zondag 31 mei 2026
Home Blog Pagina 508

Top 10 motorreizen binnen Europa: hier moet je geweest zijn

0
Noorwegen


Er zijn bepaalde bestemmingen die je absoluut niet mag missen. Het zijn mijlpalen die een motorrijder in zijn leven moet ervaren. We delen hier onze tien favoriete Europese bestemmingen.

Net zoals er dingen zijn die je in je leven gedaan moet hebben, zoals het uitlezen van een boek, kleding kopen met je partner, of je aan de maximumsnelheid houden, geldt dat ook voor motorreizen. Er zijn bepaalde bestemmingen die je simpelweg niet mag missen, omdat je motorleven anders niet compleet is. We hebben het hier niet over een ritje naar Scheveningen op zondagmiddag, maar over legendarische kaaproutes, adembenemende bergpassen en plaatsen waar de wereld lijkt te eindigen en de afgrond opent. En dit alles binnen Europa. We presenteren onze selectie van indrukwekkende motormijlpalen die we de afgelopen jaren hebben bezocht. Als je er vijf van de tien hebt bezocht, mag je jezelf een echte motorrijder noemen, alhoewel je daar natuurlijk ook anders over kunt denken. In dat geval nodigen we je uit om een e-mail te sturen naar redactie@motor.nl, met als onderwerp: “Met stijgende verbazing las ik…” Geef ons dan jouw eigen motormijlpaal en waarom die op de lijst had moeten staan. Als het een goede suggestie is, kan het in een volgende lijst worden opgenomen. Het motorleven is immers nooit compleet, dus we zijn nog niet klaar met jou!

10

Runde/Noorwegen

‘Wilt u ons paspoort zien?’ vragen we bij het inchecken aan campingbaas Knut Asle Goksøyr.
‘Nee, hier heeft u geen paspoort meer nodig’, zegt hij joviaal. ‘Dit is het einde van de beschaving.’
‘Oh, dan hoeven we zeker ook niet te betalen?’
Ja, nee, dat toch maar wel.

Clubrit Limburg/Duitsland: door het land van asperges en champignons

Maar hij heeft gelijk. Runde, een eilandje aan de Noorse westkust, is dan wel geen Noordkaap of Kaap Hoorn, maar de plek voelt aan en oogt als het einde van de wereld. Een hoge boomloze vogelrots aan de rand van een kille oceaan. Aan de luwe oostkant van de rots wonen 160 mensen. Aan de ruige westkant nestelen tienduizenden vogels, vooral papegaaiduikers. Om op Runde te komen, moet je over hoogvlaktes, bergen en door fjorden. En tot slot hop je over een aantal lange smalle bruggen van eiland naar eiland waarvan Runde de laatste is. Als je vanuit Bergen komt, zie je het moderne leven snel wegebben. De winkels worden soberder, auto’s ouder, kleding suffer en wegen smaller. Wat toeneemt zijn meeuwengekrijs, vislucht en een soort zwaarmoedigheid, die hoort bij een plaats die er niet toe doet. Het Noordkaapeiland ligt er 2000 km vandaan, maar Runde is nauwelijks minder desolaat.

Toerisme Schotland: Kawasaki Versys Highland Tour

9

Dunmore Head/Ierland

Dunmore Head is de westelijkste punt van het Ierse vasteland en ligt even ver van Canada als van Moskou. Daarom zou je het ook het westelijkste plekje van Europa kunnen noemen dat je over de weg nog redelijk makkelijk kunt bereiken. Al valt daar natuurlijk wel wat op af te dingen. Maar we zijn geen afdingers, maar opscheppers. Dus noemen het gewoon de Westkaap van Europa. Dat klinkt toch het best.

Dunmore Head ligt op het schiereiland Dingle in het zuidwesten van de Ierse republiek. Om er te komen, maak je eerst een tamme rit langs de zuidkust van Dingle. Vlak voor de bocht naar de westkust gaat de weg plotseling langs een steile afgrond omhoog. Daarna ontvouwt zich een grandioos uitzicht op Dunmore Head en onbewoonde rotseilanden. De Ieren vonden het panorama dramatisch genoeg om tussen de rotsen een beeld van Jezus aan het kruis neer te zetten. 

Een kilometertje verder bereik je Dunmore Head zelf, een rotsachtige uitloper van een kilometer lang. Je kunt er een klein stukje oprijden. Daarna buigt het weggetje af naar een heel steil klinkerpad dat op een strand uitkomt.

Even nadat we hier het strand waren opgereden, werd definitief bewezen dat we een mijlpaal hadden bereikt. Er verscheen namelijk een groepje Duitse toeristen. Dit is altijd zo bij geografische uitersten. Waarom weten we niet. Maar je kunt er rustig een vuistregel van maken: als er binnen een uur geen Duitser naast je staat, heb je geen echte mijlpaal bereikt.

8

Puy-de-Dôme/Frankrijk

Als het landschap bij Clermont-Ferrand abrupt een paar honderd meter omhoog springt en vulkanen als paddenstoelen uit de grond schieten, dan weet je dat je op het Centraal Massief bent aangekomen. Dit bergplateau is ruim twee keer groot als Nederland, klimt tot ruim 1100 m en heeft toppen van boven de 1800 m.

Van de pakweg tachtig vulkanen valt de Puy-de-Dôme (1465 m) het meest op. Hij heeft de klassieke vulkaanvorm en steekt het hoogst boven het plateau uit, ongeveer een kilometer. De Romeinen kozen deze top om een tempel voor Mercurius neer te zetten. Ze bouwden daarvoor een voetpad dat er nog altijd ligt. Tevens kun je een treintje pakken.

Na de slagboom kringelt het weggetje met stijgingspercentages van 10 tot 13 % rondom de hele puist naar de platte top. Onderweg biedt hij fantastische uitzichten op de omliggende vulkanen. Vlak voor de top zie je Clermont-Ferrand en helemaal bovenop, als het weer erg meezit, zelfs de Alpen.

Door de lange, felle stijging is de vulkaan een legendarische Tour de France-naam geworden. Dertien keer kwam het peloton hier aan, bijna altijd won een grote renner: Coppi, Bahamontès, Ocana (2x), van Impe en Zoetemelk (2x). In 1988 werd de berg voor het laatst in de Tour opgenomen, maar nog altijd is hij populair bij de amateurwielrenners. Een goede reden om onze ongemotoriseerde vrienden in de gaten te houden bij de bochtige beklimming.

7

Land’s End/Engeland

Net als Bretagne heeft het Engelse Cornwall drie fameuze kapen. Het zuidelijke Lizard Point – waar voor de scheepvaart de Atlantische Oceaan begint – de westelijke Cape Cornwall en daartussen Land’s End. Eigenlijk vinden we de eerste twee mooier, maar Land’s End is veruit de beroemdste. Als je erop af rijdt, begrijp je waarom. Het weidse, desolate plateau met zijn ruige kliffen waar het altijd waait, voelt simpelweg aan als het Einde van het Land. En dan schop je het als landmark toch altijd het verst. De Romeinen herkenden die specifieke eigenschap ook al en noemden deze plek Bolerium – Zetel van de Storm.

Al sinds 1859, toen de spoorlijn naar het nabijgelegen Penzance gereed kwam, is Land’s End een toeristische attractie. En dus heeft Land’s End alle rekwisieten die daarbij horen: winkeltjes, restaurants, een hotel en tentoonstellinkjes. De wegwijzer is het meest bekende en meest gefotografeerde object. Alleen mag je die foto niet zelf maken, want de rechten zijn tegenwoordig in handen van een fotografencollectief. Op de wegwijzer staat de plaats waar Land’s End in een adem mee wordt genoemd: John O’Groats – de noordoost punt van Schotland, 873 mijl (1405 km) hiervandaan. Land’s End to John o’ Groats, ook wel End to End genoemd, is dé rit om te maken voor Britse motorrijders. 

6

Pointe du Raz/Frankrijk

De wilde kust van Bretagne telt drie kapen die drie sterren krijgen van de groene Michelin-gids: Cap Fréhel, Pointe Penhir en Pointe du Raz. Vooral de laatste is weergaloos. Alsof je op het randje van de Aarde staat en neerkijkt op een kwaadaardig kolkende onderwereld. En dat in Bretagne.

Als toeristisch icoon doet Pointe du Raz bij de Fransen nauwelijks onder voor de Eiffeltoren of Mont St.Michel. Tot aan de Tweede Wereldoorlog stonden er zelfs vier hotels. Ze werden opgeblazen door de Duitsers, maar de toeristen bleven toestromen. Er kwamen zoveel bezoekers dat reisjournalisten vermanende stukjes gingen schrijven. De kaap was door het massatoerisme vertrapt tot maanlandschap, vonden ze. Maar woeste kaap én maanlandschap? Dat lijkt ons eerlijk gezegd twee voor de prijs van één.

