MotoGP-geluid op deze zondagmorgen. Uitgezonderd mannen als Wilco Zeelenberg en Torleif Hartelman hebben bijzonder weinig Nederlanders dit jaar live MotoGP-geluid gehoord. Dat kunnen wij uiteraard niet zomaar oplossen, maar met twee onderstaande video’s hopen we dat gemis enigszins te kunnen compenseren. Wat een heerlijke bak lawaai is die MotoGP toch!
Ja, voor Route 66 of The Grand Circle met zijn nationale parken willen we wel naar Amerika, maar voor Alabama? Hans Avontuur deed dat toch en reed dwars door de ziel van smalltown Amerika. En het was ook nog eens herfst…
De weg gaat bijna kaarsrecht omhoog. Een bord had daar beneden al voor gewaarschuwd: ‘Extremely Steep Winding Grade Ahead’. Maar ja, in Amerika zit overdrijven in de volksaard, zal wel meevallen dus. Het valt deze keer níet mee. Ik schuif naar het puntje van mijn zadel en houd het bovenlichaam zoveel mogelijk naar voren gedrukt zodat er druk op het voorwiel blijft. Hier onderuit gaan is geen optie.
Vanwege het coronavirus is het mogelijk dat je nog niet kunt toeren in de Verenigde Staten. Op anwb.nl/vakantie/reiswijzer lees je welke landen en/of regio’s hun grenzen weer hebben opengesteld voor reizigers.
Eenmaal boven kan ik ontspannen. En hoe. Ik rijd bijna meteen over de Rim Parkway die uitkijkt op de Little River Canyon, een prachtige kloof met beneden het water en op de hellingen de bomen in hun mooiste geel, oranje en rood.
Ik heb niet geklokt, maar volg de rand van de kloof over een route van twintig tot vijfentwintig kilometer. Het asfalt slingert zich een weg door de bergen. Soms heb ik de zon fijn in de rug, soms staat hij laag en recht in het gezicht. De stralen spelen met de kleuren van de natuur. Ze glinsteren en stralen.
Fort Payne
‘First time?’, vragen Tammy en Frank bij één van de vele uitkijkpunten. ‘Wij komen hier al sinds de jaren zestig. Vroeger had je hier een kleine dierentuin voor de kinderen, nu is alles puur natuur. Als je verder rijdt moet je straks de Lookout Mountain Parkway naar Mentone rijden. Die is ook fantastic.’
Maar eerst Little River Canyon afwerken. De route is overzichtelijk Amerikaans met een dubbele geeloranje streep in het midden. Met grote regelmaat zijn er parkeerplaatsen met droomuitzicht. De BMW op de jiffy zetten, helm af, kijken en bewonderen.
Natuurlijk is dit geen Grand Canyon, maar intens gelukkig stuur ik de motor langs watervallen, stroompjes, herfstbossen en Mushroom Rock. Wat? Ja, de paddenstoelrots. Bij de aanleg van de weg weigerden de wegwerkers de bijzondere rots op te blazen, zoals hen was opgedragen. Ze legden Highway 176 er gewoon omheen. Eén rijbaan links, één rijbaan rechts.
Little River Canyon
Volgens moeders recept
Het schemert als ik Fort Payne binnenrijd. In de hoofdstraat knippert de neonreclame van bars, winkels en het Dekalb theater. Natuurlijk is er in de buurt best een McDonald’s of KFC te vinden, maar ik schuif aan bij de Roadside ‘Que, het familierestaurant van Justin, Heather en hun twee kinderen. Ik eet er vis van de barbecue met aardappelsalade volgens moeders recept.
In de eenvoudige ruimte staan picknicktafels. Op de radio speelt goede rockmuziek. Het is een komen en gaan van vaste gasten. ‘Hey dude, is die vloeistofgekoelde BMW van jou? Hoe rijdt dat, beter dan een Harley?’
Een dag later volg ik het advies op van Tammy en Frank. Nadat ik het ijs van mijn zadel heb gekrabd, gaat het over de Lookout Mountain Parkway door vriendelijk golvend terrein met mooie ronde bochten. Na Mentone en Scottsboro aan de Tennessee-rivier, wordt het landschap leger en stiller.
Lang geleden was Highway 65 een belangrijke verbindingsweg naar het noorden, nu een eenzaam traject door boerenland. Het is een backroad zoals ik hem graag heb. Puur, eerlijk en een beetje schurend. Waar diners en benzinestations aan Route 66 voor het toerisme zijn opgepoetst, daar zie je hier de harde werkelijkheid. Sinds het verkeer over een nieuwe Interstate raast, zijn de dorpen in de vergetelheid geraakt.
