Home Blog Pagina 985

NTS RW Racing GP en Bo Bendsneyder; het verhaal

0
Bo Bendsneyder
Veel rijders voor Bo Bendsneyder op de grid, weinig achter hem. Het maakt het leven voor Bo er in de Moto2 niet eenvoudiger op.

Dat het op dit moment bepaald niet loopt zoals iedereen binnen NTS RW Racing GP graag zou zien, mag duidelijk zijn. Maar nadat er tijdens Misano één tot twee keer toe geen reactie van Moto2-coureur Bo Bendsneyder in het officiële teampersbericht stond, werden de verhalen wél heel wild. Van moddergooien tot een aanstaande breuk en alles wat er tussen zit, het kwam voorbij. Maar wat is er nu precies aan de hand? MOTO73 zoekt het bij de bron en daarom komen beide hoofdrolspelers, teammanager Jarno Janssen en coureur Bo Bendsneyder, zelf aan het woord.

Jarno, laten we, voordat we op de problemen inzoomen, eerst een beetje overzicht krijgen. Bijvoorbeeld over de opgelegde Moto2-ontwikkelingsstop die loopt tot en met 2021. Dat is voor jullie als team, dat volop ontwikkeld, natuurlijk een ramp.

Jarno Janssen, NTS RW Racing GP-teammanager: ‘Die ontwikkelingsstop is door de organisatie opgelegd vanwege de situatie waarin de hele wereld nu zit en geldt voor de stroomlijn, chassis en de swingarm. Het verhaal erachter is natuurlijk dat het teams geld bespaard, omdat voor met name 2021 geen nieuw materiaal aangeschaft moet worden. Maar het is een beetje dubbel, want veel onderdelen moeten na een bepaald aantal kilometers sowieso vervangen worden. Een swingarm, om je een idee te geven, gaat ongeveer 2.500 kilometer mee, mits je ’m niet eerder al plat valt. Als team moet je dus wel nieuwe spullen blijven aankopen, waardoor er voor teams niet zo veel kosten bespaard worden. Het enige wat je krijgt, is dat toeleveranciers niet kunnen ontwikkelen en het daardoor enorm moeilijk hebben. Dan doel ik op bijvoorbeeld framebouwers Kalex en Speed-up.’

Niet op NTS?

‘Nee, want onze chassis’ worden niet verkocht, dat is puur prototype-werk. NTS ontwikkelt maar voor één team en dat zijn wij. Het hoeft het dus niet te hebben van de verkoop. Bij Kalex en Speed-up is dat wel het geval en voor hen zijn de gevolgen van de ontwikkelingsstop dus gigantisch.’

Het is dus eerder een strop dan een stop…

‘Ja, zo zou je het haast wel kunnen zeggen. Al hebben wij er, als team dat altijd doorontwikkelt, natuurlijk ook heel veel last van, maar op een andere manier. Er zijn 22 coureurs die met Kalex rijden en zonder ontwikkeling blijven die verschillen onderling hetzelfde. Bij ons ligt dat anders, want ons hele ontwikkelingsprogramma ligt ineens stil. Dat programma had juist een voordeel moeten zijn en ons de kans moeten geven om er dichterbij te staan.’

Bo Bendsneyder
Op de voorgrond de coureurs waar Bo Bendsneyder (64) en NTS RW Racing GP de strijd mee willen aangaan, maar de realiteit is helaas anders…

Wat hadden jullie willen ontwikkelen zonder die stop?

‘We zouden voor Jerez een nieuwe stroomlijn krijgen, eentje waar de hele winter aan ontwikkeld is. Juist die stroomlijn had een groot verschil kunnen maken.’

Eigenlijk had je de update in Qatar, waar jullie seizoen wel van start ging, al moeten doorvoeren dus.

‘Ja, dat klopt. Dan had het wel gemogen. Je mag normaal gesproken twee verschillende stroomlijnen homologeren per Moto2-seizoen. De eerste versie hebben wij in Qatar gehomologeerd, de tweede zou in Jerez volgen…’

Zouden jullie niet naar een systeem willen met consessiepunten, zoals in de MotoGP?

‘Zeker weten en dat voorstel ligt nu ook bij de organisatie, maar daar hebben we nog geen antwoord op gekregen, dus is dat afwachten.’

Stel dat het antwoord op jullie vraag een ‘nee’ is, wat voor zin heeft het komende anderhalve jaar dan voor NTS?

‘Je moet het zo zien: NTS is een Japans bedrijf dat gespecialiseerd is in prototyping en dat een CEO heeft die een groot motorsportliefhebber is. Aan verschillende teams in het MotoGP-paddock levert NTS producten, maar om NTS een “naam te geven” zijn ze met ons begonnen. Je kunt dit het best met Bosch vergelijken. In bijna elke auto zitten onderdelen van dit merk, maar er staat op geen auto “powered by Bosch” en dus blijft dat merk vrij onbekend. Dat was bij NTS voor onze samenwerking ook zo.’

Met welke teams werken ze dan nog meer samen?

‘Ik heb daarover een geheimhouding getekend, dus ik kan daar niets over zeggen.’

NTS heeft het financieel niet eenvoudig, begrijp ik.

‘Elk bedrijf dat motorsport gerelateerde producten maakt, heeft het nu niet eenvoudig. Ook Japan komt niet ongeschonden uit de crisis waarin we zitten. KYB, onze veringleverancier, heeft als bedrijfspolicy dat werknemers niet mogen reizen. Normaal lopen er, zeker in het begin van het seizoen, naast onze eigen specialisten altijd een aantal engineers van KYB in de box. Dat zijn allemaal zaken die meespelen en daar moet je mee om zien te gaan, want veranderen kun je niet. Hiermee is dus ook duidelijk dat het niet alleen financiële gevolgen zijn waar we mee te maken hebben.’

