zondag 3 mei 2026
Home Blog Pagina 1669

Speciale Bolts uit Nederland

0

Met de Bolt Café liet Yamaha op de Tokio Motor Show al zien wat je met een beetje creativiteit van de Bolt, of XV950R, kunt maken. Dichter bij huis blijkt echter ook van alles mogelijk te zijn. Roger van de Kuinder heeft namelijk vijf specials gemaakt, met bijpassende Arai’s. Het plaatje moet immers wel compleet zijn en precies daarom is de motor handmatig gespoten door Motopaints uit Assen.

De verschillende tanks en helmen zijn inmiddels te bewonderen bij Van de Kuinder Motoren in Hilversum. Roger van de Kuinder: “We hebben een speciale Yamaha Heritage-corner in onze showroom, met werkbank en bok waardoor we op de Yamaha XV950R verschillende designtanks en de helmen kunnen tonen. Op deze manier kunnen wij klanten laten zien hoe ze hun motor kunnen personaliseren.”

De standaard XV950R kost 10.399 euro, de specials hebben een meerprijs van 2.000 euro. Het showroommodel is voorzien van het Bobber-pakket, oftewel veel accessoires. Uiteraard is dit pakket ook leverbaar, á 1.647,50 euro.

Meer informatie: www.vandekuinder.nl

Triumph trekt naar Azië

0

Met de nieuwe rijbewijsregels wordt de vraag naar lichte motoren logischere wijze steeds groter. Maar dat is echt kinderspel vergeleken met de immense motormarkt in Azië. Ook Triumph weet dat en dus komt het Engelse merk, zoals eerder al geschreven, met een 250. Een prototype is inmiddels rijdend gespot, dus lang kan de presentatie daarvan niet meer duren. Wij gokken tijdens de EICMA 2014.

Om optimaal voorbereid te zijn, is Triumph al begonnen met de verkoop van haar huidige lijn in India, waar een groeiende markt is ontstaan voor exclusievere motoren. In dit Aziatische land zijn nu twee Triumph-dealers te vinden. De motoren worden overigens in India zelf geassembleerd, wat vooral een belastingtechnische reden zal hebben. Er wordt ook gesproken over het feit dat de productie van de 250 in India zal gebeuren.

Foto: Triumph

Bultaco keert terug!

0

Opvallend en mooi nieuws bereikt ons: Bultaco is officieel terug in de Nederlandse motorwereld. Je weet wel, dat Spaanse motorfietsmerk dat in 1958 werd opgericht door Francisco X. Bultó. Al snel zag de Tralla 101 als eerste Bultaco het levenslicht, gevolgd door veel andere modellen.

Ook in de sport was het merk succesvol met onder andere Barry Sheen, Sammy Miller, Jim Pomeroy, Yrjo Vesterinen, Martin Lampkin, Ramon Torras, Ricardo Tormo en Angel Nieto in de wegrace, motorcross, enduro en trial.

Motoren worden er inmiddels helaas niet meer gemaakt, maar helemaal over is het gelukkig ook niet. Jopa Racing Products meldt namelijk vol trots dat ze vanaf nu Bultaco-helmen kunnen leveren. Sterker nog, ze zijn zelfs importeur voor Nederland, Duitsland en Denemarken. Zoals je mag verwachten zijn het helmen met een knipoog naar het verleden. En betaalbaar, want prijzen lopen van 109,95 tot 139,95 euro.

Surf voor meer informatie naar www.jopa.nl.

Getest > Suzuki V-Strom 1000

0

Om te voorkomen dat de V-Strom 1000 als mosterd na de maaltijd komt in de overvolle allroadmarkt heeft Suzuki hem handig gepositioneerd. De Japanners geven de V-twin een plekje tussen de dikke 1200 cc en kleine 650 cc allroads in. Suzuki flikte dat kunstje eerder met de GSX750R en die werd – zoals we weten – een succesnummer. Ad van de Wiel heeft de V-Strom reeds aan de tand gevoeld, en via de telefoon liet hij ons weten dat Suzuki bepaald geen flater slaat:

 

Een middenplek dus, komt de V-Strom dan qua pk’s niet tekort?

 

Tja, de V-Strom heeft inderdaad niet het krachtigste motorblok van de dikke alroads, maar dat stoort geen moment. Dit omdat het blok zijn maximale koppel al bij 4000 tpm levert. Het gaat hier echt niet om pk’s, maar om rijdbaarheid en souplesse.

 

En hoe zit het verder met die rijdbaarheid?

 

Daarbij is vooral het lage gewicht van 228 rijklare kilo’s belangrijk. Dat levert werkelijk een flitsend sturende motor op. Met het grootste gemak, en vol vertrouwen, slinger je de V-Strom door korte en lange bochten. Zelfs met de steppen aan de grond voelt alles vertrouwd aan. Deze Suzuki combineert lichtvoetigheid bovendien met stabiliteit. Op de snelweg gaat de duizend, ondanks de hoogst illegale Autobaan-snelheden tijdens de testrit, als op rails rechtdoor.

