maandag 6 april 2026
Home Blog Pagina 29

Interview SWPN-teammanager Frank Brouwer: ‘Je wint geen titels zonder een goede basis’

0
Frank Brouwer

Frank Brouwer (38) is al ruim tien jaar het gezicht én kloppend hart van Team SWPN. Als teammanager zag hij het Nederlandse team uitgroeien van een bescheiden ONK-formatie tot een serieuze speler aan de top van het Duitse IDM-kampioenschap. Frank is niet alleen technicus en organisator, maar ook een motivator voor de rijders. Dankzij de samenwerking met Yamaha Benelux heeft Team SWPN al veel jonge talenten de kans gegeven zich te ontwikkelen. Met Melvin van der Voort en Danny de Boer werden zelfs IDM-titels binnengehaald. Frank is een bevlogen teammanager die als geen ander kan uitleggen hoeveel werk, passie en toewijding er komt kijken bij het runnen van een professioneel raceteam – én bij het beter maken van coureurs.

Frank, hoe word je een topteam in het IDM?

‘Je moet een doorzetter zijn, want motorsport kent veel teleurstellingen. Passie is altijd de drijfveer, want onderweg kom je zoveel obstakels tegen die je anders niet overwint. Motorsport lijkt van buitenaf heel mooi, maar het vergt bloed, zweet en tranen om ergens te komen. Daarnaast moet het moment meezitten en je moet de juiste mensen en partners om je heen verzamelen om dit samen voor elkaar te boksen.’

De ontwikkeling van Melvin van der Voort (rechts) ziet Frank Brouwer (links) als het hoogtepunt van zijn jaren bij Team SWPN.

Hoe ben jij in deze rol terechtgekomen?

‘SWPN was al een bestaand team – opgericht door drie ondernemers uit Dodewaard – toen ik daar ging racen. Ze waren erg enthousiast, maar op dat moment was het nog niet goed georganiseerd. Toenmalig coureur Lennart van Houwelingen is begonnen met het professionaliseren van het team en dat stokje heb ik van hem overgenomen. Op de motor had ik niet het talent waarop ik had gehoopt, waardoor ik vrij vroeg ben gestopt (eind 2015) en verder ben gegaan als teammanager. Het begon ermee om technisch alles op de rit te krijgen. In het ONK deed iedereen dat er nog een beetje bij in de avonduren, maar in het IDM – een veel groter en professioneler kampioenschap – is dat nu wel anders. Samen met de oprichters hebben we deze groei doorgemaakt. Voor mij is het inmiddels meer dan een fulltime job.’

Wat maakt Team SWPN anders dan andere raceteams?

‘Allereerst onze samenwerking met Stichting Zorgeloos Kind, die voor ongeneeslijk zieke kinderen en hun gezinnen een onbezorgde dag organiseert op het racecircuit. Daarnaast werken we samen met Yamaha Benelux – een samenwerking die in 2015 is begonnen en sindsdien steeds verder is geïntensiveerd. Yamaha Benelux investeert via hun R125-, R3- en R7 Cup veel in jonge rijders, omdat zij hen echt een kans willen geven om door te groeien. Dat kan bij ons. Deze rijders krijgen bij ons een kans aan het begin van hun carrière, die ze nergens anders – en zeker niet voor zo’n bedrag – zouden krijgen. Bij veel teams is het zo dat vier rijders moeten betalen voor één betaalde rijder. Die constructie hanteren wij juist niet. Daarnaast hebben we een heel sterke ploeg met mensen die al jarenlang betrokken zijn. En we doen alles als team in eigen huis: van de volledige organisatie tot onze eigen werkplaats, waar de motoren worden getuned en klaargemaakt. En het allerbelangrijkste: we hebben allemaal de wil om dit te winnen.’

Het masterplan voor Luuk de Vries richting de Grand Prix

Wat is jullie visie?

‘Voor ons als team is talentontwikkeling heel belangrijk. Tegelijkertijd is het zo dat je niet alleen maar rijders kunt opleiden om ze vervolgens, zodra ze succesvol zijn, te zien overstappen naar de buurman. Je moet als team ook zelf kunnen meegenieten van de successen. Daarom proberen we ieder jaar een team samen te stellen met een goede balans tussen het opleiden van talent en het behalen van resultaten.’

Er zijn al veel Nederlandse teams met grote verwachtingen begonnen, die vervolgens vrij snel weer afhaakten. Waar gaat het dan vaak fout?

‘Wat ik vaak zeg: wat snel komt, gaat ook weer snel. Ik denk dat mensen er zich op verkijken. In 90% van de gevallen is het keihard werken voor een klein beetje succes. Het spelletje lijkt heel mooi en leuk om te doen, maar het is allesbehalve eenvoudig. En als je dan niet de gewenste resultaten behaalt, kan dat voor kopzorgen zorgen. Je moet sterk in je schoenen staan om toch door te zetten. Daarnaast komt er veel budget kijken bij deze sport. Wij hebben het geluk dat we een trouwe groep hebben die ons al jaren helpt, maar zo’n netwerk bouw je niet zomaar even op.’

Hoe bouw je zo’n trouwe groep op?

‘De moeilijkste periode voor mij persoonlijk was toen ik begon met racen. Niemand kent je en je hebt geen idee hoe je mensen aan je kunt binden. Maar door de jaren heen verzamel je mensen om je heen, en zij lieten mij niet snel vallen – terwijl ik helemaal niet een groot talent was. Ik nam de mensen mee in het proces en kwam mijn afspraken na. Zo gaat Team SWPN ook te werk. Naarmate het team groter werd, kwamen er ook steeds meer commerciële belangen bij. Tegenwoordig moeten we in de raceweekenden ook zorgen voor een goed programma voor onze gasten. Maar uiteindelijk begint het allemaal met het creëren van een klik om partijen aan je te kunnen binden.’

Frank is een perfectionist als het om de motoren gaat en hij verwacht diezelfde toewijding van zijn teamleden.

Hoe selecteer je de teamleden?

‘Natuurlijk op kwaliteit en motivatie. Maar ook verdraagzaamheid is belangrijk, want zonder dat wordt het erg lastig. Tijdens een sessie moet je direct en snel kunnen werken, dan is er geen tijd om telkens netjes “alsjeblieft” te zeggen. Daarnaast hebben we binnen het team een controlerende rol naar elkaar. We vragen continu of bepaalde dingen zijn gedaan en gecheckt. Dat is geen bemoeizucht of wantrouwen, maar bedoeld om te dubbelchecken en fouten eruit te filteren. Ik heb door de jaren heen gemerkt dat niet iedereen daar goed tegen kan.’

Hoe zou jij jezelf als teammanager omschrijven?

