donderdag 23 april 2026
Home Blog Pagina 743

Itchy Boots: Van motoravonturier naar rallyrijder?

0
Itchy Boots

Ik had nooit gedacht dat ik op een dag rally’s zou willen rijden. Op de motor de wereld rondrijden leek me eigenlijk wel avontuurlijk genoeg. Toch belandde ik na een ontmoeting met een Dakar-rijder en de bijbehorende dosis aan inspiratie, op de Kalahari Rally in Zuid-Afrika. Als enige op een 250cc-motor was de competitie intimiderend en vooral, veel sneller. Daarom had ik mezelf beloofd het gewoon rustig aan te doen, ik had immers niets te bewijzen en wilde gewoon eens meedoen.

Na het startsein gingen die goede voornemens direct het raam uit en reed ik mijn kleine Honda, zoals ik die nog nooit had gereden. Zonder alle bagage achterop, maar met GPS-tracker en evacuatiehelikopter paraat, kon ik plotseling veel grotere risico’s nemen. Zeven dagen lang heb ik de motor en mijzelf tot het uiterste gepusht. Ik kwam erachter dat de bijna 100.000 kilometer die ik in de afgelopen drie jaar op de motor heb geklokt niet eens zo’n verkeerde voorbereiding waren geweest. Ik was gewend om hele dagen op de motor door te brengen, om altijd door onbekend terrein te rijden en constant op de navigatie te letten. Dat bleken essentiële vaardigheden voor een cross country rally! Iedere motorrijder die graag beter wil worden in offroadrijden kan ik aanraden eens mee te doen aan een rally. Naast de fantastische sfeer, het elkaar helpen onderweg en de adrenaline, ga je er echt stukken beter van rijden!

‘Hoe goed je ook voorbereid dénkt te zijn, het loopt altijd anders’ – Itchy Boots

Frankrijk: Elzas, stampen door zuurkoolland

0

Als het koud is in de Ardennen, als het hoost in Luxemburg, als je pak drie kilo zwaarder is in het noordoosten van Frankrijk en als je in de Vogezen sneeuw ziet liggen, dan wil je nog maar één ding. Een grote bak zuurkool. En daarvoor moet je natuurlijk in het zuurkoolcentrum van Frankrijk zijn. De Elzas.

Noem ons gerust culinaire Neanderthalers, maar we zijn nou eenmaal gek op simpele winterkost. Hutspot, boerenkool en zuurkool met vette jus zijn allemaal gerechten waar je ons voor wakker mag maken. Als er tenminste een dik pak sneeuw ligt. Zonder dat is winterkost als een kerstboom in de zomer. Het past niet, het hoort niet, het slaat nergens op. De afgelopen winters waren voor ons als jongens van de gestampte pot dus schraal en ellendig.

Toerisme Duitsland: Pfalz, reisje langs de wijn!

‘Maar als de winter niet naar ons komt, dan gaan wij toch naar de winter?’ stelde mijn maat Jan voor. Gouden idee. Maar waar is het echt winter en kun je toch een beetje rijden? En waar hebben ze echte winterkost? In de Elzas natuurlijk, het zuurkoolcentrum van Frankrijk.   

Op een maartse vrijdag vertrekken we bij een temperatuurtje van 13 graden. Maar al in de Belgische Ardennen gaat het de goede kant op. Het is nog maar acht graden en het regent zo hard dat het verkeer stilvalt en onze pakken kilo’s aankomen. Voorbij het Franse Metz valt de duisternis in en langzaam krijgt de kou ons in zijn greep. Als we in de plooien van de Vogezen komen, zien we boven ons al een enkele plak sneeuw liggen. De ouderwetse zuurkooltrek begint nu echt te knagen.

Schuiver

Onze eerste bestemming is Niedermorschwihr. Het klinkt als een onderafdeling van Duitse geheime dienst, maar het moet een lieflijk dorpje van 500 inwoners zijn, aan de beroemde Route de Vin. De routeplanner denkt daar anders over en stuurt ons in volledige duisternis over minuscule slingerweggetjes en paadjes tussen de wijngaarden door. Gaat dat nou wel goed, vragen we ons af. We stoppen om de kaart uit te vergroten. Als ik mijn voet aan de grond zet, glijd ik meteen weg. Zzjwooeef. Het is hier verdorie spekglad. Jan schrikt van mijn schuiver en houdt met moeite zijn eigen fiets overeind. Met slapstickachtige capriolen krijgen we gezamenlijk mijn fiets weer overeind. Drie keer zo langzaam vervolgen we onze weg. Om mezelf gerust te stellen, probeer ik te beredeneren waarom mijn bergschoenen wel wegglijden en mijn banden niet. Zachter rubber en meer koolstof, bedenk ik. Maar als ik mijn voorrem voorzichtig aanraak en mijn voorwiel voel wegglijden, vervliegt mijn zelfbedachte  geruststelling. Mij rest nu slechts een laatste middel. Met toegeknepen billen en zwetende oksels verder rijden. En zo bereiken we toch nog heelhuids Niedermorschwihr. We zien vakwerkhuizen met pastel- en terracottakleurtjes en houten balkons. Langs de stoepen liggen bijeengeveegde sneeuwhopen. Erachter vinden we Hotel de l’Ange, ons verblijf voor vannacht. De gastheer en –vrouw komen direct naar buiten. ‘We waren een beetje bezorgd vanwege de gladheid,’ zegt monsieur Boxler opgelucht.

Sneeuwvlokken

Het hotel heeft alles waar je op hoopt, na een winterse rit van 700 kilometer. Mooie,  oude inrichting, gedempt licht, warmte en gezelligheid. Maar bovenal een pot zuurkool, geserveerd op een tafeltje met roodwit geblokt kleed, net als in de reclames voor Gelderse rookworst.

Verse zuurkool uit het vat krijgen we, gekookt met veel witte wijn. Met eroverheen een laagje stofvlees en gegratineerde aardappelen. De zuurkool – choucroute, zoals de Fransen in verbasterd Duits zeggen – wordt opgediend in een diep aardewerken potje, want anders gaan die Hollanders prakken, zullen ze in de keuken hebben gedacht.

