De nieuwe Indian tourer lijkt sterk op de nieuw uitgebrachte Challenger, maar heeft een meer conservatieve en klassieke stijl. Voor zie je een nogal zware voorkuip, in plaats van de meer lichtgewicht en traditionele batwing-stijl. Bovendien lijkt het scherm niet verstelbaar. Dat zou gezien de grootte ervan ook niet nodig moeten zijn.
De aan weerszijden van de motor gemonteerde beenkappen zijn ook nieuw. De motor krijgt daarmee het uiterlijk van een traditionele cruiser-tourer. Hoewel de schetsen het niet duidelijk laten zien, kunnen deze schilden ook de luidsprekers bevatten voor de geluidsinstallatie.
De gedachte aan een echte Indian kilometervreter is een verrukkelijk vooruitzicht. Toch moet je wel verder kijken dan de buitenkant van de motor. Daar zit het echte innovatieve spul. Het frame is een knap staaltje monocoque-ontwerp, dat de inlaatlucht voor het blok door het frame van de machine geleid en filtert.
De lucht komt het frame binnen via drie openingen aan de onderkant van het frame (#62 op de afbeelding hierboven). Van daaruit gaan ze door een filter om vervolgens in het brandstofinjectiesysteem te worden gepompt.
Het systeem ziet er netjes uit. Toch dit soort innovatieve ontwerpen het onderhoud bemoeilijken. Daar lijkt Indian rekening mee te hebben gehouden. Het luchtfilter ziet er in ieder geval vrij eenvoudig te vervangen uit. Zodra de tankconstructie van de motor is verwijderd, kan een eenvoudig inspectiepaneel worden verwijderd om gemakkelijk toegang te krijgen tot het filter.
Met de emissievoorschriften waaraan alle motorfabrikanten moeten voldoen, is het waarschijnlijk dat we steeds minder luchtgekoelde en zware Indians zullen zien. De toekomst is voorlopig voor vloeistofkoeling die zowel qua emissie-uitstoot als geluidproductie luchtgekoelde blokken verslaat.
Ron Oosterwijk uit het Zuid-Hollandse Driebruggen verruilde negen jaar geleden zijn Triumph Tiger 1050 voor een lichtere versie, de Tiger 800xc. Een stapje terug misschien, maar voor Ron was het een stapje vooruit. De lichtere 800 is speelser in gebruik, goedkoper in onderhoud en heeft nog altijd genoeg vermogen om overal goed uit de voeten te kunnen.
Na een intense brommerperiode was er voor Ron Oosterwijk (53) tijdens zijn studietijd even geen ruimte voor tweewielers. Zijn broer Kees, sinds jaar en dag werkzaam bij Goedhart Motoren, reed wel motor. Bij Ron borrelde het motorvirus ook, maar het had nog niet definitief toegeslagen. Echter toen Rons vader in 1993 met het plan kwam om zijn motorrijbewijs te gaan halen haakte zijn zoon aan. ‘Je zou kunnen zeggen dat mijn midlifecrisis al op mijn 26e begon. Ha ha. Maar ik heb er nooit een seconde spijt van gehad en heb sindsdien altijd motoren in mijn bezit gehad. Mijn eerste motor, een Kawasaki Zephyr 550, kocht ik op aanraden van mijn broer. Het was een Amerikaans importmodel. Volgens hem een prima motor om mee te beginnen. Na een jaar verkocht ik de motor voor hetzelfde geld als waarvoor ik hem eerder had gekocht. De opvolger werd een Kawasaki GPX600R waarmee ik ook weer een jaar rond heb gereden.’
Vrijwel om het jaar kocht Ron weer wat anders. Na de GPX volgden een Yamaha FZR600R en een Yamaha Thundercat. ‘De eerste nieuwe motor die ik kocht was mijn droommotor: een Yamaha R6. Deze stond gloednieuw te pronken in de feestzaal tijdens onze bruiloft. Maar de liefde duurde niet heel lang. Wel met mijn vrouw, maar niet met de R6. Simpelweg niet de ideale motor als je er met zijn tweeën op wilt zitten, laat staan nog wat bepakking mee wilt nemen. Ook mijn lengte, twee meter, levert in dit geval geen voordeel op. En last but not least, het aantal snelheidsovertredingen met de R6 begon ook een beetje uit de hand te lopen. Genoeg redenen om de overstap naar een ander type motor te maken, in mijn geval naar een Yamaha TDM900. Een iets minder soepele motor (tweecilinder in plaats van viercilinder), maar het concept beviel me wel.’
Onderweg in Slovenië.
Vanwege de geboorte van zijn dochter stond het motorrijden tijdelijk op een wat lager pitje. Na een jaar of vijf werd hij door mijn broer op de Triumph Tiger 1050 gewezen. ‘Gelijk maar aangeschaft en deze beviel erg goed. Als je eenmaal een triple hebt gereden wil je eigenlijk niet anders meer. Toen kwam de Tiger 800xc uit met een nog net weer wat stoerder uiterlijk. Ik vond deze motor erg mooi en ging overstag. Dat was in 2011. De Tiger 800xc rijdt ook supergoed en je hoeft niet bang te zijn dat je het vermogen niet kwijt kunt. Met de juiste banden kun je prima plat door de bocht. Hij is net even wat speelser dan de 1050 en goedkoper in het onderhoud. En vooral in de bergen is het een ideale motor. En als ik in Slovenië, mijn favoriete vakantieland, een stukje onverhard of macadam (steenslag) tegenkom hoef ik niet gelijk in de stress te schieten.’