‘Ik denk dat ik direct en eerlijk ben, wat voor sommigen wat bot kan overkomen. En ik laat me niet zomaar uit het veld slaan. Mijn hart ligt in de techniek en ik ben geen teammanager die mensen rondleidt op het circuit. De afgelopen jaren heb ik veel geleerd over hoe je een team en mensen moet managen. Wat dat betreft is het een enorm leerzame baan. We kunnen als team ook ontzettend goed met elkaar lachen. Ik denk dat we daar ook wel om bekendstaan in de paddock. We hebben een hechte club mensen om ons heen. Op het moment dat je succes hebt, loopt alles vanzelf. Maar als dat succes uitblijft, moet je extra energie steken in het bij elkaar houden van de groep. Dat geldt ook voor een rijder. Die doet altijd zijn best, maar je moet het plan ook kunnen uitvoeren. Ik zie nog weleens dat het bij teams misgaat, omdat rijders als persoon worden beoordeeld op hun prestaties. Je moet de prestaties op de baan en de mens achter de coureur van elkaar kunnen scheiden.’

Kun je wat meer vertellen over jullie werkwijze met coureurs? Want er zijn meerdere voorbeelden – Danny de Boer, Melvin van der Voort, Vasco van der Valk, Ricardo Brink en Rob Hartog – die hun beste prestaties bij Team SWPN behaalden.

‘Raymond Schouten is onze rijderscoach en hij werkt ook voor Yamaha. Vooral bij jonge rijders – waar wij veel mee werken – speelt hij een enorm belangrijke rol. Eén snel rondje rijden kunnen best veel rijders, maar dan ben je er nog niet. Wij werken aan een solide basis waar een rijder zijn hele carrière iets aan heeft. Het gaat erom dat een rijder consistent is en op elk circuit snel kan zijn. Daar zit een bepaalde gedachtegang achter, waarbij we proberen vaste patronen en structuur aan te brengen.’

Hoe creëer je die vastigheden?

‘MotoGP-rijders kunnen een hele race binnen een paar tienden van een seconde rijden. Dat doen ze niet op gevoel. Ze rijden voor 95% op wetenschap – zeg maar: referentiepunten – en de laatste 5% op gevoel. En dit kunnen maar heel weinig rijders. Voor mij is het belangrijk dat een rijder weet waarom hij hard gaat en dat ook constant kan uitvoeren. Als iemand een sessie eindigt met een 1’38.0, dan moet hij de volgende sessie niet beginnen met een 1’40.5. Je bouwt systematisch naar een rondetijd toe en die wordt dan je nieuwe basis. Niet zomaar op gevoel rijden, maar met structuur en controle.’

Maar de ene rijder heeft ook meer talent dan de andere, toch?

‘Hoe beter de rijder, hoe minder procent van het brein nodig is om hard te gaan. Getalenteerde rijders gebruiken misschien maar 80% van hun brein om snel te rijden; de andere 20% kunnen ze inzetten om de situatie bewust op te slaan, zodat ze het later kunnen analyseren. Als een rijder bijvoorbeeld te vroeg remt voor een bocht, moet hij dat direct opmerken en het een ronde later al kunnen corrigeren. Die mentale ruimte heb je nodig om een topcoureur te worden.’

Wat is voor jou het hoogtepunt met Team SWPN?

‘Dat is toch wel het hele traject met Melvin van der Voort. Hij kwam als 13-jarige jongen bij ons binnen via de Yamaha R125 Cup. Hij begon bij ons op de grote circuits, eerst in de Supersport 300 en later in de Supersport 600. We zijn echt vanaf nul met hem gestart, hebben hem kunnen vormen en samen een prachtige groei doorgemaakt. Dit resulteerde in zeges in het IDM Supersport 300, een titel in het IDM Supersport en WK-punten tijdens zijn debuut met een wildcard in de World Supersport op Jerez. Helaas hebben we het project zoals wij dat oogden met hem niet kunnen afronden.’

Waarom was dat?

‘We hadden hem heel graag afgeleverd in het WK, maar voor ons gevoel was hij er op dat moment nog niet helemaal klaar voor – al klinkt dat misschien vreemd na het behalen van de IDM Supersport-titel in 2023. De basis was er, maar die was nog vrij fragiel. We moesten die vastigheden nog verder versterken. Daarvoor hadden we nog een jaar in het IDM nodig, waarin we ook meerdere wildcards in het WK gepland hadden. We waren graag met hem doorgegaan. Helaas besloot Melvin een andere weg in te slaan. We waren er al bang voor dat, als hij terecht zou komen in een team dat niet verder zou bouwen aan die basis, alles wat was opgebouwd snel zou afbrokkelen. Helaas is dat ook gebeurd en dat vond ik pijnlijk om te zien. Ik geloof nog steeds in zijn talent, maar hij heeft naar mijn idee de verkeerde weg gekozen. Het traject met Melvin is daarom zowel een hoogtepunt als een dieptepunt – juist vanwege de manier waarop het is geëindigd. We waren nog niet klaar.’

Wat is de beste rijder waarmee je hebt gewerkt?

‘Dominique Aegerter. Afgelopen jaar viel hij voor ons in tijdens het IDM-weekend in Assen. Hij is zo’n rijder die niet 100% van zijn brein nodig heeft om hard te gaan. Hij heeft een basissnelheid en bouwt daar systematisch op voort. Hij komt de pitbox in en geeft direct heel gedetailleerde feedback. Hij weet precies waar het probleem zit en als we dat met de afstelling kunnen oplossen, levert hij je meteen een snellere rondetijd. Dat is iets wat alleen een echte toprijder kan.’

Dominique Aegerter (links) is de beste rijder waarmee Frank Brouwer (rechts) binnen Team SWPN heeft samengewerkt.

Kun je ons meenemen in hoeveel tijd je steekt in Team SWPN?

‘Het is zes dagen per week werken in de werkplaats en ook ’s avonds ben ik veel bezig met organisatorisch regelwerk. De drukste periode is eigenlijk niet tijdens het seizoen, maar juist aan het einde én in de voorbereiding op het nieuwe seizoen. We prepareren onze motorblokken zelf en bouwen de motoren ook volledig in eigen huis op. Dat doen we met een kleine groep. Veel andere teams besteden dat soort werk uit. Elk jaar starten we met nieuwe motoren. Daarnaast verzorgen we ook de technische ondersteuning voor een aantal klantenteams. Dat gebeurt allemaal in onze werkplaats, gevestigd in het pand van Ahnendorp Tuning in Duitsland.’

Aalt Toersen over de impact van schrapresultaten: de meeste punten, maar geen wereldkampioen

Is het werk na ruim tien jaar nog steeds leuk?

‘Mensen zeggen weleens: je leeft niet om te werken. Maar ik vind het werk dat ik doe écht heel leuk. Het is druk, stressvol en soms best lastig, maar het is wel wat ik het allerliefst doe. En het is ontzettend breed qua werkzaamheden – van motoren klaarmaken tot de complete organisatie eromheen. Ik kan me op veel verschillende vlakken blijven ontwikkelen. Juist dát maakt het werken voor Team SWPN zo mooi.’

Is het jullie droom om ooit de overstap te maken naar de World Supersport?

