Harley-Davidson brengt The Enthusiast opnieuw uit, zowel in papieren uitvoering als digitaal. Het magazine is bedoeld om zowel de motorcultuur als de motorbike-lifestyle te belichten door de lens van Harley-Davidson. The Enthusiast is van 1916 tot 2008 uitgegeven door Harley-Davidson en zal nu het HOG® Magazine vervangen als de officiële publicatie van Harley-Davidson Motor Company. Het blad zal een nog groter bereik krijgen, onder andere via nieuwe distributiekanalen.
‘Dit is de terugkeer van een geweldige traditie,’ zegt Jochen Zeitz, President & CEO van Harley-Davidson. ‘Wij geloven dat vandaag de dag de titel The Enthusiast relevanter is dan ooit. In een jaar waarin zoveel mensen noodgedwongen binnen hebben moeten blijven, geloven wij heilig in het inspireren van rijders en potentiële rijders om erop uit te trekken en op avontuur te gaan. Juist omdat motorrijden en social distancing prima samen gaan.’
De eerste editie van The Enthusiast verschijnt deze week in de VS, met een coververhaal over Ewan McGregor en Charley Boorman, de sterren van de nieuwe Apple Original serie Long Way Up. De serie gaat op vrijdag 18 september in première op Apple TV+. In de serie volgen we de epische motortrip van McGregor en Boorman; een 21.000 km lang avontuur op twee elektrische Harley-Davidson LiveWire motoren door Zuid-Amerika, Midden-Amerika en Mexico.
Met vier jaarlijkse uitgaven en een oplage van meer dan 500.000 in de VS en 150.000 internationaal is The Enthusiast het motorblad met het grootste bereik wereldwijd. Voor het eerst door Harley-Davidson uitgegeven in 1916, behoorde The Enthusiast tot de eerste gedrukte motorbladen ter wereld. In de VS ging alleen het Duitse Motorrad (1903), het Italiaanse Motociclismo (1914) en Motorcyclist (1909) het blad voor.
Van 1984 tot 2008 bracht Harley-Davidson twee aparte publicaties uit voor eigenaren en rijders, The Enthusiast en HOG Tales magazine. In 2009 werden die samengevoegd onder de naam HOG Magazine. Met de beweging van Motorcyclist naar een digitale uitgave in 2018, is The Enthusiast (de HOG Magazine jaren meegeteld) het langst lopende motorblad in de VS.
Alle Full en Life Harley Owners Group leden behouden een gratis abonnement op The Enthusiast als onderdeel van hun lidmaatschap. Gratis app versies van het magazine zijn beschikbaar voor iOS en Android telefoons en tablets. Harley-Davidson onderzoekt ook nieuwe manieren om de gedrukte uitgave in de VS te distribueren, bijvoorbeeld het verkopen van losse nummers via de H-D® eCommerce site en geselecteerde winkelbedrijven, waaronder Harley-Davidson-dealers en boutique motorzaken.
Ga voor meer info en de geschiedenis van The Enthusiast naar h-d.com/enthusiast.
De release van de Bimota Tesi H2 komt steeds dichterbij. Dus is het geen wonder dat er beeld wordt gelekt dat de supercharged sportmotor in zijn uiteindelijke productievorm laat zien.
Er is niet veel veranderd sinds we de Bimota Tesi H2 voor het eerst zagen op de EICMA in 2019. De basislijnen zoals die in een Italiaanse boutique zijn uitgedacht, zijn in de hele machine gebleven.
De Bimota is gebouwd rond de Kawasaki Ninja H2-blok, met de toevoeging van een beeldbepalend Bimota-ding: de unieke naafbesturing voor. Eindelijk wil Bimota ook praten over de prestaties van de supercharged viercilinder. Wat denk je van 228 pk (170 kW)? En als de Ram Air in werking treedt loopt hrt vermoghen op naar 238 pk (178 kW). Op zich zijn deze cijfers geen verrassing, want het zijn dezelfde vermogenscijfers die ook voor de Kawasaki Ninja H2 worden opgefeven.
Kawasaki-spullen
De Bimota Tesi H2 een interessant om te zien hoe de samenwerking met eigenar Kawasaki uitpakt. In elk geval is alles wat nodig is om de motor te homologeren voor gebruik op straat (bijv. richtingaanwijzers, emissies, enz.) direct door Kawasaki leverbaar. Bimota kan zich volledig concentreren op gedurfde designs. Zo werd Bimota de Tesi H2 ook heel snel op de markt gebracht. En dat is cruciaal voor de heropleving van het merk.
De Tesi H2 wordt in oktober 2020 bij de dealers verwacht. Maar als je er een mee naar huis wilt nemen, heb je €64.000 nodig om hem de deur uit te krijgen.
In het weekend van 11-13 september en 18-20 september, ter gelegenheid van de Gran Prix van San Marino en de Rimini Riviera en de Gran Prix van Emilia-Romagna en de Rimini Riviera van het MotoGP-kampioenschap 2020, zal de Ducati Team Desmosedici GP van Andrea Dovizioso en Danilo Petrucci deelnemen op het circuit van Misano Adriatico met het Motor Valley Association logo op hun kuipen. De speciale kleurstelling wordt op 11 september onthuld aan het publiek, tijdens de eerste vrije training op vrijdag.
Motor Valley is een partnerschap dat alle twee- en vierwielige merken van de Emilia-Romagna ‘Land of Motors’ samenbrengt, evenals privécollecties, internationale circuits (waaronder het Misano World Circuit ‘Marco Simoncelli’) en gespecialiseerde opleidingscentra. De association werd opgericht en werkt in synergie met de regio Emilia-Romagna om de promotie en de waardering van dit enorme erfgoed vanuit het oogpunt van het toerisme te bevorderen.
Met de aanwezigheid van het logo op de kuipen van de twee motoren van het fabrieksteam gedurende het hele weekend van de San Marino en de Rimini Riviera GP en de eerste historische editie van de Emilia-Romagna en de Rimini Riviera GP, versterkt Ducati zijn samenwerking en ondersteuning voor de activiteiten die door Motor Valley worden uitgevoerd, wat al in 2019 is bevestigd door de benoeming van Ducati CEO, Claudio Domenicali, tot voorzitter van de Association.
‘De Via Emilia doorkruist een uniek land, rijk aan geschiedenis, waar emoties thuishoren en met de hand kunnen worden aangeraakt dankzij bedrijven die Italiaanse uitmuntendheid in de wereld vertegenwoordigen en in staat zijn om dromen te verwezenlijken door middel van hun unieke producten. Motor Valley werd opgericht onder het teken van gedeelde waarden zoals competentie, technologische innovatie, liefde voor schoonheid, passie en een sterke band met het gebied. Het is een belangrijke drijvende kracht voor het toerisme in de verbetering en promotie van onze regio’, zei Claudio Domenicali, Ducati CEO en voorzitter van de Motor Valley Association . ‘Dankzij de beschikbaarheid van onze partners hebben we besloten om de kuipen uit te rusten met het logo van de Motor Valley om de aandacht opnieuw te vestigen op de Association, op het systeem van uitmuntendheid dat het vertegenwoordigt en op al haar protagonisten. Des te meer in dit specifieke jaar waarin de Regio haar concrete steun aan de automotive wereld wilde betuigen door een tweede MotoGP-evenement op te zetten in Misano, met de Grand Prix van Emilia-Romagna en de Rimini Riviera, en door de Formule 1 na 14 jaar terug te laten keren naar Imola’.
