zondag 17 mei 2026
Home Blog Pagina 724

Culinaire motortocht door Friesland

0
Culinaire motortocht door Friesland

Komt er, met die globale opwarming enzo, ooit nog een Friese Elfstedentocht op schaatsen? Daar gaan we, Friezen en ander volk, niet op zitten wachten. Er zijn prima alternatieven met bootjes, wandelschoenen, fietsen, auto’s en motorfietsen. Michiel van Dam stippelt een mooie route uit en als zijn motormaat Stevin, van beroep chef-kok, meegaat dan wordt dat dus de Friese Elfsmakentocht. Een culinaire motortocht door Friesland.

We hoeven ons niet te houden aan alle elf schaatssteden. Want op de motor rijden we niet graag door de stad, Leeuwarden slaan we dus over. We maken een alternatieve route, met elf lekkernijen erlangs. ‘Bûter, brea en griene tsiis. Wa’t dat net sizze kin is gjin oprjochte Fries.’ Dat bekende Fries gezegde betekent in algemeen beschaafd Nederlands: ‘Boter, brood en groene kaas. Wie dat niet zeggen kan, is geen oprechte Fries’. In Friesland werkt de liefde voor lekker eten zelfs in de spreekwoorden door.

Toerisme Gelderland: uithoek Lobith

Drabbelkoeken

Eerste halte Sneek. Bij Haga’s Drabbelkoekenfabriek De Friese Sjees parkeren we de motoren onder een ouderwets uithangbord (Hofleverancier Willem III) en stappen een Anton Pieckachtig interieur binnen. Tussen tegelwanden, oude, oudere en nóg oudere blikken bussen en andere nostalgische attributen zit een mevrouw de drabbelkoeken te maken. Dat doet haar familie al sinds diep in de negentiende eeuw.

Het schudden van het boekweitdeeg, om het zo luchtig te maken, ging vroeger met de hand. Zouden die mensen ooit stil en rustig in de bedstee hebben gelegen, of ging het schudden dan, ongewild, ook door? Machines namen in 1927 het werk van de mensenhand over, maar de huidige eenentwintigste-eeuwse generatie neemt het ambachtsbedrijf van de drabbelkoekerij niet over. Jammer, want de koeken smaken best, met een juiste combinatie van vettige textuur (echte boter!), luchtigheid (vanwege dat schudden) en geheime Friese kruiderij. We stoppen een paar blikken in Stevins koffers en rijden naar het volgende waypoint.

Fryske dúmkes

Buiten Sneek pakken we een stukje Suidergo door de weilanden en dan zijn we al in IJlst. Bestel je in Friesland een kopje koffie, dan is de kans groot dat je er een Fryske dúmke bij krijgt. Dat naar anijs smakende koekje heet zo omdat de bakker het stukje deeg met zijn duim platdrukt. We stoppen voor die dúmpkes bij Bakkerij de Boer. ‘Natuurlijk, die hebben we’, zegt mevrouw De Boer.

‘Maar onze echte specialiteit zijn Kypmantsjes. Die koopmanskoekjes zijn ons eerbetoon aan de koopmannen die IJlst welvaart brachten.’ Dat wordt moeilijk kiezen, zeker als we ook beide koekjes mogen proeven. Zo verdwijnen er twee zakken koekjes naast de Haga-blikken in Stevins koffers. ‘Voorzichtig dat ze niet breken, Stevin!’

Roggebrood

Soms is er in waterland Friesland geen alternatief voor de doorgaande weg. De N354 brengt ons tot bij Spannenburg, daarna neemt de kleine maar fijne Gaestdijk ons naar Sloten. Dat is een prachtig plaatsje, beschermd stadsgezicht enzo, waar auto’s niet in mogen. Maar motorfietsen wel! Dat voorrecht gaan we niet verkwanselen met luid geluid en parkeren-waar-je-motor-lekker-in-de-weg-staan.

We stommelen naar binnen in bakkerswinkel ’t Kruimeltje, krap bemeten voor twee doorgewinterde motorrijders in vol ornaat. Is het broodkoopvolk ijlings gevlucht, toen het onze daverende schreden hoorde naderen? Nee, de zo goed als lege schappen vertellen een treurig verhaal aan ons en van een geslaagd business plan aan de bakkerin.

Het roggebrood, waarvoor wij hier in Sloten zijn neergedaald, is op. Ook andere lokale specialiteiten zijn al door Koning en Koningin Klant opgekocht, geen kruimel blijft er voor ons over.

Oranjekoek

Maar er is wel Oranjekoek! Dat dankt je de koekoek, dat bakkersproduct wordt als Friese Vlag gehesen in alle Friese Elf Steden en aldaar tegen klinkende munt verkocht.

Ook een Friese specialiteit dus en de bakkerij-mevrouw, die ondertussen alleraardigst verhaalt over de oude bakkersoven, onlangs in een achter- of bovenhuis ontdekt, maar te klein om aan de immer stijgende vraag in 2021 te voorzien, presenteert ons trots… onze Oranjekoeken! Nou heeft die naam helemaal geen verband met de kleur van het gebak, noch met een grote liefde van de Friezen voor het Huis Oranje, maar de naam komt van de sinaasappelschilletjes die subtiel door het baksel worden gemengd. En dat proeven we!

Kleinste weggetjes

Met kruimeltjes in de baard en het schuim ervan nog op de lippen koersen Stevin en ik tevreden voort naar de volgende bestemming. We kiezen daarvoor de kleinste weggetjes door het Gaasterland langs de IJsselmeerkust die we legaal mogen bemotoren en passeren daarbij interessante namen op de kaart: Steile Bank, Oudemirdumer Klif, Rode Klif… Echt berg- of heuvelachtig wordt het niet, maar het is deksels mooi rijden hier.

Na de bakmevrouwen in Sneek, IJlst en Sloten staat er in Stavoren weer een mevrouw te wachten. Het Vrouwtje van Stavoren van het oude volksverhaal staat versteend op haar sokkel uit te kijken over de golven van het IJsselmeer en naar de opengesperde muil van het visstandbeeld aan de andere kant van de brug, achter de viskraam waar wij kibbeling willen proeven.

Daan Trimpe

Maar vandaag is de Staverse vishandel gesloten. Een gevoelige klap voor ons moreel, een dreun die we alleen te boven komen dankzij een prachtig stukje toeren over de Himmeljumerdyk naar Koudum.

Daar staan de bonenstaken stevig in de grond en die Sjakie uit het volksliedje heet hier Daan Trimpe. We vangen hem in het bonenbos tussen de kassen, naast de bloemkolen, spinazie, bietjes en rabarber en andere groenten in de grond. Woudbonen, heet hier de specialiteit.

Dat klinkt exotisch naar enorme woudreuzen, waar gigantische peulen bungelen tussen kwetterende woudbewoners, exotisch gedragen op bonte vleugelpracht of zwaaiend aan lianen. Maar het zijn zo te zien grote sperziebonen. Met een zorgelijke blik op zijn toch al danig geteisterde achtervering moet Stevin nog wat zakken Koudumbonen verstouwen.

Eten wat de pot schaft

Terwijl de zon al ter kimme neigt, rijden we weer naar het IJsselmeer, naar onze tafel en bedden voor de nacht.

Hindeloopen is een eigenwijs en bijzonder stadje met nog geen negenhonderd inwoners. Het heeft eigen schilderwerk, klederdracht en notabene een eigen taal, het Hylpers genoemd, en een fantastisch restaurant direkt aan de dijk, bij de haven. Restaurant De Hinde serveert zoveel mogelijk (en dat is veel) lokale producten uit eigen tuin en kas en de streek Friesland. Geen uitgebreide menukaart waaruit de liefhebber maar niet kan kiezen, maar een eten-wat-de-pot-schaft-driegangenmenu. De gerechten corresponderen met de seizoenen en de aanvoer. ‘s Zomers is er bijvoorbeeld paling, snoekbaars en baars uit het IJsselmeer, ‘s  winters zijn er wildgerechten. Bijna altijd is het hoofdgerecht vis, vegetariërs kijken hier op hun neus.

‘Buikje vol, buikje blij’, zegt mijn disgenoot en motormaat graag. En zo is het. Na een uitwaaiwandeling over de dijk duiken we met een tevreden gevoel ons bedje in voor een welverdiende nachtrust in een oude kapiteinswoning.

Omgedraaide boerderij

Hoe zouden die mensen in dit huis aan de ontbijttafel zitten? Ook ondersteboven? Want de nieuwbouwboerderij een paar kilometer buiten Hindeloopen staat met het dak naar beneden in het weiland gestoken. De eigenaars wilden vanuit hun nieuwe woning over de zeedijk verderop kunnen kijken, maar dat is lastig in een boerderij. De oplossing was even simpel als briljant: de boerderij werd gewoon omgedraaid met het woongedeelte boven en het dak onder.

Wat is er gebeurd met die Friezen? Een eeuwtje of wat geleden verkondigde de Friese superman Grote Pier nog die spreuk over groene bonen en werden alle Hollanders en andere buitenlanders die ’m niet vlekkeloos konden uitspreken zonder pardon een kopje kleiner gemaakt.