‘Op dit moment niet. Ik vind dat 80% van de teams daar achter de feiten aanloopt. Dat komt vooral doordat het seizoen al in februari in Australië begint, waardoor je in de winter nauwelijks tijd hebt om je echt goed voor te bereiden. Je kunt daar alleen het verschil maken als je basis extreem goed is, en het kost ontzettend veel tijd, energie en geld om dat op te zetten. Ten Kate Racing is daar een goed voorbeeld van. Een race winnen is niet eens de ultieme uitdaging. Wat zij doen om structureel succes te boeken, daar kun je alleen maar enorm veel respect voor hebben. En ik vind: als je naar het WK gaat, dan ga je daarheen om te winnen. Niet om zomaar mee te doen.’

Frank Brouwer is veel meer dan alleen teammanager van SWPN. Hij zorgt ook voor het tunen de motorblokken en is de technische kartrekker binnen het Nederlandse IDM-team.

Foto’s: Damon Teerink

40 jaar MOTORbeurs: Suzuki toont gloednieuwe SV-7GX op MOTORbeurs Utrecht!

0

In 2026 viert Suzuki Nederland een bijzondere mijlpaal: het 60-jarig importeur-schap van het Japanse merk in Nederland. Dit feest wordt onder andere gevierd met de Suzuki SV-7GX, een nieuw sportief toermodel in het middensegment. Het was een van de smaakmakers tijdens de internationale motorbeurs van Milaan en wordt een van de smaakmakers tijdens de 40e editie van MOTORbeurs Utrecht.

Het motorblok van de Suzuki SV-7GX is gebaseerd op de bekende 645 cc V-twin die Suzuki al in de SV650 en V-Strom 650 gebruikt. Voor de SV-7GX is het blok aangepast met moderne technologie, waaronder ride-by-wire gasklepbediening, drie rijmodi en een quickshifter. Het vermogen bedraagt 73 pk en 64 Nm koppel. Het Suzuki Intelligent Ride System (S.I.R.S.) omvat onder andere een tractiecontrolesysteem, SDMS-rijmodi, Easy Start System en Low RPM Assist. Het zadel heeft een hoogte van 795 mm. De vering is instelbaar: de voorvork heeft 125 mm veerweg en de achtervering 129 mm, met zeven standen handmatige veervoorspanning. Het subframe en de bagagedrager zijn geschikt voor accessoires zoals top- en zijkoffers. Verder is de SV-7GX uitgerust met gegoten aluminium wielen en Pirelli Angel GT II-banden. De SV-7GX is voorzien van 17 inch wielen, een geïntegreerde bagagedrager, ledverlichting en een TFT-kleurendisplay met smartphoneconnectiviteit. Het 4,2-inch TFT-display geeft informatie over snelheid, rijmodi, hulpsystemen en navigatie via smartphoneconnectiviteit. Het scherm past zich aan dag- en nachtlicht aan en kan via Bluetooth gekoppeld worden aan de Suzuki Ride Connect+ App voor meldingen en ritinformatie. Een USB-C-aansluiting nabij het display maakt het opladen van elektronische apparaten mogelijk.

Aanwezige Suzuki-modellen

  • V-Strom 800
  • V-Strom 800DE
  • V-Strom 1050
  • V-Strom 1050DE
  • SV-7GX
  • GSX-8S
  • GSX-S1000
  • GSX-S950
  • GSX-S1000GT
  • GSX-S1000GX
  • GSX-8T
  • GSX-8TT
  • GSX-8R
  • GSX-R1000R
  • Hayabusa
  • DR-Z4SM
  • DR-Z4S
  • Burgman 400
  • Address 125

Nog meer feest

In 2025 vierde Suzuki een andere grote mijlpaal, die van het 40-jarig jubileum van de GSX-R-familie. De nieuwe Suzuki GSX-R1000R kreeg daarvoor een update op alle fronten – van prestaties, over betrouwbaarheid tot rijplezier. Verbeteringen aan de motor omvatten een efficiënter inlaat- en uitlaatsysteem, nieuwe brandstofinjectoren en een geoptimaliseerd gasklepsysteem. Ook zijn er wijzigingen doorgevoerd in de zuigers, de uitlaatklepdiameter en het uitlaatsysteem voor betere prestaties en lagere emissies. De motor is uitgerust met Bridgestone Battlax RS11-banden en een hoogwaardig Brembo-remsysteem. De Suzuki Drive Mode Selector is aangepast, inclusief een nieuw Smart TLR Control-systeem dat verschillende rijhulpen biedt voor optimale prestaties. Het ontwerp van de GSX-R1000R richt zich op aerodynamica met een Solid & Sleek-thema en optionele dry-carbon winglets voor extra neerwaartse kracht.

Meer artikelen lezen over 40 jaar Motorbeurs?

Indian Motorcycle kiest bewust voor premium segment: geen instapmodellen in de pijplijn

0
Zal Indian vol inzetten op het bouwen van een Trike? (Studio Render)

De nieuwe topman van Indian Motorcycle heeft een duidelijke boodschap voor iedereen die hoopt op een betaalbaar instapmodel: vergeet het maar. CEO Mike Kennedy, een veteraan met 35 jaar ervaring in de powersports-industrie, heeft glashelder gemaakt dat het iconische Amerikaanse motormerk zich volledig blijft richten op middelzware en zware cruisers, baggers, tourers en binnenkort ook trikes. Dit ondanks de duidelijke trend in de markt, waar juist lichtere en betaalbaardere machines enorme groei doormaken.

Strategie tegen de stroom in

Kennedy’s standpunt is opmerkelijk, vooral omdat zijn eigen argumenten tegen hem pleiten. Toen hij vertelde dat zijn dochter de instap-Scout Sixty van bijna 10.000 dollar nog steeds te zwaar en intimiderend vindt met zijn 250 kilo, bleef hij bij zijn standpunt: Indian gaat niet lichter of goedkoper bouwen. “Uitbreiden naar andere soorten motorfietsen zou een afleiding zijn van waar we echt goed in zijn,” stelt de nieuwe baas stellig.

Die overtuiging is niet zomaar uit de lucht gegrepen. De mislukte FTR-lijn, die eind 2024 werd stopgezet, dient als waarschuwend voorbeeld. Deze roadster – noch cruiser, noch tourer, maar een straatgerichte machine geïnspireerd door dirt track racing – genereerde aanvankelijk veel enthousiasme. Ondanks samenwerkingen met renowned custombuilder Roland Sands Design en zelfs twee nationale kampioenschappen in de Super Hooligan raceklasse, bleven de verkoopcijfers ver achter bij de verwachtingen.

2026 Indian Chief Vintage: eerste vragen na de test in Benidorm

Ambitieuze doelstellingen in krimpende markt

Het wordt nog interessanter: Kennedy heeft niet alleen aangekondigd wat Indian níet gaat doen, maar ook wat wel. Het merk wil niets minder dan marktleider worden in álle segmenten waar het actief is – dus cruisers, baggers, touring en binnenkort trikes. Dat betekent Harley-Davidson van de troon stoten, een concurrent die Indian momenteel met ongeveer vijf tegen één uitverkoopt. Bescheidenheid is duidelijk geen belemmering voor de nieuwe CEO.

Toch zijn er aanwijzingen dat deze ambitie niet compleet uit de lucht gegrepen is. Waar Harley-Davidson in 2025 een stevige klap van bijna 13% omzetdaling incasseerde, wist Indian zelfs een bescheiden groei van 1% te realiseren – bescheiden, maar wel positief in een markt die met 5,3% kromp.

