Mannen kunnen maar één ding tegelijkertijd. Toch? Mooi niet, want Lucio Cecchinello is zonder twijfel de koning van multi-tasking. Een bijzonder gesprek met een bijzondere man.

Triumph houdt de Street Scrambler tot en met 2022 op de markt met een modelupdate, maar de 2021 Triumph Street Scrambler ziet er niet wezenlijk anders uit. Veel van de machine is hetzelfde als het huidige model, maar het belangrijkste is dat de motor nu Euro 5 is goedgekeurd.
Het lijkt erop dat Triumph erin is geslaagd om de uitstoot van de Street Scrambler te verminderen zonder dure, interne wijzigingen aan het blok. Het elektronische motormanagementsysteem is geüpdatet en de dubbele hooggeplaatste uitlaat krijgt een nieuwe secundaire katalysator, maar de 270 graden 900cc-parallel-twin zelf blijft dus ongemoeid, wat meestal niet het geval is bij ‘emissiegeüpdatete’ machines.
Triumph heeft het maximumvermogen en -koppel vrijwel gelijk gehouden, bij hetzelfde toerental. De motor levert 65 pk bij 7.250 tpm en een koppel van 80 Nm bij 3.250 tpm, wat bijna identiek is aan het vorige model. Ook onveranderd: het onderhoud. Iedere 16.000 km moet je de olie verversen en iedere 32.000 km moet je de kleppen stellen.
Triumph heeft de 2021 Street Scrambler ook een milde make-over gegeven, met nieuwe nummerplaten in racestijl, een hielscherm, nieuwe zadelbekleding, nieuwe koplampbeugels en nieuwe gasklephuisdeksels.
2021 Triumph Scrambler 1200 & Steve McQueen-versie
De niet-verstelbare voorwielophanging met enkele schijfrem blijft ongewijzigd, net als de dubbele schokdemper achter met enkele schijfrem. Er is nog steeds een gecombineerde analoge/lcd-snelheidsmeter (zonder plannen voor een tft-scherm in de nabije toekomst). Triumph heeft ook geen IMU op de motor gemonteerd, maar tractiecontrole en ABS zijn wel aanwezig, geregeld via de rijmodi (Road, Rain, Off-Road).
De zithoogte is een zeer bruikbare 790 mm en de motor weegt 223 kg. Spaakwielen van 19 inch voor en 17 inch zijn standaard (niet tubeless).
Triumph heeft een lange lijst van fabrieksaccessoires beschikbaar, waaronder zachte tassen, valbeugels, verstelbare hendels en tientallen andersoortige onderdelen en accessoires. Meer dan 80 procent van de Street Scramblers wordt uiteindelijk geleverd met geïnstalleerde fabrieksaccessoires, aldus Triumph.
Als je een kant-en-klare special wilt kopen, kun je een beetje extra betalen voor de Street Scrambler Sandstorm edition. Naast het modelspecifieke lakwerk wordt de Sandstorm ook geleverd met een hoog gemonteerd voorspatbord, een draadkoplampbeschermer, skid plate, retro-ogende rubberen kniestukken in de tank en kit waardoor je geen achterspatbord meer ziet. Deze machine is bedoeld om eruit te zien als een ouderwetse Triumph woestijnbedwinger, maar aangezien hij op dezelfde vering en banden (Metzeler Tourances) loopt als de standaardmotor, lijkt het erop dat hij toch meer voor de show is dan voor het terrein.
Van de Sandstorm zullen slechts 775 exemplaren worden gemaakt, en hij zal vanaf mei verkrijgbaar zijn.

BMW zoekt naar een meer innovatieve benadering voor het inschakelen van functies op de motor. Volgens de tekening hebben ze een patent aangevraagd voor gebarenbediening. Die maakt gebruik van sensoren op het stuur.

Deze nieuwe, gepatenteerde technologie krijgt commando’s van de bewegingen van de vingers van de rijder terwijl hij in het zadel zit. Op de tekening zijn sensoren te zien op de handbeschermers of op de onderkant van de achteruitkijkspiegels.
