maandag 11 mei 2026
Home Blog Pagina 1433

EICMA: Ducati Monster 1200 (S) en 797

0

Ducati presenteerde vandaag op de EICMA een nieuwe Monster 1200. Ducati’s bedoeling was om hem op het oog kleiner te laten lijken. Zo is de wielbasis kleiner. Naast verbeteringen aan de 1200 (S) kwam Ducati ook met een Monster 797. 

De nieuwe Monster 1200 heeft een nieuw display. Het gaat hier om een TFT-scherm. Hierop is een versnellingsindicator en een benzinemeter geïntegreerd. Een nieuwe achterbrug maakt de verbeteringen aan de zwaarste Monster compleet. De S-versie rust Ducati uit met Öhlins-vering en 330mm-grote remschrijven met M50 Brembo-remblokken.

Daarnaast in het opvallend dat de Italianen kozen om de Monster 1200 met een quickshifter uit te rusten. Dit doen zij voor het eerst op een monster. Dit is niet de enige elektronica dat je normaal op een superbike zou verwachten. Hij heeft ook bochten-ABS, een slim systeem dat door heeft wanneer je een bocht neemt en tegelijkertijd remt. Een ervaren motorrijder laat dit wel uit zijn hoofd, maar met de dit systeem kan het. 

Ducati Monster 797

De geheel nieuwe Monster 797 is Ducati’s instapmodel van de nakeds. Ducati richt zich op de motorrijders waarvan dit de eerste Ducati wordt, of zelfs de eerste motor. De 803cc-krachtbron van de Ducati Monster 797 levert 75 pk bij 8.250 tpm en 69 Nm bij  5.750 tpm. De twee 320 mm remschijven aan de voorkant worden stilgezet door de Brembo M4.32 remblokken. Onderstaande kleurstelling lijkt tot nu toe de enige keuze.

De Ducati Scrambler Desert Sled

0

Zoals de naam zou moeten doen vermoeden is de Scrambler Desert Sled er eentje waarmee je off-road zou kunnen rijden. Volgens Ducati’s CEO op de persconferentie vanmiddag houdt vooral de vering je niet tegen om van het verharde af te wijken. Naast de Scrambler Café Racer presenteerde Ducati op de EICMA ook de Scrambler Desert Sled.Ten opzichte van de –nu wel erg grote- scramblerfamilie heeft deze een nieuwe achterbrug en een nieuw stuur. Het zwart gespoten blok voldoet aan Euro4 en ademt uit via twee aluminium pijpen met roestvrijstalen behuizing. De spaakwielen zijn 19 inch voor, 17 inch achter. Het rubber waarmee Ducati hem origineel uitrust zijn Pirelli Scorpion Rally STR banden met een diep profiel.

In tegenstelling tot de Café Racer, heeft de Desert Sled een lang zadel en een kentekenplaathouder vanonder het achterkantje. Om alles wat je tegenkomt in de woestijn aan de achterkant te kunnen dempen heeft Ducati de Scrambler Desert Sled een nieuwe achterschokbreker gegeven. Met deze nieuwe telg wordt de scrambler-familie uitgebreid naar negen.

EICMA: De Honda X-ADV

0

Scooters, het blijft wennen. Maar de X-ADV raakt je toch midden in het hart. Het design komt van Italiaanse hand en dat verklaart veel. Een adventure-scooter, je moet er maar opkomen, toch maakt het eindresultaat meer dan nieuwsgierig. Op het onverharde is de 55 pk die de 745cc zware twin produceert meer dan genoeg. Het motorblok is een oude bekende. Een consequentie daarvan laat zich raden: de X-ADV heeft een Dual Clutch Transmission. Schakelen kan handmatig, maar hoeft niet.