De weg passeert gevels met afgebladderde reclames. Drug Store, Canteen, Garage. Veel historie, weinig toekomst. Het slingert heerlijk door het Amerika van de gewone mensen. Doorrijden, maar niet te hard, want de sheriff ligt altijd en overal op de loer. Op een traject vol prachtbochten neem ik het risico. Twee versnellingen terug, rijmodus in Dynamic en voetjes van de vloer.
US Space & Rocket Center, Alabama
Daar is Huntsville. In deze stad werd de aandrijving van de Apollo-raket ontwikkeld die de eerste mens op de maan zou zetten. Ik bezoek er het US Space & Rocket Center en leer van oud-medewerkers voor welke uitdagingen ze hier stonden. Opmerkelijk: de meeste teamleden die aan het project werkten waren tussen 25 en 30 jaar oud.
‘Dat onbevangen opportunisme was nodig’, zegt Skeet Vaughn, die nu als vrijwilliger rondleidingen geeft. ‘We durfden fouten te maken en daarvan te leren. Zo kwamen we elke keer een stapje verder.’ Zijn collega Saverio ‘Sunny’ Morea zegt: ‘Het was zo belangrijk, dat ik tien jaar lang geen dag vakantie heb gehad.’
Maar de mens ging naar de maan en de rest is geschiedenis. Bijzonder detail is overigens dat het project werd geleid door Wernher von Braun, een voormalig nazi-officier die zich aan het eind van de oorlog aan de Amerikanen overgaf. Hij was verantwoordelijk geweest voor de bouw van de V-2 raket.
Na het bezoek volg ik de Tennessee-rivier die me naar Florence leidt. En naar Tommies Wall, de grootste muur zonder cement in Amerika. Zo mooi als het verhaal is, zo lastig is de muur te vinden. Zoeken, vragen, draaien en weer verder zoeken. Niet erg, de omgeving is mooi.
En dan rijd ik er plotseling langs. Een beetje verscholen tussen de bomen staat de muur die Tom Hendrix bouwde ter herinnering aan zijn over, over, overgrootmoeder Te-la-nay, een Yuchi-indiaan die gedwongen werd om naar Oklahoma te lopen. Voor elke stap heeft Tommie een steen opgestapeld. Dat kostte hem 25 jaar, 22 kruiwagens en 3.700 paar handschoenen.
Knallende kleuren
Na een nacht in Florence bezoek ik aan de overkant van de rivier de Muscle Shoals Sound Studio. In de jaren zeventig was deze studio in Sheffield geliefd bij grote artiesten als Bob Dylan, Cher, Simon & Garfunkel, Rolling Stones en Lynyrd – Sweet Home Alabama – Skynyrd. Een deel is nog authentiek, een deel niet.
Het verhaal wil dat Mick Jagger in de bezemkast een deel van Brown Sugar schreef. Met het nummer in mijn hoofd neem ik de route naar het zuiden.
Ik geniet van de eenvoud van het platteland. Het asfalt voert me langs dorpen, boerderijen en uitgestrekte bossen. Op tal van plekken knallen de kleuren van het decor. Ik passeer de Warrior Trading Post, een winkel van Sinkel waar alles te koop is (van lauwe koffie en pleisters tot een opgezette wolf), rijd langs een gevangenis uit de burgeroorlog en steek enkele overdekte houten bruggen over. Monumenten uit de jaren dertig van de vorige eeuw.
Onderweg maak ik geregeld een praatje. Meestal gaat het over de Beemer (de BMW) en waarom ik als Nederlander door Alabama rijd. Het afscheid is altijd even hartelijk: ‘Enjoy the ride, stay safe man!’ Voor het eerst zie ik nu ook katoenvelden, het product dat Alabama welvaart en een tragisch slavernijverleden bracht.
Muscle Shoals Sound Studio
Het eindpunt van de dag ligt in Birmingham, de hoofdstad van de staat die met amper 230.000 inwoners naar Amerikaanse maatstaven klein en compact is. Ik stuur de motor door het gebruikelijke patroon van rechte straten met historische gebouwen zoals het Alabama Theatre, de City Federal, het Tutwiler Hotel en het voormalige Lorraine Motel. Hier werd Dr. Martin Luther King Jr., vreedzaam strijder tegen de rassenscheiding, in 1968 vermoord. In het pand is nu het National Civil Rights Museum gevestigd.