Marktdynamiek spreekt andere taal

De realiteit van de motormarkt vertelt echter een verhaal dat haaks staat op Indian’s strategie. Touring-verkopen daalden in 2025 met 13%, cruisers met 6%. Tegelijkertijd explodeerde de adventure-categorie met 52% groei sinds 2019, en groeide het segment sportmotoren onder de 750cc met 13%. Het zijn vooral jongere rijders en vrouwen die deze lichtere, veelzijdigere en betaalbaardere machines omarmen.

De demografische cijfers zijn nog verontrustender voor traditionele cruisermerken. Het percentage motorrijders onder de 18 jaar zakte van 8% in 1990 naar slechts 2% nu. In de cruciale groep van 18-24 jaar daalde het eigenaarschap van 16% naar 6% in dezelfde periode. De vraag is dus: als je geen nieuwe generatie motorrijders binnenhaalt met toegankelijke instapmodellen, wie gaat dan over tien jaar je premium machines kopen?

All-in op Amerikaans vakmanschap

Kennedy zet zijn chips op een andere kaart: Amerikaans vakmanschap als onderscheidend vermogen. Na de overname door private equity-firma Carolwood LP is alle productie – inclusief motorenbouw – geconsolideerd in Spirit Lake, Iowa. “Built in America is geen slogan, het is een concurrentievoordeel,” verklaart Kennedy met overtuiging.

Of deze strategie opgaat, zal de tijd leren. Indian kiest bewust voor kwaliteit boven kwantiteit, voor heritage boven toegankelijkheid, en voor een steeds smaller wordend maar wel lucratief segment. Het is een gewaagde gok in een veranderende markt. Kennedy’s boodschap is helder: Indian blijft trouw aan zijn roots, ook al betekent dat afscheid nemen van potentiële nieuwe rijders die op zoek zijn naar hun eerste, betaalbare machine. Voor de liefhebbers van American iron is dat misschien goed nieuws – exclusiviteit heeft tenslotte zijn prijs.

Trike-offensief als nieuwe groeipijler

Kennedy’s meest concrete aankondiging betreft de lancering van een driewieler, waarmee Indian rechtstreeks de concurrentie aangaat met Harley-Davidson’s succesvolle Tri Glide en Can-Am’s Spyder-lijn. De trike-markt trekt specifiek oudere rijders die stabiliteit zoeken zonder afscheid te nemen van het motorgevoel. Met een vergrijzende klantenbase past dit perfect in Indian’s strategie, al bevestigt het ook de focus op een demografische groep die krimpt in plaats van groeit.

WalzWerk X-Plorer: adembenemende oldskool GS, maar wél 2026-proof

0
WalzWerk X-Plorer: adembenemende oldskool GS, maar wél 2026-proof

Zijn de nieuwste BMW GS’en voor jou te high-tech en te gepolijst, maar is een echte oude GS je net wat te veel gedoe (of simpelweg te oud qua techniek)? Dan is er een sweet spot: de WalzWerk X-Plorer. Die combineert de klassieke GS-uitstraling, maar is opgebouwd met moderne kwaliteitscomponenten en compleet door de Duitse custombouwer doorontwikkeld om écht te rijden. 

Retro vibes, moderne techniek

De X-Plorer pakt die iconische, tijdloze GS-lijn waar iedereen warm van wordt, maar laat de zwakke plekken van een oude donor niet zitten. Het idee is simpel: de charme van toen, met de betrouwbaarheid en afwerking van nu. En ja: hij ziet er ook gewoon belachelijk goed uit. Voor elke X-Plorer neemt custombouwer Marcus Walz immers een donor uit de laatste generatie GS’en met de legendarische luchtgekoelde 2-kleps boxer – bouwjaren 1987 tot en met 1996. Met andere woorden: WalzWerk gebruikt exclusief de BMW R100GS als uitgangspunt, met het litergrote boxerblok in het frame. Alle donor-frames hebben bovendien de Paralever achterbrug, een belangrijke stap vooruit in stabiliteit en aandrijfcomfort binnen dit tijdperk. Rijklaar tikt de X-Plorer 188 kg aan en levert hij 67 pk. Genoeg pit om vlot te sturen op asfalt, en tegelijkertijd precies het soort karakter dat je wil als het pad overgaat in grind en modder.

BMW R 1250 M: zo zou een sportieve boxer met M-DNA eruit kunnen zien

Volledig gereviseerd

De WalzWerk X-Plorer is overigens geen restomod: elke machine wordt volledig opnieuw opgebouwd. Van het blok, over de versnellingsbak, tot de remmen en vering. Elke component wordt volledig gereviseerd en terug samengesteld met nieuwe onderdelen, tot ze aan de strenge kwaliteitsnormen van de bouwer voldoen. Daarnaast ontwikkelt WalzWerk ook eigen onderdelen specifiek voor dit model, zoals veringcomponenten, uitlaatsystemen, subframes en zadels. Kortom: niet alleen een knappe build, maar een doordacht totaalpakket.

Rally of Raid

De X-Plorer is beschikbaar in twee uitvoeringen. Eerst en vooral de Rally-versie, die uitpakt met een compacte cockpit-fairing. Deze variant oogt strakker, lichter, en is volledig uitgevoerd voor die pure rally-uitstraling. En dan is er ook nog de Raid, die het met een ruimere, vaste kuip en valbeugels doet. Meer reisenduro en extra bescherming voor avontuurlijk motorreizen, dus. Beide versies kunnen door WalzWerk uitgerust worden met een robuust, afneembaar koffersysteem, inclusief rondomlopende beschermbeugels. Handig als je ‘m echt als reismachine wil inzetten – maar wel tegen de nodige pluseuro’s. Voorts kan je ook aan de slag met lakkleur en personalisatie van details. Denk aan de kleur van wielen, frame en subframe, blok, uitlaat en meer.

Prijzen

Wie bij WalzWerk een X-Plorer Rally wil kopen, betaalt daarvoor 28.990 euro (inclusief Duitse btw). Ga je voor de X-Plorer Raid, dan breng je 1.000 euro extra mee naar Hockenheim. Ook kan er nog gekozen worden voor diverse opties.

Honda viert 25 jaar van de iconische SH-serie met nieuwe updates

0

Ontworpen en gebouwd in Italië, is het SH-scootergamma een essentieel onderdeel van het straatbeeld in Europese steden. De SH125i is een vaste waarde in de verkooplijsten, met meer dan 20.000 verkochte eenheden per jaar sinds 2020. Ter gelegenheid van 25 jaar SH-scooters zijn er in 2026 nieuwe updates doorgevoerd, waaronder vernieuwde designlijnen en technologieën, met een grotere focus op duurzaamheid.

De SH-serie, gestart in 1984 met de SH50, heeft zich ontwikkeld tot een icoon van stedelijke mobiliteit. De scooters zijn bekend om hun elegante design, betrouwbaarheid en praktische bruikbaarheid. De nieuwste modellen, de SH125i en SH150i, introduceren geavanceerde technologieën zoals een 4,2-inch kleurentft-scherm en Honda RoadSync-connectiviteit, terwijl ze ook gebruikmaken van duurzame materialen.

