De Panigale V4 Márquez 2025 World Champion Replica is een gelimiteerde editie van slechts 293 exemplaren, ontworpen ter ere van Marc Márquez, de rijder van het Ducati Lenovo Team. Na het behalen van zijn zevende MotoGP-wereldtitel is deze motorfiets een eerbetoon aan zijn uitzonderlijke prestaties en Ducati’s vierde opeenvolgende titel.
Exclusieve kenmerken
Deze replica belichaamt de beste Ducati-technologie en de spirit van de MotoGP. Met een unieke livery geïnspireerd op de Desmosedici GP25, is de motorfiets voorzien van een handtekening van Márquez op de brandstoftank, beschermd door een transparante vernislaag. Dit maakt elke motor uniek en een waardevol verzamelobject voor echte liefhebbers.
De Panigale V4 is uitgerust met een gehomologeerde Akrapovič-demper die het vermogen verhoogt tot 218,5 pk. De STM-EVO SBK-droge koppeling en carbonvezelcomponenten zorgen voor een authentieke race-ervaring. Het Brembo Pro+ remsysteem biedt maximale controle en veiligheid, zelfs onder extreme omstandigheden.
Een uitzonderlijke verpakking
Met een speciaal samengesteld pakket, inclusief een certificaat van echtheid en een houten kist met unieke graphics, is deze motor meer dan alleen een voertuig; het is een collectorsitem. De Panigale V4 Márquez 2025 World Champion Replica biedt een unieke kans om de sensaties van de MotoGP te ervaren. De combinatie van prestatie, technologie en exclusiviteit maakt de Panigale V4 een waar meesterwerk.
Ben jij enthousiast, resultaatgericht en heb je een passie voor motoren? Wil jij een belangrijke rol spelen in het succes van BMW Motorrad door dealerprestaties en klantbeleving naar een hoger niveau te tillen? Dan is deze baan echt iets voor jou!
Wat ga je doen?
In de rol van Area Manager bij BMW Motorrad ben jij de verbindende schakel tussen ons merk en ons dealernetwerk. Jouw missie? De verkoop, het rendement, de klanttevredenheid en de kwaliteit van onze processen bij de BMW Motorrad dealers maximaliseren. Je bent het eerste aanspreekpunt voor onze dealers en adviseert hen op het gebied van sales en aftersales, zodat zij altijd kunnen groeien en excelleren.
Je coacht, motiveert en begeleidt dealers om nieuwe strategieën te omarmen en zorgt dat alles soepel verloopt. Door trends en successen te signaleren, ontwikkel je slimme plannen om de prestaties verder te verbeteren. Daarnaast speel je een actieve rol in het plannen, evalueren en verbeteren van dealerprocessen, en draag je bij aan innovatie en nieuwe initiatieven binnen het dealernetwerk.
Jouw belangrijkste taken:
Doelen stellen en opvolgen voor verkoop, aftersales en klanttevredenheid.
Dealers adviseren en coachen om hun prestaties verder te verbeteren.
Marktontwikkelingen en trends signaleren en hierop anticiperen met concrete adviezen, plannen en acties richting dealerbedrijven en het BMW Motorrad team
De spil zijn in communicatie en samenwerking met dealers.
Ondersteunen bij aanbestedingen van uiteenlopende semi-overheidsdiensten.
Initiëren en doorvoeren van verbeteringen en innovaties.
Helpen bij het behalen van targets en het verhogen van klanttevredenheid.
Wat breng jij mee?
Een afgeronde HBO- of WO opleiding.
2-4 jaar werkervaring, bij voorkeur in de automotive- of motorbranche.
Sterke communicatieve skills en een resultaatgerichte, sales-gedreven mindset.
Goed inzicht in dealerprocessen en marktontwikkelingen.
Analytisch sterk en iemand die anderen kan beïnvloeden.
Proactief, verantwoordelijk en zelfstandig.
Vertrouwd met programma’s zoals Office, Salesforce en andere moderne tools.
Een echte liefhebber van AI en technologieën die de toekomst van de automotive industrie vormen.
Een no-nonsens mentaliteit die weet dat je een job te doen hebt die zich niet altijd laat vangen tussen 9-17 uur.
Bereidheid om ook in de weekenden samen met het hele BMW Motorrad team 1-3 keer per jaar beurzen te draaien zoals de jaarlijkse MOTORbeurs Utrecht.
En niet te vergeten: een passie voor motorfietsen. Het zou mooi zijn als je zelf een fervent motorrijder of motorrijdster bent of wordt!
Wat wij bieden
Bij BMW Motorrad geloven wij dat Make Life A Ride niet alleen ons motto is, maar onze manier van leven. Wij geloven in de kracht van passie en professionaliteit en samenwerking, eigenlijk gelijk aan motorrijden: alleen rijden is leuk, samen rijden is fantastisch!
We bieden een gave en afwisselende baan bij een toonaangevend premium merk dat volop in beweging is. Je krijgt de kans om BMW Motorrad verder te laten groeien en te professionaliseren, ondersteund door een inspirerende werkomgeving met enthousiaste collega’s.
Ben jij klaar voor deze kickstart in jouw carrière en heb je een passie voor motorrijden? Solliciteer nu en word onderdeel van de BMW Motorrad familie!
Eind negentiende en begin twintigste eeuw beleefde de textielindustrie in het oosten van het land zijn glorietijd. Hoewel lang niet iedereen profiteerde, bracht het welvaart naar de arme streek. Textiel wordt er niet meer op serieuze schaal gemaakt, maar tal van industriële gebouwen herinneren aan de mooie jaren.
Winstwaarschuwing!
Voor vertrek alvast een winstwaarschuwing. Meestal gaan we op zoek naar wegen waar het op de eerste plaats goed motorrijden is. Sturen, bochten maken, stof happen. Deze keer ligt het wat anders. De Katoenstraat – zoals we de route hebben gedoopt – brengt je vooral op plekken die je op de motor zelden opzoekt: industrieterreinen, bouwplaatsen, achterafstraatjes, stationsgebied en havenkades. Daar vind je immers de meeste herinneringen aan de ooit zo rijke textielindustrie.
Hoewel er straks nog heerlijke motorwegen volgen, ben ik in Enschede vooral geïnteresseerd in het erfgoed. Het karakter van de stad is kenmerkend voor een plaats die dankzij de textielindustrie groot is geworden. Het ging er niet om mooi. Functioneel, dat moest het op de eerste plaats zijn. In recordtijd van boerengemeente tot industriestad, ooit na Manchester de tweede textielproducent van de wereld.
