maandag 13 april 2026
Home Blog Pagina 1087

Vergeten Prototype: Triumph TS8-1

0
Prototype Triumph TS8-1

Wat als de Japanners alle Europeanen de hoek in lijken te drijven en BMW met de R100RT toch een slag voor Europa lijkt te winnen? Dan volg je een goed voorbeeld. Tenminste, dat was Triumphs plan met de TS8-1.

Men neme een beproefde basis en voegt er een ruime kuip en een hoop luxe aan toe. Vervolgens maak je het af met radicale styling om de aandacht te trekken. Dat was het recept voor de Triumph TS8-1. Die beproefde basis was de tweecilinder uit de Bonneville T140, die voor de TS8-1 een achtklepskop kreeg en met rubbers in het frame gehangen werd. Het moest immers comfortabel worden. Wat BMW eind jaren zeventig lukte met de BMW R100RT moest de TS8-1 nu voor Triumph doen – om Triumph te redden van de ondergang…

Om de luxe uitstraling verder uit te dragen, ontwierp Ian Dyson een grote kuip en eendelige tankzit. Als klap op de vuurpijl kreeg de TS8-1 lichtmetalen wielen rondom. Dubbele schijven aan de voorzijde en een enkele schijf in het achterwiel zorgden voor de vertragingskracht.

Al met al loopt de Triumph TS8-1 compleet in de pas met wat BMW met de R100RT deed. Luxe en comfort toegepast op een beproefd concept; geen enkel risico en toch veel waar voor je geld. Technisch gezien kon er niks misgaan, dus toog Triumph vol zelfvertrouwen met de TS8-1 naar de Earls Court Motor Show in Londen in 1981. Alleen had Triumph één dingetje over het hoofd gezien.

Triumph moest vijftig aanbetalingen op papier hebben. Vijftig klinkt niet geheel onhaalbaar, toch?

Zo betrouwbaar als een eventuele productie-TS8-1 geweest zou zijn, was het maar de vraag of Triumph als fabrikant dat wel kon zijn. Indertijd stond Triumph financieel op omkukelen en werd er bij de vleet gestaakt. Als de motor het bleef doen, was het nog maar de vraag of je over vijf jaar nog wel dealers zou hebben om hem te onderhouden.

Triumph moest vijftig aanbetalingen op papier hebben om de initiële productie op gang te kunnen brengen. Vijftig klinkt niet geheel onhaalbaar, toch? Dat bleek het wel. En die terughoudende koper kreeg nog gelijk ook. Twee jaar na het tonen van het prototype van de Triumph TS8-1 viel het doek voor het toenmalige Meriden Triumph.

Zo blijkt maar dat een motorfiets technisch nog zo goed kan zijn, qua ontwerp nog zo opvallend kan zijn en zelfs in al zijn essentie een goed idee kan zijn; als de koper geen vertrouwen heeft, verkoop je er nog geen vijftig.

En zo bleef die Triumph TS8-1 de enige ooit. Veilinghuis Bonhams veilde het prototype van de TS8-1 vorige maand voor € 15.381,-. Een schijntje.

In de rubriek Vergeten Prototype blikken we terug op de meest spraakmakende prototypes die in de ijskast verdwenen.

Foto’s: Bonhams

Wat kost de nieuwe Kawasaki Ninja 1000SX?

0

De Ninja 1000SX volgt de bekende Z1000 SX op. En doet dat natuurlijk niet zonder slag of stoot. Naast allerlei motorische vernieuwingen en gemoderniseerde styling biedt de Ninja 1000SX meer comfort, cruise control, quickshifter, geïntegreerde rijmodi, een TFT-kleurendisplay en smartphone connectiviteit. Een rijk uitgeruste SportTourer dus.

Ook het 1.043cc 4-in-lijn blok met 111 Nm koppel is vernieuwd. Het werd uitgerust met elektronische gaskleppen voor een soepelere gasresponse. Verder wordt het ondersteund door moderne zaken zoals Elektronische Cruise Control, Quick Shifter (standaard), vier geïntegreerde rijmodi met een combinatie van KTRC- en Power Modes, antiblokkersysteem en de Kawasaki Cornering Management functie.

Toermotor

Als je vaak en lang op de motor zit, wil je ook comfort. Dan lijk je met de Ninja 1000SX meer dan goed te zitten met dikkere zadels en een nieuw ontworpen, in vier standen verstelbaar, windscherm. Ga je dagen, weken of maanden op pad is zijn er onder andere een mono-key koffer set, verwarmde handvatten en een USB aansluiting als accessoire verkrijgbaar.

