Honda heeft een octrooi aangevraagd voor een ride-by-wire koppelingssysteem dat lijkt op de tegenwoordig populaire throttle-by-wire-systemen. Is dit een stap te ver?
Elektronisch ingrijpen op motorfietsen is altijd al een controversieel onderwerp geweest en heeft de neiging de gemeenschap in tweeën te delen. De laatste editie van deze saga is op komst, in de vorm van een ride-by-wire-koppeling die Honda heeft gepatenteerd voor gebruik op toekomstige motorfietsen.
Een ride-by-wire-koppeling, die op dezelfde manier werkt als de throttle-by-wire-systemen die nu veelvuldig op moderne motorfietsen en scooters worden toegepast om ondersteuning van de ECU mogelijk te maken, zou het mogelijk maken dat de elektronica zich ook met het koppelen gaat bemoeien.
Uit de patenttekeningen en rapporten blijkt dat de koppelingshendel verbonden zal zijn met een hydraulische drukregeleenheid om een typisch koppelingsgevoel te behouden. De druk wordt gemoduleerd met een elektrische pomp. Het lijkt erop dat de drukregeleenheid ook gegevens van de gashendelopeningsgraad-sensor, blok- en motorsnelheidssensoren, schakelbelasting et cetera zal opnemen.
Honda zal ongetwijfeld gebruik maken van hun kennis van het DCT-systeem, dat prominent aanwezig is in de Forza 750, X-ADV CMX1100 Rebel en de Africa Twin.
Sommigen zullen zeggen dat dit weer een stap is om de rijder de volledige controle te ontnemen. Wat is de volgende stap, brake-by-wire? De ingreep moet zeer intelligent ijn wil het van enig nut zijn. Soms kan een computer geen rekening houden met externe factoren, die nu eenmaal meespelen in de dagelijkse praktijk. Hoe slim de computer ook is.
Als je bijvoorbeeld op een helling een beetje motorrem nodig hebt en de computer denkt daar anders over… Soms is het beter om een constant koppelingsgevoel te hebben dan een steeds wisselende koppeling. De Japanse reus heeft misschien of misschien ook helemaal niet plannen om deze robo-koppeling ooit het daglicht te laten zien. Niettemin is het intrigerend hoe elektronica zich verder ontwikkelt.
Tole Motorworks uit Indonesië heeft onlangs een standaard Kawasaki W175 omgetoverd tot de retro custom die je hier ziet. Deze bobber/chopper-hybride kreeg de naam Cahaya Ilahi – ‘goddelijk licht’ in het Indonesisch). De contraptie is strak, smaakvol en overgoten met sixties stijl.
Febrian Ramadhan, uit Bogor, West-Java, is de man achter de eenmanszaak Tole Motorworks. Hij is de eigenaar, operator en constructeur en is pas 25 jaar oud. Voor iemand van zijn leeftijd is het indrukwekkend om zijn artistieke visie en talent zo smaakvol en mooi te zien uitpakken.
De Kawasaki W175 wordt sinds 2017 gemaakt en is alleen verkrijgbaar inZuidoost-Azië. Het is het een populaire basis voor customization dankzij de compacte, luchtgekoelde 178cc-eencilinder, het simpele frame en de eenvoud van de motorfiets.
Ramadhan ging voor een Britse chopper-look, maar lijkt die lijn te verlaten met een bobberachtige hard tail achterzijde overgoten met een vleugje vintage tracker-styling. Aan de voorkant is het volledige remschijf-remsysteem van het origineel verwijderd. Een kleine koplamp past smaakvol in het totaalbeeld en de retro-look wordt verder geaccentueerd door een strak stuur, klassieke handvatten, vorkmoffen en spaakwielen met vintage Firestone-rubber.
De trommelrem achter werd verplaatst naar de linkerkant van het wiel, waardoor de rechterkant van de motor open bleef voor de mid-set header uitlaatpijp en de throwback-megafoondemper. Ramadhan klopte de peanut-tank en het spatbord met de hand, waarbij hij zijn vaardigheden met de hamer tentoonspreidde. De lak is gedaan door de lokale paintshop Bronx Kustompaint. Die gebruikte een ingetogen gouden kleur, die perfect past bij de aard van de bouw. De standaard Kawasaki-badge is een leuke touch, op een of andere manier lijkt het alsof het werd opgediept bij een autokerkhof.
Hoewel de Cahaya Ilahi vele mooie kenmerken heeft, is het moeilijk er één aan te wijzen. Ramadhan’s rijdende vintage is echt een som van alle onderdelen. Al met al is dit nostalgische kunstwerk een massage voor je ogen.
De CEO van MV Agusta, Timur Sardarov, onderscheid zich van andere topmanagers omdat hij ongebruikelijk mededeelzaam is over de toekomst van zijn bedrijf. Veel bedrijven houden hun kaarten graag tegen de borst totdat ze er helemaal klaar voor zijn om hun afgeronde projecten te laten zien. Maar dat is niet de manier waarop Sardarov te werk gaat.
In een nieuw interview met het Italiaanse persbureau Adnkronos, was Sardarov zijn gebruikelijke openhartige zelf. Hij legde onder andere uit dat de kapitaalinjectie van 30 miljoen euro in MV in april 2021 werd gedaan zodat het bedrijf formeel uit de herstructureringsovereenkomst kon stappen, een jaar eerder dan oorspronkelijk gepland. Dat, aldus Sardarov, weerspiegelt een bedrijf dat in staat is om zijn doelstellingen te bereiken en verder te gaan zoals gepland.
