zondag 10 mei 2026
Home Blog Pagina 894

Dubbeltest 2020 BMW F 900 XR en 2020 BMW S 1000 XR

0
BMW F 900 XR

Jarenlang was de BMW S 1000 XR de enige erfgenaam binnen de XR-familie van BMW. Maar nu is er de BMW F 900 XR, waardoor wij ons afvragen: waar staan die XR-letters nou voor?

TestlocatieNederland
OmstandighedenDroog, warm en dorstig
TemperatuurBoven de twintig graden
Testkilometers650
BijzonderhedenDe 900 is een publiekstrekker

2020 BMW F 900 XR

Deze ‘kleine’ BMW F 900 XR lift maar al te graag mee op het XR-gemeengoed dat z’n grote broer al enkele jaren in z’n eentje hoog houdt. Maar, hoe XR is deze kleine F? We zetten ’m daarvoor naast de maatstaf in de familie.

2020 BMW S 1000 XR

Woest en wild, tembaar en gemoedelijk. De S1000XR heeft een bijzonder veelzijdige reputatie opgebouwd en de XR-benaming als eigen merk opgebouwd. Blijkt deze oer-XR, in 2020 nog geheel vernieuwd, een blauwdruk voor de nieuwe familie?

BMW S 1000 XR

Test 2020 BMW F 900 XR

De BMW S 1000 XR mag qua grootte en specificaties weliswaar de meest indrukwekkende zijn, de BMW F 900 XR is bij motorkenners medio 2020 toch echt de publiekslieveling. Een beetje zoals het een puppy op een kinderverjaardag gaat: iedereen wil ’m even zien, aaien en horen. Overal waar ik bij motorliefhebbers over de vloer kom zijn ze benieuwd. Is het wat? Hoe rijdt-ie nou? En, wat kost-ie ook alweer?

Het is duidelijk een model waar lang naar uitgekeken is. De BMW S 1000 XR daarentegen, bestaat al een tijdje. En al die pk’s, elektronica en vooral het geld dat-ie moet kosten: dat blijkt tot mijn verbazing inmiddels wel een bekend verhaal, ondanks dat het model in 2020 waanzinnig is vernieuwd.

BMW F 900 XR

Tevreden pruttelen

Goed, laten we direct even knielen naast het motorblok om het allergrootste verschil van dichtbij te bekijken. Deze 270graden-paralleltwin is natuurlijk op geen manier te vergelijken met de viercilinder-in-lijn van de S 1000 XR. Deze 895cc tellende tweecilinder slecht weliswaar de 100pk-grens, maar heeft er toch nog 60 pk minder dan de 1000. Stationair draaiend pruttelt de tweecilinder tevreden, maar bang maken doet-ie je geen moment. Ook niet als je eenmaal rijdt en dat bedoelen we als een compliment.

We kennen dit blok als doorontwikkeling uit de F 850 GS en dat betekent dat-ie onderin nog steeds een ietsjepietsie soepeler zou kunnen draaien, maar van onderuit toch een heel mooi koppel levert en gerust speels te noemen is. En soepeler dan de 850 is-ie zeker. Ondanks z’n licht opruiende en speelse karakter, is de tweecilinder voor Jan en alleman erg bruikbaar en daarmee schiet BMW voor dit segment prima in de roos. Dat je in de tussentijd de BMW S 1000 XR aan de horizon ziet verdwijnen, is voor deze test wel interessant, maar geen F 900 XR-rijder zal zich er druk om kunnen maken en heeft daar groot gelijk in.

Luxe met een kanttekening

BMW’s elektronisch aangestuurde veersysteem, ESA, is sinds 2020 standaard op de S 1000 XR en optioneel op de F 900 XR. Mooi! Ware het niet dat je wel even heel goed moet weten dat het ene ESA bij BMW het andere niet is. Bij ‘de kleine’ heeft het enkel betrekking op de achtervering en dus zou ik het eerder een beladingssysteem noemen, dan dat je er het gehele stuurkarakter mee kunt aanpassen. Met een druk op de knop verstel je echter de veervoorspanning van de schokdemper, terwijl de demping tijdens het rijden semi-actief wordt bijgeregeld. Heel luxe, maar wel duidelijk van een ander formaat luxe dan het systeem op het XR-vlaggenschip.

En zo staat dit verschil in ESA symbool voor de verschillen tussen beide XR’en. De BMW F 900 XR biedt veel, maar als je het vergelijkt met z’n grote broer, valt het veelal tegen. Dat werkt wat demotiverend, dus benadruk ik maar even dat je ’m eigenlijk natuurlijk met concurrerende machines in z’n eigen segment moet vergelijken. Doe je dat, dan zie je dat-ie heel compleet is aan te kleden en bovendien standaard al helemaal niet karig is. Net zoals het windscherm zijn de hendels keurig instelbaar en biedt het tft-scherm toegang tot je mobiele telefoon, navigatie en andere connectiviteit. Niet-standaard, maar wel verkrijgbaar zijn opties als bochtenverlichting, het sleutelloze contactsysteem, het eerder genoemde ESA-systeem en BMW’s noodhulpsysteem dat vanzelf 112 belt als het baasje in de sloot ligt. En de reden dat ik deze waslijst relevant vind voor deze test, is omdat de ‘kleine’ XR op deze manier toch profiteert van de duurdere, en meer volwassen modellen die BMW ook aanbiedt. Bij veel andere merken druppelen duurbetaalde opties niet als opties ‘top-down’ door naar goedkopere machines. Bovendien is deze BMW ook volledig aangekleed zeker niet duurder dan z’n directe concurrenten.

