zondag 12 april 2026
Home Blog Pagina 1067

Vooruitblik: 2020 BMW F900R en F900XR en S1000XR

5
De 2020 BMW S1000XR
De 2020 BMW S1000XR is één van de drie waarmee Eddie gaat rijden.

Volgende week heeft Eddie een drukke, maar prachtige week voor de boeg in Spanje. Hij gaat in en rondom het Spaanse Almeria rijden met liefst drie nieuwe BMW’s. De F900R, de F900XR en de S1000XR. Werk aan de winkel dus voor onze hoofdredacteur.

Als eerste aandacht voor de F900R, want die zag lang niet iedereen aankomen omdat velen rekening hielden met een nieuwe F850R. De staande twin meet 895 cc en is goed voor 105 pk bij 8.750 toeren per minuut en 92 Nm bij 6500 toeren per minuut. Het koppel is lekker breed uitgesmeerd; van 4500 tot en met 8500 levert het blok meer dan 87 Nm.

Bij deze roadster draait het volgens BMW om een actieve en dynamische rijbeleving. Om dat te bereiken heeft de nieuwkomer een stalen brugframe waarvan het blok een dragend deel van uitmaakt. Overigens is de geometrie op papier niet al te speels. De wielbasis bedraagt 1518 mm, de naloop 114,3 mm en de balhoofdhoek 29,5°. Een Ø 43 mm upsidedown-vork (135 mm veerweg) en een monoshockdemper (142 mm) verzorgen de demping. Vooraan is niets te verstellen, achteraan de veervoorspanning en uitgaande demping, maar zoals altijd levert BMW ook ESA.

Het rijklaargewicht van 211 kilo – met 13 liter benzine aan boord – helpt een handje bij de beloofde handelbaarheid. Standaard zweeft je achterste 815 mm boven het wegdek, maar dat kan zo laag als 770 mm en hoog als 865 mm. BMW zou BMW niet zijn als het geen ellenlange waslijst met extra’s had ontwikkeld. De F900R komt in het zwart, blauw en in het zilver/rood. De 2020 BMW F900R zal vanaf € 9.770,- verkrijgbaar zijn.

2020 BMW F900XR

Dan de F900XR. Natuurlijk wist iedereen bij het zien van BMW’s Concept 9cento prototype dat er een productiemodel van moest komen. Dat is er nu daadwerkelijk. De F900XR oogt vanzelfsprekend niet zo woest en rauw als het conceptmodel, maar het is wel een motorfiets die nieuwsgierig maakt. Dit kan zo maar eens de zoveelste motor zijn die comfort, sport en handelbaarheid moeiteloos combineert.

De staande twin is afgeleid van de huidige 850. In de F900XR meet het 895 cc en is het goed voor 105 pk (77 kW) @ 8750 tpm en 92 Nm @ 6500 tpm. Van 4500 tot en met 8500 beschik je over meer dan 87 Nm. Met de verschillende rijmodi, Rain en Road zijn standaard, Dynamic en Dynamic Pro een accessoire, levert het blok precies het vermogen waar de omstandigheden om vragen. Het TFT-dashboard is dankzij BMW Motorrad Connectivity aan je mobiele telefoon te koppelen.

De F900XR heeft een stalen brugframe waarvan het blok een dragend deel van uitmaakt. Het aangeboute achterframe is kort zodat het kontje eveneens kort en slank oogt. De zadelhoogte bedraagt standaard 825 mm, maar lagere en hogere zadels zijn beschikbaar. Het rijklaargewicht, inclusief 15,5 liter peut, bedraagt 219 kilo. Nu we toch in de cijfers zitten: de balhoofdhoek is 29,5°, de naloop 105,2 mm, de wielbasis 1521 mm, de veerweg voor 170 en achter 172 mm.

De F900XR schreeuwt op papier al om breed inzetbare elektronische vering en die levert BMW dan ook als extra. Net als nog ontelbaar veel andere extra’s trouwens. Van het standaard spul is alleen de achterdemper op veervoorspanning en uitgaande demping te stellen. BMW levert een gouden variant en een rode. De 2020 F900XR zal vanaf € 13.450,- verkrijgbaar zijn.

2020 BMW S1000XR

Zijn we er dan? Nee, want we vergeten bijna nog de S1000XR waarmee Eddie ook gaat rijden. En om maar met de deur in huis te vallen: de 2020 BMW S1000XR krijgt wél het nieuwe motorblok dat ontwikkeld werd voor de S1000RR, maar hij krijgt níet de variabele kleptiming die daar eigenlijk ook bij hoort. Waarom dat is? Daarvoor moeten we even terug naar 2015, het jaar dat de XR het levenslicht zag. De hoogpotige XR was bedoeld als comfortabele manier om van de zinderende vier-in-lijn te kunnen genieten. Iets minder giftig door een andere gearing waardoor het vermogen dan wel werd getemperd maar hij onderin juist beresterk werd.