Waanzinnige verzameling
Na een avond Birmingham, rijd ik een dag later de stad uit om bijna meteen weer in de remmen te knijpen: Barber Vintage Motorsports Museum, ’s werelds grootste motormuseum met ruim duizend exemplaren in de permanente expositie. Het is een waanzinnige verzameling, met machines vanaf het prille begin in de negentiende eeuw tot nu. Uiteraard ligt de nadruk op de Amerikaanse motorhistorie, maar ook de Europese en Japanse merken komen ruimschoots aan bod.
Ik blijf er langer hangen dan gepland en moet stevig gas geven om wat tijd goed te maken. Het asfalt slingert door kleine dorpen en het Cheaha State Park en Talladega National Forest met onaangetaste natuur, wild stromend water en prachtige vergezichten. Voor het eerst regent het. Sterker nog: het water komt met bakken uit de lucht. Door vallend blad op de kletsnatte weg is geen enkele bocht scherp aan te snijden, toch geniet ik van de rit. Vechten met de elementen. Alleen. Er is niet één andere motorrijder onderweg.
Doorweekt arriveer ik aan het eind van de dag bij mijn hotel in het stadje Anniston, waar het grote winkelcentrum floreert en de oude hoofdstraat moeite heeft om te overleven. Vergeelde reclames aan de gevels herinneren aan betere tijden. Gelukkig zijn er lichtpuntjes: enkele nieuwe initiatieven en klassiekers die niet willen wijken, zoals de Peerless Saloon.
De BMW blijft bij het hotel staan als ik naar deze typisch Amerikaanse kroeg uit 1899 wandel. Het is zoals het zijn moet: lange bar, houten lambrisering, poolbiljart en rockmuziek. Vanaf mijn tafeltje in de hoek is er uitzicht op het dagelijks leven in dit kleine stukje van de wereld. Een stelletje speelt pool, vier vrienden zitten te eten bij het raam en aan de bar kijkt een ouder echtpaar stilzwijgend naar smackdown wrestling op tv.
Morgen wacht de terugreis naar mijn vertrekpunt, nu bestel ik een extra pint om te proosten op een fantastische herfstreis over de backroads van Alabama. Het is bucketlist materiaal. Maar vertel dat vooral niet verder.
Hier werd onder leiding van Wernher von Braun de Apollo-raket ontwikkeld, die de eerste mens op de maan zou zetten. Je kunt er onder meer authentieke raketten zien maar bijvoorbeeld ook een controlecentrum én een geweldig filmtheater dat een idee geeft van planeten, sterren, zonnestelsels en zwarte gaten.
Legendarische muziekstudio, die vooral in de jaren zeventig geliefd was bij grote artiesten zoals de Rolling Stones, Aretha Franklin, Paul Simon, Rod Stewart, Willie Nelson en een jonge Cher. In Sheffield ligt ook nog de Fame Studio. De roem van beide studio’s had vooral te maken met de ‘Muscle Shoals Sound’ van een groep sessiemuzikanten die elke plaat een zuidelijk sausje gaven.
De grootste motorverzameling ter wereld met ruim duizend exemplaren in de permanente expositie en een veelvoud in depot. De machines, de meeste tot in detail gerestaureerd, staan in een groot modern pand met verschillende verdiepingen. Barber organiseert jaarlijks ook nog een festival, meestal in het najaar.
Sympathiek adresje in Fort Payne. Voor je het weet, ben je er aan de praat en speel je tafelvoetbal met de locals. Informatie: roadsideque.com.
Warrior Mountain Trading Post
Een general store in Moulton, zoals ze in Amerika ooit allemaal waren. Hier kun je terecht voor zo’n beetje alles. Wat zal het worden: een opgezette eland of een kop lauwe koffie?
The Standard
Hamburgers, zoals ze in Amerika bedoeld zijn. Niks hip of prefab, maar eenvoudig en eerlijk. Te vinden in The Pizitz Foodhall, downtown Birmingham. Informatie: thestandardbhm.com.
Fincher’s Delite
Een diner uit de film. Zonder versiersels, alles echt. In de hele omgeving van Talledega bekend vanwege zijn catfish, meerval. Informatie: finchersdelite.com.
Peerless Saloon
De oudste saloon van Alabama en nog altijd springlevend. Een deel is een klassieke bar met lange toog, een deel is restaurant. Ga voor de bar! Informatie: thepeerlesssaloonandgrille.com.
Reisinformatie
De reis
Vliegen doe je het beste naar Birmingham in Alabama of, vaak goedkoper, Atlanta in Georgia. Ook vanuit Atlanta ben je snel op de gereden route. Een retour kost vanaf zo’n € 500,-. Vergelijken van luchthavens en data kan veel geld besparen.
