dinsdag 12 mei 2026
Home Blog Pagina 1334

Moto Guzzi V7II Special

0
Moto-Guzzi-V7II-Special

Retro en de jeugd hebben de toekomst. Steeds meer fabrikanten komen met nieuwe modellen op de markt die een ouderwetse uitstraling hebben maar moderne techniek. En steeds meer fabrikanten starten met de productie van leuke 48 pk motoren voor het A2 rijbewijs. Moto Guzzi, het merk van de Adelaar, verorbert twee muizen in één duikvlucht met de V7: een retro én geschikt voor A2.

Mink Bijlsma

V7II Special staat er trots op het zijkapje. Grappig. Omdat zijkapjes is iets van vroeger is met aan de ene kant de accu en aan de andere kant het boorgereedschap of de olietank. Maar ook omdat dit natuurlijk helemaal niet de tweede versie van de V7 is…

‘Hoezo natuurlijk’, horen we de jonge I-generatie zeggen, voor wie er tot hun 24ste op motorgebied weinig anders rest dan het met het dubbele aan 48 pk’s te moeten doen.

Stukje geschiedenis

Nadat Moto Guzzi zich eind jaren ‘50 uit de racerij teruggetrokken had, hadden de race-technici niks te doen. Uit ‘verveling’ ontwierpen ze maar een luchtgekoelde V-twin met het idee die in een Fiat 500 te planten. Dat gebeurde uiteindelijk niet en het blok verdween in een koelkast. Maar tien jaar later schreef de Italiaanse overheid een prijsvraag uit: ‘Wie maakt de beste politiemotor?’ Het blok werd uit het koelschap gehaald, schoon geblazen en even later won Moto Guzzi met de V7 de wedstrijd. De V7 werd overigens niet alleen gebruikt door de Italiaanse politie, maar ook door de Californische. De V7 werd een icoon en cult-motor.

En de V7 anno nu? Die komt sinds 2009 wederom uit het kleine plaatsje Mandello del Lario en heeft geen enkele ambitie om voor politiemotortje te spelen. Maar wel om zowel de jonge als oude harten van de motorrijder te stelen. Hij deelt de oude tradities, maar is even noodzakelijk als wenselijk op een modern niveau gebracht. Hij meet nog immer 703 cc (vooruit: ietsje meer), nog steeds met twee cilinders onder een hoek van 90 graden en is als vanouds in de lengte ingebouwd. En zo lang het kan (hopen we…) puur door de gelukkig steeds schoner wordende wind gekoeld.

Verder heeft de moderne V7 echter bar weinig gemeen met het oer-model. Dell’Orto’s hebben plaats gemaakt voor Weber Marelli injectie, de stoterstangen mochten blijven maar de contactpuntjes zijn ten prooi gevallen aan digitale ontsteking en de door een bowdenkabel bediende Grimeca trommelremmen hebben plaats gemaakt voor hydraulisch bediende Brembo klauwen en remschijven. Gelukkig maar, want wat toen goed was is dat tegenwoordig niet meer…

Sterker: wat zes jaar geleden goed was, is dat nu ook al niet meer. Vandaar dus de V7II. Het belangrijkste verschil? De II heeft er een versnelling bij gekregen, plus ABS en naar het schijnt Traction Control. Daarnaast hangt het blok wat lager en verder naar voren in het frame, maar vooral vlakker in optische zin. En de voetsteunen zitten 25 mm lager dan voorheen.

Herkenbaar

Zie hem daar staan. Onmiskenbaar herkenbaar als de vermaarde Moto Guzzi V7 Special uit 1967 en toch heel anders. De tank lijkt zo van de Sport af te komen, maar de basis is gelijk aan de V7. Hoe lang is het geleden dat we bij de technische gegevens in konden tikken: ´stalen wiegframe van ronde buis´? De spellingcontrole herkent deze woorden in ieder geval al niet meer. Maar ook de eendelige, vlakke buddy, die twee zijkapjes, de draadspaakwielen en de telescoop voorvork. Het is voor de oudste generatie motorrijders allemaal heel herkenbaar. Gelukkig maar, want wat toen mooi was is dat tegenwoordig nog steeds… Als die nieuwe V7 nou ook nog eens zo mooi rijdt als hij er uit ziet.

Starten via de ergonomisch verantwoorde startknop (nu-vroeger: 1:0) resulteert in onmiddellijk starten (2:0). Mechanisch is de eigenzinnige V-twin uiterst stil en daarvan is het maar de vraag of dat niet een bal in eigen doel is. De oude generatie zal het geklepper van de stoterstangen en getik van de kleppen meteen missen, de nieuwe generatie kan dat gerammel missen als kiespijn. Gelukkig voor de oudjes rammelt de koppeling nog net zo goed gemutst in zijn behuizing als vroeger, een geluid dat overigens weg valt wanneer je de koppeling intrekt.

Daarmee lijkt het definitief gebeurd te zijn met de overeenkomsten. De bediening van de koppeling is erg licht en de eerste versnelling laat zich er geruisloos inluizen.

Maar dan, bij het wegrijden nog een laatste stuiptrekking uit het verleden: de motor verslikt zich, hapert even, hikt en houdt even in. Slecht afgestelde Dell’Orto’s? Versleten contact-puntjes? Welnee. Eenmaal op bedrijfstemperatuur hebben moderne techniek en elektronica alles weer onder controle, dient de oude V7 rijder afscheid te nemen van het verleden en te genieten van een modern ritje met een historisch sausje.