Tijdens de twee raceweekends zal het logo van de Motor Valley het logo van de regio Emilia-Romagna flankeren op de banner dat op de vluchtroute in de ‘Curva del Carro’ staat en voor de Gran Prix van Emilia-Romagna en de Rimini Riviera zal het ook op de heuvel achter de ‘Curva della Quercia’ staan.
‘Het is echt een sensatie om het logo van het Motor Valley te zien op de Ducati kuipen, een historisch merk dat de ambassadeur van Emilia-Romagna is over de hele wereld’, verklaarde de voorzitter van de Emilia-Romagna regio Stefano Bonaccini. ‘In de afgelopen jaren hebben we hard gewerkt om dit project tot leven te brengen, in de overtuiging dat we een uniek erfgoed aan vaardigheden, traditie en passie in dit gebied hebben. Ik dank Ducati voor de voortdurende winstgevende samenwerking, die we delen met alle merken die deel uitmaken van de Motor Valley. Een intuïtie is nu een zekerheid, een kenmerkende eigenschap van onze regio: een rijkdom, uniek in de wereld, waarin we zullen blijven investeren omdat ik geloof dat er nog veel potentieel is om tot uitdrukking te brengen. Laten we dus genieten van de dubbele afspraak in Misano en de terugkeer van de Formule 1 naar Imola als vertrekpunt, in een jaar waarin de pandemie ons op de knieën had kunnen dwingen. De Sky TV-uitzending is ook een erkenning van onze inzet, een belangrijke uiting die het mogelijk zal maken om een nog breder publiek te bereiken’.
Met hetzelfde doel om het regionale grondgebied en de uitblinkers die het onderscheiden, dankzij de bijdrage van APT Servizi Emilia-Romagna en de synergie tussen de protagonisten van de ontwikkeling van de Motor Valley, te versterken, wordt een nieuwe editie van ‘On the Road Again’ weer uitgezonden. Het televisieformat is verdeeld in acht afleveringen, bedoeld om de herstart en de langverwachte terugkeer naar Italië van de belangrijkste internationale kampioenschappen te vieren. Het programma wordt vanaf 10 september exclusief uitgezonden op Sky Italy MotoGP-kanaal (208). De journalist Guido Meda en de tv-presentator Nicolò De Devitiis rijden op Ducati en Ducati Scrambler motoren om de Motor Valley en haar protagonisten te ontdekken langs de wegen van de legendarische Via Emilia, waar enkele van de mooiste en meest gewenste raceauto’s en motoren ter wereld zijn getest en ontwikkeld. Tijdens de reis zullen de twee kunnen rekenen op de steun van enkele speciale gidsen, zoals de rijder Andrea Dovizioso, tijdens de eerste aflevering die uitgezonden zal worden op donderdag 10 september om 18.30 uur, de Ducati CEO Claudio Domenicali, hoofdpersoon van de tweede aflevering welke zal worden uitgezonden op vrijdag 11 september om 18.45 uur, de zangeres Nina Zilli, de komiek Giuseppe Giacobazzi en de chef-koks Massimo Bottura en Bruno Barbieri.
Tijdens het Indian Motorcycle testevent bij MotorNL in Hilversum konden 8 volgers van MotorNL rijden op verschillende motoren van Indian Motorcycle. De volgende modellen werden er gereden op deze dag:
Baggers, Cruisers en Touring-modellen
– Challenger
– Chieftain
– Roadmaster
– Springfield
Zeg MV Agusta en zeg er viercilinder achteraan. Veel motorliefhebbers hebben de haren op hun armen dan al recht overeind staan. Maar een MV-viercilinder, zoals deze MV Agusta 750 Monza, moet je eigenlijk horen. Zo begon het ooit. De klanken van een MV-viercilinder in rap tempo op weg…
Zo’n druilerige zomervakantie bij je ouders op de achterbank, je kent het nog wel van vroeger. Eén zo’n vakantie begin jaren zeventig werd voor mij opgeluisterd door het opgewonden stemgeluid van mijn pa, die plots het raampje naar beneden draaide. Bijgestaan door de woorden ‘Dit moet je horen, knul! Dit wordt iets speciaals…’. Daar klonk een machtige gemotoriseerde symfonie over de Heads of the Valley Road in Wales. Een hoorbaar dolenthousiaste motorrijder kwam volgas over de heuvel met een MV Agusta 750S. Toentertijd waren motorfietsen veelal een Britse tweepitter of eencilinder, dan wel klein en van Japanse makelij. Een viercilinder was sowieso een paradijsvogel. Een van de buitencategorie zelfs. Dat het ook nog een viercilinder van MV Agusta was… Veel zeldzamer wordt het niet. Dat rode bodywork, die vier dikke pijpen en dat onvergetelijke geluid. MV had geen marketing nodig om mijn hart te stelen. En met mij dat van zovelen.
Geruchten
Eindelijk is de dag gekomen zelf een MV-viercilinder te rijden. Het geduld wordt beloond met een overtreffende trap van zo’n beetje iedere MV ‘quattro cilindri’ zelfs. Deze MV Agusta 750S Monza, met zijn goudkleurige wielen en dat overdreven van koelribben voorziene blok, is namelijk een beetje opgevoerd. Een beetje erg opgevoerd. Enkel de echte MV-kenner wijst de vier matzwarte pijpen meteen aan als een aanpassing, maar zelf de geïnteresseerde leek zal de kettingaandrijving wel opvallen. MV’s werden namelijk niet met een ketting aangedreven. Nee, die waren steevast van een cardan voorzien.
Die uitlaten en de ombouw naar kettingaandrijving duiden op het werk van één man: Arturo Magni. Magni werkte jaren als chefmonteur bij MV in de Grands Prix en werd daarna MV Agusta-specialist in optima forma. Die uitlaten zijn dus haast logischerwijs ongedempte race-pijpen. Die monteer je alleen al om de akoestiek een ferm duwtje in de rug te geven – het extra vermogen heb ik het niet eens over. De ombouw naar kettingaandrijving behoeft iets meer uitleg. Naar het schijnt wilde graaf Domenico Agusta per se een cardan in plaats van een ketting. Een sluitende beredenering waarom is er niet. Geruchten des te meer.
Ondanks dat een cardan geen vettigheid en viezigheid rondslingert, zitten er vooral nadelen aan. Niet vreemd dat er voor privécoureurs keuze genoeg was in ombouwkits. Cardanaandrijving kost namelijk nogal wat vermogen. Elke haakse tandwieloverbrenging zorgt voor ongeveer zeven procent minder aan vermogen door frictie. Je bent dus al veertien procent van je vermogen kwijt met de klok aan de versnellingsbak en de overbrenging in het achterwiel. Tel daar nog even het extra gewicht van de aandrijfas en de overbrengingen bij op, ten opzichte van een veel eenvoudiger en dus lichtere ketting, en je snapt de overweging van Magni bij deze 750 Monza. Naar het schijnt scheelt het bijna twintig kilo aan onafgeveerd gewicht.
Ook voor de betrouwbaarheid is het voordelig. MV had de hoofdlager van de uitgaande as aangemerkt als vervangingsdeel. Zo vluchtig was de slijtage van dat lager. Het lager moet het doen met wat willekeurige spatsmering. Vroeg of laat; allemaal gaven ze de geest. Iets wat zelfs Giacomo Agostini ondervond. De legendarische overwinning van Paul Smart op de Ducati tijdens de Imola 200 in 1972 werd – deels – door een verder feilloos lopend MV-viercilinderblok in de schoot geworpen. Geveld door een droog, rammelend en gierend lager, viel Ago uit.
