Ducati heeft net zoveel lol in het uitmelken van de Hypermotard als wij. Al doen ze dat op een iets andere manier. Er zat volgens Ducati blijkbaar nog een te groot gat tussen de ‘standaard’ 950 en de SP versie. Die ruimte wordt nu gevuld met de Hypermotard 950 RVE.
De Hypermotard 950 RVE wordt gekenmerkt door een kleurstelling die “Graffiti” wordt genoemd, uiteraard geïnspireerd op street art. De motorfiets bouwt voort op het succes dat in 2019 op social media werd geboekt met de conceptversie van de Hypermotard 950 die werd gepresenteerd op het prestigieuze Concorso d’Eleganza Villa d’Este.
Maar een one-of-a-kind omzetten naar productie is niet eenvoudig. Om dezelfde kwaliteit van de conceptmotor over te brengen naar productie was het noodzakelijk om echte experts in te zetten tijdens de verschillende verffasen en stickers met zeer lage dikte te gebruiken. Maar het resultaat, wat vergelijkbaar is met dat van een airbrushed kuipwerk, mag er zijn.
Gelukkig zit het verschil niet alleen in het uiterlijk, er is ook een upgrade in de standaard uitrusting voor deze nieuwe versie toegevoegd. Het elektronische pakket van de Hypermotard 950 RVE is uitgebreid met de Ducati Quick Shift (DQS) Up and Down EVO.
Een mooie toevoeging op de standaard componenten als Bosch Cornering ABS met Slide by Brake functie (in setting 1) , Ducati Traction Control Evo (DTC EVO) en Ducati Wheelie Control (DWC) EVO.
De Hypermotard 950 RVE wordt aangedreven door het tweecilinder 937 cc Testastretta 11° motorblok, die met zijn 114 pk bij 9.000 tpm en 9,8 kgm koppel, waarvan al meer dan 80% beschikbaar is bij 3.000 tpm, ofwel.. de ideale motor om dikke pret mee te beleven, zowel tijdens sportief rijden op het circuit of op wegen vol bochten.
Aan de top van het Hypermotard 950 gamma staat nog steeds de Hypermotard 950 SP met racing graphics en Öhlins ophanging met verhoogde veerweg, Marchesini gesmede velgen en Ducati Quick Shift (DQS) Up and Down EVO.
De RVE versie zal vanaf juli verkrijgbaar zijn bij Ducati dealers.
Na veertien jaar begint de Suzuki GSF650SA Bandit van Bas Effing aan het einde van zijn Latijn te komen. De motor loopt vaker op twee dan op de daarvoor bedoelde vier cilinders, maar voor de eigenaar is dat nog geen reden om zijn ‘eerste liefde’ van de hand te doen. De Suzuki mag op zijn oude dag, zolang hij blijft lopen, dienst doen als pekelfiets.
Bas Effing (40) uit Arnhem had al vroeg interesse in tweewielers. ‘Als puberjongen wilde ik niet met de trend mee en scooter rijden. Ik moest en zou een Honda MT-X-schakelbrommer hebben. Met vakantiewerk op het land en steun van mijn ouders kon ik een tweedehandse kopen. Trots dat ik was! Elke dag naar school en af en toe ’s avonds een rondje rondom de stad, langs de Maas en door de bossen rijden. Heerlijk. Toen ik ging studeren en mijn vader de brommer in de garage spuugzat was, heb ik hem verkocht. Na mijn studie – eerst HTS, later universiteit – heb ik van mijn eerste loon motorrijlessen gevolgd. Dan had ik dat A-rijbewijs maar vast. Na het behalen daarvan was het onhoudbaar. Ik wilde een motor en dat werd de Bandit. In de beginjaren reisde ik in de winter nog met het openbaar vervoer. Een auto had ik niet nodig. Ik leerde een meisje kennen en ging samenwonen. Noodgedwongen heb ik de motor toen op de stoep voor de deur moeten parkeren. Lokale jeugd zat eraan, onderdelen werden eraf geschroefd, de motorhoes raakte beschadigd of werd gebruikt door katten en honden om hun territorium te markeren. Dagelijks woon-werkverkeer was te ver rijden. De motor moest maar worden gestald. Inmiddels had ik toen wel al een autootje. Een jaar of vijf heb ik de motor niet gebruikt, maar deze was met amper een halve ton op de teller niet te verkopen. Het bod dat ik van kopers kreeg, was zo laag dat ik met de afschrijving en maandelijkse lasten de motor beter kon aanhouden. De relatie ging uit en vanaf toen ben ik elke dag motor gaan rijden naar inmiddels een nieuwe werkgever dichterbij. Liefst door de polders, dwars door de Betuwe en binnendoor over de dijken langs de Rijn en de Waal naar het werk, familie of vrienden. In weer en wind, storm en ontij, zeilend over de Moerdijkbrug en glibberend over bevroren wegen in Gelderland. Elke dag is zo een feest.’
Man en Motor
Naam
Bas Effing
Woonplaats
Arnhem
Leeftijd
40
Beroep
strategisch technisch manager waterschap
Rijdt sinds
2006
Aangeschaft
2006
Nieuwprijs
€ 7.070,-
Dagwaarde
weinig
Rijstijl
sportief/toer
Gebruik
woon/werk, toer, vakantie
Brandstofverbruik
1:17
Olieverbruik
nihil
Onderhoud
divers
Bouwjaar
2006
Kilometerstand
101.540
Liever naked
Toen Bas in 2006 op zoek ging naar zijn eerste motor had hij zich vooraf goed georiënteerd op de motormarkt. Zijn budget was beperkt. ‘Ik zocht een sportieve toermotor. Suzuki vond ik in 2006 de mooiste lijn hebben, hoewel ik de Honda Hornet 600 ook mooi vond. Bovendien kreeg ik bij Suzuki veel motor voor relatief weinig geld. Ook de reviews waren goed. Ik ging vooral voor de optie met ABS. Als beginnend motorrijder die dagelijks woon-werkverkeer ging rijden, vond ik dat belangrijk. Dat was voor mij een vereiste, maar was toen nog niet standaard. Daarnaast wilde ik een viercilinder van rond de 600cc rijden, om vooral niet te zwaar te beginnen. De 650 cc was toen net nog een beetje meer dan wat de concurrentie te bieden had in die klasse. Dat maakte de keuze een stuk eenvoudiger. Ik heb de motor gekocht bij Motorcenter Venlo. Dat was een eind uit de richting, omdat ik toen in Woerden woonde. Mijn ouders woonden in Venlo en ik kon daar de beste deal maken. Voor net iets meer dan € 7.000,- werd ik de gelukkige eigenaar van een splinternieuwe motor. Ook kreeg ik een leuke korting op de motorkleding, helm en laarzen.’
