Zo begint het bericht op Facebook van de Politie Bloemendaal, Heemstede en Zandvoort. Aankomende zondag 31 mei en maandag 1 juni 2020 is het pinksterweekend. Het wordt zonnig en warm. De temperatuur ligt waarschijnlijk tussen de 20 en 25 graden. Dus prima weer voor een motortocht!
Veel inwoners van de Kennemer-kust ervaren geluidsoverlast van motoren. De politie krijgt veel veel klachten binnen. Vanwege de vele klachten wordt er dit pinksterweekend actief door de politie gecontroleerd op geluidsoverlast en asociaal rijgedrag van motorrijders.
Niets aan de hand
Als je een tochtje langs de kust maakt en je houdt je aan de verkeersregels en met je uitlaat is niets mis, is er niks aan de hand. Dan zul je bovenstaand bericht niet eens gelezen hebben, want het is niet voor jou bedoeld.
Voorkom een boete!
Maar heb je een motor waarvan je weet dat de uitlaat niet door de beugel kan, raden wij je aan niet langs de Kennemer-kust te rijden. Nog beter: schroef de originele uitlaat er weer op of zet dB-killers in je lawaaipijp. Je voorkomt daarmee geheid een boete. En nog belangrijker: je zorgt er voor dat motorrijders tot in de verre toekomst langs de Kennemer-kus kunnen rijden. Wat is je dat waard?
Suzuki bestaat 100 jaar en viert dat met een aantal extra complete accessoirepakketten voor vier populaire modellen. De 100th Anniversary Packs zijn verkrijgbaar voor de Suzuki V-Strom 1050, V-Strom 650, GSX-S750 en SV650.
Suzuki V-Strom 1050 en V-Strom 1050XT
De gloednieuwe V-STROM 1050 en V-STROM 1050XT zijn uit te rusten met twee verschillende 100th Anniversary Packs, het Adventure- en het Travellerpakket. Het Adventure 100th Anniversary Pack is leverbaar vanaf 1.699 euro en omvat onder meer een Arrow Black EEC-uitlaat, Enduro-voetsteunen, een zwarte aluminium zijkofferset (2 x 37 liter) en een speciale 100th Anniversary buddyseatovertrek.
Voor wie de V-STROM 1050 nóg completer wil uitrusten is er het Traveller 100th Anniversary Pack. Dit pakket, ter waarde van 3.945 euro, omvat de Arrow Black EEC-uitlaat, sterke 11W LED-verstralers, handvatverwarming in drie standen, Enduro-voetsteunen die in drie hoogtestanden te zetten zijn, een navigatiesteun, een ruime zilverkleurige aluminium kofferset (zijkoffers van 2x 37 liter én een topkoffer van 38 liter), aluminium kettingbescherming, kleine LED-richtingaanwijzers voor en achter en een speciale 100th Anniversary buddyseatovertrek. Dit pakket is leverbaar voor 3.199 euro.
Suzuki V-Strom 650A en V-Strom 650 XTA
Ook de V-STROM 650A en V-STROM 650 XTA zijn te bestellen met twee 100th Anniversary Packs. De eerste is het Adventure 100th Anniversary Pack (t.w.v. 1.865 euro). Dit omvat onder meer een zwarte zijkofferset (2x 30 liter), een zwarte valbeugelset, een luxe navigatiesteun boven het display, een TomTom Rider 550 World en een speciale 100th Anniversary buddyseatovertrek. Dit pakket is te bestellen voor 1.499 euro.
Met het Traveller 100th Anniversary Pack (t.w.v. 3.330 euro) wordt de V-STROM 650A of de V-STROM 650 XTA uitgerust met een zwarte Adventure-zijkofferset (2x 30 l), een zwarte Adventure-topkoffer(45 l), een zwarte valbeugelset, een middenstandaard, kleine LED-richtingaanwijzers voor en achter, handvatverwarming, een luxe navigatiesteun boven het display, een windscherm Vario Smoke en de speciale 100th Anniversary buddyseatovertrek. Dit pakket is te bestellen voor 2.699 euro.
Suzuki GSX-S750A
Het populaire Street Xtreme Pack wordt uitgebreid voor de GSX-S750A. Het Street Xtreme + 100th Anniversary Pack (t.w.v. 1.492 euro) bestaat uit een krachtig klinkende Yoshimura R11 EEC carbon-uitlaat, een korte kentekenplaathouder, zeer fraaie RUN LED-richtingaanwijzers voor en achter, een strak geïntegreerde framesliderset, een sportieve matzwarte buddyseatcover en buddyseatovertrek met exclusief 100th Anniversary-logo. Voor 1.199 euro is de Suzuki GSX-S750A uit te rusten met het speciale accessoirepakket.
