Home Blog Pagina 1325

Hack van de dam?

0

Keyless ride is in opkomst bij motoren. Dat was te verwachten want met dat soort zaken volgt de motorwereld vaak een paar jaar nadat het in de autowereld al redelijk standaard is geworden. Dikke allroads van BMW, KTM, Ducati en Triumph hebben vaak al zo’n systeem waarmee je slechts je sleutel in de buurt moet hebben om de motor te kunnen starten.

Maar wat blijkt nu: dat soort systemen zijn doodeenvoudig te hacken. In Noord-Holland werden eind vorig jaar 21 auto’s leeggehaald nadat criminelen simpelweg het signaal van de sleutel wisten te scannen. En dat kan dus zelfs door muren heen. Niet gek natuurlijk want aangezien je de sleutel niet echt meer nodig hebt blijft hij in de zak van je jas die aan de kapstok hangt. Aangezien die over het algemeen bij de deur hangt is het signaal net sterk genoeg om buiten opgepikt te worden.

Op bewakingsbeelden die in het programma Bureau NH – van regionale omroep NH – werden vertoond, is te zien hoe eenvoudig het werkt. Tot nu toe zijn de auto’s slechts leeggeroofd. De buit bestond voornamelijk uit airbags en navigatiesystemen. Maar het is natuurlijk slechts een kleine stap naar de daadwerkelijke diefstal van je voertuig. 

Moeten motorrijders zich zorgen maken dat, nadat we langzaam de autowereld zijn gevolgd met keyless-systemen, we ze ook met dit soort hacks gaan volgen? Vooralsnog is er geen zaak bekend waarbij deze truc is gebruikt om een motorfiets te ontvreemden. Maar ja, dat is ook niet heel erg gek want voor normale motoren hebben dieven toch ook geen sleutel nodig. Simpelweg met drie man de fiets in een busje tillen en weg is hij. Goed vastzetten is en blijft de beste preventieve maatregel die je kan nemen. En als je je echt zorgen maakt om dat keyless-systeem kun je de sleutel ook bewaren in een koekblik. Die kan het elektronische signaal van de zender in je sleutel insluiten waardoor het daarbuiten niet op te pikken is. Overigens is de sleutel van Triumph  die je op de foto ziet sinds dit jaar juist uitgerust met een extra beveiliging: een uitknop. Druk je het logo een paar tellen in dan schakel je de zender uit. Probleem opgelost!

Kawasaki Ninja H2 SX nu bij de dealer

0

2018 Ninja H2 SX SE Action 2

De Ninja H2 SX – een toermotor met supercharger – is zonder twijfel één van de meest opzienbarende modellen ooit. En die staat nu dus bij alle Kawasaki dealers. Misschien een idee voor het weekeinde. De verwachting is immers petweer.

De Kawasaki H2 SX is toch wel een unieke motor. Een supercharged toermotor. Hoe verzin je het. Je moet ook niet naar de reden gissen, Kawasaki heeft de Ninja gebouwd omdat het kan. Over het geweldige koppel, het mega vermogen, de intense acceleratie hoeven we het niet meer te hebben. Daarover hebben we afgelopen maanden meer dan genoeg bij stilgestaan. Waarom je dan toch naar de Kawasaki dealer moet gaan?

Nou, de beste man of vrouw staat te popelen om je alles uit te leggen over KTRC, wheelie controle, Power modes, KEBC, cruise controle, KIBS en KCMF. En dan kunnen we natuurlijk niet voorbij gaan aan KLCM en KQS. Zeker weten dat je ’s avonds in het café gezien wordt als een orakel van Delphi…

De 2018 Kawasaki Ninja H2 SX is beschikbaar vanaf € 21.799,-

Kijk voor meer informatie op www.kawasaki.nl

Verdien euro’s met je nieuwe Bridgestones

2

bridgestone_cashback

Bridgestone scoort al jaren aaneen hoge cijfers met hun motorbanden. Toch zijn er motorrijders die Bridgestone links laten liggen. En dat zit ze niet lekker.

Om de haverklap rollen er nieuwe banden uit de bandenfabriek. Bridgestone vormt daarop geen uitzondering. De sporttoer T31 is nieuw, evenals de adventure A41. Recentelijk nog werd de hypersport S21 geïntroduceerd. Alle drie zijn ze van 1 april t/m 31 mei extra voordelig. Besluit je een van deze drie bandensets op je motor te laten monteren, stort Bridgestone 30 euro op je bankrekening. Montagecashbackvergoeding noemen ze dat. Wij noemen het gewoon euro’s.

Een overzicht van deelnemende dealers en de voorwaarden vind je op www.bridgestone-cashback.com

Getest: Triumph Tiger Explorer XCA

0

De Tiger Explorer XCA profiteert optimaal van Triumphs elektronische inhaalslag en is door onder meer elektronische vering de komende jaren weer bij de tijd.

Voor elk weertype, voor iedere soort asfalt, gemoedstoestand en voor iedere rijder heeft de Tiger Explorer wel zijn eigen veer- en motorinstelling. Dat is het grote verschil met zijn voorganger. Al gaat dat vooral op voor de midden- en topmodellen. De instapmodellen XC en XR beschikken namelijk niet over de elektronische vering.

Triumph stuurt ons bewust over een wegdek met meer deuken dan het imago van VVD’er Ard van der Steur. Met de vering op standje Comfort strijkt de nieuwe elektronische WP-vering het wegdek net zo glad als de gemiddelde politicus een diplomatieke rel. Niet veel later gaat de vering op Sport als biljartlaken-strak en lustig kronkelend asfalt zich aandient. Op de snelweg gaat het elektrisch te verstellen ruitje omhoog voor extra bescherming en tijdens een stortbui gaat de rijmodus op standje regen om het vermogen te beteugelen. 

