De Z650 is in 2020 compleet vernieuwd en is de meest complete motor in zijn klasse. Met zijn scherpe Sugomi design, LED verlichting, TFT scherm en hoogwaardige afwerking is de Z650 de absolute top in zijn klasse. Voor 2021 is de Z650 beschikbaar in 3 nieuwe kleuren.
De Z650 heeft een ongekend betrouwbaar en koppelrijk parallel-twin motorblok met een zeer sterk middengebied. Het Trellis buizenframe zorgt ervoor dat de Z650 bijzonder licht is, dit resulteert in optimale rijeigenschappen.
De Z650 is voorzien van een modern 10,9 cm groot TFT-display met o.a. Bluetooth smartphone verbinding. Het scherm geeft informatie over o.a. de huidige versnelling, schakelindicator, brandstofmeter en ECO indicator. Via de Kawasaki Rideology app kan de rijder zo, naast alle normale meldingen, ook functies als GPS-route informatie en geplande onderhoudsinformatie bekijken.
De 2021 Z650 is vanaf medio december te bewonderen bij de Kawasaki dealers in de volgende nieuwe kleuren:
Pearl Blizzard White / Metallic Spark Black / Green
Metallic Spark Black / Green
Metallic Spark Black / Metallic Flat Spark Black
De Z650 is tevens verkrijgbaar als sportieve ‘Performance Edition’ en heeft dan een volledig Akrapovic uitlaatsysteem, tankpad, smoked windscherm en een buddyseatcover. De Z650 is tevens geschikt te maken voor het A2 rijbewijs als 35kW uitvoering.
Prijzen worden later dit jaar bekend gemaakt.
Kijk voor meer informatie of een dealer bij u in de buurt op www.kawasaki.nl
Ongeveer 630 kilometer aan drakentanden, mijnenvelden, geulen,
bunkers, mitrailleursnesten en loopgraven vormden samen de Westwall – of
Siegfriedlinie – langs de Duitse grens met de Benelux en Frankrijk. Bijna
tachtig jaar later moet je goed zoeken om nog resten van deze ‘ondoordringbare’
linie terug te vinden.
Onze trip begint niet aan de Zwitserse grens bij Bazel, maar een stuk verder naar het noorden, in Karlsruhe. Een tiental kilometers buiten die stad draaide de Westwall af naar het westen, richting het Saarland en de Eifel. We bevinden ons aan de Duitse kant van de Rijn, vlak buiten het dorp Wintersdorf, bij een oude spoorbrug. Nu is het een weg die Duitsland met Frankrijk verbindt. Een maand nadat Duitsland onverwacht Polen binnenviel, bliezen Franse troepen de brug op om te voorkomen dat Duitsland zomaar Frans grondgebied kon binnenrollen zoals ze in Polen hadden gedaan.
Frankrijk durfde op dat moment namelijk niet aan te
vallen, wat tactisch gezien – met de kennis van nu – misschien een fout was.
Want terwijl de blitzkrieg door Polen trok, wist Duitsland met een betrekkelijk
klein aantal manschappen de westelijke linie te verdedigen tegen een mogelijke
interventie van de Fransen. Dat was ingecalculeerd door de Duitse generaals, die
rekenden op de afschrikkende werking van de Westwall en zorgde ervoor dat er
veel meer troepen aan het Oostfront konden vechten. Een oorlog op twee fronten
vechten was iets wat de Duitsers namelijk absoluut niet wilden, nadat dit in de
Eerste Wereldoorlog al geen succes bleek.
De Siegfiedlinie, zoals de Westwall door de geallieerde landen werd genoemd, werd als ondoordringbaar geacht zonder veel verliezen te lijden, waardoor de Duitsers lange tijd vrijwel ongestoord hun gang konden gaan om vervolgens – na een verdrag met Rusland – letterlijk aan de slag te gaan in West-Europa. In die zin scharen sommigen de Westwall dan ook als een aanvalswerk in plaats van een verdedigingswerk. Zonder deze linie waren de acties in Oost-Europa waarschijnlijk niet zo vlot gelukt.
Onzichtbaar
Doordat de bunkers voor het overgrote deel ingegraven
zijn in het landschap, was de Siegfriedlinie vrijwel onzichtbaar. Zeker nu,
nadat de natuur flink wat jaren de tijd heeft gehad om de stellingen als het
ware terug te nemen. Het enige dat je in het landschap nog gemakkelijk kan
terugvinden zijn de zogenaamde drakentanden: kilometerslange rijen blokken van gewapend
beton, die de doorgang van tanks moesten beletten. Voorheen liepen die rijen op
de belangrijkste verdedigingspunten zover je kon kijken.
Nu is het anders. Op onze route vanaf Wintersdorf hebben we moeite die blokken vanaf de motor in het landschap te spotten. Vrijwel overal zijn ze verwijderd of bedolven onder een grote hoeveelheid aarde zodat weilanden niet meer opgesplitst zijn. Pas in Steinfeld vinden we de eerste strook, ietwat verstopt achter een rij huizen en geflankeerd door de lokale volkstuintjes.
Na de lunch vervolgen we onze route – speurend naar
defensieve linies – en komen we aan in Pirmasens. Hier vinden we tot onze
blijdschap een van de weinige musea die gewijd zijn aan de Westwall. Helaas
blijven de grote stalen deuren van de oude bunker gesloten, omdat we – tegen
onze verwachting in – te laat in het seizoen zijn voor een kijkje erachter.
De wegen worden mooier en mooier als we het Saarland
verlaten en in de contreien van Trier aankomen. Niet ver van de Luxemburgse
grens passeren we de dorpsgrens van Irrel, waar we halt houden als we een
bordje zien dat naar het Westwall Museum verwijst. We volgen een kronkelend
weggetje de heuvel op om oog in oog te komen met het zogenaamde ‘Panzerwerk
Katzenkopf’, waarin het museum is gevestigd. Of ja, oog in oog staan met wat
ervan overgebleven is, nadat de bovenkant in 1947 vakkundig is opgeblazen door
Amerikaanse genisten.
De diepte in
Vanaf de heuvel is er een prachtig uitzicht over het
dorp en het dal. Een rustiek plaatje dat je op veel plekken in de Eifel kan
vinden. Toch geeft het een wat dubbel gevoel als je weet dat hier jaren geleden
in het geheim gewerkt werd aan een enorme bunker, die de hoofdweg van Keulen
naar Luxemburg-stad moest beschermen tegen vijandige pantservoertuigen. Katzenkopf
is een zogenaamde b-werk bunker. Alleen a-werken waren belangrijk. Denk daarbij
aan de Wolfsschanze in Oost-Pruisen en de Führerbunker in Berlijn. De bunker
bij Irrel heeft muren die op sommige plaatsen tot wel twee meter dik zijn.