Met dank aan dat praktische karakter kun je in Enschede behoorlijk doorrijden over brede overzichtelijke wegen. Eerste stop is het voormalige fabriekscomplex van Jannink aan de Haaksbergerstraat. Het pand dateert van 1900 en is gebouwd naar het voorbeeld van Engelse fabrieksarchitectuur uit die tijd. De productie werd er in 1969 gestopt. Tegenwoordig zitten er onder meer appartementen in.
De firma Jannink & Zn. is een typisch voorbeeld van de textielindustrie van die tijd. Tussen 1853 en 1938 groeide het bedrijf uit tot een van de grootste textielproducenten van Nederland. Zoals veel bedrijven is Jannink ontstaan vanuit de huisnijverheid. Eerst met weefgetouwen bij de arbeiders thuis, daarna in grote fabriekspanden met door stoom aangedreven machines. Klinkende familienamen uit die tijd: Van Heek, Ten Cate, Ledeboer, Ter Horst, Gelderman, Blijdenstein en Ter Kuile.
Tijdens onze rit over de Katoenstraat zullen we deze namen regelmatig tegenkomen. Niet alleen op de gevels van oude fabriekspanden, maar ze duiken ook op in woonwijken, landgoederen, cultuurcentra en parken die ze lieten aanleggen. Tijdens hun beste jaren waren ze niet alleen economisch belangrijk, maar speelden ze ook een grote rol op sociaal vlak. Tot het na de Tweede Wereldoorlog in korte tijd steeds moeilijker werd door de opkomst van modieus textiel uit landen met lage lonen.
Ik start de motor en maak mijn ronde door Enschede af. Er is een rijkdom aan industrieel erfgoed te vinden met onder meer enkele gebouwen van het voormalige Van Heek & Co., poetskatoenfabriek Het Rozendaal en een school waar kinderen van 10 tot 14 jaar werden opgeleid tot goede textielwerkers. Ook het Balengebouw is opvallend. Op de gevel van wat ooit de opslag van een spinnerij was, staan afbeeldingen van Jan Cremer op zijn motor. Het was de bedoeling dat hij hier een museum zou krijgen. Het is er nooit van gekomen.
1 van 13
Dwars door het textielverleden van Twente.
Watertoren uit 1921 van een import- en exportbedrijf in katoenafval.
Wat het Jan Cremer museum had moeten worden...
Watertoren uit 1912 van de N.J. Menko, een van de meest succesvolle textielbedrijven van Enschede.
Jannink hoort tot de klinkende namen uit de textielhistorie.
Op de Bleek werd textiel gebleekt met zonlicht.
In Losser werd textiel gebleekt.
Villa de Haer van textielfamilie Gelderman.
Van de industrie zo op het platteland.
Het Vereenigingsgebouw van de gebroeders Stork, nu een café-restaurant.
Schuilen voor druppels in Hengelo.
Toren van het voormalige Storkcomplex in Hengelo.
Op een oude fabrieksmuur wordt Stork gevierd.
Duits vuurpeloton
Dan hopla. Bijna ongemerkt rijd ik vanuit de stad zo de natuur in. Plassen met water aan de linkerkant, kleine weilanden met paarden en hé, daar is Vliegveld Twenthe. Ooit was het van de Koninklijke Luchtmacht en ook stond het op de nominatie voor passagiersvluchten. Tegenwoordig is het vooral een evenementenlocatie. Op de landingsbaan loopt een man met een hond richting de uitkijktoren.
Kort stop, starten en door. Dwars door het Twentse platteland dat voor de komst van de textielindustrie moeilijk toegankelijk was en soms nog onontgonnen. De bevolking bestond voor een belangrijk deel uit arme boeren. Ideaal voor fabrieken op zoek naar goedkope arbeidskrachten. Het is er nu vooral mooi toeren. Langs akkers, velden, heidegrond en bos. Ik rijd naar het oude bleekveld van Losser. Daar werd linnen in de openlucht gebleekt door het zonlicht. Een wachter bewaakte de kostbare waren.
Next stop Oldenzaal, groot geworden aan de hand van de firma Gelderman. Het was een soort American Dream-verhaal in Twente. H.P. Gelderman werd van loonwerker de grootste werkgever van Oldenzaal. Aan de spoorlijn stond een enorm fabriekscomplex. Ik rijd erlangs en herken nog elementen die een nieuwe bestemming hebben gekregen. Aan de overkant pronkt nog altijd het imposante hoofdkantoor, nu van een woningcorporatie. De spoorlijn is overigens ook op initiatief van textielbaronnen aangelegd.
Aan de rand van het dorp passeert de route Villa de Haer, in 1881 gebouwd in opdracht van C.M. Gelderman. Het pand is kenmerkend voor de landhuizen die de textielfabrikanten – en anderen die van de welvaart profiteerden – lieten neerzetten. Op de route zijn er verschillende te zien. Denk niet dat het alleen maar vrolijkheid was in die huizen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de familie Gelderman betrokken bij het verzet met de fabriek als schuilplaats voor mensen die werden gezocht. Christiaan Maurits werd gedeporteerd maar overleefde de kampen. Joan eindigde voor het Duits vuurpeloton.
Engels voorbeeld
Tijd om verder te rijden. Eerst aan Oldenzaal ontsnappen en dan door lichtglooiend terrein met soms monumentale bomen. Het asfalt wisselt van kaarsrecht naar voorzichtig buigend en haaks. Met Hengelo op komst profiteer ik nog even van de ruimte die er is. Spelen met de versnellingen, een beetje vlot doorrijden en daarna weer de hand van het gas voor het industriële erfgoed, want dat is prachtig in Hengelo. Vooral rond de oude terreinen van machinefabriek Stork uit 1868. Ik laat de route even voor wat het is en zwerf langs de gebouwen. Hier en daar over het trottoir, achter een slagboom door, langs een afzetting met betonblokken, over een parkeerterrein.
Zoals op meer plekken langs de Katoenstraat werd door de fabrikanten ook aan hun werknemers gedacht. Naar Engels voorbeeld lieten ze woonwijken bouwen met betere leefomstandigheden. Het was mode in die tijd. In Hengelo ontstond zo tuindorp ’t Lansink. Rond het pleintje ging dat nog een stapje verder met een mix van grote en kleine woningen. Bedoeld voor zowel de arbeider als de baas. Nobel? Daarover lopen de meningen uiteen. Aan de ene kant verbeterden dergelijke woonwijken de omstandigheden, aan de andere kant maakte het mensen nog afhankelijker van hun werkgever.