Chill

Relatief eenvoudig en gemakkelijk laat de moderne Guzzi zich rijden. Hoewel het aangrijppunt van de koppeling wel heel dicht tegen het stuur ligt, is de bediening en werking goed. Na een tijdje (ont)koppelen we zonder erbij na te denken. Na de eerste versnelling laten ook de andere zich uitermate soepel in werking zetten, zowel omhoog of naar beneden. De gasreactie is soepel en vanwege de bediening per kabel is het gas geven ook goed te doseren en toch ‘krachtloos’. Het koppel zit duidelijk onderin, doortrekken in hogere toeren heeft totaal geen zin. Volgas accelereren? Ach, waarom zou je. Daarvoor heb je Japanners… De roffel uit de uitlaat is heerlijk en het gulzig aanzuigen van de lucht die nodig is voor de verbranding een streling voor het oor.

Deze motor lijkt ontworpen in opdracht van het ministerie voor verkeersveiligheid en lokt een manier van rijden uit die geheel overeenkomt met het ‘daar kun je mee thuis komen’ beleid. Dit is een echte ‘chill’ motor, sms-en, facebooken en twitteren kan altijd nog. Vroeg opschakelen, laag in toeren rijden, wat dankzij die extra versnelling nog beter mogelijk is, en met 50 km/u in versnelling zes en 2.000 tpm op de klok kom je ook thuis. En wees gerust: het aanwezige Traction Control zal zeker op droog wegdek nooit door die 48 pk gealarmeerd worden.

Contrast

Ook het rijwielgedeelte lokt geen rijbewijsbedreigende capriolen uit. De zithouding is wat merkwaardig rechtop met de voeten tamelijk ver naar voren. Je schrap zetten tegen de rijwind is zo goed als onmogelijk, een windschermpje is een accessoire. 100/110 km/u is hard zat. Het ouderwetse en simpel uitgevoerde rijwielgedeelte heeft dan ook geen enkele moeite om het achterwege blijvende geweld in toom te houden. De stabiliteit is in orde en ook de naar huidige maatstaven eenvoudige remmen hebben voldoende bijtkracht om de zaak onder controle te houden. Zowel voorrem als achterrem zijn prima te doseren. Vóór heb je wel een stevige hand nodig om te achterhalen dat het ABS waarschuwingslampje er niet voor de show op zit, maar wanneer het ingrijpt gebeurt dat met acceptabele intervallen en duikt hij een tikkeltje ver in de verder heerlijk soepel verende voorvork.

Die voorveerpartij is dus prima in orde, over de achterkant zijn we minder te spreken. Die lijkt in de viercijferige prijsklasse ten prooi gevallen aan bezuinigingen. Ook in het geval van de Special dus. De stereodempers hebben een bijna bizar snel opbouwende progressiviteit waardoor er gevoelsmatig hooguit maar 60 mm veerweg van de beloofde 111 mm overblijft. Dat is niet veel en oncomfortabel. En dat niet alleen: er is ook geen negatieve veerweg waardoor de Guzzi nauwelijks uit kan veren. Slecht voor de wegligging. De Ollé (?!) achterschokdempers weten weinig raad met hobbels en kuilen. Hagon waarschijnlijk wel, het loont dus de moeite om wat extra’s opzij te zetten.

Karakter

En verder is met de kleine Guzzi geen vuiltje aan de lucht. Hoewel de tijden sinds de komst van het origineel veranderd zijn, is de Guzzi nog steeds een buitenbeentje en een karaktermotor. En nog steeds niet de makkelijkste om te berijden. Het kantelmoment van het blok is, ondanks de kleine cilinderinhoud, nog steeds even karakteristiek en voelbaar en kan je soms eventjes licht uit balans brengen. Ook in de bocht merk je dat kantelmoment wanneer je gas geeft. Het insturen gaat, misschien ook door het 18 inch voorwiel, na een eerste aanzet over in een makkelijk doorvallen en bij slecht wegdek kan de Ollé Ollé Ollé Olléééh achtervering je licht van je stuk/lijn brengen. Maarrrrr…. een karaktervollere instapper is er ook niet! De Guzzi charmeert, intrigeert, boeit en zal nooit vervelen. Nou ja: áls…. dan gaat dat heel lang duren.

Mink over de Guzzi V7II

Een retro, zo noemen ze de klasse waarin de Guzzi V7II opereert. Wél de looks, niet de lasten van zo’n klassieke motorfiets. In het geval van de V7II zit dat wel snor. Voor een bedrag van vier cijfers leveren de Italianen een heerlijk soepele instapmotor die niet alleen prima rijdt, maar er ook nog eens prachtig uit ziet. Daarmee is het een aanrader voor iemand die niet met de stroom mee meandert, geen grijze muis in driedelig pak wil zijn en degene die gepassioneerder is dan zijn Alter Ego hem adviseert. En als de Special je qua uiterlijk net niet helemaal aanspreekt, kun je opteren voor de Stone of de Racer, of hem voorzien van een kit om er een Dapper, Dark Rider, Scrambler of Legend van te maken!

Wat toen mooi was is dat tegenwoordig nog steeds

Harley-Davidson Iron 883 en Forty-Eight

0

Op respectabele snelheid een weg banend door het verkeer in Barcelona trekt het lint Harley-Davidsons de nodige aandacht. Wanneer de weg rustiger wordt, kijk ik om en zie v-twins gegroepeerd in een uitgewaaierde lijn, met rijders die het verhoogde stuur vasthouden en chroom dat glinstert in de zon.

Roland Brown

Niet veel gefonkel overigens. De geüpdate Harley-modellen in deze groep zijn de herziene versies uit de Dark Custom range. Er is wel wat chroom en opvallend lakwerk, maar merendeels is het zwart en grijs dat de toon aangeeft. In het bijzonder bij de opgefriste Forty-Eight en Iron 883 modellen die, samen met de voor sommige markten vernieuwde Street 750, de meerderheid vormen tijdens deze rit.

