zondag 10 mei 2026
Home Blog Pagina 1466

Getest: Kawasaki H2 en H2R

0

De hele integratie van superchargertechniek in een (compleet nieuwe) 998cc-viercilinder met ‘dog ring’-versnellingsbak komt voort uit een ‘in house’ samenwerkingsverband tussen de motorfiets-, ruimtevaart-, gasturbine- en corporate technologische divisies van Kawasaki.

De supercharger is dan ook allesbehalve een aangeschroefde Rotrex, maar een inpandige ontwikkeling waarbij aerodynamica en vooral hitteafvoer vitale elementen vormden. Zo kon worden afgezien van een aparte, ruimtevretende intercooler dankzij zelfsmering met motorolie volgens procedés waarmee ze raketten in een baan rond Saturnus sturen. De 326 pk sterke R-versie doet dat ook met rijders, overigens. De immense inlaatkanalen van het Ram Air (carbon op de R-versie) is dan ook bittere noodzaak in de wetenschap dat de H2R op zijn maximale prestatieniveau tweehonderd liter lucht per seconde aan voeding geeft, noodzakelijk om die impeller, draaiend op 9,18 keer de krukassnelheid, aan de zwengel te houden. Het geluid – vergelijkbaar met dat van een, tja, cirkelzaag met een krom zaagblad – komt voort uit het breken van de snelheid van het geluid van deze impeller.

CACHET
Goed, respecteren we de H2 met alle egards even los van de R-versie. En dat doen we alleen nog maar met de ogen: lieve help, daar staat echt iets gruwelijk bijzonder te wezen. De super aerodynamische Batman-uitstraling in die weergaloze ‘silver mirror’-kleur, doorsneden door dat felgroene buizenframe, whoeha, dat maakt iets los. Daarnaast is de H2 over de hele linie verschrikkelijk fraai afgewerkt; van het opvallende achterwiel tot de zwarte koplampbehuizing van de led-verlichting via de doppen met verstelmogelijkheden van de KYB-vorkpoten. Enige serieuze en onbegrijpelijke wanklank is het stalen uitlaatsysteem, daar waar zelfs een ZX-10R uitgerust is met een titanium systeem. De beschikbare Akropovic-slip-on vormt hooguit een doekje voor het bloeden. Maar vooruit, Kawasaki’s streven om niet alleen een superkrachtige, maar tevens emotionele fiets te bouwen is van alle kanten nagekomen.

SCHADUWZIJDEN
Maar er zijn kanttekeningen, helaas, waarvoor even geen mantels der liefde beschikbaar zijn. Het schommelen en deinen op hoge snelheid onder intense omstandigheden viel op de testdag nog wel bij te spijkeren, hoewel de H2 toch nergens de strakheid en ultieme balans van de beste supersport weet te benaderen. Een deel van de onrust in het rijwielgedeelte en het gebrek om – in de standaardafstelling – messcherp zijn lijn te volgen ligt bij de rijder zelf. Je moet er met lange halen aan sleuren, aan de H2, en juist veel minder schakelen dan je aanvankelijk geneigd zou zijn. Power biedt deze krachtcentrale toch overal wel.

Minder snel oplosbaar zal de gasreactie zijn die me (en iedereen) de hele dag tegen de haren in streek. Juist voor een Kawasaki, het merk dat zo patent heeft op souplesse en subtiliteit in injectie en reactievermogen vanuit de rechterpols, voelt de overalerte gasrepons onbegrijpelijk vreemd. Stuur je in, dan val je eigenlijk al half in de bocht als je niet met microscopische precisie het gas hebt geopend. Zet je het gashendel een amoebe te ver open, dan dendert het vermogen op het achterwiel en pleegt het een aanslag op de tractieregeling, als die zulke aanvallen al kan pareren.