Suzuki SV650A en SV650XA
Voor de SV650A en SV650XA is nu het Street Pack – 100th Anniversary te bestellen. Dit pakket, ter waarde van 1.469 euro, bestaat uit een zwarte EC Arrow Racetech-uitlaat die de tweecilinder een fantastisch diep geluid heeft. Ook omvat het pakket een korte kentekenplaathouder, kleine LED-richtingaanwijzers voor en achter, een sportieve onderkuip en een buddyseatovertrek met exclusief 100th Anniversary-logo. Het pakket is te bestellen voor 1.099 euro.
Meer accessoires
Alle 100th Anniversary Packs zijn per direct te bestellen bij de Suzuki-dealer. Suzuki levert in totaal zeventien accessoirepakketten, bekijk ze allemaal op www.suzuki.nl.
Hoewel in veel Europese landen nog beperkingen van kracht zijn om een nieuwe besmetting met het coronavirus te voorkomen, kun je in veel (motor)hotels alweer een kamer met toebehoren reserveren.
MoHo Hotels, de grootste keten van motorhotels – 55 deelnemende hotels in Duitsland, Italië, Oostenrijk, Zwitserland en Benelux – heeft op hun website een pagina geopend waarop je kunt zien welke hotels geopend zijn. De verwachting is dat komende weken steeds meer hotels hun deuren openen en dat ‘Europa’ beperkende maatregelen steeds verder zal verzachten.
Wat is er mogelijk in Europa?
Maak nou niet de fout om meteen een kamer te reserveren en op je motor te springen. Sommige omringende landen kom je gewoon nog niet in. Tenminste, als je niet een dringende reden hebt. De ANWB houdt exact in de gaten welke beperkingen van kracht zijn in welke landen.
Honda heeft een traditionele versnellingsbak gepatenteerd waarvan de koppeling automatisch wordt geactiveerd tijdens het rijden en parkeren. Het systeem is toepasbaar op vele modellen en kost minder dan een DCT.
Weetje: als een motorijder de keuze heeft tussen een Honda met of zonder DCT, kiest meer dan de helft voor een DCT-automaat met dubbele koppeling. Nadeel van een DCT – voor zover je het een nadeel mag noemen – is de prijs en het gewicht van dit geweldige stukje techniek.
Het door Honda ingediende octrooi, dat geïllustreerd wordt in een CB1100, biedt een interessant alternatief voor de traditionele versnellingsbak. Het vereenvoudigt het schakelen en het heeft niet de complexiteit (en eerlijkheidshalve ook niet de functionaliteit) van het DCT-systeem. In principe gaat het om een traditionele versnellingsbak, die je gewoon met het schakelpedaal kunt schakelen, maar waarvan de koppeling automatisch wordt bediend, Een koppelingshendel ontbreekt dan ook op het stuur.
Het systeem gebruikt een hydraulische actuator die de koppeling inschakelt en een elektronische besturingseenheid die het koppelen en ontkoppelen regelt. Dit vereist natuurlijk een elektronische gashendel, evenals sensoren die versnellingsbak, het versnellingspedaal, gas geven – en minderen, het toerental en de rijsnelheid controleert. Naast het bedienen van de koppelingsactuator, beheert de besturingseenheid ook de ontsteking en de brandstofinjectie.
Om veiligheidsredenen wordt de koppeling ingeschakeld wanneer de actuator onder druk staat. Dat is tegenovergesteld van wat er gebeurt met de klassieke bediening met een koppelingshendel. Een magneetklep grijpt in door de druk te ontlasten als er wordt geschakeld of bijvoorbeeld wanneer er wordt gestopt bij een verkeerslicht. Als de koppeling onder druk staat en niet passief is, wordt bij een mogelijke storing in het hydraulische of elektronische systeem de transmissie onmiddellijk uitgeschakeld.
Begin jaren zeventig, bracht Honda de CB750A Hondamatic – ook leverbaar als 400 – op de markt. De vier-in-lijn was afgeleid van de beroemde B750, maar voorzien van een automatische transmissie. Honda – en ook Husqvarna – experimenteerde ook met automatische transmissies in motorcross.
De CB750A was voornamelijk bedoeld voor de Verenigde Staten. De versnellingsbak was eigenlijk een koppelomvormer, die het beschikbare koppel behoorlijk absorbeerde. De twee beschikbare versnellingen tastten de dynamische prestaties van de CB750A verder aan. Moto Guzzi had in die dagen ook een model met een automatische transmissie, de 1000 Hydroconvert.
Het nieuwe Honda-patent voorziet in traditionele versnellingsbak en koppeling. De actuator is extern geïnstalleerd (in de patentschets is het achter het balhoofd geplaatst. Het is ook toepasbaar op meerdere modellen en het is een alternatief voorstel voor het modernere en effectievere, maar ook duurdere DCT-systeem.
Kawasaki heeft nu de Ninja H2, H2SX en de Z H2. Maar zou het viercilinder supercharged powerblok ook gebruikt kunnen worden in een Kawasaki Super Vulcan? Moto Revival is er bijna zeker van. Die beweert dat Kawasaki druk doende is met een Vulcan H2, die inderdd beschikt over het blok van de H2.
