Promotor en Honda Motorfietsen presenteren: Dakar in de Polder. In de maand juli gaan we drie zware etappes offroad rijden in het Hollandse landschap. Deze week etappe 1. Van Groningen naar Hoogeveen (Drenthe)!
Test Triumph Tiger 800 XC
Misschien kwam het door de duizenden kilometers (het moeten er meer dan tienduizend zijn geweest) die ik in 2017 op de Tiger 800 aflegde dat ik zoiets had van ‘Triumph mag nu wel eens met iets compleet nieuws komen in plaats van zo’n opgepoetst model.’ Blijkt de 2018-Tiger 800 werkelijk een geweldige motorfiets. Sta je toch mooi met je mond vol tanden. Polijsten en verfijnen werpt dus overduidelijk zijn vruchten af. Alle puntjes van kritiek die we hadden op het vorige model zijn effectief door de Britten weggepoetst.
Windbescherming beter
Punt een dat aandacht verdiende: de windbescherming. Het windscherm is groter dan voorheen en heeft windgeleiders onderop. Bovendien is het verstelbaar in vijf standen. Dat gaat kinderlijk eenvoudig en zelfs onder het rijden. De vorige generatie ruit leverde bij mijn 180 cm een enkele keer turbulentie op. Collega Eddie met zijn 190 cm had er veel meer last van. Dat probleem helpt Triumph effectief uit de wereld met dit nieuwe scherm. Over scherm gesproken: het dashboard heeft plaatsgemaakt voor een goed afleesbaar fullcolour 5” TFT-scherm. Overigens heeft alleen de 800 XR nog het oude dashboard, maar Triumph positioneert die dan ook echt als instapmodel. Zaken als LED-verlichting, Brembo remklauwen en verstelbaar windscherm ontbreken bijvoorbeeld eveneens.
Soepel vermogen
Met die Brembo klauwen aan de voorzijde – achter zit nog altijd het exemplaar van Nissin – pakt Triumph een tweede kritiekpunt aan. Een allroad hoeft geen giftige stoppers te hebben, maar de Tiger had wel erg gezapige exemplaren. Zowel het aangrijpen als het doorremmen was ondermaats. De Brembo’s doen het beter, ze leveren meer stopkracht dan de Nissins. Punt drie van aandacht: het motorblok. Op een Tiger van de vorige generatie heb je al niet te klagen over soepel vermogen. Dat gevoel blijft behouden. Het koppel klotst van onder- tot bovenin de toeren tegen de plinten op. Bij 2500 tpm schurkt het blok al tegen zijn maximale koppel aan en dat blijft zo tot aan 8500 tpm. Dat heet met recht bruikbaar vermogen. Wat vooral offroad beter kon was de vermogensafgifte helemaal onderin.
Giftiger
In het onverharde wil je lekker spinnend een bocht uitkomen, maar daarvoor was de triple te soepel en niet agressief genoeg op het gas. Pas voorbij de 5000 schoten de kluiten je om de oren. De nieuwe Tiger heeft een twaalf procent kortere eerste versnelling en een iets giftiger vermogensafgifte om ook offroad bocht uit lol te hebben. In de meest technische passages kun je bovendien iets makkelijker uit de voeten zonder dat je continu met de koppeling moet spelen. Het driecilindergeluid klinkt iets luider dan voorheen door een lichtere en vrijer ademende uitlaatdemper. Het klinkt donkerbruin, maar vrij beschaafd en binnen de wettelijke perken.
Prima rijwielgedeelte
Over het rijwielgedeelte, de ergonomie en het comfort aan boord hadden en hebben we niets te klagen. Triumph veranderde niets aan het frame en dat is een goede zaak. Waarom iets wijzigen dat goed functioneert? Het levert een stabiele en neutraal sturende allroad op. Dat stempel kleeft al sinds de introductie in 2010 aan de Tiger. Het rijwielgedeelte schenkt nog altijd zoveel vertrouwen dat je de Brit vol een bocht instuurt terwijl je de stofwolken van de achterband van je voorganger ziet komen. Zand op het wegdek wimpel je hautain af. Het gevoel dat het altijd wel goed komt, maakt zich namelijk snel van je meester.
Offroader dan ooit
Omdat Triumph dit jaar stevig inzet op adventure is de XC-serie meer dan ooit geschikt voor offroadritten. De grof genopte Pirelli Scorpion banden zijn bijvoorbeeld goedgekeurd voor de Tiger. Daarbij blijft het niet: de XC-modellen kennen naast de offroad-modus ook nog standje Offroad-pro. Het laat zich raden dat de elektronica dan amper ingrijpt. Slippen, door lomp te remmen of net zo bruusk gas te geven, is een koud kunstje omdat tractioncontrol en ABS zijn uitgeschakeld. Het levert heerlijke avonturen op en het voelt als het toppunt van hightech, maar eigenlijk zijn we met Offroad-pro terug bij vroeger. Jouw handen en enthousiasme bepalen wat er onder je gebeurt. Is vroeger dan toch beter?
