vrijdag 22 mei 2026
Home Blog Pagina 1114

Dubbeltest: BMW S1000RR en Suzuki GSX-R1000RA

0
Vergelijk BMW S1000RR en Suzuki GSX-R1000RA

Als er een vergelijk gebaat is bij keiharde cijfers, is het wel het een vergelijk tussen twee sportieve neusjes van de zalm waarbij innovatie niet uit de optiecatalogus komt, maar standaard diep in de genetische bouwstenen zit. We zetten de BMW S1000RR en Suzuki GSX-R1000RA tegenover elkaar.

We hebben het almaar over vermogen bij dit soort motoren, en de 200 pk-grens ligt ook ver achter ons, terwijl het gewicht dat motoren als de BMW S1000RR en de Suzuki GSX-R1000RA moeten voortstuwen, bar weinig is toegenomen. Dat creëert de bizarre situatie, waarin we de trieste conclusie moeten trekken dat geen van beide aan het opgegeven rijklaargewicht komt. Bizar, omdat ondanks wat overgewicht van twee kilo ten opzichte van de opgave nog steeds maar anorectische 199,0 kilo weegt. De Suzuki zou volgens de dames en heren in Japan 203 kilo weg, maar ook de GSX-R blijk iets zwaarder, met 205,5 kilo rijklaar.

Daar tegenover staat dan weer dat vermogen, met de kanttekening dat topvermogen bij dit duo niet het hele verhaal vertelt. Die variabele kleppendistributie van beide voegt aan de paardenkrachten in de hogere toerenregionen weinig toe. Het staat de fabrikanten namelijk juist toe zowel hoogtoerig los te laten vermogen mee te geven, zonder op kracht onderin het toerenbereik in te hoeven boeten. Toch zijn de topvermogens al indrukwekkend.

Variabele kleppendistributie voegt aan de paardenkrachten in de hogere toerenregionen weinig toe.

Met een opgegeven 202 pk, laat de GSX-R wel iets liggen. Desondanks komt de Japanner nog altijd een tiende van een pk boven die illustere 200 pk-grens uit. Op koppelvlak trekt de Suzuki dan wel weer alle registers open, met liefst 120 newtonmeter trekkracht bij 10.627 tpm – toch maar even 2,4 Nm meer dan zijn opgave. Maar dan, de BMW…

BMW’s opgave voor de S1000RR was al niet mals, met 207 pk en 113 Nm, maar in werkelijkheid is het nog meer, bleek op de Marolo Testbank van Hoco Parts. Niet alleen slingerde de S1000RR met 210,0 pk, 3 paardenkrachten meer dan opgegeven in de ketting. Met een geteste trekkracht van 120,6 Newtonmeter heeft de Duitser ook nog eens 7,6 Nm meer dan het Beierse merk er van verwachte. Maar, zoals gezegd, het ‘hoe’ is hierin veel interessanter dan het ‘wat’.

Het brein van de Duitser puilt uit van de slimmigheden die het rijden bizar gemakkelijk maken.

Dyno 2020 BMW S1000RR Suzuki GSX-R1000RA

Bij allebei klimt het koppel van meet af gestaag, zeker vanaf de 4.000 tpm. De Suzuki zoekt al rap een mooi plateau op van ongeveer 90 Nm. De BMW tekent vervolgens een minder vlakke, maar wel dikker middengebied van zo’n 105 Nm. Waar de BMW vervolgens even dipt bij 8.500 tpm, klimt de Suzuki daar juist. Ook de vermogenslijn laat daar een duidelijk kentering zien. Suzuki’s variabele kleppendistributie werkt op basis van kogellagers in spiebanen. Bij een bepaalde kracht worden die uitwaarts geslingerd, waardoor de inlaatnokkenas verdraait.

Het exacte toerental ontbreekt, maar aangezien zowel vermogen als trekkracht hier duidelijke veranderingen laten zien, zal het rond die 8.500 tpm beginnen. BMW laat eenzelfde verschuiving zien. Logisch, aangezien het ShiftCam-systeem bij 9.000 toeren van de deellastnokken overgeschakeld is op de vollastnokken.

De Suzuki blinkt uit in wendbaarheid en pakt krachtiger op van onderuit.

Zowel de Suzuki als de BMW begint hier de klim in vermogen, met een beduiden steilere lijn. De S1000RR tekent wat grilliger af, de Suzuki met wat minder haast, maar wel opvallend mooier. Desondanks voel je deze overgang bij geen van beide. Zelfs de fikse dip van de BMW S1000RR net voor de 12.000 tpm ontgaat je volledig. Al dat je voelt is een machtige hoeveelheid kracht waar geen eind aan lijkt te komen, terwijl ze desondanks allebei van onderuit al hun beste beentje voorzetten.

2020 BMW S1000RR Suzuki GSX-R1000RA

Verbruik is natuurlijk bijzaak als het om prestaties gaat, maar toch is het wel even interessant te vermelden. Tijdens onze testdag verstookte de BMW de benzine met een tempo van 1 liter op 11,4 kilometer. De Suzuki was net iets dorstiger, met 1 op 10,1. Tijdens wat sportieve straatkilometers waren de rollen omgedraaid. De GSX-R was met 1 op 18,1 het zuinigst. De S1000RR op z’n minst dorstig toch nog 1 liter op elke 16,7 kilometer lustte.