In de praktijk

En verder is het eigenlijk gewoon spijkers op laag water zoeken om beide XR’en te vergelijken. Er komen tijdens het rijden de nodige geforceerde vergelijkingen op, maar onderaan de streep zijn het simpelweg twee compleet verschillende fietsen. Positief onderscheidend is de 900 door z’n veel handelbaardere karakter. Qua blok, maar ook qua stuurgedrag en bij straatjekeren met beide voeten aan de grond. De F 900 is die XR die je zonder al te grote zorgen aan je buurjochie uitleent, maar die tot op bepaalde sportieve hoogte ook een prima metgezel is voor een weekendje Ardennen. En vooral de machine die je € 7.100,- in je achterzak doet houden, trouwens. Persoonlijk zou ik als eerste geld besteden aan een hoger zadel, waarvan BMW er maar liefst vier biedt. Qua geometrie is de grotere XR me met m’n 1.90 meter lichaamslengte vanzelfsprekend meer op het lijf geschreven. Met een stel koffers eraan zie ik in deze F-XR een ideale metgezel voor woon-werkverkeer en weekendjes weg waar niet geknald, maar getoerd wordt.

Alles is geënt op bruikbaarheid en daarmee schiet BMW voor dit segment prima in de roos.

Pluspunten 2020 BMW F 900 XR

Bruikbaar, handelbaar, betaalbaar, speels

Minpunten 2020 BMW F 900 XR

Zadelkeuze bij aanschaf

Test 2020 BMW S 1000 XR

De dagen dat de BMW S 1000 XR de enige vertegenwoordiger van de XR-familie van BMW was, zijn geweest. En dat heeft eigenlijk nog knap lang geduurd. Als mensen mij de afgelopen jaren naar de XR vroegen, begon ik altijd maar direct over de herkomst van het motorblok. Die viercilinder, ooit ontwikkeld voor superbike S 1000 RR, is veelzeggend voor de gehele XR-insteek. Met gemak in staat meer dan 200 pk te leveren, maar die in XR-trim met een afgevlakte vermogenscurve en gegroeide koppelcurve nog altijd de stenen uit de straat trekt. Noem het met z’n allroad-silhouet gerust een wolf in schaapskleren.

Wat deze test wel duidelijk maakt, is dat die wolf-in-schaapsklerenmentaliteit geen familietrekje is. Nee, het is voorbehouden aan de S en dus concluderen we dat de XR-benaming voor silhouet en rijwielgedeelte staan: een allroad-zithouding, gecombineerd met een veelzijdig onderstel.

2020 BMW S 1000 XR

De meerdere

Het is tijdens deze test een herhaling van zetten. De BMW F 900 XR maakt telkens behoorlijk indruk, en de BMW S 1000 XR overtreft die indruk op alle fronten. Comfort van de 900? Dikke prima, maar lang niet wat de 1000 biedt. Power? Van hetzelfde. Sturen? Ja hoor, vul maar in. En de aankleding? Ook daar laat de 1000 zich niet aftroeven. Het is louter de hanteerbaarheid waarin deze XR het onderspit delft. Korte bochtjes, straatje keren, even de garage in duwen; de wendbaarheid is een stuk minder en dus werk je je op het zwaardere, bredere en hogere vlaggenschip eerder in het zweet. En bij het afrekenen natuurlijk, want van € 7.100,- extra betalen krijg je ongetwijfeld meer zweet op je rug.

Toch is die hanteerbaarheid niet iets om zomaar weg te wuiven. Een niet-ervaren motorrijder zou zich serieus vraagtekens mogen stellen bij het afrekenen van een BMW S 1000 XR. De potentie van deze machine is zó enorm hoog, dat je de helft van het potentieel al gauw verknalt. Dik 160 pk, een waanzinnig rijwielgedeelte en dito elektronica verdienen het om ten minste af en toe aangesproken te worden. Doe je dat niet, dan zou ik lekker een F 900 XR kopen, € 7.100,- besparen en een dag in de week minder gaan werken om in 52 vrije dinsdagen toe te rijden naar de ervarenheid die die grote XR verdient. Punt, voor wat betreft de kostenoverweging.

Multitest: BMW F850GS, Honda Africa Twin, Suzuki V-Strom, Triumph Tiger 900

Sturen en knallen

Rij je deze XR op een goed tempo, dan stuurt-ie zoals een GP-coureur de Ramshoek neemt: vloeiend, maar snoeihard. Het is een machine die vooral gedijt op langlopend bochtenwerk en het leuke daarbij is dat je zit zoals op een toermotor. Uit de wind en lekker rechtop. Dat bijna schizofrene karakter is wat ’m zo uniek maakt. En waar het motorblok bovendien in uitblinkt. Ik heb deze viercilinder wel eens omschreven als een turbine en ik kan nog steeds geen betere vergelijking bedenken. Vanuit lage toerentallen sleurt-ie flink, met een indrukwekkend aanzwellend inlaatgeluid richting hogere toerentallen waar de ruim 160 paardenkrachten hun werk doen. Het is verslavend, ‘kicken’ en nog functioneel ook.

Die functionaliteit zit ’m wat mij betreft in het onberispelijke viercilinderkarakter bij lage toerentallen. Soepel en vergevingsgezind, zelfs als je om welke reden dan ook een rotonde in de vierde versnelling zou willen rijden. De trillingen behoren vrijwel geheel tot het verleden, al kun je ze bij een enkel toerental nog wel terug vinden. Storend is het niet. Het is wel zo’n typisch ruw randje dat je op de kleine telg niet zult vinden. Deze S BMW 1000 XR is en blijft een wolf in schaapskleren, en als je ’m een jasje uit doet, zul je dus nog altijd die wolf aantreffen.