Man en motor
Naam
Ron Oosterwijk
Woonplaats
Driebruggen
Leeftijd
53
Beroep
geodetisch ingenieur
Rijdt sinds
1993
Aangeschaft
2011 (nieuw)
Nieuwprijs
€ 12.412,- inclusief accessoires
Dagwaarde
circa € 5.000,-
Rijstijl
toer
Brandstofverbruik
1:17,5
Olieverbruik
nihil
Onderhoud
dealer
Bouwjaar
2011
Kilometerstand
93.303 km
Volop accessoires
Direct bij aanschaf of kort daarna heeft Ron zijn nieuwe aanwinst voorzien van flink wat (originele) accessoires. Het aanbod voor de Tiger 800xc is zeer ruim te noemen en aan Ron hadden ze een goede afnemer. Wat te denken van een middenbok, aluminium carterbescherming, radiateur cover en een grotere ruit. ‘Later zijn er nog een Akrapovic-uitlaatdemper (uit mijn favoriete land Slovenië) bijgekomen en een scharnierend schakelpedaal, GPS-houder, afneembare beugels voor koffers/zijtassen, gelzadel etc. De topkoffer had ik al op de Tiger 1050, deze heb ik daarvan overgezet. In het begin ging het nog niet zo hard met de kilometers, want ik had ook nog een leaseauto van de zaak. Later ben ik ook woon-werk gaan rijden met de motor. Ruim twee jaar geleden ben ik van functie veranderd op mijn werk. Sindsdien ben ik drie à vier dagen in de week heen en weer op weg van Driebruggen naar Terschuur (retour 130 km). Vooral in de middag loont het om met de motor te zijn. Met de auto zou ik er per dag 15-30 minuten langer over doen om thuis te komen. Tegenwoordig rijd ik circa 24.000 kilometer per jaar, waarvan (slechts) 3.000 toerkilometers zijn. Alhoewel, soms rijd ik naar huis toe ook wel eens een alternatieve route. Ik rij wel elk jaar met een groepje vrienden rond Hemelvaart een meerdaagse toertocht.’
Voor onderhoud, hoe kan het ook anders, gaat de motor naar Goedhart in Bodegraven. Ron: ‘Daar heb ik tot nu toe al mijn motoren gekocht en zijn ze ook altijd in onderhoud geweest. Als ik ergens anders naar toe zou gaan, krijg ik ruzie met mijn broer (ha ha). Thuis heb ik te weinig ruimte om zelf aan de motor te sleutelen. Als er al iets te sleutelen valt, want de Triumph Tiger 800xc heeft zich bij mij inmiddels bewezen als uiterst betrouwbaar. Eén keer is de accu vervangen en dat geldt ook voor de claxon. En bij 90.000 kilometer kwamen de remschijven in de buurt van de limiet en zijn deze ook vervangen. Verder zijn er alleen reguliere beurten uitgevoerd. Een kleine beurt bij 10.000 kilometer, een grotere om de 20.000 kilometer. Olie verbruikt de Triumph nauwelijks en een bandenvreter is de Tiger al evenmin, want ik doe gemakkelijk 20.000 kilometer met een setje Pirelli Scorpion 2 Trail-banden. Niet één keer heeft de Tiger onderweg voor verrassingen gezorgd, tenminste niet in negatieve zin.’
Merkenclub
Als Triumph-rijder kun je terecht bij twee merkenclubs te weten www.triumphriders.nl (opgericht 2004) en www.triumphownersclub.nl (TOCN opgericht 1977). Een club die zich speciaal richt op de Triumph Tiger is er niet in Nederland.
Voordelen
Het rijden met een allroad, en dan zeker met een driecilinder, levert volgens Ron alleen maar voordelen op. ‘Bij het woon-werk rijden is het lekker om net wat hoger en rechtop te zitten om zo over de auto’s heen te kunnen kijken. De soepelheid van de driecilinder is ook heel prettig, je kunt tot vrij laag in de toeren blijven rijden zonder dat de motor begint te bokken en dan toch soepel door accelereren. De allroad-uitstraling en -vering zorgt er ook voor dat je van verkeersdrempels et cetera niet zo veel merkt. Natuurlijk heb ik al eens uitgekeken naar een opvolger. De motor die daarvoor in aanmerking zou kunnen komen is de Tiger 900 Rally Pro. Maar de basisprijs van deze Tiger is wel flink omhoog geschoten. Liefst 5.000 euro ten opzichte van mijn motor toen ik die in 2011, compleet met accessoires, kocht. Afschrijving is bij een nieuwe motor de grootste kostenpost.
Met bijna een ton op de teller schrijft mijn huidige motor niet zo heel veel meer af. Het is lang mijn doel geweest om met de Tiger 800xc een ton op de teller te krijgen. Met mijn huidige jaargemiddelde denk ik daar nu ver overheen te gaan. En volgens mijn broer hoef ik me over het toekomstige onderhoud geen zorgen te maken. Hij kent iemand met een Tiger 800xc met ruim drie ton op de teller. Dat stelt gerust. Hoewel ik de motor vrijwel dagelijks gebruik, ook in de winter, mag het geen pekelfiets worden. Ik hou van een nette, goed verzorgde motor. Een paar keer per jaar krijgt de Triumph Tiger 800xc een zeer grondige poetsbeurt. En als het buiten te koud is om die “grote beurt” uit te voeren vindt mijn vrouw het geen probleem om met motor en al binnen in huis te komen. Ze rijdt zelf geen motor, maar laat op deze manier wel blijken over een goed motorhart te beschikken.’