GEWOON GAAN
Geen motor weet zo’n intense kick teweeg te brengen als, bij gas terug en circa 6000 toeren, ineens boven al het overige geluid uit die impeller de trommelvliezen en het ego komt strelen. Kawasaki heeft dus even een serieuze coup gepleegd, even een visitekaart van formaat afgegeven. Bovenal is de H2 een machine waar je een moord voor wilt plegen, een schitterend gebouwd en afgewerkt statement waarmee Kawasaki, wellicht zelfs heel Japan, lijkt af te willen rekenen met de Japanse apathie en het gedweep met Europese merken. In dat licht bezien valt de prijs van 27 mille nog best te billijken.

Zo begerenswaardig als de H2 is, zozeer vraagt hij ook om een bijna oud-Italiaanse concessie wat betreft de onverwacht schrijnende gasreactie. Daarnaast vraagt-ie wat expertise in de standaard toch zeer capabele vering- en dempingafstelling, maar dat kun je net zo goed als een uitdaging beschouwen. Wat rest, is twee mille voor een nieuw te plaatsen titanium uitlaatsysteem. En door blijven dromen dat jouw H2 beschikt over de full power van de R-versie.

Tekst: Joost Overzee, fotografie: Kawasaki

[justified_image_grid ids=23844,23845,23846,23847,23848,23849,23850,23851,23852,23853,23854,23855,23856,23857,23858,23859,23860,23861,23862,23863,23864,23865,23866,23867,23868,23869,23870,23871]

Jonathan Rea en Kawasaki gaan verder

0

Na zijn eerste jaar met Kawsaki in het WK Superbike meteen kampioen geworden te zijn, staat Jonathan Rea momenteel weer een aardig eind los bovenaan in het klassement. Voor Kawasaki Racing Team dus alle reden de Noord-Ierse rijder bij te laten tekenen voor nog twee seizoenen in het groen.

Na jaren een ware Honda-corifee te zijn, heeft Kawasaki beslag weten te leggen op de diensten van Jonathan Rea en het heeft zowel het Japanse merk als de Noord-Ier zelf geen windeieren gelegd. Een dominant wereldkampioenschap in 2015 bij de eerste poging, en ook dit seizoen lijkt er niets opgewassen tegen Rea.

De ZX10R was natuurlijk al een kampioenschap winennde fiets, maar met Rea aan de clip-ons lijkt men echt een onverslaanbare combinatie gevonden te hebben. Die combinatie kunnen we nu dus tot en met het seizoen van 2018 in actie gaan zien op de circuits.

Als Rea zou doorgaat, en de concurrentie – waaronder zijn Britse teamgenoot – het hem niet te moeilijk maakt, kan hij tussen dan en nu nog wel eens wat wereldkampioenschappen op zijn naam schrijven. Carl Fogarty werd een absolute legende met vier titels en Rea lijkt nu de enige echte kans te krijgen dat aantal te evenaren.

Foto: Kawasaki Racing Team en 2Snap

 

Melandri terug naar Yamaha?

0

Waar sociale media al niet goed voor zijn. Jarno van Osch is op weg naar Spanje voor de introductie van de Yamaha MT-10, maar onze actief Twitterende Brabantse collega viel op dat Yamaha Motor Europe op Twitter enkel partners, tijdschriften, journalisten en Yamaha-coureurs volgt. Én ene Marco Melandri.

Men zit bij Yamaha verlegen om een rijder, aangezien Sylvain Guintoli in de lappenmand ligt, dus wellicht wil het Pata Yamaha-team een beroep doen op hun oud-werknemer. Al bestaat er natuurlijk ook de kans dat het op iets permanenters gaat.

Melandri hangt een beetje in limbo rond sinds hij door Aprilia naar het MotoGP-project gebonjourd werd, terwijl het hem eigenlijk prima beviel op de RSV4 in het WK Superbike, waar hij met zes overwinningen vierde in de eindstand werd. Maar Aprilia wilde zijn ervaring inzetten voor het Grand Prix-project en in 2015 was hij plots veldvulling in de MotoGP.

De Italiaan reed ruim buiten de punten en gaf er na de TT van Assen de brui aan. Even was hij nog ‘Star Tester’ voor MV Agusta in het WK Superbike, maar verder kwam er weinig van.