Aankleding

Gek genoeg zullen merkfetisjisten op sommige punten met begeerte naar de kleine XR kijken. Want tsja, die heeft wél Brembo-remmen. De S1000XR remt met ogenschijnlijk merkloze remklauwen, die onderhuids van Hayes zijn. Het geeft ’m wat minder cachet, maar remt er niet merkbaar minder om. Het is eigenlijk het enige vindbare minpunt ten opzichte van de 900. Gaat het om remwerking, dan zijn de Hayes-exemplaren gewoon troef. Of beter gezegd: de algehele set-up. Vooral de demping van de voorvork is bij hard remmen véél beter geregeld op de grote XR. Mede te danken aan het meer volwassen ESA, natuurlijk.

Met het opsommen van de mogelijke opties voor deze XR voelt het soms alsof we een BMW-catalogus volschrijven, dus volstaat het wat mij betreft als ‘zeer omvangrijk’. De quickshifter behoort tot de aanbevelingen en de lichtgewicht M-wielen maken ’m echt af, en je portemonnee leeg. Ga je voor koffers, dan zit je gelukkig niet meer met die foeilelijke koffer-ophanging, die eerdere jaren het geval was. Laten we ervan uitgaan dat de F900XR het goede voorbeeld heeft gegeven…

Op dit zwaardere, bredere en hogere vlaggenschip werk je jezelf eerder in het zweet.

Pluspunten 2020 BMW S 1000 XR

Power, veelzijdig, hard sturen, comfort, hooligan

Minpunten 2020 BMW S 1000 XR

Prijs, minder toegankelijk

Conclusie dubbeltest BMW F 900 XR en BMW S 1000 XR

We hebben de afgelopen jaren vaak aangenomen dat de XR-belettering bij BMW staat voor een supersport-inborst, geschoeid op hoge poten. Dat laatste blijft overeind, maar bij dat eerste moeten we een duidelijke kanttekening maken. Want niets in de BMW F 900 XR roept supersport-associaties op. XR is een afkorting van ‘crossroads’ en daarin staat cross zeker niet voor het oud-Hollandse crossen, maar voor het samenvoegen van twee of meer segmenten.

In het geval van de F 900 XR hebben we het dan over iets dat allroad-, naked- en roadster-karaktertrekken heeft. Logisch gevolg is dat je er alle kanten mee uit kunt. Bij de S1000XR speelt er nog altijd een duidelijk supersport-element mee. Het motorblok is en blijft daarin troef, terwijl het rijwielgedeelte – zeker met de voor deze test gemonteerde M-wielen – daarmee geen moeite heeft.

De BMW F 900 XR is een katje die je zonder handschoenen aan durft te pakken, de BMW S 1000 XR is allesbehalve dat. Al doet de 1000 wel een poging, door op een rustig tempo prima en soepel te rijden. Maar het venijn dat zich openbaart bij standje vol-gas is wel degelijk bijzonder serieus te nemen.

Het flauwe aan dit vergelijk is dat je dit natuurlijk prima op voorhand had kunnen uittekenen. De tweecilinder kenden we al uit de BMW F 850 GS, is alleen maar soepeler geworden en zal in geen enkele configuratie giftig of erg sportief zijn. En het viercilinder 1000-blok zal nooit een tam karakter krijgen. Gelukkig maar.

2020 BMW F 900 XR en 2020 BMW S 1000 XR

Wat beide modellen delen is de rechtop-zithouding zonder allroad te zijn. Dit in beide gevallen geserveerd met een luxe aankleding die treffend weerspiegelt in de tft-schermen met tal van connectiemogelijkheden en het uitlezen van een waslijst aan data. Hoewel ik veel liever op de BMW S 1000 XR dan op de BMW F 900 XR rij, is laatstgenoemde in mijn ogen toch de morele winnaar van deze twee. Als nieuwkomer schudt-ie z’n eigen segment flink op, is-ie gezien z’n goede basisuitrusting erg goedkoop en staat-ie in normaal Nederlands gebruik meer dan z’n mannetje.

Gezocht: motor van aap

0
motor van aap

Staat het er echt? Ja verrek, ergens in Nederland is iemand naarstig op zoek naar een motorfiets waarop ooit een aap reed.

Gemotoriseerde apen vormden ooit – net als de obligate olifanten en leeuwen – een geliefde circusact. Voor de ogen van het enthousiaste publiek reden de primaten hun rondjes door de piste. Dat deden ze veelal op motorfietsjes van de Belgische fabrikant Jef Lenaerts. Als die vaag bekend voor komen, heb je het bij het rechte eind. Het zijn dezelfde motoren die op klassieke draaimolens staan. Speelgoeddingen die zo gewild zijn dat ze zelfs met 81 ART-goedgekeurde sloten nog gepikt worden.

Aap rijdt echt motor

Het modelletje waar deze meneer naar op zoek is, vraagt om nog meer sloten of zelfs een kluis. Bijna elke motor van Lenearts ziet er prachtig uit, maar komt geen meter vooruit omdat het blok geen ‘ingewanden’ bevat. Bijna elk exemplaar dus. Lenearts bouwde ook een paar motoren die daadwerkelijk reden. Waarschijnlijk reden de apen met een gefixeerd gashendel iets boven stationair toerental door de circuspiste. Weet u zo’n exemplaar te staan, neem dan hier contact op met een fanatieke circusliefhebber die zijn verzameling compleet wil maken. De motor hoeft niet van een aap te zijn geweest. 

Aap zit lekker

Jef Lenaerts startte in 1947 met de productie van levensechte minimotortjes. Zeker zijn op Indian gebaseerde motoren zijn echte kunstwerkjes. Een aap moet nog verdomd lekker zitten op zo’n apparaat want ze zijn anderhalve meter lang en 75 centimeter hoog. In de hoogtijdagen van Lenaerts in de jaren ’50 en ’60 produceerde het zo maar vijftig exemplaren per maand. De blokken ogen levensgetrouw, maar lopen natuurlijk niet. Al bouwde Lenaerts volgens de overlevering dus ook echt rijdende zes exemplaren.

