zondag 10 mei 2026
Home Blog Pagina 913

Zondagmorgenfilm: olie op de Nürburgring

0
olie op de Nürburgring

Vroeger was alles beter. Je hoort het nog wel eens en zeker nu… Maar kijkend naar deze WK Superbike-klassieker uit 1999 blijkt het vroeger met olievlaggen en zeker ook met blauwe vlaggen niet altijd beter te zijn geweest… Wat een puinhoop op de Nürburgring, wat een amateurisme en wat was Colin Edwards toch een briljant coureur!

Kawasaki GPZ750 Turbo: hoe rijdt een jaren tachtig-turbomotor?

0
Kawasaki GPZ750 Turbo

Er waait een frisse wind door motorland, maar voorlopig lijkt dit hogedrukgebied enkel voortgestuwd te worden door Kawasaki, wat onlangs alweer de derde motor met compressor aan het gamma toevoegde. Niet geheel onlogisch dat we nu eens terugblikken op de Kawasaki GPZ750 Turbo.

Het principe van drukvulling was enkele decennia van de agenda verdwenen, tot in 2013 Suzuki plots met het Recursion Concept op de proppen kwam tijdens de Tokyo Auto Show. Niet alleen zat er een turbo op het studiemodel, maar zelfs qua lijnen greep het keihard en doelbewust terug naar het begin van de tachtiger jaren; de hoogtijdagen van de turbo, mag je wel stellen. Suzuki voerde indertijd zelf de XN85 – waarvan de 85 staat voor de paardenkrachten die hij produceert – terwijl de andere drie Japanse merken allemaal hun eigen draai aan het idee gaven. De XN klopte qua uiterlijk met de tijdsgeest en leunde enorm op het legendarische design van de Katana. Yamaha had in 1982 al de XJ650 Turbo, die in 1983 alweer van het toneel verdween toen bleek dat het rijwielgedeelte er toch niet helemaal voor gemaakt was om 90 pk naar de weg over te brengen. De CX500 was vervolgens van meet af bedoeld om een turbo te krijgen en was het Honda’s eerste motorfiets met elektronische brandstofinjectie; vrij revolutionair dus. Alleen werd de CX500 Turbo gekweld door problemen, met name het gapende turbogat maakte het een waanzinnige motorfiets, waardoor na de 500 al snel de 650 kwam. Die overigens het jaar erna ook weer uit productie ging.

Hank Buyck haalde als 76-jarige zijn motorrijbewijs

Moderne mythen en sagen

Het was de combinatie van de grote stap in de technische ontwikkeling van de motorfiets, hun korte bestaan en de overlevering die de turbomotorfietsen van de jaren tachtig legendarisch maakte. Alleen zoals vaker met de overlevering, gaan de verhalen van realistisch en objectief al gauw over in moderne mythen en sagen. Zeker onder motorrijders, die bescheidenheid nog wel eens ontberen. Behalve de schimmige reputatie zijn turbomotoren ook enorm schaars geworden door hun verzamelaarswaarde. De mensen die een motor onder een stolpje zetten mogen we daar met name voor aankijken. Gelukkig bleek er in ons kleine landje nog één iemand te zijn die de turbomotor niet alleen om zijn techniek, looks en nalatenschap op waarde kon schatten, maar ook om hoe het rijdt. Hij leende ons met buitengewoon enthousiasme zijn Kawasaki GPZ750 Turbo, want ja; hoe rijdt een jaren tachtig-turbomotor nou eigenlijk?

Kawasaki GPZ750 Turbo

Goed gedekt?

De GPZ750 waarop de Kawasaki GPZ750 Turbo gebaseerd is was een sportmotorfiets van de bovenste plank, al voor hij van drukvulling voorzien werd. Dus in die zin had de Kawasaki een flinke voorsprong op de Honda CX Turbo’s, de Yamaha XJ Turbo en de XN85 van Suzuki. Niet alleen omdat het qua ontwerp een veel sportievere machine was dan de andere machines, maar ook omdat het simpelweg de grootste van het stel was. Met zijn 738cc achtkleps vier-in-lijn was hij beduidend sterker dan zijn concurrenten. Sterker nog, de 112 pk die hij in de ketting gooit maakte hem krachtiger dan de GPZ1100 van toen. Maar de sportmotorfiets van begin jaren tachtig zit niet als de sportmotor van nu. Je zit laag, je armen rijken ver en voeten zitten vrij hoog. Vooral die diepe zit maakt dat je je eerder op een chopper waant dan aan boord van een motorfiets die – als we de verhalen moeten geloven – zo giftig is dat ik vanmorgen beter mijn overlijdensrisicodekking had moeten checken.

Met liefde beroerd

De Kawasaki GPZ750 Turbo waarvan Bart Sassen ons de sleutel leende, is nagenoeg in showroomstaat. Het kuipwerk is op een haar na perfect. Kleine dingetjes dienen nog gedaan te worden hem terug te brengen naar hoe hij ooit de fabriek in Japan uitrolde. Tot die tijd heeft de GPZ genoeg patina om hem klassiek begeerlijk te maken.

Je ziet en voelt dat de motor niet nieuw is, maar absoluut wel altijd met liefde beroerd is. In dit geval zorgt zijn verzorgde uiterlijk enkel voor extra lading. Zeker wanneer Bart nog even wat zaken aanstipt. ‘Als je dit knopje indrukt krijg je het accuvoltage te zien,’ legt de Noord-Hollander uit, terwijl hij het kleine drukkertje induwt. ‘Kijk maar!’ En prompt schiet de toerentellernaald omhoog, ogenschijnlijk direct naar de 7.500 omwentelingen per minuut, maar daaronder bevindt zich een voltklokje in de grote tacho. Veertien en een beetje volt; genoeg hem tot leven te wekken, zou je denken.

Kawasaki GPZ750 Turbo

Kawasaki GPZ750 Turbo: oorverdovend stil

En zo blijkt ook, want er is maar weinig voor nodig de luchtgekoelde vierpitter tot leven te wekken. Tegen de verwachting in is de GPZ Turbo oorverdovend stil. De verhalen van oude baasjes hebben de indruk gewekt dat motoren als deze starten een waar zwart gat openen, maar die mythe is bij deze ontkracht. Het geluid is niets dan beschaafd, en zonder de voorkennis hier en nu toch echt met iets speciaals op pad te gaan, zou je denken dat je met een goed bewaarde reguliere GPZ op de dijk staat. Barts rondleiding gaat verder: ‘Dit is de boost-meter. Hoe hoger het toerental, hoe groter de druk vanaf de turbo en meer druk betekent meer vulling, met meer power als logisch gevolg’, lacht Sassen. Verder blijkt een jaren tachtig-turbomotor niet veel anders te zijn dan andere motoren uit het tijdperk. ‘Je moet op de bandjes te letten, aangezien het vrij fris is en wanneer het vermogen erin komt kan een koude band nog wel eens vervelend uitpakken’. Met de motor opgewarmd en het eerste verzet geselecteerd ga ik op pad. Het zicht is goed, het asfalt is droog en de weg is vrij. Waar ik op wacht? Even mezelf bij elkaar rapen, voor ik me al die verhalen van waanzin en idioterie zelf beleef.

Yamaha V-Max, de eerste serie (1984-1987) – Mijlpaal

Verslavende power

Het antwoord laat niet lang op zich wachten, als net over de 5.000 rotaties plots het eerste streepje zich aandringt op de boostmeter, al snel gevolgd door een tweede – en als dat ene drukgevulde schaapje over de dam is, komt de hele kudde er spoedig achteraan.

Kawasaki GPZ750 Turbo

De boostmeter kan meteen dienst doen als hartslagmeter, want mijn hartslag lijkt gelijktijdig op te lopen met het vollopen van de turbodrukmeter. De waanzin is waar. Zo braaf en normaal als de GPZ Turbo onderin voelt, zo hels en hard trekkend springt de motor voorwaarts wanneer de turbo zijn optimale draaisnelheid nadert. Eerste versnelling klaar, door naar twee, gevolgd door de derde en vierde; wat een waanzinnige sensatie is dit. De weg vervolgend blijf je jezelf schrap zetten voor nog zo’n verslavende shot power. Nog een keer van die 5.000 tpm doortrekken tot de toerenbegrenzer, opschakelen en nog eens. Het is een drug, die turbo.