Motor huren
Een goed verhuuradres is Wow motorcycles in Marietta (Georgia), een half uur van Atlanta. Aan de overkant van de straat is een eenvoudig, maar prima motel voor de eerste nacht. Wow heeft een groot assortiment en er zijn goede verbindingen met Alabama. Prijzen variëren. Een BMW F800GS komt op zo’n € 900,- voor een week. Informatie: wowmotorcycles.com.
Accommodatie
Net als in de rest van Amerika zijn er in Alabama motels in overvloed. Van eenvoudig tot luxueus. Vaak liggen ze aan de rand van de wat grotere plaatsen. Net wat sfeervoller: Hotel Finial in een oude villa in Anniston (hotelfinial.com) en Pursell Farms op een oud landgoed ten zuiden van Birmingham (pursellfarms.com). Maar voor het Amerikaanse ‘on the road’-gevoel past een standaardmotel ook prima. Met een ijsmachine op de gang en bagels als ontbijt.
Hoofdredacteur Eddie de Vries beziet alles graag vanaf een troon. De BMW S 1000 XR is zijn geliefde troon van 2020. De Duitser biedt een vorstelijk comfort, maar is tegelijkertijd een wolf in schaapskleren. Allemachtig, wat weet dit pk-pakhuis van wanten.
Motorfiets van het Jaar 2020
Laten we voor de laatste maal dé dooddoener van 2020 gebruiken: het is een bijzonder jaar. Meer dan ooit vormde de motorfiets een individuele ontsnappingsmogelijkheid voor quarantaine en ander corona-leed. Die drang naar vrijheid komt terug in de keuze voor de Motorfiets van het Jaar 2020.
Ik wil comfort tijdens winters woonwerkverkeer, tempo op de Autobahn en lol en beleving tijdens vrijetijdsritten. De BMW S 1000 XR is mij op het lijf geschreven, en er komt geen motor in de buurt.
Ik heb wel eens een maand of wat gedacht een tweecilinder-persoon te zijn. Dikke klappen van onderuit, dat idee. Een KTM SM-T behoort tot één van m’n favoriete motoren allertijden en de hamerslagen van een Ducati Panigale V2 vind ik niet te versmaden. Maar toch, altijd als ik na verloop van tijd weer eens m’n benen over een écht viercilinder-kanon slinger, besef ik me dat m’n tweecilinder-overtuiging een waanidee is geweest. Want een dikke, dikke viercilinder bundelt alle voordelen. En het S 1000-blok van BMW is daarvan het ultieme voorbeeld: bergen koppel en bakken vol pk’s. Nagenoeg trillingsvrij, soepel op het gas en lekker lui over een heel breed toerenbereik te berijden. Het is me dan ook een raadsel waarom mijn collega’s níet voor deze Beier kiezen. Laten we het op onwetendheid houden. Trouwens, al dat gezeik over turbulentie van de ruit zal wel iets met lengte te maken hebben, want ik heb er met 1.90 dus totaal geen last van.
Nieuw in 2020
De BMW S 1000 XR was al goed, maar werd voor 2020 geheel vernieuwd. Er is veel meer nieuw dan je op het oog kunt vermoeden en de tien kilo gewichtsbesparing, waarvan vijf op rekening van het nieuwe blok komen, is maar een kleinigheidje. De enige teleurstelling die ik aanvankelijk had, was het ontbreken van BMW’s shiftcam-techniek. Ik zou het nog altijd een mooie toevoeging vinden. Maar nodig? Nee, dat is het niet.
Ik was niet altijd verliefd op dit blok, hoor. Wel in de S 1000 RR, maar niet in de S 1000 XR. De trillingen waren in de eerste jaren funest. En daarin ben ik een watje, toegegeven. Op de redactie ben ik altijd het eerst aan het miauwen. M’n vingers slaan vooral bij hoogfrequente trillingen direct dood en dan ben ik al gauw klaar met zo’n motor. Sinds BMW de trillingen grotendeels (maar niet helemaal) heeft geëlimineerd, mede door het stuur in rubbers te hangen, is het ook een machine om moeiteloos in een dag mee naar Zuid-Spanje te rijden. De zithouding is voor mij, met 1.90 lengte, prima. In eerste instantie doet het zadel aan als een zitkuil, maar eenmaal zittend zul je merken dat het zadel flink bewegingsruimte biedt. Bovendien is het zadel vormgegeven zoals een kuipstoeltje in een auto, met verdikkingen op de flanken. Dat voelt vreemd, maar in stevig stuurwerk begrijp je al gauw dat het prima werkt. Kleine dingen kunnen het rijplezier verhogen, en dit is er zo eentje van.