Jullie contract loopt eind dit jaar af met NTS. Maak je je daar zorgen over?

‘Ja, natuurlijk. We zijn met vijftien man in het team en die moeten allemaal betaald worden. Het werk gaat gewoon door, maar het genereren van inkomsten is heel erg lastig. Gelukkig hebben we een trouwe groep sponsors, dus we kunnen sowieso het seizoen afmaken.’

Bo Bendsneyder
Jarno: ‘Het klopt allemaal net niet. Dat schuif ik niet alleen in de schoenen van Bo, maar ook niet bijvoorbeeld in de schoenen van de technische crew. Het is gewoon heel complex.’

De grote uitdaging is natuurlijk 2021. Kun je daar iets over zeggen?

‘De meeste teams in de Moto2 en Moto3 zijn afhankelijk van wat kleinere sponsors, die hun plezier voornamelijk halen uit het bezoeken van wedstrijden. Maar juist dat kan nu niet en niemand weet wanneer het wel kan. Dus tel maar uit…’

Kunnen jullie zonder NTS?

‘Waar een wil is, is een weg. Maar wil ik zonder NTS? Op dit moment heb ik heel veel vertrouwen in het product dat NTS neerzet, dus ik zou echt niet kunnen bedenken waarom wij van ze weg willen. En andersom is ook echt niet het geval.’

En wie rijden er eigenlijk voor jullie komend jaar?

‘Daar hebben we nog niets over besloten.’

Helder. In Qatar deden jullie/Bo Bendsneyder het in ieder geval wel goed.

‘Dat klopt en we hadden dan ook heel graag dat momentum mee willen nemen naar de volgende races. Alleen het duurde lang voordat die volgende race er was door alle tegenslag in de wereld. Ik heb daar veel over na zitten denken. Alle coureurs zitten al jaren in hetzelfde ritme. Ze weten week in, week uit wat er gaat gebeuren en dat was ineens weg. Drie maanden konden ze niets en wisten ze niets. Wel racen, niet racen? Toen we van start gingen, zag je dat een aantal jongens moeite had de draad weer op te pakken. Ik wil niet zeggen dat dit het geval is met Bo, maar je denkt er wel aan als je ziet hoe het in Qatar ging.’

En dan komt Dunlop op Jerez met een nieuwe voorband. Eentje waar bijvoorbeeld Thomas Lüthi het heel lastig mee had en misschien zelfs wel heeft.

Bo Bendsneyder

‘We wisten dat deze nieuwe voorband zou komen en we hadden er tijdens de IRTA-test ook mee getest. We waren er tijdens die test snel mee, maar de band gaf niet het gevoel wat we nodig hadden. Een Moto2-motor wordt ontwikkeld op wat het gevoel van de rijder zegt en daarbij spelen banden een hele grote rol. We hebben gemerkt dat die nieuwe voorband veel verschilt van de oude en dat gaf Bo Bendsneyder geen goed gevoel. Je gaat dan zoeken naar een oplossing en daar hebben we heel veel moeite mee gehad. We hebben het nu wel ongeveer onder controle.’

Hoe heb je dat voor elkaar gekregen?

‘Op een gegeven moment moet je als rijder een switch maken. Je kunt wel blijven drammen dat die andere voorband je zo’n goed gevoel gaf, maar als die band niet meer in de winkel ligt, dan moet je je mindset veranderen. Je ziet dat er rijders zijn die dat makkelijker kunnen, maar je ziet ook dat een aantal toprijders – waar Bo volgens mij nog altijd bij hoort – er meer moeite mee hebben. Als de eerste 22 dan binnen een seconde staan, kun je zo in een keer naar onder vallen. Alles moet precies passen… Zodra de rode lichten doven, is het de rijder die het laatste moet geven om het resultaat binnen te halen. Dat maakt het complex. Als een rijder niet honderd procent het vertrouwen heeft in het product waarmee hij moet rijden, dan heeft hij een hele, hele grote uitdaging.’

Bo gaat dit niet leuk vinden om te horen…

‘Dat weet ik niet. Nogmaals, ik vind Bo Bendsneyder een hele goede rijder en hij heeft diverse malen laten zien dat hij met de top mee kan. Alleen nu klopt het allemaal net niet. Dat schuif ik niet alleen in de schoenen van Bo, maar ook niet bijvoorbeeld in de schoenen van de technische crew. Het is gewoon heel complex.’

Wist je dat er een persbericht verstuurd ging worden – tot tweemaal toe – waarin Bo geen commentaar gaf?

‘Een keer wel, een keer niet. We zitten in een hele turbulente periode en hebben aan de andere kant van de box een nog moeilijkere tijd vanwege de gezondheidsproblemen bij Jesko Raffin. Ik steek m’n hand in eigen boezem, maar ik heb daardoor één keer gemist dat Bo tijdens Misano 1 geen commentaar heeft gegeven. Dat is natuurlijk niet goed, maar heeft niets te maken met de onderlinge contacten binnen het team. Je viert samen feest en je lijdt samen. Nu zitten we in de situatie dat we lijden. Samen. Ik keur het niet goed, maar kan mij wel indenken dat Bo op een gegeven moment niet wist wat te zeggen. Hij heeft dan ook gestuurd dat hij “eigenlijk niets te zeggen had”. Verschillende mensen worden dan gefrustreerd en schrijven het van zich af.’

