maandag 6 april 2026
Home Blog Pagina 996

Nieuwe showroom Ducati Amsterdam geopend

0

Ducati Amsterdam, voormalig Motortoer Amsterdam, is vanaf september vorig jaar druk doende geweest met een volledige verbouwing inclusief een compleet nieuwe showroom aanbouw. Vanaf heden is de showroom gereed en open voor publiek. Een fantastische showroom, volledig ingericht naar de Ducati Store eisen, met exclusieve Ducati producten (motoren, E-bikes, accessoires, kleding en merchandise).

Met Ducati Amsterdam heeft onze hoofdstad een representatieve dealer gekregen, passend bij de uitstraling en passie van Ducati. Het team van Ducati Amsterdam beschikt over jarenlange ervaring, aangezien Motortoer al vanaf 2006 Ducati dealer is, in het verleden ook nog met meerdere merken als Moto-Guzzi en Dainese, maar sinds 2020 dus exclusief Ducati. Alles wat het merk te bieden heeft is te vinden in de imposante ruim 400 m2  grote showroom.

Nu de nieuwe showroom klaar is, wordt de oude showroom verbouwd en volledig ingericht als moderne Ducati werkplaats met maar liefst 6 werkplekken. Zodra dit klaar is, na verwachting eind juni, begin juli, is de nieuw- en verbouw compleet en zal Ducati Amsterdam een groots openingsfeest gaan inplannen. Door de Coronacrisis en maatregelen is de datum voor deze ‘Grand Opening’ nog niet te bepalen, maar zodra mogelijk zal dit gecommuniceerd worden.

Speciaal: Yamaha MT-07 Captain America en Iron Man

0

De klanten van het Franse AD Koncept keken er wel van op. Alsof ze in een Marvel-film verzeild waren geraakt. AD Koncept heeft twee zeer speciale versies van de Yamaha MT-07 gemaakt. De nakeds werden omgetoverd tot motoren uit een Marvel-cartoon. Twee superhelden stonden centraal:  Captain America en Iron Man.

Techniek en rijwielgedeelte zijn in principe gelijk gebleven. Wel werd de originele uitlaat vervangen door een exemplaar van Arrow. Ook werden er andere richtingaanwijzers en een andere kentekenplaathouder gebruikt.

Yamaha: YZF-R9 met triple MT-09 blok?

0
Yamaha YZF-R9

Eerder deze week hadden we een prikkelend bericht uit Japan. Daar weten ze zeker dat er een nieuwe FZ op stapel staat op basis van het rijwielgedeelte van de MT-09. In Indonesië durven ze een ander en minstens zo interessant gerucht aan: de triple uit de MT-09, Tracer 900 en XSR900 kun je ook goed gebruiken in een YZF-R9. Yamaha zou dan ook meteen een wapen in huis hebben waarmee ze de MV Agusta F3 800, Ducati Panigale V2 en Triumph Daytona 765 kunnen bestrijden.

Is er een nieuwe Yamaha FZ750 in de maak?

De Yamaha YZF-R9 zou volgens ‘Indonesië’ bestaan uit de bovenbouw van de YZF-R6, die ook de voorzijde levert. De kont is ontegenzeggelijk Panigale. De achterbrug lijkt op het exemplaar dat Yamaha ook voor de MT-10 gebruikt. En voor de uitlaat is een eerdere versie van de YZF-R1 verantwoordelijk. De geruchtenstroom gaat zelfs zover dat een gooi wordt gedaan naar het vermogen: 135 pk. Op zich zijn het allemaal best plausibele argumenten en mogelijkheden.

Yamaha YZF-R9

Maar de werkelijkheid is anders. Het Yamaha CP3-blok is een uiterst verfijnd en meer dan uitstekend blok. Het is dynamisch en perfect voor de modellen waarin het nu wordt gebruikt. Maar niet in een sportmotor. Het blok is namelijk uitgelegd voor veel koppel in het middentoerengebied. Wil het de naam hoog houden van een model dat de lettercombinatie YZF-R draagt, moet het vooral hoge toerentallen aankunnen. Wij zien dit niet gebeuren. Zul je zien dat er nu iemand in Japan zich een hoedje lacht en dat de YZF-R9 al lang ergens staat te pronken. Je weet het niet.

Dit is de nieuwe 2020 MotoGP-kalender

0
Foto: ANP

Even leek er helemaal geen MotoGP-seizoen 2020 te zijn, maar gelukkig is de situatie inmiddels iets anders. Of heel anders zo je wilt, want zie hieronder de MotoGP-kalender van 2020. Dat Assen er niet op staat, weten we al een tijd maar blijft gek. Overigens ontbreekt ook Mugello zo werd gisteren al bekend.