Als dit waar zou zijn – en waarom niet: Triumph doet ook opvallende dingen met hun Rocket 3 – zou dat een Vulcan worden met een 998 supercharged viercilinder blok die waarschijnlijk goed is voor 200 pk! Zoiets noem je nou een indrukwekkende high-performance cruiser, die de eerder genoemde Rocket 3 aftroeft op topsnelheid. En mogelijk ook op een sprintje van 0 tot 100 km/u.
De geruchten staken de kop op nadat Kawasaki gezegd zou hebben dat de Vulcan line-up binnenkort wordt vernieuwd. Officieel heeft Kawasaki nog helemaal niets bevestigd, dus vooralsnog houden wij het op een canard. Maar je weet nooit, na Japan en Thailand denkt ook het Indiase Indian Autos Blog dat Kawasaki een powercruiser aan het ontwikkelen is.
Van viercilindermotorblokken kijken we anno nu helemaal niet meer op. Lang werd het wat de Japanse merken betreft zelfs als universeel aangeduid, maar zo universeel was de vier-in-lijn niet. Tot het najaar van 1968 tenminste, want toen stond de aarde heel even stil: Honda onthulde zijn CB750 Four.
Niet veel later werd het jaar 1969 feitelijk een soort nieuw begin. Zoals er tijdsaanduidingen ‘Voor Christus’ en ‘Na Christus’ zijn, kun je haast spreken van een tijd voor CB750 Four en alles wat erna kwam. Voordat je denkt dat ik voor een soort religieuze sekte predik, moet je je even indenken hoe de motorwereld eruitzag voordat Honda besloot te doen wat niemand deed. Ga even mee terug in de tijd.
Een elektrische starter was een luxe, een schijfrem idem. Als je je bedenkt dat richtingaanwijzers op bepaalde motoren toen nog optioneel waren… Ook aanwezig!
Geen excuus meer
In de periode na de Tweede Wereldoorlog bloeide Europa op. Zoals Amerikaanse soldaten bij terugkeer van de oorlog hun vijf jaar lang bevroren soldij in musclecars en hotrods staken, zo staken Britse militairen hun zuurverdiende geld in café-racers en scramblers. Zij die vochten onder de Union Jack kochten dus massaal tweewielers en de Britse motorindustrie werd in rap tempo de grootste ter wereld, met afstand zelfs. Merken als Norton, Triumph, BSA, Matchless, Brough-Superior, Vincent, Velocette en nog vele andere waren de maat waaraan alle andere merken zich staafden. Helaas hadden ze stuk voor stuk inherente tekortkomingen, waarvoor ook de vaderlandsliefde niet meer als excuus kon dienen. Comfort was geen noodzaak, dus de immense éénpitters en brute tweecilinders waren veelal niet gemaakt om de rijder te ontzien van de door het motorblok geproduceerde trillingen. En voor het starten had je een kickstarter en daarmee was de kous af. Als klap op de vuurpijl werden veel van de Britse motoren gebouwd met gereedschappen die in oorlogstijd waren ingezet om wapentuig te produceren. Slijtage maakte ze niet preciezer, waardoor de betrouwbaarheid niet altijd gegarandeerd was. Dat het gros van de motoren toen nog met een verticaal gesplitst carter werd geproduceerd, maakte ze – met bovengenoemde versleten gereedschappen in het achterhoofd – een dankbaar slachtoffer voor clichématige opmerkingen als ‘Ligt er geen druppel olie onder, dan zit er geen olie in…’. Tel er ook nog even bij op dat de vraag naar Britse motoren dusdanig groot was dat die amper kon worden bijgebeend door het aanbod. Volgens de basisregels van de economie resulteerde dat in onverantwoord hoge prijzen. Maar ja, als mensen willen betalen, waarom zou je als fabrikant dan niet de hoofdprijs vragen?
Bubbel op knappen
Het was een bubbel geworden. De Britse motorrijder wilde enkel Brits rijden. De Engelse motorindustrie exporteerde vele tienduizenden motorfietsen per jaar, terwijl er maar mondjesmaat werd geïmporteerd. Tot Honda kwam met de Honda CB750 Four die je op deze pagina’s ziet. Het in de intro genoemde moment dat de aarde stilstond, is een hyperbool van de aardverschuiving die de Four veroorzaakte. Niet alleen de Britten, maar de gehele wereld was gewend dat zelfs zwaardere in massa geproduceerde motorfietsen zelden meer dan twee cilinders hadden. Tegen het eind van de jaren zeventig waren de geld-geen-probleem-soldaten op een leeftijd dat ze niet alleen die vijf jaarsalarissen aan soldij hadden uitgegeven, ze waren ook ouder geworden, ze hadden een gezin en wellicht zelfs een auto. Tot die tijd was een motorfiets niet zoals nu, een luxeproduct, maar was het voor velen een noodzaak. Had je geen dik salaris, dan had je een motorfiets. Het was het vervoermiddel van de massa. Kortom, de motorfiets was begonnen aan de verschuiving van een vervoermiddel naar een luxeproduct, zoals dat nu voor het overgrote gedeelte van ’s lands motorrijders nog zo is. Zaken als comfort, maar ook waar voor je geld krijgen, kregen meer prioriteit. Die bubbel – voor de Britten verhuld door een patriottische rood-wit-blauw gekleurde zweem en voor ons op het continent opgehemeld door beelden van rebelse motorrijders bij het Ace Cafe – stond op het punt te knappen.