De BMW en de Suzuki: twee vier-in-lijn 999cc-superbikes met variabele kleppendistributie – waarna de vergelijking toch al snel ophoudt…

Twee vier-in-lijn 999cc-superbikes met variabele kleppendistributie. Daarnaast hebben ze allebei twee wielen, waarna de vergelijking toch al snel ophoudt. Qua rondetijden, was Peter Politiek met de Suzuki GSX-R het snelst op Circuit Zolder, maar dat vertelt niet het hele verhaal. Behalve dat de Suzuki uitblinkt in wendbaarheid en krachtiger oppakt van onderuit, is de GSX-R1000RA ook beduidend minder vriendelijk voor de banden. Snel is de Japanner zeker, maar ten koste van de duurzaamheid. Ook zijn de elektronica naar huidige maatstaven vrij basaal, wat tegenover de immense hoeveelheid digitale instelmogelijkheden van zijn Duitse concurrent eigenlijk best fijn en overzichtelijk is. Dan maar geen TFT, dan maar geen tientallen standen om uit te kiezen. Het werkt zonder ook voortreffelijk.

Alleen kun je niet om de BMW S1000RR heen. Het brein van de Duitser puilt uit van de slimmigheden die het rijden bizar gemakkelijk maken. Niet alleen als vangnet, maar ook als hulpmiddel om de rijder verder te helpen. BMW heeft met de nieuwe S1000RR niets van de oude ongeroerd gelaten en dus ook niets overgenomen. Deze S1000RR is volledig nieuw, in alles. En dat merk je. De kracht van het met ShiftCam-uitgeruste viercilinderblok is waanzinnig. De teugels van ieder aanwezig paard houd je desondanks ferm in handen houdt. Het rijwielgedeelte geeft je vervolgens haast eindeloos veel vertrouwen toebedeelt, zonder looiig te worden.

Vergelijk BMW S1000RR en Suzuki GSX-R1000

Had Peter de laatste sessies met de BMW S1000RR gereden, dan was hij daar waarschijnlijk nog een stuk sneller mee geweest. Onze circuittester krijgt dan ook het laatste woord in deze test. Peter Politiek: ‘De BMW is over de breedte het beste, zo gemakkelijk als hij te rijden is en hoe makkelijk je er hard mee kunt gaan.’

Foto’s: Jarno van Osch / Shot Up Productions

Jorge Lorenzo stopt

1
Jorge Lorenzo

Vijfvoudig Grand Prix-wereldkampioen Jorge Lorenzo heeft zojuist bekendgemaakt na Valencia dit weekend te stoppen met racen. De 32-jarige Mallorcaanse coureur werd tweemaal wereldkampioen in de 250cc-klasse (’06 en ’07) en driemaal in de MotoGP, in 2010, 2012 en 2015.

Het is Jerez 2002 als Jorge Lorenzo op de tweede kwalificatiedag het ultieme verjaardagscadeau krijgt; zijn debuut in de Grand Prix-racerij. Lorenzo werd die zaterdag pas 15 en was daarmee oud genoeg om deel te nemen. Letterlijk sinds het moment dat hij mocht racen in de GP’s, was hij erbij. Nu achttien jaar, 296 race-starts, 69 pole positions, 152 podium-finishes, 68 overwinningen en vijf wereldtitels later eindigt de carrière van Jorge Lorenzo.

‘De tijd is gekomen, dit wordt mijn laatste race’ – Jorge Lorenzo

Zijn vroegtijdig pensioen is een zwaar besluit voor de immer competitieve Lorenzo (zie onderstaande foto), die na een overstap van Yamaha – waarmee hij in 2008 debuteerde in de koningsklasse – naar Ducati in 2017 voor het eerst sinds 2005 een heel seizoen zonder overwinningen meemaakte.

‘Ik ben geen goede rijder, ik ben een kampioen’

In zijn tweede seizoen op de Ducati maakte Lorenzo een waanzinnige comeback mee tijdens de Grand Prix van Italië op het circuit van Mugello. Helaas was die overwinning te laat om de gebroken relatie tussen Ducati en Lorenzo te lijmen, aangezien de Mallorcaan inmiddels had getekend bij het Repsol Honda-team voor 2019 en 2020.

Nog voor Lorenzo in het oranje aantrad werd de toon voor 2019 gezet tijdens de GP op Aragon in 2018. Toekomstig teamgenoot Marc Marquez gaf geen millimeter toe op Lorenzo bij de start van de race, waarna laatstgenoemde een pittige highside maakte. Hij zou zijn sinds Mugello hervonden vorm niet terugkrijgen dat seizoen.

Een totaal aangeslagen Lorenzo, na de crash in Aragon in 2018… Nu blijkt, het begin van het einde.

Al vroeg in zijn eerste seizoen aan boord van de RC213V bleken Lorenzo en de Honda geen in de sterren geschreven combinatie. Verschillende heftige crashes dreven Lorenzo verder en verder tot wanhoop. Fysieke trubbels werden erger gemaakt door mentale problemen.

Nu is het duidelijk dat Lorenzo er zelf geen heil meer inziet. Hij verwacht geen wederopstanding zoals hij bij Ducati na een geteisterd eerste seizoen wel voor elkaar kreeg. Zijn laatste race in de MotoGP start zondag aanstaande om 14.00 uur.

We blikken hieronder nog even terug in deze galerij, met een foto van elk van zijn achttien seizoenen in de Grand Prix-racerij.

Foto’s: 2snap en MotoGP.com

Definitief maximum van 100 km/u op Nederlandse snelwegen

4
Maximumsnelheid verlaagd naar 100 km/u

Het kabinet is het eens geworden: we gaan op alle Nederlandse snelwegen maximaal 100 kilometer per uur rijden. Dat is volgens Den Haag de enige snelle oplossing om de stikstofcrisis op te lossen.

