donderdag 23 april 2026
Home Blog Pagina 1129

TankTasTocht 6: Vanuit het Centrum

13

De Randstad. Het blijft een bijzonder fenomeen. Er zijn mensen, ook in motorkringen, die zeggen: daar zou ik nooit willen wonen. Te druk. Die komen waarschijnlijk nooit verder dan de Dam en consorten. Want druk… Rijd deze TTT6 en je verbaast je over de leegte, de stilte, het groene karakter. Jazeker, soms zie je stedelijke bebouwing, heel in de verte, en de auto’s op de A2, maar last, nee, last heb je daar niet van.

Paul Vreuls

Rijk, dat is de Randstad ook, daar kan geen buitengewest tegenop. Neem Hilversum, het startpunt van deze rit. Een architectonische goudmijn, dat is het, een snoeptrommel voor wie van mooie gebouwen houdt. En dan al die musea links en rechts – ik ben weer een nieuwe tegengekomen, het Healey Museum in Vreeland. Denk aan glanzend gewelfde spatborden maar dan mooier… Er moet een relatie zijn met vrouwen maar welke weet ik niet precies.

Intussen is het ook nog eens lustig rijden, door de bossen van de Utrechtse Heuvelrug en later, langs piepkleine veenriviertjes, zoals de Geer en de Waver en de Winkel. Wel oppassen dat je je motorfiets niet in het riet parkeert, zo nauw luistert het rijden hier. En voor wie denkt dat in het westen de zonde woont, in de streng hervormde kerk van het nietige Kockengen duelleerden organist en trompettist in ‘Jezus Overwinnaar’, zelfs voor een ongelovige om stil van te worden!

Dudok

We pikken de route op in Hilversum, een apart geval want iedere keer als ik er kom, denk ik: waar is het centrum? Ook deze keer komen we er niet achter, maar al rondtoerend valt wel op wat een ongelooflijk mooie verzameling straten en pleinen het is. Nu eens stuur je door een villapark met luisterrijke panden in overdadig groen, dan weer rijd je door een zorgvuldig ontworpen woonwijk met arbeiders- en middenstandswoningen uit de eerste helft van de vorige eeuw. Eén man in het bijzonder is daarvoor verantwoordelijk geweest en dat is Willem Dudok. Onthoud die naam!

Vanzelfsprekend lopen we ook even het Instituut voor Beeld en Geluid binnen – we bevinden ons hier immers in het hart van medialand. En ja, daar heb je het weer. We zijn een rijk, wat heet, gezegend land dat we ons zo’n fantastisch gebouw kunnen permitteren. En als je ziet wat bijvoorbeeld de televisie de afgelopen decennia aan programma’s heeft gebracht… Alleen al die kinderprogramma’s: Theo en Thea en hun Kreatief met Kurk, Buurman en Buurman, Bart de Graaff die schaterlachend achterin een politieauto zit, VPRO’s Achterwerk in de Kast waarin een jongen van amper tien zich vreselijk boos maakt om het couperen van honden (‘Een hond mag toch wel plezier van zijn staart hebben!’). Onvergetelijk.

Slecht geïnformeerd

Zodra je Hilversum uit bent, zit je meteen in de bossen van de Utrechtse Heuvelrug. Lekker rijden, want nu eens duik je een beukenbos in, dan weer mag je bergje op bergje af. Het is een oud stuwwallenlandschap, met de daarbij behorende hoogteverschillen. Mooiste stuk? Over de Hoge Vuurscheweg, richting het pannenkoekencentrum van Nederland en verder ook bekend vanwege kasteel Drakensteyn waar Beatrix haar oude dag slijt. Maar kort daarna is het gedaan met de stuwwallen en duiken we het groene hart van Holland in.

De slecht geïnformeerde motorrijder denkt nu misschien: moet ik daar mijn dure kilometers aan besteden, aan dat vlakke gebied waar niks te zien is behalve groene veenweiden zover het oog reikt? Maar deze slecht geïnformeerde motorrijder zou ik willen toebijten: rijd nou eens over het Zandpad naar Breukelen – sowieso een fraai stukje toeren, langs de Vecht. Steek daar de A2 over en vervolg je weg langs de Geerkade en de Amstelkade en De Hoef Oostzijde, dan praat je wel anders.