Begin van de teloorgang
De Honda CB750 Four viert dan ook niet alleen zijn eigen vijftigste verjaardag, maar feitelijk ook het vijftigjarig jubileum van het begin van de teloorgang van nagenoeg de gehele Britse motorindustrie. Niet alleen bood de CB750 veel meer, hij kostte ook nog eens beduidend minder dan de op een ongezond hoog prijsniveau gehouden Britse singles en twins. De inmiddels wat minder vaderlandslievende Brit kon niet ontkennen dat de 750 Four wel erg veel waar voor zijn pond sterling gaf.
Toen de viercilinder-CB uitkwam, was het de eerste productiemotorfiets met schijfrem, maar de introductie maakte ook het vier-in-lijn-motorblok in één klap gemeengoed. Dat wil niet zeggen dat er geen viercilinder-motorfietsen waren voordat de CB750 Four uitkwam, want die waren er wel degelijk. Het Belgische FN verkocht in 1905 al de FN Four, die was voorzien van een in lengterichting geplaatste viercilinderkrachtbron. En nadat Indian zijn Amerikaanse concurrent Ace overnam, kwam dat merk ook met een vierpitter, de Indian Four. Tel er dan nog legendarische viercilinders bij op van merken als Gilera – dat al in de jaren dertig furore maakte met viercilinders – en MV Agusta, dat in 1965 eveneens met een viercilinder was gekomen. Er was alleen één ding dat al die viercilinders gemeen hadden en wel dat ze niet alleen enorm duur, maar ook heel exclusief waren. Met de CB750 Four maakte Honda de vier-in-lijn bereikbaar voor het grote publiek. Voor een prijs van 6.500 gulden kreeg je een beduidend modernere machine dan alles wat er toen voor dergelijk geld op de markt was. Een Triumph T150-driecilinder kostte je al snel 6.650 gulden, maar dan had je geen bovenliggende nokkenassen, geen elektrische starter en had je ook nog 9 pk minder. De aanvankelijke terughoudendheid jegens de Aziatische afkomst – ‘Wat de boer niet kent…’ – maakte al snel plaats voor acceptatie. Niemand kon simpelweg meer om de Four heen.
Horizontaal gesplitst carter, met de versnellingsbak en het motorblok in eenheid, maar wel met een losse olietank.
Kleine stap, immense sprong
Dat wil overigens niet zeggen dat de Honda CB750 foutloos was, want bepaald niet alles was rozengeur en maneschijn, al was het maar omdat juist de grootste kracht tegelijkertijd zijn grootste zwakte was. Zijn kracht zat hem in het motorblok, de innovatie van een schijfrem in het voorwiel en het horizontaal gesplitste carter, maar technisch was er meer interessant (zie kader). In het rijden bouwde de CB Four met name op het SOHC-viercilindermotorblok, want dat liep zo feilloos dat het de concurrentie buitenspel zette, zoals Neil Armstrong als eerste man op de maan (ook in 1969; toeval of niet?) Columbus’ ontdekking van Amerika tot een uit de hand gelopen boottochtje maakte.
CONCURRENTIE ANNO 1969
In 1969 doorbrak de Honda CB750 Four de Europese hegemonie wat grote motoren betreft. Tot dan toe waren compacte singles en twins alles wat Azië voortbracht. Plots moest de gevestigde orde het stellen met fikse concurrentie uit het land van de rijzende zon. Met name het gebrek aan goedkopere alternatieven had de prijzen van motoren inmiddels onnatuurlijk hoog gehouden. Nu stonden de Britse en Italiaanse merken plots in het hemd. De CB750 Four was echt niet de goedkoopste, maar ook niet de duurste in het segment. Hoewel je meer guldens achter diende te laten, kreeg je met de CB veelal veel meer waar voor het geld dat je uitgaf. Zeker toen de Honda meer en meer werd geaccepteerd, werd duidelijk dat zijn aanschafprijs van 6.500 gulden hoog was, maar geenszins onverantwoord.