Geen ESA
WP heeft de nodige ervaring op met elektronische vering en daardoor werkt het ook direct de eerste keer goed op de Tiger Explorer. Het Triumph Semi Active Suspension-system (TSAS) lijkt op het overbekende ESA van BMW, met een groot verschil. Het veersysteem registreert het gewicht van de rijder en past daar de veervoorspanning van de achterdemper automatisch op aan. De motor houdt dezelfde rijhoogte en geometrie zonder dat je de veervoorspanning met wat drukken op de knop (solo/duo/duo met bagage enz.) hoeft te selecteren. Het systeem is zelfs zo slim dat het herkent (en handelt) wanneer de motorfiets de gebaande paden heeft ingeruild voor een stuk offroad. Overigens biedt TSAS negen verschillende veerinstellingen. Tussen Sport, Road en Comfort zitten nog allerlei tussenstapjes.

Volle mep
De verschillende rijmodi zijn slim, maar ze schakelen zich niet automatisch in. Dat gebeurt handmatig, maar een kind kan de was doen. Volkomen logisch laat de knoppenwinkel op de linker stuurhelft zich bedienen. In Rain-modus blijft het maximale vermogen beperkt tot honderd pk, maar in alle andere standen levert de triple de volle mep. Het systeem verandert alleen de gasreactie en dat levert een wereld van verschil op. Het eerste aangrijpen is bij Road en Sport pittig, maar bij Offroad werkelijk zijdezacht.

Charmeur
Het blok toont zich nog altijd een onweerstaanbare charmeur die iedereen om zijn vinger windt met bergen koppel en een gebrek aan vibraties. De versnellingsbak functioneert al net zo goed en de bediening van de koppeling is 30 procent lichter. Het maximale koppel en vermogen stijgt minimaal ten opzichte van de voorganger, maar tussen de 3500 en 6500 presteert de triple een stuk sterker. Precies het gebied waar je meestal rijdt. 

Pareltje
Sturen gaat door een sportievere geometrie iets lichter dan voorheen, maar nog net zo neutraal en stabiel. Zelfs een wegdek vol modder en weggeblazen bladeren boezemt geen angst in. Zonder verblikken, verblozen of verlies van tractie vindt de Triumph moeiteloos zijn weg. Met een drooggewicht van 258 kilo is de motorfiets onmogelijk licht te noemen, maar rijdend verdwijnen de kilo’s als bij toverslag. Dat gaat overigens alleen op voor asfalt, want in de modder ben je nog altijd met een (te) dikke motor onderweg. De driecilinder-in-lijn blijft een pareltje en dankzij de elektronica kan iedereen hem volledig naar wens afstellen en rijden. De digitalisering van de Tiger Explorer heeft er geen afstandelijke motorfiets van gemaakt. Integendeel zelfs, het kost geen enkele moeite om voor deze charmeur te vallen.

Tekst: Ad van de Wiel, foto’s: Triumph

 

[justified_image_grid ids=27022,27023,27024,27025,27026,27027,27028,27029]

Dit is waarom je MOTO73 nummer 7 niet wilt missen

0

Ducati Multistrada 1260S
De dikste allroad van Ducati werd flink aangepakt en kreeg onder meer een langere wielbasis en een motorblok met een grotere cilinderinhoud. Hoe deze nieuwe Multistrada 1260S rijdt, ontdekten we in een eerste test.

Cursussen
Er zijn voor de Nederlandse motorrijder veel verschillende cursussen beschikbaar. Redacteur Tom van Appeldoorn zet er een aantal voor je op een rijtje.

Husqvarna Vitpilen 701
Volgens de fabrikant is de Husqvarna Vitpilen 701 een machine waarvan het ontwerp tot de essentie is teruggebracht. Maar hoe rijdt deze nieuwe ‘Zweed’?

Kevin Schwantz
Kevin Schwantz is één van de grote namen uit de geschiedenis van het WK wegrace, zelfs al won hij maar één wereldtitel. MOTO73 had een gesprek met de nu 53-jarige Amerikaan.

Kawasaki Z900 70 kW
Vanwege de Europese rijbewijsregels komt Kawasaki met een tot 70 kW geknepen Z900. Toch staan die 95 paardenkrachten wel degelijk garant voor veel rijplezier.

Rossi’s roads
We reisden naar de geboortegrond van Valentino Rossi, in de Italiaanse regio Marche. Daar probeerden we de wegen te ontdekken waarop ‘Vale’ zijn talent heeft ontwikkeld.

Marathonmotor
Tim Helmond heeft al meer dan 61.000 kilometer op de teller van zijn Honda PCX150-motorscooter gezet, waarvan de meeste op… de snelweg!

Techniek: coatings
Eigenschappen van metalen kunnen worden verbeterd door het oppervlak daarvan te voorzien van een coating. Technisch specialist Peter Aansorgh geeft tekst en uitleg.

MotoGP Qatar
In Qatar reden de coureurs in de MotoGP de eerste race in de strijd om de wereldtitel. Die belooft heel spannend te worden, want de verschillen zijn kleiner dan ooit.

SBK Thailand
De rijders in het WK Superbike waren afgelopen weekend in Thailand voor de tweede ronde van het wereldkampioenschap. Hoe bracht Michael van der Mark het ervan af?

BMW F750GS
Reden we in het vorige nummer met de BMW F850GS, dit keer rijden we met zijn kleinere broertje, de F750GS. Hoewel, kleiner…

Ducati Scrambler Full Throttle
Een licht aangepaste Ducati Scrambler Full Throttle zou in de showroom de aandacht moeten trekken, maar dit exemplaar blijkt een echte winkeldochter.

