Fly & Ride: Het achterland van de Côte d’Azur
Op een steenworp afstand van de Zuid-Franse glim- en glitterkust ligt een andere wereld. Kleine dorpen waar het leven langzaam gaat, houden stand in een steeds snellere maatschappij. En – niet onbelangrijk – dit is een motorrijdersparadijs. Kleine weggetjes, duizenden bochten en robuuste natuur.
Aan de ontbijttafel van Grand Hotel Bain in Comps-sur-Artuby worden de plannen besproken. Een groep Duitse motorrijders wil richting Saint-Tropez, twee Fransen naar de Gorges du Verdon. Ik vertel dat ik geen toppers op het programma heb, maar langs de onbekende hooggelegen dorpen ga rijden, de villages perchés.
Sterke koffie, stokbrood en croissants leggen het fundament voor de dag. Als eerste haal ik mijn motor uit de garage van het hotel, draai rechtsaf de weg op en rijd de heuvels in. Dikke wolken trekken door de vallei rechts, het restant van de regen- en onweersbui van afgelopen nacht. De wereld glinstert van de waterdruppels, maar het wegdek droogt snel. Binnen twintig minuten kan de rijmodus van Rain naar Road naar Dynamic.
Het is super sturen door de heuvels. Onder het prachtig gelegen dorpje Bargème gaat het strak door een paar opeenvolgende bochten om onder de muren van het kasteel stevig in de remmen te knijpen. Bargème is zo’n typisch hooggelegen dorp in het achterland van de glitterkust. De huizen staan schouder aan schouder boven de vlakte, in de rug beschermd door de hoge bergen van de Alpes Maritimes.
In plaats van Ferrari’s en Bentleys staan hier oude tractoren en gedeukte bestelauto’s
De Côte d’Azur ligt in vogelvlucht amper 35 kilometer verderop, maar dit is een andere wereld. Hier moet de mens het hoofd bieden aan de elementen. De brandende zon in de zomer, de snijdende kou in de winter. Alles is hier heviger: de regen, de wind, de sneeuw en het onweer. Huizen hebben dikke muren en kleine ramen. In plaats van Ferrari’s en Bentleys staan hier oude tractoren en gedeukte bestelauto’s voor de huizen.
Franse slag
Mijn reisgenoot, de BMW R1200GS, is blij met de droge wegen. Het gewicht van de machtige allroad laat zich nauwelijks voelen zodra de machine in beweging is. In de ruime bochten kan er gas bij, in de krappe bochten hoef ik amper te werken om de boel op koers te houden. Het gaat zo gemakkelijk dat de verleiding groot is om de randjes op te zoeken, maar dat is in deze omgeving geen goed plan. Het is altijd oppassen voor de Franse slag. Zo kunnen de wegen kilometers lang van uitstekende kwaliteit zijn en dan rijd je van het ene op het andere moment – als niet oppast – door kuilen en gaten. Of neem de scherpe bochten. Ze worden netjes met borden aangekondigd, maar ook als er geen bord staat, kan de bocht verraderlijk zijn. Tot op zekere hoogte moet je hier altijd met een veilige marge rijden. En zo vlecht ik de bochten en dorpen aan elkaar: La Bastide, Valderoure, Grèolières.
Onderweg naar de Col de Vence, een bergpas van net onder de 1.000 meter hoogte, verandert het vriendelijke landschap in zoiets als een mini-uitgave van de Gorges du Verdon. Het is er minder diep en uitgestrekt dan in de beroemdste kloof van Europa, maar de Pas de Tous Vents is toch een spektakelstuk met tunnels, afgronden, rotsblokken en geweldige vergezichten. Hij staat niet voor niets op de website www.dangerousroads.org!
De wegen slingeren van dorp naar dorp, langs bossen, wijngaarden en velden vol olijfbomen
In de afdaling sla ik de afslag naar het bekende Saint-Paul-de-Vence over. Ik ken het dorp en het is prachtig, maar ook nogal toeristisch en dat is nu juist wat ik op deze rit wil vermijden. Dus stuur ik de GS de andere kant op door de fantastische kloof van de Loup. De weg wringt zich hier door een omniversum van steen en afgrond. Tot op de bodem en vervolgens weer omhoog. Speelterrein voor de tweede en – af en toe – derde versnelling.
Hoewel de dorpen Tourrettes en Gourdon eerder al uitnodigden voor een pauze stap ik pas na de kloof uit het zadel in het bescheiden Mons. Op mijn motorboots maak ik van schaduw naar schaduw een rondje door het dorp en zoek ik een terras op voor koffie met een sandwich. Scrollend door de navigatie zie ik dat er nog een boel bochtige stukken wachten en dus neem ik een extra kop koffie als voorbereiding.