HET OUDE NEST
Juist Yamaha bracht hem het meeste succes in het WK Superbike, want in zijn debuutjaar wist hij met de R1 zowaar meteen tweede in de eindstand te worden. Klinkt haast logisch, als je het zo bekijkt…

Misschien zou Jarno wel eens gelijk kunnen krijgen. We gaan het zien.

Foto’s: 2Snap en Jarno van Osch

Route Le Dakar 2017 bekend

0

De route van de Dakar Rally van 2017 is bekendgemaakt, en zoals gepland doet de legendarische rally Chili niet aan komend jaar, maar evengoed komt de race wel langs Paraguay, Bolivia en eindigt het feest twee weken later weer in Argentinië.

De start vindt plaats in de Paraguayaanse plaats Asuncíon, vanwaar de caravaan eerst in zuidelijke richting naar de Argentijnse grens trekt. Na vier dagen draait het circus noordwaarts richting Bolivia, waar de etappe op 6 januari eindigt bij Tupiza.

In Bolivia wordt vervolgens drie dagen gereden. De rijders beginnen dan aan het laatste deel van de rally in Argentinië, welke op 14 januari eindigt in de Argentijnse hoofdstad Buonos Aires.

STUK VOOR STUK
Het ziet er nu naar uit dat Le Dakar gewoon weer kan rekenen op de deelname van Honda, Yamaha, KTM en Husqvarna, merken die stuk voor stuk voor de overwinning konden rijden in dit jaars editie. Het is alleen wel te hopen dat het weer iets beter meewerkt dan de laatste Dakar Rally, die haast meer geneutraliseerd werd dan dat er daadwerkelijk gereden werd.

Hieronder de gehele route. Voor extra groot beeld even met de rechtermuisknop in een nieuw tabblad openen en voilà.

Foto’s: Dakar

‘Givi introduceert twee nieuwe regenpakken’

0

CRS02: Materiaal: Op nylonbasis.

Waterbestendig tot 8000 mm waterkolom – reflecterende inzetstukken – rits met dubbele waterdichte flap – ventilatie op de rug tegen transpiratie – netvoering – elastiek- en klittenbandsluiting bij de pols – pasvorm aanpasbaar met klittenband bij de onderarm, hals en enkels – waterdichte binnenzak.

De CRS02 heeft een standaard verkoopprijs van €105,- maar zal tijdens de introductie aangeboden worden voor €89

RRS04: Materiaal: Op polyesterbasis.

Waterbestendig tot 3000 mm waterkolom – reflecterende inzetstukken – rits met dubbele waterdichte flap – ventilatie op de rug tegen transpiratie – netvoering – elastiek- en klittenbandsluiting  bij de pols – pasvorm aanpasbaar met klittenband bij de onderarm, hals en enkels – waterdichte binnenzak.

De RRS04 heeft een standaard verkoopprijs van € 82,50 maar zal tijdens de introductie worden aangeboden voor € 69,=

Deze aanbiedingen kunt u vinden bij één van de Givi Premiumstores of vraag uw lokale dealer.

 

“Hij kan beter bij Suzuki blijven”

0

Suzuki-corifee Kevin Schwantz is van mening dat Maverick Viñales er goed aan doet bij Suzuki te blijven en niet op Yamaha’s aanbod in te gaan Jorge Lorenzo te vervangen en Rossi’s teamgenoot te worden.

Dat vertelt de wereldkampioen van 1993 tegen Motorsport.com. “De slimme zakelijke beslissing is nu Suzuki, maar ook carrière-technisch kan hij beter bij Suzuki blijven”, aldus de Texaan. “De GSX-RR is goed, en inmiddels bijna on par met de Yamaha. Zelfs Rossi vertelde me dat de Suzuki in de juiste handen races kan winnen.”