Verder in deze editie
Motorleven
Eerste versnelling
Met open vizier
Flashback: Gert-Jan van Doorn
Vraagbaak
Technisch ingezoomd: Ducati Scrambler 1100
Motorsport in beeld
Posters
Motorsport in beeld
Sport: Road & Offroad
Technisch ingezoomd: Honda CB1000R
Prijslijst nieuwe motoren
Agenda
Triptip
De parels van Henk

Motoren in dit nummer
Yamaha Tracer 900
Ducati Multistrada 1260S
Husqvarna Vitpilen 701
Ducati Scrambler 1100
BMW F750GS
Honda CB1000R
Kawasaki Z900 70 kW
Honda PCX150
Ducati Scrambler Full Throttle

De nieuwe MOTO73 ligt vanaf morgen (29 maart) op je deurmat of in de winkel. Bestellen kan hier. Nog slimmer is natuurlijk een abonnement afsluiten

Onwetendheid bij nieuwe generatie motorrijders over gehoorschade

0

MotoSafe_Range_web

Alpine Hearing Protection en KNMV adviseren 24.000 nieuwe motorrijders gehoorbescherming te dragen

In 2017 hebben ruim 24 duizend mensen hun motorrijbewijs gehaald, zo blijkt uit cijfers van het CBS. De Koninklijke Nederlandse Motorrijders Vereniging (KNMV) en Alpine Hearing Protection juichen deze groei natuurlijk toe, maar willen de nieuwe generatie motorrijders tegelijkertijd behoeden voor gehoorschade. Blootstelling aan het harde geluid van windruis op de motor kan namelijk al binnen 7 minuten permanente schade aanrichten. En daar heerst nog veel onwetendheid over volgens gehoorbeschermingsspecialist Alpine.

Motorrijden wordt steeds populairder in Nederland. Op 1 januari dit jaar hadden zo’n 1,4 miljoen volwassenen een Nederlands motorrijbewijs. Zo’n 20 jaar geleden waren dit er nog 917.000. Dat betekent dat ons land ruim een half miljoen meer motorrijders telt dan twee decennia geleden. Met het paasweekend en tevens de start van het motorseizoen voor de deur wil Alpine Hearing Protection met name de nieuwkomers op het hart drukken zich goed te beschermen tegen het harde geluid van windruis.

Onderschat probleem

Veel motorrijders zijn zich niet bewust van het feit dat windruis op de motor gehoorschade kan veroorzaken. Politieman Jan Guichelaar trok vorig jaar aan de bel, omdat hij eerder moest stoppen als motoragent vanwege de allesbeheersende piep in zijn oren. De Nationale Politie ondernam toen actie om het lawaai op het gehoor van motoragenten binnen de wettelijke normen te krijgen. De KNMV uit ook haar zorgen. Arjan Everink, Hoofd Verkeer en Opleiding bij de KNMV: ‘Ik denk dat het probleem onderschat wordt. Gehoorschade als gevolg van blootstelling aan windruis op de motor komt vaker voor dan je denkt. Vooral motorrijders die net hun rijbewijs op zak hebben, weten vaak niet dat het verstandig is motoroordoppen te dragen tijdens het rijden. Zij staan hier pas bij stil als ze last krijgen van hun gehoor. Maar wanneer je een piep in je oren hebt of minder goed gaat horen, is de schade al aangericht.’

Veilig motorklimaat als speerpunt

Eén van de speerpunten van de KNMV is het creëren en stimuleren van een veilig motorklimaat in Nederland. Het beschermen van je gehoor is daarom een vast agendapunt van de belangenvereniging voor motorrijders. Meer bekendheid over de risico’s is een eerste stap naar bewustwording. Arjan Everink kan dit beamen: ‘Voorlichting over gehoorschade zou een vast onderdeel moeten zijn van het adviserende pakket wat je tijdens je motorrijlessen ontvangt. Op dit moment wordt hier in mijn beleving nog te weinig aandacht aan besteed. En dat terwijl de boodschap zo simpel is. Draag oordopjes en geniet nog veel langer van je gehoor en motorritten.’

Gehoorbescherming voor de motor

Alpine Hearing Protection voorziet jaarlijks duizenden motorrijders van gehoorbescherming. Peter de Roode, Managing Director Alpine bij Hearing Protection: ‘De afgelopen jaren hebben we al flinke stappen gezet op het gebied van gehoorbescherming voor motorrijders. Toch zien we dat nog veel mensen denken dat zij met een motorhelm al voldoende beschermd zijn. Helaas loop je ook met een helm kans op een permanente piep in je oren. En dat is ongelofelijk zonde, want je geniet evenveel al dan niet meer van je motorrit met oordoppen in.’ Alpine MotoSafe oordoppen dempen met de speciale akoestische filters alleen de schadelijke hoge tonen. En dat is op de motor geen overbodige luxe, want windruis produceert veel lawaai. Om een beeld te schetsen: met een snelheid van 120 km/u loop je al binnen 7 minuten kans op gehoorschade. Vaak merk je pas na verloop van tijd de schade of de blijvende piep op. ‘En dan ben je te laat. Gehoorschade is namelijk niet te genezen, maar gelukkig wel te voorkomen met oordoppen’, aldus Peter de Roode.

Veel mensen denken dat het aanschaffen van gehoorbescherming een behoorlijke investering is. Een misvatting volgens de Roode: ‘Oordoppen op maat zijn inderdaad iets prijziger, maar met de betaalbare universele oordoppen ben je ook prima beschermd. Oordopjes voorkomen niet alleen oorsuizen, maar je kunt je ook beter concentreren op de weg en je raakt minder snel vermoeid. Het heeft alleen maar voordelen, er zijn echt geen redenen om zonder gehoorbescherming op de motor te stappen.’