‘Oeeh, wat lekker,’ zegt Jan. ‘Zo houden we het wel vol de komende dagen.’

Buiten dwarrelen sneeuwvlokjes langs het raam. Naast ons snort de potkachel. Het enige wat ontbreekt is een tv met beelden van een schaatswedstrijd. Maar met een fles Riesling – ook Elzas – en een paar bellen cognac heb je ook een leuke avond.

Tankversperringen

De morgenzon schijnt fel en we moeten snel zijn om nog een sneeuwbal te kunnen draaien, want het dooit flink. Dat betekent dat we van gladheid weinig last zullen hebben. Op deze hoogte althans.

Niedermoschwihr ligt middenin de Route de Vin, een route van 180 kilometer langs de oostkant van de Vogezen. ’s Zomers ogen de wijnhellingen allerlieflijkst en bieden ze talloze bejaarde buspassagiers een leuk dagje uit. Niet echt rock ’n roll dus, maar in de late winter ligt dat anders. Dat merken we meteen als we ons dorpje verlaten. Zo weelderig en mierzoet als de wijnhellingen over twee maanden eruit zullen zien, zo grimmig ogen ze nu. De kleur is bijna uit het landschap verdwenen en de lege wijnranken lijken op tankversperringen. Onderaan de hellingen zien we de wazige contouren van de wijnhoofdstad Colmar. Aan de andere kant liggen de machtige toppen van de Vogezen. De meeste komen weliswaar amper boven de 1200 meter uit, maar de winter heeft de sneeuwgrens een kilometertje of twee verlaagd, waardoor het middelgebergte de allure krijgt van een hooggebergte. Tijd om onszelf weer eens even in de handen te wrijven. Verdorie, wat is dit mooi. En dat op een dagje rijden van huis. Maar kun je er met de motor ook nog een beetje bijkomen met al die sneeuw? We gaan het proberen.

Sneeuwkettingen

We verlaten de wijnroute en rijden bij Wintzenheim de Vogezen op. Op slingerasfalt met hier en daar zelfs een haarspeldbocht klimmen we in enkele kilometers naar een hoogte van 1.000 meter. En dan zitten we zomaar middenin winterwonderland met dorpjes als op een kerstkaart, omgeven door donkere dennenbossen. In de berm ligt een paar decimeter sneeuw, maar het asfalt is schoon. Als we via een zijweggetje nog hoger willen komen, stuiten we op borden die sneeuwkettingen adviseren en daarna op een slagboom. ‘Route non déneigée’, staat er.
‘Wat betekent dat?’ vraagt Jan.
‘Dat verstandige mensen hier omkeren,’ vertaal ik vrij.
‘Oh,’ zegt Jan. ‘Dat slaat dus niet op ons.’ Maar na een kort stukje slibberen moeten we erkennen dat doorrijden geen optie is, ook niet voor malloten. Dan maar weer naar de hoofdweg. Die houden ze weliswaar sneeuwvrij, maar kleddernat is het wegdek wel. De vele bochten nemen we daarom voorzichtig. Maar dat is slechts een klein offer. Er staat tegenover dat we door een landschap rijden dat je eigenlijk nooit ziet vanaf de motor. En dat we alweer trek in zuurkool beginnen te krijgen.

Knarsend dialect

Door de dooi hangt er een grauwe nevel over de dalen. De schoorstenen roken flink, hier en daar heeft een boer een houtvuur aangestoken. Het damperige sfeertje geeft de toch al geïsoleerde dorpjes een extra besloten en geheimzinnig karakter. Dit afgeslotene typeert ook de bewoners. Ze staan bekend als kat-uit-de-boom-kijkers, ze spreken een knarsend dialect en vinden dat ze nergens bij horen. Een gezegde luidt: ‘Ik kan niet Frans zijn, ik wil niet Duits zijn. Ik ben een Elzasser.’ Ja, dit zijn de Friezen van Frankrijk.

De Elzas is een typisch grensgebied, dat eeuwenlang de speelbal was in de oorlogen tussen  Duitsland en Frankrijk. Het behoorde oorspronkelijk tot het Heilige Roomse Rijk, maar kwam na de Dertigjarige Oorlog (1648) grotendeels in Franse handen. Na de Frans-Duitse Oorlog van 1870 werd er weer Sauerkraut gegeten. Toen de Vrede van Versailles in 1919 was getekend, kwam er weer choucroute op tafel. Hitler liet de Elzassers nog eens vier jaar Sauerkraut essen en stuurde de Elzassische jongemannen het leger in. De Fransen maakten er daarna weer choucroute van, met campagnes als ‘Wees netjes, spreek Frans’. Maar hoe je het ook noemt, hét gerecht van de Elzas wordt nergens anders in Frankrijk gegeten en in Duitsland overal. Dat zegt toch wel wat over de aard van het gebied.

Baja California, Mexico: Zingend door de woestijn

Stinkende motor

De Elzas heeft meer beroemde spijzen. De belangrijkste ruiken we van verre, als we bij het plaatsje La Poutroie aankomen. Munsterkaas. En die is wel typisch Frans. Bij fromagerie La Graine au Lait maken ze het. Omdat het ook een proeverij en museumpje is, gaan we naar binnen – al geeft onze neus een vluchtadvies. In de zevende eeuw maakten monniken de kaas voor het eerst en nog altijd wordt hierbij rauwe melk gebruikt. Je moet er iets voor overwinnen, maar dat wordt wel beloond. We vinden het zo lekker, dat we er meteen vijf in de topkoffer stoppen. Bijkomend voordeel: geen dief die het nu nog in zijn hoofd zal halen mijn stinkende motor te jatten.
We zijn naar een meter of 700 afgezakt. Hier ligt weinig sneeuw meer in de berm en de weg is droog. Om te voorkomen dat je te snel door de haarspeldbochten gaat, hebben ze het asfalt vervangen door klinkers, maar daarbuiten kunnen we nu echt pure pretkilometers maken over bijna verlaten slingerweggetjes.

