donderdag 14 mei 2026
Home Blog Pagina 1016

Yamaha Fazer 600 – Garage73

0
Yamaha Fazer 600

Met de versoepelingen komt er ook weer wat meer ruimte en dus tijd. Tijd voor de Fazer. Plannen die al bijna geschrapt zijn, gaan we proberen door te zetten en ondertussen houden de kleine klusjes ons wel bezig. Gelukkig inspiratie te over om de gang erin te houden.

Bloedheet is het in de redactiebus op de weg terug vanuit Alkmaar op een rondje testmotorlogistiek. Op de borden staat Uitgeest. Collega Ad had me op het hart gedrukt eens langs te gaan bij Ott Motoren. Karin Ott heeft namelijk een verleden met een racende Fazer. Als iemand me nog tips kon geven, waren het Karin, Edwin en zoon Alex wel. Meteen na het vragen naar Karins Fazer legt Edwin de boterhammen die hij voor de lunch had neer en moet hij iets opzoeken. Het is een afbeelding van de Japanse FZ race-Fazer, waarop ze Karins Fazer indertijd hebben gebaseerd. ‘Dat was nog op het oude Assen toen ik de Fazer reed’, legt Karin uit. ‘Toch denk ik dat ik met de Fazer sneller was dan ik later op de R6 was’, zegt ze. Momenteel staat er nog een motor met eenzelfde insteek bij Ott Motoren in de zaak. ‘Die is ook niet meer helemaal standaard, hoor’, zegt Edwin Ott lachend. De Yamaha MT-09 van de familie is inderdaad flink aangepakt, met de nadruk ferm op circuitgebruik. Op de vraag wat voor tips Edwin nog heeft voor het Fazer-project is hij resoluut. ‘Een andere uitlaat maakt niet veel uit. Misschien wat in het gewicht, maar hij loopt prima op een standaardpijp. Nokkenassen van een Thundercat kun je nog overwegen. Aan open luchtfilters en zo moet je niet  beginnen.’ Kijk, dat zijn de tips!

Garage73: Yamaha Fazer tot Racer

Yamaha Fazer 600
Bij de cilinderkop wilde de uitlaat dit keer wel los, maar juist de linkpijp vertikte het mee te werken. Zul je zien.
Yamaha Fazer 600
Bart van Custom Coatings Helvoirt bood aan te helpen, maar kreeg – zoals je ziet – al snel spijt.

Met gepast geweld

Nu was ik ze bij Ott Motoren al een klein beetje voor met de Thundercat-nokkenassen; die liggen er al! De uitlaat vervangen leek in eerste instantie even te omslachtig in corona-tijd, dus die uitlaat moet nu zeker los. De laatste keer dat die uitlaat eraf kwam, brak de hele boel af, dus met gepast geweld ga ik aan de slag. De uitlaat zou er met hulp van een laag hittebestendige zwarte poedercoating wel eens prima mee door kunnen. Bart Verstijnen van Custom Coatings Helvoirt had zelfs een idee om – dan behouden we die in elk geval voor nu – de originele linkpijp mee te coaten zonder de roestvrijstalen huls ook onder te spuiten. Oordeel zelf of Bart nog steeds blij was dat hij had aangeboden te helpen. Helaas blijkt de euforie sowieso van korte duur. Vergeet niet dat dit het Van Fazer tot Racer-project is. Nog tijdens de terugrit huiswaarts  kwam het bericht dat de uitlaat dusdanig dun bleek dat Bart er in de straalkast meteen doorheen ging. ‘Ik zou het misschien kunnen laten lassen, maar het is echt heel dun, hoor’, adviseert Bart via WhatsApp met een foto van het nieuwe ontluchtingsgat in de uitlaat. De uitlaat zat dus enkel nog met roest en viezigheid dicht. Ik vond al dat hij best sportief klonk…

Yamaha Fazer 600
Doorgeroest op de originele lasnaad. Het straalgrit ging er dwars doorheen. Toch een andere uitlaat dan maar.

Yamaha FZ600 Unlimited Racer
Edwin en Karin Ott baseerden hun race-Fazer op deze Yamaha FZ600 Unlimited Racer.

Even spannend…

Dat wordt iets anders uitvogelen met het uitlatenplan. Ondertussen kan mijn Karton-Fiber-bellypan er weer even onder vandaan om hem verder af te werken, waarna we aankomen bij het nieuwe prutswerk van het maken van racenummervlakken. In mijn verdediging heb ik de doorzichtige platen kunststof begin maart al gekocht, lang voordat iedereen aan de doorzichtige kunststofplaat ging in verband met de pandemie. Het werkt wel aardig om daar een vorm in te föhnen, zodat de platen de ronding van het kontje volgen. Dat je in vers gespoten kuipwerk moet boren om ze te bevestigen, is wel even spannend. Maar ja, de FZ750 van Lawson had platen, en die horen er toch wel een beetje bij. De platen hebben nog wat fijne afwerking nodig en dan binnenkort ook maar eens kijken of we de boel bestickerd kunnen krijgen. En dan nummer 73 op de racenummervlakken natuurlijk…

Het huidige circuitspeeltje van de familie Ott. Gelijkenissen met de Fazer zijn er stiekem genoeg.
Waar een oude föhn al niet goed voor is. Men neme een dunne plastic plaat en wat warmte…
Dun genoeg om te verwerken, maar niet erg stevig. Zonder framepje komen we er niet.
Yamaha Fazer 600
Vers gespoten kuipwerk en dan de boor erin. Nu niet uitschieten…
Yamaha Fazer 600
De platen moet nog worden afgewerkt, maar het begint op een racer te lijken. Nu die uitlaat nog.


