donderdag 14 mei 2026
Home Blog Pagina 1551

Word testrijder voor één dag!

0

Jij – als fervent lezer van MOTO73 en Motor.nl – weet natuurlijk als geen ander dat het leven van een motorjournalist over twee dingen gaat: schrijven en reizen. Wat als we dat nou een keer aan jou overlaten? Lekker twee dagen naar Spanje om kennis te maken met twee van de nieuwste telgen uit de Kawasaki familie: de Versys 650 en de Z300. Op de eerste dag krijg je de kans om de ontwikkelaars het vuur aan de schenen te leggen en op dag twee ga je onder begeleiding de heuvelachtige wegen rond Gerona verkennen tijdens een testrit met beide motoren. Ten slotte schrijf je bij thuiskomst een verslag van je bloedstollende avontuur onder de Spaanse zon en lees je dat terug in de MOTO73. 

Klinkt dat je als muziek in de oren? Meld je dan vóór 20 februari aan op onze site. Vul je gegevens in en beantwoord onze vragen zodat we weten wie je bent. Misschien zit jij dan samen met onze hoofdredacteur op 26 en 27 maart in Spanje!

Introductie: KTM Adventure-modellen

0

Voor 2015 staan er maar liefst vier Adventures in de showroom van de KTM-dealers. De 1190 Adventure en diens R-broertje worden bijgestaan door de nieuwe 1050 Adventure en het topmodel van deze avontuurlijke range, de 1290 Super Adventure. Is het daadwerkelijk een welkome aanvulling of kunnen we hier spreken van ‘overkill’?

Jarno, leg eens uit. Hoe moeten we deze twee nieuwe modellen zien?
‘Nou, allereerst de 1290 Super Adventure. Dat is eigenlijk het vlaggenschip van deze Adventure-reeks en dat is aan alles ook eigenlijk te zien. Zo heeft ie het sterkste blok (regelrecht uit de 1290 Super Duke, zij het wat aangepast op allroad-gebruik), heel veel elektronica en de nodige luxe aan boord. De 1050 is dan juist weer de instapper van het geheel. Geknepen twin, minder elektronica, niet instelbare vering en dus veel meer ‘basic’. Geen toeters en bellen, gewoon een dikke allroad die ook nog eens geschikt is voor het A2-rijbewijs.’

A2? Maar zo’n 1050 Adventure levert toch veel te veel vermogen?
‘Dat is juist de truc die KTM heel slim heeft uitgevoerd. De 1050 heeft namelijk precies 95 pk, oftewel 70 kilowatt. De regelgeving is dat je een motor mag terugvoeren naar een A2-motor tot twee keer het toegestane vermogen van 35 kW. Deze Adventure valt daar precies in. Eigenlijk best vreemd, want zodoende heb je nog altijd een flinke motor onder je, gezien het maximale koppel van 107 newtonmeter. Kan nooit de bedoeling zijn geweest van de politiek, aangezien dit rijbewijs juist ingevoerd is om ervaring op te doen om op minder krachtige motoren. De 1050 Adventure bewijst het tegendeel. Hoewel we de 95 pk sterke versie hebben gereden, kan ik me voorstellen dat je nog altijd een behoorlijk krachtige motor hebt als ie nog wat meer geknepen wordt. De koppel in lage toeren zorgt daar voor.’

Merk je veel verschil tussen de basis en het vlaggenschip?
‘Ze delen heel veel eigenschappen, maar door alle toevoegingen is er wel degelijk een groot verschil te merken. Dat zit ‘m overigens meer in luxe en de extra pepers in het blok. De 1050 is namelijk al een scherp pakket, een meer dan prima stuurfiets. Na twee dagen rijden was ik nog aan het twijfelen wat mijn voorkeur had, als je de kwaliteit combineert met de prijs.’

Hoeveel onderscheid wordt er gemaakt op het gebied van de euro’s?
‘De Super Adventure is gelijk de duurste KTM op het menu, met € 20.900,-. Daarmee komt ie zelfs boven zijn grootste concurrent te staan, de BMW R1200GS Adventure met € 19.250,-. Tuurlijk, de Duitser heeft nog enkele opties nodig om op gelijke hoogte te staan met de Super Adventure, maar het is toch gelijk een behoorlijke som geld om neer te leggen. De 1050 Adventure gaat voor € 14.690.- bij de dealer weg. Is daarmee zo’n drieduizend euro goedkoper dan de 1190 en heeft daarmee een reële prijs meegekregen. Dat kan weleens voor de nodige verkopen gaan zorgen.’  