Merk
Type
Herkomst
CC
Cilinders
Vermogen
Start
Prijs
Honda
CB750 Four
Japan
736 cc
vier
67 pk @ 8.000 tpm
OHC
elektrisch
ƒ 6.500,-
BSA
Rocket 3
Engeland
750 cc
drie
60 pk @ 7.250 tpm
OHV
kick
ƒ 6.350,-
Laverda
750SS
Italië
743 cc
twee
50 pk @ 6.500 tpm
OHC
elektrisch
ƒ 5.995,-
Matchless
G15CSR
Engeland
745 cc
twee
52 pk @ 6.200 tpm
OHV
kick
ƒ 4.995,-
Moto Guzzi
V7
Italië
703 cc
twee
50 pk @ 6.000 tpm
OHV
kick
ƒ 4.995,-
Norton
Commando
Engeland
745 cc
twee
52 pk @ 6.200 tpm
OHV
kick
ƒ 5.395,-
Triumph
Trident T150
Engeland
740 cc
drie
58 pk @ 7.500 tpm
OHV
kick
ƒ 6.650,-
Als je de concurrenten tegen elkaar afzet, krijg je een idee van de keuzes waar de motorkoper anno 1969 voor stond.
Het frame was vervolgens juist een vrij conventioneel dubbelwieg-ontwerp en ook de vering voldeed aan de toenmalige standaarden, met relatief basaal een tweetal schokdempers achter en een 35 millimeter dikke telescoopvork aan de voorzijde. Zelfs de roestvrijstalen remschijf was meer een gimmick dan echt een stap in de evolutie; trommelremmen waren toentertijd simpelweg nog de betere keuze wat remvertraging betreft. Hoewel de CB750 al snel als de eerste superbike de geschiedenisboeken in ging – een titel waar overigens ook de Vincent Black Shadow uit 1948 aanspraak op maakt – was hij dat op veel manieren ook gewoon niet. Dat brengt ons terug bij hoe de grootste kracht ook meteen zijn grootste zwakte was. Het bovenstaande in ogenschouw nemend, was de Honda CB750 Four in nagenoeg elk opzicht een revelatie, oftewel een kleine stap voor de motorrijder en een immense sprong voor de motorfiets. Hoe goed de CB750 Four ook was, het ontbrak de Honda in veel opzichten wat het motorrijden van toen zo heldhaftig maakte: er ging niets mis.
Toerentellers trof je toentertijd enkel aan op heel sportieve motoren. Waarvan akte, aldus de CB.
Te goed?
Waar de Britse twins en eencilinders – de Italiaanse viertakten en tweetakten van de oostzijde van de Muur idem dito – je regelmatig onderdompelden in avontuur, met de vraag of hij het ooit weer ging doen en of je ooit nog thuiskwam, bleef de Honda starten en bleef hij lopen. De bereikbaarheid van kilometerstanden van wel 100.000 kilometer zonder serieuze ingrepen had de CB750 zo goed gemaakt dat hij saai was. Tegenwoordig doen we de nukken van Europese motoren graag af als karakter, maar toen was je met een Honda CB750 maar gewoon een braverik en zeker geen lefgozer. Al was het maar omdat de kunst van het kickstarten – let wel, de 750 Four hád wel een kickstarter, maar waarom zou je je eraan wagen als een druk op de knop volstaat? – spoedig met uitsterven zou worden bedreigd.
De Honda VB750 Four was een prestigeproject, een uithangbord.
In lijn met dat brave, in lijn met dat te goede, leek Honda te verzanden in eenzelfde situatie van de remmende voorsprong als eerder de Britten. De CB750 Four was de nieuwe maatstaf geworden, maar omdat hij zo goed was, zag Honda niet per se de noodzaak de CB750 aan te pakken of te verbeteren. Zo bleef die viercilinder-CB tien jaar lang nagenoeg ongewijzigd. Zelfs toen Kawasaki in 1972 de veel sterkere, net zo betrouwbare en qua rijwielgedeelte superieure 900cc-Z1 uitbracht, ging er geen lampje branden.
Startschot
Je kunt Honda de haast lakse kijk op de levensloop van waarschijnlijk de belangrijkste motorfiets van de twintigste eeuw absoluut kwalijk nemen, maar ergens is het wel begrijpelijk. Honda had gedaan wat niemand deed. Soichiro Honda en de zijnen keken naar een markt die volledig was geënt op het in stand houden van motoren die qua ontwerp voortborduurden op inmiddels haast archaïsche principes en deed wat geen enkele andere fabrikant durfde. Met het uitbrengen van de CB750 Four had Honda de regels niet gebroken, maar simpelweg een compleet nieuw reglement opgesteld. Als er ooit een motorfiets is gebouwd onder het motto ‘omdat het kan’, dan is het de Honda CB750 Four wel. Meer nog was het echter een statement naar landgenoten Kawasaki, Yamaha en Suzuki. Zoals later de CBX1000-zescilinder deed en het NR-ovale-zuiger-motorproject was de CB750 Four een prestigeproject, een uithangbord. Honda zag potentie in een wereld waarin multicilinders de motorfiets als entiteit naar een hoger plan konden tillen, maar in plaats van die monstertaak volledig zelf op zich te nemen, gaf het enkel het startschot voor een nieuw tijdperk, waarin alle Japanse merken een rol zouden moeten spelen. Al werd het startschot van die viercilinder-CB750 in 1969 niet met zo’n laf klapperpistooltje als op de atletiekbaan gegeven. Het was eerder een kanon. Een joekel van een kanon ook nog.