Provence unplugged
We beginnen met de route naar Seillans en, over de Col de Saint-Arnoux, naar kunstenaarsdorp Bargemon. Via een voormalige spoorlijn gaat het verder naar het kleine Claviers, één van de best bewaarde villages perchés van de streek. Nog niet ten prooi gevallen aan het toerisme is het een klassiek Frans dorp met een bakkertje, stamcafé, gezellig pleintje en winkeltje waar ’s ochtends roddels en mooie verhalen worden uitgewisseld. Ook het verderop gelegen Callas heeft deze pure sfeer.
De wegen slingeren nu van dorp naar dorp, langs bossen, wijngaarden en velden vol olijfbomen. Overal is het mooi, nergens wordt het te zoet. Dit is de Provence unplugged. Hier leven de bewoners hun leven, zijn bezoekers van harte welkom, maar maakt niemand een knieval voor het toerisme. Koffie bij het dorpscafé – de Cercle de la Fraternité in Claviers bijvoorbeeld – doe je in een ongepolijst decor tussen de bewoners. Hier geen hippe loungebanken en ingewikkelde koffies. Doe er de groeten aan kastelein Jean-Pierre.
Oudjes op een bankje, kids die spelen, de dorpshond die midden op de weg is gaan liggen
Zulke plekken geven de streek een sterk eigen karakter en dat voel je als je er doorheen rijdt. Een streek ook van bijzondere mensen. Zo wordt het wijnhuis Château de Saint-Martin in Taradeau geleid door een vrouw, Adeline de Barry. Al vanaf het begin in 1740 stonden de vrouwen hier aan het roer. Dat begon toen de mannen het te druk hadden met politiek en oorlog voeren, dus maakten de vrouwen de wijn. Zo is het gekomen en zo is het gebleven.
Of neem Max Doleatto in Flayosc. In misschien wel de oudste nog werkende olijfmolen van heel Frankrijk maakt hij olijfolie van hoge kwaliteit. Zonder compromis. Op een andere, meer commerciële manier valt goed geld te verdienen, maar Max verkiest het ambacht. ‘Geld verdienen is mooi hoor, maar ik wil de traditie voortzetten’, vertelt hij, terwijl hij de oude molen laat zien die vroeger door waterkracht en nu door stroom wordt aangedreven. ‘De olijfboom hoort bij deze streek. We hebben 130 soorten die hier thuishoren. Daarmee maak je de olie die bij de omgeving hoort. Voor topkwaliteit moet je ambachtelijk persen. Dat kost veel meer tijd en levert veel minder olie op. Dat wordt niet gecompenseerd door de hogere prijs van een fles, maar je kunt er wel trots op zijn!’
Max zwaait me uit als ik terug in het zadel van de BMW stap. Terwijl ik opschakel trekt het landschap onverminderd mooi aan me voorbij. De route op de navigatie brengt me naar TourTour en Ampus. In beide gevallen rijd ik er niet langs, maar dwars doorheen. Vanuit het zadel probeer ik de authentieke Provençaalse sfeer op te snuiven. Oudjes op een bankje, kids die buitenspelen, de dorpshond die midden op de weg is gaan liggen en niet van plan is om op te staan. Sterker nog, hij doet niet eens zijn ogen open.
Strakke lijnen rijden
Kilometers glijden onder de wielen van de GS door. Op lange trajecten kom ik nauwelijks ander verkeer tegen. De wereld is hier af en toe een privécircuit. Zodra ik de hand van het gas doe, ruik ik de omgeving: dennen in de zon, tijm en wilde lavendel. Onderbroken door dikke dieseldampen van het plaatselijke boertje dat zijn antieke, maar nog altijd werkende tractor naar huis rijdt. Het loopt tegen twaalf uur, het enige moment van de dag waarop de bewoners haast hebben. Iedereen wil naar huis, want het is tijd voor de lunch, de belangrijkste en meest uitgebreide maaltijd van de dag.
Als ik vanuit Ampus door de heuvels slinger, zie ik plotseling nog zo’n parel liggen: Châteaudouble. Van de twee kastelen die er ooit stonden, is er nog eentje over. Dat wil zeggen: de toren en wat muren staan nog overeind. Het was letterlijk het slot op de deur van de regio. Châteaudouble ligt zo hoog en strategisch dat niemand er ongemerkt langs kon glippen. Ik tik het pleintje aan dat eersteklas op de omgeving uitkijkt en rijd rustig verder.
Het laatste traject volgt een relatief grote weg die de regionale hoofdstad Draguignan met Comps-sur-Artuby verbindt. In de zomermaanden populair bij vakantiegangers die vanuit badplaatsen als Saint-Tropez, Sainte-Maxime en Fréjus de Gorges du Verdon willen bezoeken. Met dank aan het minder fraaie weer hebben de toeristen kennelijk voor een ander uitstapje gekozen, want het is rustig onderweg.
