Op 3 juli 2023 vierde Bimota haar vijftigste jubileum. Het avontuur voor Bimota begon eigenlijk al in 1966, toen Valerio Bianchi en Giuseppe Morri en Massimo Tamburini zich richtten op de productie van airconditioners en verwarmingssystemen. In 1973 besloot het trio zich echter volledig toe te leggen op het creëren van tweewielige snelheidsduivels. Sindsdien kent de geschiedenis van Bimota een overvloed aan dromen, kwaliteitsmotoren en hoogwaardige componenten.
[foto boven: 1977; een vrachtwagen vol Bimota SB2’s wordt afgeleverd bij Suzuki-importeur SAIAD Turijn]
50 jaar Bimota
Bimota heeft een indrukwekkende erfenis opgebouwd, variërend van het aanpassen van motorfietsen van gerenommeerde merken zoals MV Agusta (de Special) en Honda (CB750), tot het creëren van unieke in-house ontwerpen zoals de HB1 (Honda Bimota 1), de iconische SB2 (Suzuki Bimota 2) en de absoluut verbluffende BB2 (BMW Bimota 2). Op het gebied van frame, componenten en concept behoort Bimota tot een klasse apart.
1985: Martini en Giuseppe Morri poseren naast de DB1.
Kawasaki deels eigenaar
Een cruciaal moment in de geschiedenis van Bimota was de introductie van de KB1, die de relatie met Kawasaki bepaalde. Binnen enkele jaren na de introductie van dit model werd Kawasaki de allereerste fabrikant die rechtstreeks nieuwe motoren aan Bimota leverde. Deze relatie werd verder versterkt in 2019, toen Bimota een belang van 49,9% in het bedrijf verkocht aan Kawasaki Heavy Industries.
De overname van 49,9% van de aandelen door Kawasaki betekent voor Bimota niet alleen financiële stabiliteit, maar ook de mogelijkheid om zich te concentreren op het optimaliseren van het rijwielgedeelte en de stroomlijn rond de kwaliteitsmotoren van Kawasaki.
Een van de meest recente prestaties van Bimota is het resultaat van de samenwerking met Kawasaki: de BX450 van 2023, een opwindende enduromotor die werd onthuld op de EICMA-beurs van 2022.
Met vijftig jaar passie en innovatie achter de rug, blijft Bimota een toonaangevende speler in de motorindustrie en is het klaar voor een veelbelovende toekomst.
Spectaculaire filmpjes over heuvelklimracen in Duitsland of Frankrijk, je kent ze vast wel. Compleet omgebouwde auto’s en motoren die zo snel mogelijk een afgesloten, maar openbare bergweg naar boven knallen. De gekste creaties zijn present, van Formula 3000’s tot ex-racewagens, en geprepareerde motoren in alle maten en vormen. Maar hoe zit het in Nederland en België? We zochten, vonden en reden vier heuvelklimmen met een motor die ervoor gemaakt lijkt: de Ducati Monster SP.
Ducati lanceerde eind 2022 een SP-versie van haar Monster. Naar aloud recept een verbeterde machine met high-end onderdelen om het prestatiepotentieel van de Monster zo groot mogelijk te maken. Denk daarbij aan Öhlins-vering, Brembo Stylema-remmen, Pirelli Diablo Rosso IV-banden, een Termignoni-uitlaat en nog wat extra’s zoals een stuurdemper, li-ion batterij, windschermpje en een duozitcover. Het resultaat – op papier – is 2 kg minder dan de standaard Monster. Dat is niet zo spectaculair, horen we je denken, maar het mag duidelijk zijn dat de Ducati er een stuk beter van gaat rijden. Sportiever vooral, en dat is exact de reden waarom we de Monster SP kozen om aan ons heuvelklimavontuur door Nederland en België te beginnen. We vonden namelijk twee heuvelklimmen in (Nederlands)-Limburg en twee in het Franstalige België. Geen door ons gemaakte of verzonnen hillclimbs, want dan kan iedere bergweg een klim zijn, maar wel officiële heuvelklimmen waar vroeger of nu nog steeds op geracet wordt. Voor de eerste trekken we naar het dorpje Teuven in de Voerstreek, vlakbij de grens van Nederland en België.
Foto’s: Bert Claes
Heuvelklim 1: Teuven
Vanuit het dorpscentrum loopt de Gieveldstraat richting Heijenrath. De heuvelklim is met zijn 1,8 km behoorlijk kort en telt 7 bochten. Het stijgingspercentage is 7%. Alvorens je goed en wel in je ritme zit, is de klim al voorbij. Maar goed, dat is juist het moeilijke aan een heuvelklim, om onmiddellijk vanaf de start alles te geven. De klim van Teuven loopt gedeeltelijk door een bos en is best plezierig om te rijden. Het asfalt is in prima staat en er is nauwelijks verkeer. Een prima opwarmertje voor de Monster SP, die hier met zijn 111 pk zeker voldoende power heeft. Het smalle en korte traject is poepsimpel om te onthouden, maar de limieten van de Ducati liggen hier nog een stuk van verwijderd. Dit is meer het werk voor een 300-400cc-motorfiets, mede omdat de lichte hellingsgraad hun gebrek aan kracht niet te veel in de weg staat. De Monster kan hier zijn toegevoegde SP-waarden, zoals de Öhlins-vering en Brembo-remmen, moeilijker tot uiting brengen. Toch is het een heuvelklim die je zeker eens moet doen als je in de buurt bent, met welke motor dan ook. De bekende Mergellandroute ligt er vlakbij, dus een korte uitstap naar Teuven past er makkelijk in. En als je dan toch in die buurt bent…
1 van 2
Klaar voor de start in Teuven, rechtstreeks het bos in.