Schwantz vervolgt dat het feit dat het enkel bij een derde plaats bleef, er in zit dat hij zijn eigen graf gegraven heeft met die slechte start. “Als je kijkt waar hij startte en waar hij uiteindelijk eindigde, dan had hij prima – zoals Rossi wel kon doen – de strijd aan kunnen gaan met Márquez en Dovizioso, nog voor ze vielen.”

GEEN STUIVER MEER WAARD
In de ogen van de Texaan is het dus gesneden koek: Viñales heeft niets te zoeken bij Yamaha, de Suzuki is prima. “Hij moet ervoor waken zijn marktwaarde niet om zeep te helpen naast Rossi. Valentino is toch de man, en als hij je kleineert en verslaat, zul je in de ogen van de fans geen stuiver meer waard zijn.” Ook kan Viñales bij Suzuki – mocht hij kunnen winnen, of beter nog kampioen worden – uitgroeien tot een legende, zoals ook Schwantz deed.

Hoe veel vertrouwen Schwantz in de Suzuki GSX-RR heeft, blijkt wel uit het antwoord op de vraag ‘denk je dat een coureur als Rossi of Lorenzo dit seizoen zou kunnen winnen op de Suzuki?’

Schwantz’ antwoord? “Ik denk van wel!”

Foto’s: 2Snap

Rapportcijfers: MotoGP – Le Mans 2016

0

De vijfde ronde van het MotoGP-wereldkampioenschap van 2016 staat ook in de boeken en daarmee kunnen we wel stellen dat het kampioenschap goed en wel op gang is. Waarschijnlijk gingen velen met heel andere verwachtingen richting Frankrijk…

Le Mans is altijd een bijzondere race, maar met de race verreden blijkt het toch weer een aantal interessante dingetjes opgeleverd te hebben. Een dominant optreden van de huidige wereldkampioen, fatsoenlijk stukje damage control van een goedlachse Italiaan, een eerste podium voor een jong talent, en crashes… heel veel crashes. 

Cijfertjestijd!

JORGE LORENZO – Movistar Yamaha MotoGP – 1e plaats – 10.0
Er zijn dit seizoen al tienen uitgedeeld, maar niet één is zo verdiend als die van Jorge Lorenzo in Le Mans. Kwalificatierecord ging aan splinters op zaterdag en op zondag duurde het tot ronde 26 van de 28 om langer dan 1.33 minuten over een rondje te doen. Waanzinnig constant kon de Mallorcaan vanaf zijn perfecte racestart tot de finishvlag de leiding behouden. Omschreef zijn weekend zelf als bijna perfect, en daar kun je niet veel tegenin brengen.

VALENTINO ROSSI – Movistar Yamaha MotoGP – 2e plaats – 8.5
Moest van een zevende plaats starten, maar wist zich in drie ronden naar plek vijf te rijden en vervolgens zelfs p4. Zijn inhaalmanoeuvres op Márquez en Dovi in rondes 13 en 14 waren vervolgens echt uit het boekje. Claimde na de race problemen met een spinnend achterwiel te hebben op het rechte stuk. Voegde er nog aan toe dat hij naar Lorenzo toe had kunnen rijden als dat niet het geval was. 

MAVERICK VIÑALES – Team SUZUKI ECSTAR – 3e plaats – 9.0
Kunt nu wel zeggen dat hij er enkel stond omdat de mannen voor hem niet bepaald zadelvast waren, en ondanks dat dat de waarheid is, moet je er zelf ook maar op blijven zitten. Finisht achter de man wiens teamgenoot hij volgend jaar wel eens kan zijn, maar tegelijkertijd bezorgt hij zijn huidige werkgever het eerste podium sinds 2008. De keuze tussen Yamaha en Suzuki zal er voor Viñales niet makkelijker op worden.

DANI PEDROSA –  Repsol Honda Team – 4e plaats – 8.0
Finisht weer op een gedegen vierde plek, in lijn met het soort finishes waar Pedrosa dit seizoen een gewoonte van maakt. Kon Aleix Espargaró uiteindelijk voorbij steken maar die andere Suzuki bleef uit zijn greep. Opnieuw een geval van redden wat er te redden valt en netjes aan de finish komen. Niets mis mee. 

