zondag 12 april 2026
Home Blog Pagina 677

Paul Smart’s 1972 Ducati 750 Imola: de dag dat gisteren vandaag werd

0
Paul Smart

Hoewel de laatste WorldSBK-titel van Ducati alweer van 2011 dateert – Carlos Checa op de Althea Racing Ducati 1098R – hebben we nog altijd de neiging om Ducati’s huidige dominantie van viertaktraces op het hoogste niveau als vanzelfsprekend te beschouwen. Maar tot een Italiaanse lentedag precies vijftig jaar geleden, had de fabrikant uit Bologna precies nul ervaring met het ‘zware spul’. Tot die 23 april 1972 op het levensgevaarlijke circuit van Imola.

Tekst: Alan Cathcart
Fotografie: Kyoichi Nakamura

Geloof het of niet, maar Ducati stond vijftig jaar geleden echt bekend als een producent van eencilinders met weinig cc’s. Sterker nog: Ducati was amper een outsider binnen het broederschap van grote motoren, bestaande uit BSA/Triumph, MV Agusta, Honda, Moto Guzzi, BMW, Laverda, Suzuki, Kawasaki, Benelli, Norton – oh, en ook Harley-Davidson. Maar de overwinning van de helaas onlangs overleden Paul Smart tijdens de Imola 200 op 23 april 1972 veranderde alles. Door het winnen van de eerste grote 200miles-race buiten de Verenigde Staten voor zogeheten Formule 750-motoren, zette Smart niet alleen Ducati op de kaart, maar gaf hij zonder het toen te weten ook een aftrap aan een proces dat leidde tot Ducati’s jarenlange dominantie in het WorldSBK. Hoewel de winnende Ducati 750 een cilinderkop met twee kleppen had met een schuin aflopende enkele bovenliggende nokkenas, was het nog steeds in alle opzichten de voorloper van het unieke motorblokontwerp van de latere Ducati Superbikes.

V.l.n.r.: Paul Smart, algemeen directeur Ducati Fredmano Spairani, Bruno Spaggiari en Ir. Fabio Taglioni.

Lelijk eendje

Tegenwoordig is het amper voor te stellen dat Italiaanse fietsen in het begin van de jaren zeventig behoorlijk uit de mode waren. Degenen onder ons die ze buiten Italië bewonderden, werden als excentriek beschouwd. Bij bijvoorbeeld landgenoot MV Agusta lag dat heel anders. Dat waren tweewielige Ferrari’s, objecten van verlangen, maar al de andere Italiaanse merken – waaronder dus Ducati – waren absoluut twijfelachtig. De overwinning van Paul Smart op Imola (en het decennium van desmo-dominantie dat daarop volgde) veranderde dus alles op veel meer dan alleen racevlak en op een manier die Moto Guzzi, Gilera, Laverda of Benelli nooit voor elkaar hebben gekregen. Dit was een fabrieksracer die de ‘Big Ones’ won, maar die toch herkenbaar was met wat jij en ik voor de straat konden kopen. Dat was de unieke aantrekkingskracht van Ducati toen en vijftig jaar later is dit nog steeds de essentie van Ducati’s huidige magie, de funfactor die hun motorfietsen zo uniek maakt.

Unieke pareltjes: de zeldzaamste motoren van Nederland

Paul Smart kreeg de Ducati waarmee hij won op Imola in 1972, de fabrieks-750 Ducati V-twin, als onderdeel van zijn beloning en vijftig jaar later bezit zijn familie nog steeds deze Ducati in volledig originele vorm. Als zodanig heeft de Duc een onmetelijke waarde en als een oprechte daad van vertrouwen en vriendschap stond Paul mij een aantal jaren geleden toe er dertig ronden mee vol gas op Brands Hatch te rijden. Het circuit van Pauls laatste overwinning ooit, in augustus 1972.

Memory lane

Op het korte circuit van Brands Hatch wordt het één grote trip down memory lane en ik waardeer meteen de fijne techniek die wijlen Ducati-ontwerpgoeroe Fabio Taglioni investeerde in de productie van deze prachtige motorfiets. De trillingsvrije Imola-Ducati trekt onweerstaanbaar van onderuit, met keurig geleverd koppel vanaf slechts 3.000 tpm. Met de open megafoonuitlaten is er vooral heel veel rollend onweer en loopt de motor niet zo netjes laag onderin. Maar net boven de 4.000 tpm gaat het los, waardoor de desmo-V-twin krachtig en hard naar de rode lijn van 8.500 tpm vliegt. De close-ratio vijfversnellingsbak schakelt precies, maar niet zo precies dat schakelen zonder gebruik van de koppeling in je opkomt. Ook merk ik direct minder massatraagheid van de krukas op, veel minder dan op mijn eigen 750SS-productieracer uit die tijd. De Imola-variant komt dus sneller op snelheid en heeft een gretige trek in toeren. Dit wordt versterkt door de op deze F750-racer aanwezige total-loss ontsteking in plaats van het exemplaar op de klantenversie.