In het hoogseizoen mag je er niet met de motor op en moet je een kilometer lopen of een pendelbusje pakken. Buiten het seizoen zijn er nauwelijks mensen om je tegen te houden. En dan kun tot het randje van de afgrond komen. Met een beetje wild weer veroorzaken zware oceaangolven huizenhoge spuitnevels tegen de rotsen.

Pointe du Raz is een kaap met een rotsachtige uitloper die geleidelijk in zee verdwijnt en daarna, als de staart van een zeemonster, nog enkele keren boven water komt. Als je de waarschuwingsborden negeert, kun je aan een klimpartij over de rotsen beginnen. Boven de afgronden hangen touwen om je aan vast te grijpen. Onder je hoopt de tierende oceaan met opengesperde bek op een misstap. Oppassen dus, vooral als je motorlaarzen draagt. Pointe du Raz moet niet letterlijk het einde zijn.

5

Kaap Finisterre/Spanje

Noordkaap, Kaap Hoorn, Kaap de Goede Hoop, Point Barrow, Kaap Morris Jessup. Allemaal zijn het kapen die aan het einde van de wereld liggen. Maar slechts één kaap draagt de naam Einde van de Wereld echt: Kaap Finisterre dus. Je vindt hem aan de Spaanse noordwestkust.

In de oudheid werd Finisterre gezien als het echte, definitieve einde van de wereld. Druïden, Kelten en Romeinen maakten lange reizen om er de zon onder te zien gaan. Hun wandelstok en andere bezittingen gooiden ze in het water. Daarmee wierpen ze symbolisch hun oude leven van zich af om een nieuw leven te kunnen beginnen. Maar doen bedevaartgangers naar Santiago de Compostela niet hetzelfde? Precies, en dat is geen toeval. De kerk heeft de grote tocht uit de oudheid simpelweg overgenomen, aangepast en er een katholiek label opgeplakt. Maar de bedevaartstocht bestond dus al ver voordat Santiago er was. Sterker nog: hij werd al georganiseerd voordat Jezus en het Christendom ten tonele verschenen.

Maar het zal duidelijk zijn. Deze kaap heeft iets. Hij is hoog, ruig, geheimzinnig en afgelegen. De kust – de Costa da Morte – is wild en gevaarlijk. Er hangt, kort gezegd, magie in de lucht. En dat wordt al duizenden jaren herkend.

Toerisme Duitsland: een wals door de Palts

4

Col de la Bonette/Frankrijk

Eigenlijk is Col de la Bonette niet de hoogste Alpenpas. Met haar 2715 m moet zij Col de l’Iseran (2770), Stelvio (2758) en Col d’Agnel (2744) voor laten gaan. Maar toen de oude bergpas in 1961 haar huidige vorm kreeg, haalden de wegenbouwers een streek uit. Nabij het hoogste punt maakten ze een lus van twee kilometer die rondom de Bonette een hoogte van 2802 m haalde: de Cime de la Bonette. Daarmee werd de Bonette via een omweggetje wel de hoogste pas en dus automatisch een toeristische trekpleister.

Maar heeft zo’n berg dat nou nodig, die flauwe truc? Eigenlijk niet. Ook zonder de lus voelt de Col de la Bonette aan als hemelhoog. Dat komt bijvoorbeeld door de lange aanloop vanuit Jausiers (25 km) en de even lange afdaling naar Saint Étienne de Tinée. Eenmaal aan de top ervaar je een nauwelijks te evenaren weidsheid, omdat de Bonette boven de bergen in de omgeving lijkt uit te steken. Vooral als je de moeite neemt een kleine wandeling naar de oriëntatietafel op 2862 m te maken. In de drie keer dat we er zelf zijn geweest, hebben we dat een motorrijder nog nooit zien doen. Jammer, want juist hier is de Bonette nou net op haar mooist. Meer over deze col in de Alpenspecial – Promotor nr.10. 

3

Passo dello Stelvio/Italië

De Passo dello Stelvio – of Stilfserjoch – werd in 1826 geopend om Milaan met Wenen te verbinden. Ruim 180 jaar later is het nog altijd een van de indrukwekkendste Alpenpassen. En met 2758 m de op twee na hoogste – na de Col de la Bonette (2802) en de Col de l’Iseran (2770). De beroemdste zijde ligt aan de oostkant. Vanaf Prad ga je door maar liefst 48 gemarkeerde haarspeldbochten 1972 m omhoog. Met 39 bochten en een verval van 1536 m doet de prachtige westkant naar Bormio er niet veel voor onder. Veel minder bekend is de afdaling aan de noordkant: de deels onverharde Umbrailpas. Ook prachtig, maar de haarspeldbochten zijn zo vlijmscherp, dat auto’s moeten steken om ze te halen.

Dolomieten, Italië: achter de Passo Rolle

Anders dan op de top van de meeste passen, is het bovenop de Stelvio feest. Hotels, restaurants, souvenirs en warme worsten verwelkomen dagelijks duizenden bezoekers, van wie een aanzienlijk deel een motor onder de kont heeft. Veelgehoord gespreksonderwerp onder de motorrijders: hoe rijd je nou precies een haarspeldbocht? Geen betere plek dan de Stelvio om daar voor eens en altijd achter te komen. Meer over deze col in de Alpenspecial – Promotor nr.10.

2

Gibraltar

De Rots van Gibraltar is in Europa een van de twee Grote Motorbestemmingen. Maar anders dan de Noordkaap voelt het Britse schiereilandje niet aan als het eenzame einde van de wereld, maar eerder als het kolkende middelpunt.

Het is de plek waar werelden sinds oudsher met elkaar botsen of zich vermengen. Het is de poort van de Middellandse zee en de Atlantische Oceaan. En aan de overkant zie je Marokko. The Rock is very British, maar ook Spaans, Joods, Arabisch en een beetje Italiaans. Dat maakt het kleine Gibraltar broeierig en kosmopolitisch. De ligging op de steile rots geeft daar een passende, spannende vorm aan. Razend interessant dus, een verplicht nummer voor elke motorrijder.

Gibraltar wordt vaak gezien als het zuidelijkste puntje van het Europese vasteland, maar die eer komt Tarifa toe, dat 12 km dichter bij de Evenaar ligt, op bijna 45 km rijden van Gibraltar. Tarifa is een aardig, historisch badplaatsje, waar het erg hard waait, maar het verhoudt zich tot Gibraltar als De Cock tot James Bond.

1

De Noordkaap/Noorwegen

Wie zijn doel heeft bereikt, is doelloos. Mogelijk zelfs een beetje gedeprimeerd. Misschien is dat de reden waarom veel reizigers klagen over de Noordkaap. Ze vinden hem druk, duur en kaal. Een anticlimax.

Een beetje gelijk hebben ze wel. Tegen middernacht kan het stampvol zijn op het Noordkaapplateau. Vooral door de plotselinge komst van tientallen bussen met Amerikaanse en Duitse zestigplussers van een cruiseschip. En duur, tja, wat dacht je? Maar je mag blij zijn dat je hier aan de rand van de wereld sowieso nog iets kunt kopen. Kaal is het Noordkaap-eiland (Magerøya) inderdaad ook, er groeit alleen maar een beetje mos. We willen het allemaal bekennen. En ook nog dat we nog nooit zo beroerd gegeten hebben als in het restaurant van Kamøyvær.

Maar dan houdt ons begrip op. We vinden de Noordkaap geen domper, maar de absolute climax van een 3000 km lange rit. Het eiland is woester en desolater dan alle landschappen die je onderweg bent tegengekomen. De plaatsjes – eerder nederzettingen – zijn nog basaler dan elders in Noorwegen. Winkels doen hier nauwelijks nog aan etalages en reclame. Al het hippe gedoe heb je achter je gelaten. Hier houdt de gewone wereld echt op en begint de sprankelende poolwereld. Een magische plek, waar alles bijzonder is. De Kaap der Kapen. De meest verplichte van alle nummers.

Louis presenteert ‘Motorkleding die er niet zo uitziet’

0

Louis presenteert een nieuwe aflevering in de populaire serie “Motorkleding die er niet zo uitziet“. De motor-hoodie VUJ-2 maakt deel uit van Vanucci’s Urbano-lijn en is dus bedoeld als casual outfit voor in de city.

De camouflage is bijna perfect. Wat er aan de buitenkant uitziet als modieuze vrijetijdskleding, is aan de binnenkant volledig versterkt met Armalith. Dit is echt een wondermateriaal: het ziet eruit als katoen, voelt aan als katoen, maar is extreem scheur- en slijtvast. Dit komt door de 31% polyethyleen (UHMWPE, vraag maar aan Wikipedia) in de stof.