Aardbevingshuizen

In Riquewihr (hoogte 300 m) hebben we het gehad. Als we stoppen in dit mini-wijnstadje met zijn vele vakwerkhuisjes, valt op hoe sterk de temperatuur in een paar kilometer is opgelopen. Het is zo lauw dat we in onze T-shirts op het gras naast de stadspoort neerploffen. Een enkel fruitboompje heeft zelfs al bloesem. Toeristen komen ’s zomers massaal op dit middeleeuwse stadje af, maar verder zien we alleen wat timmerlieden die een huis opknappen. Zij geven ons eindelijk de verklaring voor de vele Duitse vakwerkhuisjes, die je hier overal aantreft. ‘Het zijn helemaal geen Duitse huizen, maar aardbevingshuizen. Door de diagonale balken blijven ze veel langer overeind staan.’ Het blijkt nogal eens te schudden hier. Het epicentrum van de laatste middelzware beving, precies vijf jaar geleden, lag hier maar dertig kilometer vandaan. 

Zuurkoolmoe

Een paar kilometer noordelijker ligt Ribeauvillé. Ook een pareltje, maar dan wat groter en veel levendiger. Om niet te zeggen; erg gezellig. Maar wij moeten in Bergheim zijn, daar weer iets boven. In dit vestingstadje, dat ooit als Romeins legerkamp begon, staat ons hotel, waar ze zuurkool serveren. La Cour du Bailli. Buiten is het een graad of 15. Binnen krijgen we een bord zuurkool en zeven soorten vlees en worst. Bij het stijgen van de temperatuur, is de belangstelling voor andere gerechten toegenomen. Met enige jaloezie kijken we naar de biefstuk en zalm van de andere gasten. Met enige verbazing kijken zij naar onze zuurkool.

De schotel lijkt eigenlijk verdacht veel op de Hollandse stamppot, maar dan zonder stamp. Een zekere zuurkoolmoeheid begint zich bij ons af te tekenen. ‘Heb je morgen nou weer zuurkool op het programma staan?’ vraagt Jan bedrukt. ‘Jazeker,’ zeg ik. ‘We doen de zuurkoolroute, we gaan naar Koning Zuurkool en je mag driemaal raden wat we ’s avonds eten.’ Jan kijkt me lang en glazig aan.

Duitse herrijzenis

De derde zuurkooldag verrijken we eerst met een cultuurhistorisch element. De Haute Koenigsbourg, het enige Monument National van de Elzas en de bekendste toeristische attractie van de regio. De enorme burcht die op een rotskam 755 meter boven het Rijndal uitpriemt, werd voor het eerst genoemd in de twaalfde eeuw. In de loop der tijd werd het uitgebreid en vervolgens belegerd, afgebrand en geruïneerd. Maar nadat de Elzas eind negentiende eeuw in Duitse handen kwam, besloot de Duitse keizer Wilhelm II het als symbool voor de Duitse herrijzenis op zeer grondige wijze te restaureren en uit te breiden met een adelaarsnest. Amper tien jaar later, na de Eerste Wereldoorlog, was hij het kasteel en de hele Elzas kwijt.
Voor een kleine zes euro kun je het even merkwaardige als grootse kasteel bezichtigen. Het meest indrukwekkend is het weidse uitzicht over het hele Rijnland. En dat heb je ook al voor de kassa.

Kasteel Haute Koenigsbourg

Route de la Choucroute

Behalve de Route de Vin – waaraan het kasteel ligt – heeft de Elzas ook een Route de la Choucroute. Deze loopt door de vlakke Ehn-vallei onder Straatsburg. ‘Langs de zuurkoolplantages,’ zoals Jan zegt.

Door omgeploegde, zwarte akkers rijden we van dorp naar dorp, maar hoe we ook zoeken, van de Route de la Choucroute geen spoor. Daarom gaan we naar Blaesheim om Philippe Schadt, de bedenker van de route, om uitleg te vragen. In zijn bomvolle restaurant Chez Philippe geeft hij een plausibele verklaring. ‘De route bestaat niet meer.’

Topkok Schadt vertelt dat de route bedoeld was om twaalf restaurants die zuurkool serveren op de kaart te zetten. ‘Zuurkool maak je niet elke dag. Met een route en een schema wilden we bereiken dat gasten toch altijd ergens terecht konden als ze zuurkool wilden eten. Maar niet iedereen had de discipline zich aan de afspraken te houden. Dat was het einde van de Route de Choucroute.’

‘Is het bij u vandaag zuurkooldag, toevallig?’ vraagt Jan achterdochtig.

‘Nee, maar ik zal wat andere specialiteiten laten brengen,’ zegt Schadt, die met een enkel handgebaar zijn personeel in beweging zet.

Het verhaal gaat verder onder het routekaartje..

Slechte smaak

Schadt praat over zuurkool alsof het kaviaar betreft, in plaats van een volksgerecht van 49 cent per zakje. Hij gruwt van zuurkool uit een zakje. En eigenlijk van alles wat Nederlanders met zuurkool doen. ‘Nederlanders staan natuurlijk bekend om hun slechte smaak. Ze hebben geen gevoel voor kwaliteit. Daarom is de prijs zo belangrijk voor ze. Voor zuurkool in een restaurant willen ze daarom niet betalen…’

‘Kuch,’ zeggen wij.

‘…terwijl het een prachtig basisingrediënt is. Het grootste geheim zit in de bereidingswijze zelf. In het op de juiste dikte snijden, het koken in de juiste wijn en de toevoeging van een scheutje olie. Daarna kun je er van alles mee doen.’

Dat Schadt er iets van kan, blijkt wel uit zijn klantenkring. Foto’s van Schadt naast talloze beroemdheden sieren de muren. Zelfs Chirac en Schröder hadden hier een onderonsje onder het genot van Schadt’s choucroute. Als zijn zuurkool in de buurt komt van de hors d’oeuvres die we krijgen, moet het een goddelijk gerecht zijn.