Offroad naar de Mont Ventoux
Het smalle keienpad leidt me over de bergtop om een boerderij heen. Het kleurenspel dat volgt is adembenemend mooi. Geelgroene en knalrode bladeren lichten op in de lage zon zodat de boomgaard in vuur en vlam staat. De Provençaalse Drôme is in de herfst drômmels mooi…
[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRACK-0518-drome-offroad-01.GPX”]
Peter Aansorgh
Achter de boomgaard verliest het keienpad een van zijn twee sporen en gaat als een enkel pad verder langs de bosrand, die bruine, rode, groene en paarse tinten boven de droge, beige aarde uiteen laat spatten. Het is geweldig om langs dit schouwspel te rijden, wat trouwens niet eens zo heel veel inspanning vergt. Waar de Nederlandse bodem in deze tijd van het jaar nat en zompig is en je zo ongeveer een jeugdige motorcrosscarrière moet hebben gehad om zonder kleerscheuren vooruit te komen, kunnen de mindere goden – zelfs Bacchus – hier betrekkelijk eenvoudig van het off-road-avontuur proeven. Ook wanneer je geen superlichte hardcore enduro onder je Gluteus Maximus hebt, maar een dikke reis-enduro. In beide gevallen is het trouwens wel verstandig om je te laten leiden door iemand die niet alleen de weg, maar ook de paden kent. Dan vinden hardcore off-road- fanaten de mooie ruige paden en kunnen allroad-rijders die paden vermijden, zodat ze een leuke soft-enduro kunnen rijden.
Buis-Les-Baronnies
De uitvalsbasis voor deze trip is de Gite St. Julien in Buis-Les Baronnies, een klein stadje in de Drôme Provençale. Maar niet zo klein dat het er niet gezellig is. Het heeft een aardig marktplein en diverse cafés en restaurants. Het stadje is erg in trek bij bergeklimmers, die de 763 meter hoge Rocher St. Julien willen beklimmen. Dat is een gigantische, steile, granieten berg, die kaarsrecht boven het stadje uit torent. De berggeiten logeren vaak bij de Gite St. Julien, die zich aan de voet van de Rocher bevindt. Het is eigenlijk een olijven- en abrikozenboomgaard, waarvan het oude boerencomplex is omgebouwd tot een aantal appartementen. Daar kunnen tot 35 mensen overnachten. Elodie en Xavier Aumage hebben de boomgaarden de laatste jaren uitgebreid en bestieren nu zowel het boerenbedrijf als de gite, waarbij Elodie desgewenst voor het ontbijt en het diner zorgt. Vaak met producten van eigen boerderij. Zeker als het om de olijfolie gaat, want hun olie is een appelation d’origine controlé en daar zijn ze trots op. Er is natuurlijk een klein winkeltje bij waar je de zelfgemaakte olie en ook tapenades kunt kopen.
Helden linksaf
Op de eerste ochtend vertrekt het gezelschap, dat bestaat uit een gemêleerd gezelschap met zowel hardcore enduro’s als lichte en zware allroads. Vanuit de Gite rijden we over gravelpaden tussen de olijfbomen door naar het zuiden. Een leuk opwarmertje met een paar leuke hairpins op de helling naar de Chapelle Saint Trophime de l’Hermitage. Die dateert uit de 14e eeuw. Een beeld van de Saint zelf kijkt statig uit over de vallei. Achter zijn rug rijden we het asfalt op en komen meteen bij een splitsing, waar de mannen van de jongens worden gescheiden. ‘Helden linksaf, asfaltrijders rechtsaf’, zo klinkt het met een grijns, waarop een zeer steile klim met losse keien en geulen volgt. Boven is het uitzicht op de Rocher werkelijk schitterend, al heb ik mijn aandacht in het net geploegde land wel hard nodig voor een veilige koers langs de nieuw geplante olijvenbomen.
Brantes
Een afdaling later zijn we weer verenigd met de soft-enduro’s en slaan we een pad in dat door de bossen loopt. Met af en toe heide en los zand heeft het wat van de Drunense Duinen, behalve dat hier af en toe de top van de Mont Ventoux op de achtergrond te zien is. Het zand is niet diep, zodat iedereen goed meekomt. Op de wat hardere paden gaat het tempo omhoog en geniet ik staand op de voetsteunen van het feit dat ik een echte enduro heb. Met veerwegen van 300 en 335 mm en een gewicht van 112 kg kun je over alle kuilen heenvliegen alsof ze er niet zijn en lekker de bochten uit driften, terwijl de eenpitter heerlijk onder me krijst. Tot het landschap heuvelachtiger wordt en het tempo weer omlaag gaat. We komen dan weer langs een boomgaard, waarvan de vergeelde bladeren in het zonlicht oplichten als een fluo-hesje van een wegwerker in de koplampen. De rotsen worden steeds ruiger, tot we over een asfaltweggetje door een nauwe rotskloof sturen. Dan opent het decor zich en rijden we langs akkers over boerenpaden verder, tot we uitkomen in Brantes. Brantes is een van die dorpjes die zo pittoresk tegen de bergwand liggen, dat het op een ansichtkaart niet zou misstaan. Het dorpje heeft maar 86 inwoners, maar desondanks uiteraard wel een heel goed restaurant. Je bent tenslotte in Frankrijk.
Nyons
Na Brantes splitsen de asfaltsurfers zich weer af van de zandhazen. De allroadrijders gaan naar Nyons, een gezellige, oude stad, een kilometer of 35 van Buis. Het stadje heeft een prachtig plein met arcades. Er is ook een oude fabriek, waar ze scourtines maken. Dat zijn speciale matten die in olijvenpersen worden gebruikt om olijfolie te maken. De matten worden van kokosdraad gevlochten op stokoude machines, die tegenwoordig niet door de arbo-voorwaarden zouden komen. Maar omdat de fabriek als museum te boek staat mag het nog wel. En er schijnt nog steeds vraag naar deze ambachtelijke matten te zijn.