POL ESPARGARÓ – Monster Yamaha Tech 3 – 5e plaats – 8.0
Haalt de kastanjes uit het vuur voor het Franse team tijdens hun thuisrace. Kon vechten en vocht dan ook. Zelfs Rossi kreeg fikse tegenstand van de jongere Espargaró-broer. Bewijst opnieuw beter in zijn vel te zitten dan zijn teamgenoot en heeft dan ook ruim twee keer zoveel punten als Bradley Smith.

ALEIX ESPARGARÓ – Team SUZUKI ECSTAR – 6e plaats – 7.0
Moest teamgenoot Viñales voorbij laten, kon landgenoot Pedrosa niet achter zich houden, werd door broer Pol gepasseerd. Nee, uiteindelijk zat het voor Aleix niet geheel mee, maar begint eindelijk in een ritme te komen ten opzichte van zijn desastreuze start van het seizoen. Als hij dat volhoudt kan hij er een uiterst respectabel seizoen van gaan maken.

DANILLO PETRUCCI – OCTO Pramac Yakhnich – 7e plaats – 8.5
Petrux is terug. Petrucci blesseerde zich voor het seizoen, werd geopereerd, maar moest de eerste races van het seizoen toch aan zich voorbij laten gaan nadat het chirurgisch staal in zijn hand lostrilde in Qatar. Was in aanloop naar het seizoen al snel en lijkt bij zijn rentree weinig op snelheid ingeboet te hebben. KreSnelste Ducati en uitermate tevreden ook.

HÉCTOR BARBERÁ – Avintia Racing – 8e plaats – 7.0
Iemand die waarschijnlijk wel een beetje baalt van het terugkeren van Petrucci is deze Barberá. Zijn oudere GP14 legt het toch wel af tegen de GP15 van Petrucci, maar dat weerhield de Spanjaard er niet van de laatste ronde nog wat pogingen te wagen de Italiaan voorbij te steken, helaas zonder resultaat. Hij kan tevreden naar Mugello vertrekken wetende dat hij nog steeds de beste Ducati algemeen is.

ÁLVARO BAUTISTA – Aprilia Racing Team Gresini – 9e plaats – 7.5
Het team dat er het hele weekend geen geheim van maakte dat het allemaal tegenzat, maar tóch allebei de rijders in de top-10, is meer dan netjes. De Aprilia is nog steeds niet de beste motor in het veld, maar dankzij het steevast finishen van beide rijders pakken de Noalezen toch aardig wat WK-puntjes. Overigens reed zich prima voorbij Baz en teamgenoot Bradl, maar belandde daarna in niemandsland zonder aansluiting op de mannen voor hem.

STEFAN BRADL – Aprilia Racing Team Gresini – 10e plaats – 7.0
Was in de race de mindere van de Aprilia-rijders, maar was desalniettemin niet ontevreden met zijn resultaat. Had ook moeite zijn motor afgesteld te krijgen, maar kon toch met een top-10 finish Le Mans verlaten.

EUGENE LAVERTY – Aspar Team MotoGP – 11e plaats – 7.0
Een aantal maal heel goed finishen schept verwachtingen, dus dan valt die 11e plaats plots toch wat tegen. Waar hebben we het over? Laverty is momenteel de snelste rijder van de Britse eilanden en de tweede Ducati vóór Iannone en Dovizioso. Had voor dit seizoen waarschijnlijk al dolblij geweest met waar hij nu staat.

LORIS BAZ – Avintia Racing – 12e plaats – 6.5
Best een prima plek voor Baz om te eindigen, een beetje jammer dat het eigenlijk de laatste plaats is. De lange Ducati-rijder zou in ieder ander geval tevreden geweest zijn, maar feitelijk laatste worden in je thuisrace is geen fijn resultaat. Als die laatste plaats dan vier punten waard is, doet het opeens niet zo zeer meer.