TankTasTocht #4: Door de Drentse veenkoloniën

7
TankTasTocht #4 Drente

Wij motorrijders boffen maar. De hele wereld schreeuwt om mondkapjes. Hoeven wij niet. Hellempie op, vizier omlaag en zo’n Coronakneus doet niks meer. Handschoenen hebben we ook aan. Dik pak. Dus waar maken wij ons druk om? Alleen thuis even afspoelen en je kunt zo de familie weer aan het hart drukken.

Niet gehinderd door enige vrees, eten en drinken bij me, op mijn motor geklommen en TankTasTocht #4 Drenthe afgelegd. Een verrassend ritje, door de veenkoloniën – zou ik uit mezelf niet snel doen. Armoede, rechte wegen, kale verten, wat hebben we daar te zoeken?

TankTasTocht #3: In regen en wind door West-Friesland

Nou, over die armoede valt te twisten, rechte wegen en kale verten betekent dat je af en toe d’r flink bovenop mag zitten en dan … de Hondsrug op en niks kale verten – eikenbossen en hunebedden en dorpjes waarvan je dacht dat ze niet meer bestonden. En nee, dan bedoel ik niet Orvelte, dat is meer een museum. Trouwens, die veenkoloniale nederzettingen met hun kanaal in het midden en langszij keurig nette huisjes zoals Annerveenschekanaal en Veendam en de Pekela’s grijpen me ook naar de keel. De eenvoud van die plaatsen, hun heldere opzet, de geborgenheid die ze bieden, te midden van het lege land – noem dat maar eens armoedig.

Bij de strot

Op één punt wil ik mijn mede motorreizigers op het hart drukken van de route af te wijken en dat is in de buurt van Grolloo. Een beetje motorrijder weet dat zich daar het museum bevindt van het beste wat de Nederlandse popmuziek ooit heeft voortgebracht en dat is de bluesband Cuby & the Blizzards. Deze hele tocht had ik ‘m op de boardradio en ik kon het amper drooghouden als Cuby weer begon te jammeren – dat kon ’ie als de beste. Het compromisloze Things I Remember, Crying Tears waarop hij het achterste van zijn tong laat horen, dat prachtige deuntje van Somebody Will Know Someday … Cuby grijpt je bij de strot!

We beginnen onze tocht in Zuidlaren, bereikbaar via de A28 en dan de N34 op, in 2018 omgedoopt tot Hunebed Highway omdat de hele wereld natuurlijk wil kennismaken met het Hondsrug Unesco Global Geopark – kan dan niets meer buiten het zicht van de camera’s blijven, stilletjes zichzelf, in een hoekje? Zuidlaren staat voor rijkdom onder de eiken, met een grote Brink en ruime panden in het groen – het is duidelijk dat de grootste paardenmarkt van Europa het dorp geen windeieren legt. Meteen buiten het dorp stuiven we de Nieuwe Dijk op, een soort lancering de ruimte in want voor ons liggen tig kaarsrechte kilometers door een compleet strakgetrokken landbouwgebied – het is echt opletten dat je jezelf niet over de kop jaagt.

Geen ruk

Om niet voor twaalven alweer thuis te zijn besluiten we het gas eraf te halen, en bijvoorbeeld, eens een kijkje te nemen in Annerveenschekanaal. Stelt geen ruk voor natuurlijk maar wacht effe, die mensen wonen wel in vrijstaande vervenershuizen, met voor- en achtertuinen, aan een vaart in de schaduw van hoge bomen, midden in de ruimte van het weidse land – het heeft zoiets vertrouwds, zoiets veiligs. Later volgen meer van dit soort plaatsen – Wildervank en Veendam en de Pekela’s en zij horen tot het mooiste dat de vervening van het Bourtanger Moeras heeft opgeleverd.

Het gekke is trouwens dat het leven in de veenkoloniën, want daar bevinden we ons nu, lang synoniem stond voor een leven in extreme armoede. Maar dat is slechts een deel van het verhaal. In de negentiende eeuw verdienden de arbeiders in het veen een behoorlijke boterham, in elk geval beter dan gewone landarbeiders. Pas toen de steenkool opkwam en met name na de Eerste Wereldoorlog ging het mis en uit die tijd stamt het idee dat het alleen maar kommer en kwel was, daar in de Drentse venen.

Kreun!