Natuurlijk is olijfolie niet het enige streekproduct dat hier vandaan komt. Ook de Picodon, een speciale geitenkaas, wordt alleen in deze streek gemaakt. En dus gaan de toeristen verder naar een geitenboerderij, die hierin is gespecialiseerd. Hervé en zijn vrouw Hélène hebben 170 geiten, die in ruime stallen staan. Ze hebben zelfs een bezichtigingsroute voor het publiek gemaakt. Door een ruit kun je ook de ruimte bekijken waar de kazen worden gemaakt. Komen mag je er niet, vanwege de hygiëne. Kopen mag wel en ze verpakken ze heel goed voor je in. In plastic, als je ze in motorkoffers wilt meenemen.
Montbrun
Terwijl de soft-enduro’s de toerist uithangen, richten de zandhazen de noppen naar het oosten, waar we via een paar ruige paden in een uitgedroogde rivierbedding terecht komen. Het is nog behoorlijk lastig om daar over alle losse kiezels doorheen te rijden. Via kleine slingerpaden door een bos, met losse takken en soms toch wat modder, vinden we de rivier weer terug en kunnen zowaar ook een keer door het water spetteren. Zo ploeteren we voort tot Montbrun. Een mooi stadje, compleet met een oude ruïne, maar verder is er niet zo heel veel te beleven. Dat is er wel op de terugweg. De gids weet nog een prachtig smal pad, dat af en toe steil tussen rotspartijen omhoog en omlaag loopt. Soms zitten er stukken in waar je als een Dakar-held doorheen kunt blazen, soms heeft het meer van een trial-wedstrijd en gaat het om pure behendigheid om over de keien naar boven of naar beneden te laveren. Daar gaat je enduro-hart sneller van kloppen…
Lavendel
Hoewel het overdag een graad of 25 is, wil de nachtelijke temperatuur in oktober nog wel eens flink kelderen. Het is dan ook maar een graad of 10 als we de volgende ochtend de boomgaard van de gite verlaten en gezamenlijk via Buis de rimboe in rijden. We willen vandaag samen blijven en dat vraagt offers. De eerste offroad-passage begint ruig, een aantal reizigers geeft aan dat het voor hen iets te veel van het goede is. We rijden daarom over asfalt naar de 718 meter hoge Col d’Ey en duiken dan pas de gravelpaden op, over de flanken van een hoge bergkam. Het uitzicht is geweldig, de temperatuur is weer boven de 20 en de paden zijn – ondanks de behoorlijke afgronden – ook goed te doen voor de dikkere allroads. De anderen geven gewoon wat meer gas, dan blijft het ook spannend… Als we na een paar flinke slingers over de bergpas komen staan we even te kijken van het geweldige uitzicht en van de arenden, die met zijn achten boven onze route zweven. Dan dalen we af door de vallei van de Ennuye – de verveling. Ondanks de naam is het er allerminst saai. Zeker niet als we weer in de bewoonde wereld komen, waar het pad tussen de lavendelvelden doorloopt. De meeste velden zijn inmiddels geknipt, dus de paarse pracht missen we.
Saute de la Drôme
Maar de herfst heeft andere pracht voor ons in petto, als we in de stralende zon onder een geelrood bladerdak doorrijden, met een prachtig uitzicht op de bergen. Dan duiken we de vallei dieper in, langs wat stoffige paden en dan zowaar weer door een fraaie rivierdoorwading, compleet met watervalletje. Zeer idyllisch! Tijdens het eten in Saint Jalle, kunnen we er niet over uit hoe mooi het was. De serveerster kan wel lachen om ons enthousiasme en wijst ons op de plaatselijke wijngaard, Domaine du Rieu Frais. We nemen er een kijkje en nippen even beleefd aan de aangeboden biologische Vionier, die helaas niet op de offroad mee kan. Zeker niet omdat we nog behoorlijk veel plannen hebben. We gaan verder richting de bron van de Drôme, die bij La Bâtie-des-Fonds, op de col de Carabès uit de bergen stroomt. Een klein stuk verder, bij de Saute de Dromê, is het stroompje al in een behoorlijke stroom veranderd, die in een woeste waterval omlaag stort en in een prachtig, door ruige bergen omgeven meertje uitmondt. Een plek waar velen ‘s zomers verkoeling zoeken. Da’s nu niet nodig. We rijden over asfalt door naar Die. Dat is een wat toeristisch, maar daarom niet minder leuk stadje. Het heeft leuke winkelstraatjes, een oude stadsmuur, een rare kerk en een paar pittoreske pleintjes. Als het markt is, bruist het er van de folklore. Een leuk stadje om rond te hangen.