Maar bij kaaswinkel Nylander worden Stevin en ik alleraardigst en in vloeiend algemeen beschaafd nederlands welkom geheten door de twee dames achter het kaasmes, de schaaf en de kassa. We stonden eerder vertwijfeld bij de koeienboerderij waar de Nylander-kaas wordt gemaakt. Maar dat is niet meer van deze tijd. Nylander vermarkt nu zijn producten in een eenentwintigste-eeuwse versie van een overdekte markt, Versmarkt De 3 Ambachten, een paar kilometer verderop in het centrum van Workum, samen met twee andere ambachtelijke producenten.

Als schatrovers in een grot worden worden Stevin en ik aangezogen door de goudgelen schijven die bij Nylander liggen opgestapeld. Nagelkaas klinkt vies, maar komt van de kruidnagel die erin is verwerkt. Samen met een vleugje komijn is dit een smaakvolle en pittige kaas waar elke Fries gek op is. We mogen vanalles proeven en het wordt na veel wikken en wegen, en gezucht van Stevin, de nagelkaas van Jerseykoeienmelk, die lekker romig is. Kom op Stevin, die paar stukken kaas passen er nog wel bij.

Fryske sûkerbôle

Makkumerdijk wordt Zeedijk, over Workumerdijk, Harlingerdijk en Houwdijk slingeren onze motoren voort door het fraaie Friesland.

Friezen hebben de naam echte zoetekauwen te zijn. Overal worden die Oranjekoeken verkocht en ze stoppen zelfs suiker in het brood.

Fryske sûkerbôle is, net als Oranjekoek, in het hele Friezenland verkrijgbaar. Vroeger kregen moeders het cadeau als ze een dochter kregen. Het suikerbrood van Mevrouw de Molenaar wordt op ambachtelijke wijze gemaakt in haar bakkerij naast de molen op het Mouneplein in Witmarsem. Vanwege ons telefoontje (‘bennu opuh?’) had ze een heel brood voor ons gereserveerd, want die dingen gaan als, eh…, zoete broodjes over de toonbank. We kunnen hem in zijn geheel nemen, Stevin kan ’m nog best tussen de andere lekkernijen in zijn koffers kwijt, want mevrouw laat ons graag een stukje van een al aangesneden brood proeven. Lekker! Eventjes komen we in de verleiding om onze eigen feeststol te slachten, maar dat geeft natuurlijk geen pas in het gezelschap van zo’n vriendelijke dame.

Kookkunsten

Bovendien moeten we hartig eten in Harlingen, waar chef-kok Marco Poldervaart van restaurant ’t Havenmantsje zijn kookkunsten op ons zal botvieren. Het voormalig gerechtsgebouw is in 1884 gebouwd op de plaats waar voorheen de Leeuwenburg, een gebouw van de Friese Admiraliteit stond.

De motoren staan op de kade, we schuiven aan een tafeltje met uitzicht op de binnenhaven. Of wij alles lusten? Ja, wij lusten alles. Maar speciaal willen wij graag iets proeven dat daar achter die binnenhaven en die dijk van het wad wordt geplukt, gestroopt en gejut. Zeewier, oesters, kokkels, schelpvruchten en zeedieren enzo. Kan dat? Ja, dat kan.

Er verschijnen alleraardigste amuses op tafel, hartige bonbons à la minute door Sjef&Co in elkaar geknutseld, waar toch zomaar de smaken van de kwelders der Waddenzee en de vruchtbare gronden achter de Waddendijk zich aan ons openbaren zoals we ons die hadden voorgesteld. Zónder smaak illegaal geloosde stookolie.

Droge worst en bier

In Franeker moeten we bij de delicatessenwinkel Jellema Specialiteiten moeten we zijn voor Friese droge worst. Die gaat mee naar huis, niet zeuren Stevin, met wat proppen kan er vast nog een kilootje in die originele BMW-Teilekoffer van je.

En we proeven hier vast een stukje, weet je wat: een heel worstje de man, voordat we de motoren richting Bolsward laveren.

Wie Bolsward zegt, zegt bier. Het proeflokaal van brouwerij Ûs Heit ziet er schitterend uit, mooie bar, maar de tent zit dicht. De eigenaar wil wel even een praatje maken. Nee, dit lokaal is geen gezellige buurtkroeg, maar een event center of hoe heet zoiets?

Ze brouwen er nog steeds bier, kijk maar naar de hophalmen die in een erehaag voor de ingang staan. Het is heel goed bier, maar er steken in Friesland steeds meer ambachtelijke brouwerijtjes de kop op. Dus de spoeling wordt dun, op de markt dan, niet in de bierketels. Om zich te onderscheiden legt Ûs Heit zich nu toe op het maken van whisky (of schrijf je dat als whiskey, op z’n Fries?). die wordt gemaakt van honderd procent mout uit de eigen mouterij en voor het rijpingsproces zijn eikenhouten vaten gebruikt.

Toerisme Luxemburg: van Noord naar Zuid

Van weiland naar stal

Hebben we het lekkerste voor het laatste bewaard? Na de waterwerken van Harlingen slokt het oude Friese land ons op, onder hemelen hoog als bonenstaken. Over stokoude en smalle dijken slingeren we boven het drooggelegde binnenland voort, gelukkig nog net binnen de grenzen van wat onze spijsverteringsorganen kunnen verdragen. We komen geen tegenliggers tegen, want dat kon voor Stevin, met die brede koffers van ’m, nog wel eens penibel worden.

We moeten alleen stilhouden voor een kudde stamboekvee, of zijn dat nou Jerseykoeien, dat van weiland naar stal moet, dwars over de dijk. De boer groet vriendelijk, wij groeten vriendelijk terug.

In Friesland krijgen we een en al vriendelijkheid voorgeschoteld. En een wat stereotiep wereldbeeld: vrouwen staan in de winkel, mannen zitten op de motor, op het land, of ze brouwen whisky.

Vriezen en dooien

Met onze motoren op stal, de laarzen voor het open raam en wat gemakkelijke kleding aangetrokken proeven we even later een glaasje Frysk Hynder-whiskey in de bar van het gezellige Logement 3B waar wij in Sneek de nacht doorbrengen.

Ons afscheidsmaal in Friesland genieten wij in een restaurant… aan het prachtige oude pleintje. Maar wat is er niet prachtig in Friesland? Het spul langs de wegen, op de borden en in de glazen is allemaal top. Het kan vriezen en dooien, maar wij vinden de Friese Elfsmakentocht een prima alternatief voor dat schaatsfestijn.

Download de route: Culinaire motortocht door Friesland

Culinaire motortocht door Friesland

Oranjekoek boven!

Oranjekoek is alles behalve oranje en wordt ook niet op Koningsdag gegeten. De naam komt van de sinaasappelsnippers die de traditionele koek zo lekker maken. Elke bakker in Friesland heeft zijn eigen geheime oranjekoekrecept. De Friese Oranjekoek wordt in verschillende bakkerijen in verschillende Friese plaatsen gebakken. Welke het lekkerste is? Daar zullen we eens een aparte toertocht aan moeten wijden. En dan pakken we alsnog die kibbeling in Stavoren mee.

Informatie Friesland

Triotest: Aprilia Tuareg 660 vs. Voge 650DSX vs. Yamaha Ténéré 700

0
Aprilia Tuareg 660 vs. Voge 650DSX vs. Yamaha Ténéré 700

Sinds net voor de jaarwisseling is het middensegment allroads een troonpretendent rijker: Aprilia komt keet schoppen met z’n verleidelijk gestijlde en krachtige Aprilia Tuareg 660, die motoravonturiers-in-spe moet geruststellen met elke denkbare elektronische rijhulp. Tegenstanders van dienst zijn de alom gelauwerde Yamaha Ténéré 700 Rally Edition en schaduwfavoriet Voge 650DSX. Twee stuks met exact het zelfde prijskaartje om de nek, eentje die ze het vuur aan de schenen legt met een aankoopbudget dat een derde lager ligt. Maar welke machine weet zowel op als naast het wegdek te overtuigen? Wij trokken de Vlaamse velden in om je het antwoord te bezorgen.

TestlocatieOost-Vlaanderen, België
TestomstandighedenOvertrokken, maar droog (wel, qua neerslag dan toch)
Temperatuur9 graden
Testkilometers110 km op de openbare weg, 40 kilometer offroad

Aprilia Tuareg 660: Uitgesproken looks, het op papier krachtigste blok en een bootlading elektronica onderscheiden ‘m van z’n twee tegenstanders.

Voge 650DSX: Nobele onbekende, die verrassend genoeg boogt op het langstlopende blok van de drie. Gooit een verleidelijk pakket en een sappig prijskaartje in de strijd.

Yamaha Ténéré 700: De afgelopen jaren dé referentie bij de middenklasse allroads, met veel Dakar-pedigree, een heerlijke 270° paralleltwin en verbluffende eenvoud aan boord.