Louis zoekt medewerkers voor de winkels in Tilburg en Assen

Daaronder zitten level 2-protectoren van Sas-Tec, op de schouders en ellebogen, achteraf te plaatsen op de rug. De pasvorm is vrij slank zodat de protectoren zitten waar ze moeten zitten. Ook goed voor de veiligheid: korte verbindingsrits om omhoog glijden te voorkomen en veiligheidsnaden op bijzonder kwetsbare plekken.

Je kunt de hoodie Vanucci VUJ-2 kopen in je vriendelijke Louis-winkel of op louis.de voor 299,99 euro in de maten 48 tot 58.

Producttest: 11 roltassen getest

1
Roltassen

Roltassen gemaakt van van gelast vrachtwagenzeil zijn de eenvoudigste manier om je bagage weerbestendig op te bergen op het zadel of de bagagedrager. We hebben elf varianten ingepakt, vastgesjord en onderzocht.

Tekst en fotografie: MotorradNews

Aan het begin was er de rol. In feite grijpen veel motorrijders voor hun eerste tocht met bagage naar zo’n waterdichte worst achterop. En terecht, want vergeleken met volwaardige koffers zijn ze even ruim, maar kosten ze slechts een fractie van de prijs. Modelspecifieke bagagedragers zijn overbodig: gewoon inpakken, vastsjorren en wegwezen. Zelfs ervaren motorreizigers waarderen deze voordelen. De spijkerharde bagagerol scoort met zijn lage eigen gewicht en een grote opening die het inladen vergemakkelijkt. Door het schier eindeloze aanbod beperken we het testveld: inhoud ongeveer 50 liter, over dwars te openen en waterdicht – dat zijn de eisen.

Producttest: 9 paar motorsneakers getest

Een lek dichten

We behandelen ook de vraag hoe je de vrij zachte rollen veilig op de motor kunt bevestigen. De klassieke spanband – in het slechtste geval met een ratel – is daarvoor te star en kan de bagagerol of de inhoud beschadigen. Huis-, tuin- en keukenspanbanden zijn soms niet sterk genoeg en kunnen met hun puntige metalen haken het waterdichte vrachtwagenzeil perforeren. De oplossing is speciale rubberen banden met afgeronde plastic haken of ‘rok straps’, die wij in het kader rechts uitleggen.

Maar stel dat je toch een gat krijgt in je roltas, dan rijst natuurlijk de vraag hoe je zo’n gat in je ooit waterdichte bagagerollen kunt dichten. In het geval van Ortlieb is de oplossing eenvoudig. Via de dealers of een telefoontje naar de klantenservice kun je de tas opsturen en door de fabrikant professioneel laten sealen. Een reparatie is meestal goedkoper dan een nieuwe Ortlieb-tas. Bij andere fabrikanten is het op zijn minst de moeite waard om het zelf te proberen alvorens de bagagerol te vervangen. Voor grotere scheuren biedt Enduristan een ‘Luggage Repair Kit’ met textielpleisters, naalden, garen en vervangende gespen. De prijs is rond de 20 euro. Je kunt ook stof van een oude rol als donor gebruiken. Als je het materiaal kent, kun je in outdoor- en kampeeraccessoires zelfs speciale lijmen vinden die PU, PVC of polyester weer waterdicht maken. Een voorbeeld is de ‘Camplast Rep-Set’ van Tip-Top voor rond de tien euro. Schoenlijm geldt ook als een geheime tip. Welke lijm geschikt is voor het materiaal van je eigen bagagerol staat in de kleine lettertjes. Kortom: als de bagagerol toch een gaatje heeft, is er weinig te verliezen.

Bevestiging

1. De tijd van goedkope expander rubbers is gelukkig voorbij. Polo stuurde ons een eigentijdse versie met geplastificeerde stalen haken en breed rubber (6,99 euro/paar).

2. Onverslaanbaar op het gebied van perfecte bevestiging zijn echter de verstelbare ‘Rok Straps’. Met hun lussen vinden de onverwoestbare rekbanden niet alleen een krasvrije houvast op bijna elke motor, de spanning kun je ook naar wens instellen en dankzij de snelsluiting is de bagagerol in een handomdraai bevrijd. Let op, maak de riemen los voordat je ze opent! Met ongeveer 20 euro per paar zijn de Rok Straps niet goedkoop, maar de investering loont.

3. In zeldzame gevallen, bijvoorbeeld bij achteraf gemonteerde aluminium bagageplaten, kunnen de lussen van de Rok Straps te dik zijn voor de openingen. Om dit te voorkomen heeft Enduristan een speciale versie laten maken waarbij je de lussen via een extra gesp opent. De gespen van de ‘Rok 1400’ komen overeen met die van alle Enduristan-tassen. Voor 27 euro betaal je wel iets extra voor de speciale riemen. Voor normaal gebruik raden wij de standaardversie met gesloten lussen aan.

Büse bagagerol 45 liter

Volume: 45 l (alternatief 30 en 90 l)

Afmetingen: breedte 60 cm, diameter 33 cm

Gewicht: 860 g

Materiaal: PU-gecoate stof

Beschikbare kleuren: Geel, Zwart

Land van vervaardiging: China

Prijs: € 69,95

www.buese.com

Conclusie

De no-nonsense bagagerol van Büse doet het zonder extra vakken en zakken. In vergelijking met de andere kandidaten is hij relatief licht. Alles wat je mee moet nemen gaat in het hoofdvak van 45 liter. Het gele interieur is veel overzichtelijker dan de zwarte versie. Beide hebben reflecterende prints en brede oogjes voor het veilig geleiden van de spanbanden. De rolsluiting doet het zonder extra klittenband en dat hebben we in de test niet gemist. De ruime opening is optimaal beveiligd met vier plastic clips. Een schouderriem wordt meegeleverd.

Gebruik ● ● ● ●

Uitrusting ● ● ●

Afwerking ● ● ● ●

Enduristan Tornado 2L

Volume: 51 l

Afmetingen: breedte 61 cm, diameter 32 cm

Gewicht: 1.440 g

Materiaal: 1000D-3L polymeer, nylon en vinyl

Beschikbare kleuren: Zwart

Land van vervaardiging: China

Prijs: € 85,-

www.enduristan.eu

Conclusie

Enduristan levert met de Tornado 2L een uiterst robuust stuk bagage. Het relatief zware maar flexibele materiaal met een gestructureerd oppervlak is aan de binnenkant donkerrood gecoat, wat het makkelijker maakt om je weg te vinden, althans in vergelijking met zwarte exemplaren. Ook aan de binnenkant bieden drie open vakken van gaas en een vak met rits plaats aan kleine voorwerpen. Een visitekaartje of adreskaartje dat van buitenaf zichtbaar is, past in een transparante gleuf. Aan de buitenkant heeft de matzwarte rol geen reflecterende opdruk. Vier stevige plastic clips beveiligen de sluiting van de rol. Oogjes geleiden de ingenieuze Rok Straps Enduristan Rok 1400, die elk hun 27 euro waard zijn. Gezien de eerlijke prijs is de Tornado 2L een aantrekkelijk voorstel, zelfs met de riemen tegen meerprijs.

Gebruik ● ● ● ●

Uitrusting ● ● ● ●

Afwerking ● ● ● ● ●

Givi Cargo Bag GRT712B – Motor.NL aanrader!

Volume: 40 l

Afmetingen: breedte 50 cm, diameter 30 cm

Gewicht: 820 g

Materiaal: 840D TPU

Beschikbare kleuren: Zwart

Land van vervaardiging: China

Prijs: € 122,50

www.givi.it

Conclusie

De GRT712B van Givi is een aanrader. Achter de naam Cargo Bag gaat een waterdichte bagagerol schuil met 40 liter volume en tal van details. Het dubbel gecoate 840D TPU-materiaal met reflecterende print maakt een robuuste indruk. Felgeel aan de binnenkant maakt het gemakkelijk om je weg te vinden. De binnenzak met rits is ruim en een ventiel helpt om lucht uit het opgerolde stuk bagage te laten ontsnappen. Een schouderriem is inbegrepen, evenals twee lange spanbanden met klemmen voor bevestiging aan de motor. Molle-ogen aan beide zijden geleiden de riemen of bieden plaats aan verdere accessoires. Bovendien kun je met plastic clips voor twee andere banden – ook inbegrepen – een tent of extra bagage aan de lichtgewicht Givi-rol vastsjorren. Zwakke punten? Blijkbaar geen. Beide duimen omhoog!