Heuvelklim 1.
Heuvelklim 2: Camerig
… rij dan nog 6 km door tot de volgende heuvelklim; die van Camerig. Het vertrekpunt is uitzonderlijk mooi, bij restaurant Buitenlust, met een prachtig vergezicht over de streek. Vanaf daar word je onmiddellijk in de actie gegooid met drie opeenvolgende haarspeldbochten. Qua sfeer en type weg is deze klim gelijk aan die van Teuven, maar hij is wat technischer door de veelal blinde bochten. Na de drie haarspelden moet je nog een snelle rechterbocht bedwingen om dan volgas tussen de bomen richting het eerstvolgende kruispunt te accelereren. De Monster SP kan hier al beter zijn kunnen tonen, met zware remacties, het filteren van oneven stukken asfalt en alle paarden los op de laatste 600 m. Het traject is in totaal slechts 1,2 km lang, dus ruimte voor fouten is er niet. Moet je dan omrijden om de Camerig-heuvelklim eens te bezoeken? We zouden er geen 200 km voor over hebben, maar je waant je wel gedurende vier bochten in Duitsland. Plan de klim net voor of na de lunchpauze, want het uitzicht vanaf het terras van Buitenlust is de moeite. Het eten is trouwens ook prima te pruimen.
Hoe breed wil je een haarspeldbocht hebben? (Maquisard).
Heuvelklim 3.
Heuvelklim 4: La Roche-en-Ardenne
Zullen we maar meteen met de cijfers beginnen? Met 5,6 km is het de langste, officiële wedstrijdklim van België. En je kunt hem niet missen, want het is de N89 die begint in het centrum van het charmante Ardennenstadje La Roche-en-Ardenne. Een hoofweg, dus breed en bovendien voorzien van een verse laag hemels asfalt. Jawel, dat in België! Daarbovenop verwacht je veel verkeer, maar dat viel best mee toen wij er reden en foto’s maakten. De heuvelklim zelf is een mengelmoes van allerlei soorten bochten.
Twee dingen die je moet onthouden: je kunt hem ontzettend snel rijden. Makkelijk, zonder gevaar. De meeste bochten zijn goed overzichtelijk en je hebt dus voldoende tijd om te anticiperen op tegenliggers of traag verkeer voor je. Ten tweede: de lange S-bocht ongeveer halfweg is er eentje om vingers en duimen bij af te likken. Zeker in tegengestelde richting, als je richting La Roche rijdt. Dat komt allemaal omdat er veel ruimte en zicht is, en het als het ware twee aaneengeschakelde kombochten zijn. Je kunt er dus nóg harder door dan wanneer het een plat stuk asfalt zou zijn.
De Monster SP laat nu duidelijk zien uit welk Italiaans hout hij gesneden is. Hoe sneller je ermee rijdt, des te beter voelt hij aan. Als je hem denkt te pushen, heeft hij nog heel wat reserve over. Dit soort wegen staan op het lijf geschreven van de SP. Hier werkt de Ducati pas echt. Scherp sturen, agressief de bocht ingooien, op het allerlaatste moment vol in de ankers… Hij houdt ervan en laat dat ook duidelijk merken. Zou de Monster SP voor dit soort wegen de perfecte heuvelklim-motor zijn? We denken er diep over na bij een drankje aan de rivier de Ourthe, die dwars door La Roche-en-Ardenne stroomt. Maar veel belangrijker; we moeten ook nog terug naar huis. Een klimmetje of drie in tegenovergestelde richting meepikken? Kom maar op!
1 van 2
Wellicht een van de fijnste bochtencombinaties van België, hier op weg naar La Roche-en-Ardenne.
Heuvelklim 4.
Ook een heuvelklim meepikken?
Beschreven heuvelklimmen hebben we in een track verzameld. Deze kun je hieronder downloaden.
De modellenreeks van BMW Motorrad ondergaat talrijke aanpassingen en verbeteringen voor het modeljaar 2024. BMW-liefhebbers kunnen zich verheugen op de nieuwe varianten bij de BMW Motorrad-dealers vanaf augustus 2023.
Modelspecifieke wijzigingen
BMW G 310 R
BMW G 310 R
De G 310 R Sport verschijnt in de nieuwe kleur Racingblue met. Polarwhite uni, waarbij de vorige Racing Blue metallic kleur komt te vervallen. Tegelijkertijd komt de Passion-variant in een nieuwe Granitgrau metallic kleur, waarbij de vorige Racingred uni kleur niet langer beschikbaar is.
BMW G 310 GS
BMW G 310 GS
De Rallye-variant wordt gepresenteerd in een nieuwe Racingred uni kleur. De vorige Kalamata-dunkelgold metallic kleur wordt vervangen door een levendig Racingred uni.
BMW G 310 RR
Het basismodel verschijnt in de nieuwe kleur Cosmicblack uni 2, terwijl Cosmicblack uni komt te vervallen. Een opvallende vernieuwing is het opvallende RR-tape dat het racekarakter van dit model benadrukt.
BMW F 900 R
BMW F 900 R
Het basismodel en de Triple Black-variant worden gepresenteerd in nieuwe kleuren, waarbij zijpanelen, voorspatbord en tankafdekking in overeenkomstige tinten zijn gehouden. De Sport-versie verschijnt in een nieuwe Lightwhite uni kleur.