Aan de overkant van de spoorlijn bezoek ik het Oyfo Techniekmuseum in de voormalige fabriek van Hazemeijer uit 1907 – een bedrijf in elektrotechniek. Het is een leuk museum dat je meeneemt door de industriële geschiedenis van Hengelo en Twente, met uiteraard veel aandacht voor de textiel.
Huis Zonnebeek van textielfabrikant Jan Bernard van Heek uit 1906.
Boerenwevers
Zoals vaker op de Katoenstraat verandert het decor van verstedelijkt plots weer in platteland. Het is er lekker ademhalen. Rondom Delden neemt de motor me mee over de slingerende wegen van Landgoed Twickel met kasteel. Rijden tussen eeuwenoude bomen, langs klassieke boerderijen en een watermolen, over een zandpad langs de Twickelervaart. De industrie lijkt er even heel ver weg.
In het sfeervolle hart van Borne is dat nog steeds zo. Klein en dorps. In Museum Bussemakerhuis kun je onder meer zien hoe de textielindustrie in Twente is begonnen. Vaak met huisnijverheid. Jan Bussemaker was een zogenaamde fabrikeur, de schakel tussen de boerenwevers en de markt. Hij liet het huis in 1779 naar zijn smaak verbouwen tot wat het nu is. Op zolder staan enkele weefgetouwen.
Niet veel later gaat het dwars door Almelo (onder meer industrieel erfgoed bij het station) en Vriezenveen (Jansen & Tilanus) richting een voormalig sanatorium in het noorden van de Sallandse Heuvelrug. Het Volkssanatorium is van 1902, gebouwd om patiënten met tbc te behandelen. Schone lucht is er in elk geval nog steeds. Tegenwoordig worden er vooral mensen met dementie en Korsakov verpleegd.
Start de motoren. Terug naar het zuiden van Twente. Via Nijverdal dat groot is geworden dankzij de handweverij van textielpionier Thomas Ainsworth en de textielfabrieken van de gebroeders Salomonson. Ik volg daarna de loop van de Regge, die door fraai rivierenlandschap slingert. Lekker ontspannen rijden naar Rijssen (Koninklijke Jutespinnerij Ter Horst & Co.), buurtschappen als Elsen en Schoolbuurt, de motorcrossbaan van Markelo en Goor. Daar ligt Thomas Ainsworth begraven. Op zijn praalgraf staat onder meer: ‘Aan een nuttig man’.
Langzaam maar zeker verdwijnt de industrie uit de route. Terug naar hoe het allemaal begon. Boerenland. Maar niet voordat de Katoenstraat nog een laatste stuk prachtig erfgoed laat zien: de Boekelose Stoomblekerij uit 1888, opgericht door Gerrit Jan van Heek. Net als op andere plaatsen aan de route is van het fabriekscomplex een woonwijk gemaakt met oog voor het verleden. Verschillende fabrieksgevels, de schoorsteen en de portiersloge zijn bewaard gebleven.
Terug op het platteland is mijn navigatie even in de war. Hij laat me een overbodig rondje rijden langs een oude boerderij en dreigt me terug te sturen naar Boekelo. Dan buigt de weg toch naar het zuiden. Boven de bomen kijkt de oude schoorsteen van de Stoomblekerij me na.
Foto’s: Hans Avontuur
3 x Musea om bij af te stappen
1. Oyfo Techniekmuseum, Hengelo
Mooi eigentijds museum met enorme machines en een uitstekende presentatie over het textielverleden van Twente. Inclusief details zoals jubileumbordjes voor trouwe werknemers.
Hoewel Borne geen grote rol speelt in de geïndustrialiseerde textielnijverheid van de 19de en 20ste eeuw, was het dorp belangrijk bij het ontstaan ervan. Het Bussemakerhuis geeft een indruk van hoe een handelaar in de 18de eeuw woonde.
In de oude panden van textielfabriek Ter Kuile vind je een exposities over de historie, cultuur en toekomst van Twente. Uiteraard is er aandacht voor textiel, maar ook voor onder meer archeologie en de vuurwerkramp, die aan 23 mensen in de wijk Roombeek het leven kostte.
Naast een zouttoren – Boekelo was niet alleen bekend van de textiel, maar ook van het zout – zit dit ongedwongen adres. Bij mooi weer met een terras op de stoep.
In 1895 gebouwd in opdracht van de gebroeders Stork als ‘Vereenigingsgebouw’ met toneelzaal en bibliotheek voor de arbeiders. Nu restaurant en hotel. Goed adres voor broodjes en soep.
Al in 1890 was op deze zandrug op Landgoed Twickel een café. Na jaren van leegstand werd het in 1932 heropend door de opa van de huidige uitbater. Perfect adres voor een uitsmijter, kroketten of een broodje. De motor parkeer je voor de deur.
Hotel Moloko, Enschede; een fijn vertrekpunt voor als je van ver moet komen. Eigentijds industrieel hotel met zelfbediening. Er is geen receptie. Alles gaat via je telefoon. Het ligt naast de Melkhal, een multifunctioneel gebouw met onder meer een supermarkt, café en kantoren. Wij mochten de motor op de afgesloten binnenplaats parkeren.
Egon Weernink is een nuchtere Tukker die zelf niet graag op de voorgrond treedt. Zijn motoren daarentegen, pakken overal de spotlights! Na een reeks schitterende Harley’s, bouwde hij deze robuuste Evo cross-over. Het project is nèt als de maker ingetogen, maar buitengewoon boeiend en tot in de puntjes doordacht.
Terwijl we aan een gehaktbal en cola zitten in een café in Enschede vertelt Egon: “Vroeger reed ik brommers en heb ik een tijdje gecrost. Rond 2015 begon het Harley-virus toe te slaan. Dat kwam door een zwager en een paar vrienden die samen reden als de H.O.H., ofwel de Harleys Oet Hoksebarge! Ik wilde ook zoiets en kocht een Shovel-bobber via Marktplaats.” De Harley-vonk sloeg snel over. Egon maakte een gestrand project af van iemand anders, waarna er een strak verbouwde Breakout volgde en een door Thunderbike gebouwde FXDR. “Echt een prachtige motor, al kon ik er door een hernia niet lang op rijden.” De Road Glide die daarna kwam, bleek qua rijcomfort een schot in de roos. “Die heb ik nog steeds. Een hele fijne motor voor lange ritten.”