Een paar keer per jaar wordt de Tiger 800 verwend met een ingrijpende poetsbeurt. Bij slecht weer mag dat gewoon in de keuken.
Op de brug
Nederland mag dan in de greep zijn van het coronavirus, voor Ron was dat (gelukkig) geen reden om niet af te reizen naar Volkel om bij MotorNL-expert Van Sleeuwen zijn motor aan een inspectie te onderwerpen. Een eerste aanblik leert al snel dat we hier allesbehalve te maken hebben met een pekelfiets. Dagelijks gebruik is hier geen synoniem voor ‘laat de boel maar de boel’. Dat merkt Van Sleeuwen ook tijdens zijn gebruikelijke proefritje. Alleen over de vering (achter) is hij minder te spreken. De schokdemper achter ‘veert’ wel maar ‘dempt’ nauwelijks. De eigenaar heeft hier nooit iets van gemerkt. Ron: ‘De meeste kilometers, die ik de laatste twee jaar heb gereden, zijn woon-werkkilometers en dan veelal ook nog via de snelweg. Mijn banden worden na verloop van tijd “vierkant”. Een minder goed functionerende achterschokdemper is me nooit opgevallen.’
Bij kilometerstand 90.000 heeft de Tiger zijn laatste beurt gehad. Toen zijn de remschijven voor vervangen en de remklauwen gereviseerd. Dat ziet er allemaal uit als nieuw. Aan goed onderhoud heeft het bij de Triumph Tiger 800xc niet ontbroken. Alle lagers zijn nog de originele en vertonen geen slijtage, ook het balhoofdlager niet. De lak oogt nog opvallend fris en wat vooral opvalt zijn de velgen. Die zien eruit alsof ze een dag eerder opnieuw zijn gemoffeld. De spaken van het voorwiel zijn niet allemaal meer even fris, maar storend is dat nog niet. Wat wel opvalt, is dat op verschillende lasnaden van het frame roest is te zien. Ron: ‘Dat was al na een jaar of vijf het geval. Gelukkig is het daarna niet verergerd. Nu ik toch van plan ben om voorlopig met deze motor door te blijven rijden zal ik eens op zoek gaan naar een lakstift met de juiste kleur van het frame.’
Reparaties en problemen
43.100 km accu vervangen 81.800 km claxon vervangen 90.800 km remschijven voor vervangen
Richtprijzen bij motorzaak
2011
circa € 6.600,-
2012
circa € 7.000,-
2013
circa € 7.400,-
2014
circa € 7.800,-
2015
circa € 8.300,-
2016
circa € 9.000,-
2017
circa € 11.000,-
2018
circa € 12.000,-
2019
circa € 14.000,-
Goed om te weten
Sinds Triumph met de (Hinckley) Tiger op de markt kwam (Tiger 900, 1993) heeft het dit model nooit aan populariteit ontbroken. Hoewel niet echt voor de offroad-markt bedoeld, maar wel met de looks, staat de Tiger te boek als een allroad. Met de komst van de Tiger 1050 bleef er nog minder over van de toch al geringe offroad-eigenschappen. Dat zag men ook in bij Triumph en daarom werd de lichtere (en goedkopere) Tiger 800 ontwikkeld. De xc-versie met 21-inch voorwiel en spaakwielen is het type motor waarmee je met een gerust hart een onverhard pad op kunt duiken. Als tegenhanger van de Triumph Tiger 800xc noemen we de BMW F800GS. De Tiger 800 maakte tot vorig jaar deel uit van het modelaanbod van het Engelse merk. Het laatste model (2020) heeft er 100 cc (en een aantal andere aanpassingen) bij gekregen en is er in zes verschillende uitvoeringen: Tiger 900 (straatgericht basismodel), GT (luxere straatgericht), GT Pro (meest luxe uitvoering van de GT), GT low (verlaagde uitvoering GT), Rally (allroad met spaakwielen) en Rally Pro (luxe uitvoering van de Rally). Bij de Tiger 800 was de typeaanduiding anders: XR, XRx, XRxLOW, XRT, XCx en XCA.
De patenten laten een conventioneel luchtgekoeld V-twin blok dat die er op het eerste gezicht tamelijk onbegrijpelijk uitziet. Bij nader inzien zien we echter dat het blok een genieus Variable Valve Timing (VVT) systeem bevat. Hiermee zouden een aantal modellen van het Harley-Davidson kunnen voldoen aan Euro5 en nog strengere emmissie-eisen in de toekomst.
De werking van het VVT-systeem is vrij complex, ook al omdat het systeem in een klassieke V-twin is ondergebracht. Het hart van de operatie is in het bovenstaande diagram genummerd als 74. Die massa onderdelen is de balansmodule. De krukas is verbonden met het kleine tandwiel (#154) dat op zijn beurt het tandwiel erboven laat draaien (#158). Aan de achterkant van dat grotere tandwiel zit een kleiner tandwiel dat de ketting (#178) aandrijft die op zijn beurt het balansgewicht (#86) in de tegenovergestelde richting van de krukas laat draaien. De VVT (#98) is verbonden met de nokkenas, waarmee de timing van zowel de inlaat- als de uitlaatkleppen wordt aangepast.
Terwijl sommige VVT systemen worden geprezen omdat ze vermogen en koppel in het lage-, midden- en hogetoerengebied versterken, moet het Harley-Davidson systeem er veeleer voor zorgen dat de zware Harley-twins ook in de toekomst blijven voldoen aan steeds strengere emissie-eisen. Dat wordt voor blokken die al eeuwen lijken te staan een steeds moeilijker opgave. Zeker als het ook nog eens luchtgekoelde blokken betreft. VVT is een van de ‘makkelijkste’ manieren om een blok door de nieuwste eisen te laten voldoen.