En wat kost dat dan?

Medio februari staat de Ninja 1000SX bij de Kawasaki dealer in de showroom vanaf €15.849,- in de kleuren:

  • Emerald Blazed Green / Metallic Carbon Gray / Metallic Graphite Gray
  • Pearl Blizzard White / Metallic Carbon Gray / Metallic Spark Black
  • Metallic Graphite Gray / Metallic Diablo Black (vanaf €16.049,-)

8 December: Triumph Preview Event

0

Triumph is trots op z’n nieuwe modellen van 2020 en wil ze je graag laten zien. Gratis. Op een gave locatie ook: de Metaal Kathedraal aan de Rijksstraatweg 20 in Utrecht. Op 8 december dus.

Welke Triumphs staan er?

In de Metaal Kathedraal in Utrecht kun je proefzitten op de Tiger 900 (in verschillende uitvoeringen), Rocket 3 (R & GT), Thruxton RS, Bud Ekins SE (T100 & T120) en alle andere modellen. Ook zijn de Daytona Moto2 LE en Bobber TFC te bewonderen.

Gratis toegang

Hoewel de toegang gratis is, wil Triumph een beetje kunnen inschatten hoeveel motorfans ze over de vloer krijgen. Dus ben je van plan om op 8 december langs te komen, schrijf je dan even in.

Klik hier voor de inschrijving

Wat gaat de 2020 Ducati Panigale V4 Superleggera kosten?

0

Dat er komend jaar ook een Ducati Panigale V4 Superleggera in het rijtje Ducati-modellen zal staan, zal menigeen niet verrassen. Over de specs van deze Ducati-bom tasten we nog in het duister. Maar gelukkig dat Bikesocial, een mediapootje van de Britse verzekeringsmaatschappij Bennetts, beslag heeft weten te leggen op de Euro-homologatiedocument. Daarin staan de gegevens die van belang zijn: gewicht en vermogen, behalve de prijs… Maar die zal ongetwijfeld net zo beangstigend hoog zijn als van de vorige Superleggera’s.

De Panigale Superleggera is de derde in de serie. De eerste – met codenaam 1201, of het eerste project van 2012, debuteerde eind 2013 op van de 1199. Die stond vervolgens op de EICMA van dat jaar. Op de motor vond je bijna overal magnesium. Het gewicht en het vermogen waren er ook naar: 155 kilo droog en 200pk. En van de prijs vielen we stijl achterover: 66.000 euro zonder NL-belasting.

Nog indrukwekkender was de rekening voor de 1299 Superleggera: 80.250 euro. Maar dan had je wel een monster met een carbonframe, achterbrug en velgen. Een beest dat slechts 156 kilo woog en goed was voor 215pk.

Helaas zijn we nog niet op de hoogte gebracht van de prijs van de nieuwe Panigale V4 Superleggera. Over de specs weten we wel iets meer: 165 kW (of 224 pk) @ 15.250 tpm in de gehomologeerde versie. Dat is iets meer dan de V4R, dankzij een volledig nieuwe uitlaat van titanium. Als je er een niet goedgekeurde Akrapovic op schroeft, mag je iets verwachten van rond de 235pk.

Het gewicht van de nieuwe Superleggera is 173 kg, maar het is niet duidelijk hoe het wordt berekend. Welke vloeistoffen zijn meegerekend en welke niet De waarde lijkt te hoog om van een ‘echt’ drooggewicht te kunnen spreken, maar ook te laag voor een rijklare toestand.

En dan de prijs… Die zal waarschijnlijk gelijk of iets hoger zijn aan die van de 1299: €80.000. Zeker is dat de productieaantallen zeer beperkt zijn en dat de reservering online moet geschieden.

Bijzondere motorvliegreis naar Japan

0

Italië, Spanje, Noorwegen, Polen, het zijn allemaal landen waar je ooit een keer met de motor moet hebben gereden. Japan hoort zonder twijfel ook bij deze landen, alleen is dat wel een pittig stukkie sturen. Iets te pittig voor een zomervakantie zelfs, maar gelukkig biedt een samenwerking tussen het Nederlandse SADS en Moto Tours Japan mogelijkheden.

Tijdens deze dertiendaagse reis rij je over ongeveer 2.000 kilometer door het mooiste en oudste gedeelte van Japan. Naast het vele rondreizen neem je ook de rust om tijdens drie volledig verzorgde excursiedagen de cultuur van Japan te leren kennen.