Ten eerste komt de stuurman in ons allen hier volledig tot zijn recht, langs de kronkelende veenriviertjes. Sterker nog: op een gegeven moment kreeg ik kramp in mijn rug van de pas de deux tussen mijzelf en mijn motorfiets – links, rechts, links, links, rechts en nog eens en weer naar links en naar rechts! Ten tweede duiken er zo nu en dan onverwachte schoonheden op, van Kockengen met zijn Wagendijk en zijn Heicop en zijn Voorstraat tot Baambrugge met zijn Dorpsstraat…; je zou zweren dat het 1900 was. En ten derde: het gaat hier om een eeuwenoud landschap dat ook nog eens verrassend goed bewaard is gebleven. Menigmaal denk je onderweg: huh … dat het nog bestaat, en dan vooral langs de Waver en de Winkel, onder de rook van Amsterdam.

Suicide door

Omdat we er op de terugweg toch langs komen, stappen we even binnen in het Healey Museum, aan de Vecht boven Vreeland. Ouderen onder ons weten dan dat het hier gaat om een tweezits sportwagen uit de jaren vijftig/zestig/zeventig van de vorige eeuw. Echt zo’n wagentje waarin je gezien wilde worden. Echt verbaasd zijn we dan ook niet als de gids namen laat vallen als die van Marilyn Monroe, Cary Grant en… Herman Heinsbroek, gewezen minister namens de LPF en ooit ook in bezit van een Healey.

Grappig detail: de witte banden waren niet voor de sier, nee, in staten als Californië en Florida verplicht omdat ze het zonlicht beter reflecteerden en daardoor minder warm werden. Ook maken we met hulp van de gids kennis met het begrip suicide door. ‘Kijk’, zegt-ie, ‘die deur zwaait naar voren open, waardoor je niet automatisch ziet wat er vanachter aankomt. Zo zijn er vroeger de nodige slachtoffers gevallen.’ Onder wie veel motorrijders, vrees ik.

Download GDB, ITN, GPX-route

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRK-TTT619.GPX”]

De deelnemers

Uittip: IDM brengt topmotorsport naar TT Circuit Assen

0
Het IDM Assen is meer dan de moeite waard.
Het IDM Assen is meer dan de moeite waard.

Waar dit weekeinde naar toe? MOTOR.nl helpt je elke donderdag een beetje op weg.

Het Duitse IDM is een motorsport kampioenschap met een groot internationaal karakter. In het weekend van 6 tot en met 8 september wordt op het TT Circuit Assen de voorlaatste ronde van het seizoen verreden. Een vol programma met als hoofdnummer twee IDM Superbike wedstrijden en veel Nederlandse kanshebbers in de diverse klassen belooft het evenement een groot spektakel te worden.

Hoog niveau

Het Internationale Deutsche Motorradmeisterschaft oftewel IDM is een wegrace competitie met rijders uit praktisch heel Europa. In de IDM Superbike klasse zijn er in het verleden al veel coureurs doorgestroomd naar het wereldkampioenschap. Deze raceklasse heeft ook in 2019 een hoog niveau en is een mix tussen snelle ervaren coureurs en jong talent. Ook zijn er veel merken actief in deze klasse met BMW, Yamaha, Suzuki, Honda en Kawasaki. De Oekraïner Ilya Mikhalchik gaat aan de leiding in het kampioenschap. Mikhalchik is tevens de regerend kampioen en hij vecht samen met zijn Duitse teamgenoot Julian Puffe voor de titel.

Talent

De IDM Supersport 600 en IDM Supersport 300 klasse zitten vol met jong talent. Daarnaast wordt er ook voor punten gestreden in de IDM Zijspannen, een klasse die opgesplitst is een 600cc en 1000cc categorie.