Is het raar om te beweren dat Guy Martin een beetje gek is? Dus zou het geen verrassing moeten zijn dat hij achter de 300 km/u-barrière op een motor aangaat op de staande kwart mijl.
In recente tests op de Elvington airstrip, nam Martin zijn turbogeladen Hayabusa mee naar 247 mijl per uur. Dat was zonder de achterste kuip. De 247 mph run werd gedaan in vreselijk weer. Volgens Motorcycle News moest Martin af en toe de strijd aangaan met de 50 km/u-winden.
Maar Martin reed in de nazomer van 2019 nog sneller. Motorcycle News meldde dat hij in september 2019 270.965 mijl per uur wist te halen. Trevor Duckworth, de eigenaar van Straightliners Events zei het volgende:
‘Hij doet het goed met het ontwikkelen van de motor. Hij is de hele tijd bij ons en hij is een slimme kerel, die altijd leert. Hij is nu sneller dan 270, ongeveer 275 op de GPS. De moeilijkheid bij Elvington is de wind, de airstrip is zo groot dat de wind aan de ene kant naar het oosten en aan de andere kant naar het westen kan waaien. Maar Elvington is echt de enige plek in de UK waar ruimte is voor een 0-300 in de mijl, op tijd remmen is het probleem.’
De motor is een Suzuki Hayabusa met turbo, gebouwd door Jarrod ‘Jack’ Frost of Holeshot Racing. Hij is ook een snelheidsrecordhouder. De motor is aangepast en gemodificeerd voor Martin’s doeleinden, maar de boring en de slag zijn nog steeds standaard en dat geldt ook voor de cilinderinhoud van 1340 cc. De motor is echter getuned op 830 pk, wat een krankzinnige hoeveelheid vermogen is die uit een relatief kleine motor komt. Hopelijk is dat genoeg vermogen.
Werkelijk overal maakt Piet Vader wereldkundig dat hij op zijn stokoude BMW R26 in 24 uur duizend kilometer gaat rijden. In de voorbereidingsperiode slaat de twijfel genadeloos toe als de motor letterlijk half uit elkaar dondert. Maar een weg terug is er niet.
Na een slapeloze nacht schudt Piet Vader begin mei om half zeven ’s ochtends zijn vrouw wakker. Met een eindeloze stroom woorden vertelt hij haar over The Loop. Het idee voor de prestatierit ontstaat die nacht in zijn hoofd en nestelt er zich definitief. Om alle corona-zorgen te vergeten – logisch met een kwetsbare moeder van 93 jaar en ook zakelijk is het een onzekere periode – is het tijd voor wat leuks. Ofwel: duizend kilometer in 24 uur tijd op een BMW R26 als positief tegenwicht voor alle Covid-19 ellende.
Oude rotzooi
Twijfel over The Loop kent Vader niet: ‘Dit moest het zijn. Al heb ik later wel vaak gedacht: had ik maar 500 kilometer gezegd. Natuurlijk moest het op een R26 uit 1959, want het ligt totaal niet voor de hand om het daarop te doen. De keuze voor de BMW weerspiegelt mijn karakter: het moet anders en leuk zijn.’
Van leuk is geen sprake als Vader aan de voorbereiding op zijn rit begint. ‘De BMW stond er waardeloos bij. Dertig jaar lang had hij geen enkele liefde gehad en alles wat kon uitdrogen was uitgedroogd. Door heel wat kilometers te maken, heb ik de kwaaltjes eruit gereden. Alles flikkerde letterlijk van de motor af. Nooit stond ik zo veel stil met een motorfiets. De auto stond standaard klaar voor de deur met een trailer er achter om me weer eens ergens op te pikken.’
Een iets te vertrouwd beeld in de voorbereiding.
Vader verloor in het voortraject een uitlaat, zag de verlichting uitvallen en de spanningsregelaar, ontsteking en cardan sneuvelen. ‘Dat viel tegen, ik had gedacht dat de BMW R26 het wel zou redden. Daarom heb ik hem langs oom Piet gestuurd voor een second opinion. Hij sleutelt al zijn hele leven aan boxers bij Harry Meijer (BMW-dealer in Lijnden, red.) en hij is een instituut. Oom Piet stelde hem af en heeft her en der een likje vet gegeven. Hij heeft het nooit tegen me gezegd, maar hij maakte zich nog meer zorgen dan ik dat het niet zou lukken.
Bij Harry Meijer trokken we de finishlijn van The Loop. Harry geniet van dit soort tochten, die is dol op oud spul. Hij heeft genereus geholpen met spullen en een motor. Mijn maatje Franklin zou me namelijk vergezellen. Alleen rijdt hij op oude rotzooi – al is dat niet zo netjes om te zeggen van zijn Japanse klassiekers – en daarom regelde Harry iets betrouwbaars.’
999 kilometer door de regen
In zijn beste vriend Franklin heeft Vader wel alle vertrouwen. ‘Fysiek, dat wist ik zeker, flikken wij het, alleen de motor was onzeker. Franklin en ik zijn uit hetzelfde hout gesneden en ik wilde dit alleen doen met iemand die ik honderd procent vertrouw. Alleen was geen optie, ik wilde op iemand kunnen terugvallen.’
De BMW’s van dienst.