Eerder deze week berichtten we al over deze maatregel. Toen was nog niet helemaal duidelijk wat er ’s nachts zou gebeuren met de snelheidslimiet. Nu weten we dat, op plekken waar het al mag, tussen 19:00 en 06:00 uur gewoon 130 kilometer per uur als maximumsnelheid gaat gelden.

Het is op dit moment nog niet bekend wanneer de maximumsnelheid precies verlaagd wordt. Wel weten we dat, in het licht van de bouwcrisis, er druk achter zit. Ga er vanuit dat de nieuwe borden zeker begin 2020 in de berm geslagen worden.

Bouwcrisis

Dat de snelheid omlaag gaat wordt natuurlijk gedaan om de bouwcrisis snel op te lossen. De uitstoot van stikstof van het verkeer wordt zo lager en kan de uitstoot van bouwprojecten compenseren. Toch zorgt dat hier en daar wel voor scheve verhoudingen. Zo gaan we met zijn alle dus langzamer rijden om onder andere de verbreding van de A27 bij Utrecht mogelijk te maken, waarvoor ook nog eens een groot gedeelte van een bos gekapt zal worden. Tsja, zie dat maar eens uit te leggen.

Op Facebook hebben we reacties van onze community goed in de gaten gehouden wat betreft dit nieuws. Wat ons opvalt is dat het motorrijdend Nederland eigenlijk niet zo heel veel doet. Het bewijs dat het grootste deel van motorrijders hun motorfiets niet inzet voor woon-werk verkeer maar voor hobbymatig gebruik in de vrije tijd.

Op de redactie bedachten we dat met de nieuwe maximumsnelheid een groot aantal motorfietsen ineens als automaat gezien kan worden. Machines die harder dan 100 km/u in hun eerste versnelling lopen hoeven immers nooit meer te schakelen, toch! Gekkigheid natuurlijk. Een overzicht van onze top vijf lees je hier.

Foto: ANP

Yamaha Tracer 700 2020

0

De Yamaha Tracer 700 is nog niet zo heel lang op de markt, maar toch hebben de Japanners besloten ‘m totaal te vernieuwen. En hoe! De boos ogende LED-dagrijverlichting en de dubbele koplamp in de eveneens geheel vernieuwde kuip doen ‘m als dag en nacht verschillen van z’n voorganger. Bekijk hier de eerste beelden van de Yamaha Tracer 700 2020.

Lees hier alles over de Yamaha Tracer 700 2020.

BMW Boxer Lezerstest

6
BMW Boxermotoren

Na de BMW Boxer Lezerstest interviewden wij alle deelnemers. Het relaas van de eerste vier deelnemers kun je lezen in Promotor Magazine 9, hieronder lees je de indrukken van André, Nick, Dennis en Gerrit. Overigens had Dennis na de test geen tijd voor een interview, waardoor hij zelf zijn bevindingen op papier zette en ons e-mailde. Om geen afbreuk te doen aan andermans goede verhaal, is het een mooie bloemlezing gebleven. Veel leesplezier!

André Claase

Heel lang heeft André zijn rijbewijs nog niet, maar twee jaar na het behalen van zijn pasje, heeft hij inmiddels zijn eerste XJ600 ingeruild voor een andere Yamaha; een FZ1 welteverstaan. Of de Amersfoortse nakedbike-rijder daarmee per definitie zijn zinnen gezet heeft op de R1250R, niet bepaald.

BMW R 1250 RS
André Claase op de BMW R 1250 RS

‘Had van een kennis de tip gekregen de R1250RS te pakken, dus daar begon ik de dag dan ook maar op. Nou, het bleek de eerste, de beste! Alleen al die dynamische vering op dat ding, echt super. Je ziet oneffenheden, maar wanneer je erover rijdt, voel je er vervolgens totaal niets van. Zal niet alleen de vering zijn, toch? Zithouding doet vast ook iets en dat vond ik er ook echt super aan. Wat wisselen over en weer, kwam ik er al snel achter dat de R1250R niets voor mij is. Kan het moeilijk verklaren; ik werd er gewoon geen vriendjes mee. De vering misschien? Vind ik toch behoorlijk stug aanvoelen, en ja, ben mijn FZ1 gewend… Klinkt dan toch wel erg braaf. Wil de R niet helemaal afbranden, dus uh, ik vind hem wel heel mooi! Ik was ook echt heel benieuwd naar de GS. Iedereen rijdt op die dingen, dus dan moet het wel goed zijn. Had alleen wel even moeten weten dat het zadel in hoogte verstelbaar is. Ik ben 1,77m, niet heel klein, maar groot ook niet. Moet wel zeggen dat die hoge ruime zithouding echt heel fijn is. Je kunt er meteen mee lezen en schrijven – mee gooien en smijten. De R1250RT sprak me aanvankelijk nog het minst aan. Dat is gewoon niet zo mijn soort motor. Ik vond hem ook wel wat laag voor mijn gevoel, je zit er wat minder actief voor. Daar ga je toch wel wat luier van rijden, wat niet echt mijn ding is. Behalve dat is de RT absoluut een heel fijne motor. Volgens kun je daar zo in een ruk mee naar Spanje rijden zonder een centje pijn. Of ja, als je je benen wilt strekken zit je meteen tegen die cilinders. Dat heb ik met mijn viercilinder niet, haha! De dag toch maar geëindigd op de R1250RS; wat een super ding is dat, zeg!’