Test Ducati Panigale V4S

0

A68I1416

Pas bij de vierde duizelingwekkende doorkomst van start/finish besluit ik maar eens een blik te werpen op het TFT-dashboard. En geloof mijn ogen niet; op de automatische piloot heb ik tot nu toe bij een gevoelsmatig ideale 11.000 toeren opgeschakeld, terwijl het rode gebied pas begint bij de 14! De routine om Ducati Superbikes op V-twin-gevoel te rijden blijkt onuitroeibaar. Maar dit is de V viercilinder!

Joost Overzee

Het vormde altijd de onbedwingbare charme van de desmo tweecilinders, of het nu de aloude 851 of de laatste 1299 Panigale betrof: met gebruikmaking van het broekbollende koppel circuits afbranden bij een toerental van – als je het toch wilde weten – maximaal zo’n ‘10’ op de klok. Verder doortrekken lieten de Panigales makkelijk toe, maar ook zonder in de dubbele getallen te vertoeven, was je (en de concurrentie…) achteraf steevast verrast door de onverwacht snelle rondentijden in verhouding tot die van een gierende viercilinder.

Niet alleen in het professionele WK Superbike, maar ook op een Asser CRT-dag vormt een Ducati L-twin nog altijd een niet te onderschatten wapen. Door de combinatie van diepe, krachtige verbrandingsklappen en (meestal) sublieme stuureigenschappen lijkt een Ducati het verlengstuk van jouw eigen hartslag en intuïtie, daar waar een Japanner nooit helemaal die samensmelting van rijder en mechaniek kan benaderen of evenaren.

PANIGALE V4 STATIC 35

En wat staat er vandaag op het menu, hier in Valencia? Een Panigale V4S met verlichting, kentekenplaathouder en 214 pk. En een opgefokt Performance-model met 226 pk. Weliswaar Ducati’s, maar toch viercilinders…

Perspectief

Los bezien van het cilinderaantal valt voor een juist perspectief niet te ontkomen aan een kleine geschiedschrijving over de pk- en kilogramwedloop van de laatste decennia. Weet de 1.103 cc V4 dus een duizelingwekkende 214 pk uit de krukas te persen, de zo bewierookte eerste Superbike van Ducati, de 851 Strada, presteerde met pijn en moeite 110 pk, bijna de helft. Wist de legendarische coureur Marco Lucchinelli in 1987 de prestigieuze Battle of the Twins-race op Daytona te winnen met zijn 120 pk sterke fabrieks-851, hij had het kunstje ook kunnen flikken op een hedendaagse, beetje geprepareerde Multistrada 1260, voorzien van 158 paardenkrachten. En koffers.

Vergelijkingen in de tijd riskeren natuurlijk mank te gaan, maar feit is dat de evolutie in techniek ronduit bizarre vormen heeft aangenomen. Nog maar twintig jaar geleden was de Yamaha YZF-R1 de ultieme rodeobom op wielen met 150 pk bij een drooggewicht van 177 kilo, een jaar of tien geleden werd het streven naar een 1:1-verhouding in gewicht en prestaties pas bewerkstelligt.

PANIGALE V4 STATIC 30

En nu? De V4S levert zijn 214 paardenkrachten bij een totaal drooggewicht van 174 kilo. En hij is, net als de 851 Strada en R1 van toen, inderdaad gewoon voorzien van knipperlichten en kentekenhouder in een verkeersbeeld dat almaar chaotischer en strikter gecontroleerd wordt.

Elektronica

De Panigale V4S en alle overige hedendaagse hypersports hadden nooit kunnen bestaan zonder elektronica. Immers, de toenmalige YZF-R1 kon binnen de toenmalige stand der techniek ook een loeder van een motor zijn. Bij pikant gebruik balanceerde de R1 op de grens van levensbedreigend door een soms venijnig en vervaarlijk slaand stuur onder volle acceleratie. Een aanbevolen stuurdemper kon niet verbloemen dat de grenzen aan al te radicale sportmachines toen – twintig jaar geleden – al bereikt waren.

Hoe ultra-verfijnd de technologische hardware van de Panigale V4(S) ook mag zijn, zonder elektronica zou je bij volle acceleratie onherroepelijk een dubbele Rittberger achterover maken, voor een bocht de voorkant acuut onderuit remmen en op bobbelig wegdek de tankslappende machine in een boom hangen. Was je op de R1 toentertijd wel zo’n beetje uitgerangeerd met fysieke afstelling van bandenspanning, veervoorspanning en in- en uitgaande demping, inmiddels dien je een graad te hebben in datatechniek om een Panigale V4S digitaal te doorgronden. Wat je ook nodig hebt is tijd, veel tijd. In wezen kun je 70 minuten aan testsessies op een machine als de V4S beter beschouwen als een appetizer, zo astronomisch ver doorontwikkeld is (ook) de digitale techniek. Ik dacht meer aan een wéékje Valencia…

Beter dan ik

Zaken als ABS en tractiecontrole, zelfs quickshift, wheeliecontrol en bochten-ABS zijn binnen de sportieve motorfietswereld al zo vanzelfsprekend als eten met mes en vork. De verbeteringen zitten hem in de extreme verfijningen. Zo heeft het Bosch bochten-ABS EVO een experts only optie om onder hellingshoek bikkelhard te blijven remmen op de gripgrens. De iets minder radicale modus dient ervoor om bij knalhard aanremmen voor een bocht in te kunnen sturen met een weg driftende achterband. Juist ja. Tractiecontrole heeft nu ook een inschakelbare modus spin on demand, waarmee je dus in een vroeg stadium driftend een bocht kunt uit accelereren. Niettemin wijkt deze modus weer af van de zogenaamde Slide Control waarmee de glijhoek aangepast kan worden naar eigen voorkeur. Als je helemaal het spoor bijster wilt raken wordt de vering en demping (ook van de stuurdemper) van de S-versie aangestuurd door een nieuwe OBTi (Objective Based Tuning interface) die sneller dan het licht het vering- en dempinggedrag analyseert en aanpast naar gelang de krachtsontwikkeling van het blok, gewichtsverplaatsingen, remgedrag, wijzigende geometrie bij insturen enzovoort, enzovoort. Des te verbazingwekkender is te merken dat de onpeilbaar diepe menustructuren met de stuurknoppen ook nog redelijk te doorgronden zijn. Eén paal staat ver boven water: deze Panigale V4S kan oneindig veel meer dan zijn gelegenheidsrijder.