Heb je het er over gehad met Bo?

‘Ja, natuurlijk. Het staat zelfs in zijn contract dat hij aan het einde van de dag aan onze perschef zijn relaas doet. Ik verwacht niet dat we nog een keer in deze situatie komen, ook omdat Bo Bendsneyder dat niet wil.’

Dan nog even een ander pijnpunt. Hans Spaan is nu ruim een jaar weg bij jullie. Hadden jullie ’m er niet heel goed bij kunnen hebben nu?

‘Ik ga daar niet al te veel over zeggen. Iedereen maakt keuzes en die keuzes zijn gemaakt. Maar ik heb altijd gezegd dat het gemis van Hans groot is voor mijn team. Hij is namelijk een van de meest technisch onderlegde mensen die ik ooit ontmoet heb.’

Ga je stiekem niet veel liever terug naar de Moto3?

‘Haha, nee. De Moto2 is een verschrikkelijk gave klasse, maar wel verschrikkelijk moeilijk met hele kleine verschillen. En ja, we hebben het lastig en dat zal de komende jaren misschien wel zo blijven, zeker financieel. Maar ik weet heel zeker dat RW Racing met de huidige bezetting echt mee kan doen en we zullen er alles aan gaan doen om dat te bewijzen.’

Bo Bendsneyder
Bo: ‘Het doel blijft altijd de MotoGP, maar plan B is wel ietsje realistischer aan het worden als ik eerlijk ben.’

Het verhaal van Moto2-coureur Bo Bendsneyder

‘Het grootste probleem voor mij is de nieuwe voorband en daar ben ik niet de enige in. Het frame heeft wat meer moeite met deze band en daarom lopen we nu steeds een beetje achter de feiten aan. Op zondag kunnen we vaak nog net een belangrijke stap zetten, maar je moet natuurlijk eigenlijk op zaterdag voor de kwalificatie al klaar zijn. Wat ook meespeelt, is dat we met twee NTS-motoren zijn en dat Jesko Raffin niet fit is. Dat helpt natuurlijk nooit. Met Dominique Aegerter als vervanger van Jesko voelde het meteen heel goed toen ik niet de enige in het team was die gas gaf. Daardoor kwam er veel sneller meer bruikbare informatie binnen bij het team. Met Dominique er heel het seizoen bij, hadden we denk ik een grotere stap kunnen maken, maar hij rijdt ook MotoE dus dat gaat niet.’

Op de Red Bull Ring eindigde Aegerter op de twaalfde plek ver voor jou…

‘Ja, dat klopt en dat was niet fijn. Dominique is enorm sterk met remmen en dat helpt enorm op dit circuit. Op Brno ontliepen we elkaar niet veel en liep hij bovendien tegen dezelfde problemen aan als ik.’

Hoe lastig is het om met dit soort tegenslag om te gaan?

‘Verschrikkelijk lastig als ik eerlijk ben. Het lukt gewoon niet om die paar tienden te vinden die we in Qatar wel hadden en dat frustreert iedereen. Blijven knokken is het enige dat we kunnen doen, maar dat blijft wel enorm lastig.’

Misschien wel te lastig?

‘Nee, dat niet.’

Hoe kijk je nu naar ‘geen commentaar’ in het persbericht?

‘Aan het einde van de dag wordt mij altijd gevraagd om een quote te geven. Ik heb toen gestuurd: “Ik heb weinig te zeggen, omdat ik er klaar mee ben om elke keer uit te leggen wat er aan de hand is”. De mensen kennen die problemen inmiddels wel en weten dat het lastig is. Dat is anders opgepakt. Moddergooien gaat in ieder geval nooit gebeuren, dat kan ik je beloven.’

Hoe zie jij je toekomst?

‘Het doel blijft altijd de MotoGP, maar plan B is wel ietsje realistischer aan het worden als ik eerlijk ben.’

Dat is dan WK Supersport neem ik aan?

‘Dat zou inderdaad heel goed kunnen.’

Weer geen punten

Het begon allemaal zo mooi. Na de eerste trainingsdag van de GP van Catalonië prijkte de naam van Bo Bendsneyder op een keurige elfde plaats. Dat gaf hoop, maar op de tweede dag werd die hoop al snel de grond in geboord. Door een niet optimaal functionerende nieuwe achterband wist Bo Bendsneyder zijn rondetijd nauwelijks te verbeteren. Uiteindelijk leidde dit tot een teleurstellende 28e startplaats. Alleen Andi Farid Izdihar en teamgenoot Piotr Biesiekirski waren langzamer. Zo moesten de beide NTS-coureurs vanaf de laatste startrij aan de negende confrontatie van dit seizoen beginnen. Mede omdat negen van zijn tegenstanders de finish niet haalden, werd Bendsneyder daarin zeventiende. Hij bleef zeven seconden van de vijftiende positie en zo van één WK-punt verwijderd. ‘Ik had een goed gevoel met de motor, bijna zoals op vrijdag. Dus was het echt jammer, dat ik vanaf de 28e plaats moest vertrekken.’ Een slechte start maakte het vervolgens nog moeilijker, beter gezegd onmogelijk, om in de puntenrangen te finishen. Toch blijft de Rotterdammer optimistisch: ‘De motor voelde goed aan in de race en ik hoop dat we dat gevoel voor Le Mans kunnen vasthouden en nu wel laten tellen.’ ( Tekst: Henk Keulemans)