Nu nog even vlug echt het kaf van het koren scheiden. Als je de rechthoekige Magni-achterbrug al gespot had, mag je jezelf een waar MV-connaisseur noemen. De swingarm was een beduidend steviger alternatief dan het origineel en werd de maatstaf wat MV Agusta 750-achterbruggen betreft.
Geschiedenislesje
Voor wie de geschiedenis van MV’s viercilinders heeft gemist, vat ik het dolgraag even samen. De MV Agusta-viercilinder is terug te herleiden tot de jaren twintig en dertig. Motorontwerper Paulo Remor ontwierp al voor de Tweede Wereldoorlog een vier-in-lijn met dubbele bovenliggende nokkenassen. Uiteraard geënt op de racerij, zou het ontwerp uitmonden in de beroemde Gilera 4C. Tegen 1950 had graaf Agusta meneer Remo weten los te weken van Gilera. Het ontwerp van eerste MV-viercilinders leunde sterk op de laatste Gilera 4C-blokken. Zo sterk zelfs, dat het gros van de blokdelen onderling uitwisselbaar was. Na eerst de leiding over MV’s race-afdeling gekregen te hebben, volgde al snel een straatmotorblok. De beruchte MV Agusta 600 Tourer werd amper verkocht. Niet omdat de techniek niet indrukwekkend was. Nee, nee. De 600 Tourer was spuuglelijk. Met ‘Het zwarte zwijn’ als bijnaam zal dat niet verbazen. Ook niet dat-ie enkel in het zwart te krijgen was, waarschijnlijk.
Opvolgers van de 600 Tourer waren telkens een beetje minder lelijk, met nieuwe opvallende details bij iedere upgrade. Een zo’n detail is de auto-achtige ontstekingsverdeler, die perfect uitgeshimd diende te worden om gelijk te liggen met de cilinderkop uit een deel. Minder opvallend, maar niet minder bijzonder is de krukas. De buitenkant van het blok laat namelijk compleet in het midden waar die ergens zit. De grote bult aan de voorzijde van het blok – die met al die koelribben – is zo extravagant ontworpen dat het wel iets heel bijzonders moet huizen. Toch is het niets meer dan de carterpan. Zo deed MV dat.
Opvolgers van de 600 Tourer waren telkens een beetje minder lelijk, met nieuwe opvallende details bij iedere upgrade. Een zo’n detail is de auto-achtige ontstekingsverdeler, die perfect uitgeshimd diende te worden om gelijk te liggen met de cilinderkop uit een deel. Minder opvallend, maar niet minder bijzonder is de krukas. De buitenkant van het blok laat namelijk compleet in het midden waar die ergens zit. De grote bult aan de voorzijde van het blok – die met al die koelribben – is zo extravagant ontworpen dat het wel iets heel bijzonders moet huizen. Toch is het niets meer dan de carterpan. Zo deed MV dat.
Hoe je het ook wendt of keert, MV’s viercilinders kregen altijd racemotorblokken die net genoeg aangepast waren om dienst te doen voor straatgebruik. Maar dan ook echt maar net. Zodoende zit de dynamo ook niet aan het eind van de krukas, zoals latere Japanse viercilinders wel kregen. Dat gaat in de racerij immers ten koste van de grondspeling. Die dynamo’s – meervoud, dat lees je goed – zitten dan ook rechts achter onder de uitgaande as verstopt. De ene wordt gebruikt om het 12Volt-systeem bij te laden, terwijl de andere dynamo ook dienst doet als startmotor. Een as voor een kickstarter was er niet. Die mochten in de racerij toch niet gebruikt worden. En tsja, nét genoeg aangepast voor straatgebruik, zei ik toch al? Een oningewijde zou de fout vergeven worden te denken dat deze MV niet veel anders is dan de viercilinder ‘Universele Japanse Motorfiets’ van eind jaren zeventig en begin jaren tachtig. Desondanks is het een grote fout. De MV-viercilinders van weleer waren weinig minder dan volwaardige GP-raceblokken voor op straat. In de jaren vijftig en zestig dan.
Toppunt
De MV Agusta-viercilinder die we hier zien is in feite het toppunt van wat de MV 750 Monza zou kunnen zijn. Origineel met de enige juiste aanpassingen. Aanpassingen op conto van de man die het merendeel van zijn leven sleet met het allerbeste uit MV-racers peuteren. Het legt de lat hoog voor wat me te wachten staat. Teleurstellingen blijven uit met het opstappen en ook het zadel en de zit passen in het plaatje. Degenen die de motor ontwierpen wisten hoe een goede motorfiets moest zitten. De verstelbare clip-ons staan laag, maar niet overdreven. De voetsteunen staan daarentegen wel lager dan verwacht. Het Britse Smiths Instruments leverde het klokkenspel en vervangt het originele Italiaanse dashboard. Erg cliché was de Italiaanse tellerpartij bepaald niet betrouwbaar en bepaald wel breekbaar. Ook de standaard persmetalen stuurknoppen hebben het veld moeten ruimen. Behalve dat de standaard Dinky Toy-achtige knopjes er goedkoop uitzien, lopen ze qua betrouwbaarheid in de pas met de oude tellers. De van Aprilia geleende stuurknoppen wekken een betrouwbaarder indruk.
Al die extraatjes maken de toch al niet goedkope MV alleen maar duurder. En duur was een MV Agusta 750 Monza indertijd zeker. Zwart-wit gezien had MV geen enkele reden om straatmotoren te produceren. Het kostte feitelijk meer dan het ooit op zou leveren. Serieus winst maken was er dan ook echt niet bij. Zelfs quitte spelen kon alleen door de kosten aan de klanten door te berekenen, waardoor er maar weinig klanten overbleven die het überhaupt konden betalen. Als het aan het management lag, werd er niet één tweewieler meer gemaakt. Dan kon de focus tenminste naar de beduidend winstgevender helikoptertak van Agusta verlegd worden… Mijn geluk dat de motormannen binnen het Agusta-concern deze 750 Monza in elk geval nog door wisten te drukken. Hart in de keel. Starten dat ding.
37 sterretjes
Beide kunststof brandstofkraantjes op ‘ON’ en de choke van de Dell’Orto VHB26D-vlakschuifcarburateurs klik ik omhoog. Sleutel in het contact en zoeken naar de startknop. Die hangt wel zo willekeurig aan de stuurbuis, dat je pogingen te starten met de rechterduim snel gestaakt kunnen worden. Toch maar met links. Je kunt er gewoon niet bij als je ook het gas vast wilt blijven houden. Noodzakelijk voor bij een koude start, maar eenmaal warm is zonder een streepje gas starten geen enkel probleem. Al doe je dat toch wel. Zie het maar eens niet te doen als dat streepje gas zo orgastisch klinkt als deze MV-viercilinder met zijn open pijpen.