Aprilia Tuareg 660

Aftrappen doe ik al enkele dagen voor onze vergelijkende testrit, als ik de nagelnieuwe Aprilia Tuareg 660 mag oppikken. Een enkeltje van 140 kilometer dwars door de naweeën van storm Corrie, met een onophoudelijke wolkbreuk van Breda tot huis. Een rit waarvoor ik dankbaar door de rijmodi scroll – die de Aprilia als enige in deze test aan boord heeft – en richting ‘Urban’ tik. Geen echte regenmodus, maar wel de setting met de zachtste gasaanname, laagste hoeveelheid motorrem en hoogste tussenkomst van tractiecontrole. Dat had ik vooraf in de 142 pagina’s (!) tellende handleiding gelezen. Voor een keer geen tijd te verliezen met een rondje gekeur en bandentrapperij, het is opzadelen en wegwezen!

Niet verstelbare ruit

Op het steeds meer verzadigde wegdek komt de Aprilia Tuareg 660 – in pijnlijke tegenstelling tot m’n Büse-adventurepak – echt helemaal tot z’n recht: van de souplesse die het rechter handvat doorseint naar de paralleltwin onderin, over het sprekende gemak en het vertrouwen waarmee je deze hoogpoter op hellingshoek brengt, tot de kleverige Pirelli’s en de mooi doseerbare remmen. Genieten van bijbehorende soundtrack zit er even niet in, ik moet even met het windscherm in de weer om te zorgen dat de regendruppels over m’n helm gekogeld worden. Al blijkt al snel dat het metalen handvat achter het scherm helemaal niet dient om dat laatste te verstellen (dat kan namelijk helemaal niet), maar enkel voorzien is als steun voor eventuele navigatie. Damn. Om maar te zeggen: zelfs dit onderdeurtje zit pas uit de wind als hij zich richting het 5-inch tft’tje buigt. Een knap exemplaar weliswaar, dat een uitvoerig APRC-pakket (met onder meer cruise- en tractiecontrole) bevat, 4 rijmodi herbergt (Urban, Explorer, Offroad en het instelbare Individual) en makkelijk aan je mobieltje gelinkt kan worden.

2022 Aprilia Tuareg 660 test op Sardinië

Net zoals z’n platformbroeders RS 660 en Tuono 660 geniet de Tuareg 660 van de 270° paralleltwin, al schiet hij er wat pk’s (respectievelijk 25 en 15) bij in ten faveure van meer koppel en bruikbaar vermogen in lage en middelhoge toerentallen. Een uitstekende keuze voor dit type motor, die het veel minder van z’n eindspurt, dan wel directe gasrespons moet hebben. Het plaatje klopt helemaal; werd de Tuono pas wakker bij 4.000 toeren, dan zit je op de Tuareg al vol in het bruikbare toerengebied. Het gas enkele millimeters opendraaien en je komt op de meest vloeiende wijze van je plek, en ook om op te schakelen hoef je geen duizenden toeren te wachten. Heerlijk. In z’n vierd met vijftig door de dorpskern tuffen, of in tweede door het veld ploegen? De Tuareg vreet alles wat je ‘m voert, met een glimlach. En wat goedkeurend geplof uit de demper. Wat ‘n heerlijk ding. Moet je op de autosnelweg even vlug inhalen, dan maalt de Tuareg met gemak richting 170 km/u, maar daarna is het spreekwoordelijke vet van de soep. Niet dat meer nodig is, uiteraard.

Aprilia Tuareg 660: heerlijke machine

Dwingt de ondergrond je recht in de steuntjes, dan ligt het brede stuur met standaard handkappen uitstekend in de hand, laten schakelpook en achterrem zich ook met endurolaarzen erg fijngevoelig bedienen, en volgt de Aprilia Tuareg 660 gedwee je bewegingen. De bewegingsvrijheid in het lange en 860 mm hoge endurozadel is heerlijk, en dankzij het ranke silhouet van deze motor knots je nergens met je knieën tegenaan bij het offroaden. Het meeste werk heb je nog met het uitschakelen van tractiecontrole en ABS (zowel voor- als achteraan kan, of beide samen!), voor het betere werk. Daarvoor moet je – behalve een switch richting Offroad- of Individual-modus – ook nog even in het menu duiken. Went wel, maar de eerste keer zie je je kompanen wel snel honderden meters voorsprong nemen…

Op vlak van comfort aan boord, de volledig instelbare ophanging, stuurgedrag en de prestaties uit het geweldige blok gaan we helemaal voor de bijl: wat een heerlijke machine. Open doekje ook voor de achterrem, die – in tegenstelling tot z’n broertje op de Tuono 660 – erg veel feedback geeft en perfect te doseren is. Enkel de bijtgrage voorrem (offroad toch echt iets te happig) en de hoeveelheid negatieve veerweg (waardoor je de voorzijde wat moeilijk uit de veren trekt om obstakels aan te vallen) noteer ik bij de negatieve punten. Maar dat is het dan ook. Van dit drietal met voorsprong de motor die ik kies om kilometers te vreten, en bij gelegenheid in het veld te duiken.

Yamaha Ténéré 700 Rally Edition

We kregen van Yamaha de keuze voorgeschoteld om voor deze test voor een standaard Ténéré 700 te gaan, of de Rally Edition op te pikken. Terwijl beide versies perfect toegesneden zijn voor de offroad-insteek die we voor ogen hadden, opteerden we voor die laatste versie, aangezien die tot op de euro evenveel kost als z’n Italiaanse nemesis. De wit/rode kleurstelling was nog niet voorhanden, dus gingen we – zonder tegenzin, dat spreekt voor zich – voor de lichtblauw/zwarte (en verder identieke) versie uit 2021. Voor het surplus van 1.500 euro ten opzichte van de standaardversie, krijg je op de Rally Edition onder meer een rallyzadel, een Akrapovič slip-on uitlaatdemper, een motorbeschermplaat en radiatorprotector, een gegraveerde kettingbeschermer, tankgrips en handkappen. En zo komt hij ook standaard een stuk dichter bij z’n Italiaanse uitdager: beide machines pronken met potente 270° paralleltwins in het vooronder, hebben erg lange veerwegen (respectievelijk 210/200 mm en 240/240mm), 240 mm grondspeling, 21-inch voorwielen, (net als de Voge) Pirelli Scorpion Rally STR’s,…

Al blijft de kloof op bepaalde vlakken aanzienlijk groot – en dan vooral op het vlak van elektronische uitrusting. Waar de Tuareg 660 baadt in elektroweelde, is die op de Ténéré 700 beperkt tot één knop rechtsonder op het LCD-dashboardje, waarmee je middels een lange por het ABS achter uitschakelt. Zo, klaar. De resterende knoppen aan het stuur zijn voor verlichting, claxon, richtingaanwijzers en starten. Zelfs de knoppen voor de tripmeters en klok zitten als vanouds op het dashboard. Retro: 100%. Complexiteit: 0%. En dat kan in tijden van schier eindeloze schermtijd een hele opluchting zijn.

Perfect samenspel

Door dat stuur lopen overigens geen elektrodraden richting gasklephuizen, maar gewoon een goede, oude gaskabel. Al komt het waanzinnig soepel lopende CP2-blok van de Ténéré daar perfect mee weg: dat is zoals steeds een toonbeeld van clementie op de openbare weg, en het lichte on/off voel je enkel als er offroad echt traag en technisch gereden dient te worden. Op zo’n moment verkiezen we de verfijning van het elektronische gashendel op de Aprilia (het ietwat dokkerige Voge/BMW-blok belandt op dat vlak op een derde stek) om eerlijk te zijn. Maar qua snedigheid en uitacceleratie als de gaskraan opengedraaid mag worden, heeft de Yamaha weinig tegenstand te duchten. Een perfect samenspel tussen rechterpols en achterwiel. Lekker lineair doorjassen met koppel en vermogen van helemaal onderin (vanaf een kleine 2.000 toeren) tot net voorbij de 200 km/u waar je flirt met de begrenzer bij 10.000 toeren – dit blok is en blijft een juweeltje. Op, maar nog meer naast het asfalt, waar het allemaal wat ruwer en directer mag. Als je offroad gaat pushen gaat het LCD-dashboardje net zo fors trillen als het kuipwerk op de Voge, wat de afleesbaarheid uiteraard niet ten goede komt.

Test Yamaha Ténéré 700 Rally Edition

Voor kleinere rijders is deze Rally Edition met z’n 895 mm zadelhoogte wel even een dingetje. Eenmaal je been erover getild, zakt de Yamaha wel enkele centimeters door z’n poten, maar het blijft balanceren als je met de voeten aan de grond moet manoeuvreren. Eenmaal in het zadel zit je royaal ruim en mooi rechtop, met twee teennagels aan de grond en ligt het licht afhangende maar brede stuur (opvallend als je net van de Aprilia komt) goed in de hand. Het smalle en hoge windschermpje doet z’n best, maar bij hogere snelheden beukt de wind wel in op de flanken van je helm. Rechtopstaand knel je je knieën goed vast tegen de tank middels de gripzones en laat de achterrem zich goed bedienen. Insturen gaat met de minste input en ook zwaarder terrein brengt deze machine niet van z’n stuk. Een heerlijke gewaarwording, die je aanmoedigt om de grenzen van je kunnen op te zoeken.

