dinsdag 7 april 2026
Home Blog Pagina 1015

Terugblik: Hoe Rossi Yamaha in 2004 reanimeerde

0

Je moet het verleden kennen om de toekomst te begrijpen. Als dit momenteel ergens op van toepassing is, dan wel op Yamaha in de MotoGP. Hoewel enkele uitschieters van Maverick Viñales en het sensationele debuut van Fabio Quartararo – op notabene een ‘mindere’ M1 – de achterstand nog enigszins kon verbloemen, is het gat naar Ducati en Marc Marquez (te) groot. Het doet denken aan de beginjaren van deze eeuw. Of beter gezegd, aan de jaren dat Valentino Rossi nog heel tevreden was bij die andere grote Japanse fabrikant: Honda. In de winter van 2003 veranderde echter alles. Terugblik op de beroemdste transfer uit MotoGP’s geschiedenis.

Toen alle velletjes van de 2001-scheurkalender in de papierbak waren beland en 2002 begon, ging de hele Grand Prix-motorracerij op zijn kop. De MotoGP nam het stokje over van de 500cc-klasse en de fabrieken hadden plots heel andere uitdagingen. Uitdagingen die niet alle merken even goed hadden ingeschat, met Yamaha als exponent van de ultieme onderschatting.

Honda ging er bovendien met gestrekt been in. De 990cc-V5 was een elegante doch brute doorontwikkeling van de V4-krachtbron waarmee het met de RV750 RC45 in het WK Superbike deelgenomen had. De overdaad aan vermogen die het V5-blok op het achterwiel losliet, bood wielspin op commando, waardoor de RC211V zich op afroep dwars liet zetten in een zoektocht naar grip.

Yamaha koos een andere weg en besloot, een poging elk aanwezig beetje kracht te beteugelen, voor een bandenvriendelijke machine te gaan. De vier-in-lijn van Yamaha was geënt op tractie en afgestemd om spin tegen te gaan naar mate de toerentallen klommen. De keuze voor carburateurs en een ietwat beperkte cilinderinhoud van 942 cc zorgden daarvoor. Het rijwielgedeelte volgde ook een totaal ander plan dan wat Honda ter tafel bracht.

Het YZR-frame was een evolutie van het 500cc-chassis en had bovenal het doel wendbaarheid te bieden. Alleen leerden we in de jaren die volgden al snel dat MotoGP toch echt iets anders was dan de 500cc-klasse en grip vooral aanwezig was als de rijder de motor desgewenst dwars kon zetten. Die eigenschap was door de jaren heen vakkundig uit het ontwerp van de Yamaha gepoetst. En dat deed pijn: Yamaha had sinds 1992 de kampioenschampagne niet meer geproefd. Daar moest met het oog op de nabije toekomst hoognodig verandering in komen, het is min of meer een vergelijkbare situatie waarin Yamaha anno 2020 zit.

Vergeten

Yamaha’s eerste jaar in de nieuwe viertakt-MotoGP-klasse was ondanks het lang uitblijven van een wereldtitel desondanks niet zonder succes. Tegelijkertijd gaf men bij Yamaha zelf als eerste toe dat beide overwinningen in 2002 meer met geluk dan technisch succes van doen hadden. Zo lag het circuit van Brno, waar Yamaha voor het eerst won, fabrieksrijder Max Biaggi sowieso altijd al. Daarnaast hielp toenmalig Honda-rijder Rossi zijn toekomstige werkgever door de achterband van zijn Honda vroeg in de race compleet op te branden. De tweede overwinning, in Maleisië op het circuit van Sepang, was nog fortuinlijker. De drie snelste Honda-mannen reden vooral elkaar in de weg, waardoor Biaggi met de M1 aan de horizon kon verdwijnen. Een overwinning is en blijft altijd een overwinning, maar Yamaha was zich ervan bewust dat het zo niet langer kon. Honda had de lat hoog gelegd en het merk van de gekruiste stemvorken kon zich simpelweg niet met de concurrent meten.

Hoe hoop soms kan omslaan in uitgestelde teleurstelling, bleek in 2003. Yamaha gooide het ontwerp van de YZR-M1 voor dat seizoen compleet overhoop en de nieuwe machine leek een gigantische stap voorwaarts. Hoe groot die stap toen al had kunnen zijn, zullen we nooit weten. Toprijder binnen het Yamaha-kamp was Alex Barros en juist de Braziliaan werd geplaagd door blessureleed, waarna 2003 al snel werd opgegeven. Niet eens zo zeer vanwege Barros, maar meer met het oog op 2005. Yamaha had namelijk alle intentie in dat jaar met een volwaardig pakket aan de start te komen; een pakket waarmee men een gerede kans op de titel zou hebben. In 2005 zou Yamaha immers haar 50ste verjaardag vieren, een jubileum dat met een wereldtitel in de MotoGP beklonken moest worden. Het project mocht dan ook wat centen kosten. Zodoende plaatste Yamaha top-monteur Masao Furasawa over naar het GP-project. Yamaha’s wonderkind kreeg voor zijn opdracht een blanco canvas en dito cheque. Die titel moest er in 2005 komen, zo veel was wel duidelijk.