Dat de S1000XR nu, in 2020, dan ook niet de variabele kleptiming van de RR meekrijgt is in tweede instantie logisch te verklaren: hij heeft het niet nodig. Variabele kleptiming zorgt er onder meer voor dat de S1000RR onderin sterker wordt zonder topvermogen te moeten inleveren. Aangezien de XR dat al is en bovenin toch niet nodig heeft, kan hij goed zonder. Opgelost!

Alle verbeteringen die in het S1000-blok zitten krijgt hij dus wel gewoon mee. Bijzonder is het wel dat hij nog exact hetzelfde presteert op papier. Net als zijn voorganger ligt het maximale vermogen op 165 pk bij 11.000 tpm en het maximum koppel op 114 Nm bij 9.250 tpm.

Wat betreft elektronica gaat het met rasse schreden vooruit. Dynamische ESA, een IMU – die systemen als hill hold en wheeliecontrol mogelijk maakt – en ga nog maar even door. Overigens krijgt hij ook het bekende BMW 6,5 inch TFT-scherm om al die hulpsystemen mee te besturen, wel zo handig. Kun je voortaan ook je telefoon aan je XR koppelen zodat je met de BMW Motorrad Connected applicatie navigatie op je scherm kan oproepen. Zeker op zo’n avontuurlijke XR geen overbodige luxe!

Vragen?

Toch…? Volgende week weten we meer.

Heb je specifieke vragen die je zo snel mogelijk nadat Eddie van de motor gestapt is beantwoord wilt hebben? Stel ze hieronder in de reacties!

Patenttrend: directe injectie

0
Kawasaki directe injectie patent 3

Zowel Kawasaki als Honda hebben onlangs patenttekeningen gedeponeerd waarmee ze verraden aan directe brandstofinspuiting te werken. Honda tekent het op een Africa Twin-blok, terwijl Kawasaki het lijkt te willen toepassen op een evolutie van het drukgevulde H2-blok.

Wat in de auto-branche de laatste jaren meer en meer de norm wordt, komt binnenkort waarschijnlijk ook naar de motorfiets-wereld. Bij auto’s heerst Euro 6 al, waar de motorfietsen pas net aan Euro 5-eisen moeten voldoen. De emissie-eisen maken het steeds moeilijker uitstoot in te perken en oplossingen als directe inspuiting kunnen daarin helpen, zoals het dat dus al in de autowereld doet.

De patenttekeningen van Honda tonen pure directe brandstofinspuiting, waarbij een klassiek inlaattraject ontbreekt. Een injector in de verbrandingskamer kan in principe sneller en beter injecteren dan via een inlaattraject. Al is het niet een en al Hosanna, zou het eenmaal gedestilleerd toch wel eens de nieuwe maatstaf kunnen worden.

Honda’s directe injectie

Kawasaki gaat er met het gestrekte been in, blijkt uit patenttekeningen. Het groene merk lijkt namelijk namelijk een gecombineerd injectiesysteem toe te willen passen op een blok met supercharger – zoals de huidige H2-reeks. Daarbij vindt initiële injectie nog steeds plaats in het inlaattraject, maar is er ook een tweede injector in de verbrandingskamer te vinden. Kawasaki’s patent sluit trouwens niet uit dat er een compleet nieuw Kawa-blok komt waar ook een compressor op toegepast wordt. Het gebruik van zowel drukvulling als directe inspuiting biedt mogelijkheden een betere verbranding – en dus minder uitstoot – te bewerkstelligen. Ook qua prestaties kan het voordelen hebben.

Kawasaki’s directe injectie

Directe inspuiting heeft als grootste voordeel dat de omliggende warme delen van het motorblok rondom de inlaat geen invloed hebben op hoe fijn het brandstof- en zuurstofmengsel de verbrandingskamer bereikt. Het helpt zodoende een verbranding te bewerkstelligen die net zo efficiënt is als met reguliere injectie, maar dan koeler. Koelere verbranding belooft in theorie betere verbranding en dus minder uitstoot. Alle energie uit het mengsel kan immers omgezet worden in beweging.

Koelere verbranding belooft in theorie betere verbranding en dus minder uitstoot.