Het is tevens vrijwel de enige Westwall-bunker die nog
te bezoeken is. Veel bunkers zijn zo vakkundig opgeblazen dat je er pas in zou
kunnen komen als je flink wat graafwerkzaamheden zou doen. In de jaren zeventig
is Katzenkopf door de lokale brandweer begaanbaar gemaakt door een nieuwe hoofdingang
te maken, die een stuk lager zit dan voorheen. Binnen valt gevonden munitie,
wapens, maar vooral de structuur en de ingenieuze bouwwijze te bezichtigen.
Beneden in de bunker zit bijvoorbeeld een put van 180 meter diep die voor
voldoende drinkwater moest zorgen voor de gelegerde militairen.
Bossen vol drakentanden
Na een welverdiende nacht slaap in Hotel Hauer in Bollendorf rijden we verder langs de Luxemburgse grens naar het noorden. Net voorbij Losheimergraben komen we parallel te rijden aan de Belgische grens. Vanaf deze hoofdweg zien we ineens drakentanden. Zo ver het oog reikt, kunnen we de stroken spotten tussen de velden. Niet moeilijk, want tussen de betonnen blokken kunnen bomen en struiken ongestoord groeien zonder interventie van maaimachine of snoeischaar.
Bij Hollerath duiken we toevallig precies het juiste
bospaadje op om een strook van de betonnen blokken te kunnen volgen. Niet ver
van hier werd in de winter van 1944 het Ardennenoffensief uitgevochten, een van
de laatste grote Duitse aanvalsmanoeuvres in West-Europa. In het bos zien we
hoe een van de drakentanden is afgebroken en met fundering en al op de kop
terecht is gekomen. Overigens ontdekken we hier voor het eerst ook hoe
vernuftig de Duitse ingenieurs waren. Achter de acht rijen ‘tanden’ ligt namelijk
een diepe geul. Die ligt er om een tank in te vangen, mocht die het onverhoopt
gelukt zijn om over de blokken heen te komen. De kans is groot dat er nog een
paar mijnen in gelegd zijn om het af te maken. Reden genoeg voor ons om op onze
passen te letten. Nog ieder jaar worden er veel explosieven gevonden in de
gebieden waar de Westwall doorheen loopt.
We vervolgen daarom de route en passeren het fabelachtig
mooie Monschau. Dat plaatsje lijkt stil te zijn blijven staan in de tijd. Als
alle dorpjes er zo uitzagen in de jaren dertig is het goed te verklaren dat de
Duitsers zulke intensieve verdedigingswerken hebben aangelegd om het te
beschermen. Voorbij Monschau vinden we nog meer drakentanden. Hier en daar is
er een paar meter tussenuit gehaald om landbouwvoertuigen doorgang te bieden
tussen de aan weerszijden liggen velden.
Opruimen
Wanneer het Ardennenoffensief is afgeslagen, kunnen de geallieerden hun focus weer op Duitsland richten. De eerste keer dat de geallieerde troepen op Duits grondgebied staan, is tijdens operatie Veritable. Deze operatie wordt door Britse troepen net over de grens bij Nijmegen uitgevoerd. Hier zijn de verdedigingswerken van de Westwall namelijk relatief makkelijk te omzeilen. De operatie is succesvol en zorgt dat de geallieerden de noordelijke stroom troepen in een tangbeweging door het Rijnland kunnen sturen. De zuidelijke tangbeweging moest via operatie Grenade komen, waarbij de Roerrivier zou worden overgestoken. Dat lukte uiteindelijk op 23 februari. De genie van de verschillende geallieerde landen kreeg de opdracht om de verdedigingswerken onklaar te maken voor het geval men zich nog moest terugtrekken en de Duitsers alsnog de bunkers konden gebruiken.
Dat gebeurde terwijl de troepen verder trokken en
begonnen aan operatie Plunder, waarbij de Rijn werd overgestoken om het
Rührgebied in te nemen. Toen dat lukte konden ze de gebroken Westwall definitief
achter zich laten. In de jaren daarna werden mijnenvelden geruimd, prikkeldraad
verwijderd, bunkers die in de weg stonden verder vernietigd en drakentanden
weggehakt waar het nodig was.
Resten zijn er nog genoeg, zoals wij ontdekten, al moet je in veel gebieden erg goed zoeken. De tijd en moeite is het zeker waard, want je komt op verbazingwekkend mooie plekken via verrassend vermakelijke wegen.
Veel van de projecten die het Derde Rijk begon zijn zo
groot dat ze al snel alleen in cijfers te vatten zijn. Neem de Westwall. De
bouw van deze verdedigingslinie werd vlak na de remilitarisatie van Duitsland –
in 1936 – gepland en tussen 1938 en 1940 uitgevoerd. De linie loopt van Bazel
bij de Zwitserse grens tot het plaatsje Kleve, net over de grens bij Nijmegen.
In totaal is dat zo’n 630 kilometer aan defensieve werken die het gebied tussen
de Duitse grens en de Rijn moest afschermen. Ongeveer 15.000 gevechtsstellingen
waren er nodig, die gezamenlijk een geschatte 8 miljoen ton cement, 1,2 miljoen
ton staal, 20,5 miljoen ton kiezelzand en net geen 950.000 vaste kuub hout
zouden kosten.
3 x afstappen
1. Westwall
Museum Pirmasens
Aan de rand van het dorpje Pirmasens kun je in het
Westwall Museum zien hoe een bunker er van binnen uit ziet. Daarnaast is er
binnen en buiten veel materieel van Amerikaanse en Duits troepen te zien. Info:
www.westwall-museum.de.
2. Panzerwerk
Katzenkopf
In een heuvel bij het plaatsje Irrel zit het Panzerwerk
Katzenkopf, dat door vrijwilligers is omgevormd tot museum. Hier leer je erg
veel over de bunkerbouw van de Duitsers, maar misschien nog wel meer over hoe
het leven in de bunker voor de soldaten moet zijn geweest. Indrukwekkend zijn
de verschillende soorten munitie die diep onder de grond zijn uitgestald. Info:
https://www.westwallmuseum-irrel.de/nl/.
3. Monschau
Even niet met oorlogsvoering bezig zijn? Dat kan in
Monschau. Dit dorp op de grens van België en Duitsland lijkt in de tijd stil te
zijn blijven staan door de authentieke huisjes, die bijna idyllisch langs de
oevers van de Roer zijn gebouwd. Aan vrijwel niets is te merken dat er ooit een
allesvernietigende oorlog werd gevoerd in de omliggende bossen van dit
historische plaatsje.
Reisinformatie
Erheen
Van noord naar zuid of liever andersom? Dat is eigenlijk
de vraag die je je moet stellen. Vanaf Kleve, net over de grens van Nijmegen,
zou je helemaal naar Bazel kunnen rijden in het spoor van de linie. De meeste
resten vind je echter tussen Aachen en Saarbrücken.