De vermogensafgifte bocht uit is indrukwekkend volgens de normen van welk tijdperk ook, geholpen door de sproeiers die op de 40mm-Dell’Orto’s zijn gemonteerd. Deze waren behoorlijk revolutionair voor 1972 en waren zeker een factor in de indrukwekkende versnelling van de Ducati bocht-uit voor wat met 163 kg aan drooggewicht toch een behoorlijk zware fiets was volgens latere luchtgekoelde desmo-V-twin-normen. Maar met de lange wielbasis van 1.520 mm is er onderweg gelukkig geen enkel risico dat het voorwiel hoog de lucht ingaat bij op het gas gaan. De 84 pk bij 8.800 tpm aan het achterwiel worden daardoor netjes via de speciale race Pirelli’s, die Paul voor mijn rit had gemonteerd, op het asfalt overgebracht.

Paul Smart aan kop (Acque Minerali in 1972).

Spierkracht

Eén ding voelt echt anders aan dan de klantenversie van de Smart-racer waarmee ik vroeger reed: het sturen is nog zwaarder dan dat van mijn eigen motor toentertijd. Een verklaring daarvoor ligt deels in de korte achterschokbrekers en deels in de voorvork. Ducati’s zijn altijd superstabiele stuurders geweest, motoren waarmee je op zoek ging naar snelle, hobbelige bochten, waarvan je wist dat de tegenstander het er moeilijk zou hebben. Maar dit was teveel van het goede op de motor van ‘Smartie’, die echt om spierkracht vraagt om hem van richting te laten veranderen op een krap en bochtig circuit als Brands. Let wel, het heeft zijn vruchten afgeworpen: toen keek ik altijd uit naar wat we toen Bottom Bend noemden (nu de Graham Hill-bocht, na Druids), omdat je daar bergafwaarts hard op het gas naar beneden veegde en je zo dus vele meters op je rivalen kon pakken. Rivalen die op motoren met een kortere wielbasis rondstuiterden en met moeite hun hoofd stil konden houden, alles in een poging om bij te blijven. De Smart-Ducati is geen uitzondering, zelfs als het traditionele chatter aan de voorkant dat we er vroeger altijd van de Marzocchi-vork kregen, nog steeds voelbaar is. Zelfs op het veel modernere asfalt dat er nu ligt!

Linksom

Vervolgens is het hard op het gas voor het volgende korte, rechte stuk om daarna alles in het werk te stellen om hard te kunnen afremmen voor Clearways en de motor om te gooien. Dat laatste moet je met grote voorzichtigheid doen, omdat je de motor zo rechtop mogelijk wilt houden om te voorkomen dat de uitlaat de grond raakt. Al is aan de slijtplek duidelijk te zien dat de uitlaat dat al diverse keren heeft meegemaakt. Met een reden, want dat is gedaan door Paul om het zichzelf gemakkelijker te maken op krappere Britse circuits (een groot contrast met Imola dat bovendien linksom loopt). Maar ik probeer vandaag te voorkomen dat de Ducati aan de grond loopt, zeker omdat de korte achterschokbrekers aanvankelijk te zacht afgesteld staan. De achterband heeft het daardoor merkbaar zwaar onderaan de heuvel, maar nadat ik de vering op de zwaarste stand zet, heb ik er geen problemen meer mee.

WK Supersport 300: het bijzondere succesverhaal van Ludo Van Der Veken

Als je eenmaal bereid bent om hard te werken om de motor echt aan het sturen te krijgen, dan heeft de Ducati geen tekortkomingen voor een motor uit deze tijd, zelfs niet een met zoveel vermogen. Ik denk dat iedere Ducati-fan een gat in de lucht zou springen om deze Imola-winnaar te mogen rijden. Ga rustig zitten om te genieten van het geluid dat weergalmt uit die open uitlaten. Schakel dan de eerste versnelling in en doe alsof je vlak achter Ago’s MV over het rechte stuk dendert, in een orkaan van geluid dat weerkaatst van de pitmuur. Je zult het zeer speciale, brede gashendel opmerken, omwikkeld met rubberen strengen die uit een binnenband zijn gesneden, een handelsmerk van elk motor waarmee Paul Smart’ reed nadat hij in 1970 in Ierland crashte en zijn pols brak. Hij had daardoor beperkte beweging in zijn gashand. De overmaatse twistgrip is nog precies dezelfde die hij bij Imola gebruikte en hetzelfde geldt voor de primitieve contactschakelaar achter het rechterbeen, het Imola-keuringslabel op de vorkpoot en de doorzichtige strip die in de glasvezeltank gebruikt werd om te zien of er nog genoeg peut in zat. Godzijdank voelde Paul Smart nooit de wens om de motor te restaureren, want het heeft vijftig jaar geduurd om zo te worden, compleet met vervaagde rode Ducati-letters op de snoepzilveren kuip. Meer dan enige andere fiets die ik ooit heb gereden, is dit Geschiedenis op Wielen. Het begin van een verhaal dat vandaag nog steeds wordt verteld…

Wat Rij Jij? Occasionmotoren 10.000 tot 15.000 euro

0

In deze editie van Wat Rij Jij? gaan we langs bij drie motorrijders met een motor uit het duurdere segment. Wat voor motoren kun je kopen met een budget van 10.000 tot 15.000 euro? We gaan langs in Enkhuizen bij Chantal en Barry. Chantal heeft een Harley-Davidson Road King uit 2005, gekocht voor 11.000 euro. Barry rijdt een Harley-Davidson Electra glide uit 2007, deze is gekocht voor 12.500 euro. In Amsterdam gaan we langs bij Nico en zijn elektrische Zero SR-ZF uit 2017. Deze is gekocht voor 10.800 euro. De SR-ZF van Nico is de eerste elektrische motor in de geschiedenis van Wat Rij Jij?! In Boskoop staat de KTM 1290 Superduke GT uit 2017 van Brian. Deze is gekocht voor 13.300 in 2020. Een zeer divers aanbod in deze Wat Rij Jij?!

