woensdag 13 mei 2026
Home Blog Pagina 986

MotoGP: Hoe Honda in 2009 de weg naar boven weer vond

0

Met een slof Marlboro-sigaretten in een plastic tasje wandelt Honda’s nieuwe MotoGP-opperhoofd al grijnzend de pits van Estoril in. Waarom was deze Shuhei Nakamoto zo blij? Gek als het klinkt zal het misschien iets met dat tasje vol tabakswaar te maken hebben. Want om te zeggen dat het Honda voor de wind ging… Bepaald niet. Terug naar 2009 en hoe Honda de weg naar boven weer vond.

Laat het ironisch genoeg aanvankelijk juist Honda zijn dat op de barricades ging voor de 800’s. Honda wil de snelheid omlaag. Ingewijden vertellen je desgevraagd dat de dood van Daijiro Kato er iets mee te maken had. Toch zeggen de meesten dat verandering omwille van de verandering zelf de enige drijfveer was. Een van de hoogste de hoge heren bij Honda vertelde ooit dat ze geprobeerd hebben de overgang zo snel en pijnloos mogelijk te maken. Voor iedereen. Ze hielpen de concurrentie zo nodig zelfs.

Met ingang van het eerste jaar met de 800’s, liet Honda haar junior-techneuten vrijelijk hun gang gaan. Ze produceerden een compleet nieuwe motor. Nieuw van het eerste boutje tot het laatste moertje. Alleen werkte het niet. Hoog en kort van ontwerp, was wendbaarheid topprioriteit. Je ziet meteen dat de monteurs de motor bouwden rond de filosofie ‘wat zou Dani Pedrosa willen?’. Een motor zo toespitsen op één rijder is sowieso risicovol. Zijn teamgenoot Andrea Dovizioso aan de andere kant van de pitbox was namelijk veel groter en zwaarder dan Pedrosa. Sterker nog, alle MotoGP-rijders waren veel groter en veel zwaarder. Zoals ook bij Yamaha, was Honda er op uit de stalen klepveren-kop te behouden. Het eind van de race halen op de nieuwe limiet van 21 liter was zodoende kinderspel. Toch was dat niet wat Ducati deed en de keuze van Yamaha en Honda zou ze nog danig spijten.

Honda
2008: Het allerprilste begin van de revolutie: Pedrosa test de Bridgestones voor het eerst.

Wind in de zeilen

In twee jaar tijd stond de ontwikkeling van de RC212V geen ogenblik stil. Tady Okada werd zelfs teruggefloten van zijn pensioen om een prototype met pneumatische klepbediening te testen in de race op Mugello in 2008. Nicky Hayden was al snel om en wilde Okada’s blok wel. Pedrosa was terughoudender. Pas toen Honda midden in het seizoen Michelin de rug toe keerde, keerde het tij. Zo twijfelachtig als Dani was over het nieuwe prototype op Michelins, zo enthousiast was hij om de nieuwste RC212V met pneumatische klepbediening én Bridgestones te rijden. De test na de race in Misano was het beklonken. Indertijd was het voor Bridgestone zelfs reglementair toegestaan een band specifiek voor de Honda te ontwikkelen. De wind in de zeilen dus. Zo leek het…

Tot de financiële crisis insloeg en de alle wereldeconomieën kregen gelijktijdig een vastloper. Zo rond december begon de wereld aan het nieuwe normaal te wennen. Wat wisten we toen van nieuwe normaals, he? De wereldeconomie herstelde zich langzaam naar een nieuwe balans. Een verschuiving op weg naar die balans, was dat Honda de Formule 1 vaarwel zegde. Op weg naar kostenbesparing kwam in de MotoGP kwam ook een verandering. Bridgestone werd de enige officiële bandenleverancier van de MotoGP.

Honda
2009: In Barcelona komt Nakamoto met een ieniemienie opmerkinkje hier en daar.
Of zou hij hier Pedrosa omschrijven?