Topding

De limieten van de KYB-ophanging? Daar botsen we ook tijdens een pittige offroadsessie niet tegenaan. Van de niet-instelbare (maar standaard uitstekend afgestelde) 43mm-USD-voorvork tot de qua veervoorspanning en uitgaande demping regelbare monoshock, slikken ze elke put en bult die we voor de wielen krijgen. Dat geldt zowel voor deze knaap van goed 65 kg als m’n iets beter in het vlees gehuisveste medetesters. One size fits (nearly) all, dat idee. De Aprilia is naar m’n gevoel nog iets preciezer te sturen, maar het verschil is gering. En op het onverhard is dit zonder omzien onze favoriet. We wikken en wegen onze woorden, maar als allroad leunt deze machine nog het dichtst aan bij een pure enduro. Topding.

Voge 650DSX

Die lage instap, dat korte eendensnaveltje, die opvallende koplamp halverwege z’n snuit… Opvallend, maar lelijk kunnen we dit liefdeskind niet noemen. Opvallend goed uitgerust ook: Nissin-remmen, Pirelli Scorpion Rally STR’s (net zoals z’n concurrenten), Kayaba-ophanging, ledverlichting, USB-laadpunt en zelfs een tft-schermpje met connectiemogelijkheden én bandenspanningsweergave. En ook nog valbeugels, carterbeschermplaat, middenbok en bagagedrager. Nee, er werd niet op het budget beknibbeld. Knap toch, voor dit prijskaartje. De flink verroeste ketting na goed 1.500 kilometers is een jammerlijk weggevertje van het laatste woord op de ‘made in’-sticker…

Test 2021 Voge 650 DSX: Strike the pose

BMW-mono

We hadden het al even over de lage instap, maar die geldt enkel als je ‘voorwaarts’ opstapt, terwijl de motor op z’n zijstandaard staat. Door de opvallende trap richting duozadel, bestijg je de DSX met een beenzwaai (de normale manier dus) veruit als lastigste. Eenmaal in het kuipzadeltje, valt op hoe diep je zit, hoe scherp je kniehoek daardoor wordt én hoe beperkt de bewegingsvrijheid is. Een beetje bizar en beklemmend, als je net twee rallyzadels onder de billen hebt gehad. Maar je zit wel mooi rechtop achter het in drie trappen verstelbare en efficiënte windschermpje – al moet je wel van de motor af, als je ‘m via een (ietwat lompe) knop wil verstellen. Wel op beknibbeld: één van de twee cilinders die z’n concurrenten hebben.

Een 652cc-éénpitter, waar hebben we dat nog gehoord? Daarvoor moet je even je geheugen opschudden tot de tweede helft van de jaren 90. BMW’s F650 had namelijk een (quasi) identiek blokje in het vooronder, en dat hoeft niet te verwonderen. Loncin, het moederconcern van Voge, heeft al jarenlang een alliantie met zowel de Beierse motorbouwer als met MV Agusta en Honda. In ruil voor de productie – blokken en motorfietsen – voor die merken, mag Loncin – en Voge – putten uit de technische bouwplannen van z’n klanten. En zo wordt ook het onverslijtbaar geachte monocilindertje uit de F-reeks opgevist. Én door Euro 5 geloodst, wat ze met een siliconesticker op de tank dubbel duidelijk maken. Oud, maar goud. En zeker niet versleten.

Daarbij moet je uiteraard wennen aan het afwijkende karakter ten opzichte van de pittige 270° twins van z’n testgenoten: alles trilt, van onderin tot bovenin. En met 48 pk is hij dan wel hapklaar voor A2, maar komt-ie vermogensgewijs niet in de buurt van de Yamaha (73 pk) en de Aprilia (80 pk). Maar daar stoppen de bedenkingen wel, want mede door de fijn afgestelde Bosch-injectie (tegenover de carbs van weleer) pruttelt de mono lekker kwiek door de toeren.

Beetje stug en stijf

Op de openbare weg is deze knaap op z’n best bij een korte opeenvolging van bochten, waarbij je fiks op de motor kan afremmen, naar wens in de uitstekende bak roert en snel op het gas kan voor een pittige acceleratie. Op lange rechte stukken – en bijgevolg voor langere reizen – verkiezen we het vloeiendere en breder uitgesmeerde motorkarakter van z’n kompanen. Da’s overigens geen verwijt, elk z’n sterkte. Offroad trekt deze Chinese uitdager er overigens goed aan qua gasrespons (niet verfijnd, wel pittig), waarbij het een plezier is om het ABS uit te schakelen (middels een simpel knopje op de linker stuurhelft) en z’n staart al remmend (via de uitmuntend presterende Nissins) om de hoek te krullen en ‘m flink de sporen te geven.

Om ‘m ook naast het asfalt te kunnen inzetten, mikte Voge veerelementen van Kayaba (niet-instelbare 41mm-USD voor, op veervoorspanning instelbare monoshock achter) onder z’n 650DSX, die voor een veerweg van 180 mm halen (achteraan onbekend) en de grondspeling naar 200 mm tillen. Ruim voldoende dus om licht onverhard te verteren, maar echt enduro is te hoog gegrepen. Ook de keuze voor een 19-inch voorwiel ten opzichte van de 21-inch wielen van z’n concurrenten speelt ‘m hierbij parten. Wat wel opvalt, is dat de Voge zich minder soepel laat wiegen dan z’n concurrenten – het voelt een beetje stug en stijf. Een gevoel dat zich vooral bij lage snelheden manifesteert, evenals bij het verplaatsen van de motorfiets aan de hand. Een drooggewicht van 206 kg voelt niet enkel zwaarder aan, het is het ook: zowel de Japanner als de Italiaan zijn met een rijklaargewicht (!) van 204 kg een stuk minder gewichtig. De DSX laat zich lastig in neutraal duwen, iets waar ook de Tuareg wel een handje van weg heeft.

Conclusie

Nog voor we het water uit onze endurolaarzen gieten, en een dampend bakje troost inschenken is het oordeel wat mij betreft gemaakt. De Voge 650DSX is zowel qua motorblok, verfijning als qua prijs een outsider in deze test, maar hij ontgoochelt zeker niet. Een pittige, herrezen ééncilinder die gespekt wordt met kwalitatieve componenten en opvallende elektronica, die onze goedkeuring en bewondering geniet op en naast het wegdek maar er nooit bovenuit steekt. Echt partij voor z’n twee uitdagers is hij niet, als we eerlijk zijn – een leuk alternatief voor een minder gevulde beurs zeker wel. Wat rest is een nek-aan-nekrace tussen de Japanse – wegens gebrek aan uitdagers – regerende allroadkeizer en de Italiaanse troonpretendent. Ze ontlopen elkaar qua insteek slechts in de details, maar de pure simpliciteit van de Ténéré staat wel lijnrecht tegenover het met elektronische vangnetten gelardeerde modernisme van de Tuareg. Waarbij we het gebruiksgemak, de no-nonsense attitude en offroadcapaciteiten van de Yamaha als eerste over een modderige finish zien denderen. Maar door de verfijning, het rijcomfort en het stuurgedrag krijgt de Aprilia de bloemen als het gedeelte offroadrijden tot een minimum beperkt blijft. Beiden kunnen het perfect aan – begrijp me niet verkeerd. Maar waar de Ténéré echt smeekt om onverhard, is dat bij de Tuareg eerder een leuke bonus bovenop z’n heerlijke asfaltkwaliteiten. Budgetgewijs ontlopen deze twee elkaar niet, dus is het wat ons betreft enkel een kwestie van jouw persoonlijke voorkeur qua ondergrond.

Plus/min

Pluspunten Aprilia Tuareg 660

  • Geweldige machine op de openbare weg en ernaast
  • Potent blok, heerlijke bak en boterzachte gasrespons
  • Bewegingsruimte in het zadel

Minpunten Aprilia Tuareg 660

  • Behoorlijk wat negatieve veerweg, wat lift op de neus bemoeilijkt bij offroad
  • (Erg uitgebreide) handleiding is broodnodig
  • Lange opstarttijd

Pluspunten Voge 650DSX

  • Prijs/kwaliteit valt er weinig op af te dingen
  • Blokje is niet van de jongste, maar dat is er amper aan te merken
  • Tft’tje met connectiviteit en bandenspanningsmeter: niet evident in deze prijsklasse!

Minpunten Voge 650DSX

  • Trillingen die inherent zijn aan een mono vallen nog meer op naast de twee twins
  • Voelt erg zwaar aan bij lage snelheid
  • Bizarre zadelvorm

Pluspunten Yamaha Ténéré 700 Rally Edition

  • Dat blok. Dikke liefde voor het uitgekiende samenspel tussen souplesse, koppel en vermogen.
  • Offroad met voorsprong de favoriet in deze test.
  • Eenvoud troef, van het kabelbediende gas tot de knop om het ABS mee uit te schakelen.