Met Jasper Iwema op reis – Avondklok-film #14

0
Jasper Iwema

Jasper Iwema was altijd al een held, maar sinds hij op ijsrace-avontuur is, heeft hij bij ons nog een streepje extra. Waarom? Kijk deze vlog van hem en oordeel zelf.

Wij plaatsen elke dag, exact op het moment dat avondklok in gaat een interessante video. Deze keer: Met Jasper Iwema op reis

Toch een Ducati Multistrada V4 Pikes Peak?

0

Sinds 2020 mogen motorfietsen niet meer deelnemen aan de legendarische bergrace. Toch brengt Ducati in 2021 opnieuw een Pikes Peak Edition uit van de Multistrada V4.

Ducati is vaak succesvol geweest in de legendarische en puur Amerikaanse bergrace Pikes Peak. Vooral de naam Carlin Dunne duikt regelmatig op in de wedstrijdverslagen. Hij is ook houder van het record in de klasse Heavyweight Motorcycle. In 2012 deed hij er 9:52,819 over om de winderige top van de berg te bereiken.

Ducati Multistrada V4 Pikes Peak
2019 Ducati Streetfighter V4 van Carlin Dunne.

Ongeval

In 2019 probeerde Dunne het record te breken met een Ducati Streetfighter V4, maar kwam tijdens die poging helaas on het leven. Sindsdien mogen motoren niet meer meedoen aan de bergrace.

Kennelijk wil Ducati de traditie van een Multistrada Pikes Peak toch voortzetten. Een certificeringsdocument van het Amerikaanse Environmental Protection Agency geeft aan dat de Ducati Multistrada V4 ook beschikbaar zal zijn in een Pikes Peak-uitvoering.

Alles over de 2021 Ducati Multistrada V4, V4S & V4S Sport

Guy Martin: ‘Klaar om te sterven om de snelste te zijn op een motorfiets’

0
Guy Martin

Guy Martin is eerst en vooral een karakter, hij heeft die ouderwetse charme. Hij ziet eruit als een personage uit een Nicholas Ray-film uit de jaren 50. Motoren, snelheid en een minachting voor de dood op het randje van nihilisme en smakeloosheid. De Britse coureur kan niet stilzitten. Hij werd beroemd door het racen in de TT, maar na een paar jaar begon het eiland Man hem te vervelen: ‘Ook al is de TT heel extreem, het was altijd hetzelfde circuit en elk jaar dezelfde routine,’ legt hij uit in een interview met zijn sponsor Morris Lubricants.

Guy Martin wil met z’n Suzuki Hayabusa naar 483 km/u

Guy heeft verschillende projecten gedaan, zoals het opnieuw doen van de beroemde sprong in The Great Escape en heeft allerlei records gebroken. Zijn heldendaden werden zo populair dat jet Britse Channel 4 besloot een serie aan hem te wijden: Speed with Guy Martin. Waarin Martin deed wat hij het beste kan: snelheidsrecords breken op allelei soorten motor- en niet-motorvoertuigen.

Maar het is één ding om het Guinness Book of Records binnen te komen met leuke uitdagingen in een familieshow, maar het is iets heel anders om de snelste man ter wereld te worden op een motorfiets. Want dat is het echte doel van Guy Martin, sinds hij in 2018 voor € 5.600,- een tweedehands Suzuki Hayabusa kocht. Met de hulp van Jarrod ‘Jack’ Frost, veranderde hij de Suzuki in een 830-pk supercharged monster.

Hij probeert al twee jaar het mijlrecord staande start te halen. In 2019 tikte Martin 270,9 mph (435,9 km/u) aan tijdens een test op Elvington Airfield. In 2020 ging het nog beter: 282 mph (453,8 km/u). Dit jaar is het doel 300 mph (482.8 km/u) te halen, wat er ook voor nodig is. ‘Ik denk dat als je zoiets pas doet, als je niet bang bent om te sterven. Toen ik begon met racen hield ik er zoveel van dat ik er voor zou willen sterven. Na vier of vijf jaar deed ik het nog omdat ik competitief was, maar doodgaan was het niet meer waard.’

Honda Africa Twin-crossover krijgt de naam NT1100

0

Honda heeft in Europa een aanvraag ingediend voor de naam NT1100. Dat zou een nieuw signaal betekenen in de richting van het lang verwachte sporttoermotor die gebruik maakt van het DCT-blok uit de 1100 Africa Twin.

Registratie in Europa

De eerste geruchten over een nieuwe Honda sporttoer crossover doen al een tijdje de rondte. Slechts enkele dagen geleden, op 2 februari, heeft Honda bij de Europese instantie voor intellectuele eigendom de naam NT1100 geregistreerd voor de categorie ‘motorfietsen’.

NT1100
Dit is natuurlijk een render o.b.v. het Africa Twin-blok.

Eerdere Honda NT’s

Het NT-acroniem verscheen in 1988 voor het eerst op de Honda NTV650. Dat was een wegmotor met het V2-blok van de twee jaar eerder gelanceerde Transalp. De laatste motor die met dit blok werd uitgerust, was de NT700 Deauville. Deze Honda was een GT van gemiddelde grootte met geïntegreerde zijkoffers zoals de Pan European. Al deze modellen hadden een cardan-eindaandrijving.

NT700 Deauville

2021 Honda VFR Interceptor is exclusief voor Japan

Coronasluiting leidt tot minder motorverkoop in januari

0

Een zwaluw maakt nog geen zomer, maar van de januari-cijfers 2021 slaat de schrik je om het hart. Slaat na een fantastisch 2020 corona ineens in alle hevigheid toe? Als je de cijfers ziet, zou je denken van wel. Maar die zeggen veel, maar niet alles. Door de strengere coronamaatregelen zijn alle motordealers gesloten. Als je als branche er dan in slaagt 629 motoren te laten registreren tegen 945 in januari 2020 (geen corona!) doe je het best goed.