Ik geniet nog eens extra van de snelheid, de weg, de bochten en de omgeving
Het voordeel van een wat grotere weg is dat je ook het tempo kunt opschroeven. Er zijn langere rechte stukken en de bochten zijn ruim en overzichtelijk. Met de rijmodus op Road zoek ik de juiste strakke lijnen. Op die manier hoef ik de toerenteller niet in het rood te jagen om tempo te maken en te houden. Af en toe passeer ik een trage bestelbus of personenauto. Vervolgens zo snel mogelijk terug op de juiste lijn.
Dertig of veertig kilometer zuidelijker vergapen de mensen zich aan de rijkdom van Monaco & Co. Het is ze van harte gegund. Ik schuif nog eens wat lager achter de ruit, zet mijn voeten steviger op de steps en geniet extra van de snelheid, de weg, de bochten en de omgeving. Op het terras van Grand Hotel Bain staat een grote pot bier op me te wachten.
3 x koffiestop
1. Mons
Maak een wandeling door het mooie, stille dorp en zoek daarna een plaatsje op het terras van de Auberge Provençale. Een perfecte plek voor een café noisette met ambachtelijke notentaart. Geweldig uitzicht over de omgeving.
2. Claviers
Parkeer je motor voor de deur van de Cercle de la Fraternité, een ongepolijst dorpscafé. Het is de huiskamer van Claviers, waar bewoners en bezoekers ’s ochtends de dag beginnen en hem ’s avonds eindigen in de laatste zonnestralen.
Dorpsplein uit het plaatjesboek met verschillende terrassen. Niet helemaal onontdekt, maar bijzonder sfeervol. Buiten het hoogseizoen bovendien een gezonde mix van bewoners en bezoekers.
3. TourTour
Dorpsplein uit het plaatjesboek met verschillende terrassen. Niet helemaal onontdekt, maar bijzonder sfeervol. Buiten het hoogseizoen bovendien een gezonde mix van bewoners en bezoekers.
3 x uit het zadel
Je hoeft natuurlijk nergens uit het zadel. Rijden is het mooiste wat er is. Maar als je de benen eens wilt strekken of jezelf wilt wagen aan zoiets als cultuur volgen hieronder onze drie favoriete plekken.
1. Château de Saint-Martin, Taradeau
Op bezoek bij de vrouwelijke wijnmakers van Saint-Martin. Laat je rondleiden door de eeuwenoude wijnkelders en doe aansluitend een proeverij. Geen paniek. Elke slok na het proeven weer uitspugen en de beste fles meenemen voor ’s avonds.
2. Olijfmolen van Flayosc
Even in de remmen bij de olijfmolen van Max Doleath. Achter het kleine winkeltje zijn de eeuwenoude molen en pers te zien. Techniek van perfecte eenvoud. Grote kans dat Max je ongevraagd alles vertelt over goede olijfolie. Leuk, als je Frans verstaat.
3. Ruïne van Bargème
Parkeer je motor aan de voet van het dorp en klim naar de restanten van het voormalige kasteel. Kijk, zó moet een ruïne er uitzien. Verweerd en overwoekerd, maar nog altijd kun je er doorheen dwalen en je fantasie de vrije loop laten.















































Win het aankoopbedrag terug van jouw motorfiets
Koop jij tussen 20 t/m 23 februari op MOTORbeurs Utrecht een gebruikte motorfiets? Dan maak je kans om het aankoopbedrag terug te winnen tot maximaal 10.000 euro! Deze actie wordt mede mogelijk gemaakt door NUMotorrijden.nl. Naast deze fantastische hoofdprijs wordt onder de gekochte motorfietsen vijf keer één jaar motorverzekering van Combi Motors Verzekeringen t.w.v. maximaal € 1000,- én drie keer een TomTom Rider 550 World t.w.v. € 399,95 weggegeven. In totaal worden er dus negen motorrijders verrast met toffe prijzen! Bekijk de actievoorwaarden.
Scoor hier je ticket!
De politie heeft onze hulp nodig voor gestolen motor
Zucht… Daar gaan we weer, om gek van te worden. Weer een motor gestolen! Gisterenochtend is vermoedelijk rond 7.00 uur uit een garage aan de Kapelweg in Handel een KTM 450 EXC ‘Six Days’ met kenteken 84-MB-SV gestolen.