De racedag begint zondag 8 september vanaf 11:00 uur. Vrijdag 6 september zijn de vrije trainingen op het TT Circuit Assen. Zaterdag 7 september staan de kwalificatietrainingen en de eerste races op het programma. De IDM Superbike klasse komt zondag twee keer in actie. Deze wedstrijden beginnen om 12:40 & 16:20 uur. Een entreeticket voor de wedstrijddag kost € 25,- en de prijs van een weekendticket is € 35,-.

Meer informatie over het evenement is te vinden op www.idm.de.

Nog een speciale Indian: Scout Bobber Twenty

0
Indian Scout Bobber Twenty

Zeg maar nee dan krijg je er twee, zullen ze bij Indian gedacht hebben. De 100th Anniversary-uitvoering van de Scout zagen we vanmorgen. Indian namelijk komt nu ook met de Scout Bobber Twenty. In tegenstelling tot de 100th Anniversary Scout zal de Scout Bobber Twenty niet beperkt worden in oplage.

De Scout Bobber Twenty is een ode aan de Scout uit 1920, qua kleurstelling en ook in de details. Zo krijgt de Bobber Twenty speciale spaakwielen, een lederen panzadel en een 10 inch breed apehanger-stuur. Die details helpen de klassieke bobberstijl te benadrukken.

Bij de mix van verchroomde en in zwart uitgevoerde details blijft het niet. De Bobber Twenty wordt namelijk ook leverbaar in drie kleurstellingen Thunder Black (zwart), Sagebrush Smoke (legergroen) en Burnished Metallic (roodbruin).

Opgefrist

Behalve de grote verschillen tussen de reguliere Bobber en deze Scout Bobber Twenty – het eenpersoonszadel, het stuur en de wielen – wordt de gehele Bobber-lijn van Indian opgefrist voor 2020. Als belangrijkste verschil kan de nieuwe zwevende remschijf voor, verbeterde rempomp en nieuwe remklauw aangemerkt worden.

De Indian Scout verandert verder niet en bouwt verder op hetzelfde platform van het 1.130cc tweecilinder V-blok en het rijwielgedeelte dat we al langer kennen.

Indian Scout Bobber Twenty

Prijzen, leverbaarheid en overige details houd je van ons tegoed.

Foto’s: Indian

Indian trakteert met Scout 100th Anniversary

0
2019 Indian Scout 100th Anniversary

Wie jarig is, trakteert! Dat weten ze bij Indian ook, en daarom komen ze nu met de Indian Scout 100th Anniversary-editie. Deze speciale uitvoering van de Indian Scout komt in een beperkte oplage van 750 stuks en is geïnspireerd op de originele Scout die in 1919 aangekondigd werd.

“De Indian Scout heeft de tand des tijds doorstaan als een van de meest invloedrijke en iconische motorfietsen ter wereld”, vertelt Indians vice-president Reid Wilson. “Honderd jaar is een mooie mijlpaal en het uitgelezen moment de nalatenschap van de Scout te eren.”

De 100th Anniversary-uitvoering van de Scout zit vol verwijzingen naar het origineel. Kijk alleen al naar zandkleurige lederen panzadel, maar ook het bagagerekje, de spatborden en het stuur lijken rechtstreeks van de oude Scout te komen. Zeker wanneer je ze wiel aan wiel ziet, met de links de 2019-machine en rechts het origineel van een eeuw geleden. Voor het geval dat niet duidelijk was.

Indian Scout 2019 - 1919

In de basis

Natuurlijk is de basis Indian Scout nog steeds hetzelfde. De 1.130cc V-twin produceert nog altijd een prima 98 newtonmeter koppel en ook het rijwielgedeelte had geen extra aandacht nodig. Wil niet zeggen dat er voor komend modeljaar niets veranderd, trouwens. Indian pakt namelijk de remmerij aan, met nieuwe zwevende remschijven, een andere rempomp en remklauwen.

Leuk en fijn als dergelijke verbeteringen zijn, draait het hier natuurlijk vooral om het uiterlijk. De Indian Scout 100th Anniversary weet de essentie van de oude te pakken zonder te verzanden in overdaad. Het ontwerp, de kleuren en de lijnen van het origineel staan het beduidend moderner gelijnde anno nu-model verdraaid goed.