TankTasTocht #1: Noord-Holland – West-Fries wereldwonder

2
West-Fries wereldwonder

Boven Amsterdam ligt de West-Friese Omringdijk. Een handgemaakt wereldwonder. Vroeger beschermde deze dijk mens en dier tegen het zoute water. Nu slingert hij zo’n 130 kilometer door het West-Friese landschap, langs polders, molens, VOC-steden en stolpboerderijen.

Foto’s van de deelnemers aan de tocht staan onderaan dit artikel.

Fotografie: Michiel van Dam

Waar begint of eindigt een cirkel? Ik duik in de ringroute ten zuiden van Hoorn, waar het IJsselmeer tegen de Omringdijk klotst. Op zomerse weekenden is de Zuiderdijk tussen Hoorn en Enkhuizen voor motorfietsen gesloten. Dan biedt de route over Wijdenes, Hem en Venhuizen een mooi alternatief. Maar dat haalt het niet bij de Parel van de Omringdijk zelf, die zeker boven in de Top-3 van Mooiste Motorwegen in Nederland prijkt.

TankTasTocht #1: Noord-Holland

Wanneer: zaterdag 21 mei 2022

Lengte toer: 158 kilometer

Start & finish: Zuiderzee Museum, Enkhuizen

Fotostop (tussen 12:00 en 15:00 uur): ’t Anker, De Strook 8, Kolhorn

Let op; gewijzigde route vanwege wegopbrekingen (zie route onderaan deze pagina)

Na vuurtoren De Ven rollen de gesloten wielen van de Fat Boy over de parking van gemaal De Vier Koggen. Achter de bakstenen gevel huist nu het Nederlands Stoommachine Museum, wereldwijd het grootste in zijn soort. Aan vrijwilligers heeft het museum geen gebrek, want wie is er niet gefascineerd door die prachtige machines, door tijdloos aandoende techniek aangedreven? Het is dus een levend museum, waar de gastheren niet alleen graag de werking demonstreren, maar er ook allerlei mooie verhalen en anekdotes over kunnen vertellen.

Ererondje

Fier bovenop de dijk rij ik door tot in Medemblik, met een ererondje langs kasteel Radboud. Dat kasteel was een van de weerburchten waarmee de Hollandse graaf de West-Friezen wilden onderwerpen. Dat lukte uiteindelijk, een béétje, rond 1300, waarna alle losse stukjes dijk in West-Friesland werden samengesmeed tot het wereldwonder van de Omringdijk.

Een geboren bochtenpikker is hij niet, die Fat Boy uit Milwaukee. Maar op de rechte stukken kan het complete Noord-Koreaanse staatscircus z’n trapezekunsten erop vertonen zonder uit balans te raken. Dan wel vliegensvlug het spul weer invouwen voor de volgende bocht natuurlijk.

Aldus voortmijmerend glijdt het polderlandschap voorbij tot aan Hoogwoud. Die plaatsnaam verraadt dat het landschap hier vroeger anders oogde dan nu. Want eeuwen geleden was West-Friesland bedekt met bossen en moerassen en heide op het hoge land.

Museumboerderij

Museumboerderij Westfrisia staat in het teken van Adriaan Donker (1916-1984). Op zijn ouderlijke boerderij verzamelde Adriaan allerlei spullen, die nu nog het museale aspect van de boerderij uitmaken. Adriaan was een mensenmens en stelde zijn boerderij open voor schoolklassen, hangjongeren en ‘aanwaaiers’, zoals stadse kunstenaars. Kern van ook deze Westfriese boerderij was het ‘vierkant’, de hooiberg waarvan de vier houten hoekpalen nog in de nu dichtgetimmerde en overzolderde woning zijn terug te zien.

Als je onderweg alles wilt bekijken, moet je bijtijds vertrekken. Ook van het volgende museum kan de liefhebber zich moeilijk losmaken. Grootmoeder’s Tijd en Motorenmuseum in Nieuwe-Niedorp biedt volgens eigenaar Henk Harberts zowel dames als heren een mooie beleving.

De begane grond huisvest een enorme verzameling stationaire motoren uit de vorige eeuw, toen Nederland maar liefst 47 verschillende motorenfabrieken kende, waaronder Hollandia, Stork, Kromhout en Bolnes. De bovenverdieping toont de wereld van onze ouders en grootouders met huisinrichtingen en gebruiksvoorwerpen van toen, tot en met compleet ingerichte winkeltjes aan toe.

Dijkdoorbraken

Nog meer oud spul. De kronkelige loop van de Omringdijk (een zegen voor motorrijders!) is veroorzaakt door dijkdoorbraken die in de loop van de eeuwen hebben plaatsgehad. Op deze weggetjes is deze Fat Boy in zijn element. Lekker voorttokkelen als een tractor in lage toeren biedt de gelegenheid ook eens om je heen te kijken.