Overnachten
Zou je de route helemaal volgen, dan kom je door mooie
motorgebieden en dus ook langs veel motorhotels. Van alles wat! Wij parkeerden
onze motoren in de garage van Hotel Hauer in Bollendorf. Goed eten, lekker
biertje en gastvrij personeel – met kennis van motorroutes in de buurt – dat
meedenkt. Ook in Karlsruhe hingen we onze helm op. In het Leonardo Hotel om
precies te zijn. Helaas moesten de motoren daar buiten de nacht spenderen.
Voordelig was het dat je op loopafstand van het prachtige stadscentrum bent.
We hadden er zo’n zin in. De laatste TankTasTocht van het jaar en starten bij ons redactielokaal in Hilversum. Maar we zijn ingehaald door corona. Tot 20 oktober zit de boel op slot, daarna zien we verder.
De geschiedenis van Yamaha begon toen de oprichter, Torakusu Yamaha, in 1887 een gebroken rietorgel repareerde. Hij voltooide kort daarna met succes het eerste harmonium dat in Japan werd gebouwd. Maar aangezien wij geen fan zijn van traporgels zullen we ons beperken tot de Yamaha Motor Company.
In de komende 49 minuten word je compleet bijgepraat over de geschiedenis van Yamaha sinds de oprichting 65 jaar geleden. En zal het je duidelijk worden hoe het jongste Japanse merk een plekje in de motorgeschiedenis verwierf. Onder de video vind je ook de geschiedenis in schrift.
De motordivisie van Yamaha werd opgericht in 1955 en werd geleid door Genichi Kawakami. Yamaha’s eerste product was een 125 cc tweecilinder motorfiets, de YA-1. Dit was een kopie van de Duitse DKW RT 125. De YA-1 was vanaf het begin een succes in de racesport. Hij won niet alleen de 125 cc-klasse in de Mt. Fuji Ascent, maar haalde ook het podium met een eerste, tweede en derde plaats in de All Japan Autobike Endurance Road Race datzelfde jaar. Het vroege succes in het racen zette een duidelijke toon voor Yamaha. Het actief concurreren in vele soorten racesport werd een belangrijke drijfveer in de hele geschiedenis van het bedrijf. Uiteraard vaak gevoed door een sterke rivaliteit met Honda, Suzuki, Kawasaki en andere Japanse fabrikanten.
Yamaha begon internationaal te concurreren in 1956 toen ze deelnamen aan de Catalina Grand Prix. Dit deden ze opnieuw met de YA-1 en veroverden de zesde plaats. De YA-1 werd gevolgd door de YA-2 van 1957, wederom een 125cc tweetakt, maar met een aanzienlijk verbeterd frame en vering. De YD-1 van 1957 was een 250cc tweetakt tweecilinder motorfiets, die leek op de YA-2, maar met een grotere en krachtigere motor. De YDS-1, een prestatiegerichte versie van deze motorfiets, bevatte de 250 cc tweetakt tweetaktmotor in een dubbel downtube-cradle frame en had de eerste vijfversnellingsbak ooit op een Japanse motorfiets. In deze periode bood Yamaha ook zijn eerste buitenboordmotor voor de scheepvaart aan.
Succes en groei in de jaren ’60
In 1963 betaalde Yamaha’s toewijding aan zowel de tweetaktmotor als het racen zich uit met hun eerste overwinning in een internationale competitie: de GP van België, waar ze de 250 cc-klasse wonnen. Het verkoopsucces was nog indrukwekkender en Yamaha richtte in deze periode de eerste internationale dochtermaatschappijen op, te beginnen met Thailand in 1964 en Nederland in 1968. In 1965 werd een 305 cc tweetakt-twin uitgebracht, het vlaggenschip van het bedrijf. Het was voorzien van een aparte olietoevoer die rechtstreeks olie in de benzine injecteerde vóór de verbranding (traditioneel moesten de berijders olie voormengen in de benzine voordat ze de benzinetank op tweetaktmotoren vulden). In 1967 werd een nieuw model met nóg grotere cilinderinhoud aan het assortiment toegevoegd, de 350 cc tweetakt-twin R-1.
In 1968 lanceerde Yamaha hun eerste viertaktmotor, de XS-1. De Yamaha XS-1 was een 650 cc viertakt-twin, een grotere en krachtigere machine die de cilinderinhoud en prestaties van de populaire Britse motorfietsen uit die tijd, zoals de Triumph Bonneville en BSA Gold Star, evenaarde. Yamaha ging door met zowel de tweetakt- als de viertakt-twin in een tijd dat andere Japanse fabrikanten steeds meer overstapten op viercilinder-viertaktmotoren, een trend die in 1969 door Honda werd aangevoerd met de legendarische CB-750 viertakt-viercilinder motorfiets.
Het Yamaha viertakt-tijdperk begint: de jaren zeventig
Pas in 1976 had Yamaha het antwoord op de andere Japanse merken met een eigen viertakt multicilinder. De Yamaha XS-750 (en later 850) een 750cc driecilinder motorfiets met cardanaandrijving werd bijna zeven jaar na Honda’s baanbrekende motorfiets geïntroduceerd. Yamaha’s eerste viercilindermodel, de Yamaha XS-1100, volgde in 1978, wederom met cardanaandrijving. Ondanks het feit dat hij zwaarder en meer toer-georiënteerd was dan zijn rivalen, leverde hij een indrukwekkende reeks overwinningen op in verschillende endurance-races.
In de jaren zeventig waren er ook enkele speciale off-road motoren voor off-road racen en recreatie. Yamaha was een vroege innovator op het gebied van de dirt-bike technologie en introduceerde de eerste single-shock achtervering, het handelsmerk dat wij kennen als “Monoshock” uit 1973. Het verscheen voor het eerst in productie op de Yamaha YZ-250 uit 1974, een model dat nog steeds in de productlijn zit, waardoor het Yamaha’s langstlopende model is geworden.
Yamaha bleef racen in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw met toenemend succes in verschillende klassen. Het decennium van de jaren zeventig werd afgesloten met de Yamaha XT500 die in 1979 de eerste Parijs-Dakar Rally won.