De testen met de KTM 1050 Adventure en 1290 Super Adventure zijn te lezen in MOTO73 editie 4 en MOTOR Magazine editie 2. Beide bladen liggen binnenkort in de winkel!

Foto: KTM

Getest: KTM RC390 Cupracer

0

Ik kan niet ontkennen dat ook deze papa stiekem de racekriebels krijgt na het eerste rondje om de kersverse cupracer, speciaal door KTM ingevlogen om ons er aan te laten proeven. Eén blik op de RC en je ziet jezelf onherroepelijk verwikkeld in een hels slipstreamgevecht met nog dertig andere ‘gelijkgestemden’. Zonder twijfel een ideale kweekvijver voor het oppoetsen van je raceskills en het tot in de puntjes perfectioneren van absolute basisbehoeften in de racerij: eerder op het gas, later in de remmen. Maar goed, zo ver zijn we nog niet, eerst eens even kijken wat voor vlees we hier precies in de racekuip hebben.

Het idee is om de kosten zo laag mogelijk te houden. Natuurlijk zijn er wel enkele aanpassingen doorgevoerd om de straat-RC race-proof te maken. Zo zijn zaken als verlichting, spiegels, kentekenhouder en duovoetsteunen preventief geruimd. Alleen maar ballast. Om de racekwaliteiten van de RC verder te versterken, zijn de veerelementen vervangen door volledig instelbaar WP-materiaal en heeft het standaard uitlaatsysteem plaatsgemaakt voor een titanium racedemper van Akrapovic. Qua prestaties blijft de cupracer dicht bij het origineel. De vierkleps eenpitter is goed voor 38 pk bij 9.000 toeren per minuut. Geen enorme bak met vermogen, maar in combinatie met 136 rijklare kilogrammen (minimum gewicht) moet dat genoeg zijn om de vaart er aardig in te houden. Betrouwbaarheid vond KTM belangrijker dan het lospeuteren van een paar pk’s extra, met een groter risico op interne schade gedurende het seizoen. Voor close-racing maakt het toch niets uit. 

Verder zien we naast het bubble-raceruitje, de GRP-monoseat en de in hoogte en lengte verstelbare rem-schakelset vooral zaken die de schade bij een eventuele crash moeten minimaliseren, zoals valblokken op de wielas en opklapbare rem- en koppelingshendels.

Dat de RC uit het juiste race-hout is gesneden, blijkt tijdens de rijsessie op Assen. Daar toont de RC zich een absolute meester in laat remmen en hard insturen. Dat is natuurlijk ook de crux van deze cup: de vaart er zo veel mogelijk inhouden. Actief schakelen in de zesbak is daarbij een voorwaarde. Je bent ook gedurende bochtenwerk door de vrij kleine ‘powerband’ namelijk aardig druk met schakelen. Met al dat geschakel is het best fijn dat het (standaard) dashboardje is uitgerust met  versnellingsindicator, want de praktijk leert dat je vrij snel de begrenzer binnenfietst. De motorische hotspot zit zo tussen de 5.000 en 10.000 toeren.

Qua sturen is de RC390 gezegend met een ronduit verslavende funfactor. Vingervlugheid slaat de klok, met dank natuurlijk aan het lage gewicht en de hoge kwaliteit van de veerelementen. Het standaardspul uit India, waarbij alleen de veervoorspanning achter instelbaar is, is vervangen door volledig af te regelen WP-veerwerk, tot high- en lowspeed compressie achter aan toe. 

Hoewel de racer wordt afgeleverd met een verenpakket samengesteld voor een rijder van circa 65 kilo kun je opteren voor een lichtere of zwaardere veer, zowel voor als achter. Bij ondergetekende had de achterschokbreker de neiging onder acceleratie wat te ver in te veren, waardoor de RC aan pure grip inboette, maar dat lag dus voor een deel aan de 75 kilogram (plus een beetje) van de rijder in kwestie in combinatie met een te lichte veer. De RC stuurt zeer precies en blijft ook in snelle knikken als Meeuwenmeer en Ramshoek (vol in zes, ook wel eens leuk) geruststellend stabiel. Ook de radiaal gemonteerde Bybre-voorrem – met extra spacers bij het ophangpunt om aan te sluiten op de grotere 320-millimeter-schijf – lijkt prima toegesneden op toekomstige inhaalacties. Mocht het echt té close worden, dan is je remhendel trouwens afgedekt met een beschermbeugel. Scheelt een salto mortale. Kleine moeite, groot plezier.