Pas enkele weken voor de rit krijgt Vader het vertrouwen dat het goed gaat komen met de BMW R26 die hij slechts een paar maanden in het bezit heeft. ‘Eind 2019 kocht ik hem als curiositeit en vanwege zijn mooie silhouet. Het beeld van curiositeit heb ik na duizend kilometer bijgesteld. Het is een volwaardig vervoermiddel ook al reden onze ouders en grootouders hier op. Ik dacht dat het een nostalgisch ding was, maar het is veel meer als je zo’n beproeving aankan.’
Waar de R26 in de voorbereiding vooral zijn lelijkste kant laat zien, toont hij tijdens The Loop slechts zijn aangename zijde. ‘Vooraf had ik twee angsten: ’s nachts in het pikkedonker stil vallen in Musselkanaal en 999 kilometer door de regen rijden.’ Het blijkt een overbodige angst, want zowel het weer als de BMW werken perfect mee.
Uiteindelijk leggen Vader en Franklin 1030 kilometer af in 15,24 uur. De geregistreerde topsnelheid van 122 km/u staat indrukwekkend, maar moet een foutje van de GPS zijn. ‘Een top van 110 km/u klinkt realistischer. Toen dacht ik al dat het echt niet harder moest.’ De gemiddelde snelheid van 66,9 km/u is een meevaller, alle plannen waren gebaseerd op 60 km/u.
Rijden in een bubbel
De route voert voor bijna honderd procent over provinciale wegen. ‘Met 17 pk en zonder richtingaanwijzers krijg je een heel naar gevoel op de snelweg.’ Een smartphone fungeert als navigatiesysteem. ‘Een BMW R26 heeft standaard geen usb-poort om de telefoon op te laden, die heb ik er op gezet.’
Ondanks alle angsten vooraf heeft het duo het tijdens de gehele rit geen moment zwaar. ‘Daar was alles veel te leuk voor. We hebben om half vier ’s nachts een half uur geslapen onder de overkapping van een bedrijfspand in Veghel. Met een buff over mijn ogen heb ik heerlijk getukt.’
Na 850 km oogt het duo toch wat getekend.
De reis was een groot hoogtepunt, maar dat kan niet van de culinaire geneugten worden gezegd. ‘Franklin had naar recept van zijn oma twee ovenschotels macaroni-cheese gemaakt. De aangestampte substantie sneed hij in hapklare brokken. Het was functionele voeding en het smaakte beter dan het klinkt. Aan restaurants deden we niet. Op koffie na waren we volledig selfsupporting.’
Vader denkt diep na over de vraag wat er nou zó leuk was aan zijn Loop. ‘Daar vraag je me wat. Het is de aanloop er naar toe, het betrouwbaar maken van het motortje en dat je het samen met je maatje flikt. In Zeeland beleefden we een prachtige zonsopgang na een koude nacht. Als je dat soort momenten kunt delen is het superleuk. Franklin reed ’s nachts twee meter achter me om de weg te verlichten. Met dat peertje van de BMW R26 zie je echt geen moer. De broederschap zonder onvertogen woord, de succesvolle afronding, alles is even bijzonder. Het gaf ons zo’n euforisch gevoel dat we bij Hotel New York in Rotterdam de route hebben aangepast om ook de provincie Utrecht mee te pakken. Je zit in een bubbel, een uurtje extra rijden is ook niet niets meer.’
Hazenslaapje van een half uur.
Wakker worden in tanktas
Vader is een bommetje gevuld met aanstekelijke positieve energie en daarom vindt hij het leuk om met zijn Loop een enkele kritische kanttekening te ontkrachten. ‘Soms hoorde ik vooraf: “Is dit wel verantwoord?” Dat bepaal ik toch zelf wel. Weg met die Nederlandse vertrutting! Ik ben toch niet gek. Als ik wakker was geworden in mijn tanktas, was ik wel gaan slapen.
Opzoeken die video!
Het nummer elf dat prominent op de nummerplaten prijkt is een ode aan Troy Corser. Iedereen die nog nooit het filmpje zag van de boenderende Australiër op Goodwood moet gaan zoeken op de combinatie Corser, BMW en Goodwood. Nu! Het is magnifiek om te zien hoe Corser een machine uit 1929 tot voorbij de pijngrens uitmelkt. Dat de BMW R57 Compressor een ongeveerd museumstuk is, lijkt hem niet te deren. Serieus: bekijk de beelden eens op YouTube en geniet. Geïnspireerd door Corser pakte Piet Vader vlak voor de finishlijn de Bijlmerbocht met de R26 op haren en snaren. ‘Het is leuk om hard te rijden met zo’n ding. Hij pakt echt wel zijn bochtjes mee, al verwacht niemand dat.’
Feest met advocaatjes en slagroom
The Loop was uiteindelijk meer dan een uitgebreid blokje om de kerk omdat Vader er een goed doel aan vastknoopte. Mensen konden een deel van de route adopteren door het kopen van Corona-miles. Daarmee is een leuk bedrag verzameld voor een feestavond in het verzorgingshuis van Vaders moeder met live muziek en een overvloed aan advocaatjes met slagroom.
Na een poging om op zaterdag in Jerez te rijden, is Marc Marquez gedwongen zich terug te trekken uit de Grand Prix van Andalusië op zondag in Jerez. De Repsol Honda-rijder reed redelijk goed in de FP3 en werd na de sessie fit bevonden om door te gaan.
Maar Marquez begon ’s middags te worstelen. De regerend kampioen zette een stint van acht ronden in op zijn eerste run in FP4, maar deed daarna nog maar twee ronden.
Hij probeerde in Q1 te rijden, maar kwam direct na zijn outlap weer binnen en verdween in z’n camper.