Yamaha in de jaren ’80: diversificatie en innovatie
In 1980 werd de combinatie van consumentenvoorkeur en milieuregelgeving steeds populairder. Suzuki beëindigde de productie van hun GT tweetakt serie, inclusief het vlaggenschip van de watergekoelde tweetakt 750cc GT-750 in 1977. Kawasaki, die in de jaren zeventig van de vorige eeuw veel succes had met hun tweetakt driecilinders van 250, 350, 500 en 750cc, beëindigde de productie van tweetakt motorfietsen voor de weg in 1980. Yamaha heeft deze trend doorbroken en bleef tot in de jaren tachtig tweetakt straatmotorfietsen verfijnen en verkopen. Deze motorfietsen waren prestatiegerichte, watergekoelde tweecilinder-machines, ontworpen om uitstekende prestaties te leveren door gebruik te maken van het lagere gewicht van de tweetakt motor. De Yamaha RZ-250 van 1980 was de voorloper van deze serie. De Yamaha RZ-350, met de grootste cilinderinhoud, was een populaire hot-rod motor uit de jaren tachtig en werd in sommige landen nog tot begin jaren negentig verkocht.
In de loop van de jaren tachtig ging de motorindustrie geleidelijk over van het bouwen van een paar eenvoudige maar veelzijdige modellen die ontworpen waren om goed te werken in vele omstandigheden, tot het aanbieden van veel meer gespecialiseerde motorfietsen die ontworpen waren om uit te blinken in bepaalde niches. Deze omvatten racesport en prestatiegericht rijden op de straat, toeren, motorcross, enduro, recreatief off-road rijden en cruisen. Yamaha vertakte zich van het relatief kleine aantal UJM’s (Universal Japanese Motorcycle) aan het begin van het decennium naar een veel groter aanbod in verschillende duidelijk omschreven markten aan het einde van het decennium.
De Yamaha XV750 van 1981 had een luchtgekoelde V-twin viertaktmotor en een cruiser-stijl en was een van de eerste Japanse cruiser-stijl motorfietsen. Tegen het einde van de jaren ’80 had Yamaha tientallen motorfietsen in deze stijl met een verscheidenheid aan cilinderinhoud en motorconfiguraties.
De Yamaha RZV500 was een van de eerste “replica-racers”, een bijna kopie van de Kenny Roberts competitie GP-motor, met een vloeistofgekoelde tweetaktmotor van 500cc in een V4-configuratie, samen met een twin-spar frame en een volledige kuip.
Een populairder en praktischer high-performance model voor de straat werd geïntroduceerd in 1985, de Yamaha FZ750. Het was een innovatief 750cc viertakt in-lijn viercilindermodel. Het was de eerste motorfiets met een vijfkleps cilinderkop, iets waar Yamaha bekend om werd. Hij was ook voorzien van een 45 graden naar voren gekanteld cilinderblok en een stalen twin-spar frame met kokerprofiel. De productie van de FZ ging door tot 1991.
Een andere prestatiegerichte motorfiets, was de Yamaha RX-Z, die in 1985 werd geïntroduceerd als een tweetakt naked sportmotorfiets, gerelateerd aan de Yamaha RX-135 en Yamaha RD-135, waarbij het chassis en het platform werden geleend. Oorspronkelijk uitgerust met een vijfversnellingsbak en een schijfrem voor met trommelremmen achter, was hij heel populair in Maleisië en Singapore. Na enkele jaren op de markt werd de motor verbeterd met een zesversnellingsbak, samen met een nieuwer dashboard en stuurschakelaars, en een geperforeerde schijfrem aan de voorkant, terwijl aan de achterkant de trommelremmen bleven.
Het ontwerp bleef ongewijzigd totdat het in 2004 werd verbeterd, waarbij de achterlichten werden geleend van de Yamaha Y125Z en een nieuwe koplamp werd geplaatst. Ook werd er een katalysator ingebouwd, die het vermogen terugbracht naar 19 pk. Het maximale koppel bleef echter onveranderd, maar het lage koppel werd verbeterd ten opzichte van de vroege modellen. Sommige eigenaren van eerdere RX-Z motorfietsen kunnen problemen hebben tijdens het wegrijden, omdat de motor de neiging heeft om af te slaan wanneer een onervaren rijder probeert weg te rijden in de eerste versnelling. Het probleem werd echter opgelost in het nieuwe model. In Maleisië werd deze motor geassocieerd met straatracers en was te zien in veel Maleise films. In 2011, na 26 jaar, werd de productie van het model stopgezet.
De jaren negentig voor Yamaha: prestatiegerichte motorfietsen en een spin-off merk
In 1998 bracht Yamaha een 1000cc viercilinder straatmotor op de markt die de Yamaha YZF ‘R1’ werd genoemd. Dit model introduceerde een nieuwe manier van het ontwerpen van de versnellingsbak die de totale lengte van de motor inclusief versnellingsbak verkortte, om een compactere eenheid mogelijk te maken. Hierdoor kon de motor op zijn beurt verder naar voren in het frame worden geplaatst, om het rijgedrag in een frame met kortere wielbasis te verbeteren.
In 1995 kondigde Yamaha de oprichting aan van ‘Star Motorcycles’, een nieuwe merknaam voor zijn cruiser-serie motorfietsen op de Amerikaanse markt. In andere markten werden Star-motoren nog steeds verkocht onder het merk Yamaha. Dit was een poging om een merkidentiteit te creëren die nauwer aan zou sluiten bij het marktsegment van de cruiser, een van de grootste en meest lucratieve in de VS.
De jaren 2000: Uitbreiding en consolidatie
In 2007 richtte Yamaha de Filippijnse activiteiten op en distribueert Yamaha motorfietsen onder de bedrijfsnaam Yamaha Motor Philippines, Inc., een van de meer dan 20 wereldwijde dochterondernemingen die op alle continenten actief zijn.
Honda’s hoogpoot in de CB500-lijn is al jaren een zekerheid. Precies 35kW, gezegend met betrouwbaarheid en allround-karaktereigenschappen die ‘m het pure beginners-segment doen ontstijgen.
Voge 500DS
Ongetwijfeld de uitdager. Ruim duizend euro goedkoper en op het oog een ietwat schaamteloze kopie van de CB500X. Als-ie net zo goed presteert als de Honda, heeft Honda dus een probleem…
Honda CB500X (links) en de Voge 500DS
Testlocatie
Nederland
Omstandigheden
Zuid-Spaans
Temperatuur
Boven de dertig graden
Testkilometers
+- 350 km
Bijzonderheden
We rijden op een tropenrooster
Voge 500DS
Kopie-gedrag? Voge en haar Nederlandse dealers draaien de boel handig om. Moederbedrijf Loncin produceert al vele jaren een gros aan onderdelen voor diverse in Nederland bekendere motormerken. En dus stellen zij dat de 500DS geen kopie is, maar Loncin er nu pas een eigen merkteken opplakt. Het is een zeer simplistische weergave van de werkelijkheid, maar ook weer niet geheel uit de lucht gegrepen. Als je op Marktplaats een Honda CB500X zoekt, kom je de Nederlandse Voge-dealers tegen die hun best doen om je aandacht te trekken: ónze Voge ziet er uit als een Honda, en rijdt als een Honda! Nou, dat gaan we dus eens even uitproberen.