Clairette de Die
Vanuit Die rijden we door langs de Drôme naar Saillans. Daar kun je kanovaren of raften. Dat doen we deze keer ook maar eens, met Canoé Drôme. Da’s nog best spannend ook! Je hoeft trouwens alleen maar met de stroom mee te peddelen. Verderop stroomafwaarts vangen ze je weer op en brengen je terug naar Saillans, van waaruit we doorrijden naar een wijngaard die je niet mag missen als je in deze streek bent: de Wijngaard van Jean Claude Raspail en zijn zoon. Hier wordt Clairette de Die gemaakt. Dat is een licht mousserende witte wijn, die wordt gemaakt van de twee witte druivensoorten, de Muscat en de Clairette. In tegenstelling tot wat je zou verwachten heeft de Muscat hierin het grootste aandeel, ongeveer 85%. Door een gisting op lage temperatuur wordt niet alle suiker omgezet in alcohol, waardoor de Clairette een laag alcoholpercentage heeft en redelijk zoet is. Een gekoelde Clairette is erg lekker bij warm weer. Natuurlijk kunnen er geen flessen op mijn KTM mee, maar die gaat op de terugweg in de bestelbus en dan kom ik hier weer vlak langs. En zo niet, dan verkopen ze de Clairette de Die van de concurrent (Jaillance) ook gewoon bij de Hema…
Mont Ventoux
Nadat Elodie ons die avond opnieuw op een voortreffelijk diner heeft getrakteerd en de wijn uit het naburige Vinsobres ons goed heeft gesmaakt, laten we de volgende ochtend de zon eerst zijn werk doen, voor we de endurolaarzen dichtklemmen en de poort uitrijden. We nemen gezamenlijk weer wat gemakkelijke onverharde wegen en komen uit in Pierelonge, weer zo’n typisch ansichtkaart-dorpje aan de overkant van een fraaie stenen brug. Datzelfde geldt voor Mollans-sur-Ouvèze. Het stadje heeft een kasteel, een leuke klokkentoren en een prachtige, oude wasplaats. Er heerst een gezellige sfeer, maar lang blijven we niet hangen, want we hebben nog boze plannen: het bedwingen van de top van de Mont Ventoux, die we al dagenlang op de achtergrond zien. Dat gaat tot Malaucène nog over een mix van off-road-paden en kleine, mooie asfaltwegen, maar vanaf daar is het een groot, slingerend asfaltlint naar boven. Wel weer een uitdaging op de Dunlop Geomax Enduro noppenbanden, want die zouden op asfalt niet zo heel veel grip moeten hebben. Dat blijkt mee te vallen en we blazen in een aardig tempo omhoog, waar het ook behoorlijk koud wordt met de doorwaai-endurohandschoenen. Maar mooi is het wel. Vooral het bovenste stuk waar de begroeiing op houdt en je vanuit een steenwoestijn uitkijkt over de Drôme. We bezoeken de gedenksteen voor Tommy Simpson, de wielrenner die in de Tour de France van 1967 vlak voor het bereiken van de top van zijn fiets viel en stierf door een combinatie van uitdroging, uitputting en doping. De Tourdirectie wil hier liever niet aan worden herinnerd en besloot vorig jaar om dit trieste jubileum te vermijden, door de Mont Ventoux niet aan te doen.
Op de top
Het uitzicht vanaf de 1.909 meter hoge Mont Ventoux is adembenemend. Je kunt mijlenver kijken over de ietwat verdorde, Provencaalse Drôme en zelfs over het Noordelijke deel. Ik voel me on top of the world. Niet alleen omdat ik dat letterlijk bijna ben, maar omdat ik de afgelopen dagen een leuke mix heb beleefd van toerisme en offroad-rijden. Dat is ook het mooie van deze trip: voor de hard-core offroad liefhebber is het een pure offroad trip, voor de allroad-fans is er een mix van ongebaande paden en asfalt gevonden. En wil je alleen maar over asfalt, dan kan dat ook. In de Drôme kan het allemaal…
Reisinformatie
Waar ligt de Drôme?
Het departement Drôme ligt in het zuidoosten van Frankrijk in de regio Rhône-Alpes. Het dankt zijn naam aan het riviertje de Drôme, dat in de uitlopers van de Haute-Alpes bij Serres ontspringt. Het riviertje is 110 km lang. De Drôme grenst aan de departementen Ardèche, Isère, Hautes-Alpes, Alpes de Haute Provance en de Vaucluse.
Heen/terugreis
De Drôme is te bereiken via de E25 – A31/E21 – A7/E15 (Maastricht – Luxemburg – Dyon-Lyon – Valence). Vanaf Toul (bij Nancy) tot aan Valance betreft het een tolweg.
De reis wordt georganiseerd door EnduroFun Tours i.s.m. met DCT. Info op www.endurofuntours.com en www.ladrometourisme.fr
Brandstof
De benzineprijs in Frankrijk ligt op hetzelfde niveau als hier. In Luxemburg kun je heel goedkoop tanken, voor een liter Euro loodvrij betaal je daar €1,21 (24-11-2017). Daarvoor moet je in de zomermaanden wel lang in de rij staan…
In België is er vlak na Luik (Sprimont) nog een benzinestation, daarna is er ongeveer 120 km geen tankmogelijkheid aan de snelweg.
Geldverkeer
Tegenwoordig heb je in Frankrijk een pincode nodig om met een creditcard te betalen. De gewone bankpas wordt echter ook vaak geaccepteerd. Vreemd genoeg volstaat dan een handtekening op de bon en heb je geen pincode nodig.
Exotentreffen 8 september
Het Internationale Exotentreffen vindt dit jaar op 8 september voor de 26ste keer plaats. De locatie in Doorn is vertrouwd, maar dit jaar is er een Concours d’élégance. De driekoppige jury beoordeelt de motoren in drie categorieën: de mooiste originele exoot, de ‘schoonste’ motor en de mooiste custom build. Winnaars kunnen op prijzen rekenen.
Turbo’s
Het Exotentreffen trekt ieder jaar motorrijders met hun bijzondere motorfietsen uit Duitsland, Engeland, België en Nederland. De definitie van exoot is nogal ruim genomen, maar reken in ieder geval op klassieke zescilinders, turbomotoren, tweetakten, wankelmotoren, motoren met naafbesturing, automaten en motoren waar sowieso een exotische zweem omheen hangt.
Hier aanmelden
Vaste onderdelen van het treffen zijn een toertocht en een barbecue. De startlocatie van de tocht is:Het Zonnehuis, Bergweg 2, 3941 RB Doorn. De toertocht start om 12.15 uur en de kosten bedragen zes euro. Beschik je over een exoot of heb je zin in een lekker evenement tussen exoten, klassiekers en bijzondere motorfietsen? Kom dan naar Doorn! Inschrijven hoeft niet, maar meld je komst vooraf op: info@exotentreffen.nl.