Totaal andere wereld

Je rijdt gemiddeld 200 kilometer per dag over altijd goede asfaltwegen, met als hoogtepunt een berg van 2.172 meter hoog. De start van deze indrukwekkende reis is in het traditionele Kyoto, waar je je direct in een totaal andere wereld waant met de prachtige tempels. De reis voert daarna langs onder andere Lake Biwa en Lake Kawaguchi met zijn warmwaterbronnen. Overnachten doe je in vier- of vijfsterrenhotels met een mooie mix van moderne hotels en Japanse ryokans, de traditionele Japanse familiehotels.

Wat betreft motoren kun je kiezen uit onder andere een Ducati Multistrada, een BMW R1200GS of een Honda Africa Twin. Daar kan het zeker niet aan liggen.

Vrijblijvende voorinschrijving

Omdat er een minimum aantal deelnemers nodig zijn, is er een geheel vrijblijvende voorinschrijving geopend, zodat in december kan worden beslist of deze reis doorgaat. Het prijsniveau ligt rond de € 7.000,-. Surf voor meer informatie naar www.sadsmotorreizen.nl.

Heb je interesse, kom dan naar de informatieavond op vrijdag 13 december bij Affetto Ducati in Overasselt, waar reisgenoten van de 2019-reis hun ervaringen komen delen en ze meer op de details van de reis ingaan.

Twee bonusstellingen voor Bo Bendsneyder en Jarno Janssen

1

Met de laatste Grand Prix van 2019 achter de rug, is het tijd om te terug te blikken. In het geval van NTS RW Racing GP geen gemakkelijke opdracht, want oef… Het viel allemaal niet mee afgelopen jaar in de Moto2. Daarom besloot Asse Klein in de nieuwe MOTO73 geen open vragen te stellen aan Bo Bendsneyder en RW Racing-teammanager Jarno Janssen, maar ze vijf pittige stellingen voor te leggen. Dat werden er uiteindelijk zeven waardoor je hieronder gratis twee stellingen cadeau krijgt.

1. Met een Kalex zou Bo Bendsneyder afgelopen jaar top-10-klasseringen hebben behaald.
Bo: ‘Daar durf ik geen antwoord op te geven. Ik ken alleen de motoren van Tech3 en NTS en die zijn niet met elkaar te vergelijken. Wanneer je jongens spreekt als Raffin en Corsi, die zowel op Kalex als NTS hebben gereden, blijkt wel dat zij betere feedback hadden bij de Kalex. Dat komt ook omdat er veel rijders op deze motoren rijden. Dus komt er ook veel meer informatie binnen en dat al zo’n zeven jaar lang. Je kan en mag dan ook nooit verwachten dat NTS binnen twee jaar op hetzelfde niveau zit als Kalex.’

Merk je wel dat een Kalex-coureur voordeel heeft als je met hem in gevecht bent Bo?
‘Ze kunnen anders rijden, maar dat verschilt wel per circuit. Wij hebben bijvoorbeeld heel veel grip achter, wat de Kalex niet heeft. Wij hebben dus ook hele goede punten. Maar die goede punten kunnen soms ook te goed zijn, waardoor het weer een zwak punt wordt. Dat is denk ik waar wij nu soms tegenaan lopen.’

Jarno: ‘Met een NTS kan dat ook, zelfs afgelopen jaar. Ik denk namelijk dat we op een heel hoog niveau staan met NTS. Maar als je als rijder niet helemaal lekker in je vel zit, dan wordt het heel moeilijk op dit niveau.’

En als we het omdraaien. Zou Alex Marquez kunnen winnen op een NTS?
‘Als die zich op dat moment goed voelt, dan zou die meer kunnen doen dan waar we nu staan. Maar het blijft gissen. We hebben wat we hebben en hetgeen wat we hebben is van een hoog niveau. Als je kijkt wat Raffin bijvoorbeeld in Australië liet zien, geeft dat aan welke mogelijkheden we hebben. Ik denk dat ons niveau in de Moto2 echt wel tussen P12 en P17 ligt op dit moment. En als we dat nog iets kunnen verbeteren, dan kan je ook een stap naar voren maken.’

Maar deze resultaten hebben jullie niet veel gehaald dit jaar.
Zeker, niet vaak genoeg en dat weet ik ook. Ik hoop dan ook dat we met zijn allen in de toekomst iets kunnen laten zien wat van een nog hoger niveau is.’

2. Vooraan rijden in de Moto2 is moeilijker dan in de MotoGP.
Bo:
’Lastig, maar ik denk dat er wel een kleine waarheid in zit. Ik kan er niet goed over oordelen omdat ik nooit in de MotoGP heb gereden. Maar je hoort ook verhalen van een Quartararo en Mir.’

