van de Britse eilanden en de tweede Ducati vóór Iannone en Dovizioso. Had voor dit seizoen waarschijnlijk al dolblij geweest met waar hij nu staat.

LORIS BAZ – Avintia Racing – 12e plaats – 6.5
Best een prima plek voor Baz om te eindigen, een beetje jammer dat het eigenlijk de laatste plaats is. De lange Ducati-rijder zou in ieder ander geval tevreden geweest zijn, maar feitelijk laatste worden in je thuisrace is geen fijn resultaat. Als die laatste plaats dan vier punten waard is, doet het opeens niet zo zeer meer.

MARC MÁRQUEZ –  Repsol Honda Team – 13e plaats – 5.0
Reed zeker niet onaardig, aangezien de Yamaha’s toch de motoren waren die leken te gaan winnen, maar wilde waarschijnlijk te graag naar Dovi toe. Verloor de voorkant in een bijzondere parallelval met Dovi, die voor hem reed, maar toch een fractie ná Márquez tegen de vlakte ging. Wist in tegenstelling tot de Ducati-rijder zijn motor nog wel op te pakken en drie punten mee te nemen. Kijkt vast uit naar Mugello.

BRADLEY SMITH – Monster Yamaha Tech 3 – DNF – 4.5
Moest in Le Mans echt goed uit de verf gaan komen, met Le Mans als thuisrace voor het team en ook altijd veel Britten bij het circuit, maar viel uit vanaf een zevende plek. Ging hard neer terwijl hij richting de Espargaró-broertjes aan het rijden was. Voorkant overbelast en klaar. Mugello schijnt een van zijn favorieten te zijn, dus Smith kijkt dan ook uit naar de GP van Italië om zich te herpakken.

JACK MILLER – Estrella Galicia 0,0 Marc VDS – DNF – 4.5
‘Ik voelde me supergoed op zondagochtend, startte de race en opeens lag ik op de grond. Zo snel ging het voor mijn gevoel.’ aldus Miller. Hij gooide er naar het schijnt nog een aantal krachttermen tegenaan, maar frustratie heerste bij de Australiër, die toch op punten gehoopt had. Ging op hetzelfde plakkie asfalt neer die onder meer ook Dovi de kop kostte.

ANDREA DOVIZIOSO – Ducati Team – DNF – 4.5
Is het een keer geen vette pech met torpederende teamgenoten, oud-teamgenoten of mechanische euvels, dan maakt Dovizioso zelf wel een fout, zo blijkt. Verloor de voorkant op het vervangen stukje asfalt bij La Musée, maar dat hadden niet een ronde ervoor gelegd, dus het was echt een ‘rider error’ en niets meer. Kan zich op gaan maken voor zijn thuisrace en hopelijk weer eens (rijdend) de finish te halen. 

ANDREA IANNONE – Ducati Team – DNF – 4.0
Weer een roemloos optreden van Iannone, die dit weekend duidelijk snelheid had. Reed de snelste tijd in de Warm-Up en was in FP4 de allersnelste op top met 316.3 kilometer per uur, maar had in de race te veel haast met naar Lorenzo toe rijden, overbelastte de voorband en ging neer. Iannone wil laten zien de juiste keuze te zijn voor naast Lorenzo volgend seizoen, maar slaat nu (opnieuw) een modderfiguur. Ook hij rijd zijn thuisrace in Mugello; tijd voor rust, tijd voor resultaten.

TITO RABAT – Estrella Galicia 0,0 Marc VDS – DNF – 4.0
Tito Rabat rijdt eigenlijk het hele seizoen een beetje achteraf rond, maar hij wist tot nog toe wel te finishen en nog in de punten ook. Had waarschijnlijk gehoopt en verwacht inmiddels wel wat beter overweg te kunnen met de Honda, maar dat dachten er meer…

CAL CRUTCHLOW – LCR Honda –  DNF – 3.5
…mensen zoals Cal Crutchlow. Die zijn woorden van laatste sneller dan Pedrosa te zijn waar maakte, tot hij onderuit ging. Finishte dit seizoen pas één keer in de punten en de enige Honda-rijder achter hem is Miller, maar die startte niet in Austin. Moet onderhand bij zichzelf te rade gaan hoe hij verder naar voren kan komen. Is een rijder die in het verleden veel meer kon laten zien, schijnt zelfs gelinkt te worden aan een Honda-fabriekszitje voor 2017, maar als hij zo doorgaat, gaat dat echt aan hem voorbij.