Wat houden die plannen in? Over sommige hebben we al het een en ander gehoord, van een aanstaande elektrische fiets tot een 950cc-adventure bike. In november 2020 had Sardarov het in een ander interview ook over een 500cc-platform. In dit meest recente gesprek gaf hij meer inzicht in een tijdlijn waarbinnen de wereld de resultaten van deze bedrijvigheid zal gaan zien. Tegen 2024, zei hij, zal MV’s gamma motorfietsen groeien met een geschatte 40 procent – inclusief de lancering van die twee nieuwe modellen, evenals ongeveer 12 nieuwe updates.
Voor degenen die zich afvragen of dit iets te maken heeft met MV Agusta’s verschuiving naar het aanbieden van extra mobiliteitsopties voor klanten die niet op een motor rijden: Dat heeft het niet. Tegen augustus 2021, zei Sardarov, zal MV volop bezig zijn met zijn motorfietsen en andere mobiliteitsgerichte producten. Maar deze producten zijn niet opgenomen in de schatting van 12 nieuwe fietsen in 2024.
Volgens Sardarov zijn ze eerder bedoeld om de kloof te overbruggen tussen lichtere vormen van mobiliteit en zwaardere, zoals motorfietsen. MV Agusta’s toekomst, zoals hij het ziet, zal een volledige reeks producten omvatten die de klanten helpen om te komen waar ze willen, op de manier waarop ze er willen komen.
Sardarov maakte ook van de gelegenheid gebruik om in te gaan op twee hardnekkige geruchten die de laatste maanden de ronde doen. Een daarvan is de mogelijke herlancering van de merken Cagiva of Elefant onder de paraplu van MV Agusta. Hij zei dat de marketingafdeling van het bedrijf momenteel de beste tactiek op dat front analyseert en voegde eraan toe dat er begin juni 2021 nog geen beslissingen werd genomen.
Het andere gerucht betreft een mogelijke overname van MV Agusta door KTM. Sardarov ontkende dat dit idee op waarheid berust en herhaalde dat MV Agusta momenteel een vijfjarenplan heeft dat het zelfstandig, als onafhankelijk bedrijf, wil uitvoeren. Het is ook mogelijk dat het zijn onafhankelijkheid na dat tijdsbestek behoudt. Hij karakteriseerde deze geruchten als zeer speculatief.
Het creatieve communicatiebureau &CO heeft net een hilarisch spotje over helmveiligheid uitgebracht. De video zal je doen glimlachen, misschien zelfs lachen. Met meer dan 545.000 views in de eerste drie dagen dat het online was, snap je meteen waarom de clip viraal is gegaan.
De commercial, gemaakt in opdracht van de Deense Raad voor de Verkeersveiligheid, neemt je mee naar een Deens plattelandsdorpje in het jaar 893. We maken kennis met Svend, de stoere heerser van het dorp en leider van een leger dat op het punt staat Engeland te gaan plunderen. Terwijl hij zijn paard bestijgt om zijn troepen naar de invasie te leiden, rent zijn zoon naar hem toe met een helm in zijn handen. Hij reikt de stalen helm uit naar zijn vader, die het gebaar negeert en zijn troep tot actie oproept.
‘Svend, moet jij geen helm dragen?’ vraagt een van zijn mannen?.
‘Nee, het is irritant. Mijn hoofdhuid jeukt ervan,’ antwoordt Svend en voegt eraan toe: ‘Ik ben een voorzichtige ruiter,’ voordat hij de helm uit de handen van zijn zoon schopt.
Svend portretteert natuurlijk de macho-rijder van vandaag die weigert een helm te dragen vanwege … alles wat nadelig zou kunnen zijn aan het dragen van een helm. De reclame is gericht op fietsers, maar het is gemakkelijk om de vergelijking te trekken met koppige motorrijders.
Een tiende plaats was het maximale voor Michael van der Mark tijdens de WorldSBK in Misano, waar voor het eerst weer 5.000 fans bij aanwezig mochten zijn. De Nederlander voelde zich niet comfortabel op de BMW M1000RR. Zijn team gaat daarom van 21-22 juni testen op Navarra, in een poging om daar verandering in aan te brengen.
Wanneer je als rijder moeite hebt om de motor gestopt en aan het sturen te krijgen is dat al lastig, maar helemaal op een circuit als Misano. Michael van der Mark kreeg deze problemen met de BMW M1000RR maar moeilijk opgelost. Daardoor kon hij zijn stijgende lijn, ingezet bij de voorgaande races in Estoril, niet doortrekken. Vooral wanneer de baantemperatuur steeg, werden de problemen groter. Nu was het aan de Adriatische kust in Italië erg warm tijdens de derde ronde van de WorldSBK, wat voor de Nederlander nadelig werkte. Ook teamgenoot Tom Sykes, die samen met Chaz Davies wordt gezien als de beste remmer van het veld, had juist op deze punten moeite om de rijders achter zich te houden. Na een dertiende tijd in de Superpole, wist Michael in de openingsfase van Race 1 wat plaatsen goed te maken. Maar door de problemen aan de voorkant van zijn BMW, had de Rotterdammer niet het tempo om de rijders voor hem te volgen. Hij finishte als tiende, op 28 seconden van winnaar Michael Ruben Rinaldi.
In de Superpole sprintrace zat het al helemaal niet mee. Nadat Michael in de eerste bocht moest uitwijken voor de crashende Chaz Davies, kwam hij in zijn opmars in de vierde ronde ten val. De race werd opnieuw door Rinaldi gewonnen. Michael’s laatste kans om zijn weekend te redden was Race 2. Deze keer kwam hij niet goed van zijn plek, maar wist hij in het vervolg van de race wat plaatsen te winnen. Van der Mark finishte op 25 seconden van winnaar en oud-teamgenoot Toprak Razgatlioglu, die zich dit jaar duidelijk erg sterk voelt op de Yamaha. Het positieve van Race 2 was dat hij zijn teammaat Tom Sykes wist te kloppen, het negatieve dat de gewenste snelheid er nog niet was.