Amerika (Circuit of The Americas), Argentinië (Termas de Rio Hondo), Thailand (Chang International Circuit) en Maleisië (Sepang International Circuit) staan nog zonder datum op de kalender. Voor 31 juli moeten we weten wanneer daar gereden gaat worden, aldus Dorna.

Goed om verder te weten is dat het MotoGP-seizoen 2020 tot uiterlijk 13 december duurt en dat er maximaal 17 GP’s (inclusief Qatar) op de kalender komen te staan. Nog altijd een indrukwekkend aantal, want we kunnen dus nog 16 GP’s hebben dit jaar. Uiteraard kan corona daarbij altijd eten in het roet blijven gooien, maar dat is met alles nu natuurlijk zo.

MotoGP-kalender 2020

19 juli – Spanje – Circuito de Jerez-Ángel Nieto
26 juli – Spanje – Circuito de Jerez-Ángel Nieto
9 augustus – Tsjechië – Automotodrom Brno

16 augustus – Oostenrijk – Red Bull Ring-Spielberg
23 augustus – Oostenrijk – Red Bull Ring-Spielberg
13 september – Italië – Misano World Circuit Marco Simoncelli

20 september – Italië – Misano World Circuit Marco Simoncelli
27 september – Spanje – Barcelona – Catalunya
11 oktober – Frankrijk – Le Mans

18 oktober – Spanje – MotorLand Aragón
25 oktober – Spanje – MotorLand Aragón
08 november – Spanje – Ricardo Tormo (Valencia)

15 november – Spanje – Ricardo Tormo (Valencia)

Met de motor op reis: Code Oranje, wat betekent dat voor je motorverzekering?

0

Premier Rutte kondigde aan dat vanaf 15 juni het reisadvies voor diverse Europese landen van Oranje naar Code Geel gaat. Dit betekent dat in plaats van het advies om alleen noodzakelijke reizen te maken, nu het advies geldt dat u de veiligheidsmaatregelen in Nederland en in het desbetreffende land in acht moet nemen.

Voor de volgende landen geldt nog steeds een Code Oranje: Denemarken, Zweden en het Verenigd Koninkrijk. Ook geldt dit nu nog voor Frankrijk, Spanje, Oostenrijk en Zwitserland, echter is de verwachting dat dit advies tussen 15 juni en 5 juli versoepeld gaat worden.

Ga goed verzekerd met je motor op reis

U kunt dus prima een weekendje naar Duitsland of België op de motor, daarbij wordt er wel van u verwacht dat u 1,5 meter afstand in acht neemt en drukte vermijd.

Uw motorverzekering kijkt niet naar een reisadvies in een bepaald land, dus u bent gewoon verzekerd als u naar een Code Oranje gebied als Frankrijk of Spanje zou gaan.

Het reisadvies kan alleen van invloed zijn op de snelheid van het repatriëren van uw motor na een ongeval, uit het buitenland naar Nederland.

Reisverzekering

Uw reisverzekering doet dit echter wel, zij hebben in hun voorwaarden opgenomen dat een negatief reisadvies er voor zorgt dat u niet verzekerd bent in een land. Houdt hier dus rekening mee!

Bron: Combimotors Verzekeringen

De Lurquin et Coudert van Paul Valkenet

0
Lurquin et Coudert

Nooit gehoord van het merk Lurquin et Coudert? Dat is niet zo verwonderlijk, want de fabrikant is allang ter ziele. In 1914 viel het doek voor het merk uit Parijs. Een eeuwigheid geleden, maar toch rijdt er nog geregeld een L&C rond in ons land. Het is de motor van Paul Valkenet uit Leusden. Een 210cc-eencilinder uit… 1904.

Het is onvoorstelbaar hoe verwend wij zijn met onze moderne motorfietsen. Een knopje om te starten en sensoren die allerhande variabelen meten en de afstellingen daarop aanpassen. Instelbare voor- en achtervering en remmen die – geholpen door een antiblokkeersysteem – hun werk onberispelijk doen. En dan het vermogen. Van 60 of 100 pk kijkt niemand meer op. Er zijn er zelfs die ver boven de 150 pk uitkomen.

Als we dat vergelijken met een motorfiets uit de pioniersfase, dan zijn de verschillen onbeschrijflijk groot. De Lurquin et Coudert uit 1904 levert 1,75 pk. Zijn topsnelheid? Als hij lekker snort, is 50 km/u te halen. Versnellingen en een koppeling ontbreken en je moet de motor aanfietsen. Voor- en achtervering zijn niet aanwezig. De remkracht is ook verre van indrukwekkend. Een velgremmetje in het voorwiel en in het achterwiel drukt een blokje tegen de buitenkant van de poelie. Het oordeel van de eigenaar: ‘De remwerking is marginaal.’