Abnormaal normaal
Vijftig jaar geleden was nog niet duidelijk hoer belangrijk de Honda CB750 Four in de motorwereld zou worden. Honda was zelf terughoudend, met een initiële geplande productierun van slechts 1.500 motoren per jaar. Dat werd al snel opgeschroefd naar 3.000 per maand, met als eindresultaat meer dan 400.000 geproduceerde exemplaren van de CB750 Four.
Het eerste wat opvalt wanneer je plaatsneemt in het zadel is hoe dik en zacht het is. De voetsteunen staan voor het gevoel erg laag en breed en het verchroomde stuur slingert haast komisch ver in de richting van de rijder. Ondanks de bescheiden kilometerstand van 9.884 is de CB toch echt vijftig jaar oud. Desondanks laat de 750 zich met plezier wekken met de elektrische startmotor. De met olie bespoten koppelingskorf was voor die tijd enorm compact en binnenboord gehouden, wat ontkoppelen eenvoudiger maakte. Zo eenvoudig zelfs dat ik de motor door de lichte bediening meermalen laat afslaan. Het maakt de aanwezigheid van de kickstarter tot een dankbare toevoeging. Als het viertal 28-millimeter Keihin-carburateurs eindelijk vakkundig voor vulling van de 738cc-viercilinder kan zorgen, klinkt de Honda Four-symfonie over de smalle straatjes van het Franse kustplaatsje Biarritz. Met beleid en een streepje gas komt de oude dame van zijn plek. Wat vooral bijzonder is, is hoe zelfs deze vijftig jaar oude CB al over het ‘thuiskomen’-gevoel beschikt, waar Honda patent op heeft. Eenmaal met de wielen in gang lijkt alles precies te zitten waar het hoort te zitten. Door Honda’s onorthodoxe keuze om voor een lange slag te gaan, klinkt de CB wel zoals een Japanse vier-in-lijn hoort te klinken, maar trekt hij van onderuit nog opvallend krachtig weg. Het blok verdient verder een pluim voor het gemak waarmee het in toeren klimt, zij het wat luidruchtig, maar dat is luchtkoelers eigen. Schakelen gaat naar moderne maatstaven niet soepel, maar stroef is het ook geenszins.
Indertijd werd de zit van de CB geroemd om het comfort en anno nu gaat die vlieger nog steeds op. Het dikke zadel voelt als een dik kussen en ook de vering – ten tijde van de introductie als wat straf omschreven – absorbeert veel van de oneffenheden in het Zuid-Franse wegdek. Ook verkeersdrempels veren moeiteloos onder de CB’s wielen door. En dat terwijl Europa’s eerste verkeersdrempel pas een jaar na het uitkomen van de CB750 – in ons eigen Delft nog wel – werd geplaatst.
Als het met verkeersdrempels en slecht wegdek bezaaide dorpje achter me ligt, komt de CB750 pas echt tot zijn recht. De wegen langs de Atlantische kust worden weidser en bieden de mogelijkheid een vleugje van zijn bijnaam superbike te inhaleren. In de derde versnelling, met het gas tegen de stuit, verslikt het blok zich heel even, om vervolgens met een donkere versie van een onmiskenbare Japanse viercilinderbrul door te pakken. Met het blok vrij ademend laat hij zich met speelse eenvoud naar het vierde en vijfde verzet voeren. Toeren maken biedt daarin absoluut soelaas.
Als het enthousiasme van een tweewielige legende als deze de berijder de baas is geworden, wordt het tijd de aandacht van de SOHC-viercilinder te verleggen naar die eerste schijfremmen op een productiemotorfiets. De illusie die je dan rijker wordt, blijft je bij. De opdoemende bocht blijft zelfs met hard knijpen sneller opdoemen dan ik zou willen, waarna twee verzetten terugtrappen en de ouderwetse trommelrem in het achterwiel aanspreken deze jubilerende klassieker van een onfortuinlijk Joe Bar-momentje weet te redden.
Terug de heuvel af rijdend, weet ik nu dat die zelfcentrerende remklauw en schijf niet de overdaad is die mensen er toen in zagen. Ook kan ik ontkrachten dat de eens blijkbaar straffe vering opvallend comfortabel is en het blok, met de tijdsgeest in ogenschouw genomen, inderdaad de naam superbike verdient. Meer nog dan al het bovenstaande bewijst deze kortstondige proeverij dat de Honda CB750 Four – zo speciaal als hij is – eigenlijk zo speciaal niet aanvoelt. Feitelijk vinkt de Four alle hokjes af die een motorfiets tegenwoordig moet afvinken, met zijn twee spiegels, standaard richtingaanwijzers, elektrische starter, killswitch en betrouwbare krachtbron; zaken die we tegenwoordig als gewoon beschouwen. Zelfs al kun je niet om zijn nalatenschap heen, je kunt de CB750 op geen enkele manier anders bestempelen dan als angstvallig normaal. En laat hem daar nu juist de crux zitten; hij voelt zo abnormaal normaal, omdat de Honda CB750 Four toen die in 1969 op de markt kwam plots het nieuwe normaal werd.