Op naar Donington
Tijdens de geplande test in Navarra worden er nieuwe onderdelen getest, die Michael hopelijk gaan helpen. De volgende ronde is op Donington Park, een circuit waaraan Michael bijzondere herinneringen heeft. Drie jaar geleden (2018) wist hij daar zijn eerste WorldSBK-zeges te scoren. Het betekende toen ook de eerste zege voor Yamaha na hun terugkeer in de WorldSBK. Dat Michael dit kunstje nu al op de BMW kan herhalen, lijkt zeer onwaarschijnlijk. Maar zijn er in de motorsport al niet gekkere dingen gebeurt?
WorldSBK stand na 9 races
1 Jonathan Rea (GB) Kawasaki 149 2 Toprak Razgatlioglu (TR) Yamaha 129 3 Scott Redding (GB) Ducati 104 4 Alex Lowes (GB) Kawasaki 88 5 Michael Ruben Rinaldi (I), Ducati 82 6 Garrett Gerloff (USA) Yamaha 52 7 Michael van der Mark BMW 52 8 Tom Sykes (GB) BMW 51 9 Chaz Davies (GB) Ducati 48 10 Andrea Locatelli (I) Yamaha 45
Quotes
‘Ons tempo was te langzaam’ Michael van der Mark kon de stijgende lijn niet doortrekken in Misano.
‘Ik had willen zeggen dat ik het van Marc Márquez had geleerd’ Het was volgens Jonathan Rea puur geluk dat hij niet crashte in Race 1.
‘Om 30 minuten van huis te winnen is erg lekker’ Michael Ruben Rinaldi won op zijn thuiscircuit de tweede WorldSBK-race uit zijn carrière.
‘Eindelijk een winst na zoveel podiums’ Zes podia op rij en nu ook nog een zege in Misano; Toprak Razgatlioglu is in topvorm.
‘Ik verloor op gebieden waar ik normaal het meeste win’ Michael van der Mark was niet de enige rijder die het niet naar zin had op de BMW.
Het is vroeg in het voorjaar. Over het Marktplein trekt een koude wind. De vlaggen op hotel-restaurant Victoria gaan weifelend heen en weer. Heel af en toe komt iemand voorbij. Een man met een enorme bierbuik die net doet of-ie ons niet ziet. Vader en zoon die shoarmarestaurant Sahara verlaten – op het raam staan gele zandduinen, geflankeerd door groene palmbomen. Twee arbeiders roken naast de kerk een sigaretje. Hoog in de lucht trekt een vliegtuig over.
Winschoten in tijden van Corona … je kunt je haast niet voorstellen dat het ooit nog goed komt. Hoe moet het dan zijn in Tranendal – een gehucht van om en nabij de dertig huizen, dicht tegen Winschoten aan? Een treuriger plaatsnaam is niet denkbaar. Dan kun je nog beter Lull heten, of Stinkhoek of Kampeersnol – oorden die ook vragen om uitleg.
Tranendal bestaat uit welgeteld één straat, de Tranendallaan, een kaarsrechte streep asfalt met hier en daar een huis of boerderij, links achter landerijen de spoorweg Groningen-Nieuweschans en rechts nog meer landerijen. Boerenland maar daarom nog geen Tranendal. Waarom heet het hier zo? ‘Geen idee’, zegt de eerste de beste die we aanspreken. Hij komt een lading mest afgeven bij Sieb Hillenga, van de boomkwekerij bij de spoorwegovergang tussen Heiligerlee en Westerlee.
Kijken Luisteren Doorgeven
Als ik hem op zijn minitractor wil fotograferen, begint Sieb meteen te sputteren. ‘Most doe hier nait doun’, zegt hij, ‘wie binnen nait zoa fur de overhaid.’ Die overheid staat in Groningen voor gaswinning en bodemdaling en haperende compensatiemaatregelen, dat valt te begrijpen. Ook Sieb heeft geen idee waarom Tranendal zo heet dus rijden we verder. Even later dient zich een zijweg aan – Napels-West, weer zo’n rare naam. Na een bocht duikt een luchtwachttoren op, uit de tijd dat Defensie dacht de vijand nog op zicht en gehoor te kunnen detecteren, de jaren vijftig.
Het idee was Nederland te voorzien van 276 luchtwachtposten, permanent bemand – letterlijk want vrouwen werden niet in staat geacht snel genoeg te kunnen traplopen. Vanuit hun hoge post moesten de waarnemers vliegtuigen spotten die zich onder de radar dus heimelijk op ons grondgebied bevonden. Resultaat van achttien jaar KLD (Korps Luchtwachtdienst, in de volksmond al snel Kijken Luisteren Doorgeven): precies één vliegtuig gespot, een Rus die op de terugweg van een vliegshow bij Parijs een bepaald grensgebied wilde fotograferen. Hoe het met de man is afgelopen, vermeldt de geschiedenis niet. Uit de lucht geknald? Uitgezwaaid?
Buikschuiver
Terug op de Tranendallaan stuiten we, nu voor de derde keer, op een hekwerk rond een beklinkerd terrein met daarop een onduidelijke installatie, van de firma Nouryon. Gas? Zout? Vlak ernaast staat een huis met aan de voorgevel rechts een wasbak maar dan op anderhalve meter hoogte en zonder afvoer. Wat doet dat ding daar? Of is dit de bodemdaling waarover Sieb sprak? Inmiddels hebben we wel een eerste antwoord op de vraag waaraan Tranendal zijn naam te danken heeft. Een man, rommelend in zijn voortuintje: ‘Aan de Slag bij Heiligerlee, in 1568 hier vlakbij uitgevochten. De Spanjaarden zijn toen dit gebied ingejaagd, destijds nog een moeras.’ Klinkt plausibel. En Tranendal een voetnoot in de geschiedenis van ons land, wie had dat gedacht?