Gebruik ● ● ● ●

Uitrusting ● ● ● ● ●

Afwerking ● ● ● ●

Kappa Stryker

Volume: 40 l

Afmetingen: 54 cm, diameter 30 cm

Gewicht: 800 g

Materiaal: PVC

Beschikbare kleuren: Zwart

Land van vervaardiging: China

Prijs: € 68,80

www.kappamoto.com

Conclusie

Ondanks zijn lage prijs wordt de Kappa Stryker geleverd met een schouderriem en twee elastische banden voor bevestiging. Ze kunnen worden bevestigd aan stevige plastic oogjes. De waterdichte ‘tas voor achterop’ is ontworpen als een bagagerol en heeft een inhoud van 40 liter. De rolsluiting is beveiligd met een sterke klittenbandstrip en vier plastic clips. Het zwarte materiaal absorbeert niet alleen al het licht aan de binnenkant, de Stryker heeft ook geen reflecterende elementen aan de buitenkant. Er zijn ook geen vakken voor kleine voorwerpen. Wie hier zonder kan en niet door dik en dun wil gaan, zal tevreden zijn met het totaalpakket van Kappa.

Gebruik ● ● ●

Uitrusting ● ● ●

Afwerking ● ● ● ●

Modeka Road Bag

Volume: 60 l (alternatief 30 l en 45 l)

Afmetingen: breedte 71 cm, diameter 33 cm

Gewicht: 960 g

Materiaal: PVC gecoat polyester

beschikbare kleuren: Geel-zwart

Land van vervaardiging: China

Prijs: € 62,90

www.modeka.de

Conclusie

De snit en het formaat van de 60-liter Road Bag van Modeka zijn vergelijkbaar met de SW-Motech-rol. Zelfs details als het klittenband op de rolsluiting en de plastic clips zijn bij beide bagagerollen identiek. De aanzienlijk lagere prijs van de Modeka-rol wordt verklaard door het feit dat deze niet is voorzien van het transparante venster en spanbanden. Ook zoek je tevergeefs naar extra clips om meerdere rollen met elkaar te verbinden. Wie het zonder kan, bespaart bijna 20 euro op de aankoop. De enorme opening maakt het laden gemakkelijk en kan na het oprollen met vier sluitingen worden vastgezet. Zwart domineert het interieur en absorbeert veel licht; van buitenaf is de rol goed te zien met zijn neongele oppervlakken en reflecterende elementen. De kwaliteit van de afwerking en het gevoel van de materialen wekken vertrouwen. Een gevoerde schouderriem is inbegrepen.

Gebruik ● ● ● ●

Uitrusting ● ● ●

Afwerking ● ● ● ●

Mosko Moto Scout 50L Duffle

Volume: 50 l

Afmetingen: breedte 51 cm, diameter 35 cm

Gewicht: 1.420 g (extra drager 400 g, riemen 420 g)

Materiaal: 800D, polyurethaan

beschikbare kleuren: zwart-grijs

Land van vervaardiging: China

Prijs: € 279,65

www.moskomoto.eu

Conclusie

Mosko Moto wilde met de Scout 50L Duffle een bagagerol creëren met alle functies die je je kunt voorstellen in het leven van een motorrijder. Als je naar het resultaat kijkt, ben je geneigd dat te geloven. In de bodem zijn afneembare rugzakbanden en een borstriem verborgen. Met de schouderriem kun je hem dragen als een plunjezak. Er kan een brede flap met Molle-systeem en geïntegreerde mesh ritszak worden bevestigd, waaronder je extra bagage kunt vastsjorren dankzij lange riemen. Zonder deze flap wordt de waterdichte rolsluiting slechts door twee clips beveiligd. Toch ziet de hele constructie met zijn stevige handgrepen en riemgeleiders er zeer hoogwaardig uit. Solide spanbanden voor de bevestiging zijn ook inbegrepen. In tegenstelling tot de door ons aanbevolen Rok Straps missen deze echter een elastische component. Zwart overheerst binnenin en slokt veel licht op, het heldere blauw laat tenminste de laatste stralen achter. Het organiseren van kleine spullen zou gemakkelijker zijn met een zakje dat van buitenaf toegankelijk is of op zijn minst een netje binnenin. Er zijn robuustere, lichtere en zeker goedkopere bagagerollen. Maar met veel doordachte oplossingen is de Scout 50L Duffle uniek in deze test.

Gebruik ● ● ● ●

Uitrusting ● ● ● ● ●

Afwerking ● ● ● ● ●

Moto-Detail Trekking Roller – Motor.NL prijskraker

Volume: 50 l (alternatief 30 l)

Afmetingen: breedte 60 cm, diameter 30 cm

Gewicht: 1.180 g

Materiaal: geplastificeerde stof

Beschikbare kleuren: Zwart-Grijs

Land van vervaardiging: China

Prijs: € 39,99

www.louis.nl

Conclusie

Ondanks de lage prijs van net geen 40 euro hoeft de Moto-Detail Trekking Roller van Louis zich in deze vergelijking niet te verbergen. Het materiaal en de afwerking staan op een lijn met de andere roltassen, maar in nieuwe toestand hangt er een sterke geur van oplosmiddel. Een schouderriem en twee bevestigingsriemen zijn inbegrepen. Als de bevestigingspunten ver uit elkaar liggen, zijn de spanbanden wat kort. Hetzelfde geldt voor de riemen van de bevestigingsclips op de rolsluiting: Als de Moto-Detail volgeladen is, vergt het enige wilskracht om hem te sluiten. Stevige, groot gedimensioneerde riemgeleiders aan de lange zijden van de rol zijn omrand met reflecterende strips. De Moto-Detail heeft geen buitenvak of binnenzak van gaas. In plaats daarvan verbetert de chique grijze binnenkant het overzicht.

Gebruik ● ● ●

Uitrusting ● ● ●

Afwerking ● ● ●

QBag Bagagerol

Volume: 35 l

Afmetingen: breedte 52 cm, diameter 29 cm

Gewicht: 420 g

Materiaal: Polyester

beschikbare kleuren: Grijs

Land van vervaardiging: China

Prijs: € 39,99

www.louis.nl

Conclusie

Hoewel de Q-Bag rol van Polo met een volume van 35 liter de kleinste kandidaat in deze vergelijking is, krijg je verrassend veel voor je geld. Een gewatteerde schouderriem is inbegrepen. De combinatie van canvas-look en rode ritsen is niet alleen chic, maar ook licht. Een van buitenaf toegankelijk vak en een gaasvak aan de binnenkant – beide met ritsen – bieden ruimte voor kleine spullen. Als je de bevestigingsriemen verplaatst binnen de stevige draagriemen, blijven ze ook tijdens de rit op hun plaats. Het zwakke punt van de constructie is de hoofdrits, en dat in twee opzichten. Aan de ene kant is hij korter dan de tas en staat hij vol geladen flink uit elkaar. Dit belast niet alleen de uiteinden onnodig, de kleine opening bemoeilijkt ook de toegang. Anderzijds vertrouwen alle andere bagagerollen op een waterdichte opgerolde opening. Alleen bij de QBag is de verzegelde rits blootgesteld aan de elementen en niet permanent verzegeld. Als je de rol vastzet met de rits naar beneden, is dat geen probleem. Maar dan is een snelle toegang tot de kleine buitenzak niet meer mogelijk.

Gebruik ● ●

Uitrusting ● ● ●

Afwerking ● ●

SW-Motech Drybag 600

Volume: 60 l (alternatief 35 l)

Afmetingen: breedte 71 cm, diameter 33 cm

Gewicht: 1.120 g

Materiaal: 500D polyester, PVC gecoat

Beschikbare kleuren: Grijs, geel

Land van vervaardiging: China

Prijs: € 80,-

www.sw-motech.com

Conclusie

Bij de Drybag 600 van SW-Motech zijn een schouderriem en vier spanbanden voor bevestiging inbegrepen. Ze worden met plastic clips aan de bagagerol bevestigd. Dezelfde clips kun je ook gebruiken om de waterdichte zakken met elkaar te verbinden, wat in ons geval niet nodig is dankzij het royale volume van 60 liter. De grijze kleur is licht genoeg om binnenin het overzicht te bewaren. Aan de buitenkant is de grijze uitvoering discreter dan de gele versie. Met het venster voor een adres of visitekaartje zijn alle details benoemd. Op de kwaliteit van de naar verhouding grote bagagerol valt weinig aan te merken. Een klittenbandsluiting en vier clips beveiligen de sluiting van de rol. Reflecterende elementen verbeteren de zichtbaarheid ’s nachts.

Gebruik ● ● ● ●

Uitrusting ● ● ● ●

Afwerking ● ● ● ●

Producttest earbuds: kun je active noise cancelling zinvol gebruiken op een motor?