De Forty-Eight en Iron zijn Sportsters: leden van wat traditioneel ooit Harley’s compacte family was, afgedaan als ‘paper-boy bikes’ door dikdoenerige rijders op de thuismarkt van de Big Twins van de firma. Vandaag de dag biedt de Street de goedkopere en opzettelijk rijdersvriendelijke instap in het merk, maar de Sporster modellen zijn bijgewerkt om de bekende weg naar het bezit van een Harley te verversen.

Iron 883

Er is nog altijd iets geruststellends ‘old school ‘aan de Iron. Het model mag dan wel zijn vervangen als minst dure in de Harley-range, de manier waarop de 883 cc luchtgekoelde motor beweegt in zijn rubber ophanging onder een smalle, zeer herkenbare Sportsterachtige tank voelt als een echte Harley. Op een manier waarop de Street het eenvoudigweg niet voor mij doet.

De Iron is iets beter afgewerkt en voelt minder ‘gebouwd op het prijskaartje’, zoals te zien op de snelheidsmeter: die is voorzien van een kleine digitale toerenteller, iets dat de Street ontbeert. Ik zou wel graag een betere soundtrack willen horen, zonder extra te hoeven betalen voor andere uitlaatpijpen. Het kan immers toch niet zo zijn dat de Ducati Monster 821 alleen door de vloeistofkoeling een veel luider en vetter geluid heeft in vergelijking met het gedempte gepruttel van de Iron? (Dit gezegd hebbende, het feit dat Ducati een dochteronderneming is van Audi is ietwat verontrustend gezien de emissietesten..)

Bescheiden tempo

De prestaties op de rechte lijn zijn onveranderd gebleven en voldoen perfect. Mits je niet verwacht dat de circa 50 pk’s de Hog van 250 kg sneller laten optrekken dan met een bescheiden tempo. Tijdens een snelheidstest in de hoogste versnelling op de snelweg doet hij amper onder voor de iets krachtigere en lichtere Street, de riante spreiding van het koppel geeft de Iron echter een gladde, zo niet futloze respons, nagenoeg ongeacht het toerental.

Belangrijker is het dat de 883 amper mijn vullingen losschudt op snelheden die gelden op doorgaande wegen en dat zijn vijfversnellingsbak betrouwbaar schakelt. Zij het iets minder soepel dan de moderne zesbak van de Street. De tankinhoud van 12,5 liter zou goed moeten zijn voor een actieradius van 150 km. Precies genoeg, want tegen die tijd begint het vreemd gevormde zadel, waarvan de voering dikker is aan de voorkant, aan te geven dat het tijd wordt om even pauze te nemen.

De belangrijkste wijzigingen zijn bij de Iron te vinden bij het chassis. Dit heeft een nieuwe, van manchetten voorziene, cassettevork en achterschokdempers met progressieve vering. Een verse set negenspaaks aluminium wielen, 19 inch voor en 16 inch achter, bespaart nuttige kilo’s.

Ingetogen plezier

Of er veel verschil is, is moeilijk te zeggen. De rijervaring is redelijk, stabiliteit is goed op onze voornamelijk vriendelijke kennismakingsroute. Je kunt wat ingetogen plezier hebben in bochten, hoewel de Iron al snel, lang voor de Michelin Scorchers hun grip verliezen, over het wegdek schraapt. De enkele remschijven voor en achter zijn adequaat in hun stopvermogen, zo niet uitstekend en beschikken, in tegenstelling tot de Street, over standaard ABS.

De Iron is ongetwijfeld redelijk basic, maar als je een eenvoudige, traditioneel luchtgekoelde Harley voor weinig zoekt, vooral voor gebruik in de stad, dan is dit een goede keuze. Schroef er een paar andere uitlaten op en hij ademt Dark Custom stijl op een manier die andere fietsen niet eens kunnen benaderen. Zeker niet voor dit geld.

Hoewel de lakopties ook een prachtig Hard Candy Custom Gold Flake met vlamdetails vermelden, zegt Harley dat de lakken zijn ‘uitgezocht om vuil en viezigheid van het rijden en leven in de stad te verbergen, voor rijders die geen ambitie hebben om een tuinslang te bezitten’. Klinkt als mijn fiets.

Forty-Eight

Er zijn maar weinig fietsen met minder indrukwekkende specificaties dan de Forty-Eight. Hij weegt iets meer dan 250 kg, de tank heeft een lachwekkende inhoud van 7,9 liter en in tegenstelling tot de Iron is deze niet opvallend goedkoop. Harley geeft er de voorkeur aan om het vermogen van het 1.202 cc motorblok niet te specificeren, maar mochten ze het toch doen dan zal dit slechts rond 60 pk uitkomen.

Wat slechts bewijst dat cijfers zinloos zijn om de begeerlijkheid van een motorfiets te bepalen. Ik vond het geweldig om op de originele Forty-Eight te rijden tijdens zijn introductie in 2010. Net zoals vele anderen, want de verkoopaantallen zien er gezond uit. Zelfs voor Harly-begrippen is deze fiets nooit snel of veelzijdig geweest, maar zoek je ‘bad-boy’ stijl en houding, dan is er weinig anders verkrijgbaar in dit segment.

Dat de Forty-Eight vernoemd is naar het jaar waarin zijn kleine pinda-tank werd geïntroduceerd (op de kleine 125 S Hummer, niet de Sportster die negen jaar later geïntroduceerd zou worden) is misschien een beetje verwarrend, maar wel heel logisch. Dit omdat de looks belangrijker zijn dan de praktische instelling, wat meteen de essentie weergeeft van deze fiets. De Forty-Eight verontschuldigt zich niet dat hij elke 100 km een tankstation nodig heeft, hiermee adverteert hij juist. Vooropgesteld dat je dit in je achterhoofd houdt, is het een geweldige fiets om op te rijden.