Ons bezoek vindt zijn voorlopige hoogtepunt als we op Manske Mulders’ Verkoophallen stuiten, een moeilijk te omschrijven allegaartje aan terreinen en gebouwen en spullen. Binnen blèrt Radio Tien door de ruimte, tot de nok toe gevuld met … met … ja, wat? Misschien is het beste de reclameslogan te memoreren waarmee Manske al jaren aan de weg timmert: Wat wij niet hebben, heeft u niet nodig! Dus struikelen we tussen de bankstellen door, de eettafels, de vloerbedekking, vergapen we ons aan een zootje oude bromfietsen, van een JLO tot een DKW en van een Sachs tot een Atala, een Italiaanse buikschuiver hoewel de uitbater het op Oost-Duits zelfbouwspul houdt. Ook gezien: een plastic dinosaurus, en aan het plafond hangt een fiets, volkomen uit het lood, met daarop een gehelmde soldaat die elk moment naar beneden kan vallen.
Slappe lach
In het, eveneens propvolle, kantoortje treffen we Jan Mulder, zoon van de inmiddels verscheiden Manske, een druk baasje die voortdurend loopt te bellen maar tussen de bedrijven door toch even tijd heeft. ‘Je had gister moeten komen’, roept hij, om boven papegaai Lorre uit te komen. ‘Toen was Klaas Haan hier. Die schrijft een boek over Tranendal.’ Kijk, dat noem je nou het geluk van de vrije nieuwsgaring. Klaas weet vast te vertellen hoe het zit met Tranendal en Nouryon en de bodemdaling en de Slag bij Heiligerlee en dat soort zaken. Lorre krast intussen vrolijk door maar hij kan meer dan dat, bezweert Jan. Gronings praten bijvoorbeeld en ‘steeds als wij wat eten, roept hij: ik wil ook wat’. En op YouTube staat een filmpje waarop hij een minuten durende aanval van de slappe lach krijgt. Want lachen, dat kan Lorre ook.
Klaas Haan, erudiet en spraakzaam, maakt meteen korte metten met het idee dat de naam Tranendal iets te maken heeft met Spanjaarden die in het moeras zouden zijn gedreven. ‘Pas rond 1910 komen we de naam voor het eerst tegen. Hij schijnt terug te gaan op de negentiende eeuw, op een vrouw uit het westen van het land die in de buurtschap Napels kwam te wonen, een tranendal, vond zij. De naam Napels op zijn beurt gaat volgens de overlevering terug op de vroege jaren 1800. Na de Franse Tijd zouden hier in het veen wat buitenlandse slachtoffers zijn achtergebleven, beroerde lieden die ook nog eens een onverstaanbaar taaltje spraken. Misschien dat men daarom dacht dat ze uit Napels kwamen, wie weet.’
Volgens Klaas is het niet de naam die Tranendal op de kaart heeft gezet maar Manske Mulder. Want wat gebeurt er begin jaren negentig? ‘Saddam Hussein valt Koeweit binnen, het begin van de Eerste Golfoorlog. Daarbij zou ook sprake zijn van het gebruik van gifgas. Dus ontstaat er een run op gasmaskers. En wie had die en masse ingeslagen? Manske Mulder! Ze vlogen weg, net als de 25.000 noodrantsoenen die hij had opgekocht. Daarmee haalde hij de landelijke pers en zo is Tranendal bekend geworden.’
Maar er is meer. Pratend over Nouryon, een afsplitsing van AkzoNobel, vertelt Klaas dat zich onder Tranendal zo’n beetje de belangrijkste zoutconcessie van Nederland bevindt. Er zijn maar liefst twaalf putten, waaruit het zout wordt opgelost om vervolgens via pijpleidingen naar Delfzijl te worden afgevoerd. En wat moeten we ons bij die putten voorstellen? 750 Meter hoge cavernes in een kilometers dikke zoutlaag, van elkaar gescheiden door natuurlijke ‘pilaren’ om te voorkomen dat het dak instort. Vandaar de zorgen van Sieb natuurlijk, en die wasbak op hoogte!
Alvorens via de A7 weer naar het zuiden te scheuren nog even de afslag naar de Blauwestad genomen, dat andere hoofdpijndossier uit het hoge Noorden. Het idee was: we graven een mooi meer uit en bieden op de oevers grote bouwpercelen aan waar rijke westerlingen hun droomvilla kunnen verwezenlijken. Idee erachter: zo krijgt deze streek een economische impuls en gaan we de vergrijzing tegen. Helaas, de westerlingen bleven weg en wat bleef was de herinnering aan de megalomane droom van een stelletje bestuurders. En kom nu eens kijken! De Blauwestad is booming, we kunnen onze ogen niet geloven. Overal wordt gebouwd en er is zelfs een compleet oudhollands grachtenstadje verrezen. Totale kitsch, van de ‘pakhuizen’ en de ‘schipperswoningen’ tot de straatnamen die niet verder komen dan ‘Veste’ en ‘Dwinger’ en ‘Handelskade’. Niks handel maar wat een echt tranendal dreigde te worden, is nu de trots van diezelfde bestuurders.
Heel Nederland is zenuwachtig voor vanavond als Nederland het om 21.00 uur in de Johan Cruijff Arena opneemt tegen Oekraïne. Heel Nederland? Nee, één website blijft dapper weerstand bieden tegen de voetbal-overheersing. Inderdaad, www.motor.nl.
Want in navolging van de succesvolle Avondklokfilms presenteren we nu EK-vluchtfilms. Elke dag dat het Nederlands Elftal moet voetballen, plaatsen wij een mooie film online.
We trappen af met de klassieker onder de klassiekers: On Any Sunday. Er is altijd een goede reden om deze film nog een keer te zien, maar helemaal als je weet dat On Any Sunday in 2021 precies 50 jaar oud is.