Het rijwielgedeelte heeft behouden maten met een balhoofdhoek van 27°, een naloop van 104 mm en een wielbasis van 1590 mm. Zelfs met de voor een motorfiets kleine wielen – voor zit een 17” achter een 15” wiel – moet dat de rust wel kunnen bewaren. Om het allroad-uiterlijk te benadrukken staat de X-ADV hoog op zijn poten. Voor heeft hij 153.5 mm veerweg, achter een riante 150 mm. Uiteindelijk koopt natuurlijk niemand deze Adventurescooter om zijn offroadwensen mee te vervullen, maar als woon werkding heeft hij wel troeven in handen.

EICMA: De Honda CRF250L

0

De eerder geïntroduceerde CRF250L krijgt het nog scherpere en afgetrainde voorkomen van de CRF450R MX. Maar waar die volbloed crosser met liefde met je aan de haal gaat, is deze kwartliter een bescheiden typje met zijn 24.8 pk. Toch zijn het er nog altijd meer dan het voorgaande model dat er slechts 23.1 produceerde. Ondanks Euro 4 stijgt ook het koppel minimaal. Hetzelfde geldt voor het gewicht dat op 146 kilo uitkomt. Rijklaar! Het dashboard bevat nu ook een toerenteller en een benzinemeter. Het ABS is uit achter uit te schakelen, maar aan de voorzijde grijpt het altijd in.

EICMA: De Honda CBR650F en CB650F

0

Nog meer Honda-nieuws van de EICMA. De Japanners kwamen met de 2017-versie van de Honda CBR650F. Dankzij een nieuw in- en uitlaattraject loopt de vier-in-lijn makkelijker naar het rode gebied bij 11.000 tpm. Hij heeft bovendien vier pk extra in vergelijking met het vorige model en daarmee komt hij op 91 pk totaal.

Boven de 5000 tpm moeten de verschillen voelbaar zijn een kortere gearing (de tweede tot de vijfde versnelling zijn korter geworden) versterkt dat gevoel. Om het comfort en handling te verhogen heeft de 650 een 41 mm Showa Dual Bending Valve voorvork gekregen. Om daadkrachtiger te remmen scherpte Nissin de tweezuiger remklauwen aan. Verdere wijzigingen zijn de LED-verlichting rondom.

CB kopieert CBR (of andersom)

Vanzelfsprekend profiteert de naakte CB650F van dezelfde verbeteringen die de gekuipte CBR650F ten deel vallen. Dus draait het blok makkelijker toeren, produceert het vier pk extra, gromt de inlaat lekker schor en gaat de motorfiets makkelijker van zijn plek door kortere verhoudingen van de versnellingsbak. Net als de CBR krijgt de CB een Showa Dual Bending Valve voorvork, komt hij twee kilo aan, heeft hij LED-verlichting rondom en zijn de remklauwen van Nissin aangescherpt.

Ducati onthult 1299 Superleggera

0

Als hoogtepunt van Ducati’s persconferentie op de EICMA kwam een coureur de nieuwe superbike het podium op rijden. Na het ontdoen van de helm, blijkt het Casey Stoner te zijn. Ducati’s 1199 Panigale Superleggera heeft een waardige opvolger gekregen, de 1299 Superleggera.Superleggera betekent ‘super licht’. En Ducati’s nieuwe trots doet deze naam wederom eer aan. De wielen zijn gemaakt van carbon. Ook van carbon is het monocoque-frame. Dat weegt -hou je vast- 2,6 kilogram. De achterbrug? Wederom van carbon en weegt 4,1 kilo. In totaal hebben de Italianen het gewicht op een onvoorstelbaar laag drooggewicht van 156 kg kunnen houden.De Superleggera staat aan de voorkant op een Öhlins FL936 43 mm upside down-voorvork. Achter worden de klappen opgevangen met een Öhlins TTX36 schokbreker met titanium-veer. De v-twin Superquadro kan 215 pk bij 11.000 en 146 Nm bij 9.000 tpm opbrengen. Mét race-kit wordt dit 220 pk. Ducati gaat 500 exemplaren van de nieuwe Superleggera produceren en hij gaat naar schatting rond de €80.000 kosten. Mama Mia!Het in het WK-superbike beruchte Akrapovic-uitlaatsysteem heeft Ducati -hoe onvoorstelbaar dan ook- voor straatgebruik geschikt gemaakt. Aangezien een kwartier naast de Duc van Chaz Davies een gegarandeerd bezoek aan de KNO-arts oplevert, zal dit voor de Italianen een ware uitdaging zijn geweest. Het Akra-systeem is onderdeel van de race-kit. Het uitlaatspruitstuk en de dempers zijn van titanium.  