Na nog meer plat en kaal en leeg land dient zich achter Oude Pekela iets nieuws aan – de streek Westerwolde, iets hogere zandgronden waar het hoogveen minder kansen kreeg en de mens zich makkelijker vestigen kon. Alles oogt ineens anders, kleinschaliger, intiemer, met kronkelige wegen langs gehuchten als Wedde en Ter Wupping en Oud Veele – nooit van gehoord maar getuige de oude romaanse kerkjes bestaan ze al heel lang. Vervolgens gaat het over de Lammerweg en de Leemdobben richting Sellingen – lekker sturen hier, van links naar rechts en van rechts naar links, door goed te volgen bochten en met maar aan één kant bomen om tegenaan te knallen. En intussen op de boardradio Cuby maar jammeren: ‘I beg you baby, please, don’t leave me’ en ‘Have you ever been mistreated, then you know what I’m talking about’. Kreun!

Achter Ter Apel volgt nog een stukje onvervalst veenkoloniaal tijdverdrijf, zes kilometer knallen over de Valtherdijk. En vanaf de Exloërweg, tegen de Hondsrug aan, genieten we van het uitzicht – ook al is die stuwwal niet hoger dan twintig meter, toch is het genoeg voor een prachtig vergezicht op de vlakte beneden. Maar daarna is het afgelopen met de veenkoloniën en duiken we de bossen bij Odoorn in, het Hondsrug Unesco Global Geopark zogezegd. Mooiste herinnering? Wat ik al zei, niet aan Orvelte, hoe fraai ook. Nee, aan Anderen en Anloo. Nooit van gehoord en als je het ziet … dat geloof je toch niet!?

TankTasTocht #4 Drenthe

(1) Start en finish: Eethuis voor Allen, Brink O.Z. 6, Zuidlaren. (2) Fotostop: Buffetrestaurant Thijs & Aafke, Hoofdweg 41 in Klijndijk. Van 13 tot 15 uur. De week erop staan de foto’s op www.motor.nl

Boudewijn Geels: ‘Mooi, maar sloom’

0
Column Boudewijn Geels

De geel-bruine werkt voor mij niet, want bejaardencaravankleurstelling, maar in het staalblauw is hij adembenemend, de BMW R1200C, alias de James Bond-motor uit ‘Tomorrow Never Dies’uit 1997. Ik werd er laatst zomaar verliefd op in het wild.

HP Motoren in Eemnes heeft er twee. Hongerig druk ik mijn neus tegen al dat chroom. De uitlaten van de blauwe zijn wat dof, maar daarom kost hij ook ‘maar’ € 4.950,- en die praktisch nieuwe geel-bruine € 6.950,-. Verder is de blauwe een snoepje. Een heel stoer snoepje. Mijn vriendin zag op google dat een R1200C maar 61 pk heeft, iets wat ik meteen als tikfout afdeed. Nee dus. Totaal van de kaart door zijn looks besloot ik dat het dan wel de meest krachtige pk’s ooit zullen zijn. Daarom sta ik hier nu in Eemnes. Geef mee, dat ding, want ik wil een proefrit! Mijn creditcard is er klaar voor.

Verkoper Raymond kijkt me onderzoekend aan. ‘Ik zie dat je op een Honda X11 bent gekomen. Zo’n ding heeft 140 pk. Hoezo wil je dan in vredesnaam een R1200C? Puur omdat je hem zo mooi vindt?’ Inderdaad! Hij haalt zijn schouders op. ‘Nou, oké dan.’

Boudewijn Geels: ‘Subjectief sensatieartikel’

Raymonds intonatie en mimiek veroorzaken een barstje in het granieten vertrouwen dat ik mijn nieuwe motor heb gevonden,maar ik blijf grijnzen. Maximaal klantvriendelijk mag ik een kwartiertje later al los. Ik neem plaats en krijg meteen het gevoel dat ik zes jaar geleden had op mijn Yamaha V-Max: king of the road. Kom maar op met die draaiende hoofden. Maar dan trek ik op. De motor komt heus wel van zijn plek; sneller dan de snorfiets van mijn oude tante, maar niet heel veel sneller. Tja, het is dan ook een cruiser, hè. Dat wil ik toch? Ja, maar dit is toch een 1.200cc? Ik cruise door Eemnes en zie inderdaad twee tienerjongens staren. Het doet me niet zoveel als ik had gehoopt. De minirotonde even verderop pakt de BMW redelijk, maar minder goed dan mijn X11. Uiteráárd, hou ik mezelf voor, want deze C heeft een langere wielbasis en een veel breder en hoger stuur. Nogmaals: ik wil toch een cruiser? Op naar de snelweg. Een blond Goois meisje kijkt bewonderend naar het lijnenspel van Pierce Brosnans stuntmachine. Mooi zo. De linkerbaan op nu. Ik draai het gashendel open en… er gebeurt bijna niks! Terwijl mijn goeie ouwe V-Max me dan altijd een Badr Hari-achtige schop in mijn onderrug gaf, helemaal als bij 6.000 toeren de beroemde vlinderklep openging.