Stroomversnelling

Al in het voorseizoen van 2003 begon Furusawa achter de schermen met het samenstellen van een ontwikkelingsteam en werd contact gelegd met Yamaha’s zakenpartners. Denk hierbij aan Toyota, als een van Japans grootste technologiereuzen, maar zeker ook Öhlins, waar Yamaha indertijd eigenaar van was. Tussen februari van 2003 en de seizoenstart twee jaar later zit weinig tijd om een compleet nieuwe machine te ontwerpen, dus haast was geboden. Om tijdwinst te boeken werd kennis verzameld uit Yamaha’s betrokkenheid bij de Formule 1 in de jaren daarvoor. De Japanse fabrikant was actief betrokken bij de ontwikkeling van raceblokken voor de Formule 1, samen met toenmalig partner Judd – ook wel Engine Developments Limited – in Groot-Brittannië. Een van de slimme koppen die zich had doen gelden was Kouichi Tsuji. Na het afronden van zijn werkzaamheden bij Judd werd Tsuji per ommegaande naar Japan geroepen om zich aan te sluiten bij de nieuwe raceafdeling. Medio 2003 kregen de eerste nieuwe motorblokdelen en het vernieuwde chassis vorm. De basis was gelegd.

Bepaald geen groentje in de racerij, wist Yamaha maar al te goed dat zelfs de beste motorfiets geen garantie voor succes is als je er niet de juiste man op zet. Achter de schermen bewoog Yamaha hemel en aarde met als doel superster Valentino Rossi, inclusief zijn complete team, bij Honda los te weken. Tijdens de GP van Japan op Motegi werd de overeenkomst bezegeld, al zou de bekendmaking op zich laten wachten.

Tegen de tijd dat de MotoGP in 2003 Valencia aan deed, stonden er twee nieuwe machines klaar in de Fortuna Yamaha-garage: een voor Carlos Checa en een voor Norick Abe. Opvallendste wijzigingen zaten hem in de voorste frame-ophangpunten van het blok – van bovenop de cilinderkop naar de zijkant van de cilinders – en de ondersteboven gekeerde achterbrug. Beide bieden de ontwerpers meer ruimte het rijwielgedeelte gecontroleerd te laten buigen. Die flex, zoals dat heet, compenseert dat de vering zijn werk amper of zelfs helemaal niet kan doen onder hellingshoek. De langere ‘armen’ omhelzen het blok vervolgens ook meer, waardoor de krachten onder hard remmen beter verdeeld worden. Alsof je jongleert, alleen doet men dat in dezen niet enkel met een veelvoud aan voorwerpen, maar ook nog met voorwerpen in verschillende groottes en met stuk voor stuk andere vormen. Kleine aanpassingen hebben zodoende grote invloed. Desondanks was zowel Checa als Abe niet meer van de nieuwe motoren af te slaan, zo content waren ze. En toch zagen we die twee machines nadien nooit meer. Niet omdat ze slecht waren, maar omdat er nog iets beters in de pijplijn zat.

De ommekeer

Toen het seizoen 2003 voorbij was, kwam Rossi in beeld. Ware het niet dat de Italiaan van Honda geen seconde in de buurt van Yamaha’s nieuwe wapen mocht komen tot er daadwerkelijk 2004 op de kalender stond. Honda liet Rossi elke seconde van zijn contract uitdienen in een poging Yamaha te beroven van kostbare ontwikkelingstijd die hij in het voorseizoen in de nieuwe YZR-M1 kon steken. Zo ontmoette Rossi pas in januari zijn nieuwste racemachine. Op de menukaart hadden Furusawa en Tsuji vier keuzemenu’s klaargemaakt voor de Italiaan: hij kon uit vier verschillende motorblokconfiguraties kiezen. Stuk voor stuk vier-in-lijn-motorblokken, maar elk met een eigen specificatie. Twee blokken hadden een conventionele 180-graden-krukas, waarbij de ene een vierklepskop had en de andere een vijfkleps-exemplaar. Hetzelfde gold voor de andere twee testblokken, alleen hadden die een crossplane-krukas. Rossi’s keuze viel uiteindelijk op het blok met crossplane-krukas en de vierklepskop. Het was het perfecte uitgangspunt met een goede balans tussen zo veel mogelijk vermogen zonder onderhandelbaar te worden. Hoe het vermogen geproduceerd werd was belangrijker dan hoe veel er geproduceerd werd. Je moet je ook vooral even indenken hoe ingrijpend Rossi’s keuze alleen uit marketingoogpunt al was. De creatieve marketeers die Yamaha’s technische innovaties tot een verkooppunt moesten maken, hadden decennia lang gewerkt om de vijfkleppers te pushen. Die strategie kon met de keuze van de toen vijfvoudig wereldkampioen het raam uit: alles werd na zijn komst anders.

Conform Rossi’s wensen was de nieuwe YZR-M1 een totaal andere machine dan die toch al radicale machines die een paar jaar eerder alleen in Valencia even van de partij waren. Vooruit, de ondersteboven gekeerde achterbrug bleef, maar de vooraan om het blok gedrapeerde frame-armen reikten inmiddels zo laag als de krukas. Op het eerste gezicht veranderde het frame zelf dus al flink. Maar de verhoudingen die uiteindelijk de geometrie van een motorfiets vormen, gingen eveneens volledig op de schop. De motor was langer geworden, hoger ook. Vergelijk je foto’s van de 2003-specificatie YZR-M1 met de motor uit 2004, dan is niet te missen dat de nieuwe M1 zeker 25 millimeter hoger staat en de achterbrug een vergelijkbare groeispurt had gemaakt. Om over de specifiek voor de Yamaha MotoGP-machine gefabriceerde Öhlins-veringsdelen nog maar te zwijgen. Öhlins kon haar waarde bewijzen aan de Japanse eigenaar door te helpen met het bewerkstelligen van een kampioensmachine.

De voortekenen

Bij de slotdag van de wintertest op het circuit van Barcelona had Yamaha inmiddels ook de eerste complete 2004-machine klaar voor Checa. Rossi toonde de concurrentie even vakkundig zijn natuurlijke snelheid. Hij klokte de beste tijd van de test, al was Rossi’s van Honda mee overgekomen crewchief Jerry Burgess daarover opvallend open. Hij gaf zonder schroom toe dat de motor afgesteld was om een enkele bloedsnelle ronde te klokken, racepace was het volgens de Australiër bepaald niet.

