maandag 13 april 2026
Home Blog Pagina 1090

Elektrische Kawasaki al 20 jaar in de maak: Video

0
elektrische Kawasaki

Dat Kawasaki bezig was met een elektrische motorfiets werden we pas gewaar door een patentaanvraag. Op de EICMA in Milaan werden we op de Kawasaki-stand al volop geplaagd met een elektrische motor met een groen stalen buizenframe, een bescheiden accupakket en behoorlijk opvallende motorkoffers. Afgezien van deze details en het feit dat de motor op de stand stond, is er tot nu toe niet veel anders te zeggen over dit elektrisch aangedreven prototype.

Toch is de groene Japanse firma al 20 jaar bezig met het ontwikkelen van een elektrische motorfiets. Dat ze dit tot nu toe onder de pet hebben weten te houden is op z’n minst intrigerend. In die tijd heeft Kawasaki een versnellingsbak ontwikkeld voor de elektrische aandrijving (waarvan wordt beweerd dat het een vierversnellingsbak is), evenals een door de duim bediend energieterugwinsysteem.

Het is niet duidelijk of Kawasaki ook van plan is om de motor in de video te gaan verkopen. Ze geven wel een duidelijke hint dat de technologieën die worden getest op de elektrische motor zeker hun weg zullen vinden naar productiemachines.

Meer nieuws over Kawasaki (elektrisch), klik hier

Bron: Kawasaki

Vijf vragen: Ducati Panigale V2 test 2020

0
MotorNL Ducati Panigale V2 test

Eddie de Vries was vorige week onze gelukkige om de nieuwe Ducati Panigale V2 aan de tand te mogen voelen. Op, jawel, Jerez! Ducati Panigale V2 Test? Jerez? Dat klinkt als een heerlijk combinatie.

En Eddie, was het zo’n heerlijke combinatie?
Echt wel! Alhoewel het zeker even wennen was. Jerez is groot en snel. Soms verdwaal je in een enorm lange bocht om daarna te concluderen dat je nauwelijks snelheid mee hebt genomen, het rechte stuk op. De juiste rij-lijn is hier cruciaal, en snelheid houden ook. Kom je te langzaam een bocht uit, dan speelt je dat nog heel lang parten.

Mis je de V4 dan niet een beetje?
Nee. Nou ja, eerlijk? Een overdaad aan pk’s verbloemt inderdaad makkelijk een foutje. Maar daar zit de lol van de V2 niet. Die zit in hoge bochtensnelheden, snelle kantwisselingen en veel schakelen. De powerband is niet bijzonder breed en wat dat betreft is de nieuwe quickshifter een prachtige toevoeging. Die is nu standaard, en je schakelt er mee op – en terug.

Waarmee onderscheidt de V4 zich qua uitrusting nog van de V2?
Nou, het onderscheid met de 959 Panigale is in ieder geval een heel stuk groter. Deze V2 heeft nu ook een enkelzijdige achterbrug, nagenoeg hetzelfde kuipwerk en die zo mooie uitlaat onder het motorblok. Het is dat de V4 voor 2020 vleugels heeft gekregen, anders zou het nog knap lastig worden om ze uit elkaar te houden. Onder het kuipwerk is er veel hetzelfde. Neem het aluminium monocoque-frame, dat het motorblok als verbindende factor en als echt onderdeel van de frame-constructie gebruikt. Qua elektronica mist de V2 alleen de slide-controle van de V4. Maar het belangrijkste is misschien wel dat de V2 er alleen in deze standaard-uitvoering is, met volledig instelbare vering van Sachs en Showa. Voor een S- of R-uitvoering met Öhlins en Brembo M50’s of zelfs Stylema’s is het nog te vroeg. Of die ook komt, weet ik niet.

En wat is wat jou betreft het sterkste punt van de V2?
Voor mij persoonlijk is dat het uitkomen van de bocht, het uit-accelereren. Ja, slide-controle mag dan ontbreken, maar het niveau van Ducati’s elektronica met de nieuwe zes-axiale IMU is magistraal. Het voelt niet als een veiligheidssysteem, maar echt als hulp om sneller te zijn. Waardoor je heel bewust het gas verder durft open te draaien dan voor je gevoel verstandig is. Dat extra zetje, levert mij in ieder geval de mogelijkheid om te merken hoe bizar veel tractie er voor handen is.