Weinig zinnigs

De RC212V met pneumatische klepbediening had potentie getoond, maar volledig vrij van kinderziektes was het proces nog niet. Tel daar de compleet nieuwe Bridgestone-band bij op en Honda stond voor 2009 al met 0-1 achter. Waar Bridgestone na de plotse overstap van Honda het jaar ervoor nog een band op maat kon leveren voor RC212V, was nu alles anders. Er was één band voor alle merken en alle teams. In het kiezen van de constructie van de band, had Bridgestone natuurlijk maar weinig zinnige data van de recent toegevoegde Honda’s. Ducati was al tijden vriendjes met de Japanse bandengigant en niet geheel toevallig werd de ‘Catalunya warmte ontlatende Ducati Special’-band uitgekozen. Net voor die ene race op dat ene circuit bij de verwachte temperaturen gemaakt. Ook geschikt voor een heel seizoen en geschikt voor alle merken, vond Bridgestone. Om Ducati niet compleet te bevoordelen, werd de constructie iets aangepast. Eigenlijk tot een punt dat Ducati er een beetje last van zou krijgen, maar ook niet te veel. Helaas ondervond Rossi’s team eveneens meer problemen, maar Honda kon ook van nul af aan beginnen met het herschikken van de RC212V.

Zesmaal is scheepsrecht

Tot Shuhei Nakamoto zich meldde in de pitstraat had HRC plots een nieuwe roerganger in de MotoGP. Nakamoto-san keerde terug in de motorracerij, nadat Honda het F1-team ontmantelde. In de motorracerij was Nakamoto bepaald geen onbekende. Binnen Honda had hij een curriculum vitae opgebouwd waarop zesmaal de functie als Large Project Leader stond. De titel LPL betekent binnen de Japanse arbeidscultuur echt heel wat, dat krijg je niet zomaar. Een zo’n LPL-functie is al uitzonderlijk, en Nakamoto had er dus zes. Zo leidde Nakamoto twee 125- en twee 250-projecten, stond hij aan het roer van het RVF750 RC45-project en later de VTR1000 RC51. Stuk voor stuk kampioenschap winnende machines. Toen Honda het RC51-project staakte, waarin Colin Edwards vrij handig was met die VTR1000 in het WK Superbike, verruilde hij motoren voor de Formule 1.

Frisse wind

In Qatar in 2009 waaide de frisse wind al stevig, maar er was ook storm op komst. Nakamoto had zich genesteld in de Repsol-box. Hij observeerde vooral. Hoe werden de zaken gedaan en hij vroeg ook de keuzes. Het was duidelijk dat hij er was om te maken of te kraken. Het was nog onbeslist welke van de twee zou winnen. Tijdens het weekend in Jerez had Nakamoto het reglement helemaal doorgespit en riep hij op tot een regelwijziging. Zodat ‘er geld bespaard kon worden door onzinnige ontwikkelingen tegen te gaan’. In de brief noemde hij onder meer experimentele drijfstangtechnieken, dubbele koppelingen en automatische versnellingsbakken. Dergelijke innovaties zouden enkel de kosten opdrijven, zonder er echt iets mee op te schieten.

Kleine vissen

Het was duidelijk dat binnen Honda veranderingen op komst waren en de nadruk op het rijwielgedeelte zou komen te liggen. Als Nakamoto al die koppeling gerelateerde ontwikkelingen en nieuwe motorblok-techniek juist verboden wil zien, is het klaar als een klontje. Toch bleek gedurende het seizoen van 2009 het frame aanpassen naar de nukken van een band tijdrovend en kostbaar. Nakamoto besloot dan ook eerst het laaghangend fruit te oogsten om later voor het hogere te gaan – het frame. Zo stond als donderslag bij heldere hemel Öhlins plots in de garage van Honda in Brno. Er stond een test met het Zweedse veringmerk op de planning. Noem het maar laaghangend fruit, maar Showa was tot dan toe kind aan huis bij Honda. Zo nauw betrokken dat vaak gedacht wordt dat Showa eigendom is van Honda, wat niet het geval is. Nogal een opmerkelijke en grote stap dus. Dat na de test de interesse in Öhlins gewekt was, moge duidelijk zijn. En zo gebeurde het dat Dovizioso de rest van het seizoen met gouden voorvorkpoten en een gele schokdemperveer reed.