Stel het je even zo voor: Yamaha overhandigde een bouwpakket, waarna Rossi en Burgess het samen in elkaar zetten. ‘We hadden al snel door waar het knelpunt zat. Yamaha had bij de ontwikkeling van de machine sterk geleund op twee zeer getalenteerde 250cc-coureurs. Geen kwaad woord over beide, maar de input die een zware machine nodig heeft is anders’, aldus Burgess. ‘Dat gold al voor de 500cc’s, maar voor de nieuwe viertakten nog veel meer. Elke motor bevindt zich ergens op een cirkelvormig spectrum en bij de Yamaha was de cirkel niet eens in beeld. Rossi is het soort rijder waarop je kunt bouwen, aangezien informatievoorziening van cruciaal belang is. Zelfs dan hadden we dergelijke rigoureuze aanpassingen bij Honda nooit van de grond gekregen – Honda had te veel geïnvesteerd in hun machine. Bij Yamaha kregen we carte blanche. Dan is het niet langer een kwestie van willen of kunnen, maar van moeten. Dit soort motoren heeft gevoel nodig, zodat je de motor aan het glijden kunt krijgen en de wielen vervolgens ook weer veilig in lijn kunt krijgen. Alleen als je dat gevoel kunt losmaken in de motor, kun je echt hard gaan met machines van dit kaliber.’

Een langere machine heeft meer input van de rijder nodig om grip te creëren en om de motor te sturen. Tegelijkertijd maakt een fabriek de motor juist langer om de hoeveelheid grip en controle meer bij de rijder te leggen. Het is dan een kwestie van het lichaamsgewicht meer naar voren of achteren te verplaatsen, daar waar het nodig is. Door de motor ook hoger te maken kun je het chassis meer op stabiliteit ontwerpen, terwijl het hogere zwaartepunt zorgt dat de wendbaarheid gewaarborgd blijft. Furusawa: ‘Toegegeven, de motor die we bouwden vroeg meer fysieke input van Valentino, maar gaandeweg zou het door moeten ontwikkelen naar een motor die juist met elk beetje input goed werkt.’

Wat er vervolgens gebeurde

Die zoektocht naar universeel bruikbare input heeft Rossi altijd volgehouden. Er viel immers veel te winnen wat betreft grip en tractie. De basis, noem het even de lange wielbasis-versie, deed het goed genoeg voor de winst in Zuid-Afrika, maar toch liet het te wensen over als het gaat om maximale tractie. Die opmerkingen werden meegenomen en later aangepast en verder toegepast. Hetzelfde gold voor Jerez, waar Rossi in de kletsnatte race moeite had met de YZR-M1. Nadien werd de ketting ingekort en de motor geëvalueerd om bij een volgende natte race beter voor de dag te komen.

Yamaha was gebrand op de winst. Nergens anders werd dat duidelijker dan op Le Mans. Die technische omloop vraagt om een machine die zich hard rechtuit laat afremmen, maar acceleratie is van even groot belang. Je kunt natuurlijk een motorblok specificeren per circuit, maar het is bepaald niet de norm – prijzig als die aanpak is. De compressie opschroeven is daarentegen een relatief niet heel ingrijpende manier om een motorblok meer op acceleratie te richten. Nadeel is dat motoren met een heel hoge compressie moeilijker te starten zijn – zoals alle Yamaha’s moeite hadden met starten op Le Mans. In dat weekend dook de brandstofinjectie van Weber-Marelli, waar Melandri en Abe kort daarvoor mee testten, plots ook op bij de motoren van Checa en Rossi: een grote stap voorwaarts wat betreft bruikbare gasreactie.

Toch zag het er allemaal niet zo soepel en bruikbaar uit zoals Rossi beweerde. Zijn M1 leek in de baan enorm zenuwachtig op het gas te reageren. Bij de volgende race op Mugello kwam er dan ook een nieuwe achterbrug met nog een andere testversie na de race op het circuit van Catalunya. Met elk van die stappen leek het rijwielgedeelte gehoorzamer te worden. Het frame zelf ging ook onder de loep, waarna er in Assen een compleet nieuw hoofdframe naar buiten werd gereden. Het waren niet zozeer grote aanpassingen, maar wel veel, waardoor de wijzigingen van versie tot versie moeilijk te onderscheiden waren. Toch kun je er vanuit gaan dat elk nieuw deel een wijziging in frame flex – meer of minder, afhankelijk van rijder-input – teweeg bracht.

Wat vanaf de zijlijn duidelijk werd

Als je de 2004 YZR-M1-saga vanaf de zijlijn volgt, veranderde de machine van Rossi op het oog niet zo veel. Tot later in het seizoen niet alleen onzichtbare, maar ook duidelijk zichtbare wijzigingen werden doorgevoerd. Wat aan het oog onttrokken bleef, waren reacties op de kleine aanpassingen waar Rossi op aangedrongen had: verzoekjes die hij Burgess telkens ingefluisterd had. Alle wijzigingen waren gericht op het vinden van een balans waarin grip en tractie als twee topprioriteiten golden. Het extra duwtje in de rug dat die tractie gaf, maakte dat Rossi zich als aan een elastiek de bocht uit kon lanceren, met genoeg extra gang om Gibernau op Mugello en Catalunya het nakijken te geven – circuits die de veel sterkere Honda op papier in de kaarten hadden moeten spelen.