 

Hmm, we kunnen gaan sparen. Wat gaat ‘ie kosten?

 

€ 12999! En ja, vergelijk dat maar eens met al die andere dikke allroads. De V-Strom is misschien wat minder dik, maar des te magerder is het prijskaartje.

 

Klinkt goed, waar lezen we je uitgebreide testverslag?

 

 

Die vind je in de eerstvolgende MOTO73.

 

 

Vstrom 1000

Hesketh komt met 24

0

Het is tijd voor de exclusieve Britten. In het vorige nummer konden we je melden dat Brough Superior een nieuw model op de markt ging brengen, nu blijkt ook Hesketh een nieuwe machine te hebben ontwikkeld. Paul Sleeman, sinds drie jaar eigenaar van Hesketh Motorcycles, gaat in 2014 namelijk de 24 produceren, die een ode aan de Formule 1-geschiedenis van het merk moet zijn. De modelnaam staat gelijk aan het autonummer waarin James Hunt in 1975 reed. 

Aan boord van de 24 heb je een dikke 56 graden V-twin met 1950 cc. Hoewel het koppel nog niet is vrijgegeven, weten we wel dat ’ie 120 pk’s levert. Niet veel, maar een machine als deze Hesketh 24 moet het vooral van zijn flinke koppel hebben. En dat moet er voldoende uitgehaald kunnen worden, lijkt ons. Ook wil eigenaar Sleeman alleen topmateriaal op de 24 laten monteren, waardoor er gekozen is voor Öhlins-vering, Beringer-remklauwen en BST-wielen van carbonfiber. 

De styling is dus vooral gebaseerd op de Formule 1-geschiedenis van Hesketh en dat is terug te zien in verschillende details. Goed zoeken en je vindt onder meer het circuit van Zandvoort (waar Hunt in 1975 de Grand Prix wist te winnen) terug op de motor, evenals de Schotse en Engelse vlag. De tweewielige ode aan Hunt zal vanaf februari 2014 geleverd gaan worden en Hesketh zal er 24 van maken. Tsja, hoe kan het ook anders.

 

‘Nog één titel, dan stop ik’

0

Tekst: Jarno van Osch

In de MOTOR Magazine Jolink-Special, donderdag in de winkel of op je mat, staat een reportage en mini-interview met Daniël Willemsen. Maar we hebben ‘m die dag veel meer vragen gesteld. Vooral over zijn kompaan in het zijspan, de bakkenist. Al voorproefje op het verhaal in MOTOR Magazine 25/26 hebben we hier alvast wat leesvoer over Daniël Willemsen.

MOTOR Magazine – ‘Je hebt als zijspancrosser al behoorlijk wat bakkenisten versleten. Hoe komt dat eigenlijk?’
Daniël Willemsen: ‘Het heeft er wel eens mee te maken dat ik de lat te hoog leg. Al die jaren dat het goed gegaan is, ben je gewend om te strijden voor de wereldtitel. Doordeweeks ga ik trainen, zorg dat de techniek in orde is, vul de vrachtwagen, zorg voor eten aan boord. Alles heb ik goed voor elkaar. De bakkenist, en dat bedoel ik niet denigrerend, hoeft over het algemeen er alleen voor te zorgen dat hij fysiek in orde is. Op het moment dat je op een wedstrijd bent en je bakkenist kan het niet volhouden, om wat voor reden ook, dan kan ik daar moeilijk mee om gaan.’ 

MM – ‘Zijn er dan ook bakkenisten die er wel flink voor trainen, maar die het misschien niet in zich hebben om met jou te kunnen rijden?’
DW: ‘Die zijn er ook. Ook heb ik bakkenisten gehad die fysiek er juist bovenuit staken, maar die om andere redenen moesten stoppen. Een paar geleden reed ik met een Zwitser, Reto Grütter. Dat was een talent eerste klas en als die was gebleven, had ik nu nog met hem gereden. Alleen zat hij met een bedrijfsovername en moest ie ook nog terug in dienst. Erg jammer, want dat soort bakkenisten kom je niet vaak tegen.’  

MM – ‘Met wie heb je het fijnst samengewerkt, als we je broer buiten beschouwing laten?’
DW: ‘Reto dus, maar ook met Kaspars Stupelis en Sven Verbrugge heb ik lekker kunnen rijden. Dat zijn allemaal van die ijzervreters en leven voor de sport. Een aantal bakkenisten vinden het gewoon leuk om te doen, maar er komt meer bij kijken dan het alleen leuk vinden. Wie tegen mij A zegt en bij mij in de bak stapt, dan moet je ook B kunnen zeggen. Als in het begin van het seizoen dan blijkt dat je een manche niet vol kan houden, dan kan ik dat echt wel accepteren. Alleen verwacht ik dat je er dan een schepje bovenop doet en flink gaat trainen om het wel aan te kunnen. Als ik dan van anderen hoor dat het buiten de races om vooral draait om cafés, het vriendinnetje en feesten, dan raakt bij mij het krediet op. De irritatie wordt alsmaar groter en dan begint het gevaarlijk te worden.’   