Terug uit de truck, in teamkleding, was zijn rechterarm, die vorige week was gebroken en dinsdag tijdens een operatie werd gerepareerd, zichtbaar opgezwollen.
Het was duidelijk dat Marquez niet in staat zou zijn om door te gaan.Korte tijd daarna kondigde het Repsol Honda team aan dat hij niet meedeed.
Het is de eerste keer dat Marquez een race mist in zijn MotoGP-carrière. De laatste keer dat hij niet meedeed was op Sepang en Valencia, de laatste twee races van 2011.
Dit is er eentje voor race tech-fans. Een fabrieks-TZ250 Yamaha GP-racer opnieuw opbouwen is een avontuur op zich. Deze – constant grijnzende, logisch ook – gelukkige eigenaar neemt je mee op dat avontuur.
Van begin tot eind zie je hoe hij zijn 1987 Yamaha TZ weer opbouwt. Met elf minuten is het echt een achterover zitten en wegkijken Zondagmorgenfilm!
We gingen onlangs op onderzoek uit. We zochten uit welke motorfiets bij uitstek geschikt is voor hoge kilometerstanden. Wat is nou de Ultieme Tonvreter? Het sommetje tot nu toe: een Honda uit het toersegment, aangedreven door een tweecilinderblok met cardan. En de winnaar is… Honda PC800 Pacific Coast
Honda heeft veel motoren die aan deze omschrijving voldoen. Een Deauville 650 of de latere 700, een Revere of zelfs een oudere CX wellicht? Toch kan maar één machine met de titel van Ultieme Tonvreter aan de haal gaan. Maar ten koste van wat? Zo’n titel moet je verdienen en hem vervolgens dragen. Dat kan een zware last zijn. Alleen ja, wat kan de Honda PC800 Pacific Coast eigenlijk nog overkomen? Het wereldwijde web ligt bezaaid met top-lijstjes van lelijke motoren en niet zelden staat de Pacific Coast erbij. Die haters snap je wel. Het uiterlijk van naadloos aansluitende panelen van keihard plastic verraadt Honda’s intentie. Hard plastic staat in de autowereld synoniem voor de Amerikaanse automarkt. De PC800 was dan ook Honda’s ultieme V-twin-toerwapen om de Verenigde Staten te veroveren. In 1989 lag die ondankbare taak voor het, nagenoeg compleet door plastic omhulde, voorwiel van de Honda PC800 Pacific Coast.
Gedistingeerd alternatief
Het moest een gedistingeerd alternatief voor de Harley zijn. Een Harley-Davidson heeft namelijk wel de aantrekkingskracht, maar het her en der toch wat ruige imago kan afschrikken. Zeker voor de yuppie waar Honda in die tijd zijn pijlen op richtte. De motor die Honda voor ogen had moest niet misstaan in een modern huis in Malibu, geparkeerd naast de vleugelpiano. Zoiets vulgairs als kettingvet is dan uit den boze, dus is een cardan het logische alternatief. Eenzelfde filosofie werd toegepast op de zwaar onderbelaste 45 graden driekleps-V-twin. De basis was sowieso solide door zijn banden met het tweecilinderblok van de originele Africa Twin, de latere Transalps, Reveres en Deauvilles, en zelfs helemaal terug te leiden tot de 52graden-twin in de Honda VT500 uit 1982. Toch is het 798cc-motorblok specifiek voor de Pacific Coast. Met twee bougies per cilinder en een compressieverhouding van 9,0 tot 1 is het blok compleet over een oerdegelijke boeg gegooid. Tel erbij op dat het motorblok automatische nokkenaskettingspanners en hydraulische klepstoters heeft en je hebt een motorblok dat zelden of nooit aandacht nodig heeft.
Dat is maar goed ook. Het niet te missen en allesomvattende standaard in two-tone gespoten kuipwerk maakt het tot een nachtmerrie als de dag dan toch komt dat er onderhoud nodig is. Gelukkig is dat dus zelden noodzakelijk. Afgaand op de instructies in de originele gebruikershandleiding – lag in de kofferbak en levert altijd een interessant inzicht op, zoals ook nu weer –, had Honda de intentie om de doelgroep te bedienen met een motorfiets die lang mee zou gaan. De PC800 moest zo eenvoudig mogelijk rijdend gehouden worden als een hoge-middenklasse-auto en ook net zo duurzaam zijn. Het gepland onderhoud in de handleiding loopt door tot 384.000 kilometer. Dat is overigens ook de eerste keer dat het volledig vervangen van de koelvloeistof aan de orde is. Bij 128.000 en bij 256.000 kilometer dien je het al wel eens geïnspecteerd te hebben. Zie het staatje op de foto.
Zoals je aan het onderhoudsschema ziet, ging Honda er zelf ook al vanuit dat er flink kilometers gemaakt zouden worden.
Wirwar aan details
Toch fascinerend dat Honda de Amerikaanse markt met zo veel overgave bestormde met deze PC800 Pacific Coast. Je zit er echt riant op, met een beetje steun in de onderrug zelfs. Kijkend naar de voetsteunen verwacht je vervolgens niet dat zulke grote rubber platen zo ongelooflijk comfortabel kunnen zijn en dan blijkt de gigantische ruit nog zo’n verrassing. Normaliter drijven dat soort immense stukken plastic de rijder tot waanzin met turbulentie, veroorzaakt door een plaatselijk lagedrukgebied achter de ruit. Ik verzin het niet, hè. Opnieuw een gebied waarop de Pacific Coast de boel onder controle lijkt te hebben, met weinig tot geen ergerlijke windvlagen.
De brede, met rubber beklede, voetsteunen zijn een genot. De grondspeling is ook geen probleem.
