Dus geen variabele kleptiming voor de nieuwe motoren van de Glide-serie, maar bekijk het eens positief. Toen de Milwaukee-Eight 117 V-twin verscheen in de Street Glide ST in 2022, had deze al een high-performance nokkenas en een nieuwe inlaat- en uitlaatconstructie, en dit jaar is hij nog verder verbeterd. Voor 2024 krijgt de in rubber-gemonteerde M8 117 nieuwe vloeistofgekoelde cilinderkoppen met een hervormde verbrandingskamer, evenals een nieuw koelsysteem. Daarnaast wordt ook het luchtfilterhuis nog lichter gemaakt en vergroot. Dit alles resulteert in een – geclaimd – vermogen van 105 pk en 176 Nm-koppel, cijfers die de meeste langeafstandsrijders zeker tevreden zullen stellen.
Wat betreft de vering, deze is grotendeels overgenomen van de CVO-motoren, met een nieuwe 49mm-Showa voorvork (met Dual Bending Valve) die 117 mm veerweg biedt en de Showa-achterschokdemper met 76 mm veerweg. Dat is, geloof het of niet, meer dan het uitgaande model). De achterschokdemper is ook instelbaar qua voorspanning.
Verbeterd Brembo-remsysteem
Hoewel de rest van het hoofdframe ongewijzigd blijft, hebben beide Glides ook verbeterde Brembo-remsystemen gekregen met aan de voorkant grotere 320mm -chijven gekoppeld aan radiaal gemonteerde remklauwen en achteraan een 300mm-schijf. Samen met het lagere gewicht van beide motoren zou dit moeten resulteren in merkbaar betere remkracht. Ter zijde, alle verbeteringen op de standaardmodellen lijken de ST-versies van de Street en Road Glide overbodig te maken.
De zogenaamde infotainment-systemen op beide modellen hebben een aanzienlijke upgrade gekregen voor 2024, met een enorm 12,3-inch TFT-kleuren touchscreen dat het dashboard domineert (en alle vorige analoge instrumenten en de meeste schakelaars vervangt). Het besturingssysteem heet Skyline OS, maar je hebt ook toegang tot een volledige reeks elektronische rijhulpsystemen via dat grote scherm, met presets voor Road, Sport, Rain en Custom rijmodi. Beide motoren beschikken ook over hellingshoekafhankelijke tractiecontrole en ABS, en – oh ja – een nieuwe 200-watt versterker.
Als je in Amerika investeert in de MotoAmerica King of the Baggers, kun je tenminste proberen meer rendement uit die investering te halen. Zou Harley-Davidson dat hebben gedacht toen de promotie met het CVO-label voor de Road Glide ST ter sprake kwam? In elk geval is de CVO Road Glide ST een gelukte stap richting de racers.
In de CVO Road Glide ST is de Milwaukee-Eight 121-motor met variabele kleptiming opnieuw afgesteld om volgens Harley-Davidson 127 pk en 196 Nm-koppel te produceren. Deze versie van de 121-motor draait iets hoger in toeren en levert z’n piekvermogen bij iets meer torren, namelijk bij 4.900 tpm.
Qua technologie omvat de CVO Road Glide ST een kleuren-touchscreen display en vijf vooraf ingestelde rijmodi (waarvan twee voor het circuit, wat ongetwijfeld een primeur is voor Harley-Davidson), evenals meerdere aangepaste rijmodi. En omdat dit nog steeds een luxe Harley-Davidson bagger is, krijg je ook het volledige audiosysteem met een 500-watt versterker en 6,5-inch speakers in de kuip.
De CVO Road Glide ST is verkrijgbaar in Golden White Pearl of Raven Metallic lakkleuren met een Screamin’ Eagle-afbeelding aan de zijkant, tegen een startprijs van €56.495.
Öhlins heeft de SmartEC3 semi-actieve vering geïntroduceerd op de 2024 Honda Fireblade SP. Deze vering speelt een cruciale rol bij het verbeteren van de prestaties van high-performance sportmotoren, naast krachtige motoren en lichte frames.