Chinees?
En ze hebben een punt: op het eerste oog ziet de Voge er zeker niet uit als Chinees. De afwerking is best goed en er zijn de nodige details waarmee de CB500X wordt afgetroefd. Neem de upside-down voorvork en de extra schijfrem aan de voorzijde.
Qua design doet het silhouet vooral denken aan de CB500X, maar op detailniveau zijn er wel wezenlijke verschillen. Het kontje is juist des Panigale en de knipperlichten bestaan uit dynamische LED-stroken die we nog niet eerder op een motor hebben gezien. Bekijk je het motorblok, dan zie je juist eng veel overeenkomsten. Het is bijna alleen de lak die er bij Honda iets meer premium uit ziet. Al klinken de motorblokken duidelijk anders: de Voge wat zwaarder en rauwer, de Honda spint met iets meer toeren en klinkt minder indrukwekkend.
1.90 is een beetje krap
Net zoals in het Honda-zadel zit ik met m’n 190 centimeter lichaamslengte niet bepaald ruim. Het zadel van de Voge is net iets lager dan de Honda en voor m’n gevoel zit ik dan ook iets meer met opgetrokken benen. Het uitzicht op het dashboard zorgt voor geknepen ogen, zeker wanneer de zon flink schijnt. En dat doet het, tijdens deze hittegolf. Het dashboard ligt simpelweg te plat en heeft niet genoeg contrast. De informatievoorziening is qua hoeveelheid wel indrukwekkend. Voor beginnende rijders is het heerlijk dat de toerentellerbalk, snelheid en versnellingsindicatie simpelweg het grootst worden afgebeeld. Onder het dashboard zit een USB-aansluiting en voor het dashboard zien we een instelbaar ruitje. Helaas is de bediening al afgebroken en de uitgestelde reparatie doet me qua onderdelenvoorziening voor Chinese toestanden vrezen.
Wanneer ik de Voge voor het eerst wil starten, is dat tevergeefs: de dodemansknop blijkt ingedrukt maar de startmotor draait wél rond. Die dodemansknop onderbreekt dus alleen de injectie en dat kan, zeker bij beginners, een keer een lege accu opleveren. Dat zien we anno 2020 eigenlijk nergens meer. Datzelfde geldt voor het onderhoudsschema, dat om de 5.000 kilometer aanraadt om de klepspeling te inspecteren. Wel vermeldt de Nederlandse importeur dat zij dit schema niet passend vinden voor de Europese markt, en dat ze verwachten dat dit schema in 2021 wordt aangepast.
Stijve vering
Eenmaal onderweg valt het rijgedrag niet tegen. De koppeling is niet de allerlichtste maar geeft goed gevoel, terwijl de versnellingsbak wat stroef schakelt maar absoluut 100% trefzeker is. Het gashendel reageert vrij pittig en het blok is tot 7.500 toeren per minuut heel bruikbaar. Tijdens deze test vernam ik tweemaal een injectie-hikje die ik op geen enkele manier wist te reproduceren. Ik denk dat menigeen het niet zou opmerken, maar het was er zeker. Nog zekerder zijn de trillingen. Die zijn in de spiegels, stuur, zadel en voetsteunen bij een gangetje van 120 km/u érg aanwezig. Rij je gewoon lekker actief binnendoor zonder harder te rijden dan 100, zul je ze geen moment als storend ervaren. Dat was in mijn geval helaas niet het geval.
Plus
Basisuitrusting, prijs, verbruik
Min
Trillingen, voorrem, afleesbaarheid dashboard, onderhoudsschema, het is echt geen Honda
Honda CB500X
Ik kan me zo voorstellen dat Honda-fans puffend en zuchtend naar de Voge zullen kijken. Met terechte argwaan en een dosis spot. Want zo’n 500DS, dat is als een buurman die hetzelfde voortuintje aanlegt als de jouwe, maar er een buxusstruikjes extra inzet om daarna een eigen ontwerp te claimen. Voge voegt een extra remschijf en een heuze upside-down voorvork toe om de CB500X de loef af te steken, maar dat de Honda met z’n enkele remschijf toch echt veel beter remt, dat zie je aan de buitenkant niet af. Het is een moeilijke spagaat waarin Honda in dit geval verkeert: de CB is absoluut de betere motor, maar oogt minder volwassen. En is nog eens duurder ook.
Onderhuidse pluspunten
Veel van de pluspunten van de CB500X springen niet in het oog. Zo is de koppeling veel lichter te bedienen dan die van de Voge, dankzij zelfbekrachtigend vernuft onderhuids. Mét slipperfunctie, waarvoor hetzelfde geldt. Zo’n lichte koppeling is voor de beginner lekker, maar ook voor de gelouterde motorrijder. En het verzacht de pijn van het niet instelbare koppelingshendel.
Net zo lekker is de uitblinkende rempartij. Tja, zo’n enkele remschijf aan de voorzijde oogt mager, maar het zijn de prestaties die ertoe doen. De CB laat zich met gemak aanremmen en het gevoel bij doorremmen is prima. In ieder geval een stuk beter dan bij de Voge. Rem je echter bruusk, dan duikt de tamelijk slappe voorvering wel flink in waar de Voge juist wat stugger is. Dat is debet aan de lange, comfortabele veerwegen en het gebrek aan ruime stelmogelijkheden op de voorvork. Daar is enkel de veervoorspanning instelbaar, net zoals aan de achterzijde. Hetgeen nog altijd ruimer is dan bij de Voge, waar louter de veervoorspanning op de schokdemper instelbaar is. Met z’n lange veerwegen voelt de CB500X zich wel thuis op oncomfortabel wegdek. Dat doet behoorlijk recht aan z’n allroad-uitstraling, al blijf je toch het best op de gebaande paden, een gravel-pad daargelaten.
Homogeen
Elke motorrijder die ooit op een CB500X is gestapt, zal beamen dat het stuurgedrag ronduit vriendelijk is. Beide machines in deze test scoren daarop dikke voldoendes. De Voge is iets strakker, de CB500X iets gemoedelijker. Het een is niet persé beter dan het ander. Toch werkt de algeheel betere souplesse van de Honda in z’n voordeel. Het meer uitgebalanceerde motorblok draait wat vriendelijker en voor de gasreactie geldt hetzelfde. En als je onverhoopt moet remmen voor een overstekende eend doe je dat het liefst op deze machine. Zelfs de versnellingsbak schakelt beduidend beter. Alles klopt, om er maar even een Honda-cliché in te gooien.