Honda’s Atessa-fabriek heeft meer dan 1 miljoen SH-scooters geproduceerd, en de vraag naar deze modellen blijft onverminderd hoog. In 2025 werden bijna 60.000 eenheden van de SH-familie verkocht, wat het belang van deze scooters in de Europese markt onderstreept.

De medewerkers van Honda beschouwen de SH als meer dan alleen een scooter; het is een symbool van Italiaans design en Japanse engineering. De sterke verbondenheid met de geschiedenis en de evolutie van de SH maakt het een waar icoon in de wereld van mobiliteit.

Voorbeschouwing MotoGP 2026: titelfavoriet Marc Márquez op jacht naar Agostini’s record

0

2026 wordt een hectisch jaar voor de MotoGP. Onder de paraplu van de nieuwe eigenaar, het Amerikaanse Liberty Media, moeten er wereldwijd in achttien verschillende landen niet alleen 22 GP’s en daarmee 44 races worden afgewerkt. Maar er is meer. Met het oog op de volgende twee jaren moet in de meeste gevallen ook worden besloten welke coureur voor welk merk gaat rijden. Omdat het technisch reglement voor 2027 volledig op de schop gaat, zijn bovendien de fabrikanten gedwongen om compleet nieuwe machines te construeren en te ontwikkelen. Daardoor is niets zeker!

Voor het seizoen 2002 vond de tot nu grootste verandering op technisch gebied in de koningsklasse van het WK-wegracen plaats. Want toen maakte de 500cc-klasse plaats voor de zogenaamde ‘MotoGP’. Hiervoor werd de tweetaktmotor in de ban gedaan en mochten er na een overgangsjaar alleen maar viertakten met een maximale cilinderinhoud van 990 cc aan de start verschijnen. Met Bridgestone, Dunlop en Michelin waren er drie bandenfabrikanten in de nieuwe koningsklasse actief. Maar omdat de machines al snel te snel werden, werd voor 2007 de cilinderinhoud teruggebracht naar 800 cc en mochten de motoren niet meer dan vier cilinders hebben. Natuurlijk ging de technische ontwikkeling door. Met meerdere reglementswijzigingen tot gevolg. Zo werd in de loop der jaren de veroorloofde hoeveelheid brandstof, het aantal te gebruiken motorblokken en het aantal banden teruggebracht. In 2009 werd met Bridgestone voor het eerst slechts één bandenleverancier in de MotoGP toegestaan. Omdat het wedstrijdbeeld met de 800cc-motoren tegenviel, werd voor 2012 de maximale cilinderinhoud tot 1000 cc vergroot. De maximaal vier cilinders mochten niet meer dan een doorsnee van 81 mm hebben, dit om het toerental te beperken. In grote lijnen bleef het technisch reglement tot nu toe hetzelfde. Alleen kwam er een vorm van eenheidselektronica en wisselde Michelin in 2016 Bridgestone af als enige bandenleverancier.

Omdat de machines andermaal te snel zijn geworden en er moeilijk mee kan worden ingehaald, komen er voor 2027 ingrijpende technische maatregelen. Zo gaat de maximale inhoud van de viercilinders naar 850 cc (met een maximale boring van 75 mm), worden de ride-height- en holeshot-devices verboden en worden ook de aerodynamische hulpmiddelen, oftewel de ‘vleugels’, kleiner. Bovendien komt er met Pirelli andermaal een nieuwe bandenleverancier. Vol spanning wordt uitgekeken naar de eerste tests met de 2027-prototypes en banden. Die gaan plaatsvinden na de GP’s van Tsjechië en Oostenrijk.

Ducati als maatstaf

Maar eerst nog het 25e MotoGP-seizoen dat tevens dus een afsluiting van andermaal een technisch tijdperk is. Een tijdperk dat door Ducati de laatste vier jaar werd beheerst bij de coureurs en maar liefst zes achtereenvolgende jaren bij de constructeurs. Tijdens de eerste test van 2026 in Maleisië werd onmiddellijk duidelijk dat het Italiaanse merk ook voor dit seizoen de maatstaf vormt. Want de vijf aanwezige Ducati-coureurs — Fermín Aldeguer is nog herstellende van een dijbeenbreuk — klasseerden zich op de laatste testdag bij de snelste zes. Alleen Marco Bezzecchi (Aprilia) wist als tweede een complete Ducati-dominantie te voorkomen. Álex Márquez, die intussen als ‘Sepang-specialist’ kan worden betiteld, was zowel de snelste over één ronde als over een race-(Sprint)-simulatie. De Gresini-coureur heeft dit seizoen de beschikking over de nieuwste Ducati. Als derde volgde een andere GP26-rijder. Dat was VR46-coureur Fabio Di Giannantonio. Vlak hierachter zaten Pecco Bagnaia en Marc Márquez, oftewel de beide Ducati-fabriekscoureurs. Dat was voor velen een opluchting. Zeker in het geval van Bagnaia. Na een desastreus 2025-seizoen toonde de tweevoudig MotoGP-wereldkampioen zich zeer ingenomen met met name het gevoel in de voorkant van de nieuwe GP26. En Marc Márquez bleek na zijn zoveelste blessureleed onmiddellijk weer hard te kunnen gaan.

Pecco Bagnaia heeft op de Ducati GP26 zijn zelfvertrouwen en snelheid hervonden.

Hoewel testen slechts testen is (en blijft), is toch de eerste indruk dat de machtsverhoudingen ten opzichte van verleden jaar niet veel zijn veranderd. Want tijdens de eerste vergelijking in 2026 werden Ducati en Aprilia gevolgd door KTM (Pedro Acosta als achtste), Honda (Joan Mir, die verrassend op de tweede dag de snelste was geweest, als negende) en vervolgens Yamaha. Laatstgenoemde fabrikant doet, net als Honda, er heel veel aan om terug te keren aan de top van de MotoGP. Zo werden er minimaal tien nieuwe V4-machines gebouwd voor haar vier GP-coureurs en meerdere testrijders. Een hele investering. Ook al omdat die machines slechts één seizoen zijn te gebruiken. De eerste grote test ervan verliep in Sepang bepaald niet naar wens. Zeker niet voor kopman Fabio Quartararo. De Fransman kwam op de eerste dag van de officiële test hard ten val, met als gevolg dat hij met een gebroken linker middelvinger onmiddellijk huiswaarts keerde. Nog was alle leed voor Yamaha nog niet geleden, want tijdens de middagsessie verschenen de andere rijders van de Japanse fabrikant ook niet meer in de baan. Volgens een woordvoerder had dit niets met de val van Quartararo te maken, maar was er sprake van een ander technisch probleem waardoor de veiligheid van de coureurs in het geding kwam. De volgende en laatste testdag kwamen de Yamaha-coureurs wel weer in actie, maar wel op machines die minder toeren draaiden.