Net onder de piek

Pas wanneer dat gevoel van die turbo went, kun je bevatten dat het veel minder gewelddadig is dan je in eerste instantie denkt. De paardenstal onderin het toerengebied geeft niet thuis, om vervolgens bij het bereiken van de vier nullen wakker te worden en hard door te pakken. De Kawasaki GPZ750 Turbo voelt vergelijkbaar. Zeker omdat de vederlichte interne delen van een hedendaagse supersportmotor je net zo veel werk bezorgen om naar de 10.000 tpm te komen als de GPZ vraagt om tot die 5.000 door te trekken. Alleen voelt een zeshonderd zelden zo bijzonder als deze 750 met turbo. Een zeshonderd wil je in die hoge toeren houden om zijn kracht te kunnen benutten, wat ergens toch zenuwachtig maakt. Terwijl je de GPZ liever tot net onder zijn piek toerental wilt laten zakken, want je wil die aanstormde vlaag van power keer op keer opnieuw beleven.

Kawasaki GPZ750 Turbo: puur gevoel

Als je de turbodruk na gaat jagen, komt een deel van zijn imago alsnog uit. Houd de boostmeter goed gevuld en je hebt een giftig accelererende machine waarvan het rijwielgedeelte het allemaal maar net kan bevatten. Alleen dan lijk je te kunnen zien wat men toen zag – je snapt de grote verhalen plots. De turbomotoren van toen mogen dan gedateerd zijn, maar het pure gevoel van drukvulling middels een turbo geeft een motorbeleving die we in de klinische motoren van vandaag de dag zelden tegenkomen. Waar Suzuki nog op wacht met een productieversie van de Recursion… Het wordt tijd dat iemand met beslissingsbevoegdheid nog eenmaal een rondje op een XN85 doet, dan kan het nooit lang meer duren.

Bart Sassen en de Kawasaki GPZ750 Turbo

Dit is niet de Kawasaki GPZ Turbo van Bart Sassen, al is Bart zelf geen onbekende van de GPZ750 Turbo. ‘Ik werk voor Tata Steel in IJmuiden, maar ik heb daarnaast een motorzaakje,’ legt Sassen uit. ‘Een kennis van me benaderde me om de GPZ voor hem te kopen en in orde te maken. Die kennis had mij indertijd zijn GPZ Turbo verkocht en nu zocht hij er weer een. Zo gezegd, zo gedaan.’ Sassen kocht de GPZ in België en voerde hem in, maar het lijkt erop dat Bart zelf ook nostalgisch lijkt te worden van ‘zijn GPZ’. Stassen: ‘Ik heb bij mijn GPZ toentertijd de druk opgeschroefd en er heel veel plezier mee beleefd. In totaal zette ik ruim 25.000 kilometer op de teller van de GPZ.’ En Bart kon het niet laten een foto uit die tijd na te maken, en wat voor één! Overigens raden wij iedereen aan op Youtube even te zoeken op de zoektermen GPZ Turbo en Okumaatje. Bart is waarschijnlijk één van die mensen waaraan de jaren tachtig-turbomotor een groot deel van zijn gestoorde hooligan imago dankt. Als je de video ziet, snap je wat we bedoelen.

TT-Circuit Assen: Heroïsche Comebacks

0
MotoGP Heroische comebacks

Ondanks onzekerheden van werkelijk alle denkbare mogelijkheden, kan het dat Marc Márquez eind juni tijdens de Dutch TT eindelijk zijn comeback maakt na die verschrikkelijk klap op Jerez in 2020. Het zou in dat geval bepaald niet de eerste keer zijn dat het TT Circuit een rol speelt bij veel besproken comebacks van internationale GP-toppers. Soms als ‘veroorzaker’, soms als ‘gastheer’ maar altijd met indrukwekkende verhalen vol kippenvelmomenten…

Franco Uncini

Zaterdag 25 juni 1983
500cc Grand Prix
TT Circuit Assen
Bedeldijkbocht
273 dagen revalidatie

Hoewel hij in 1982 500cc-wereldkampioen werd, is Franco Uncini helaas beroemder geworden door die verschrikkelijke crash op het TT Circuit in 1983. Na de eerste doorkomst ligt Uncini vijfde, maar bij het uitkomen van de Bedeldijk komt hij ten val. Hij ligt aan de linkerzijde van de baan. Kenny Roberts, Jack Middelburg en Marc Fontan gaan hem daarom rechts voorbij. Zoals elke coureur neemt Uncini de kortste weg naar de veiligheid. Dat is dus naar links, maar Wayne Gardner besluit ook naar links te gaan… en raakt Uncini vol op het hoofd. Zonder helm blijft de Italiaan levenloos liggen. ‘Een verschrikkelijke klap’, aldus ooggetuige Boet van Dulmen.

Als bij een wonder blijkt de dan 28-jarige Italiaan nog te leven, waardoor hij met grote spoed naar het Academisch Ziekenhuis in Groningen gebracht wordt. Met hersenletsel, gebroken ribben, longbeschadigingen en een gebroken neusbotje. Uncini wordt in Groningen gestabiliseerd en vijf dagen in een kunstmatige coma gehouden, waarna zijn herstel begint.

Aan het begin van het seizoen 1984 staat Uncini, slechts 273 dagen na het ongeluk op Assen, als een nog groter wonder weer aan de start. Hij weet in de twee seizoenen erna nog 22 punten te scoren. Fit is hij tijdens de Zuid-Afrikaanse Grand Prix op 24 maart 1984 nog niet vanwege een waas voor zijn ogen. Iets dat pas weggaat halverwege dat jaar. Na het seizoen 1985 stopt hij definitief. Voor iemand die in 1982 wereldkampioen werd met 103 punten zijn die 22 punten uit 84-85 een mager aantal, maar iedereen die de klap of op Assen of inmiddels op YouTube heeft gezien (voor eigen risico), weet dat die punten stuk voor stuk een wonder vertellen.

Wetenswaardigheid

Ondanks de afschuwelijke crash van Uncini werd de race niet stilgelegd. Sterker nog, terwijl het veld opnieuw door de Bedeldijkbocht komt, wordt de zwaargewonde coureur liggend op een brandcard net de ziekenwagen ingeschoven. De inmiddels overleden Jaap Timmer was die dag ‘koersleider’: ‘We hebben de zaak gedurende de gehele race onder controle gehad. De hulpverleners konden te allen tijde hun werk honderd procent doen. Wij waren in de meldkamer constant op de hoogte van wat met name in de Bedeldijkbocht gebeurde. En was er ook maar een moment het idee ontstaan dat de wedstrijd geen normaal verloop had kunnen hebben, of dat hulpverleners in hun werkzaamheden werden belemmerd, had ik de race meteen stopgezet’, aldus Timmer na afloop van de race. Tijden veranderen…

Mick Doohan

Vrijdag 26 juni 1992
500cc Grand Prix
TT Circuit Assen
Haarbocht
63 dagen revalidatie

We kennen Mick Doohan allemaal als de vijfvoudige 500cc-wereldkampioen die de GP-wereld tussen 1994 en 1998 domineerde op een angstaanjagende wijze. Met 44 overwinningen, 61 podiums en 43 poles. Uit 71 500cc GP’s! Maar op een haar na hadden we hem herinnerd als dat supertalent dat zijn been verloor na een mislukte operatie vanwege een crash op het TT Circuit. Nog altijd omschrijft hij die val overigens als ‘niet iets heel ongewoons’. Doohan: ‘Ik kwam net over start/finish toen de rode vlag uitging vanwege een motor die vloeistof verloor. Toen ik uit de eerste bocht kwam, brak de motor zijwaarts uit en ik ging er overheen’. De Honda komt vervolgens op Doohan terecht en in zijn gevecht er onderuit te komen, breekt zijn rechterbeen op twee plekken. De timing voor een crash als deze is nooit perfect, maar Doohan is uitgerekend dat jaar op weg naar zijn eerste wereldtitel en heeft een straatlengte voorsprong op de concurrentie. Dokter Claudio Costa raadt hem aan om naar Italië te vliegen om daar te herstellen, maar dat zou betekenen dat Doohan de wereldtitel verliest. Het wordt mede door de druk van de titel uiteindelijk een operatie. Vervolgens gaat er tijdens de operaties in Nederland van alles mis. Het ziet er naar uit dat Doohans been geamputeerd moet worden, al is dat niet eens de grootste zorg. ‘Mijn bloed was zo dun dat Costa eerst de inwendige organen wilde redden voordat ze zich zorgen gingen maken over het been’, aldus de Australiër later in een interview. Doohan is dan al in Bologna waar voorkomen wordt dat zijn been daadwerkelijk afgezet moet worden.