Secundaire arbeidsvoorwaarde

In Estoril kwam de volgende ingrijpende maatregel. Ditmaal niet van technische aard, maar op het personeeltechnische vlak. Dat tasje met sigaretten van eerder was een soort omkoopsom. Nakamoto weet wel hoe hij een verstijfde roker als Livio Suppo paait. Suppo verruilde uiteindelijk een functie als teammanager van het Ducati fabrieks-team voor een bij Repsol Honda. De grijns op Nakamoto’s gezicht was extra breed omdat het mes aan twee kanten sneed. Met het aanstellen van Livio Suppo beschikte Honda over het leiderschap van de Italiaan. Beter nog, beschikte Ducati er tegelijkertijd niet meer over. Hetzelfde trucje werkte ook toen Nakamoto drie van Yamaha’s beste elektronica- en chassisontwerpers wegkocht. Voordeel voor Honda en tegelijkertijd nadeel voor Yamaha. Nakamoto wist hoe het spelletje gespeeld moest worden, zo veel is wel duidelijk.

De overstap naar Öhlins bracht nog een voordeel mee. Nagenoeg het gehele veld stond op Öhlins, ook de winnende machines. Terwijl de betere vering hielp de motor beter te begrijpen, kon Honda ook uitsluiten dat de vering het probleem was. Als anderen er mee konden winnen, lag het probleem toch echt ergens anders. Alleen dan kom je dus alsnog bij het frame uit. Het hoger hangende fruit was aan de beurt.

Debriefs met angstoogjes

Zodoende werd chassisstijfheid min of meer het MotoGP-buzzwoord van het jaar 2010. Al tijdens de allereerste test in Sepang werd er druk getest en geëxperimenteerd. Klaar met het plukken van het laaghangende fruit, was HRC-technisch directeur Shinichi Kokobu klaar voor zijn grootste zet. De frames die hij geprepareerd had kregen overmatig veel flex mee. Zelfs rechtuit voelden de rijders de motoren alle kanten op bewegen. Iets wat Dani Pedrosa in de debriefs met angstoogjes uiteenzette. De volgende stap kwam in Qatar toen Pedrosa voor de race op zondag maar liefst vijf verschillende chassis’ probeerde. Het aluminium gedeelte en de geometrie was identiek tussen alle vijf, maar de mate van er op aangebracht carbon maakte het verschil.

De zaag erin…

Dat allereerste chassis was ontworpen zonder brugdeel achter het blok. Het deel waar normaal gesproken de bovenste schokdemperbevestiging zit. Na de race in Jerez werd duidelijk dat Pedrosa het frame zonder brugdeel niet verder wilde ontwikkelen. Alleen had Honda in de tussentijd een extra ophangpunt toegevoegd tegen de versnellingsbak. Met een streng motorblok-beleid mochten de blokken niet geopend worden. Zo moesten HRC-monteurs dat extra ophangpunt er dus afzagen om het pas te maken in het nieuwe frame.

Honda
2010: Pedrosa’s gezichtsuitdrukking spreekt boekdelen. Zelfs op het rechte stuk wapperde de Honda RC212V alle kanten op in Maleisië.