Onder Schagen word ik compleet in de ban van de Omringdijk gezogen. Vanaf Sint-Maarten torent hij trots metershoog boven akker- en weideland en enkele poelen. Wielen, wijken, braken; die binnendijkse watertjes zijn allemaal getuigen van voormalige dijkdoorbraken, waar de nieuwe dijk dan omheen werd gelegd. Vandaar dus die bochten. Hoe heeft Sint Maarten er uitgezien toen het aan het einde van de wereld lag en Hemelsrijkhorn heette, met aan drie kanten zee en wadden? Daar kan ik me niet zo gauw een beeld van vormen, al biedt de maximale snelheid van 30 km per uur daar wel gelegenheid toe.

Het verhaal wil dat deze dijk zó steil is, dat vroeger het maaien met de zeis alleen kon gebeuren als de boeren plankjes of schaatsen aan hun klompen bonden. Het begrip overbevolking is hier onbekend. Hier groeten cabrionisten, fietsers en motorrijders elkaar. Koeien onderaan, schapen in de luwte bovenop, meeuwen scheren een stukje mee, dan is de aandacht weer gericht op de bochten richting Eenigendijk.

Alleroudste gedeelte

Na Krabbendam verliest de dijk zijn imposante karakter. De dijk die de eb- en vloedgeul, de Rekere, in 1172 afsloot is laag en onaanzienlijk. Maar hier dreunt de Harley over het alleroudste gedeelte van de hele Omringdijk, een dijklichaam dat nooit werd verplaatst of aangepast omdat het na de dertiende eeuw nooit meer hoog water hoefde te weerstaan.
Bij Rustenburg prikken wieken van verschillende molens boven de dijk uit. In 1831 werden binnen de Omringdijk nog zo’n driehonderd molens geteld. Er moesten steeds meer en sterkere molens komen in de strijd tegen de waterwolf, want het veenland zakte steeds dieper. Ondertussen knaagde de paalworm aan de dijken en de Spanjolen aan gans het land, twee formidabele vijanden die tenslotte toch verslagen werden. En dan waren er nog de gewone gesels God’s, zoals plagen en epidemieën voor mens en vee.

Er was geen overheid die het alsmaar doorgaande werk aan de dijken regelde, dat moesten de mensen zelf doen in het zweet des aanschijns met de handen uit de mouwen zoden aan de dijk zettend. De zogenaamde dijkkosten waren niet op te brengen door alleen de Westfriezen. De rest van Holland moest bijspringen. Logisch, want West-Friesland beschermde heel Holland tegen de waterwolf. En dankzij die eeuwenlange gezamenlijke inspanning rijden wij deze tanktastocht over het wereldwonder van de West-Friese Omringdijk.

Download de route West-Fries wereldwonder

UPDATE: Let op; gewijzigde route vanwege wegopbrekingen

Foto’s van de deelnemers

Jammer: Honda Hawk 11 eerst voor Japan

0

Met de Honda Hawk 11 hielden wij een slag om de arm. Het was niet duidelijk of dit model al dan niet uitsluitend voor de Japanse markt bestemd was. Inmiddels weten we meer. De Hawk 11 gaat op 29 september in de verkoop en heeft een prijs van 1.397.000 yen, wat overeenkomt met € 10.200,-. Voorlopig is Japan ok het land waar je de Hawk 11 kunt zien. Om je een idee te geven van de prijs: de CB1000R Black Edition, die nu in Japan debuteert, kost daar € 12.540,-; in Nederland kost hij € 17.149,-. Honda verwacht in het eerste jaar 1.200 exemplaren van de Hawk 11 te verkopen.

Honda Hornet blijft stoken met Hornet

De motorfiets is alleen verkrijgbaar met een zesversnellingsbak (geen DCT-optie omdat het een neosportmodel is), het maximumvermogen en -koppel zijn hetzelfde als van de NT 1100: 102 pk bij 7.500 tpm en 10,6 kgm bij 6.250 tpm. Het gewicht in rijklare toestand (tankinhoud 14 liter) zou 214 kg bedragen, tegen 238 kg voor de NT1100. De motorfiets maakt ook gebruik van de motor/elektronica/rijwieltechnische basis van de NT1100. Natuurlijk zt er een andere bovenbouw op voor een modern klassieke lijn met caféracer-inspiratie waarbij de tophalf opvalt met een ronde koplamp die erg lijkt op die van de CB1000R. Wel daalt de wielbasis van 1.535 naar 1.510 mm. De ophanging, 17-inch wielen en remmen zijn die van de NT1100 en de zithoogte blijft op 820 mm. De kleuren zijn Pearl Hawks Eye Blue en tweekleurig grafietzwart en zilver.

De Hawk 11 heeft de rijeigenschappen en het comfort van een sportmotor voor op de weg. De Honda is zeker niet te extreem.

WK Supersport 300 Aragón: grillig en onvoorspelbaar

0
WK SUPERSPORT 300:

Kawasaki was de afgelopen jaren – zeker met het Belgisch-Nederlandse MTM team – het dominante merk in het WK Supersport 300. Des te opvallender was het dat er geen enkele Kawasaki-coureur op het podium stond tijdens de openingsraces op Aragón. Yamaha-rijders Marc Garcia en Alvaro Diaz verdeelden de buit. Voor de Nederlandse inbreng zorgen Victor Steeman en Ruben Bijman, beiden uitkomend voor MTM Kawasaki. Steeman kwam over van KTM, waarmee hij vorig jaar al eens een WK-race wist te winnen. De 21-jarige coureur liet op Aragón zien dat hij tot de favorieten behoort. In de eerste race vocht Steeman tot de laatste bocht voor de derde plaats, maar werd hij vierde. Een dag later deed Steeman veel kopwerk, totdat hij in de slotfase werd geraakt door een andere rijder en crashte. De rijder uit Lathum stond vorig jaar op pole position in Assen en hij mag zeker gezien worden als een grote kanshebbers op één of misschien wel twee zeges bij zijn thuisronde. Bijman had minder geluk. Startend vanaf een negende plaats ging de 18-jarige coureur in beide races onderuit. De snelheid is er bij Bijman, nu zal hij het nog moeten omzetten in passende resultaten.