Een wandelend zuurkoolvat

Wanneer we ’s avonds naar het dorpje met de toepasselijke naam Krautergersheim rijden voor ons derde zuurkooldiner, hebben we weer hoop. Nog steeds vinden we het veel te warm voor zware kost, maar het restaurant heet Le Chou’Heim en is dus een echte zuurkoolspecialist. Het maakte bovendien deel uit van Schadt’s zuurkoolverbond.

Een oma en haar schoondochter ontvangen ons alsof we familie zijn. Het betekent dat vooral oma niet weg te slaan is bij onze tafel en ons bestookt met verhalen, fotoalbums en gastenboeken. In de keuken wordt ondertussen hard aan ons gerecht gewerkt. De keuze hebben we helemaal aan de schoondochter overgelaten. Als het maar niet te zwaar is, hebben we gezegd.

We hebben 348 foto’s bekeken als oma trots met een grote schaal uit de keuken komt. Zuurkool met grote piepers en varkenspoten. Ai. De zuurkool is zonder meer voortreffelijk bereid, maar na drie dagen voelen wij ons inmiddels een wandelend zuurkoolvat dat uit alle kieren zuurkooldampen oprispt en elk moment kan ontploffen. Na een halve schaal hebben we er helemaal genoeg van. Uit beleefdheid halen we zelfs driekwart, maar verder komen we echt niet.

Op de terugweg keert de winter nog even venijnig terug. Over de Vogezen gaan we door de natte sneeuw, in Luxemburg door zware regen en in de Ardennen is het pak drie kilo zwaarder  en krijgen we het koud. We hebben weer honger als een leeuw. En dan wil je na drie dagen zuurkool nog maar een ding. Een Big Mac-menu met grote frites en een grote coke. Of doe maar twee.

DesertX vs Lucky Explorer: wie heeft erfgenaam van Cagiva Elefant?

0

Ducati en MV Agusta presenteerden bijna tegelijkertijd hun idee van een compromisloze straat-enduro, maar wie heeft de ware erfgenaam van de Elefant in de stal staan?

Nostalgie heeft de goed gefunctioneerd in de motorwereld. Het moedigt weemoedige gevoelens op bij een steeds ouder wordende klant. Net de fascinatie voor de oude Dakar door de jaren heen intact is gebleven en zelfs een cultstatus heeft aangenomen. Uit een soortgelijke vergelijking zijn de huidige tegenpolen ontstaan. Het begon allemaal met de Africa Twin, gevolgd door de Ténéré 700 en vorig seizoen de Aprilia Tuareg. Een absolute hoofdrolspeler van de beroemdste en moeilijkste rally ter wereld ontbrak echter: de Cagiva Elefant.

Het betwiste erfgoed

Het is nutteloos al te veel in te gaan op de geschiedenis van de Cagiva Elefant, maar met twee Dakar-overwinningen met Edi Orioli heeft de Cagiva Elefant bijgedragen aan de geschiedenis van de klassieke Dakar. Maar Cagiva bestaat Cagiva meer. Misschien heerst de hoop om de naam Elefant terg te zien op de tank van een moderne enduro, maar de erfenis van de Cagiva Elefant is voortgekomen uit de vooruitziende ondernemersgeest van Claudio en Giancarlo Castiglioni. Die namen in de jaren 80 en 90 zowel MV Agusta als Ducati onder hun hoede. En nu zijn deze twee merken, die hun eigen weg zijn gegaan, de tegenpolen van een heropleving met de Cagiva Elefant.

De hoofdrolspelers

Ducati DesertX en Lucky Explorer Project 9.5 zijn de aangewezen erfgenamen van de Elefant. Elk met hun eigen redenen kunnen ze aanspraak maken op het exclusieve ‘recht’ op de erfenis. Wat het vaderschap van het idee betreft, verdient Ducati misschien de eer, omdat het DesertX-concept al in 2019 in Milaan werd getoond. De motor zal in het voorjaar van 2022 debuteren. Aan de andere kant heeft MV Agusta ook raak geschoten door de Lucky Explorer-kleurstelling, synoniem met de bestsellers van Cagiva, nieuw leven in te blazen. Het is dan ook moeilijk om ze op hetzelfde niveau te vergelijken, omdat het ontwikkelingsproces zo verschillend is. Maar we zullen het toch proberen.

2022 Ducati DesertX in teken van Cagiva Elefant

De details

In deze ethische strijd hebben de twee merken elk aan hun eigen visie van een al dan niet reis-enduro uitgewerkt. In feite zijn de twee motorfietsen ook verschillend van elkaar. De Ducati DesertX hoeft de liefhebbers niet enthousiast te maken met de belofte dat je er de wereld mee kunt ronden. Dat doet de Multistrada veel beter. De DesertX markeert veel eerder het debuut van een Ducati met wielen in de maten 21- en 18 inch, met veel bodemvrijheid, een bewezen, high-performance motor (zoals ooit de DesmoDue van de Elefant 900) en een reeks goodies zoals de extra achtertank die, samen met de lange veerweg en de twee rij-modi gewijd aan off-road gebruik, duidelijk maken dat de DesertX echt de woestijn wil.

De Lucky Explorer 9.5 daarentegen probeert alle troeven van het segment reis-enduro in één fiets samen te vatten: 21 inch wielen, semi-actieve vering, een driecilinder van 123 pk (110 pk voor de Desert X) en een reeks uiterlijk aantrekkelijke kenmerken die van deze motorfiets een object maken om in je garage te willen. Maar niet voor 2023, zoals MV Agusta heeft gezegd.

De weg naar succes kan ook goed naast elkaar worden afgelegd. De DesertX is de gespierde, prestatiegerichte versie van de slankere straat-enduro’s, waarmee je verder kunt gaan dan een gravelweg in Noorwegen. Net als met de Tuareg, Ténéré, Norden et cet. De Lucky Explorer 9. 5 daarentegen is een reis-enduro die kilometers wil maken en daardoor dichter in de buurt komt van de grotere Africa Twin, R1250GS en Triumph Tiger 1200. Een echte vergelijking is door de pandemie al een paar motorseizoenen uitgesteld, maar de ideologische is net begonnen: de strijd om de erfenis is geopend.