Bijna jammer dat er maar 750 stuks gemaakt worden, al zorgt het uiteraard wel voor een broodnodig vleugje exclusiviteit. Hoe veel de Scout 100th Anniversary moet gaan kosten en wanneer ‘ie komt, houd je te goed.

2019 Indian Scout 100th Anniversary

Foto’s: Indian en Bonhams

Icoon: Yamaha TRX850

0

Half jaren negentig, was er een opleving in sportieve Japanse twins. Honda kwam met de VTR1000 Firestorm en Suzuki bracht de TL1000S/R. Yamaha bouwde een sportief buizenframe om de staande twin van de TDM850 en gaf ons in 1996 de TRX850. Meteen duidelijk is dat er met meer dan een scheef oog is gekeken naar Ducati’s 900 SS. En echt niet alleen naar het beroemde buizenframe, ook het kuipwerk vertoont een aardig grote gelijkenis. Ondanks de Super Twin Sports naamgeving die Yamaha de TRX meegaf, was de TRX bij lange na niet de supersport die de Ducati wel was. De Japanner komt meer in de buurt van een sportieve toerder, met hogere stuurhelften en comfortabeler geplaatste voetsteunen.

Het motorblok

De TRX maakt gebruik van het motorblok uit de TDM850, een staande twin met een 270 (of 90, zo je wilt) graden krukas, en laat dan nou net dezelfde hoek zijn als waaronder de kruktappen van een Ducati L-twin ook staan. Je zou het kunnen zien als Yamaha’s eerste variant op de crossplane techniek die in de huidige R1 te vinden is.

Niet extreem

Die verzette kruktappen zijn tevens de reden dat –ondanks het feit dat de cilinders keurig naast elkaar staan- de TRX850 een geluid weet uit te braken, zo donker en vol, dat je met de ogen dicht bijna een Ducati voor de geest haalt. Het blok levert met 80 pk en 84 Nm geen extreem hoge prestaties, maar is wel ontzettend bruikbaar. Al vanaf lage toeren weet de twin rake klappen te geven en het middengebied is zowel krachtig als heerlijk breed uitgesmeerd. De vibraties blijven alleszins binnen de perken en hetgeen je nog voelt, draagt bij aan een heerlijk ruig karakter.

Massacentralisatie

De zithouding is heerlijk comfortabel en dankzij het stijve frame en een uitgekiende massacentralisatie vanwege het compacte blok, is het stuurgedrag heerlijk neutraal en uiterst precies. Met een tankinhoud van 18 liter en een verbruik van rond de 1:20, is de actieradius ruimschoots voldoende om niet iedere pomp aan te hoeven doen en dat is prettig, want op fysiek vlak is het ook goed te doen nog even ietsje langer door te rijden. Dit in tegenstelling tot enkele van zijn concurrenten, waarbij de polsen wat vaker rust nodig hebben.

Minpunten

De TRX kent eigenlijk slechts twee echte minpunten die door het gros der eigenaren worden aangepakt. Ten eerste verdwijnen de immense uitlaatdempers vrijwel altijd direct om plaats te maken voor open absorptiedempers die niet alleen de volle zware grom veel beter tot z’n recht doet komen, maar die ook een gewichtsbesparing van zo’n 500 kg weten te bewerkstelligen. Je merkt het goed hoor.  Tweede punt zijn de voorremmen die redelijk gevoelloos zijn en niet echt willen overtuigen. De remklauwen worden vaak vervangen voor de ‘Blue-Spot’ exemplaren zoals die op menig andere Yamaha te vinden zijn. Deze bieden een grotere remkracht en indien de bijbehorende rempomp ook wordt gemonteerd, krijg je er ook nog eens flink veel gevoel voor terug.

Steeds dichterbij

Afgezien van die twee dingen, is de TRX850 een probleemloze en zeer betrouwbare motorfiets gebleken. Het feit dat hij nooit echt goed verkocht is, maakt hem nu des te begeerlijker en omdat het ook nog eens een Japanner is mét karakter, kun je gerust stellen dat de status van icoon zo langzamerhand steeds dichterbij komt.