1 van 11
MINIMALISME
Egon laat op zijn telefoon foto’s zien uit zijn motorhistorie. Stuk voor stuk indrukwekkende machines in allerlei stijlen, al loopt er duidelijk een rode draad doorheen: minimalisme, veel zwart, weinig chroom. “Ik hou niet van bling-bling, dat zie je terug in al mijn motoren. Zwart en sober, dat is mijn ding.” Voor deze cross-over Evo liet Egon zich inspireren door een verbouwde Harley met crossbanden, die hij op internet zag. “Aanvankelijk had ik ‘m zelfs menierood gespoten, net als het voorbeeld. Maar ik wilde geen kopie maken en besloot er mijn eigen draai aan te geven. Dus toch weer veel zwart met subtiele metaaltinten. Het is een mix geworden van old-skool, cross- en racestijl. Precies wat ik zelf mooi vind.”
De basis werd gevormd door een Evo Softail uit 1988, gekocht bij een Harley-zaak in Friesland. “Het was een soort chopper met vlammen erop. Niet echt mijn smaak en de voorvork had schade. Maar er stond maar 14.000 kilometer op de teller en dat was voor mij doorslaggevend.” Egon pakte het project grondig aan, in samenwerking met King Motorcycles. “Ik heb de motor in grote lijnen zelf opgebouwd en samengesteld. Ook het laswerk heb ik zelf gedaan. Het fijnere werk, zoals de elektronica, leidingen en afstelling, heeft Glenn van King Motorcycles gedaan. En het spuitwerk, een schitterende combinatie van hoogglans- en matzwart, is gedaan door Bram van het Rood. Kijk naar dat logo, dat zit gewoon echt in de lak!”
CROSS
Door eerdere projecten had Egon al veel ervaring opgedaan. “Al doende leert men,” zegt hij nuchter. Bovendien kon hij altijd terugvallen op mensen die weten waar ze het over hebben, zoals de bevriende motorbouwer Rik Terhurne. “Als ik onderdelen nodig had, wist Glenn van King Motorcycles altijd precies wat ik moest hebben.” Op Marktplaats vond hij een set 16- en 19-inch wielen van een Dyna. Het korte achterspatbord laat veel van de ruige crossband zien, terwijl het compacte tankje, afkomstig van een oude Yamaha-crosser, hoger op het frame werd geplaatst dankzij een dichtgelaste tunnel.
TERRIËR
Voor de stoere en gespierde uitstraling van de motor vond Egon inspiratie in de houding van de Norwich terriër, een hond die Egon ook zelf bezit. Breed van voren, slank vanachter. Glenn vond een passende Shovel voorvork met ossenkop die verlaagd werd om de juiste lijn te creëren. Een eigenwijs Renthal motorcross-stuur maakt het plaatje af. De zoektocht naar de juiste onderdelen ging verder: een luchtfilter van Arlen Ness geeft de motor een sportieve uitstraling. Op de Custombike-beurs in Bad Salzuflen vond Egon een set uitlaten van BSL. “Strakke shotguns, zonder poeha; precies wat ik zocht.” Het lassen, slijpen en strak zetten van het frame kostte vele uren, maar dat deerde hem niet. “Het is gewoon leuk werk. Daardoor hoefde er nauwelijks plamuur op. De kleinste details, zoals het monteren van de K-tech forward controls op exact hetzelfde punt als de zijstandaard, kostten soms een hele dag. Maar het meeste werk zat in het zoeken naar de juiste onderdelen.”
VERJAARDAG
Toen de motor in ruwbouw klaar was, werd hij volledig gedemonteerd en naar King Motorcycles gebracht voor het spuitwerk en de technische afbouw. “Het streven was om hem af te krijgen voor mijn 50e verjaardag”, lacht Egon, “…en dat is gelukt! Glenn heeft een nacht door gewerkt en hem op mijn verjaardag gebracht!” De eerste periode stond in het teken van finetunen. “Er zaten natuurlijk nog wat kinderziektes in, maar dat hoort erbij als je een motor zelf opbouwt. Dat is ‘part of the game’.” Voor verre ritten pakt hij liever zijn Road Glide, die is en blijft ideaal voor lange afstanden. Maar voor ritjes in de buurt kiest hij steevast zijn zwarte bliksem. “Deze custombike is veel leuker om mee te spelen. Klassiek qua uitstraling, met moderne elementen. Dit is wat ik zelf mooi vind en daar gaat het om.” En of het hierbij blijft? Zeker niet. “Ik heb al een Shovel blok, een bak en een frame en ook de voorvork is in bestelling. Nu nog de tijd vinden”, besluit Egon.
Tekst en fotografie: Floris Velthuis
SPECIFICATIES HARLEY-DAVIDSON SOFTAIL CUSTOM
Categorie
Details
Eigenaar
Egon Weernink
Bouwer
Egon in samenwerking met King Motorcycles
Motorblok
Bouwjaar
1988
Merk
Harley-Davidson
Type
Evo
Cilinderinhoud
1340 cc
Versnellingsbak
Harley-Davidson
Ontsteking
Harley-Davidson
Carburateur
CV
Luchtfilter
Arlen Ness
Primair
Harley-Davidson
Uitlaat
BSL
Bijzonderheden
Kilometerstand ca. 14.000 km bij aankoop, deels gereviseerd
Eilandhoppen ziet er voor freeride-motorcrosser Tyler Bereman enigszins anders uit. Kijk hoe Bereman traint om een eiland-naar-eiland-oversteek te maken op een crossmotor, over een afstand van 700 meter, waarbij hij enorme sprongen maakt over open water zonder vangnet.
Voor de tweede keer WK-goud voor Lotte van Drunen.
2025 was voor de Nederlandse motorwereld een goed jaar. Collin Veijer liet mooie dingen zien in de Moto2 en in het terrein waren er wereldtitels voor het duo Koen Hermans/Ben van den Boogaart bij de zijspancross en Lotte van Drunen in de WMX. En daarnaast was er nog zilver voor Kay de Wolf en brons voor Glenn Coldenhoff.
Aan de prestaties van Collin Veijer is al uitgebreid aandacht besteed in het vorige nummer. Ook het goede presteren van Jeffrey Buis in de Supersport is al belicht (nummer 20). Voor wat de wegrace betreft zijn er naast de mooie uitslagen op wereldniveau twee resultaten die in het oog springen, behaald in competities in Duitsland en Engeland.
De Pro Superstock 1000 maakt deel uit van de IDM, de Internationale Deutsche Motorradmeisterschaft en is de klasse onder de Superbike. De titel in deze klasse is behaald door Ricardo Brink, uitkomend voor het onder leiding van Werner Daemen staande Belgische Team Masteroil-Alpha-Van Zon-BMW. Brink leverde een opvallende prestatie door in al zijn tien races als winnaar over de finish te komen.