BMW F 900 XR
BMW F 900 XR
De basismodellen en sportvarianten worden gepresenteerd in nieuwe kleuren, waarbij ook zijpanelen, voorspatbord en radiatorafdekking worden aangepast.
BMW K 1600 GT
BMW K 1600 GT en K 1600 GTL
Deze modellen krijgen Intelligent Emergency Call (ECALL) voor de VS en Canada. Daarnaast is er een uitgebreide pakketoptie 719 HAVANNA met Meteoric Dust 2 metallic lakwerk en een zadel in diepbruin.
BMW R 1250 RT
BMW R 1250 RT
Ook dit model profiteert van Intelligent Emergency Call (ECALL) voor de VS en Canada. Het basismodel en de sportversie verschijnen in nieuwe kleuren, waarbij de sportversie ook nieuwe tapes krijgt.
BMW R 1250 GS Adventure
BMW R 1250 GS Adventure
Dit model krijgt naast Intelligent Emergency Call (ECALL) ook een nieuwe kleurvariant in Racingblue metallic
BMW R 18 Classic
BMW R 18 / R 18 Classic en R 18 B
Deze modellen worden gepresenteerd in nieuwe kleuren en bieden uitgebreide opties in het 719-pakket. Bij de R 18 B is er een nieuwe optie 719 BLACK PEARL in Blackstorm metallic 2.
BMW R 18 Transcontinental
Ook dit model krijgt een nieuwe kleurvariant en een uitgebreide optie 719 MOONSTONE Mineral White metallic pakketoptie.
Ducati Memorabilia is een exclusief project dat in december 2019 werd gelanceerd door Ducati en Ducati Corse. Het biedt de meest gepassioneerde Ducatisti de kans om eigenaar te worden van authentieke en gecertificeerde onderdelen van de motoren die de afgelopen jaren zijn gebruikt door fabrieksrijders in de MotoGP- en WorldSBK-kampioenschappen.
Nieuw voor 2023 is de komst van onderdelen die gebruikt zijn in de Desmosedici GP16-motor:
de GP16-uitlaatnokkenas
de originele Desmosedici GP16-inlaatnokkenas
de originele Desmosedici GP16-drijfstang
de originele Desmosedici GP16-zuiger.
Elk stukje memorabilia wordt verpakt in een elegante doos en wordt geleverd met een certificaat van echtheid ondertekend door Claudio Domenicali, CEO van Ducati, en Luigi Dall’Igna, Algemeen Directeur van Ducati Corse.
Samen met het certificaat ontvang je ook een technische beschrijving van het gekozen onderdeel, evenals een referentie – indien mogelijk – naar de coureur en het seizoen waarin hij heeft gereden, en de eindpositie van de laatste race als verdere garantie van uniciteit en originaliteit.
Memorabilia kun je kopen bij de Ducati Store in Bologna, evenals bij het volledige Ducati dealernetwerk en online op Shop.Ducati.com. Elk stukje wordt geleverd in een plexiglazen behuizing ter bescherming en verfraaiing, samen met een certificaat van echtheid.
De beschikbaarheid van de stukken is beperkt en verzoeken worden op volgorde van binnenkomst verwerkt; het is daarom niet mogelijk om stukken te reserveren die nog niet op voorraad zijn.
De nieuwe Suzuki V-Strom 800DE heeft veel aandacht getrokken sinds de officiële lancering op de EICMA in november 2022. Maar wat als je niet alle offroad capaciteiten nodig hebt? Het lijkt erop dat Suzuki zich realiseert dat er een grote markt is voor een avontuurlijke motorfiets die meer geschikt is voor gebruik op de weg. En ze gaan aan die behoefte voldoen met een nieuwe, vereenvoudigde versie van de parallelle tweecilinder Strom.
Het nieuws is afkomstig van Motorcycle.com, dat documenten heeft ontdekt in zowel Californië als Zwitserland die de komst van de nieuwe motorfiets bevestigen. Uit de papieren van beide rechtsgebieden blijkt dat er geen wijzigingen zijn in de motor of elektronica. In plaats daarvan krijgt de nieuwe motorfiets een 19-inch voorwiel in plaats van een 21-inch wiel met opgehoogde vering. Zowel het voor- als achterwiel hebben gegoten velgen. De vering is aangepast aan de nieuwe wielset, het stuur is smaller en de swingarm korter.
Het algehele effect zou een motorfiets moeten zijn die wendbaarder is op de weg, maar met voldoende prestaties om kuilen, beschadigd asfalt en andere narigheid aan te kunnen.
Wanneer de Suzuki komt en welke prijs er aan gehangen wordt… wij tasten nog volledig in het duister.
Goed nieuws voor de motorrijders onder ons. Bering’s nieuwste toevoeging aan de Discovery lijn, de Bakundu serie, is nu beschikbaar. Deze serie, bestaande uit een jas, broek en handschoenen, biedt een praktische combinatie van stijl en functionaliteit, geschikt voor het hele jaar door.
Wat maakt de Bakundu serie zo interessant? Het antwoord zit ‘m in de details. Met goed doordachte ventilatie biedt de Bakundu aangename verkoeling voor de rijders. Het uitneembare BWTECH-membraan maakt de jas en broek bovendien waterdicht en warm, ongeacht het weer.