Mede dankzij een oplettende getuige, werd al snel een 27-jarige verdachte uit Nuenen aangehouden. Die zit vast voor verder onderzoek en dat is mooi, maar helaas is de gestolen KTM nog niet gevonden.
De politie Gemert-Bakel en Laarbeek komt graag in contact met eventuele andere getuigen en/of met iemand die ze meer kan vertellen over de verblijfplaats van de gestolen motor. Heb je informatie? Twijfel niet en bel 0900-8844 of met Meld Misdaad Anoniem via 0800-7000.
Vorige week was Hutten Metaal Yamaha Racing nog slachtoffer van een laffe inbraak.
Tien stellingen voor Tom Crooijmans – BMW tien jaar marktleider
Tien jaar marktleiderschap in één land is een unicum. En dus reden genoeg om Tom Crooijmans, Head of Motorrad bij BMW Motorrad Nederland, eens tien stellingen voor te leggen.
1. Het marktleiderschap vinden we bij BMW heel belangrijk.
‘Ja.’
‘Maar, niet het belangrijkste. Marktleiderschap is nooit een doelstelling geweest, maar een gevolg van alle inspanningen die je doet. Voor een goed renderend dealernetwerk, bijvoorbeeld. Natuurlijk keken we best eens vooruit, toen we eenmaal acht jaar marktleider waren. Je weet dan dat het mooi is om die tien jaar vol te maken, als eerste land ter wereld. En toen het eenmaal zover was, zie je dat het natuurlijk wel wordt gewaardeerd.’
2. Bij het wereldwijd opererende BMW Motorrad heeft Nederland als motorland geen grote betekenis.
‘Nee, niet waar.’
‘Zeker Europees komen we veel met de landen bijeen om van elkaar te leren. Wat gaat er in het ene land beter? En, kunnen we dat overnemen? Een voorbeeld van hoe andere landen van ons leren, is de ontwikkeling van overheidsmotoren in samenwerking met HSC, voorheen Huijsmans Service Center. We hebben veelvuldig bezoek gehad van andere landen, die dat hier komen bekijken. Voor onszelf was dat ook een mooi project. Overheidsleveringen zijn belangrijk, het zijn langdurige relaties. Hoewel de politie voor ons erg belangrijk is, hebben we natuurlijk veel meer dan dat. Ambulance- en brandweermotoren, bijvoorbeeld. Maar Rijkswaterstaat rijdt ook op onze RT’s en heel veel gemeenten vertrouwen op ons, bijvoorbeeld voor het vervoer van verkeersregelaars.’
3. Zonder de R1200- en R1250GS was het niet gelukt om zo lang marktleider te zijn.
‘Tot op zekere hoogte, ja.’
‘Puur naar de cijfers kijkend is de GS erg belangrijk. Maar wat gebeurt er als je de vergelijkwaardige concurrenten er ook af haalt? En bovendien, hoeveel van die GS-rijders zouden er op een andere BMW rijden? Met het portfolio van vandaag hebben wij een enorm breed aanbod en daarmee zouden we de GS-rijders alsnog bedienen. Hoe dan ook, de GS is enorm waardevol en blijft dat ook. Zeker omdat we ‘m blijven vernieuwen. Hij gaat al jaren mee, maar blijft zich verbeteren.
(Tekst loopt door onder de foto)

4. Over vijf jaar zijn wij maar liefst vijftien jaar marktleider.
‘Euhh…’
Moeilijk hoor. De concurrentie neemt toe en de gehele motormarkt is weer in opkomst. Ik blijf zeggen dat het geen doel is, maar het is zeker niet ondenkbaar.
5. De tijd voor een BMW-cruiser, de R18, is eindelijk rijp.
‘Ja.’
‘De R18 is heel speciaal ontwikkeld op een vraag vanuit de markt. En daarom is de tijd zeker rijp. Je kunt een motor ook te vroeg brengen. Kijk naar de BMW C1, was die z’n tijd niet ver vooruit? Met elektrische aandrijving zou de C1 nu wellicht heel anders in de markt staan.’
6. BMW’s elektrische roadster zal een doorbraak betekenen.
Nee, maar…
‘Volgens mij ligt de doorbraak niet bij één model. Want hoewel onze Roadster een belangrijke rol in de elektrificering gaat spelen, ligt de echte doorbraak bij de consument. Wanneer is die er klaar voor? De eerste motorrijders die nu elektrisch rijden, rijden voornamelijk woonwerkverkeer. Dat is een heel andere groep mensen dan die de motorfabrikanten de afgelopen decennia bedienden: dat zijn motorrijders die de wijde wereld intrekken. Kortom, onze elektrische Roadster wordt belangrijk, maar de elektrificering staat op zichzelf.’
7. Kijkend naar elektronische features, dan loopt de ontwikkeling van BMW auto’s vooruit op de motoren.
‘Ja.’