Ducati Panigale V4 S 2022 – test

0

Ducati heeft haar Panigale V4 vernieuwd voor 2022 en wij mochten hem gaan testen op het circuit van Jerez.

Kawasaki maakt prijzen 2022 Z-modellen bekend

0
prijzen 2022 Z-modellen

2022 belooft een prachtig jaar te worden voor de naked bikes van Kawasaki. Zo is het volgend jaar precies 50 jaar geleden dat de machtige Z1 zijn introductie deed en nieuwe maatstaven zette in de motorwereld. Na de spectaculaire onthullingen van de nieuwe Z900 SE, Z900RS SE en Z650RS eerder dit jaar maakt Kawasaki nu zijn prijzen bekend voor de gehele Z line-up.

Z900 SE

The best just got better. In 2022 wordt de verkochte naked bike van Nederland nóg beter met de introductie van de nieuwe Z900 SE. Het nieuwe SE model beschikt over hoogwaardige Öhlins vering, Brembo remmen en speciale kleurstelling welke het agressieve Sugomi design nog beter complementeren. Gebleven zijn het 948cc vier-in-lijn motorblok met sensationele vermogensafgifte en het speciaal getunede inlaatgeluid en uitgebreide elektronicapakket.

De Z900SE is verkrijgbaar vanaf €12.199,-

2022 Kawasaki Ninja H2 SX, snelle Sports Tourer met radar

Z900RS SE

De Z900RS SE brengt de succesvolle mix van het heden en het verleden naar een nóg hoger niveau. Als basis voor deze Special Edition dient de Z900RS, dé immers succesvolle hommage aan de originele Z1. Door de toevoeging van Brembo remmen, Öhlins vering en een waanzinnig mooie ‘’Yellow Ball’’ kleurstelling is de Z900RS SE dé Retro Sport om te hebben op dit moment.

De Z900RS SE is verkrijgbaar vanaf €14.999,-

Z650RS

De nieuwe Z650RS is de meest recente uitbreiding in de razend populaire Kawasaki Modern Classic range. Met het moderne rijwielgedeelte, een veelzijdig parallel-twin motorblok, ontspannen rijpositie en een prachtig design heeft de Z650RS alles in zich om een succes te worden.

De Z650RS is verkrijgbaar vanaf €8.999,-

Naast deze 3 modellen zijn ook de prijzen van de volledige 2022 Z-range bekend gemaakt.

2022 Z H2 SEverkrijgbaar vanaf €23.349,-
2022 Z H2verkrijgbaar vanaf €20.749,-
2022 Z900verkrijgbaar vanaf €10. 899,-
2022 Z900 70kWverkrijgbaar vanaf €10.599,-
2022 Z650verkrijgbaar vanaf €8.099,-
2022 Z125verkrijgbaar vanaf €5.199,-
2022 Z900RSverkrijgbaar vanaf €13.499,-

Kijk voor de prijzen van alle modellen, kleurstellingen, Edition kits of een dealer bij u in de buurt op www.kawasaki.nl.

BMW M1000RR heeft nu een Lego Technic-kit

0

Vorig jaar onthulde BMW de M1000RR. Dat is de eerste motorfiets die net als BMW’s sportauto’s het M-label draagt, met 212 paardenkrachten om dat waar te maken. Maar met slechts 500 exemplaren wereldwijd was de M1000RR geen gemakkelijke prooi om te bemachtigen. Voor wie dat gemist heeft, of er gewoonweg niet het geld voor had, heeft BMW de handen ineengeslagen met Lego om een schaalversie van de motorfiets te verkopen.

De kit creëert een overtuigende weergave van de M1000RR. De schaal is 1:5, en de lengte van de motorfiets is iets minder dan 46 centimeter. De kit bestaat uit 1.920 afzonderlijke onderdelen.

Omdat het een Lego Technic-kit is, heeft de motor ook een aantal coole functies. Het meest indrukwekkende is het feit dat het een functionerende, handgeschakelde versnellingsbak heeft. Met drie versnellingen en de vrijloop is het een paar versnellingen minder dan in het echt, maar het is nog steeds erg cool. Hij heeft ook functionele vering en een echte aandrijfketting naar het achterwiel.

De Lego BMW gaat pas op 1 januari in de verkoop, dus je zult moeten wachten tot na de feestdagen om er een op te halen. De prijs is € 199,99. Niet goedkoop, maar zeker beter te betalen dan de echte.

LEGO Ducati Panigale V4 R uit meer dan 15.000 steentjes!

Ebroh voegt Bravo CR toe aan 2022 line-up

0

Een groot aantal lichtgewicht elektrische tweewielers die momenteel in Europa verkrijgbaar zijn, zijn vaak machines van Chinese makelij die zijn gerebadged en lichtjes gerestyled. Maak hiervan wat je wilt, maar de feiten spreken voor zich. Deze betaalbare machines hebben het voor motorrijders een stuk gemakkelijker gemaakt om zich te verplaatsen en de overstap te maken naar groenere, duurzamere mobiliteit.

Bimota KB4: een bijzondere Italiaan

Toegegeven, de technologie die in sommige van deze tweewielers wordt gebruikt, laat veel te wensen over. Maar, zoals met de meeste dingen in het leven, moeten er compromissen worden gesloten. We beginnen echter enkele verbeteringen te zien bij deze instapmodellen. De algemene kwaliteit van in China gemaakte fietsen lijkt ook te verbeteren, zowel voor elektrische motorfietsen als voor motorfietsen met een verbrandingsmotor. Dat gezegd hebbende, een groot aantal Europese merken haalt zijn machines inderdaad uit China, en biedt ze in eigen land aan tegen aantrekkelijke prijzen.