Geloof het of niet, eind augustus is Doohan er al weer bij in Brazilië, maar verliest de wereldtitel op slechts vier punten aan Wayne Rainey. Omdat zijn ‘rembeen’ hem problemen blijft geven, ontwikkelt Brembo samen met Honda een bijzonder achterremsysteem dat we nu kennen als de duimrem. Die wordt door veel coureurs nog steeds gebruikt. Met twee benen en een duimrem wordt Doohan uiteindelijk vijf keer wereldkampioen en is zo één van de grootste uit de wegracegeschiedenis.

Wetenwaardigheid

In 1992 ontsnapte Doohan dus aan een vroegtijdig einde van zijn carrière. Maar in 1999 had hij minder geluk nadat hij tijdens de training voor de Spaanse Grand Prix op Jerez zwaar ten val komt. Ondanks operaties aan pols, schouder en been, blijft Doohan ook dit keer geloven in een terugkeer. Claudio Costa heeft er minder geloof in en vergelijkt het lichaam van de Australiër zelfs met dat van een 70-jarige. Uiteindelijk krijgt Costa helaas gelijk, want na Jerez 1999 rijdt Doohan nooit meer een GP. ‘Ik heb er alles aan gedaan om weer fit te raken, maar zal moeten accepteren dat mijn lichaam geen 500cc-race meer aan kan.’

Kevin Schwantz

TT Circuit Assen
500 Grand Prix
Donderdag 23 juni 1994
Mandeveen
0 dagen revalidatie

Eerlijk is eerlijk, het gaat voor Kevin Schwantz dat jaar al mis voor er ook maar één race gereden is. Tijdens een mountainbike-tocht om precies te zijn. Het resultaat is een gebroken pols en dat als regerend wereldkampioen 500cc. Om het nog erger te maken, komt Doohan – met duimrem – dat jaar echt op stoom en wint vier van de eerste zes races. Schwantz slechts eentje, in Japan. Gelukkig is Assen de volgende en daar rijdt Schwantz altijd bijzonder graag, alleen op donderdag gaat het al snel mis. De Amerikaan crasht en klapt op zijn nog lang niet herstelde pols en loopt naast een breuk ook permanente kraakbeenschade op. Normaal gesproken einde weekeinde, maar Schwantz probeert het op vrijdag toch en rijdt 18 ronden. Op het lange Assen! Dat hij een dag later vijfde wordt, is amper te bevatten. Zelfs voor dokter Costa. Volgens de mooie vertelling knielt hij na afloop van de 500cc Grand Prix op Assen naast Schwantz en spreekt de legendarische woorden: ‘I love you.’ Uiteraard met die fantastische Italiaanse tongval.

Schwantz verliest dat jaar de strijd om de tweede plek met slechts vijf punten, maar zelfs een zege op Assen had hem niet geholpen dat jaar. Doohan wordt namelijk kampioen met 317 punten, waar Schwantz tot 169 komt…

Wetenswaardigheid

De polsblessure van Kevin Schwantz betekent indirect het einde van zijn carrière, maar niet nadat hij alles geprobeerd heeft wat ook maar enigszins denkbaar is. Hij probeert bijvoorbeeld met een speciale, omgebouwde kniebrace de altijd overweldigende pijn in zijn pols weg te nemen en als dat niet werkt laat hij regelmatig het stuur even los om zo het gevoel terug te krijgen in zijn hand. Tijdens races! Maar helemaal niets helpt en het feit dat Doohan niet meer te stoppen is, helpt al helemaal niet waardoor Schwantz in 1995 al snel zijn noodgedwongen afscheid bekend maakt. Enkele jaren later geeft hij ruiterlijk toe dat hij beter naar zijn lichaam had moeten luisteren, maar dan is het al te laat.

Jorge Lorenzo

TT Circuit Assen
MotoGP
Donderdag 27 juni
Hoge Heide
2 dagen revalidatie

Zelden wordt zo overduidelijk dat MotoGP-coureurs ‘niet helemaal honderd zijn’ als in 2013 tijdens de Dutch TT. Op een regenachtig Assen raakt Jorge Lorenzo bij het uitkomen van Meeuwenmeer de witte lijn en gaat met 238 km/u snoeihard onderuit. Hoewel hij keurig uitglijdt – het voordeel van crashen op een echte motorfietscircuit – is direct duidelijk dat zijn linker sleutelbeen de klap niet aan kan. Lorenzo vliegt nog diezelfde dag terug naar Barcelona om op zondag, en dag na de race dus, geopereerd te worden. Dat wordt op initiatief van Lorenzo twee uur in de nacht van donderdag op vrijdag. Als je dan toch geopereerd moet worden, dan maar zo snel mogelijk is zijn opvatting. Doordat er tijdens die operatie een plaatje op de breuk gezet wordt, is de race op zaterdag ineens haalbaar.

‘Onzin’, roept Yamaha en als later duidelijk wordt dat Lorenzo echt onderweg is naar Assen, is dat volgens de perschef om het team te ondersteunen. Iedereen weet direct dat dit de grootst mogelijke onzin is, want Lorenzo komt nooit terug om Valentino Rossi, zijn teamgenoot, te helpen. Op zaterdagmorgen, iets na acht uur, bevestigd Yamaha die gedachtegang. Lorenzo wordt fit verklaar en gaat het proberen in de warming-up. Daarin rijdt hij elf ronden en eindigt als achtste, op amper zeven tienden van de snelste man, teamgenoot Rossi. Startend vanaf de twaalfde plek – dankzij de snelste tijd op donderdagochtend in de eerste, droge vrije training – schrijft Lorenzo geschiedenis door vijfde te worden. Rossi wint de wedstrijd, maar zelfs hij vindt zijn teamgenoot de echte held van het weekeinde. Ja, echt waar.

Wetenswaardigheid

Jorge Lorenzo en Assen, het is altijd een lastige relatie geweest. In 2004 won hij op waanzinnige wijze de 125cc race, maar je moet verder goed zoeken om successen op het TT Circuit te vinden. De beroemde sleutelbeenbreuk en de aanvaringen met Alvaro Bautista en Marco Simoncelli zijn slechts drie van de vele voorbeelden waar het niet goed ging. Of 2017, toen hij op een ronde werd gezet door Rossi. Ai! In 2019 ging het nog een keer mis in de Ruskenhoek en daarbij breekt hij een rugwervel. De val in Ruskenhoek blijkt uiteindelijk beslissend te zijn voor het einde van zijn carrière: ‘Toen ik door het grind rolde en daarna opstond vroeg ik mij af: “Oké Jorge, is dit het allemaal waard?” Ik ben er klaar mee, ik wil niet meer racen.’

BMW K100LT – Marathonmotor

0
BMW K100LT

Een motor met meerdere levens. Zo zou je de BMW K100LT van Gerard van Rijssel het beste kunnen omschrijven. Gekocht, verkocht, teruggekocht, total loss gereden, opgeknapt, zware technische schade en weer opgeknapt. Je ziet het echter allemaal niet af aan de huidige staat van de motor, want die is nagenoeg onberispelijk. Wat eraan vooraf ging zeker niet.

Dat Gerard van Rijssel (51) als achttienjarige op een motorfiets wilde stappen stond vast. ‘Maar dat gebeurde niet. Ik had als brommerrijder een bedenkelijke reputatie opgebouwd, waardoor mijn moeder er als de dood voor was dat ik op een motor zou stappen. En eerlijk gezegd had ik daar nog begrip voor ook. Eerst maar eens mijn autorijbewijs halen. Tot mijn twintigste hield ik dat vol, toen ging ik toch echt op voor mijn motorrijbewijs en kocht mijn eerste motor, een Kawasaki Z550B. Ik werkte bij een motorzaak, wat een goed argument was om motor te rijden. Maar ik reed als een “dolle” met de motor. Veel te hard, veel te wild en onverantwoord. Uit zelfbehoud heb ik de motor toen verkocht.’

Man en motor

NaamGerard van Rijssel
WoonplaatsLisse
Leeftijd51
Beroepfietsmonteur
Rijdt sinds1989
Aangeschaft1996
Nieuwprijscirca €10.900,-
Dagwaardecirca € 500,-
Rijstijlsportief toer
Gebruikwoon-werk en toer
Brandstofverbruik1:18
Olieverbruiknihil
Onderhoudzelf
Bouwjaar1989
Kilometerstand294.984 km

Leven zonder eigen motor hield Gerard een jaartje vol. Met een Yamaha XT125 pakte hij de draad weer op. ‘Een heel bescheiden motortje waarmee ik geen al te gekke dingen kon doen. In de jaren die volgden heb ik ontelbare motoren gehad. Meestal opknappers, waarmee ik dan zelf een tijdje reed totdat er zich een koper meldde. Met de aanschaf van een nieuwe BMW K100RS begon het serieuzere werk. Met deze 16-klepper heb ik in tien maanden tijd 60.000 kilometer gereden. Daarna in twee maanden nog 16.000 kilometer op een andere K100RS met ABS. Allemaal plezierkilometers, want ik woonde vlak bij mijn werk. Een ongeluk in Luxemburg maakt een einde aan het plezier met de RS. Het ongeval was puur eigen schuld. Ik reed te hard door de bocht en m’n achterwiel gleed weg.