‘Dat is inderdaad ons hele grote voordeel. We zijn onderdeel van een groot concern waar enorm wordt ontwikkeld, waar veel geld wordt geïnvesteerd in nieuwe producten. Die kunnen uiteindelijk op motoren van toepassing zijn. Dat is onze grote voorsprong op andere merken die deze voordelen niet hebben. Belangrijk daarin is dat BMW Motorrad onderdeel is geworden van de M-divisie. Dat is niet zomaar iets organisatorisch, dat heeft echt met ontwikkeling te maken. Dat maakt het zeker niet ondenkbaar dat we de komende tijd met echte M-modellen gaan komen.’
8. De grote terugroepactie van de watergekoelde R1200GS heeft het imago van BMW Motorrad behoorlijk schade toegebracht.
‘Nee, absoluut niet.’
‘De kwaliteit van onze motorfietsen wordt elk jaar verbeterd. Zo zien wij de door ons verwerkte garantiegevallen alleen maar minder worden, jaar na jaar. Natuurlijk wil dat niet zeggen dat er nooit iets kan gebeuren met een motor. En als dat dan gebeurt, ondernemen wij altijd actie. Zodat onze klanten er op kunnen vertrouwen dat ze op een goede motorfiets rijden.’
9. BMW is een premium-merk voor de motorrijder met goedgevulde portemonnee.
‘Nee.’
‘En dan heb ik het natuurlijk over die goedgevulde portemonnee. Dat wij een premium-merk zijn, spreek ik niet tegen! Maar serieus, een tijdje geleden waren wij alleen boven de 500cc actief. Inmiddels zijn wij ook daaronder heel actief, en hebben wij voor elke motorrijder een motor. De introductie van de G310 is daarin belangrijk geweest, maar ik wil ook zeker de C400 noemen.’
10. Yamaha en Kawasaki, waarvan jullie de hete adem voelen, zijn ook mooie motormerken.
‘De merken die je noemt, zijn heel anders dan wij. Maar natuurlijk, ook zij hebben mooie producten. Kijk, met alle merken zijn wij er bij gebaat om twintigduizend of meer motoren per jaar in Nederland te verkopen. En er zullen altijd mensen zijn met bepaalde voorkeuren, en we willen ze allemaal bedienen.’
Wordt het eind juni Valentino Rossi’s laatste TT? UPDATE
Tekst: Marien Cahuzak
Update 14:01
Bam! Zojuist heeft Yamaha bevestigd dat Fabio Quartararo naar het fabrieksteam gepromoveerd wordt voor het seizoen 2021 en 2022. Als je onderstaand verhaal leest, is dat op zich geen verrassing maar dat betekent direct ook einde verhaal voor Valentino Rossi binnen het fabrieksteam van Yamaha. Dat is wel een dingetje. Noem dit het einde van een tijdperk en wij snappen het helemaal.
Dat Yamaha zeer tevreden is met deze deal snappen we uiteraard ook. Het deed alleen toch wel een beetje pijn dat in het persbericht van Quartararo met geen woord werd gesproken over Rossi.… Inmiddels is duidelijk waarom, want er is een tweede bericht binnen waarin staat dat Rossi halverwege 2020 samen met Yamaha een beslissing neemt over zijn toekomst.
Het zal dus nog wel even duren voordat we zeker weten of dit de laatste Dutch TT met Rossi erbij wordt.
Origineel bericht 29-1-2020
Oef.. Wat een vraag stellen we onszelf daar. Toch zijn wij niet de enigen, want als je eerlijk bent is dit de vraag die iedereen stelt op dit moment. Zelfs de hoofdrolspeler zelf. Noem het opvallend, noem het logisch maar het is niet alleen aan Valentino Rossi om hierop een antwoord te geven. Er spelen namelijk heel veel factoren een rol in.
Bijvoorbeeld het nieuws van gisteren dat Yamaha Motor Co., Ltd en Maverick Viñales hun contract verlengd hebben tot en met 2022. Hierdoor is Viñales één van de twee Yamaha Factory Racing MotoGP-rijders is in 2020, 2021 en 2022. Een meersterzet van Yamaha want het leek erop dat de Spaanse coureur onderweg was naar een contract bij Ducati.
Je hoeft geen wiskunde gestudeerd te hebben, om uit te kunnen rekenen dat er de komende drie MotoGP-seizoenen nog één zitje beschikbaar is in het fabrieksteam van Yamaha. Voor 2020 is dit zitje gereserveerd voor Valentino Rossi, maar of dat voor 2021 ook zo is, is zeer de vraag. Yamaha heeft namelijk ook Fabio Quartararo in huis en die willen ze niet kwijt. Anders kun je niet verklaren waarom ze hem voor dit seizoen al een fabrieks-M1 geven, terwijl dat niet in zijn contract stond.