En ‘groot plezier’ is het, aan boord van deze cupracer. Leuk extraatje is dat de KTM RC390-Cup niet alleen toegankelijk is voor jong racetalent, want ook oudere jongeren mogen zich melden, aangezien er – op de ‘vanaf-leeftijd’ van twaalf jaar na – geen sprake is van een leeftijdslimiet. Wat zou je ervan weerhouden om met een paar maten een seizoentje mee te prikken? De financiën? Die lijken geen onoverkomelijke drempel te vormen. De aanschaf van de cupracer kost je € 6.999,- exclusief btw, maar dan is hij wel volledig jouw eigendom. Nevenkosten als banden (de slijtage is zeer gering) en kuipwerk zijn er natuurlijk, maar die zaken biedt de organisatie tegen gereduceerd tarief aan. 

Van één euro naar nieuwe Vespa scooter

0

Breda, 29 januari 2015 – Piaggio Vespa BV ruilt vrijdag 30 januari 2015 om 14.00 uur bij Vespa-dealer Vuijk Scooters Dordrecht een nieuwe Vespa scooter tegen een oud klassiek model van studente Tessa Antoni. De ruil is de afsluiting van het eindproject van haar minor “Management van Creativiteit en Innovatie”, met als doel om van één euro naar een nieuwe Vespa te ruilen.

De studente begon haar project met één euro. Deze ruilde ze voor verschillende producten. Ze ging van een bosje bloemen naar een chocoladeletter en van een Rituals pakket naar Wellnessbonnen. De bonnen wisselde ze in voor kaarten van Holland Zingt Hazes. In ruil voor deze kaarten kreeg ze een hottub. Met acteur Fabian Jansen wist ze deze hottub te ruilen tegen zijn gebruikte klassieke Vespa. Piaggio Vespa BV sluit haar project af door dit oude model in te wisselen tegen een gloednieuwe Vespa.

Michael Ras, PR & Marketing Manager van Piaggio Vespa Benelux: “We waren zeer verrast door dit bijzondere verzoek. We krijgen wel vaker ludieke verzoeken, maar deze sprong er echt uit. Het vergt creativiteit, daadkracht en doorzettingsvermogen om vol te gaan voor een dergelijk doel dat met als startpunt 1 euro onbereikbaar lijkt. Maar het past perfect in onze filosofie, een Vespa is weliswaar geen goedkope scooter, maar we zijn er vanaf overtuigd dat wanneer je echt wilt, het mogelijk moet zijn om een Vespa te bezitten. Tessa doet dat op een wel heel bijzondere manier. Wij waarderen de originaliteit van haar benadering. Het merk Vespa profileert zich binnen onze branche ook als creatief en innovatief. Wij sluiten daarom graag haar eindproject af met een nieuwe Vespa.”

 

Introductie: Ducati 1299 Panigale S

0

De toch al niet al te misselijke 1199 Panigale opboren tot 1285cc, is dat nog wel verantwoord eigenlijk? 205 pk uit een twin, dat lijkt gekkenwerk. Ducati propte haar vlaggenschip vol met (nog meer) elektronica om de rij-ervaring ‘beheersbaarder en veiliger’ te maken. Nu, is dat ook gelukt?


Nou vertel, is dat nog een beetje te temmen, zo’n dikke twin?

Eh, nou, het was na een jaar van vrij weinig serieus testwerk op het circuit op z’n minst wel weer even wennen. Voorop staat dat de Panigale een volwaardig WK circuit als Portimão zonder al te veel moeite transformeert tot een veredeld fietspad. De dadendrang van de Ducati is dusdanig dat er ook op het bijna 1000 meter lange rechte stuk nauwelijks sprake is van een rustmoment. Maar wat wil je met 205 pk. Wat veel meer opvalt dan het topvermogen is trouwens de flinke groeispurt in het  middengebied. De 1299 is serieus een stuk sterker onderin dan de 1199. Dat voel je.