Gemonteerde accessoires
Hurric RAC1-uitlaatdemper Donker windscherm van MRA Reflectievelglinten Givi-top- en -zijkoffers met quicklock Handvatverwarming Navigatiesteun
Handkappen Voorspatbordverlenger Socketsarger voor navigatie Kleinere kuipspiegels Cruisecontrol (klem op handvat) Stuurverhogers
Toch was de SA-uitvoering (met kuip en ABS) niet precies wat Bas zocht. ‘Eigenlijk wilde ik de naked-variant, maar dat werd mij ten zeerste afgeraden voor woon-werkverkeer. De topkuip zou veel meer bescherming bieden, de spiegels staan verder uit elkaar voor beter zicht naar achteren en de koplamp zou krachtiger zijn. En… omdat deze in de showroom stond en de dealer mij alleen voor die ene motor een forse korting kon bieden. Ik heb altijd een beetje spijt gehad van de topkuip. Op de één of andere manier zat ik steeds in de turbulentie en het geratel om mijn helm vond ik vreselijk. Zo erg dat ik heb gevraagd of het mogelijk was om de topkuip om te bouwen naar de naked-variant. Dat bleek een te duur geintje. Uiteindelijk heb ik geëxperimenteerd met diverse vervangingsruitjes, maar dat bleek ook geen oplossing. Ik ben toen gaan proefrijden op naked-modellen en heb wat motoren gehuurd. Hoewel ze minder bescherming bieden, vind ik een naked qua windweerstand fijner rijden, maar de aanschaf van een andere motor zat er niet in. Een echte toermotor met een grote “autoruit” zie ik niet zitten, hoewel ik voor de KTM Super Duke GT en de Kawasaki Versys een uitzondering wil maken. Ik heb toen uit frustratie de ruit er maar helemaal afgehaald. Dat was een verbetering, maar het zag er niet uit. Na misschien wel een jaar zonder ruit te hebben gereden, heb ik de decoupeerzaag in één van de vervangingsruitjes gezet en een custom made-ruitje gezaagd. Afgewerkt met een rubberen rand en gemonteerd. Het rijdt een stuk fijner.’
Merkenclub
Bezitters van een Suzuki Bandit, ongeacht welk type, zijn welkom bij de Suzuki Bandit Club Nederland (www.suzukibanditclub.nl). Leden kunnen mee met toertochten of deelnemen aan andere door de club georganiseerde evenementen. De club is zowel voor Nederlanders als Belgen toegankelijk.
Afgeschreven
Behalve voor woon-werkverkeer is Bas de Suzuki later ook veelvuldig gaan gebruiken voor vakanties (onder meer Schotland, Zwitserland, Frankrijk en Duitsland), compleet met vriendin en bagage achterop. Om het reizen te vergemakkelijken, is er een kofferset aangeschaft. Behalve een fervent motorrijder is Bas ook een fervent scouting-man. Binnen Scouting Nederland zijn meerdere motorrijders actief, wat twee jaar geleden, mede dankzij Bas, leidde tot de oprichting van Motor Stam Nederland. Noem het een motorclub binnen de kaders van scouting Nederland. ‘Het is leuk als je twee hobby’s samen kunt delen. De diversiteit aan motoren binnen deze club is heel groot, net als de leden.’ Qua onderhoud aan de motor doet Bas zelf weinig. ‘Niet omdat ik het niet leuk vind, maar ik heb simpelweg niet de ruimte om te sleutelen. Als hij niet wordt gebruikt, staat de motor buiten onder een hoes in de tuin. Gelukkig niet meer op straat, maar toch. Omdat ik op verschillende plekken heb gewoond, is de motor ook bij diverse zaken in onderhoud geweest. De laatste tijd kom ik vooral bij Pitbox33, een klein zaakje in Valburg. Toen ik de motor nog maar net had, ben ik op een rotonde buiten de bebouwde kom onderuit gegaan. Geen idee wat er gebeurde, maar ik baalde vreselijk. Ik was niet allrisk verzekerd. De krassen aan de linkerkant herinneren er nog aan. Alleen het hoognodige is toen vervangen. Eén keer ben ik onderweg stilgevallen. Via de overloopslangen stroomde benzine uit de carburateurs. Ik heb de eerste de beste motorzaak in de buurt gebeld, De With in Cothen. Zonder morren werd ik netjes opgehaald en het euvel door het vervangen van de vlotternaalden opgelost. Afgezien van een lekke koppakking en lekke voorvorkkeerringen heb ik geen bijzondere reparaties gekend, tot halverwege 2018. Het ene moment liep de Suzuki als een zonnetje, het andere – uitgerekend op vakantie in Schotland – leek deze op drie of zelfs twee cilinders te lopen en rook ik onverbrande benzine. Een dagboek bijhouden met daarin een opsomming van mogelijke oorzaken – rijgedrag, temperatuur, regen, zon, type benzine en terreinomstandigheden – verschafte geen duidelijkheid. De motor is binnenstebuiten gekeerd en inmiddels door de dealer en mijn lokale onderhoudsmonteur afgeschreven. Het euvel is niet gevonden en verholpen. Ik gebruik hem nu als pekelmotor en neem op de koop toe dat de motor af en toe slecht loopt. De tweede ton ga ik niet halen, maar een veelvoud van 10.000 kilometer wil ik er nog wel bij rijden. Inmiddels heb ik een tweede motor, een Yamaha XSR900. Jawel, een naked.’
‘Eindelijk weer eens een Marathonmotor die er ook uitziet als een Marathonmotor’, aldus MotorNL-expert Van Sleeuwen. Hem werd, voordat hij aan het gebruikelijke proefritje begint, niet verteld dat de motor soms op drie of zelfs twee cilinders loopt, maar daar kwam hij snel genoeg achter. ‘Behalve één of twee cilinders die dienst weigeren, doet de rest het nog goed’, is zijn droge opmerking. Voor een pekelfiets valt het uiterlijk best nog wel mee. De remschijven hebben hun beste tijd gehad, maar zijn dan ook nog nooit vervangen. Pekel heeft nauwelijks vat gehad op het lucht-oliegekoelde motorblok. Dat kan niet worden gezegd van het frame. Bij de duosteps en onder de tank overheerst de bruine kleur. Dat heeft niet alleen met pekel te maken. Een parkeerhoes als ‘garage’ is nu eenmaal verre van ideaal.
Na ruim een ton is er toch wel iets te voelen aan het balhoofdlager, maar onheilspellend is het nog niet.
Nooit waren er problemen met de stroomvoorziening.
De carburateurs zijn er zeer waarschijnlijk de oorzaak van dat de viercilinder bij tijd en wijle een tweecilinder wordt.
Ook voor Van Sleeuwen is het een raadsel waarom de motor slechts op twee pitten loopt. ‘Als ik hoor wat er allemaal aan de motor is onderzocht, heb ik daar weinig aan toe te voegen, al denk ik wel dat het euvel met een andere set carburateurs kan worden opgelost. De symptomen duiden op verstopte stationairsproeiers, maar dan is het weer vreemd dat de motor de ene keer wel en de andere keer niet goed loopt. Dan zou de motor altijd slecht moeten lopen. Aan de ontsteking ligt het in elk geval niet, want er is bij alle vier de bougies een vonk. De eigenaar heeft al zo’n € 900,- gespendeerd om de motor weer goed aan het lopen te krijgen, maar is daar per saldo niks mee opgeschoten. Als de onkosten hoger worden dan de waarde van de motor moet je gaan nadenken.’