Een half uur later ziet Raymond aan mijn bedrukte gezicht dat het mis is. ‘Dit is een langzame V-Max’, mopper ik. ‘Sterker: een héél langzame V-Max. De vrienden die ik moet bijhouden, hebben een KTM Super Duke 1290 en een Suzuki B-King Extreme’, leg ik uit. Raymond knikt berustend. ‘Die jongens lachen je uit. Ik vond het ook al een dubieus verhaal dat je van een X11 wilde overstappen op deze. Mijn advies: koop hem niet.’ Hij snuift eens diep. ‘Al ruikt hij wel lekker naar pannenkoeken als hij warm is.’

Ik krijg evengoed koffie. Hoofdschuddend vraag ik: ‘What’s the point, zo’n prachtige motor ontwerpen, er een 1.200cc-blok onder hangen en hem dan maar 61 pk meegeven?’ Verkoper Raymond, naar eigen zeggen een liefhebber van doorrijden, is het van harte met me eens. Ik neem nog wat kiekjes van de prachtige, slome BMW en zeg bedroefd: ‘Dit is de eerste keer dat ik foto’s maak van een motor waarvan ik heb besloten dat ik hem niet neem.’

Maar dan, de terugrit op mijn X11. De zit, de power, dat strakke sturen! Thuis staar ik onthutst naar de machine die ik al zes jaar bekritiseer vanwege zijn lelijkheid. En ik voel aan mijn buik. Krijg nou wat, daar fladdert iets!

Laverda van de toekomst

1
Laverda

Hoe zou een Laverda van nu er eigenlijk uit kunnen zien? Die vraag stelden we ons nadat we erachter kwamen dat we de verjaardag van het merk waren vergeten te vieren. Twee telefoontjes en een paar weken later hadden we zowaar een antwoord.

Aan het eind van het jaar kijken we altijd vooruit naar het volgende jaar. Hoe we dat hier op de redactie doen? Veelal met onze neuzen in de boeken! Interessante feitjes uit het verleden kunnen namelijk zorgen voor heel veel mooie nieuwe verhalen, al is het maar ter inspiratie. Het verleden moet je koesteren. Het schaamrood stond ons daarom nog net niet op de kaken toen we erachter kwamen dat we in 2019 geen aandacht hadden geschonken aan het zeventig jarig bestaan van Laverda. Glad vergeten waren we dat Francesco Laverda in 1949 zijn eerste motorfiets bouwde in de fabriek waar zijn vader en grootvader toen al zo’n 76 jaar landbouwvoertuigen produceerden. Het was slechts een klein machientje van 75 cc, dat als een soort vrijetijdsproject kan worden gezien. Volgens de overlevering bouwde hij het namelijk onder meer met onderdelen die hij in zijn eigen keuken vond. Toch had hij de smaak te pakken en besloot hij er meer mee te gaan doen. In hetzelfde jaar nog stichtte Francesco namelijk Moto Laverda, de motorfietsentak van Laverda.

Dat we er in 2020 nog lichtelijk mee weg komen, hebben we te danken aan meneer Laverda zelf, die in 1950 een aparte fabriek opende voor de productie van motorfietsen. Daarmee is ook dit jaar technisch gezien een zeventigste verjaardag voor het merk.

Laverda 750 Sport
De 750 Sport – hier in de Formula-uitvoering – was één van de laatste modellen in productie toen Laverda in 2003 stopte.

Feest zonder jarige

Zelfs als we de verjaardag wel netjes op onze kalender hadden zien aankomen, was de viering ervan echter wat lastig geweest. Ooit op een verjaardag geweest waarbij de jarige niet aanwezig kon zijn? Sinds 2004 heeft Laverda stilzwijgend zijn activiteiten moeten staken, maar hoewel Laverda al een aantal jaren niet meer in bedrijf is, is het officieel ook nog steeds niet ‘dood’. Dat heeft te maken met het eigendomsrecht. Dat ligt momenteel namelijk bij de Piaggio Groep, die er volgens eigen zeggen voor open staat om de naam voor een mooi bod van de hand te doen. Het is zo tekenend voor Laverda, dat al vanaf het begin van de jaren tachtig een tumultueuze tijd kende van faillissementen en overnames. Lang kon het merk nog door, maar nu ligt de naam Laverda enkel stof te vergaren op een plank in Pontedera, waar het hoofdkantoor van de Piaggio Group is gevestigd. Zonde eigenlijk. Al is wrang wellicht een beter woord, zeker als je weet dat andere iconische Italiaanse merken die de Piaggio Groep onder zijn vleugels heeft wel vrolijk door kunnen bouwen. We doelen dan natuurlijk op Moto Guzzi en Aprilia. Die fabrieken produceren nog elk jaar motoren, die over de hele wereld gretig aftrek vinden. Is de naam Laverda dan niet krachtig genoeg voor een dergelijke operatie? Wij vinden van wel! Laverda’s stonden lange tijd bekend om hun superieure kwaliteit, zeker vergeleken met andere Italiaanse merken. Het merk maakte furore met zowel enduranceracers als sportieve toermachines. In de jaren zestig en zeventig deed het merk daarmee goede zaken. De meest memorabele modellen? Dat zijn voor velen de 750SFC en 1000 Jota met hun mooie vierkante blokken met koelribben en het ogenschijnlijk haast niet aanwezige frame. Ja, foto’s daarvan kunnen zelfs motorrijders die nooit eerder van het merk hebben gehoord met warme gevoelens vervullen. Daar moet toch iets voor te verzinnen zijn?