YONNY HERNÁNDEZ  – Aspar Team MotoGP – DNF – 4.0
Finisht ook weer niet. Wist niet waarom hij precies crashte. Telemetrie verraadde dat het achterwiel grip verloor, waardoor de voorkant overbelast raakte en neer ging de Colombiaan. Zei zich behoorlijk comfortabel te voelen, maar belandde desalniettemin op de grond.

SCOTT REDDING – OCTO Pramac Yakhnich – DNF – 5.5
Startte op P14 en reed twee ronden later op plek 12, maar mocht nog eens drie rondjes verder zijn Ducati parkeren met technische problemen.

Foto’s: 2snap

 

[justified_image_grid ids=23835,23836,23837,23838,23839,23840,23841,23842]

Pssst, Sheene’s oude Suzuki RG500 kopen?

0

Als één klaagzang in de moderne Grand Prix-racerij geoorloofd is, dan is het dat teams motoren moeten leasen, en dus aan het eind van het seizoen weer in moeten leveren. Dus reken er niet op dat je over 33 jaar de Honda RC213V van Marquez op eBay aantreft, zoals nu wel met de Suzuki RG500 van Sheene.

Kost wel een bom duiten, trouwens. De huidige vraagprijs ligt op 150.000 Britse Ponden. Bij de koers van vandaag zit je dan op zes euro-stukken onder de 190.000 euro, maar dan heb je wel wat. De echte machine van Barry Sheene uit het seizoen van 1983, die daarna ook nog meermalen ingezet is met Mick Grant aan de clip-ons. Vervolgens is de motor in een privé-collectie belandt.

Bijzonder genoeg was het die verzamelaar die de motor na 2005 weer herenigde met Mick Grant, die er vervolgens weer verscheidene paraderondes en demoraces mee reed.

COMPLEET
Met deze RG500 koop je in eerst instantie overigens geen origineel exemplaar, want Sheen en Grant reden met tweezuigerremklauwen en 16 inch wielen, maar momenteel staat de Heron Suzuki op modernere 17 inch velgen en zijn er vierzuigerklauwen gemonteerd. Waarschijnlijk voor de demo’s, aangezien 16 inch sportrubber anno 2016 een beetje moeilijk aan te komen is.

Maar, met een middagje knutselen hang je er zo de originele 16 inch wielen weer in en ook remklauwen wisselen en ontluchten is de zwaarste klus niet. En dan heb je plots wel de motor van Mick Grant en Barry Sheene compleet in je schuur staan. 

Een leuke starterswoning kopen kun je voor dat geld natuurlijk altijd nog. Letterlijk, want minder waard worden doet ‘ie waarschijnlijk niet.

Foto’s: Damobits (eBay)

[justified_image_grid ids=23822,23823,23824,23825,23826,23827,23828,23829,23830,23831,23832,23833]

Het laatste meesterwerk: T12 Massimo

0

Een man met een oeuvre als Massimo Tamburini, verdient een laatste eer bewezen te worden die hem siert. Iets dat in één oogopslag zegt; dat was Tamburini. En de Tamburini-familie heeft dat gene waar Massimo Tamburini voor stond perfect gevangen in de T12 Massimo. Een laatste eerbetoon aan een legende.

Met Massimo Tamburini als één van de mannen achter Bimota, is de T12 Massimo in lijn gemaakt met waar Bimota voor staat. Men neme een potente krachtbron en maakt er iets heel bijzonders van, zoals ook hier met een BMW S1000RR krachtbron.

Maar denk maar niet dat er verder veel behouden gebleven is, echt niet. Het frame is een stalen buizenframe met magnesium schetsplaten en ook het balhoofd is opgetrokken uit het lichte metaal. Verder naar achteren treffen we een achterbug die geleend lijkt uit een MV Agusta F4. 