Zo pragmatisch als Yamaha het seizoen naar het sleuteljaar van 2005 aanvloog, zo lastig was de opening in Qatar. De eerste Grand Prix in temperaturen van ruim vijftig graden trok een wissel op alle fabrieken, maar vooral Yamaha leek er niet op voorbereid. De YZR-M1 kreeg plots een soort lip om de opening voorin de kuip. Hoewel het op amateuristisch gepruts leek, zeker afgezet tegen de concurrentie, was het bewust ingecalculeerd. De YZR-M1 zou in de hitte nooit excelleren, maar diezelfde hitte zou ook enkel en alleen in Qatar een probleem zijn. Dus had men besloten de consequenties van die ene bloedhete race op een totaal van zestien GP’s te incasseren. Je zou het bijna een houtje-touwtje-oplossing noemen, maar anders hadden ze het hele seizoen met die frontaal oppervlak vergrotende aerodynamische lip moeten rijden en had ook de dikke radiateur het gewicht en de gewichtsverdeling beïnvloed.

Het is een uitdaging inherent aan de beduidend bredere vier-in-lijns. Ondanks dat op voorhand zowat opgegeven raceweekend in Qatar, streken Rossi, Burgess en Furusawa uiteindelijk toch de 2004 MotoGP-wereldtitel op. En dan te bedenken dat 2004 slechts een aanloopjaar moest zijn, met als einddoel het kampioenschap winnen in Yamaha’s jubileumjaar 2005. Zo werd het seizoen van 2004 een cadeautje, gewonnen door een rijder die precies deed wat een rijder hoort te doen: hard rijden. Mede mogelijk ook gemaakt door technisch geniale monteurs die volledig in dienst van de coureur stonden. Die 2004 Yamaha YZR-M1 zou gedurende dat inmiddels historische seizoen nooit echt af zijn en nog minder af aanvoelen. Het was objectief bekeken niet de beste MotoGP-machine van het hele veld, maar in Rossi’s handen was een motor die af was geen noodzaak. De 2004 YZR-M1 had genoeg potentie. Elke technische aanpassing, elk volgeklad notitieblokje en elk gesprek tussen Rossi en Burgess zouden de puzzelstukjes vormen die op hun juiste plek Yamaha’s MotoGP-machine van sleuteljaar 2005 maakten. Tot Yamaha’s grote genoegen had Furusawa voldaan aan de opdracht. De wereldtitel moest er komen in 2005. Daar was hij voor aangesteld en dat is precies wat Furusawa ook deed.

Wat we nog niet weten

Of de geschiedenis zich gaat herhalen voor Yamaha? Niemand die het weet. Maar de Japanse fabrikant heeft prachtige hoofdstukken geschreven, zoals in 2005. Met dank aan de beroemdste coureur ooit.

Meer over MotoGP-techniek lezen?

Neil Spalding loopt al jaren mee in het MotoGP-circus. Hij heeft de technische ontwikkelingen in deze klasse nauwlettend gevolgd met als resultaat een standaardwerk dat nu aan zijn derde editie toe is: MotoGP Technology. Het geeft een fascinerende kijk in de keuken in de GP-wereld, meer specifiek op technisch gebied.

Titel: MotoGP Technology Third Edition. Auteur: Neil Spalding. Details: 304 pagina’s, 650 full colour foto’s en illustraties. Formaat: 210 x 270 mm. Uitgeverij: Phoebus Apollo Publishing. Prijs: £ 39,95. Meer informatie: www.motogptechnology.com.

Tekst en fotografie: Neil Spalding

Ontwerp en win je eigen Arai

0

Een vleugje Valentino Rossi? Evel Knievel dan? Of het geel van Ayrton Senna? Als je altijd al hebt willen rondrijden met je zelf ontworpen helm, is je kans! Arai-importeur Hoco Parts nodigt je namelijk uit je droomhelm te ontwerpen en misschien krijg jij dan je eigen helm wel cadeau. De wedstrijd is open voor zowel straat- als crosshelmen en elke categorie krijgt een eigen winnaar.

Zo kun je winnen

Ga naar het Facebook-bericht op de pagina van Hoco Parts, download de tekening en ga aan de slag. Klaar? Upload je ontwerp in de comments van het Facebook-bericht en tag #hocoparts en je lokale Arai-dealer.

Je hebt gelukkig nog even om na te denken, want deze bijzondere wedstrijd loopt tot en met 22 mei.

Herman Brusselmans: De motor en het virus

0
Column Herman Brusselmans

De motor en het virus

We zijn thans in april en het coronavirus moet maar eens ophoepelen. Alles ter wereld is afgelast of verschoven en die verschuiving zal neerkomen op afgelasting. Let op, misschien is het virus morgen ineens verdwenen, en roepen de dokters: ‘Het is weg! Het is weg! O God, wij danken U!’ Want ja, op sommige momenten zou je nog gelovig worden ook en redeneren: God heeft ons gestraft omdat we zulke slechte mensen zijn, maar toen dacht hij diep na, en vond Hij de mensen toch niet zó slecht, en maakte Hij de straf ongedaan, en mogen we weer shoppen, dansen, meubelen kopen, naar voetbalwedstrijden gaan, een bezoek brengen aan het Jules Verne-museum, gaan zwemmen zonder dat we anderhalve meter afstand moeten houden, en voor en na het smeren van een boterham tien minuten lang onze handen moeten wassen. Gedurende de crisis zeiden de specialisten: je mag wel wandelen, de hond uitlaten en in het bos lopen, maar doe het alleen en vermijd de nabijheid van andere recreanten. Andere specialisten zeiden dan weer: nee hoor, al die dingen mag je zeker niet doen, het enige wat je wel mag doen is in je huis blijven en zelfs daar kun je maar beter uit de buurt blijven van degenen die in datzelfde huis wonen.