Laverda 750SFC
De 750SFC is voor velen tot op de dag van vandaag de mooiste motor uit de jaren zeventig.

Heft in eigen hand

Retro leeft onder motorrijders. Dat zie je wel aan de successen van Triumphs Modern Classics, de Kawasaki Z900RS of zelfs binnen de eigen Piaggio Groep, de V85 TT van Guzzi. Maar retro-racers, geïnspireerd op endurancemachines uit de jaren zeventig en tachtig? De MV Agusta Superveloce is één van de weinige kandidaten die in de buurt komt. Uitgaande van het wereldwijde positieve geluid dat daarop volgde, zou een dergelijke machine een gat in de markt kunnen zijn. Wat nu als de Piaggio Group nieuw leven in Laverda zou blazen om daarop in te springen? Met zijn rijke geschiedenis zou het namelijk een uitgelezen kandidaat zijn om een platform voor sportieve retromodellen op te bouwen. Een moderne Laverda SFC, hoe zou dat eruit zien? We nemen voor de verandering eens het heft in eigen hand en proberen een beeld te scheppen van hoe zoiets eruit zou kunnen zien. Daarvoor roepen we allereerst de hulp in van Gido Lodders en Marnix van der Schalk, respectievelijk voorzitter en racecommissaris van de Laverda Club Nederland. Wat moet een moderne Laverda SFC volgens hen hebben om met recht een Laverda te mogen worden genoemd? Een antwoord uit die hoek op onze geheel hypothetische vraag laat niet lang op zich wachten. Hoewel de club het niet per definitie eens is met onze veronderstelling dat het een gat in de markt zou kunnen zijn, is ze er zeker wel voor in om te sparren over een moderne Laverda. ‘De grote kracht van Laverda was de eenvoud van de constructie en de glad afgewerkte motorblokken, waarvan de functionaliteit goed zichtbaar was, maar waarbij het beeld niet werd vertroebeld door framebuizen, olieleidingen, elektra of slangen.’

De motormaker: Daan Borsje, Moto Adonis

Als krachtbron denkt de club dat het gros van de mensen een staande twee- of driecilinder verwacht. ‘De Benelli-driepitter van nu heeft bijvoorbeeld verdacht veel overeenkomsten met het laatste ontwerp dat Laverda eind vorige eeuw heeft getoond. De grote uitdaging zal zijn het op harmonieuze wijze aanbrengen van de typische SFC-stylingkenmerken in een modern ontwerp! Wereldwijd wordt de late SFC met schijfremmen gezien als één van de mooiste motorontwerpen ooit. De stroomlijn met de karakteristieke flappen aan de achterzijde en het zitje, dat naast kentekenplaathouder ook dienstdoet als startnummerschild en waarop het achterlicht is gemonteerd, waren kenmerkend voor het design. De tank die op het SFC-model met schijfremmen zit, steekt voorbij het balhoofd, waardoor hij nog langer oogt dan hij al is.’ Een uniek detail.

Laverda
Het mooiste detail van de 750SFC is het motorblok en de wijze waarop het frame onzichtbaar lijkt, wat in die tijd bewonderenswaardig was.

Eisen

Een moderne Laverda zou dus ogenschijnlijk eenvoudig in elkaar moeten steken, waarbij het blok mooi vrij in het frame hangt en in het oog springt. O, en hij moet natuurlijk oranje zijn. Dit leggen we samen met bovenstaand verhaal voor aan Luuc Muis. Hij is nogal handig met een pen en kan van abstracte ideeën een concrete schets maken, waardoor een idee tastbaar wordt. ‘Van kinds af aan ben ik al bezig met ontwerpen, tekenen en bouwen. Sinds een tijdje doe ik dat ook in mijn eigen bedrijfje, LM Creations. De visie die ik daar hanteer, gaat als volgt: vernieuwende ontwerpen creëren en produceren die boven verwachting zijn van wat klanten willen, waarbij designvraagstukken op een visuele innovatieve en technische manier worden uitgevoerd.’