Maar het is wel dat cliché dat bijzonder prettig is als je een minder ervaren motorrijder bent. Dat geldt ook voor de afleesbaarheid van het dashboard. Het geheel is minder compleet dan op de Voge, maar het belangrijkste wordt groot weergegeven en ook met de zon van achteren valt alles redelijk af te lezen. Al blijft de toerentellerbalk een ondergeschoven kindje. Bij beide motoren geschiedt de bediening overigens vanaf het dashboard zelf; bediening vanaf het stuur is in deze prijscategorie geen vanzelfsprekendheid.
Lofzang
Het is moeilijk harde noten te kraken over de Honda. Althans, als je je bewust bent van het segment waarin beide motoren verkeren. Het segment van betaalbaarheid, een A2-rijbewijs en dus ook 35kW aan vermogen. Gaan we spijkers op laag water zoeken, dan kan ik enkel de eerste gasopname noemen die ondanks de doorontwikkelingen van de laatste jaren licht aanwezig blijft. Ook de al eerdergenoemde duikende voorvork verdient dan nog een vermelding. Juist de zo attente rempartij zou baat hebben bij iets meer demping bij de eerste rem-aanleg. Hoe dan ook: de Honda mag minder volwassen ogen, maar is onderhuids absoluut het meest volwassen.
Plus
Verbruik, comfort, alles klopt
Min
Iets duurder
Conclusie
De A2-rijder is troef! Deze twee hoogpoten bieden best veel motor voor weinig geld en zijn met exact 35kW aan vermogen op het A2-lijf geschreven. De Honda kost € 8.158,- en de Voge € 6.979,-. Zou je zonder proefrit moeten kiezen, dan is het geen heel gekke keuze om voor laatstgenoemde te gaan. Want bekijk je ‘m van top tot teen, dan boezemen meerdere onderdelen vertrouwen in. Z’n dubbele remschijven ogen veel meer volwassen dan de enkele schijf van Honda en de upside-down voorvork overtreft de conventionele telescopische voorvork van z’n concurrent. Maar in de praktijk is het geheel andersom. De Honda voelt, rijdt en is meer volwassen. De rempartij is daarbij tekenend: die enkele remschijf van de CB remt beter dan het dubbele exemplaar van de 500DS. Dat zegt toch veel en tel je al dit soort pluspunten op, dan is de Honda z’n meerprijs absoluut waard. Zeker als je het onderhoudschema van de Voge bekijkt. Elke 5.000 kilometer de klepspeling laten controleren is toch een behoorlijke aanslag op je portemonnee. Dat de importeur momenteel bij de fabrikant pleit voor een minder intensief schema is hoopvol, maar als koper die z’n garantie wil behouden zou ik mezelf zeker bij aanschaf in 2019 toch even achter de oren krabben.
Afijn, het leidt geen twijfel: de Honda CB500X mag gekopieerd worden. Daar hoeft Honda zich achteraf helemaal niet zo druk om te maken. En ergens is het ook best vermakelijk dat de nieuwe merken uit China zo nadrukkelijk op de deur beginnen te kloppen. Het mag als een rustige wake-up call voor de gevestigde orde gelden: er staat een nieuw continent voor de deur. Na jaren van productie voor de grote merken, hebben zij nu ook zelf ambities.
Doordat corona alles op de kop gezet heeft, is er voorlopig geen weekeinde zonder motorsport. Je mist dus zomaar iets en daarom kijken wij elke donderdag vooruit naar wat je mag verwachten.
1. Met een beetje geluk hebben we komend weekeinde een nieuwe wereldkampioen er bij. Of weten we in ieder geval zeker dat de nieuwe wereldkampioen uit Nederland komt. Jeffrey Buis staat in het WK Supersport 300 aan kop met 16 punten voorsprong op Scott Deroue en liefst 47 stuks op Bahattin Sofuoglu. Met nog vier wedstrijden te gaan, dit weekeinde Magny-Cours en twee weken later Estoril, zijn er dus nog 100 punten te verdelen. Flink veel, maar we hebben gekkere dingen gezien in WK Supersport 300. Weten Jeffrey en Scott Sofuoglu op meer dan 50 punten te zetten, mogen ze samen onderling gaan beslissen wie wereldkampioen wordt op Estoril. Maar eerst Magny-Cours dit weekeinde, waar het heel nat gaat worden… En een nat Magny-Cours is het recept voor complete chaos.
2. Als iemand zich thuis voelt op Magny-Cours – nat of droog – dan is het Michael van der Mark wel. Komt vast omdat hij er in 2012 zijn allereerste grote prijs pakte. Hij werd toen Superstock 600-kampioen na een waanzinnig duel met Riccardo Russo.
Michael kan nog altijd derde worden in de eindstand van het WK Superbike, want hij staat slechts 10 punten achter Chaz Davies. Jonathan Rea kan komend weekeinde trouwens wereldkampioen worden. Ja, alweer en dat terwijl hij al recordhouder is met vijf opeenvolgende titels. Scott Redding zal er alles aan doen om dat te voorkomen, maar met ‘net ietsje’ minder ervaring op Magny-Cours is dat een haast onmogelijke opgave.
3. De laatste van drie MXGP-wedstrijd wordt aanstaande zondag verreden op Mantova. Er is tijdens de eerste twee GP’s al van alles gebeurd, zowel mooi als dramatisch als verschrikkelijk, en de verwachting is dat dit zondag niet anders gaat zijn. Al hopen we dat het verschrikkelijke inmiddels wel geweest is. Na Mantova hebben de rijders amper rust, want een week later begint alweer het drieluik op Lommel. Met of zonder publiek, dat is de vraag…
Honda wil altijd grenzen verleggen – zowel op vlak van design als op vlag van techniek. In 2018 brachten de CB1000R, CB300R en CB125R een frisse wind in hun line-up van Naked motoren. Met café-racers als inspiratie en gecombineerd met een moderne, uiterst minimialistische look zag het Neo Sports Classic designthema het levenslicht.
2021 HONDA CB650R
2021 HONDA CB650R
2021 HONDA CB650R
2021 HONDA CB650R
2021 HONDA CB650R
2021 HONDA CB650R
2021 HONDA CB650R
2021 HONDA CB650R
Slechts één segment kreeg nog niet onmiddelijk uiting in dit nieuwe designthema: dat van de uiterst populaire middenklassers. In 2019 nam de CB650R deze rol met succes op zich en daarmee richtte Honda zich op een jonge generatie rijders die op zoek zijn naar ultieme looks, maar ook een machine willen die hen ten volle laat genieten van een krachtige viercilinder gecombineerd met lichte, veelzijdige en verfijnde stuurkwaliteiten.
In 2021 bouwt Honda voort op het gecreëerde momentum. De CB650R krijgt een aanzienlijke upgrade aan de ophanging vooraan en een reeks gedetailleerde aanpassingen zorgen voor verbeterd comfort, bruikbaarheid en wendbaarheid
Modeloverzicht
Het hoogtepunt de nieuwe CB650R ligt vooraan met 41 mm Showa Separate Function Big Piston USD vorkpoten – een ophanging van hoge kwaliteit die de stuurkwaliteiten van de motorfiets nog verbetert.