Listig

In Jerez werd ook voor het eerst gekeken naar de achterbruggen. Honda hield zich aan eenzelfde aanpak van een basisontwerp en verschillende carbon-verstevigingen. Honda zag er wel iets in. Met de composiet-versteviging kon een stijfheidsprobleem snel en specifiek worden aangepakt. Zo konden ze vlug anticiperen op wat die nog altijd verdraaid listige Bridgestone-controlebanden deden met het rijwielgedeelte. Licht gloorde aan het eind van de tunnel, zo leek het. Vooral toen Pedrosa met het nieuwe chassis won in Italië. Het raceweekeinde erop in Silverstone waren de tijdelijke carbon-verstevigingen doorgevoerd tot een compleet nieuw aluminium chassis. Honda had een achterstand goed te maken en dat leek aardig te gaan lukken. Tot een klein foutje van een monteur ervoor zorgde dat Pedrosa in het ziekenhuis belandde met een gebroken sleutelbeen. Er was meteen weinig hoop meer op de titel van 2010.

Honda
2010 Le Mans: Heel kort door de bocht, maar door carbon aan te brengen op een overmatig flexibel frame, kon snel de juiste mate van stijfheid gevonden worden.

Dubbel geslepen

Toen Nakamoto besloot Livio Suppo los te weken van Ducati, had hij niet kunnen hopen dat Suppo’s netwerk zo goed uit zo pakken voor Honda. In 2011 trok Suppo een oude bekende van hem aan. Casey Stoner won in 2007 het wereldkampioenschap, met Ducati én met Suppo. Zo kwam het dat Stoner in 2011 voor Honda reed. En opnieuw versterkte Nakamoto Honda, terwijl hij concurrent Ducati een voordeel ontnam. Het geslepen spel van Nakamoto-san was nog steeds niet uitgewerkt. Er was wel een probleem. In Dovizioso’s contract had Nakamoto namelijk een clausule opgenomen. Daarin stond dat Dovi zou mogen blijven bij Repsol Honda voor het komend seizoen. Maar wel mits hij de doelstellingen haalde. Haalde hij die niet, dan werd hij overgeplaatst naar een satellietteam. Nu wilde HRC van Dovi af om plaats te maken voor Stoner. Alleen had Dovizioso alle doelstellingen gehaald en hij beriep zich op de clausule. En zo stond er plots een driemans Repsol Honda-team klaar voor 2011.

Honda
Welke bomen, welk bos? Dani Pedrosa zag op ten duur waarschijnlijk geen van beide meer. Nakamoto gelukkig nog wel!

Uit de mottenballen

Alsof hij het allemaal zo gepland had, had de oproep tot een verbod op bijzondere schakel- en koppelingstechnieken geleid tot Nakamoto’s meesterplan. De ‘naadloze’ versnellingsbak. Nakamoto had in de jaren 80 in de Formule 1 al met die techniek gewerkt. Met de naadloze versnellingsbak kan de volgende versnelling alvast geselecteerd worden, terwijl de andere nog draait. Op- of terugschakelen maakt hierin ook geen verschil. Dit volledig mechanische systeem is niet automatisch en heeft ook geen tweede koppeling nodig. Bij de hoge toerentallen in de MotoGP’s zou je een immense klap verwachten als daar plots zonder onderbreking een versnelling tussen gooit, terwijl er ook nog een draait. De elektronica biedt soelaas. Met een afgewogen elektronisch geregeld dipje in het toerental wordt die ferme tik opgevangen. Dergelijke techniek staat een nagenoeg geheel lineaire acceleratie toe. In de Formule 1 werd indertijd wel zeven procent winst in acceleratie gemeten. Ondanks dat harde cijfers ontbreken, kun je er zeker van zijn dat het voor het brandstofverbruik vergelijkbaar voordelig is.

Honda
Zie je dat ophangpunt van de schokdemper? Dat was in het blok gegoten. Plots was het niet meer nodig en kon men het dus afzagen…

Van achterstand naar voorsprong

Op het circuit zat de winst hem niet zo zeer in meer en bruikbaarder motorvermogen. In plaats daarvan had de naadloze versnellingsbak niet het schokeffect dat normaliter het rijwielgedeelte iets verstoord. De lastwissels bleven uit en de acceleratie bocht uit maakte grote stappen. Griplevels werden immers ook niet verstoord. Het slimste aspect van Nakamoto’s nieuwe versnellingsbak was dat het niet onder de regelwijzigingen viel dat hij zelf wilde. Andere fabrikanten hadden ontwikkelingen als dubbele koppelingen en automatische transmissies compleet links laten liggen. Juist omdat de regels op dat vlak strenger geworden waren. De concurrentie moest om competitief te blijven wel mee in de overstap naar de naadloze bak. Een tijdrovende ontwikkeling en dat wisten ze bij HRC dondersgoed. Waar Honda eerst in de achtervolging moest, had Nakamoto’s plan de achterstand omgebogen naar een voorsprong.