Kijkend naar 2019 is het echter een volkomen logische keuze. Yamaha moet ook wel, omdat heel veel merken Quartararo – hét MotoGP-talent – heel graag willen hebben. Met die wetenschap kan Quartararo behoorlijk wat eisen stellen en zal hij zeer waarschijnlijk niet akkoord gaan met een derde jaar bij Petronas Yamaha SRT.
Dat is, ondanks de waanzinnige prestaties van Quartararo en soms ook Franco Morbidelli, namelijk nog altijd een satellietteam. Zowel qua mankracht, als ondersteuning, uitstraling en salaris een groot verschil met een fabrieksteam. Al kan het natuurlijk wel zo zijn dat Quartararo best een jaartje wil wachten, zeker als Yamaha het Petronas-team gaat zien als een soort fabrieksachtig satellietteam. Quartararo is daarnaast uiteraard niet gek en heeft ook gezien dat Jorge Lorenzo en zeker ook Johann Zarco – min of meer zijn voorganger – grote problemen hadden met de overstap van de M1 naar een ander merk.
Of misschien moet Fabio wel een jaar moet wachten… Het enige echte vraagteken rondom Quartararo is namelijk of hij nog een seizoen zoveel indruk kan maken. Nergens ben je zo snel vergeten als in de topsport en de verwachtingen rondom hem zijn voor komend seizoen haast ongezond hoog. Hij wordt gezien als één van de weinigen die het Marc Marquez echt lastig kan gaan maken. Volgens sommigen zelfs de enige… Je zou voor minder slecht slapen.
Mocht Quartararo wel eind 2020 overstappen naar het fabrieksteam, zou Rossi uiteraard de plek van de Fransman kunnen overnemen bij Petronas Yamaha SRT. Of hij dat wil…? Niemand weet het, maar grote kampioenen houden vaak niet van zo’n Plan B. Aan de andere kant kan hij dan wel doen wat Marc Marquez komend jaar al doet: racen met je broer. In het geval van Rossi met zijn halfbroer Luca Marini. Hij kan Luca op deze manier perfect klaarstomen en zo aan hem het MotoGP-stokje over te geven. Dat zou dan wel ten koste gaan van zijn protenge Morbidelli en dat is iets wat Rossi zeer veel pijn zal doen, maar wat hij misschien wel moet gaan doen.
Bovendien gaat dit volledig in tegen de denkwijze van Yamaha, die de ontwikkeling van de jeugd graag vergelijken met de opbouw van een piramide. Breed aan de onderkant, met veel jonge talenten, en met alleen de beste talenten uiteindelijk naar de top. Valentino Rossi ‘degraderen’ naar Petronas staat haaks op deze denkwijze.
Uiteraard zou Rossi ook buiten Yamaha om nog verder kunnen in de MotoGP, maar die kans lijkt uitgesloten. Ten eerste omdat hij veel verder denkt dan alleen zijn actieve racecarrière, maar ook omdat die overstap op zijn leeftijd niet erg aanlokkelijk is en het al een keer heel verkeerd uitpakte.
Precies hierom kan het zomaar zijn dat dit Rossi’s laatste jaar wordt in de MotoGP. Als hij die keuze zelf in de hand wil hebben, moet hij een stuk sneller zijn dan in 2019. De wintertesten en de eerste races zullen voor hem daardoor heel belangrijk zijn, want Yamaha kan niet te lang wachten om een keuze te maken…
Waarschijnlijk weten we daardoor al voor of rondom Jerez of Valentino RossiRossi eind juni zijn laatste Dutch TT rijdt. Spannend!
13 & 15 maart demonstreert MrGPS de nieuwe Garmin Zumo XT bij MotorNL!
Geannuleerd vanwege coronavirus
Op vrijdagavond 13 en zondagmiddag en -avond 15 maart blijft Garage29 open voor motorrijders die alles willen weten over nieuwe navigatie. In drie sessies demonstreert MrGPS voor de liefhebber alle ins & outs van de nieuwe Garmin Zumo XT. Deelname is gratis, maar we hebben beperkt plaats voor 20 motorrijders per avond.
Flashback – Anne Kies
Eén moment, één beslissing, één stap – ze kunnen een leven veranderen. De motorsport zit vol met dat soort spreekwoordelijke T-splitsingen. In de rubriek ‘flashback’ worden bekende en onbekende mijlpalen uit de racegeschiedenis belicht. Deze aflevering: offroad-specialist Anne Kies (67) over zijn top-tien finish (8e) in de Dakar Rally van 1983.
De Dakar Rally bestond nog niet heel lang. Hoe kwam je in aanraking met deze wedstrijd?