Het blok is EURO5-compatibel zonder dat vermogen verloren ging. Andere verbeteringen zijn het iets meer naar voren geplaatste stuur, verbeterde zichtbaarheid van het LCD-dashboard en een USB Type-C aansluiting onder het zadel. Uiterlijke aanpassingen zijn de nieuwe zijpanelen en een vernieuwd achterspatbord.
De 2021 CB650R zal beschikbaar zijn volgende kleurstellingen:
Pearl Smoky Gray **NIEUW**
Mat Gunpowder Black Metallic
Candy Chromosphere Red
Mat Jeans Blue Metallic
Chassis
Het stalen diamantframe van de CB650R beschikt over geperste scharnierplaten aan de swingarm en dubbele elliptische balken met een stijfheidsbalans afgesteld voor uitgebalanceerde stuureigenschappen (stijver aan het balhoofd en flexibeler aan de achterbrug) en uitstekende feedback voor de bestuurder. De balhoofdhoek is 25,5° en de naloop 101 mm. De wielbasis bedraagt 1.450 mm en het drooggewicht is 202,5 kg.
De 41 mm Showa Seperate Function Big Piston (SFF-BP) USD voorvork is een belangrijke upgrade. Een drukverdelende demper in de ene vorkpoot en het veermechanisme in de andere, zorgen voor uitstekende demping en een lager gewicht. Ook het formaat van de zuiger werd vergroot wat samen resulteert in meer fijngevoeligheid, schokabsorptie en controle. Achteraan zorgt een enkelvoudige monoshockdemper met 7-traps instelbare veervoorspanning voor demping door direct in te spelen op de gewelfde swingarm vervaardigd uit gegoten aluminium.
Radiaal gemonteerde vierzuigerremklauwen grijpen op een zwevende wave-remschijven van 310 mm diameter vooraan, en achteraan zorgt een enkelvoudige zuigerremklauw op een schijf van 240 mm voor remkracht. Uitgerust met een tweekanaals ABS-systeem.
De wielen zijn gemaakt van gegoten aluminium en worden voorzien van een 120/70-ZR17 voor- en 180/55-ZR17 achterband.
Styling en uitrusting
De kenmerkende Trapezoid-vorm met een korte, stompe achterkant en korte overhangende koplamp typeert de strakke en agressieve stijl van de CB650R Neo Sports Café. De lange benzinetank is een markant motief van het design van deze familie. De gladde lijnen accentueren de robuuste, metalen oppervlakken en onderstrepen de mechaniek achter de viercilinder aandrijving.
Nieuwe, smallere zijpanelen accentueren het minimalisme, net als het spatbord achteraan dat nu uit staal vervaardigd is, en niet meer uit nylon plastic. Onder het zadel vind je nu een USB Type-C oplaadpoort terug om eenvoudig je toestel op te laden. De zadelhoogte blijft onveranderd op 810 mm.
De ronde LED-koplamp is een van de karakteristieken van het Neo Sports Café-design. Ook de rest van de verlichting is LED. Het scherpe LCD-instrumentenpaneel haalt inspiratie bij de CB1000R, en geeft een schakelindicator en de versnelling weer. De leesbaarheid werd vebeterd dankzij een ander lettertypegrootte en andere LED-hoek.
De hoek van het stuur werd 3° verhoogd tot 35°. Deze kleine aanpassing maakt korte bochten op lage snelheid en U-bochten eenoudiger.
Valerio Aieollo van Honda’s R&D Departement in Rome, over het design van de Neo Sports Café
“Honda’s volledige Neo Sports Café-gamma is het resultaat van het CB4 conceptmodel dat in 2015 op EICMA gepresenteerd werd. Het was onze wens om de wereld van de caféracer te verkennen en te herinterpreteren op een moderne manier.”
“Alle modellen van deze CB-lijn zijn niet simpelweg retro-vintage motoren, maar eerder neo-classics: moderne motoren die een klassiek design combineren met moderne techniek.”
“We wilden een nieuwe dimensie creëren op vlak van stijl. Anders dan de gespierde streetfighters die de laatste jaren opdoken, en tegelijkertijd toch ook ver weg blijven van de simpele caféracerstijl. Het resultaat is deze Neo Sports Café-lijn, met een unieke stijl die compleet anders is dan wat de concurrentie uitbracht, en die tegelijk, of je het nu leuk vindt of niet, eenvoudig te herkennen is als Honda. De concurrentie heeft klassiekers of net erg moderne modellen in hun aanbod, maar, naar mijn mening, niet iets dat het midden van beide stijlen treft.””
“In de ontwikkeling van het CB4-concept vond ik inspiratie van ver buiten de wereld van de motoren, in horloges. Een van de sleutelconcepten tijdens het ontwerp van het Neo Sports Café-design was “mechanische kunst”. Dat is het verlangen om de pracht van verschillende mechanische elementen te tonen in een ontwerp. Horloges slagen daar erg goed in, aangezien hun mechaniek steevast een zekere charme opwerpt. Ook voor Honda is ‘Mechanische kunst’ een erg belangrijk begrip.”
Motorblok
De 649 cc, DOHC-motor met 16 kleppen werd afgesteld om de puurste, meest aangename viercilinder middenklassesensatie mogelijk te brengen. Ook hier ervaar je die typische snelle klim doorheen het toerenbereik met het harde, hoogtoerige karakter waar Honda’s vier-in-lijn voor bekend staat. Piekvermogen van 70 kW (94 pk) wordt geleverd bij 12.000 tpm. en 63 Nm koppel ervaar je op 8.500 tpm. Voor A2-rijders valt het vermogen eenvoudig terug te brengen tot 35 kW.
In 2021 is de omschakeling naar de EURO5-norm de enige aanpassing aan het motorblok. Daarvoor werden ECU, nokken, timing van de inlaat, uitlaatpijp, katalysator en demper aangepast en er werd een krukaspulsator toegevoegd.
Directe nokbediening houdt de cilinderkop compact. Boring x slag is 67 mm x 46 mm, met een verhoogde compressieratio naar 11.6:1. Het blok is uitgerust met iridium bougies en twee luchtinlaten – eentje aan elke kant van de tank – voeden de luchtbox en zorgen voor een roffelend inlaatgeluid.
De assymetrische zuigerranden zorgen voor een minimaal contact met de cilinderwand en verminderen de wrijving. Ijzerhoudende randen aan de buitenzijde van de cilinderhuls verminderen olieconsumptie en wrijving en verbeteren hitteoverdracht. Een stille (SV) nokkenasketting behandeld met Vanadium reduceert wrijving. Interne vloeistofkanalisering van cilinderkop naar cilinders maakt de meeste externe watertubes overbodig.