Öhlins is een bekend en gerespecteerd merk in de veringsindustrie en staat bekend om zijn innovatieve benadering. Het SmartEC3-systeem combineert hoogwaardige veringscomponenten met geavanceerde elektronische besturing. Het maakt gebruik van vier semi-actieve veeralgoritmes die real-time kunnen worden geselecteerd: Sport, Track, Rain en Manual. Het systeem maakt gebruik van het Objective Base Tuning Interface (OBTi) om veringsaanpassingen te doen op basis van remmen, gewichtsoverdracht en acceleratie.
1 van 2
Dit resulteert in verbeterde bochtengrip, tractie en prestaties. De hardware van het SmartEC3-systeem bestaat uit Öhlins 43mm S-EC3 (SV) NPX USD-vorken aan de voorkant en TTX36 EC-achterschokdempers aan de achterkant. Het systeem bevat ook een schuifklepventiel voor intuïtieve fijnafstemming en verbeterd comfort.
Hoewel momenteel alleen beschikbaar op de 2024 Honda Fireblade SP, wordt verwacht dat het SmartEC3-systeem in de toekomst standaard zal worden op meer motorfietsmodellen.
Searider is een jong bedrijf dat de markt van jetski’s wil betreden met de eerste milieuvriendelijke ‘motorfiets voor op zee’ met een futuristisch design. Met merken als Kawasaki en Yamaha die jetski’s aanbieden in hun assortiment, is de wereld van motorvoertuigen die op het water glijden niet zo ver verwijderd van die van motorfietsen. En net als ons vakgebied staat ook deze sector onder druk vanwege het milieu.
Daarom wilde het bedrijf Searider van Flavien Neyertz deze sector ‘revolutioneren’ door een niet alleen mooi vormgegeven maar ook milieuvriendelijke scooter voor op zee aan te bieden. De Searider-jetski stoot namelijk geen CO2 uit tijdens gebruik, omdat hij is uitgerust met een 100% elektrische motor en een actieradius tot wel 90 minuten heeft, met een gewicht tussen 65 en 70 kg.
De batterijen zijn verwisselbaar, waardoor je langer kunt genieten van je watersportactiviteiten zonder je zorgen te maken over het milieu. Searider omschrijft hun voertuig zelfs als een ‘motorfiets voor op zee’, waarmee ze willen benadrukken dat dit innovatieve product niet alleen duurzaamheid biedt, maar ook plezier en spanning op het water.
In het assortiment zijn al drie modellen beschikbaar. De Seacruiser valt op door zijn vriendelijke uitstraling, vergelijkbaar met die van een Vespa. Daarnaast is er de Searacer, die het sportiefst is met zijn 45 pk en een topsnelheid van 77 km/u. Tot slot is er de Seacross, waarvan de specificaties nog niet zijn gepresenteerd.
Deze jetski’s van Searider zijn ware pareltjes op het water, maar ze hebben wel hun prijs. De Searacer kost €27.950 en de Seacruiser €22.800. Beide modellen zijn nu beschikbaar voor pre-order op de website van het merk, waardoor watersportliefhebbers alvast kunnen uitkijken naar hun volgende avontuur op zee.
Om het 25e jaar van de speciale CVO-modellen te markeren, brengt Harley-Davidson de traditioneel langgerekte, van alle gemakken voorziene en prachtig gelakte CVO-lijn naar een terrein waar het nog nooit eerder is geweest: offroad met de Pan America. Durf je het aan om met je chique CVO-lak de prut in te gaan? Harley spoort je aan om dat vooral te doen met de 2024 CVO Pan America.
De CVO Pan America is een van de nieuwe modellen die Harley-Davidson heeft onthuld voor 2024. En die is meteen anders dan alle andere limited edition-modellen in de 25-jarige geschiedenis van Harley-Davidson’s Custom Vehicle Operations.
De prestaties van de CVO Pan America zouden grotendeels hetzelfde moeten zijn als die van de Pan America 1250 Special waarop hij is gebaseerd. De wijzigingen in het CVO-model bestaan voornamelijk uit extra functies en accessoires. De CVO wordt geleverd met een quickshifter en de Adaptive Ride Height-functie die de motorfiets verlaagt wanneer de rijder stopt, waardoor het gemakkelijker wordt om beide voeten op de grond te krijgen. De CVO is ook uitgerust met aluminium zijkoffers en topbox, tubeless spaakwielen, een aluminium skidplate, verwarmde handvatten en LED-verlichting.