Lurquin et Coudert

Hulpmotortjes

Hoe komt iemand erbij om zijn ziel en zaligheid te leggen in zo’n stokoude motorfiets? Bij de 71-jarige Paul Valkenet ligt de oorsprong in de hulpmotortjes op fietsen. In 1982 wekt een toevallige ontmoeting met een groep rijders van de Rijwiel Hulpmotor Club Nederland daarvoor zijn interesse. De techniek van de vaak grappige hulpmotortjes boeit hem in hoge mate. Geleidelijk bouwt de Leusdenaar daarna een verzameling op met merken als Rex, DKW, Velmo, Cyclotracteur en natuurlijk ook Berini, het bekende ‘eitje’. Hij scharrelt ze bij elkaar en knapt ze op. Niet om naar te kijken, maar om ze te gebruiken. ‘In onderdelen gingen ze de schuur in, om er rijdend weer uit te komen.’

Eind jaren negentig krijgt zijn hobby een onverwachte wending. Hij stuit op een gigantische partij hulpmotoren en rijwielgedeelten, in totaal zeker zo’n zestig stuks. ‘Een ontelbare reeks kisten en dozen’, vertelt hij. Op één van die dozen staat ‘Opel’ geschreven en dus krijgt die extra aandacht van hem. ‘Ik kende het merk uiteraard van de auto’s, maar wist echt niet dat het ook tweewielers had gemaakt’, aldus Valkenet. De Opel is geen fiets met hulpmotor, maar een motorfiets van 140 cc, gebouwd in 1922. Hij is echter verre van compleet. ‘Een motorblok, een tank en wat los spul, meer was het niet’, zegt Valkenet. Hij verlegt dan zijn aandacht van de hulpmotorblokjes naar de veteraanmotoren. ‘Ik heb toen in één klap de partij en mijn verzameling de deur uitgedaan.’

Lurquin et Coudert
In stijl en op volle snelle over het circuit

Het kost hem zeven jaar om de Opel op te bouwen. Er zijn namelijk heel wat ontbrekende onderdelen die zelf gemaakt moeten worden. ‘Zelf heb ik voldoende technische kennis en ook een kleine draai- en freesbank staan. Voor ingewikkelder klussen kon ik terecht bij de smid in het dorp. Daar kwam ik als jongen al om te helpen en te klussen.’

Zo ontbreekt het volledige frame. Ook na lang zoeken is een origineel exemplaar niet te vinden, dus besluit Valkenet dan maar zelf een rijwielgedeelte te gaan bouwen. De maten, vormen en buisdikten krijgt hij van een verzamelaar en dan begint het pionieren. ‘Na veel ploeteren en de nodige mislukkingen stond er uiteindelijk een fraai frame op de werkbank’, vertelt hij. Omdat hij er zo veel tijd en energie heeft ingestopt, besluit hij meteen maar een kleine serieproductie op te starten. In totaal tien stuks, zonder blokken uiteraard. ‘Ze gingen als zoete broodjes over de toonbank.’

Met de Opel doet de Leusdenaar mee aan ritten van de Veteraan Motoren Club (VMC). Daar is zijn machine uit 1922 echter lang niet de oudste. Er zijn ook motoren van voor de Eerste Wereldoorlog te bewonderen. Die machines met hun hendeltjes, manettes en riemaandrijving spreken hem zeer aan. ‘Ze zijn anders dan andere en passen daarom goed bij mijn persoonlijkheid’, klinkt het grinnikend. Maar ja, vind maar eens zo’n exemplaar uit de beginperiode van de motorfiets. Wonderlijk genoeg lukt hem dat in 2009 redelijk dicht in de buurt. ‘Een verzamelaar uit Loosdrecht bood een Lurquin et Coudert uit 1904 aan. Een voor mij volstrekt onbekend merk, maar ik viel als een blok voor de aparte motor.’

Terugtraprem

De 210cc-eencilinder is bij aankoop behoorlijk compleet en ziet er op het oog ook aardig uit. Toch moet Valkenet vol aan de bak om de motorfiets rijdend te krijgen, want de benzinetank, de aanzuigbuis van de carburateur, de aansluitingen bij de olietank en het oliehandpompje lekken. Ook zijn de sproeiers uitgesleten en de vonkjes die de ontstekingsinstallatie produceert, missen alle kracht. Treurig is ook de aansluiting van de voorvork aan het frame. De speling is onverantwoord groot. De waslijst aan onvolkomenheden is echter nog langer: de meeste hendeltjes op de tank zijn lam, de bekleding van het zadel is versleten en de remmen doen vrijwel niets. ‘Daarom besloot ik een extra rem te monteren, een achternaaf met een terugtraprem’, aldus Valkenet. In bijna alle gevallen moet hij zelf de nieuwe onderdelen maken. Alles bij elkaar kost de opbouw hem dik twee jaar. Dat komt ook door het ontbreken van documentatie. ‘Van een motor uit 1904 is niets te vinden. Nul komma nul, je moet het allemaal zelf uitzoeken.’