Touratech Adventure Rack Pack

Volume: 49 l (naar keuze 31 of 89 l)

Afmetingen: breedte 61 cm, diameter 32 cm

Gewicht: 840 g

Materiaal: Polyester, PVC gecoat

Beschikbare kleuren: Geel, oranje, rood, bBlauw

Land van fabricage: Duitsland

Prijs: vanaf € 89,90

www.touratech.de

Conclusie

Ortlieb produceert de gele Touratech-bagagerol. De waterdichte tassen uit Duitsland genieten wereldwijd een goede reputatie. Op de afwerking valt dan ook weinig aan te merken. De Rack-Pack heeft geen onderverdeling van het grote hoofdvak, maar de lichte kleur maakt het makkelijker om binnenin te kijken. Samen met de reflecterende prints verhoogt dit ook de zichtbaarheid. De rol bevestig je veilig op de motor dankzij de vele trekbandogen en riemtules. Vier plastic clips beveiligen de waterdichte rolsluiting, en de schouderriem is inbegrepen. De rackpack is geen koopje, maar wel een metgezel voor vele jaren.

Gebruik ● ● ● ● ●

Uitrusting ● ● ●

Afwerking ● ● ● ● ●

De laadruimte heeft geen extra’s nodig; aan de buitenkant helpen riemen om kleine onderdelen vast te sjorren.

Touratech’s Rack-Pack vertrouwt op Ortlieb-kwaliteit.

Touratech Rack Pack Extreme Editie

Volume: 50 l

Afmetingen: breedte 62 cm, diameter 32 cm

Gewicht: 1.160 g

Materiaal: met kunststof beklede stof

Beschikbare kleuren: Zwart

Land van vervaardiging: China;

Prijs: € 99,90

www.touratech.de

Conclusie

De Extreme Edition van Touratech is niet afkomstig van Ortlieb, maar doet qua ontwerp en robuustheid meer denken aan de roltas van Enduristan, die ook in China wordt gemaakt. De gelijkenissen zijn zichtbaar in sommige details, maar toch is de Rack Pack Extreme Edition een onafhankelijk product. Het dikke, zwarte materiaal heeft een opvallende structuur en een reflecterende print aan de buitenkant. Binnenin maakt een felgele coating het veel gemakkelijker om bagage terug te vinden. Bovendien helpen een ritsvak en drie netten aan de binnenkant en een groot gaasvak aan de buitenkant met klittenbandsluiting bij de organisatie. Een klein nadeel is het ontbreken van riemgeleiders, maar wie bang is voor wegglijdende riemen kan ze door de handvatten rijgen. Over het geheel genomen biedt hij meer voor dezelfde prijs dan de gele Rack Pack van Touratech. De schouderriem is niet inbegrepen en kost € 19,90 extra.

Gebruik ● ● ● ●

Uitrusting ● ● ● ●

Afwerking ● ● ● ●

Jonway YY800-2: nieuwe cruiser uit China

0
Jonway YY800-2

De Chinese cruiser doet weinig moeite om zijn stylinginspiraties van de Indian Scout Bobber te verhullen.

In de afgelopen jaren hebben verschillende Chinese motorfietsfabrikanten hun intrede gedaan op de wereldmarkt. Merken zoals CFMoto, QJ Motor en Loncin hebben hun aanwezigheid laten gelden, met name op de Europese markt, waar een sterke vraag is naar kleine tot middelgrote machines. Terwijl de genoemde merken gevestigd zijn en banden hebben met Europese fabrikanten, zijn er ook andere merken uit China die wereldwijd aandacht proberen te krijgen.

Chinese Fabrikant Jonway debuteert met de V400 Cruiser in Europa

Een merk waar we al eens over hebben gesproken is Jonway, een Chinees bedrijf dat bekend staat om zijn cruisers in het kleine tot middelgrote segment. Jonway schuwt het niet om zijn ontwerpinvloeden te onthullen, aangezien het merk in het verleden modellen van Harley-Davidson en Indian heeft gekopieerd. Hun nieuwste aanbod, de YY800-2, haalt duidelijke inspiratie uit de iconische Indian Scout Bobber en doet weinig moeite om dit te verhullen. Met zijn laaggelegen houding straalt de YY800-2 een ontspannen en relaxte sfeer uit. Bovendien is hij af fabriek uitgerust met hoge apehanger-sturen, wat zorgt voor een custom uitstraling. Jonway rust de YY800-2 zelfs uit met witwandige dikke banden.

Wat betreft prestaties wijkt de YY800-2 af van de Indian Scout Bobber en kiest hij voor een kleinere motor. In plaats van de 69 cubic-inch (1.113cc) V-twin motor van de Scout Bobber, is de YY800-2 uitgerust met een 800cc V-twin motor die 61 pk en 45 pond-voet koppel levert. In navolging van de klassieke Amerikaanse cruisertraditie maakt de YY800-2 gebruik van een aandrijfriem voor een soepele vermogensafgifte.

De onderliggende structuur van de YY800-2 heeft een aluminium frame dat bedoeld is om het gewicht te verminderen, hoewel het nog steeds een aanzienlijke 230 kilogram weegt. De motorfiets rijdt op 16-inch wielen, gecombineerd met dikke witwandige banden die bijdragen aan zijn vintage esthetiek. Voor een comfortabele rit is de YY800-2 uitgerust met omgekeerde voorvorken en een paar achterste schokdempers voor de vering. Bovendien zorgt de extreem lage zithoogte van 690 millimeter ervoor dat hij toegankelijk is voor een breed scala aan rijders, wat zorgt voor gemak en comfort voor iedereen.

Op dit moment heeft Jonway de YY800-2 exclusief op de Chinese markt uitgebracht. Wat betreft de mogelijke beschikbaarheid in Europa is er nog geen officiële informatie, maar het is zeker niet ondenkbaar, aangezien het merk al behoorlijk aanwezig is op bepaalde Europese markten. In China heeft de cruiser een prijs van 43.990 Yuan, wat ongeveer € 5.500 is.

Louis zoekt medewerkers voor de winkels in Tilburg en Assen

0

Europa’s grootste winkelketen voor motorkleding en -accessoires heeft zojuist haar tweede Nederlandse winkel geopend in Assen, de eerste is sinds maart 2019 geopend in Tilburg. Voor beide winkels is Louis op zoek naar parttime en fulltime verkoopmedewerkers en specialisten om de winkels te managen. Ook zijstromers zijn welkom. Kwaliteiten zoals het vermogen om in een team te werken, vriendelijkheid en plezier in de omgang met mensen zijn belangrijk voor het bedrijf. En natuurlijk kan enthousiasme voor motoren ook geen kwaad.

Louis presenteert de ultieme urban-retro-stijlgids voor motorrijders 

Motorenthousiasme kenmerkt ook de geschiedenis van het traditionele bedrijf uit Hamburg: In 85 jaar geëvolueerd van een kleine werkplaats naar Duitslands grootste motordealer en verder naar Europa’s marktleider in motorkleding en -accessoires. Geen crises, geen faillissementen, gewoon gestage, solide groei en veel passie en knowhow over motoren.

Een van de geheimen van dit succes is ongetwijfeld dat Louis mensen centraal stelt, zowel klanten als werknemers. De filosofie erachter: Alleen een tevreden medewerker is een goede medewerker, en alleen een tevreden klant komt terug. Dit resulteert in een vriendelijke, collegiale sfeer in de vestigingen, die ook door klanten wordt gevoeld en gewaardeerd.

Iedereen die geïnteresseerd is in een van de aangeboden jobs kan langskomen op de vestiging of direct bellen met de verantwoordelijke regiomanager Marc Richter: 0049 172 1462697. Meer informatie is beschikbaar op louis.nl/jobs.

louis Assen

QJ Motor SRK 600 RR: innovatieve bocht-ABS en BMW-geïnspireerde kleuren

0
QJ Motor SRK 600 RR 1

QJ Motor presenteert de nieuwe SRK 600 RR met bocht-ABS van Bosch. Hiermee is het de eerste QJ met een stabilisatieprogramma.

Vooraf gezegd: de term “bocht-ABS” voor het systeem van Bosch is onjuist. MSC, Motorcycle Stability Control, is de juiste term voor de ESP van de tweewieler. Tot nu toe te vinden in de grotere modellen van de premiumaanbieders, volgt de Chinese fabrikant QJ Motor in 2023 en rust de 600cc supersport SRK 600 RR uit met het systeem. Dat is passend, want de SRK was sowieso één van de topmodellen van het merk op hardwaregebied.