Honda CB-viercilinders anno nu
Dat Honda raak schoot met de CB750 Four weten we ondertussen wel. Dat die vier-in-lijn de weg bestraatte waar anno nu nog altijd de ene na de andere CB-viercilinder overheen dendert, kan ook niet missen. Na de CB750 volgde tien jaar later de CB900F Bol d’Or, waar in de jaren tachtig ook een 1100 van kwam. Rond die tijd begon Honda de aandacht te verleggen naar V4-modellen – eerst de VF-reeks, later de VFR’s – maar de vier-in-lijn bleef altijd. Ook in compactere vormen, met onder meer een CB350F- en CB400F-tweeling in de jaren zeventig. De 500 en 550 waren zelfs waarlijke CB750s in het klein.
Met de huidige retrotrend in volle gang zal het niet verbazen dat Honda momenteel niet één, maar zelfs twee CB-modellen in het gamma heeft die direct verwijzen naar het model waarmee Honda volwassen werd. Met name de CB1100EX – met zijn blok vol historisch correcte koelvinnen en stereo-achtervering – lijkt in alles een modernere interpretatie van de CB750 Four. De CB1000R is nog een slag moderner en vertegenwoordigt wat Honda de Neo Sport Café-stijl heeft gedoopt. Desondanks valt er nog altijd zonder veel moeite een vergelijking te trekken met de jarige CB750.
De MOTORbeurs Utrecht; het lijkt door alle toestanden waar we midden in zitten al haast een half jaar geleden, maar voor de 31-jarige Michel van der Gouw voelt het nog altijd aan als gisteren. Hij won namelijk de gloednieuwe Kawasaki Z650 door op de MotorNL-stand het juiste aantal ballen te raden in de speciale Kawasaki Z650-ballenbak. Dinsdag 26 mei – ietsje later vanwege corona – kreeg Michel in Garage 29 op het MotorNL-hoofdkwartier in Hilversum de nog maagdelijk nieuwe Kawasaki Z650 officieel overhandigd uit handen van Bart Verhoeven. Hoewel Michel inmiddels al flink heeft kunnen wennen aan het feit dat hij de gelukkige winnaar is, kon je duidelijk van zijn gezicht aflezen dat hij het nog steeds amper kan bevatten. Niet zo gek als je weet dat hij nooit eerder zoiets gaafs won. De timing om een keertje wél te winnen, kan dus niet beter!
Dit vindt MotorNL van de 2020 Kawasaki Z650
Eddie de Vries, hoofdredacteur MotorNL: ‘Het topvermogen is gehandhaafd, het middengebied ietwat versterkt en het maximale koppel minimaal afgeroomd. Dat houdt het herkenbare karakter overeind. Een karakter dat zich kenmerkt door de alerte gasreactie en de motivatie om toeren te draaien. Het nieuwe fonkelende tft-scherm tilt ’m moeiteloos het nieuwe decennium binnen. Het verbaast me dit op een motor van € 7.999,- aan te treffen. Prima vering, een 140-achterslof en 183 rijklare kilogrammen zijn de drie belangrijkste veroorzakers van een meer dan prettig stuurgedrag. Het klopt gewoon. De rempartij ontstijgt dit segment en in het verlengde daarvan krijgt de versnellingsbak een compliment: net zo trefzeker en soepel als voorheen. De lage zit, ranke taille en het smalle stuur zijn er om iedereen de mogelijkheid van een Kawasaki Z650 te bieden, waardoor de langere Nederlander vanzelfsprekend krap zit. Daarom is het des te fijner dat Kawasaki een hoger zadel aanbiedt dat de zitpositie duidelijk verbetert.
Zo gaat het verder
We gaan Michel de komende maanden intensief volgen tijdens zijn kilometers met de Kawasaki Z650. Dat doen we via onze website MOTOR.nl, via YouTube, Facebook, Instagram, in onze wekelijkse nieuwsbrief en natuurlijk via MOTO73 en Promotor magazine. Kortom, je gaat hier nog veel meer van horen!
Brabander Jan Lemmers is een volbloed Gold Wing-fan, maar hij houdt er een eigen visie op het slagschip van Honda op na. Hij ‘fileert’ ze namelijk het liefst tot naked bike. Al eerder deed hij dat met een GL1000, maar nu ook met een 1500, de kolossale zescilinder. Ter geruststelling: hij gebruikte daarvoor wel een schade-exemplaar. Lemmers ontdoet die GL1500 van alle technische en elektronische snufjes en luxe. Enkele voorbeelden: kuip, koffers, plaatwerk, radio, achteruitversnelling, elektronische regeling van vering en demping en cruisecontrol. Geen simpel klusje trouwens. De demontage kost hem twee maanden, vooral het ontmantelen en inkrimpen van de draadboom is een heidens karwei. Ook de ingewikkelde carburateurs verdwijnen: ‘Inclusief de achttien vacuümslangen die allemaal verbonden zijn met klepjes in het plaatwerk en de elektronica’. Simpele exemplaren van een gewone custom nemen hun plaats in. Al met al verdwijnt er zeventig kilo ‘overbodig materiaal’ van de Gold Wing.