‘Eigenlijk is dat ontstaan door de deelname van Bert Oosterhuis, die in 1981 meedeed aan de Dakar. Dat bracht het hele spul eigenlijk op gang, waarna promotor Lee van Dam ermee aan de slag ging. Op die manier kwamen ze ook bij mij uit, want ik was op dat moment Nederlands kampioen enduro. Ik had uiteraard wel belangstelling en mijn vrouw vond ook dat ik zo’n avontuur aan moest gaan. Het leek me wel interessant. Een groot avontuur, geen stoplichten en geen verkeer van rechts. Maar goed, ik wist eigenlijk niet wat ik me ervan voor moest stellen. Het was allemaal vrij nieuw en we hadden eigenlijk alleen de verhalen van Bert en wat televisiebeelden. Tijdens die eerste deelname was ik ook continu aantekeningen aan het maken. Verbeterpunten voor het jaar erop. In 1982 viel ik trouwens uit, er lag net even een kei teveel op de weg. In Bamako kwam ik over een heuveltje en klapte met mijn voorwiel vol tegen een dikke steen. Ik ging er voorover af en kreeg de motor bovenop me. De nacht die volgde was heel zwaar, had ’t enorm benauwd. Ik bleek Fries te praten tegen de jongens, want ze konden me niet verstaan. De volgende dag mocht ik van de meereizende artsen niet meer starten, waarna ze me in een SOS-vliegtuig naar Nederland brachten.’
Anne Kies links anno 2020, rechts samen met Rikus Lubbers bij Yamaha XT 550 in 1983.
Een fijne kennismaking met de Dakar, maar het weerhield je niet om in 1983 ook aan de start te staan.
‘Het is toch iets bijzonders hè. In ’83 stonden we met vier motorfietsen aan de start in Parijs, maar ik kan je wel vertellen dat het geen voordeel is dat je in de winter vanuit Europa start. Op de eerste brug ging al een zootje rijders onderuit. Het was gelijk afzien. Ook in Algerije was het ’s nachts ijskoud. We kropen direct de slaapzak in. Helm af en liggen, we hielden het leren pak gewoon aan. En niet veel later kwamen we weer in een zandstorm terecht. Je moest jezelf echt goed inpakken, anders werd het gevaarlijk. Wij hadden zwart gespoten blokken, maar die werden gewoon gezandstraald.’
Die zandstorm had ook behoorlijk veel invloed op het klassement, nietwaar?
‘Ik lag op plek vijftien toen we de Ténéré woestijn in reden, maar door die zandstorm verdwaalden heel veel rijders. Ik was ook niet gewend aan navigeren, maar het lukte me schijnbaar vrij aardig. Ik nam de stand van de zon mee, samen met de details van het routeboek. Ik wist dan welke richting we globaal reden, dus als ik dan ineens de zon aan de verkeerde kant had staan, dan ging ik de verkeerde kant op. Met mijn handkompas knoopte ik de punten aan elkaar. Dan zette ik mijn motor op de standaard en ging zoeken. Als ik in de verte dan bijvoorbeeld een hoge duin zag liggen, dan reed ik daar naar toe. Weer stoppen en dan een nieuw herkenningspunt in je opnemen. Dat bleek goed te werken, want eenmaal uit de Ténéré was ik tien posities opgeschoven en stond ik vijfde in het tussenklassement.’
Carrière
Groeit op in de enduro en rijdt in alle klassen
Wordt drie keer achter elkaar Nederlands enduro-kampioen
Rijdt in totaal drie keer de Dakar Rally op de motor
Komt later in de vrachtwagen terecht, als assistentie voor het Karsmakers-team
Doet eveneens mee aan de Dakar Rally als ze verhuizen naar Zuid-Amerika
In totaal neemt hij deel aan dertien edities
Je werd achtste. Hoe kwam het dat je nog enkele plekken zakte?
‘Ik had een lekke band gehad en wilde uiteraard snel verder. Dus nieuwe band erop, maar ik was te gehaast om mijn verloren tijd goed te maken. Ik zag een sleuf over het hoofd en klapte er vol tegenaan. Het gevolg, mijn velg was finaal kapot. Onze volgauto’s waren uitgevallen, maar gelukkig kwam de wagen van Yamaha Frankrijk voorbij, van het damesteam. Zij hadden nog een wiel, maar het gat van de as was te groot. Ik ben toch aan de slag gegaan en uiteindelijk ging het wiel rond. Zonder remmen en dat wiel ging alle kanten uit. Als ik hard genoeg reed, dan bleef het ding nog wel redelijk stabiel door de centrifugaal krachten. Met pijn en moeite haalde ik uiteindelijk de finish, maar ik dacht dat mijn klassement volledig naar de knoppen was. Maar het viel eigenlijk mee, ik was slechts drie plekjes gedaald. Uiteindelijk ben ik alsnog beste privé-rijder geworden. Eenmaal thuis liep het hele dorp uit vanwege mijn prestatie in de Dakar Rally. Dat had ik echt niet verwacht.’