Bo Bendsneyder

Herman Brusselmans: d’Ouwe Hoeve

0
Column Herman Brusselmans

Op een dag reed ik op de Thruxton naar brasserie-restaurant d’Ouwe Hoeve in Deurle, op veertien kilometer van Gent. De dag daarna reed ik op de Thruxton naar d’Ouwe Hoeve. De dag daarna reed ik op de Street Triple naar d’Ouwe Hoeve. De dag daarna reed ik op de Thruxton naar ‘d Ouwe Hoeve. De dag daarna reed ik op de Street Twin, met m’n vriendin Lena achterop, naar d’Ouwe Hoeve. De dag daarna reed ik op de Thruxton naar d’Ouwe Hoeve. Je kunt dus gerust beweren dat ik vaak dezelfde tocht afleg. Het zit in m’n karakter: ik zou altijd maar hetzelfde doen. Elke dag biefstuk met friet, elke dag eerst m’n rechtersok aantrekken en dan m’n linker, elke dag de urne met daarin de as van m’n hondje Woody een kus geven, elke dag proberen meer te houden van Lena dan de dag ervoor, elke dag zitten schrijven aan alweer een roman, elke dag opstaan om half een ’s middags en gaan slapen om half vier ’s nachts, elke dag anderhalf pakje sigaretten roken, elke dag nadenken over de dood, elke dag verlangen naar wat nooit te krijgen is.

Herman Brusselmans: Door Normandië

En als het weer het toelaat: elke dag een rit op een van m’n drie motoren, en zoveel mogelijk naar d‘ Ouwe Hoeve in Deurle. Ik ben erg conservatief, en wil behouden wat ik niet per se kwijt hoef te raken. Is er iets bijzonders aan d’Ouwe Hoeve? Wel, het etablissement is gezellig, rustig, en aangenaam, de bediening is niet opdringerig en wel vriendelijk, in de lente en de zomer is er een magnifiek terras, dat paalt aan het kerkhof van Deurle, en de koffie verkeerd die ze er schenken is van een moeilijk te bevatten kwaliteit. Vroeger was het gebouw een hoeve, in het bezit van een boer die dertien kinderen had, van wie er negen overleden aan ondermeer tuberculose, de kroep, de griep, de bof, de mazelen, en een plotse hartverzakking, die niemand had kunnen voorspellen. De vier overblijvende kinderen kregen ruzie, en een van hen, Robert, sloeg een ander van hen, Liza, met een mestvork hard op de schedel, waarbij ook Lisa’s hersens geraakt werden, wat haar er toe bracht om in de rest van haar leven het verschil niet meer te kennen tussen de werkelijkheid op aarde en het leven op Mars. Robert ging in de gevangenis, en Lisa in een tehuis. De laatste overblijvenden, de tweeling Theo en Erik, verkochten nadat hun vader en moeder waren overleden, de hoeve aan een man genaamd Roderik, en die maakte er een afspanning van, waar vermoeide reizigers zich konden verpozen. Een verre afstammeling van Roderik is thans de huidige eigenaar van d’Ouwe Hoeve, en hij zorgde ervoor dat het de beste horecagelegenheid van heel Deurle werd. Plus, de tocht van Gent naar Deurle bevat ettelijke bezienswaardigheden: de gevangenis genaamd De Nieuwe Wandeling, het natuurreservaat De Blaarmeersen, het ziekenhuis Jan Palfijn, de Patijntjesstraat die vernoemd is naar de familie Patijn, die een fabriek had in internationeel gegeerde paraplubakken, een weide waarin altijd, in ieder seizoen, exact zeven koeien staan, en het museum D’Haenens-D’Hondt, waar je schilderijen kan bekijken van onder andere de achttiende-eeuwse dadaïst avant la lettre Donaat De Riemaecker, befaamd om z’n gebruik van het ooievaarmotief in diep paars. Kortom, het is niet eens opzienbarend dat, van de vele ritten die ik doe met de Thruxton, de Triple en de Twin, er meer dan geregeld een leidt naar d’Ouwe Hoeve, waar ik een koffie verkeerd drink, een paar sigaretten rook, en denk aan verre streken, die voor mij altijd veel te ver zijn.

Met Hoco Parts naar Babyloniënbroek

0

Sommige dorpjes of gehuchten zijn zo onbekend dat aan hun bestaan wordt getwijfeld. Toen ik de buurvrouw vertelde dat ik naar Babyloniënbroek was geweest, reageerde ze lacherig. ‘Babyloniënbroek … je meent het!’

Zelf wist ik ook niet dat het bestond. Totdat er veel over Marianne Vos in het nieuws was. Volgens een bericht in de krant komt ze er zelfs vandaan. Sindsdien staat Babyloniënbroek op de kaart. De vraag is nu: hoe komt het dat dit gehucht in het Land van Altena zich zolang heeft kunnen verbergen? Het moet de werkelijkheid toch meer hebben geboden dan dit ene heldenverhaal. Dus reis ik op een winderige zondag af naar de streek tussen Gorinchem en Waalwijk. Wat gebeurde er nog meer in Babyloniënbroek?

Hier is echt niets gebeurd

Niets. Die conclusie moet ik trekken nadat ik één keer op en neer over de Broeksestraat en zijn verlengde, de Hillsestraat, heb gereden. Geen mens. Het enige wat je hoort, is de wind in de populieren. Dus nog maar een keer proberen en net als ik aan het eind van het straatdorp kom, in een bocht van de weg, zie ik iemand scharrelen bij een kraampje met boerenproducten. Het is Jan en inderdaad, hij geeft het toe, er gebeurt niets in Babyloniënbroek en buiten Marianne Vos heeft het dorp nooit enig persoon van naam voortgebracht.