Kan je dat al dat koppel ook een beetje kwijt?

Zeker, de gasreactie is uitstekend en door wat subtiele rijwieltechnische aanpassingen, waaronder een 4 mm lager ophangpunt van de swingarm, is Ducati er in geslaagd het gripgevoel te vergroten. Hoewel de Panigale onder acceleratie gevoelig blijft voor beweging lijkt de semi-actieve Öhlins vering voldoende weerstand te bieden tegen de forse toename in laagtoerige power.  Het elektronisch gestuurde veersysteem herkent of de machine aan het remmen/accelereren is, danwel in een bocht hangt en past daar de demping op aan. Allemaal voorgeprogrammeerde waarden, die razendnsel worden omgezet in de juiste hoeveelheid demping voor en achter. Werkt goed, in de ‘default’ setting voelde de Panigale wat losjes, maar met de TTX-36 achterpartij op ‘Harder’ werd het al een stuk rustiger aan boord. 

 
Moet je inmiddels niet afgestudeerd IT’er zijn om er nog iets van te begrijpen?

Feit is dat de Panigale vol zit met elektronica, feit is ook dat de menustructuur goed doordacht is en dat de systemen een wezenlijke bijdrage leveren aan de rijsensatie. Kern van de kleine elektronische revolutie is het nieuwe IMU, de Inertia Measurement Unit, deze elektronische mini-gyroscoop weet precies in welke positie de motor zich bevindt en seint dit razendsnel door naar zaken als DTC, DWC en bochten-ABS. Laatste twee zijn nieuw. Gezien de hoogteverschillen en de karrevracht aan koppel was het efficiënter het wheeliecontrol (DWC, red.) in hogere stand te laten staan, voorkeur in dit geval stand 6  van de 8. Het bochte-ABS stelt je in staat tot diep in de bocht door te remmen, het geeft je in ieder geval de mentale houvast om de rem erop te houden, ook als er wellicht nog voldoende grip voor handen. Dat scheelt uiteindelijk zeker tijd.

 
Anders nog iets?

Moeite van het vermelden waard is de DQS die nu ook is uitgerust met ‘autoblip’ terugschakelen. Dus zonder tussenkomst van de koppeling. De computer regelt de rest, inclusief een toefje tussengas. Werkt zeer sfeerverhogend, daarnaast kun je je volledig concentreren op het aanremmen en insturen, zonder twijfel een van de sterkste punten van de Panigale. Al met al een indrukwekkend totaalpakket, niet goedkoop echter. De S kost je € 29.290,-. 

 
Alles weten van de 1299 Panigale? Lees de complete test in de Moto73 nr. 4 en MOTOR Magazine nr. 2, binnenkort in de winkel!

 

[justified_image_grid ids=21651,21652,21653,21654,21655,21656,21657,21658,21659,21660,21661]

Nieuw motormerk in Nederland

0

Het Portugese AJP, geesteskind van veelvoudig Portugees endurokampioen Antonio Pinto, komt in 2015 naar Nederland. Motor Import Nederland gaat diverse AJP-modellen importeren. 

Hoewel AJP vooral naam heeft gemaakt in het lichte enduro-segment werkt het merk momenteel aan de hierboven afgebeelde PR7. Een grote enduromotor met Yamaha’s eencilinder uit de XT660Z Ténéré (testverslag). Naar verwachting wordt de PR7 eind dit jaar in productievorm gepresenteerd om in 2016 echt op de markt te verschijnen.

Verder heeft AJP veel lichte enduromotoren in de aanbieding die binnen het A1- en A2-rijbewijs vallen. Het merk omschrijft het zelf als recreatieve enduro’s en supermoto’s die qua prijsvoering competititief zijn. De motorblokken zijn van Zongshen (levert onder andere onderdelen en motorblokken aan de Piaggio-groep en Harley-Davidson) maar de frames zijn van AJP zelf. De vering op de meeste modellen is van Sachs.

 De in 2015 beschikbare modelseries zijn de PR3, PR4 en PR5, die allen in meerdere uitvoeringen (enduro, supermotor) en met diverse motorblokken te verkrijgen zijn. Een overzicht vind je hier op de website van de importeur. De modellen staan nog niet in onze motorbase maar daar komt gauw verandering in.