Meteen word je meegezogen in jeugdherinneringen. Coureurs waarvan je als broekie idolaat was: Agostini, Read, Bonera… Stuk voor stuk vervlochten met die viercilinderklanken. Klanken die even zo één zijn met de racerij. Je hoort en voelt de racenalatenschap. Je ziet het ook, trouwens. Elk van die 37 kleine sterretjes op de tank staat voor een wereldtitel die MV Agusta veroverde. Over lijken gaan is een wat zware uitdrukking, maar MV ging voor niet minder dan goud in de Grands Prix. Dat is duidelijk. Dan gaan wij vandaag ook voor goud. Ter ere van!
Uiteraard laten we de motor eerst even lekker opwarmen. Met het stabiel maar gestaag stationairtoerental hoor je niks dan het donkerbruine uitlaatgeluid. Of ja, dat en het harde werken van de kleppendistributie. Die combinatie klinkt als niets anders, zo goed. Beter nog dan een V4 zelfs. Gorgelend zuigen de vier carburateurs hun eerste beetje brandstofmengsel aan. Duidelijk hoorbaar, omdat een luchtfilterkast ver te zoeken is op deze 750 Monza.
Exemplaren met airbox zijn wel te vinden. MV richtte de pijlen met de Monza namelijk bovenal op Amerikaanse klanten. Helaas bleek de Amerikaanse MV-koper toen haast zo zeldzaam als een MV Agusta Monza nu is. Zodoende werden veel van die ‘Amerikaanse Monza’s’ uiteindelijk toch in Europa verkocht. De wetgeving was hier beduidend minder strikt dan in de Verenigde Staten en zodoende werd die airbox er niet zelden meteen afgesloopt.
Crescendo na crescendo
Koppeling ingetrokken en een trap op het links gemonteerde pookje voor de eerste versnelling. Dat je met links schakelt is nog zo’n verschil ten opzichte van de 750S. MV’s schakelden toentertijd nog steevast met rechts, maar Amerikaanse wetgeving verplichte het pookje links. Met het op laten komen van de koppeling en het beroeren van de schakelpook volgt het ene na het andere crescendo. Elke versnelling weer. Dat geluid, die trillingen, de acceleratie; dit is pure beleving. En pure beleving maakt blijkbaar nogal wat kabaal. Het Engelse graafschap Suffolk krijgt een ongevraagd kunststukje. In Gallarate in Italië gecomponeerd en uitgevoerd door dit 750 Monza-viercilinder symfonieorkest. Geen passant blijft onberoerd, met priemende blikken, openvallende monden en meer dan eens een glimlach of een opgestoken duimpje. Zo’n soort motorfiets is dit. Of de buurman je nog steeds aardig vindt na een paar zondagochtendritjes is een ander verhaal, natuurlijk.
De MV die mijn jongensdroom hier waarmaakt vertrouwt nog op het standaard MV-frame. Zoals al gesteld wel met de Magni-achterbrug, maar een volledig Magni-frame is voor weinigen noodzaak. Het standaardkader volstaat voor het overgrote deel van ons stervelingen echt wel. Het rijwielgedeelte voelt vertrouwd en stabiel, een standaard waar de machines uit de Oriënt pas jaren later aan zouden kunnen voldoen. De uitdrukking ‘rijdt als op rails’ is an sich al een cliché van de bovenste plank. Desondanks dekt het de lading niet eens. De motor klopt gewoon helemaal. Italiaanse motoren van toen stonden sowieso wel bekend als goed sturend.
Daar moet wel de kanttekening bij dat de gemiddelde Italiaanse stuurmachine vaak keihard afgeveerd was. Deze MV? Absoluut niet. De vering voelt stevig, maar niet stug. Het vangt het kwalitatief wisselvallige Britse asfalt onder de Metzelers moeiteloos op en geeft de mate van grip feilloos door aan de berijder. Vooruit, naar moderne maatstaven is het echt de allersnelste motorfiets niet meer, zwaar is-ie ook en eigenlijk was de framegeometrie al bij het aftandse af toen-ie de fabriek verliet. In combinatie met de verrassend afgewogen vering en demping voelt het desondanks scherp en strak. Zelfs naar moderne maatstaven.
Afgezet tegen de concurrentie van toen, zou deze MV weinig overlaten van de Japanse machines. Ook een Ducati van dezelfde periode legt het roemloos af. Wellicht dat een machine met een frame van Rickman of Seeley er nog het dichtst bij in de buurt komt. Toch die racegenen, die diep in het DNA van de 750 Monza zijn geworteld.
Verstandsverbijstering
Wat remmen betreft zie je dat terug in de dikke Brembo-klauwen zowel voor als achter. Betere remmerij ging je indertijd niet vinden, en zo wel dan was het niet te koop. Dat Brembo nog altijd revisieonderdelen levert voor dit soort klauwen is een bijkomend voordeel. Voor een tijdje monteerde MV Agusta op haar motoren voornamelijk remklauwen van het merk Scarab – feitelijk de monoblock-klauwen van toen. Alleen waren die door de bijzondere constructie onmogelijk goed te reviseren. Grimeca’s uit die tijd waren haast net zo onhandig.
Dat de Brembo’s handig zijn als het op revisie aankomt is leuk, dat ze moeiteloos de vertraging inzetten is natuurlijk veel leuker. Zelfs bij afremmen van serieuze snelheden is er weinig spierkracht voor nodig. Al snel had ik een nostalgische vlaag van verstandsverbijstering. Remmen is angst en ik heb die Brembo’s even niet meer bewust aangesproken en me vooral gericht op gang houden. De paden op, de lanen in. Op serieus tempo, welteverstaan.
Echt hard rijden doe je niet zomaar en zeker niet op een jaren zeventig-racereplica met een prijskaartje van dik € 60.000,-. Ik geef de MV de schuld. De vier stampende cilinders onder mijn borstkas manen ertoe. Met alle vertrouwen van de wereld. Voor zo’n zeer zeldzame hand gebouwde is de 750 Monza wel zo enorm goed. Dat terwijl het weinig tot niks verlangt van de rijder. Minimale rijdersinput en minimale inspanning. De versnellingsbak voelt strak en met goede onderlinge verhoudingen. Dat de bak van een beetje Japanner soepeler is, is een open deur die zichzelf haast intrapt. Andere Zuid-Europese machines van toen lust hij qua soepelheid vervolgens rauw. Alleen mocht iemand zijn neutraal gevonden hebben…
Hoe langer ik ermee rijd, hoe indrukwekkender de motor lijkt te worden. Het begint door te dringen dat ik op pad ben met niet veel minder dan een racemotor met kentekenplaat. Die notie was nooit te missen, maar er blijken toch een aantal verwachtingen niet te kloppen. Een racer is voor de openbare weg oncomfortabel en onhandig, toch? Ga fietsen! Dit zadel is heerlijk dik en bewandelt de gulden middenweg tussen stevig en zacht. De clip-ons kennen eenzelfde uitgekiende balans tussen sportief laag en niks te gek laag. Zelfs de beide standaarden – deze MV Monza heeft dus gewoon een middenbok – zijn praktisch in gebruik. Het hoort haast niet te kunnen. Zonder echt de brombeer uit te hangen, is de stuuruitslag wat aan de krappe kant en die prachtig gewelfde tank is ook wel erg breed ter hoogte van het zitje. Iets te breed. Alleen zou ik dan wel echt een brombeer zijn, aangezien dit toch die volbloed GP-racer voor op straat is, en blijft.