Strepen

Met de jongste update heeft Harley geen poging gedaan om de motorprestaties te verbeteren. Of de actieradius. In plaats daarvan krijgt de tank een paar strepen om de Sportsters uit de jaren zeventig in herinnering te roepen. Deze lijnen zijn ook elders terug te vinden: in het stiksel van de zitting en de openingen op uitlaatschilden, achtertandwiel en kettingbeschermer. Een ander detail van de update is de integratie van het achterlicht in de knipperlichten. Ruimt de achterkant een beetje op.

Net zoals bij de Iron is de vernieuwde vering de belangrijkste verandering bij de Forty-Eight. Voor gaat het over een stugge, manchetloze 49 mm cassettevork, ondersteund door een versterking op de vork. Achter nieuwe schokdempers met progressieve veren, met als bonus een verstelsleutel, verstopt onder de solo-zitting. Net zoals elke fiets had in de jaren zeventig.

Het blikveld vanaf het laaggeplaatste zadel lijkt veel op dat van de Iron, hoewel er een rijtje waarschuwingslampjes te zien is onder de snelheidsmeter. Plus een ‘Milwaukee, USA’-logo, als herinnering dat deze fiets, in tegenstelling tot de in India gebouwde Street, helemaal in Amerika is opgebouwd. De spiegels zitten onder de stuurhendels en geven iets meer zicht dan je zou verwachten. Jammer is wel dat de 1.202 cc v-twin wakker wordt met amper iets meer geluid dan een Iron.

Relaxed

Het voordeel in prestaties is eveneens niet zo spectaculair. Maar er is absoluut net iets meer kracht voorhanden wanneer je de gashendel opendraait, evenals een beetje meer relaxed cruisegevoel.

Met het respectabele koppelcijfer van 96 Nm bij 3.500 tpm hoef je slechts zelden de kleine digitale snelheidsmeter te raadplegen of de betrouwbare, maar typisch langzame vijfbak aan te spreken.

Ik zou iets meer tijd in het zadel gehad willen hebben om een gezaghebbend commentaar over comfort te geven. Toch lijkt dit iets beter dan dat van de Iron dankzij de zachtere, beter vormgegeven zitting. Die overigens flink lager, 65 mm, ligt en daarmee uitkomt op 710 mm. De naar voren geplaatste voetsteunen van de Forty-Eight drukken meer gewicht door mijn achterste, wat resulteert in schokken door mijn ruggengraat bij het nemen van een paar grotere hobbels.

De dempers zorgen over het algemeen voor redelijke rijkwaliteit en acceptabele demping. De ferme vork voegt een handig stuk stugheid toe aan de voorkant. De Forty-Eigh volgt de Iron ook waar het nieuwe en lichtere aluminium velgen betreft, in dit geval 16 inch in diameter. Voorzien van vette Michelins met Harly branding dragen ze bij aan de gedrongen, gespierde uitstraling.

Stevige knijpbeweging

De handling is nog steeds redelijk licht en neutraal en er is een vergelijkbaar niveau wat grip betreft – op droge wegen meer dan voldoende om de kenmerkende bescheiden bodemspeling volledig te benutten. Net zoals het smallere model stopt de Forty-Eight lekker krachtig, vooropgesteld dat de hendel met een stevige knijpbeweging wordt aangetrokken. Hij profiteert ook van de toevoeging van een capabel ABS-systeem op de enkele remschijven voor- en achter, waardoor – indien nodig – een flinke trap op de achterrem wordt toegestaan.

Dit is een potentieel nuttig voorbeeld van praktisch ontwikkelen, maar verwacht niet teveel van dat wat onbeschaamd – opzettelijk – een van de minst gevoelige fietsen op de markt is. En meteen een van de meest coole fietsen.

De Iron 883 geeft je misschien negen tiende van een complete Sportster ervaring voor bijna drie kwart van de prijs en is hiermee beter in prijs-/kwaliteitverhouding. Maar zoek je naar een compromisloos Dark Custom karakter, dan vind je dat in de Forty-Eight.

Roland over de Harley-Davidson 883 en Forty-Eight

Vroeger waren deze bikes Harley’s instappers, maar met de komst van de Street 750 is dat voorbij. Dat is mooi, want zowel de Iron 883 als de Forty-Eight ver- dienen meer. Het zijn beide echte Harleys, ‘made in America’. Alleen die brave uitlaten… De Iron 883 geeft je misschien negen tiende van een complete Sportster ervaring voor bijna drie kwart van de prijs en is hiermee beter in prijs-/kwaliteitverhouding. Maar zoek je naar een compromisloos Dark Custom karakter, dan vind je dat in de Forty-Eight. Die blinkt nergens in uit, behalve in pure aanwezigheid. Gaaf.

Yamaha XSR 700

0

We gaan voortaan in stijl. Want stijl, geloof het of niet, is tegenwoordig alles in motorland. Het bekende idee ‘oud is nieuw’, gecombineerd met een esthetisch verantwoorde outfit is helemaal happening. Want: vrij te interpreteren, vrij van kostenplaatjes (de instap is laag en het plafond oneindig) en heel persoonlijk.

Vincent Burger

En persoonlijk is het toverwoord. Je moet je ei kwijt kunnen, je moet je ding kunnen doen, je moet, zoals dat heet, jezelf kunnen uitdrukken. En daarvoor zijn we hier. En oh ja, er was ook iets met een nieuwe XSR700.

Hier, dat is het Italiaanse eiland Sardinië en het moet gezegd worden, dat is toch net even wat leuker dan bijvoorbeeld Vlieland. Hier zit er maar een half uurtje verschil tussen langs de kust cruisen in de volle zon en met je hoofd in de wolken over een natte bergpas ploegen. Ideale omstandigheden om een XSR aan de tand te voelen en dat doen we dan ook maar eens van harte.