Aan de overkant van de Noordzee behaalde Kas Beekmans de titel in de Pirelli National Sportbike, een klasse die deel uitmaakt van de BSB, de British Superbike. Op zijn Niwa Racing Suzuki finishte Beekmans zeven keer als winnaar en werd daarnaast nog zes keer tweede.
Voor de tweede keer behaalde Glenn Coldenhoff WK-brons.
Brons voor Coldenhoff
In de topklasse van de motorcross, de MXGP, hebben de Nederlandse rijders dit jaar een hoofdrol vervuld. Voor de wereldtitel kwamen ze weliswaar niet in aanmerking, daarvoor waren Romain Febvre en Lucas Coenen te sterk. Jeffrey Herlings had de Fransman en de Belg stellig partij kunnen geven, maar door blessures moest hij vijf GP’s missen, drie aan het begin van het seizoen en twee in de zomer. In het begin van het jaar kostte het hem enige tijd om zijn draai te vinden, maar vanaf de Duitse GP streed hij in nagenoeg alle wedstrijden om de podiumplaatsen, wat resulteerde in vijf gewonnen GP’s en twee tweede plaatsen. Hij won acht manches en vier kwalificatieraces. Dit alles leverde hem de vijfde plaats op. Maar het belangrijkste nieuws over Herlings dit jaar is zijn ‘Auf Wiedersehen’ tegen KTM. Na zijn hele GP-carrière op KTM te hebben gereden, verkast hij op 31-jarige leeftijd naar het fabrieksteam van Honda, waar hij opvolger wordt van Tim Gajser en teamgenoot van de eveneens nieuw aangetrokken Tom Vialle, tweevoudig wereldkampioen MX2.
Met zijn 34 jaar was Glenn Coldenhoff dit jaar de oudste rijder in de MXGP. Dat leeftijd niet alles zegt, bewijzen wel zijn resultaten en die van de ruim tien maanden jongere Romain Febvre. Coldenhoff kan terugkijken op een geweldig seizoen. In de eerste vijf GP’s behaalde hij twee tweede plaatsen en was een keer derde. In de tweede helft van het seizoen volgden er nog drie derde plaatsen. Hoogtepunt van het jaar was de winst in de eerste manche van de Britse GP. Voor de tweede keer in zijn carrière behaalde hij een derde plaats in het WK. Door de overstap van het team van Louis Vosters van Fantic naar Ducati was er voor Coldenhoff geen plaats meer in dat team. Mogelijkheden voor een goed contract met een goed team voor 2026 dienden zich niet aan. Reden voor Coldenhoff om te stoppen met de GP’s. Hij zal komend jaar in het Braziliaanse kampioenschap uitkomen.
Met Calvin Vlaanderen als zesde eindigden maar liefst drie Nederlanders bij de beste zes. In de tweede helft van het seizoen boekte de in Zuid-Afrika geboren rijder zijn beste resultaten en stond hij drie keer op de derde plaats op het erepodium. Aan het eind van het seizoen kreeg Vlaanderen te horen dat zijn contract bij Yamaha niet wordt verlengd. Volgend jaar is hij fabrieksrijder van Ducati.
Het lukte Kay de Wolf net niet zijn wereldtitel MX2 te prolongeren.
Zilver voor De Wolf
Als wereldkampioen MX2 van 2024 had Kay de Wolf het recht om dit jaar startnummer 1 op zijn Husqvarna te voeren. In tegenstelling tot Herlings en Tim Gajser, die altijd met hun vaste nummers bleven rijden, koos De Wolf er wel voor met ‘1’ van start te gaan. De Wolf begon voortvarend aan de verdediging van de titel door de eerste GP te winnen. In de derde GP verloor hij de leiderspositie aan teamgenoot Liam Everts, maar een wedstrijd later was hij weer de nummer één. Tot halverwege het seizoen bleef hij koploper en werd toen afgelost door Simon Längenfelder. Hoewel De Wolf de Duitser goed bleef volgen, was hij niet in staat Längenfelder van de titel af te houden. De Wolf won zeven GP’s, werd vijf keer tweede en behaalde ook nog drie derde plaatsen. Komend seizoen maakt De Wolf zijn opwachting in de MXGP.
Debutant Cas Valk bivakkeerde geruime tijd in de top tien, maar viel – mede door het niet afreizen naar China en Australië – terug naar de twaalfde plaats. Hij verruilt in 2026 zijn KTM voor een TM.
Rick Elzinga eindigde in 2024 als zevende en had een vergelijkbare uitslag voor dit jaar in gedachten, maar dat zat er niet in. Hij miste door blessures drie GP’s en werd dertiende in de WK-eindstand. Voor hem blijft het hierbij in de MX2, want hij maakt de overstap naar de MXGP en gaat rijden op een Beta. Zijn teamgenoot wordt Jago Geerts, die net als Elzinga zijn contract met Yamaha beëindigd zag worden.
Goud voor Lotte
Wat Kay de Wolf niet lukte, lukte Lotte van Drunen wel. Zij wist haar wereldtitel te prolongeren. Ze wist de eerste GP te winnen en bleef vervolgens de rest van het seizoen, bestaande uit vijf wedstrijden, aan de leiding. Concurrentie was er volop, vooral van de Italiaanse Kiara Fontanesi en de Spaanse Daniela Guillen, maar ook van landgenote Lynn Valk. Die was zo ongelukkig in Arnhem een been te breken en duikelde van de derde plaats in de stand naar de negende, net achter Danee Gelissen. Shana van der Vlist reed een goed jaar, wat beloond werd met de zesde plaats. Hoogtepunt was haar derde plaats in Arnhem.
In de EMX125 reikte Dani Heitink tot de vijfde plaats. Omdat Gyan Doensen vanwege een enkelbreuk niet kon aantreden bij de laatste twee wedstrijden van het seizoen, zakte hij in de EMX250 van de vierde naar de zesde plaats.
1 van 2
Koen Hermans en Ben van den Boogaard vormden het sterkste duo bij de zijspancrossers.
Voor de tweede keer WK-goud voor Lotte van Drunen.