Ook voor de bijrijder prima steunen, die ongebruikt weg te klappen zijn in het omvangrijke bodywork.
Het kapje heeft het pand verlaten, maar zoals je ziet zit er een ferme – en onbeschadigde – valbeugel achter verstopt. Toch slim!
Met het niet al te brede stuur in je handen kun je niet anders dan glimlachen om het haast auto-achtige dashboard en de wirwar aan details die Honda erop heeft toegepast. Voorbeelden hiervan: de kleine opbergvakjes in de flanken en de choke-knop die deftig in het balhoofd verzonken ligt. Zelfs de valbeugels rond het blok en de kont dragen aan die wirwar bij. Op de door ons gereden PC800 ontbreekt het kapje rechtsachter helaas, maar hierdoor hebben we nu wel een mooi inkijkje. De tank is met 16 liter niet eens zo groot, al zou je met een opgegeven verbruik van 1 op 16 toch nog altijd zeker 250 kilometer van huis komen. En daar ligt wel zijn grote kracht. De Pacific Coast is geen motorfiets voor lange reizen aan één stuk; hij verdient de titel Ultieme Tonvreter omdat de PC800 in al zijn eigenaardigheid puur voor praktische inzetbaarheid is bedoeld. Geen toerroute dus; de woon-werkroute is zijn natuurlijke habitat, daar blinkt-ie in uit. Beetje bij beetje de kilometers bij elkaar knabbelen in plaats van met grote happen verslinden. De ruit maakt dat je door weer en wind kunt, met de brede geïntegreerde spiegels als substituut-handkappen, en de zithouding is zo neutraal als maar zijn kan. Niet actief, maar ook niet helemaal onderuit hangend. Het rijwielgedeelte kan op alle vlakken voldoendes af laten tekenen, behalve op gebied van de remmen. De dubbele schijven aan de voorzijde en de enkele trommel achter zijn met de hakken over de sloot adequaat te noemen. Al moet je niet vergeten dat de Pacific Coast 262 kilo in de schaal legt. Let wel, dat is het drooggewicht. Rijklaar weegt de Honda Pacific Coast met 278 kilogram een volle tien kilo meer dan een afgetankte BMW R1250GS. Dat gewicht tot stilstand brengen is dan ook een uitdaging.
Het klepje tussen de benen open je om bij de tankdop onder het zadel te komen. Daar zit ook het hendeltje voor de kofferbak, trouwens…
Want ja, de PC800 heeft – met recht – een kofferbak.
Ingebakken onverwoestbaarheid
Toch vinkt de PC800 hokje na hokje af om zich tot de Ultieme Tonvreter te mogen kronen. De zit blijft uit te houden, in de kofferbak past voor bijna een week aan boodschappen, het blok blijft wel draaien; dit exemplaar heeft bijna 85.000 kilometer gelopen en start en gaat nog als een zonnetje. Mocht je een keer onderuit gaan, redden de valbeugels je van de ergste schade. Dat-ie in de ogen van velen toch niet veel lelijker kan worden, maakt een eventueel glijertje nog minder pijnlijk.
Je komt aan boord van de Pacific Coast 800 al snel tot de conclusie waarom de massa hem nooit begrepen heeft, waarom Honda er nooit vervolg aan heeft kunnen geven en waarom je ze zodoende – ondanks een ingebakken onverwoestbaarheid – zelden tegenkomt. De keerzijde van de medaille is dat Honda de PC800 Pacific Coast zo onweerlegbaar praktisch heeft gemaakt en qua ontwerp zo in lijn heeft geplaatst met hoe een automobilist naar zijn auto kijkt, dat alles wat motorrijden niet alleen praktisch, maar bovenal ook leuk maakt eruit is gehaald.
De Honda PC800 Pacific Coast verdient de titel van de Ultieme Tonvreter met verve. Hij voldoet aan het plaatje, maakt de kilometers moeiteloos – iets waar Honda dus ook gewoon op ingezet heeft – en die afstanden leg je nog in redelijk comfort af ook. Alleen ontbreekt de fun-factor; er lijkt geen greintje lol in de genen van de PC te zitten. Van A-naar-B is de Honda Pacific Coast een prima machine, maar voor A-naar-A – het plezierritje – is-ie niet gemaakt. Honda wilde hiermee de niet-motorrijder overhalen tot het motorrijden, terwijl de wel-motorrijder zich over het algemeen juist op de motor begeeft omdat er altijd wel een beetje lol uit het motorrijden voortvloeit. Die onmogelijke missie was dus vanaf het allerprilste begin gedoemd te mislukken. Ergens is de zware last van de titel dan toch juist een soort poedelprijs. De Honda PC800 Pacific Coast mag dan in weinig echt enorm uitblinken – over het uiterlijk twisten we maar niet –, maar kilometers vreten kan hij zeker wel. De Ultieme Tonvreter, dat kan alleen de Honda Pacific Coast zijn.
De remmerij zit vakkundig weggestopt. Achter de kunststof kappen zitten vervolgens twee vrij reguliere Nissin-tweezuigerklauwen.
Het zadel zou je ongegeneerd een zetel kunnen noemen, of een fauteuil.
Zo’n enorm dashboard; alsof ze het uit een Honda Accord hebben getrokken!