Natuurlijk krijgt de Pan America ook het bekende CVO-lakwerk met de legendarische oranje kleur met daarop gestileerd het #1 van Harley-Davidson. De valbeugels zijn eveneens oranje gelakt om op te vallen, in tegenstelling tot de zwarte op de Pan America 1250 Special.
De extra functies, accessoires en exclusiviteit zorgen ervoor dat de CVO Pan America zo’n €8.000 duurder is dan de 1250 Special, met een adviesprijs van €32.995. Maar dat is nog altijd zo’n €10.000 goedkoper dan elk ander CVO-model dat we de afgelopen jaren hebben gezien.
Honda heeft zijn Africa Twin Adventure Sports grondig vernieuwd, maar tegelijkertijd blijft de motor herkenbaar. Valt het dan tegen met de vernieuwingen of is er ‘more than meets the eye’? Onze Man ging het zonder al te veel tegenzin uitzoeken in een zonovergoten Algarve.
Motor.nl: Voor de dag ermee: is de Africa Twin Adventure Sports echt anders en beter?
Thierry Sarasyn: Daarmee vraag je me al meteen naar de conclusie, maar goed, ik kan daar volmondig ja op antwoorden.
Off Road zou er minder stabiliteit moeten zijn, maar op het off road gedeelte ging het eigenlijk verrassend goed. En ik zeg verrassen, omdat de motor geleverd wordt met Bridgestone A41 banden. En die zijn uitstekend op de weg, maar deden het beter off road dan je van een weg-georiënteerde band zou verwachten. En we zaten op dat moment ook op de DCT, dat scheelt ook.
Verklaar je nader
Ik verklap niks nieuws als ik zeg dat DCT absoluut een voordeel is als je off road gaat. Veel minder vermoeiend, altijd de gepaste versnelling, je kunt het blok niet doodremmen en je hebt meer bewegingsvrijheid. Bovendien is ook het DCT aangepast. Het is zo mogelijk nog intuïtiever geworden. Momenteel koop iets meer dan 60 procent van de Adventure Sports klanten een versie met DCT. Ik zie dat cijfer nog omhoog gaan.
Knap, maar er moet toch meer zijn om van een grondige vernieuwing te spreken?
Je moet met de kans geven om het uit te leggen he. Het blok is verbeterd met een pak meer koppel onderin en in het middengebied, de luchtinlaat werd hertekend, de veerwegen werden iets korter, waardoor je in combinatie met dat kleinere voorwiel, nu gemakkelijker met beide voeten op de grond kunt steunen. Het zadel is anders, de zithouding is licht gewijzigd, de kuip en de winddeflectie zijn veranderd, het scherm is vijfvoudig manueel instelbaar en het zwaartepunt ligt lager.
Helder. En hoe vertaalt zich dat in het rijgedrag?
Daar valt te veel over te zeggen om het hier in een paar lijnen uit te leggen, maar laten we het erbij houden dat de Adventure Sports een duidelijk verhoogd potentieel op de weg heeft. Zowel motorisch als op het vlak van sturen en het rijwielgedeelte.
Dat vraagt toch om een iets meer gedetailleerde uitleg.
Daar heb je gelijk in, maar je krijgt ‘m pas in het uitgebreide testverslag dat in MOTO73 editie 2 (of lees de test hier).
Het asfalt gaat omhoog. Vanaf het keienstrand van Cushendun in korte ferme bochten naar boven. De weg is smal en doorleefd maar de vering van de Africa Twin strijkt alle plooien glad. Met stevige klappen klim ik door groene weilanden met links stenen muurtjes en schapen en rechts de diepblauwe zee. Aan de overkant van het water liggen de vage contouren van Schotland.
We groeten en vervolgen beiden onze weg, in tegengestelde richtingen. Het asfalt golft op en neer zoals de zee beneden. Omhoog, omlaag, omhoog, omlaag. Aanvankelijk houd ik nog een stevig tempo aan omdat het zo lekker spelen is met het heuvelachtige terrein en de overzichtelijke bochten. Maar nu wordt het zo krap dat het oppassen geblazen is voor tegenliggers en onverwachte rommel op de weg. Er is geen ruimte meer om uit te wijken.