MARC MÁRQUEZ –  Repsol Honda Team – 13e plaats – 5.0
Reed zeker niet onaardig, aangezien de Yamaha’s toch de motoren waren die leken te gaan winnen, maar wilde waarschijnlijk te graag naar Dovi toe. Verloor de voorkant in een bijzondere parallelval met Dovi, die voor hem reed, maar toch een fractie ná Márquez tegen de vlakte ging. Wist in tegenstelling tot de Ducati-rijder zijn motor nog wel op te pakken en drie punten mee te nemen. Kijkt vast uit naar Mugello.

BRADLEY SMITH – Monster Yamaha Tech 3 – DNF – 4.5
Moest in Le Mans echt goed uit de verf gaan komen, met Le Mans als thuisrace voor het team en ook altijd veel Britten bij het circuit, maar viel uit vanaf een zevende plek. Ging hard neer terwijl hij richting de Espargaró-broertjes aan het rijden was. Voorkant overbelast en klaar. Mugello schijnt een van zijn favorieten te zijn, dus Smith kijkt dan ook uit naar de GP van Italië om zich te herpakken.

JACK MILLER – Estrella Galicia 0,0 Marc VDS – DNF – 4.5
‘Ik voelde me supergoed op zondagochtend, startte de race en opeens lag ik op de grond. Zo snel ging het voor mijn gevoel.’ aldus Miller. Hij gooide er naar het schijnt nog een aantal krachttermen tegenaan, maar frustratie heerste bij de Australiër, die toch op punten gehoopt had. Ging op hetzelfde plakkie asfalt neer die onder meer ook Dovi de kop kostte.

ANDREA DOVIZIOSO – Ducati Team – DNF – 4.5
Is het een keer geen vette pech met torpederende teamgenoten, oud-teamgenoten of mechanische euvels, dan maakt Dovizioso zelf wel een fout, zo blijkt. Verloor de voorkant op het vervangen stukje asfalt bij La Musée, maar dat hadden niet een ronde ervoor gelegd, dus het was echt een ‘rider error’ en niets meer. Kan zich op gaan maken voor zijn thuisrace en hopelijk weer eens (rijdend) de finish te halen. 

ANDREA IANNONE – Ducati Team – DNF – 4.0
Weer een roemloos optreden van Iannone, die dit weekend duidelijk snelheid had. Reed de snelste tijd in de Warm-Up en was in FP4 de allersnelste op top met 316.3 kilometer per uur, maar had in de race te veel haast met naar Lorenzo toe rijden, overbelastte de voorband en ging neer. Iannone wil laten zien de juiste keuze te zijn voor naast Lorenzo volgend seizoen, maar slaat nu (opnieuw) een modderfiguur. Ook hij rijd zijn thuisrace in Mugello; tijd voor rust, tijd voor resultaten.

TITO RABAT – Estrella Galicia 0,0 Marc VDS – DNF – 4.0
Tito Rabat rijdt eigenlijk het hele seizoen een beetje achteraf rond, maar hij wist tot nog toe wel te finishen en nog in de punten ook. Had waarschijnlijk gehoopt en verwacht inmiddels wel wat beter overweg te kunnen met de Honda, maar dat dachten er meer…

CAL CRUTCHLOW – LCR Honda –  DNF – 3.5
…mensen zoals Cal Crutchlow. Die zijn woorden van laatste sneller dan Pedrosa te zijn waar maakte, tot hij onderuit ging. Finishte dit seizoen pas één keer in de punten en de enige Honda-rijder achter hem is Miller, maar die startte niet in Austin. Moet onderhand bij zichzelf te rade gaan hoe hij verder naar voren kan komen. Is een rijder die in het verleden veel meer kon laten zien, schijnt zelfs gelinkt te worden aan een Honda-fabriekszitje voor 2017, maar als hij zo doorgaat, gaat dat echt aan hem voorbij.

YONNY HERNÁNDEZ  – Aspar Team MotoGP – DNF – 4.0
Finisht ook weer niet. Wist niet waarom hij precies crashte. Telemetrie verraadde dat het achterwiel grip verloor, waardoor de voorkant overbelast raakte en neer ging de Colombiaan. Zei zich behoorlijk comfortabel te voelen, maar belandde desalniettemin op de grond.