“Vorm en functie zijn twee onafscheidelijke kenmerken, het één kan en mag niet bestaan zonder het ander.” – Massimo Tamburini

Qua vering en remmen zou Tamburini enkel het beste gehad willen hebben. Rondom hangt er dan ook het allerbeste uit Zweden en Italië aan de T12. Veerwerk komt van Öhlins en Brembo heeft de ankers verzorgt, maar ook de wielen van Marchesini en droge snelsluiters van Staubli in de remleidingen zijn topkwaliteit.



TOT ZIJN RECHT
Twee andere dingen die enorm opvallen aan de T12 Massimo zijn natuurlijk het waarzinnig strak afgewerkte koolstofvezel kuipwerk, maar bovenal die door Arrow Racing specifiek ontwikkelde onderkuip-uitlaatsysteem. Het BMW-motorblok is naar verluidt ook getuned en voorzien van MoTec-elektronica om de 230 paardjes die eruit galopperen allemaal de juiste richting op te krijgen.

En met zo’n vermogensopgave wordt ook meteen duidelijk dat de T12 niet bedoel is voor op straat; het is een circuitmotor, en wat voor een. Het zou Massimo Tamburini zelf – naar alle waarschijnlijkheid – meer dan tevreden gesteld hebben. De T12 Massimo vangt vorm en functie in een machtige machine die het best tot zijn recht komt waar Tamburini’s motoren over het algemeen thuishoorden.

Dat wil zeggen op het circuit, maar zeker ook in een museum.

Foto’s en video: MassimoTamburini.com

[justified_image_grid ids=23805,23806,23807,23808,23809,23810,23811,23812,23813,23814,23815,23816,23817,23818,23819,23820]

Michael Czysz overleden

0

Na een jarenlang lijden onder kanker, is Michael Czysz voor het weekend omringd door vrienden en familie overleden. Zijn poging de ziekte te overleven door behalve therapie ook te blijven doen wat hij graag deed; motorrijden, mag als een heel behoorlijke inspiratie gezien worden.

Michael Czysz was een ontwerper pur sang. Hij ontwierp zeker niet alleen motoren, maar het was wel wat hem onsterfelijk zou maken. Czysz kwam dan ook uit een familie die zich met motoren bezig hield, eigenlijk vanaf het begin dat er überhaupt motoren waren. Niet heel vreemd dus dat Czysz vanaf dag 1 van MotoCzysz enkel de innovatie najoeg, en niet zonder succes. 

Met zijn C1, met in lengterichting geplaatste 990cc vier-in-lijn, wilde hij de MotoGP revolutioneren. Ondanks alle moderniteiten en innovatie, zag hij toch de de stroom snel vloeide op plaatsen waar innoveren weinig opleverde. Hij wilde juist een stroomversnelling, daar waar alles met een slakkengangetje prestaties opleverde. Dus kwam er een koolstofvezel frame, een speciaal voorvorksysteem, maar ook het in lengterichting plaatsen van het blok was een bijzondere aanpak. 

“Ik hou van problemen oplossen en was altijd op zoek naar grotere problemen. En dat was toen MotoCzysz om de hoek kwam kijken…” – Michael Czysz

Helaas stapte MotoGP over naar 800cc en een nieuw motorblok ontwikkelen zou veel te duur worden. Laat het maar aan een man als Michael Czysz over om een plan-B te hebben.

EP1C
Meer succes behaalde de Amerikaan en zijn MotoCzysz-team met de Isle of Man TT-Zero races; elektrisch racen. Een idee werd in 5 maanden tot een motor omgebouwd, en de eerste EP1C was dan ook feitelijk een elektrisch aangedreven C1. De TT van 2009 bracht geen succes, maar in 2010 mocht het team – met rijder Mark Miller – de champagne proeven.

Met die Isle of Man TT-overwinning was MotoCzysz de eerste Amerikaanse fabrikant die won sinds Indian in 1911, maar het bleef er niet bij. Ook in 2011, 2012 en 2013 mocht een MotoCzysz-rijder de overwinnaarstrofee optillen, alledrie de keren Michael Rutter.

Het is haast treffend dat Czysz het leven laat, zo kort voor de TT. Reken er maar op dat velen stil zullen staan bij het overlijden, en zeker het leven van Michael Czysz.