Na de restauratie kost het hem ook heel wat tijd om de machine te kunnen bedienen. De eerste ritjes bij de VMC eindigden dan ook in de bezemwagen. ‘Zo heb ik veel moeten experimenten met de sterkte van de klepveren voor de inlaat en de voor- en naontsteking. Te veel voorontsteking leidt bijvoorbeeld tot gemeen felle terugslagen.’

Hendels en hevels

Dat de bediening van een motor uit 1904 ingewikkeld is, laat een blik op het stuur en de tank zien: heel veel hendels, heveltjes en manettes. Zo veel dat je geen notie hebt waarvoor die allemaal nodig zijn. We lopen ze langs, te beginnen aan de rechterkant van de tank. Daar zitten achter elkaar een hendel voor het vervroegen of verlaten van de ontsteking, die van het lichten van de uitlaatklep (de decompresseur) en vervolgens de ‘gashendel’ waarmee je de klep in de aanzuigbuis van de carburateur kunt regelen. Ook zit er het hendeltje voor het regelen van de secundaire lucht. ‘Die gebruik ik heel veel. Je kunt er het mengsel rijker of armer mee zetten. Als trekkracht vereist is, zet je hem wat armer’, licht Valkenet toe. Aan de rechterkant boven op de tank bevinden zich ook nog twee doppen. De ene is om benzine bij te vullen, de andere is de toegang van de olietank.

Links op de tank bevinden zich de benzinekraan en de handmatig te bedienen oliepomp. Door zo nu en dan wat te pompen, zorgt de berijder ervoor dat er een olienevel in het blok komt om de onderdelen te smeren. Die olie komt niet in een afgesloten carter. Na het gedane smeerwerk verdwijnt de olie druppelsgewijs door een slangetje naar buiten. ‘Daaraan kun je ook zien of je voldoende smeert. Veel olie is trouwens niet nodig. Eén keer pompen, dat is ongeveer tien milliliter, per vijf tot zes minuten.’

Lurquin et Coudert

Ook aan het stuur zijn bedieningsorganen te vinden. Rechts zit de manette waarmee je het gas regelt. In dit geval wil dit zeggen de veerdruk van de atmosferische inlaatklep, ook wel snuffelklep genoemd. Om sneller te kunnen rijden, is meer vermogen vereist en dat gebeurt als de berijder de veerdruk verhoogt. ‘Voor de topsnelheid betekent dat zo’n vijf tot zeven kilometer harder.’

Links aan het stuur zitten vier zaken. De eerste is een niet-originele: een redelijk moderne fietsbel. Dan zit er een hendel waarmee je de rem in het achterwiel – die tegen de buitenkant van de grote poelie drukt – kunt aantrekken. Ook tref je er een aan-uitschakelaar voor de elektriciteit. Die is niet-origineel, maar door Valkenet toegevoegd. Verder is er nog de draaihendel aan het uiteinde waarmee je de ontsteking kunt onderbreken, waardoor de bougie even geen vonk krijgt. Gebruik hiervan kan tijdelijk nodig zijn om andere hendels te bedienen of om gebruik te kunnen maken van het afremmen van de motor. 

Lurquin et Coudert

Messing tank

Behalve de vele bedieningsorganen zijn er nog wel wat zaken die opvallen aan de Lurquin et Coudert. Het verzwaarde fietsframe bijvoorbeeld, met een versterkte voorvork. Reusachtig is de aan de velg gespaakte poelie van de riemaandrijving in het achterwiel. De platte tank is gemaakt van messing en bevat drie compartimenten. De voorste is voor de benzine, de achterste voor de olie en in het middenstuk zit de accu. Over die ontsteking gesproken: Valkenet heeft zelf twee bobines toegevoegd om een krachtiger vonk te krijgen.

Het motorblokje is klein en versnellingen en koppeling ontbreken. Prachtig is de naam Lurquin & Coudert op het gegoten carter. De cilinderkop heeft een zijkamer waarin de bougie en de inlaat- en uitlaatklep zijn gemonteerd. ‘In de hoofdkamer zit nog een bougie voor een betere vonk. Die is trouwens niet origineel.’

Valkenet wijst naar het trapstel. ‘Met een blokketting. Leuk is dat de versleten trappers origineel zijn’, zegt hij. Over die originaliteit heeft de Leusdenaar nog wel wat interessants te vertellen. Zijn machine heeft namelijk een Pioneer Certificate, een officiële aanduiding over de echtheid van de machine. Een aantal essentiële onderdelen moeten dan origineel zijn, zoals het frame, de voorvork, het blok, de bracket en de naven. Bij zijn motor is dat het geval. ‘Alleen heb ik de achternaaf vervangen, omdat ik voor mijn veiligheid graag een terugtraprem wilde hebben.’