Paspoort

Naam:
Luuc Muis
Leeftijd:
27
Woonplaats:
Hardenberg
Opleiding:
bachelor Industrieel Product Design
Website:
www.luucmuiscreations.com

Laverda Luuc Muis
Luuc Muis

Heb je dus een motorblok of frame, maar weet je niet wat je ermee moet? Luuc helpt je uit de brand. Hij is enthousiast als hij ons plan hoort en vraagt om wat aanvullende informatie, zodat hij aan de slag kan. We vullen op zijn verzoek één van zijn standaardformulieren in, waarin we ideeën over de ‘look en feel’ van het eindresultaat aanduiden, en zetten wat foto’s op de mail. Omdat het resultaat daadwerkelijk als basis voor een productiemodel moet kunnen worden gebruikt, hebben we een bijzonder verzoek wat betreft het motorblok. We vragen Luuc of hij daarvoor de tweecilinder uit de gloednieuwe Aprilia RS660 kan aanpassen. Moto Guzzi en Aprilia delen al hun dashboardjes, dus waarom zouden Laverda en Aprilia hun motorblokken niet kunnen delen? KTM en Husqvarna doen dat immers ook zo. Kostenefficiënt!

Aprilia RS660
Aprilia RS660. Onze ‘donormotor’, om één van Luucs termen te gebruiken.

Aan de hand van deze eisen kan Luuc aan de slag met verdere research om vervolgens een tekening te maken. Hoe het ontwerpproces verliep, lees je in het kader. Het resultaat van onze ontwerpstudie van een SFC660? Dat zie je hier! Met de huidige regelgeving zouden er nog flink wat dingen moeten worden bijgesteld om er daadwerkelijk een productiemodel van te maken. De kentekenplaat zou bijvoorbeeld voorbij het achterwiel uit moeten komen. Aangezien het kontje zo kort is, zou dat kunnen worden opgelost door een kentekenplaathouder aan het wiel te maken, zoals MV Agusta op veel modellen al doet, net als Indian op zijn FTR1200. Dat laten we echter lekker over aan de mensen bij het opnieuw te vormen Laverda. Nu is het aan de Italianen om de handschoen op te pakken!

Laverda

Het ontwerp

Na zich te hebben ondergedompeld in de geschiedenis van Laverda ging Luuc aan het werk. Meteen al stond er een flinke uitdaging voor de deur wat betreft het motorblok. Aangezien de Aprilia RS660 is voorzien van een grotendeels verhullende kuip vergde het wat vindingrijkheid om het motorblok in zijn compleetheid te kunnen tekenen. Dat lukte Luuc gelukkig waarna hij ook de mogelijkheid had om het kleppendeksel aan te passen en te voorzien van het Laverda-logo. Helaas geen koelribben op de staande twin, want dat zou het watergekoelde aspect verloochenen. Kijken we naar het frame, dan is goed te zien dat Luuc goed heeft gekeken naar het werk van niemand minder dan Nico Bakker. Die was namelijk verantwoordelijk voor de frames van bijvoorbeeld de Laverda 650 Sport. Door dat sterke frame komt het motorblok daadwerkelijk vrij te hangen zodat die wens van de Laverda Club in elk geval kan worden ingewilligd. In het ontwerp zien we ook dat het kontje multifunctioneel is, doordat het ook wordt ingezet als kentekenplaathouder en racenummerplaathouder! Het vinden van de juiste is volgens Luuc vaak het lastigste wat er is. Er zijn dan ook vele manieren om lijnen in een ontwerp te maken. Wat vooral belangrijk is, is de nuance waarin deze lijnen lopen. Persoonlijk is Luuc erg van het simplistische, waarbij details mooi naar voren komen. Voor de Laverda was het heel lastig om de juiste lijnen te vinden voor het zitje en de kuip. Om precies te zijn: om de heritage-invloed een moderne draai te geven. Na uren spelen met lijnen aan alle kanten van de motor kwam er op een gegeven moment toch de kloppende combinatie uit, die je hier nu ziet. Op de tank en de andere kuipdelen zit overigens een lakkleur die Luuc Refound Orange heeft genoemd, ‘hervonden oranje’ in het Nederlands. Dat is misschien wel de mooiste manier om dit puur hypothetische Laverda-fabricaat samen te vatten. Een hervonden passie voor een passievol merk. Luuc snapt waar de kracht van de Laverda SFC ligt en stuurt ons aanvankelijk een uiterst zotte endurance-racer toe, compleet met MotoGP-waardige remschijven en gebrek aan comfort. Gelukkig heeft hij ook zo een iets ingetogener exemplaar klaarstaan met een iets grotere tank, spaakwielen en een iets eenvoudiger upsidedownvork.