Zoals gesteld is het niet allemaal Hosanna, om een aantal redenen. Zo heeft directe inspuiting speciale injectoren nodig, die nog fijner vernevelen dan de reguliere exemplaren. Tegelijkertijd is het uit den boze dat het ingespoten mengsel de cilinderwand raakt, omdat het anders vermengt met de olie die eraan kleeft. Op termijn kan het de smeerolie in het blok verdunnen met alle gevolgen van dien.

Desondanks zijn die hordes niet eens de hoogste. Waar de auto-industrie directe brandstofinspuiting inmiddels al op steeds grotere schaal toepast, blijft de motorindustrie deels achter door een ontbreken van sensoren. Het elektronische brein van een auto krijgt een veelvoud aan informatie van wat een motorfiets aan enen en nullen krijgt om te bepalen wat nodig is voor de juiste verbranding. De laatste jaren maakt de motorfiets daarin wel een inhaalslag. Toch moet de hersenpan van een motorfiets relatief veel meer gissen dan het gros van de auto’s.

Dat maakt het ontwikkelen van de volgende stap ingewikkelder dan zomaar een injector in de cilinderkop draaien. Fabrikanten moeten namelijk ook de software vanaf nul ontwikkelen. Al kan Kawasaki binnen het Kawasaki Heavy Industries-concern bij de afdeling die over de JetSki’s gaat aankloppen. Daar is directe injectie immers al langer gebruikelijk.

Het is voor nu dus nog allemaal even afwachten wanneer, hoe en waarmee de fabrikanten hun directe brandstofinspuiting ten tonele brengen. Wat wel zeker is, is dat het de verdere ontwikkeling van de motorfiets een duw in de rug kan geven.

We wachten geduldig af en juichen het voorzichtig toe.

Afbeeldingen: Honda en Kawasaki

Feestelijke opening MotorkledingStore.nl Vianen

0
Motorkledingstore.nl Vianen

Hoewel de nieuwste winkel van MotorkledingStore.nl al sinds 2de kerstdag te bezoeken is aan de Hagenweg 3G in Vianen, zal van 23 tot en met 26 januari de feestelijke opening plaatsvinden. Er zal flink worden uitgepakt met feestelijke openingsactiviteiten, Brabantse hapjes, drankjes, een hoop gezelligheid en een voor de motorkledingwereld een unieke kortingsactie (3 halen, 2 betalen). Op 23 januari zal de winkel op feestelijke wijze worden geopend met uiteraard de daarbij behorende Brabantse hapjes, drankjes en een hoop gezelligheid.

De nieuwe winkel in Vianen is ruimtelijk opgebouwd en beschikt over een ruime voorraad voor alle soorten motorrijders. Naast het ontdekken van nieuwe collecties wordt in de winkels van MotorkledingStore.nl ook een groot aantal uitlopende collecties aangeboden van leveranciers, zo houdt Motorkledingstore het motorrijden betaalbaar voor iedereen.

3 halen, 2 betalen op alles uit de winkels!

Koop je tijdens de openingsdagen 3 artikelen, dan krijg je het goedkoopste artikel gratis. Overigens geldt deze feestelijke actie niet op de adviesprijzen, maar op de scherpe prijzen die MotorkledingStore.nl altijd hanteert. Geen prijsverhogingen voorafgaand dus, maar gewoon een zuiver feestje voor iedere klant die met een nieuwe set motorkleding het motorseizoen in wilt!

Geen uitzonderingen, geen prijsverhogingen. Alleen op voorraadartikelen.
Ook in Breda en Eindhoven

De nieuwe vestiging in Vianen aan de Hagenweg 3g is een mooie toevoeging op de winkels in Breda en Eindhoven. Ook daar geldt de kortingsactie 3 halen, 2 betalen tijdens het openingsweekend van 23 t/m 26 januari. Tijdens het openingsweekend zijn alle filialen op donderdag en vrijdag geopend tot 21:00u.

Lees hier de actievoorwaarden.

Nederlanders: ‘Files minder vaak onacceptabel’

1
File foto - credit Nick 1

Uit onderzoek van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) blijkt dat nog slechts 35 procent van de Nederlanders files op autosnelwegen (helemaal) niet acceptabel vindt. In 2010 was dat nog 72 procent.

Op AD.nl sprak men van acceptatie. Hufterig gedrag van medeweggebruikers ergert de Nederlander meer. Daarmee duidt het KiM op zaken als over de vluchtstrook rijden. Het via een tankstation proberen de file in te halen valt ook slecht. Verder vallen agressie op de weg, geluidsoverlast, luchtverontreiniging en verkeersonveiligheid de ondervraagden zwaarder dan de file. Wat het enige aangehaalde alternatief – het openbaar vervoer – betreft, worden agressie, kosten en vertragingen in het openbaar vervoer als een groter vraagstuk ervaren dan files. Geen optie dus.