BMW S 1000 XR elektronica
In mijn ogen is de BMW S 1000 XR ook de ultieme vertegenwoordiger van het nut van elektronische vooruitgang. Er is geen motor die zoveel baat heeft bij dynamische en elektronisch instelbare demping; lange veerwegen bij Roubaix, strak in Ossebroeken. Al moet ik daar wel bij opmerken dat de setting voor het ESA helaas zijn beperkt. Je kunt nu nog kiezen uit ‘road’ en ‘dynamic’, waarbij road de comfortabele variant is. Eerdere jaren kon je beide varianten nog zelf fijn-afstellen, nu kun je alleen nog maar fijn-afstellen door de drie beladings-variaties aan te passen. Dat is eigenlijk wel zonde voor de échte scheurneuzen onder ons, zeker als je nagaat dat de S1000XR niet meer zonder ESA -en dus lekker ouderwets instelbare veerelementen- verkrijgbaar is.
Heb ik dan toch een minpunt gevonden? Ja, toch. En ik noem ook maar even de connectiviteit tussen dashboard en mobiele telefoon. Die werkte altijd redelijk vlekkeloos, maar plots valt tijdens deze week telkens de navigatie uit, die via je telefoon rekent maar projecteert op het luxe tft-scherm. En bij de onderhoudsintervallen van 10.000 kilometer, waarbij groot onderhoud om de drie beurten plaatsvindt, zie je als doorrijder de BMW-werkplaats wel érg vaak van binnen. Ach, zo zie je maar, geen motor is perfect. Zelfs de BMW S 1000 XR niet. Maar het nadert wel.
Ducati Streetfighter V4S – Favoriet 2
Het blok, dat rijwielgedeelte, de waanzin. De Streetfighter is werkelijk te gek voor woorden, en juist dat spreekt me zo in ‘m aan. Maar Ducati doet niet alleen gek om het gek doen: het ding klopt ook helemaal. Wat een waanzinnig apparaat.
Triumph Street Triple 765RS – Favoriet 3
Er was een moment waarop de Street Triple onder de voet werd gelopen door concurrenten. Dat krijg je na jaren van heerschappij. Maar de Triple leeft als nooit tevoren en heeft z’n eigenzinnige karakter bewaard. Doe mij maar zo’n Triple!
Mijn favoriet 1 voor 2021 – Harley-Davidson Pan America
Ik wil ‘m nu al. De keuze om een allroad te gaan maken is voor Harley een merkwaardige, maar ze doen het gelukkig op geheel eigen wijze. En dus vertrouw ik er op dat het voelt als een Harley, rijdt als een allroad, maar geheel tegen de stroom een eigen smoel heeft die geenszins op een GS lijkt.
Mijn favoriet 2 voor 2021 – Suzuki GSX1300R Hayabusa
En als-ie nu niet écht komt, ben ik er klaar mee ook. Maar áls-ie er is, oi-oi-oi, wat zal dat een feest worden. Het is een ode aan snelheid, aan non-conformisme en Suzuki’s erfgoed.
Distinguished Gentlemen’s Ride, de wereldwijde rit om geld in te zamelen voor de gezondheid van de mensen, zal vanaf 2021 van maand veranderen. De organisatie van de Distinguished Gentleman’s Ride heeft de rit verplaatst naar 21 mei 2021.
Hopelijk geen Covid-19
Door een dag in mei te kiezen hoopt de organisatie van de Distinguished Gentleman’s Ride meer deelnemers op de weg te krijgen. Hopende op betere weersomstandigheden. Meer deelnemers is meer kilometers, is meer euro’s voor het goede doel. De rit van 2021 vindt plaats op zondag 23 mei. Hopelijk zijn we dan verlost van Covid-19, zodat de rit zonder problemen verloopt. De inschrijving voor het evenement opent in maart 2021.
‘Sinds ons openingsjaar in 2012 rijden we de Distinguished Gentleman’s Ride op de laatste zondag van september. Velen van ons hebben negen jaar standvastig in regen en wind gereden; toegewijd aan fondsenwerving en bewustwording van prostaatkanker en de geestelijke gezondheid van mannen.’