Het is een ramp om, zeker aan het begin van de lente, de motoren op stal te moeten laten.

Zelf woon ik in m’n huis met m’n vriendin Lena en m’n hond Aquí. Dat gaat behoorlijk goed, ofschoon pyschiaters voorspeld hebben dat mensen die, hoeveel ze ook van elkaar mogen houden, in een kleine ruimte gedurende lange tijd dienen samen te blijven, op den duur elkaars kop zouden inslaan van de stress, de spanning en de verveling. Lena en ik en Aquí houden het nochtans goed uit. We hebben zelfs minder ruzie dan anders, omdat we bezorgd zijn omtrent elkaar, beseffen dat we de ander steun moeten bieden, en ons best doen om de angst van de partner te verminderen. We komen alleen buiten om ondanks alles Aquí uit te laten en voedsel te kopen. We hebben het geluk dat we boven een voedingswinkel wonen en eigenlijk het pand niet hoeven te verlaten om aan eten te raken. Dus ja, binnenblijven is de boodschap.

Niettemin kriebelt het elke dag om met de motor te gaan rijden. Op het eerste gezicht is dat ongevaarlijk. Je zit alleen op je motor, je hebt geen direct contact met andere verkeersdeelnemers, die trouwens toch al heel schaars zijn, en het schenkt je ontspanning en een hoofd dat ietwat wordt leeg gewaaid. De vraag is echter: waar moet je heen? In normale tijden neem ik geregeld de motor om naar de bossen van Lembeke te rijden, of naar het centrum van Sint-Martens-Latem, of naar andere uitkanten van Gent, om daar in een sober doch gezellig établissement een kop koffie en een pannenkoek te degusteren. Dat kan niet, want alle établissementen, hoe sober en gezellig ook, zijn dicht. Dus het enige wat je kunt doen is simpelweg ergens heen rijden, en dan weer terug naar huis. Ik heb echter, gedurende de crisis, geen meter gereden, noch met de Street Triple noch met de Street Twin, omdat ze allebei een praktisch lege tank hebben en ik durf niet te gaan tanken, omdat alles wat je daarbij aanraakt eerder door andere mensen is aangeraakt en die waren misschien ziek. Het is een ramp om, zeker aan het begin van de lente, de motoren op stal te moeten laten. Zoals iedereen kijk ik dusdoende uit naar het definitieve einde van de viruscrisis, niet alleen om het simpele dagelijkse leven te hernemen, maar zeker ook om de motor te bestijgen en gevaarloos in- en uitademend te rijden naar waar ik ook wil. Hoop doet leven, net als het verlangen naar het brullende geluid van onze machines.

Foto: Triumph Motorcycles

TankTasTocht #3: In regen en wind door West-Friesland

0
West-Friesland

Koninklijk rijden

Op een goed moment heb je in Nederland alles wel een keer gezien. Amsterdam, Rotterdam, Maastricht, Groningen en alles wat daar tussenin ligt. Wat heeft het land je dan nog te bieden? Niks.

Flauwekul natuurlijk. Dat blijkt maar weer eens tijdens deze derde TankTasTocht. Hij voert door West-Friesland, min of meer onze achtertuin. Bekend terrein en toch zijn we blij er weer te hebben rondgereden. Neem nu Hoorn, de Veermanskade. Natuurlijk hebben we die al eens gezien maar het blijft een adembenemende gevelwand, tegenover het water van de binnenhaven. En de Westfriese Omringdijk, die blijft zelfs bij gierende wind en regen koninklijk rijden, zo hoog boven het polderland. Om van het tochtje over het voormalige eiland Wieringen maar te zwijgen. Houd even halt op de Gemeenelandsweg en verbaas je over dat golvende en weidse landschap.

Wat ook blijft, zijn al die Dik-Trom-achtige lintdorpen onderweg, essenlaantjes met sloten links en rechts waarachter zich de stolpboerderijen aaneenrijgen, met daaronder ware schoonheden zoals boerderij Welgelegen, hartje Wognum. En daarbuiten, buiten de dorpen, wacht het ongenaakbare land, open en leeg en uitgestrekt, waarover de wind vrij spel heeft. Het enige wat je moet doen, is je goed vasthouden en voldoende tegenstuur bieden; er waren momenten waarop de wind ons bijna in een heupzwaai nam.

Kussen kussen kussen

We beginnen deze tocht in het Museum van de Twintigste Eeuw, op een fantastische plek, in de voormalige gevangenis van Hoorn, omgeven door het water van het IJsselmeer. Prachtig natuurlijk, om de eerste tv te zien, en de eerste pick-up, en de eerste pc, maar het is de stem van Truus Koopmans die voor mij echt telt. Truus Koopmans, die voor de radio zong van ‘Tsja tsja tsja, Tsja, wat zullen we eten?’ en ‘Onthou het goed, onthou het goed, ’t is de groente die ’t ’m doet’. Mijn eerste verliefdheid, besef ik nu. In 1956 schijnt ze nog een hit te hebben gehad, samen met De Windmolens: ‘Ik wil je kussen kussen kussen, ik wil je kussen, ik ben verliefd’. God bewaar me, Truus, na al die jaren…

Na nog een saluut aan de Bierkade, de Oude Doelenkade en Nieuwendam is het tijd om Hoorn te verlaten, om de strijdbijl op te graven en het gevecht met wind en regen aan te gaan. Al snel krijgen we de volle laag, aan de Bobeldijk en de Zuidermeerweg en vooral de Lagehoek; het water huivert, het riet schrikt, zo gaat het tekeer. We bevinden ons hier hartje Scheringa-country, de man die West-Friesland meenam in zijn grootse dromen én in zijn ondergang. De trieste getuigenis daarvan staat in het nederige Opmeer, net buiten het centrum, nota bene naast de brandweerkazerne. Daar wacht wat het Scheringa Museum voor Realisme had moeten worden, maar een enorme klomp stenen is gebleven, een ietwat obees gebouw. Treurig.