Goud bij de zijspannen
Het WK zijspancross 2025 werd een prooi voor de Nederlanders Koen Hermans en Ben van den Boogaart. Na de eerste GP in Kramolin pakte Hermans direct de WK-leiding met de Franse broers Prunier op twee. Tijdens de GP’s waren Hermans en Prunier steeds aan elkaar gewaagd, al maakten ze beiden ook wel eens een misstap. In Letland was Prunier een heat uitgevallen en met nog twee GP’s te gaan stond Hermans stevig op één, maar het venijn zat in de staart van het seizoen. De voorlaatste GP in het Franse Vesoul verliep voor de Nederlanders dramatisch. In de eerste heat crashten Keuben/Rietman keihard na een hoge sprong, wat voor rijder Justin Keuben niet alleen het einde van het seizoen, maar zelfs het einde van zijn crosscarrière betekende. Prunier was in Vesoul de dubbele heatwinnaar en daar verspeelde Hermans zijn voorsprong door een loszittende radiator. Wilkinson/Millard wisten het hele seizoen constant te scoren, waardoor er drie duo’s met slechts zes punten verschil naar de seizoensfinale in Rudersberg gingen. Daar maakte Wilkinson voor het eerst in 2025 een fout en crashte direct uit de wedstrijd. Hermans en Prunier vochten stevig, Hermans won de eerste heat. Prunier ging in zijn jacht op Hermans over de kop en werd slechts vijfde. Hermans/Van den Boogaart namen zo het voortouw in de laatste heat van 2025 en zij wisten de titel binnen te slepen voor Prunier en Wilkinson. De onfortuinlijke Keuben/Rietman werden nog zesde in de eindstand, net voor de broers Tim en Sem Leferink, die in Lommel hun eerste GP wisten te winnen, op zeven. Wijers/Van Hal sloten met een negende plek hun WK ook af binnen de top tien.
Zilver op het gras
Grasbaanracer Dave Meijerink wist zijn prijzenkast in 2025 flink uit te breiden. Hij prolongeerde medio augustus het zilver op het Europees kampioenschap. In Eenrum kwam hij luttele centimeters te kort om de Deen Kenneth Hansen te verslaan. Ook op mondiaal niveau streed Meijerink mee om de ereprijzen. Tijdens de GP in Marmande liep hij het podium nog mis door een uitval in de finale. Maar in Roden, tijdens de afsluitende GP-ronde, wist de 25-jarige Meijerink zijn eerste GP-zege te boeken en daarmee op te schuiven naar een vierde plaats in de WK-eindstand. De Nederlandse titel ging dit jaar naar Romano Hummel. De voormalige wereldkampioen keert na een jaar afwezigheid in 2026 weer terug op het hoogste niveau. In de kwalificatiewedstrijd in Frankrijk werd hij vierde en dat was ruim voldoende om een startplaats af te dwingen. Hummel en Meijerink reden samen met Mika Meijer en William Kruit naar de tweede plaats in het WK voor landenteams. Enkel de Britten waren in het Duitse Vechta sneller.
In het begin van het jaar was Jasper Iwema goed op dreef in het WK ijsrace. In de in twee wedstrijden (vier wedstrijddagen) betwiste titelstrijd eindigde hij als vierde.
Tekst: Jan Boer, Emil Bilars, Gert Bos Foto’s Boer, Bilars, Bos, Damon Teerink, Fabrieken
1 van 6
Ricardo Brink werd ongeslagen kampioen in de Duitse Pro Superstock 1000.
Ondanks het missen van meerdere GP’s wist Jeffrey Herlings nog vijfde te worden in de MXGP.
Calvin Vlaanderen eindigde voor het vierde opeenvolgende jaren bij de beste tien in de MXGP.
Dave Meijerink werd tweede in het EK-gras en vierde in het WK-langbaan.
De broers Tim en Sem Leferink behaalden in Lommel hun eerste GP-zege.
De vierde plaats in het WK-ijsrace ging naar Jasper Iwema.
Op maandag 15 december 2025 vond in een klein dorpje in Suffolk een diefstal plaats die de Britse motorfietswereld in zijn greep hield. Dieven drongen binnen in een beveiligde schuur en stalen een unieke Riley motorfiets uit 1904. Dit exemplaar, dat behoort tot de laatste van zijn soort wereldwijd, is mogelijk het enige nog bestaande in het Verenigd Koninkrijk.
De eigenaar, Bill Fellowes, is de achterkleinzoon van Percy Riley, de maker van deze motorfiets. Voor Fellowes is de machine meer dan een verzamelobject; het is een tastbare verbinding met zijn familiegeschiedenis. Recent had hij veel tijd en geld gestoken in de restauratie van de motorfiets, waardoor het verlies nog pijnlijker is.
De diefstal is ironisch, want de motorfiets is vrijwel onbruikbaar zonder specialistische kennis. De 1904 Riley heeft een complexe startprocedure en mist momenteel een aandrijfriem. Dit maakt de machine moeilijk te verkopen, wat de waarde op de zwarte markt verder ondermijnt.
In het Verenigd Koninkrijk is motorfietsdiefstal een groeiend probleem. Meer dan 1,4 miljoen motorfietsen verdwijnen jaarlijks wereldwijd, met Londen als een van de slechtste plekken voor diefstallen. Gewoonlijk worden gestolen motorfietsen gesloopt voor onderdelen of geëxporteerd, maar deze Riley is een museumstuk die zijn waarde ontleent aan authenticiteit en zeldzaamheid.
De historische betekenis van deze motorfiets moge duidelijk zijn. William Riley Jr. had het bedrijf opgericht, dat uiteindelijk zou uitmonden in een legendarisch merk. De technische specificaties van die tijd zijn indrukwekkend, met motoren variërend van 2,25 pk tot 9 pk.
Als je op YouTube filmpjes kijkt, kun je echt eindeloos dwalen en wegdromen in de enorme hoeveelheid content. Voor je het weet, zijn er uren verstreken en heb je zelfs het avondeten gemist omdat je weer eens bent blijven hangen in een video waarvan je niet eens wist dat die bestond. Zo ontdekte ik laatst toevallig een video over Stadioncross in het Goffert Stadion in Nijmegen, en wel uit 1986. Dit is zo’n video waar je compleet in op kunt gaan. Geniet ervan!
Vermijd de woonboulevards, bezoek Motorkledingstore op tweede kerstdag! Smul van een gratis broodje warme worst en natuurlijk ontbreekt de warme chocolademelk niet. Maar dat is nog niet alles!
Er wacht een cadeaubucket met een waarde van 100 euro op iedereen die 200 euro of meer spendeert. Met de start van de Wintersale zit je daar zo aan: je krijgt eerste keus in de uitverkoop met kortingen oplopend tot 50%!
Vrijdag 26 december zijn alle megastores geopend van 12:00 tot 17:00 uur. Ben jij van de partij? Dan maken we er samen een gezellig kerstfeest van!