panigale_rechts

Maar dan begint bij volle, vierendelende acceleratie in de tweede versnelling een lampje te branden en voelt – bij overschakelen zonder koppeling of gas terug – de acceleratie in drie met gedoofd lampje plots veel feller. Wat nu? Diende het lampje als ondersteuning van tractiecontrole? Wheeliecontrole? Wat voor controle? Nu zijn menu’s tijdens het rijden aanpasbaar, maar als ik in een oogopslag de 285 km/u zie passeren in de vijfde versnelling met bocht 1 in het verschiet, dan sla ik even over, met uw welnemen.

Echte Bolognees

Ook al vraagt optimale finetuning van alle functies naar iets voorbij jouw persoonlijke grenzen flink veel tijd en uitdaging, de Panigale V4S is ook in de voorgeprogrammeerde Sport- of Race-stand de allermooiste droom om te rijden. Met de ogen dicht zou je zweren dat er een rij Panigale twins staat warm te draaien, maar ook door het toerengebied heen voelt de machine als een ware Bolognese L-twin. Al loopt ie dus veel verder door dan de gevoelsmatige 11.000 toeren. De acceleratie voelt ronduit krankzinnig, duizelingwekkend, bloedstollend en hartveroverend en mede door het maniakale spervuur aan decibellen waan je jezelf als een verkapte Dovizioso of Lorenzo. De machine smelt aan je ledematen, wat het rij- en racegemak extra bevorderd. Sterker nog, ondanks de tomeloze power voelt de Panigale V4S pertinent niet als een vechtmachine, zo’n stugge overdosis-machine waar je badend in het zweet van afstapt. Dit Italiaanse superlatieve raspaard geeft ook de gemiddelde rijder op een circuitdag bergen aan clementie en vertrouwen. De mate van flex in het rijwielgedeelte lijkt bij extreem gebruik minder prominent aanwezig dan op de Panigale twin, terwijl ook de allround rijdbaarheid smeuïger aanvoelt dan op de door twee emmers van zuigers aangedreven L-twin.

De alom tegenwoordige vergeeflijkheid van het rijwielgedeelte, de criminele handelbaarheid (mede door een tegendraads draaiende krukas), de magistrale remvertraging, eventueel geholpen door extra – uiteraard digitaal verstelbare – motorrem, vormen maar enkele steriele factoren, een anonieme woordenverzameling, binnen een onovertroffen racebeleving. Bij iedere fluwelen draai aan het gas, grauwt de machinerie doldriest, maar uiterst gebalanceerd uit zijn vooronder en stuwt hij zijn rijder als uit een katapult geschoten richting de einder. Bij de laagste toerentallen overtreft de 1.299 cc tweecilinder de V4, maar in de middelste, meer realistische, toerenregionen dien je je spiermassa’s snaarstrak aan te spannen en je benen samen te persen tegen de tank tot een kerstmarkt aan verlichting je rond 14.000 toeren sommeert over te schakelen naar de volgende acceleratie-tsunami. Onvoorstelbaar wat een compacte 64,9 kilo aan titanium, magnesium en aluminium blok kan bewerkstelligen, zeker in de wetenschap dat het kleppenspel slechts iedere 24.000 kilometer geïnspecteerd dient te worden. En dat deze Desmosedici Stradale-krachtbron doodleuk voldoet aan Euro4.

Superman

Dat laatste geldt dan weer niet, helemaal niet zelfs, voor de Performance-Panigale V4S op SC1-slicks die de Bolognese snoodaards me voor een twintigtal minuten onder de bips parkeren. Met de open, volledig titanium Akrapovič en aangepaste digitale settings is de machinerie direct goed voor 226 pk bij een totaal rijklaargewicht van 188 kilo…Man, man, man, wat een hemels artilleriegeschut en paradijselijke achtbaanervaring veroorzaakt die machine op moeder aarde.

panigale_links

Al zouden mijn rondentijden lachwekkend zijn, ik voel me Superman, de bedwinger van trekkende zwaartekracht, de dompteur van centrifugale G-krachten en de god van donder en bliksem in een persoon vervat. Zo veel diep verankerde indrukken opdoen in zo weinig tijd, da’s onbetaalbaar. Zeker omdat de Panigale onmiskenbaar een Ducati is gebleven, zelfs met een V4-krachtbron.

Dit vindt Joost

‘Hij is niet duur genoeg, de V4S’, noteer ik in mijn notitieblok, nahijgend in een pitbox. Klinkt als een boude stelling en (ook) ik heb het geld niet liggen.

PANIGALE V4 STATIC 36

Maar ook al wordt de Panigale (handmatig) in serie gebouwd, hij voelt tot aan de ventieldoppen aan als de meest verfijnde, de meest unieke fiets die je – zeker voor dik 32 mille – kunt kopen. Niets is confectie aan de V4S en het extreem verfijnde rijgevoel dat hij etaleert, herinnert aan niets anders dan de BMW HP4 Race van 80 mille. Met het volledige Akrapovič-uitlaatsysteem van €4.480,- kost de V4S de helft. Natuurlijk is een V4S volstrekt overtollig op straat. Maar daar gaat het niet om. Je wilt hem gewoon. En terecht.