Tracertracks #3: Rondje Twente met een Tukker
Brandhout met een duivel erin, smokkelpaden, duistere bossen, heuvels met uitzicht tot ver over de grens. Twente is als een spannend jongensboek. Tukker Jacob Westerburger, die er al reed toen de meesten van ons nog moesten leren lezen, geeft een rondleiding.
[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/tracertracks-3-twente.gpx”]
Jan Dirk Onrust
Jacob Westerburger (71) uit Enschede haalde zijn motorrijbewijs in februari 1966. Dus hij heeft tijd genoeg gehad om leuke motorweggetjes in Twente te ontdekken. ‘Eerst op een BSA B31 en twee Machtless’. Toen ben ik lange tijd gestopt. Het echte rijden begon voor mij weer in 2004, toen ik mijn huidige Pan kocht.’
Sindsdien is Jacob een vaste waarde bij de Nederlandse Promotortochten. Hij miste daarbij nog een tocht die honderd procent door Twente gaat. ‘Daarom heb ik die zelf gemaakt. Twente heeft heel veel kleine weggetjes. Bochtig, bijna altijd heel rustig, midden in de natuur en vol duistere bezienswaardigheden.’
Jacob, die je zou inschatten als leraar wiskunde, heeft zijn leven lang in de bouw gewerkt. Voor zijn werk heeft hij in onder meer Voorburg en Eindhoven gewoond, maar keerde uiteindelijk weer terug naar zijn geboortestreek.
Gouweouwe
Als hij zijn schuur opent, zien we zijn twee grootste hobby’s. Een motor en tweeduizend grammofoonplaten. ‘Samen met mijn vrouw maak ik een radioprogramma voor de lokale omroep. Op zolder, waar ik een radiostudio heb. Een uurtje lang gouweouwes draaien uit mijn eigen collectie. Maar eigenlijk hou ik het meest van klassieke muziek, de wat lichtere soort. Als het even kan, probeer ik dat toch in het programma te draaien.’
Wat zou hij kiezen als achtergrondmuziek voor zijn Twentetocht?
‘Hm, Grieg misschien wel. Melodieën als landschappen, beetje geheimzinnig.’
Witte wieven en hellehonden
De tocht begint bij de restaurant De Gouden Boogjes in Oldenzaal, uiteraard op een bedrijfsterrein vlak aan de snelweg (A1), dat is makkelijk aanrijden. Na twee keer afslaan zijn we daar een lichtjaar van verwijderd en rijden we het typisch Twentse coulisselandschap in, waar de horizon nooit ver weg is. Niet zoveel bos, maar wel veel bomen, waartussen boerderijen en kleine weilanden zijn verstopt. Het wordt algauw zo intiem dat de weg dwars over het erf van een boer loopt.
Het motregent wat en het is heiig.
‘Bijna wittewievenweer,’ zegt Jacob.
Witte wieven, het woord is gevallen. Wat je in het westen mist noemt, zijn hier levende wezens, die in slierachtige vorm boven heidevelden en riviertjes tevoorschijn komen. Ze zijn nog ouder dan het christendom, en kwamen vroeger overal in de volksverhalen voor. Ook in het westen, maar daar zijn ze verdwenen. Maar het oosten van Nederland heeft iets behouden wat elders niet meer bestaat. Geheimzinnigheid. Dus in Twente voelen ze zich nog thuis, net als Hellehonden, Heemennekes en andere wezens van Keltische of Saksische achtergrond.
Hooivork in de kont
En verdraaid, wie komen we tegen bij Ootmarsum? Lucifer zelf. Althans, een bord dat naar een legende verwijst. Toen een knecht een boerenschuur betrad, vloog het brandhout hem om de oren. Het werd hem toegeworpen door een klein krom griezelig kereltje, dat werd geïdentificeerd als de duivel. Hij werd in een zak gevangen en onder een steen begraven aan de Zonnebergweg. Beetje wijwater erover, klaar. Het Kwaad in Twente is kennelijk goed beheersbaar.
Maar onderhuids zaten er spanningen. Jacob wijst me op de houten gevelversiering van een boerderij. ‘Een kruis op de top betekent dat er een katholiek woont. Dat was een teken voor rondreizende geestelijken dat het hier een veilig adres was. Die moesten niet bij de verkeerde aankloppen, want dan hadden ze de hooivork in de kont.
Wit van niks
In de grensplaats Losser daarentegen is niets aan de hand. Zelfs geen smokkel over de duistere boswegen? ‘Neuh, daar hadden ze hier nog nooit van gehoord. Tenminste, als ze werden ondervraagd door de douane. Dat is een Twents gezegde geworden. ‘Kump uut Losser, wit van niks.’ In het Nederlands zou je zeggen: ‘Hij liegt dat hij barst.”
Bij De Lutte is het ook niet pluis. Jacob wijst op een zijweggetje van zijn Twentetocht. ‘Dat is de Kaviksweg. Vroeger liep hier de Dodenweg. Hier kon je zomaar overreden worden door een onzichtbare lijkwagen, als je tussen de diepe karrensporen liep. Dus je kunt hier beter rechts aanhouden.’
Bij kasteel Singraven in Denekamp, wacht meer onheil. ‘Ooit was dit een nonnenklooster,’ weet Jacob. ‘Een van de nonnen had intieme relaties met meerdere mannen in het dorp. Als straf hiervoor werd ze levend ingemetseld in het kasteel, een oud Twents gebruik. Sindsdien spookt het er.’
Op mistige dagen wil het spook nog wel eens tevoorschijn komen boven de Dinkel, die hevig kronkelt langs de rand van het landgoed. Minder spookachtig: pal aan de weg drijft de Dinkel een dubbele watermolen aan. Deze is zou oud dat Jacob Ruysdael hem in de zeventiende eeuw nog schilderde.