Vooruitblik BMW GS Trophy 2022: Afzien voor stervelingen
Het concept is ontwikkeld om motorrijders in staat te stellen beide handen aan het stuur te houden, zodat de motorfiets altijd onder controle is. Moderne motorfietsen worden geleverd met een scala aan functies en instellingen die de aandacht van de weg afleiden wanneer ze worden ingeschakeld. Het patent van BMW moet dit tegengaan en stelt rijders in staat om door instellingen, rijhulpmiddelen en aanpassingen te bladeren door simpelweg een vingerbeweging te maken.
Volgens rapporten wil BMW bepaalde bewegingen gebruiken, zoals het draaien van de wijsvinger, het omhoog/omlaag schuiven, van links naar rechts (etc.) om de spiegels te verstellen. Natuurlijk zou het in het begin een uitdaging zijn om de gebaren te onthouden, maar uiteindelijk is het ontworpen om het leven op de motorfiets gemakkelijker te maken.
Wanneer ’s nachts wordt gereden zullen waarschijnlijk infraroodsensoren worden gebruikt om een gehandschoende hand te identificeren.
Naarmate de motorfietstechnologie toeneemt en het aantal knoppen op motorfietsen ook, wordt het dan ook geen tijd om een technologie te ontwikkelen die het aantal knoppen op het stuur vermindert?

Al heb je helemaal niets met voetbal, het zal je vast niet zijn ontgaan dat onlangs de schatrijke eigenaren van een aantal topclubs met een eigen Super League – uiteindelijk zonder succes – een bom legde onder de Champions League. Bepaald geen onbekend verhaal voor elke wegraceliefhebber met een beetje historisch besef, want in 1979 werd de World Series gelanceerd, een tegenhanger van het Wereldkampioenschap wegrace. Met een grote rol voor ‘onze’ Wil Hartog!
De Grand Prix van 1979 op het flink ingekorte Spa-Francorchamps had een groot feest moeten worden, met natuurlijk heel veel Nederlandse fans aanwezig, maar het werd een ramp en aanfluiting ineen. Nieuw, spiegelglad asfalt zorgde ervoor dat Francorchamps gevaarlijker was dan ooit en iedereen die het oude traject kent, weet dat dit haast knap te noemen is. Een aantal rijders besloot zelfs met regenbanden op pad te gaan, omdat er gewoon geen grip was! Alleen de zijspannen konden, dankzij het extra wiel, nog een beetje hun weg vinden en waren dan ook met afstand het snelst. Het circuit en het Waalse Ministerie van Openbare Werken – geen grap – zette in de nacht van vrijdag op zaterdag alle denkbare hulpmiddelen in om het asfalt enigszins grip te geven, maar toen op zaterdagochtend bleek dat het nog steeds een ijsbaan was, gingen alle toppers onder leiding van Wil Hartog en Kenny Roberts in staking. Een actie die gericht was tegen de organisator, maar ook zeker tegen de FIM. Er was namelijk al langer onvrede over de overkoepelende organisatie van nationale motorbonden, onder andere vanwege wedstrijden op gevaarlijke circuits, het start- en prijzengeld en de leefomstandigheden in het paddock.
De toeschouwers op Francorchamps hadden daar geen boodschap aan en waren woedend (er braken zelfs rellen uit die leidden tot keihard ingrijpen van de Rijkswacht), want ze hadden flink betaald voor een kaartje. Uiteindelijk startten er slechts een handjevol rijders, onder wie Martin van Soest, die die dag zijn enige WK-podium behaalde door als derde te finishen in de 125cc. Henk van Kessel en Theo Timmer werden daarnaast eerste en tweede in de 50cc-race.