Eén zo’n bedrijf is het Spaanse elektrische mobiliteitsmerk Ebroh. Voor 2022 heeft het bedrijf een sportieve motorfiets aan het assortiment toegevoegd. De Bravo CR is een volledig elektrisch aangedreven motorfiets met een vrij vertrouwd uiterlijk. Als je hem van opzij bekijkt, kan je hem gemakkelijk verwarren met een Kawasaki Ninja 250. Het is duidelijk dat de ontwerpers van deze motorfiets, laten we zeggen, geïnspireerd waren door het lichtste familielid van de Kawasaki-sportmotorfamilie.

Vanuit het oogpunt van prestaties is de Bravo CR behoorlijk indrukwekkend. Hij heeft een eenvoudige architectuur met een kleine elektrische motor die in het achterwiel is geïntegreerd. Met een continuvermogen van 5 kW, stuwt hij de sportieve e-bike naar een topsnelheid van 115 km/u. Met deze cijfers levert de Bravo CR prestaties die vergelijkbaar zijn met die van 125cc-motoren met verbrandingsmotor.

Kawasaki: drie zero-emissie modellen verschijnen in 2022

Wat efficiëntie betreft, belooft de Ebroh Bravo CR een respectabele 100 kilometer actieradius op een enkele lading. Hij doet dit dankzij een 72V, 100 Ah vaste lithium-ion batterij. De motor is uitgerust met een ingebouwde 14A-snellader die de batterij in minder dan vijf uur kan opladen. De Bravo CR zal naar verwachting in december 2021 bij de dealers verschijnen en is verkrijgbaar in drie kleuren: zwart en groen, zwart en blauw, en zwart en rood. De prijs zal € 5.537,- (exclusief NL-belastingen) bedragen.

Bravo CR

Oberdan Bezzi fabriceert BMW F 702 R

0

De verkoopcijfers spreken voor zich: hoewel we van grote motorfietsen houden zou het idee van een leuke, maar gemakkelijk te hanteren sportmotor wel eens een schot in de roos kunnen blijken te zijn. Met dit in gedachten stelde ontwerper Oberdan Bezzi zich een hypothetische BMW F 702 R voor naar het voorbeeld van de ‘kleine’ Aprilia RS en Yamaha R7

Oberdan Bezzi, die nooit moe wordt van het bedenken (en ontwerpen) van mogelijke toekomstige modellen, is onlangs aan de slag gegaan met een ongekende (en uiteraard hypothetische) BMW F 702 R. Het idee, legt de ontwerper uit, vloeit voort uit het recente succes van de Aprilia RS 660: het creëren van een sportieve sportmotor die leuk is om te rijden, meer dan voldoende vermogen heeft, maar ook eenvoudig te besturen is en dus goed bruikbaar is in het dagelijks verkeer. De ingrediënten van het recept zijn gemakkelijk te begrijpen: het uiterlijk van een sportmotor, een motor met lage cilinderinhoud en een superbike-onderstel.

BMW R 18 Motorsport, studie van Oberdan Bezzi

Als we naar de render kijken en naar de verklaringen van Bezzi luisteren, zijn alle elementen aanwezig. Onder de kuip, mooi, in lijn met de smaak van BMW en met een ‘absoluut en onmiskenbaar …race’-uiterlijk, vinden we een gloednieuw 700cc-tweecilinderblok in een lichtmetalen structuur en gecombineerd met uitstekende remmen en vering. Als beschrijving stelt Bezzi zich ‘topprestaties in zijn categorie en technische specs van absolute waarde’ voor. Een sportmotor die, om de ontwerper nogmaals te citeren, ‘het zal moeten opnemen tegen tegenstanders die allesbehalve …. doetjes zijn’.

De boodschap aan BMW met deze nieuwe, denkbeeldige F 702 R lijkt heel duidelijk: concentreer je op producten die het jongere, sportievere publiek dichter bij de modellen van BMW brengen. Een advies dat, naar wij hopen, niet in dovemansoren vallen…

BMW F 702 R

Bimota KB4: een bijzondere Italiaan

0

We kennen de Bimota KB4 sinds de eerste conceptschets op de 2019 EICMA show. Het is de pandemie geweest, waardoor de retro-gestileerde sportfiets moest wachten op zijn introductie. Maar verwachtingsvol klopt ons hart, want de motorfiets is klaar voor de spotlights.

Als zodanig wisten we wel al een beetje over deze motorfiets, nog vóór zijn debuut. Het kreeg dezelfde krachtbron als de Kawasaki Ninja 1000 SX. Want heeft Kawasaki niet een groot deel van Bimota-aandelen in handen?

Dit betekent een maximaal vermogen van 142 pk uit het 1043cc-vier- in-lijn blok van de motorfiets. Maar waar we echt blij van worden, is dat Bimota de radiator van de KB4 verplaatst heeft naar onder het zadel, waardoor de koelvloeistof via een gigantisch kanaal naar achteren wordt geleid.

De vering wordt verzorgd door Öhlins, met FG R&T 43mm NIX30-vorken en een TTX36-achterschokdemper. Deze onderdelen zijn verbonden met OZ gesmede aluminium wielen, die zijn voorzien van Pirelli-banden.

De voorremmen worden bediend door Brembo Stylema-remklauwen, gekoppeld aan dubbele 320mm-remschijven. Bimota claimt een droog gewicht van 187 kg, maar het is niet duidelijk wat dat zal zijn als alle vloeistoffen zijn getapt.

Zowel de Bimota KB4, als de Bimota KB4 RC – de meer vintage geïnspireerde van de twee motoren-, delen deze kenmerken, hoewel het RC-model wordt geleverd met aanzienlijk minder kuipwerk.

Moto Guzzi 100 jaar: een eeuw Moto Guzzi in 14 stories

0
Moto Guzzi 100 jaar

Moto Guzzi 100 jaar. Moto Guzzi werd opgericht in 1921 in Mandello del Lario. Aan de hand van 14 stories blikken wij terug op een eeuw Moto Guzzi.