Blij met je zusje?

Wieringen is ook zo’n plek waar ik graag terugkom. Je weet meteen wanneer je er bent, als de lange rechte polderwegen van de Wieringermeer plaatsmaken voor smalle kronkelaars bergje op. Oud landschap – de keileembult ontstond tijdens de voorlaatste ijstijd – dat zich als eiland wist te handhaven toen de woedende zee de lager gelegen gronden eromheen wegsloeg. Nu kun je er over stille weggetjes rondtoeren en je verbazen hoe een paar meter reliëf een totaal ander landschap kan veroorzaken. Onderweg zie ik nog een wulp, wat mij zeer verheugde. Of was het een tüüt zoals ze hier zeggen, een regenwulp?

Dat het op Wieringen nog om een echte gemeenschap gaat, merken we als we in Hippolytushoef (Hippo, voor intimi) bij Teetjes Vis en Dis aanschuiven. Bij alle drukte vindt Teetje de tijd om achter haar toonbank vandaan te komen en neer te hurken bij een klein meisje op een roze loopfiets. ‘Ben je blij met je zusje?’, vraagt ze. Haar vader, de handen in de zakken van zijn blauwe overall, kijkt rustig toe.

Bij Den Oever duiken we weer de Wieringermeer in. Kilometers buffelen over kaarsrechte wegen met namen die getuigen van een ijzingwekkende nuchterheid. De Sluitgatweg, de Oosterkwelweg, de Oom Keesweg. Het toppunt van deze uitgebeende werkelijkheid vormt wel Kreileroord, met zijn Korenstraat en zijn Vlasstraat en zijn Landbouwstraat; rijtjeshuizen met voortuintjes, waarin zwarte kliko’s met blauwe respectievelijk oranje deksels het beeld bepalen. Nog meer vervreemdend: uitgerekend hier tref je nogal wat auto’s met een Hongaars nummerbord. Hongaren? Hier? Ja, seizoensarbeid, ik begrijp het wel, maar toch.

Vliegwiel en poelie

Na enige omzwervingen belanden we uiteindelijk moegestreden in het Nederlands Stoommachine Museum, aan de Oosterdijk, onder Medemblik. En laat dat nou een fijne plek zijn om bij te komen, onder het gesis en gestamp van de diverse stoommachines, terwijl buiten de wind over de daken rolt. Dit type museum kan altijd op mijn onverdeelde sympathie rekenen, niet in de laatste plaats vanwege het type mannen dat daar onbezoldigd de machines onderhoudt en de bezoekers bijpraat. Deze keer is het Robert Gisolf, die me bijpraat over vliegwiel en poelie, excentriek en de ballen van wat.

Pardon? De ballen van wat? Robert corrigeert: ‘Van Watt’, en legt uit. ‘Zie je die twee stalen kogels rond een verticale as, bovenop de stoommachine? Die draaien met een bepaalde snelheid rond. Als het toerental stijgt, wijken die ballen door de middelpuntvliedende kracht naar buiten. Daarbij gaat ergens anders een klep in de stoomtoevoer ietsje dicht, waardoor het toerental daalt. En je snapt wel wat er dan gebeurt. Als het aantal toeren afneemt, draaien de ballen minder snel rond en zakken ze door de zwaartekracht weer ietsje naar beneden, naar binnen. Waardoor die klep in de stoomtoevoer weer wat opengaat en het toerental toeneemt. Zo regelt de machine zijn eigen snelheid.’

Dat je met dit soort simpele middelen zulke oerkrachten kunt temmen! Geheel tevreden hernemen wij de tocht huiswaarts. Wat kan techniek toch mooi zijn!

Fotografie: Jacco van de Kuilen

Film: De beroemdste Yamaha FJR1300 ooit

0

Inmiddels hebben onze premium-abonnees al alles kunnen lezen over de eerste test met de Yamaha FJR1300AS Ultimate Edition. Maar de beroemdste FJR is dit zeker niet. Er is er eentje die iedereen kent, zelfs mensen die nog niet eens weten wat Yamaha is. Het is zelfs de motor die het tot in De Wereld Draait Door schopte.

Iedereen kent de beelden van de Franse journalist die voor het oog van de camera met motor en al de kade afrijdt en meters dieper in een zeilboot belandt. Wil je het filmpje, dat meer dan vijf miljoen keer werd bekeken, nog eens zien?

Rijttips van de MotoGP-coureur: de achterrem

0

De Fransman Sylvain Guintoli maalt niet om de lockdown als gevolg van het coronavirus. In de intimiteit van zijn achtertuin werkt hij aan een serie leerzame YouTube-tutorials. Die geven inzicht in de trucs en vaardigheden die nodig zijn om elk circuitrondje steeds een beetje sneller af te raffelen.

Sylvain legt kort en logisch uit waarom sommige rijders een been laten bungelen tijdens het remmen. In de video vertelt hij ook hoe racers de achterrem gebruiken en hoe deze in de loop der jaren is geëvolueerd om aan bepaalde rijders tegemoet te komen.

We zullen niet al te veel verklappen, mede omdat het een veelzijdig onderwerp is dat Sylvain beter kan uitleggen dan wie dan ook. De tutorials maken ook duidelijk waarom de 2014 WorldSBK-kampioen zo’n aanwinst is voor Suzuki’s MotoGP-team. De man legt helder uit en gemakkelijk te begrijpen hoe complexe onderwerpen werken.