  1. BMW R1250RS
  2. BMW R1250GS
  3. BMW R1250RT
  4. BMW R1250R
Nick Windmeijer

Als liefhebber van klassieke motoren heeft Nick maar liefst drie motoren uit de jaren ’70 in z’n bezit. Maar, een afkeer van moderne motoren heeft hij zeker niet. Hij zag dan ook z’n kans schoon en reed nieuwsgierig op het nieuwste van het nieuwste.

‘Ja, dit was een mooie kans. Het is natuurlijk hartstikke leuk om moderne motoren te proberen, en ik was zeker al een tijdje benieuwd hoe een boxerblok nou eigenlijk zou rijden. Ik kan kort zijn: ze hebben mijn verwachtingen overtroffen.

Vooral over het nieuwe motorblok ben ik aangenaam verrast. Elk type pakt mooi soepel op, minder bokkig dan gedacht. Het is ook leuk om te merken hoe ze van elkaar verschillen, had ze een stuk eenzijdiger verwacht. Wat dat betreft is de RS mijn favoriet. In die afstelling vind ik het boxerblok het beste tot z’n recht komen, het meest soepel.

Die RS is sowieso mijn favoriet. Het rijdt sportief, maar ook comfortabel. Niet belastend voor je polsen, lekker ontspannen. Daarna zou ik voor de R gaan. De RT is niet helemaal mijn ding. Dat geldt ook voor de GS, maar dat heeft alles met z’n grootte te maken. Ik heb het nog even geprobeerd, maar al bij stilstand heb ik bedankt. Het voelde niet goed, kon maar net met m’n tenen bij de grond.

Tekst loopt door onder de foto…

BMW R 1250 R
Nick Windmeijer op de BMW R 1250 R

Aan het kleurrijke dashboard moest ik wel even wennen. Maar, hadden ze nou niet meer informatie in het beginscherm kunnen plaatsen? Ik zie onderweg graag de koelvloeistoftemperatuur in beeld. Die is wel te zien, maar dan moet je al doorklikken.’

  1. BMW R1250RS
  2. BMW R1250R
  3. BMW R1250RT

*BMW R1250GS niet gereden i.v.m. hoogte

Dennis Hoogendonk

Dennis is de meest ervaren boxer van deze dag. Met momenteel een R1150RT in zijn bezit en daarvoor een R1100RT, is hij de persoon met het beste referentiekader. Wat vindt Dennis van het nieuwe blok?

BMW motoren
Dennis Hoogendonk

“In verband met een beperking in mijn linkerknie kan ik op heel veel motorfietsen niet rijden. Ik kan die knikhoek niet maken. Op de RT de GS kan ik dat wel. Maar de laatste 9 jaar heb ik nooit op een andere motorfiets gereden dan een RT. Ik was dus benieuwd of ik ook op de andere modellen kon rijden.

Ik ben gestart op de RT, die met dat bruine zadel. Het leek wel of niemand op die kolos wilde beginnen want toen ik na het fotorondje eens om mij heen keek had iedereen al een voorkeursmachine gepakt. Aanvankelijk vond ik dat bruine zadel helemaal niets. Ik ben maar opgestapt en wilde wegrijden maar ik had geen idee hoe. Ik zag geen startsleutel. Gelukkig wist mijn buurman raad. Starten en wegrijden. Binnen een minuut was ik er aan gewend. Dit is een echte boxer en rijdt en zit als een RT. Maar dan weer veel soepeler. Wat een fijne koppeling, wat een fijne versnellingsbak en wat een gevoel in de remmen.

Bij de foto- en videoshoot kon ik echt ervaren hoe handelbaar de RT is. Ondanks het zwaar oneffen terrein liet de RT zich rustig en beheerst over het terrein dirigeren. Bij het keren op de weg merkte ik dat straatje keren bijzonder gemakkelijk gaat. Het is altijd even slikken als je een paar honderd kilo, inclusief mijzelf, binnen een paar meter moet keren. Niet met deze RT.

Het bochtengedrag? Zo scherp als een Japans koksmes. Rijwind? Niets van gemerkt. Alsof je thuis op de bank zit. Herrie? Rijwind en windgeruis zijn onbekende verschijnselen met de RT.

Toen de overstap naar de 1250R. Voor het eerst in mijn leven een naked bike. Best of all, ik paste er op! De geometrie van GS en RT zet zich voort op de R. Dat was een zeer positieve verassing. Dat betekent dus ook dat lange personen ook goed kunnen zitten op deze machine. Ook hier hoefde ik maar een minuut te wennen aan zithouding en rijgedrag. Er zit veel vermogen in de R en dankzij het lage gewicht is veel acceleratievermogen. De zitpositie is prima want ik hoefde niet te veel voorover te zitten. Wat een meevaller. Wel vond ik de R strak afgeveerd.

In de Veluwse bossen wisselde ik naar de GS. Op vakantie kom je alleen maar GS’en tegen lijkt het en nu weet ik waarom. De machtige zitpositie maakt je tot aanvoerder van de troepen. Het soepele weggedrag en de enorme zichthoek leidt er toe dat je vlot over zelfs de kleinste weggetjes kan rijden. Off-road ? Het schijnt dat we daar overheen hebben gereden. Ik heb het niet gemerkt. En net als bij de RT geldt ook bij de GS, het lijkt een enorme kolos maar eenmaal te paard merk je pas hoe handelbaar het is in de praktijk.