Zijn lezing wordt een dag later bevestigd door Bart de Graaff, 72 jaar oud en tijdens zijn werkzame leven directeur/eigenaar van loonbedrijf B.W. de Graaff. ‘Nee, hier gebeurt niets. Helemaal niets.’ Om dat te illustreren herinnert hij aan de tijd dat zijn loonbedrijf nog bestond. ‘De mensen vonden het jammer dat wij stopten. Al dat werkverkeer van ons trok hier door de straat. Dat vonden ze gezellig.’

Start: Hotel Waalwijk, Burgemeester van der Klokkenlaan 55, Waalwijk
Lengte: 164 km

Direct na het klikken op de link wordt de route automatisch gedownload. De route kun je terugvinden in de downloadmap op je computer.

Nieuwe importeur voor Spidi, XPD, Nexx en Artonvel

0

De motorbranche is een distributeur rijker: vanaf vandaag is het nieuw opgezette Batavi Trading B.V. de kersverse importeur van de merken Spidi, XPD, Nexx en Artonvel.

Met deze vier merken begint dit Nederlandse bedrijf, gerund door jonge motorliefhebbers, gelijk met een sterk portfolio. Met Spidi heeft Batavi een groot Italiaans motorkledingmerk met een lange traditie en een breed assortiment aan hoogwaardige producten. XPD is de laarzendivisie van Spidi en sluit daar perfect bij aan. Het Portugese helmenmerk Nexx timmert hard aan de weg en is onder andere bekend van de populaire X.WED2 adventurehelm en de X.R2 racehelm. Het Franse merk Artonvel produceert technische, hoogwaardige tassen voor motorrijders met premium afwerking en styling en speelt zich daarmee in de kijker bij de stijlbewuste motorrijder die op zoek is naar iets speciaals.

Batavi Trading B.V. neemt voor alle merken het bestaande dealernetwerk over en heeft als doelstelling om deze binnen de Benelux verder uit te breiden. Naar eigen zeggen hanteren ze hierbij een echte no-nonsense aanpak: Batavi gaat elk merk direct uit eigen, grote voorraad leveren. Het is de doelstelling van Batavi om, dankzij goede en snelle service, dealers maximaal te ontzorgen en ondersteunen. Ondanks de bijzondere en soms onzekere tijden waar we nu in leven gelooft Batavi dat er juist volop kansen liggen. Samen met het dealernetwerk wordt er dan ook gekeken hoe deze kansen maximaal benut kunnen worden. Een hoge mate van professionaliteit, met de traditionele retail en de groeiende online motorkledingbranche in gedachten, moet zorgen dat alle dealers snel, efficiënt en toekomstbestendig met Batavi samen kunnen werken.

Voor productpresentaties of een kennismaking met een merk kunnen dealers terecht in de moderne showroom. Batavi Trading B.V. is gevestigd in Nieuwkuijk (vlakbij ’s Hertogenbosch) en is daarmee zeer centraal gelegen in de Benelux.

Meer info

Voor meer informatie: www.batavitrading.com, info@batavitrading.com of 073 – 200 10 34.

Voor Canada kondigt Kawasaki zes nieuwe modellen aan!

0

Kawasaki North America kondigt zes nieuwe modellen aan voor 2021. En om die mededeling enige kracht bij te zetten, hebben ze een teaser online gezet. Daar krijg je niet echt gewaar waar ze mee bezig zijn, maar het geeft wel richting. Afgaand op de video zit er een sportmotor aan te komen (ZX-10R?) en iets waarmee je hard door het zand kunt rijden. En dat zou zo maar een Ténéré 700-achtige kunnen zijn. En dan hebben we er nog vier…

De teller die de aflopende seconden laat zien voor de première geeft aan dat het doek op 23 november 2020 van de nieuwe modellen wordt getrokken.

HRC-kleuren voor 2021 Honda Africa Twin

0

De Honda CRF1100L Africa Twin krijgt er kleuren bij: Pearl Glare White, beter bekend als de HRC-kleuren

Het nieuws van Honda gaat verder. Klein bier misschien, maar toch belangrijk omdat de Africa Twin een geweldig succes is. Vanaf maart 2021 is de CRF1100L Africa Twin ook in de nieuwe kleurstelling Pearl Glare White beter bekend als Tricolour HRC te koop. De inspiratie is zoals altijd geput uit de eerste XRV650 Africa Twin uit 1988. Een afgeleide daarvan, de NX750, wist het tot vier opeenvolgende overwinningen (1986-1989) in de Parijs-Dakar te brengen.

Tricolour HRC is het meest gekozen kleurenschema van de Adventure Sports, de straatgerichte variant van de Africa Twin. 70% van de kopers kiest ervoor. De HRC-kleuren zijn een aanvulling op de huidige Grand Prix Red en Matt Ballistic Black Metallic-kleuren.

BMW RSD Dakar GS, Ronald Sands’ eerbetoon aan Gaston Rahiers GS

0

Voor zijn eerbetoon aan de Gaston Rahier gebruikte de Californische custombouwer Roland Sands als basis een BMW R1200GS uit 2008. En die bouwde hij om tot de GS H, de motor die de tweevoudig Dakar-kampioen door de duinen van de Sahara bracht.

Roland Sands is verantwoordelijk voor talrijke meesterwerken. Deze bouwde hij een eerbetoon aan de GS H, die in 1986 door de Dakar-legende Gaston Rahier werd gereden. De BMW op de foto verbergt een moderne ziel en heeft een onmiskenbaar meer getemd karakter dan destijds de BMW van Rahier.