MM – ‘Dat is natuurlijk wel inherent aan sporten met een ander. Als je solo zou rijden, heb je die problemen niet.’
DW: ‘Alleen is dat juist ook wel wat ik erg leuk vindt aan zijspancrossen. Ik werk juist graag in teamverband. Als ik dan een leuke club om me heen hebt, dan heb ik al gelijk schik op het moment dat we vertrekken naar een wedstrijd.  Pis je zowat in je box van het lachen, dat vind ik mooi. Ga je solo, waar ik overigens ook plezier aan beleef , dan heb je voor mijn gevoel minder met saamhorigheid te maken.’ 

MM – ‘Hoe ziet nu de ideale bakkenist eruit?’
DW: ‘Nou, daar staat ie (wijzend naar Gijs Jolink).  

MM – ‘Dus de combinatie voor volgend seizoen staat vast.’
DW: ‘Jazeker, hahaha. Maar zonder dollen, Gijs heeft wel het juiste postuur voor een bakkenist. Tegen de tachtig kilo, prima lengte. Niet te groot, niet te klein. Zo’n lichtgewicht moet ik niet hebben, want je moet wel een beetje druk kunnen zetten. Een bakkenist moet wel wat in te brengen hebben.’

MM – ‘Dus… Voor volgend jaar heb je nog geen bakkenist?’
DW: ‘Nee, al was ik mondeling akkoord met een bakkenist, maar die heeft zich uiteindelijk teruggetrokken. Het hele wereldje dacht dus dat Willemsen al rond was, en dus zijn er overal andere afspraken gemaakt. Ik ben nu uiteraard wel bezig met het een en het ander en heb zeker zo mijn favoriete bakkenisten. Ik wil gewoon nog één keer wereldkampioen worden, dus daar moet mijn bakkenist voor volgend jaar op berekend zijn.’ 

MM – ‘En als die titel behaald wordt…’
DW: ‘Dan komen jullie gewoon nog een keer terug, voor een afscheidsinterview. Dan stop ik met het serieuze spulletje, want dat kost gewoon enorm veel energie en tijd. Dan kan ik me ook eens wat meer gaan focussen op WSP (het bedrijf van Willemsen, gespecialiseerd in het bouwen van zijspanframes, red.). Wellicht dat ik nog wel blijf rijden, maar dan alleen omdat ik het zo verdomde leuk vind.’ 

De Jolink-special van MOTOR Magazine ligt vanaf donderdag in de winkel!

Foto: Guus van Goethem

EBR meent het serieus

0

Toen bij ons het nieuws binnenkwam dat Buell, onder de naam EBR (Erik Buell Racing), terug zou keren, hielden we een slag om de arm. Merken die terugkeren doen dat immers lang niet altijd succesvol, als het hele plan al van de grond wil komen. Hoe anders is dat gelukkig bij Buell. In aanloop naar de lancering maakt de 1190RX zelfs een promotietoer door Europa. In Nederland, België en Engeland hebben geïnteresseerde motorzaken daardoor bijvoorbeeld al kennis kunnen maken met de nieuwe EBR.

Edwin Belonje, directeur EBR Europe: “Frankrijk, Italië en Spanje volgen snel. De serieuze gesprekken zullen begin volgend jaar resulteren in de eerste officiële dealeraanstellingen.” De eerste EBR motorfietsen zijn al vanaf maart 2014 leverbaar.

Maar er is meer goed nieuws! Zoals eerder geschreven zal EBR komend seizoen in het WK Superbike debuteren. Geoff May werd daarbij direct bevestigd als één van de rijders, maar wie de tweede 1190RS-coureur zou worden, bleef lang onduidelijk. Tot nu. Volgens Michael Hill, de man bekend van de interviews na afloop van de SBK-races, is Aaron Yates de gelukkige man. Niet echt een verrassing, want Yates reed – net als May – afgelopen seizoen al op de 1190RS in Amerika.

Kawasaki voor onder de boom

0

Goed nieuws, de eerste 2014 Z1000’s worden al rond 20 december in de Nederlandse Kawasaki-showrooms verwacht! Ook mooi nieuws is dat elke koper, in het kader van 40 jaar Z-series, een bijzonder Z-boek krijgt. Dit boek staat vol met prachtige foto’s van alle uitvoeringen sinds 1972, beschrijft de vroege Superbike-successen van Kawasaki met Eddy Lawson en geeft een overzicht van de accessoires voor de Z.