Deze Nederlandse motorcoureurs gaan internationaal scoren in 2021
Al snel werd duidelijk dat de nasleep van Francorchamps 1979 nog veel groter was, dan het volledig mislukte raceweekend in België. Direct na dit voorval besloot de FIM Kenny Roberts en Virgino Ferrari, die als aanstichters werden aangewezen, te schorsen. Later werd deze straf omgezet in een voorwaardelijke schorsing van een jaar en een boete van 5000 Zwitserse Francs. Alle andere stakers kregen een boete van 500 Francs opgelegd. Zo was dus de oorlog tussen de coureurs en de FIM uitgebroken. Nadat een aantal rijders eerst met een aantal eisen kwam op het gebied van veiligheid, onkostenvergoeding en leefomstandigheden op het circuit, werd tijdens de Grand Prix van Silverstone van dat jaar bekend dat de ‘World Series Motorcycle Racing Limited’ was opgericht. Zo’n vijftig topcoureurs zouden toetreden tot deze organisatie, die helemaal niets met de FIM te maken wilde hebben. De belangrijkste speerpunten van de ‘World Series’ waren, zoals verwacht, betere omstandigheden, zoals veiligheid en faciliteiten en natuurlijk geld. Hoewel de plannen pas midden augustus gepresenteerd werden, zou het nieuwe kampioenschap al een jaar later, in 1980, van start moeten gaan.
Het zorgde, net als recent in de voetbalwereld, voor ongekend veel onrust. Coureurs, teams, fabrikanten, organisatoren; niemand wist precies waar-ie aan toe was. In december 1979 werd er door een initiatiefnemers Kenny Roberts en de Engelse journalist Barry Coleman – die als vertegenwoordiger van de coureurs optrad – een persconferentie gehouden in Londen. Maar in plaats van duidelijkheid te geven, werd het aantal vraagtekens alleen maar groter. Nog maar weinig mensen geloofden, nauwelijks een half jaar na de eerste ideeën, nog in het ambitieuze plan.
Toen in januari 1980 Wil Hartog, een van de voorvechters, in Brussel een vergadering van het nieuwe kampioenschap verliet, was van een levensvatbaar plan haast al geen sprake meer. Hartog wilde niet klakkeloos achter Roberts aanlopen. Vooral het feit dat de Amerikaan de World Series onafhankelijk van de FIM wilde organiseren, zat Hartog niet lekker. ‘De Witte Reus’ had op dat moment zicht op Suzuki-fabrieksmateriaal voor het WK van de FIM en dat vond hij, heel begrijpelijk, belangrijker. De Nederlander werd daardoor het zwarte schaap van de familie en Roberts noemde hem zelfs woest ‘Hot Dog’! Maar al snel bleek dat Hartog het allemaal juist had ingeschat, want met name de Japanse de fabrikanten kozen de kant van de FIM, waardoor de World Series nog voor het echt begonnen was, al ten einde kwam. Al bleef er een groep, misschien wel tegen beter weten in, zich verzetten. Ze kwamen zelfs met het plan om de eerste zes GP’s te boycotten, maar ook dat plan liep helemaal spaak.
Even leek er nog wel een klein probleempje te zijn voor het Nederlandse Supertrio Wil Hartog, Boet van Dulmen en Jack Middelburg. Ze hadden alle drie het contract ondertekend met het nieuwe kampioenschap en dat zou ze nog wel eens in de problemen kunnen brengen. Maar wat bleek? Hun managers Ton Riemersma en Jan Muis waren die contracten ‘helemaal vergeten’ te posten! Hoewel er van het nieuwe kampioenschap dus niets terecht kwam, zorgde het duidelijke signaal van de coureurs er wel voor dat de omstandigheden voor coureurs er flink op vooruit gingen en dat was – zeker in dit tijd – heel wat waard en best bijzonder. Bovendien kwam na de actie van Roberts/Coleman & co het een aantal jaren later tot de oprichting van de IRTA (Internationale Wegrace Teams Associatie) en vervolgens kwam eerst Bernie Ecclestone erbij en vervolgens in 1992 Dorna. Al met al werd de GP-sport veel professioneler (en ook exclusiever) en zo het geld erin steeds groter. Niet alleen door duurdere toegangsbewijzen (denk aan het protest bij de TT van 1992), maar helemaal door de wereldwijd veel hogere tv-inkomsten. En ziehier een overeenkomst met de voetballerij. Uiteindelijk is het grote geld toch het machtigst!