Wel opvallend – tijdelijk? – is dat Honda uit de top 10 is geduikeld en dat Zero Motorcycles er juist bij is gekomen. Op basis van kille cijfers: Yamaha heeft het moeilijk in januari met 70 registraties tegen 207 in januari 2020. Piaggio weet de ‘schade’ beperkt te houden tot 2 registraties. Ducati plust zelfs zes registraties!

De top 4 doet aan stuivertje wisselen. BMW doet het qua aantallen het best met 98 registraties, gevolgd door Kawasaki met 72 en Yamaha. Vierde is KTM met 69. Van de Top 4 weet Kawasaki de schade beperkt te houden tot -20%, gevolgd door BMW (-34%), KTM (-40%) en Yamaha (-66%). Het aantal registraties van Zero gaat door het dak: +32% Ook bij Ducati kan de vlag uit met +26%.

Registraties januari 2020 – 2021

 20202021
MerkAantalAantal
Totaal945629
BMW14998
KAWASAKI9072
YAMAHA20770
KTM11569
PIAGGIO4038
TRIUMPH4838
SUZUKI5634
HARLEY-DAVIDSON6133
DUCATI2329
ZERO MOTORCYCLES2229

Documenten tonen 2022 Triumph Street Scrambler Sandstorm

0

In Amerikaanse en Europese homologatiedocumenten duikt een nieuwe Triumph Scrambler 900 op. De Triumph Street Scrambler Sandstorm zou er dit jaar al kunnen zijn.

Het lijkt zeker dat Triumph dicht bij de lancering van een nieuwe versie van de Street Scrambler 900 is. Die zal onder de naam Sandstorm de wereld in rijden en zou eind dit jaar al realiteit kunnen zijn, samen met updates voor de Street Twin. Die deelt immers dezelfde staande twin met de Sandstorm.

Dit blijkt uit emissiedocumenten van het Amerikaanse EPA, waarin de Triumph wordt geclassificeerd als modeljaar 2022. In de praktijk kan zo’n model ook al in 2021 te koop zijn.

Voor Europa komt de bevestiging uit homologatiedocumenten die in Duitsland zijn gepubliceerd. Daarin wordt het model Sand genoemd in plaats van Sandstorm. In beide gevallen bedraagt het vermogen van de bekende 900cc-twin 65 pk bij 7.250 tpm (nu ligt de piek bij 7.500) en het maximumkoppel 80 Nm, nu bij 3.250 tpm in plaats van 3.200 tpm zoals bij het model dat nu te koop is. In de documenten is er ook een A2-versie die beperkt is tot 47 paarden. Voor het gewicht wordt 228 kg rijklaar opgevoerd, wat dicht in de buurt ligt van de 203 kg droog van het huidige model.

Digitale tovenaar maakt van Triumph Speed Triple 1200 een Daytona 1200

Naar de uiterlijke verschillen kunnen we slechts raden, maar afgaand op de gekozen naam zou het een speciale, voor races aangepaste Triumph Scrambler 1200XE (foto boven) kunnen zijn. Deze Triumph werd vijfde in zijn klasse tijdens de 2019 NORRA Mexican 1000 (zie video onder) met Ernie Vigil. De special is ook de inspiratiebron voor de Bond Edition 1200 van vorig jaar.

Eurocircuit Valkenswaard, van beroemde crossbaan naar misschien wel een oerbos

0
Valkenswaard

‘Rechtbank vernietigt vergunningen voor motorcrosscircuit in Valkenswaard.’ Zelfs zonder enige juridische kennis is deze kop op rechtspraak.nl glashelder. Het ziet er slecht, heel slecht uit voor het Eurocircuit. Zonder twijfel Nederlands bekendste crossbaan, ook dankzij de tv-programma’s rondom het achteruitrijden en de caravanrace. Alleen met dit soort argumenten win je het tegenwoordig echt niet meer… Een reconstructie hoe het zo ver heeft kunnen komen.

Iedereen die in 2020 bij de Nederlandse MXGP op het Eurocircuit Valkenswaard was, zal beamen dat de sfeer er het realistische ver voorbij was. Brabanders met verkoudheidsklachten moesten begin maart binnenblijven terwijl iedereen elkaar in Valkenswaard nog weifelend lachend de hand gaf, pratend over of dit echt de laatste keer was dat de MXGP op Nederlands beroemdste crosscircuit zou rijden. Dat het stervenskoud en nat was, maakte het ergens wel compleet. Even leek de zondag zelfs volledig in mineur te eindigen, maar gelukkig won Jeffrey Herlings de tweede manche wel én daardoor de Nederlandse Grand Prix op het Eurocircuit. Zoals het hoort natuurlijk. Maar dat die MXGP in 2020 verreden werd in Valkenswaard, was al een wonder en dat had voor een keertje niets met corona te maken. Het circuit bleek op sommige punten te dicht bij de omheining te liggen (achterop het verhoogde gedeelte, de oude vuilnisbelt) waardoor er door heel veel vrijwilligers verschrikkelijk hard gewerkt moest worden om het circuit te verleggen…

Een beeld van zaterdag 10 juli 1971 toen op de Internationale Rallycross AVRO Trophy op het Eurocircuit reed. Ja, toen al

Pas op 13 februari was officieel zeker dat de Nederlandse MXGP door kon gaan nadat er een formele goedkeuring van de gemeente Valkenswaard en de provincie Noord-Brabant kwam. Iedereen blij, iedereen gelukkig. Voor even dan… Kort na de zege van Herlings kreeg Motor Vereniging Valkenswaard te horen dat het eerder besproken gedeelte van het circuit helemaal niet meer gebruikt mocht worden, waardoor er uiteindelijk onder last van een dwangsom niet meer gereden kon worden op het circuit. Daarmee is de MXGP van 2020 zeer waarschijnlijk dat laatste wedstrijd ooit op het Eurocircuit Valkenswaard, de baan die ooit gold als het motocrosshart van misschien wel de hele wereld. Bizar!