Drie hommages

Na de voltooiing van de motor in 2012 rijdt Valkenet ritjes met de VMC en op uitnodiging geeft hij demonstraties tijdens demoraces van de HMV, de Historische Motorsport Vereniging. Ook heeft hij inmiddels uit bewondering drie hommages aan het merk Lurquin et Coudert gebracht. De eerste is een rit van zijn woonplaats naar Parijs, de stad waar de fabriek ooit stond. Een reis van zo’n 500 kilometer, maar met slechts 1,75 pk in huis is dat een ware puzzeltocht: ‘De motor kan namelijk hellingen tot vijf procent aan. Wordt het steiler, dan moet je meetrappen. Als de snelheid onder de 12 km/u komt, begint hij echter te bokken en valt hij stil’, aldus Valkenet. In 2013 gaat hij op pad, maar de motor toont zich weerbarstig. ‘Een borgpennetje van de inlaatklep brak en vroeg om een reparatie. Ook waren de hellingen veel steiler dan gepland. Na vier dagen besloot ik de reis te beëindigen. Dat was bij… Waterloo’, grinnikt hij. Zijn belangrijkste conclusie is dat hij de route en hellingen veel zorgvuldiger moet voorbereiden.

Een jaar later volgt een tweede en ditmaal geslaagde poging. Valkenet wurmt zich in Parijs door het drukke verkeer, zoals gezegd zonder versnellingen en koppeling. ‘Dat viel wel mee. Bij de stoplichten aanfietsen en gewoon met de meute meerijden’, zegt hij daarover Het doel is de Rue Planchat, nummer 19. Daar was Lurquin et Coudert ooit gevestigd. Het oorspronkelijke pand is inmiddels omgebouwd tot een appartementencomplex. Staand voor het gebouw realiseert Valkenet zich dat zijn missie is geslaagd. ‘Geloof me, de rillingen liepen over mijn rug.’

Grens Frankrijk – Spanje

Naar… Madrid

Daarna ontdekt hij uit een historisch boek dat Charles Coudert aan meerdere langeafstandsraces meedeed om de kwaliteit van de motoren te bewijzen. Eén daarvan was in 1903 de rit van Parijs naar Madrid. ‘Die stond open voor auto’s en motoren. Coudert had startnummer 215’, vertelt Valkenet. Hij besluit die rit ook te gaan rijden, zijn tweede hommage aan het merk. Om hoogteverschillen te vermijden, zoekt hij naar wegen langs rivieren, kanalen en spoorlijnen, maar hij maakt het zich extra moeilijk door zo veel mogelijk het traject van 1903 te volgen. Na ruim drie maanden puzzelen met landkaarten, Google Maps, Streetview en TomTom is de route klaar. Hij maakt geplastificeerde kaarten waarop telkens een dagtraject staat. Ook staat de route in zijn navigatieapparatuur. ‘Met in mijn helm een luidsprekertje.’

In mei 2015 begint hij aan de monsterrit van 1.550 kilometer. Het lukt hem in niet meer dan veertien dagen. Uiteraard verloopt de reis niet probleemloos. Valkenet komt hellingen tegen waar de motor het puffend opgeeft. ‘Dan moest ik lopen. Zwaar, maar ik ontwikkelde een patroon dat het beste werkte: vijftig tellen lopen en dan weer vijftig tellen rust.’

Ook zijn hoogbejaarde machine moet afzien, bijvoorbeeld door een slippende of zelfs brekende riem. Ook de warmte speelt hem geregeld parten. ‘Door de hoge temperatuur zetten motoronderdelen uit, waardoor er vermogensverlies optrad’, vertelt Valkenet. Ook moet hij onderweg een oplossing bedenken voor de weggevallen speling bij de uitlaatklep. ‘Ik heb een stukje van de klepsteel afgeslepen. Dat bleek afdoende.’

Paleis te Madrid

Dat het materiaal het zwaar heeft te verduren, blijkt uit de onderdelen die bezwijken. Een fietsketting die breekt en spaken die knappen. Ongemak dat Valkenet zelf onderweg oplost. Een gebroken achteras, ter hoogte van Bayonne, zorgt echter voor meer ellende. Een kennis en een zeer klantvriendelijk transportbedrijf helpen hem echter uit de brand. ‘Al met al kostte mij het niet meer dan twee dagen oponthoud’, aldus de Leusdenaar. Hij heeft een mooie manier om het rijden op een 115 jaar oude motor uit te drukken. ‘Het komt neer op ongeveer één minuut sleutelen per gereden kilometer.’

Lezingen

Paul Valkenet vindt het leuk om over de techniek van zijn bijzondere motorfiets en de enerverende tocht naar Madrid te vertellen. Die lezingen – voorzien van beeldmateriaal – verzorgt hij graag. Ook is hij bereid om op passende evenementen demonstraties met zijn machine te geven. Hij is bereikbaar via 06-531 60 937 of op paul.old@planet.nl.