Onder de tank is te zien dat de Bandit een zwaar leven achter de rug heeft.
Met de stepjes over de grond, het kan.
Om er achter te komen welke twee cilinders niet meewerken, wordt de temperatuur van de uitlaatbochten gemeten.
Dat heeft de eigenaar ook gedaan. ‘Zo lang de motor blijft rijden, ga ik er in de winter mee naar mijn werk’, vertelt Bas. ‘En kom ik onverhoopt onderweg een keer stil te staan, dan is hulp nooit ver weg. Daarna is het wel definitief einde verhaal voor de Bandit.’
De tweeduizend jaar oude Limes is de oudste en misschien wel belangrijkste weg ooit geweest van Nederland. Helaas is deze weg van Nijmegen naar Katwijk verdwenen. Maar kronkelend langs onverwachte erfenissen aan de Rijn kun je soms nog op restanten stuiten.
Toen de Romeinen ruim vijftig jaar voor de jaartelling zonder kloppen de lage landen binnenvielen, wisten ze meteen waarmee ze te maken hadden. Met helemaal niets. De naam hadden ze weldra ook klaar: Germania Inferior. Wat nu Nederland is, was toen een dunbevolkt, moeilijk toegankelijke uithoek, waar weinig te halen viel. Bovendien waren de plaatselijke stammen niet echt te porren voor een samenwerking. Want als de Pax Romana je niet beviel, kon je zomaar als gladiator eindigen in het Colosseum. Dus toen die Romeinen halverwege Nederland waren, hielden ze het lekker voor gezien. Want daar lag iets dat ze wél interesseerde: de Rijn.
Slechtzwemmende barbaren
De Rijn konden ze gebruiken als transportader én als bescherming tegen de barbaren van de overkant. Een zwemdiploma was in die tijden nog niet gearriveerd, laat staan zwemles. Een kleine honderd jaar na hun komst besloot keizer Claudius dat de rivier de definitieve noordgrens van het Romeinse Rijk zou worden: oftewel de Limes. Overal langs de Rijn werden forten, wachttorens en verharde wegen gebouwd en aangelegd om de grens te beschermen. Een aantal legerplaatsen groeiden uit tot onze eerste steden en uit de wegen zou bijna tweeduizend jaar later de route ontstaan die je straks kunt rijden.
De route kun je helaas niet downloaden met je smartphone, omdat afhankelijk van de versie van het operating system je wel of niet een routebestand (gpx) kunt openen in een navigatie -app. Zet de route daarom via je desktop over op de navigatie-app in je smartphone.
‘Waarom zou je,’ denk je als je je motor start en vanuit Spier naar het noorden van Nederland rijdt. Wat heb je er te zoeken? Wat is er te zien? Dwingeloo, de Hondsrug; alles wat Drenthe aan moois te bieden heeft, ligt er om de hoek.
Het vertrek in Spier is nationaal bekend. Niet om de bossen alleen, maar ook om het Van der Valk-hotel. Menig TT-gast heeft hier overnacht, of minstens wat genuttigd op weg naar de races. Wij vertrekken naar het westen, om een stukje mee te pikken van de bossen van het nationaal park Dwingelderveld. Daar sturen we met een ruime boog omheen, tot we de A28 oversteken. In de verte zien we het hoogste punt van Noord-Nederland al liggen: de 80 meter hoge Col du Vam. De hebben laatst beter leren kennen tijdens het NK Wielrennen.
Nationale vuilnisbelt
Je gelooft je ogen niet: de nationale vuilnisbelt bij Drijber is omgetoverd tot het lustoord voor sportieve fietsers. Met hellingen tot 15% en kasseien. Tantaliserend mooie weggetjes over de kale, winderige top, maar wij mogen er niet overheen. Exclusief voor fietsers. Van de weeromstuit verleggen we de koers met een ruime krul naar het noorden. Naar de gulle bossen rond Elp en Schoonloo en de oneindige panorama’s van nationaal landschap Drentsche Aa.
De Route
Van Drenthe naar Groningen levert je een heerlijke tocht op langs decors van heide en veen en zo af en toe een hunebed. En bossen natuurlijk. De oerprovincie, zoals Drenthe zich graag presenteert, strekt zich verleidelijk voor je uit. Dan weer over asfalt, dan weer over klinkerwegen die je vering testen. Onderweg zijn er genoeg redenen te bedenken om af te stappen. Kamp Westerbork bijvoorbeeld of zo maar een mooi uitzicht langs de kant van de weg. Uiteindelijk gaat het via Noordlaren en Froombosch richting Zuidbroek waar deze route eindigt bij het gelijknamige van der Valk-hotel.
De route kun je helaas niet downloaden met je smartphone, omdat afhankelijk van de versie van het operating system je wel of niet een routebestand (gpx) kunt openen in een navigatie -app. Zet de route daarom via je desktop over op de navigatie-app in je smartphone.
Voor autobouwers zijn turbo’s al een tijdje een manier om aan emissienormen te voldoen. Het lijkt dat turbo’s ook opnieuw hun intrede doen in motorfietsen. Yamaha zou een turbo ontwikkelen voor hun toekomstige modellen. Het voldoen aan strenger wordende emissie-eisen zou de belangrijkste reden zijn.
Drie jaar geleden heeft Yamaha een patent voor een turbo aangevraagd. Dat patent in combinatie met de steeds strenger wordende emissienormen lijkt te wijzen op een mogelijke turbotoekomst van Yamaha-modellen. Euro 5 zou Yamaha hebben geprikkeld opnieuw met turbo’s aan de slag te gaan.
Voor alle duidelijkheid, dit hoeft niet per se als een slechte zaak te zijn. Met een turbo kan een blok tussen de 30 en 40 procent meer vermogen leveren. Een MT-10 zou dan 200 pk kunnen leveren in plaats van 155 pk. Maar er zijn ook nadelen. Sommige ‘turbo-blokken’ kennen een aanzienlijke vertraging in de vermogensafgifte. Omdat de turbo eerst op toeren moet komen, komt het vermogen vaak later in het toerengebied in. Turbo’s worden aangedreven door een door uitlaatgassen aangedreven turbine, dus je moet vaak ook veel toeren maken voordat de turbopret echt begint.
Yamaha heeft al eerder modellen met een turbo gebouwd. In de jaren 80 had het bedrijf de XJ650 Turbo (zie boven). Het model is maar een paar jaar gemaakt.
Hoeveel redenen heb je nodig om op je motor over mooie wegen te toeren? Als het ook nog eens te doen is om een serieuze baan heb je zeker interesse!