In tegenovergestelde richting draaide een camper de bocht in en ik klapte met de achterkant van m’n motor zo’n beetje op z’n voorwiel. Zelf hield ik er gelukkig niet meer dan een kapotte knie aan over.’

In 1996, Gerard werkte nog steeds als monteur bij Rinus Weijers (nu MotoPort Hillegom), kocht hij een BMW K100LT. ‘Deze motor was altijd bij ons in onderhoud geweest. Er stond 130.000 kilometer op de teller en de vorige eigenaar bracht onder andere kerkblaadjes rond. Ik denk dat die motor net zoveel uren stationair op de jiffy heeft staan draaien als ermee is gereden. Ik wist dat er een nieuwe koppeling in zat en dat er verder niets aan die BMW mankeerde.’

BMW K100LT

Teruggekocht

In korte tijd zorgde Gerard ervoor dat de teller van de K100LT de twee ton passeerde. Hoewel nog steeds tevreden over de BMW vond hij de tijd rijp om iets anders aan te schaffen. Bij Weijers, hij werkte daar niet meer want was van de motoren overgestapt op fietsen, ruilde Gerard zijn K100LT in op een mooie Honda Pan-European 1100. ‘Hoewel de Pan door bijna iedereen werd bejubeld, kon ik er mijn draai niet op vinden. Ik vond de zit niet fijn in vergelijking met de zit op mijn vertrouwde K100LT. Na ongeveer driekwart jaar heb ik de Pan particulier verkocht en ben ik teruggegaan naar Weijers om mijn BMW terug te kopen. Die stond nog steeds als “onverkoopbaar” in de winkel. Maar wat wil het toeval, enkele dagen voor mijn bezoek blijkt Weijers mijn oude BMW K100LT aan een opkoper van de hand te hebben gedaan. Jammer maar niet getreurd, er stond een mooie K1100LT in de showroom en die heb ik toen gekocht.’

Suzuki DL650A V-Strom – Marathonmotor

Vanwege huisje-boompje-beestje en het feit dat Gerard steeds meer liefhebberij kreeg in het fietsen raakte het motorrijden wat in de vergetelheid. Hij was zelfs helemaal gestopt met motorrijden. Maar dat hield hij toch maar een jaar vol. ‘Met een Honda Bol d’Or, die olie zoop, heb ik de draad weer opgepakt. Daarna een K75 omgebouwd naar een RT. Die K75 was te langzaam om tijdens tochten mijn motorvriend bij te benen. Daarom kwam er een Triumph Speed Triple. Allemaal leuk en aardig, totdat puur door toeval mijn oog viel op een internetadvertentie waarin een K100LT werd aangeboden. Dat leek wel mijn oude K100LT. Na de kentekencheck wist ik het zeker. Ik ben de motor direct gaan ophalen ook al stond de kilometerteller bijna 100.000 lager dan toen ik hem verkocht. Daar had de opkoper voor gezorgd. Na contact met de vorige eigenaar bleek dat die in elf jaar tijd slechts 20.000 kilometer met de BMW had gereden. Ik heb de teller toen netjes vooruitgezet naar de werkelijke kilometerstand: 230.000.’

Totall loss

Zo keerde in 2011 de oude BMW K100LT weer terug in het motorleven van Van Rijssel. De K75 werd verkocht, de Triumph gehouden. Door een scheiding in 2015 moest de Triumph de laan uit, maar de BMW bleef. In 2017 leek het definitieve einde voor de K100LT een feit. Gerard: ‘Op de A7 stond plotseling een auto midden op de rijbaan stil, terwijl alle auto’s om hem heen in beweging waren. Ik zag het te laat en knalde achter op de stationwagon. Mijn vriendin en ik vlogen over de auto. Ik mankeerde wonderwel nagenoeg niks, maar bij mijn vriendin was de impact van de klap groter. Ze heeft daar nu nog steeds last van. Van de BMW was niet veel meer over dan een hoop schroot. Het ambulancepersoneel schrok zit rot. “Meestal komt er na zo’n ongeval een andere auto om je op te halen”, was de opmerking van een van hen.

BMW K100LT

Van de motor was werkelijk niks meer heel, maar het frame was ondanks de klap niet krom. Met wat kunst- en vliegwerk kreeg ik later ook het blok nog aan het lopen. Ik ben door menigeen voor gek verklaard dat ik de BMW ben gaan opknappen. Maar ik zag het als een leuk hobbyproject. Tweedehands onderdelen zijn overal te krijgen. In juni gebeurde het ongeluk, in oktober reed de motor weer. Ik had een identieke K100LT gevonden. Nadat ik daar het meeste van af had gesloopt, bleef er nog een RS over. In het voorjaar van 2018 was ik op de Duitse autobaan met de K100LT onderweg toen met een enorme klap een deel van de versnellingsbak door het carter vloog.

Door snel de koppeling in te knijpen ben ik niet onderuit gegaan. De vijfde versnelling, de versnelling waarin ik reed toen het eerdere ongeval gebeurde, was stuk. Mogelijk ten gevolge van toen opgelopen haarscheurtjes was het tandwiel uit elkaar geklapt. Weer volgde, samen met een vriend, een paar maanden sleutelwerk. Economisch was de motor weer total loss maar ja…’

Een jaar later volgde er nog een ‘herinnering’ aan de klap achter op de auto. Bij een oliewissel werden stukjes klinknagel in het oliefilter aangetroffen wat wees op een kapotte tussenas. Weer moest alles uit elkaar. Gerard: ‘Achteraf eigen schuld, die tussenas hadden we meteen bij de bakwissel moeten vervangen. Maar na alle ellende loopt de K100LT nu weer als een zonnetje en komt de teller al aardig in de buurt van de drie ton. Omdat ik al het reparatiewerk zelf heb gedaan, soms samen met een vriend die alles van BMW’s weet, zijn de kosten binnen de perken gebleven. Maar als ik de uren ga tellen is het natuurlijk een ander verhaal. Dus doe ik dat ook niet. Ik zie het als een uit de hand gelopen hobby, al hoop ik wel dat het de komende jaren bij de BMW meer om rijden dan om sleutelen zal gaan.’

BMW K100LT op de burg

Om er achter te komen of al het opknapwerk aan zijn BMW K100LT niet tot het op de weg houden van een motorwrak heef geleid, meldt Gerard van Rijssel zich bij MotorNL-expert Van Sleeuwen voor deze Marathonmotoraflevering. Voor een motor van deze leeftijd (31 jaar) en zo’n hoge kilometerstand ziet de K100LT er nog heel fris uit. Waarbij aangetekend moet worden dat bijna alles, behalve het frame en het blok, na het ongeval is vervangen. Wel allemaal gebruikte onderdelen, maar toch. Van Sleeuwen is benieuwd. Functioneert na zoveel onheil alles echt nog zoals het moet functioneren? Na zijn gebruikelijk proefrit komt Van Sleeuwen met de mededeling dat hij al rijdende niets afwijkends heeft kunnen constateren. ‘Hij rijdt zoals je dat van een 31 jaar oude K100LT mag verwachten. Niet spectaculair, maar gewoon degelijk. En het blok loopt geruisloos.’

BMW K100LT

Op de brug wordt de BMW eens goed van alle kanten bekeken. Hoewel bijna alles wat los en vast zit aan deze BMW na het ongeval is vervangen, ziet de K100LT er niet uit als een bijeengeraapt zooitje. Sterker nog: als je de geschiedenis van deze motor niet zou kennen zou het je niet eens zijn opgevallen wat de motor heeft meegemaakt. Maar als je goed kijkt, de voorvork met stabilisator is niet van een LT maar van een RS en het cardanhuis is van een later bouwjaar, waardoor zwart in plaats van grijs. En zo zijn er links er rechts nog wel meer details te vinden.

De remschijven, voor twee keer vervangen, van de K100LT zijn goed. De originele remleidingen hebben na het ongeval plaatsgemaakt voor staalommantelde leidingen. Het balhoofdlager staat aan de strakke kant afgesteld, maar is niet versleten. Wel eerder al eens vervangen. Niet gek als je ermee achter op een auto bent geklapt. Al het kuipwerk en de tank, afkomstig van een donormotor, zien er netjes uit. Roest op het frame of bij diverse boutjes is er niet. De uitlaat, wonderwel nog steeds de originele, is niet meer moeders mooiste maar nog wel goed.