Doemscenario
Dan de hamvraag: zou ik er een kopen als ik het geld ervoor had? Volmondig ja, met een even zo volmondige maar. Als ik hem kon kopen, dan zou ik er wel zelf aan moeten kunnen sleutelen. Of ik zou daar iemand voor moeten kunnen betalen. MV-viercilinders zijn niet dol op stilstaan en nog minder dol op moderne ethanolrijke benzine. De Dell’Orto’s moeten dan ook na elke rit afgetapt worden. Zou de MV in kwestie nog zijn cardan hebben, dan ben je gewaarschuwd de lagers en overbrengingen heel goed in de gaten te houden. Dan heb je nog de dubbele dynamo annex startmotor. Die hebben geen eeuwig leven en vervangingsonderdelen vinden is een onmogelijkheid. Heb ik het nog niet over het doemscenario van een blok- of bakrevisie. De meesten van ons die zelf sleutelen, hebben dat geleerd met Japanse motorfietsen. De grootste inherente ergernissen van dat soort blokken zijn vergelijkbaar moeilijk op te lossen als de kleinste klusjes bij een MV-viercilinder. Dan heb je echt professionele hulp nodig. Mogelijk op meer dan een manier.
En toch, die vrij uitgebreide ‘maar’ daargelaten, zou ik er niet lang over na hoeven denken. Het geld heb ik toch niet, maar dromen mag altijd, toch? Zo waanzinnig vertrouwenwekkend als de motor is, zou ik hem alleen al willen hebben. Allicht rijdt elke moderne en sportieve Japanse 750 – en zelfs lichter nog – moeiteloos rondjes om de MV. Het stuurt en remt beter, en sneller zijn ze absoluut. Gigantisch veel goedkoper ook niet te vergeten. Wat je ook vergeet is hoe belangrijk gevoel is bij motoren als dit. Je voelt de Italiaanse racegeschiedenis onder je herlevenals je met de 750 Monza rijdt. En rijden wil je. Die machtige stuureigenschappen en dan dat geluid… Dat geweldige geluid. Absolute klasse dit.
Schijfremmen rondom, dus ook achter. Niks dan het beste voor de MV 750 Monza.Als je de originele uit betrouwbaarheidsoogpunt vervangt voor Smiths, dan zijn de originele wel echt waardeloos fragiel.Opbergvakje voor je shag of een lunchpakketje. Uiteindelijk is het toch een straatmotorfiets.De organisch vormgegeven tank is prachtig. De sterretjes staan voor MV’s 37 (!) wereldtitels.Zo horen pijpen op een MV-viercilinder er toch ook gewoon uit te zien?Bij gebrek aan serieuze concurrentie verliep de blokontwikkeling stroperig. Het gedateerd ogende blok liep desondanks als een kogel.
Het vergeten MV Agusta
Zoals we MV Agusta nu kennen, was het niet altijd. MV was toen al exclusief, maar enkel wat racereplica’s voor de elite bouwen en immer op zoek naar financiële middelen om het hoofd boven water te houden. Echt niet! MV had in de drie decennia voor deze 750 Monza alles gemaakt; van 50cc-tweetakt-minibikes, simpele woon-werkmotoren, driewielige bestelwagentjes en scooters tot zelfs straatscramblers voor de Amerikaanse markt. Met de Motocarro hadden ze zelfs groot succes bij de Italiaanse boer en middenstand. De Motocarro was zo simpel als een laadbak en twee wielen achterop het bijrijderszadel van een 175cc-eencilinder-motorfiets monteren. Later volgde er zelfs een kleine cabine voor de Motocarro en uiteindelijk ook nog allerhande compacte autootjes. Motorblokken varieerden van 300 tot zelfs 1100 cc. Naast benzinemotoren hadden ze zelfs ook dieselblokjes. Als je erover nadenkt, maakte MV Agusta indertijd zo’n beetje elk soort gemotoriseerd vervoersmiddel, behalve ‘echte’ auto’s. Er werden tenminste keuzes gemaakt binnen het bedrijf. En niemand die meer zeggenschap had dan de man aan het roer. Het imago van MV, dat autocratisch geregeerd werd door eigenaar graaf Domenico Agusta, klopte dan ook. Toch remde de graaf de innovatie allesbehalve. Midden jaren vijftig experimenteerde MV zelfs al met een geïntegreerde CVT – je weet wel, een automaat zoals op een scooter – in de 175 CS Sport. Samen met Cambi Idraulic Baldini ontwikkelden ze het systeem specifiek voor de CS Sport. Sportief succes volgde in zowel de wegrace als ook de betrouwbaarheidsritten, wat we tegenwoordig enduro noemen. Ondanks het technisch vernuft, verkocht de MV/Baldini-machine alleen voor geen meter.
Bij een MV Agusta denk je eerder aan viertakten dan aan tweetakttechniek. En toch waren het de 125cc-eencilinders en zelfs een 125cc-tweetakt-twin, bijgenaamd de Zefiro of het Kleine Kikkertje, die voor MV’s definitieve doorbraak zorgden. Een van MV’s eerste echte tweetakt-gangmakers werd ontwikkeld op basis van de 125 TEL Turismo. Dit toeristisch ingestoken forenzenbrommertje werd onder handen genomen, waarna het vermogen van 6 pk toenam tot 10,5 pk. De topsnelheid klom daarmee ook van 85 km/u naar een niet mis te verstane 130 kilometer per uur in racetrim. Dat was toentertijd al een hele opgave, zo veel snelheid uit een kleine tweetakt persen. Blijkt ook wel, aangezien ze met een mengsmeerverhouding van 1 op 8 reden. Die tweecilinder had nog eens drie hele pk’s meer, terwijl de topsnelheid slechts 10 kilometer per uur hoger lag.
De KTM 450 SMR heeft zeven jaar geleden voor de laatste keer een upgrade gekregen. Daarom heeft KTM besloten deze ultieme lichtgewicht supermotokrachtpatser voor 2021 in een nieuw jasje te steken. KTM maakt gebruik van de superieure technische basis van de kampioenschapwinnende KTM 450 SX-F om zijn Supermoto-tak een nieuwe impuls te geven.
Het was al veel te lang geleden dat het supermotomodel over het circuit had gescheurd. Daarom besloot KTM dat het de hoogste tijd was om de 450 SMR nieuw leven in te blazen. Om het gat in zijn racemotorfietsarsenaal op te vullen, heeft KTM met de grootste zorg een gloednieuwe versie van de KTM 450 SMR ontwikkeld voor rijders die hun tegenstanders graag modder laten happen.
De KTM 450 SMR is een pure expressie van de filosofie van KTM: READY TO RACE direct vanaf de dealer en optimaal afgesteld voor prestaties die het racersbloed sneller laat stromen. Dit is de complete supermotoracemotorfiets.
De motor met een cilinderinhoud van 450 cm³ vormt het hart van de KTM 450 SMR van 2021 en maakt de KTM 450 SX-F tot de motocross- and supercross-machine bij uitstek. De nieuwste generatie viertaktmotor levert een vermogen van 63 pk en heeft een gewicht van iets meer dan 27 kg. De motor is heel precies in het frame gemonteerd voor een optimale massacentralisatie. Supermotorijders en -racers willen namelijk maximale controle over hun motorfiets en optimaal contact met het asfalt. Daarnaast zetten ze de compacte vorm van de KTM 450 SMR graag naar hun eigen hand. Onder de SOHC-cilinderkop gaat de lichtgewicht aluminium cilinder met een diameter van 95 mm schuil. De zuiger van 320 gram levert een enorm koppel en de strategisch gemonteerde krukas zorgt voor een optimale massacentralisatie. De hoogwaardige drijfstang draagt bij aan de lange onderhoudsintervallen van 100 uur.