Minpunten Yamaha Ténéré 700 Rally Edition

  • Erg hoge zit, lastiger voor kleinere rijders.
  • Voor exact evenveel euro’s koop je motor die generaties jonger lijkt (en beter uitgerust is) bij Aprilia
  • Wil je de knappe retro-kleurstelling dan moet je bijbetalen voor het hele Rally-pakket.

Oordeel van de medetestrijders

Thierry Sarasyn, redacteur

Ik had verwacht dat de motoren vrij dicht bij elkaar zouden staan, maar ze waren verrassend verschillend. Elk van de motoren doet exact wat ervan gevraagd wordt, maar de manier waarop, is telkens anders.

De Voge is iets minder krachtig en heeft een raar zadel. Je zit erg laag en de passagierszit is verrassend hoog. Dat is weinig comfortabel als je groot bent als rijder, maar daar staat tegenover dat kleinere rijders niet eens het been over dat hoge passagierszadel gezwaaid krijgen. Beetje raar. Maar het blok en rijwielgedeelte zijn goed op elkaar afgesteld en de Voge is prettig om mee te rijden. Hij biedt waar voor zijn geld. Dat doen de andere twee ook, maar die zijn duurder. De conclusie ligt voor de hand.

Op de weg is de Aprilia Tuareg 660 heerlijk om mee te rijden. Waanzinnig blok, gekoppeld aan het meest uitgebreide elektronicapakket en een strak rijwielgedeelte. Ik vond de snoet op deze versie wat raar ogen. Je moet wat wennen aan het brede stuur, maar hoe dan ook is dit zondermeer een mooi debuut in deze klasse.

De Ténéré 700 was mijn favoriet. Superlatieven schieten tekort voor het CP2-blok. De bouw van de Ténéré is efficiënt. Op de weg en ernaast en hij doet alles wat je wilt en meer. Bijna zo goed als een enduro en heerlijk om mee te rijden op de weg. Eenvoudig om te bedienen, geen overbodige franjes. De simpele knop waarmee je het ABS achter uitschakelt, illustreert de doordachte eenvoud die van deze Yamaha een topper maakt.

Gijs Gilis, redacteur

Het is pas in een vergelijkende test als de ware aard van motoren naar boven komt. Dat je echt de verschillen voelt tussen de motorfietsen. Dingen die je opmerkt of beseft als je op één dag kunt switchen van motorfiets. Zo reed ik eerder al ettelijke kilometers met de Voge 650DSX, een Chinese premiumfiets die qua afwerking en looks makkelijk mee kan met de huidige Japanse en Europese motoren. Sterker nog: onze fotograaf had de 650DSX nog nooit gezien en dacht oprecht dat het een Honda was. Om maar te zeggen…

Eenmaal onderweg met de Voge gebeurt er weinig spannends. De monocilinder levert een rijbewijs A2-interessante 48 pk en doet alles wat moet. Sensaties moet je niet verwachten, maar vreemde verrassingen ook niet. Hij rijdt, remt, stuurt en gedraagt zich prima. Zonder meer. Ook het comfort is goed, hoewel het zadel te laag is voor mensen groter dan 1m80. Je knieen gaan er nogal vreemde plooien aan overhouden, en da’s nooit leuk.

Ook offroad kon de Voge in deze test zijn mannetje staan naast het geweld van Yamaha en Aprilia. Veel pk’s heb je daar niet nodig, maar wel veel grip van de goede Pirelli Scorpions, een stabiele machine als je in een put sukkelt en een goede gasreactie om daar zonder veel drama uit te rijden. De Voge levert al die opgesomde delen moeiteloos. Toch merk je dat het allemaal wat minder verfijnd is als de Ténéré 700 en de Aprilia Tuareg 660, zowel on- als offroad. Dat voel je in de motorreactie, het reageren van het frame op wegoneffenheden of hard remmen, en ook het gewicht. Het prijsverschil moet natuurlijk ergens in zitten. De eindstand is voor mij dan ook heel duidelijk: focus je op offroadrijden? Ga voor de Yamaha. Die is gewoon het puurst en geeft je de meeste ongefilterde voldoening. Rij je vooral op het asfalt? Kies dan de Aprilia. Die is wat comfortabeler dan de rest, zowel qua elektronica als zadel, en heeft wat meer motorreserve. Kun je geen van die twee betalen? Dan is de Voge voor jou. Je zult er (als eerste motor) zeker geen spijt van krijgen.

V.l.n.r. Thierry Sarasyn, Jelle Verstaen en Gijs Gilis.

Boeteregen door verwijderen waarschuwing trajectcontroles België

0

In veel Belgische gemeenten regent het boetes voor snelheidsovertredingen door de onaangekondigde activering van trajectcontroles en het (tegelijkertijd) verwijderen van waarschuwingsborden.

België staat vol met trajectcontroles. Vooral in Vlaanderen worden ze in ijltempo geïnstalleerd. Er zijn 225 trajectcontroles gepland, waarvan een groot aantal al geactiveerd is. De overige controlepunten worden de komende maanden aangezet. In Wallonië staan ‘slechts’ 25 trajectcontroles gepland, waarvan een deel nog aangelegd moet worden. 

Hoewel in de afgelopen weken verscheidene nieuwe trajectcontroles werden geactiveerd, liet de federale politie het na om de gemeenten daarvan op de hoogte te brengen. Tegelijkertijd werden ook op veel plekken de waarschuwingsborden voor trajectcontroles verwijderd door het Belgische Agentschap Wegen en Verkeer. Het gevolg was een enorme hoeveelheid boetes in sommige regio’s.

Wil je weten waar de trajectcontroles in België zijn? De trajectcontroles van Vlaanderen vind je hier. Klik hier voor de trajectcontroles in Wallonië.

Bron: AD

KTM 1290 RR Legend Series: Oberdan Bezzi beeldt het zich in

0

KTM is beroemd geworden dankzij offroad races en is nu een wereldwijd merk dat zich bezighoudt met allerlei soorten motoren. Dus waarom geen Legend Series, maar dan op de weg? Dit is het nieuwste voorstel van Oberdan Bezzi, die de 1290 Super Duke RR op deze manier heeft geherinterpreteerd.

KTM is een succesvol en voortdurend groeiend merk, zowel qua verkoopcijfers als qua uitbreiding van het gamma. Hoewel deze reis begon in het begin van de jaren negentig, toen Stefan Pierer het merk overnam, had KTM buiten Europa al naam gemaakt met zijn uitstekende enduro motoren.

Oberdan Bezzi fabriceert BMW F 702 R

Ontwerper Oberdan Bezzi baseert zich op de vormen en kleuren van die periode en stelt een Legend Series voor, te beginnen met een herziene 1290 Super Duke RR.

‘Vandaag de dag – schrijft Bezzi op zijn FB-pagina – is KTM een universeel bekend en gewaardeerd merk, van offroad tot MotoGP. Maar voor zover ik weet, was het decennium tussen de jaren 70 en 80 echt het decennium van de ‘K’, zoals ze dat toen plachten te zeggen. Dit was te danken aan de prachtige motorcross- en enduromotorfietsen die de fabrikant jaarlijks aanbood, steeds verbeterd en aantrekkelijker en vooral succesvol.

Er was geen liefhebber die er niet een wilde en alle andere fabrikanten moesten het doen met de prachtige Oostenrijkse motoren om enige kans op verkoopsucces te hebben.’

Volgens Bezzi zou op basis van die periode misschien een Legend Series mogelijk zijn. Voor de hand liggend zou een terreinmotor zijn geweest, maar Bezzi koos voor een hypernaked op basis van de 1290 Beast. ‘Een nieuwe interpretatie van KTM’s wildste en meest iconische motorfiets,’ voegt hij eraan toe.

Zijn 1290 RR heeft een minder hoekig uiterlijk dan het origineel, met erfgoedelementen in het kuipwerk en de nummerplaten. Ook de kleuren zijn historisch, het hemelsblauw dat beroemd werd door de enduromotoren en het wit van de motorcrossers met grotere cilinderinhoud die midden de jaren zeventig raceten.

Colove Excelle 400RR doet 400cc-viercilinders herleven

0

Het economische hoogtepunt van de Japanse bubble resulteerde in de ontwikkeling van enkele van de meest verbazingwekkende motorfietsen die ooit de showrooms bereikten. Variërend van de Honda NR750 met ovale zuigers tot 250cc-viercilinder sportjuweeltjes. Maar de generaties 400cc-viercilinder motorfietsen die in die tijd verschenen, waren een echt hoogtepunt. De Honda CBR400RR en VFR400R, Yamaha FZR400, Suzuki GSX-R400 en de Kawasaki ZXR400 boetseerden een generatie van coureurs, door superbike-technologie in minipakketten aan te bieden. Vandaag de dag zijn het verzamelobjecten, ook omdat de huidige emissie-eisen hoogtoerige motorblokken met een kleine inhoud moeilijk zijn om te maken. Moeilijk, maar niet onmogelijk; de Kawasaki ZX-25R, die alleen in Azië te koop is, is de eerste nieuwe 250cc-viercilinder straatmotorfiets in tientallen jaren en naar verwachting zal er in de toekomst ook een 400 cc afgeleide komen. En nu doet ook het Chinese merk Colove mee.