De Bakundu combinatie is er in twee kleuren: Grey/Black/Red en Grey/Black/Blue, beide met een grijs basiskleur. De tweede variant heeft een iets donkerdere grijstint.
De Bakundu Jacket, gemaakt van het duurzame en slijtvaste Fibretech 600D en hard mesh gemaakt van Repreve gerecyclede vezels, biedt bescherming en comfort. De jas is uitgerust met ALPHA-bescherming op de ellebogen en schouders (CE-goedgekeurd) en kan worden aangevuld met een rugbeschermer. De jas en broek zijn eenvoudig aan elkaar te ritsen.
De Bakundu Pants is gemaakt van dezelfde materialen en heeft ingebouwde ALPHA-bescherming voor de heupen en knieën. Met meshpanelen op strategische plaatsen, zorgt de broek voor goede ventilatie.
De Bakundu Gloves, gemaakt van Fibretech 600D en geitenleer, zijn ontworpen voor zowel bescherming als flexibiliteit. Ze hebben extra knokkelbescherming, versterkte palmen en een klittenbandsluiting. Het Sensor System maakt het mogelijk om een navigatie- of telefoonscherm te bedienen zonder de handschoenen uit te trekken.
Deze items zijn verkrijgbaar in maten variërend van S tot 4XL voor de jas en broek en T8 tot T13 voor de handschoenen. De prijzen zijn €289,99 voor de jas, €219,99 voor de broek en €79,99 voor de handschoenen.
Dus, motorrijders, maak je klaar om je rit nog aangenamer te maken met de nieuwe Bakundu-serie van Bering. Veiligheid en stijl hoeven elkaar niet uit te sluiten.
Extremedura, een dunbevolkte Spaanse regio aan de grens met Portugal, is een klasse apart, met zijn sierras en stuwmeren, een paar oude stadscentra en vele kronkelende motorwegen in een schijnbaar eindeloze uitgestrektheid.
Als een tapijt dat is uitgerold om ons te verwelkomen, bedekken exotische, paars bloeiende pluisjes de rotsen, en bij Zarza Capilla is de EX 323 omlijst met rode klaprozen. Elders wordt er misschien opium van gemaakt, maar wij hebben onze drug al bij ons. Ja, de Himalayan is verslavend. En ook al is zen bijna een modewoord, het is op de Royal Enfield van toepassing. Of ook: minder is meer, extreem veel minder is extreem veel meer. Minder gewicht en plastic gedoe voor meer zorgeloosheid in het terrein. Minder euro’s voor ongebreideld rijplezier. Waarvan, ondanks een beheersbaar – voor sommigen controleerbaar – vermogen, volop sprake is als de langeslag eencilinder zich op bochtig terrein uit de bochten duwt. Bijvoorbeeld tijdens een rondje om het Embalse de la Serena, een van de vele stuwmeren in de regio. Het kasteel van Puebla de Alcocer biedt een bijna onaards panorama: rondom de blauwe klodders het weelderige groen van het golvende landschap, bijna als een borrelende broccolisoep.
Daarover gesproken: we hebben geen kookgerei of kampeeruitrusting bij ons, dus moeten we voor de eerste nacht in Extremadura een overnachtingsplaats vinden die we niet van tevoren hebben geboekt. Uiteindelijk wordt het het rustieke Hotel Las Dehesas aan de N-430 bij Navalvillar de Pela. Waar ze ’s morgens een mand met zoet gebak op tafel zetten voor de vreemdelingen, terwijl de plaatselijke beroemdheden zich aan de bar verzamelen voor het ontbijt. Sommige mannen lijken net uit de veestallen te komen, met hun vuile laarzen aan, terwijl anderen, de meer elegantere types, de zaterdagnacht nog aan het verwerken zijn.
Dan geklets en gekletter in Talarrubias. We zitten op de Plaza España onder de zonneschermen van de drukbezochte bar Rivera, tegenover de kerk van Santa Catalina, op wiens torentjes en daken zich een hele kolonie ooievaars heeft gevestigd; of liever gezegd, van daaruit stijgen ze op voor steeds nieuwe vliegshows. En al is het maar een mooi sprookje, de levenslange trouw van Adebar aan zijn Adele; ergens inspireert het de gedachten van de motorrijdende polygamist, wat de vraag doet rijzen of er thuis in de garage naast de dikke 1200 nog wel een plaatsje is voor de schattige witte 400. Lieve Royal Enfield, je verleidt me.
De EX 349 naar Campanario blijkt een van de vele nieuwe favoriete routes die hier net zo gevarieerd zijn als de tapashapjes. Als een spijkerplank van een fakir staan langs het weggetje scherpe rotsblokken, die doen denken aan de menhirs van Carnac en Stonehenge, en het landschap eromheen aan de Highlands in Schotland. Gewoonweg buitengewoon mooi – en stil!
Sightseeing is ongetwijfeld ook een sport in Cácares, achter wiens moderne periferie de verdedigingsmuren en vestingtorens van een middeleeuwse ridderstad schuilgaan. Maar deze keer rijden we onze paarden rechtdoor, eerst stoppen we in Trujillo op de Plaza Major, omzoomd met de renaissancepaleizen van de veroveraars van Zuid-Amerika – onder het heroïsche ruiterstandbeeld van de helemaal niet zo heroïsche Pizarro.