Om dit alles een beetje in bedwang te kunnen houden heeft Ducati een enorme hoeveelheid elektronica gebruikt.  Nieuw is de Ducati Slide Control. Dit is een toevoeging aan Ducati’s tractiecontrolesysteem en stelt de rijder in staat de bochten nóg sneller uit te komen. Ook voor het eerst wordt een superbike uitgerust met Ducati Power Launch. Bij dit alles lijkt een geavanceerde techniek als bochten-ABS ineens ouderwets. Maar natuurlijk heeft hij dat ook. 

EICMA: Ducati Scrambler Café Racer

0

“Ik wil iedereen bedanken in Borgo Panigale”, zo begon Ducati’s CEO Claudio Domenicali maandagmiddag de persconferentie. Onder de aanwezigheid van Chaz Davies en Andrea Dovizioso werden de nieuwe modellen onthuld. Waaronder twee nieuwe Scramblers. Als eerste presenteerde Ducati de Scrambler Café Racer. Wat meteen opvalt zijn de op clip-ons gemonteerde spiegels. Of de 17-inch aluminium wielen met goudkleurige lak. De Café Racer raakt de grond met Pirelli Diablo Rosso 2-banden. De krachtbron is een 803cc L-Twin die 75 pk levert bij 8.250 tpm. Het koppel is 68 Nm @ 5.750 rpm.De Café Racer heeft ten opzichte van de andere Scrambler-modellen een nieuw zadel. Ruimte voor een passagier is er niet. Zwarte Termignoni dempers van geborsteld aluminium maken de look af. Het nummer 54 is dat van Bruno Spaggiari, die in 1968 voor Ducati succes had het Italiaanse kampioenschap Mototemporada Romagnola. Hierop is de Café Racer geïnspireerd. 

Beelden van de 1299 Superleggera

0

Hoe zorg je ervoor dat een nieuw model zo veel mogelijk aandacht krijgt? Maak er een geheim van. Dat moeten ze bij Ducati gedacht hebben over de opvolger van de Superleggera. Een kleine groep goede klanten gaven zij de inlog voor de website over deze nieuwe exclusieve motor. Terwijl hieruit steeds informatie gelekt werd, gaven de Italianen er steeds meer informatie op vrij. Nu dus ook de foto’s. De prijs is overigens ook al bekend. Hij zal een ruime €72.000 gaan kosten. Vanmiddag om vier uur onthult Ducati pas officieel de Superleggera. Later dus meer!

 

[justified_image_grid ids=24356,24357,24358,24359,24360,24361,24362,24363,24364,24365,24366,24367,24368,24369,24370,24371,24372,24373,24374,24375,24376,24377,24378,24379,24380]

Getest: De R1 versus die van ’98

0

Where were you toen Yamaha de R1 introduceerde? Op de MotoRAI van 1997 was het dé sensatie en toen moest het echte spektakel nog komen. De eerste testritten waren niets minder dan spectaculaire ontdekkingsreizen. In 2015 herhaalde Yamaha het trucje met de laatste generatie R1. We zetten de twee naast elkaar. 

Yamaha’s YZF-R1 – al kort iedereen die naam af tot R1 – maakte achttien jaar geleden een droomdebuut. Eindelijk pakte een motorfabrikant de (boks)handschoen op tegen alleenheerser Fireblade. Geheel tegen zijn zin moest Honda’s sportieveling een stukje afdalen van de apenrots. Met zijn 150 pk en 177 droge kilogrammen was de Yamaha een maatje te groot. Het lange wachten was eindelijk over voor sportieve Yamaha-rijders. Al jaren moesten ze het doen met de te dikke FZR1000. Het contrast met de afgetrainde R1 kan niet groter zijn.