Vervangt nieuwe Honda Hawk de CB1100?

De motorfiets zal vermoedelijk draaien in Colove’s zelfontworpen 400cc-viercilinder motorfiets, naar verluidt goed voor 72 pk.

Colove, dat ook onder de naam Kove door het leven schijnt te gaan, verkoopt zijn motoren in China onder de naam Excelle en toonde eind vorig jaar zijn nieuwe 400cc-viercilindermotor, met geclaimde prestaties van 72,4 pk bij 13.500 tpm en 44 Nm-koppel bij 12.000 tpm. De rode lijn komt pas bij 16.000 tpm. Met dat vermogen ligt de motor beduidend boven de top van de oude Japanse 400cc-viercilinders van drie decennia geleden. De meeste hadden een piek van rond de 60 pk. Dat is grotendeels te danken aan een zeer hoge compressieverhouding van 13:1 en een extreem overvierkante boring en slag, bij 59,0 mm x 36,5 mm, om de motor zijn hogetoerentrekkarakter te geven. De motor zelf is volledig in eigen huis ontworpen en is niet het soort badge-engineering project waar Chinese bedrijven berucht om zijn.

Voorlopige schetsen van de 400RR tonen designinvloeden van Ducati en MotoGP, zoals het frame, de achterbrug en de lakkleur.

De motor werd onlangs aan het publiek getoond tijdens een presentatie van de toekomstplannen van het bedrijf, waarbij ook de eerste tekeningen werden getoond van de motorfiets waarop hij zal worden gemonteerd. Die machine, de 400RR, heeft een trellis-stijl frame en een enkelzijdige achterbrug die, samen met de rode lak die voor de schetsen is gekozen, iets van een Ducati-gevoel geven. Het is echter verre van een kopie; de centrale luchtinlaat tussen de lampen geeft het model een kenmerkende snuit, en de onvermijdelijke winglets zijn eronder samengevoegd tot wat een enkele vleugel lijkt te zijn, een beetje zoals de laatste Aprilia MotoGP-machines.

Met een beloofd gewicht van minder dan 160 kilo zou de Colove 400RR, als hij zijn geclaimde vermogen kan waarmaken, zeer indrukwekkende prestaties moeten leveren. De topsnelheid bedraagt naar verluidt meer dan 220 km/u, wat meer is dan je van de meeste oude Japanse 400cc-viertjes kunt verwachten. Of de motor kan voldoen aan de internationale emissienormen, met name de strenge Euro 5-grenswaarden die al een einde hebben gemaakt aan de verkoop van diverse 600cc-viercilindermodellen met hoog toerental, blijft een belangrijke vraag.

Colove presenteerde ook andere ontwerpen, die nog in ontwikkeling zijn, zoals deze 800cc adventure-style 800X.

De 400RR is ook niet de enige interessante machine van Colove. Tijdens dezelfde presentatie onthulde het bedrijf ook schetsen van drie nieuwe 800cc-paralleltwinmotoren, die allemaal een motor gebruiken die duidelijk lijkt op het LC8c-ontwerp van KTM. De eerste, een adventure bike met de naam 800X, is al eerder in prototypevorm getoond, maar de schetsen op de presentatie toonden een heel andere stijl, waarbij de snavelachtige neus van het showmodel werd vervangen door een meer Africa Twin-achtige vorm met een laag gemonteerd voorspatbord.

Deze 800R gebruikt ook een 800ccparalleltwin, maar heeft een meer naakte roadster styling.

Andere ontwerpen waren de 800R, een naked roadster met een vleugje Kawasaki Z1000. Het model lijkt gebruik te maken van een gegoten aluminium half-frame, zoals de Aprilia RS 660 en Tuono 660, maar met een enkelzijdige achterbrug. Dezelfde motor, het frame, de achterbrug en de wielen komen ook terug op de geplande 800RR, een sportmotor die samen met de naakte machine wordt ontwikkeld.

Chinese BMW R 1250 GS kloon: Moxiao MX500-7D

Eerste blik: Ducati XDiavel Nera

0

In 2021 introduceerde Ducati een nieuwe strategie bij de aankondiging van een nieuw model: Het creëerde een serie van wat het noemde ‘afleveringen’, net als de afleveringen in een televisieserie. Elke aflevering introduceerde een nieuw karakter…, motorfiets. De hele affaire was een boeiend concept dat Ducati’s creativiteit, passie, techniek en design onderstreepte. Zelfs als een motorfiets niet helemaal nieuw was, waren de evenementen uitstekende stukjes emotioneel motorrijden. En sommige machines, zoals de DesertX, waren ronduit revolutionair, een intrusie in Ducati’s traditionele line-up.

Nu is het tijd voor de eerste aflevering van het seizoen 2022, de zevende in de wereldwijde reeks. De nieuwe XDiavel Nera gaat minder over technische innovatie en meer over exclusiviteit en emoties. De derde variatie op de XDiavel-powercruiser, in de beste Italiaanse motorindustrie traditie zal het een genummerde, gelimiteerde (500 stuks) editie zijn.

De Diavel-modellen hebben zich altijd onderscheiden van het conventionele Ducati-imago, en misschien om die reden zijn ze in de ogen van de Ducatisti een beetje in de vergetelheid geraakt. Gezien dat, is de XDiavel Nera een noodzakelijke oppepper van het geheugen, die een verhoogd niveau van elegantie, verfijning en exclusiviteit brengt.

Ducati Unica: jouw one-off uit Borgo Panigale

Pure Diavel, onderhuids

De XDiavel Nera deelt dezelfde basistechnologie, mechanische componenten en hetzelfde design als de andere twee XDiavels, de XDiavel S en XDiavel Dark. Dat betekent dat het motorblok een zeer flexibele editie is van de Testastretta-krachtbron, een 1262cc-90-graden V-twin met variabele desmo-klepoverbrenging en dubbele bougies, die 160 pk genereert bij 9.500 tpm en 127 Nm-koppel bij 5.000 tpm, allemaal uiteraard Euro 5-conform. Ook het chassis is ongewijzigd: het trellisframe met stalen buizen zorgt voor een lange wielbasis van 1.615 mm, een hellingshoek van 30 graden en een spoorbreedte van maar liefst 129,5 mm, de meest extravagante in Borgo Panigale.

De XDiavel Nera is uitgerust met Pirelli Diablo Rosso III-radiaalbanden (20/70-17 voor en 240/45-17 achter) en rolt op elegante, gesmede en machinaal bewerkte aluminium wielen. De eindaandrijving is via een riem, exclusief voor de XDiavel lijn in het Ducati modellen gamma. De elektronische suite is gebaseerd op een zes-assig inertieel platform en bevat alle meest geavanceerde veiligheidsfuncties, zoals ABS in de bochten. Een 3,5-inch TFT-scherm geeft het instrumentarium weer, met exclusieve animatie en verlichting.

De troon van een koning

Zoals de naam al doet vermoeden, is de XDiavel Nera uitgevoerd in zwart-op-zwart met felrode accenten, zoals op de voorrem (Brembo-remklauwen met vier zuigers) en de kleppendeksels van de motor. Maar het echte vleugje elegantie komt van het zadel. Deze is speciaal met de hand gemaakt door Poltrona Frau, een Italiaanse specialist die bekend staat om zijn exclusieve, hoogwaardige lederen fauteuils, interieurbekleding van Ferrari en Maserati en modeaccessoires. Poltrona Frau heeft eigen leerbehandelingen ontwikkeld die zowel een nappa-achtige zachte touch als absolute duurzaamheid garanderen. En dat is wat voor de XDiavel Nera wordt gebruikt. Het zadel kan optioneel een kleine rugleuning voor de passagier omvatten, en is verkrijgbaar in vijf kleuren: klassiek Poltrona Frau Siam Red, Steel Blue, Concrete Gray, India Brown, en Selva Green. Ze zijn allemaal dubbel gestikt en nauwkeurig gevormd, een echt staaltje van het beste Italiaanse vakmanschap. De XDiavel Nera wordt geleverd met een sleutelhanger en een documenthouder in hetzelfde leder.

Test: 2022 BMW K1600B / Grand America / GT / GTL

0
BMW K1600B

BMW verfriste kort voor de jaarwisseling z’n reisgerichte vlaggenschip, de K1600, in al z’n versies. Naast een Euro5-badge kreeg de hele familie ook een nieuw elektronisch motormanagementsysteem, een gigantisch 10,25-inch TFT-scherm, de nieuwe generatie ESA-vering, (adaptieve) ledverlichting,… Genoeg updates om een selectie journalisten richting Malaga te verschepen om de nieuwe 2022 BMW K1600B / Grand America / GT / GTL aan de tandwielen te voelen.