Aalt Toersen over de impact van schrapresultaten: de meeste punten, maar geen wereldkampioen

Heel vroege transferperiode

De problemen konden voor Yamaha niet op een slechter moment komen. Want de kans dat Fabio Quartararo het merk gaat verlaten, is er alleen maar groter door geworden. Voor alle malheur werd de wereldkampioen van 2021 al in verband gebracht met een overstap naar Honda voor de seizoenen 2027 en 2028. Op het moment van schrijven is alleen zeker dat van de topcoureurs Marco Bezzecchi ook in het 850cc-tijdperk bij Aprilia rijdt. Het ligt voor de hand dat de verbintenis tussen Marc Márquez en Ducati wordt verlengd. Zeker is dat Jorge Martín Aprilia gaat verlaten om waarschijnlijk naar Yamaha te gaan. Pedro Acosta heeft zijn zinnen gezet op een fabrieks-Ducati. Dit zou dan ten koste gaan van Pecco Bagnaia. Op zijn beurt is de Italiaan welkom bij alle andere fabrieksteams. En wat gaat Álex Márquez doen? Blijft hij bij Gresini-Ducati of stapt hij eventueel over naar KTM? De verwachting is dat het merendeel van de rijdersbezetting voor 2027 duidelijk zal zijn voor de start van het seizoen 2026. Overigens zorgt het zo vroeg starten van de transfermolen er wel voor dat er dit seizoen een vreemde situatie ontstaat. Zo zullen de vertrekkende coureurs vast niet de nieuwe 850cc-machines van hun huidige werkgever gaan testen. En het is natuurlijk een vraagteken welk merk met de beste 2027-machine op de proppen komt.

Marc Márquez is favoriet

Maar eerst dus nog genieten van het laatste seizoen van het 1000cc-tijdperk. Hoewel hij kort na het behalen van zijn zevende MotoGP-wereldtitel in Japan buiten zijn schuld geblesseerd raakte en zo vier maanden niet op een MotoGP-machine had gereden, liet Marc Márquez bij zijn eerste optreden in 2026 zien dat hij nog niets van zijn motivatie en snelheid heeft verloren. Een kwestie van instinct en talent. De nu 33-jarige regerend wereldkampioen gaat zo ook in 2026 als grote favoriet voor de titel van start. Mocht hij opnieuw de titel behalen, dan komt de Spanjaard wat het totaal aantal wereldtitels in de koningsklasse (500cc en MotoGP) betreft op gelijke hoogte met Giacomo Agostini. Bovendien gaat MM93 dan wat het totaal aantal kampioenschappen betreft zijn grote rivaal Valentino Rossi voorbij. Want met tien titels op zak nestelt de Spanjaard zich dan in het klassement ‘Meest succesvolle motorwegracecoureur aller tijden’ achter Giacomo Agostini (met vijftien titels) en Ángel Nieto (met dertien) alleen op plaats drie.

Na eerst nog twee testdagen op 21 en 22 februari te hebben afgewerkt, gaat het weekend erop in het Thaise Buriram het 78e Wereldkampioenschap wegrace van start.

Foto’s: MotoGP.com, ANP en Teams

MOTOGP-wereldkampioenen bij de coureurs

Positie Coureur Titels Jaren
1Marc Márquez (E)7x2013, 2014, 2016, 2017, 2018, 2019, 2025
2Valentino Rossi (I)5x2002, 2003, 2004, 2005, 2009
3Jorge Lorenzo (E)3x2010, 2012, 2015
4Francesco Bagnaia (I)2x2022, 2023
5Casey Stoner (AUS)2x2007, 2011
6Nicky Hayden (USA)1x2006
7Jorge Martin (E)1x2024
8Joan Mir (E)1x2020
9Fabio Quartararo (F)1x2021

Bij de contructeurs

Plaats Merk Aantal zeges Jaren
1 Honda 12x 2002, 2003, 2004, 2006, 2011, 2012, 2013, 2014, 2016, 2017, 2018, 2019
2 Ducati 7x 2007, 2020, 2021, 2022, 2023, 2024, 2025
3 Yamaha 5x 2005, 2008, 2009, 2010, 2015

Coureurs met de meeste titels in de koningklasse

Positie Coureur Land Titels
1Giacomo AgostiniI8
2Marc MárquezE7
2Valentino RossiI7
3Michael DoohanAUS5
4Geoff DukeGB4
4Mike HailwoodGB4
4Eddie LawsonUSA4
4John SurteesGB4
9Jorge LorenzoE3
9Wayne RaineyUSA3
9Kenny Roberts srUSA3

Quotes

2026 Indian Chief Vintage: eerste vragen na de test in Benidorm

0
2026 Indian Chief Vintage

Indian heeft niet alleen een nieuwe CEO en een nieuwe investeringsmaatschappij achter zich, het merk bestaat ook 125 jaar. Om dat allemaal te vieren, lanceren de Amerikanen een nieuwe Chief Vintage. En dat is gewaagd, want welk ander merk heeft een model in het gamma met een design van de jaren 40?

Motor.nl: Geen enkel ander merk?

Gijs Gilis: “Dat klopt. Indian heeft gekeken naar de styling van de 1940 Chief en dat overgebracht op het platform van de huidige Chief. Het resultaat is indrukwekkend, of je het mooi vindt of niet. Een grijze zone zien we niet echt gebeuren voor dit type motorfiets. Je vindt het leuk, of verschrikkelijk.”

Nieuw: 2026 Indian Chief Vintage

Wat is er allemaal gebeurd met het design?

Gilis: “Wat het meest opvalt, zijn de afgedekte, grote spatborden. Die bestaan trouwens uit één stuk metaal, wat naar het schijnt best bijzonder is. Verder is er een solozadel, spaakwielen, een hoog, gebogen stuur en een opvallende – hoewel in het zwart – dubbelloops uitlaat. Sta je recht voor of achter de Vintage, zie je hoe smal hij gemaakt is.”

Indian is nogal sterk qua details en afwerking. Is dat hier ook het geval?

Gilis: “Absoluut. De afwerking is van een erg hoog niveau, zoals we van het merk gewend zijn. Leuke details zijn de zwart gespoten cilinders en zilverkleurige cilinderkoppen – net zoals vroeger. Of de goed verscholen USB-poort onder het stuur. Maar het leukst vinden we het lichtgevende indianenhoofd op het voorspatbord. Daardoor wordt die meteen herkenbaar als een Indian.”

Schuilt er onder die klassieke look moderne technologie?

Gilis: “De Thunderstroke 116 V-twin mag dan luchtgekoeld zijn, hij is wel voorzien van drie rijmodi. Ook het gekende Ride Command wordt gebruikt op de Vintage. Dat touchscreen dashboard ziet er eenvoudig rond en simpel uit, maar werkt geniaal en heeft zelfs ingebouwde gps. Het systeem is voor dit jaar flink geüpdatet waardoor het nu een stuk sneller opstart en reageert. Zelfs met handschoenen aan gaat dat prima.”

Indian Motorcycle komt met waanzinnig mooie (en gloednieuwe) Chief Vintage naar MOTORbeurs Utrecht

Heb je ook nog een beetje gereden daar in het (altijd zonnige?) Benidorm?