Ik had eigenlijk gedacht dat je over het sturen zou beginnen?
Tja, ook dat! Maar natuurlijk. Tel maar uit: 176 kilo’s droog, 200 kilo rijklaar met Supercorsa-rubber aan de wielen. Dat stuurt wel! Maar dat zo’n Panigale stuurt, wisten we al lang. Dat blijft onveranderlijk goed, en licht.

De volledige test van de Ducati Panigale V2 lees je in de eerstvolgende MOTO73.

De vliegende motorfiets komt er: de Speeder!

0
Vliegende Motorfiets
De JetPack Aviation Speeder in actie. Het blijft bijzonder.

Bijzonder nieuws weten onze collega’s van KIJK te melden. De vliegende motorfiets komt er aan. JetPack Aviation zou namelijk een aantal grote namen hebben overtuigd om een prototype van de Speeder te maken. Wie dit niets zegt, doet er goed aan om onderstaand filmpje even te bekijken.

In totaal was er volgens KIJK een kleine twee miljoen euro nodig om aan het prototype te kunnen beginnen en mede dankzij een Amerikaanse zaadversneller (…) is dat geld er nu. En dus kan er binnenkort – als het goed is – echt gevlogen worden met de Speeder.

Met een topsnelheid van ruim 640 kilometer per uur op een vliegende motorfiets zal een testritje een beste ervaring worden trouwens.

Vliegende motorfiets: Militaire Speeder
Speeder voor militaire doeleinden.

Een prijs is trouwens ook al bekend voor de ‘personal version’ van de Speeder. Op de website van Jetpack Aviation kun je lezen dat de prijs voor de recreatieve versie van deze vliegende motorfiets neer zal komen op $380,000. Het bedrijf komt tevens met de volgende specificaties:

Empty Weight: 231 lbs

Max Thrust (ISA)*: 705 lbs

Max speed: > 150 mph

Endurance**: 10 – 22 min

Fuel: Kerosene/JetA/diesel

Operating Ceiling: 15,000 ft

Piloted/Fully autonomous: Piloted

*Maximum thrust can vary depending on density altitude

**Endurance is dependent on pilot weight and density altitude

Artikel op KIJK Magazine

Meer vliegende motoren? Klik hier.

Sportweekeinde: Het stoppen van Lorenzo anders bekeken

0
Jorge Lorenzo op de Honda voor de Yamaha van Valentino Rossi. We zagen het zelden dit jaar – dit is slechts een beeld uit FP4 op Mugello - en zullen het nooit meer zien. Foto: ANP
Jorge Lorenzo op de Honda voor de Yamaha van Valentino Rossi. We zagen het zelden dit jaar – dit is slechts een beeld uit FP4 op Mugello - en zullen het nooit meer zien. Foto: ANP Tiziana FABI / AFP

Elke maandag bespreekt Marien wat hem opviel in het afgelopen sportweekeinde. Verwacht geen raceverslagen, maar wel een andere kijk op de actualiteit. Deze week: Jorge Lorenzo stopt met racen.

Valentino Rossi: voorlopig 115 GP-zeges en negen wereldtitels. Casey Stoner: 45 GP-zeges en twee wereldtitels. Jorge Lorenzo: 68 GP-zeges en vijf wereldtitels. Dani Pedrosa: 54 GP-zeges en drie wereldtitels. Ooit waren het de MotoGP-aliens. Dagen kon (en kan) ik op YouTube naar filmpjes van deze vier kijken. Wat die kunnen op twee wielen… Ik durf er nog niets eens van te dromen dat ik hetzelfde kan op vier wielen. Of op zes of op achttien.

Maar toen maakte Stoner op 17 mei 2012 in Le Mans vanuit het niets bekend dat hij eind dat jaar zou stoppen. Het kwam niet tot Take That-achtige taferelen bij zijn afscheid, hoewel we door de beslissing van Stoner ineens ook pijnlijk vaarwel moesten zeggen tegen de MotoGP-aliens. Pas in 2018 vond de volgende ‘alien’ het mooi geweest in de vorm van Pedrosa. En dus bleven Lorenzo en Rossi over.

Dat Lorenzo de volgende afzwaaier zou zijn, had ik nooit verwacht. Sterker nog, had mij voor afgelopen donderdag gevraagd wie van de vier zou overblijven en ik had zonder twijfel Lorenzo gezegd. Die zou nooit opgeven en desnoods tot z’n 47e blijven proberen om tenminste één keer voor Marc Marquez te eindigen. Maar na zijn zware crash op Assen, was zijn motivatie weg. Of op.