Deze importeur, Motor Import Nederland, is vorig jaar opgestart en nu op zoek naar motorzaken die AJP-dealer willen worden. 

Nieuw: de Kawasaki Vulcan S UPDATE

0

Wat zien we nou? Een Kawasaki Vulcan, met de 650cc-paralleltwin die we al uit de ER-6 kennen en waarvan we dus weten dat het met de prestaties wel snor zit. Het motorblok is uiteraard wel wat aangepast en nu meer op de cruiser-rijder geënt. Kawasaki zelf omschrijft deze Vulcan als een ‘innovatieve en modieuze machine met ‘low rider’ looks en een stoer ‘urban’ karakter’.

Daarnaast vindt Kawasaki ook dat deze Vulcan niet in een hokje te stoppen is, maar met de Vulcan-benaming en het langgerekte uiterlijk, lange wielbasis en forse balhoofdhoek zijn we toch geneigd het een cruiser te noemen. Gezien de lage opstap, het zeer toegankelijke motorblok en ongetwijfeld aantrekkelijke verkoopprijs (ons nog onbekend) lijkt het een fraaie opstap-cruiser, ideaal voor de kleinere of beginnende cruiserliefhebber.

Als we goed kijken zien we dat ook deze Vulcan een uit het midden geplaatste schokdemper heeft, die alleen aan de rechterzijde te zien is, net zoals de ER-6 dat heeft. Toch lijkt het frame aangepast en is ook de achterbrug nieuw. Hetzelfde lijkt zo te zijn bij de 300mm-schijfrem aan de voorzijde, en de 250mm-remschijf aan de achterzijde. Een dubbelzuiger remklauw ankert de voorzijde, een enkelzuiger de achterkant.

En, zo diep ons geheugen in de haast van dit bericht kan graven, is de Vulcan S voor zover wij weten de allereerste cruiser met een uitlaat die onder het motorblok is geplaatst. Opvallend zijn trouwens ook de voetsteunen, die in drie posities verstelbaar zijn. Ook het stuur is verstelbaar, net zoals de rem- en koppelingshendels.

Bovenstaand bericht is van 15-10-2014.
UPDATE 28-01-2015:

Kawasaki heeft zonet de prijs van de Vulcan S bekend gemaakt. De vanaf februari leverbare Vulcan is in Nederland verkrijgbaar voor €8299.

 

[justified_image_grid ids=21015,21016,21017,21018,21019,21020,21021,21022,21023,21024,21025,21026,21027,21028,21029,21030,21031]

Rossi: ‘Ik ga voor het kampioenschap’

0

En, wat vinden we er van? Yamaha heeft vanmiddag de YZR-M1 onthuld waarmee Lorenzo en Rossi in 2015 de strijd aangaan. Met Movistar nog altijd prominent op het kuipwerk, maar nu iets promintenter dan voorheen, omgeven door een tigtal andere sponsoren waarop het merendeel van de GP-paddock hoogst jaloers zal zijn. Het Yamaha team is hot en de verwachtingen voor volgend jaar zijn hoog. Rossi wond er dan ook geen doekjes om en z’n doelstelling is duidelijk: kampioen worden.

Natuurlijk hield hij een slag om de arm, maar hij maakte duidelijk dat de lat dit jaar hoger ligt dan het eindresultaat van vorig jaar. Zijn tweede plek in het kampioenschap wil hij overtreffen en hij ziet het seizoen positief tegemoet. ‘Ik ben er helemaal klaar voor, heb veel getraind en voel me nu goed, ben ook in vorm’, zo liet hij weten. Hetzelfde geldt voor Lorenzo, die ook voor de titel gaat. Hij sprak vooral vertrouwen uit aan de hand van het einde van afgelopen seizoen, waarin de Yamaha’s zich steeds meer voorin lieten zien. 

 

[justified_image_grid ids=21628,21629,21630,21631,21632,21633,21634,21635,21636,21637,21638,21639,21640,21641,21642,21643,21644,21645,21646,21647,21648,21649]

Scrambler: Ducati of Borile? UPDATE

0

Heibel in onze mailbox. Een open brief van Umberto Borile, directeur van Borile Motorciclette; de Italiaanse motorfabrikant die een tijd geleden met toestemming van Ducati een Scrambler bouwde. Een Scrambler met het Monster 1100 motorblok, qua opbouw en design gebaseerd op de historische Ducati 450 Scrambler.