Lemmers verlaagt ook het rijwielgedeelte en verlengt juist de voorvork. De dummytank maakt plaats voor een verzaagde boiler. Het zadel – het misstaat niet in de hippische sport – is grotendeels zelfbouw. De lange flappen maskeren de afwezigheid van zijpanelen. Vampire-uitlaten vervangen de originele dempers. Geen blèrpijpen trouwens. Grappig is de aanpak van de massieve voorkant en het uitgebreide instrumentarium: die maken plaats voor de koplamp van een Suzuki en een simpel mijlentellertje van een Kawasaki-tweetakt.
Verbouwde Gold Wing – MOTOR 27, 6 juli 1995
Raad een blok
Kijk eens naar de foto. Herken je het blok? Het is duidelijk een eencilinder en gezien de forse carterplaat is er sprake van een crosser of een allroad. Maar ja, daar zijn er nogal wat van. Nou, het is de krachtbron van de Cagiva Canyon 600. Een 601cc-eenpitter met een vermogen van 34 pk bij 6.000 tpm. De Canyon wordt gepresenteerd als funduro. Dus voornamelijk voor gebruik op normale wegen en soms misschien een stukje gras. Crossen door rul zand of over rotsachtige paden zou trouwens echt onverstandig zijn. Want de Cagiva heeft dan wel een dikke metalen plaat ter bescherming van het blok, de kwetsbare oliekoeler daar net boven ligt er open en bloot bij.
Cagiva-blok – MOTOR 46, 16 november 1995
Krijsende remmen
Het merk Münch staat voor exclusiviteit. Grondlegger Friedel Münch begon in 1966 met de inbouw van een 1000cc-blok van een NSU Prinz in een door hem ontworpen rijwielgedeelte. In de loop der jaren groeide de cilinderinhoud naar 1177 en 1370 cc, vervolgens naar 1527 en 1786 cc om te eindigen bij de Titan, die 1996 cc telt. In totaal heeft Münch een kleine vijfhonderd straatmotoren gebouwd.
MOTOR-correspondent Alan Cathcart krijgt de gelegenheid om kennis te maken met de 1600 TTS-E. De E staat voor ‘Einsitzer’. Aan alles zie je het hoge gewicht van de motorfiets af. Die weegt 277 kg, droog welteverstaan. Het blok neemt daarvan honderd kilo voor zijn rekening. De ‘machtige’ motor levert 120 pk bij 7.500 tpm en heeft vier versnellingen. Misschien overbodig om te vertellen: de TTS-E kan zeer schakellui bereden worden.
Alles is indrukwekkend aan de viercilinder. Het blok natuurlijk, maar ook de hoge tank, dubbele stabilisatornokken aan de voorvork en de dubbele trommelrem met luchthappers in het voorwiel. Maar hoe indrukwekkend ook, als haarspeldbochten elkaar snel afwisselen krijgen de remmen het heel moeilijk: ‘De voorste stopper begint te krijsen, daarna valt de achterrem in, en nog enkele bochten verder weigeren beide gewoon alle dienst… in een dikke, stinkende rookwalm!’.
Michel won de gloednieuwe Kawasaki Z650 door op de MotorNL-stand tijdens MOTORbeurs Utrecht het juiste aantal ballen te raden in de speciale Kawasaki Z650-ballenbak. Afgelopen dinsdag nam hij zijn prijs in ontvangst!
Met Max Verstappen en Jeffrey Herlings hebben we twee absolute wereldtoppers ‘in huis’. De gelijkenissen tussen de twee kanonnen zijn groot. Beiden volgenden hun vader in dezelfde sport veel succesvoller op, beiden waren van jongs af aan bloedsnel en beiden hebben de potentie om nog veel groter te worden dan ze nu al zijn. Maar er is één groot verschil en dat is de ondergrond waarop ze rijden. Normaal gesproken zouden we de twee dus nooit in één actiefoto zien, maar normaal gesproken geldt gelukkig niet voor Red Bull. En dus zien we ze hier samen rijden op het strand van de Noordzee. Max en Jeffrey, waar een heel klein land verschrikkelijk groot in kan zijn.
Waar een heel klein land verschrikkelijk groot in kan zijn.
Net als olie in je blok zorgen cookies ervoor dat alles soepel loopt. We gebruiken ze om de website goed te laten werken en je de beste ervaring te bieden. Door verder te gaan, geef je toestemming voor het gebruik van cookies.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.