MrGPS: Hoe laad ik motorroutes zonder draadje?

0
MrGPS

Hoe laad ik routes zonder draadje?

Anno 2020 gaan veel zaken in het leven draadloos. Of het nu gaat om het streamen van je Netflix-film naar je tv of het op Facebook plaatsen van die prachtige foto die je onderweg maakte; er komt geen draadje aan te pas. Wat dat betreft lijken de meeste GPS-toestellen hopeloos verouderd. Je moet ze vaak nog steeds met een usb-kabeltje aan de computer koppelen om er een route in te zetten.

Toch zie je ook in het routes laden dat er veranderingen gaande zijn. Je kunt met de nieuwste TomTom- en Garmin-modellen ook zonder draadje routes laden. In dit verhaal zetten we de mogelijkheden op een rij. Maar we beginnen eerst met het benoemen van het grote voordeel van het routes kunnen laden zonder draadje. Natuurlijk dient gemak de mens en is het prettig dat je niet telkens je toestel hoeft te koppelen om vervolgens gespannen af te wachten of je toestel door de pc herkend wordt.

Lees ook: MrGPS: TomTom Rider 550

Tip: vooral bij de Zümo kan het vrij lang duren voor je toestel herkend wordt. Dit kan komen doordat het apparaat boordevol oude tracks zit (google op ‘Zümo grote beurt’), het kan ook zijn dat het toestel onvoldoende accuspanning heeft. Maar met een beetje geduld is dat allemaal wel oplosbaar.

Een veel groter voordeel is dat je, als het draadloos gaat, ook niet per se op je computer hoeft te werken. Het kán zelfs op de telefoon, maar vanwege het grotere scherm ligt een tablet meer voor de hand. En die is op reis dan weer een stuk gemakkelijker mee te nemen dan je laptop.

Bovendien maak je in websites als MyDrive, MyRoute-app, Kurviger en RouteYou veel gemakkelijker mooiere routes met minder fouten. ‘Routeplannen 2.0’ noem ik dat en ik voorspel dat we het binnen korte tijd amper anders meer gaan doen. In alle gevallen kun je die routes vervolgens gewoon als track opslaan in een gpx-bestand. Maar hoe krijg je dat bestand dan vervolgens in je GPS?

Mogelijkheden Garmin

Eigenlijk moeten we onderscheid maken tussen drie vormen van routes overzetten: routes via ‘de cloud’, routes vanuit een gpx-bestand en routes van toestel naar toestel.

Laten we eens kijken wat de (on)mogelijkheden zijn.

Bij Garmin waren de mogelijkheden tot dusverre vrij beperkt. Vanaf de Zümo 590 kun je weliswaar via Bluetooth routes overzetten van toestel naar toestel, maar daar blijft het dan ook bij. Wel kun je natuurlijk een gpx-bestand op een geheugenkaartje zetten, maar dat is vanuit een tablet (zeker bij een iPad) een behoorlijk ‘gedoe’. Niet het gemak dat we eigenlijk zoeken. (Tip: in een dergelijk geval kan een zogenaamd OTG-usb-kabeltje handiger zijn). Ook met de TomTom Rider kun je routes laden via een geheugenkaartje, met de Rider 4xx kun je ook via Bluetooth van toestel naar toestel. De Rider 5xx maakt gebruik van een meer geavanceerde Bluetooth-techniek (met Google Now en SIRI), maar daardoor is, vreemd genoeg, het overzetten van routes via Bluetooth niet meer mogelijk.

Heb je een Zümo 396 of de nieuwe XT dan ben je beter bedeeld, want dan kun je bovendien via de ‘smartphone link’ of de Garmin Drive-app een gpx-bestand van en naar je toestel sturen. Dat gpx-bestand kan overal vandaan komen: via mail, WhatsApp, Facebook of rechtstreeks van een website. Als het maar in je telefoon staat, zet je het in seconden over naar je Zümo. Deze optie heeft een jaar geleden ook even bestaan voor de Zümo 595, maar daar waren dusdanig problemen mee dat Garmin die update weer heeft ingetrokken (gaat ook niet meer terugkomen, helaas).

Tip: gebruik een dienst als OneDrive of Google Drive en zet daar je gpx-bestanden in. Open ze met de corresponderende app op je telefoon. Supergemakkelijk!

Op deze manier werken is bij de TomTom (nog) niet mogelijk.

Mogelijkheden TomTom

Een andere benadering is werken via ‘de cloud’. Dit komt er op neer dat je ergens op internet een bak met routes hebt staan en dat jouw toestel continu kijkt of er iets nieuws is. Zo ja, dan wordt die route vanzelf toegevoegd aan je toestel. Synchroniseren noemen we dat. Maar dan moet je natuurlijk wel zorgen dat je route eerst in die ‘routebak’ staat.

Bij TomTom is dat het aller gemakkelijkst. Je maakt een route in MyDrive en je zet de schakelaar ‘synchroniseer deze route’ op groen. Zo eenvoudig is het, echt ideaal. Ook vanuit MyRoute-app kun je op deze manier een route naar je TomTom sturen.

Bovendien kun je op deze manier ook een gpx-bestand naar MyDrive uploaden en dat laten synchroniseren. Dat lukt overigens niet met de MyDrive-app. Zorg er daarom voor dat je, ook op de tablet, werkt in de volgende webomgeving: mydrive.tomtom.com.

Sinds kort bestaat een dergelijke mogelijkheid ook bij Garmin, via de website explore.garmin.com. Alleen: dat werkt uitsluitend met de nieuwe Zümo XT. Het is wat minder gebruiksvriendelijk dan bij TomTom, maar het functioneert verder prima. Bovendien is het via dat programma ook mogelijk om een gereden track automatisch up te loaden naar de cloud.