Gilis: “’’Altijd zonnig’ krijgt een terecht vraagteken, want ’s nachts is hier wel wat neerslag gevallen. Gelukkig is ’s ochtends de zon doorgebroken – wat ook qua temperatuur welkom was – en konden we na de lunch stevig op het gas.”

Het lijkt nu niet meteen een motorfiets om snel mee over bergwegen te rijden.

Gilis: “Juist. Maar het kan wel, zij het met 327 rijklare kilo’s die je moet afremmen en een zeer beperkte grondspeling. Gelukkig heeft het motorblok 156 Nm koppel, waardoor je alle verloren tijd in bochten weer meteen goedmaakt op het rechte stuk. Cruiser of niet, als die kronkelwegen opduiken, kriebelt het altijd. Al zit je op een 50cc. Over kriebelen gesproken, mijn maag begint wat te knorren…”

Dorst of honger? Waarom de vraag stellen als we het antwoord al weten… Schol! Euh… smakelijk!

44ste Pokerrit – seizoensopening bij Motorclub Randstad Leiden

0

Op zondag 29 maart 2026 luidt Motorclub Randstad Leiden het motorseizoen in met de 44ste Pokerrit. Deze openingsrit staat open voor alle motorrijders, ongeacht merk of type motor.

De inschrijving vindt plaats tussen 09:30 en 11:00 uur bij de club. Onder het genot van een kop koffie met iets lekkers ontvang je de route van ongeveer 180 kilometer, geschikt voor Garmin of TomTom. Sluit je aan bij een gezellig groepje of rij de route op eigen tempo.

Onderweg zijn er twee stops: een koffiestop en een verzorgde lunchpauze. Tijdens deze tussenstops en terug bij de club kun je meedoen aan de pokerspellen en kans maken op leuke prijzen.

De dag wordt feestelijk afgesloten met een gezamenlijke BBQ. Een ideale gelegenheid om kennis te maken met de club en andere motorrijders uit de regio.

Meer informatie vind je op mcrandstad.nl.

40 jaar MOTORbeurs: tips bij het zelf aankopen van een tweedehands motor

0

Zeg je MOTORbeurs Utrecht, zeg je automatisch ook heel veel tweedehands motoren en natuurlijk ook vette aanbiedingen op motorkleding. Zulke kansen wil je niet laten liggen, maar in datzelfde enthousiasme schuilt een groot gevaar. Een gevaar dat wij met deze tips graag voor je tackelen.

Motorfietsen hebben onderhoud nodig. Er zijn grote beurten en kleine beurten, maar er zijn ook hele grote beurten (en dus ook hele dure beurten). Het is dus belangrijk om je goed te oriënteren op de motorfiets die je wilt gaan kopen. Ken het onderhoudsschema, weet bij welke beurten er dure reparaties te verwachten zijn. Vraag dan ook altijd of je het onderhoudsboekje kunt inzien – hoewel dat tegenwoordig vaak moeilijker gaat, omdat dealers dit digitaal bijhouden. Is er geen ingevuld instructieboekje, dan kun je in elk geval vragen of je rekeningen van het onderhoud kunt inzien of vragen bij welke dealer de motor in onderhoud is geweest. Dan kun je die naar het onderhoud informeren en kun je ook controleren of de kilometerstand klopt. Iets dat anders moeilijk te controleren is, hoewel de algehele toestand van de motor wel een indruk geeft. Een doorgezakt zadel, versleten remschijven, veel steenslag in de kuip of de ruit en veel slijtage op de kroonplaat door een sleutelbos geven wel iets aan. Hoewel veel van die onderdelen ook te vervangen zijn.

Schade

Bij de algehele beoordeling van de motor is het eveneens belangrijk om te kijken of de motor schade heeft of kan hebben gehad. Kijk naar kleurverschillen in kuipdelen of stickers, kijk of de kuipdelen mooi op elkaar aansluiten en of er geen barsten in zitten. Krassen in het frame, de voorvork of de achterbrug zijn ook verdachte tekenen. Aan frames mag eigenlijk niets worden gerepareerd, dus bij diepe krassen of breuklijntjes kun je beter naar een andere motor omzien. Bij supersportmotoren kun je ook nog tekenen van een circuitbestaan aanlopen. Die hebben vaak een circuitkuip gehad, waarbij de originele kuip in opslag is geweest en er dus nog prachtig uitziet. De motor zelf heeft dan een zwaar leven gehad. Je herkent deze motoren vaak aan gaatjes in de rembouten en de olievuldop, waar borgdraad doorheen heeft gezeten. Verder kun je het zien als er aan een motor veel is gesleuteld: de bouten van het blok zijn dan vaak niet mooi scherp meer, de hoeken van de zeskanten zijn afgesleten.

Pekelfiets

Uiteraard wil je graag een betrouwbare motorfiets. Controleer de motor daarom goed op pekelschade: een motorfiets waar in de winter mee is doorgereden heeft vaak roestige bouten, uitlaten en zogenaamde bloemkolen op het aluminium. Dat is niet alleen minder mooi, het geeft ook aan dat veel bouten en moeren vastgeroest kunnen zijn en dat elektrische verbindingen corrosieschade kunnen hebben en tot storingen kunnen leiden.

Velgen

Is de eerste indruk goed, dan kun je de motor technisch gaan inspecteren. Zet de motor op de middenbok of de zijstandaard en laat een vriend(in) de wielen los van de grond trekken. Draai aan de wielen en controleer of ze soepel draaien en of er geen slingering in de velg zit, die aangeeft dat de velg een tik heeft gehad. Controleer de velg ook op scheuren en tik bij spaakwielen op de spaken om te kijken of ze allemaal hetzelfde klinken. Klinkt er een lager, dan zit die los. Dat hoeft geen ramp te zijn, maar het moet wel gesteld worden. Kijk ook meteen of er geen scheuren in de velg zitten; bij oude spaakwielen willen er rond de spaken wel eens scheurtjes ontstaan. Let bij het draaien ook op de remschijf: als die onregelmatig tegen de blokken aanloopt, is de schijf krom en moet je ze vervangen. Dat is duur.

Banden

Ben je met de wielen bezig, kijk dan goed naar de banden. Zijn ze onbeschadigd, vertonen ze geen droogtescheurtjes of scheve slijtage? Zie je tekenen van reparatie (veter), dan moeten ze eraf. Dat moet ook als de profieldiepte minder dan de wettelijke 1 mm is. Wij raden al vanaf 2 mm aan. De minimale profieldiepte wordt aangegeven door ‘Tread Wear Indicators’. Dat zijn ondiepe plekjes in de profielgroeven. Als het rubber gelijkgesleten is rond de indicator, dan is de band op. De plek van de indicator wordt meestal op de wang van de band aangegeven met een pijltje en de letters TWI. Verder is het belangrijk om te controleren of de snelheidsindex en de draagindex van de band overeenkomen met de specificaties die voor de motorfiets gelden. Een goede maat wil nog niet zeggen dat je de goede bandconstructie hebt. Een verkeerd karkas kan de veiligheid en stuureigenschappen flink beïnvloeden. Ook de leeftijd van de band kan dat. Die kun je aflezen aan de hand van het DOT-nummer op de zijwangen. Achter de letters DOT staan vier cijfers: de eerste twee geven de productieweek aan, de laatste twee het productiejaar. Als de banden meer dan vijf jaar oud zijn, is het rubber al harder en geven ze minder grip. Zijn ze tien jaar oud, dan moeten ze er zeker af. Bevat het DOT-nummer maar drie cijfers en een driehoekje, dan is de band van voor 2000. Zonder driehoekje van voor 1990.