Vijf volgers van Motor.NL testen de 2021 Triumph Trident 660. Wat vinden zij van deze driecilinder motor van Triumph?
180 pk/180 kg
Met de 2021-KTM 1290 Super Duke RR claimen de Oostenrijkers de titel van sterkste naked bike met een V-twin. Een een-op-een pk per kilo-verhouding is nog steeds indrukwekkend, maar tegenwoordig is de Super Duke RR, met een vermogen van 180 pk bij 180 droge kilo’s, toch niet de sterkste en zelfs niet de lichtste van alle hypernakeds. Vier-in-lijns en V4’s maken tegenwoordig de dienst uit. De KTM 1290 Super Duke RR is dan ook de laatste van een uitstervend ras… Waar zijn de V-twin-naked bikes toch gebleven?

139 pk/181 kg
We kunnen allemaal wel weemoedig gaan doen over de teloorgang van de Aprilia Tuono 1000R. Dat Tuono Italiaans is voor donder, begrepen we ook meteen door de dikke klappen van de 60graden-V-twin. Daarna bewezen de V4-versies van de Aprilia Tuono dat daar ook niks op af te dingen valt. Hoewel: de V4-blokken waren in de beginjaren wel erg racy. Met de bombestendig Rotax V990-tweecilinder ging elke opvolger het zwaar krijgen. Met 139 pk bij 9.500 tpm en 107 Nm bij 8.500 tpm klinken de prestaties van de Tuono-tweecilinder haast beschaafd in vergelijking met wat er nu op straat wordt gezet. Alleen al het feit dat hij met 997 cc braaf onder de 1000cc-grens blijft. Maar vergis je niet, in het tijdperk voor immense vermogens en elektronische rijhulpmiddelen woog de Aprilia Tuono 1000R Factory in 2010 met 181 kg toch maar één kilo meer dan de Super Duke RR, die we nu elf jaar later plots zo licht vinden.
Aan de vooravond van de versnellingsbakrevolutie
160 pk/181 kg
Net als bij Aprilia, werd de V-twin-naked bike in Bologna ook door een V4-naked bike van het toneel verdrongen. Voor het vertrek van de Ducati Monster 1200R werd alleen geen groot afscheid opgetuigd. Nergens een korte necrologie, nergens een heldendicht. In plaats daarvan stond de Monster R na 2019 opeens niet meer in de catalogus. Er was ondertussen immers een Ducati Streetfighter V4. Uit het oog, uit het hart, uit de prijslijst. Ter vergelijking: die SFV4 neemt met 1:1,17 elke motor te grazen. Dat zijn superbikecijfers waar je ontzag voor hebt. Toch is het roemloze afscheid van de Monster 1200R enorm ongepast en onverdiend geweest. De Monster 1200R weegt met 180 kg namelijk net zo weinig als de KTM 1290 Super Duke RR. Dat gebrek aan voelbaar gewicht maakte de Monster 1200R wel tot een stuurfiets pur sang en het ontwerp van de Monster is ook nog eens een stuk verfijnder dan zijn bruut ogende, gevleugelde opvolger. Met 160 pk bij 9.250 tpm en 134 Nm bij 7.750 tpm was-ie evenmin een slappampus. Al was de L-vormige Testastretta-twin juist net wat minder gepolijst dan zijn V4-nazaat. In retrospectief is dat eerder een opmerking dan een klacht.
162 pk/177 kg
Het is dat Bimota inmiddels met de hakken langs de afgrond schuifelde toen het Italiaanse nichemerk in 2015 met de slechts 177 kilo wegende Impeto op de proppen kwam. Anders had KTM namelijk mooi een ander wapenfeit dan de sterkste V-twin naked bike als unieke eigenschap van de 1290 Super Duke RR kunnen bedenken. De standaard Impeto mocht dan door een teruggetunede versie van het 1198cc-Testastretta Evoluzione-blok van Ducati aangedreven worden, maar het had nog gekker gekund. Die L-vormige V-twin uit Bologna produceerde namelijk sowieso al 162 pk bij 9.250 tpm en 130,5 Nm bij 8.000 tpm, maar Bimota maakte ons indertijd ook al lekker met een supercharger-kit. Volgens het merk uit Rimini zou de kit goed zijn voor vijftien à twintig procent meer koppel en een topvermogen van zeker 190 pk. Helaas werd het vervolgens erg stil rondom de supercharger-kit. En de Impeto. En Bimota.