Foto’s en video: MotoCzysz en VideoMedia Portland

[justified_image_grid ids=23800,23801,23802,23803]

MotoMe Motor TV: Aflevering 32 – S3/07

0

Bekijk meer van MotoMe op http://www.motome.nl
Volg MotoMe ook op Facebook: http://www.facebook.com/motometv

Harley verjongt, Honda’s NC ontburgert en Suzuki’s GSX-S toont zinvol geweld

Konden we vorige week nog vrijelijk windsurfen op het Nederlandse wegennet, inmiddels kunnen de wetsuits en borstrokken goddank de mottenballen in en moeten we vrezen voor acute zonnesteek. Laten we het erop houden dat de indoor start van het motorseizoen de Motorbeurs Utrecht toekomt, maar outdoor pas begin mei te vieren valt. En omdat dit weekend het officieuze startschot valt om te rijden tot je een ons weegt, hebben we onze programmering daar op subtiele wijze aan aangepast. Wat valt er in deze editie van MotoMe zoal te rijden?

Harley Roadster en Low Rider S: vers bloed

De grootste kluif die de gigant uit Milwaukee sinds enige jaren op het menu heeft staan, is het verjongen van het liefhebberspubliek. Met de vloeistofgekoelde Street-modellen poogt Harley-Davidson dat vooral in het Verre Oosten, in onze kontreien doet het merk een (voorzichtigere) poging met de nieuwe Roadster en Low Rider S. Om vooral de stuureigenschappen van het duo te demonstreren stuurden de Amerikanen ons voor een (grote) boodschap van Marseille naar Saint-Tropez. Wie anders dan de jeugdige Verhoeven en een special guest star om die twee varkentjes eens even vakkundig te wassen!

Honda NC750X: het Vinex-gevoel ontstegen

Een memorabel moment, enige weken terug, ergens in Zuid-Spanje. De nieuwe Honda NC750X staat lukraak in een olijfbomengaard geparkeerd. Cameraman Michael ‘Tante Roelie’ Ruley en Overzee kijken mekaar aan om gelijktijdig te loftrompetteren: ‘Wat een ver-rek-te mooi ding is dit eigenlijk!’ En da’s niet gelogen, mocht je vermoeden dat we alleen voor exotische motoren ons bed uit komen.
Niet alleen heeft de nieuwe X een make me beautiful-kuur ondergaan, ook technisch is de burgermachine van voorheen op vele fronten bijgeschaafd, vooral qua Dual Clutch Transmission. Of de rijeigenschappen ook garant staan voor extase?

GSX-S1000 Hoegee R-Edition: naakt geweld

Wij maar denken dat Blauw Bloed aan het koninklijk huis voorbehouden is. Ook Marc Hoegee heeft die kleur in zijn bloedbanen lopen. Met twintig jaar technische ervaring in de GP-racerij hoef je hem weinig uit te leggen, maar ook op straatgebied kent hij zijn pappenheimers. Omdat er kennelijk toch nog figuren waren die het middengebied van de GSX-S1000 wat lauwtjes vonden, heeft Hoegee een serieuze dosis kracht toegevoegd. Het resultaat? Voor een prijs van 15.3 mille koop je de krachtigste naked van het moment, goed voor gruwelijke prestaties. Net als in motorfolders en –brochures willen wij graag aan deze reportage toevoegen: ‘professional rider pictured on a closed track’.

Honda NC750X – MotoMe test – S3/07

0

Bekijk meer van MotoMe op http://www.motome.nl
Volg MotoMe ook op Facebook: http://www.facebook.com/motometv
Allrisk je motor verzekerd voor een WA-prijs: https://www.knmv.nl/motorverzekering

Een memorabel moment, enige weken terug, ergens in Zuid-Spanje. De nieuwe Honda NC750X staat lukraak in een olijfbomengaard geparkeerd. Cameraman Michael ‘Tante Roelie’ Ruley en Overzee kijken mekaar aan om gelijktijdig te loftrompetteren: ‘Wat een ver-rek-te mooi ding is dit eigenlijk!’ En da’s niet gelogen, mocht je vermoeden dat we alleen voor exotische motoren ons bed uit komen.
Niet alleen heeft de nieuwe X een make me beautiful-kuur ondergaan, ook technisch is de burgermachine van voorheen op vele fronten bijgeschaafd, vooral qua Dual Clutch Transmission. Of de rijeigenschappen ook garant staan voor extase?