Kawasaki 1400GTR – Marathonmotor

Het speciale zadel op de BMW is van Corbin. Het dashboard, uiteraard ook geheel vervangen, toont netjes de echte kilometerstand. Niet terug maar vooruit gedraaid! De laadspanning, elektrische problemen heeft deze BMW nooit gekend, is in orde. Puur voor de vorm wordt tenslotte nog even de compressie gemeten. In orde, wat bij een zo mooi lopend motorblok ook niet anders werd verwacht. Resumerend, de BMW K100LT is even schroot geweest, maar is er uiteindelijk beter van geworden. Van Rijssel: ‘Het is mijn bedoeling om deze motor naar de vier ton te rijden’.

Merkenclub

De website Klubzuid.nl is een ontmoetingsplaats voor bezitters van de BMW K-modellen. Het organiseren van uiteenlopende evenementen behoort tot de kerntaken van BMW Klub-zuid. Voor meer technisch gerelateerde vraagstukken kan de Engelstalige www.K100-forum.com of de Nederlandse www.bmwk.nl uitkomst bieden.

Reparaties en problemen met de BMW K100LT

  • 100.000 km              remschijven voor vervangen
  • 125.000 km              koppeling vervangen
  • 130.000 km              cardan vervangen
  • 200.000 km              remschijven voor en schijf achter vervangen
  • 270.000 km              koppeling preventief vervangen
  • 275.000 km              revisie versnellingsbak
  • 276.000 km              Hall-gever vervangen
  • +280.000 km            nokkenaskettinggeleider vervangen
  • 285.000 km              tussenas vervangen

Richtprijzen bij motorzaak

Af en toe worden er bij motorzaken nog wel K100LT’s aangeboden. De prijs ligt rond de 1.200 euro. Voor een RS of een RT wordt al gauw het dubbele gevraagd. Het merendeel heeft 100.000 kilometer of meer achter de kiezen, maar dat is voor een K100 geen probleem.

BMW K100LT: goed om te weten

De K100’s van BMW zijn kilometervreters. Twee keer verscheen er een K100 in deze rubriek met een half miljoen kilometers op de teller. De K100 in dit verhaal komt in de buurt van de drie ton.

In 1983 verscheen de BMW K100 op het toneel en werd in datzelfde jaar door de lezers van MOTO73 uitgeroepen tot Motorfiets van het Jaar. De K100 is de basisversie van BMW’s eerste viercilinder. De K100 kreeg later nog familie in de vorm van de K100LT (zoals in dit verhaal), K100RS, de K100RS 16-klepper en de K100RT. De K100’s konden met of zonder ABS worden geleverd.

De K100 was van meet af aan een groot succes. Het nieuwe model werd overal geprezen. Ook al was de motor 25 jaar geleden zeker niet goedkoop te noemen (omgerekend bijna € 7.500,-), de motoren gingen als warme broodjes over de toonbank. Met de K100 deed BMW bewust niet mee met de door de Japanners ontketende pk-wedloop. Met de boxer-twins zat BMW 25 jaar geleden op dood spoor. De nieuwe viercilinder gaf het Duitse merk meer aanzien en grotere omzetten. Van deze opleving profiteerden later ook de boxermotoren die hun populariteit terug wisten te winnen. Dat laatste vooral vanwege de GS.

Hoewel de K100-modellen zich bewezen hebben als betrouwbare motoren (samen met de K75 misschien wel de beste BMW’s die er ooit zijn gemaakt), uit de bedragen die nu nog worden gevraagd voor K100-occasions valt dat niet op te maken. De K100 is niet meer in de mode, de boxers zijn dat wel. Het kan verkeren. De K100-serie werd opgevolgd door de K1100.

Pluspunten BMW K100LT

Betrouwbaarheid

Minpunten BMW K100LT

Remmen

BMW: ‘Cross-over slokt het sporttoer segment op.’

0

Overal ter wereld vallen motorrijders voor de comfortabele, rechtop-zithouding van ‘Adventure’ motorfietsen en Cross-overs. En het afgelopen decennium hebben we ergens een kantelpunt bereikt. Sport- en sporttoer motoren verdwijnen langzaam van het toneel. Het leunen op de polsen, zo kenmerkend het sport- en sporttoer segment, stuit meer en meer motorrijders tegen de borst. Riser-kits op Honda VFR’s, Yamaha FJR 1300’s, etc. kunnen de vermoeidheid niet voldoende meer compenseren. De toekomst is toch echt aan de avontuurlijke motorfiets én de cross-over.

BMW S 1000 XR.

Sporttoer: Wind op de borst

Sportieve motorrijders krijg je niet achter een groot windscherm. Die willen de rijwind voelen om druk op de torso te houden. Bovendien zijn het in essentie geen toerrijders, maar sportieve rijders. Over de stuureigenschappen van adventures zijn lovende pagina’s volgeschreven en cross-overs doen er niet voor onder. Dat heeft voor menig sportrijder de doorslag gegeven. Minder belasting van de polsen betekent meer comfort tijdens het rijden. BMW heeft meerdere van dergelijke modellen in de line-up staan, waarvan twee cross-overs. De F900XR en de S1000XR combineren een adventure-ergonomie met een sportieve geometrie én de velgmaat aan de achterkant is 17″.

BMW heeft meerdere modellen

Volgens Dorit Mangold, projectmanager van de BMW F-serie, vervangen de crossovers het segment van de sporttourfietsen. Op de Italiaanse site Motociclismo werd hij onder andere hierover geïnterviewd: ‘De motormarkt heeft zich de laatste jaren in een andere richting ontwikkeld. Het sporttoer-segment is gekrompen en opgeslokt door het crossover-segment. Wie vandaag de dag sportief wil toeren, kiest voor een motor met een sportieve frame-geometrie, maar ook voor een meer comfortabele en ontspannen houding. Dat hebben we te danken aan de adventure-wereld. Daarom hebben wij de BMW F 900 XR en de S 1000 XR.’

BMW F 900 XR.

Natuurlijk is BMW niet de enige. Kawasaki heeft bijvoorbeeld de Versys-lijn. Deze modellen hebben ook 17″ achterwielen. Ook zijn er al veel motorrijders die sport-toeren op motoren met een 19″ voor en een 17″ wiel achter. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er steeds meer sporttoer- en zelfs supersport-banden (zoals de M9 RR van Metzeler) aangeboden worden met een 19″-optie voor.

KTM 790 Adventure: 19″voor en 17″ achter.

Terugkijkend kun je stellen dat de voorovergebogen zitpositie van de sporttoer een overblijfsel is van de fascinatie voor sportmotoren. Dat segment was tot 2010 nog populair, maar verloor het afgelopen decennium gaandeweg terrein. In het kielzog werd de sporttoer meegenomen.

BMW F 900 XR.

Yamaha FZ-X: patentaanvraag voor kleine cross-over

0
De render van de Yamaha FZ-X is ontsproten uit het brein van designer Yogi Sejwal.

Yamaha springt in de strijd van de kleine en middelgrote cross-over motorfietsen door een patent aan te vragen voor een nieuw model: de Yamaha FZ-X. Deze nieuwkomer zou een spin-off kunnen zijn op basis van de Yamaha FZ 250. Het is niet ondenkbaar dat een model van dit type ook naar Europa kan komen, waar het uitgangspunt de Yamaha MT-03 zou kunnen zijn.

In India zijn cross-overs in trek

Kleine en middelgrote cross-overs hebben de afgelopen jaren een groot marktaandeel verworven, vooral – maar niet alleen – in India en Azië. Neem de Royal Enfield Himalayan, Hero Motocorp Xpulse 200 en de KTM 250/390 Adventure. Ze konden rekenen op veel positieve reacties en dat is misschien de katalysator geweest voor andere fabrikanten. Yamaha bijvoorbeeld. Daar zitten ze ook niet op hun handen, verre van dat zelfs. In India heeft Yamaha onlangs een copyrightaanvraag ingediend voor de naam Yamaha FZ-X.

Zwaar op de schop

Het acroniem zou de naam kunnen zijn voor een lichte cross-over op basis van het platform van de FZ en FZS-25. Dat zijn twee lichte ééncilinders met een inhoud van 249cc. Voor je van een cross-over kunt spreken, gaan deze modellen natuurlijk zwaar op de schop. Zowel het ontwerp en de geometrie als een deel van de standaarduitrusting moet veranderen. Onvermijdelijk is ook dat het chassis wordt herzien om deze beter geschikt te maken voor off-road gebruik.