Aprilia X-Ray (1996) – Het had zo mooi kunnen zijn

0
aprilia xray

Het wilde maar niet lukken tussen motorfabrikant Aprilia en ontwerper Philippe Starck. Deze Aprilia X-Ray kwam daardoor helaas nooit verder dan het stadium van prototype. Op zich is het lovenswaardig dat een motorfietsfabrikant in zee durft te gaan met een ontwerper van buitenissige keukenspullen, maar het grote publiek vrat het niet. De Moto 6.5 uit 1995 ging nog in productie, dat kan deze X-Ray niet zeggen.

Restje twijfel

Het oranje/grijze kleurenschema maakt al van kilometers afstand duidelijk dat we hier met een echt Starckje van doen  hebben. De ronde lijnen nemen het laatste restje twijfel weg. De Franse ontwerper kreeg de ontwerpopdracht voor de X-Ray van Ivana Beggio. De Aprilia-eigenaar wilde een zwaardere motorfiets dan de eencilinder Moto 6.5 en liefst ook nog met een automatische bak. De gebruikte V-twin levert 130 pk dus aan de eerste wens is voldaan, maar aan de tweede beslist niet.

In de prullenbak

Vele jaren later (2007) kwam die Aprilia automaat er alsnog. Het is op het eerste gezicht wel direct duidelijk dat Starck – of welke ontwerper dan ook – zich niet bemoeide met de Mana. Wat schotelde Aprilia zijn klanten in 1997 wel voor? Het had het eerste productiejaar kunnen zijn van de Aprilia X-Ray, maar Aprilia zette ons liever onder meer de Pegaso 650 en scootertje Leonardo 125 voor. Pas in 1998 was het tijd voor die zalige RSV1000. Starck zou ook nog de X3 voor Aprila ontwerpen. Net als bij de X-Ray verdween dat model via de vergetelhoek in de prullenbak.

Tante Rikie hangt draagstoel aan de wilgen

0
Tante Rikie Zwarte Cross Evel Knievel

’s Lands – of misschien zelfs wel Europa’s – bekendste festivaldirectrice zwaait volgend jaar af. We hebben het natuurlijk over Tante Rikie die al zowat sinds het begin het gezicht van de Zwarte Cross is geweest. Editie 2020 wordt haar laatste jaar. De reden? Rikie is vandaag zeventig geworden en vindt het welletjes. Tijd voor pensioen.

Cultstatus

Op het Zwarte Cross terrein vallen mensen op hun blote knieën wanneer Tante Rikie, per draagstoel, passeert. ‘Tante Rikie’ is een begrip geworden. Rikie Nijman is de moeder van bandmanager André Nijman die Jovink en de Voederbietels in toom tracht te houden. Bij oprichting van de Zwarte Cross willen de mannen een beetje de draak steken met het begrip ‘festivaldirecteur’ en schuiven ze Tante Rikie naar voren. Als symbolisch leider. Nu, 23 jaar later is dat leiderschap groots te noemen, met een cultstatus van heb ik jou daar. De Grote Roergangster wordt ze wel genoemd. Geheel in die lijn heeft de organisatie – De Feestfabriek – in een persbericht laten weten dat ze eeuwigdurend leiderschap toebedeeld krijgt. Wie had ooit gedacht dat we bij Hummelo associaties met Pyonyang zouden krijgen..

En ja, met zo’n cultstatus zal het ook niet zo zijn dat Tante Rikie voorgoed zal verdwijnen van het festival. Dat kan ook haast niet gezien haar gezicht in het logo is opgenomen. De Tante Rikie-knuffels – naar het opblaasbare beeld van Rikie met een helm op en met een deegroller vast als motorstuur – die dit jaar op de Cross werden verkocht waren binnen één dag op. Nee, Rikie zal niet verdwijnen.

Jullie kunnen het

Om haar ‘bruurs en zusters’ een hart onder de riem te steken zal het thema van het festival volgend jaar ‘Jullie kunnen het’ zijn. Tante Rikie: ‘Ik ben tot de conclusie gekomen dat goed volk helemaal geen leider nodig heeft en met dit thema wil ik zeggen: jullie kunnen een fantastisch festival organiseren, jullie kunnen er een geweldig feest van maken en jullie kunnen al je dromen waarmaken op de Zwarte Cross, maar ook vooral daar buiten’.