Vroeger moest je op de kustweg ook goed oppassen. Tot in de jaren zestig van de vorige eeuw werden reizigers er regelmatig overvallen. Het verhaal wil dat de struikrovers uit het dorp Galboly kwamen, een beetje hoger op de heuvels. Sinds de laatste bewoner – een monnik – er in 2013 vertrok ligt het er verlaten bij en wordt het alleen nog gebruikt voor films. Verschillende scènes uit Game of Thrones zijn er opgenomen.
Ik laat het tempo wat zakken waardoor het comfortabeler rijden is. Daar op de punt ligt Torr Head met zijn ruïnes van een oud seinhuis voor de scheepvaart en een afluisterstation van de Tweede Wereldoorlog. Ik rijd even op en neer naar de punt, waar de wind beukt. De meer dan 200 kilogram zware motorfiets wiebelt er gevaarlijk op de standaard.
Via een mooie hoogvlakte bereik ik Ballycastle. Hier om de hoek staat nauwelijks nog wind. Ik passeer de ruïnes van een abdij en parkeer in het stadje voor koffie en een half uur de benen strekken. Het is een populair badplaatsje met een strand, haventje en enkele campings.
1 van 10
Over een balkon langs de Antrim Coast.
Carnlough, met de voeten in zee.
Boten dobberen in de haven van Carnlough.
Goede koffie bij Twighlight Coffee.
Cushendun, witte huizen en pubs.
Pauze in Cushendun.
De weg naar Torr Head met Schotland aan de horizon.
Ruïnes van Bonamargy Friary.
Grafstenen en kruisen bij Bonamargy Friary.
Kliffen aan de noordkust.
Angel’s share
De route volgt de noordkust van Noord-Ierland. Met ruïnes van oude kastelen op verschillende landtongen. Kinbane Castle, Dunseverick Castle en het spectaculaire Dunluce Castle. De kliffen zijn er hoog en steil. Maar eerst naar Bushmills voor een rondleiding door de oudste whiskystokerij van het Ierse eiland die nog altijd in bedrijf is.
Ik gooi mijn bagage af in de Bushmills Inn en rijd naar de stokerij. Het gaat er professioneel aan toe. In anderhalf uur wordt een beeld gegeven van de rijke historie (sinds 1608) en het proces van whisky stoken. Whisky met een ‘e’ ertussen ja, want zonder ‘e’ is het Schots. Interessant is de uitleg over de houten vaten en hoe lang de drank moet of mag rijpen. Hoe langer hij ligt, hoe meer er vervliegt (de fameuze angel’s share) en hoe duurder het wordt.
Aan het eind van de rondleiding is er een uitgebreide proeverij. Niet voor mij, want ik heb andere plannen. Ik wil nog naar het natuurfenomeen Giant’s Causeway, een plek die op de Werelderfgoedlijst staat. Terug naar de motor, druk op de knop en sturen richting de kust. Rijdend tussen de weilanden heb je niet het idee dat het land zich een paar kilometer verderop plotseling in de oceaan stort.
Om de curieuze rotsformaties van de Giant’s Causeway van dichtbij te zien – een woud van duizenden basalten pilaren – moet ik een stuk lopen. Niet erg. De schoonheid is uitzonderlijk. Eenmaal terug in het zadel krijg ik de toegift in mijn schoot geworpen: zonsondergang bij Dunluce Castle. Volkomen voldaan schuif ik niet veel later aan in de Bushmills Inn. Met een pint en livemuziek als afsluiting. Ik maak het niet te laat, want morgen vertrek ik vroeg richting Ballymoney, het stadje dat ’s werelds grootste motordynastie eert, de familie Dunlop.
1 van 3
Joey Dunlop Memorial Garden in Ballymoney.
Zo eer je je helden.
Ook Robert Dunlop heeft een plek in de Memorial Garden.
De North West 200 is doordrenkt met geschiedenis. Hier stierf recordwinnaar Robert Dunlop in 2008 na een ongeval tijdens de training. Zijn zoon Michael reed twee dagen later tot onbegrip van anderen, die het onverantwoord vonden, tóch mee. Michael won de race. Vrienden zouden het later treffend omschrijven: ‘Nee, wij waren niet verrast. Racen, dat is wat de Dunlops doen. Het is hun manier van respect betuigen, hun manier van verwerken.’