De basis is de Yamaha MT-03

De luchtgekoelde 249cc-eencilinder levert 20,6 pk en 20 Nm koppel en de 5-versnellingsbak, die al op de FZ25 zit, zou onveranderd kunnen blijven op de eerste versnelling na. Die moet misschien wat korter gemaakt worden.

Al met al lijkt de Yamaha FZ-X weinig werk op te leveren voor het Japanse merk. Daarmee heeft het in korte tijd een fijne cross-over in het gamma die kan wedijveren met de Himalayan en de Adventure. Maar… de moeite die Yamaha in het project zal steken, komt geheel op conto van de Indiase markt. Dan rijst ook de vraag: en Europa dan? Als je de lijn doortrekt, is het te verdedigen dat er rond de 321cc-twin van de MT-03 een soortgelijke cross-over wordt gebouwd. Die kan dan de concurrentie aan met de in Europa succesvolle Royal Enfield Himalayan en KTM 390 Adventure.

Meer werk van Yogi Sejwal Design, check zijn Insta-pagina

Het verhaal achter het Amerikaans motormerk Penton

0
Penton

John Penton was een befaamde Amerikaanse offroadrijder in de jaren vijftig en zestig. Hij reed op 175cc-NSU’s en 250cc-BMW’s uit zijn dealerschap. Het was echter de doorontwikkeling van door hem geïmporteerde KTM’s onder de naam Penton die de familienaam een plek gaf in de Amerikaanse motorgeschiedenis.

Penton werd in 1966 vanuit Ohio distributeur voor Husqvarna voor het oosten van de Verenigde Staten. Zoon Jack Penton vertelt: ‘Edison Dye had de importeursrechten voor de gehele Verenigde Staten, maar mijn vader John tekende een subcontract met Edison voor het distributeurschap. Maar voor we daar verder op ingaan, zal ik eerst even wat meer vertellen over de racegeschiedenis van mijn vader. Mijn vader begon ooit op een oude Harley, maar dat werkte niet voor hem. Hij reed nog wat BSA’s en had toen de kans om op een 175cc-NSU te rijden.’

‘NSU deed niet veel aan de blokken in de offroad’, gaat Jack Penton verder. ‘Vermogen was minder belangrijk in de modder dan betrouwbaarheid van het blok en het heel blijven van het rijwielgedeelte. Twee heel belangrijke dingen voor ons waren de hoge luchtinlaat van de NSU en het betrouwbare blok dat liep als een Zwitsers uurwerk. In de bossen doet vermogen er nauwelijks toe, daar komt het aan op betrouwbaarheid en manoeuvreerbaarheid. Daarom reed hij geen 250. Maar toen NSU stopte met het maken van motorfietsen, moest hij wel op een ander merk overstappen.’

Het was aan de oostkust van Amerika een heel andere wereld dan aan de westkust waar vermogen normaliter boven alles ging, hetgeen het concept van de ‘desert sled’ verklaart. Jack: ‘Het is echt wezenlijk anders om zo’n ding door de woestijn of een berg op te jagen. Hier deden we alles in de diepe blubber of over glibberige rotsen en mossige boomstammen. Vermogen was simpelweg niet relevant, hinderlijk zelfs.’

Penton
Denny Vandecar op zijn Penton 172 rijdt op het Manx-strand.

In 1962 was John Penton in Europa geweest voor de International Six Days Trials (ISDT ofwel de Zesdaagse) met zijn BMW en maakte daar kennis met allerlei exotische offroadmotorfietsen. Hij zag Zündapps, Gilera’s en nog meer Italiaans, Zweeds en Duits moois. Het gaf hem een goed idee wat er met offroadmachines gedaan kon worden. Er waren machines van 50 cc, 100 cc, 125 cc, 175 cc en daarboven de zware motoren. Op een lastig, rotsachtig en glibberig stuk naar beneden was een 50 cc meestal onverslaanbaar. Jack: ‘Het ging om manoeuvreerbaarheid en met die mentaliteit zouden uiteindelijk al onze motoren gebouwd worden.’

Toeval

Je zult je afvragen waarom de 250cc-Husqvarna uit 1966 niet licht en duurzaam genoeg was voor John Penton, gezien het feit dat hij met zowel zijn distributeurschap als zijn dealerschap een stevige stok achter de deur had. Jack: ‘De 250 en 350 waren perfect voor waar ze voor gemaakt waren, maar Husqvarna was geen enduromerk, het was een motorcrossmerk. We realiseerden ons dat er een heel legioen aan rijders op lichte motorfietsen was en een 125 was perfect geweest voor Husqvarna. Twee derde van de offroadmotoren werd gereden buiten de westkust onder omstandigheden verre van die van Californië. Maar volgens Husqvarna was groter beter en kon je nooit genoeg pk’s hebben.’

Het was een toevallige ontmoeting die een enorme impact zou hebben op het leven en de carrière van John Penton. Jack: ‘Er was een man uit het Oostenrijkse Mattighofen, Fritz Dengel, die in Cleveland, Ohio een importbedrijf had in voedsel en kaas. Omdat hij uit Mattighofen kwam, was hij wel bekend met het daar gevestigde KTM. KTM maakte in die tijd een 100cc-straatmodel, de Comet met een Sachs-blok. Dengel importeerde in 1967 een container vol van die dingen, zo’n honderd stuks. Van Cleveland reed hij naar Amherst, eveneens in Ohio, liet mijn vader zo’n KTM zien en vroeg hem of zoiets aan de man te brengen was. Ik was twaalf jaar oud en reed die KTM door ruig terrein, waarbij de voorkant afbrak. We keken ernaar en zeiden: “Dit is niet waar we naar op zoek zijn”.’

Penton
Jack Penton, Bud Ekins and George Steck.

‘Tegelijkertijd kreeg mijn vader het niet voor elkaar om Husqvarna te bewegen een lichter model te maken en dus nam hij via Fritz Dengel contact op met KTM. Hij ging naar de fabriek om te spreken met de heer Erich Trunkenpolz over het bouwen van enkele wedstrijdmotoren te praten. Daar zag Trunkenpolz weinig in, omdat het Fritz Dengel al niet lukte om de Comet aan de man te brengen en hij zag het hele offroad-gebeuren niet echt zitten met mijn vader.’

Onder in de indruk

In die tijd waren de Husqvarna-rijders kind aan huis bij Penton en het kostte hem niet veel moeite om toprijder Torsten Hallman mee te krijgen naar de KTM-fabriek. Daar was Trunkenpolz dusdanig van onder de indruk, dat hij een cheque uitschreef voor 6.000 dollar om tien prototypen te maken. Dat zou het begin zijn van een vruchtbare samenwerking.

‘Eerst kregen we één motorfiets van het model dat ze gingen produceren. We keken ernaar, reden ermee en stuurden hem vervolgens terug zoals wij ’m goed vonden. Daarna kregen we tien motoren met luchtvracht toegestuurd in maart 1968. Die eerste 125cc-motoren arriveerden onder de naam Penton vanuit Oostenrijk. Ze werden ontkrat en binnen vijf dagen reden ze mee in de Stone Mountain National Enduro in Georgia en wonnen in hun klasse.’

‘Vaders bedrijfsplan was simpel: hij was ook dealer van Honda en BSA en kende al zijn collega-dealers goed. Hij stopte zoveel mogelijk Pentons in een busje en dropte ze bij al zijn favoriete dealers met de mededeling: “Hier, nu ben je een Penton-dealer”. Er waren genoeg dealers die zoiets als de Penton zochten.’

‘De eerste Pentons waren gebaseerd op het ontwerp dat KTM al voor op straat had. Met het Sachs-blok, had je een dubbel wiegframe nodig. De eerste serie motorblokken met gietijzeren cilinders waren niet echt competitieblokken, maar vervolgens ontwikkelden ze aluminium cilinders voor de B-, C- en D-blokken die meer toegespitst waren voor wedstrijdgebruik.’

Innovatie

‘Wat de samenwerking tussen KTM en Penton uiteindelijk heeft opgeleverd voor offroadrijden is het feit dat er een compleet nieuw proces werd opgestart voor motorfietsproductie wereldwijd. Er werden slechts enkele wedstrijdmotoren gebouwd door kleine fabrikanten zoals Husqvarna, maar er waren veel fabrikanten. Zoals Yamaha met de DT-1, die offroadmotoren wel meenamen in hun productielijnen. De ontwikkeling daarvan verliep uiterst traag.’

‘Toen wij startten, was dat met het doel de beste motorfiets te maken naar de mogelijkheden die we hadden. We konden direct veranderingen aanbrengen als er nieuwe inzichten, producten of technieken beschikbaar waren.’