Wat zeggen zij?
‘Quartararo zegt dat het makkelijker is in de MotoGP, maar dat kan natuurlijk komen omdat nu alles voor hem klopt. Bij ons in de Moto2 zijn alle motoren hetzelfde. Alex Marquez is wereldkampioen geworden, maar heeft ook weekenden gehad waar hij achtste werd. In de MotoGP zie je Marc Marquez niet zomaar achtste worden, dan heeft hij echt een enorm slechte dag. De verschillen in het veld zijn anders, ook omdat je in de MotoGP meer merken hebt. Of de MotoGP makkelijker is, weet ik niet, wel denk ik dat je daar makkelijker constant vooraan mee kunt doen.’

Jarno: ’Dat maakt niet uit. Als je voorop wilt rijden, dan moet alles kloppen. In welke klasse je ook rijdt. Dan moet je de juiste coureur hebben met de juiste motor op het juiste moment. Als een van de radars niet meedraait, om wat voor een reden dan ook, dan rij je nooit vooraan.’

In de nieuwe MOTO73 lees je de antwoorden op deze vijf stellingen:
NTS RW Racing GP en Bo Bendsneyder zijn echt wel een goede combinatie, ondanks alle teleurstellingen in 2019.
– De kritiek op ons is volledig terecht.
– De situatie met Hans Spaan hebben wij totaal verkeerd aangepakt.
– We weten wat er anders moet om in 2020 wel te presteren
– Het seizoen 2020 is pas geslaagd met minimaal vijf top-tienresultaten

Dit verhaal wil (en mag) je niet missen. Bestel MOTO73 nummer 24 daarom hier of race naar de winkel!

ICOON: Yamaha TDM

1

Toen de eerste TDM uitkwam in 1991 was er nog niet zoiets als een ‘allroad’. Je kon eigenlijk alleen voor een offroad kiezen waarmee je prima de weg op kon. De Japanners boorden het blok van een ander succesverhaal – de XTZ 750 Super Ténéré – op naar 849 cc. Samen met het vijf-kleppensysteem die ook al in de FZR 1000 zaten ontstond deze radicaal vernieuwende ‘alpen-motor’.

De Yamaha TDM is een motor die door veel mensen bewust wordt gekozen om zijn veelzijdigheid. Mensen die de zithouding van een sportieve fiets beu zijn maar toch graag het gas nog los willen trekken zijn bij de TDM aan het goede adres. Uit een onderzoek van de TDM-TRX fanclub is gebleken dat leden gemiddeld 7 andere motoren in het bezit gehad hebben voor ze een besloten een TDM aan te schaffen.

Te organisch

Zoals al gezegd kwam de eerste TDM (3VD) uit in 1991, maar er zijn nog twee versies op de markt gekomen. In 1996 kwam Yamaha namelijk met de 850 (4TX). Deze was voor Nederlandse motorrijders iets te organisch van vorm waardoor de verkoop hier tegenviel. De Duitsers en Fransen waren juist laaiend enthousiast over de nieuwe look. De 4TX had net als de 3VD 849 cc en 77 pk onder de tank. Anders is vooral de verzette kruktappen die geplaatst werden (270° net als Ducati). Ook wordt de tank vergroot van 18 liter in de 3VD naar 20 liter in de 4TX.

20 jaar…

In 2001 verscheen de laatste versie van de TDM ten tonele: de 900 (5PS). Met een vergrote cilinderhoud van 879 cc, 86 pk, een zesde versnelling, injectie via carburateurs en zelfs vernieuwde vering en wielen is dit de TDM op z’n best volgens Yamaha. Na ruim twintig jaar op de markt te zijn geweest stopt Yamaha nu met de productie van de TDM.

Met de Tesla Cybertruck op motorvakantie

0

Elon Musk bevestigt op Twitter dat de elektrische ATV Cyberquad in productie gaat. In eerste instantie als optie voor degenen die de nieuwe Tesla Cybertruck. Nu zal die quad ons worst zijn. Maar als die in het bakkie van de pick-up past, kan er ook een motorfiets in. En dat mag van ons best de meest zuipende, meest lawaaiige, meest foute motor zijn die er is. Het gaat immers om de balans. Tenminste, zo rekenen immers ook de mannen in het automobielnetwerk. Tegenover een slobberbak staat een zuinig nippend karretje. Gemiddeld zijn ze even vervuilen. Of schoon, ’t is maar hoe je het ziet.