Ik volg een deel van het circuit. Startend aan zee, gevolgd door de scherpe York Corner waar het zo kort na de start altijd dringen is voor een goede positie. Daarna gaat het behoorlijk hard rechtdoor. Wat een kerels die hier met meer dan 200 kilometer per uur langs stoepranden, lantaarnpalen, muurtjes, heggen en rotondes vliegen. Op het rechte stuk naar University Corner knalt de topsnelheid naar recordhoogte, meer dan 320 kilometer per uur…
Waar het circuit naar links afbuigt ga ik rechtdoor. Weg van de snelheid, terug in de stilte van het platteland. Het is er leeg en uitnodigend om ontspannen doorheen te rijden. Het asfalt brengt me naar Ballymoney, hometown van de Dunlops. In het plaatselijke museum, waar de racehistorie net zo belangrijk is als de archeologische opgravingen, springt een enorme collectie helmen in het oog. Het is de persoonlijke verzameling van Bert McCook, een raceliefhebber die bevriend was met veel rijders. Met zijn reizende expositie haalde hij geld op voor het Injured Riders Welfare Fund. Na zijn dood zijn de helmen naar het museum gekomen.
Via het sfeervolle centrum rijd ik naar het volgende Dunlop-pelgrimsoord: de Joey Dunlop Memorial Garden met niet alleen een beeld van Joey (met 26 overwinningen nog altijd recordhouder van de Isle of Man TT), maar ook eentje van zijn broer Robert (met 15 zeges recordhouder van de North West 200). Zijn zoon Michael kan dit jaar het TT-record evenaren als hij op het Isle of Man weet te winnen. Zijn teller staat op 25.
In het hart van Noord-Ierland geniet ik van prachtig toerterrein in de Sperrin Area of Outstanding Natural Beauty. Daarmee wordt niets te veel beloofd. Ik heb veel tijd doorgebracht in Ballymoney en moet deze middag vooral kilometers maken. Tanken, een snelle lunch, rijden, rijden, rijden. Over fijne weggetjes langs heggen en muurtjes. Tot ik finish in nog zo’n geweldig natuurgebied: Ring of Gullion, op een steenworp van de zuidkust.
Niet veel later rijd ik dwars door de Mourne Mountains, de bergen waar Donals whiskey naar genoemd is. Door dichte bossen en open vlaktes. Onderweg passeer ik bruggen die rood-wit-blauw zijn geschilderd en verwijzen naar de Union Jack, de vlag van Groot-Brittannië. Elders staan huizen waar vlaggen in de kleuren van de republiek Ierland wapperen. Het zijn vreedzame restanten van het conflict, de Troubles, dat Noord-Ierland jarenlang in zijn greep had en gepaard ging met veel geweld. Een groot deel van de katholieke bevolking wilde aansluiting bij Ierland, terwijl de meeste protestanten liever bij Groot-Brittannië wilden blijven. In 1998 zorgde het Goedevrijdagakkoord voor vrede.
Afdalen naar Newcastle met een reuzenrad dat hoger is dan de kerk. De DCT van de Africa Twin schakelt soepel door de versnellingen als ik het achterland doorkruis. De wegen gaan omhoog en omlaag. Af en toe is er een hidden ditch zoals we die kennen van de Isle of Man TT, waarbij het voorwiel loskomt zodra je het gas opendraait. Op de allroad blijven de bandjes aan de grond, maar ik voel wel hoe de voorkant in de vering klimt.
Eindpunt Belfast, een echte havenstad. Geschiedenis, schoonheid en een scherp randje. Ik rijd er langs de enorme kranen van de Harland & Wolff scheepswerf. Inderdaad, die van de Titanic. Het rampschip heeft verderop een schitterend modern museum gekregen. Aan de andere kant van de stad zie ik muurschilderingen over de Troubles en de enorme hekken die sommige wijken nog altijd van elkaar scheiden.
Ik parkeer de motor in het centrum, breng mijn bagage naar het hotel en loop het gezellige Cathedral Quarter in. Ik volg flarden volksmuziek die met zeewind door de straten trekken. De wandeling eindigt met een groot glas Guinness aan een picknicktafel bij Kelly’s Cellars, een traditionele pub uit 1720. Het leven wordt er uitbundig gevierd op klanken van viool, dwarsfluit en Ierse doedelzak. Ik luister en hef het glas op Noord-Ierland, op Joey en Robert Dunlop en op de grenzeloze liefde voor motorrijden.