‘De nieuwe datum van de Distinguished Gentlemen’s Ride in mei opent het rijseizoen voor veel van onze dappere mensen op het noordelijk halfrond, en de mensen op het zuidelijk halfrond zullen nog steeds in staat zijn om relatief droog te blijven en van de dag te genieten. Dit is een belangrijke verandering die is besloten door de overweldigende feedback van onze motorrijders en vrijwillige gastheren uit de hele wereld, gebaseerd op de impact die het weer heeft gehad op de veiligheid van onze evenementen in de afgelopen jaren.’
Ben je geïnteresseerd en/of wil je meer informatie? Ga naar: gentlemansride.com
Als jonge hond van de redactie wil Nick Enghardt regelmatig lekker spelen. De Triumph Street Triple 765RS is daarvoor het ideale gezelschap. De motor is net zo speels als zijn baasje en geniet net zo intens van circuitdagen als van ritten op de openbare weg.
Motorfiets van het Jaar 2020
Laten we voor de laatste maal dé dooddoener van 2020 gebruiken: het is een bijzonder jaar. Meer dan ooit vormde de motorfiets een individuele ontsnappingsmogelijkheid voor quarantaine en ander corona-leed. Die drang naar vrijheid komt terug in de keuze voor de Motorfiets van het Jaar 2020. In deel drie de keuze van Nick.
Laat je niets wijsmaken. Ik zal voor altijd ontkennen eigenlijk de Ducati Streetfighter V4S te verkiezen boven de Triumph Street Triple 765RS. Deze pagina’s zijn daar niet alleen een fysiek bewijs van, het is ook een ode.
Het is niet dat ik geen geheimen bewaren kan. Ik ben gewoon vaak te enthousiast en ja, oké, vooruit. Lang stond de Streetfighter V4S bovenaan op mijn favorietenlijstje. Nog wel even een kleine schermutseling om de Ducati-sleutels met Peter op de dag van aankomst van de motoren. Maar behalve dat onze circuittester snel is, kan-ie ook aardig armpje drukken. Maar laten we vooral niet doen alsof die Street Triple 765RS een poedelprijs is…
Sceptisch was ik. De oude 765RS-uitvoering van de Street Triple was briljant. Haast op het perfecte af. Niks meer aan doen. Tot afgelopen najaar onverwacht Triumph Benelux aan de telefoon hing. Of we tijd hadden voor een nieuwe Street Triple RS. Op het circuit van Cartagena in Spanje. De oude was zou oud toch niet? Maakt toch nieuwsgierig. Het is niet alsof je verstek laat gaan. En voor even leek mijn vrees gegrond. Ik was namelijk als de dood dat Triumph in een waan van pure overcompensatie door zou slaan met de Street Triple. Die hoefde niet sterker, scherper, comfortabeler of lichter. De Street Triple 765RS kon je veel gemakkelijker slechter maken dan je hem ooit zou kunnen verbeteren. De ochtendroute op straat raakte mijn rechterhand al snel gevoelloos en leek de Street Triple niet mee te willen spelen. Hadden ze hem dan echt stuk gemaakt?
Alles anders
Na de middag, nog geen ronde op het circuit, was alles anders. Elke vorm van vrees die ik had, verdampte met het oplopen van de temperaturen in Zuidoost-Spanje. Puur gevoel. Geen moment last van trillingen. Of ja, de toerenbegrenzer misschien. Want voor het dashboard hebben ze de onhandigste lay-outkeuze van de oude Street Triple gepakt en er het hoofdthema van gemaakt op de nieuwe. Afleesbaarheid is ver te zoeken. Dat is het enige. Verder is letterlijk elke minuscule verbetering raak. Het blok is zalig aanspreekbaar in het middengebied en loopt met bloedspoed door zijn toerenbereik. Vanaf de eerste perfect gedoseerde gasopening is het alsof je de acceleratie regelt met je ogen. Kijken en je gaat erheen – het rijwielgedeelte volgt wel. Hoe durfde ik ooit te twijfelen. Ik had in oktober 2019 al mijn favoriet van 2020 aan kunnen wijzen.
Verslavend sportief
Het waren de twee daaropvolgende ontmoetingen die mijn aanvankelijke voorkeur ferm onderstreepten. Een vergelijkingstest tegenover de KTM 890 Duke R viel uit in het voordeel van de Triumph. Niet omdat de KTM geen geniale machine is – want dat is het. Alleen kan de Street Triple RS gewoon 95 procent van wat de 890 Duke R qua verslavend sportief sturen op straat kan. Op alle andere vlakken is de Triumph vervolgens zo veel beter. Een allround-naked die de gemiddelde supersport nog het nakijken geeft. Dat zonder de rijder compleet te radbraken en zonder een overdreven of opzichtig uiterlijk. Ik vraag me zelfs nu weer af hoe ik er ooit aan getwijfeld heb. Zelden zo blij geweest een potje armpje drukken te verliezen. Ik heb met de Triumph Street Triple 765RS namelijk stiekem gewoon gewonnen
Zo goed als de Street Triple RS is… Jammer van het dashboard.