Berg met uitzicht
Na alle duistere verhalen komen we bij Lattrop, het Heart of Darkness van Twente. Dit is letterlijk een van de duisterste plekken van Nederland. Daarom hebben vrijwilligers juist hier de Cosmos Sterrenwacht gebouwd. Jacob raadt aan op woensdag of zaterdagavond te gaan.
Als je de sterrenwacht overslaat, biedt de Kuiperberg een goed alternatief qua ver kijken. De berg is voor Twentse begrippen zo hoog (7100 cm) dat je zicht heb tot ver over de grens. De ANWB zette er in 1922 een oriëntatietafel neer, zoals dat hoort bij echte bergen.
Jacob en ik duiken weer de diepte in waar zeker 100 km aan spannende verhalen ligt. En die hoef je echt niet allemaal te kennen om zijn Twentetocht te ervaren als een mooi jongensboek.
Langstedagtocht 2018:
De wolf is terug. En hij is de ideale routemaker. Tijdens de LangsteDagTocht 2018 volgen we zijn spoor van Wolfheze tot Hongerige Wolf. De tocht is ook geschikt voor zwarte schapen. Op weg naar het Siberische Omsk moest dichter Drs. P. zijn vrouw en kinderen nog voor de wolven gooien. Dat is niet meer nodig. Je kunt ze nu ook kwijt op weg naar Ommen, want ons land heeft weer wolven.
[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/langstedagtocht-2018.gpx”]
Jan Dirk Onrust
In 2011 werd na 150 jaar afwezigheid weer een wilde wolf gezien in Nederland, nota bene in de buurt van een Van der Valk bij Duiven. Aanvankelijk heerste er ongeloof – een wolf in Nederland, dat kon toch bijna niet. Inmiddels weten we het wel zeker. Ook al omdat er daarna nog veel meer meldingen kwamen. Het laatste half jaar is het elke maand, soms zelfs wekelijks, raak.
De donkere gedaanten zijn bijzonder vlug ter been
Ze lopen op vier poten en ze kijken heel gemeen (Drs. P)
De terugkeer van het ooit zo gevreesde dier heeft alles met politieke veranderingen te maken. Toen het IJzeren Gordijn viel, verdween ook de DDR met zijn muren en metershoge hekken. De wolven in het uitgestrekte Polen hadden ineens een vrije doorgang naar het westen. En daar kwamen ze in een gespreid bedje terecht, want in 1990 verklaarde Duitsland de wolf tot beschermde diersoort. Het duurde even voordat ze dat goed en wel in de gaten hadden, want pas tien jaar later werden de eerste wolfjes met een Duits paspoort geboren.
Inmiddels zijn er ruim tweehonderd wolven in Duitsland. Een groot deel leeft in roedels – groepjes van tien tot vijftien dieren in de bossen van Lausitz, aan de Poolse grens. Maar intussen zijn eenlingen en stellen uitgewaaierd in de richting van de Nederlandse grens.
140 wolven platgereden
Dat uitwaaieren gaat snel. Een beetje wolf kan zich vijftig kilometer per dag verplaatsen. Een wolf is bovendien geen groot liefhebber van wildernis. Hij zoekt gewoon voedsel. En of ie dat nou in een bos, een weiland of een buitenwijk vindt, maakt hem niet bijzonder veel uit. Een nadeel voor dit gebrek aan kieskeurigheid is dat ie in gebieden terecht kan komen waar veel wegen zijn. Bijna 140 wolven zijn dan ook al platgereden sinds 2000. Maar degenen die wel iets van het verkeer begrijpen, hebben de overhand.
Beetje gevaarlijk misschien?
Moeten we daar nou blij mee zijn? Natuurliefhebbers vinden van wel. Na jaren van strijd voor natuurbehoud en het verbinden van verbrokkelde stukjes natuur is de terugkeer van de wolf een kroon op het werk. De sloop die overbevolking en het moderne leven met zich meebrengt lijkt tot staan te zijn gebracht. Vooral stadsmensen vinden dat een mooi idee.
Maar is de wolf ook niet een beetje gevaarlijk? Drs. P. verloor tenslotte zijn hele gezin aan wolven en dan was er natuurlijk ook nog Roodkapje, de zeven geitjes en de drie biggetjes. De wolf heeft zijn imago niet mee.
Vloeiend wolfs
Gelukkig voor hem zijn er vele wolf-apologeten die het voor hem opnemen. Vaak zitten die in natuurbeschermingsclubs of zijn het deskundigen van de universiteit. De wolf is mensenschuw, heeft een aangeboren angst voor dieren die rechtop kunnen staan – mens en beer – en confrontaties zijn uiterst zeldzaam, zeggen ze.
We vragen het ook maar even aan iemand met praktische wolvenkennis. Tuva Thorsen, een Noorse wildparkbezitter, die met wolvenpups in haar bed wakker wordt. Ze spreekt vloeiend wolfs – een taal die niet alleen uit geluiden bestaat, maar vooral uit lichamelijke signalen die dominantie of ondergeschiktheid uitdrukken.
Net kantoormensen
‘Wolven zijn niet de beste jagers. Daarom moeten ze samenwerken om succesvol te zijn. Eentje is de baas, de rest luistert, maar zoekt voortdurend een kans om te klimmen in de hiërarchie. Het lijken net kantoormensen. Dat maakt ze gevaarlijker dan bijvoorbeeld lynxen.’