Maar we zijn hier natuurlijk niet voor hotels en eetgelegenheden. De uitlopers van de Sierra de Gredos, tot 2.500 meter hoog, en de Sierra de Guadelupe zijn bergstreken waar je in het verre Sauerland en Zwarte Woud je vingers voor aflikt. De EX 118 van Navalmoral de la Mata naar Guadalupe is een voorbeeld van alle uitnodigende trajecten rond Jarandilla en Plasencia. Eerst kil door een breed dal, dan een spannende achtbaan. De Himalayan geeft alles. De zuiger maakt 6.500 toeren, genot of marteling? Het maakt niet uit. Je wilt eigenlijk niet weten wat er in het motoblok gebeurt. Maar na bijna 80 koele kilometers weet je het precies: Guadelupe heeft het mooiste centrale plein van alle steden die we tot nu toe hebben bezocht.
Eindsprint ten noordoosten van Plasencia naar Puerto de Honduras, een scherpe pas van 1.430 meter, categorie 1 van de Vuelta. Waar wielrenners op het punt staan in te storten, kijken wij terug op de uiterst ontspannen tijd met de ingetogen Enfield. De sterkste hoeft niet altijd te winnen. Met zijn polsslag van staal kan de Himalayan bijna speels menig hart veroveren.
Informatie
Niet gelegen aan de Middellandse Zee of aan de Atlantische Oceaan, toch een topper: Extremadura, in het uiterste westen van Spanje op de grens met Portugal, scoort met een gigantische hoeveelheid ruimte voor motorrijden in een gevarieerd landschap.
Vanaf Utrecht in het zuidwesten van Duitsland bijvoorbeeld is het ongeveer 2.000 kilometer via Parijs, Bordeaux, Biarritz en Burgos naar Merida, de meest westelijke stad op deze rondreis. Wie zo ver rijdt, en in Frankrijk en Spanje fikse tolheffingen betaalt, zal waarschijnlijk niet zo snel terug willen. Voor een paar extra dagen is de Sierra Nevada in het zuiden van Extremadura een goede optie, en het gebied rond Madrid in het noorden, met zijn al even bochtige Sierras.
Reistijd
Zoals zo vaak het geval is, vooral in Zuid-Europa, zijn de lente en de herfst ideaal, terwijl de zomermaanden alleen iets zijn voor hittejunkies. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Alpen of de Pyreneeën ontbreken in de Extremadura de zeer hoge toppen – en dus ook grote temperatuurverschillen tussen bergen en dalen. Als je vanuit het noorden reist, kan het weer natuurlijk nog steeds of al helemaal anders zijn.
Accommodatie
Paradores, luxueuze hotels in historische gebouwen, bieden een niet heel goedkope maar indrukwekkende accommodatie-ervaring. Wij genoten hiervan in de volgende etablissementen:
Parador de Jarandilla de la Vera, Avenida GarcÃa Prieto 1, 10450 Jarandilla de la Vera, Cáceres, Tel. 0034-927560117; website.
Parador de Plasencia, Plaza de San Vicente Ferrer, 10600 Plasencia, Cáceres, tel. 0034-927425870, website.
Naast dergelijke hotels in het hogere prijssegment zijn er ook goedkopere overnachtingsmogelijkheden, van flophouses tot goede middenklasse. In Trujillo bijvoorbeeld maakte het centraal gelegen Mesón La Cadena, Plaza Mayor 5, 10200 Trujillo, Cáceres, tel. 0034-927321463, www.mesonhostallacadena.es, een uitnodigende indruk. Ook centraal gelegen en in de directe omgeving van het kloostercomplex in Guadelupe zijn: Hospederia del Real Monasterio, Plaza Juan Carlos I, 10140 Guadalupe, tel. 0034-927367000, www.hospederiaguadalupe.es; Hostal Cerezo 2 Meson, Plaza Santa Maria De Guadalupe 33, 10140 Guadalupe, tel. 0034-927154177, www.hostalcerezo2meson.com. Voor natuurliefhebbers en vogelaars midden in het Nationaal Park Monfragüe: Hotel Rural Puerta de Monfragüe, Crta. Bazagona a Salto del Torrejon Km. 10, 10570 Toril, tel. 0034-927198804.
De ´TT voor bromfietsen´, uitgegroeid tot het grootste bromfietsevenement van Nederland, is afgelopen zondag succesvol verlopen. Bromfietsers vanuit alle windrichtingen verzamelden zich op het TT Circuit Assen voor het (her)beleven van hun ‘brommertijd’. Aangevoerd door oud-GP-winnaar en wereldrecordhouder Aalt Toersen beleefden bromfietsbestuurders de legendarische TT-baan op hun favoriete 50cc-tweewieler. Ook gedeputeerde Henk Brink reed een rondje mee op het Circuit van Drenthe.
Bezoekers vergaapten zich niet alleen aan de meer dan duizend bromfietsen die op gezette tijden de baan op gingen, maar dankzij Brouwer Motors en JMPB Parts ook aan tot in de puntjes gerestaureerde originele, of juist sterk verbouwde exemplaren. Importeur Motomondo bood de mogelijkheid om het magische gevoel van het brommerrijden (opnieuw) te beleven op diverse nieuwe modellen van RIEJU en MASH. Vanaf de stand van Bromfiets magazine, het oudste bromfietsblad ter wereld, zag ‘Oom agent’ er met een ouderwetse politie-DKW en een Rijkspolitie-Porsche op toe dat het ‘brommen’ op de TT-baan ordentelijk verliep.