Ooit, naast het maken van banden, had Michelin ook andere projecten die een correlatie hadden met rijden. Die projecten zijn overgegaan in zelfstandige merken. Neem de Michelin-gids, die werd in 1900 gelanceerd en bevatte beoordelingen van restaurants. De belangrijkste reden was natuurlijk mensen aan te moedigen er met de auto op uit te trekken op zoek te gaan naar uitstekend eten. Liefst ver weg, want dan sleten de banden…
Michelin maakt ook een aantal succesvolle toergidsen en wegenkaarten. Het meest recente plan is de ‘Guide Moto Michelin’ en daarvoor hebben ze een vacature. Als je de baan krijgt, rij je tot eind september routes door Frankrijk.
Wat je daarvoor moet doen? Ga naar de Facebook-pagina en plaats een originele foto of video van een motorreis met een hashtag (zie hieronder. Er staat niet in zoveel woorden dat je betaald wordt, maar er staat wel dat er een contract wordt aangeboden.
Maar… de adder onder het gras is natuurlijk dat je vloeiend Frans moet spreken om een bijdrage te kunnen leveren… Nu maar hopen dat Michelin ook een Nederlandse versie gaat maken: Guide Moto Michelin de Pays-Bas of zoiets.
Nee, aan daadkracht en energie ontbreekt het zakenman Petr-Karel Korous niet. Nadat de historierijke Oost-Duitse MZ-fabriek na de Wende in 1989 failliet ging, komt Korous met nieuwe plannen, initiatieven en geldstromen. Het resultaat is het merk MuZ en het model Skorpion. Een fraai gestileerde motorfiets maar tot spectaculaire verkoopcijfers leidt de 660cc-eencilinder niet. Erger, de bedrijfsverliezen stapelen zich op. Korous laat zich daardoor niet ontmoedigen en komt met een nieuw initiatief: de Kobra, een 850cc-twin. Motorjournalist Alan Cathcart gaat bij de Motorenwerke Zschopau op bezoek om de motor te berijden. Het gaat nog om een prototype met het blok van de Yamaha TDM. De opzet is dat die vervangen wordt door de krachtbron van de Yamaha TRX.
Onzekerheid is er ook nog over de naam op de tank. Belangrijk natuurlijk voor het imago en de marketing. MZ is een optie, maar Korous is in onderhandeling met de Canadese Aquilini-familie, die de rechten van de naam BSA bezit. Hij ziet graag een herleving van dat Britse begrip, met bijvoorbeeld een modelnaam als de Shooting Star of Gold Star. Aan fantasie en ideeën ontbreekt het niet. Maar naast brainstormen, wordt er ook hard gewerkt. De opzet is dat de eerste exemplaren van de motor al volgend jaar van de lopende band rollen.
Anno 2020 weten we dat het hele project in schoonheid is gestorven. Geen MuZ, geen BSA, we hebben alleen nog de foto’s…
Motorblok MuZ – MOTOR 21, 25 mei 1995
Kookpotten
Beeldend kunstenaar Gerrit de Wilde uit Makkum is een groot fan van aluminium. Hij waardeert het roestvrije metaal zozeer, dat hij besluit zoveel mogelijk ijzer van zijn Yamaha SR500 te vervangen door zijn favoriete materiaal. Een klus die meer dan tien jaar duurt. Voor het rijwielgedeelte schakelt hij hulp van buitenaf in. De bekende framebouwer Nico Bakker neemt dat voor zijn rekening. Voor de achterbrug verzaagt hij het exemplaar van een KTM-crosser. De zijdeksels, koplamp en het voorspatbord bouwt hij na uit de pannen en kookpotten uit de keukens van het Nederlandse leger. De beide tankhelften klopt De Wilde uit platen van 3 millimeter dikte. Zijn toelichting: ‘Dat moest zo dik, omdat je later alle bobbeltjes van de hamer weg moet schuren’. Uit beduidend dikkere stukken aluminium zaagt en vijlt hij de jiffystand, het schakel- en rempedaal, de voetsteunen en de kickstarter. Bij de RDW-keuring is het nog even billen knijpen, want de eencilinder is behoorlijk luidruchtig. ‘Kennelijk resoneert door al dat aluminium het geluid meer, een andere verklaring kan ik niet bedenken’.
Zijaanzicht aluminium motorfiets – MOTOR 23, 8 juni 1995
Een droom
Op de motorshow van Tokyo toont Honda de Dream 50, een straatlegale en tammere uitgave van de beroemde RC110-fabrieksracer. Honda bouwde die fabrieksracer in 1962. Het kleine eencilindertje heeft vier klepjes en twee bovenliggende nokkenassen. Het exclusieve machientje is bedoeld voor de eigen Japanse markt, maar is ook naar Europese landen gekomen. Niet door officiële import, maar verscheidene handelaars laten zich van hun handigste kant zien. Een aantal wordt weer doorverkocht naar verzamelaars. Zo af en toe wordt een Dream 50 nog weleens te koop aangeboden. Opvallend daarbij is dat er geregeld exemplaren tussen zitten met nul (!) kilometer op de teller. Die hebben zelfs nog nooit olie en benzine mogen ruiken. Jaar in, jaar uit stonden ze te pronken in showrooms en woonkamers.
Ga er maar eens goed voor zitten, want via onderstaande film krijg je een waanzinnige inkijk in het productieproces van een motorfiets. In dit geval in de BMW-fabriek in het Duitse Berlijn. Bepaald niet de eerste, de beste!
Het was haast onmogelijk om als privéteam een grote endurance-wedstrijd te winnen, maar toch lukte het. In 1984 won het Roadrunner Race Team de iconische 24 uren van Le Mans! Een unieke prestatie, want nooit herhaalde een team uit Nederland dit resultaat. Coureurs Henk van der Mark en Dirk Brand blikken terug op die succesvolle samenwerking.
Henk van der Mark
Dirk Brand
‘Ondanks al het vertrouwen dat ik van Henk en alle andere teamleden kreeg, was het toch best spannend om mijn eerste wedstrijd voor Roadrunner te rijden’, geeft de 66-jarige Dirk Brand eerlijk toe. ‘En dan gelijk ook een 24 uren van Le Mans, wat natuurlijk best indruk maakt. Gelukkig stelde het hele team mij dus op mijn gemak. Henk zei toen tegen me: “Joh Dirk, rijd gewoon je rondjes, dan zorg ik wel dat de motor goed wordt afgesteld.”’
Toch verloopt het endurance-debuut van Dirk Brand in het seizoen 1982 niet vlekkeloos, te danken aan een houten paaltje. ‘In de warm-up brak ik mijn bovenbeen’, legt Henk van der Mark (62) uit. ‘Echte mafkezen daar. Ze hadden strobalen neergezet, maar achter eentje stond gewoon een dikke houten paal. Ik voelde dat ik door die strobaal heen schoot en ineens, tak. Ik wist gelijk dat het foute boel was’, vertelt Henk. Een noodplan zorgt er uiteindelijk voor dat Roadrunner alsnog start. ‘Die valpartij van Henk was slechts vier of vijf uur voor de start, dus we moesten snel schakelen. We vonden een Franse rijder die wel wilde invallen. Die was echter ook nieuw, dus moest ik starten. Het was nogal een bijzonder debuut op deze wijze.’