QJMotor breidt uit met de SRK 800RR

De SRK 600 RR van QJ Motor lijkt eigenlijk op een overblijfsel uit een lang vervlogen tijdperk: een 600cc viercilinder, 81 pk bij 11.000 tpm, 51 Nm bij 10.500 tpm en een gewicht van 225 kilogram. Het klinkt als een 600cc supersportmotor met carburateurs uit de jaren 80. Maar dat is het niet helemaal, want de SRK heeft brandstofinjectie, staat op een upside-down voorvork van KYB met een dubbele Brembo-schijf aan de voorkant, met een 120/70 ZR 17-band, en zelfs een 180/55 achterband. Geen vergelijking met de magere en eenvoudige tegenhangers van een Honda PC 19 uit 1986. Echter, de SRK is zwaarder dan de Honda destijds en zelfs voor moderne maatstaven is 225 kilo voor een 600cc niet echt super of sportief. Maar motorfietsen uit China, voornamelijk bedoeld voor China, onderscheiden zich juist door hun hoge robuustheid op het gebied van vervorming in het wegverkeer. Het achterframe is in ieder geval van aluminium. Het nieuwe aan QJ Motor is het MSC van Bosch. En dat zal naar verwachting al in het modeljaar 2023 worden geïntroduceerd op de SRK 600 RR.

Moderne elektronica

Tot nu toe gebruikte QJ Motor een standaard 2-kanaals ABS van Bosch op de SRK 600 RR. De upgrade naar MSC wordt mogelijk gemaakt door een nieuwe ABS-modulator en de IMU die de hellingshoek berekent. Wanneer het systeem aan boord is, zal de tractiecontrole meteen actief zijn, en functies zoals gecontroleerde motorrem of een hellingassistent zijn ook mogelijk. De systemen worden bediend met rijmodi via een TFT-display, schakelen gebeurt met een quickshifter, de instrumenten zijn verlicht en de verlichting is voorzien van LED-verlichting. De SRK kan zonder sleutel worden gestart en met een transponder kan het voertuig tot op 50 meter afstand worden gelokaliseerd.

Met dergelijke moderne systemen zou er mogelijk terrein te winnen zijn in Europa, maar met overgewicht en een te zwakke motor zal QJ Motor deze stap waarschijnlijk niet durven te zetten. De kans op succes lijkt groter voor de lichtere tweecilinders die zijn gepresenteerd voor 2022 en 2023.

Afbeeldingen: QJ Motor

2023 Harley-Davidson CVO modellen: eerste vragen na de test

0
2023 Harley-Davidson CVO_1

Een jetlag van 7 uur nam Onze Man er graag bij om in de thuisstad van Harley-Davidson, Milwaukee, de 2023,5 CVO’s Road Glide en Street Glide te gaan testen. Net voor hij om 18.30u in slaap moest vallen, hadden we hem nog aan de lijn.

Motor.NL: 2023,5, dat hebben we nog nooit gehoord

Thierry Sarasyn: Ik wel, het was ooit de rekening in een bar in Hamburg. Maar los daarvan, Harley-Davidson wil de beide CVO’s niet als 2024 modellen bestempelen, maar het zijn wel degelijk 2023 modellen. ’t Is meer een knipoog, veel meer moet je daar niet achter zoeken.

Niet iedereen is goed thuis in de Harley-Davidson afkortingen en modelnamen. Waar ging het daar in Milwaukee precies om?

Wel, de CVO’s zijn Harley’s originele tourmodellen. Nog voor andere merken met grote windschermen en bagage kwamen, deed Harley dat al in ’69. Vooral omdat toen het netwerk van Interstates werd aangelegd en er verder en langer gereden moest worden. De Street Glide en Road Glide zijn de twee modellen in het CVO gamma. Ze zijn grondig vernieuwd.

Marathonmotor Harley-Davidson Fat Boy: jongensdroom met 113.000 op de teller

En, met succes?

Dat vind ik wel. Kijk de Road en Street Glide zien er al sinds 1980 ieder jaar weer bijna hetzelfde uit. Maar schijn bedriegt; de motoren evolueerden wel degelijk, maar men hield nogal vast aan het uiterlijk. Nu is er dus een nieuwe(re) styling, duidelijk herkenbaar natuurlijk, maar meteen ook gekoppeld aan een nieuw Milwaukee Eight VVT 121 blok. Een dikke twin van maar liefst 1977 cc met variabele kleptiming, een stukje waterkoeling en, jawel, 189 nm koppel.

Dat klinkt indrukwekkend, maar laat het zich dat ook voelen?

Absoluut. Het comfort is toegenomen, beter zadel, gemakkelijker te bedienen instrumenten, giga 12,3 inch TFT scherm, nieuwe Showa upsd vork, Brembo remmen en vooral ook een blok dat een reuzestap voorwaarts betekent. Ik vermoed dat het ook wel zijn opwachting zal maken in andere modellen. Want het is machtig in elke zin van het woord. Op deze Touring modellen was de Sport modus zelfs een beetje van het goede teveel. We zijn wel wat gewoon op testritten van perslanceringen, maar zelfs met een gezond tempo, was het best om in de Street Modus te rijden, omdat het blok dat nog altijd beresterk is, maar wat minder nerveus. Met dat koppel heb je trouwens meestal de keuze uit twee of drie versnellingen om in te rijden. Het is ook relatief trilling vrij. Als je niet oplet, rijd je in je vier op de snelweg en heb je nog twee versnellingen over. Impressionant, die VVT 121 cubic inch tweecilinder.

Nog een afkorting: VVT!

Variable Valve Timing. Variabele kleptiming dus op de CVO’s. Goed voor de emissies en het verbruik en het koppel onderin. Het blok is echt krachtig bij lage omwentelingssnelheden. Rond de 1800 tpm rijdt de motor al vlot.

Er rest ons nog één minuut. Wil je nog iets meegeven voor je toegeeft aan de jetlag?

Dat er ondanks die gemeenschappelijke kenmerken, toch een merkbaar verschil is tussen de Road Glide en de Street Glide. De meesten hadden een voorkeur voor de Street Glide omdat die iets sportiever stuurt, ik had het meer op de Road Glide begrepen omdat hij nog wat meer comfort biedt. Als je toch voor dit type motor gaat, kun je maar beter helemaal de kaart van het comfort trekken. ’t Was trouwens heerlijk cruisen langs de oevers van Lake Michigan en door de velden van de Midwest. En het is hier nog niet gedaan, ik geef niet toe aan de jetlag.

Ha, nog meer testritten?

Neen jong. Dit is de Homecoming, het mega feest voor de 120ste verjaardag van Harley-Davidson. Ze verwachten hier 100.000 man op de diverse plekken in de stad. Met als kers op de taart een optreden van Green Day vanavond (dat is ondertussen gisteren, nvdr) en Foo Fighters morgen. Als de jetlag geen roet in het eten gooit, moet dat net zo goed worden als de testrit. Als ik me daar genoeg van herinner, lees je er wel iets over in de rand van het uitgebreide testverslag dat er begin volgende week aankomt. En als je me nu wilt excuseren, ik moet hier nog ergens een Foo Fighters T-shirt op de kop zien te tikken.

Laat ons je vooral niet tegenhouden!

Helden van dichtbij: Valentino Rossi in 2002 op het podium in Assen – terugblik

0
Rossi TT Assen 2002

In 2002 was het nog mogelijk voor het publiek om na afloop van de MotoGP-race op het TT Circuit Assen de baan op te gaan en bij het huldigingspodium te komen. Dit werd massaal gedaan, omdat iedereen graag hun helden van dichtbij wilde toejuichen, met name de winnaar en publiekslieveling Valentino Rossi. De Italiaan zegevierde op zijn 990cc-Honda, gevolgd door Alex Barros (Honda) en Carlos Checa (Yamaha).

TT Assen 2017: Valentino Rossi’s laatste MotoGP-zege

Sindsdien zijn de tijden veranderd, omdat het al vele jaren niet meer mogelijk is om de baan op te komen. Ook zijn de merken op het podium veranderd, want wanneer zie je nog twee Honda-coureurs en een Yamaha-rijder op het podium staan? Daarnaast is het podium nu op een andere locatie geplaatst en kan een fotograaf niet meer aan de achterkant ervan klimmen om een foto zoals deze te maken. En misschien wel het grootste verschil met 21 jaar geleden? Geen enkele toeschouwer probeert met een mobiele telefoon een foto te maken. Slechts een enkeling heeft een camera bij zich.