De kracht van de motor wordt in toom gehouden door de versnellingsbak met vijf versnellingen van PANKL Racing Systems. Deze versnellingsbak beschikt over een geavanceerde sensor die specifieke motorinstellingen voor elke versnelling mogelijk maakt. De slipperkoppeling van SUTER verbetert de stabiliteit van het achterwiel. Deze koppeling is onmisbaar voor de echte supermotofan en -racer.
Een speciaal frame van chroommolybdenumstaal dat uiterst nauwkeurig is gelast door een robot, houdt de krachtige motor op zijn plaats en staat garant voor maximale precisie en kwaliteit. De torsie-eigenschappen en flexibiliteit van het frame zijn perfect afgestemd op het gebruiksdoel van de KTM 450 SMR. Rijders zullen niet worden teleurgesteld. Integendeel zelfs: ze zullen vanaf de eerste ronde in hun nopjes zijn met deze afstelling. De rechtuitstabiliteit voor maximale grip en acceleratie wordt gecompleteerd door de soepele besturing, wat voor een veilig rijgevoel zorgt. Het chassis is robuust maar licht, net als het subframe van 900 g. Het frame is door middel van de CNC-gefreesde kroonplaten met een offset van 16 mm gemonteerd. Het stuur kan in drie richtingen worden versteld. Een gegoten monoshock maakt ook deel uit van het ultralichte chassis en zorgt ervoor dat de wielbasis aan elk soort terrein kan worden aangepast.
In de kroonplaat zijn de WP Suspension XACT-voorvorken met een buisdiameter van 48 mm gemonteerd die over AER-technologie met gesplitste demping en middenklepdemping beschikken voor ongekende prestaties. Deelnemers aan supermotowedstrijden willen maximaal contact met het asfalt, maar verwachten ook betrouwbare respons op hobbels en andere terreinomstandigheden van offroadgedeelten. De volledig verstelbare, compacte en lichte WP Suspension XACT-achterschokdemper voldoet zonder problemen aan deze eisen. De veerweg van 266 mm van het achterwiel (285 mm bij het voorwiel) maakt deel uit van het supermotospecifieke pakket en brengt het rijgedrag en de bestuurbaarheid samen met de framekoppeling en de geometrie van de staartset naar nieuwe hoogten.
Remkracht is van fundamenteel belang voor de KTM 450 SMR. Daarom vertrouwt KTM voor de voorrem op de eersteklas vierzuigerremklauw en hoofdcilinder van BREMBO, op een zwevende remschijf voor met een diameter van 310 mm en op een remschijf achter met een diameter van 220 mm. Met deze specificaties zijn rijders verzekerd van maximale balans en een ongekende remkracht.
KTM weet dat details echt het verschil kunnen maken voor de hele motorfiets. De ontwerpers hebben er daarom voor gezorgd dat de KTM 450 SMR een onuitwisbare indruk maakt. De radiator is vervaardigd van stevig aluminium en ontworpen op basis van de numerieke stromingsleer voor maximale efficiëntie. Dit onderdeel is ook dusdanig in het frame gemonteerd dat een optimale massacentralisatie wordt bereikt. Dankzij de Keihin-gasklep met een diameter van 44 mm kunnen rijders rekenen op uiterst nauwkeurig gashendelgedrag. Het geavanceerde Engine Management System van Keihin zorgt ervoor dat de motorinstellingen, de launch control en de tractiecontrole op de individuele eisen kunnen worden afgestemd. Een speciaal ontworpen airbox zorgt ervoor dat de motor de fijngevoelige maar tegelijkertijd felle respons levert waaraan een rijder of racer behoefte heeft. Dankzij de brandstoftank van zeven liter kunnen rijders van langere ritten genieten. Bovendien is de brandstofleiding verder naar binnen verlegd wat het risico op schade verkleint. De lichte Supermoto 16.5/17 ALPINA-spaakwielen met Bridgestone-slicks zonder binnenband brengen de kracht van de motor betrouwbaar over op de ondergrond. De motor beschikt over slank vormgegeven kunststofelementen die geschikt zijn voor racedoeleinden, en een grafisch ontwerp dat als geen ander het eerste jaar van een nieuw decennium inluidt.
Wil je hem online bestellen als losse editie? klik hier. GRATIS thuisbezorgd!
Broedertwist: Ducati Panigale V2 vs Ducati Pangale V4
Geen F1 op Zandvoort, maar wel een MOTO73-test die je van dichtbij had willen meemaken. Twee Ducati’s, door en door bloedrood, maar de ene is 6.000 euro goedkoper dan de andere. Wat doet dat verschil?
Luisteren! Rijles van Michael van der Mark
Ga er maar eens goed voor zitten en luister hoe Nederlands beste coureur je precies uitlegt wat je moet doen in welke situatie. Opvallend: ook recreatieve motorrijders zouden meer met het lijf moeten doen.
En nu allemaal naar Albanië
Ooit was Albanië een gesloten boek. Als je te dichtbij de grens kwam, vlogen de kogels om je oren. Tegenwoordig stuiteren comfortabele allroads over de uiterst slechte wegen. We kijken onze ogen uit, tot de Vervloekte Bergen opdoemen.
Dik 250.000 km op een BMW R1200 GSA
Arno woont in Culemborg en werkt in Utrecht. Dagelijks rijdt hij op en neer, weer of geen weer. Hooguit in de winter neemt hij weleens de trein. Dat doorrijden zie je wel af aan de BMW, die nooit een sopje ziet.
Nakamoto leidt Honda sluw naar het WK 2011
Eind jaren 10 ging het niet goed met Honda. Wereldkampioen worden in de nieuwe 800-GP-klasse was geen uitgemaakte zaak. Hulp werd gevonden in de persoon van Shuhei Nakamoto, Honda’s meest succesvolle projectleider ooit.
Waarom scoort KTM zo ineens in de MotoGP?
Geld van Red Bull geeft KTM vleugels. Bindner rijdt als een dolle en wint, evenals de jonge Oliveira. Mike Leitner heeft in korte tijd – vanaf 2017! – een winnend MotoGP-team gebouwd. Hoe kan dat, waarom is het zo snel gegaan?
Hoewel er meer vraagtekens dan ooit zijn in de MotoGP, is er bij niemand twijfel over de absolute verrassing van 2020: KTM. In slechts vijf races transformeerde ze van grijze middenmoter tot meervoudig MotoGP-winnaar dankzij Brad Binder en Miguel Oliveira. Pol Espargaro haalde daarnaast ook nog eens de eerste pole voor KTM binnen. Een samenloop van toevalligheden of het resultaat van een masterplan? Hoogste tijd voor een analyse.
Niet één, niet twee, niet drie maar liefst vier coureurs in de top-10 tijdens de tweede GP op de Red Bull Ring. Tijdens de thuisrace van KTM én Red Bull! Het kon niet op en – net zo bijzonder – het kwam niet eens als een verrassing. Na een sterk begin in Jerez, waar Espargaro op één seconde van het podium finishte, zorgde KTM voor een enorme stunt met de GP-zege van Binder in Brno. Twee weken later was het opnieuw raak dankzij Oliveira, met Espargaro ook op het podium.