Het team valt uiteindelijk uit als de dynamo moeilijk begint te doen. ‘Op zich was dat nog niet de reden van opgave, want uiteindelijk ben ik weer de baan opgegaan. Alleen had een iets te fanatieke monteur de motor teruggeduwd toen we problemen met die dynamo hadden. En langs de baan mag dat niet. Die Franse rijder heeft nog geprobeerd om de wedstrijdleiding te overtuigen om van diskwalificatie af te zien, maar helaas heeft dat niet meer geholpen.’
Geen bijzondere resultaten
Ondanks het grillige verloop van deze eerste samenwerking tussen Henk van der Mark en Dirk Brand heerst er tevredenheid bij het rijdersduo. Dirk blijkt zich namelijk snel aan te passen en kan prima in de buurt blijven van Henks rondetijden. Dat was vooraf eigenlijk nog helemaal niet duidelijk, aangezien Dirk niet gelijk een rijder was die zich voorin liet zien in de destijds populaire Sport 1000-klasse. ‘Aangezien ik een eigen endurance-team was begonnen, zocht ik een tweede rijder’, geeft Henk aan, die zelf in 1980 bij Gijs van Dijk met langeduurwedstrijden begint. ‘Mijn vader wees me op Dirk Brand, maar die kende ik eigenlijk helemaal niet.’
Vader Rinus blijkt een goede neus voor een prima sturende rijder te hebben, want hoewel Dirk zich in de middenmoot ophoudt, blijkt er meer dan voldoende potentie in de 29-jarige rijder uit Dordrecht te zitten. ‘Ik ben pas op latere leeftijd begonnen met racen, maar mijn grote nadeel was dat ik niet wist wat ik nu precies met de afstelling van de motor moest doen. Ik boekte ook helemaal geen bijzondere resultaten, maar ik zag wel verschil. De jongens waar ik zo’n beetje tegen reed, hadden allemaal snellere fietsen. Ik moest het allemaal in het bochtenwerk goedmaken.’
Dirk profiteert optimaal van de goede afstelling van de Suzuki GS1000 van het Roadrunner Race Team. ‘Ik had zelf niet in de gaten dat ik in de nationale competitie op een slecht afgestelde motor rondreed. Dat besef je pas als je op een goede fiets terecht komt. En die Suzuki klopte gewoon.’
In het tweede seizoen dat Henk van der Mark en Dirk Brand een rijderskoppel vormen, raken ze steeds beter op elkaar ingespeeld. Een vijfde plek tijdens de 1983-editie van de 24 uren van Le Mans bewijst dat goede samenspel.
Het jaar erna is het nog lang twijfelachtig of het endurance-team uit Moordrecht wel afreist naar Le Mans om deel te nemen aan de iconische langeduurswedstrijd. Dat is puur een financiële kwestie. ‘Het was lastig om alles rond te krijgen’, meent Henk. ‘De 24 uren van Le Mans telde dat seizoen niet mee voor het wereldkampioenschap en dus dachten we eraan om naar Hengelo te gaan voor de Formule-klasse, om zo nog wat geld te verdienen voor nieuwe onderdelen. Enkele tweetakt-jongens kregen daar namelijk startgeld, maar wij uiteindelijk dus niet. Zodoende bedachten we om toch maar naar Le Mans te gaan.’
Roadrunner zat er gelijk goed bij, mede te danken aan een goede kwalificatie met de zevende snelste tijd.
Voordelige blokwissel
Het derde gezamenlijke seizoen van de twee mannen begint daardoor toch traditiegetrouw op het Bugatti-circuit in Le Mans. Hun Suzuki GS1000 wordt voor de laatste maal uit de stal getrokken, want het 1984-seizoen staat in het teken van een flinke technische wijziging. De 1.000’s worden uiteindelijk ingewisseld voor 750cc-motoren, gelijk aan de Formule 1-klasse. Aangezien de 24 uren van Le Mans dat jaar niet meetelt voor het WK mag er nog worden gestart met het materiaal van voorgaande jaren. ‘We hadden een vers getuned blok voor de Suzuki, dat weinig onderdeed voor de fabrieksmotoren’, legt Henk uit. ‘Alleen plofte dat blok aan het einde van de kwalificatie. Daardoor moesten we het reserveblok gebruiken. Daarmee hadden we het jaar ervoor nog de Bol d’Or gereden, maar in de winter is dat blok helemaal niet meer open geweest. We hadden gewoonweg te weinig tijd gehad om dat voor elkaar te krijgen. Achteraf was het een zegen dat we een blokwissel moesten uitvoeren, want voor hetzelfde geld was dat nieuwe blok net even wat later uit elkaar geklapt. En een klein voordeel was ook het feit dat het reserveblok een stuk gemakkelijker reed. Dat pakte vanuit onderen veel mooier op.’
Naast een sterk blok is uiteraard ook een goed chassis van cruciaal belang als het om racen gaat. Het Roadrunner Race Team beschikt tijdens de race in Le Mans over een scherp sturende Suzuki, te danken aan het befaamde Nico Bakker-frame. ‘We waren daardoor een tikkeltje zwaarder dan de fabrieksmotoren, maar daar kregen we ook wel weer een hoop voordelen voor terug. We konden overal gemakkelijk bij, omdat het bovenste gedeelte van het frame eraf kon worden gehaald. Daarnaast was het balhoofd verstelbaar en hadden we ook nog een uniek snelwisselsysteem. Op die manier konden we het wiel wisselen, compleet met klauw en remblokjes. Dan was alles gelijk vers. Bovendien deden de geventileerde remschijven van Wiwo het uitstekend. Die waren ook weer zwaarder dan wat andere teams gebruikten, maar daar hadden we in Le Mans erg veel profijt van. Door de hoge temperaturen kregen veel rijders namelijk last van hun remmen. Wij dus niet.’
Het Nederlandse team had veel voordeel van een slim snelwisselsysteem.
Het vizier op de nacht
Met een zevende snelste kwalificatietijd laat het Roadrunner Race Team zien dat het evenals in 1983 mee kan doen om een topklassering. Na de start liggen Van der Mark en Brand een tijdlang op plek negen, maar als de uren verstrijken, klimmen ze gestaag in de tussenstand. Na zeven wedstrijduren komen ze zelfs op kop te liggen. Dirk: ‘Heel bijzonder, maar op zo’n moment realiseer je je natuurlijk ook dat er nog heel veel kilometers te rijden zijn. Er kan dan nog van alles gebeuren, dus je bent niet echt bezig met een eventuele overwinning.’