Een van de beste affabriek-quickshifters op een van de fijnste blokken. Wat wil je nog meer?
Kijk, zo hoort een standaard demper eruit te zien. En goed klinken doet ‘ie ook!
Ducati Streetfighter V4S – Favoriet 2
Kon niet ontbreken. De bizarre notie van een nakedbike met meer dan 200 pk die niet per se als onzinnig de boeken ingaat. Hoe Ducati het doet… De stuurfiets pur sang met een scherp rijwielgedeelte en een beresterk blok. Een jaarvoorraad adrenaline op twee wielen.
Ducati Streetfighter V4S
Honda CRF1100L Africa Twin – Favoriet 3
Niet de Adventure Sports, nee. De gewone is het wat mij betreft. Veelzijdiger en bruikbaarder motoren vind je niet snel. Voelde meteen als een uit de kluiten gewassen en extra sterke versie van mijn NX650 Dominator uit 1995, en dat is een compliment wat mij betreft. Een allroad die ik wel zou willen hebben. Word ik oud?
Honda CRF1100L Africa Twin
Mijn favoriet 1 voor 2021 – Aprilia RS660
Dat ik hem inmiddels al gereden heb, vergeten we maar even. Ik ben fan. Een sportmotorfiets die de straat verkiest als zijn natuurlijk habitat. Met 100 pk en een afgewogen rijwielgedeelte staat Aprilia met de RS660 aan het begin van iets moois.
Aprilia RS660
Mijn favoriet 2 voor 2021 – BMW M1000RR
De BMW S1000RR – verwarrend genoeg wel met M-pakket te verkrijgen – wordt opgevolgd door een gevleugeld beest van een machine. Oogt bepaald niet degelijk Duits meer dit. Eerder Beiers bruut. Ik ben waanzinnig benieuwd.
‘Op mijn dertiende kreeg ik een Yamaha 125 van mijn vader. Het is te gênant voor woorden, maar eigenlijk was ik een beetje teleurgesteld. Ik wilde geen scrambler, maar een echte trialmotor. Wat is een puber soms toch een ondankbaar kreng. Toch was het verschil met mijn crossbrommer – een Fantic-brommer met scooterwieltjes – gigantisch. Wat een power die Yamaha! Veel later leerde ik dat de kleine tweetakt slechts 13 pk levert. De AT3 luidt het vroege begin in van mijn motorleven, maar mijn rijbewijs haalde ik pas in mijn diensttijd. Van soldij kon ik rijlessen betalen, van het geld dat ik eerder verdiende in de bloembollen niet. De Honda XBR500 was een betaalbare en verstandige keuze. De ondankbare puber van weleer ging ineens voor het verstand en begon met een niet al te krachtige motorfiets. Het werd de rode draad in mijn motoren: licht en handelbaar. Al had ik best dikkere motoren willen rijden. Als je zoals ik liefst iets nieuws onder je gat hebt, maar geen geduld hebt om te sparen, kom je automatisch terecht bij lichte motoren. De ene was briljant, de andere waardeloos. De heerlijk speelse Suzuki SV650 kost geen drol, maar staat nog altijd in mijn Top-3 van favoriete motoren. Onderaan prijken twee Yamaha’s. Van de fut-, karakter- en waardeloze XJ6 krijg ik nog zure oprispingen. Van de XJ900F val ik altijd per direct in slaap. Toch is het goed gekomen tussen Yamaha en mij. De Ténéré 700 – T7 bekt lekkerder – komt met stip binnen in mijn favoriete Top-3.’
We zullen dit jaar om heel veel redenen niet snel meer vergeten, maar laten we ook proberen het mooie te koesteren. Zoals deze waanzinnige plaat van Joan Mir, gemaakt enkele minuten nadat hij MotoGP-wereldkampioen werd. Raar, onwerkelijk, onvoorspelbaar, emotioneel, onvergetelijk en wellicht zelfs een beetje beangstigend. Dan moet je af en toe even alles laten bezinnen, net als in het echt leven…
Deze zomer werd er in Zwitserland in de Nationaalrat ook gediscussieerd over luide motoren. Net als in Oostenrijk, waar al eerder wegen werden afgesloten voor motoren met een geluidsproductie van 95 dB. De benodigde maatregelen zijn nu voorlopig van de baan.