‘Het is toch een bepaalde gelatenheid’, zo verklaart verkeersdeskundige Koos Spee tegen AD.nl. Over het feit dat we de file steeds meer voor lief nemen vervolgt Spee: ‘Mensen weten ook dat ze dit zichzelf aandoen, omdat ze zo nodig allemaal op dezelfde tijd naar kantoor willen.’ Over de toename aan files door ongelukken is Spee ook uitgesproken: ‘Uit verveling even op je mobiel kijken, dat is tegenwoordig hoe het vaak misgaat.’

Je zou denken dat iemand met verstand van mobiliteit de motorfiets eindelijk eens aanhaalt…

Vergeef ons te spreken voor eigen parochie. Maar je zou denken dat iemand met aanzien en verstand van mobiliteit de motorfiets eindelijk eens aanhaalt. De motorfietsmarkt zit immers opnieuw aardig in de lift – wat meer motorrijders zou moeten betekenen.

Niet alleen is de instelling van de motorrijder anders – defensiever en vlotter over het algemeen. Dat de ruimte die een motorfiets inneemt kleiner is, zou ook in het voordeel moeten spreken. Toegegeven, een beetje defensief rijdende motorrijder neemt met het ‘veiligheidskussen’ heel wat plek in. Alleen blijft een motorrijder, wanneer de onvermijdelijke file zich aandringt, rollen. Dan maar tussen de file door.

Blijkbaar zal de motorrijder zich voorlopig nog wel even tussen de file moeten begeven. Hoe minder weggebruikers zich eraan storen, hoe minder eraan gedaan zal worden. Gelukkig maar dan dat men niet zo gelaten is over mobiele telefoongebruik in het verkeer; nu duimen dat daar ondertussen eens een klinkende oplossing voor bedacht wordt.

Foto: MotorNL

Indian Motorcycle komt met 2020 European Flat Track Series

0
Flat Track
Flat Track is spektakel!

De tijd dat Flat Track echt iets Amerikaans was, ligt ver achter ons. Natuurlijk, het is in de United States of America nog steeds veel groter maar Europa komt er aan. Wat dat betreft doet het ons ergens wel denken aan de omgekeerde weg die de motocross ooit bewandelde. Eerst groot in Europa en daarna dankzij Europese hoofdrolspelers heel groot in Amerika.

Het Amerikaanse Indian Motorcycle investeert namelijk verder in de groei van de Europese Flat Track via de Dirt Track Riders Association (DTRA). Deze DTRA wordt gerund door rijders en racers ter promotie van het flat track racen in Europa. Het aantal wedstrijden groeit elk jaar en wordt steeds populairder onder rijders uit alle disciplines van de motorsport en van alle niveaus.

De volgende stap in dit succes is de 2020 Indian Motorcycle European Flat Track Series. Er wordt daarbij gereden in drie verschillende klassen: de Hooligan-klasse (gebaseerd op wegmotoren), de open Pro-klasse (gedomineerd door de lichtgewicht DTX-machines) en de pre-1975 Vintage-klasse.

2020-kalender

Ronde 1 – Lelystad
2 en 3 mei – Hells Race
Open voor alle klassen

Ronde 2 – Greenfield TT, Engeland
6 en 7 juni
Open voor de Pro- en Vintage-klassen (de Greenfield TT kent spectaculaire sprongen en is dus ongeschikt voor de Hooligan-machines want die zijn op wegmotoren gebaseerd).

Ronde 3 – San Sebastian, Spanje
13 juni – El Rollo tijdens Wheels and Waves
Open voor alle klassen

Ronde 4 – Parchim, Duitsland
18 tot 20 september
Open voor alle klassen

Surf voor alle informatie –bijvoorbeeld de inschrijfkosten – naar www.dirttrackriders.co.uk.

Dubbeltest – Ducati Panigale V4S Corse vs Aprilia RSV4 1100 Factory

0
Dubbeltest Ducati Panigale RSV4 1100 Factory vs Ducati Panigale V4S Corse

Superbikes op straat; kan dat nog? in zowel Noale als Bologna zien ze heil in 100cc extra in de V4-blokken van respectievelijk de Ducati Panigale V4S Corse en de Aprilia RSV4 1100 Factory. Maar klopt de theorie?

Wat superbikes betreft, legt de Ducati V4S de lat hoog – zeker in de Corse-uitvoering. Kan de hypermoderne Bolognees zijn rol als gevestigde orde handhaven tegen zijn matzwarte landgenoot? In de basis heeft Aprilia voor die landgenoot simpelweg het Tuono V4 1100-blok in de aloude RSV4 Factory gehangen. Ware het niet dat er meer aan de hand is. Kan deze oude hond nog nieuwe trucjes leren?