Nou is er meer over de achtergrond van de motor te vertellen dan je zou denken en dat doet Yamaha dan ook graag. Want als de XSR700 volgens Yamaha iets héél anders is dan de XJR, XV of SR, wat is dan het verschil? En het is dus wel voor het grootste deel een MT-07, maar niet helemaal. Yamaha wil met de XSR een nieuwe richting inslaan en die richting moet precies het midden houden tussen oud en nieuw, of liever: de kloof overbruggen.

Modern, retro of allebei

Dat klinkt redelijk zweverig, maar zo erg is het dan ook weer niet. Het is eigenlijk zelfs een topidee: wel de looks, niet de nadelen. De XSR is net zo zeer een moderne motor als de ‘niet-retro-Yamaha’s ‘, met Euro-4 emissiekeurmerk en al. En dat is dan ook het grootste verschil met de eerder genoemde XJR en SR, dat zijn uiteindelijk toch ‘oude’ modellen die opnieuw in de showroom gezet zijn, met hier en daar een facelift om ze er weer piekfijn uit te laten zien. Dat is ook gelukt, maar het is niet hetzelfde. Als je de XSR zou moeten omschrijven, dan is het juist een MT-07 met een retrojasje, da’s dus andersom. En een te gek idee, want de MT is nou niet bepaald een slecht lopend model. Als je daar als fabrikant nog een schepje bovenop kunt doen, dan grijp je iedere kans om van een succes nóg een groter succes te maken. En afgaand op de plaatjes is het haast lastig te bedenken welk model populairder gaat worden, de XSR of de MT. De XSR voor liefhebbers van retro-styling, de MT voor liefhebbers van modern.

In dat retrosegment begint het trouwens al aardig druk te worden nu. De voornaamste daarvan is natuurlijk de Scrambler van Ducati. Ongeveer even zwaar, ongeveer even sterk, net ietsje duurder maar dat is logisch, want Italiaans. Zelfde doelgroep, zelfde enorme scala aan opties voor en ná aanschaf. Maar ook andere merken doen inmiddels mee, neem bijvoorbeeld BMW met de RnineT, Moto Guzzi met de V7 en Triumph met de Bonneville. In dit genre ben je niet compleet als je geen bijpassende kledinglijn hebt, maar al evenmin als je niet volop tekeer kunt gaan met onderdelen. En om dat aan te moedigen wordt het de toekomstige klant zo makkelijk mogelijk gemaakt. Hoe makkelijk dan, hoor ik je vragen? Nou is de tank al een heel coole truc: het is een stalen dummytank met daaroverheen aluminium covers die uitwisselbaar zijn, zonder dat je daarvoor dus problemen krijgt met de dop, de pomp of de pasvorm. Maar het kan nog mooier: ook het achterste deel van het subframe is er in een wip af te halen. En nog mooier: terug te zetten. Dat lukt je met een slijptol nog steeds niet. Wat dat allemaal kan betekenen kun je uitvinden via de nieuwe app. Natuurlijk, want wat is een motor vandaag nog zonder app?

Maar het is niet zomaar een geintje. In de ‘My Garage’ app kun je kiezen uit meerdere modellen en vervolgens álle onderdelen die in de catalogus staan. Genoeg voor avonden aaneengesloten virtueel motoren samenstellen. En stel dat er iets uitkomt waarvan je denkt ‘die móet ik hebben’, druk je op bestellen en je krijgt een seintje van je dealer wanneer je ‘m op kunt halen. Als dat niet onwijs 21-ste eeuws is, weet ik het ook niet meer.

Met groot gemak

Dit alles is allemaal wel leuk, maar we komen voor de motor, dus laten we ons daar even op concentreren. Zoals gezegd, het grootste gedeelte is gelijk aan de MT-07. De XSR weegt afgetankt slechts vier kilo meer en dat is gewoon ronduit netjes. Betekent ook dat de motor vrijwel hetzelfde reageert en als je weet hoe de MT rijdt, weet je dat dat een pluspunt is. 186 kilo is gewoon niet veel en dan is 75 pk – evenveel als de MT- genoeg om heel leuk te kunnen rijden. Zoals we dus ook weten is het motorblokje ideaal voor gebruik in een naked en al helemaal bij eentje die vraagt om hooligan-gedrag, zoals dus een machine met de allure van een XSR. De tweecilinder heeft voldoende koppel om rustig met lage toeren te kunnen rijden en nog genoeg vermogen om ook hoger in toeren sportiever te rijden, mocht je daar zin in hebben.

In bergachtig gebied zoals hier op Sardinië is er zonder al te veel moeite in één versnelling urenlang door te rijden zonder in de knoei te komen. De versnellingen zijn – precies als de MT- netjes verdeeld, een tikje kort in de eerste twee voor gemakkelijk wegrijden en bovenin lang genoeg om een leuke topsnelheid te halen als het moet en een rustige kruissnelheid als het kan. Precies wat je verwacht bij zo’n motor. Bedienen gaat met hetzelfde gemak, licht en toegankelijk. Wat wel anders is, dat moest wel, is het tellertje. Nu is alle informatie ondergebracht in een verantwoorde ronde behuizing, waarbij het opvallend is hoeveel er nog te lezen valt van zo’n kleine oppervlakte. En er zit zelfs een versnellingsindicatie bij. Maar ja, er zit ook ABS op en dat vinden we ook niet vreemd. De remmen zijn trouwens, je raadt het al, ook overgenomen van de MT07 en doen uitstekend hun werk. Niet te giftig, niet te zwak, prima in verhouding met de rest.

Nog een verschil met de MT07: de banden. De gemonteerde Pirelli Phantoms zijn net zo retro als de XSR: moderne technologie met een oud uiterlijk. En er valt helemaal niks op aan te merken. Het zijn dezelfde banden die eerder ook de Ducati SportClassics en Moto Morini 9½ sierden en ook toen was er ook niks op aan te merken. Nu op de XSR al evenmin, en dan hebben we ook nog het geluk gehad ook een stukje nat wegdek te kunnen proberen.