Met een totale dominantie in het WorldSBK en een grote schare (circuit)fans wereldwijd, is de Kawasaki Ninja ZX-10R grondig aangepakt voor modeljaar 2021. Euro 5-updates aan het motorblok, een rijkekere uitrusting en een nieuw design moeten de basis vormen voor alweer een nieuwe WK-titel. Wij mochten een dag op het TT Circuit van Assen scheuren met de Test 2021 Kawasaki ZX-10R. Alleen deden we dat deze keer een tikkeltje anders…
Testlocatie
TT Circuit, Assen
Testomstandigheden
Droog en warm
Temperatuur
25 graden
Testkilometers
4x 15 minuten circuittijd
Bijzonderheden
We werden op Assen niet alleen getrakteerd op een leeg circuit en superweer, maar de Ninja’s waren ook uitgerust met full raceslicks. Inclusief bandenwarmers!
Waarom rijden we de 2021 Kawasaki ZX-10R?
Kawasaki heeft niet alleen de styling aangepakt voor het modeljaar 2021, maar ook de motor en elektronica verfijnd. Ze bestempelen de ZX-10R als ‘Easy to ride’. Maar is dat ook zo?
Voor we het circuit op gaan, duiken we wat dieper in de specs van de nieuwe Ninja. Er kunnen meerdere boeken geschreven worden over alle onderdelen, elektronica en features die er op de ZX-10R zitten, maar we houden het zo beknopt en volledig mogelijk. Beloofd! Het het nieuwe design springt het meest in het oog. De kop werd duidelijk scherper getekend, waarbij de led-koplampen verscholen zitten achter het kuipwerk. Vind je dat niet zo mooi? Kan goed zijn, maar je zult er toch aan moeten wennen, want dit wordt de nieuwe Ninja-styling. Aansluitend is het windscherm 40 mm hoger geworden en wat rechter gezet voor meer windbescherming.
Uiteraard kunnen winglets in 2021 niet ontbreken voor meer downforce.
Het motorblok dan, want dat is nu conform Euro5. We besparen je alle kleine aanpassingen, maar melden wel dat een nieuwe luchtgekoelde oliekoeler moet zorgen voor het zo goed mogelijk afkoelen van de 998cc-viercilinder. De versnellingsbakverhoudingen van de eerste, tweede en derde versnelling werden kleiner voor meer acceleratie bij lage en middelhoge toeren. Het chassis werd op zijn beurt dan weer zo goed als ongemoeid gelaten, maar de wielbasis is 10 mm gegroeid ten opzichte van de vorige generatie. Het rijgedrag in de bocht zou daarmee stabieler zijn.
Showa BFF en Brembo M50
De Showa BFF (Balance Free Front Fork) en BFRC lite (Balance Free Rear Cushion) blijven hetzelfde, maar zijn nu nog iets meer op circuitgebruik afgesteld. Brembo verzorgt de remmerij met de gelauwerde M50 monoblocs.
De grote novitet op het gebied van elektronica is het 4,3 inch tft-dashboard. Dat laat toe om te kiezen uit twee displays: een gekende setting voor straatgebruik met alle info in een oogopslag en een setting voor circuitgebruik met een stopwatch, een versnellingsindicator en een toerenteller als voornaamste schermvullers.
Nieuw zijn ook de verschillende rijmodi, waarbij je kunt kiezen uit Road, Sport, Rain en vier Rider-modi die je volledig naar wens kunt instellen. Verder doen ook cruisecontrol en smartphone-connectiviteit hun intrede. Tot slot beschikt de ZX-10R over een berg aan rijhulpmiddelen: van bochten-ABS tot launch control, instelbare tractiecontrole tot een op-en-neer-quickshifter, en een elektronische Öhlins-stuurdemper tot drie powermodi.
De Kawasaki-mannen sloten af met iets heel belangrijks. Ze meldden ons namelijk dat de nieuwe Ninja ‘Easy to ride’ is, waarbij ze verduidelijkten dat je geen professional moet zijn om hem op het circuit los te laten. En daar werd het – voor mij persoonlijk – heel interessant…
Duimen maar
Je moet namelijk weten dat ik geen doorwinterde circuitrijder ben. Ik heb wel een aantal trackdays op mijn teller staan, maar die kun je op letterlijk één hand tellen. Ik reed ook veelal met lichtere machines. Op het circuit ben ik dus een amateur. Al helemaal op het TT-circuit van Assen, waar ik nog nooit gereden heb. Laat staan met een 203 pk sterke superbike. Duim je mee?
Schrik van het vermogen heb ik niet, want ik heb al meerdere +180 pk-motoren onder mijn gat gehad. Het gaat me eerder over hoe de Ninja zich zal gedragen in de bocht, tijdens fel afremmen en op het Asser-asfalt. Full slicks met bandenwarmers moeten daar allemaal bij helpen, maar ook daar: ik ben een circuit-amateur en heb nog nooit met profielloze sloffen gereden. Maar goed. De eerste sessies is het vooral zoeken naar de juiste rijlijnen en de beste rempunten. Je bent dan zo intens bezig met die twee dingen dat je bijna vergeet om na te denken over hetgeen er zich onder je afspeelt.
Maar naarmate de dag vordert, groeit het vertrouwen in de ZX-10R en verloopt alles soepeler, sneller en beter. De Kawasaki geeft je ook dat nodige vertrouwen door uiterst stabiel te blijven. Ook wanneer bij een stevige remactie de achterband van het asfalt komt, of als je iets te vroeg op het gas gaat bij het uitkomen van de bocht. De elektronica schiet er op dat moment pijlsnel, maar ook heel verfijnd, in. Hard accelereren en de wheelie controle laat je voorband als het ware zweven over het asfalt. Daarbij valt op dat de Road-setting de meest aangename gasreactie heeft, in tegenstelling tot de te agressief reagerende Sport-instelling.