Ducati Panigale V4S Corse

Vette klappen uit vier cilinders. Desondanks is het onmiskenbaar een Ducati. Enkel het tempo waarmee het toerental de ruimte vult met pure trommelvlies oprekkende decibellen, verraadt dat de V4S Corse toch iets bijzonders is, en blijft. Nu rest de vraag of dat imago deze test overleeft.

Mat is een thema, blijkbaar. Zowel de rode als de zwarte Italiaanse V4-superbike waarmee we naar het stratencircuit van Chimay togen is mat afgelakt. Het overwegend rood-witte exemplaar komt er beter mee weg, trouwens. De kleuren knallen en benadrukken dat de stekjes van de Panigale V4S Corse met Grand Prix-water bevochtigd zijn. Hoe Ducati ook de GP-klanken heeft weten te homologeren voor straatgebruik, is alleszins de vraag. De klappen zijn niet alleen hard in geluid, maar ook in power. De manier waarop de V4 Stradale-krachtbron zijn immense 216 pk (zie Meten is Weten-pagina) loslaat op zowel de berijder als het asfalt, is moeilijk te bevatten.

Ducati Panigale V4S Corse

Terwijl de met autobanden behangen betonnen telefoonpalen langs het circuit vervagen – eerst enkel in de ooghoeken, maar al snel in het geheel – merk je pas hoe het ongehoorde vermogen omgezet wordt in rauwe versnelling. Meer nog dan de beleving an sich, valt op dat je je de baas voelt. Bizar is het, maar overdonderend niet zo zeer. Deels komt de wendbaarheid en de bruikbaarheid van de V4S op conto van zijn rijwielgedeelte, dat uitgerust is met Ohlins’ dynamische dempingsysteem. Maar ook de zithouding verdient lof.

De Panigale is in alles wat met ergonomie te maken heeft een moderne superbike.

De Panigale is namelijk in alles wat met ergonomie te maken heeft een moderne superbike. Je zit redelijk met je kont de lucht in, de voetsteunen staan niet heel extreem ver naar achteren en ook de clipons liggen niet heel diep. Wel staan ze behoorlijk breed en met een niet al te scherpe hoek. Het is een aanvalshouding, zonder je echt linea recta naar de chiropractor te jagen. Vanuit Nederland tot aan de Franse grens en terug knallen, heeft wonderwel weinig afgedaan aan het functioneren van de beide polsgewrichten. Vooral ook omdat een V4 feitelijk zo breed is als een staande twin, wat de motor smal houdt.

Al heeft de Panigale natuurlijk ook niet de beperkende factoren van een conventioneel frame. Dat stond het rode merk toe de tank precies zo te vormen dat je elk beetje raakvlak kunt benutten om met de knieën te klemmen. Nodig ook wel, zo hard als het almaar lijkt te willen gaan, evenals wanneer je de 330mm grote Brembo-ankers in het voorwiel aanspreekt.

Het is pas wanneer je echt doorhebt dat de V4S je het hoofd niet van de romp zal rukken, dat je er echt van kunt profiteren. Aan boord van de Panigale tref je meer elektronica dan je ooit dacht nodig te hebben. Elk van die enen en nullen is gerangschikt om jou niet alleen veilig te houden, maar ook vooruit te helpen. Je wordt even goed bij het gevaar weggetrokken als dat je ook een duwtje in de rug krijgt om nog iets meer gang mee te nemen. De V4S weet dat hij het kan, dus waarom jij niet? Dat idee.

Nadeel aan de aanpak

En behalve dat het de Ducati in veel opzichten een voorsprong geeft op de Aprilia, zit er wel een flink nadeel aan deze aanpak. Je kunt tot op grote hoogte boven je eigen kunnen uitstijgen, juist omdat de elektronica en het rijwielgedeelte je helpen. Dat is een voordeel. Alleen op sommige momenten gaat het simpelweg te gemakkelijk. Het is niet alsof je plots passagier op je eigen motor bent en het zijn maar momenten, maar toch. Op die momenten merk je hoe de invloed van de Duitsers (Ducati is eigendom van Audi, red.) een deel van dat wat Italiaanse motoren zo machtig maakt, tot een hoogglans opgepoetst heeft. Dat het blok onderin het toerenbereik karaktervol bokt, lijkt zelfs een voorgeprogrammeerd beetje bokken. Daardoor kan de Panigale V4S soms wat te digitaal aanvoelen. Allicht is een nadeel als dit, afgewogen tegen de grandioze rijbeleving en immense snelheid die er tegenover staan, prima te verantwoorden. Maar ergens is het wel jammer dat de Duitsers de techniek lijken te hebben verzorgd en de Italianen zich bezig hebben moeten houden met dat de motor er goed uit zou zien in de brochures.