Zoals gezegd: routeplannen 2.0 zal in een vogelvlucht komen. Vanaf de Rider400 en de Zümo550 kan iedereen er mee werken. Het gemakkelijkst is om het draadloos te kunnen doen en daarvoor heb je minimaal een Rider 4xx/5xx of een Zümo 396/XT nodig.

Verzoek aan fabrikanten

Wel nog een verzoekje aan de fabrikanten:

Garmin, graag het laden via de cloud wat gemakkelijker maken.
TomTom, graag het laden van een gpx-bestand via de app mogelijk maken.

Tekst en beeld: Hans Vaessen

Rossi: ‘Aan MotoGP 2021 doe ik mee!’

0

Sinds Fabio Quartararo tekende voor het fabrieksteam van Monster Yamaha MotoGP begin dit jaar is er veel discussie geweest over de toekomst van Valentino Rossi.  

Voor de uitbraak van het coronavirus was de verwachting dat Rossi nog tijdens het prille raceseizoen 2020 een beslissing zou nemen over zijn toekomst in de MotoGP. Als de Doctor vond dat hij concurrerend kon zijn, wilde hij verder race. In dat geval zou Yamaha hem steunen met een plek in het Petronas Yamaha-satellietteam.

Natuurlijk, omdat Rossi dit jaar nog niet heeft geracet, kon hij zijn plannen aangaande zijn pensionering in de ijskast zetten. Maar in een gesprek met MotoGP’s Matthew Birt zei Rossi dat zijn nieuwe plan niet is om aan het eind van dit seizoen met pensioen te gaan, maar om ook in 2021 te blijven acen.

‘Het probleem is dat dat we met het virus niet kunnen racen. Ik zal dus nu een beslissing moeten nemen, terwijl we nog geen race hebben gereden. Want in het meest optimistische scenario kunnen we in de tweede helft van het seizoen weer gaan racen. Dus ergens in augustus of september mogen we hopen’, legde Rossi uit tijdens een videogesprek met MotoGP-host Matthew Birt en zijn teamgenoot Maverick Vinales.

‘Nu moet ik dus mijn beslissing eerder nemen. Maar hoe dan ook, ik wil doorgaan, maar ik heb deze beslissing moeten nemen zonder enige vorm van wedstrijd. Het is niet de beste manier om te stoppen, want de situatie is dat we misschien helemaal niet racen in 2020. Dus het is eerlijker voor mij om nog een kampioenschap te doen en te stoppen aan het einde van de volgende. Dus ik hoop door te gaan in 2021.’ Dit nieuws zal goed vallen bij het legioen Rossi-fans, die het vreselijk zouden vinden wanneer de negenvoudig wereldkampioen niet meer aantreedt op de MotoGP-grid.

Jawa klaar voor Europa

1

Jawa Motorcycles heeft van eigenaar Mahindra* – ook eigenaar van BSA, Yezdi en Peugeot – groen licht gekregen om te beginnen met de verkoop van motoren in Europa.

Het historische motormerk Jawa bevestigt dat de verkoop van motorfietsen in Europa nog in  2020 wordt opgestart. Voorlopig is de keuze beperkt tot drie modellen: de Perak, Forty Two, en de Classic.

De Classic en Forty Two worden beide aangedreven door een 293 cc, vloeistofgekoelde eencilinder, die 27 pk en 28 Nm koppel levert. De Perak (op de foto) wordt aangedreven door een 334 cc tweecilinder en levert ongeveer 30 pk en 30 Nm aan koppel. De Perak is wat ons betreft de aantrekkelijkste van de drie. Vanaf de zijkant gezien, verschilt-ie maar weinig  van de succesvolle Triumph Bobber.

Alle drie de motoren moeten een plekje bevechten in het ontluikende en concurrerende modern classic segment. We geven het Jawa te doen. Vaak zal de prijs de doorslag geven. In India kost de Jawa Perak 164.000 Indiase roepie – ruwweg net geen 2000 euro. We verwachten niet dat de modellen in Nederland zo laag geprijsd zijn.

*Het merk Jawa is tot leven gebracht door Classic Legends Pvt. Ltd., een dochteronderneming van de Mahindra Group. Ze hebben een aandeel van 60% in de onderneming. De overige participaties zijn in handen van ondernemer Anupam Thareja en Boman Irani, zoon van Rustom Irani, de oprichter van het bedrijf Ideal Jawa.

Aprilia’s nieuwe mini-avonturier: Terra 250

0

De Terra 250 komt niet uit de lucht vallen. In Azië rijdt al de tamelijk succesvolle Terra 150 rond. Aprilia koestert dat succes en wil het natuurlijk het liefst uitbouwen. Dus bereidt Aprilia zich op de lancering van een 250cc versie van zijn dual-sport machine. De foto ervan vonden we op newmotor.com.cn.

De Aprilia Terra 250 zou worden aangedreven door dezelfde 249cc eencilinder als in de sportieve GPR250. Het blok zou 26 pk moeten leveren bij 9.000 tpm en een maximum koppel van 22 Nm bij 7.500 tpm. Dat zijn mooie waardes. Verder natuurlijk lange veerwegen, gespaakte 18 inch voor- en 17 inch achtervelgen, noppenbanden en een kloeke uitlaat.

De echte vraag is of we deze motor ook in Europa gaan zien. Dat is het onwaarschijnlijk. De Terra 150 is exclusief in Azië uitgebracht. Dus zal de 250-versie waarschijnlijk ook z’n sporen ploegen op een of andere Aziatische junglepad.