In de nacht weten Van der Mark en Brand hun voorsprong zelfs uit te bouwen. Om zes uur in de ochtend kijkt het Franse Kawasaki-team van Berthod, Battistini en Bolle, liggend op de tweede plek, tegen een achterstand van negen ronden aan. ‘Dat was een sterk punt van ons beiden’, herinnert Dirk zich. ‘In het donker zaten we nog steeds heel kort op onze snelste tijden die we overdag reden. Dat scheelde hooguit twee seconden. De vader van Henk was er ook vanaf het begin overtuigd dat ik daar waarschijnlijk goed in zou zijn. Als vrachtwagenchauffeur rijd je namelijk ook lange dagen, maar eveneens veel in het donker. Eigenlijk dus de ideale combinatie voor een endurance-coureur.’
Snel en constant, zowel overdag als in de nacht. Zo konden Henk van der Mark en Dirk Brand een topprestatie neerzetten.
Hoewel het Roadrunner Race Team een flinke voorsprong opbouwt, blijft de wedstrijd enorm spannend. Elk moment kan er iets gebeuren. Dirk: ‘Plotseling schoot de tankdop open en gutste de benzine eruit. Waarschijnlijk was ik daardoor toch even net iets te veel afgeleid en ging ik onderuit. Ik kan je wel vertellen dat je het dan even niet al te best hebt. Gelukkig was het een onschuldig schuivertje, maar je zult dan net zien dat een belangrijk onderdeel afbreekt. Het luchtte dan ook flink op toen ik zag dat de schade aan de motor meeviel.’
Als Dirk de pits bereikt, zetten de monteurs snel een nieuwe tank op de Suzuki, waar voor de zekerheid een stukje tape over de tankdop wordt geplakt. ‘Dat hebben we daarna maar bij elke pitstop gedaan. We wilden niet dat die dop nog een keertje open zou schieten.’
Nog een endurance-ster in de familie
De appel valt niet ver van de boom, want ook WK Superbike-coureur Michael van der Mark reed al verscheidene endurance-wedstrijden. En met succes. De 27-jarige zoon van Henk won namelijk vier edities van de Acht uren van Suzuka. Deze race wordt gezien als de meest belangrijke voor de Japanse fabrikanten. In 2013 debuteert hij bij MuSASHi RT HARC-PRO (Honda) en mag hij gelijk als winnaar op het podium stappen. De Rotterdammer is zodoende de eerste Nederlander die dat voor elkaar krijgt. Het blijkt geen toeval te zijn, want een jaar later wordt Van der Mark weer met zijn team als winnaar uitgeroepen. Als hij de overstap van Honda naar Yamaha in het WK Superbike maakt, heeft dat geen effect op zijn succes in Japan. Ook de edities van 2017 en 2018 schrijft hij op zijn naam, samen met Alex Lowes en Katsuyuki Nakasuga. In 2019 wordt dit trio eveneens als winnaar gehuldigd, maar door een protest van Kawasaki Racing Team moet het team uiteindelijk genoegen nemen met de tweede plek. Met vier zeges in de Acht uren van Suzuka staat Van der Mark hoog in de lijst van veelvoudige winnaars. De enige coureur die meer overwinningen kan overleggen, is Tohru Ukawa. De voormalig Honda-coureur won deze prestigieuze wedstrijd vijf keer (1997, 1998, 2000, 2004 en 2005).
Finish komt dichterbij
Ondanks de valpartij raakt het team zeker niet in paniek. Er blijft nog altijd voldoende voorsprong voor Roadrunner over om een ongelooflijk unieke zege binnen te halen. Ook als Henk enkele stints van Dirk over moet nemen, blijft kalmte heersen in de pitbox van de Nederlandse equipe. ‘Ik kreeg last van kramp’, erkent Dirk. ‘Ik denk dat hij te veel had gefietst’, vult Henk aan. ‘Dirk was een paar dagen eerder op de fiets nog wat boutjes gaan halen. Onze bus kon hij natuurlijk niet meenemen, dus sprong hij op een oud fietsje.’ Dirk: ‘Ik moest verder fietsen dan ik had verwacht. En het is natuurlijk Frankrijk, dus heuveltje op en heuveltje af. Daarnaast fietste ik eigenlijk nooit, want voor mijn conditie trainde ik vooral met hardlopen. Ver in onze race begon het waarschijnlijk dus op te spelen dat ik flink had moeten fietsen voor die paar boutjes.’
De kramp van Dirk zorgt dat Henk langer in het zadel van de Suzuki GS1000 zit, terwijl zijn kompaan onder handen wordt genomen door vader Rinus én Jan van Gogh. De Nederlandse coureur blijkt een hobby-masseur te zijn. ‘Zelf reed zijn team rond de twintigste plek, maar hij was enorm enthousiast dat wij aan de leiding lagen. Hij vond het echt geweldig en hielp dus graag. Hij liet bij wijze van spreken zijn eigen beurt nog voorbijgaan om mij te kunnen masseren. Dat was een erg mooi gebaar van hem.’
Als de ochtend aanbreekt en de finish steeds dichterbij komt, begint het team daadwerkelijk te geloven dat ze de zevende editie van de 24 uren van Le Mans kunnen winnen. Dat besef krijgt Henk van der Mark ook op de baan als hij door Gérard Coudray op de fabrieks-Honda voorbij wordt gestoken. ‘Wij lagen nog drie rondjes voor op hem, maar ik wist ook dat ik hem niet zomaar mocht laten gaan. Als dat gebeurde, zou hij zo weer bij me zijn. Op haren en snaren ben ik bij hem gebleven en dat was nog niet zo gemakkelijk. Hun machine was een 750, maar liep ontzettend hard. Gelukkig wist ik het gat telkens te dichten als we in de ankers moesten, want op dat gebied hadden wij het met die Wiwo-schijven goed voor elkaar. Mijn hele stint bleef ik bij hem in de buurt en die Coudray bleef maar omkijken. Op dat moment had ik echt het gevoel dat we hem konden gaan winnen.’
Wilde bedoening
Als tientallen toeschouwers massaal de baan bestormen, een kleine twintig minuten voor de klok zijn tweede volle ronde heeft kunnen maken, betekent dat automatisch het eindsignaal van de iconische endurance-wedstrijd. Henk van der Mark en Dirk Brand mogen zich gaan melden bij het podium… als winnaars van de 24 uren van Le Mans! Een chaotische gebeurtenis blijkt al snel te ontstaan. ‘Echt een wilde bedoening, met al die toeschouwers. En ik weet ook nog goed dat ik me enorm ergerde aan die pestvent van Moët, de sponsor van de champagne’, laat Henk weten. ‘Hij stond maar te duwen, dat we die fles goed hoog moesten houden. Dan kwamen ze tenminste in beeld. Verschrikkelijk, die kerel’, foetert Henk. Diezelfde champagnefles is nog altijd het levende bewijs in huize Van der Mark dat er op 22 april 1984 een bijzondere gebeurtenis plaatsvond. ‘Ik was mijn fles al heel snel kwijt’, meldt Dirk. ‘Toeschouwers hingen aan het balkon en op een gegeven moment was mijn champagnefles dus foetsie. Totale gekte daar.’