Ducati Panigale V4S Corse

Gelukkig is er hoop. Je spoelt die vieze bijsmaak van de nadelen moeiteloos weg door de rechterpols aan het werk te zetten. Dan houdt het hoge en smalle ruitje je weer letterlijk en figuurlijk uit de wind. Zetten de fijn korte voetsteunen je weer klaar om die ene bocht, die je al honderd keer eerder reed, net dat beetje vlotter te ronden. De Panigale V4S Corse is op een aantal vlakken simpelweg net dat beetje te goed. Maar of te goed een belediging of compliment is?

Dubbeltest Ducati Panigale V4S Corse vs Aprilia RSV4 1100 Factory

Aprilia RSV4 1100 Factory

Het gelig licht dat uit de koplampen sijpelt is de grootste weggever dat de RSV4 1100 Factory dan wel een 2019 model mag zijn, maar zijn oorsprong ouder is dan dat. Geen ledverlichting zoals bij zijn landgenoot, maar wel eenzelfde blokconfiguratie en de inherente bloedspoed. Waarvan akte.

Bijzonder hoe twee fabrikanten uit één land, krap 150 kilometer bij elkaar vandaan, beide een superbike neerzetten met vier cilinders in v-vorm, die ook allebei 1100cc aan cilinderinhoud hebben, en toch niet verder uit elkaar zouden kunnen staan. Alleen al het geluid is niet te vergelijken. De Ducati heeft een blokhoek van 90 graden terwijl de Aprilia het met 65 graden tussen de cilinderrijen doet. Bij de krukas is ook alles anders, want de Bolognees kreeg zijn kruktappen op 70 graden van elkaar – wat Ducati tot Twin Pulse gedoopt heeft. In Noale kozen ze voor een 180 graden-krukas. Het verschil uit zich in meer toerengretigheid. Inwendige haast, zou je het kunnen noemen, zo vlot als het zich laat optoeren.

Aprilia RSV4 1100 Factory

In Noale kozen ze voor een 180 graden-krukas. Het verschil uit zich in meer toerengretigheid.

In het rijden uit het zich in net zo veel geweld als bij de Panigale ingebakken zit, maar het geweld van de Factory raast je om de oren in plaats van dat het je om de oren slaat. Het voelt minder gecontroleerd, het voelt mechanischer. Die vergelijking merk je in meer dingen. Hopelijk vat de RSV het niet persoonlijk op, maar het de zithouding is niet meer helemaal van deze tijd. Zadel en clipons zitten nagenoeg op dezelfde hoogte, terwijl de kniehoek vergelijkbaar is aan die van de Duc. De tank is vervolgens fiks breder en behoorlijk gewelfd. Het zorgt ervoor dat je je iets meer in dan op de motor waant dan bij die rode machine.

Bijzonder genoeg werken beide op hun eigen manier heel intuïtief. Waar de Panigale zich met speels gemak laat wenken, vergt de Aprilia wat meer eigen inbreng. Maar Mozes-kriebel, zie het als een investering. De energie die de RSV van je vraagt wordt beloond. De zit ‘in’ de motor zorgt dat waanzinnig intuïtief en bevredigend stuurt, remt en accelereert. Je moet alleen wel eerst zelf het startschot geven.

Aprilia RSV4 1100 Factory

De krachtbron van de Aprilia staat gretig paraat en drukt je met je zitvlak ferm tegen het kleine extra kontzadeltje. Zo breed als het zadel naar achteren uitloopt, kun je je prima schrap zetten – noodzakelijk als dat ook is. Ter hoogte van de tank is het zitje vervolgens perfect smal. Waar dat aan de ene kant helpt om vanuit het redelijk hoge zadel met een voet aan de grond te komen, maakt het over de motor bewegen ook gemakkelijker.

Hoewel je in eerste instantie de indruk krijgt dat je het geen tien minuten in dat taaie zadel uit gaat houden, blijft echt doorzitten je bespaard. Toegegeven, blijft het je vooral bespaard omdat de rest van de sportieve houding je al eerder de handdoek in de ring zal doen gooien. Maar overdreven oncomfortabel is het zeker niet aan boord van de Noalees. Het stuur staat vergelijken met zijn concullega onder een beduidend scherpere hoek en van uiteinde tot uiteinde is het stuur smaller ook.