Motorkledingstore wenst alle motorrijders van Nederland een geweldige Kerst en een nieuw jaar met veel veilige kilometers.
Speciale openingstijden van Motorkledingstore rondom de feestdagen:
Kerstavond (woensdag 24 december) open van 10:00 – 17:00 uur
Eerste Kerstdag (donderdag 25 december) gesloten
Tweede Kerstdag (vrijdag 26 december) open van 12:00 – 17:00 uur
Oudejaarsdag (woensdag 31 december) open van 10:00 – 16:00 uur
Nieuwjaarsdag (1 januari) gesloten
Nieuw jaar, nieuwe job?
Bij Motorkledingstore zijn we op zoek naar gedreven motorrijders. Er zijn diverse vacatures beschikbaar. Zowel in de winkels als op kantoor. Bekijk de vacatures, solliciteer en maak werk van je hobby!
Sommige zestigers kijken reikhalzend uit naar hun pensioen. Louis Vosters hoort daar niet bij. De 68-jarige Bergeijkenaar begint aan een nieuw hoofdstuk als teambaas van het MXGP-fabrieksteam van Ducati, dat hij de komende drie jaar onder zijn hoede neemt.
Louis Vosters is zijn hele leven verbonden met de cross. Hij heeft vijftien jaar lang de sport beoefend en behoorde tot de top tien in Nederland. Een internationale carrière zat er niet in; als echte zandhaas voelde hij zich niet thuis op harde banen. Na zijn actieve carrière richtte hij het Wilvo-team op, dat eerst een privéteam was en later het fabrieksteam van Yamaha werd. Toen Yamaha in 2023 de samenwerking beëindigde, ging Vosters verder met Fantic. Maar een aanbod van Ducati kon hij niet weerstaan, en dus leidt hij vanaf het seizoen 2026 het MXGP-team van Ducati.
‘Dat was in augustus 2023. Een paar maanden eerder hoorde ik dat Yamaha niet verder wilde. Toen kwamen de Italianen bij me. Ze vonden dat ze nog niet ver genoeg waren om samen te werken; de motor was nog te veel in ontwikkeling. Serieus meedoen in de GP’s zat er nog niet in, dus kozen ze voor het team van Corrado en Marco Maddii, een Italiaans team dichtbij de fabriek. Ze wilden eerst in het Italiaans kampioenschap starten.’
Louis Vosters is uiterst geconcentreerd tijdens de wedstrijden.
En toen werd het Fantic?
‘Fantic heeft mij benaderd. Ze hebben mij naar Italië gevlogen. Eigenlijk waren we er binnen een paar uur uit. Ik heb ontzettend fijn gewerkt met de mensen van Fantic. Ik had een optie voor nog een jaar. Eigenlijk zou ik pas in 2027 beginnen met Ducati, maar door interne omstandigheden viel de beslissing om eerder te starten. Het was lastig om dat tegen Fantic te zeggen. Het waren twee goede jaren. Ze waren fijn in de omgang, we hebben goed naar elkaar geluisterd. Daar ben ik ze erg dankbaar voor. Zij waren bereid onderdelen te maken om te testen. We hebben de motor verder ontwikkeld zonder fabrieksmateriaal van Yamaha erin. En dat heeft heel goed uitgepakt. De rijders waren er ook blij mee, Glenn met name. Glenn is heel kieskeurig en hij was erg blij dat we een motor hadden waarmee hij goede resultaten kon behalen.’
Hoe was het verdergegaan als Fantic niet was gekomen? Stoppen?
‘Ik wilde echt niet stoppen. Dan had ik misschien weer een privéteam opgezet, wat natuurlijk heel erg lastig is.’
Dat was gelukkig niet nodig en nu heb je voor drie jaar zekerheid.
‘Ik stop voorlopig nog niet. En Ducati heeft de intentie om langer door te gaan.’
Met twintig GP’s over de hele wereld moet je veel reizen. Vind je dat na al die jaren nog wel leuk?
‘Het is hartstikke mooi als je de dingen kunt doen die je leuk vindt. Ik voel me bevoorrecht. Ik heb het trouwens nooit in mijn leven als echt werk gevoeld, ook niet toen ik een bedrijf had. Ik ben dagelijks in de werkplaats en op kantoor. Ik heb veel moeten reizen, vooral op het eind van het seizoen met Turkije, China en Australië en daarna nog de Nations in Amerika. Het is gewoon wat het is. Ik zie er helemaal niet tegenop. We gingen van China rechtstreeks naar Australië. Daar hadden we een paar dagen vrij. Dan kun je dus zelf iets doen. Maar bij alle andere GP’s is het gewoon op en neer. We vertrekken op donderdag of vrijdag en dan maandag weer naar huis. Als je dat niet doet, ben je eigenlijk nooit meer thuis. Twintig GP’s in zeven maanden, dan heb je gemiddeld drie per maand. Thuis moet er ook het een en ander gebeuren, anders blijft er te veel liggen.’
Wat zijn je eerste ervaringen met Ducati?
‘We hebben wekelijks een Teams-meeting. Dat staat voor elke dinsdag gepland. Dan spreken we alles door, vooral op technisch gebied. Dat is gewoon heel goed. We spelen allebei kort op de bal. Zo ontstaan er geen misverstanden.’
Het MXGP-team van Ducati stond dit jaar onder leiding van Paolo Ciabatti. Jij bent gewend teambaas te zijn. Twee kapiteins op één schip?
‘Nee, Ciabatti is general manager offroad. Hij staat aan het hoofd van alles wat bij Ducati met offroad te maken heeft. Dus niet alleen het MXGP-team en het nieuwe MX2-team, maar ook de ontwikkeling van de productiemotor en de enduromotor. Hij is bij alle Grands Prix aanwezig, maar ik ben nog steeds de baas over mijn eigen team. En dat vind ik natuurlijk goed.’
Met Glenn Coldenhoff en Fantic beleefde Louis Vosters met zijn team twee mooie jaren in de MXGP.
Paolo Ciabatti vertelde mij in Arnhem dat jullie samen de keuze van de rijders zouden maken.
‘Ja, dat klopt. Jeremy Seewer had nog een contract met Ducati dat volgend jaar doorloopt. Ik heb al twee keer eerder met Seewer samengewerkt, in totaal vijf jaar. Hij is dus heel vertrouwd voor mij. De Italianen wilden graag een Italiaan in het team hebben, een jonge rijder. Andrea Bonacorsi heeft dit jaar voor mij gereden. Die jongen heeft potentie, heeft goede uitslagen gereden. Ik wilde hem er graag bij houden, want hij is een superfijne jongen, een harde werker en heel serieus. Hij is pas 22 jaar. Ducati vond dat vanuit hun perspectief een goede keuze. Onze derde rijder is Calvin Vlaanderen. Een goede jongen. Hij is ook een harde werker, heel serieus.’