Iets dat ook wel bleek uit het commentaar na zijn laatste MotoGP-race ooit, die van gisteren op Valencia: ‘Ik ben helemaal gelukkig, want ik voel enkel geluk en opluchting. Ik ben gezond, jong en heb nu de kans om volop van het leven te genieten. Je leeft maar één keer. Als Grand Prix-rijder heb je zoveel verplichtingen, dat je veel compromissen moet sluiten. Ik kan morgen doen wat ik leuk vind. Nee, zelfs vanaf nu.’

Het meest bizarre nu Jorge Lorenzo stopt vind ik echter dat Rossi nu de laatste overgebleven MotoGP-alien is. Ruim 40 jaar oud en toch nog altijd zin in minstens nog een GP-seizoen. Ondanks de aanwezigheid van een Super Alien.

Precies, die met startnummer 93.

Achtergronden van Jorge Lorenzo? Klik hier.

MV Agusta Superveloce 800 2020

0

Ouderwets mooi, dat vonden we het prototype van de MV Agusta Superveloce 800 vorig jaar al. En datzelfde vinden we nu van het definitieve productiemodel die in 2020 verkrijgbaar zal zijn. Of, eigenlijk hebben we het over twee modellen: de Superveloce 800 en de duurdere Superveloce 800 Serie Oro. Bekijk hier de eerste beelden van de MV Agusta Superveloce 800 2020 vanaf de EICMA in Milaan.

Lees hier meer over de MV Agusta Superveloce 800 .

Getest: Hyosung Aquila GV125S Bobber

0

Je zal maar net achttien zijn en je eerste A1-machine mogen uitkiezen. Waar begin je in hemelsnaam op een markt die steeds beter bediend wordt. Misschien wel bij het Zuid-Koreaanse Hyosung dat sinds dit jaar wordt uitgevent door Moto Mondo. Want die komen dit jaar met de Hyosung Aquila GV125S Bobber.

Al jaren heeft dat bedrijf MV Agusta onder haar vleugel. Maar met merken als Mash en Royal Enfield bewees het ook goed in staat te zijn relatief ‘nieuwe’ namen aan de Nederlander te brengen. Deze Aquila GV125S Bobber, ja een flinke mondvol, is het eerste model dat zoden aan de dijk moet zetten voor Hyosung wat betreft A1-rijders.

Amerikaans

Over wat voor een zoden we het dan hebben? Nou, als je enkel uitgaat van zijn uiterlijk dan zou je dikke Amerikaanse plakken verwachten. Waar de inspiratie vandaan komt voor de Aquila mag wel duidelijk zijn. Aan de andere kant: het is natuurlijk ook niet makkelijk om een cruiser te bouwen die niet op een andere cruiser lijkt. Zo’n machine heeft immers niet veel om het lijf om mee te werken. En de Hyosung Aquila GV125S Bobber is – om in dat soort beeldspraak te blijven – flink naakt.

Minder fraai daaraan is dat het koelvloeistofreservoir zo open en bloot in beeld komt. Wel mooi is dat het piepkleine V-twin blok dat ook komt! Bijna aandoenlijk zijn de twee cilinderkoppen waarin een zuiger met een diameter van 42 millimeter inzit. Overigens verkondigen ze in samenzang bij stationair lopen ook daadwerkelijk dat vertrouwde V-twin geluid. Het is echter al bij duizend toeren per minuut dat het gehoopte ritmische geklap als sneeuw voor de zon verdwijnt. Het blokje maakt simpelweg teveel toeren met een te korte slag om het V-geluid vast te kunnen houden. Daardoor is hij al snel nauwelijks nog te onderscheiden van een parallel tweecilinder met een vergelijkbare cilinderinhoud.

Vaart maken

Het geheel is voorzien van een flinke boel rubbers want ja, hij maakt dus enorm vele toeren. Sterker nog: zijn maximale vermogen van 14 pk behaal je pas bij 10.000 toeren. Daar begint overigens ook het rode gebied waarna je nog tot 11.250 kan doortrekken voordat de begrenzer ingrijpt. De hoogste snelheid die we op het blauw verlichte lcd-schermpje konden krijgen? Dat was een zinderende 121 km/u. Bult af, wind mee. Daarbij zit je dan dus continu tegen de begrenzer aan te hikken. Spaar je de machine door uit het rode gebied te blijven dan is je snelheid zo’n beetje 104 km/u op de teller. Op de snelweg waar 130 km/u op de borden wordt aangegeven is dat best wel billenknijpen.