Dat Jarno niet alleen talent had als technicus (afgestudeerd ingenieur automobieltechniek), maar ook als coureur werd al snel duidelijk. Op het einde van zijn eerste GP-seizoen was hij op zoek naar een 50cc-machientje. ‘Want ik vind een kwartliter te hard gaan’, hoor ik hem nog zeggen. Echter, het tegenovergestelde gebeurde. Want hij kreeg voor 1971 van de Finse Yamaha-importeur Arwidson 250cc- en 350cc-productieracers aangeboden. Prompt won hij er zijn eerste GP’s mee. Een jaar later werd Jarno wereldkampioen bij de kwartliters. Het leverde hem een Yamaha-fabriekscontract op. Niet alleen voor de 250cc-, maar ook voor de 500cc-klasse, waarin het Japanse merk in 1973 haar GP-debuut maakte met een compleet nieuw ontwikkelde viercilinder-tweetakt. De nieuwe Yamaha-ster leidde de titelstrijd in beide klassen toen hij tijdens de vierde GP van het seizoen dodelijk verongelukte.
Mijn herinneringen aan ‘The Flying Fin’, zoals zijn bijnaam zo treffend luidde (en nog luidt), zijn talrijk. Ik zal nooit vergeten, hangende over de met strobalen afgeschermde vangrail (dat kon toen nog), hoe ik hem in 1972 op Francorchamps vol gas door de ‘Virage de Blanchimont’ zag vliegen. Die bocht was toen nog niet alleen vol gas, maar ook blind. Ik voel en ruik nog het stro dat opdwarrelde. Op mijn netvlies staat nog het startnummer 8 gegrift. En dan die rijstijl met de nagenoeg verticaal staande clip-ons. Een erfenis uit zijn tijd als ijsracer.
In 1998, 25 jaar na zijn dood, maakte ik voor MOTO73 het verhaal ‘Van held tot mythe’. Daarin komt onder anderen een aantal jongelingen aan het woord die van hun ouders (meestal door de vader) de naam ‘Jarno’ had kregen. Daarmee aangevende hoe populair de Finse coureur wel was. In hetzelfde jaar ontmoette ik ook Soili (die inmiddels was hertrouwd en het leven had geschonken aan twee dochters) en Jarno’s broers Jarkko, Jarmo en Jari. Van hen kreeg ik een prachtige bronzen herinneringsmedaille van hun broer. Die ligt op mijn bureau naast een ander kleinood dat me geregeld aan Jarno Saarinen doet herinneren. Het is een badge met daarop de populaire stripfiguur Snoopy, die aangeeft ‘It’s hero time!’ Een dergelijke badge droeg Saarinen op zijn raceoverall en ik jarenlang op mijn fotojack. In de loop der jaren is genoemde slogan van mijn badge afgesleten. Maar ik heb hem nog steeds. Als herinnering aan een groot coureur en een heel sympathiek, bescheiden mens, voor wie helaas al weer vijftig jaar geldt: ‘It was hero time.’
Catacomben in Nederland? Het moet niet gekker worden. Toch dalen we af in een onderaards gewelf onder een nieuwbouwcomplex in Bergen op Zoom. De gidsen Peter van Tilburg en Mike Mulder leggen uit: Bergen op Zoom is gebouwd op de Brabantse Wal, een langgerekte zandbank op de grens met Zeeland en Vlaanderen. Niet alleen een stevige bodem dus, maar ook een verhoging in het landschap die strategisch kon worden benut.
Oude vesting
En werd benut. Want die catacomben, dat blijken dus de fundamenten te zijn van een oude vesting die ooit Bergen op Zoom beschermde. De gidsen vertellen uitgebreid over die Verborgen Vesting. Zo’n 300 jaar had het door vestingbouwkundige Menno van Coehoorn ontworpen bouwwerk onopgemerkt ondergronds gelegen. Maar met de bouw van een parkeergarage kwamen de stenen aan het licht. Een deel is met gidsen toegankelijk, zoals de grote ‘catacombe’ Galerie Majeure, van waaruit gangen meer dan twee kilometer lang onder de vestingmuren zigzagden en zijgangen naar de stellingen van de belegeraars liepen, om die op te blazen.
Tijdens het beleg van 1747 groeven de Fransen loopgraven om hun kanonnen zo dicht mogelijk bij de verdedigingswerken van Bergen op Zoom te krijgen. Om die loopgraven aan te vallen groeven de verdedigers onderaardse tunnels om hun loopgraven op te blazen.
La Pucelle werd de vesting genoemd. De Maagd. Zij weerstond succesvol de snode plannen van Spanjaarden en Fransen. Maar in september 1747 werd ze toch onteerd. De Fransen namen de stad in na een maandenlang beleg, inclusief ondergrondse strijd met tunnels. Het einde kwam voor de Maagd met de Vestingwet van 1874. De vesting werd afgebroken. De bakstenen werden gebruikt om huizen mee te bouwen. Jammer, denken we nu. Handig, zeiden ze toen.
Als door een lont in het kruitvat gestoken springt de Guzzi tot leven. De Maagd uit Mandello davert langs het meest intact gebleven bouwwerk van de Zuiderwaterlinie. Ook het Ravelijn had ondergrondse gangen, die kazematten heetten. Verder noordwaarts over de Brabantse Wal. Bij Fort de Roovere in Halsteren hebben we opnieuw afgesproken met Mike Mulder. De man die vroeger graag blootshoofds op zijn Harley reed weet ook van alles over deze vesting te vertellen, die in 2010 helemaal is opgeknapt. Bergen op Zoom en De Roovere waren deel van de Brabantse Waterlinie, het oudste deel van de Zuiderwaterlinie. Fort de Roovere hield niet alleen de Spanjaarden tegen, maar later ook de Fransen en de Belgen.