Daarom gaan wij met de 0-emissie Cybertruck naar de vakantiestek en dan gaan we lekker blazen met, noem er eens eentje, een BossHoss! Een gulzige benzinebrander die zoveel CO2 oplevert dat Andalusië er in de zomer spontaan groen van kleur. Of een willekeurig weiland in De Achterhoek. Nog beter is een Energica, Zero of LiveWire in het bakkie. Dan ben je pas echt goed bezig.

Eens?

Test: Ducati Monster 1200S vs Indian Scout FTR1200S

0
Ducati Monster 1200S vs Indian FTR1200S

Een Ducati en een Indian vergelijken? Die kans hebben we niet vaak door het kleine raakvlak dat de twee merken qua modellen hebben. Met de komst van de Monster-lookalike van Indian kunnen we echter haast niet anders. Welke 1200S is dus de beste?

Ducati Monster 1200S

Niet eerder mochten we de Ducati Monster 1200S verwelkomen in een dubbeltest. Best bijzonder eigenlijk voor een motorfiets die inmiddels toch alweer zes jaar verkrijgbaar is. Je zou daarom misschien zelfs wel kunnen stellen dat de Monster 1200S jaar op jaar de koning te rijk was. De luxere variatie op de standaard Monster 1200 is gezegend met hoogwaardige veercomponenten van de firma Öhlins en heeft om stopkracht te winnen Brembo M50-monoblocks meegekregen toen hij in 2016 werd geüpdatet. Sinds de productie van deze test is overigens al bekend geworden dat de 1200S ook in 2020 nog op de prijslijst zal staan, maar dan enkel nog in zwart of rood, zonder ingrijpende wijzigingen. Wel een belangrijke verandering is dat de Monster 1200R, de machine die de 1200S toch altijd wat overschaduwde, van de prijslijst verdwijnt ten gunste van de gloednieuwe Streetfighter V4. Daarmee zou de 1200S dus de meest luxe naakte tweepitter van Ducati worden die je op dit moment kunt krijgen.

Ducati Monster 1200S

‘Vastberaden’

Bij de introductie van de hernieuwde 1200S in 2016 vielen er al een aantal dingen op. Hoewel hij de Euro 4-dwangbuis kreeg aangemeten, steeg het totale vermogen met een flinke stap. Tegelijkertijd werd de geometrie ook nog stukken sportiever: een korte wielbasis, een steilere balhoofdhoek en daarmee dan ook een sportievere naloop. Ja, al met al ging de luxe Monster veel verfijnder door het leven. ‘Vastberaden maar speels’ was de kop boven de test. Ook nu zou die goed passen. Rijden met het ding is namelijk absoluut sportief. De Testastretta elf-graden-DS-twin is gretig en loopt tot net voorbij de 10.000 toeren door, al lijkt hij al vanaf 8250 toeren ietwat te worden getemperd. Ook de koppelkromme schreeuwt ‘vastberaden’, omdat je pas bij 7750 toeren zijn maximum van 124 Nm bereikt. Wauw, het beestje blijft maar gaan als je een hengst aan de gaskraan geeft. Maar goed dat hij is uitgerust met de nodige elektronica om de boel in het gareel te trekken wanneer nodig. Wheelie en traction control zijn daarbij essentieel, want de Monster heeft zonder nogal de neiging om zijn voorwiel in de lucht te steken. Overigens zitten er ook sensoren op die signaleren als het achterwiel het luchtruim verkiest bij een MotoGP-waardige remactie. Dan laat het systeem de remdruk wat zakken, zodat de boel weer gauw aan de grond is. Dat soort snufjes zijn natuurlijk supergaaf om over op te scheppen aan de toog, maar zelfs bij een beetje vlot doorjakkeren, zul je het waarschijnlijk niet nodig hebben.

Ducati Monster 1200S Test

Veelzijdig

De Monster is absoluut sportief van aard. Toch voel je je altijd in controle, alsof je eruit weet te halen wat erin zit en er niet nog een hele bult vermogen, koppel of hellingshoek in zit, terwijl dat natuurlijk wel zo is. Wat dat betreft is de 1200S vooral erg vriendelijk. De verschillende rijmodi helpen daar ook bij. In Sport heb je de beschikking over zijn volle vermogen, maar hetzelfde heb je in Touring. In het laatste geval is het enige echte verschil dan ook dat de gasreactie een stuk minder fel is. Overigens vallen vrijwel alle elektronische hulpsystemen nog naar smaak in te stellen via het logische menu dat Ducati op vrijwel al zijn motorfietsen gebruikt. Daarmee kun je de Ducati indelen onder het kopje veelzijdig. Een Monster hoort van nature een sportieve allemansvriend te zijn. Rijd je hem op het randje, dan kan dat, maar rijd je hem lekker kalm aan, dan doet hij dat ook even zo foutloos. Ja, die Monster mag er wezen. In het geniep is hij uitgegroeid tot een echte evergreen, die vrijwel niets fout kan doen en die bij vrijwel iedereen in de smaak weet te vallen vanwege zijn gedegen karakter.