Remmen

Controleer de remschijven op groeven en probeer met een zaklampje te kijken hoe dik de remblokken nog zijn. Motorfietsremblokken zijn nieuw al niet zo dik, maar als ze onder de millimeter komen, moeten ze eraf. Kijk of de remslangen droog zijn en of er geen scheurtjes in zitten. De remvloeistof in het reservoir moet helder zijn, anders is er sprake van achterstallig onderhoud. Je merkt dan vaak ook dat de remmen sponzig aanvoelen. Voel ook even aan de voorvork of je speling op de balhoofdlager voelt en of het stuur soepel van links naar rechts draait, zonder een zwaar punt in het midden. Is dat er wel, dan is het balhoofdlager ingeslagen en moet het worden vervangen. Dat is best prijzig. Ook het vervangen van lekkende voorvorkkeringen is niet goedkoop, vooral bij upside-downvoorvorken. Kijk dus goed of de stofkappen in de voorvork droog zijn en of er geen leksporen naar de onderkant van de voorvork lopen. Controleer ook of de vering voor en achter soepel beweegt, zonder al te veel stick-slip. Bij motoren met een linksysteem willen lagerbusjes van de hevels nog wel eens vastroesten.

Motorblok

Uiteraard mag een controle van het motorblok niet ontbreken. Troebele koelvloeistof of asgrijze motorolie kan duiden op een lekke koppakking. Natuurlijk mogen er ook geen pakkingen of keerringen lekken. Het blok kan schoongespoten zijn. Kijk dus ook even waar de motor normaal geparkeerd staat of de vloer daar schoon is. Kijk ook naar witte sporen op de radiateur; die wijzen op een lekkage van koelvloeistof. Controleer ook de toestand van uitlaatbochten en de uitlaatdemper. Het kan duur zijn om doorgeroeste uitlaatpijpen of dempers te vervangen. Kijk ook of de uitlaat een ECE-goedkeuring heeft en of de dB-killer – dat is een extra binnenpijpje in het uiteinde van de demper – nog aanwezig is. Sommige mensen vinden een lawaaierige motorfiets leuk, maar je buren en de politie meestal niet. De statische controle eindigt met de aandrijving: controleer de swingarm-lagers door te kijken of je de swingarm soepel heen en weer kunt bewegen. Kijk naar de positie van de kettingspanners. Staan ze voor- of achteraan hun stelbereik? Probeer of je de ketting in het midden van het achtertandwiel los kunt trekken van het tandwiel. In dat geval is de ketting versleten en moet de ketting-tandwielset worden vervangen.

Starten

Na de statische controle wordt het spannend: controleer of de motor koud is voor je hem probeert te starten. Een slecht startende motor wordt vaak warmgedraaid voordat de klant komt kijken, want een warme motor start veel gemakkelijker. Een warme motor is dus verdacht en kan wijzen op een slechte compressie. Let op of de motor bij de start goed ‘rond’ komt. Een accu gaat vier tot tien jaar mee, afhankelijk van de kwaliteit van de accu, het laadsysteem en het gebruik van de motor. Soms staat er een datum op een accu, dan weet je al iets. Als de motor start, luister dan of de motor mooi regelmatig loopt en of je tikkende of rammelende geluiden hoort, zowel met een koude als een opgewarmde motor. Geluiden kunnen wijzen op een versleten distributieketting, versleten lagers of slecht gestelde kleppen. Let ook op het dashboard of daar lampjes blijven branden die storingen aangeven. Let ook op of het ABS-lampje brandt. Dat mag pas uitgaan als je rijdt. Bij storing in het ABS-systeem wordt het controlelampje wel eens verwijderd voor de verkoop. Dan zie je niet dat het ABS-systeem kapot is.

E10

Start de motor niet, dan loop je behoorlijk risico. Je kunt immers niet controleren of alles werkt. Je ziet en hoort tegenwoordig vaak de kreet ‘motor rijdend weggezet, maar start nu niet’, met de mededeling dat het dan wel een kleinigheid zal zijn. Meestal betekent het dat er E10 in de tank zat en dat de tank schoongemaakt moet worden en de benzineslangen vervangen. Bij oudere motoren – voor 2000 – moeten de carburateurs ultrasoon gereinigd worden, afgesteld en gesynchroniseerd. Ook de pakkingen in de carburateur ontkomen niet aan vervanging. Heb je met een ‘moderne’ motor te maken, dan moeten de brandstofpomp en de injectoren ultrasoon worden gereinigd of vervangen. De hoge concentratie bio-ethanol in E10 zorgt er namelijk voor dat deze benzine razendsnel veroudert en degenereert, waardoor het hele brandstofsysteem vervuild raakt. Dat kan na zes weken stilstaan al het geval zijn. Soms kun je de boel nog redden door een brandstofsysteemreiniger aan de benzine toe te voegen, maar dan heb je puur geluk. En natuurlijk kan het ook nog een andere oorzaak zijn: kapotte brandstofpomp, defecte CDI of erger.

Proefrit

Het blijft een heet hangijzer: veel motoren worden bij een proefrit gestolen. De kans is dus groot dat je bij een particulier geen proefrit mag maken. Probeer dan in elk geval of de koppeling goed te bedienen is en goed aangrijpt. Als de motor een middenbok heeft, kun je ook controleren of je alle versnellingen kunt inschakelen. Dat gaat uiteraard beter bij een proefrit. Mag je dat wel, dan kun je ook controleren of de motor goed op het gas reageert, goed remt, strak rechtuit rijdt en gemakkelijk stuurt.

Meer artikelen lezen over 40 jaar Motorbeurs?

40 jaar MOTORbeurs: Mooi Wark trapt af met nieuw motornummer

0

Op 19 februari om 11:00 uur barst het muziekfeest los in hal 12 van de Jaarbeurs. Ter ere van het 40-jarig jubileum van MOTORbeurs Utrecht heeft Mooi Wark speciaal een gloednieuw motornummer opgenomen. De Drentse band, bekend om hun eerlijke rock en no-nonsense houding, brengt een ode aan alles wat ronkt, ploft en buldert. Recht uit de uitlaat!

Na de presentatie van hun nieuwe nummer trakteert Mooi Wark het publiek op een set van dertig minuten vol goede muziek. Verwacht geen poeha of franje, maar pure energie — zoals een klassieke Moto Guzzi over de Ruinerdijk: ruw, echt en gelukkigmakend.

Wie erbij wil zijn, doet er goed aan vroeg te komen want hal 12 heeft geen oneindige capaciteit. De startbelofte is een knallende aftrap van de MOTORbeurs die nog lang zal nagalmen. Maak het mee!

Meer artikelen lezen over 40 jaar Motorbeurs?