Kramp

Zonder ook maar een meter te hebben gereden, kun je vooraf voorspellen dat de nieuwste R1 de betere motor van de twee is. Toch is dat niet de eerste gedachte die opkomt als ik van de blauwe schoonheid uit 1998 overstap op de 2015-fiets. Is dit wat zeventien jaar motorevolutie oplevert, vraag ik me verward af. De oude machine zit vele malen lekkerder dan zijn opvolger. Het zadel is zachter en de handen hoeven niet zo ver naar beneden te reiken om een stuur te vinden. Het oude lijf kan eindelijk ontspannen, op de nieuwe vreesde het krampen op de vreemdste plekken.Afwurgen

Wat levert zeventien jaar motorevolutie nog meer op? Het spijt me voor iedereen die dit jaar een R1 kocht, maar bijna twee decennia ontwikkeling leveren een minder mooie gasreactie op. Allemachtig, wat rijdt de 1998-fiets gemakkelijk. De vier Keihin-valstroomcarburateurs laten het vermogen er fluweelzacht en perfect doseerbaar in komen. Wat eet dit ding uit je hand, wat vertaalt hij de bewegingen van de rechterhand perfect.

De injectie-R1 doet het minder. Misschien is het woord ‘minder’ niet goed gekozen, noem het directer of sportiever en het klinkt al beter. Toch voelt de gasreactie op straat allemaal even net té en dat resulteert in een rukkerige rijstijl. Bovendien is wegrijden geen automatisme, omdat het samenspel tussen koppeling en gas gewenning vraagt.

Zeven kleuren

De crossplane-vier-in-lijn produceert 50 pk meer dan de ‘gewone’ variant. Gevoelsmatig zijn het er veel meer. Bizar zoals dit blok er aan scheurt. Het spektakel begint al bij 4000 toeren per minuut. De toerentellerbalk op het perfect afleesbare digitale dashboard verkleurt van groen via oranje naar rood bij het oplopen van de toeren. Bij groen kak je al zeven kleuren, bij oranje en rood is het uit alle macht vasthouden en hopen dat je er niet af kiepert. Het is bijna bizar dat dit zo maar op straat mag. Al heet het dan altijd zo mooi dat alles afhangt van de man aan de gashendel.

Dat gaat heden ten dage niet meer volledig op. Zonder de hulp van elektronica heeft de man aan het stuur het een stukje lastiger. Om alles in goede banen te leiden, heeft de R1 drie gyrosensoren en drie g-krachtsensoren. Die meten werkelijk alle bewegingen die een motorfiets kan maken en geven die informatie 125 keer per seconde door aan de rekeneenheid. Die regelt daarmee de benzine-injectie, ontsteking en gasklepopening. Daarvan merk je niets, maar je doet er wel je voordeel mee. Je beschikt over heel wat elektronische hulpjes: TCS (hellingshoekafhankelijke traction control), SCS (drift control), LIF (wheelie control), LCS (launch control), QSS (quickshifter) en PWR (vier rijmodi). Op de automatische piloot stel je alle elektronica in. De bediening met een scrolwieltje is intuïtief en gebruiksvriendelijk.Conclusie

De oude R1 loopt op elektronicagebied lichtjaren achter, maar door zijn smeuïgheid mis je niets. Het ding stamt nog uit de tijd dat ABS op een sportmotor een doodzonde was. Bij de introductie grepen de remmen nog direct aan en leverden ze volgens de tester van dienst een enorme vertraging. Daar is in de loop der jaren weinig van overgebleven. Zonder moeite trek je het remhendel tegen het stuur. Na bijna 50.000 kilometer heeft het remsysteem wat liefde nodig. Het blijft gissen of het rijwielgedeelte na een halve ton ook wat aandacht kan gebruiken. Vanwege het natte wegdek stellen we dat maar niet al te veel op de proef. Het voelt op het eerste gevoel allemaal nog strak aan.