Als laatste de RS. Waar ik bij de RT een Interstellar Overdrive ervaring had en het gevoel kreeg dat ik Captain James T. Kirk was op de Enterprise, kreeg ik bij de HP een Dr. Spock gevoel, ‘Fascinating behaviour, captain’. Fascinerend, dat is het juiste woord. Wat een enorme vermogensafgifte, direct van nul. Het lijkt wel een Warp aandrijving. In de bochtige Gelderse vallei danste de HP van links naar rechts en altijd het gevoel gevende van volkomen beheersbaarheid.

  1. BMW R1250RT
  2. BMW R1250RS
  3. BMW R1250GS
  4. BMW R1250RT
Gerrit van der Kolk

Al 55 jaar motorrijder heeft Gerrit al de nodige motoren versleten. Hij rijdt van Engeland tot achter in Roemenië, en van de Noordkaap tot Marokko. Een echte kilometervreter. Maar dat hij op een boxer zat, is al vele decennia geleden. Hoe verloopt deze hernieuwde kennismaking?

‘Waar is het schudden gebleven? Toen ik heel lang geleden eens op een boxer zat, schudde het ding enorm. Dat miste ik nu. Hetzelfde geldt voor de motorrem. Als je nu je gas dicht gooit, loopt de machine nog soepel door in plaats van op de rem te gaan.

Het motorblok vind ik simpelweg een superblok. Reageert mooi op het gas. Niets mis mee. Ik heb twee favorieten, de gewone GS en de RT. Alleen viel het me op dat bij de GS de afstand tussen het voetstepje en schakelpedaal nogal groot is. Dat ik trouwens de normale GS noem, en niet de ook gereden Adventure, is dat -ie lichter stuurt. Die RS vond ik ook wel aardig. Maar, en misschien ben ik wel een zeikerd, maar ik vond dat ik op die RS zulke warme poten kreeg. Maar die R? Daar kan ik weinig mee. Met m’n smoel vol in de wind, dat ben ik helemaal niet gewend.

Al met al, als ik moest kiezen, koop ik toch echt een RT. Want ik gebruik m’n motor enorm veel. Maar na vandaag begrijp ik wel waarom je zoveel GS’en ziet.’

  1. BMW R1250RT
  2. BMW R1250GS
  3. BMW R1250RS
  4. BMW R1250R

De volledige BMW Boxertest lees je in Promotor editie 9. Deze kun je hier bestellen.

Bekijk hier MotorNL-video van de BMW Boxertest:

BMW Boxermotoren
Alle deelnemers van de BMW Boxertest bij elkaar

Werken met motoren? KTM zoekt jou!

0

Heb je altijd al met motoren willen werken? Wil je daarvoor nog betaald krijgen ook? Is het antwoord op beide vragen ja dan heeft KTM Nederland een mooie vacature voor jou!

In Malden, waar KTM gevestigd is, zijn ze namelijk op zoek naar een nieuwe Marketing Manager. Iemand die het gezicht van KTM kan zijn in ons land, op veel manieren. Zo ben je namelijk een sleutelfiguur voor de communicatie met onder andere het dealernetwerk en de pers. Zie je ons ook nog eens van een andere kant!

Een uitgebreide functieomschrijving van deze vacature lees je hieronder. Voel je je daardoor aangesproken? Mail dan een pasfoto, je cv en een motivatiebedrijf naar Jeroen Punt bij KTM. Dat kan tot 1 december, dus wees er snel bij voor een van de mooiere banen in Nederland! Contactgegevens vind je onderaan dit bericht.

Functieomschrijving:

 Verantwoordelijk voor het vertalen van de internationale marketingstrategieën naar de Nederlandse markt d.m.v.:
 Het opstellen en beheren van het marketingbudget;
 Het ontwikkelen van een gedegen marketingplan;
 Het uitwerken van een mediaplan.
 Organisatie van evenementen, beurzen, testdagen en competitie-cups.
 Contactpersoon voor het officiële dealernetwerk, ter ondersteuning op het gebied van lokale marketing.
 Verantwoordelijk voor het PR-netwerk:
 Contactpersoon voor de nationale pers;
 Beheer van het Press Center (vertalen en opstellen van persberichten);
 Deelname aan perslanceringen in binnen- en buitenland;
 Beheer van het demopark persmotoren;
 Advertentiebeheer.
 Verantwoordelijk voor de online marketing:
 Beheer van de Nederlandse website (nieuws- en promotiepagina’s);
 Beheer van social media (Facebook, Instagram, YouTube);
 Contactpersoon voor online marketing agency (promotions);
 Beheer CRM systeem: verspreiden nieuwsbrieven, customer support.
 Verantwoordelijk voor Trade Marketing:
 Beheren van de corporate print marketing materialen zoals folders (controles, bestelprocedures);
 Creëren en verspreiden nationale prijslijsten.

Profiel:
 Bachelor in Marketing of gelijkwaardig door ervaring.
 Perfecte kennis van het Nederlands en het Engels is vereist (mondeling & schriftelijk).
 Rijbewijs A en B.
 Grondige kennis van Word, Excel, Outlook.
 Kennis van Adobe Creative Cloud is gewenst.
 Flexibele opstelling qua werkuren.

Interesse?

Heb je interesse en wil je ons team komen versterken?
Stuur dan je CV, pasfoto en motivatiebrief zo spoedig mogelijk naar info@ktm.nl t.a.v. Jeroen Punt. Reageren kan tot 1 december 2019.