‘Mijn vader ging naar Indiana en vond daar een bedrijf dat alumina velgen perste voor rolstoelen. Ze waren oerdegelijk, dus we vroegen ze ook velgen voor ons te produceren. Als we iets vonden dat een verbetering leek, gingen we naar de fabrikant en vroegen daar om onderdelen voor ons te maken.’

Geschiedenis van het merk Bell Helmets

‘De eerste Pentons hadden geen voorvorkaanslag op het frame, maar op het balhoofd. Bij veel van die exemplaren zie je nog steeds deuken in de tank van het moment dat die aanslagnokken afbraken. We lasten buizen op het frame en stuurden met de post foto’s naar de fabriek, zodat ze die wijziging direct op de nog te produceren exemplaren konden doorvoeren, die in de volgende container zouden arriveren. Zo verliep het ook met de achternaven, die van vier naar zes bouten evolueerden.’

‘Door zijn goede ervaringen met de NSU wilde mijn vader altijd een hoge luchtinlaat. Toen we met ons eerste model kwamen, nam hij een Husqvarna-luchtfilter en vervaardigde een snorkel omhoog naar het frame. We realiseerden ons dat een hoge luchtinlaat in sommige gevallen de luchtinlaat beperkte, dus voor de motorcrossvariant besloten we voor een laag luchtfilter te gaan, omdat in die motoren het vermogen maximaal moest zijn. Maar toen KTM later hun eigen motorblokken gingen maken, gaf dat ons de mogelijkheid een hoge luchtinlaat te realiseren met een goede doorstroming. In het begin hadden we beide motoren, dus met hoge en lage inlaat. Maar motorcross in het oosten van Amerika is niet zozeer stoffig, maar vooral echt heel smerig en zeker als je het hele jaar doorreed, wilde je sowieso echt wel een hoge luchtinlaat om te voorkomen dat je luchtfilter verstopt raakte.’

Protoypen

‘KTM gebruikte zelden onderdelen die wij ze toestuurden, ze lieten over het algemeen de prototypen die we ze toestuurden produceren door andere bedrijven in Europa. De opklapbare schakelpook was het resultaat van de oplossing die mijn broertje bedacht toen hij zijn schakelpook verboog en de Sachs-versnellingsbak onbruikbaar maakte. Hij nam een kickstarter en laste het scharnierende deel daarvan aan de schakelpook. Als hij nu in een geul reed, knikte de pook simpelweg naar achteren zonder te verbuigen of af te breken. Mijn oom Ted was een werktuigbouwkundige, hij wond er een veer voor en maakte het prototype.’

Tot op dat moment had alles in het teken gestaan van productiecompromissen, waarmee KTM-straatmotoren werden omgetoverd tot iets waar ze nooit voor bedoeld waren. Dat zou veranderen in 1971/’72 met de komst van wat het chroommolybdeen model werd genoemd. Wat bijna niemand buiten de familie Penton wist, was dat KTM een motorfiets had waarvan John Penton – al sinds hij in 1967 met die motorfiets had kennisgemaakt – wilde dat die in productie zou gaan.

‘Hoewel KTM geen offroad in productie had, hadden ze om promotionele redenen wel een team voor de Internationale Zesdaagse. Op de ontwikkelingsafdeling werkte Siegfried ‘Siggy’ Stulberger, die met de hand enduromotoren bouwde voor het KTM-team. We kregen zo’n 75cc-machine in handen en het ding was echt geweldig! Hij stuurde echt ontzettend goed en hoewel hij in de 100cc-klasse ondergeschikt leek, maakte het verschil in cc’s absoluut niets uit. De Pentons die we van 1968 tot in 1970 verkochten leken in de verste verte niet op die motor…’

Penton
Een welwillende marshall stopt de routekaart weer terug in Stan Rubottom’s borstzak.

‘Daarna echter, gingen we naar de machine met chroommolybdeen framebuizen en een tank en zijkappen van glasvezel. Die motorfiets was wel zoals Siggy’s design uit 1967. Het duurde lang voor we een motorfiets hadden exact zoals die met de hand gebouwde wedstrijdmotor van KTM, maar toen we ’m in 1971 eindelijk hadden, was het de motorfiets die iedereen wilde hebben. Ze versloegen alles en iedereen. Hij was exact zoals we ’m altijd voor ogen hadden gehad.’

Jackpiner

Tegelijkertijd arriveerde ook de 175cc-Jackpiner, de eerste Penton met een KTM-blok. Aan deze motorfiets kleeft weer een heel eigen verhaal. Jack: ‘De blauwe Jackpiner 175 kwam begin 1971. In dat jaar hadden ze nog zwarte blokken. Omdat in Europa een fabrikant niet voor vol werd aangezien als ze niet zelf een motorblok bouwden. Toen ze eenmaal wisten dat er een goede markt voor offroads was, werd een eigen blok ontworpen. Sachs was begonnen met het produceren van raceblokken met alumina cilinders en die 175cc-Sachs-blokken hebben we wel gebruikt in enkele testmotoren, maar KTM wist het voor elkaar te krijgen met hun eigen 175cc-blok te komen. Ze hadden in 1970 een prototypeblok en het ingegoten logo aan de zijkant had de KTM ovaal met daarboven “Penton”.’

‘Toen we onze motoren verbeterd hadden en de chroommolybdeen machine uitkwam, werden de Japanse fabrikanten gedwongen hun offroadmotoren jaarlijks aan te passen. Daardoor zat er ineens een ongekende vaart in de ontwikkeling en we hopen dat dit door ons toedoen is gekomen. Dat wij fabrikanten hebben gedwongen om de ontwikkeling op de schroeven. Ze kochten onze motoren en verscheepten ze naar Japan.’

De Pentons waren heer en meester in zowel enduro als motorcross en de Japanse motoren waren in vergelijking hopeloos. En voor Europese merken als Husqvarna en CZ gold dat ze de lichte modellen serieus gingen nemen en in 1972 met 125cc-modellen kwamen die teveel wogen en niet competitief waren. Jack: ‘De Husqvarna was waardeloos, omdat ze ’m hadden gebaseerd op hun 250.’

Dag des oordeels

De dag des oordeels kwam in 1973/’74 toen Honda – altijd verknocht aan de viertakt – de markt bestormde met tweetakt-crossers. De Honda Elsinore maakte alles wat in de 125cc-motorcross reed in één klap ondergeschikt, verouderd en overbodig. Jack: ‘Honda had net zoveel moeite in de 125 Elsinore gestoken als in hun 250 en we waren absoluut niet in de positie om binnen de motorcross competitie te bieden aan zo’n grote partij, maar onze kracht en die van KTM lag in de offroadmotoren voor de enduromarkt. Gelukkig kwam de 175 uit en daarna de 250 en die waren zo goed dat we als bedrijf gelukkig weinig te lijden hadden van Honda’s Elsinore.’

In 1974 won KTM-rijder Guennady Moiseev het 250cc-wereldkampioenschap, mede dankzij een staaltje typisch Russisch gedrag waarbij de Russische rijders bewust CZ’s titelkandidaat Jaroslav Falta de baan afreden. Ondanks de doemverhalen, bewezen de KTM 250’s dat ze niet ondergeschikt waren aan de rest van het veld en Moiseev boekte heel constante topresultaten. Het spoorde KTM aan om een machine te bouwen voor de 500cc-klasse. Jack: ‘Toen KTM besloot om de KTM 400 te produceren, was het de 125 die daar onder leed. De 125 was toe aan een compleet nieuw ontwerp en omdat KTM geen grote ontwikkelingsafdeling had en geen onbeperkt budget, ging de aandacht naar de nieuwe 400.’

Techniek – De geschiedenis van de voorvork

In 1975 werd de situatie met de 125 dermate nijpend, dat John Penton en Erich Trunkenpolz in verhitte discussies terechtkwamen. ‘Er waren exemplaren waar we Hiro-blokken inbouwden, een mooi modern luchtgekoeld 125cc-blok dat net op het moment kwam dat het met Sachs minder ging. KTM had zowel een 175cc- als een 250cc-blok gebouwd, maar ze hadden nog geen eigen 125 cc. Je kon niet zomaar een kleinere cilinder op de 175 zetten, omdat het blok te zwaar was en de versnellingsbakverhoudingen niet klopten voor een moderne 125. Om competitief te blijven en dus motoren te verkopen, vervingen we de Sachs-blokken dus door Hiro’s, totdat KTM in 1976 met een eigen 125-blok kwam.’