Onthaasten

De zitpositie is perfect in orde. Het zadel heeft de juiste hardheid, de benen sluiten mooi aan… sterker nog, samen met de zijschildjes is de tank precies goed gevormd om je bovenbenen echt in te kunnen laten vallen. Handen voor je uit op het stuur, bovenlijf aangenaam net iets voorover, niks meer aan doen. De motor straalt voldoende uit om duidelijk te maken dat je hier geen haast mee hoeft te hebben om het naar je zin te hebben. En omdat ’t is wat het is weet je dat, als het moet, het wel kán. Een heel geruststellende gedachte. Met een klassieker kun je net zo goed onthaasten, maar dan ben je het ook echt verplicht, anders gaat ie stuk. Dus daar moet je al rekening mee houden voordat je vertrekt. Met de XSR kun je net zo fijn rijden, maar tref je een buitje of moet je plots snel naar huis, dan kan dat.

Natuurlijk is de XSR een dikke knipoog naar de oude XS. Dat model, een echt kind van de seventies, heeft Yamaha bepaald geen windeieren gelegd. Goed, het is misschien niet de eerste of meest legendarische Yamaha in de geschiedenis van het merk, maar die XS is mooi wél uitgegroeid tot een graag geziene gast in de classicwereld en gaan ze nu voor een leuke knaak van de hand. Een XS, dat is me wat. inmiddels wel. En dus is het gerechtvaardigd om daar op door te borduren. Die sfeer, die smaak, dat wil je hebben.

Maar als fabrikant is het ondoenlijk ‘m opnieuw tot leven te wekken zonder je vel te veel problemen op de hals te halen, dus is het gewon een heel slim idee om in plaats daarvan een motor ‘in de stijl van’ te maken; een vrije, moderne interpretatie van ‘het idee’. En als Ducati met zo’n verhaal wegkomt, dan kan Yamaha het ook. Als dit resulteert in een motor als de XSR700 hebben ze daar zelfs alle recht op. Want ook zonder het verhaal eromheen of de letters op de zijkant (en in het zadel) is het gewoon een heel gaaf ding om te zien. Dat tikje retro verandert de standaard MT-07 in een compleet nieuwe machine waar je heel graag mee gezien wil worden. en warempel, ’t rijdt nog leuk ook.

Getest: Ducati SuperSport (S)

0

Hoewel dit neusje is geënt op die van de Panigale, is deze nieuwe Ducati niet in de Panigale-familie opgenomen. Nee, de SuperSport staat weer helemaal op zichzelf. Hoe sportief dat is? Dat vinden we uit op zowel circuit als openbare weg.

Deze SuperSport heeft het blok van de Hypermotard en het frame is nagenoeg gelijk aan die van de Monster 821. En dus ligt Ducati’s focus zonder enige twijfel op de openbare weg. Maar, Ducati zou Ducati niet zijn als er geen circuitfocus aan te pas komt. En dus is er ook het S-model. Met volledig instelbaar Öhlins-veerwerk, een quickshifter voor zowel op- als terugschakelen en jawel… een duozit-cover! Voor de duidelijkheid: qua remmerij, motorblok en elektronica verschilt er dus niets.

Hier in Spanje, rondom het Circuit de Monteblanco, is de openbare weg bepaald geen straf. Ik rij hier vanochtend dan ook op het S-loze basismodel dat € 15.190 kost. Vanmiddag verhuis ik naar het circuit en daar is de SuperSport S aan de beurt. Diens prijskaartje? € 16.890 voor de rode, en nog eens € 200 extra voor de witte. Het is lastig om een échte concurrent voor de SuperSport te noemen, maar een Honda VFR800F kost € 14.658, een Kawasaki Z1000SX kost € 14.999.

Chique met budget

Ride-by-wire is bij Ducati al jarenlang gemeengoed, wat gepaard gaat met toegankelijke en instelbare elektronica. De bediening is logisch, de instelmogelijkheden behoorlijk. Het dashboard oogt wat flets ten opzichte van Ducati’s TFT-schermen, maar we moeten niet vergeten dat de SuperSport in Ducati’s line-up een budgettair verantwoord model is. De afwerking en functionaliteit is prima. Het huidige model is een stuk luxer, en zou dan ook meer comfort moeten bieden. Als negatieve opmerking kan ik de enorme Euro 4-uitlaatbak onder de motor noemen. Nou verplicht Europa elke fabrikant tot deze fysieke uitspatting van emissie-gezwets, maar in het silhouet van deze SuperSport valt het nogal op.

Comfort?

Met de clip-ons hoog geplaatst en het zadel ín de machine, heeft Ducati geprobeerd een comfortabele zit te creëren. Dat is ze gelukt, afhankelijk van je eigen lichaamslengte. Wat vanaf de eerste meters positief opvalt, is het lichte stuurgedrag. En daarmee is-ie heel gemakkelijk in de omgang. Dat geldt ook voor de lichte koppeling die toch veel gevoel geeft, de heerlijke gasreactie – vooral in Touring-modus – en het gehele gevoel van controle. De machine is enorm rank en slank en daardoor is het fijn manoeuvreren, zelfs heuvelop. Het blok daarentegen is iets minder vriendelijk. De tweecilinder loopt pas soepel vanaf zo’n 2500 toeren per minuut. De versnellingsbak kent trouwens wat lange schakelwegen, voor een motor met zo’n sportief silhouet. Niet vreemd als je bedenkt waarin dit blok nog meer dienst doet.

Het circuit op!