En zo ga ik iedere ronde steeds op zoek naar mijn eigen limiet, maar ook de limiet van de Ninja ZX-10R. Uiteraard ligt die mijlenver van mijn kunnen, maar ik begrijp wel waarom Kawasaki hem het label ‘Easy to ride’ meegeeft. Het lichte sturen, de goed werkende elektronica, de aangename – maar ook zeker onwaarschijnlijk straffe – vermogensopbouw, de stabiliteit onder alle omstandigheden, de remmen die je gewoon met één vingertje kunt bedienen… alles is aanwezig om het de rijder zo makkelijk mogelijk te maken.
Zou ik daarom aanraden om als circuitleek of circuit-amateur meteen met een (nieuwe) ZX-10R te beginnen? Nee. Hoewel de machine het toelaat als je je verstand een beetje gebruikt, ben je toch beter af met een wat lichtere motor zoals bijvoorbeeld een ZX-6R of een Ninja 400.
Gelukkig stuurden we ook nog iemand mee die al wat meer circuitervaring op haar conto heeft staan. Haar naam is Jill, ze rijdt (toevallig) met een Kawasaki Ninja ZX-6R en ze doet zeer regelmatig mee aan sprint- en endurancewedstrijden. Uiteraard zou deze test incompleet zijn als we niet naar haar mening hadden gevraagd.
Pluspunten 2021 Kawasaki ZX-10R
Behapbare power, stuurgedrag, stabiliteit
Minpunten 2021 Kawasaki ZX-10R
Hevige gasreactie, design moet je ding zijn
Conclusie van een ervaren circuitrijdster
Jill Daneels
Het eerste wat me al na enkele bochten opviel, was het soepele stuurkarakter van de ZX-10R. Alsof ik op mijn ZX-6R zit te rijden, maar dan met een vrachtschip aan extra pk’s. De combinatie van die soepelheid en stabiliteit is nog indrukwekkender. In de bocht bij hard remmen of bij agressief uit de bocht accelereren, blijft de Kawasaki mooi op koers. Daardoor krijg je veel vertrouwen in de machine en durf je ook steeds harder te pushen. Dat gebeurt trouwens al redelijk snel op de dag, want de Ninja heeft weinig tijd nodig om eraan te wennen. Hij nodigt je uit om hard mee te rijden.
Enkele dingen waaraan ik echt moest wennen waren de hevige gasreactie en de sterke motorrem. De stand ‘Road’ bleek op het circuit de meest aangename modus te zijn. In ‘Sport’ is de gasreactie heel sportief. Enthousiaster word ik van de wheelie controle die super werkt en de zitpositie die heel aangenaam is. Op mijn ZX-6R zit ik te veel tegen de tank. Op deze ZX-10R heb ik meer bewegingsvrijheid.
Tot slot nog melden dat de toevoeging van de luchtgekoelde oliekoeler een serieuze verbetering is om de viercilinder beter op temperatuur te houden. Uit ervaring weet ik dat oudere ZX-10R’s nogal eens willen oververhitten. Dus dat zal nu geen probleem meer zijn.
Schleiz is gewoon cult. Niet alleen het IDM en andere evenementen op de Schleizer Dreieck in Thüringen, het oudste stratencircuit van Duitsland, zijn een reis waard. Ook de omgeving heeft zijn charme. En er zijn daarnaast diverse grote namen uit de Schleizer-motorscene die heel wat verhalen te vertellen hebben.
We starten de reis in Schleiz op de Neumarkt, een voormalige paardenvijver. Terwijl m’n reisgenoot Gerd geniet van een schuimgebakje uit de Landbäckerei, ga ik naar de plaatselijke VVV – ofwel Stadtinformation – in de Alte Münze. Daar krijg ik van Janina Agatha, de behulpzame dame achter de balie, naast overnachtingstips ook de goede raad om Jürgen Hartelt te bezoeken, die goed thuis is in het lokale race-wereldje. Da’s een voltreffer!
‘Motorradbekleidung’ staat er op de etalageruit van de oudste nog bestaande zelfstandige winkel van Schleiz sinds de Duitse eenwording. Respect. Een lauwerkrans zou op z’n plaats zijn geweest, maar daarvoor ontbreekt toch de ruimte. Het ziet erbinnen namelijk uit als in een bont gesorteerde marktkraam. Overal waar een beetje plek aan de wand is, boven deuren en wandrekken: Posters van Joey Dunlop, Freddie Spencer & Co, de meeste niet meer helemaal kleurfris van de pers. Dit in tegenstelling tot de kaarten voor het IDM in het aankomende laatste juli-weekend, die Jürgen klaar heeft liggen voor de voorverkoop. Bovendien heeft hij een heleboel anekdotes uit de 90-jarige historie van de Schleizer Dreieck paraat. Gelukkig heeft hij die ook in boekvorm, want ik vermoed dat Gerd inmiddels wel z’n gebak op heeft.
We gaan dus op weg naar de BMW-dealer, de werkplek van motorhandelaar Christian Winkler, die ook als toergids in de omgeving actief is. En derhalve een aantal tips c.q. waarschuwingen voor ons heeft, zoals bijvoorbeeld de afsluiting van het Bleilochtal. Elk jaar wordt daar in augustus het SonneMondSterne-Festival gehouden, een gigantisch openlucht-dance-event. Dat staat niet op ons programma; in plaats van op illustere acts als Sven Väth of ‘Gestört aber Geil’ stuiten wij onderweg op de Saksische klanken van een gezin uit Chemnitz dat het zich gemakkelijk heeft gemaakt aan de oever van het meer. Zij op hun beurt luisteren naar de Multistrada-klanken van ons.