Inhoud, routes & video’s Promotor 09/19

0

Toeren

75 Jaar bevrijd: de race naar het noorden

De bevrijding van West-Europa begon 75 jaar geleden met de landing van 156.115 geallieerde soldaten op de stranden van Normandië. In drie etappes volgen wij het spoor van deze helden. Van de D-Day-stranden tot Wageningen, waar op 5 mei 1945 de Duitse overgave werd getekend. Etappe 2: over de grootste hindernis, de Ardennen.

Lees verder

Seelower Höhen: Het vergeten Duitsland

Achter de lijn Berlijn-Dresden lijkt Duitsland op te houden. Het grensgebied met Polen staat niet bekend als toeristische trekpleister, terwijl we toch graag bij de oosterburen op bezoek gaan. Het bijzondere is dat zelfs in eigen land dit laatste stukje Oost-Duitsland ‘vergeten’ is. We zoeken er de sporen van de veldslag die voor de nazi’s één van de laatste stuiptrekkingen zou worden: de strijd op de Seelower Höhen.

Lees verder

Motoren getest

  • Honda CRF1100L Africa Twin Adventure Sports
  • Toertest: Yamaha Tracer 700GT, Honda, CB500X en Suzuki V-Strom 650
  • Lezers testen de BMW-boxerfamilie
  • Norton Commando 961 Sport MK II
  • Occasion: Suzuki GSF1200
  • Triumph Tiger Sport

Spullen

Handschoenen voor de herfst. En voorjaar!

Onverwacht: Seat E-scooter

1
Seat eScooter

Waar zijn de Spaanse motormerken gebleven? Die vraag stellen we hier op de redactie nog wel eens. Maar er gloort hoop aan de horizon voor Spaanse tweewielers: De Seat E-Scooter, een onverwachte partij..

Autofabrikant Seat heeft aangekondigd heeft een elektrische scooter op de markt te gaan brengen. En dat zal al snel gebeuren ook. Volgend jaar moet de tweewieler klaar zijn. Seat werkt voor het project samen met het eveneens Spaanse Silence, een expert op gebied van elektrische tweewielers. De eScooter zal een vergelijkbaar vermogen hebben als een 125cc verbrandingsmotor.

Seat maakt onderdeel uit van de Volkswagen-groep. Zo kan het dat we de Volkswagen Up ook kennen als Seat Mii – of als een Skoda Sitigo als we dan toch bezig zijn. Of die Seat E-Scooter dus ook als Volkswagen- of Skoda-variant zal verschijnen?

Meer elektrisch motorrijden? Kijk hier

Lezers testen BMW-motorscooters

0
BMW-motorscooters

Dat BMW de naar comfort en gemak hunkerende scooteraar hoog heeft zitten, blijkt wel uit de C1 die zij in 2000 op de markt brachten. De kleine overdekte scooter beschikte over valgordels, waardoor de C zonder helm bestuurd mocht worden. De C1 werd geen doorslaand succes, maar bracht de Duitsers wel op het juiste scooterpad. Die ingeslagen weg leidde in 2012 tot de productie van de C 600 Sport en C 650 GT. Echte maxiscooters met een paralleltwin van 647 cc aan boord. In 2014 voegde BMW daar de C evolution aan toe. Een maxiscooter met een 48 pk sterke elektromotor.

Sinds vorig jaar versterkt de nieuwe 400-serie BMW’s scootergelederen. De C 400 GT en C 400 X maken gebruik van hetzelfde eencilinderblok. Kleinere scooters, die qua aankleding en uitrusting nauwelijks onderdoen voor de 650-serie.

Lees ook: Lezers testen motorscooters van Riders Vision

Alle BMW-motorscooters zitten qua uitrustingsniveau aan de bovenkant van het segment. Standaard ledverlichting, sleutelloze contactsystemen en tft-displays met tal van connectiemogelijkheden behoren tot de waan van de dag, net zoals standaard drie jaar garantie. Een leuke gimmick van BMW is de flexibele opbergruimte. Parkeer je de scooter, dan kan het bagagecompartiment uitzakken boven het achterwiel.

Tekst loopt door onder de video…

Welke motorscooters heeft Riders Vision?
BMW C 650 GT
BMW C650GT
BMW C 650 GT

Motorblok       647cc-paralleltwin
Vermogen       44 kW, 66 pk @ 7.750 tpm
Koppel 63 Nm @ 6.000 tpm
Prijs     € 13.251,-

Met de Gran Turismo-toevoeging is deze 650 natuurlijk de absolute reiziger. Zaken als de grote kuip, de comfortabele buddyseat en het hoog windscherm onderscheiden ’m van de Sport-variant. De Side View Assist en ledverlichting rondom maken ’m heel erg anno nu.

BMW C 650 Sport
BMW C650Sport
BMW C 650 Sport

Motorblok        647cc-paralleltwin
Vermogen       44 kW, 66 pk @ 7.750 tpm
Koppel 63 Nm @ 6.000 tpm
Prijs     € 12.850,-

Grotendeels vergelijkbaar met de C 650 GT, is deze uitvoering duidelijker sportiever van insteek. Dat zie je aan het lijnenspel, maar ook aan het kleinere zadel en de mindere windbescherming.

BMW C 400 GT
BMW C400GT
BMW C 400 GT

Motorblok        350cc-eencilinder
Vermogen       25 kW, 34 pk @ 7.500 tpm
Koppel 35 Nm @ 6.000 tpm
Prijs     € 9.300,-

Met standaard ledverlichting, een sleutelloos contactsysteem, traction control, handvat- en zadelverwarming en middenbok is de GT de meest luxe 400. Nou ja, het zijn eigenlijk 350’s, deze BMW’s. Zit je in het zadel, dan ervaar je die luxe direct, vooral door het ruime zadel met goede steun voor je onderrug.