Er zal uitgebreid afscheid genomen worden, maar de Zwarte Cross kennende is het aannemelijker dat het pensioen gevierd wordt daar het leven nu eenmaal een groot feest is. Daarna is het Ajuu, de mazzel! De volgende editie van het festival zal plaatsvinden van 16 tot en met 19 juli. Wil je daar bijzijn – of misschien zelfs deelnemen op de baan – dan is het wijs om er snel bij te zijn wanneer de kaarten in de verkoop gaan. Afgelopen editie was het festival voor het eerst ooit al op voorhand volledig uitverkocht.

Tante Rikie Zwarte Cross Rikie Nijman

Col de l’Isèran: de oud-kampioen op 2.770 meter

0

De Col de la Bonette claimt de hoogste geasfalteerde Alpenpas te zijn, maar bij de Col de l’Iseran vinden ze dat de Bonette vanuit buitenspelpositie heeft gescoord. En daarom schrijven ze in hun brochures dat de Col de l’Iseran met zijn 2770 meter de hoogste is. Dat hou je toch, het eeuwige geklaag van mensen wier col tweede is geworden. Maar toen de pas in 1937, na zes jaar bouwen, officieel in gebruik werd genomen, was het wel de hoogste en dat zou 24 jaar lang zo blijven.

De Col de l’Isèran loopt van Bourg St. Maurice (840 m) naar Lanslebourg (1399 m) en heeft een lengte van 83 km. Maar het interessante deel – de ruige hooggebergte passage – zit tussen de wintersportplaatsen Val d’Isère (1840 m) en Bonneval-sur-Arc (1835 m) en meet 31 km. Dus laten we daar beginnen.

Het oude en tegelijkertijd moderne Val d’Isère is zo chique dat zelfs de eigenaar van het plaatselijke motorhotel meer doet denken aan een dure dameskapper denken dan aan een motorrijder. Aan bijna alle kanten is het mondaine plaatsje ingeklemd door magnifieke bergen. Als je door de hoofdstraat – met gerenoveerd centrum – in oostelijke richting omhoog kijkt, zie je waar je na 10 km rijden op uitkomt.

Na Val d’Isère volgt de weg een tijdje de Isère, die hier langs sappige Alpenweiden langzaam omhoog gaat. Wanneer het dal lijkt dood te lopen, steekt de weg de rivier over en klautert hij langs de steile bergwand naar boven. Daarvandaan heb ik het ene na het andere prachtige uitzicht op het skidorpje dat ik achter me liet. Nog een paar koeien kom ik tegen en dat is het gedaan met de lieflijkheid. Kilometers lang rijd ik door kaal gesteente met hier en daar de ornamenten van een oude bergpas: stenen muurtjes aan de bergkant en bij wijze van vangrail grote keien aan de dalkant. Op asfalthoogte zie ik ook nog wat plakjes sneeuw die de felle augustuszon hebben overleefd. Die ben ik in een hele week passenrijden door de westelijke Alpen nog niet tegengekomen.

Maanlanding

In de tweede week van juni gaat de pas, na drie weken bulldozeren, open. Goede kans dat je dan tussen de hoge sneeuwwallen moet rijden. Zelfs in juli kun je hier nog in winterwonderland terecht komen, zoals de Tourkaravaan in 1996 merkte, toen de col wegens zware sneeuwstormen uit de etappe werd geschrapt – net als de Galibier (2645 m) trouwens.

Bovenop de col wacht een weids plateau met een herberg en een kerkje, die ongeveer net zo oud zijn als de weg. De herberg is al die tijd in handen geweest van de familie Machet, van wie ik de blonde Sylvie in het bijbehorende souvenirwinkeltje aantref. Het robuuste kerkje heeft geen pastoor, dus eigenlijk is het een kapel. Maar dat is nog altijd meer dan het simpele kruis of bidkastje waar de meeste passen het mee moeten doen. Het geeft nog maar eens aan wat voor waarde er werd toegekend aan de col. Het was dan wel geen landing op de maan, maar veel scheelde het niet. Niet voor niets werd de officiële opening van de Col de l’Isèran verricht door de toenmalige Franse president Albert Lebrun.