WK Supersport Aragón: Glenn van Straalen in topvorm

Thom Molenaar en Sven Doornenbal zullen net als vorig jaar van start gaan met een wildcard in Assen. De twee teamgenoten racen normaal gesproken in het IDM.

Fotografie: 2SNAP

WK Supersport Aragón: Glenn van Straalen in topvorm

0
Glenn van Straalen

Glenn van Straalen kan niet in een betere vorm en met meer vertrouwen aan zijn thuisronde in Assen beginnen. De coureur van het Nederlandse EAB Racing Team werd tweemaal vierde in Aragón, beide keren na een zeer sterke race. In de eerste race reed de 21-jarige achter de top-3 alleen naar een vierde plaats. Vooral bij de start liet Van Straalen nog wat liggen, waardoor de top-3 al vertrokken was. Ook in de tweede wedstrijd reed Van Straalen lang alleen op de vierde plaats. In de laatste ronde ontstond er ineens de kans op een podiumplaats toen derde man Can Oncu uitviel. Tot aan de laatste bocht reed de coureur uit Hoogkarspel derde, totdat Nicolo Bulega zijn Ducati in de laatste bocht langszij stak. Van Straalen baalde in eerste instantie, want het podium was zo dichtbij, maar even later kon hij ook inzien dat hij een ijzersterk weekend had gereden. Hiervoor was Van Straalen nog niet verder gekomen dan een achtste plaats in het WK Supersport. Het is algemeen bekend dat Van Straalen erg sterk is op het TT Circuit, waardoor hij na zijn sterke optreden in Aragón ineens gezien kan worden als een reële podiumkandidaat. Glenn: ‘Of ik mijzelf zie als podiumkandidaat? Ik denk het wel. We zaten er in Aragón niet ver vanaf en Assen geeft altijd iets extra’s. Vrijdag weten we pas echt waar we staan, maar ik ga er wel voor.’

MotoGP Americas: indrukwekkende comeback Marc Márquez

Jeffrey Buis begon in Aragón aan zijn eerste volledige seizoen in het WK Supersport. Hij maakte veel progressie ten opzichte van zijn optredens eind 2021, waarbij hij zich als zestiende op 1,9 seconde van de kop wist te kwalificeren. In de races zat het voor de 2020-Supersport 300-wereldkampioen niet helemaal mee. In de eerste race viel Buis met technische problemen uit. In de tweede race finishte hij als achttiende. Buis is erop gebrand om in Assen zijn eerste WK Supersport-punten te behalen.

Maar de grootste favoriet voor de winst in Assen komt uit een andere Nederlandse hoek: Dominique Aegerter op de Ten Kate Racing Yamaha. De regerend wereldkampioen pakte vorig jaar overtuigend de dubbel op het TT Circuit. Tijdens beide races in Assen vocht de Ten Kate Racing Yamaha-coureur voor de winst met de vanuit Moto2 overgekomen Lorenzo Baldassarri. De Italiaan won de eerste race, nadat hij in de laatste bocht met een ongelofelijke actie een crash wist te voorkomen. Een dag later ging de winst naar Aegerter en Ten Kate Racing Yamaha.

Naast vaste rijders Van Straalen en Buis, zal Jaimie van Sikkelerus met een wildcard starten in Assen.

Fotografie: 2Snap

2022 Harley-Davidson Nightster: eerste vragen na de test

0

Van het zonovergoten Spaanse Girona naar huis om z’n vuile was in de trommel te gooien, en meteen weer het vliegtuig in richting een iets minder zonovergoten… Girona. In de gietende regen stond immers de nagelnieuwe Harley-Davidson Nightster op Jelle Verstaen te wachten. Of die ervan genoten heeft? We vragen het hem nog voor hij z’n pak uitwringt en de haardroger in z’n laarzen stopt.

Harley’s nieuwste is amper voorgesteld, of jij mag je billen er al op parkeren.

‘Ja, dat is nu eens wat ze noemen ‘het ijzer smeden terwijl ’t heet is’, toch? We waren er live bij toen op 12 april het doek van de langverwachte kleinste Sportster werd getrokken. Daags nadien kregen we de sleutel al in handen. Zo hoort het eigenlijk, bij een wereldpremière.’

De kleinere Sportsters waren in het verleden doorgaans de ‘instap-Harleys’, hoe zet H-D de nieuwe Nightster in de markt?