Met de motor naar Noord-Ierland kun je via Engeland of Schotland gaan. Je kunt ook vliegen naar Dublin of Belfast en daar een motor huren. De ticketprijzen variëren.
Motor huren
Het beste kun je een motor huren bij Tim en Kate van www.flyrideireland.com in Moira, vlakbij Belfast. Je kunt erheen gaan met de taxi (half uur) of een meet and greet op de luchthaven afspreken. Tim heeft als gepensioneerd Honda-dealer alleen Honda’s in zijn aanbod. Van een Africa Twin (vanaf 125 euro per dag) tot een Honda CB500X (vanaf 103 euro per dag). Ook helmen en kleding zijn te huur.
Links rijden
Rijd links! Op de motor is het geen probleem. Het is zelfs logischer dan rechts rijden, omdat je eerder zicht hebt op verkeer van rechts dat hier voorrang heeft. Let wel extra op na een pauze, want je wilt uit automatisme nog weleens naar de rechter weghelft neigen.
Overnachten
Het is vaak fijn om te overnachten in een pub of herberg. Die zijn er van eenvoudig tot behoorlijk luxueus. Kijk op www.stayinapub.co.uk en www.irish-inns.co.uk voor adressen. Ook altijd goed: B&B’s met gegarandeerd zo’n stevig ontbijt (www.bandbireland.com). En wie eens iets bijzonders wil doen, kan de motor voor de nacht parkeren op een landgoed met kasteel zoals www.killeavycastle.com.
Foto’s: Hans Avontuur
1 van 12
De oudste stokerij van het Ierse eiland.
Gezellig proeflokaal bij Bushmills.
Giant's Causeway, beschermd natuurwonder.
Dunluce Castle in de zonsondergang.
Start stratencircuit van de fameuze North West 200.
Warrenpoint aan de Newry River.
Dwars door Mourne Mountains.
Hotel aan zee in Newcastle.
Street Art voor Bobby Sands, martelaar voor de Ierse zaak.
Ondanks de vrede, staan er nog altijd muren tussen verschillende wijken.
De nieuwste film van Matthew Vaughn (Kingsman) heet Argylle. Wereldberoemde acteurs, spelen er een rol in, de verhaallijn moeten we nog ontdekken. Maar de Italiaanse naked bike is klaar voor actie.
Argylle zit boordevol actie en adrenaline. Naar het schijnt had de Italiaanse naked bike er geen moeite mee om voor de camera’s indrukwekkende stunts te laten zien. We weten niet precies welk script gevolgd moest worden, maar we weten wel dat wheelies, burn-outs en talloze andere trucs binnen het bereik liggen van deze werkelijk unieke motorfiets. En zelfs als hij stil op zijn standaard staat, kan de Dragster nog steeds spektakel leveren en veel energie en explosiviteit uitstralen.
We hoeven alleen maar te wachten tot de film in de bioscoop komt en actie! MV Agusta gaat door met de traditie van een langdurige samenwerking tussen motorfietsen en films.
De BMW F 800 GS en F 900 GS zijn beide geïntroduceerd door BMW om hun positie in het middensegment te herstellen. De modellen delen hetzelfde DNA, maar hebben elk hun eigen kenmerken. De F 800 GS is meer geschikt voor gebruik op de weg, terwijl de F 900 GS beter presteert op onverharde wegen. De F 900 GS Adventure is ontworpen voor doorgewinterde reizigers en kan zich goed redden in zowel on- als offroad situaties.
Het hart van elke motorfiets uit de ‘kleine’ GS-serie is een watergekoelde paralleltwin met een cilinderinhoud van 853 cc tot 895 cc, afhankelijk van het model. De herziene motor levert aanzienlijk meer vermogen en koppel dan zijn voorgangers, waardoor de prestaties verbeterd worden.
Elk model wordt geleverd met standaarduitrusting zoals verstelbaar schakelpedaal, rijmodi, ABS Pro en Dynamic Traction Control (DTC). Elk model heeft echter zijn eigen specifieke eigenschappen en aanpassingen.