Ander tijdperk

Twee kilometer na de top loopt de weg door een nauwe doorgang naar de zeer groene Haute Maurienne-vallei. Langs de steile hellingen ruimen ze hier in juni niet alleen sneeuw, maar ook keien zo groot als topkoffers. In de mooie afdaling, met zicht op de glinsterende gletsjers (tot 3750 m) aan de overkant van het dal, lijk ik een ander tijdperk in te glijden. Ik ga over een stenen boogbrug langs oude muren, onder me zie ik scheve huisjes met leistenen daken. Een grote familie, inclusief jonge kinderen, haalt op de wei hooi met vork en kar binnen.

Nog ouderwetser lijkt Bonneval sur Arc, het dorpje aan het einde van het steile deel van de pas. Bonkige Asterix-huisjes aan nauwe straatjes, waar boerenzoons bezig zijn hooi op de bovenste verdieping van een huis te laden. De balkons onder de overhangende daken werden kortgeleden gebruikt om mest te drogen, die s’ winters in de kachel ging. Geitenkuddes trekken nog regelmatig door de steegjes. Van elektriciteits- of telefoonkabels is geen spoor te zien. Het is alsof je via de col een tijdreis hebt gemaakt. Maar dan moet je natuurlijk niet naar boven kijken, naar de skiliften, hotels en luxe chalets, want dat verstoort die prettige illusie.

Een mooie col met geschiedenis dus. En met veel motorrijders en wielrenners.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRK-Alpentoppen.GPX”]

 

 

Sfeerverslag Ital Dag 2019

0

Op 1 september 2019 werd voor de negende keer de Ital Dag georganiseerd in het Gelderse Beusichem. Het motorevent is een samenkomst van liefhebbers van Italiaanse motoren met tal van activiteiten en bezienswaardigheden. MotorNL maakte een sfeerverslag van deze mooie dag. Ital Dag 2019.

Check hier de MotorNL photobooth foto’s

De Distinguished Gentlemans Ride komt er weer aan

0
Het affiche van de Distinguished Gentlemans Ride 2019
Het affiche van de Distinguished Gentlemans Ride 2019

Het is tijd om een net (motor)pak te zoeken, nog eens goed door te nemen hoe je ook alweer een stropdas strikt en je klassieker een extra keer na te lopen. Op zondag 29 september 2019 vindt namelijk de Distinguished Gentlemans Ride plaats en dan zullen meer dan 125.000 volledig in stijl geklede motorrijders in meer dan 700 steden aan deelnemen. Het doel is meer dan 7 miljoen dollar op te halen én het bewustzijn te verhogen voor de (geestelijke) gezondheid van mannen en in het bijzonder mannen met prostaatkanker.

Negatieve stereotype

The Distinguished Gentlemans Ride is opgericht in Sydney door Mark Hawwa. Hij raakte geïnspireerd door een foto van Mad Men’s Don Draper op een klassieke motor in zijn allermooiste pak. Mark vond dat een themarit een geweldige manier zou zijn om het vaak negatieve stereotype van mannen op motorfietsen te bestrijden en tegelijkertijd de wereldwijde motorgemeenschap te verbinden.

115.000 rijders

Die eerste rit in 2012 bracht meer dan 2.500 rijders in 64 steden samen. Het succes van het evenement moedigde de oprichter aan om na te denken over hoe het gebruikt zou kunnen worden om een waardig doel te steunen, wat vorig jaar leidde tot de grootste wereldwijde rit tot nu toe met meer dan 115.000 rijders in 101 landen. Die bovendien in totaal meer dan 6 miljoen dollar inzamelden voor liefdadigheidsdoelen.

Volgens Triumph vertegenwoordigt de Distinguished Gentlemans Ride alles wat gevierd moet worden over motorrijden en daardoor zijn ze al zes jaar hoofdsponsor. Meer informatie: www.gentlemansride.com