IN MARATHONMOTOR: Honda PC800 van Frans Klaus
Aangezien we deze Honda PC800 Pacific Coast als uitkomst van ons onderzoek presenteren, en ons onderzoek weer op de langlopende Marathonmotor-rubriek gebaseerd is, moest het Marathonmotor-archief nog wel even nagelopen worden. Zo waar, we treffen er één PC800 in aan! Frans Klaus uit het Gelderse Zoelmond stond met zijn blauw-grijze Pacific Coast in MOTO73 nummer 8 van 2015. Frans toen over zijn PC800: ‘Wat voor mij destijds ook een reden was om tot aanschaf van een PC800 over te gaan, is de enorme bergruimte. De achterkant van de motor gaat open als een soort kofferbak. Voor mij echt ideaal. Aan de ene kant mijn helm, aan de andere kant een tas of andere spullen. Het blok van de PC800 is voorzien van hydraulische klepstoters. Kleppen stellen, altijd goed voor flink wat extra uurloon, is daardoor niet nodig. Daardoor blijven de kosten van een grote of kleine beurt binnen de perken.’ In het dagelijks gebruik blijkt de PC800 een goedkope motor te zijn. Frans rijdt met zijn Honda 1 op 20 en olie verbruiken doet hij niet. Met een setje banden doet Frans zo maar tussen de 20.000 en 35.000 kilometer.
Honda PC800 van Frans Klaus. FOTO: Peter van der Sanden
Deze Honda PC800 Pacific Coast
We troffen deze Honda PC800 Pacific Coast bij MotoPort Veldhoven, aan de andere kant van de A2 bij Eindhoven. ‘Als nieuw’ is niet een predicaat dat deze Pacific Coast verdient. Er zitten her en der wat gebruikerssporen en een kapje achter ontbreekt ook nog. Toch is de PC800 zelfs met 84.050 kilometer op de teller moeiteloos te starten. Choke erop, twee slagen rond en het loopt vervolgens met een paar tellen opwarmen als een zonnetje. De vijfversnellingsbak moet even wat langer draaien voor die, eenmaal opgewarmd, ook moeiteloos werkt. De Pacific Coast is origineel uit 1989 – inclusief de originele instructieboekjes ook –, maar in 1992 is-ie voor het eerst in Nederland aangekomen. Dat de teller de kilometers aan de buitenrand toont, en mijlen per uur aan de binnenrand, verraadt dat dit waarschijnlijk een van oorsprong Canadees exemplaar betreft. Als je nou echt een machine zoekt waarbij emotie geen absolute noodzaak is, maar in alle comfort moeiteloos kilometers maken wel van belang is, kijk dan niet verder. Voor € 1.990,- heb je dan een motorfiets die zonder veel rariteiten gemakkelijk zijn kilometerstand kan verdubbelen. Dat is aan de Ultieme Tonvreter uiteraard wel toevertrouwd! Het adres van MotoPort Veldhoven: De Run 5202, 5504DC Veldhoven
De Kawasaki VN800 Vulcan Classic van Diana Kroon uit Kwadijk
‘Ik heb mijn Vulkannetje op 8 oktober 2017 gekocht voor € 3.100,-. Ik kwam ’m tegen op Facebook en ik viel meteen voor de kleur. Afspraak gemaakt met de verkoper en naar Limburg gereden. Daar stond de motor en ik dacht meteen: “Wow”. In het echt was de kleur nog mooier en eigenlijk heb ik de motor daarom gekocht. Wat ook meespeelde, was dat de verkoper echt zo’n Pietje Precies was en dat zag je in de motor terug. Na een proefrit ben ik ermee naar huis gereden. Tijdens die rit viel me op dat de versnellingspook wat hoog stond. Later heb ik er ook een andere, lagere ruit opgezet. Die er opzat, was te hoog. Ik kon er niet goed doorheen kijken, wat lastig is in de regen.’
‘Ook heb ik een Osco laten installeren, een superhandig kettingsmeersysteem. Technische problemen heb ik met deze motor totaal nog niet gehad. Kosten heb ik alleen gehad met regulier onderhoud, banden, ketting, et cetera. Ik ben dol op deze motor en daarom heb ik absoluut geen plannen om ’m te verkopen. Er is op dit moment voor mij geen mooiere motor dan mijn Vulkannetje.’
Naarmate de herstart van het Wereldkampioenschap 2020 nadert, hebben Dorna en de FIM een bijgewerkte kalender uitgebracht.
In de vorige versie van de WorldSBK-kalender werden de Britse, Nederlandse en de ronde in Qatar als nader te bepalen rondes vermeld.
Deze drie races, op Doningon Park, Assen en het Losail International Circuit, zijn nu geannuleerd vanwege de organisatorische problemen die de COVID-19 pandemie met zich meebrengen.
Met het wegvallen van deze drie rondes blijven er nog acht op de kalender staan. Het seizoen begint opnieuw in Jerez op 2 augustus, de week na de tweede race van de MotoGP op het circuit.
Het WorldSBK-circus gaat dan naar het westen, naar het Portimao-circuit in Portugal. Dan zijn ze twee weken vrij en vervolgens af te reizen naar het Motorland Aragon-circuit in Spanje.
Terug naar Aragón wordt het circuit gevolgd door een enkele reis naar Barcelona, voordat het WorldSBK-circus naar Frankrijk gaat, naar Magny-Cours.
Daarna bereiden ze zich voor om naar Argentinië te vliegen, naar het circuit van San Juan Villicum. Hoewel, die ronde moet ook nog worden bevestigd, vanwege de pandemie. Het seizoen eindigt dan in Misano in Italië.
Net als olie in je blok zorgen cookies ervoor dat alles soepel loopt. We gebruiken ze om de website goed te laten werken en je de beste ervaring te bieden. Door verder te gaan, geef je toestemming voor het gebruik van cookies.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.