Poolse ontwerper verrast met unieke custom met naafbesturing

0

watkins-m001-16

Wanneer het doel is een custom te bouwen die z’n gelijke in de wereld niet kent, is de Poolse ‘Jack Watkins’ (niet z’n echte naam) daarin meer dan geslaagd. De Watkins 0001, een naafbestuurde puzzel met een luchtgekoelde BMW-boxer en een uit stalen plaat opgetrokken frame, is een episch voorbeeld van bouwkunde.

Het werk van de anonieme drs in Mechanisch Onwerp, die in Gdansk een team van 30 personen aanstuurt, begon met het blok en cardan van een 2002 BMW R1150 RT en verbaast op tal van punten.

Allereerst de naafbesturing voor, dat min of meer de inspiratie was van het volledige project. Motoren met naafbesturing voelen meestal vaag tijdens het sturen, aan de andere kant duiken ze niet in wanneer er krachtig wordt geremd en verandert de geometrie van de motor niet. Met zo’n besturing – en vering – kun je in bochten harden remmen omdat dat de motor als het ware bevriest omdat de vering z’n volldige veerweg heeft benut.

Bedenk wel dat wanneer het Watkins alleen om deze rijeigenschappen te doen was geweest, dat hij dan beter de R1150 RT in stand had kunnen houden. Immers is de Telelever door BMW ooit uitgedacht om extreem ‘in de voorvering duiken’ te voorkomen.

De naafbesturing bood Watkins de mogelijkheid om de bovenzijde van de motor heel compact te bouwen. Het lijkt wel of je op een minimotor zit, terwijl onder je toch echt een heel volwassen motor aan het werk is. Watkins gebruikte 3D scans om de exacte plaats te bepalen van de bevestigingspunten. Vervolgens ging hij aan de slag met laser om uit stalen plat het frame te snijden. De buigmachine werd gebruikt om het frame en de stroomlijndelen in de juiste vorm te buigen. De vinnen aan de achterzijde hebben geen speciale functie, behalve een visuele én het was een mooie plek om de kentekenplat aan te bevestigen.

De koplamp is fors en verchroomd. Het zadel is uiterst dun en rust rechtstreeks op het frame. De benzinetank zit onder het zadel waardoor de voorkant er zo uiterst compact en minimaal uitziet. Overigens is de tank, met een inhoud van toch nog 16 liter, aan de binnenzijde versterkt om het gewicht op het zadel te kunnen dragen en de krachten te kunnen verwerken die vrijkomen als de achterschokbreker inveert.

Twee zelfgemaakte uitlaten verlaten de cilinders van het boxerblok en krullen voor het achterwiel aan de onderzijde van de motor waar ze bij elkaar komen in een rvs collector.

Twee zaken staan al een paal boven water: je zult je nooit in de Watkins vergissen en de mysterieuze bouwer heeft een opvallande twinkeling in z’n ogen. En dat kan maar een ding betekenen: hier rijdt en gelukkige ingenieur.

Ducati Scrambler 1100 2018 Test

0

Toen de eerste Scrambler van Ducati in 2015 ten tonele verscheen, hing het succes eigenlijk al aan z’n kont. Vol in de retro-trend, aangename prijs, karaktervolle twin en een design om je vingers bij af te likken. Nu verschijnt de overtreffende trap op de markt; de Scrambler 1100. Inderdaad, dat broertje met een nóg langere baard.

Jaap van der Sar

Die fijne Scrambler 800. Misschien niet eens de beste mid-size retro, maar wél een van de geloofwaardigste. Met een meer dan fraaie vormgeving, aandacht voor details, een naamplaatje van Ducati en een zorgvuldig geregisseerd ‘stoer verhaal’ heeft de firma er de afgelopen drie jaar maar liefst 46.000 weten te slijten. Met de komst van de Sixty2 werd de Scrambler naar beneden uitgebreid; dit jaar doet Ducati met de Scrambler 1100 een gooi naar het zwaardere segment onder de retro’s. En dat is geen sinecure met bestaande toppers als de BMW R nineT, Triumph Bonneville T120 en de Kawasaki Z900RS, om er maar eens een paar te noemen. Aan Ducati dus de edele taak om met een klapper dit segment te betreden en dat doe je dus vooral door heel veel aandacht te schenken een de juiste look. Het is dan ook geen verrassing dat de Scrambler 1100 vooral doet denken aan een ietwat opgeschaalde Scrambler 800. Die formule werkt tenslotte uitstekend. Maar eenmaal de eerste blik voorbij, wordt duidelijk dat het hier toch echt draait om een heel nieuw, eigen exemplaar.

Vertrouwd en helemaal nieuw

Want o heerlijkheid, we zien ouderwets fijn twee enorme stortkokers aan beide zijden van de Scrambler de achterkant sieren. Da’s oldschool duidelijk maken dat we hier te maken hebben met een serieuze motor. Om te beginnen is hij zo’n 20 kilo zwaarder dan de 800. Ook de tank is gegroeid naar 15 liter om de grotere dorst van het 1.079cc blok te stillen, de zijpanelen zijn anders vormgegeven, het frame is vers van de tekentafel en de wielbasis is wat centimeters toegenomen. Daarbij is de Scrambler 1100 hoger en biedt het nieuwe zadel nu echt een volwaardige zitplaats aan een eventuele duopassagier. Ook direct in het oog springt de nieuwe koplamp, die standaard is voorzien van fraai ontworpen LED-dagrijverlichting in de helder beglaasde ronde koplamp-unit. Natuurlijk is ook het dashboard van nieuw fabricaat, om plaats te bieden aan nieuwe elektronische snufjes. Daarbij zijn ze er bij Ducati overigens trots op dat er nauwelijks kunststof te vinden is op de 1100. Zelfs het ranke voorspatbord is gemaakt van aluminium en het moet gezegd, details als dit maken de dikke Scrambler echt af. De plank werd wat mij betreft alleen een beetje misgeslagen met de remleiding, die vanaf het stuur in een grote boog om het dashboard heen gebogen is. Dient geen enkel doel, of het moet een knipoog zijn naar zo’n ouderwetse gaskabel. Naja, zo hebben we allemaal onze eigenaardigheden zullen we maar denken.