185 pk/188 kg*
Het blijft toch een verrassend merkje dat Buell, Erik Buell Racing of EBR, net wat je wilt; het is ook eigenlijk allemaal hetzelfde. Keer op keer nieuw leven ingeblazen, even zo vaak ten ondergegaan. Toch staan we hier voor de splijtzwam dat de EBR 1190SX stiekem wel eens KTM’s claim op de titel van sterkste V-twin aangedreven naked bike kan ontkrachten. In het kortstondige bestaan van de 1190SX zette EBR gewoon een naked bike neer met 185 pk bij 10.600 tpm en 137,8 Nm. Erik Buell deed niet aan terugtunen voor meer middengebied of een andere eindoverbrenging om de bruikbaarheid op te krikken. Nee hoor, beter was het om gewoon de EBR-superbike te pakken, kuip eraf, hoog stuur erop en klaar. Qua paardenkrachten legt de 1290 Super Duke RR het dus sowieso al af de tegen de 1190SX. Met de gewichtsvergelijking wordt het zelfs nog interessanter. De EBR 1190SX weegt namelijk 188 kg. Dat is acht kilo meer dan de Super Duke RR. Alleen is de gewichtsopgave van de EBR 1190SX rijklaar (vooruit, wel met een lege tank).
Wanneer een lokale gids zegt dat het onmogelijk is om omhoog te rijden op een vulkaan, haakt ieder weldenkend mens direct af. Beter niet doen, voor we ons echt pijn gaan doen. Voor Didier Goirand en Red Bull werkt onmogelijk echter als een rode lap op een stier. En dat levert misschien wel de mooiste beelden ooit op!
Het nieuwe Mandalika International Street Circuit is nog niets eens af en nu ligt het Indonesische circuit al zwaar onder vuur na een vernietigend rapport van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties. Het circuit op Lombok hoort bij een groot toeristisch project van zo’n 3 miljard dollar, waarvoor ook hotels en golfbanen worden aangelegd. Volgens de Verenigde Naties gaat er van alles mis bij de aanleg, met agressieve landroof, gedwongen uitzetting van inheemse volkeren en intimidatie en bedreiging van verdedigers van mensenrechten. Het rapport is opgesteld door de Belgische VN-rapporteur Olivier De Schutter.
Deze Nederlandse motorcoureurs gaan internationaal scoren in 2021
De publicatie van De Schutter kwam enkele dagen voordat Dorna-vertegenwoordigers Loris Capirossi en Carlos Ezpeleta samen met Franco Uncini (FIM Grand Prix-veiligheidscommissie) het nieuwe circuit bezochten. Ezpeleta was desondanks zeer lovend over het nieuwe circuit: ‘Het bezoek aan Lombok was zeer succesvol en we kunnen bevestigen dat het Mandalika International Street Circuit in de toekomst een van de belangrijkste locaties op de kalender zal zijn.’ Saillant detail: de drie vertegenwoordigers kwamen rechtstreeks uit Qatar, een ander land dat de laatste tijd onder vuur ligt, nadat The Guardian onthulde dat 6.500 arbeidsmigranten in Qatar om het leven kwamen bij de aanleg van stadions en andere faciliteiten voor het WK voetbal in 2022. Zoals in de vorige MOTO73 al te lezen was, gebeurde er ook van alles rondom de aanleg van het Losail International Circuit. Desondanks bleef het vanuit zowel de Dorna als de FIM stil rondom de eerste GP’s van 2021, terwijl de situatie met ‘moderne slaven’ in Qatar al jaren aan de gang is. En ook rondom het recente VN-rapport blijft het (voorlopig?) stil, want zowel Dorna als de FIM heeft nog niet gereageerd. Voorlopig staat de WorldSBK-race op het Mandalika International Street Circuit (dat niets met een stratencircuit te maken heeft) gepland voor midden november, terwijl de MotoGP er volgend jaar moet gaan rijden.