Het stuurgemak op het circuit blijft, maar het gevoel verfijnt. Vooral héél diep de bocht inremmend voelt het goed. Vele fabrikanten zouden de radiale rempartij van Brembo om zeep helpen met een normaal rempompje, maar Ducati kiest voor beide uitvoeringen een radiale rempomp. Daarbij zit het ABS nauwelijks in de weg. Ja, voor het betere circuitwerk mag het uit, maar de pulsen zijn kort en nauwelijks storend. Hierover geen mespuntje kritiek.

Bij uitaccelereren blijkt de set-up toch niet helemaal lekker. De schokbreker pompt, de achterband glijdt en de fijnzinnige traction control weet van geen ophouden. Monteblanco kent het nodige hoogteverschil en in het bochtenwerk omhoog rij ik steevast voetstep en uitlaatpartij aan de grond. Nee, dit toont geen gebrek aan grondspeling, maar dit toont het gemak waarmee je deze SuperSport richting de limiet rijdt. Het enige dat ik eigenlijk mis, zijn meer pk’s. Op het rechte eind voelt het motorblok wat beperkt om anno 2017 het predicaat ‘supersport’ te kunnen dragen. De quickshifter heeft daar geen probleem mee, al vereist deze wel een stevig zetje van je linkervoet. Enkele keren beland ik tussen de versnellingen in, en dat levert vol aanremmend, vertrouwend op motorrem en slipperclutch, toch het nodige angstzweet op. Het is een kwestie van even wennen en met beleid schakelen. Hoe dan ook, de S toont zich S-waardig en overtreft met z’n rijwielgedeelte het motorblok.

Tekst: Eddie de Vries, foto’s: Ducati

[justified_image_grid ids=26712,26713,26714,26715,26716,26717,26718,26719,26720,26721,26722,26723,26724,26725,26726,26727,26728,26729,26730,26731,26732,26733,26734,26735,26736,26737,26738,26739,26740,26741,26742,26743,26744,26745,26746,26747,26748,26749,26750,26751,26752,26753,26754,26755,26756,26757,26758,26759,26760,26761,26762]

De nieuwe MOTO73 komt er aan!

0

Triumphs Tiger
In de rubriek Oud & Nieuw dit keer een Triumph Tiger 800XCa en een uiterst zeldzame Triumph Tiger Trail TR7T uit 1981. Een verkoopsucces was die Trail namelijk niet, al was hij wel goed voor sportieve successen.

Wheelieles
Hoe je op een veilige manier wheelies leert maken? Redacteur Nick Enghardt ging daarvoor op les bij motorstuntspecialist Jeremy Vonk.

Triotest
We pakken een Harley-Davidson Street Rod, een Kawasaki Vulcan S Café en een Honda CMX500 Rebel en kijken welke van deze kleine cruisers in de stad het meest tot zijn recht komt.

Dakar-dagboek
Op 6 januari ging in het Peruaanse Lima de Dakar-rally 2018 van start. In ons Dakar-dagboek lees je alles over de gebeurtenissen van de eerste week, met speciale aandacht voor Mirjam Pol en Jurgen van den Goorbergh. 

Zero DS
Een maand lang had de redactie van MOTO73 de beschikking over een Zero DS. Genoeg tijd om de mogelijkheden van de elektrische motorfiets te ontdekken.

Zuid-Afrika
Hans Avontuur maakte met de Zuid-Afrikaanse auteur Deon Meyer een offroad-trip door Zuid-Afrika. Hij genoot er van de ruimte, de vrijheid en het avontuur.

Marathonmotor
De BMW R1200GS Adventure van Gerard van der Sloot heeft er al 196.000 kilometer op zitten, maar verkeert nog altijd in showroomstaat.

Techniek: double wishbone
De nieuwe Honda GL1800 Gold Wing is voorzien van een door de Japanse fabrikant ontwikkelde nieuwe ‘double wishbone’-voorwielophanging, die verdacht veel lijkt op BMW’s Duolever. Is het een kopie of toch een eigen ontwikkeling? Onze technisch specialist Peter Aansorgh duikt in deze materie.

Winterdijk-tribune
Nadat vorig jaar al de nieuwe Haarbocht-tribune in gebruik werd genomen, wordt er bij het TT Circuit in Assen gewerkt aan de bouw van de nieuwe Winterdijk-tribune. Die is voorzien van stoeltjes en vervangt de oude Winterdijk-tribune, die nog was uitgerust met houten banken. De nieuwe tribune heeft een capaciteit van meer dan 9000 zitplaatsen.

Triumph 900 Scrambler
De Triumph 900 Scrambler was destijds één van de eerste vertegenwoordigers van het hedendaagse scrambler-genre. Hij won in 2006 in een test overtuigend van een Royal Enfield in café-racerstijl, omdat hij vooral technisch beter was. Anno 2018 blijkt de Brit nog altijd het hart van een motorjournalist te kunnen stelen, zo ontdekte Tom van Appeldoorn.

Motoren in dit nummer
– Yamaha FJR1300
– Moto Morini Scrambler 1200
– Benelli 402S
– Triumph Tiger Trail TR7T
– Triumph Tiger 800XCa
– Honda GL1800 Gold Wing
– Harley-Davidson Street Rod
– Kawasaki Vulcan S Café
– Honda CMX500 Rebel
– Zero DS
– BMW R1200GS Adventure
– Triumph Scrambler 900

Geen zin om naar de winkel te gaan? Bestel ‘m hier!

Vijf vragen: Yamaha MT09SP

0

Bij Yamaha waren ze waarschijnlijk klaar met de opmerking dat de MT09 zo leuk is, maar… de vering en gasreactie waren het nog net niet. Inmiddels is de gasreactie afgelopen jaar met de komst van het vernieuwde model verbeterd, en met deze MT09SP is hij echt af. Testredacteur Nick Enghardt reed hem in de Algarve.