Het enige echte nadeel is dan ook de ‘vanafprijs’. Die is namelijk goed afgestemd op die weelde van luxe en veelzijdigheid. Je betaalt net geen € 20.000,- voor de 1200S. Overigens doe je dat ook voor de Indian, dus wat dat betreft lijkt dit duo goed te weten wat de waarde van mooi en sportief naakt is.

De mening van…

Het was lang geleden dat hoofdredacteur Eddie de Vries met een dikke naked reed en daar had hij wel weer eens zin in! Als gastrijder reed hij mee naar de Achterhoek.

‘In 2014 reed ik met de eerste generatie 1200S op Tenerife, tijdens zijn introductie. Toen al was er weinig waarop je deze motorfiets echt kon afrekenen. Enorm speels, een voortreffelijk elektronicapakket en dan ook nog eens erg comfortabel en krachtig. Het ging me toen wat ver om met zoveel pk’s en koppel de term allemansvriend te hanteren, maar ruim vijf jaar later neig ik er toch naar. In deze test in elk geval zeker. De Ducati laat zich moeiteloos rijden. Het blok draait soepel, maar is toch ook wat nukkig, zoals je van de Italiaan verwacht. Goed vind ik dat er heel wat meer voetruimte is bijgekomen sinds de eerste generatie. Zette je daarop je tenen op de voetsteunen, dan kwam je met je hak al snel in contact met die van de bijrijder en de hitteschildjes op de uitlaat. Nu passen er grotere voeten dan maat 43 in die positie!’

[nextpage title=”Indian Scout FTR1200S”]

Als er op de redactie om de sleutels van één motorfiets werd gevochten, dan waren het wel die van de Indian Scout FTR1200S. Het is dan ook alsof hij recht uit de snoepwinkel is komen rollen. Zeker dit exemplaar, dat door Indian de Race Replica wordt genoemd en het meest aansprekende kleurenpalet heeft gekregen. Het is de minst Amerikaans ogende motorfiets sinds tijden die de Atlantische oceaan is overgestoken. De FTR in de typenaam verwijst – natuurlijk – naar ‘flattrack’, waarin Indian met zijn Wrecking Crew goede zaken doet in de Amerikaanse competitie. Daar doet het merk het met een 750, maar om de motor op straat wat beter te laten presteren, koos Indian ervoor om de straatgeoriënteerde machine uit te rusten met een grotere V-twin, met een slagvolume van 1203 cc. Alles om de Europese motorrijder maar te kunnen bedienen. De Europese markt is voor Indian namelijk één van de belangrijkste bronnen van groei.

Italiaanse Amerikaan

Dat is ook in andere aspecten van de FTR terug te zien. Naast de afwijkende geometrie – voor een Indian dan – valt het buizenframe natuurlijk direct in het oog. Nog mooier is de achterbrug, die met stalen buizen in elkaar is gelast. Een plaatje, werkelijk. Je zou haast kunnen stellen dat hij een net iets té Europees uiterlijk heeft gekregen. Een Monster kun je het niet noemen, maar de gelijkenissen zijn op veel punten moeilijk te missen. Collega Ad voorspelde na de introductie van de Amerikaanse 1200S begin dit jaar dan ook al dat een vergelijkende test met de Monster er absoluut zou komen. Naast elkaar geparkeerd valt het op dat de Italiaan voor de verandering niet de schreeuwer is. Nee, de Indian pakt de aandacht stukken agressiever naar zich toe. De Indian weegt in totaal 22 kilogram meer dan de Ducati, maar dat zie je er niet aan af. De Indian lijkt smaller en door de vele openingen in het buizenframe lichter. De Ducati is in dat opzicht voller van postuur dankzij een heleboel kapjes.

Rijdend in het spoor van de Indian oogt zijn achterwerk wat vreemd, alsof je achter een lompe scooter rijdt. Reden daarvoor is het ietwat smalle achterbandje in combinatie met de kentekenplaat en knipperlichten aan het achterwiel. Wat dat betreft hebben de Italianen het – zelfs met die taartschep – toch net allemaal wat strakker vormgegeven.