Dat geluid verstomt uiteindelijk voor Hotel Luginsland. Deze gele villa lag vroeger, voor de inkorting van het circuit, direct langs de baan; het terras van het restaurant was een ideale plek voor zicht op de Heinrichsruher Kurve. De herberg is behangen met foto’s van motorhelden en aan het plafond hangt een minibike als kroonluchter. Het was een geschenk aan de waard en hotelbaas Otto Pätzold, wiens vader in de jaren 60 als enige in Schleiz kamers met bad aanbood. Dit zeer tot tevredenheid van niemand minder dan Luigi Taveri, de legendarische Zwitserse 125cc-wereldkampioen.
Bratwurst Lutz
Rood-witte kerbstones langs de weg laten duidelijk zien dat het hier geen gewone weg betreft. De kleurige markeringen omzomen een deel van de (voormalige) B2, waarover op normale dagen het verkeer vanuit het centrum richting het zuiden rijdt. Hier vliegen de coureurs door ‘die Seng’, het laagste punt van het Schleizer Dreieck-circuit.
We gaan van de race- in de touring-modus. Een klassiek reisdoel is Schloss Burgk hoog boven de Saale. Voor liefhebbers van vorstelijke wooncultuur is er een museum, voor hongerige magen het kasteelterras, geopend vanaf 11 uur. We gaan verder naar ‘Bratwurst’ Lutz Heuschkel in Gräfenwarth, een Imbiss uit het Thüringer plaatjesboek. Alleen de hemelsblauwe Trabant ontbreekt. ’Ik moet eerst de aandrijfassen repareren’, grijnst grillmeester Lutz, terwijl Gerd alvast met vooruitziende blik een frikandelbroodje in de koffer van de Multistrada stopt. Er volgt een groot aantal fraaie gevels in Saalburg-Ebersdorf, daarna rijden we langs Friesau (17 t/m 19 september 2021 weer het toneel van het motortreffen met motordominee Ingolf Scheibe-Winterberg) en maken een vrijwel verkeersloze rit door lange, doorlopende bochten en een complex veldmozaïek tot aan Ziegenrück. Dan gaat het omhoog naar Moxa via een heerlijke slingerweg.
We pakken de Mühlenfähre, het pontveer over het stuwmeer tussen Linkenmühle en Altenroth en rijden langs het Hohenwarte-stuwmeer door veel bos. Later sturen we door de glooiende korenvelden bij Knau naar de Plothener-vijvers. Waar Gerd afhaakt, om vandaag nog terug naar huis in de buurt van Venlo te rijden.
Stasi ontwapend
Tijd voor een paar telefoontjes. Jürgen Müller, een freelance-journalist uit de gemeente Schleiz, heeft een zoon die bevriend is met het racetalent Micky Winkler. En die heeft wel tijd voor een rondje rijden voor foto’s. We treffen elkaar bij de Alte Münze. Waar blijkt dat er een kink in de kabel zit, want de 17-jarige Micky heeft nog geen rijbewijs. Geen probleem. Vader Steffen heeft een oude CBR600F die weliswaar geschorst is, maar hij heeft ook een vriend die een rode nummerplaat heeft. Geregeld en dank aan allen!
Zondagochtend staan we bij de Buchhübel, het hoogste en voor toeschouwers meest aantrekkelijke punt van de Schleizer Dreieck. Micky brengt voor de fotoshoot een Kawasaki Ninja 400 mee, zijn racemotor voor het IDM Supersport 300. Bij recente races in Oschersleben is hij daarmee 6e en 7e geworden. Sinds zijn vijftiende is hij gestopt met school, om zijn droom van een racecarrière na te jagen. ‘In het weekend races, zondagavond of maandag weer thuis, dan nog huiswerk maken en veel studeren om goede cijfers te halen – dat ging gewoon niet samen’, legt Micky uit.
Van de lichte Ninja 400-twin naar de Honda 600-viercilinder, die typische plastic-omhulde CBR uit de jaren 90. Voor Steffen was zoiets voor de Duitse eenwording nog een droom, eentje die hij in 1993 in vervulling liet gaan. Hij heeft er sindsdien 52.000 kilometer mee gereden. Daar komen nu nog wat kilometers bij voor deze rood-paarse kleurenexplosie.
Het eerste doel is Zeulenroda, waar we plaatsnemen onder het zonnescherm van Pizzeria Toscana. Tijd om eens te bomen over motoren.
Het gesprek gaat onvermijdelijk over de Oost-Duitse motorwereld, bestaande uit Simson S50, MZ ES150 en TS250, maar interessanter vind ik wat Steffen – van jaargang 1963 – vertelt over zijn diensttijd van 1988 tot begin 1990 bij de VPB, de ‘Volkspolizeibereitschaften’. ‘We hebben meteen na de Wende de Stasi ontwapend. We hadden het bevel om de wapenkamers in de Normannenstraße te ontruimen. We zijn toen ‘s zondags met twee vrachtwagens op pad gegaan, in de eerste de wapens, in de tweede de munitie en zo zijn we door Berlijn gereden – voordat op maandag, 15 januari 1990, de Stasi-centrale door de bevolking werd bestormd.’ Man man, wat een tijd…
Middelpunt der Aarde
Je kunt verkoeling zoeken in zwemvijver Pöllwitz, maar wij rijden verder langs de kartbaan Oberlandring bij Neuehäuser, maken een zijsprong naar het toeristisch-commerciële ‘Mittelpunkt der Erde’ in Pausa, sturen een fijn stukje op de Duitse Alleenstraße tussen Tobertitz en Kloschwitz, en spoeden als de overdrijvende wolken naar Schwand. Tegenover het romantische Wasserschloss Geilsdorf is het een mooie plek voor een picknick met je geliefde, voor liefhebbers van experimentele muziek (en dan hebben we het vooral over het Gülleorgel van boer Böhme, een apparaat dat er met al zijn slangen uit ziet als een gierverspreider!) zijn er de Stelzenfestspiele bij Reuth, een festival vernoemd naar het nabijgelegen kleine dorpje Stelzen. En als waarschuwende herinnering aan de Duitse tweedeling is er het openluchtmuseum Mödlareuth, precies op de grens tussen Thüringen en Bayern.