Het uitgangspunt voor de Californische kostuumontwerper was een BMW R 1200 GS uit 2008. Sands koos deze motor vanwege de strakke en essentiële lijnen. Natuurlijk werd er veel werk verzet aan de GS en werden de originele onderdelen vervangen door speciale onderdelen. Voorbeelden? Laten we beginnen met de ruit, op maat ontworpen om een paar krachtige Baja XL Pro LED-koplampen te huisvesten. Het ProTaper Evo-stuur werd voorzen van een moderne Lowrance Elite-5 Ti Gps.

De RSD Dakar GS, een echte woestijnmotor, is natuurlijk uitgerust met de iconische Dakar GS-tank, overgenomen van de R100GS Dakar en verfraaid met Marlboro graphics, Daarbij werd de tank zorgvuldig aangepast aan de vormen van de moderne GS. Voor het rijwielgedeelte koos Sands na demontage van de originele Telelever voor een 45 mm vork van een Africa Twin, gemodificeerd met Öhlins cartridges (evenals de achterste enkele schokdemper). De voorvork werd gekoppeld aan het voorste framegedeelte van een RnineT uit 2018.

Maar er is meer: de 18” Excel 2-wielen passen op Dunlop D908RRR Rally Raid banden, de alu keienvanger is van Touratech en het blok, ongewijzigd gelaten, werd gekoppeld aan K&N filters en een nieuwe en mooie Akrapovic-uitlaat. Om het werk af te ronden zijn er veel kleine details, zoals de harde gereedschapskoffer op het achterrek, de nummerplaathouder en het achterlicht met zijn onmiskenbare jaren 80-stijl.

2021 Kawasaki Z650 medio december bij de dealer

0

De Z650 is in 2020 compleet vernieuwd en is de meest complete motor in zijn klasse. Met zijn scherpe Sugomi design, LED verlichting, TFT scherm en hoogwaardige afwerking is de Z650 de absolute top in zijn klasse. Voor 2021 is de Z650 beschikbaar in 3 nieuwe kleuren.

De Z650 heeft een ongekend betrouwbaar en koppelrijk parallel-twin motorblok met een zeer sterk middengebied. Het Trellis buizenframe zorgt ervoor dat de Z650 bijzonder licht is, dit resulteert in optimale rijeigenschappen.

De Z650 is voorzien van een modern 10,9 cm groot TFT-display met o.a. Bluetooth smartphone verbinding. Het scherm geeft informatie over o.a. de huidige versnelling, schakelindicator, brandstofmeter en ECO indicator. Via de Kawasaki Rideology app kan de rijder zo, naast alle normale meldingen, ook functies als GPS-route informatie en geplande onderhoudsinformatie bekijken.

De 2021 Z650 is vanaf medio december te bewonderen bij de Kawasaki dealers in de volgende nieuwe kleuren:

  • Pearl Blizzard White / Metallic Spark Black / Green
  • Metallic Spark Black / Green
  • Metallic Spark Black / Metallic Flat Spark Black

De Z650 is tevens verkrijgbaar als sportieve ‘Performance Edition’ en heeft dan een volledig Akrapovic uitlaatsysteem, tankpad, smoked windscherm en een buddyseatcover. De  Z650 is tevens geschikt te maken voor het A2 rijbewijs als 35kW uitvoering.

Prijzen worden later dit jaar bekend gemaakt.

Kijk voor meer informatie of een dealer bij u in de buurt op www.kawasaki.nl

Toerisme: Westwall/Siegfriedlinie

0

Op zoek naar de Westwall – Duitsland

Ongeveer 630 kilometer aan drakentanden, mijnenvelden, geulen, bunkers, mitrailleursnesten en loopgraven vormden samen de Westwall – of Siegfriedlinie – langs de Duitse grens met de Benelux en Frankrijk. Bijna tachtig jaar later moet je goed zoeken om nog resten van deze ‘ondoordringbare’ linie terug te vinden.

Onze trip begint niet aan de Zwitserse grens bij Bazel, maar een stuk verder naar het noorden, in Karlsruhe. Een tiental kilometers buiten die stad draaide de Westwall af naar het westen, richting het Saarland en de Eifel. We bevinden ons aan de Duitse kant van de Rijn, vlak buiten het dorp Wintersdorf, bij een oude spoorbrug. Nu is het een weg die Duitsland met Frankrijk verbindt. Een maand nadat Duitsland onverwacht Polen binnenviel, bliezen Franse troepen de brug op om te voorkomen dat Duitsland zomaar Frans grondgebied kon binnenrollen zoals ze in Polen hadden gedaan.

Frankrijk durfde op dat moment namelijk niet aan te vallen, wat tactisch gezien – met de kennis van nu – misschien een fout was. Want terwijl de blitzkrieg door Polen trok, wist Duitsland met een betrekkelijk klein aantal manschappen de westelijke linie te verdedigen tegen een mogelijke interventie van de Fransen. Dat was ingecalculeerd door de Duitse generaals, die rekenden op de afschrikkende werking van de Westwall en zorgde ervoor dat er veel meer troepen aan het Oostfront konden vechten. Een oorlog op twee fronten vechten was iets wat de Duitsers namelijk absoluut niet wilden, nadat dit in de Eerste Wereldoorlog al geen succes bleek.

De Siegfiedlinie, zoals de Westwall door de geallieerde landen werd genoemd, werd als ondoordringbaar geacht zonder veel verliezen te lijden, waardoor de Duitsers lange tijd vrijwel ongestoord hun gang konden gaan om vervolgens – na een verdrag met Rusland – letterlijk aan de slag te gaan in West-Europa. In die zin scharen sommigen de Westwall dan ook als een aanvalswerk in plaats van een verdedigingswerk. Zonder deze linie waren de acties in Oost-Europa waarschijnlijk niet zo vlot gelukt.