SCOTT REDDING – OCTO Pramac Yakhnich – DNF – 5.5
Startte op P14 en reed twee ronden later op plek 12, maar mocht nog eens drie rondjes verder zijn Ducati parkeren met technische problemen.

Foto’s: 2snap

 

[justified_image_grid ids=23835,23836,23837,23838,23839,23840,23841,23842]

Pssst, Sheene’s oude Suzuki RG500 kopen?

0

Als één klaagzang in de moderne Grand Prix-racerij geoorloofd is, dan is het dat teams motoren moeten leasen, en dus aan het eind van het seizoen weer in moeten leveren. Dus reken er niet op dat je over 33 jaar de Honda RC213V van Marquez op eBay aantreft, zoals nu wel met de Suzuki RG500 van Sheene.

Kost wel een bom duiten, trouwens. De huidige vraagprijs ligt op 150.000 Britse Ponden. Bij de koers van vandaag zit je dan op zes euro-stukken onder de 190.000 euro, maar dan heb je wel wat. De echte machine van Barry Sheene uit het seizoen van 1983, die daarna ook nog meermalen ingezet is met Mick Grant aan de clip-ons. Vervolgens is de motor in een privé-collectie belandt.

Bijzonder genoeg was het die verzamelaar die de motor na 2005 weer herenigde met Mick Grant, die er vervolgens weer verscheidene paraderondes en demoraces mee reed.

COMPLEET
Met deze RG500 koop je in eerst instantie overigens geen origineel exemplaar, want Sheen en Grant reden met tweezuigerremklauwen en 16 inch wielen, maar momenteel staat de Heron Suzuki op modernere 17 inch velgen en zijn er vierzuigerklauwen gemonteerd. Waarschijnlijk voor de demo’s, aangezien 16 inch sportrubber anno 2016 een beetje moeilijk aan te komen is.

Maar, met een middagje knutselen hang je er zo de originele 16 inch wielen weer in en ook remklauwen wisselen en ontluchten is de zwaarste klus niet. En dan heb je plots wel de motor van Mick Grant en Barry Sheene compleet in je schuur staan. 

Een leuke starterswoning kopen kun je voor dat geld natuurlijk altijd nog. Letterlijk, want minder waard worden doet ‘ie waarschijnlijk niet.

Foto’s: Damobits (eBay)

[justified_image_grid ids=23822,23823,23824,23825,23826,23827,23828,23829,23830,23831,23832,23833]

Het laatste meesterwerk: T12 Massimo

0

Een man met een oeuvre als Massimo Tamburini, verdient een laatste eer bewezen te worden die hem siert. Iets dat in één oogopslag zegt; dat was Tamburini. En de Tamburini-familie heeft dat gene waar Massimo Tamburini voor stond perfect gevangen in de T12 Massimo. Een laatste eerbetoon aan een legende.

Met Massimo Tamburini als één van de mannen achter Bimota, is de T12 Massimo in lijn gemaakt met waar Bimota voor staat. Men neme een potente krachtbron en maakt er iets heel bijzonders van, zoals ook hier met een BMW S1000RR krachtbron.

Maar denk maar niet dat er verder veel behouden gebleven is, echt niet. Het frame is een stalen buizenframe met magnesium schetsplaten en ook het balhoofd is opgetrokken uit het lichte metaal. Verder naar achteren treffen we een achterbug die geleend lijkt uit een MV Agusta F4. 

“Vorm en functie zijn twee onafscheidelijke kenmerken, het één kan en mag niet bestaan zonder het ander.” – Massimo Tamburini

Qua vering en remmen zou Tamburini enkel het beste gehad willen hebben. Rondom hangt er dan ook het allerbeste uit Zweden en Italië aan de T12. Veerwerk komt van Öhlins en Brembo heeft de ankers verzorgt, maar ook de wielen van Marchesini en droge snelsluiters van Staubli in de remleidingen zijn topkwaliteit.