‘Wel, da’s een vraag die ik me ook stelde, maar waar ook tijdens de Q&A met de projectleider en ingenieurs niet meteen een sluitend antwoord op kwam. Qua toegankelijkheid is de nagelnieuwe Revolution Max 975T een prima blok, dat erg lineair oppikt, ondanks dat de 90 pk en 95 Nm nooit overdondert en – vooral in Sport-modus – ook iets in petto heeft voor wie al wat kilometers onder de riem heeft. De zithoogte is met z’n 705 mm erg benaderbaar, het zwaartepunt is mede dankzij de tank onder het zadel ook zo laag mogelijk gelegd, waardoor opstappen en stilstaan een fluitje van een cent is. Enkel het prijskaartje is aan de pittige kant als je ‘m als instapmotor ziet. In Nederland betaal je minimaal – afhankelijk van de kleurstelling – 18.495 euro, in België is dat 15.495 euro. Flink wat geld.’

Vers van de pers: Harley-Davidson Nightster 975!

Een tank onder het zadel?

‘Klopt! Daar zit een reservoir verborgen waar in het beste geval 11,7 liter benzine ingaat. Waar je de tank zou verwachten – onder de walnootvormige tankcover, in dit geval – zit dan weer de airbox verborgen. Op die manier ligt ’t gewicht opnieuw een stuk centraler en lager in de motor, wat zowel optillen vanaf de zijstandaard als het heen- en weerwiegen op de fantastische Spaanse wegen een flink stuk makkelijker maakt. En ’t is ergens ook gewoon leuk om je dikke Harley te tanken als was het je Daxje van weleer.’

Juist ja. Rijdt het ding een beetje?

‘Ja hoor, viel me beslist niet tegen. Vooral onder de regenachtige omstandigheden tijdens de testrit. Enerzijds hielden de Dunlop 401F’s om de 19- en 16-inchwielen een nagenoeg perfecte grip op het doorweekte asfalt. Anderzijds was ook de tractiecontrole best goed afgesteld – vooral dan in de Rain-modus waarmee we aftrapten. Daarin voelt het blok een beetje gecastreerd aan: er gebeurt amper iets onder de 3.500 toeren, en daarna is de gasrespons wat mak en loopt het toerental erg lineair op tot tegen de begrenzer. Perfect voor precaire omstandigheden maar leuker rijden is het in de Road- en Sport-modus, waarbij je het potentieel veel beter voelt en benut.’

Als we denken aan de Revolution Max 1250, dan snap ik wat je bedoelt. Vermogen en koppel genoeg?

‘Nou, niet echt. ’t Is toch even wennen op dit kleinere blok. Dat oogt en klinkt nog steeds als een V-twin, maar voelt niet bepaald zo aan. Een vergelijking maken met de luchtgekoelde V-twins van weleer is natuurlijk niet aan de orde, maar mij deden de erg vlakke koppelcurve en de relatief hoge toerentallen die dit blok draait nog het meest denken aan een paralleltwin. Dat zullen ze in Milwaukee misschien niet graag horen, maar ’t is niet negatief bedoeld. Het gevoel is gewoon anders. Maar dat is de doelgroep voor deze Harley-Davidson Nightster ook, dus zullen ze ’t me wel vergeven.’

Goed, ga maar even douchen, de rest lees ik wel in je testverslag!

‘Een douche. Dat ontbrak er vandaag nog aan…’

Lanceert Harley-Davidson binnenkort Pan America 975?

0

Enkele dagen na de onthulling van de nieuwe Harley-Davidson Nightster 2022, aangedreven door de vloeistofgekoelde 975cc-Revolution Max, lekken er meer geruchten uit over nieuwe modellen van de Amerikaanse fabrikant.

Vers van de pers: Harley-Davidson Nightster 975!

Een accessoire, meer bepaald een tankdop speciaal voor de Pan America, heeft twee nieuwe modelnummers onthuld: RA975 en RA965S. Dit was zeker een vergissing van een technicus uit Milwaukee, die prompt de modelnummers van de website verwijderde.

Uitgaande van het feit dat de modelnummers RA1250 en RA1250S verwijzen naar de huidige Pan America 1250, in standaard- en Special-versies, is het gemakkelijk te veronderstellen dat er een nieuwe maxi-enduro komt die is uitgerust met de 975cc-Revolution Max.

De Pan America 975 zou dan, volgens de gegevens die Harley-Davidson tijdens de presentatie van de nieuwe Nightster heeft vrijgegeven, moeten beschikken over een vermogen van 90 pk bij 7.500 tpm en een maximumkoppel van 95 Nm bij 5.000 tpm.

Test 2022 CFMOTO 800MT Touring & Sport

0
Test 2022 CFMOTO 800MT

Test 2022 CFMOTO 800MT Touring & Sport. Dat je met een wereldmacht rekening moet houden, hebben we de laatste weken op een bijzonder ongelukkige manier ervaren. Eén gek blijkt voldoende om onze zekerheden en vaste waarden grondig te verstoren. Dat niet elke poging tot machtsgreep dramatisch moet verlopen toont de Chinese reus CFMOTO. Met de totaal nieuwe 800MT bestormen ze het middensegment van de allroads. Maar heeft deze nieuweling voldoende munitie voor een sterk offensief?

TestlocatieGirona, Spanje
Omstandighedenfris maar droog
Temperatuur14 graden
Testkilometers180

Waarom rijden we de 2022 CFMOTO 800MT

Wie is er niet nieuwsgierig naar een Chinese motorfiets met een door KTM ontwikkeld blok.