De krachtbron van de Aprilia staat gretig paraat en drukt je met je zitvlak ferm tegen het kleine extra kontzadeltje.

Compact is sowieso een bijvoeglijk naamwoord dat de RSV4 past. Zo compact zelfs dat het her en der onhandig wordt. Koppelingshendel te hoog? Veel lager gaat niet lukken, want dan trek je de hendel tegen de min-paddle van de tractieregeling aan. Stuk of wat keren ontkoppelen, en je jaagt ongemerkt ruim 200 pk de ketting in zonder tussenkomst van het APRC – waarvan Aprilia in de handleiding trouwens zegt dat ook hun APRC toch echt onderworpen is aan natuurwetten. Komisch doch nuttig feitje, zullen we maar denken.

Behalve dergelijke ontwerp-smetjes – het is een Italiaan, dus noem het vooral karakter – blinkt de RSV4 Factory vooral uit in zijn enorm hoogwaardige afwerking. Nagenoeg alles oogt af, of in elk geval doelbewust en doordacht. Een van de zaken die vervolgens onder de noemer ‘goeie poging’ geschaard kunnen worden, is het wel het kunststof met carbon-reliëf in de onderkuip. Imitatie-carbon is bij elke toepassing een no-go van jewelste. Als er dan op ettelijke centimeters authentiek carbon is om mee te vergelijken, ziet het er alleen nog maar goedkoper uit.

Even zo goedkoop uitziend, zijn de richtingaanwijzers. Led is de Factory sowieso vreemd, maar de plastic haaievin-knipperlichtjes waren in 1995 misschien nog hip; anno 2019 wil je die niet eens op een Chinese imitatie-Vespa. Toch zijn het al die kleine mwah’tjes die helpen de prijs van de RSV4 1100 Factory relatief vriendelijk te houden. Al is 26.995 euro nog altijd een smak geld, voor het verschil met prijs van de Panigale V4S koop je er met gemak nog een Aprilia RS4 125 – voor je zoon, dochter, neefje, nichtje, of misschien gewoon voor jezelf – bij ook. Of je bestelt wat nette knipperlichtjes, een paar verstelbare clip-ons en een onderkuip uit echt carbon erbij – en dan heb je nog een hoop geld over.

Dyno Ducati Panigale V4S Corse vs Aprilia RSV4 1100 Factory

Foto’s: Jesse Kraal
Testbank: Marolo/Hoco Parts

Bimota KB4 onderweg? UPDATE

0
Bimota KB4

Update 20-1-2020

Op 21 november 2019 stelden we onderstaande vraag om die vervolgens met een heel voorzichtig ja te beantwoorden. Inmiddels kunnen we dat ‘heel voorzichtig’ wel weghalen, want een woordvoerder van Bimota heeft tegen onze Engelse collega’s van Motorcycle News het volgende laten weten over de KB4:

‘De eerste test met een prototype staat gepland voor de lente van dit jaar. Dus het is op dit moment redelijk om een pre-productiefiets te plannen voor de zomer van 2020.’

Wij zijn benieuwd!

Bericht 21-11-2019

De motor die je wist dat zou komen… Nu Kawasaki de reanimatie van Bimota rond heeft, kon je er donder op zeggen dat er meer Bimota’s met Kawasaki-blokken zouden komen. Het Japanse Young Machine-magazine schijnt weer eens de primeur te hebben.

An sich laat de naam zich raden. Bimota gebruikt namelijk van oudsher een voorletter van de blokleverancier gevolgd door een B. De B staat voor Bimota en het nummer voor de hoeveelste in lijn. Het Italiaanse exclusieve motormerk kwam in 1978 al met de KB1. Daarna volgden de KB2 en KB3 in respectievelijk 1982 en 1984. Nu is het dus tijd voor de KB4. Tenminste, dat schijnt Young Machine te weten.

De rendering is dan ook door hetzelfde tijdschrift gemaakt. Het geeft een goed idee van hoe de aanstaande Bimota KB4 eruit zou kunnen zien. Als basis gebruikt men naar verluidt het Z1000-blok. De vormgeving is vervolgens sportief, zij het met een iets of wat retro-achtig tintje. Dat wil dus zeggen en behoorlijk bolle topkuip inclusief ruitje en een minimalistisch kontje.

Young Machine KB4

Uiteraard volgt de rest van het ontwerp waar Bimota goed in is.

Uiteraard volgt de rest van het ontwerp waar Bimota goed in is. Een buizenvakwerkframe en veel gefreesd lichtmetaal omkadert het Z1000-blok, terwijl de kuip in elk geval ingezet wordt met carbon.