Al die forten, wat hebben die in Brabant te zoeken? Bij toeval ontdekten we op een vorige motortocht in deze provincie het bestaan van de Zuiderwaterlinie. Weer een project waarin Nederlanders een pact met de waterwolf maakten? We hebben al gereden langs de Stelling van Amsterdam, Groningse schansen en Hollandse Waterlinie. Maar de Zuiderwaterlinie? Die is nieuw voor ons. ’n Mooie reden dus voor ’n tocht-met-een-thema door Noord-Brabant.
Uitbundig gevierd
Steenbergen, een verzameling dorpen waar turf en zout werd gewonnen, beheerste de landweg tussen de Zeeuwse en de Hollandse eilanden. In de Tachtigjarige Oorlog werd de stad steeds weer veroverd en geplunderd door de Spanjaarden. In 1622 veroverden de Spanjaarden de vestingstad voor een laatste keer. Enkele maanden later kon Prins Maurits Steenbergen innemen. De herovering van Steenbergen werd in het hele land uitbundig gevierd. Na 1626, dankzij de aanleg van Fort Henricus, werd Steenbergen een echte, onneembare vesting.
In 1809 zette Napoleon er zijn kanonnen klaar, uit angst voor een Engelse invasie. Na zijn verlies bij Waterloo werd Fort Henricus afgebroken. Waterlinie, Lunet, Redoute, Fort, Bastion, Citadel. Deze historische namen op de kaart zijn duidelijk geïnspireerd door de Zuiderwaterlinie, maar dwingen de Guzzi tot een stapvoets tempo in een nieuwbouwwijk. Ook Fort Henricus oogt op de kaart imposant, maar is vanuit het motorzadel niet meer dan een groene verhoging in het weiland.
Naar wie zou Willemstad toch genoemd zijn? In 1584 werd Willem de Zwijger, Vader des Vaderlands vermoord. Willem van Oranje maakte van Ruigenhil in 1583 een versterking. Want gelegen aan het Hollandsch Diep was dit een uitstekende plek om de scheepvaart tussen Holland, Zeeland en Antwerpen te beheersen. Bij sommige vestingsteden moet je goed kijken om de historische vorm te herkennen, maar Vesting Willemstad is nog grotendeels intact en goed zichtbaar gebleven, en nodigt uit tot een ererondje door de stervormig aangelegde vestingwallen met grachten en bastions.
Buiten Willemstad staat in het gras van de Oostdijk een groene toren achter de schaapjes. Een kunstwerk! Van gras en klei gemaakt, ‘met de sfeer van water, hoewel gestold toch voortdurend in beweging’, zoals de kunstartiest Marius Boender ons op een informatief informatiebordje informeert. ‘Een beeld als een wachter die uitkijkt over het landschap en toeziet op de nukken van het water van de rivier’. Je moet er maar op komen.
Frisse rijwind
Verder maar weer, we hebben even behoefte aan wat frisse rijwind. Die is richting Klundert gelukkig ruimschoots voorhanden. De vestingstad lag in de Tachtigjarige Oorlog op een strategische plek: precies op de grens van Holland en Brabant. Daarom verbouwde Willem van Oranje het stadje in 1583 tot een vesting in de Zuiderwaterlinie. Uiteindelijk bleef het vestingstadje gespaard: de Spanjaarden belegerden het nooit. Later, in 1793, was Klundert een lastige hindernis voor de oprukkende Franse troepen.
De Italiaanse boxeresse heeft er zin in. We groeten nog even de Stenen Poppen, verdedigingswerken op de dammen in de vestinggracht, gemetseld in 1583. En dan mag ze weer draven, La Pucelle, Greetje uit Mandello.
Geertruidenberg is genoemd naar de heilige Gertrudis van Nijvel. Het vestingstadje trakteert ons op goed bewaarde monumenten, zoals vestinggrachten, bolwerken en ravelijnen. Holland’s oudste stad, heet ze te zijn. Ze kreeg al in 1213 als eerste stadsrechten van het Graafschap Holland. Vestingbouwer Menno van Coehoorn maakte van deze ‘Sleutel van Holland’ een strategische plaats in de Zuiderwaterlinie om de Fransen te weren.
Belgische Opstand
We wippen even een brug over en zitten meteen in Raamsdonksveer. Linksaf, linksaf en daar ligt Fort Lunet al op de oever van de Donge. Lunet werd gebouwd na de Belgische Opstand van 1830 om de bestaande linie te versterken. Koning Willem I liet toen het Noord-Brabantse deel van de Zuiderwaterlinie weer in staat van paraatheid brengen. Tegenwoordig kun je er chillen in een strandsfeer op de binnenplaats.
Heusden, strategisch gelegen aan de Bergsche Maas en schakel tussen de Biesbosch en ’s-Hertogenbosch, kreeg als een van de eerste Hollandse steden een stadsmuur. Haar oude bijnaam ‘Tlands Sterckte’ kun je ook zo opvatten: dankzij uitgebreide restauraties is de sfeer van het oude vestingstadje goed bewaard gebleven. Het lijkt wel of ik op mijn Italiaanse klassieker in een prentenboek van Anton Pieck rondrijd. En dat uit het zadel van een Euro 5-genormeerde motorfiets, dat is toch best wel bijzonder. ’s Avonds is het helemaal een plaatje op de Vismarkt, waar de Italiaanse bella donna en ik, gescheiden van tafel en bed, in Den Verwaalde Koogel een hedendaagse maaltijd geniet op het überromantische plein.