Het proces

Een vrijwel volledig nieuwe motorfiets in lijnen weten te vatten, vaak onderhevig aan andermans hoge eisen: hoe doe je dat in hemelsnaam? Luuc neemt ons mee in zijn werkproces. ‘Het begint altijd eerst uiteraard met een idee van een klant. Is er nog niets concreets, dan probeer ik via een gesprek te sparren over ideeën en mogelijkheden. Het belangrijkste voor mij is hierbij om te begrijpen wat de klant voor ogen heeft. Wanneer dit duidelijk op papier staat, kan ik echt beginnen met ontwerpen. Belangrijk dan is dat ik om een hoge kwaliteit te kunnen afleveren ook goed beeldmateriaal heb om mee te beginnen. Foto’s die ter inspiratie van zowel de klant als mij dienen, zeg maar. Dat is erg belangrijk, omdat ik er een bepaalde sfeer uit hoop te kunnen halen. Een motorfiets is niet zomaar een apparaat, maar heeft immers bezieling nodig. Daarnaast moet ik een duidelijk beeld hebben hoe de donormotor technisch gezien in elkaar zit. Dit vergt zoveel mogelijk informatie en beeldmateriaal als ik maar kan krijgen of vinden. Vervolgens is het een kwestie van muziek aan en uren gaan tekenen tot ik in mijn optiek de woorden op papier heb weten te vertalen naar een ontwerp. Tijdens dat ontwerpen houd ik overigens nauw contact met de klant. Dat is heel belangrijk om te zorgen dat het eindresultaat ook klopt met wat er is gevraagd en – hopelijk – boven verwachting is van de opdrachtgever. Ik hoop zo te kunnen groeien, zodat ik ooit mijn naam onder een productiemotor kan zetten. Dat is wel mijn carrièredroom.’

Laverda
Laverda Straat

Dakar Rally 2021: Nieuwe route en regels

1

Het beroemde rally-evenement vindt voor het tweede jaar plaats in Saoedi-Arabië en wel van 3 tot 15 januari 2021. De nieuwe route, die begint en eindigt in Jeddah, doorkruist eerst de woestijn voordat hij langs de kust van de Rode Zee gaat.

Het grote nieuws is dat de regels voor volgend jaar worden gewijzigd, fit naar aanleiding van de noodlottige ongevallen van Paulo Goncalves en Edwin Straver tijdens de rally van dit jaar. Voor 2021 zijn de airbagvesten verplicht voor alle motor- en quadrijders. Deelnemers worden gewaarschuwd bij het naderen van moeilijke zones, terwijl heel gevaarlijke delen van de route worden gemarkeerd als ‘slow zones’. Daar geldt een snelheidslimiet van 55 mijl per uur (90 km/u).

Voor 2021 worden tijdsstraffen opgelegd als deelnemers meer dan eens van zuiger wisselen, zelfs als de rest van de motor hetzelfde blijft. Dat is nog niet alles. Rijders kunnen ook niet werken aan hun motor bij tankstations en rijders in de topklasse krijgen in totaal slechts zes achterbanden voor de hele rally.

Volgend jaar hebben we ook de Dakar Classic om naar uit te kijken. Het is een nieuw evenement dat parallel aan de hoofdrace zal lopen en specifiek voor voertuigen is die deelnamen aan de Dakar (of andere grote rally-evenementen) van voor 2000.

Kerkhof vol klassieke Japanse motoren te koop

1

Een motorfietskerkhof vol klassiekers is te koop op Facebook. De motoren zijn nauwelijks te tellen, zo lang zijn de rijen!

De advertentie is geplaatst op een klassieke handelspagina op Facebook. Er wordt gevraagd of iemand de hele collectie die in het veld staan wil kopen. De motoren hebben er jaren open en bloot gestaan.

Om hoeveel motoren het gaat, is lastig vast te stellen. De rijen klassiekers lijken schier oneindig. Maar dat het er meer dan 100 zijn lijkt ons nog een voorzichtige schatting.  

Er staat van alles, van Suzuki ATC 70’s tot klassieke Suzuki GXS-1100S Katanas. Er staan zelfs een paar klassieke Suzuki GT550’s tussen. Die zien eruit of ze te repareren zijn. De meeste motoren zijn van Suzuki, maar ertussen staan ook een paar verdwaalde Honda’s en Yamaha’s.

Het Facebookbericht met de koopvraag is gepost door Len Gold. Die schrijft dat alle motoren te koop zijn in een kavel voor $12.500. Het telefoonnummer bij de advertentie is niet van hem, maar is dat van de verkoper.

Nieuwe showroom Ducati Amsterdam geopend

0

Ducati Amsterdam, voormalig Motortoer Amsterdam, is vanaf september vorig jaar druk doende geweest met een volledige verbouwing inclusief een compleet nieuwe showroom aanbouw. Vanaf heden is de showroom gereed en open voor publiek. Een fantastische showroom, volledig ingericht naar de Ducati Store eisen, met exclusieve Ducati producten (motoren, E-bikes, accessoires, kleding en merchandise).

Met Ducati Amsterdam heeft onze hoofdstad een representatieve dealer gekregen, passend bij de uitstraling en passie van Ducati. Het team van Ducati Amsterdam beschikt over jarenlange ervaring, aangezien Motortoer al vanaf 2006 Ducati dealer is, in het verleden ook nog met meerdere merken als Moto-Guzzi en Dainese, maar sinds 2020 dus exclusief Ducati. Alles wat het merk te bieden heeft is te vinden in de imposante ruim 400 m2  grote showroom.