TestlocatieMalaga, Spanje
TestomstandighedenAanvankelijk mistig en motregen, nadien droog maar grijs. Frisjes ook.
TemperatuurGraadje of 12.
Testkilometers140 km op de openbare weg
BijzonderhedenOver bovenstaand (beperkt) aantal kilometers kregen we de vier versies onder de billen.

Waarom rijden we de 2022 BMW K1600B / Grand America / GT / GTL?

Omdat we wel eens willen weten of een boegbeeld als de K1600 overeind blijft na een nietsontziende Euro5-keuring. En ook: een test van het rijdend equivalent van een zopas gerenoveerd vijfsterrenhotel, aan de Costa del Sol. Zou jij een dergelijke uitnodiging afwijzen?

Er moet me even iets van het hart: tot m’n schande had ik nooit eerder met de K1600 gereden. Nochtans was daar ruim voldoende kans toe geweest, want deze mastodont werd ruim een decennium geleden al in de markt gezet door BMW. De K1300GT vierpitter moest plaats maken en de K1600GT fietste het gat in het touringgamma meteen stevig dicht. Niet veel later volgde al een nóg rijkelijker uitgedoste K1600GTL. In 2017 zwol de familie aan met twee Amerikaanse telgen: de K1600B en de K1600 Grand America. Die laatste twee zijn in wezen dezelfde motorfietsen als de GT en de GTL, op vijf belangrijke verschillen na: het windscherm (kleiner en ‘gerookt’), het stuur, het zadel, de toevoeging van treeplanken en het afwijkende subframe achter (afhangend, voor de ‘bagger’-look). Het motorblok, het (hoofd)frame, alle elektronica en de Dynamic ESA-ophanging zijn op alle telgen identiek. De GTL is gewoon de opgedirkte versie van de GT en de Grand America is de beter uitgedoste versie van de Bagger.

BMW F850GS Adventure vs. BMW R1250GS Adventure

Vijf jaar later heeft de voltallige K1600-familie de Euro5-bijl overleefd en oogt ze frisser dan ooit. Echt verwonderen hoeft dat niet, want als er één motormerk kan bogen op ervaring met zescilinders, dan wel de dames en heren uit Beieren: de nauwe band tussen de vier- en tweewielerafdeling van BMW heeft de Motorrad-tak daarbij allerminst windeieren gelegd. Meer nog, niet alleen is deze zespitter door de EU5-normering gedarteld, hij heeft aan kracht gewonnen in plaats van verloren. Zo presteert de zes-in-lijn nu 180 Nm in plaats van 175 Nm bij 5.250 tpm én perst het machtige blok er nog steeds 160 pk uit. Die pk’s worden overigens 1.000 toeren eerder de stal uit gezwiept dan voorheen (bij 6.750 tpm, in plaats van 7.750 tpm op z’n voorganger).

D(r)eun

Samen met de nieuwe stempel in z’n paspoort, rolt elke K1600 nu ook de fabriek uit met MSR (een systeem dat voorkomt dat het wiel blokkeert bij abrupt terugschakelen), een verbeterde versie van BMW’s Dynamic ESA die de demping aanpast naargelang de rijmodus en belading, adaptieve ledverlichting en het 10,25 inch TFT-scherm met connectiviteitsmogelijkheden dat je al kent van de meest recente RT. Connectiviteit betekent ook dat je mobieltje het best in de buurt kan zijn; daarvoor hebben de Duitsers een waterdicht, geventileerd én van USB-laadpunt voorzien opbergvak voorzien bovenop het dashboard en veilig achter het windscherm verborgen.

Mooi zo. Op de GTL en de Grand America – respectievelijk de overtreffende trap van de GT en de B – is ook de audio-installatie standaard en volledig vernieuwd. Maar eigenlijk zit de beste d(r)eun verscholen achter de startknop. Samen met de indrukwekkende ‘tablet’ voor je neus, komt immers ook de fenomenale zescilinder tot leven. Had Lynyrd Skynyrd met z’n pas op de versterkers ingezette Simple Man m’n nekhaar al in de juiste richting gestuwd, dan komt het helemaal recht te staan door het monotone gehuil uit het vooronder. Een korte draai aan het gas, een zware ronk en wat naverbranding in de pot, en ook de pels op m’n armen moet eraan geloven. Allemachtig, wat een soundtrack.

Potige kereltjes

Zo indrukwekkend als de opgebokte K1600B voor m’n neus oogt, zo verduiveld zwaar voelt hij aan als ik ‘m van z’n middenbok duw voor m’n eerste meters aan boord. De volle 344 kg, ofwel ruim vijf keer het gewicht van ondergetekende gespierde fietspomp, da’s geen zekerheid om in bedwang te houden. Ook niet met een zadelhoogte van amper 750 mm en twee voetzolen vlak op het asfalt geplant. De middenbok is één ding, maar als je ‘m van de zijstandaard moet liften, kan je je ‘legday’ maar beter niet overgeslagen hebben. Pfieuw. Gelukkig steekt bij deze Mr. Hyde ook een Dr. Jekyll onder z’n schizofrene kuipwerk: eenmaal aan de rol voelen de K1600’s bijlange na zo zwaar niet meer als bij stapvoets manoeuvreren. Toegegeven, ‘t is even wennen aan de massa in beweging als je stapvoets een helling oprijdt, of ‘m om de eerste rotonde moet krullen. Maar vanaf de eerste millimeter afrol op de gashendel zoemt de K zo soepel als maar kan van de plaats, laat hij zich met één hand op elke gewenste hellingshoek brengen en vlakt de ESA elke put of bult uit tot een lichte deining. Een quasi instant gevoel van vertrouwen dat je even doet vergeten dat je met bijna een half ton onderweg bent, maar dat hou je best wel in het achterhoofd. Want hoe verleidelijk het ook is om de K op te poken; als je iets te voortvarend de bocht in duikt, wil de massa wel nog steeds naar de buitenkant van de bocht. Het vochtige wegdek zal dat tijdens onze testrit meermaals duidelijk maken – ook goed voor kippenvel en een stroompje angstzweet langs de ruggengraat. Gelukkig is ook het hele elektronische vangnet van de partij, presteren de remmen uitstekend en komen we nooit echt helemaal in de problemen.

Voordeel van de massa

Een korte passage over de snelweg maakte enkele zaken klaar als een klontje. Eén: het blok is onvermoeibaar, en heeft een overschot aan vermogen en koppel bij elk toerental – waanzinnig hoe hard deze knaap van helemaal onderin tot tegen de begrenzer blijft sleuren. Moeiteloos. Twee: het windscherm is middels een por van je linkerduim traploos en elektrisch te verstellen, én zet je niet enkel gevoelsmatig uit de wind. Er wordt – mede dankzij het brede kuipwerk, uiteraard – een soort windvrije bubbel rond de rijder opgetrokken, waarin je mits wat extra volume perfect naar je radio of afspeellijsten kan luisteren. Ook op het korte, gerookte schermpje van de B en bij 120 km/u overigens, waarvoor hulde. Tot slot valt ook op hoe stabiel de K blijft; zelfs als een stevige zeebries ons normaal naar een ander rijbaan had geblazen, geeft deze machine geen krimp. Het voordeel van de massa.

Een koffiestop na de fotoshoots is een welkome pauze om even in de menustructuur te duiken. Op deze machine zitten namelijk zoveel knopjes en functies dat je ze amper rijdend kan ontdekken en bijstellen zonder in de dichtstbijzijnde gracht te sukkelen. Het gigantische scherm kan dienen als standaard dashboard, maar kun je middels wat gepruts met de knoppenwinkel ook splitsen: zo krijg je verspreid over het scherm alle info over je rit en centraal je navigatie, een kaart of zelfs je gekozen audio in het groot afgebeeld. Dieper in de menustructuur – nogmaals, doe maar bij stilstand… – kan je je vering naar wens aanpassen, handvat- en/of zadelverwarming inschakelen, de spanning in je banden checken en dies meer. Al is dat tijdens de rit zelf te veel gedoe, dus heeft BMW ook vier ‘favorietenknoppen’ in de kuip, ter hoogte van je linker scheenbeen: daarmee kan je elke functie met één duw op de knop oproepen. Bij ons zat onder ‘1’ een overzichtskaart van de omgeving, bijvoorbeeld.

Topzwaar

Een bakje troost later was de weg een beetje verder opgedroogd dankzij de aanhoudende wind, en wissel ik de sleutels van m’n Bagger in voor die van een GTL om daarmee de rest van de fotoshoot af te werken. Waarbij meteen de extra kilo’s opvallen – nog eens veertien kilo extra, da’s best pittig. Aangezien we meteen enkele bochten ronden voor de camera, valt ook op waar het extra gewicht zit: de potige topkoffer-met-ruggensteun voegt niet enkel grammen toe, maar plaatst ze ook helemaal bovenop. Waardoor deze jongen erg lastig van de zijstandaard komt (zeker op de helling waar wij geparkeerd stonden) en bij het insturen flink topzwaar aanvoelt. Een kwestie van wennen, want iets later krullen we ‘m door het landschap alsof we nooit anders deden.