Foto: Jan Boer

Rossi TT Assen 2002

De verloren gewaande Suzuki-racer van Rob Bron uit 1975

0

Frans Alders uit Heerhugowaard verzamelt al sinds de jaren negentig Suzuki GT 750’s. Driecilinder tweetakten uit de jaren zeventig. Hij heeft diverse straatmotoren van het model, maar is ook gecharmeerd van ‘specials’ met een apart rijwielgedeelte. Een Suzuki met het rijwielgedeelte van framebouwer Nico Bakker staat hoog op z’n verlanglijstje. Maar ja, die moet je met een lantaarntje zoeken. In de provincie Groningen vindt Alders er één. En dat blijkt ook nog eens een heel bijzondere te zijn…

Fotografie: Guus van Goethem

Motoren met een tweetaktblok zijn inmiddels grotendeels van het toneel verdreven door de strenge milieueisen. Maar er zijn nog altijd liefhebbers bij wie het ‘gereutel’ van de vroegere tweetakten als muziek in de oren klinkt en die de rookwalmen uit de uitlaten als een dure Chanel opsnuiven.  Een van hen is Frans Alders. Hij is een fanatieke fan van de Suzuki GT 750, de watergekoelde driecilinder tweetakt. Suzuki maakte de driepitter tussen 1972 en 1978. Ieder jaar een model – van de J tot en met de B – met weer enkele technische of uiterlijke wijzigingen. Het is een motorfiets die in zijn tijd aardig wat bijnamen verzamelde. In Nederland waterorgel en fluitketel. In Engeland kettle, maar de Duitsers hebben de mooiste bijnaam: Wasserbüffel.

De 55-jarige Alders begon in 1988 met motorrijden. Hij start z’n motorloopbaan op een Honda CB400. Later komt er nog een Honda CB 750 bij. ‘De motor van de eeuw. Ik wilde wel eens ervaren hoe zo’n icoon reed.’ Maar als hij drie jaar later via een vriend kennis maakt met de driecilinder tweetakt van Suzuki is de tijd van flirten met andere merken en modellen voorbij. Inmiddels is ruim dertig jaar verstreken en tot op de dag vandaag bepalen de driepitters zijn motorbestaan. Hoewel? Niemand is zonder zonden, ook Alders niet. Tussendoor maakt hij een kort uitstapje met een Honda GSX-F voor ‘erbij’. Een rappe viercilinder, maar geen succes. De simpele uitleg: ‘Een viertakt, hè…’’

In de loop der jaren heeft hij meerdere GT 750’s bij elkaar verzameld. Een enkel exemplaar verdween ook weer naar een andere eigenaar. Nu heeft hij er zeven. Vijf daarvan zijn rijklaar. Op het erf staat z’n zwarte GT geparkeerd. Schuin op de jiffy. ‘Uit 1976 en als laatste opgebouwd. Het is m’n dienstfiets.’

Z’n oudste is een model J uit 1972, de eerste driecilinder dus. De machine verkeert in z’n originele staat, maar ziet er netjes uit. Z’n groene jas glimt je tegemoet. ‘Maar op termijn wil ik ‘m toch veranderen. Hij krijgt die kenmerkende zuurstokkleur, een soort paars/roze.’

Op de heftafel in de garage staat een bijzondere GT. De opbouw van de motor verkeert in de slotfase. Het model is van 1976. Ruim 45 jaar oud dus, maar wonderlijk genoeg is de motor feitelijk gloednieuw. ‘Hij is namelijk voor 95 procent opgebouwd met originele, ongebruikte onderdelen uit de doos, tot weer nieuw nagemaakt spul.’ Maar dat leidt wel tot een dilemma als de GT helemaal klaar is: er wel of niet mee rijden? ‘Ik ben er nog niet uit, maar ik denk dat ik ‘m “maagdelijk” wegzet. Ik heb tenslotte nog genoeg andere GT’s om te pakken.’

Marathonmotor Harley-Davidson Fat Boy: jongensdroom met 113.000 op de teller

Projecten

Twee andere projecten staan nog in de kinderschoenen. Allereerst een GT voor zijn zoon. Het motorblok in opbouw op de werkbank wordt daarvan het kloppend hart. ‘Hij rijdt nu nog een KTM390. Maar als z’n beperkte rijbewijs afloopt wil-ie dolgraag een waterorgel.’

Van het andere project is alleen het frame nog maar zichtbaar. Ondanks dat het zwarte rijwielgedeelte gebutst en gebladderd is, zie je meteen dat het om een bijzondere constructie gaat. Het is ooit gemaakt door Tony Foale, een Engelse ingenieur die al in de jaren zestig eigen raceframes bouwde. Hij ontwikkelde zich later tot een autoriteit op dit gebied en z’n boek Motorcycle Handling and Chassis Design is verplichte kost voor mensen die racemachines willen doorgronden. Het frame heeft mono-vering en – heel apart – een dikke bovenbuis die tevens als olietank fungeert. Alders wil de machine opbouwen tot straatfiets. ‘Als het lukt wil ik die centrale veer graag zichtbaar houden. Niet omdat het functioneel is, maar gewoon voor de looks.’

Rode duivel

Een bijzonder opvallende verschijning in de garage is z’n vuurrode GT 750. Zelfs een leek ziet van grote afstand dat dat geen standaard fiets is. Alders geniet als hij het uitlegt dat het centraal geveerde rijwielgedeelte en de achterbrug, tank en zitje van de befaamde Engelse framebouwers Sanders & Lewis zijn. ‘Gebouwd in 1976 of ’77 in een zeer beperkte oplage. Hij heeft de machine in 2008 gekocht van een prominent lid van The Kettle Club, de Engelse club van eigenaren van een GT 750. ‘Na heel wat voorwerk kon ik de machine uiteindelijk van ‘m overnemen. Diverse clubleden waren daar nogal “pissed off” over. Ze wilden liever dat de motorfiets in Engeland bleef, want er zijn nog maar zes of zeven exemplaren over.’

De motor verkeerde bij aankoop wel in zeer matige staat. Dus volgde een ingrijpende restauratie. Het resultaat daarvan is een indrukwekkend mooie machine. In de kleuren rood en goud. Een paar zaken vallen ogenblikkelijk op. Zoals de goudkleurige spaakwielen en een deel van het blok dat door de kuip steekt. Ronduit fraai zijn de twee schijnwerpers op de neus van de stroomlijn. Niet zichtbaar, maar geroemd door de Heerhugowaarder is de close ratio-versnellingsbak. ‘Een genot om mee te rijden.’ Van z’n machines bestempelt hij de Sanders & Lewis als z’n favoriet. ‘Zonder meer, hij komt ook verreweg ’t meeste buiten.’ Hij heeft de machine ooit aan framebouwer Nico Bakker laten zien. Die bekeek het rijwielgedeelte zorgvuldig en concludeerde dat het op wat kleine afwijkingen een kopie van een frame was dat hij in die tijd voor een Suzuki GT 750 had gemaakt.

Uit Groningen

Zo’n Bakker-frame heeft hij trouwens ook. Het vormt de ruggengraat van de meest bijzondere motor uit z’n Suzuki GT 750-verzameling. We gaan drie jaar terug in de tijd. Alders ziet op Marktplaats een advertentie van een inwoner van Groningen: een Suzuki GT met Nico Bakker-frame. Het wazige fotootje bij de advertentie is weinig hoopvol. Een duistere ruimte met de contouren van een motor en wat kratten en kisten met onderdelen. Roestig en verweerd en alles verborgen onder een dikke laag stof en spinnenwebben. ‘Maar m’n interesse was gewekt en ik stuurde de auto meteen richting het noorden. Geen tijd te verliezen.’ Ter plekke ziet hij dat het wel degelijk om een apart Bakker-frame gaat. Een rijwielgedeelte dat hij dolgraag wil hebben. Maar de voorvork en de uitlaten ontbreken wel en over de staat van het rijwielgedeelte en de twee meegeleverde motorblokken valt geen zinnig oordeel te geven. Niet zo verwonderlijk, want de Suzuki staat al dertig jaar in die schuur: ‘De blokken kunnen volledig vastgerot zijn of het frame zo krom als een hoepel. Dat was ter plekke niet te controleren. In die zin was het dus gewoon een gok.’

De koop is snel beklonken. Daarna zet Alders wat foto’s van z’n aanwinst op Facebook en een enkele site voor kenners met de vraag of zij nog wat over de machine kunnen vertellen. Wel, dat kunnen ze zeker en op een wel heel onverwachte wijze. Het gaat namelijk om een echte racer: een HRD Suzuki GT 750, in 1974 en begin 1975 opgebouwd door de motorzaak Nauta uit Groningen voor coureur Willy Dijkema. Maar de informatiestroom over de vondst wordt nog mooier… Want, in 1975 leent Dijkema de machine uit aan Rob Bron die er de 200 mijl van Daytona mee gaat rijden. De bekende Amsterdammer en Grand Prix-coureur doet dat als lid van het Dutch Daytona Racing Team, dat verder bestaat uit Wil Hartog, Boet van Dulmen en Marcel Ankoné. Al met al een heel bijzondere motor dus. Eentje met een onverwachte, rijke geschiedenis.