Indian Scout FTR1200S

Verbeterpunten

Nog zo’n designdingetje is de tank, die onder het zadel zit en ruimte biedt aan slechts dertien liter benzine. Toch duurt het aanvullen van die voorraad stukken langer dan met de 16,5-litertank van de Ducati het geval is. De oorzaak daarvan is de vulopening en het kanaal dat naar de tank loopt. Dat is vermoedelijk net iets te smal, zodat je steeds moet wachten tot al het schuim weer is teruggezakt voordat je de volgende scheut benzine kunt inspuiten. Hartstikke gaaf dus, die lage, welgevormde ‘tank’, maar het gaat wel ten koste van het gebruiksgemak.

Gaaf ook is die glimmende plaat met het logo op de tank, maar wanneer de zon er vanuit de verkeerde hoek op schijnt, word je er steeds door verblind als je op het dashboard kijkt. Dat dashboard is op de luxere 1200S overigens een touchscreen, wat dan wel weer super-Amerikaans aanvoelt. Het vergt wel een aantal ritten om door te krijgen wat je allemaal kunt met dat scherm. Noem het verbeterpunten. Het is überhaupt de eerste keer dat Indian een dergelijke motorfiets bouwt, dus mag wat ons betreft de mantel der liefde hier en daar wel worden toegepast. Waar die niet voor mag worden gebruikt, is de gasreactie. De Indian is wat rukkerig op het gas, alsof hij enkel een aan- en uitknop heeft. Doseren is dan ook lastig. Daarbij lijkt er sprake van een soort vertraagde reactie. Draai je het gas open, dan duurt het een halve tel voor hij een antwoord klaar heeft. Als je net bent overgestapt vanaf de Monster is dat wel even wennen als je de bocht wilt uitaccelereren. Verder is de versnellingsbak nog iets rauw. O, en mogen we alstublieft een quickshifter bij de eerstvolgende update, al is het maar enkel op deze luxere S-uitvoering. Dat soort aanpassingen zouden van dit snoepje een nog zoeter geheel maken.

De mening van…

‘Ja de FTR stond zeker op mijn lijstje van potentiële kandidaten voor de Motor van het Jaar. Toch valt hij me om heel eerlijk te zijn wat tegen. Hij komt krachtig van zijn plek en ziet eruit om je vingers bij af te likken, maar al met al zijn er te veel storende factoren om de rijbeleving even positief te ervaren als dat uiterlijk. Het grootste probleem heb ik met de gasreactie. Bij de FTR moet ik erop anticiperen dat het gas pas ongeveer een halve seconde later in werking treedt dan ik zou willen. Dat rijdt niet prettig. Verder is het zadel te hard voor mijn smaak en in combinatie met dat brede stuur is de zithouding ook wat minder sportief.’

[nextpage title=”Meten is weten”]

De Ducati en Indian gaan vanuit stilstand nagenoeg even hard van hun plek. Eerst is het de FTR die 2100 toeren oppikt, daarna volgt de Monster die bij 2350 toeren wegvliegt en ook algauw de Indian inhaalt. De vermogens- en koppelkrommen van het duo lijken erg op elkaar, wat ook in het rijden wel te voelen is. Toch is de koek al redelijk snel op bij de Indian als bij 8250 toeren de begrenzer ingrijpt. De Ducati gaat nog door tot voorbij de 10.000 toeren, maar wordt stiekem ook al vanaf ongeveer 8250 toeren ingehouden. Overigens scoren beide motoren niet de waarden die ze volgens de fabriek zouden moeten produceren. Beide komen zo’n 8 pk te kort. De Ducati levert 2,3 Nm koppel minder dan hij zou moeten en de Indian zelfs 10 Nm.

In de grafieken die wij op de Marolo-testbank bij Hoco Parts op het scherm zien verschijnen, leren we overigens nog veel meer dan enkel het vermogen en het koppel. Zo is de mix van zuurstof en benzine ook uit te lezen. Bij de Ducati is het mengsel ietwat arm afgesteld. Bij gas open schiet hij richting de goede cijfers, maar dan grijpt de elektronische regelaar in paniek in en wordt hij teruggetrokken naar het arme gebied. Pas tegen het eind van zijn bereik kan hij weer ietwat richting de goede cijfers kruipen. De Indian is juist wat rijk afgesteld, maar die is veel beter in staat om in de buurt van de meest krachtige mix te blijven. De Ducati zou er dus zeker profijt bij hebben om nog eens wat secuurder te worden afgesteld.