In juni dit jaar riep het Zwitserse Nationalrat-lid Gabriela Suter (Sociaal-Democratische Partij van Zwitserland) op tot een algemeen rijverbod voor herriemotoren in Zwitserland. Suter begon een parlementair initiatief om het wettelijk voor elkaar te krijgen motorfietsen te weren op geliefde trajecten. Motoren die stilstaand een geluidsproductie hadden van 95 dB mochten niet verder.
Het is niet de eerste keer dat Zwitserland poogt lawaaimotoren te weren. Ook in 2016 was er al een initiatief rond het thema lawaaimotorfietsen. Die poging de motoren te weren werd destijds ternauwernood voorkomen met een krappe meerderheid van 97 tegen 79 stemmen.
Nu de races bijna zijn afgelopen, maken we ons op voor het nieuwe seizoen. Da’s moeilijk, na zo’n ingedikt, soms ijselijk spannend motorraceseizoen zoekt het lijf een alternatief. We moeten ergens heen met onze behoefte naar adrenaline. Maar hoe en waar? Virtual Reality bestaat het nog niet voor motorraces. Ride 4 , een nieuwe videogame op je spelcomputer komt het dichtste bij.
Mijn allereerste motorspel kocht ik bijna 30 jaar geleden. Voor de Sega. Ik weet niet meer hoe het heette, maar het was enerverend omdat de coureurs leunden in de bocht. Je deed vanzelf mee. En als je uit de bocht vloog en tegen een boom knalde, deed dat digitaal zeer.
De modellen in Ride 4
Waarom ik dit vertel? Ondanks de pixelige figuurtjes op een racer ging mijn brein toch mee in het spel waardoor het een soort van echt werd. Dat is de kracht van dit soort games: ze gaan met je aan de loop. Tussen mijn Sega-ervaring en videogame Ride 4 op de Playstation (4, nog geen 5) zit bijna 30 jaar. Da’s drie decennia ontwikkeling! Het spelletje van toen is een stenen mes terwijl Ride 4 een laserzwaard is. De achtergronden, de motoren, het circuit, het is allemaal levensecht. Dat had ik al met Ride 3, maar de nieuwste versie slaat alles. Hoe het licht strijkt over de stroomlijn van je Yamaha, niet normaal.
Videogame Ride 4 is levensecht racen
De tijd dat we met een VR-bril onze games spelen is nakende. VR is helemaal in staat je brein te foppen. Ooit werd ik gevraagd wat de grootste bedreiging is van motorrijden. Dat is Virtual Reality. Als je brein ‘denkt’ dat een game van 50 euro echt is, raak je bevredigd in hetgeen je zoekt in de game. Als die game nu eens een ritje door de polder is, ‘denkt’ je brein dat je een tochtje rijdt. Misschien niet voor 100%, maar voor 90-95%. De vraag is of je dan nog bereid bent 20 mille uit te geven voor een echte motor, die slechts voor 5% bevredigd?
Motocorse, een dealer in Atsugi, Japan heeft de voorverkoop van de supercharged sportmotor Bimota Tesi H2 uit Rimini op z’n site geopend. De motor moet in januari bij de Japanse dealer in de showroom staan.
De Bimota Tesi H2 staat in 2021 in de showroom van de dealers. Maar in welke maand was onduidelijk. De voorverkoop zou eerst in oktober worden gestart, maar de plannen moesten door Covid-19 worden herzien. Nu lijkt er echter een precieze datum te zijn voor het debuut van de H2-Bimota. Tenminste, aan de andere kant van de wereld.
Bimota Tesi H2: debuut in Japan
Motocorse, een Ducati-dealer in Atsugi is het referentiepunt voor fans van Italiaanse sportmotoren in het land van de Rijzende Zon. Deze dealer kondigt op zijn site aan dat de Tese H2 in jnuari bij hem in de showroom staat. Op zijn site heeft hij inmiddels de verkoop opgestart. Het lijkt erop dat Kawasaki heeft besloten om de eerste modellen ‘thuis’ te verkopen.
De Bimota Tesi H2 wordt verkocht in twee kleuren: carbon black of met de kleuren van de Italiaanse vlag. In de fabriek in Rimini worden slechts 250 stuks geproduceerd, terwijl de motor in Japan door Kawasaki wordt geassembleerd. De prijs? 64.000 euro.
Net als olie in je blok zorgen cookies ervoor dat alles soepel loopt. We gebruiken ze om de website goed te laten werken en je de beste ervaring te bieden. Door verder te gaan, geef je toestemming voor het gebruik van cookies.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.