De huidige Dakar Rally lijkt nauwelijks meer op de wedstrijd die jij op de motor reed, toch?
‘Klopt, het is tegenwoordig meer een sprintrace geworden. Ze rijden nu tien dagen, wij drie weken. Destijds was het echt nog één groot avontuur, dat gelijk mooie verhalen opleverde. En ook zeer zeker grappige momenten. Yamaha had een team met Franse meisjes ingezet en die waren op de boot naar Algerije op zoek naar dat Nederlandse meisje. Die ging zo hard en ze konden haar niet bijhouden. Bert Oosterhuis leidde die meisjes naar mij toe, toen snapten die meisjes hoe het zat. De organisatie zelf was trouwens ook in de war, want na de eerste dag stond ik gewoon aan de leiding in het damesklassement.’
Profiel
| Naam | Anne Kies |
| Woonplaats | Appelscha |
| Leeftijd | 67 jaar |
Jarno van Osch
Maximaal genieten van je navigatie met MrGPS
Let op: nieuwe data!
Op de zaterdagen 18 april, 9 mei en 13 juni geeft Hans ‘MrGPS’ Vaessen van 11.00 tot 16.00 uur een intensieve GPS-training over heel praktische ‘GPS-onderwerpen’. De training wordt gegeven in MotorNL Garage29, Korte Noorderweg 29 in Hilversum.
Hoe laad je een track, welk toestel moet je hebben, hoe bewerk je een route, et cetera. Ook jouw specifieke vragen komen aan de orde.
De prijzen
Deelname kost voor MotorNL-, MOTO73-, Promotor- en Classic & Retro-abonnees € 65,- per persoon (inclusief lunch). Niet-abonnees betalen € 99,-.
Reserveren
De terugblik – Gerrit Wolsink
Zie hem stralen in het midden, de Vliegende Tandarts Gerrit Wolsink. Met een bijzonder goede reden, want hij heeft hier in 1978 zojuist de 500cc-Grand Prix in Sint Anthonis gewonnen na een seizoen vol aflopende kettingen. ‘Eindelijk gerechtigheid’, waren dan ook de eerste woorden van de Nederlander, nadat hij zijn helm afzette.
MOTO73 heeft een indrukkend archief opgebouwd in de 46 jaar dat het blad verschijnt. Een archief vol wetenswaardige, boeiende, humoristische, mooie, opmerkelijke en glorieuze foto’s. In deze rubriek halen we ze nog eens voor het voetlicht.
Toen roken nog heel gewoon was…
Wolsink wint op indrukwekkende wijze, maar het wordt nog indrukwekkender als je weet dat die zuur kijkende man aan de linkerkant vijfvoudig wereldkampioen Roger De Coster is. Inderdaad, Mister Motocross! De Coster heeft duidelijk z’n dag niet zoals ook blijkt uit het feit dat hij in de eerste manche na een foutje vast komt te zitten in een heg… Rechts staat nog zo’n kanon uit die tijd: viervoudig wereldkampioen Heikki Mikkola. Hij vindt het na het behalen van wat uiteindelijk z’n laatste titel blijkt te zijn, allemaal best en wordt op reserve derde in ‘Sint-Tunnis’.
Met deze drie mannen op het podium zijn er herinneringen genoeg, maar wij zullen deze foto vooral nooit vergeten omdat je er prachtig de veranderde tijdgeest ziet. Naast een kunstig bosje bloemen en een lauwerkrans krijgen Wolsink, De Coster en Mikkola een slof Camel. Ja, echt. Zonder filter, ook dat nog…
Foto-Info
| Fotograaf | Jan Heese |
| Publicatie | MOTO73 |
| Jaar | 1978 |
| Editie | 18 |
| Pagina | 58 |
| Onderwerp | 500cc-GP Sint Anthonis |
| Origineel bijschrift | Een breed lachende Gerrit Wolsink tussen Roger Decoster (tweede) en Heikki Mikkola (derde). |
Wetenswaardigheid
White Power – tegenwoordig WP Suspension – plaatste op pagina 59 een advertentie waarin ‘WP schokdemper’ Gerrit Wolsink feliciteerde met zijn formidabele Grand Prix-overwinning. Met deze waanzinnige slogan erbij: ‘WP schokdempers, gemaakt om na de wedstrijd gezoend te worden’.
Marien Cahuzak – sportcoördinator