Natuurlijk hebben we Nederlandse troeven met Bo Bendsneyder in de Moto2 en Michael van der Mark in de World Superbike, maar welke rijders zijn nog meer de moeite waard om te volgen in 2021? Motor.NL maakt een overzicht per kampioenschap.
Nederlandse wereldkampioenen in de wegrace zijn zeldzaam. Tot dit selecte rijtje behoort nu ook Jeffrey Buis. Nederlanders die hun wereldtitel prolongeerden zijn nog unieker, dat lukte alleen Egbert Streuer en Bernard Schnieders in de jaren tachtig. De 19-jarige Buis is het MTM Kawasaki-team trouw gebleven en begint als favoriet, maar zal moeten laten zien dat hij met de druk van regerend kampioen om kan gaan. Tijdens de officiële test in Barcelona leek Buis daar weinig last van te hebben, want toen stond hij tijdens de tweede dag ‘gewoon’ bovenaan. Tegenstand krijgt hij zeker, want er staan maar liefst 42 rijders op de startlijst. Concurrentie komt er ook vanuit zijn eigen team in de vorm van Koen Meuffels. De 26-jarige coureur eindigde het seizoen 2020 met een tweede en eerste plek in Estoril, en ziet het seizoen 2021 als zijn laatste kans op succes in deze klasse. ‘Ik zie mijzelf zeker als een titelkandidaat’, aldus de nummer vier van het WK in 2020. Victor Steeman keert, na een uitstap in het IDM, terug in de WorldSSP300. Steeman kon in 2019 met de snelsten mee met een vijfde plaats in het klassement. Steeman heeft wel een extra handicap, want hij is de enige KTM-coureur in een veld vol met Kawasaki’s en Yamaha’s. Ruben Bijman start als nieuwkomer in het WK. Voor de 17-jarige Yamaha-rijder wordt het een leerjaar, waarbij hij zich als doel heeft gesteld om in de top-15 te finishen.
Eerste race: Aragon, 21-23 mei
Dichtstbijzijnde race: Assen, 23-25 juli

De Red Bull MotoGP Rookies Cup is zeker voor Nederlanders een geschikte opstapklasse richting de Grand Prix. Kijk maar naar Bo Bendsneyder en Scott Deroue in het verleden. Dit jaar is Collin Veijer onze enige afgevaardigde in deze talentencompetitie. De 16-jarige uit het racedorp Staphorst liet tijdens zijn debuutseizoen in 2020 al zien met de kopgroep mee te kunnen. Op Motorland Aragón meldde hij zich zelfs geregeld vooraan, strijdend tegen onder anderen Pedro Acosta, die inmiddels een GP-zege achter zijn naam heeft staan. Veijer eindigde als tiende in het kampioenschap en dat is als nieuwkomer zeker niet verkeerd, maar voor dit jaar heeft hij duidelijk andere plannen. ‘Top-10 is voor mijn toekomst niet meer voldoende.’ Deze toekomst zou maar zo eens in de Grand Prix kunnen liggen, wanneer de talentvolle Veijer zich weet door te ontwikkelen.