De keuze voor deze rijders betekende dat jij afscheid moest nemen van Glenn Coldenhoff.
‘Dat was niet gemakkelijk. Glenn heeft vijf jaar bij mij gereden. Het waren vijf mooie jaren. Heel mooi dat hij dit jaar derde in het WK is geworden. Ducati wilde verjongen. Ik ben blij dat ik met Calvin wel weer een Nederlander in het team heb. Ook een jongen die net als Glenn heel professioneel bezig is. Ik had een band met Glenn en met de mensen om hem heen. Glenn was hier dagelijks. Het was supermoeilijk om afscheid van hem te nemen. We hebben ter afscheid vorige week met hem en zijn vrouw gegeten. Glenn heeft gelukkig weer onderdak gevonden voor volgend jaar (Coldenhoff gaat rijden voor Yamaha C6 Bank IMS Racing in het Braziliaans kampioenschap; J.B.). Ik denk dat het voor hem best wel mooi is op die manier zijn carrière af te bouwen.’
Ducati gaat komend jaar ook van start in de MX2. Heb jij daar bemoeienis mee?
‘Nee, dat wordt gedaan door een Italiaans team, Beddini, en staat los van ons team. We zullen misschien wel eens een keer met elkaar overleggen.’
Is er al getest door de nieuwe rijders?
‘We hebben de eerste tests gedaan. Het heeft me verbaasd hoe sterk Calvin is, hoe technisch hij rijdt. Ik verwacht wel het nodige van hem. We hebben zes dagen getest. We zijn in Duitsland geweest en hebben in Lommel en Arnhem gereden. En nu is iedereen naar Spanje. Ik ga er ook heen. We gaan daar nieuwe onderdelen testen en hopen dan weer een stapje te maken. Dit is wel een intensieve periode voor ons. De ontwikkeling geschiedt op twee fronten, in Italië en bij ons. Er wordt met man en macht gewerkt om nieuwe onderdelen te maken. We doen alles in overleg. Ik ga natuurlijk niet zomaar zelf iets maken of tunen. Dat gaat in heel goed overleg. Dat bevalt mij enorm goed. Met Fantic was dit ook grotendeels het geval. Yamaha was iets minder flexibel, daar ging het minder in overleg. Daar werd eigenlijk alles bepaald door het management.’
Hoe ziet na de jaarwisseling de weg naar de eerste GP eruit?
‘We gaan in januari de hele maand trainen op Sardinië. Dat doet vrijwel iedereen. Er zijn daar niet alleen zandbanen, maar ook harde circuits. We kunnen dus variëren. Het is daar dan over het algemeen goed weer. Aansluitend twee wedstrijden voor het Italiaanse kampioenschap. En misschien ook nog wel Hawkstone Park en Lierop.’
Heeft de overgang naar Ducati nog gezorgd voor personele wijzigingen?
‘Er zijn twee monteurs gestopt; die zitten niet meer in de GP’s. Ik had dus sowieso aanvulling nodig. Op technisch en logistiek gebied hebben we de staf een beetje uitgebreid. We hebben nu ook een partsmanager. We zijn in totaal met zestien mensen. Daarbij ook Italianen, maar geen Nederlanders. We hebben een internationale crew en dat vind ik prima.’
Het was al lang bekend, maar pas tijdens de EICMA werd officieel bekend gemaakt dat Louis Vosters het MXGP-team van Ducati gaat managen. Hier Vosters met Ducati’s CEO Claudio Domenicali (midden) en offroad-manager Paolo Ciabatti.
Heeft Ducati jou een doelstelling gegeven?
‘Ze hebben me niet echt iets meegegeven. Om wereldkampioen te worden heb je het goede materiaal nodig. En de goede rijders. Ik ben heel blij met de line-up van dit moment. Als we de motor nog beter op punt krijgen, denk ik dat Seewer, Bonacorsi en Vlaanderen best competitief kunnen zijn. Maar wellicht zou er in de toekomst nog een echte topper bij kunnen komen. We gaan ons best doen om er iets moois van te maken.’
De omschakeling naar een nieuw merk heeft nogal wat gevolgen. Eind 2023 verdween het blauw van Yamaha. Dat werd vervangen door het zwart van Fantic en nu is het rood van Ducati de basiskleur.
‘Het is een hele klus om alles aan te passen. Het meeste is klaar. Alle transportmiddelen hebben de nieuwe kleur. De werkplaats is bijna klaar. Je moet alle tenten, de matten, de banners, alles, alles vervangen. Het is een hele waslijst.’
Nick Leerkes bij Star Twin Motors
Op een drukbezochte avond maakten Star Twin Motors uit Loenen en Nick Leerkes hun plannen voor 2026 bekend. De 29-jarige crosser, geboren in Apeldoorn en nu woonachtig in Loenen, gaat in 2026 van start op een Ducati 450MX. Hij zal deelnemen aan de Dutch Masters en het Nederlands kampioenschap. Leerkes: ‘Mijn doel is een plek bij de beste drie in het Nederlands kampioenschap. In de Dutch Masters wil ik bij de eerste tien eindigen. Omdat er in Nederland niet veel wedstrijden zijn, doe ik ook mee aan de ADAC MX Masters. Verder staan er twee MXGP’s op mijn kalender: Lommel en Arnhem. Ter voorbereiding op het nieuwe seizoen rijd ik een wedstrijd voor het Italiaans kampioenschap in Mantova op 8 februari en de Dutch MX Season Opener in Lierop op 1 maart.’
Robert van Zalinge, salesmanager Nederland bij Ducati Benelux, vertelde iets over de plannen van Ducati: ‘Bij Ducati draait alles om de sport. Daarom beginnen we eerst met wedstrijdmotoren voordat de productiemotoren beschikbaar komen. Na de start in de MXGP zijn ze nu te koop. Deze zomer wordt de 250MX uitgebracht, en in het najaar komen er enduromodellen op de markt. Voor het project van Nick en Star Twin Motors krijgen we ondersteuning van de fabriek.’ Louis Vosters van het fabrieksteam heeft geen bemoeienis met Nick Leerkes.
Net als olie in je blok zorgen cookies ervoor dat alles soepel loopt. We gebruiken ze om de website goed te laten werken en je de beste ervaring te bieden. Door verder te gaan, geef je toestemming voor het gebruik van cookies.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.