Onzichtbaar

Doordat de bunkers voor het overgrote deel ingegraven zijn in het landschap, was de Siegfriedlinie vrijwel onzichtbaar. Zeker nu, nadat de natuur flink wat jaren de tijd heeft gehad om de stellingen als het ware terug te nemen. Het enige dat je in het landschap nog gemakkelijk kan terugvinden zijn de zogenaamde drakentanden: kilometerslange rijen blokken van gewapend beton, die de doorgang van tanks moesten beletten. Voorheen liepen die rijen op de belangrijkste verdedigingspunten zover je kon kijken.

Nu is het anders. Op onze route vanaf Wintersdorf hebben we moeite die blokken vanaf de motor in het landschap te spotten. Vrijwel overal zijn ze verwijderd of bedolven onder een grote hoeveelheid aarde zodat weilanden niet meer opgesplitst zijn. Pas in Steinfeld vinden we de eerste strook, ietwat verstopt achter een rij huizen en geflankeerd door de lokale volkstuintjes.

Na de lunch vervolgen we onze route – speurend naar defensieve linies – en komen we aan in Pirmasens. Hier vinden we tot onze blijdschap een van de weinige musea die gewijd zijn aan de Westwall. Helaas blijven de grote stalen deuren van de oude bunker gesloten, omdat we – tegen onze verwachting in – te laat in het seizoen zijn voor een kijkje erachter.

De wegen worden mooier en mooier als we het Saarland verlaten en in de contreien van Trier aankomen. Niet ver van de Luxemburgse grens passeren we de dorpsgrens van Irrel, waar we halt houden als we een bordje zien dat naar het Westwall Museum verwijst. We volgen een kronkelend weggetje de heuvel op om oog in oog te komen met het zogenaamde ‘Panzerwerk Katzenkopf’, waarin het museum is gevestigd. Of ja, oog in oog staan met wat ervan overgebleven is, nadat de bovenkant in 1947 vakkundig is opgeblazen door Amerikaanse genisten.

De diepte in

Vanaf de heuvel is er een prachtig uitzicht over het dorp en het dal. Een rustiek plaatje dat je op veel plekken in de Eifel kan vinden. Toch geeft het een wat dubbel gevoel als je weet dat hier jaren geleden in het geheim gewerkt werd aan een enorme bunker, die de hoofdweg van Keulen naar Luxemburg-stad moest beschermen tegen vijandige pantservoertuigen. Katzenkopf is een zogenaamde b-werk bunker. Alleen a-werken waren belangrijk. Denk daarbij aan de Wolfsschanze in Oost-Pruisen en de Führerbunker in Berlijn. De bunker bij Irrel heeft muren die op sommige plaatsen tot wel twee meter dik zijn.

Het is tevens vrijwel de enige Westwall-bunker die nog te bezoeken is. Veel bunkers zijn zo vakkundig opgeblazen dat je er pas in zou kunnen komen als je flink wat graafwerkzaamheden zou doen. In de jaren zeventig is Katzenkopf door de lokale brandweer begaanbaar gemaakt door een nieuwe hoofdingang te maken, die een stuk lager zit dan voorheen. Binnen valt gevonden munitie, wapens, maar vooral de structuur en de ingenieuze bouwwijze te bezichtigen. Beneden in de bunker zit bijvoorbeeld een put van 180 meter diep die voor voldoende drinkwater moest zorgen voor de gelegerde militairen.

Bossen vol drakentanden

Na een welverdiende nacht slaap in Hotel Hauer in Bollendorf rijden we verder langs de Luxemburgse grens naar het noorden. Net voorbij Losheimergraben komen we parallel te rijden aan de Belgische grens. Vanaf deze hoofdweg zien we ineens  drakentanden. Zo ver het oog reikt, kunnen we de stroken spotten tussen de velden. Niet moeilijk, want tussen de betonnen blokken kunnen bomen en struiken ongestoord groeien zonder interventie van maaimachine of snoeischaar.

Bij Hollerath duiken we toevallig precies het juiste bospaadje op om een strook van de betonnen blokken te kunnen volgen. Niet ver van hier werd in de winter van 1944 het Ardennenoffensief uitgevochten, een van de laatste grote Duitse aanvalsmanoeuvres in West-Europa. In het bos zien we hoe een van de drakentanden is afgebroken en met fundering en al op de kop terecht is gekomen. Overigens ontdekken we hier voor het eerst ook hoe vernuftig de Duitse ingenieurs waren. Achter de acht rijen ‘tanden’ ligt namelijk een diepe geul. Die ligt er om een tank in te vangen, mocht die het onverhoopt gelukt zijn om over de blokken heen te komen. De kans is groot dat er nog een paar mijnen in gelegd zijn om het af te maken. Reden genoeg voor ons om op onze passen te letten. Nog ieder jaar worden er veel explosieven gevonden in de gebieden waar de Westwall doorheen loopt.

We vervolgen daarom de route en passeren het fabelachtig mooie Monschau. Dat plaatsje lijkt stil te zijn blijven staan in de tijd. Als alle dorpjes er zo uitzagen in de jaren dertig is het goed te verklaren dat de Duitsers zulke intensieve verdedigingswerken hebben aangelegd om het te beschermen. Voorbij Monschau vinden we nog meer drakentanden. Hier en daar is er een paar meter tussenuit gehaald om landbouwvoertuigen doorgang te bieden tussen de aan weerszijden liggen velden.