Meiden geven elkaar ja-woord op MOTORbeurs

0

Twee strak opgelijnde Honda CB600F Hornets staan op de jiffy’s lepeltje-lepeltje in de tuin. Urenlang kunnen de trotse eigenaressen Anne van Os en Nomi Brands vanachter het raam naar dit stilleven turen. Mijmerend over het afgelopen motorseizoen en vooruitkijkend naar wat het hoogtepunt van het nieuwe jaar gaat worden: hun ja-woord op de Biker Wedding van MOTORbeurs Utrecht 2014.

De enorme smile op hun gezicht is onbetaalbaar en het enthousiasme spat er vanaf bij de twee totaal van motorrijden bezeten spraakwatervallen, die over elkaar heen tuimelen om het enthousiasme over de aankomende trouwerij en hun liefde voor motorrijden onder woorden te brengen.

Stil waren de twee vriendinnen wel even toen ze uit alle genomineerden voor het motorsprookje werden uitgekozen. Maar al gauw barstte de vreugde in alle hevigheid los en ging alles wat volgde in sneltreinvaart. Anne (22) deed geknield op straat het aanzoek aan Nomi (24) nadat ze op haar motor kwam aangereden . Rap volgden de ondertrouw en ook de trouwjurken zijn al uitgezocht.

De twee sprankelende meiden wonen in Wijk bij Duurstede in een vrijstaand deel van de woning van Anne’s ouders. Anne: ”Vlak voor de zomer hebben we allebei een Honda Hornet aangeschaft.” Nomi: ”We gaan regelmatig even naar de garage om te kijken.” Ze studeren allebei nog. Nomi is bezig met haar laatste jaar Sport Management en Ondernemen in Amsterdam. Anne heeft nog anderhalf jaar studie Sociaal Pedagogische Hulpverlening voor de boeg in Utrecht.

”Toen we elkaar pas een half jaar kenden woonden we hier al samen”, zegt Nomi. ”Ik zei steeds we gaan ons eerst een keer verloven, dan afstuderen, een huisje kopen en dan wie weet wanneer rustig trouwen. Heel klein, want je bent zo tienduizend euro verder.” Maar ondertussen had haar vriendin lucht gekregen van de Biker Wedding. Anne: ”We geven ons gewoon op, zei ik. Wie weet hebben we straks wel een heel mooi feestje. Ongelooflijk toch dat die droom nu werkelijkheid gaat worden?”

Introductie: BMW S1000R

0

Met het succes van de BMW S1000RR in ons achterhoofd is de komst van de S1000R eigenlijk geen verrassing. Interessant is ‘ie echter wel, want het is een levendig segment waar ook de concurrentie zich op concentreert. We noemen een KTM 1290 Superduke en de nieuwe Z1000 als recente voorbeelden. Afijn, BMW dingt nu ook mee naar de prijzen, met deze uitgeklede S1000R. Randy van der Wal testte de S en dus pleegden we een belletje, nieuwsgierig als we zijn:

 

Nou Randy, het is dus gewoon een S1000RR in schaapskleren?

 

Hm, nee, dat is te makkelijk. De gelijkenissen zijn op bepaalde gebieden zeker groot, rijwielgedeelte en blok bleven voor het grootste deel intact, maar de subtiele aanpassingen laten zich zeker voelen. Zo is de geometrie aangepast en is de 999cc vierpitter uit de RR onthoofd van z’n immense top-end. Dat doet veel met het karakter van deze S1000R. Hoewel aan power geen gebrek (het korte slag blok blijft extreem gretig) is de vermogensafgifte goed te behappen en mooi progressief. Het stuurkarakter is buitengewoon lichtvoetig. Klein detail: de door ons gereden S1000R zat wel vol met (optionele) elektronica zoals DDC en DTC. 

 

Aha, moet de concurrentie zich ernstig zorgen gaan maken?

 

Tsja, het is een BMW, dat alleen zal de meeste al zorgen baren. Maar afgezien daarvan stapt de S1000R duidelijk ‘hoog in’ in dit segment. Qua power en elektronica op het niveau van een directe concurrent als Aprilia Tuono V4 APRC, ook al zo’n ex-superbike. Neusjes van de naked-zalm. 

 

Waar reed je de S1000R eigenlijk?

 

Mallorca, als er een bestemming op het lijf van dit soort nakeds geschreven is, is het dit eiland. De ruige westkust is een absoluut stuurparadijs. Beschouw het meteen maar als een goede vakantietip.

 

Wanneer kunnen we je uitgebreide testbevindingen lezen?

 

In de volgende MOTOR Magazine, tevens de laatste MOTOR oude stijl én Jolink Special, dus gaat dat lezen. 12 december in de winkel.

 

S1000R statisch