Ongekroonde koning van Eurocircuit Valkenswaard

Om dit allemaal te begrijpen – voor zover mogelijk… – moeten we ver terug in de tijd. Naar 1976, het jaar waarin begonnen werd met de bouw van de permanente baan nadat de eerste jaren op de niet-permanente De Schaapsloop gereden werd (inclusief de 250cc GP van 1974). In het boek van MOTO73-verslaggever Jan de With over 50 jaar cross in Valkenswaard lezen we dat de stormachtige groei die Motor Vereniging Valkenswaard doormaakte sinds 1969 al gepaard ging met ‘veel tegenwind’. Meer dan 50 jaar later kun je niet anders concluderen dat die wind nooit is gaan liggen, heel soms wel even afnam en vervolgens weer flink aanwakkerde tot soms zelfs storm aan toe. In het begin ging het met de wind in de rug hartstikke lekker, want toen duidelijk werd dat verder crossen op De Schaapsloop er niet inzat, kreeg de vereniging met dank aan het gemeentebestuur de beschikking over een stuk terrein naast het bestaande Eurocircuit, bekend van rallycross-wedstrijden. Op dat stuk grond, waar in 1969 al een kampioenscross zijspannen werd verreden, kan een permanent motorcrosscircuit aangelegd worden. Grote aanjager in dit geheel is de in Valkenswaard nog altijd wereldberoemde wethouder Piet ‘Pietje’ Geldens. Dagblad Trouw omschrijft Geldens in 2000 zelfs als de ongekroonde koning van Valkenswaard. Zo’n beetje alles wat de vereniging nodig had, regelde Pietje Geldens. Zoals bij het jurygebouw. Het enige dat de vereniging hoefde te doen, was op maandag ‘even’ langs te komen, dan lag de vergunning klaar. Zo simpel ging dat echt in die tijd en dat gold echt niet voor alleen een crosscircuit.

Nog in hetzelfde jaar, 1976, vond met de Kerstcross al het eerste grote evenement op de nieuwe crossbaan plaats. Een opening die uiteraard werd verricht door Pietje Geldens. Als bakkenist! Jarenlang was de Kerstcross het grootste evenement, samen met de Zijspancross Grand Prix in 1977, het afscheid van die andere wereldberoemde inwoner van Valkenswaard, Broer Dirkx. Die GP smaakte naar meer en alles op alles werd gezet om ook een solo-GP naar het Eurocircuit te krijgen. Dat lukte in 1989, gevolgd door de Motocross of Nations twee jaar later. Het absolute hoogtepunt in de geschiedenis van het Eurocircuit, hoger kan immers niet in de crosswereld. Doordat het circuit inmiddels ook het decor is van perspresentaties van motorfietsfabrikanten, offroadritten, de FIM Rally en ga maar door, kan het allemaal niet op in Valkenswaard.

Eurocircuit Valkenswaard
Veel publiek, goed weer en natuurlijk Herlings. Zoals het in 2014 was, moet het eigenlijk altijd zijn in Valkenswaard. | Foto: Ray Archer/Red Bull Content Pool

Natura 2000

Helemaal niet als er in 1993 een milieuvergunning voor het Eurocircuit Valkenswaard aan de Victoriedijk volgt waardoor er zelfs uitgebreid mag worden met het verhoogd stuk op de voormalige vuilstort. Niet alleen voor coureurs, maar ook voor toeschouwers een geweldig toevoegde waarde. Dat er ‘bestemming bos’ staat op de plek van de vuilnisbelt, maakt niemand dan iets uit. De gemeente is al lang blij dat ze ‘af’ zijn van die bult vol rotzooi, helemaal omdat de vereniging het perfect onderhoud en al snel niets meer doet herinneren aan een stinkende vuilnisbelt. Het was in die tijd zeker niet ongebruikelijk om een oude vuilstort beschikbaar te stellen voor de crosssport. Opvallend is het wel, want met een Natura 2000-gebied om de hoek, is die vergunning bepaald geen één-tweetje. Nog opvallender is dat in die vergunning enkel eisen gesteld worden aan de motoren die er rijden, niet aan het geluid dat vanaf het circuit komt. Ook bijzonder, een vergunning van de Wet natuurbescherming is er al helemaal niet. Ondanks het ontbreken van die vergunning timmert Motor Vereniging Valkenswaard hard aan de weg en wordt zelfs een van de meest aansprekende motorcrossclubs ter wereld. Valkenswaard wordt daardoor synoniem voor motorcross en dat geeft het dorp in de Brabantse Kempen wereldfaam. De regionale horeca profiteert optimaal en ook het bedrijfsleven in de omgeving wordt er bepaald niet slechter van.

Eurocircuit Valkenswaard
In 1993 vonden de Europese Jeugd Olympische Spelen plaats op het Eurocircuit Valkenswaard. Een zekere prins van Oranje, nu bekend als onze koning, had het duidelijke prima naar zijn zin in het Brabantse.

Toch staat er altijd tegenwind. Zoals in 2004, toen de financiële risico’s voor het organiseren van een GP te groot bleken te zijn waarna het doek leek te vallen voor een Grand Prix Motocross in Valkenswaard. Met hulp van de KNMV, de plaatselijke gemeente en Stichting Robra (onder leiding van Maarten Roos) als nieuwe kartrekker keerden de GP’s twee jaar later al weer terug en lijken nieuwe gouden tijden aan te breken, onder aanvoering van Jeffrey Herlings die er alleen niet wint als hij geblesseerd is. Maar de tegenwind gaat niet liggen omdat door problemen met vergunningen het Eurocircuit steeds vaker onder druk komt te staan.