1914

  • Carlo’s favoriet

Carlo Guzzi reed motor lang voordat hij zelf motoren ging bouwen. Zijn favoriete motorfiets uit die periode was een 500cc-Della Ferrera V-twin, die hij af en aan solo of met zijspan bereed. Dit destijds supersportieve en meest prominente merk uit Italië (Turijn) was uniek. Kapotte onderdelen werden gratis vervangen en de garantietermijn bedroeg maar liefst 100.000 km! Op deze foto uit 1914 zien we Carlo, als langste helemaal achteraan, met zijn Della Ferrera zijspancombinatie.

Carlo Guzzi, als langste helemaal achteraan, met zijn Della Ferrera zijspancombinatie.

1921

  • Sociaal beleid

Moto Guzzi was een sociaal ingestelde fabriek. Sinds 1921 werden er huizen en appartementen gebouwd waar werknemers goedkoop konden wonen. Er was altijd een arts en een tandarts in de fabriek aanwezig, voor arbeiders en gezinnen. Nieuwe bedrijfshallen hadden goede ventilatie en veel licht. Moto Guzzi kocht in de jaren 20 ook boerenland rond Mandello Tonzanico om er wegen aan te leggen. In het bergachtige gebied rond het dorp lagen een aantal gehuchten waar veel arbeiders woonden. Door deze te ontsluiten, ontstond een nieuwe gemeente: het huidige Mandello del Lario. Maar het meest bijzonder waren toch wel Moto Guzzi’s eigen wijngaard en wijnkelder, in de fabriek zelf. Iedere dag werd door de fabrieksarbeiders ‘eigen’ wijn geschonken tijdens de middaglunch.

1923

  • Valentino Gatti

Valentino Gatti was de eerste fabrieksrijder bij Moto Guzzi. In de vroegste beginperiode was het lastig rijders in te huren. Maar Gatti zag het wel zitten, want hij was erg gecharmeerd van de zus van Carlo en zou zich binnen een jaar met haar verloven en trouwen. Hij zou tot diep in de jaren 50 betrokken blijven bij Moto Guzzi. Aanvankelijk als coureur, later als testrijder.

Moto Guzzi, 100 Anni: een prachtig historisch naslagwerk

1939

  • Wedstrijd tussen Carlo Guzzi en Giulio Carcano

Werken bij Maserati vond hij saai en hij vond het merk qua techniek ‘armoedig’. Dus ging de 26-jarige Giulio Carcano in 1936 aan de slag bij Moto Guzzi. Naast Carlo Guzzi zou hij als technicus een bepalende rol spelen. Carcano was nogal eigenwijs en dat leidde tot een bijzondere tweestrijd met Carlo Guzzi. In 1939 werd die voor eens en voor altijd beslecht. Carlo’s lievelingsracer was de 250 Compressore, een liggende 250 cc 2-kleps OHC eencilinder met een Cozette supercharger. Carlo was van mening dat een ongeblazen, traditionele stoterstangen 500 het nooit op zou kunnen nemen tegen zijn compressor-racer. Carcano dacht hier anders over en transformeerde de Moto Guzzi 500cc-eenpitter naar een 31 pk sterke wegracer die rijklaar slechts 110 kg woog. Carlo’s 250 leverde 48 pk maar woog 170 kg. De twee machines namen het tegen elkaar op in de Circuito del Lario-race van 1939. Carcano’s carrière bij Guzzi stond op het spel. Zijn machine won en vanaf dat moment had hij carte blanche op de raceafdeling. En de winnende 500? Die kreeg verlichting en werd in een kleine serie gebouwd voor de persoonlijke lijfwacht van Musolini, naast dictator een bloedfanatiek motorrijder en motorliefhebber.

1946

  • Moto Guzzi Hispania

Moto Guzzi overleefde de Tweede Wereldoorlog redelijk ongeschonden, maar Italië lag behoorlijk in puin. Er was grote behoefte aan goedkoop transport. Moto Guzzi zag deze situatie al voor het einde van het conflict aankomen en gaf ontwerper en 2-takt specialist Antonio Micucci opdracht om een heel eenvoudige, gemotoriseerde tweewieler te ontwikkelen. In 1946 ging het 2 pk sterke en 50 km/u snelle ontwerp in productie. De ‘Motoleggera 65’ werd een waanzinnig succes, alleen in 1949 werden er al 50.000 gebouwd. Hij was zo succesvol dat Moto Guzzi een licentie verkocht aan een voormalige FIAT-directeur die in Spanje een motorfabriek wilde gaan beginnen. Dat was het begin van Moto Guzzi Hispania, die tot diep in de jaren 60 lichte Moto Guzzi-tweetakten in licentie bouwde.

100 jaar Moto Guzzi - Moto Guzzi Hispania
Moto Guzzi Hispania.

1950

  • Landbouw

In de jaren 50 en 60 was er in de Moto Guzzi-fabriek een afdeling die zich bezig hield met landbouwmechanisatie. Producten zoals bijvoorbeeld frezen, kleine landbouwtractoren en utilitaire motorblokken voor onder meer generatoren rolden in flinke aantallen uit de fabriek.

1952

  • Oorsprong integraal remsysteem

De V-twins van Guzzi stonden van oudsher bekend om hun cardanaandrijving en het integrale remsysteem, waarbij het voetpedaal simultaan zowel de voor- als de achterrem bediend. Maar dit was niet nieuw voor Moto Guzzi, het was afgeleid van hun 500cc-viercilinder fabrieksracer uit 1952 die dit ook al had. Inclusief brandstofinjectie…

1952

  • De Vliegende Monnik

In de jaren 40 en 50 brak Moto Guzzi erg veel wereldsnelheidsrecords. Dat was met name te danken aan de introverte Italiaan Gino Cavanna, voor de tweede wereldoorlog een talentvol auto- en motorcoureur. Na de oorlog besloot hij zich volledig te concentreren op wereldrecords. Daartoe trad hij toe tot een Italiaans Franciscaner klooster om, zoals hij het zelf omschreef ‘zijn focus te voeden’. Het werkte, in 1952 zette hij 18 snelheidsrecords neer met een Moto Guzzi 250cc -eencilinder waarbij snelheden haalde van meer dan 221 km/u!