Het blok maakt gebruik van een compacte interne architectuur met een zesversnellingsbak en de cilinder 30° voorwaarts gekanteld. Een assist/slipperkoppeling zorgt voor eenvoudiger opschakelen en vermijdt dat het achterwiel blokkeert bij hard afremmen en snel terugschakelen. Het Honda Selectable Torque Control (HSTC) controleert de achterwieltractie en kan indien gewenst uitgeschakeld worden.
Met een benzineverbruik van 4,9 liter per 100 km of 1 liter op 20,4 km (op het WMTC-model) en een tankinhoud van 15,4 liter, bedraagt de actieradius meer dan 300 km.
Accessoires
Voor de CB650R is een collectie van Genuine Honda Accessories beschikbaar:
Verscheidene aluminium onderdelen en aluminium inserts die het Neo Sport Café-design optimaliseren – dat zo typerend is voor de CB650R en CB1000R (windscherm, panelen voor spatbord vooraan, schoudercovers, zijcovers, afdekkapje voor de passagierszit)
Bodemkuip
Wielstrepen
Zadeltas en tanktas – dezelfde als die van Honda’s kenmerkende CB1000R
De meeste motorshows van 2020 zijn al geannuleerd als gevolg van Covid-19. De hoop dat het volgend jaar anders zou zijn, is geweken omdat ook de Tokyo Motorcycle Show van 2021 aankondigt dat de show in maart niet doorgaat.
De show zou de 48ste editie van het evenement in Japan zijn geweest, maar de organisatoren hebben besloten het evenement te annuleren om de volksgezondheid te beschermen. De motorshow zal nu plaatsvinden in 2022, hoewel de data nog moeten worden bevestigd.
Het kan zijn dat er wel een Tokyo Motorcycle Show LIVE komt, een virtuele versie van de show.
De nieuwe KTM 350 EXC-F WESS 2021 is een eerbetoon aan het wereldkampioenschap Enduro Super Series en is uitgerust met de exclusieve luchtgeveerde WP XACT-voorvork, een kostbaar chroom-molybdeen stalen traliewerk en het nieuwe 350cc DOHC-blok met elektronische injectie.
De nieuwe KTM 350 EXC-F WESS is ontwikkeld op basis van de 350 EXC-F en combineert de wendbaarheid van een tweetakt met het vermogen en koppel van een viertakt. Dit is de ‘belofte’ die KTM doet, door het nieuwe en zeer lichte (minder dan 28 kg) 350cc DOHC-blok met elektronische injectiemotor in een chroom-molybdeen traliewerk te plaatsen.
Technisch gezien is de belangrijkste innovatie die op de WESS is geïntroduceerd de luchtgeveerde 48 mm WP XACT-voorvork, die zijn debuut maakt op de KTM Enduro-reeks. Een luchtgeveerde voorvork is lichter dan een traditionele unit en werd speciaal ontworpen voor extreem off-road gebruik. De luchtgeveerde vork maakt een snelle en eenvoudige instelling van de voorspanning mogelijk via een ventiel in de linker stuurpen, terwijl compressie- en ingaande demping – ook gemakkelijk toegankelijk – zich beide in de rechter stuurpen bevinden.
Ook noemenswaardig is de aanwezigheid van een nieuwe voorremschijf, Supersprox Stealth, oranje olievuldop, grijze ODI-grepen en stuurschakelaar om de verschillende beschikbare mappings te selecteren. Op puur esthetisch niveau is de nieuwe 350 EXC-F WESS voorzien van een oranje chassis en exclusieve graphics, gewijd aan de World Enduro Super Series.
Tot slot is het originele KTM PowerParts-accessoirepakket rijk gevuld, met onder andere de Factory-wielen met oranje geanodiseerde naven, de ventilator- en radiatorbeschermers, de oranje CNC gefreesde vorkplaatjes en het Factory-zadel met veel grip. De nieuwe KTM 350 EXC-F WESS is vanaf oktober verkrijgbaar bij de dealers. Prijs n.n.b.
Wil je hem online bestellen als losse editie? klik hier. GRATIS thuisbezorgd!
Eén sporttoer tegen twee pogingen
De Kawasaki Ninja 1000SX is de laatste motor van een ooit zeer populair segment. De combinatie comfort en sportieve zit was onverslaanbaar. De BMW S1000XR en de Yamaha Tracer 900GT zijn comfortabele crossovers, die met sportieve aspiraties en een rechtop-zithouding proberen te overtuigen. Slagen ze daar in?
Bretagne: van kaap naar kaap
Memhirs en Dolmen. Oeroude restanten van volkeren die lang geleden zijn verdwenen. Bretagne ligt er mee bezaaid. Maar daar komen we niet voor. Wij rijden een dwaaltocht die ons van kaap naar kaap voert. Want ook daar staat Bretagne bekend om. Woelige zeeën die stukslaan op kliffen en kapen. Mooi!
Moto Guzzi V85 TT Travel
De V85 TT heeft Moto Guzzi weer op de kaart gezet. Het zieltogende merk met z’n karakteristieke motoren kon ook wel een succes gebruiken. Het euforische gevoel bij het management over het Moto Guzzi-blok wordt verlengd met de Travel-editie van de stoere allroad. Koffers erop, bagage ingepakt en rijden maar.
1000 km in 24 uur
Covid-19 of niet: Piet Vader heeft het in z’n kop en dan moet het gebeuren. Met z’n BMW R26 uit 1959 in een ruk 1000 kilometer rijden in Nederland. The Loop noemen Piet en z’n maat Franklin het plan. Over provinciale- en B-wegen, want met 17 pk en zonder clignoteurs ‘krijg je een naar gevoel op de snelweg’..
De Westwall
De Westwall is een Duitse verdedigingslinie uit de Tweede Wereldoorlog, die bestond uit tankvallen, bunkers, mijnenvelden en mitrailleurnesten. De linie begon in Zwitserland en eindigde ter hoogte van Kleef in Duitsland. Delen bestaan nog en dat levert een boeiend thema op voor een mooie tocht.
Honda ST1300 Pan-European
De Honda ST1300 Pan-European heeft in twintig jaar een zwabberende route afgelegd om geliefd te worden bij de veelrijders. Het prachtig lopende blok, het comfort en de cardan: met een ‘Pan’ blijf je rijden. Servé Seijts is het levende bewijs. Zijn Pan-European heeft al 275.000 kilometer afgelegd…
Net als olie in je blok zorgen cookies ervoor dat alles soepel loopt. We gebruiken ze om de website goed te laten werken en je de beste ervaring te bieden. Door verder te gaan, geef je toestemming voor het gebruik van cookies.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.