Scrambler_1100_Special_Static_044

Tot zover de looks; door naar de techniek, die zeker heeft meegeprofiteerd van het grote opschalen naar een hogere klasse. En dat betekent niet alleen een groter blok met meer vermogen. Twee remschijven sieren tegenwoordig het voorwiel, het gas wordt bediend via ride-by-wire, het veerwerk voor is volledig instelbaar en ook zijn ze bij Ducati wat aan het grasduinen geweest in de doos met elektronica. Want Retro is heel leuk, maar qua rijbeleving verwachten we tegenwoordig gewoon modern rijgedrag in plaats van ouderwets gezwabber. Dat betekent dus dat we kunnen genieten van instelbare tractiecontrole, geavanceerd bochten-abs en de keuze uit drie verschillende rijmodi. Active, Journey en City heten deze in het geval van de Scrambler, in navolging van de wijze waarop je een fraai getekende retro het meest zult inzetten. Voor het standje circuit verwijst de Italiaanse firma je graag door naar de Panigale…

Scrambler_1100_Special_Static_057

Twin met karakter

Voor wat betreft het blok: dat is gebaseerd op het blok van de Monster 1100 en als vanouds gewoon lekker luchtgekoeld. Het valt op dat Ducati zich niet laat verleiden tot een wedloop in paardenkrachten. Sterker nog, het blok is qua vermogen niet eens zoveel gegroeid in vergelijking tot de 800. Hij groeide slechts 11 pk, naar 86pk ten opzichte van de 75 van zijn kleine broertje. Vloeiende vermogensafgifte, breed uitgesmeerd koppel en bruikbare kracht stonden duidelijk hoger op de lijst. Opvallend, want de meeste concurrenten bevinden zich in het 100pk-plus segment. Maar Ducati verklaart dat veel vermogen er voor de liefhebber van de Scrambler-lifestyle niet heel veel toe doet. Die geniet vooral van het rijden, van de looks en de allround-ontspannen rijbeleving, niet van de laatst uitgeperste pk’s.

Drie types

Tijd om dat zelf eens te ontdekken. Vanuit het fraaie Lissabon vertrekken we richting het zuiden, over die indrukwekkende ‘Ponte 25 de Abril’ hangbrug die in 1966 is gebouwd door dezelfde firma die ook de beroemde San Fransisco ’Bay Bridge’ heeft gefabriceerd. Een stukje retro-kennis voor de liefhebber en letterlijk een bruggetje naar de 1100, die van meet af aan prettige herinneringen oproept naar een tijd dat motorrijden wat ongecompliceerder was. Een heel volwassen machine, met een heerlijk uitgekiende rechtop-zithouding en een heerlijk breed stuur. We reden overigens met de Special, herkenbaar aan een wat lager stuur en een diepgrijze kleur. Verder is ie gelijk aan de standaard 1100 en voor de sportiever aangelegde retro-vriend is er de 1100 Sport, die is afgemonteerd met spullen van de firma Öhlins en Brembo. De Special houdt het dus verder standaard en dat is bepaald geen straf. Wel moeten we even wennen aan het rudimentaire karakter van de motor. Of karakter, dat is een beter woord. Want die dikke twin voel je werken, de klappen worden niet weggefilterd. En dat is een compliment, want vervelend worden die trillingen eigenlijk nooit. Tussen de drie- en achtduizend toeren heb je de beschikking over karrevrachten koppel en dat is een duidelijk verschil met de 800, die je wat meer moet uitmelken om de vaart er een beetje in te houden. Daarbij verzorgt die roffel uit de dubbele pijp voor een extra portie kippenvel. Man, wat is dat verslavend, donkerbruin plezier maken. En die power? Ach, we zaten binnen no-time op zeer illegale snelheden. En vol accelererend bocht-uit doet hij niet onder voor welke concurrent dan ook, ongeacht de rijmodus die je hebt ingeschakeld. Uitstekende handling, laat dat maar aan de Italianen over.

Scrambler_1100_Special_Static_089

Nukkige versnellingsbak

Een beetje rauw, een randje hoekig, dat zet zich ook door in de manier waarop de 1100 zich laat bedienen. Verwacht niet dat ie poeslief reageert op je input. Nee, je dient hem stevig bij de kladden te pakken. Een beetje sleuren aan dat brede stuur, dan is hij zo lichtvoetig als je zelf wilt. We hebben de dag doorgebracht in de modi ‘Active’ en ‘Journey’ en het verschil is met name voelbaar in de gasreactie en de veerpartij, waarbij opvalt dat vooral de achterkant behoorlijk van de straffe blijft. Je kunt overigens nog wel wat spelen met de veervoorspanning om dat naar wens te aan te passen. De tractiecontrole merk je eigenlijk nauwelijks op, maar hij houdt ons wel met het rubber op de grond, spelend op de soms verraderlijk gladde Portugese wegen. Verder valt op dat de Scrambler 1100 zich niet alleen in bochten keurig gedraagt, maar zich mede dankzij dat romige blok ook heerlijk op halfgas laat bedienen. Een beetje cruisen in alle comfort is geen enkel probleem. Voor wat betreft de versnellingsbak zijn we wat minder enthousiast. Natuurlijk is een beetje hoekig best leuk, maar je wil niet een bak die tegenwerkt als je van verzet wilt wisselen. Bewust schakelen, soms harder trappen dan leuk is en er schijnt een tweede neutraal te zitten tussen de vierde en de vijfde gang, althans op onze testmachine. Wellicht exemplarisch, maar voor een kleine 17 mille mag je beter verwachten. De remmen zijn uitstekend, mits je voorzichtig-progressief remt, de voorkant zit tegen het bijterige aan. Bewust gebruiken dus, anders zit je met je vizier op de kroonplaat. Echt motorrijden, genieten van die grote klappen en bij de les blijven, dan word je bij de Scrambler 1100 getrakteerd op onvervalste pret en karrevrachten rijplezier. Op ouderwetse leest geschoeid, maar moderner dan ooit.