Harley-Davidson Roadster en Low Rider S – MotoMe test – S3/07

0

Bekijk meer van MotoMe op http://www.motome.nl
Volg MotoMe ook op Facebook: http://www.facebook.com/motometv
Allrisk je motor verzekerd voor een WA-prijs: https://www.knmv.nl/motorverzekering

De grootste kluif die de gigant uit Milwaukee sinds enige jaren op het menu heeft staan, is het verjongen van het liefhebberspubliek. Met de vloeistofgekoelde Street-modellen poogt Harley-Davidson dat vooral in het Verre Oosten, in onze kontreien doet het merk een (voorzichtigere) poging met de nieuwe Roadster en Low Rider S. Om vooral de stuureigenschappen van het duo te demonstreren stuurden de Amerikanen ons voor een (grote) boodschap van Marseille naar Saint-Tropez. Wie anders dan de jeugdige Verhoeven en een special guest star om die twee varkentjes eens even vakkundig te wassen!

Suzuki GSX-S1000 Hoegee R-Edition – MotoMe test – S3/07

0

Bekijk meer van MotoMe op http://www.motome.nl
Volg MotoMe ook op Facebook: http://www.facebook.com/motometv
Allrisk je motor verzekerd voor een WA-prijs: https://www.knmv.nl/motorverzekering

Wij maar denken dat Blauw Bloed aan het koninklijk huis voorbehouden is. Ook Marc Hoegee heeft die kleur in zijn bloedbanen lopen. Met twintig jaar technische ervaring in de GP-racerij hoef je hem weinig uit te leggen, maar ook op straatgebied kent hij zijn pappenheimers. Omdat er kennelijk toch nog figuren waren die het middengebied van de GSX-S1000 wat lauwtjes vonden, heeft Hoegee een serieuze dosis kracht toegevoegd. Het resultaat? Voor een prijs van 15.3 mille koop je de krachtigste naked van het moment, goed voor gruwelijke prestaties. Net als in motorfolders en –brochures willen wij graag aan deze reportage toevoegen: ‘professional rider pictured on a closed track’.

Valentino Rossi: The Doctor Series deel 1

0

De door Monster Energy gesponsorde serie over Valentino Rossi komt niet op het witte doek, niet op Netflix, je hoeft er zelfs je computer niet voor te vergallen met torrentsites en wat niet allemaal. Nee, het komt gewoon op Youtube. En wij zorgen dat je de afleveringen zo snel mogelijk hebt. Dit is de eerste!

Aan het woord komen jeugdvrienden, concullega’s en collega’s uit de racerij, oud-leidinggevende en een aantal heel bijzondere verrassingen. Uiteraard stellen we voor voor alles fijn in 1080p te kijken, mits de verbinding het toestaat!

Foto en video: Monster Energy

Getest: Suzuki GSX-S1000

0

Wie denkt dat de GSX-S1000 zomaar een kaalgeplukte versie is van de GSX-R, komt bedrogen uit. Suzuki heeft een compleet nieuwe motorfiets neergezet, waarmee de jacht op de dikke sportieve nakeds is geopend. En hoe!

Met de krachtbron van de GSX-R1000 in zijn frame is de Suzuki een serieuze mededinger naar de gunsten van het powernaked-publiek. Het blok komt in basis uit de ’05-’08 GSX-R1000. Topsnelheid en topvermogen werden minder belangrijk, bruikbaarheid op straat is het speerpunt geweest. Dus werd het koppel onderin breed uitgesmeerd, zodat je niet meteen hoog in de toeren hoeft te klimmen om grote stappen te maken. Desondanks heeft Suzuki ervoor gewaakt de motor te tam te maken en stond een flink eindschot op het af te vinken lijstje. Belangrijk was ook dat de gasreactie soepel moest zijn. Geen zenuwachtig gedoe dus, waar je op straat echt niet op zit te wachten.

De GSX-S1000 is lekker puur gehouden zonder al teveel elektronica, maar aan veiligheid is wel gedacht en dat is natuurlijk prima. ABS is aanwezig, maar dat zien we als standaard tegenwoordig. Extraatje is een drievoudig instelbare en uit te schakelen tractieregeling.