Lurquin et Coudert
Paul Valkenet

Kombanen

Bij toeval leest Valkenet dat er op het velodroom in het oude Parc des Princes-stadion in Parijs al aan het begin van de twintigste eeuw wedstrijden voor motoren werden gehouden. ‘Spectaculair en gevaarlijk, want het is een kombaan’, vertelt hij. Hij komt ook een foto uit 1903 tegen waarop Coudert als deelnemer staat afgebeeld. Zijn motor – uiteraard een L&C – is aangepast door de montage van een extreem laag stuur en een naar achteren geplaatst zadel, bedoeld om een liggende houding mogelijk te maken. ‘Ook is het trapstel gedemonteerd en heeft het blok een grotere schijf voor de poelie om meer snelheid mogelijk te maken.’

De Leusdenaar besluit als derde hommage aan het merk om ook eens op een kombaan te gaan rijden. Daarvoor past hij zijn machine aan, al laat hij wel het trapstel zitten. Hij maakt een laag stuur met uiteinden die naar de straat wijzen. Bijzonder fraai zijn de beide handvatten, van notenhout en door hemzelf gemaakt: ‘Dat hout koop je niet als balk, maar aan de stronk’, legt hij uit. Ook heeft hij het bijzondere Christy-zadel naar achteren geplaatst. ‘Uit rond 1885, speciaal voor fietsen gemaakt’, verklaart hij. Hij werkt ook aan de snelheid van de motor. Door wat aanpassingen aan de carburatie is nu een topsnelheid van ruim 60 km/u haalbaar.

Sindsdien heeft Valkenet enkele malen de sensatie van het rijden op een kombaan mogen beleven. Op die van Montlhéry – ten zuiden van Parijs – maar ook in Darmstadt en Bielefeld. Uiteraard in een passende outfit. Hij pakt de foto erbij waarop Charles Coudert staat. Die draagt een strakke witte broek, een kabeltrui met col en hoge kousen en schoenen. Lachend klinkt het: ‘Dat is dus ook mijn kloffie.’

Vive la France

In de pioniersfase van de motorfiets speelt Frankrijk een belangrijke rol. Alle eer daarbij voor de broers Michel en Eugène Werner. Al voor 1900 komen zij met hun ‘motocyclette’. Hun inzichten werken inspirerend en er verschijnen diverse fabrikanten. Voorbeelden zijn Alcyon, Griffon, Anzani, Auto-Fauteuil, Rex en ook Peugeot en Terrot. Tot de pioniers behoort ook Lurquin et Coudert. In 1899 start M. Lurquin als fietsenfabrikant. Twee jaar later verschijnt de eerste motorfiets. In 1902 komt ook de sportieve Charles Coudert bij de zaak. In datzelfde jaar doet hij al mee aan wedstrijden.

Gedurende enkele jaren maken zij diverse modellen. In het begin eencilinders van 1 tot 5 pk. Vanaf 1906 verschijnen er ook V-twins, tot zelfs 750 cc aan toe. De motorblokken van L&C zijn trouwens erg gewild. Andere merken als Olympia en Gloria gebruiken ze als inbouwblokken.

Een lang leven is Lurquin et Coudert helaas niet beschoren. Al in 1914 eindigt de productie. Om dat in perspectief te plaatsen: dat is 105 jaar geleden…

Duitsland: maximum snelheid voor motorrijders

6

Nordrhein-Westfalen – als je tussen Arnhem en pak ‘m beet Venlo de grens passeert, rij je deze bondsstaat binnen – bakt het heerlijk bruin. Een snelheidslimiet instellen is niet ongewoon, maar doe je dat alleen voor motorrijders is dat best vreemd. Toch is dat het geval op de Hilgenerstrasse tussen Wermelskirchen-Dabringhausen en Burscheid-Hilgen geldt nu een maximum snelheid van 50 km/u, rij je terug dan mag je 60 km/u. Deze maximum snelheid geldt alleen voor motorrijders. Met de auto mag je er 100 km/u. Hoe zit dat?

Als je de weg ziet liggen op Google Maps snap je meteen waarom de Hilgenerstrasse populair is bij motorrijders. Er zitten lekkere, lange bochten in, maar ook haakse bochten en een ruime bocht waaraan geen einde lijkt te komen. Dan klinkt als snel het bekende liedje: motorongevallen in combinatie met geluidsoverlast.

Op motorvakantie naar het buitenland? Hoe zit dat?

Nu heeft de plaatselijke overheid wel geprobeerd het traject veiliger en stiller te maken. Maar dat is niet gelukt. Zowel overlast door als ongevallen met motorrijders namen niet af. Dus bleef voor de lokale bestuurders maar een mogelijkheid over: een maximum snelheid voor motorrijders.