BMW C 400 X
BMW C 400 X
BMW C 400 X

Motorblok        647cc-paralleltwin
Vermogen       44 kW, 66 pk @ 7.750 tpm
Koppel            63 Nm @ 6.000 tpm
Prijs                 € 8.150,-

Neem die ‘X’ maar als het Engelse ‘cross’, en dan weet je genoeg: hiermee rij je niet door de stad, maar cross je. Deze X is de meest vlotte van het 400-duo en is beschikbaar in flitsende kleurstellingen die dat kracht bij zetten. Net zoals de GT met bagagevakje voorin mét stroomvoorziening, terwijl handvat- en zadelverwarming standaard zijn.

BMW C evolution
BMW C evolution
BMW C evolution

Motorblok        elektromotor
Vermogen       19 kW, 26 pk
Koppel            72 Nm
Prijs                 € 15.400,-

Deze elektrische motorscooter van BMW is het neusje van de zalm als het om elektrisch rijden gaat. Met een krachtige accu en een heleboel luxe aan boord is de C al de nodige jaren de maatstaf als het om elektrisch scooterrijden gaat.

Wat vinden onze lezers van deze motorscooters?
Peter van de Pas – Over de BMW C 400 GT

‘De Urban-stand van de BMW C 400 GT is echt fijn. De motorscooter reageert iets vertraagd op het gas, maar rijdt dan heerlijk vertrouwd. De rijbeleving is ook heel rustig, tikje bedaard misschien. Wat mij vooral opvalt, is het vloeiende stuurgedrag. Heel soepel stuur je de bocht licht remmend de bocht in. Bij gasgeven bocht-uit merk je wel dat je op een 400 cc zit. Ik vroeg mij voortdurend af waar dat vloeiende sturen aan te danken was. Volgens mij komt dat door de brede banden. De zithouding is heel prettig. Je hebt niet het gevoel dat je op een krukje zit. Je zit eerder actief en toch ontspannen. Als ik dealer was van BMW, bracht ik de C 400 GT aan de man vanwege zijn weldadige comfort en luxe. Topsnelheid heeft de X overigens genoeg.’

Daniëlle Bakker – Over de BMW C 400 X

‘Ik rijd veel op mijn 650 Burgman, maar die mist luxe. En dat zoek ik. Volgens mij zit je dan met een BMW-motorscooter wel goed. De Suzuki is ook zwaar en oogt een tikkie lomp. De BMW C 400 X heeft dat absoluut niet. Die ziet er modern en rap uit. Heel aantrekkelijk zelfs. Puntje van kritiek: ik mis ruimte voor mijn voeten (schoenmaat 39, red.). Het is net of ze in een doosje staan. Met verkeersdrempels heeft de X geen moeite. Hij rijdt er soepeltjes overheen in plaats van er tegenaan. Je kunt er ook goed op staan. En dan val je met je billen terug in dat luxe en verwarmde zadel. Pure weldaad. Als ik deze motorscooter moest verkopen? Zeer wendbaar in de stad, zeer geschikt voor de zakelijke rijder.’

Marcel Sluiter – Over de BMW C 400 GT

‘Ik rijd dagelijks op mijn R 1200 GS. BMW is echt mijn merk. Ik voelde het ook meteen, dat uitgebalanceerde, dat doordachte, wat mij persoonlijk zo aanspreekt in BMW. Het gemak waarmee je op de BMW C 400 GT rijdt, het manoeuvreren langs obstakels (markt in Lage Vuursche, red.). In alles is ook de motorscooter een echte BMW. De luxe en het comfort. De ruggensteun, die je op hoge snelheid steun biedt, zodat je je armen wat ontlast. Zo doordacht weer. Persoonlijk vind ik het geen motorscooter waarmee je op vakantie gaat. Toertochten in Nederland zijn goed te doen. Wel van de snelweg blijven dan. Hij is er wel snel genoeg voor, maar binnendoor is gewoon lekkerder.’

Jordi Lansdaal – Over de BMW C 400 X

‘Ik rijd Kymco Downtown 300, maar die gaat een keer weg. En zo’n BMW C 400 X vind ik er heel lekker uitzien. Wat deze motorscooter goed doet? Je rijdt er mee weg alsof je er al jaren op zit. Zo vertrouwd en vanzelf. Door zijn brede bandjes stuurt-ie ook als vanzelf de bocht in. Soms iets té naar mijn gevoel. En dan bocht-uit. Zoals het 400cc-blok oppakt en heerlijk toeren opbouwt. Dat is genieten. En die joggle op het stuur waarmee je door het menu scrollt? Doordacht, slim en eenvoudig. Overigens zit er een goed afleesbaar display op de GT. En daarbij: de C 400 X verbruikt zo’n 1 op 25 à 30. Soms dacht ik dat ik op een elektrisch voertuig zat. Zo stil en soepel. Met m’n 1,86 meter zat ik wel net met mijn hoofd in de wervelingen.’

BMW-motorscooters

Aprilia RSV Mille: Icoon

1
Aprilia RSV Mille

Naoorlogs Italië had een grote behoefte aan licht en vooral goedkoop vervoer. Een van de gretige cateraars van dit banket der behoefte was Aprilia. Kleine 50cc motorfietsjes verkochten als warme broodjes, latere lichtere crossers en zwaardere enduro’s rolden even zo gemakkelijk van de productielijn. Het ging het merk uit Noale voor de wind en zeker met lichte tweetaktmotorfietsen maakten ze furore in trials en de GP-racerij. Tot 1998, tot de Aprilia RSV Mille.