Zit je nou nog op dat vliegveld daar in Faro?

‘Ben je mal. Je bent er zo en ook zo weer thuis dus, en overigens, het weer leek in de voorspelling wel erg Hollands. Gelukkig viel het uiteindelijk enorm mee en konden we de MT09SP op het betere bochtenwerk loslaten en grondig testen.’

En, wat viel het meest op?

‘Behalve dat ‘ie er gruwelijk goed uitziet met die gouden voorvorkpoten, die Öhlins-schokdemper achterin en die specifieke blauw met zilver en zwarten kleurstelling bedoel je?’

Ja, dat dus. Er is meer?

‘Absoluut! Het is niet enkel goud wat er blinkt, want het voegt ook echt nog wat toe. De oude vering was enerzijds al niet volledig instelbaar en anderzijds miste het net de finesse die een allround topper als de MT09 verdient. Nu heb je voor KYB-vering met in beide poten alle instelbaarheid en achter hebben ze een Öhlins-schokdemper gemonteerd die eveneens volledig naar wens in- en af te stellen is.’

Het werkt dus naar behoren, lijkt de ondertoon.

‘Meer dan dat; het is gewoon goed. Eerlijk is eerlijk, maar zo had de MT09 altijd moeten zijn! Hij is qua geometrie niets veranderd, dus verwacht geen supersport, maar verwacht wel meer gevoel en meer uithoudingsvermogen van het veringmateriaal. Waar de achtershokdemper voorheen bij rappe lastwissels te wensen overliet, laat ‘ie je nu in alle rust aan het werk gaan. Zonder oncomfortabel te worden, overigens. Men heeft namelijk gekozen voor een veer met een lichtere veerconstante en de demping vervolgens opgeschroefd ten opzichte van de standaard versie. Het resultaat mag er wezen!’

Klinkt alsof je nog veel meer te vertellen hebt, of niet dan?

‘Wel het een en ander, ja. Enkel ging de wekker om zes uur en moet de tekst nog uitgewerkt worden… Ik ga dan ook maar aan de slag. Komt niet in aankomend nummer – dat donderdag in de winkel ligt – maar zeker wel die erna. Dan lees je alles. Kortom; 1 februari naar de winkel of je deurmat!’

Foto’s: Yamaha

[justified_image_grid ids=27149,27150,27151,27152,27153,27154,27155,27156,27157,27158,27159,27160]

Prijs Suzuki SV650XA Caféracer bekend

0

Suzuki heeft voor de Suzuki SV650XA Caféracer een ingetogen prijs bedacht.

De ingetogen Suzuki SV650XA – de caféracer – heeft onderhuids een aantal leuke technieken. Twee daarvan – Low RPM Assist en Easy Start – maken het wegrijden op de caféracer hel gemakkelijk, zodat je nooit meer een pleefiguur zult slaan door een afslaande motor. De 650cc V-twin heeft zich inmiddels twee decennia bewezen en staat bekend als uiterst betrouwbaar en volgzaam.

De Suzuki caféracer SV650XA verscheen eerst als studiemodel, maar door de vele enthousiaste reacties heeft Suzuki de motorfiets in productie genomen. Hij is leverbaar vanaf € 8.299,- en staat vanaf 20 januari bij de Suzuki Motoren dealer.

BUFF Thermonet: nekwarmer van PET-flessen

0

BUFF presenteert een nekwarmer van Thermonet, een isolerende stof die is gemaakt van gerecyclede PET-flessen.

Thermonet is volgens BUFF vier keer warmer dan gewone microvezel. De stof draagt fijn, ook omdat de nekwarmer zonder naden is geproduceerd. Net als de bekende BUFF kun je de nekwarmer dragen als muts, masker, haarband, sjaal, polsband of piratenmuts. Daarnaast is hij als muts en balaclava leverbaar. Er zijn veel verschillende kleuren beschikbaar, de prijs is 22,95.

Zie voor meer info: www.technolyt.nl.

Brembo 19RCS Corsa Corta: hoofdremcilinder met ride modes

0

Brembo presenteert de 19RCS Corsa Corta, een unieke, radiale hoofremcilinder die zowel op straat als op het circuit presteert dankzij diverse instelmogelijkheden.

Zo zijn de vrije slag en het aangrijppunt met een draaiknop in een Normal, Sport of Race modus in te stellen. Verder is de hoofdremcilinder voorzien van het Brembo RCS (Ratio Click System), waarmee de hefboomverhouding en daarmee de progressiviteit van de remdruk-opbouw wordt veranderd. Doordat beide instellingen afzonderlijk van elkaar te configureren zijn, zijn er 6 mogelijke combinaties waarmee je het gevoel kunt creëren dat het best bij de omstandigheden of bij je rijstijl past.

De 19RCS Corsa Corta is gefreesd uit gesmeed aluminium en voorzien van een harde, geanodiseerde coating en kost € 363,-.

Nieuwe pijpen voor Multistrada

0

Akrapovič heeft een nieuw uitlaatsysteem gepresenteerd voor de Ducati Multistrada 950 / 1200 Enduro.

Het gaat hierbij om een titanium Slip-On Line systeem. Dit systeem zorgt voor fraaiere looks, bovendien hebben de dubbele pijpen een positief effect op zowel het vermogen als de koppelafgifte. Daarnaast claimt Akrapovič dat ook de gasrespons ervan opknapt.

Aangezien de uitlaat van het ultralichte titanium is gemaakt, zorgt deze uitlaat tevens voor een verlaging van het rijklare gewicht van de motor. Dat alles uiteraard bij een verfraaiing van de sound van het geheel! Het slip-on systeem heeft een officieel E-keurmerk en voldoet dus aan de geldende geluidsnormen.

De prijs bedraagt €859,34.