De vloek van de Belgische wereldkampioenen

Houdgreep

Maar echt mis gaat het vanaf 2015 als de gemeente Valkenswaard met regelmaat verzoeken krijgt om handhaving van een aantal hardnekkige klagers, die met zware middelen en gedegen (ingekochte) juridische kennis de ooit zo florerende verenging met steeds ouder wordende leden in een steeds knellender houdgreep weten te houden. Zet dit af tegen hoe de vergunning door wethouder Pietje Geldens geregeld werden en je ziet een duidelijke en pijnlijke verandering in het tijdsbeeld. Iets waar echt niet alleen crossbanen last van hebben tegenwoordig. Het is helaas ook het begin van veel communicatie en misschien wel meer miscommunicatie tussen de gemeente, de provincie en de vereniging waarbij steeds vaker woorden vallen als dwangsom, waarschuwing en preventie. Doordat er ook nog eens fouten blijken te zitten in de vergunningen die wel afgegeven zijn en door de soms gebrekkige handhaving van die vergunningen, komen de klagers steeds sterker te staan. In 2018 oordeelt de Raad van State bovendien dat het Eurocircuit Valkenswaard er inmiddels heel anders uit ziet dan in 1993. Mede door een verkregen verruiming voor de bocht aan het zuidoosten van het circuit, ligt de baan dichterbij de woningen in de buurt. Het gaat hier letterlijk om meters, maar hierdoor kan volgens de Raad van State niet worden uitgesloten dat er meer geluidsoverlast is voor de omwonenden. De omgevingsvergunning voor de Dakar Pre-Proloog moet er daardoor aan geloven, waardoor de organisatie van de Pro-Proloog geen risico meer neemt en verhuisd naar het E3 Strand in Eersel. Op nog geen twintig kilometer van Valkenswaard… Overigens spelen daarbij ook andere zaken een rol, zoals de beperkte parkeerplaatsen en gebrek aan (goed) internet, water en stroom.

Vernietigd

Eurocircuit Valkenswaard
2020, waarschijnlijk de laatste keer dat we Jeffrey Herlings op kop zien rijden op het Eurocircuit. | Foto: Samo Vidic/Red Bull Content Pool

Tijdens de MXGP van 2019 spelen de parkeerplaatsen een dubieuze rol. Enkele dagen voor de Nederlandse Grand Prix blijkt er voor een parkeerplaats waar al dertig jaar auto’s staan helemaal geen vergunning te zijn. Doordat de organisatie, op advies van de gemeente (!), geld overmaakt naar de mensen die last hebben van de parkeerplaats, loopt dit af met een sisser… Maar er is nog altijd geen vergunning voor het houden van extra evenementen en ook niet voor de verlegging van het circuit. Daarom worden nieuwe vergunningen aangevraagd en die verleent de provincie op 15 juni 2020. Het oordeel van de rechtbank over die laatste vergunningen is echter bikkelhard. Zowel de verkregen milieuvergunning als de natuurvergunning worden vernietigd, kort samengevat omdat het totaal niet duidelijk is of door de nieuwe vergunning de geluidoverlast toeneemt en omdat er geen eisen gesteld zijn aan de motoren. Het is een duidelijk feit dat hierbij voorbijgegaan wordt aan de steeds strenger wordende geluidseisen bij motorcross, maar ook dat argument wordt op steeds meer plaatsen in Nederland amper nog meegeteld. Motor Vereniging Valkenswaard heeft de laatste jaren daarnaast ook de geluidsmetingen keurig opgenomen en gerapporteerd. Iets dat veel, heel veel tijd en nog meer energie kost. Voor pietsnot dus…! Net zoals alle kosten die gemaakt zijn door de vereniging, gemeente en provincie. Niemand weet meer precies hoeveel, maar met een paar ton ben je er al lang niet meer.

Wordt Eurocircuit Valkenswaard een oerbos?

Hoe nu verder? Niemand lijkt het te weten… Een nieuwe aanvraag voor vergunningen duurt zomaar een jaar, waarbij nu al zo goed als zeker is dat klagers het door bezwaren nog jaren kunnen vertragen. Als er al een vergunning komt…. Dat houdt uiteraard geen verenging vol, zeker niet omdat de gemiddelde leeftijd van de Motor Vereniging Valkenswaard inmiddels alarmerend hoog is en er niet genoeg nieuwe aanwas is. Want wat heb je ze nu te bieden? Helaas amper iets, laat staan perspectief. Het kan daarom echt zomaar zijn dat er binnenkort een oerbos komt te staan op de plek waar zoveel mooie motorcrossgeschiedenis geschreven is. Een oerbos? Het is één van de plannen die de gemeente Valkenswaard heeft met de grond van het Eurocircuit Valkenswaard. Diezelfde gemeente die ooit het stuk grond aan de Victoriedijk 8 aan Motor Vereniging Valkenswaard gaf. Ja, echt…

2021 Suzuki Hayabusa: de magische Busa is terug!

0
2021 Suzuki Hayabusa

2021 Suzuki Hayabusa: de magische Busa is terug! Het gonsde al tijden van de geruchten dat Suzuki werkte aan een nieuwe Hayabusa. Sommige ingewijden konden zelfs vertellen, dat die nieuwe Hayabusa er echt, maar dan ook echt kwam. Geen twijfel meer over mogelijk en het blijkt niet gelogen te zijn. Net zoals er ook geen twijfel hoeft te bestaan over de cult-status van Busa. Maar kan de derde generatie Suzuki GSX-1300R Hayabusa de hoge verwachtingen aan? Lees en oordeel!