Elvis Presley en zijn liefde voor motoren

Alders besluit de racer te onderwerpen aan een zeer grondige restauratie. Als loodgieter heeft hij aardig wat technisch inzicht en in de loop der jaren heeft hij ook aardig wat sleutelervaring opgedaan, maar voor deze bijzondere klus schakelt hij toch de hulp van diverse erkende techneuten in. Framebouwer Nico Bakker is verrast een van z’n eerste scheppingen te zien en biedt aan om een nieuwe tank te bouwen. ‘Want die erop zat was helaas niet meer te redden.’ Bakker zegt ook toe voor een geschikte Ceriani-voorvork te zorgen ‘Een meevaller, want die dingen zijn uitgesproken zeldzaam.’ Ruig’s Polyester uit Opmeer bouwt de flink gebutste en gescheurde stroomlijn tot in detail na. ‘Een tijdrovende klus, want om ‘m identiek na te kunnen maken trokken ze eerst een mal van de oude kuip.’ Een goede vriend, die bij een revisiebedrijf werkt, knapt de carters en cilinders grondig op. Limburger Cor Geraets – van SamRacing – bouwt het motorblok verder op en maakt ook het hele uitlaatsysteem met drie aparte expansie-uitlaten. ‘Ook weer een megaklus. Ja, door het inschakelen van specialisten werd m’n spaarrekening aardig leeg getrokken.’ Wel plaatst Geraets er demontabele dempers in. Niet origineel uiteraard, maar uitgevoerd met het oog op een eventuele deelname aan (demo)races. ‘Want daar gelden meestal redelijke strenge eisen aan de maximaal toegestane. Ongedempt is de herrie niet te harden.’

Het frame laat Alders zwart spuiten, maar de glanzende, vernikkelde achterbrug wil hij graag origineel houden. Probleem daarbij is wel dat tijdens een volgende vernikkelbeurt de zuren de oorspronkelijke lassen kunnen aantasten. ‘Dat was dus even spannend, maar alles bleef netjes heel.’

Pop-up TT Museum

Na de voltooiing van de restauratie staat de machine in juni 2022 in volle glorie opgesteld tijdens het pop-up TT museum in het pand van RTV Drenthe in Assen. Uiteraard is Alders ook bij de opening. Hij maakt er enkele emotionele momenten mee. Bijvoorbeeld als Willy Dijkema zijn oude machine weer terugziet. ‘Hij sloeg zijn hand voor z’n mond en was sprakeloos.’ Hij ontmoette er ook Eddy Bron, de zoon van Rob. Ook die vond het prachtig de racer weer te zien. ‘Van oude foto’s en artikelen herkende hij de HRD Suzuki meteen. Eddy had thuis nog de gouden Daytona-handschoenen van z’n vader liggen en die heb ik later van ‘m gekregen.’

De toekomstplannen met de bijzondere Suzuki-racer zijn Alders nog niet helemaal duidelijk. De motor nu staat warm en droog in zijn garage. Hij heeft tot op heden niet meer dan enkele rondjes op een parkeerplaats gedraaid. ‘Zonde eigenlijk. Ergens wil ik dat er meer mensen van kunnen genieten.’ Hij denkt dan aan een plekje in een bestaand motormuseum en ziet de opstelling al voor zich met naast de motor netjes uitgestald de originele tank, stroomlijn en zitje en een gecrasht voorwiel.

Op korte termijn wil hij de motor wel op de testbank aan een proef onderwerpen. ‘Volgens een oud artikel uit Moto73 dat de bouw van de Suzuki beschrijft moet de Suzuki naar schatting zo’n 110 pk kunnen leveren. Ik ben reuzebenieuwd of dat ook het geval is.’ Volgens datzelfde artikel ligt de topsnelheid rond de 275 km/u. De Heerhugowaarder gaat dat zelf zeker niet uitproberen. Hij heeft namelijk geen enkele race-ervaring. ‘Misschien is het leuk om tijdens een Classic Event een bekende oud-coureur op ‘m te laten rijden. Maar dan moet-ie natuurlijk niet op z’n plaat gaan…’

Nauta Racing

Motorzaak Nauta – aan het Damsterdiep in Groningen – stelde in 1974 een gloednieuwe Suzuki GT 750 beschikbaar voor de ombouw tot racer. De monteurs Derk Haan en Harm Bultena stortten zich op dit project. Als basis gebruikten zij een monoveer-rijwielgedeeelte van framebouwer Nico Bakker. De schokbreker lieten zij door fabrikant Koni in Oud-Beijerland ontwikkelen. Beide monteurs plaatsen in het frame een Ceriani-voorvork en Franse SMAC-wielen met schijven van een Yamaha TZ700 en remklauwen van Lockheed.

Van het standaard blok verwijderen zij alle overbodige zaken. Ze monteerden een speciale krukas met aangepaste big-ends, drijfstangen en gesmede zuigers. Uit Engeland kwam een special close-ratio vijfversnellingsbak. In het blok staan de letters ‘HRD’ gestanst. Ze verwijzen naar Haan Racing Development.

De HRD Suzuki GT 750-racer is bestemd voor Willy Dijkema. De Assenaar is naast grasbaanrijder in de zijspanklasse ook coureur in de 750 cc-klasse. Na een matig seizoen in 1974 op een zwabberende motor hoopt hij met de HRD Nauta-Suzuki op meer succes.

Op naar Daytona

De Daytona Speedweek is een evenement vol vermaak en motorsport. Wie kent niet de beelden van vele tienduizenden motoren – veel Harley’s en choppers – drommen motorrijders en schaars geklede dames op de boulevard en het strand van Daytona Beach? In de middenjaren zeventig krijgt het ‘circus’ aandacht van de Nederlandse media – vooral De Telegraaf en Moto73 – en ontstaat een ware hype. Door de steun van importeurs en motorzaken als NIMAG en Riemersma ontstaat het Dutch Daytona Racing Team met de toprijders Wil Hartog, Boet van Dulmen, Rob Bron en Marcel Ankoné. Zij reizen niet alleen naar Florida af, want een vliegtuig vol supporters vergezelt hen. Doel van de reis: de 200 mijl van Daytona. Een compleet nieuwe uitdaging want Daytona is een kombaan met sterk oplopende bochten en zeer hoge snelheden. Bovendien is er ook het onbekende fenomeen van tankstops. De Nederlandse cracks hebben het duidelijk moeilijk met de andere omstandigheden. Zeker ook Rob Bron op zijn HRD Suzuki. Hij heeft bij de kwalificaties een gebroken voorwiel en ook krukasproblemen. Maar met de technische hulp van monteur Derk de Haan en eigenaar Willy Dijkema slaagt Bron erin zich toch te kwalificeren voor de race. Maar daarin slaat de pech al snel toe. Na zestien ronden scheuren de expansie-uitlaten af en is het gedaan voor de Amsterdammer.

Gouden pakken

Bij de presentatie van het Dutch Daytona Team zijn de vier rijders uitgedost in goudkleurige raceoveralls, versierd met rood-wit-blauwe banen, en laarzen en handschoenen. Alles werd uit de kast gehaald om publiciteit te krijgen. Echt veilig waren die pakken trouwens niet. Er zaten geen beschermstukken in en waren zo dun als wat. Gemaakt van ‘zalmleer’, werd er gekscherend gezegd.

2024 Moto Guzzi V100 Stelvio: nieuwe spionagebeelden tonen spannende details

0

De nieuwe Moto Guzzi V100 Stelvio staat op het punt om te verschijnen! Als een historische naam voor het merk uit Mandello, is de Stelvio 2024 gebaseerd op het technische platform van de V100 Mandello, maar onderscheidt zich door een meer offroad-gerichte instelling met tubeless wielen en verhoogde ophanging. Haar terugkeer werd aangekondigd tijdens Eicma 2022 door het merk zelf, maar zonder specifieke timing. Enkele maanden geleden werden de eerste exemplaren van de Moto Guzzi V100 Stelvio al gefotografeerd op de weg! Deze spionagefoto’s waren afkomstig uit Noale, de stad waar Aprilia gevestigd is en waar doorgaans de nieuwe modellen van de Piaggio Group worden getest.

Onthult Moto Guzzi de nieuwe Stelvio voor eind 2023?

Meer details vorige maand

Vorig maand vonden we online nieuwe foto’s van de V100 Stelvio, die ons een beter zicht gaven op enkele details van de motorfiets. Het meest opvallende nieuws is de introductie van radar in de voorkant, die zal worden gebruikt om een reeks nieuwe elektronische hulpmiddelen te beheren, zoals adaptieve cruisecontrol en een waarschuwingssysteem voor gevaar of zelfs noodremmen. Ook de aanwezigheid van een achterste radar, geplaatst tussen het nummerbord en de achterste subframe, is bevestigd. Dit tweede apparaat zal de bestuurder waarschuwen met een geïntegreerde LED in de achteruitkijkspiegel dat er een voertuig nadert en zich in de dode hoek bevindt.

De recentste waarneming De afgelopen dagen werd de V100 Stelvio gespot tijdens enkele wegtests naast de nieuwe Aprilia RS 440.