Toertest Harley-Davidson Pan America 1250 Special

Toch grijp ik na het schieten van de plaatjes naar de sleutels van één van de lichtere machines in de rij: de GT is de versie waarop ik de kwiekste kilometers van de test zal afmalen. Mooi rechtop in het zadel, achter een groter windscherm – da’s een stuk actiever om de bergsecties mee aan te vallen. Ook de voorrijder heeft het opgedroogde wegdek gezien, want het tempo gaat meteen flink omhoog. Net zoals m’n mondhoeken, trouwens. Als er gepookt moet worden, weet de zespitter onderin wel raad. Wat rest is de motor mooi rechtop richting bocht te loodsen, flink aanremmen, ‘m met een lichte impuls op hellingshoek brengen, en vooral niet te vroeg op het gas gaan. En vervolgens breed grijnzend genieten van het gehuil onderin, tot het landschap in warpsnelheid aan je voorbij flitst.

Conclusie 2022 BMW K1600B / Grand America / GT / GTL

Met die waanzinnige soundtrack en de scheepslading aan vermogen en koppel, is het verdraaide lastig om niet als een dolleman op het gas te gaan en de bochten aan te vallen alsof je leven ervan af hangt. ‘t Is een kwestie van mindset: het kàn in principe, maar het moet niet. Het overschot aan power als een geruststelling, een buffer. Want als er één ding is dat deze 2022 BMW K1600’s geweldig doen, dan is het rustig toeren. Boterzacht op het gas, mooi rechtop (achterover gekanteld) in het zadel. Afgesneden van de rijwind, in alle luxe, met een elektronisch veringpakket dat elke oneffenheid wegfiltert tot een lichte deining. Het gevoel van een opblaasbootje op een rustige oceaan, lekker dobberen en genieten van de rust om je heen. Voor duizenden kilometers aan een stuk als het moet. Een rustig deuntje van je favoriete playlist op de achtergrond. Al is er wel één maar: je kan bovengenoemd overschot aan vermogen of die buffer het best ook op je bankrekening hebben, want je telt minstens 30K neer voor je nieuwe K1600…

Pluspunten 2022 BMW K1600B / Grand America / GT / GTL

  • Een vijfsterren hotelkamer op wielen
  • Motorblok
  • Stuurt verrassend licht voor zo’n…

Minpunten 2022 BMW K1600B / Grand America / GT / GTL

  • …zware jongen
  • Ingewikkelde knoppenwinkel en menu’s

Chinese BMW R 1250 GS kloon: Moxiao MX500-7D

0
Moxiao MX500-7D

BMW R 1250 GS kloon: Moxiao MX500-7D. De Chinese motorfietsfirma Moxiao is een professionele copycat, en lijkt in het bezit te zijn van een ultramoderne kopieermachine waarmee ze elke populaire Europese motorfiets die ze maar willen, onmiddellijk kunnen klonen.

Het Chinese bedrijf heeft zijn interpretaties van de Ducati Streetfighter V4, Ducati Panigale V4, en zelfs de Superleggera V4 op de markt gebracht – allemaal met een anemische 471cc paralleltwin, die op zichzelf een nagemaakt Honda CB500 blok is. Wel, verrassing, verrassing, de volgende motorfiets die door het kopieerapparaat gaat is niemand minder dan de Beierse bruut, de BMW R 1250 GS. Op het eerste gezicht is het onmogelijk dat deze motorfiets ook maar in de buurt komt van de grootte, het gewicht en de omvang van de GS, maar dat weerhield Moxiao er niet van om zijn best te doen.

In China gaan ze lekker door: GT Jidijie 750

De Moxiao MX500-7D heeft een bodywork dat vergelijkbaar is met dat van de R 1250 GS. Hij heeft zelfs de iconische asymmetrische koplamp en bijpassende carrosseriedelen die eruit zien alsof ze wel wat uitlijning kunnen gebruiken. Ik bedoel, kijk eens naar die ongelijke paneelnaden. Voor de rest zien we gelukkig geen imitatie van BMW’s Telelever-voorkant, maar een conventionele telescopische omgekeerde voorkant die waarschijnlijk een vorkdichting zal verbrijzelen bij een enkele wheelie – als hij al kan wheelie-en.

De motor van de Moxiao MX500-7D wordt aangedreven door een 471 cc, 180 graden, paralleltwin motor die op zichzelf ook een imitatie is. Het is een “reverse-engineered” Honda CB500 blok. Verwacht met 45 pk geen halsbrekende acceleraties, zeker niet als je bedenkt dat deze motorfiets droog 217 kilogram weegt. Dit gezegd zijnde, is het niet waarschijnlijk dat de Moxiao MX500-7D zijn weg zal vinden naar andere markten, zelfs niet als een rebadged, lichtjes herontworpen model.

Moxiao MX500-7D

Harley-Davidson Sportster S rijdt 24-uurs record in India

0

Harley-Davidson is nooit gestopt met investeren, vooral niet in de Indiase markt. Het Amerikaanse bedrijf investeert in feite al sinds 2010 in India, en het bewijs is te zien in de twee motorfietsen, de Street 500 en de Street 750. Het is beslist moeilijk geweest voor het bedrijf, zozeer zelfs dat de fabriek in Haryana in augustus 2020 is gesloten. Enkele maanden na de sluiting van de fabriek in Bawal kondigde Harley-Davidson in oktober 2020 een nieuwe distributieovereenkomst aan met de Indiase tweewielergigant Hero MotoCorp. Het is nog wachten op de resultaten van deze joint venture.

Harley-Davidson presenteert nieuwe modellen voor 2022

Vijf rijders leggen 3.141 km af

Voor de laatste test ging een team van Hero naar het circuit van het Global Center for Innovation and Technology (CIT) – eigendom van Hero – om de nieuwe Harley-Davidson Sportster S aan de tand te voelen. Met een 24-uurs race. Onder toezicht van Head of Chassis Functional Development & National Racing Program David Lopez Cordoba en Head of Vehicle Validation Alex Busquets moest een team van vijf rijders de Sportster S gedurende 24 opeenvolgende uren tot het uiterste drijven. Aan het stuur bebvonden zich de Indiase nationale coureurs Anushriya Gulati en Vijay Singh, vlogger Shubhabrata Marmar, Malo Le Masson (van Hero) en Vijay Thomas. Elke renner legde zes ritten van 100 kilometer af met een gemiddelde snelheid van 130,9 km/u. Na een volledige dag op het 1,74 kilometer lange circuit legde de Sportster S 3.141 kilometer af, een recordafstand in India. Het team maakte in totaal 31 pitstops, en bij elke stop werd een volle tank brandstof getankt en een rijderswissel uitgevoerd. De banden werden om de 1.000 km vervangen.

Axiis Liion: elektrische supermotard met 134 pk en 133 kg

0

De Axiis Liion, die volledig in Portugal is gemaakt, heeft als doel de regels en normen voor de markt van elektrische offroad tweewielers te herdefiniëren.

Na drie jaar heeft het Portugese bedrijf AXIIS Engineering Art eindelijk de langverwachte Liion onthuld, een elektrisch aangedreven supermotard die werd ontwikkeld met het ambitieuze doel ‘de beste ter wereld’ in zijn soort te zijn.

Axiis is een start-up die in 2015 in Lissabon werd opgericht met als uiteindelijk doel een echte motorfietsfabrikant te worden, maar die sindsdien bekendheid, financiering en investeerders begint aan te trekken door zich te specialiseren in de CNC-productie van precisieonderdelen voor motorfietsen, waarbij vaak legeringen voor de luchtvaartindustrie worden gebruikt. Daarmee heeft het ook een eigen lijn van fraaie accessoires gecreëerd, waar op de aftermarket veel vraag naar is.

Koenigsegg elektrisch motorblok: 340 pk, 600 Nm, 30 kg

Al deze ervaring is natuurlijk bijzonder nuttig geweest om de Liion het levenslicht te laten zien, een motorfiets die volledig in de fabriek in Loures is geproduceerd en die in staat is om met overtuigende cijfers te pronken: 134 pk, 133 kg (de gewicht/vermogensverhouding is voor een supermotard met verbrandingsmotor onbereikbaar), een topsnelheid die begrensd is tot 200 km/u en, last but not least, een koppel van 720 Nm. Genoeg om zelfs de meest ervaren rijders jaloers te maken…

Zoals je al had kunnen raden, is de Liion een constructie van hoogwaardige materialen. Het frame met dubbele balken is vervaardigd uit één blok 7075-T6 aluminium en bevat de 12 kWh-accubak, die volgens Axiis in de stad een actieradius van 250 km kan halen. Dit frame is gecombineerd met een eenzijdige achterbrug van hetzelfde materiaal, terwijl alle panelen van koolstofvezel zijn gemaakt. De elektromotor daarentegen bevindt zich tussen de twee balken en bedient het achterwiel via een ketting.