Heusden had vroeger vier stadspoorten. Daar zijn er met de grondige renovatie slechts twee van teruggekomen, maar dat is meer dan niks. Het glas is half vol, zullen we maar zeggen. Dankzij oude afbeeldingen konden de Wijkse Poort en de Veerpoort in oude luister worden herbouwd. In de achteruitkijkspiegels zie ik de wallen en de historische skyline van Heusden kleiner worden, als ik het stadje via de verbindingsweg naar het oosten verlaat.
Aarden wallen
Wat ‘n heerlijk stukje sturen is het hier, dwars door de Brabantse binnenlanden. Op een aardig stukje afstand van de huidige rivierdijk ligt Fort Hedikhuizen. Gebouwd in 1862 om de inundatiesluis te beschermen waarmee op gecontroleerde manier water uit de Maas over het land kon stromen. Het fort is zo goed als in originele staat. Veelbelovende aarden wallen, rode dakpandaken erachter, een toegangsweg…, maar we kunnen er vanwege een solide staaltje hang- en sluitwerk niet op. Wel op het sluiswerk ernaast, dat bestaat uit drie bakstenen kokers, met van die lekker ouderwetse metalen stangen om de hefschuiven mee te bedienen. We slaan de Zuiderwaterlinieforten van Den Bosch en Breda over. Te mooi is de dijkweg langs de Maas richting Megen. Groene weiden, bonte koeien, witte schaapjes en wolken. En daartussen flitst de Motor Guzzi door de bochten hoog boven water en land. Kasteel Lelienhuyze, op een eilandje op de kaart, blijkt in het echt een wonderlijk gevormd nieuwbouwcomplex te zijn, met wat spitse torenpuntjes die de historische illusie moeten vergroten.
Maar de toren onder de dijk bij Megen is authentiek ouderwets. Achter de Gevangentoren ligt nog een origineel middeleeuws stratenpatroon. Lekker overzichtelijk, want Megen is de kleinste van alle Zuiderlinie-vestingsteden. Eeuwenlang was vestingstad Megen een zelfstandig graafschap. Pas in 1800 werd Megen onderdeel van Brabant en in 1814 ook van het Koninkrijk der Nederlanden.
Op een stil pleintje begroeten we het standbeeld van Carolus de Brimeu. Een ridderhelm met een hondenkop erop en een schild met een kikker met vleugels en een pluimstaart, of zoiets. Puik spul in ieder geval. En een tekst in de sokkel gebeiteld:
marescalis brabantia gubernator lucenburgia hanomaf gelria frisiae groningae cives de megen
Als je het hardop uitspreekt is dat plaatselijke potjeslatijn niet zo moeilijk te ontcijferen, op dat hanomaf na dan. Ook zonder eindexamen in Latijn en geschiedenis kan je er iets van bakken.
Heerlijke dijkweggetjes
Zouden Willem van Oranje en Menno van Coehoorn bewust het lekkerste voor het laatste hebben bewaard? Of ligt het aan onszelf, dat we het laatste stuk van de Zuiderwaterlinie zo mooi vinden? We slingeren over heerlijke dijkweggetjes, bij Ravenstein zelfs met bomen erlangs.Die vestingstad ontstond in de veertiende eeuw in het grensgebied tussen Brabant, Gelre en Kleef. Het stadje Ravenstein was lange tijd niet Hollands, maar ook niet Brabants: het hoorde bij Hertogdom Kleef. In 1814 kwam het bij het Koninkrijk der Nederlanden. Aan de muur van de eetzaal hangt een schild met tekst.
Allemaal opstappen naar Grave, het eindstation van onze Zuiderwaterlinie. Geen vestingstad is zó vaak veroverd en belegerd als vestingstad Grave. Wel zeven keer werd het belegerd, Spanjaarden en Fransen verwoestten de stad. Soms waren er wel vijf keer zoveel soldaten als inwoners. Het is dus een wonder dat er nog zoveel moois van over is. Waar de Raam in de Maas komt, bouwden de Heren van Cuijk in de twaalfde eeuw een kasteel. Grave werd een belangrijk handels- en vestingstadje. In het oude centrum getuigen daarvan nog veel monumenten. Waaronder de Hampoort uit 1688, deel van de Zuiderwaterlinie. Met opnieuw, ook aan het einde van onze toer, een onderaardse verdedigingstunnel.
Als extra verdediging van Grave lag aan de overkant van de Maas nog een bouwwerk van Menno van Coehoorn. Kroonwerk Coehoorn was de kroon op het werk van deze ‘Vorst der Ingenieurs’. Ook dat was onderdeel van de zuidelijke verdedigingslinie. Er lag een gracht om het kroonwerk heen, er was een pontonbrug over de Maas. Van het kroonwerk zijn nu alleen vanuit de lucht nog contouren te zien, dankzij heggen die op de plaats van de oude vestingwallen staan. Maar op de zuidoever van de Maas, in Noord-Brabant, is er ruimschoots van de Zuiderwaterlinie overgebleven. Meer dan genoeg reden om er een dijk van een toertocht van te maken.
Net als olie in je blok zorgen cookies ervoor dat alles soepel loopt. We gebruiken ze om de website goed te laten werken en je de beste ervaring te bieden. Door verder te gaan, geef je toestemming voor het gebruik van cookies.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.