Aangezien het een verder nog totaal ongefundeerd gerucht betreft, ontbreken verder alle details. Wat wel vrolijk stemt is het idee dat Bimota op deze manier een mooie toekomst krijgt en ook Kawasaki van de kennis en nalatenschap van Bianchi, Morri en Tamburini kan profiteren.

Na de op EICMA aangekondigde Bimota Tesi H2, zijn wij heel benieuwd wat de nieuwe samenwerking nog meer voort zal brengen. Tot het zover is wachten wij geduldig af.

Foto’s: Young Machine en archiefbeeld

MOTO73 TripTip update

4
MOTO73 TripTip

Afgelopen tijd zijn de MOTO73 TripTip-routes op de plank blijven en we willen jullie dan ook bedanken voor jullie geduld. Met terugwerkende kracht hebben we nu de TripTips van editie 19 tot en met editie 25 van 2019 voor je klaarstaan.

Helaas ontbreekt TripTip editie 26/1 nog. Die krijg je zo snel mogelijk alsnog van ons zodra die beschikbaar is. Met een beetje geluk houdt de huidige bepaald niet koude winter nog even aan. Dan kun je met de juiste kleding alsnog genieten van een paar mooie dagtochten van de hand van Tom Boudewijn.

In editie 19, editie 21, editie 23 en editie 25 hebben we namelijk routes voor ritten door zowat het hele land. Zo klimt TripTip 19-2019 van Amsterdam tot in de kop van Noord-Holland en leidt TripTip 21 je vanuit de Flevopolder door Overijssel. TripTip 23 neemt je vervolgens vanaf Dordt naar de Zeeuwse kust. Met TripTip 25 kom je erachter dat Limburg veel meer is dan alleen het meest zuidelijke, heuvelachtige deel.

MOTO73 TripTip Editie 19 – 2019 | Van Amsterdam naar Hippolytushoef

MOTO73 TripTip Editie 21 – 2019 | Van Emmeloord naar Kuinre

MOTO73 TripTip Editie 23 – 2019 | Van Dordrecht naar Domburg

MOTO73 TripTip Editie 25 – 2019 | Van Sevenum naar Ysselsteyn

Meer MOTO73-TripTips? Kijk dan eens op de complete overzichtspagina. Daar hebben we in totaal twintig routes voor je klaarstaan, elk in drie type GPS-bestanden te downloaden.

Foto: Tom Boudewijn

De Citrix-file; ben jij er al tussendoor gereden?

0
Een motorrijder in de file
Tussen de file door rijden, het blijft opletten... Foto: ANP

Even dachten we het verkeerd gehoord te hebben op de verkeersinformatie, maar sinds vanmorgen bestaat de Citrix-file echt. Let wel, spreek het uit op z’n Nederlands want anders heb je wellicht niet door dat we doelen op zo’n lange rij stilstaande auto’s.

Wat er precies aan de hand is? Het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) heeft de Rijksoverheid en vitale organisaties, zoals energievoorziening, de telecom- en de financiële sector, die werken met Citrix-servers geadviseerd deze uit te schakelen vanwege een beveiligingslek. Bij misbruik kunnen kwaadwillende directe toegang krijgen tot het lokale netwerk en systemen, aldus het Nationaal Cyber Security Centrum.

Als gevolg van dit lek, kunnen veel mensen niet thuiswerken en moeten dus de (snel)weg op om naar het werk te gaan. Als resultaat daarvan stonden vooral in de Randstad meer files. Precies, de Citrix-files.

Film: Standbeeld voor Boet van Dulmen

0
Boet van Dulmen met zijn echtgenote en kleinzoon Boetje (foto: Ad van de Graaf)
Boet van Dulmen met zijn echtgenote en kleinzoon Boetje (foto: Ad van de Graaf)

Nog altijd is de 71-jarige Boet van Dulmen dé held van Ammerzoden, het dorp bij Zaltbommel waar jarenlang een beroemde wegrace plaatsvond en waar Van Dulmen geboren werd en nog altijd woont. Niet zo vreemd, want er wonen nog geen 4.000 mensen waardoor iedereen elkaar in ieder geval van gezicht kent. Maar vaak beter.

Een mooi eerbetoon aan ‘Boet’ was er echter niet te vinden in de Gelderse plaats. Tot afgelopen weekeinde! Want op initiatief van Joost de Wit is samen met enkele andere ondernemers een blijvende herinnering aan het dorp én aan de oud-coureur gegeven in de vorm van een prachtig borstbeeld.

Omroep Gelderland was erbij en maakte onderstaande reportage.