Tijd om de zege fatsoenlijk te vieren, is er niet voor het Roadrunner Race Team. Slechts enkele uren na de finish staan ze de boel in te pakken om zo snel mogelijk de terugreis aan te vangen. Henk: ‘Het was inladen en weer wegwezen. We hadden helemaal geen tijd voor een feestje. Daarnaast waren we al 32 uur in touw en het enige wat je dan wilt, is je nest zo snel mogelijk opzoeken. En maandag moesten we allemaal gewoon weer werken. Het is wel eens voorgekomen dat we Dirk ’s morgens vroeg bij zijn werk in Pernis afzetten. Had hij natuurlijk wel in de bus geslapen, maar dan ging hij gelijk door met het rijden op de vrachtwagen.’
Kalmte houden in de pitstraat is nog niet zo gemakkelijk als je aan kop ligt.
Weer op het podium
Hoewel de allereerste endurance van 1984 door Roadrunner winnend wordt afgesloten, verloopt het verdere seizoen als één groot drama. Door het nieuwe TT1-reglement is het Nederlandse team genoodzaakt om over te stappen op de GSX750. ‘Daar kenden we heel veel problemen mee. Ik weet allemaal niet meer wat er kapotging… In de eerste wedstrijd kreeg de voorste nokkenas geen olie, door een fout van Yoshimura. En later zijn we ook een keer uitgevallen door een gebroken klep. Drijfstang kapot… Nog zo eentje. Er leek maar geen einde te komen aan al die mechanische pech.’
Pas richting het einde van 1984 weten Henk en Dirk voor het eerst aan de finish te komen met de 750. Ze worden achtste op Mugello en pakken daarmee pas hun eerste WK-punten van het seizoen. ‘Gelukkig sloten we dat jaar op een geweldige manier af, want we stonden wederom op het podium. En nog wel tijdens de Bol d’Or, die andere iconische endurance-wedstrijd in Frankrijk. We hadden het geluk dat het daar zo regende, waardoor onze Suzuki niet zo warm werd. Op die manier bleef hij heel en konden we tweede worden’, legt Henk uit. ‘Maar die Franse toeschouwers waren helemaal gek. Het was zelfs zo erg dat ik na afloop niet bij het podium kon komen. Ik kan me ook nog herinneren dat ze in het begin van het weekend nog op de baan aan het rijden waren, beide richtingen op. Die gasten hadden gewoon een betonschaar bij zich om de hekken open te knippen. En dan met hun motor over het circuit scheuren, zonder helm en met het vriendinnetje achterop. De hele nacht reed de ziekenauto heen en neer.’
Mede door het endurance-succes van het Nederlandse duo komen er andere avonturen op hun pad. Beide coureurs worden uitgenodigd om de 500cc-Grand Prix-motor van het SNRT-team te testen. Door het dodelijke ongeluk van Jack Middelburg komt de plek op de toch al beladen Honda RS500R vrij en zowel Henk als Dirk maakt kans om het vacante zitje in te nemen. ‘We hebben die machine allebei op Zandvoort mogen rijden’, legt Dirk uit. ‘Henk kreeg echter de kans om uiteindelijk de Grand Prix in te gaan en daar had ik helemaal vrede mee. Hij was daar de geschikte coureur voor, ik veel minder. Dan had ik zo’n fiets helemaal in mijn eentje moeten afstellen en dat was niet mijn sterkste punt.’
Verleiding
De overstap naar de Grand Prix-wereld heeft in 1984 nog geen effect op de samenwerking van Henk en Dirk in het Roadrunner Race Team, maar een jaar later moet Henk zich volledig focussen op het WK 500cc. Nogmaals een dubbel seizoen draaien is geen optie. ‘Dat was een moeilijke keuze om te maken. Ik kwam natuurlijk vanuit een vriendenploeg waar ik zelf een hoofdrol in had, terwijl zo’n Grand Prix-team toch veel meer achterdeurtjes kent en veel achterbakse mensen. Het is echt bizar wat daar allemaal speelde, vooral te danken aan het geld dat ermee bemoeid is. Je moest enorm uitkijken en op je tellen passen. Toch heb ik zeker geen spijt van mijn keuze om volledig voor mijn carrière in de GP’s te gaan. Die tijd had ik niet willen missen.’
Hoewel hun wegen na het bijzondere 1984-seizoen scheidden, is dat voor het succesvolle duo nog niet het teken voor een definitief afscheid. Dirk zet in 1985 het Roadrunner Race Team voort en opereert nog altijd vanuit de schuur in Moordrecht, bij de ouders van Henk. ‘Door zijn Grand Prix-avontuur was Henk natuurlijk veel weg, maar als Henk tijd had, kwam hij ons gewoon helpen. Het ging alleen een beetje mis met de rijders. Ik zou eerst met een Belgische coureur gaan rijden, maar die haakte op een gegeven moment af. Daarna moest ik per wedstrijd iemand zien te regelen en het was moeilijk om goede afspraken te maken. Na een jaar kon ik het financieel niet meer ophoesten om het team door te zetten.’
Gelukkig vindt Dirk in 1986 onderdak bij het team van Johan van de Wal en rijdt hij nog meerdere jaren in het WK Endurance-kampioenschap. ‘Hij had een eigen motorzaak en kon het dus allemaal wat gemakkelijker voor elkaar krijgen. Dat was de redding voor mijn endurance-carrière. Na 1991 stopte ik bij Van de Wal, maar uiteindelijk zat ik al vrij snel weer in het zadel. Mijn zwager vond het wel leuk om op klassieke motoren te gaan racen. Eigenlijk had ik het allemaal al wel gezien, maar goed… De verleiding was toch te groot.’
Klagen over banden
Zonder de hulp van Michelin hadden Henk van der Mark en Dirk Brand nooit de 24 uren van Le Mans kunnen winnen. ‘We kregen op dat moment dezelfde slicks als de fabrieksteams’, legt Van der Mark uit. ‘Gerard Karbantous was de man bij Michelin en hij bepaalde wie welke banden kreeg. In 1983 hadden wij hem geholpen met hun regenbanden. De fabrieksrijders waren namelijk alleen maar aan het klagen, dus kregen wij als privéteam de beschikking over hetzelfde rubber. Hij wilde een punt maken en ging met onze rondetijden naar die jongens van de fabrieksteams. Wij gingen sneller rond, dus daarna hebben ze niet meer bij Michelin geklaagd’, aldus Henk. Het zorgt ervoor dat het Roadrunner Race Team in 1984, en dus ook tijdens de 24 uren van Le Mans, op dezelfde banden staan als de snelste mannen van het veld. ‘Het scheelde zomaar twee seconden per rondje als je de goede banden had.’
Weer samen racen
Alsof er de afgelopen decennia niets veranderd is. Oké, ze zijn allemaal wat ouder en grijzer geworden, maar de mannen van het Roadrunner Race Team zijn allen nog even fanatiek als in de jaren tachtig. Druk sleutelend maken ze zich op voor de afsluitende race van 2019, een vier-uurswedstrijd op Misano. De Yamaha FJ1100 wordt in het werkhok met professionele precisie voorbereid op zijn taak, want Henk van der Mark en Dirk Brand maken nog altijd kans op de Europese titel. Helaas gaat het niet helemaal volgens plan in de laatste race van het jaar, waardoor ze het FIM Europe Endurance Classic-seizoen als tweede afsluiten.