Maar in 1977 viel toch het doek voor Penton Motorcycles. ‘Het lag voor het overgrote deel niet aan slecht zakendoen en de motoren waren nog steeds competitief. Maar toen mijn vader in 1968 de motoren begon te importeren, was een dollar nog 32 Oostenrijkse shilling waard. In 1977 kreeg je er nog maar 16 shilling voor en het kon voor ons niet meer uit die machines te verkopen, er zat geen winst meer in. We richtten ons uiteindelijk op Hi-Pont-motorlaarzen, Hi-Point-aanhangers en Hi-Pont-banden.’

Penton
Het weer tijdens de Manx ISDT is lang niet altijd zo stralend.

Meeste impact

Wat was, terugkijkend, nou de motorfiets die de meeste impact had in de Penton-geschiedenis? ‘Dat was die 125cc-Zesdaagse-motorfiets met chroommolybdeen frame’, zegt Jack. ‘Dat is van waaruit we evolueerden van de eerste machines tot de motoren zoals wij ze altijd al voor ogen hadden gehad. Voor het merk zelf waren de 175 en de supersterke 250 belangrijke modellen in onze geschiedenis. Ik heb nog een 175 met chroommolybdeen frame en het beste Sachs D-raceblok erin en de 250 was mijn favoriet, dus ik heb mijn laatste 250 ook bewaard.’

Geen Jackpiner dus? Jack kijkt bedenkelijk. ‘Veel van mijn beste wedstrijden heb ik allemaal met de Jackpiner gereden… Weet je wat, ik moet er eentje hebben!’

Penton
Eric Jensen van Penton USA met in zijn kielzog Pietro Miccheli van KTM Italië, terwijl zij het straatgedeelte oprijden in de Manx ISDT.

Dakar 2021 op je telefoon als augmented reality

0

Op 3 januari 2021 begint de Dakar Rally. En mochten je plannen om af te reizen naar dit evenement door Corona gedwarsboomd zijn is er een verrassing. Dankzij de inspanningen van de app-ontwikkelaars van tabUI kun je Dakar 2021 als Augmented Reality (AR) ervaren vanuit het comfort en de veiligheid van elke plek waar je geschikte apparaat werkt.

TabUI is oorspronkelijk ontwikkeld om toeristen aan te moedigen om alles wat de regio Piemonte in Noord-Italië te bieden heeft te verkennen. Maar, zoals TabUI CEO Giorgio Proglio uitlegt, is het aanbieden van een Dakar-ervaring een geweldige manier om de app te promoten. En ook om een potentieel groot publiek te bereiken.

Dakar 2021: de geheimen van de 43e editie

Coureur uit Piemonte

Dakar 2021-deelnemer Cesare Zacchetti, een coureur uit Piemonte, zorgt tijdens Dakar voor de ride-along in AR. De tabUI-app is beschikbaar voor zowel Android als iOS apparaten en is gratis te downloaden. Houd er wel rekening mee dat de gebruikersinterface in het Italiaans is. Het navigeren naar de Dakar-evenementenlijst is echter vrij eenvoudig, zelfs als je de taal niet meester bent.

De route voor de Dakar-rally van 2021 is 7.646 kilometer, verdeeld over 12 etappes. Cesare Zacchetti zal naast het verzorgen van de ride-along ook vragen beantwoorden van tabUI-gebruikers. Het plan is dat hij de meest relevante zal beantwoorden in video’s, die later tijdens het evenement worden gepost. Je kunt Zachetti trouwens ook volgen op zijn Facebook-pagina.

Dakar 2021 in gevaar: Saoedi-Arabië sluit grenzen

Gerucht: Een nieuw Honda V4 motorblok in 2023?

0
Honda V4 2023

De Spaanse website Soymotero meldt een onbevestigd gerucht over een nieuw Honda V4 motorblok in 2023 als opvolger van de VFR.

De Honda VFR 800 F is een van die modellen waarvan we niet kunnen voorstellen dat ze ooit ophouden te bestaan. De oorsprong gaat terug tot 1985 met de VFR 750 F: 16 inch voorwiel, witte kleurstelling en verfijnde verhoudingen in de versnellingsbak. Het was een model dat met nieuwe technische oplossingen kwam en die knipoogde naar de racerij. Maar het was geen supersport. Eerder werd een replica van de RVF750 verwacht, maar daar is het nooit van gekomen. Honda bleef vasthouden aan het concept ‘high-performance sporttoer’. In de loop der jaren veranderde het karakter van de VFR naar een comfortabele, elegante sportieve toermotor, die steeds verder van het circuit kwam te staan.

Definitieve necrologie?

Maar het is tijd om de necrologie van de Honda VFR te schrijven. Het VFR-motorplatform, inclusief Crossrunner, is niet aangepast aan de Euro 5-normen. De motor zal in 2021 nog steeds te koop zijn binnen de grenzen van de EU-wetgeving, maar er zullen geen substantiële wijzigingen meer worden aangebracht. Met het verdwijnen van de Honda VFR 800 F lopen we het risico een motor te verliezen die zowel qua techniek en verschijning motorgeschiedenis heeft geschreven. De Honda VFR 800 F is een referentiemodel. Maar dat blijkt niet meer uit de huidige verkoopresultaten. Het segment heeft zijn populariteit verloren en wordt beconcurreert door crossovers als de BMW S1000XR en de Ducati Multistrada V4. Met het verdwijnen van de VFR 800 verdwijnt de V4 (de RC231 V-S telt niet echt mee) uit het Honda-menu, voor het eerst sinds 1982.

Gerucht houdt aan: Honda V4 sportmotor voor 2021

Of niet? De Spaanse website Soymotero publiceert het gerucht dat Honda werkt aan een nieuw V4 motorblok voor 2023. Die moet in dat jaar gepresenteerd worden, misschien wel opnieuw als VFR? De geruchten worden door Honda niet bevestigd, maar we stellen ons graag een vernieuwde VFR voor. De inhoud gaat terug naar 1000 cc, met een vermogen die in lijn ligt met de meest agressieve crossovers waarmee hij moet gaan concurreren. En hoe de motor eruit gaat zien? Geen idee, als het maar recht doet aan de schitterende modellen uit de jaren ’90.

V4 is Honda-kenmerk

De architectuur van het V4-blok is al jaren een kenmerk van Honda. De historische NR had ovale zuigers en een V4-blok, de MotoGP-motor waarmee Honda vanaf Valentino Rossi vele wereldtitels heeft behaald heeft een V4, de prachtige NXR (weliswaar een tweecilinder), die in Dakar de overwinning behaalde, heeft een V-vormig blok.

Het nieuws van een nieuwe V4 zou ook kunnen voortkomen uit geloof en hoop. Motorrijders kunnen zich geen motorwereld voorstellen zonder een V4 van Honda. Maar Honda is geen filantroop, op het hoofdkantoor in Tokyo zitten ook rekenmeesters die concepten inschalen op kansrijk of kansloos. Met andere woorden: hoeveel motorrijders zijn er in de markt voor een motor met een verfijnde architectuur – die je ook als duur kunt bestempelen? Maar Honda is Honda en we zouden niet verbaasd zijn als op de volgende EICMA, die hopelijk in 2021 wel door mag gaan, een concept of prototype staat met een nieuw V-blok.

Jorge Lorenzo in Spaanse ‘The Masked Singer’

0

Pakt Jorge Lorenzo na de MotoGP nu een zangcarrière op? Hij doet er in ieder geval een gooi naar. Drievoudig MotoGP-wereldkampioen Jorge Lorenzo nam namelijk deel aan de Spaanse versie van The Masked Singer en haalde zelfs de finale.

Nadat Lorenzo zijn actieve MotoGP-carrière had beëindigd, bleef hij bij Yamaha als testrijder. Door Corona had hij niet zoveel te doen en ook van de geplande wildcard-optredens bij de wedstrijden kwam niets terecht. En zijn baan als Yamaha-testrijder werd overgenomen door Cal Crutchlow.

Het ontbrak Lorenzo dus niet aan tijd om zich op andere dingen te concentreren. Dus verbaasde hij menigeen met zijn deelname aan het Spaanse tv-programma Adivina quien canta, de Spaanse versie van The Masked Singer.

Jorge Lorenzo betrokken bij belastingontduiking?

In The Masked Singer worden beroemdheden onherkenbaar gemaakt en nemen ze deel aan een zangwedstrijd zonder dat de jury of de kijkers weten wie zich verschuilen achter de maskers. De juryleden moeten uitzoeken wie de zangers zijn en kijkers stemmen week na week een deelnemer weg. Die moet op dat moment zichzelf onthullen.

Lorenzo, vermomd als een kraai, wist meer dan vijf weken te overleven. Maar in de laatste show werd hij geëlimineerd.