De acceleratie valt naar verwachting wat tegen omdat het koppel – 10,2 Nm bij 9.250 tpm – over twee cilinders verdeeld is. In de eerste drie van de vijf versnellingen is het nog wel geinig als je op landwegen wat vaart gaat maken.

De remmen hebben voldoende stopkracht om de 165 rijklare kilo’s stil te zetten maar zijn niet voorzien van ABS. Dat hoeft voor 125cc motorfietsen ook niet, mits er een gecombineerd remsysteem is toegepast. Dat is hier het geval wat ervoor zorgt dat bij het intrappen van de achterrem ook het voorwiel wat wordt geremd. Wel iets om rekening mee te houden op vochtig asfalt.

Kleinzeer

Bovenin zijn toerenbereik is het trillen geblazen. De voetsteunen en handgrepen zijn niet voor niets voorzien van een dik rubberen omhulsel want man wat gaat dat ding erop. Met name de voeten vallen ten prooi aan de trillingen van de Hyosung. Die hebben het overigens ook al te verduren door de gekke zithouding. De voetsteunen zitten erg hoog, dat krijg je nu eenmaal met zo’n mini machine als de Aquila. Om nog een beetje grondspeling over te houden in de bochten – die toch al beperkt is – moet je je dan in gekke kronkels wurmen om alles nog een plek te geven. Met je knieën zo ver omhoog is het eerste wat opvalt de airbox aan de rechterkant van het blok. Die prikt precies op je knie wat het comfort niet ten goeden komt.

Tijdens meerdere 100 km+ ritten moesten we een extra pauze onderweg inlassen om de handen en voeten even rust te geven. Dat soort ongemakkelijk klein zeer daargelaten is rijden met de Aquila door de bank genomen best vermakelijk. Als je nog geen kennis hebt opgedaan met het comfort van luxere motoren heb je niet veel te klagen op deze Hyosung.

Voor de volledige specificaties van de Hyosung Aquila GV125S Bobber kun je terecht in onze uitgebreide motorbase.

Foto’s: Guus van Goethem

Voor jou getest: Kriega R20, een rugzak voor motorrijders

0
Voor Jou Getest Kriega R20

Elke zaterdag lees je een recensie over producten die we uitproberen bij het rijden van talloze testkilometers. Deze keer de Krieger R20.

Niet alle producttesten zijn hetzelfde. Vaak hebben we een product maar een beperkte periode beschikbaar of houdt dat het simpelweg niet zo lang uit. Uitzondering op de regel is deze Kriega R20, want die slinger ik inmiddels al ruim drie jaar elke dag over mijn schouders.

En dat is ook precies wat je doet met deze rugzak: je slingert hem moeiteloos om. In tegenstelling tot veel tassen dus geen geklooi met het omhangen, omdat Kriega’s Quadloc-systeem zo goed is uitgedacht. Behalve dat het ruimte biedt tot gemakkelijk omhangen, geeft het ook zo veel bewegingsruimte dat je haast niet merkt dat je hem om hebt. Het systeem zorgt ervoor dat de rugzak op borstbeen en de schouderbladen hangt in plaats van aan je schouders, waarmee er geen heupbandje meer nodig is.

Dit is een rugzak voor motorrijders, geloof het maar. Verder kun je niet om de vele lusjes en haakjes heen, want ook daar is over nagedacht. Elk lusje heeft een functie of kan die krijgen. Zo is er een hele catalogus van zaken die je eraan kunt klikken en hangen om de capaciteit uit te breiden, maar een opgerolde jas of vest tussen de sluitbandjes blijft ook prima zitten. En dan heb ik het eigenlijk nog niet eens over het gebruik zelf, want met twintig liter inhoud is het R20-model Kriega’s middenklasser en zoals het een middenklasser betaamt, doet hij precies wat hij moet doen.