Tijdens de presentatie van het KTM MotoGP-project in 2016 werden de grote ambities direct duidelijk. Toen was nog niet iedereen overtuigd…
De belangrijkste reden voor al dit succes zit ‘m in het chassis. KTM hield bij aanvang van het MotoGP-project vast aan het oranje stalenbuizenframe, met WP-vering. Oftewel, het beroemde KTM DNA was goed zichtbaar. In combinatie met een V4-krachtbron – ontworpen door de Duitse ingenieur Kurt Trieb – zou het volgens critici nooit een winnende MotoGP-formule kunnen worden. Die critici hebben deels gelijk gekregen, want voor het seizoen 2020 werd het ronde stalenbuizenframe vervangen door een meer ovaler buizenframe. Dit zorgt voornamelijk bij het remmen en in de bochten voor een flinke verbetering, aldus de KTM-coureurs. Daarnaast voerde KTM dit jaar voor het eerst sinds de start in 2017 een flinke motorupdate door. De 2020-editie van de RC16 heeft duidelijk een stap gemaakt weet Binder: ‘Toen ik eind vorig jaar op de 2019 motor stapte, was er moeilijk mee te rijden. Ik dacht dat het daarom lastig ging worden dit seizoen. De 2020-motorfiets maakt echt een wereld van verschil. Het voelt veel natuurlijker aan en er is veel gemakkelijker mee te rijden.’
Luisterend naar KTM-expert Espargaro is het echter niet één ding dat voor de grote transitie heeft gezorgd: ‘Eerst was er het andere chassis, toen de krachtigere motoren en vervolgens nog wat elektronische verbeterpunten. Veel van deze dingen bij elkaar hebben voor dit succes gezorgd. En ook de nieuwe banden hebben geholpen.’ Vooral dat laatste is een interessante uitspraak, want er is veel te doen om de Michelins van dit jaar. De achterband zorgt voor een andere balans in de vermogensafgifte bij het uitkomen van de bocht.
Dit zorgt voor problemen bij de motoren die erg laat inremmen en het moeten hebben van veel tractie bij het uitkomen van een langzame bocht. Deze manier van rijden wordt voornamelijk toegepast door de Ducati- en Honda-coureurs. KTM heeft de 2020-band het beste onder controle, terwijl andere merken nog flink aan het zoeken zijn. Dat was ook te zien aan hoe Espargaro bij het uitkomen van de bochten veel meer snelheid meenam naar de rechte stukken van de Red Bull Ring. Het vele testwerk van Dani Pedrosa op Brno en de Red Bull Ring heeft daar uiteraard zeker bij geholpen.
Ongekende luxe voor KTM; zowel Brad Binder (33) en Pol Espargaro (44) vochten vooraan mee in Brno.
Connessieteam
Dat de allereerste MotoGP-overwinning van KTM uitgerekend van Binder kwam, past perfect in de visie van KTM om rijders vanuit de Red Bull Rookies Cup uiteindelijk te laten doorgroeien naar de MotoGP. Maar met alleen jonge talenten red je het natuurlijk niet en dat weet Red Bull KTM-MotoGP teammanager Mike Leitner als geen anders. Voordat hij bij KTM begon, werkte hij elf jaar als chef technicus van Dani Pedrosa. Leitner wist mede dankzij deze samenwerking Pedrosa te strikken als testrijder. De Spanjaard nam daarbij uiteraard een schat aan ervaring mee na dertien seizoenen bij het Repsol Honda Team. Een groot voordeel was bovendien dat de Honda RC213V qua motorkarakteristiek het nodige wegheeft van de KTM RC16. Ook toen werd er opnieuw getwijfeld door de critici, want zou de lichte Pedrosa met zijn postuur wel een ideale testrijder zijn om KTM verder te helpen? Het antwoord is ja, want juist op de circuits waar Pedrosa veel testwerk heeft verricht, kwamen de tot nu toe grootste KTM-successen. ‘De rol van Pedrosa is van onschatbare waarde,’ weet Pit Beirer, hoofd van KTM Motorsport. De andere belangrijke Spanjaard binnen KTM is Espargaro, die al vanaf het begin betrokken is bij het project. Leitner over Pol: ‘Zijn inspanningen waren cruciaal om van het KTM MotoGP-project een succes te maken.’ KTM kon overigens zoveel testen omdat ze samen met Aprilia een zogeheten connessieteam waren. Dat privilege zijn ze door al het succes nu wel kwijt.
De 29-jarige Espargaro tekende al voor aanvang van het seizoen een contract bij het Repsol Honda Team voor 2021. Na vier jaar hard werken aan het KTM MotoGP-project gaat de Spanjaard vertrekken en dat net op het moment dat het zo lekker gaat.
Of Pol met de wetenschap van vandaag ook getekend zou hebben…? KTM staat na vijf races op een derde plaats in het constructeurskampioenschap, slechts zes punten achter Yamaha die aan de leiding gaat. Honda, zonder Marc Márquez, heeft op dit moment 36 punten minder dan KTM. Espargaro: ‘Wij zijn nu heel snel, maar wel terwijl de snelste rijder, Marc Marquez, ontbreekt. Takaaki Nakagami doet het nu heel goed met de Honda, maar normaal is hij minder snel dan Márquez. Ik had de KTM hier op de Red Bull Ring graag willen vergelijken met de beste rijder op de grid.’
Dani Pedrosa en Mike Leitner werkte jarenlang succesvol samen bij Honda en doen dat nu bij KTM.
Naast het ontbreken van Márquez gaf ook Yamaha KTM een lekker zetje in de rug. Zonder topsnelheid, en ook een aantal keer zonder remmen, waren de Yamaha’s kansloos in Oostenrijk. De rode vlag-situatie, na de remproblemen van Maverick Viñales, pakte in de GP van Steiermarken perfect uit voor Oliveira. De zege van de Portugees was zonder het stilleggen van de race een stuk ingewikkelder geweest omdat Joan Mir met zijn Suzuki onderweg was naar zijn eerste MotoGP-zege. Maar Oliveira stond er op het moment dat het moest en uit deze Tech3-overwinning, de eerste in de MotoGP, blijkt wel het gelijk van KTM om alle vier de rijders dezelfde kansen te geven. Aan de andere kant, Espargaro had een week eerder tijdens de Oostenrijkse GP juist pech toen de wedstrijd werd stilgelegd. Ook op Brno zat het de Spanjaard niet mee toen hij ook onderweg was naar een topklassering, maar na een incident met oud-teamgenoot Zarco ten val kwam. Het woord geluk of toeval past dan ook zeker niet bij deze KTM-successen en ook zeker niet bij de visie van KTM dat altijd uitgaat van eigen kracht. Of het nu in de MXGP, de Dakar-rally of de MotoGP is. ‘Al duurt het tien jaar, we gaan winnen in de MotoGP’, waren de woorden van Beirer tijdens het debuutseizoen in 2017. Dit lukte het ambitieuze merk dus al na 3,5 jaar.