Geen revolutie zoals ooit, maar wel een evolutie als ‘is heel veel anders’. Suzuki borduurt namelijk verder op de tweede generatie GSX-1300R – die met het 1.340cc-blok. Die machtige vierpitter blijft in de basis ongewijzigd, maar werd met het oog op Euro 5 desondanks flink aangepakt. Verbeterde koeling, vrijere blokloop, gestroomlijndere inlaat en uiteraard een compleet nieuw uitlaatsysteem. Met die aanpassingen is de Euro 5-horde genomen. Helaas wel ten koste van de motorprestaties. Op top huist in het aangepaste Euro 5-blok zeven paardenkrachten minder en ook het maximale koppel zakte met vijf newtonmeters. Met 190 pk bij 9.700 tpm en 150 Nm bij 7.000 tpm is het nog altijd bepaald geen slapjanus. Sterker nog, het lijkt echt alleen het absolute maximaalcijfertjes te schaden. Suzuki heeft het eindschot verruilt voor meer power in het middengebied. Want Hayabusa’s staan er om bekend wat mak te accelereren bij tussensprintjes – natuurlijk niet! Met die motorische aanpak en een nieuwe ontwerpfilosofie is de 2021 Suzuki Hayabusa dus meer evolutie dan revolutie.

Een flinke stap voorwaarts is de elektronica van de 2021 Suzuki Hayabusa. Het pakket lijkt erg op dat wat we kennen van de V-Strom 1050, maar dan nog net wat uitgebreider. Je hebt dus in elk geval hellingshoekafhankelijke ABS, drie rijmodi en maar liefst tien standen aan instelbare tractieregeling. En verder heb je een mooie balans tussen zowel comfort-gerichte zaken als cruise control en onzinnige doch lollige gadgets als launch control. En een op- en terug-quickshifter die in beide categorieën valt.

Natuurlijk updatet Suzuki ook het meest zichtbare deel van de Hayabusa: het dashboard. Dit nieuwe dash ga je in nogal wat on-board video’s op Youtube terugzien, let maar op. Het klokkenspel zelf voelt dan ook akelig vertrouwd. Nog altijd vier grote analoge klokken met een eenvoudig display in het midden. Waar dat display eerder lcd was is het nu tft. Ook hier weinig revolutie aan de hand.

De evolutie zien we terug bij de vering. De Kayaba USD-vork is volledig instelbaar net als de monoschokdemper achter. Beide zijn geüpdatete versies van de eerdere delen.

Lees ook: Suzuki Hayabusa: De motor die de Tweede Kamer deed sidderen

Toch nog revolutie. De Brembo-remmerij van de 2021 Suzuki Hayabusa is geheel nieuw. Onopvallend, of subtiel matzwart, misschien eerder stealthy; dat zijn echt Brembo Stylema-klauwen. Die bepaald niet subtiele remmende klauwen bijten in nieuwe, lichtere schijven met een grotere diameter dan voorheen. Dat de nieuwe wielen ook meededen aan de algehele afslankkuur kan de bestuurbaarheid enkel ten goede komen.

Het hoofdframe blijft nagenoeg geheel gehandhaafd, tot en met de achterbrug en zelfs de voetsteunen aan toe. Het nieuwe subframe en kontje zetten je wel iets verder naar voren dan voorheen om wat druk van de polsen te halen.

Vanaf dit voorjaar staat de nieuwe Hayabusa bij de dealers, in de kleuren zwart met oranje accenten, matzilvergrijs met rode accenten en wit met donkerblauwe accenten. Over prijzen is nog niets bekend.

De politieke impact van de Suzuki Hayabusa

Een motorfiets op kenteken die boven de 300 kilometer per uur haalt. Tegenwoordig niets nieuws, maar in 1999 was dat helemaal anders, met dank aan de toen gloednieuwe Suzuki Hayabusa. In Nederland leek het er zelfs even op dat de Hayabusa het jaar 2000 niet eens zou gaan halen omdat toenmalig Verkeersminister Tineke Netelenbos besloot uit te laten zoeken of ze de Hayabusa kon laten verbieden. Dat lukte uiteindelijk niet. De hele discussie kwam Suzuki zeker niet slecht uit kwam. Zoveel PR had een motor nog nooit gehad en zal een motor waarschijnlijk ook nooit meer krijgen!

Voor 2021 moet Suzuki het zeer waarschijnlijk doen zonder hulp van de Tweede Kamer en wat ons betreft vat Suzuki’s eigen marketing slogan het allemaal prima samen; The Refined Beast. Niets aan de nieuwe Hayabusa spitst echt de oren, en toch belooft de nieuwe Busa weinig onder te doen voor zijn voorgangers qua algehele prestaties. De vraag is alleen of zo’n verfijnde Hayabusa nog wel echt een Busa is… Zeg nou zelf, kamervragen! Hoe veel meer bad-ass kan een motor zijn? Er rust dus een zware last op de schouders van de nieuwe Suzuki GSX-1300R Hayabusa.

1e GENERATIE – 19992e GENERATIE – 20073e GENERATIE – 2021
Cilinderinhoud 1.298 cc  1.340 cc  1.340 cc
Max. vermogen175 pk (129 kW) @ 9.800 tpm197 pk (145 kW) @ 9.500 tpm190 pk (140 Kw) @ 9.700 tpm
Max. koppel 138 Nm @ 7.000 tpm155 Nm @ 7.200 tpm150 Nm @ 7.000 tpm
Rijklaargewicht248 kg266 kg265 kg
0-100 km/u 3,3 seconden3,3 seconden3,2 seconden
0-200 km/u 7,1 seconde6,9 seconde6,8 seconde
Topsnelheid299 km/u299 km/u299 km/u