Eerste race: Portimão, 16-18 april
Dichtstbijzijnde race: Sachsenring, 18-20 juni

Na twee jaar Red Bull Rookies en zeges inclusief een vice-titel in de European Talent Cup, zet Zonta van den Goorbergh nu in op het Junior Moto3 Word Championship. Dat doet ‘Team van den Goorbergh’ op hun eigen manier. In een klasse vol met GP-teams, komen zij met hun eigen team aan de start. Naast vader Jurgen, maken ook oom Patrick en neef Tiger deel uit van het team. Alleen monteur Mark draagt niet de naam Van den Goorbergh. Het kleine Honda-team is ambitieus en wil minimaal in de top-10 mee gaan doen. ‘Wanneer je vast in de top-5 zit, ben je klaar voor de Grand Prix’, aldus vader Jurgen. Over de mogelijkheid dat de 15-jarige Zonta in 2022 al GP’s rijdt, antwoordt Jurgen: ‘Dat is zeker niet ondenkbaar, ik schat die kans zelfs meer dan vijftig procent.’ Ook zal Zonta wedstrijden gaan rijden in het Italiaanse Moto3-kampioenschap. Van den Goorbergh is samen met Collin Veijer de Nederlandse hoop om op korte termijn weer een extra GP-rijder te hebben. Veijer zien we dit jaar naast de Red Bull Rookies ook in actie komen in het Junior WK Moto3 met een KTM van het AC Racing Team. In de European Talent Cup rijden dit jaar tevens Owen van Trigt, Justin Fokkert en Matthew Ruisbroek. Sander Kroeze zal in het Spaanse CEV Superstock 600 uitkomen.
Eerste race: Estoril, 23-25 april
Dichtstbijzijnde race: Misano, 17-18 september

World Sidecars/WK Zijspannen
De World Sidecars werd in 2020 vanwege corona geannuleerd. De laatste race dateert van oktober 2019 en toen stond niet Bennie Streuer, maar zwager Kees Endeveld met Jeroen Remmé op het podium. Endeveld eindigde in 2019 als zesde in het WK en wil dit jaar met zijn Duitse bakkenist Hendrik Crome gaan voor de top-5. ‘Aan het materiaal en het team kan het niet liggen’, aldus Endeveld. Bennie Streuers wereldtitel van 2015 is ondertussen al even geleden. Vorig jaar reed Streuer met Ilse de Haas erg sterk tijdens internationale races. Na hun breuk privé, gingen ze ook sportief hun eigen weg. Tot nu toe nog zonder geluk. Zowel De Haas als Streuer kwam hard ten val tijdens een test. Streuer heeft daarbij een zware rugblessure opgelopen. Het is daarom nog maar de vraag of Streuer dit jaar met zijn nieuwe bakkenist Emmanuelle Clement voor de titel kan strijden.
Eerste race: Pannoniaring, 25-27 juni
Dichtstbijzijnde race: Oschersleben, 1-3 oktober

In dit kampioenschap in teamverband is Nigel Walraven één van de coureurs van Team Bolliger Switzerland, een privéteam dat al jaren meedraait in de top-10. Walraven is in 2021 de nieuwe kopman. ‘We gaan dit jaar nog van start met het oude model van Kawasaki. Als we erin slagen om bij de eerste drie privéteams te zitten en tijdens de langere wedstrijden de fabrieksteams het lastig te kunnen maken, is ons seizoen geslaagd’, vertelt Nigel. Binnen het EWC-veld is er ook een Superstock-klasse, waarin de andere vaste Nederlander Wayne Tessels al een aantal jaren actief is bij het RAC41 ChromeBurner-team. Het Franse team rijdt sinds vorig jaar met de nieuwe Honda CBR1000RR en wil daarmee binnen nu en twee jaar gaan strijden voor de Superstock-titel.
Eerste race: Le Mans, 10-13 juni
Dichtstbijzijnde race: Oschersleben, [datum onbekend]
Naast Bo Bendsneyder is er nog een Nederlandse rijder actief in de Grand Prix. Jasper Iwema is terug in de wegrace en rijdt voor Pons Racing in de MotoE-klasse. Wat we van de 31-jarige Drent mogen verwachten is lastig te zeggen, aangezien hij zes jaar geleden zijn laatste race op het asfalt reed.
Eerste race: Jerez, 30 april-2 mei
Dichtstbijzijnde race: Assen, 25-27 juni

Nederlanders die internationaal willen racen of doorgroeien kiezen tegenwoordig veelal voor het Internationale Deutsche Motorradmeisterschaft, afgekort IDM. Pepijn Bijsterbosch werd in het seizoen 2019 knap derde in het IDM Superbike 1000-kampioenschap. Na een moeizame voorbereiding en zoekende naar de juiste setup kwam de 31-jarige coureur in 2020 niet in de buurt van dit resultaat. Dit jaar wil Bijsterbosch weer een gooi doen naar een top-3-klassering als coureur van het BMW-team van Werner Daemen. Bijsterbosch is één van de rijders, die de beschikking heeft over de nieuwe BMW M1000RR. De andere Nederlander in deze klasse, Ricardo Brink, moet het nog doen met het S-model. Na drie IDM-seizoenen met Yamaha waren de eerste testen met de BMW veelbelovend. De 23-jarige Brink kende ook in 2019 zijn beste seizoen (7e) en wil graag weer in de buurt komen van deze prestatie.