We mogen rustig de omheining van de lynxen inlopen, maar bij de wolven moeten we dat beslist niet doen. ‘Je bent geen deel van het pact. Ook vreemde wolven zouden gevaar lopen. Of mensen die al jaren met ze omgaan, maar een signaal niet goed opvangen. Degenen die tegenwoordig slachtoffer zijn, zijn meestal oppassers of anderen die beroepshalve te dichtbij kwamen. Normaal gesproken gaan ze confrontaties met mensen uit de weg.’
Dat is niet altijd zo geweest. In Frankrijk bijvoorbeeld werden tussen 1200 en 1920 – toen mens en wolf veel dichter bij elkaar leefden – 7.600 doden door wolfaanvallen geregistreerd. Nou was het vroeger wel wat makkelijker om je buren aan stukken te scheuren en te verklaren dat een wolf dat had gedaan, maar toch. Roodkapje was niet helemaal een sprookje.
Zestig dode schapen
Het romantische enthousiasme over de terugkeer van de wolf begint dan ook barsten te vertonen. Duitse boeren, de eersten die de nadelen ondervinden, klagen steen en been. Al 1.500 stuks vee zijn ze sinds 2000 kwijtgeraakt door wolven. Schapen staan bovenaan het menu. Ook de Nederlandse boeren beginnen het te merken. Dit jaar zijn er al zestig gedode schapen gemeld. In Duitsland zijn inmiddels enkele wolven afgeschoten die te dicht bij mensen kwamen, eentje doodde zelfs een aangelijnde hond.
Trojka hier, trojka daar Is hier ook een abattoir? (Drs. P.)
Boeren willen met scherp schieten, beschermers adviseren zachtere maatregelen (hogere hekken rondom weilanden, grote hond in de buurt). Maar het is hoe dan ook een stuk spannender geworden in de bossen en weilanden in het oosten. Zeker bij onze LangsteDagTocht van 2018, want daarvoor kozen we een aantal plekken waar een wolf is gesignaleerd.
Hongerige wolven
We starten in Wolfheze, oud-Nederlands voor Wolvenbos, dus zitten we meteen goed. Daarna gaan we de Posbank op, waar alleen Roodkapje niet in de gaten heeft dat dit een ideale wolvenstek is. Via het Achterhoekse Ruurlo (zes gedode schapen) bereiken het Twentse Beuningen, waar de tweede wolf in Nederland werd gezien. Je voelt aan je water dat een wolf zich hier kan schuilhouden: dichte bossen en een coulisselandschap met genoeg ruige landjes om ongemerkt schapen en grootmoeders te naderen.
Trojka hier, trojka daar Overal ligt paardenhaar (Drs. P.)
We rijden een stukje Duitsland in, langs het gebied waar een stel of mogelijk zelfs een kleine roedel zich schuilhoudt. Via een kleine grensovergang komen we bij Kloosterhaar waar een rennende wolf langs de weg werd gefilmd. Het eindpunt zit iets verder, bij Bergentheim. Hier staat sinds drie eeuwen restaurant De Hongerige Wolf. Volgens de legende werd op deze plek jonkvrouw Ida van Eerde gered door haar aanbidder jonker Rudolf van Collendoorn toen zij dreigde te worden verscheurd door een roedel van zeven wolven.
We zijn dan vlak bij Ommen, maar we zullen deze gemeente niet bereiken. Vrij naar Drs P., nadat deze van zijn van zijn sledevoertuig was gestort en door de wolven werd verslonden: ‘Ja, Ommen is een mooie stad, maar net iets te ver weg.’
Yamaha en DAB Motors slaan brug naar de toekomst
De Yard Built projecten van Yamaha zijn altijd uniek, maar voor deze geldt het des te meer. Het in Biarritz gevestigde Dab Motors gaat voor zijn nieuwste project voor een futuristische vormgeving in combinatie met buitengewone techniek.
Biarritz staat bekend om zijn ontspannen kijk op het leven, prachtige stranden en geweldige landschappen waardoor het al decennialang een toplocatie is. Maar het in deze Baskische kuststad gevestigde Dab Motors, is allesbehalve relaxed en gaat met volle vaart de toekomst in met zijn Yamaha XSR900. Met hypermoderne ontwerptechnieken en geavanceerd vakmanschap, heeft het bedrijf iets geproduceerd dat regelrecht uit de volgende eeuw komt: The ALTER.
Dab Motors had van meet af aan affiniteit met de XSR900, met zijn mix van modern en retro design en innovatieve lijnen. Ze wisten dat deze karaktervolle sportieve motor de een fantastische match zou zijn voor dit futuristische concept. Vanaf het moment dat Dab Motors zich over deze Sport Heritage machine ontfermde, een krachtpatser op het gebied van personalisering, liet hij zijn technologische kennis op volle toeren draaien. Met behulp van 3D modellen en geavanceerde technieken, ontwierp Dab Motors een gepersonaliseerde motorfiets in een nagenoeg volledige digitale wereld. Met gegevens van modeleringstechnieken die in een virtuele werkplaats tot stand zijn gekomen, werden de robots van Dab Motors aan het werk gezet om hun mechanische wonder te smeden.
Om de ontwerpen met productiemachines leven in te blazen, heeft Dab Motors hoogwaardige, uitermate duurzame, hoogwaardige componenten in 3D geprint, zoals het chassis, de kroonplaat, de stuurverhogers en de koplamphouders. Het uitlaatsysteem is ontstaan in samenwerking tussen Dab Motors en een betrouwbare partner. De motor heeft tevens een gloednieuw stuur, handgrepen, remreservoir en spiegels. De motor heeft ultralicht, duurzaam kuipwerk van vlasvezel, direct uit het laboratorium. Zelfs het verlichtingssysteem is baanbrekend, met een smart LED paneel dat wordt geregeld door een Arduino microcontroller paneel. Remschijven van de allerhoogste kwaliteit, vering van het toonaangevende Öhlins (STX 46 schokdemper en NIX 30 cartridgekit) en andere hoogwaardige onderdelen maken van de motor een high performance machine die vanuit de 22e eeuw terug in de tijd wordt gestuurd.