Een handigheidje waar we onbewust eigenlijk geen gebruik van hebben gemaakt is het Suzuki Easy Start System, waarbij je de startknop maar heel eventjes hoeft aan te raken, waarna hij vervolgens uit zichzelf door blijft starten tot de motor aanslaat. Geen zorgen, na een bepaalde tijd gaat hij weer uit, zodat je bij een lege benzinetank niet ook nog met een lege accu komt te staan.

Een nieuw frame, lichter en beter dan het origineel, maar geen BPF-voorvork in de GSX-S – het moet tenslotte ook nog een beetje betaalbaar blijven. Toch vind je er nog een volledig verstelbare 43mm-KYB-upside-down en achter een monoshock met verstelbare veervoorspanning en dito uitgaande demping. Het rijwielgedeelte wordt gecompleteerd met radiaal gemonteerde Brembo-monoblock-remklauwen (zelfde als op de 2014 GSX-R1000) en Bosch-ABS.

LICHT EN MAKKELIJK
De nieuwe Dunlop D214’s, met nul-gradengordel voor zowel meer stabiliteit als meer wendbaarheid, maken koud nog niet heel veel indruk. De motor neigt een beetje de bochten in te vallen en gevoel ontbreekt, maar eenmaal warm is die onzekerheid compleet verdwenen en voel je de grip en stabiliteit toenemen tot een hoog niveau. De motor is rechtuit mooi strak, maar met het kleinste beetje aanmoediging leg je ’m op één oor, waarbij van enige instabiliteit geen sprake meer is. Hij rolt heerlijk de bocht in en houdt zonder morren zijn lijn vast, maar besluit je alsnog van koers te wisselen, dan luistert hij direct en gewillig. Indrukwekkend hoor, zo licht en makkelijk in zijn bewegingen – zo ontzettend sportief ook – en toch zo vertrouwenwekkend strak.

Je zit lekker rechtop, maar als de snelheid toeneemt en daarmee dus de luchtweerstand, leun je bijna als vanzelf moeiteloos naar voren, wat weer te danken is aan het ruime zadel waarop je prima kunt verzitten en de goed geplaatste voetsteunen. Het brede aluminium stuur geeft je daarbij fijne houvast en een goed gevoel met de motor. Zelfs na dik tweehonderd kilometer blijven een houten kont of zeurderige onderrug achterwege. Heerlijk!

De graagte waarmee hij de bochten neemt, zijn bijna vanzelfsprekende wendbaarheid en vooral het enorme vertrouwen dat de GSX-S geeft, maken dat je liefst constant in de aanval wilt gaan en het motorblok jut je daarbij alleen nog maar meer op. De gasreactie is direct, zonder irritant fel te worden. Input uit de rechterpols wordt meteen vertaald in de gewenste actie en het blok is van meet af aan al lekker krachtig – en dat wordt alleen maar erger naarmate het toerental opklimt; een progressieve opbouw naar een eindschot dat je zeer serieus mag nemen.

LIK MAAR AF
De Suzuki voelt aan als een krachtig wild beest dat zich voor de verandering wel eens heel goed laat temmen. Gek: zo licht en wendbaar als hij zich in de rondte laat gooien, zo strak blijft hij onder alle omstandigheden. Zelfs bij het doorremmen in de bocht (krachtig en fijn subtiel in aanzet) heeft hij nimmer echt de neiging zich op te richten, wat voor een groot deel te danken is aan die nul-gradengordel in de banden, maar ook aan de vering die je tot een goed samenspel met banden en frame bereid vindt. Enkel bij een echte hobbel in het wegdek – bijvoorbeeld een boomwortel – zou je achter de uitgaande demping wat dichter willen draaien, maar voor de rest houdt de motor zich aan het asfalt gekleefd, waarbij opvalt dat het comfortniveau ook nog eens groot is.

De combinatie van vertrouwen, handelbaarheid, rijgemak, comfort enerzijds en kracht, sportiviteit en bochtenbegeerte anderzijds geven ’m meteen een flinke vinger in de pap. Eentje om bij af te likken.