Opruimen

Wanneer het Ardennenoffensief is afgeslagen, kunnen de geallieerden hun focus weer op Duitsland richten. De eerste keer dat de geallieerde troepen op Duits grondgebied staan, is tijdens operatie Veritable. Deze operatie wordt door Britse troepen net over de grens bij Nijmegen uitgevoerd. Hier zijn de verdedigingswerken van de Westwall namelijk relatief makkelijk te omzeilen. De operatie is succesvol en zorgt dat de geallieerden de noordelijke stroom troepen in een tangbeweging door het Rijnland kunnen sturen. De zuidelijke tangbeweging moest via operatie Grenade komen, waarbij de Roerrivier zou worden overgestoken. Dat lukte uiteindelijk op 23 februari. De genie van de verschillende geallieerde landen kreeg de opdracht om de verdedigingswerken onklaar te maken voor het geval men zich nog moest terugtrekken en de Duitsers alsnog de bunkers konden gebruiken.

Dat gebeurde terwijl de troepen verder trokken en begonnen aan operatie Plunder, waarbij de Rijn werd overgestoken om het Rührgebied in te nemen. Toen dat lukte konden ze de gebroken Westwall definitief achter zich laten. In de jaren daarna werden mijnenvelden geruimd, prikkeldraad verwijderd, bunkers die in de weg stonden verder vernietigd en drakentanden weggehakt waar het nodig was.

Resten zijn er nog genoeg, zoals wij ontdekten, al moet je in veel gebieden erg goed zoeken. De tijd en moeite is het zeker waard, want je komt op verbazingwekkend mooie plekken via verrassend vermakelijke wegen.

Route

DOWNLOAD DE ROUTE

Westwall

Veel van de projecten die het Derde Rijk begon zijn zo groot dat ze al snel alleen in cijfers te vatten zijn. Neem de Westwall. De bouw van deze verdedigingslinie werd vlak na de remilitarisatie van Duitsland – in 1936 – gepland en tussen 1938 en 1940 uitgevoerd. De linie loopt van Bazel bij de Zwitserse grens tot het plaatsje Kleve, net over de grens bij Nijmegen. In totaal is dat zo’n 630 kilometer aan defensieve werken die het gebied tussen de Duitse grens en de Rijn moest afschermen. Ongeveer 15.000 gevechtsstellingen waren er nodig, die gezamenlijk een geschatte 8 miljoen ton cement, 1,2 miljoen ton staal, 20,5 miljoen ton kiezelzand en net geen 950.000 vaste kuub hout zouden kosten.

3 x afstappen

1. Westwall Museum Pirmasens

Aan de rand van het dorpje Pirmasens kun je in het Westwall Museum zien hoe een bunker er van binnen uit ziet. Daarnaast is er binnen en buiten veel materieel van Amerikaanse en Duits troepen te zien. Info: www.westwall-museum.de.

2. Panzerwerk Katzenkopf

In een heuvel bij het plaatsje Irrel zit het Panzerwerk Katzenkopf, dat door vrijwilligers is omgevormd tot museum. Hier leer je erg veel over de bunkerbouw van de Duitsers, maar misschien nog wel meer over hoe het leven in de bunker voor de soldaten moet zijn geweest. Indrukwekkend zijn de verschillende soorten munitie die diep onder de grond zijn uitgestald. Info: https://www.westwallmuseum-irrel.de/nl/.

3. Monschau

Even niet met oorlogsvoering bezig zijn? Dat kan in Monschau. Dit dorp op de grens van België en Duitsland lijkt in de tijd stil te zijn blijven staan door de authentieke huisjes, die bijna idyllisch langs de oevers van de Roer zijn gebouwd. Aan vrijwel niets is te merken dat er ooit een allesvernietigende oorlog werd gevoerd in de omliggende bossen van dit historische plaatsje.

Reisinformatie

Erheen

Van noord naar zuid of liever andersom? Dat is eigenlijk de vraag die je je moet stellen. Vanaf Kleve, net over de grens van Nijmegen, zou je helemaal naar Bazel kunnen rijden in het spoor van de linie. De meeste resten vind je echter tussen Aachen en Saarbrücken.

Overnachten

Zou je de route helemaal volgen, dan kom je door mooie motorgebieden en dus ook langs veel motorhotels. Van alles wat! Wij parkeerden onze motoren in de garage van Hotel Hauer in Bollendorf. Goed eten, lekker biertje en gastvrij personeel – met kennis van motorroutes in de buurt – dat meedenkt. Ook in Karlsruhe hingen we onze helm op. In het Leonardo Hotel om precies te zijn. Helaas moesten de motoren daar buiten de nacht spenderen. Voordelig was het dat je op loopafstand van het prachtige stadscentrum bent.

Informatie

Interessante websites:

www.hotel-hauer.de

www.leonardo-hotels.nl/leonardo-hotel-karlsruhe

www.tracesofwar.com/themes/4739/Overview-fortifications-Westwall

Tekst: Tom van Appeldoorn
Fotografie: Jacco van de Kuilen

Geen TankTasTocht op 17 & 18 oktober

0

We hadden er zo’n zin in. De laatste TankTasTocht van het jaar en starten bij ons redactielokaal in Hilversum. Maar we zijn ingehaald door corona. Tot 20 oktober zit de boel op slot, daarna zien we verder.

Vooralsnog gaat de KouwePotenTocht van 31 oktober gewoon door. Wel nemen we de nodige veiligheidsmaatregelen in acht.