De Indian is wat dorstiger van aard dan de Ducati, zo zien we aan de verbruikscijfers. Met de Ducati komen we aardig in de buurt van wat hij volgens de fabrikant gemiddeld zou verbruiken. Bij de Indian wordt er vanuit de fabriek geen verbruik opgegeven. Wij kwamen gemiddeld uit op een verbruik van één liter per 14,58 kilometer. Met de kleinere benzinetank van dertien liter komt het theoretische bereik tot er echt geen druppel meer in de tank zit uit op ongeveer 189,5 kilometer. Hoe Europees hij er dan ook mag uitzien, qua verbruik is het een ouderwetse Amerikaanse zuiplap.

Ducati Monster 1200S vs Indian Scout FTR1200S

Op het niveau van verzekeringen is de Indian prijstechnisch iets interessanter. Zeker als je voor een completer WA casco- of volledig casco-pakket gaat, zie je dat de merknaam ‘Ducati’ iets gevoeliger ligt bij de verzekering. Dat kan je toch zomaar een aantal tientjes schelen!

[nextpage title=”Conclusie”]

Broeders van andere moeders noemden we ze aan het begin van deze test. Na een intense dag rijden over slingerende wegen in de Achterhoek zijn we er wel achtergekomen dat hoewel de twee zowel vanbuiten als vanbinnen erg veel gelijkenissen vertonen, er absoluut geen bloedband is. De Ducati Monster 1200S is een verfijnd stuk gereedschap, door de jaren heen geslepen en gevormd tot een daadkrachtig middel om precies voor elkaar te krijgen wat je voor ogen hebt. Met zijn superieure vering, rempartij en nagenoeg foutloze elektronicapakket is het moeilijk iets te vinden waarnaar je niet verlangt. In het grijs is hij misschien wat minder aantrekkelijk voor het oog, maar hij is er ook altijd nog in het rood om wat meer emoties op te wekken. Dat laatste doet de Indian Scout FTR1200S als geen andere. Wie niet enthousiast wordt van zijn kleuren, zijn buizenframe, zijn uit stalen buizen opgebouwde achterbrug of zijn imposante V-twin moet zich serieus laten nakijken.

Het mag duidelijk zijn dat Indian met de FTR zijn pijlen absoluut op de Europese motorrijder heeft gericht. Toch is het allemaal nog niet zo verfijnd als het op de details aankomt. Zo ervoeren we met de Indian iets te veel ongemak in bepaalde situaties. Tanken duurt lang doordat het kanaal naar de tank smal is en het touchscreen vergt nog wat meer gewenning om volledig te kunnen inzetten. Grootste minpunt is zijn gasreactie, die wat vertraagd lijkt. Nee, om de hoofdvraag te beantwoorden, is het momenteel toch nog echt Ducati dat de beste 1200S bouwt met zijn Monster. Als de FTR over zes jaar even veel tijd heeft gehad om te worden doorontwikkeld als de Monster nu heeft gehad, zou de uitkomst ook zo maar zijn kant op kunnen vallen. Het motorblok is namelijk erg karaktervol. Kinderziekten eruit en door!

Tekst: Tom van Appeldoorn
Fotografie: Guus van Goethem

Te innige band krokodil en motorrubber

0
krokodil

Maak je deze winter eens nuttig. De dierenbescherming van Indonesië zoekt nog een vrijwilliger om de motorband rond de nek van een vier meter lange krokodil te verwijderen.

Al drie jaar lang draagt deze krokodil een 14” motorband als ongewenste halsketting. Tot nu toe ogenschijnlijk zonder problemen, maar als het reptiel blijft doorgroeien, verandert de ketting in een dodelijk wurgkoord. Het beest dat rondzwemt in de wateren rondom de stad Palu op het prachtige eiland Sulawesi, heeft dus absoluut hulp nodig.


Kippen als lokaas
Plaatselijke dierenbeschermers hebben al verschillende pogingen ondernomen om de zeldzame krokodil van zijn scooterband te scheiden. Om het reptiel te lokken gebruikten ze kippen als lokaas, maar de krokodil toonde – tot grote opluchting van de hennen – geen enkele interesse.


Kop van veertig centimeter
De autoriteiten beschikken over een krokodillenval, maar niet over de kennis en mankracht om die op de juiste manier te gebruiken. Verdoven met een pijltje is ook geen optie omdat het beest mogelijk het water ingaat voordat het middel werkt. De ‘ketting’ moet dus echt met de hand worden afgedaan. Kunnen vrijwilligers nu hun hand omhoog steken? Kom op jongens, wat stelt een krokodil van vier meter, met een kop van alleen al veertig centimeter, nou helemaal voor?