Het team is sinds 2003 weer herenigd in het Roadrunner Classic Endurance Racing Team. Naast de twee rijders zijn ook monteurs Luc Heykoop en Sjoerd de Goede actief in deze 2.0-versie. Ze worden daarbij onder meer bijgestaan door Michael Flokstra en Anouck Pauwels. ‘Het was Henks idee’, verklaart Dirk. ‘Ik was al een tijdje gestopt en gaf aan dat ik toch even moest nadenken of ik mee zou doen. Dat had voornamelijk met tijd te maken, maar in het begin was het slechts één weekend. Daarnaast was ik ook niet zeker of ik nog snel genoeg zou zijn. En inderdaad, het viel me eigenlijk toch wel een beetje tegen. Het ging allemaal niet meer zo gemakkelijk. Ik had echt wel wat meer kilometers nodig en gelukkig werd de kalender wat uitgebreid. Daarna kreeg ik toch wel weer de smaak te pakken.’
Ook Henk, de initiator om het team weer bij elkaar te brengen, is uiteraard blij om op deze manier toch nog op zijn 62e wat wedstrijdjes mee te pikken. ‘De fun die je beleeft als je rijdt, dat is schitterend. We steken er wederom heel veel tijd, geld en energie in, maar dat is het allemaal waard.’
Met de versoepelingen komt er ook weer wat meer ruimte en dus tijd. Tijd voor de Fazer. Plannen die al bijna geschrapt zijn, gaan we proberen door te zetten en ondertussen houden de kleine klusjes ons wel bezig. Gelukkig inspiratie te over om de gang erin te houden.
Bloedheet is het in de redactiebus op de weg terug vanuit Alkmaar op een rondje testmotorlogistiek. Op de borden staat Uitgeest. Collega Ad had me op het hart gedrukt eens langs te gaan bij Ott Motoren. Karin Ott heeft namelijk een verleden met een racende Fazer. Als iemand me nog tips kon geven, waren het Karin, Edwin en zoon Alex wel. Meteen na het vragen naar Karins Fazer legt Edwin de boterhammen die hij voor de lunch had neer en moet hij iets opzoeken. Het is een afbeelding van de Japanse FZ race-Fazer, waarop ze Karins Fazer indertijd hebben gebaseerd. ‘Dat was nog op het oude Assen toen ik de Fazer reed’, legt Karin uit. ‘Toch denk ik dat ik met de Fazer sneller was dan ik later op de R6 was’, zegt ze. Momenteel staat er nog een motor met eenzelfde insteek bij Ott Motoren in de zaak. ‘Die is ook niet meer helemaal standaard, hoor’, zegt Edwin Ott lachend. De Yamaha MT-09 van de familie is inderdaad flink aangepakt, met de nadruk ferm op circuitgebruik. Op de vraag wat voor tips Edwin nog heeft voor het Fazer-project is hij resoluut. ‘Een andere uitlaat maakt niet veel uit. Misschien wat in het gewicht, maar hij loopt prima op een standaardpijp. Nokkenassen van een Thundercat kun je nog overwegen. Aan open luchtfilters en zo moet je niet beginnen.’ Kijk, dat zijn de tips!
Bij de cilinderkop wilde de uitlaat dit keer wel los, maar juist de linkpijp vertikte het mee te werken. Zul je zien.
Bart van Custom Coatings Helvoirt bood aan te helpen, maar kreeg – zoals je ziet – al snel spijt.
Met gepast geweld
Nu was ik ze bij Ott Motoren al een klein beetje voor met de Thundercat-nokkenassen; die liggen er al! De uitlaat vervangen leek in eerste instantie even te omslachtig in corona-tijd, dus die uitlaat moet nu zeker los. De laatste keer dat die uitlaat eraf kwam, brak de hele boel af, dus met gepast geweld ga ik aan de slag. De uitlaat zou er met hulp van een laag hittebestendige zwarte poedercoating wel eens prima mee door kunnen. Bart Verstijnen van Custom Coatings Helvoirt had zelfs een idee om – dan behouden we die in elk geval voor nu – de originele linkpijp mee te coaten zonder de roestvrijstalen huls ook onder te spuiten. Oordeel zelf of Bart nog steeds blij was dat hij had aangeboden te helpen. Helaas blijkt de euforie sowieso van korte duur. Vergeet niet dat dit het Van Fazer tot Racer-project is. Nog tijdens de terugrit huiswaarts kwam het bericht dat de uitlaat dusdanig dun bleek dat Bart er in de straalkast meteen doorheen ging. ‘Ik zou het misschien kunnen laten lassen, maar het is echt heel dun, hoor’, adviseert Bart via WhatsApp met een foto van het nieuwe ontluchtingsgat in de uitlaat. De uitlaat zat dus enkel nog met roest en viezigheid dicht. Ik vond al dat hij best sportief klonk…
Doorgeroest op de originele lasnaad. Het straalgrit ging er dwars doorheen. Toch een andere uitlaat dan maar.
Edwin en Karin Ott baseerden hun race-Fazer op deze Yamaha FZ600 Unlimited Racer.
Even spannend…
Dat wordt iets anders uitvogelen met het uitlatenplan. Ondertussen kan mijn Karton-Fiber-bellypan er weer even onder vandaan om hem verder af te werken, waarna we aankomen bij het nieuwe prutswerk van het maken van racenummervlakken. In mijn verdediging heb ik de doorzichtige platen kunststof begin maart al gekocht, lang voordat iedereen aan de doorzichtige kunststofplaat ging in verband met de pandemie. Het werkt wel aardig om daar een vorm in te föhnen, zodat de platen de ronding van het kontje volgen. Dat je in vers gespoten kuipwerk moet boren om ze te bevestigen, is wel even spannend. Maar ja, de FZ750 van Lawson had platen, en die horen er toch wel een beetje bij. De platen hebben nog wat fijne afwerking nodig en dan binnenkort ook maar eens kijken of we de boel bestickerd kunnen krijgen. En dan nummer 73 op de racenummervlakken natuurlijk…
Het huidige circuitspeeltje van de familie Ott. Gelijkenissen met de Fazer zijn er stiekem genoeg.
Waar een oude föhn al niet goed voor is. Men neme een dunne plastic plaat en wat warmte…
Dun genoeg om te verwerken, maar niet erg stevig. Zonder framepje komen we er niet.
Vers gespoten kuipwerk en dan de boor erin. Nu niet uitschieten…
De platen moet nog worden afgewerkt, maar het begint op een racer te lijken. Nu die uitlaat nog.
Net als olie in je blok zorgen cookies ervoor dat alles soepel loopt. We gebruiken ze om de website goed te laten werken en je de beste ervaring te bieden. Door verder te gaan, geef je toestemming voor het gebruik van cookies.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.