Dagelijks gebruik

Ruimte genoeg voor dagelijks gebruik zonder gekkigheid. Het hoofdvak is ruim, meteen simpel, maar effectief dicht te ritsen vakje voor wat klein grut. Het voorvak kan ook vol spul waar je onderweg wellicht direct toegang toe wilt hebben, al moet je er wel rekening mee houden dat juist dat vak het gevoeligst is voor indringend vocht. Waterdicht noemt de fabrikant hem niet, waterwerend wel. De inhoud wordt in een fikse bui niet echt nat, maar klammigheid houd je niet tegen.

Al met al heeft de Kriega R20 in een tijdsbestek van drie jaar en daarmee een kleine 100.000 kilometer geen krimp gegeven. Hij ziet er niet meer als nieuw uit, maar ook absoluut beter dan menig andere tas die al zo lang meegaat. En dan te bedenken dat hij nog zeven jaar fabrieksgarantie over heeft…

Getest door: Nick Enghardt
Product: Kriega R20 rugzak
Prijs: € 139,95
Verkrijgbaar: Dealers, zie xtravus.com

Michael van der Mark replica Arai RX-7V

0
Arai Michael van der Mark Replica

Ben jij als vaderlandslievende Nederlander ook zo’n fan van Michael van der Mark? Dan is er nu goed nieuws. Voor het eerst in de geschiedenis van de Arai RX-7 replica helmen is er een replica van een Nederlandse coureur beschikbaar. Je raadt het al, de Arai RX-7V Michael van der Mark replica.

Het design van deze helm is wederom gedaan door MK Art die Michael al jaren bijstaat als het gaat om het ontwerp van zijn helmen.

Arai Michael van der Mark replica achterkant

De helm is verkrijgbaar via elke Arai dealer in Nederland en kost € 999,- inclusief 21% BTW.

Lees ook : Michael van der Mark presenteert eigen replica helm op Mega Motortreffen.

Meer over de Arai RX-7V:

Een helmmodel verbeteren is geen sinecure. Toch maakt Arai’s vaandeldrager de RX-7 GP na 7 jaar plaats voor de geheel nieuwe Arai RX-7V. Mannen als Pedrosa, Hayden, Vinales en van der Mark hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van deze helm.

De filosofie achter de nieuwe RX-7V blijft natuurlijk gelijk, een zeer sterke, gladde en ronde buitenschaal voor maximale protectie! Uiteraard voldoet de RX-7V zowel aan de ECE 22-05 en de veel strengere SNELL keuring!

VAS vizier systeem

De nieuwe RX-7V is voorzien van het geheel nieuwe Arai VAS vizier systeem (variable axis system) wat inhoud dat het vizier tijdens het openen verschuift. Het draaipunt daalt hierdoor 24 mm zodat de zijkant van de helm nog sterker en gladder gemaakt kan worden.

Tevens zijn de RX-7V helmen standaard voorzien van een Pinlock vizier.

Bron: Arai

Kawasaki Z H2 Supercharged, dit is wat hij kost

0
Kawasaki Z-H2
De indrukwekkende Kawasaki Z-H2 in actie

Inmiddels weten we alles van de nieuwe Kawasaki Z H2. Nou ja, alles… Iets best bepalends wisten we nog niet. De prijs! Tot vandaag, want zojuist heeft Kawasaki ons laten weten dat de ‘naakte compressorbom’ een vanafprijs heeft van 19.999 euro.

Daarnaast is nu ook duidelijk dat de nieuwe Kawasaki niet medio, maar eind februari bij de dealer staat en leverbaar wordt in deze drie kleuren:

  • Metallic Matte Carbon Gray / Metallic Flat Spark Black
  • Metallic Spark Black / Metallic Graphite Gray/Mirror Coated Spark Black
  • Metallic Diablo Black / Metallic Flat Spark Black

Meer zien van de Kawasaki Z-H2 Supercharged? Bekijk dan zeker onderstaande film. Meer dan de moeite waard!

Al eerder verschenen:

Kawasaki lanceert de meest radicale, technisch geavanceerde en krachtigste Z ooit: maak kennis met de Kawasaki Z H2. De 998 cc zware vier-in-lijn met compressor is goed voor – hou je letterlijk en figuurlijk goed vast – 200 pk en 137 Nm.