Of deze maatregel soelaas biedt, is natuurlijk zeer de vraag. Omdat auto’s wel 100 km/u mogen ontstaan er snelheidsverschillen met motorrijders die tot hachelijke situaties kunnen leiden. De Duitse motorrijdersvereniging is dan ook in de pen geklommen om kritiek te leveren. Hierover is vast het laatste ei nog niet gelegd.

Wat is er de komende tijd te doen op de motor? Onze agenda is gevuld

0

Nederland komt langzaam van het slot en er is steeds meer mogelijk. Zo ook georganiseerde toertochten en andere kleinschalige evenementen. Daarom hebben wij onze agenda maar weer eens flink gevuld. Deze kun je direct hier bekijken.

Een kleine greep:

18 JUNI

Avond 2-daagse (80 km)

Start 19.00-19.30 uur, DVH, Wimbledonpark 2, Amstelveen. Voorrijders aanwezig tot 11.00 uur (zolang voorraad strekt). Alleen op GPS Garmin en TomTom. MTC Motovatie Info: 06-24 78 75 55.

20 JUNI

Klijnstra Motoren Rit (250 km)

Start 9.00-10.00 uur, Klijnstra Motoren, Papierbaan 2, Winschoten. Alleen GPS. Geen navi? Neem contact op. MTC Veendam e.o. Info: 06-20 10 47 48, secretaris@mtcveendam.nl, www.mtcveendam.nl.

25e Twentse Klassieker Trophy (100 km)

Start 9.00-10.00 uur, The Corner, Party Centrum Morshuis, Ootmarsumseweg 159, Albergen. Voorrijder volgens Follow-Up systeem. MC de Toerenteller. Info: 06-55 39 52 20, wimvehof@hotmail.com, www.toerenteller.nl.

21 JUNI

MTC Double Clutch Buitenland-dagrit (400 km)

Start 9.00-10.00 uur, Café de Mert, Markt 12, Eersel. MTC Double Clutch. Info: 06-51 57 01 18, toer@mtcdoubleclutch.nl, www.mtcdoubleclutch.nl/

35e Koperteutenrit (200 km) Start 9.00-11:00 uur, Café Zaal Dommelstroom, Bergstraat 32, Valkenswaard. Deels door Belgie,pas en groene kaart meenemen. Uitsluitend met voorinschrijving, GPS beschikbaar voor Garmin en TomTom. MC de Kempengalm. Info: 06-46 15 10 36/06-57 16 98 58 , info.mcdekempengalm@gmail.com

Zie meer in onze agenda

In de maanden juni en juli is er qua toertochten dus weer een hoop te beleven in Nederland. Maar er zijn natuurlijk wel wat regels in Corona-tijd. Hieronder vind je wat tips:

KNMV-clubs en toerritten

De KNMV-clubs met toerritten op de kalender mogen sinds 11 mei 2020 weer georganiseerd worden. Mits de club zich houdt aan de maatregelen van de overheid en het RIVM. Een belangrijke maatregel is dat clubhuizen dicht blijven én er niet meer dan 10 personen (inclusief organisatie) bijeen mogen komen. De clubs dienen een duidelijk loket of uitgifte punt in te richten met het in acht nemen van de 1,5m maatregel en er dient contactloos te worden betaald.

Dit houdt ook in dat de deelnemers van een toerrit met klem gevraagd wordt om zich digitaal in te schrijven.

De toercompetitie 2020 is per 1 juni 2020. Over het vervolg worden clubs geïnformeerd en zal er op de KNMV website een update komen.

Voor alle evenementen hieronder geldt : Bel met de organisatie of check de website of de rit wel doorgaat !

FIM Rally & FIM toerevenementen

De organisaties hebben laten weten dat door het coronavirus alle FIM toerevenementen zijn uitgesteld naar 2021. De veiligheid van alle motorrijders en organiserende landen komt door de wereldwijde virusuitbraak in gevaar en daarom is dit besluit genomen.

Al met al is motorrijden in deze Corona-tijd natuurlijk de meest ideale vorm van vervoer. En tijdens de toertochten kunnen we dus alleen, veilig, maar toch ook samen genieten van onze hobby. Dus.. veel plezier!

Ride To Work Day alleen voor ‘99% motorrijder’!

3

Maandag 15 juni is het weer Ride To Work Day. Deze dag is vooral in de Angelsaksische landen uitgegroeid tot een fenomeen. In Nederland komt ‘De Dag’ niet zo van de grond, ondanks initiatieven van motororganisaties en -media. Dat is jammer, want vooral dit jaar is de noodzaak om motoren (en scooters) positief onder de aandacht te brengen groter dan ooit.

Wie het nieuws van de afgelopen maand een beetje heeft gevolgd, weet dat ‘we’ er in de media niet echt lekker op stonden. De enkeling met de lawaaipijp leek wel de norm voor alle motorrijders. Dus werden in Nederland en in Europa wegen afgesloten waar juist motorrijders graag rijden. En daar is 99% van de motorrijders niet blij mee.