Hoe het ooit begin
‘In 2017 gaan we naar de MotoGP!’ Met deze heldere boodschap van KTM CEO Stefan Pierer begon in 2014 het MotoGP-project. KTM had op dat moment al twee Moto3-wereldtitels op zak. Samen met de Oostenrijkse partner Red Bull startte KTM naast de MotoGP ook direct een Moto2-traject. Daarnaast liep vanaf 2007 de Red Bull MotoGP Rookies Cup via KTM. Uiteraard geen toeval en dat bevestigde KTM Motorsport directeur Pit Beirer eind 2016, vlak voor het MotoGP-debuut: ‘Zo kunnen we onze jonge talenten de kans geven om vanuit de Moto3 door te stromen naar de MotoGP. Neem nou Brad Binder. Het zou enorm zonde zijn als KTM hem zou verliezen.’ Binder had op dat moment op overtuigende wijze de Moto3-titel veroverd en ging voor twee seizoenen aan de slag in de Moto2. De route van de Zuid-Afrikaan was al uitgestippeld; in 2020 zou hij zijn debuut gaan maken in de MotoGP. KTM had op dat moment in hun stoutste dromen niet kunnen dromen dat Binder zijn derde MotoGP-race op de RC16 zou winnen!
De allereerste keer! Met Alex Hofmann in het zadel.
Vraagtekens
Toch blijven er altijd vraagtekens. Is het recente succes toe te schrijven aan het vele testwerk op Brno en de Red Bull Ring en was KTM daarom beter voorbereid dan wie dan ook? Of gaan we de KTM’s in Misano en de rest van het seizoen ook zien strijden om de overwinning? Dat zijn vragen waar we later dit jaar een antwoord op krijgen. Wel heeft KTM minder testmeters gemaakt op de circuits die er nog aan zitten te komen en komen er circuits aan waar bijvoorbeeld Yamaha het een stuk beter moet kunnen doen. Kijk daarom ook niet verbaasd op als Espargaro, Binder en Oliveira terugvallen naar een positie tussen buiten de top-5. Maar dat zou nog steeds hun stap voorwaarts in 2020 bevestigen.
De overige MotoGP-fabrikanten zijn in ieder geval gewaarschuwd. KTM heeft namelijk al 307 wereldtitels veroverd in diverse takken van motorsport. Dat is meer dan elk ander merk. Nu heeft KTM de jacht ingezet op de titel in de koningsklasse van de motorsport; de MotoGP!
Het nieuwe frame is hier mooi zichtbaar. Nog altijd heel KTM, maar toch iets anders.
Een treffend beeld uit 2020. Spannende races en heel veel KTM’s vooraan.
Wisselvalligheid troef
Na veel testwerk met de Fin Mika Kallio, begon KTM in 2017 hoopvol in de MotoGP met Pol Espargaro en Bradley Smith als vaste coureurs. In het tweede deel van het seizoen werden er zes top-tien klasseringen gescoord. In 2018 had KTM het moeilijk om de stijgende lijn door te trekken. Toch werd het seizoen hoopvol afgesloten.
Tijdens de laatste race in Valencia finishte Espargaro in de regen als derde (foto) en zorgde voor het eerste MotoGP-podium van de Oostenrijkse fabrikant. Toch moest er iets veranderen om de volgende stap te kunnen maken en dat gebeurde. Red Bull investeerde nogmaals flink in het project door Johan Zarco als topcoureur, Dani Pedrosa als testrijder en Tech3 als tweede team in te zetten voor 2019. Red Bull zelf zal gelachen hebben om het budget, aangezien ze ook twee Formule 1-teams runnen die duidelijk meer van de miljarden van eigenaar Dietrich Mateschitz vragen. Alle middelen waren aanwezig om er een topseizoen van te maken. Maar de aansluiting met de top kwam er niet. Zarco kon totaal niet één worden met de KTM RC16 en stapte halverwege het seizoen op. Espargaro reed wel een constant seizoen rond de top-tien en ook rookie Miguel Oliveira liet ondanks blessureleed af en toe leuke dingen zien op de Tech3 KTM. En toen kwam 2020…
Tekst: Asse Klein, Henk Keulemans en Marien Cahuzak
Als Donald J. Trump op het spreekgestoelte staat, krijgen heel veel mensen schilfertjes tussen hun tenen. De man is schaamteloos overtuigt van zichzelf, pocht over alles alsof hij het zelf heeft uitgevonden, weet alles beter en is buitengewoon intelligent. En hij is fel op China. Zomaar een greep uit wat de man erg boos maakt: het virus, het wegsluizen van arbeidsplaatsen en het aan de laars lappen van het intellectueel eigendom. En wat dat laatste betreft zijn we het eigenlijk wel met hem eens…
Wat er in China gebeurt, kan ook niet door de beugel. Waarom trekt BMW Motorrad Deutschland GMBH niet aan de bel? Of zijn de handelsbelangen zo groot, dat klonen wordt geslikt?
We dagen iedereen uit om goed naar de Moto S450RR te kijken. Ja, zo heet het merk echt: Moto. De S450RR is een schaamteloze kopie van de BMW S1000RR. Zelfs het logo op het voorspatbord doet sterk denken aan dat van de Beierse fabrikant.
Het blok is een 450cc tweecilinder die in staat is tot een zelf geclaimde 24 pk en 22 Nm. Over het toerental bestaat wat verwarring. Het maximale koppel zou worden geleverd bij een hoger toerental dan die van maximaal vermogen… Maar laten we uitgaan van respectievelijk 7.000 en 6.500.
De elektronica beperkt zich tot een digitaal dashboard. Dat doet enigszins denken aan bepaalde – gedateerde – tablets. Het chassis ziet er op zich best god uit. De voorvering is instelbaar. Het remsysteem bestaat uit een set schijven – laten we het uiterlijk over het hoofd zien – en voor radiale remklauwen vooraan. De S450RR staat op een set 17-inch wielen, voorzien van banden in de maten 110 en 150.
Tegen het einde van dit jaar stelt Aprilia eindelijk haar nieuwe tweecilinderplatform in bedrijf. Eerste derivaat daarvan is de Aprilia RS660, die dan ook bij de dealer te vinden is.
Na de Aprilia RS660 wordt de serie uitgebreid met de Tuono 660. En we kunnen nog een minimaal één model op basis van het parallelltwin-blok verwachten: een adventure.
Maar hoe zit het met de lichtere motoren? Er zit een duidelijk gat in de modellenreeks van Aprilia als het gaat om het 300 cc/400cc-segment. Maar dat zou wel eens kunnen veranderen.
Volgens het Indiase ZigWheels kijkt Aprilia ook naar het lichtere segment. In een gesprek met Diego Graffi, Managing Director en CEO van Piaggio India, lezen we Aprilia de concurrentie aangaat met fietsen als de KTM 390 Duke/RC390.
Graffi werkt aan volledig bekuipte motoren en nakeds op basis van een 300cc tot 400cc-platform, dat in Italië zou zijn ontworpen en gebouwd, maar in India wordt geproduceerd. Vermoedelijk zijn het eencilinder modellen voor de Indiase en Aziatische markt. Dapper, want als Aprilia het in deze klasse wil opnemen tegen Honda, Kawasaki en Yamaha, zouden de Italianen er goed aan doen hun voorbeeld te volgen met een tweecilinder-ontwerp.
Nu het project nog in het beginstadium verkeert, is deze discussie in Noale zeker gaande de gang. En over enkele jaren zullen we mogelijk de eerste vruchten van deze discussie zien. Voorlopig verheugen we ons op de Aprilia RS660 en Tuono 660.
Net als olie in je blok zorgen cookies ervoor dat alles soepel loopt. We gebruiken ze om de website goed te laten werken en je de beste ervaring te bieden. Door verder te gaan, geef je toestemming voor het gebruik van cookies.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.