Walst over concurrentie
Kawasaki heeft een reputatie opgebouwd als het om woeste motoren gaat en met deze Z H2 bevestigt het dat nog maar eens keer. Met 200 pk walst het over gerenommeerde naakte spierbundels als de KTM 1290 Super Duke R (174 pk), Aprilia Tuono V4 Factory (175 pk) of Yamaha’s MT10 (160 pk) heen. Om al het brute vermogen te beteugelen beschikt de groene naked natuurlijk over de nodige elektronische hulpmiddelen. De Z H2 beschikt onder meer over: tractiecontrole, intelligent antiblokkeersysteem, cornering management, selecteerbare rijmodi en wheelie control.

Lees verder

Triumph Tiger 900 Rally en GT onderweg

0
Triumph Tiger 900

Heugelijk als het nieuws van een nieuwe, grotere middenklasse Triumph Tiger is, is er nog een nieuwtje meer. Met namen als Tiger 900 Rally en Tiger 900 GT, lijken de verwarrende XR-, XRx-, XRt-, XCx- en XCA-noemers te verdwijnen.

Triumph komt dus met twee nieuwe Tiger 900-modellen, te weten de Tiger 900 Rally en Tiger 900 GT. De 900 Rally zal naar alle waarschijnlijkheid de XC-kant van het spectrum opvolgen, terwijl de 900 GT als vervanger van de meer straatgerichte XR-versies optreedt.

Zoals dat met teasers gaat – en deze beelden zijn nog behoorlijk gedetailleerd – zijn exacte details nog totaal ongewis. Wel is de nieuwe koplamp-unit met een boos kijkende DRL-ledstrip en beduidend minder ronde koplampen duidelijk te ontwaren.

Het wachten is even tot 3 december, wanneer Triumph ons de nieuwe Tiger 900 in al zijn nieuwigheid laat zien.

We weten al wel een aantal dingen dankzij spionagefoto’s die her en der over het web zwerven, maar Motorcycle News heeft nu wel heel duidelijk beeld te pakken. Zo duidelijk zelfs dat je wel kunt stellen dat de Tiger 900 op weinig vlakken een Tiger 800 groeispurt-editie betreft; het is alleszins een nieuwe motorfiets.

Triumph Tiger 900 Rally (?) in testtrim in het wild – Bron: MCN

Bovenstaande foto is logischerwijs de 900 in Rally-uitvoering. Het immense gespaakte voorwiel bevestigt de onverhard-insteek wel aardig. Maar er valt meer op. Zo stopt het nieuwe stalen buizen-vakwerkframe bij het subframe. Net als op de nieuwe Honda CRF1100L Africa Twin, is het subframe uit aluminium opgetrokken is en met bouten aan het hoofdframe wordt bevestigd. De achterburg is duidelijk ook compleet nieuw.

Gewichtsbesparing staat al tijden hoog op Triumphs prioriteitenlijstje, dus je kunt er donder op zeggen dat de nieuwe Tiger op dieet gezet is.

Minder ‘compleet nieuw’, is het blok. Dat qua opzet erg veel gelijkenissen lijkt te vertonen met de 800-driecilinder. Naar verluidt is de boring nu identiek aan die van de 2020 Street Triple 765RS, waardoor mogelijk de vederlichte zuigers van die sportieve naked een duit in het zakje van de Tiger 900 kunnen doen. Al met al komt de Triumph Tiger 900 zo uit op 888cc. Vermogen van de Tiger 800 kwam uit op 95 pk, terwijl het koppel op 79 Nm lag. Reken voor het nieuwe model op zo’n 10 newtonmeter trekkracht meer en een vermogen dat net over de 100 pk klimt.

Gewichtsbesparing staat al tijden hoog op Triumphs prioriteitenlijstje, dus je kunt er donder op zeggen dat de nieuwe middenklasse-allroad op dieet gezet is. Met een opgegeven drooggewicht van 208 kilo voor de Tiger 800, zou onder de 200 kg uitkomen een mooi streven zijn voor de nieuwe 900. Acht kilo kwijtraken wel een flinke kluif. Gezien het feit dat het nieuwe lichtmetalen subframe alleen al een lading staal scheelt, zou het zo maar eens kunnen.

Qua vering en remmen pakt Triumph ook duidelijk uit. De dikke upsidedown-telescoopvork met radiale Brembo M50 monobloc-klauwen springen in het oog.

Voor nu kunnen we eigenlijk enkel afwachten. Op dinsdag 3 december weten we meer en dan lees je er hier natuurlijk alles over. Tot die tijd; gelukkig hebben we de foto’s nog…

Foto’s: Triumph