Banaanvormige

Aprilia had inmiddels naam gemaakt met de mooiste aluminium frames in de business en de fonkelnieuwe Aprilia RSV Mille bouwde verder op die traditie. Een banaanvormige achterbrug hing in een glooiend lichtmetalen frame, dat iets speciaals omarmde. Tussen dat glanzende Italiaanse aluminium hing namelijk een 998cc tweecilinder.

De Noalezen lieten zich niet van de wijs maken. De cilinderhoek werd dus niet afgekeken van Bologna, want waar Ducati de Here God zag in 90 graden, besloot Aprilia dat 60 graden geschikter was. Het dry-sump tweecilinder motorblok werd door Rotax ontworpen en gebouwd. En ondanks de tussenkomst van een extra balansas (90 graden geeft perfect balans, 60 graden trilt meer) was het blok nog steeds korter dan dat van Ducati.

Dikke duizend

Het vermogen viel mede dankzij injectie uit op een 115 pk aan het achterwiel, wat zeker geen onaardige opgave was bij een droog gewicht van 189 kilo. Qua vering werd de Aprilia RSV Mille de fabriek uitgestuurd met een Showa-voorvork en een Sachs-schokbreker, en de remmen waren opvallende rode Brembo-klauwen die beten in joekels van 320 mm-schijven.

Resumerend, zet de firma bekend van scooters en lichte motorfietsen even een dijk van een dikke duizend neer, die ook nog eens prima te sturen valt. En dan die kenmerkende zwart met rode kleurenstelling en het iconische navy, rood en zilver. O ja, de toon is gezet.

Homologatiemodel

In de jaren die volgden zouden vele één- en tweeletterige afkortingen aan de Mille naam toegevoegd worden. De SP was de eerste. De Aprilia RSV Mille SP was het homologatiemodel voor het Superbike WK waar Aprilia zich in wilde meten met de grote jongens.

En net als de grote jongens speelde Aprilia een klein beetje vals, door de Mille SP echt wel even anders te maken dan ‘de gewone’. Zo werd er rondom Öhlins-vering gemonteerd, was het kuipwerk van hoogwaardig koolstofvezel, het zitje maar voor één en waren de balhoofdhoek en motorblokpositie aan te passen.

Cosworth

Het motorblok zelf werd door de Britse motortovenaars van Cosworth onder handen genomen, en met onder handen genomen bedoelen we dat er weinig meer op het oude Rotax-blok leek. De boring ging van 97 millimeter naar 100 millimeter en de slag kwam terug van 67,5 millimeter naar 63,4 millimeter.

De kortere slag maakte het SP-blok behoorlijk wat hoogtoeriger en het vermogen nam toe tot 145 krukaspaardenkrachten. Met 150 stuks geproduceerd was de Sports Production Mille dan ook behoorlijk zeldzaam en hij blijft veel gezocht tot op de dag van vandaag. 

Zwakzinnig

Later zou de Aprilia RSV Mille R geïntroduceerd worden om het immense gat te dichten tussen de zwakzinnig dure SP en de normale Mille. De R kreeg het carbon en de Öhlins-vering, terwijl het Cosworth-blok exclusief voor de SP bleef.

In 2001 kwam de vernieuwde Mille. ‘Het model met de gevleugelde kuip’ borduurde voort met hetzelfde rijwielgedeelte, maar het kuipwerk kreeg een fikse update, evenals de tank die nu van kunststof was, en de genoemde vleugeltjes op de topkuip die de Mille verder moesten stroomlijnen. Van de nieuwe Mille kwam geen nieuw SP-model, maar opnieuw was er de R-uitvoering. Zweeds veerwerk en een weelde van koolstofvezel waren opnieuw van de partij.

Misstap

Vreemd genoeg is één dingetje al die jaren nooit veranderd; de achterrempomp. Gewoon eentje van het standaard type à 11 millimeter uit de schappen van Brembo, niets heel bijzonders. Desalniettemin was het onderdeel van een haast legendarische technische misstap.

De rempomp werd namelijk rechtstreeks tegen het motorblok gemonteerd, wat uiteraard flink warm wordt en daarmee de remvloeistof ook. Als gevolg kookte de remvloeistof al gauw, wat door de ontstane gassen z’n werk niet meer kan doen, en voilà; je hebt geen achterrem meer. Zelfs op de opvolger van de Aprilia RSV Mille, de RSV-R en RSV-R Factory, kwam deze knullige constructie terug.

Pareltjes

Behalve die ongelukkig gehuisveste remcilinder staat de RSV Mille met name bekend om het kogelvrije motorblok en het strakke rijwielgedeelte. Prijzen van de oudere modellen zijn meer dan schappelijk. Het eerste generatie model heb je al voor onder de tweeduizend euro, zij het met rond de halve ton op de teller, maar dat kunnen ze in principe prima aan.

Let wel, de standaard specificatie accu heeft het vaak zwaar en dat kan een kapotte startkoppeling opleveren. Het Rotax-blok zelf kan heel wat hebben, maar zorg dat hij zijn onderhoud gehad heeft. Verstandigst is even door te sparen, want in de drie à vierduizend euroregionen zijn pareltjes te vinden. Veel motor voor relatief weinig geld!