1954

  • Salaris Ken Kavanagh vs Racebudget Norton

De eerste fabrieksrijder in de motorhistorie die uit Australië kwam, was Ken Kavanagh. In 1954 maakte hij de overstap van Norton naar Guzzi. Zijn basissalaris was meer dan het volledige racebudget dat Norton in dat jaar te besteden had. Inclusief de bouwkosten van alle racers en hun reservedelen, salarissen van alle technici en alle onkosten zoals reiskosten naar circuits om aan de GP-races deel te nemen, alle ontwikkelingskosten, et cet. Toen Kavanagh dit vertelde aan Joe Craig, Norton’s racemanager, trok deze letterlijk wit weg. Kort daarna maakte Norton bekend haar race-activiteiten op fabrieksniveau drastisch te beperken.

Moto Guzzi 100 jaar
Ken Kavanagh.

1956

  • Zomerspelen Melbourne 1956

De ‘Canottieri Moto Guzzi’ is een grote roeivereniging die door Moto Guzzi opgericht werd om haar arbeiders een gezonde vorm van ontspanning aan te bieden. Er was ook een wielrenteam, voetbalteam, basketbalteam, et cet, ieder met een eigen sportcomplex dat door Moto Guzzi was aangelegd en nog steeds in gebruik is. In 1955 werd de Canottieri Moto Guzzi gekozen om Italië te vertegenwoordigen op de Olympische Spelen van Melbourne in 1956. Het viel Giulio Carcano, hoofd van de race-afdeling, op dat de roeiboten zich ietwat wringend in het water voortbewogen in plaats van een rechte lijn. Hij was van mening dat de boot sneller door het water kon. Hij wijzigde daarvoor de positie van de roeispanen. In plaats van links-rechts-links–rechts zette hij ze in de volgorde links-rechts-rechts-links. In het geheim werd een film gemaakt om te zien hoe de boot zich met die roeispaanconfiguratie door het water bewoog vergeleken met de conventionele configuratie. De boot sneed nu veel soepeler en sneller door het water. De Italiaanse roeifederatie vertrouwde het niet zo en stond er op dat alleen de vier-met-stuurman met de nieuwe configuratie zou roeien op de Olympische Spelen. Dit team won door Carcano’s de gouden medaille! De vier-zonder-stuurman met de conventionele roeispanenopstelling won een zilveren medaille. En roeiers gebruiken nog steeds Carcano’s opstelling…

De windtunnel van Moto Guzzi

1957

  • Pas op: de 500cc-V8

De 500cc-V8 is de meest geroemde racer uit de Moto Guzzi-historie. Maar het was tevens de machine die in 1957 alle Moto Guzzi-toprijders uit wist te schakelen door zijn beroerde en soms levensgevaarlijke wegligging. Hij beëindigde bijvoorbeeld de carrière van Moto Guzzi’s regerend 350cc-wereldkampioen Bill Lomas volledig en Keith Campbell zou lichamelijk nooit meer dezelfde zijn na een zware crash op Monza in 1957. Ken Kavanagh’s belangrijkste reden om Moto Guzzi te verlaten was de onhandelbaarheid van de V8 en het risico daarvan op zijn gezondheid. Hij heeft nooit spijt gehad van zijn beslissing.

1971

  • Het Moto Guzzi-museum

In 1971 opende het Moto Guzzi-museum haar deuren, er zijn inmiddels meer dan 150 motoren te bewonderen. Weinig mensen weten dat het museum zich bevindt zich in Guzzi’s voormalige, mega-succesvolle raceafdeling, tot medio jaren 60 verantwoordelijk voor maar liefst 3.329 race-overwinningen, 8 wereldkampioenschappen, 6 wereldtitels voor constructeurs, 11 overwinningen in de prestigieuze TT op het eiland Man en nog een handvol gouden zesdaagse medailles! Wrang is wel dat veel machines, motorblokken en speciale onderdelen ‘zoek’ raakten tijdens de inrichting van het museum. Afgebeeld is de loods waar tot 1971 alle racemachines en onderdelen in opslag lagen.

1971

  • Mike Hailwood

In 1971 werd de race-uitvoering van de nieuwe V7 Sport op het circuit van Monza getest door niemand minder dan Mike Hailwood. Moto Guzzi wilde hem inhuren voor de nieuwe F750-raceklasse. Hailwood zag grote kansen voor de V7 Sport, maar zijn salaris was te hoog voor de fabriek uit Mandello. Later werd Jarno Saarinen nog ingevlogen, maar ook dat strandde op salariseisen waar Moto Guzzi niet aan kon voldoen.

Moto Guzzi 100 jaar - Mike Hailwood
Mike Hailwood.

1973

  • De Tomaso’s samoerai-zwaard

In 1973 werd de Argentijnse autofabrikant Alejandro De Tomaso de eigenaar van Moto Guzzi en Benelli. De Japanse motormerken waren De Tomaso’s grote voorbeeld, de V-twins van Guzzi vond hij achterhaald. Dus kwamen er al snel nieuwe viercilinders op de markt, die vrijwel identiek waren aan de modellen van Honda. Maar de markt bleef kiezen voor Guzzi’s V-twins en liet de Japans georiënteerde modellen links liggen. De Tomaso was zwaar teleurgesteld. Medio jaren zeventig zei hij de Moto Guzzi-fabriek mentaal vaarwel door in beschonken toestand vol frustratie met een samoerai zwaard woeste uit te halen naar V-twin Guzzi’s die in aanbouw waren op de productielijnen. Vanaf dat moment werd er door De Tomaso nauwelijks nog in Moto Guzzi geïnvesteerd.

2022 Moto Guzzi V100 Mandello: een eerste blik

Moto Guzzi 100 jaar - Alejandro De Tomaso
Alejandro De Tomaso.