In de IDM Supersport 600-klasse hebben we twee Nederlandse titelkandidaten. Rob Hartog en Glenn van Straalen streden in 2019 nog tegen elkaar in het WK en zijn nu kanshebbers in het IDM. Gemakkelijk wordt het zeker niet, want in deze klasse rijden ook coureurs met veel ervaring op de IDM-banen. De klasse zit ook vol met opkomende Nederlandse rijders, zoals Milan Merckelbagh, Jeroen Hilster en Joep Overbeeke. Daarnaast komen vanuit de IDM SSP300-klasse Rick Dunnik, Colin Velthuizen en Melvin van der Voort over. Dit betekent wel dat er in de Supersport 300-klasse weer nieuw Nederlands talent op moet gaan staan.
Eerste race: Lausitzring, 30 april-2 mei
Dichtstbijzijnde race: Assen, 13-15 augustus


In de BSB zien we in de laatste jaren een terugloop in Nederlandse deelnemers. De Brexit zal hier ook niet bij gaan helpen. Jaimie van Sikkelerus is één van de rijders die de sprong over de plas gaat maken. Van Sikkelerus heeft op zijn zachtst gezegd een pittig jaar achter de rug. Na vijf operaties aan zijn been is hij vastbesloten om terug te keren. ‘Waar ik sta is moeilijk te zeggen, want ik heb een jaar geen races gereden, maar ik wil zeker meedoen in de top-10.’ Van Sikkelerus gaat rijden op een Yamaha R6 in de British Supersport-klasse. Daarnaast zijn Jorel Boerboom en Tomas de Vries vaste gezichten geworden in de Britse GP2 (Moto2)-klasse.
Eerste race: Oulton Park, 25-27 juni
Dichtstbijzijnde race: Brands Hatch, 23-25 juli & 15-17 oktober
De Northern Talent Cup is een nieuwe Moto3-competitie, mede georganiseerd door Dorna, die voor Noord-Europese doorstroom moet zorgen richting de Grand Prix. De talentencup kreeg in 2020 zijn vuurdoop, waarbij Kas Beekmans als achtste eindigde in het klassement. Beekmans wil dit jaar doorgroeien naar de top-5, net als nieuwkomer Loris Veneman, die in Nederland al diverse titels behaalde op de kleine circuits. Vader Barry vertelt over zijn 14-jarige zoon: ‘We moeten zorgen dat we vooraan mee gaan doen, zodat we het niveau hebben om door te groeien naar de European Talent Cup of de Red Bull Rookies.’ Damian Boessenkool en Rio Olofsen zijn de andere Nederlandse deelnemers in de Northern Talent Cup.
Eerste race: Lausitzring, 30 juni-2 mei
Dichtstbijzijnde race: Assen, 25-27 juni & 13-15 augustus

De coronasituatie zorgt helaas ook voor Nederlandse afvallers. Dion Otten reed in 2019 nog in het WK, maar de 18-jarige coureur kondigde deze winter zijn afscheid aan vanwege het gebrek aan financiële middelen. Ook Benro Racing, een team met WorldSBK-ambities, is in 2021 niet meer van de partij, net als Scott Deroue. Wel maakte Deroue onlangs bekend dat hij als rijderscoach van de Yamaha bLu cRU BeNeLux aan de slag gaat.
Dat je voor FMX veel moet oefenen, zal geen verrassing zijn. Maar ja, waar doe je dat? In het geval van Benny en Tommy Richards is dat heel eenvoudig: in je achtertuin. Maar natuurlijk…