TOT ZIJN RECHT
Twee andere dingen die enorm opvallen aan de T12 Massimo zijn natuurlijk het waarzinnig strak afgewerkte koolstofvezel kuipwerk, maar bovenal die door Arrow Racing specifiek ontwikkelde onderkuip-uitlaatsysteem. Het BMW-motorblok is naar verluidt ook getuned en voorzien van MoTec-elektronica om de 230 paardjes die eruit galopperen allemaal de juiste richting op te krijgen.

En met zo’n vermogensopgave wordt ook meteen duidelijk dat de T12 niet bedoel is voor op straat; het is een circuitmotor, en wat voor een. Het zou Massimo Tamburini zelf – naar alle waarschijnlijkheid – meer dan tevreden gesteld hebben. De T12 Massimo vangt vorm en functie in een machtige machine die het best tot zijn recht komt waar Tamburini’s motoren over het algemeen thuishoorden.

Dat wil zeggen op het circuit, maar zeker ook in een museum.

Foto’s en video: MassimoTamburini.com

[justified_image_grid ids=23805,23806,23807,23808,23809,23810,23811,23812,23813,23814,23815,23816,23817,23818,23819,23820]

Michael Czysz overleden

0

Na een jarenlang lijden onder kanker, is Michael Czysz voor het weekend omringd door vrienden en familie overleden. Zijn poging de ziekte te overleven door behalve therapie ook te blijven doen wat hij graag deed; motorrijden, mag als een heel behoorlijke inspiratie gezien worden.

Michael Czysz was een ontwerper pur sang. Hij ontwierp zeker niet alleen motoren, maar het was wel wat hem onsterfelijk zou maken. Czysz kwam dan ook uit een familie die zich met motoren bezig hield, eigenlijk vanaf het begin dat er überhaupt motoren waren. Niet heel vreemd dus dat Czysz vanaf dag 1 van MotoCzysz enkel de innovatie najoeg, en niet zonder succes. 

Met zijn C1, met in lengterichting geplaatste 990cc vier-in-lijn, wilde hij de MotoGP revolutioneren. Ondanks alle moderniteiten en innovatie, zag hij toch de de stroom snel vloeide op plaatsen waar innoveren weinig opleverde. Hij wilde juist een stroomversnelling, daar waar alles met een slakkengangetje prestaties opleverde. Dus kwam er een koolstofvezel frame, een speciaal voorvorksysteem, maar ook het in lengterichting plaatsen van het blok was een bijzondere aanpak. 

“Ik hou van problemen oplossen en was altijd op zoek naar grotere problemen. En dat was toen MotoCzysz om de hoek kwam kijken…” – Michael Czysz

Helaas stapte MotoGP over naar 800cc en een nieuw motorblok ontwikkelen zou veel te duur worden. Laat het maar aan een man als Michael Czysz over om een plan-B te hebben.

EP1C
Meer succes behaalde de Amerikaan en zijn MotoCzysz-team met de Isle of Man TT-Zero races; elektrisch racen. Een idee werd in 5 maanden tot een motor omgebouwd, en de eerste EP1C was dan ook feitelijk een elektrisch aangedreven C1. De TT van 2009 bracht geen succes, maar in 2010 mocht het team – met rijder Mark Miller – de champagne proeven.

Met die Isle of Man TT-overwinning was MotoCzysz de eerste Amerikaanse fabrikant die won sinds Indian in 1911, maar het bleef er niet bij. Ook in 2011, 2012 en 2013 mocht een MotoCzysz-rijder de overwinnaarstrofee optillen, alledrie de keren Michael Rutter.

Het is haast treffend dat Czysz het leven laat, zo kort voor de TT. Reken er maar op dat velen stil zullen staan bij het overlijden, en zeker het leven van Michael Czysz.

Foto’s en video: MotoCzysz en VideoMedia Portland

[justified_image_grid ids=23800,23801,23802,23803]