De brief in een notendop: Borile stelde in 2011 aan Ducati voor om de oude 450 Scrambler te eren met een nieuwe Scrambler 450. Bij Ducati was men erg enthousiast en hij kreeg vrij spel om een ontwerp te maken. Een en ander wel vrijblijvend, maar het ontwerp werd volgens Borile na afloop erg enthousiast ontvangen. 

Borile bouwde de ‘Borile B450 Scrambler’, deze werd op de EICMA zelfs tot mooiste motor verkozen en Borile kreeg van Ducati toestemming om ze aan enkele Ducati-dealers te leveren die er om vroegen. Ook werd er vervolgens een heuze presstest geregeld. Maar hierna verwaterde het contact met Ducati, volgens Borile doordat Claudio Domenicali de CEO-functie van Del Torchy overnam. Borile stelt dat er geen contact meer met Ducati is geweest sinds Domenicali de scepter zwaait. 

Vanaf dat moment is Ducati zich zelf op een eigen Scrambler gaan richten, met deze introductie als gevolg. En daarmee staat Ducati natuurlijk volledig in z’n recht, ondanks dat er in verschillende media wordt gesuggereerd dat het ontwerp is gejat van Borile. Dat klopt natuurlijk niet, want het ontwerp van Borile was juist gebaseerd op de oude 450 van Ducati.

Of het netjes is dat Ducati al het contact met Borile plotseling heeft verbroken; dat is een tweede. Maar de suggestie dat de Scrambler een gejat ontwerp is, lijkt geen waarheid. Dat Borile zich ernstig in de kou gezet voelt, is wel heel begrijpelijk. Het lijkt er op dat er politieke spelletjes zijn gespeeld en zoals altijd kennen die spelletjes alleen maar verliezers. 

Bovenstaand bericht is van 23 december 2014.
UPDATE 28 JANUARI 2015: 

De Italiaanse rechter heeft de klaagzang van Borile ongegrond verklaard. Borile moet zelfs €8000 proceskosten aan Ducati betalen en mag zich niet meer negatief uitlaten over dit onderwerp. In een toelichting aan Italiaanse media heeft Borile nog wel benadrukt dat het Ducati nooit van jatwerk heeft willen betichten, maar dat het wel economische schade heeft geleden doordat Ducati met hun eigen nieuwe Scrambler het investeringswerk van Borile zou hebben gedwarsboomd.

Foto boven door Sara Tripaldi

‘Ik wil kampioen worden, dat moet mogelijk zijn’

0

Komend seizoen gaat Scott Deroue proberen om de Britse Moto3-titel in de wacht te slepen. De Nijkerkervener, vorig jaar nog in de GP’s met RW Racing GP, heeft een voorlopig contract getekend met Redline KTM. Het team is eigendom van een grote KTM-dealer in Loughborough en wist vorig jaar tweede te worden in het Brits Moto3-kampioenschap met Joe Irving. De negentienjarige Deroue wordt in 2015 de enige coureur die de kleuren van Redline KTM gaat verdedigen.

‘Ik kende teambaas Tim Walker al en die had me gemaild of ik interesse had om voor Redline KTM te komen rijden. Ik had echter mijn pijlen op het Spaans Open gericht, maar dat was budgettair gewoonweg niet haalbaar’, aldus Deroue. Nadat Walker wederom contact zocht met Deroue was het vrij snel geregeld.

Over zijn plannen in het Brits kampioenschap is de voormalige GP-coureur duidelijk: ‘Tim is vorig jaar met Irving tweede geworden en dat wil ie met mij zien te verbeteren. Zowel hij als ik willen dus kampioen worden en dat moet mogelijk zijn. Tuurlijk, ze hebben daar wat lastige baantjes, maar dat geldt in de Moto3 eigenlijk voor iedereen. Er zitten namelijk geen jongens bij die al jaren op die circuits rondrijden.’

Naast de 22 races voor het Brits kampioenschap wil Deroue en het team ook graag via wildcards deelnemen aan enkele GP’s. In ieder geval wil Redline KTM met Deroue deelnemen aan de TT van Assen en de GP op Donington Park. Tevens zullen er aanvragen uitgaan naar Dorna voor de races op Brno en Sachsenring.

Openingsfoto: Guus van Goethem
Onderste foto: RW Racing GP