1 van 5
De BMW F 900 GS en F 900 GS Adventure zijn lichter gemaakt door gebruik te maken van een kunststof brandstoftank, een herontworpen achterkant en een lichtgewicht uitlaatsysteem. Deze aanpassingen dragen bij aan verbeterde offroad-capaciteiten. Beide modellen hebben ook ergonomische aanpassingen en verbeterde veringssystemen.
De F 900 GS ontvangt ook een nieuw ontworpen LED-koplamp en diverse extra functies zoals verwarmde handgrepen en een multifunctionele apparaathouder.
De F 900 GS Adventure heeft extra functies zoals een grotere brandstoftank, bagagerek, aluminium beschermplaat en verstelbare ruit. Deze versie is speciaal ontworpen voor langere reizen.
De BMW F 800 GS richt zich op een andere doelgroep met aluminium gietwielen en straatgerichte specificaties. Hoewel het model iets zwaarder is dan de 900 GS, biedt het toch toegankelijkheid voor een bredere groep rijders.
Elk model wordt standaard geleverd met bepaalde functies, maar je kunt ook kiezen voor specifieke Premium Packages die extra accessoires en aanpassingen bieden. Deze pakketten bevatten ook ontgrendelbare rijmodi.
In 2021 ontving Royal Enfield het script van een nieuwe Netflix-film. De film werd geregisseerd, geschreven en geproduceerd door Daniel Kaluuya en had Kane Robinson, ook bekend als Kano van Top Boy, in de hoofdrol. Het verhaal speelt zich af in een dystopisch Londen waar extreme ongelijkheid en sociale segregatie heersen. De personages Izi en Benji proberen te overleven in deze omgeving en worden geconfronteerd met uitdagingen die hun toekomst zullen veranderen.
Voor de film moest Royal Enfield een unieke motorfiets ontwerpen die perfect paste bij de setting van ‘THE KITCHEN’. Het design moest status, onafhankelijkheid en identiteit uitstralen voor het personage van Kano. In samenwerking met artiest Gaika Tavares begon het customteam van Royal Enfield aan een creatief proces om concepten te ontwikkelen voor een motorfiets die perfect zou passen in dit unieke landschap.
Ze verkenden verschillende subontwerpen die de grenzen oprekten van functionaliteit, vorm en esthetiek. Sommige ontwerpen waren geïnspireerd op sci-fi-elementen, andere hadden een brutale neo-retrostijl, terwijl weer andere referenties hadden naar cyberpunk-films en nostalgische streetwear. Uiteindelijk ontstond er een anarchistische custom ‘mutant’ door het samensmelten van diverse elementen en inspiratiebronnen.
De resulterende motorfiets, genaamd ‘IZI’s Ride’, was gebaseerd op het platform van de Shotgun 650 en een eerbetoon aan de customcultuur die in het DNA van Royal Enfield zit. Met zijn neo-dystopische design en radicale esthetiek was ‘IZI’s Ride’ een vooruitstrevend ontwerp dat de grenzen van toekomstige customs verlegde.
Voor ‘IZI’s Ride’ werden verschillende customelementen ontwikkeld, waaronder naafdoppen, tank- en zadelbekleding, een geïntegreerd perspex led achterlicht, een nieuw subframe, zijbeschermingen, voorvorkbeschermingen met geïntegreerde ledverlichting, swingarmbeschermingen en unieke kleuren en grafische elementen.
Adrian Sellers, hoofd van het Custom & Motorsport-programma van Royal Enfield, uitte zijn enthousiasme over het project en de samenwerking met het diverse team. Hij benadrukte dat het ontwerpen voor zo’n dystopisch scenario een enorme uitdaging was om een geloofwaardige motorfiets te creëren die ook het herkenbare custom DNA van Royal Enfield behield. Het resultaat was de ontwikkeling van twee identieke motorfietsen om te voldoen aan de eisen van de film.
Sellers sprak ook zijn waardering uit voor de rijscènes en het stuntwerk in de film, omdat deze aspecten ondergrondse subculturen in de motorrijwereld belichten die vaak verkeerd begrepen worden. Hij concludeerde dat dit project een geweldige ervaring was waarbij elk lid van het interne ontwerpteam bijdroeg aan dit legendarische ontwerp.
Net als olie in je blok zorgen cookies ervoor dat alles soepel loopt. We gebruiken ze om de website goed te laten werken en je de beste ervaring te bieden. Door verder te gaan, geef je toestemming voor het gebruik van cookies.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.