Na deze toeristische ronde bedank ik Steffen wederom. Zijn reactie: ‘We doen altijd ons best als we iemand kunnen helpen. Vroeger ging dat niet anders!’
Wie ook over vroeger kan meepraten: Heinz-Jürgen Walther. De vitale en praatgrage senior is met zijn AWO 425 (AWO was voortgekomen uit het Sovjet-merk Awtowelo, dat motoren maakte op basis van met name oude BMW-ontwerpen) een succesvolle en constante deelnemer in de ADMV Classic Cup. Zijn hobbykelder is een picobello gesorteerde schatkamer vol met trofeeën en historische kostbaarheden – om nog maar te zwijgen over alles wat er aan verhalen te horen valt. Variërend van Rudi Felgenheier, in 1952 de sensationele winnaar op een 250cc-fabrieks-DKW in de Grand Prix van Duitsland op Solitude, tot aan het credo van de wijze coureur: ‘De grootste prijs die je kunt winnen is wanneer je net zo thuiskomt zoals je vertrokken was, wanneer man en materiaal nog heel zijn – de bokaal is slechts een bonus.’
Wie missen we nog? Precies, Julian Puffe. De slungelachtige Schleizer, die overigens eveneens geen motorrijbewijs heeft, heeft gisteren op een S1000RR race 1 van de superbikeklasse op de Nürburgring gewonnen en gaat momenteel aan de leiding in het IDM, voor aartsrivaal en teamgenoot Ilya Mikhalchik uit Oekraïne. Tussen de races door werkt Julian – die een opleiding in de elektromechanica heeft – bij de lokale Ford-dealer op de marketingafdeling. Zijn doel: ‘Ooit in het WorldSBK te komen, daar werken we naartoe. Hoe realistisch dat is? Moeilijk te zeggen, daar komt ook geluk bij kijken.’ En wat is er zo leuk aan de Schleizer Dreieck? ‘Het is een stratencircuit, het gaat bergop en bergaf, je komt langs maisvelden, het is gewoon nog echt oldskool. En dan nog het enthousiaste publiek en de adembenemende sfeer.’ Iets wat het aankomende weekend weer van dichtbij te beleven is.
Reisinformatie Schleizer Dreieck
Voor velen geldt het als een kleine Nürburgring, voor Britten is het de kleine Isle of Man of Germany: Het heuvelachtige Schleizer Dreieck-circuit. In 1923 vond op het 7,6 kilometer lange parcours met een hoogteverschil van 69 meter de ‘Erste Brennstoffprüfung’ voor tien auto’s en vijftien motorfietsen plaats. Het toeschouwersrecord stamt uit 1950 met 250.000 bezoekers bij het toen eenmalige en gezamenlijke Oost- en West-Duitse kampioenschap voor motoren. Daarna scheidden zich ook de sportieve wegen van DDR en BRD.
Niet in de laatste plaats door de internationaal bezette Formule-3-races in de jaren zestig werd Schleiz het grootste motorsportevenement van de socialistische landen. Om de veiligheid te vergroten, werd het circuit – dat gebruik maakt van openbare wegen – twee keer verbouwd en ingekort. In 1988 werd de haarspeldbocht in de bebouwde kom vervangen door een doorsteekje met een chicane, waardoor de lengte terug werd gebracht naar 6,8 kilometer. In 2004 werd het circuit drastisch ingekort door de dwarsverbinding tussen ‘Seng’ en ‘Buchhübel’, waardoor de zuidelijke lus via de Heinrichsruher Kurve en de Waldkurve kwam te vervallen. Sindsdien is het circuit nog maar 3,8 kilometer lang, maar het onderscheidt zich mede dankzij het hoogteverschil van 44 meter nog altijd duidelijk van de vaak ‘synthetische’, moderne circuits elders, zeer tot genoegen van veel motorsportfans. Die hebben op de Schleizer Dreieck de keuze tussen de International Sidecar Trophy, het Driftfestival, VFV Oldtimer-GP, IDM en de ‘German TT’ (een titel die een belletje doet rinkelen).
Erheen
Het Thüringse stadje ligt ten zuiden van Gera en bereik je via de A9 van Berlijn naar Nürnberg, afslag Schleiz.
Overnachtingen
Aan de zuidrand van Schleiz, direct aan het oude circuit, ligt Hotel Luginsland (hotel-luginsland.de, tel. +49 3663 480530); ver buiten schot van de races, hoog boven het Hohewarte-stuwmeer bij Drognitz-Reitzengeschwenda ligt het hotel ‘Sommerfrische Lothramühle’ (naturhotel-sommerfrische.de, tel. +49 36737 209808).
Literatuur
’90 Jahre Schleizer Dreieck: Die wechselvolle Geschichte einer einzigartigen Rennstrecke’, HB-Werbung und Verlag, € 19,-
Ga er goed voor zitten, want deze Handige Harry maakt in iets meer dan 17 minuten een waanzinnige KTM 1190 RC8. Van papier! Dat moet je zien om te geloven en dat geldt zeker ook voor deze BMW S1000RR.
Net als olie in je blok zorgen cookies ervoor dat alles soepel loopt. We gebruiken ze om de website goed te laten werken en je de beste ervaring te bieden. Door verder te gaan, geef je toestemming voor het gebruik van cookies.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.