Tekst: German Ooms
Fotografie: CFMOTO

Een introductie van een nieuwe motorfiets vergelijken met een oorlog is natuurlijk niet netjes. Want hoewel de gevestigde grootheden in de motorwereld de Chinese ‘aanval’ nauwlettend in de gaten houden, is er van enige vijandigheid geen sprake. CFMOTO mag dan voor de meeste motorliefhebbers nog een relatief onbekende naam zijn, voor heel wat motorfabrikanten is het sinds jaren een degelijke en betrouwbare partner. Vooral de samenwerking tussen CFMOTO en het Oostenrijkse KTM is een schoolvoorbeeld van hoe Chinese fabrikanten hun vrijwel onbeperkte productiemiddelen ter beschikking stellen van Europese fabrikanten, die er op hun beurt alles aan doen om hun zo geprezen kwaliteit met relatief lage kosten te kunnen produceren. In ruil krijgt CFMOTO een betere kijk in de interne ontwikkelingskeuken van haar klanten en gebruikt die kennis voor de verdere optimalisatie van de eigen producten. CFMOTO is ’s werelds grootste fabrikant van quads en versterkt die positie jaar na jaar met machines die elke vergelijking met Europese-, Japanse- of Amerikaanse producten glansrijk doorstaan. Dat CFMOTO meer wil is al enkele jaren duidelijk. Het bestaande gamma aan motorfietsen wordt sterk uitgebreid, met de 2022 CFMOTO 800MT als voorlopig hoogtepunt.

Niet verkeerde afwerking

De 2022 CFMOTO 800MT zag er op papier al veelbelovend uit, maar ook bij een rondje kijken ‘in het echt’ laat de machine een bijzonder positieve eerste indruk na. Zeker de rijkelijk uitgeruste Touring oogt aantrekkelijk. De combinatie van goudkleurige spaakwielen met de blauwe en zilverkleurige aankleding oogt modern en strak. Ook de afwerking blijkt na een eerste kleine inspectieronde zeker niet verkeerd. Alle onderdelen zitten netjes passend gemonteerd en van slordige bekabeling of lelijk uitgevoerde lassen is geen sprake. Hetzelfde geldt voor de wat soberder uitgeruste Sport die met z’n zwarte gietwielen en overwegend zwarte kleurstelling duidelijk wat minder wil opvallen. De basis van de Touring en de Sport is identiek. Beiden worden aangedreven door de paralleltwin uit de KTM 790-reeks. KTM maakte ondertussen de overstap naar een 890cc-blok maar 2022 CFMOTO 800MT geeft de 790 dus een tweede leven. De Chinezen kennen dit blok natuurlijk maar al te goed. Sinds jaren worden ondermeer de kleine tweecilinders van KTM door ze gebouwd. En blijkbaar maakt Stephan Pierer als eigenaar van KTM er geen probleem van dat de blokken nu ook door CFMOTO worden gebruikt. Of Pierer dit belangloos doet, is overigens onwaarschijnlijk …

Test 2022 Voge 500AC: geen grijze muis

Rijk bedeelde Touring

De twin kreeg een nieuw Bosch-motormanagementsysteem maar werd op een aantal nieuwe dekseltjes na ongemoeid gelaten. Dat resulteert in een maximum vermogen van 95 pk bij 7.000 tpm en een maximum koppel van 77Nm bij 7.500 tpm. Voor een rijklaar gewicht van zo’n 230 kg mooie cijfers. Ook het stalen frame, de remmen van J. Juan en de vering van KYB zijn op beide machines identiek. De belangrijkste verschillen tussen de Touring en de Sport vind je terug in de uitrusting, waarbij de Touring duidelijk beter bedeeld wordt. Hij beschikt ondermeer over een quickshifter (up & down), middenbok, motorbeschermplaat, verwarmde handvatten, verwarmd zadel, handbeschermers, bandenspanningscontrole en een stuurdemper. Toch kost de Touring met een prijs van € 14.099,- slechts € 1.600,- meer dan de Sport (€ 12.499,-). Of de meerprijs van de Touring volledig gerechtvaardigd is moet de rijtest uitwijzen. Daarvoor is rond Girona een route uitgestippeld route van 180 km door de bergen.

Lastige menu’s

Om het avontuurlijke gevoel dat bij dit soort motoren wordt gecultiveerd enigszins op te roepen, hebben we de nacht doorgebracht in (luxe)tenten. Mooi, maar in deze tijd van het jaar bijzonder fris. Ik haast me na het ontbijt dan ook met spoed richting een 2022 CFMOTO 800MT Touring omwille van het verwarmde zadel en dito handvatten. Tevergeefs zoek ik naar de knopjes om deze aantrekkelijke extra’s te activeren. Maar al snel blijkt die zoektocht nutteloos. Geheel volgens de huidige trend in de autowereld opteerde CFMOTO ervoor om vrijwel de hele bediening van de motorfiets (en je telefoon en de CFMOTO GPS) te laten verlopen via het 7-inch grote TFT-scherm. Middels twee pijltjesknoppen, een setknop en een returnknop op de linker stuurhelft verloopt het gebruik van die interface relatief vlot, maar de indeling van de menu’s kan beter. Om de stuur- en zadelverwarming te activeren moet je bijvoorbeeld naar het derde submenu om daar dan te kiezen tussen drie standen. Omslachtig en niet gebruiksvriendelijk. De lay-out van het basisscherm, dat dienst doet als ‘gewoon’ dashboard, is netjes en verschaft voldoende informatie. De TFT-scherm heeft een automatische lichtcorrectie die goed werkt en de afleesbaarheid is ook staand goed.