“Ik denk dat Yard Built vaak wordt gezien als een manier om het verleden eer aan doen, en dat klopt ook wel,” aldus Antoine Clémot, Motorcycle Product Manager van Yamaha Motor Europe. “Yamaha heeft een enorm rijk verleden met iconische ontwerpen en technieken waar we van kunnen leren. Maar we kunnen het ook als een laboratorium beschouwen. Er is ruimte om te innoveren, om met minimalistische vormgeving en nieuwe ideeën te spelen. Het is geweldig om een motorfiets te zien die op deze manier gebouwd is. Dab Motors omarmt techniek die andere bouwers lichtjaren vooruit is en het is spannend en fantastisch om daar deel van uit te maken. Het ontwerp is geweldig, de motorfiets ziet er echt uit alsof hij direct uit een sciencefictionfilm zou kunnen komen. Maar het zijn vooral de processen die bij de productie zijn gebruikt, die veel indruk op mij hebben gemaakt.”
“In een wereld die gedreven wordt door technologie, hoeven we niet vastgeroest te zitten in het verleden met oude werkwijzen,” zegt Simon Dabadie, oprichter van Dab Motors. “We moeten elke mogelijkheid onderzoeken door nieuwe technologieën te gebruiken en ons hierdoor te laten inspireren. We willen de nieuwsgierigheid van mensen aanwakkeren door nieuwe materialen te gebruiken, kritisch te zijn en elk idee dat we hebben te testen. Het gaat erom dat je jezelf niet beperkt en je openstelt voor mogelijke revolutionaire manieren om te werken. 3D design, virtual engineering, 3D simulatie, renderen; dit zijn allemaal dingen die we aan het ontdekken zijn en waarbij we geweldige resultaten hebben gezien. Door ons te richten op de toekomst, kunnen we betere motorfietsen bouwen. Dit zal de manier waarop we motorfietsen bouwen en personaliseren veranderen. We hebben nu onbeperkte creatiemogelijkheden die we met traditionele processen niet zouden hebben gehad.”
Ga voor meer informatie over deze geavanceerde Yard Built naar www.dabmotors.com.
Zestiende editie Kyro Verstraeten memorialrit
Kyro Verstraeten was in 2002 pas 25 jaar oud toen hij aan kanker overleed. De Limburgse coureur maakte in de jaren daarvoor nationaal en internationaal indruk in de Supersport-klasse. Om Kyro te eren en om geld voor het geode doel te verzamelen organiseert zijn oude fanclub jaarlijks een toertocht. De Kyro Verstraeten Memorialrit vindt dit jaar plaats op zondag 8 juli. Inschrijven kan tussen 10.00-12.00 uur bij Café ’t Hingen, Op den Dijk 2a, Hingen- Echt. De opbrengst van deze toertocht komt zoals ieder jaar ten goede aan de Stichting Daniel Den Hoedkliniek in Rotterdam. Deze kliniek en onderzoekscentrum houdt zich bezig met het bestrijden en onderzoeken van kanker. Kijk voor hier meer informatie over Kyro Verstraeten.
Valse emails RDW
Er zijn valse emails in omloop van de RDW met als afzender info@mail.rdw.nl en als onderwerp: Afdeling Service. In deze email wordt gevraagd om persoonlijke gegevens bij te werken en te controleren op een website. Het gaat hier om een phishingmail, klik daarom niet op de link in het bericht en vul geen gegevens in.
Oude code ongeldig
De RDW en andere overheidspartijen sturen een dergelijk verzoek nooit via email. De RDW adviseert om geen gegevens in te vullen en de email te verwijderen. De RDW adviseert ook goed het emailadres van de afzender van dergelijke berichten te controleren. Emails afkomstig van RDW eindigen op @rdw.nl. Krijgt u een email uit naam van RDW en vertrouwt u deze niet? Dan kunt u contact opnemen met security@rdw.nl. Maar stuur een mogelijke phishingmail niet door. Heeft u een tenaamstellingscode aangevraagd via de link in de phisingmail? Vraag dan een nieuwe tenaamstellingscode aan op de website van de RDW. Daarmee is per direct de oude code ongeldig.
Jamathi-nostalgie na MotoGP
Op 26 juni 1968 verraste Paul Lodewijkx op zijn Jamathi de grote favoriet Hans Georg Anscheidt in de laatste meters van de 50cc-race van de TT. Terecht wordt er tijdens de TT van dit jaar aandacht besteed aan de zege van Lodewijkx. Om vijf over drie (na afloop van de race van de MotoGP) gaan Jan de Vries, Henk van Kessel, Aalt Toersen, Theo Timmer (foto), Jos Schurgers en Angel junior of Pablo Nieto het TT Circuit Assen op voor het rijden van een ereronde.
Ongekende sensatie
Wie het geluk heeft toegang tot het rennerskwartier te hebben kan daar alle acht nog in Nederland aanwezige Jamathi’s bekijken op een stand van de Jamathi-club. Heel bijzonder is de aanwezigheid daar van de 50cc-twin van Suzuki van Anscheidt. Het was in 1968 een ongekende sensatie dat Lodewijkx op zijn door Jan Thiel en Martin Mijwaart gebouwde Jamathi de Duitse fabriekscoureur van Suzuki versloeg.