Nu de nieuwe showroom klaar is, wordt de oude showroom verbouwd en volledig ingericht als moderne Ducati werkplaats met maar liefst 6 werkplekken. Zodra dit klaar is, na verwachting eind juni, begin juli, is de nieuw- en verbouw compleet en zal Ducati Amsterdam een groots openingsfeest gaan inplannen. Door de Coronacrisis en maatregelen is de datum voor deze ‘Grand Opening’ nog niet te bepalen, maar zodra mogelijk zal dit gecommuniceerd worden.

Speciaal: Yamaha MT-07 Captain America en Iron Man

0

De klanten van het Franse AD Koncept keken er wel van op. Alsof ze in een Marvel-film verzeild waren geraakt. AD Koncept heeft twee zeer speciale versies van de Yamaha MT-07 gemaakt. De nakeds werden omgetoverd tot motoren uit een Marvel-cartoon. Twee superhelden stonden centraal:  Captain America en Iron Man.

Techniek en rijwielgedeelte zijn in principe gelijk gebleven. Wel werd de originele uitlaat vervangen door een exemplaar van Arrow. Ook werden er andere richtingaanwijzers en een andere kentekenplaathouder gebruikt.

Yamaha: YZF-R9 met triple MT-09 blok?

0
Yamaha YZF-R9

Eerder deze week hadden we een prikkelend bericht uit Japan. Daar weten ze zeker dat er een nieuwe FZ op stapel staat op basis van het rijwielgedeelte van de MT-09. In Indonesië durven ze een ander en minstens zo interessant gerucht aan: de triple uit de MT-09, Tracer 900 en XSR900 kun je ook goed gebruiken in een YZF-R9. Yamaha zou dan ook meteen een wapen in huis hebben waarmee ze de MV Agusta F3 800, Ducati Panigale V2 en Triumph Daytona 765 kunnen bestrijden.

Is er een nieuwe Yamaha FZ750 in de maak?

De Yamaha YZF-R9 zou volgens ‘Indonesië’ bestaan uit de bovenbouw van de YZF-R6, die ook de voorzijde levert. De kont is ontegenzeggelijk Panigale. De achterbrug lijkt op het exemplaar dat Yamaha ook voor de MT-10 gebruikt. En voor de uitlaat is een eerdere versie van de YZF-R1 verantwoordelijk. De geruchtenstroom gaat zelfs zover dat een gooi wordt gedaan naar het vermogen: 135 pk. Op zich zijn het allemaal best plausibele argumenten en mogelijkheden.

Yamaha YZF-R9

Maar de werkelijkheid is anders. Het Yamaha CP3-blok is een uiterst verfijnd en meer dan uitstekend blok. Het is dynamisch en perfect voor de modellen waarin het nu wordt gebruikt. Maar niet in een sportmotor. Het blok is namelijk uitgelegd voor veel koppel in het middentoerengebied. Wil het de naam hoog houden van een model dat de lettercombinatie YZF-R draagt, moet het vooral hoge toerentallen aankunnen. Wij zien dit niet gebeuren. Zul je zien dat er nu iemand in Japan zich een hoedje lacht en dat de YZF-R9 al lang ergens staat te pronken. Je weet het niet.

Dit is de nieuwe 2020 MotoGP-kalender

0
Foto: ANP

Even leek er helemaal geen MotoGP-seizoen 2020 te zijn, maar gelukkig is de situatie inmiddels iets anders. Of heel anders zo je wilt, want zie hieronder de MotoGP-kalender van 2020. Dat Assen er niet op staat, weten we al een tijd maar blijft gek. Overigens ontbreekt ook Mugello zo werd gisteren al bekend.

Amerika (Circuit of The Americas), Argentinië (Termas de Rio Hondo), Thailand (Chang International Circuit) en Maleisië (Sepang International Circuit) staan nog zonder datum op de kalender. Voor 31 juli moeten we weten wanneer daar gereden gaat worden, aldus Dorna.

Goed om verder te weten is dat het MotoGP-seizoen 2020 tot uiterlijk 13 december duurt en dat er maximaal 17 GP’s (inclusief Qatar) op de kalender komen te staan. Nog altijd een indrukwekkend aantal, want we kunnen dus nog 16 GP’s hebben dit jaar. Uiteraard kan corona daarbij altijd eten in het roet blijven gooien, maar dat is met alles nu natuurlijk zo.

MotoGP-kalender 2020

19 juli – Spanje – Circuito de Jerez-Ángel Nieto
26 juli – Spanje – Circuito de Jerez-Ángel Nieto
9 augustus – Tsjechië – Automotodrom Brno

16 augustus – Oostenrijk – Red Bull Ring-Spielberg
23 augustus – Oostenrijk – Red Bull Ring-Spielberg
13 september – Italië – Misano World Circuit Marco Simoncelli

20 september – Italië – Misano World Circuit Marco Simoncelli
27 september – Spanje – Barcelona – Catalunya
11 oktober – Frankrijk – Le Mans

18 oktober – Spanje – MotorLand Aragón
25 oktober – Spanje – MotorLand Aragón
08 november – Spanje – Ricardo Tormo (Valencia)

15 november – Spanje – Ricardo Tormo (Valencia)