Dit vindt Jaap

De retro-revival heeft de afgelopen jaren de nodige prachtige motorfietsen opgeleverd en Ducati levert daar met de Scrambler een aardig aandeel in. Met de 1100 zetten de Italianen dat door. Aan alle kanten volwassener, groter en technisch geavanceerder dan de 800, terwijl hij aan karakter en schoonheid niets heeft ingeleverd. De versnellingsbak gooit echter wel wat roet in het eten, die is nukkig en niet erg subtiel. Daarbij is de vanafprijs van dik 15 mille, bijna 17 zelfs voor de door ons gereden Special behoorlijk aan de forse kant, zeker als je bedenkt dat zijn voornaamste concurrenten flink meer vermogen leveren. Nu zijn extra pk’s lang niet altijd zaligmakend, zeker als je dit type motorfiets in gedachten hebt, maar de Ducati zal alle charmes in de strijd moeten gooien om potten te breken in dit segment. Gelukkig heeft ’ie dat dan ook ruim op voorraad

Luister…

0

Even tijd voor een serieuze zaak. Naar blijkt is het onder nieuwe motorrijders niet vaak bekend dat je van motorrijden doof kunt worden. Tijd dus om daar weer eens even ruchtbaarheid aan te geven nu het nog kan.

ONDERSCHAT
In een persbericht van de KNMV en Alpine Hearing Protection wordt melding gemaakt van het feit dat veel motorrijders niet weten dat ze gehoorschade oplopen. En niet alleen nieuwe rijders lezen we, vorig jaar trok een politieman aan de bel, omdat hij als motoragent moest stoppen vanwege een allesbeheersende piep in zijn oren. De politie heeft daarna gezorgd voor goede gehoorbescherming.
Arjan Everink, hoofd verkeer en Opleiding bij de KNMV: ‘Ik denk dat het probleem onderschat wordt. Gehoorschade als gevolg van blootstelling aan windruis op de motor komt vaker voor dan je denkt. Vooral motorrijders die net hun rijbewijs op zak hebben, weten vaak niet dat het verstandig is motoroordoppen te dragen tijdens het rijden. Zij staan hier pas bij stil als ze last krijgen van hun gehoor. Maar wanneer je een piep in je oren hebt of minder goed gaat horen, is de schade al aangericht. Voorlichting over gehoorschade zou een vast onderdeel moeten zijn van het adviserende pakket wat je tijdens je motorrijlessen ontvangt. Op dit moment wordt hier in mijn beleving nog te weinig aandacht aan besteed. En dat terwijl de boodschap zo simpel is. Draag oordopjes en geniet nog veel langer van je gehoor en motorritten.’

BOVEN 80 KM/H OORDOPPEN
Het is net eens zozeer het geluid van je motor wat gehoorschade geeft, als wel het windgeruis. Bij 120 km/h heb je binnen zeven minuten al kans op gehoorschade, maar oudere motorrijders kennen wellicht de vuistregel nog wel dat alles boven de 80 km/h op den duur je gehoor aantast en dat je dus eigenlijk altijd met dopjes zou moeten rijden. Iets wat je echt niet licht op moet vatten, want gehoorschade is onomkeerbaar en een gehoorapparaat zit echt niet prettig onder je helm.
Een uitstekende bescherming bieden die simpele industriële schuimdoppen, maar niet iedereen vindt dat prettig rijden omdat ze voor hun gevoel van hun omgeving afgesloten zijn. Iets wat ook erg afhankelijk is van je basisgehoor. Er zijn ook universele oordoppen met filters, waarmee je het omgevingsgeluid beter kunt blijven horen en als je veel rijdt, zijn op maat gemaakte doppen een aanrader, ook deze hebben een filter.

RUST EN CONCENTRATIE
Naast het voorkomen van gehoorschade, levert het rijden met oordoppen je nog meer voordelen op. Zo kun je je met rust aan je hoofd veel beter concentreren in het verkeer en bovendien stap je een stuk minder vermoeid van de motor af, want vergis je niet, dat gebulder om je hoofd is behoorlijk afmattend.
Het gebruik is niet zozeer een aanrader als wel simpelweg een must. Er zijn diverse fabrikanten op de markt, maar als dank voor het aanzwengelen van dit bericht voegen we alvast een link naar deKNMV-website toe die een ledenactie hebben met Alpine.

Hieronder nog even een lijstje om in je oren te knopen, indachtig dat je als vuistregel aanhoudt dat alles boven de 80 km/h uiteindelijk gehoorschade geeft:

Snelheid               Gemiddeld volume       Maximale tijd zonder risico op gehoorschade
100 km/u               94 dB                              15 minuten
120 km/u               98 dB                              7 minuten
140 km/u               102 dB                            3 minuten
160 km/u               106 dB                            90 seconden