Gretig aan het gas

Gelet op de lage temperatuur start ik in de rijmodus ‘Rain’, maar die blijkt al snel te voorzichtig geprogrammeerd. Dan maar naar de andere rijmodus ‘Sport’, waarbij je vrij kan beschikken over de 95 pk. Vreemd genoeg hebben geen van beide machines tractiecontrole terwijl alle hardware voor zo’n systeem wél aanwezig is. Gelukkig bieden de Maxxis Maxxventure-rubbers uitstekende grip waardoor we onder deze testomstandigheden de tractiecontrole niet eens missen. De tweecilinder levert ruim voldoende vermogen. Alleen is de spreiding ervan voor verbetering vatbaar. Onder 7.000 tpm zijn de prestaties aan de magere kant en reageert de machine met vertraging op de beweging van je rechter pols. Het lijkt wel of er weldegelijk tractiecontrole aan boord is, zo ‘geknepen’ reageert de twin op het gas. Dit verschijnsel kennen we van de eerste KTM Duke 790. Het nieuwe Bosch-injectiesysteem heeft dus (nog) niet geholpen. Waarschijnlijk is een (te) lichte krukas de oorzaak van dit probleem. Maar die lichte krukas zorgt er dan weer wel voor dat als de twin voldoende toeren draait hij bijzonder gretig aan het gas hangt en er met de 2022 CFMOTO 800MT geknald kan worden. Geholpen door een uitstekend rijwielgedeelte (met Bosch-bochten-ABS) rijden we na de middag onder een stralende zon de pannen van het dak. Hoe sneller en sportiever je deze machine rijdt, hoe beter ze presteert. Helaas blijkt op mijn testmachine de quickshifter niet goed te functioneren. Te gevoelig afgesteld en daardoor eerder hinderlijk dan nuttig. Allicht een eenvoudig te verhelpen probleempje. De standaardsetting van de instelbare voor- en achtervering is ronduit goed. Gelukkig, want de veervoorspanning van de achterdemper is quasi onbereikbaar. Op de zeldzame rechte stukken van ons testtraject wordt de snelheid verder opgevoerd en ondervinden we dat de modern vormgegeven machine een prima zitpositie en prima windbescherming biedt. De hoogteverstelling van het windscherm is tijdens het rijden moeilijk te gebruiken. Dat kan beter.

Aan het eind van de rit toont het dashboard een gemiddeld verbruik van 1:15. Gelet op het hoge tempo een acceptabel cijfer. Met een tankinhoud van 19 liter en een iets gematigder rijstijl kom je dus 300 km ver.

Dubbeltest Kawasaki Z900 vs. Suzuki GSX-S950

Conclusie 2022 CFMOTO 800MT

Verandert de komst van de 2022 CFMOTO 800MT iets aan de gevestigde wereldorde? Nee, zover zijn we nog niet. Voor het aanbod in het middensegment van de allroads zijn deze machines wel een verrijking. Hou je van veel elektronica dan is de Touring zondermeer de betere keuze. Mag het wat looks en uitrusting ietsje minder, dan ga je beter voor de Sport. Die mist wat toeters en bellen, maar presteert eigenlijk even goed als de wat duurdere Touring. Met een prijs van € 14.099,- voor de Touring en € 12.499,- voor de Sport lijkt de koopjestijd voor Chinese producten wel voorbij. Met die prijzen positioneert CFMOTO zich niet langer onderin de markt en komen machines als een Suzuki V-Strom 1050 (€ 13.999,-), een Triumph Tiger 850 Sport (€ 13.300,-) maar ook een BMW F 850 GS (€ 15.650,-) aardig in de buurt. Die zijn allen wel een stukje soberder wat uitrusting betreft. Het eerste offensief lijkt daarmee alvast sterk van start gegaan!

2022 CFMOTO 800MT

Yamaha gedwongen prijzen te verhogen

0

De wereldwijde onrust op economisch en geopolitiek gebied gaat helaas niet voorbij aan de motorbranche. Fabrikanten worstelen met de gevolgen ervan en dat geldt ook voor Yamaha. Daarom maakt Yamaha Motor Europe branch Benelux bekend dat het zich gedwongen ziet de prijzen van de motorfietsen en scooter line-up te verhogen. Per 15 april worden de prijzen van de modellen met gemiddeld 5% verhoogd.

Ex-Phil Read MV Agusta Boxer op veiling voor 60.000 euro

Mario Janssen, Country Manager Benelux bij Yamaha Motor Europe: ‘Natuurlijk betreuren wij deze situatie. Wij willen zoveel mogelijk mensen de kans geven kennis te maken met onze Yamaha-producten en dat doen wij door klanten een geweldige prijs-kwaliteitverhouding te bieden. Momenteel kampen wij echter net als de andere motorfabrikanten met een onrustige wereldmarkt. De oplopende inflatie, het wereldwijde grondstoffentekort en de verstoorde aanvoerketens als gevolg van de covid-19 pandemie legden al flink wat druk op onze prijsstelling en nu is daar ook de energiecrisis bij gekomen. Dat alles optellend restte ons geen andere optie dan de verkoopprijzen te verhogen om onze klanten dezelfde hoge kwaliteit te kunnen blijven waarborgen die zij van Yamaha gewend zijn.’