Vanzelfsprekend zijn de remmen van de nieuwe beter. Het eerste aangrijpen is niet al te heftig, maar bij doorknijpen bewijzen ze zich als prima stoppers. Gaaf dat het dashboard aangeeft welke g-krachten het remsysteem genereert. De 2016-YZF-R1 is sowieso de motorfiets van de g-krachten. Hij voelt vele malen heftiger aan dan de oude. Waar die de kwalificatie ‘rijdbare hypersportfiets’ verdient, voelt de laatste veel meer aan als een deelnemer aan het WK Superbike. De R1 is in de loop der jaren een stuk extremer geworden. Het maakt de oervader met terugwerkende kracht tot een nog soepeler snoepje dan bij de introductie.

Tekst: Ad van de Wiel, foto’s: Jacco van de Kuilen

EICMA: Onze favorieten van 2015

0

Nog maar een paar dagen te gaan tot de EICMA. Natuurlijk zijn we weer van de partij in Milaan om voor jullie het laatste motornieuws te vergaren. Ook op de redactie zitten we vanaf maandagavond op het puntje van onze stoel voor deze eerste persconferenties. Nu met de stilte voor de storm voor ons een mooi moment om terug te kijken op wat fabrikanten vorig jaar allemaal aan ons presenteerden. Onze favorieten!

KTM Super Duke GT

De vakantie staat voor de deur en je wilt een flink eind rijden per motor, zeg Zuid-Italië. Misschien is een 1290 Super Duke dan niet de meest voordehandliggende keuze. De hypernaked is niet bepaald gemaakt voor lange afstanden. Toch zijn er mensen die dat juist als een uitdaging zien. Speciaal voor die groep kwam er de KTM 1290 Super Duke GT.Yamaha MT-10

De FZ1 is al even met pensioen, maar als een naked bike-versie van de Yamaha R1 ooit reden van bestaan had, was het na de EICMA 2015 wel.  Yamaha presenteerde de MT-10. De naked combineerde de brute maar bruikbare power van het crossplane motorblok uit de R1 met een praktischere zithouding. Wat alternatieve tuning voor meer middengebied en extra power van onderuit en er was een motor waarmee je op straat meer dan perfect uit de voeten kunt.Ducati 959 Panigale

Qua looks bijna een kopie van de 1299 Panigale, maar motorisch gezien echt verschillend. De geheel nieuwe 959 Panigale kreeg een 955cc blok dat aan de Euro4-normen voldoet. Voor niet Europese markten werd hij echter ook verkrijgbaar zonder deze normen. In die versie was de 959 uitgerust met een superbike-uitlaat aan de onderzijde zoals ook de 1299 Panigale dat heeft. In Europa kwam de 959 te koop met een iets minder sierlijke dubbele uitlaat aan de zijkant.Suzuki SV650

V-twin plezier voor iedereen. Dat was het motto dat Suzuki hanteerde voor de SV650. De vernieuwde SV werd met liefst 140 onderdelen veranderd en woog 8 kilogram minder dan het vorige model. Naast het behalen van de Euro4-norm, leverde het 645cc vloeistofgekoelde v-twinblok meer koppel onder- en middenin het toerenbereik. Verder zou de motor vloeiender lopen bij hoge toeren.BMW RnineT Scrambler

Waar we ook keken op de beursvloer in Milaan, overal zagen we scramblers. Als we dan toch een scrambler zouden moeten uitkiezen van de EICMA 2015, zou het deze zijn. Dat de BMW RnineT de basis zou kunnen worden voor nog veel meer, dat was wel vanaf het begin duidelijk. Maar de Duitsers lieten het niet alleen over aan de diverse (semi-)professionele custombouwers, maar gooiden er zelf ook nog een versie tegenaan: de RnineT Scrambler.