De 28e Ride To Work Day is een pracht gelegenheid om te laten zien dat het merendeel van ons geen aso is. Daar bedoelen we motorrijders mee die denken dat heel Nederland zich overal én altijd verheugd op motorherrie. Motorrijders die de meest elementaire verkeersregels aan hun laars lappen vallen wat ons betreft ook in deze groep.

Op maandag 15 juni laat je zien dat je een 99% motorrijder bent door op je motor naar het werk te rijden.  

Terug naar toen – 1970 – Deel 2

0

Winst in Etten

In de jaren zestig en zeventig wordt er nog veelvuldig geracet op stratencircuits. Snoeihard langs rijen bomen, heggen, sloten, stoepranden, vlaggenmasten en hekken voor de afzetting. Circuits zijn er in heel het land. Een kleine greep: Tegelen, Ammerzoden, Heerlen, Mill, Soerendonk, Drempt, Surhuisterveen, Tolbert en Vlagtwedde. Bijzonder is het circuit van Etten. Het is lang – 6.006 meter – en is één van de snelste banen van het land. De zware machines rijden er gemiddelden van ruim 130 km/u.

In juni 1970 is de belangstelling van de rijders groot. Zeven goedgevulde klassen komen aan de start.

In de klasse 500cc Nationaal zijn de Japanse merken ruim vertegenwoordigd, maar ook van een BMW, Ducati en het zware geronk van Engelse motoren als Tribsa, Triumph en Norton kan het publiek genieten. Winnaar in de klasse wordt Henk Coelman uit Den Haag op zijn Seeley. Na een matige duwstart stuurt hij zich naar een tweede plek, echter nog ruim achter koploper Arie Mol op een Honda. ‘Elke ronde knabbelde hij een stukje van zijn achterstand af, en nam in de laatste ronde Arie Mol te grazen om met minder dan een seconde voorsprong te winnen’. Coelman doet dat met een gemiddelde van 129,78 km/u. Dat is hard.

MOTOR 26, 26 juni 1970

Super Freni

Laverda is van oorsprong een fabrikant van landbouwwerktuigen, maar in 1949 komen daar motorfietsen bij. Eerst nog lichte machines voor de eigen markt, maar in de tweede helft van de jaren zestig een dikke tweecilinder. Eerst nog 654 cc zwaar, later vergroot naar 744 cc. Ze zijn vooral bedoeld voor de export. Er zijn twee modellen. De GT – dat staat voor Gran Turismo – is met z’n hoge stuur een toerversie. Bij de iets later verschijnende S – Sportivo – staat hard rijden voorop.

Terug naar toen – 1970 – Deel 1

Beide motoren slaan erg aan. Ze zijn zwaar en presteren goed. Niet te evenaren is de roffel uit de uitlaat. Maar… er is ook wel enige kritiek. Zo zijn de remmen niet in staat om de zwaargewicht snel te laten stoppen. Voor de Laverda-fabriek een reden om in 1970 de S te vervangen door de SF. Die heeft een verlaagd frame, versterkte achtervork, een balanspijp tussen de uitlaatbochten en sterk verbeterde remmen. ‘Ze zijn gemaakt volgens een geheel nieuw ontwerp van dr. Francesco Laverda, de stichter en tevens de grote baas van de fabriek’. De remmen hebben nu een trommel van 230 millimeter en de voorrem heeft een grote luchtinlaat en een speciaal tunnelvormig koelsysteem. Ze maken meteen duidelijk waar de letters SF voor staan: Super Freni, oftewel ‘super remmen’.

Dikke remtrommel in voorwiel – MOTOR 36, 4 september 1970

Pretpakket

Eind jaren zestig is de H1 Mach III het uithangbord van Kawasaki. De ronduit onstuimige driecilinder-tweetakt heeft 60 pk in huis en haalt een topsnelheid van ruim 200 km/u. Een motor voor durfallen. Maar Kawasaki maakt ook aantrekkelijke lichte fietsjes. Bijvoorbeeld een 90cc’tje, die de onnavolgbare typenaam GA2-A90-SS heeft. De eencilinder met roterende inlaat levert 10,5 pk bij 8.000 tpm. Goed voor een topsnelheid van 110 km/u. Da’s best pittig. Maar… Kawasaki heeft nog een pretpakket voor de eigenaren van deze A90 in de aanbieding. Een racekit, die bestaat uit cilinder en kop, zuiger, inlaatschijf, carburateur, expansie-uitlaat en nog wat klein grut. Na montage van deze onderdelen loopt de 90 cc snoeihard: 150 km/u. Uiteraard wel met de kin op de tank.

Foto van lichte Kawasaki – MOTOR 34, 21 augustus 1970