Oproken

Al voor Stoner bij Honda kwam, werd hij geroemd om zijn talent om te gaan met tekortkomingen van de motor. Bij Ducati waren die tekortkomingen een veelvoud erger dan bij Honda. Ook bij Honda kwam dat talent telkens weer van pas als de motor toch even besloot niet mee te werken. Een probleem dat vooral bij het insturen voorkwam. Toch leidde zijn agressieve rijstijl meer dan eens tot het oproken van zijn achterband. Mugello en Sachsenring had een overwinning moeten opleveren, maar de Australier had die niet nodig. Alleen in Jerez finishte hij niet op het podium, toen Rossi in bocht 1 onderuit ging en Stoner meenam. Stoner benadrukte zijn frustratie toen hij Valentino Rossi, die het boetekleed al had aangetrokken, na de race opzocht. Met de inmiddels legendarische uitspraak ‘Your ambition outweighed your talent’ bedankte de Australiër Rossi sarcastisch voor zijn excuses. In Japan werd het kampioenschap feitelijk al gewonnen. Lorenzo reed tijdens de warm-up in Philip Island zijn vinger aan gruzelementen en daarmee was de strijd gestreden.

In perspectief

Toch werd 2011 ondanks de dominantie van Stoner een memorabel seizoen. Niet alleen voor Stoner en niet alleen voor Honda. De tsunami die Japan raakte kort voor de start van het seizoen, zette het leven in een ander perspectief. Zeker in de GP-paddock waar Japanse paspoorten ruimschoots aanwezig zijn. In de geest van ‘voor je kijken en door blijven lopen’. Ondanks dat de zwaar getroffen kernreactor van Fukushima een luttele 150 kilometer van het circuit lag, ging zelfs de Japanse Grand Prix op Motegi uiteindelijk gewoon door. Ook het plotse overlijden van Simoncelli viel zwaar in de paddock. De laatste race van het seizoen, op het circuit van Valencia was dan ook een treurige bedoening. Toch wist Stoner nog een beetje glans aan het weekend te geven, door in de laatste bocht die waanzinnige acceleratie van de Honda te benutten. Hij beroofde Ben Spies van de overwinning en zette hij zijn eigen winstteller op tien.

Pijnlijk gemakkelijk

Nakamoto-san keerde terug in de motorracerij met een duidelijk taak; twee keer meten, één keer snijden. Elke aanpassing, elke wijziging, elke snede. Perfect uitgedokterd en uitgevoerd, en mét resultaat. Honda had na vijf jaar worstelen dan eindelijk die 800cc MotoGP-titel te pakken. Drie jaar lang was er achter de schermen waanzinnig hard aan gewerkt. En eigenlijk was het pijnlijk hoe gemakkelijk het er met Casey Stoner aan de clip-ons uitzag.

Honda

Motorleven: Niek Mulders

0
Aprilia Tuono R Factory

‘Ik wilde vooral een Yamaha R6 omdat ik graag wilde racen, maar ja, ik zat nog met een 25 kW-rijbewijs. Niet dat dat een probleem was. De R6 liep met die restrictor-plaatjes in de inlaat nog gewoon 200 hoor! Terwijl ik de motor eigenlijk per ongeluk kocht. Ik ging een keer voor motorkleding kijken. Kwam vervolgens thuis met de R6 en nog geen kleding. Toen ik vol vermogen mocht rijden, heb ik de R6 nog twee weken onbegrensd gereden en toen toch een Yamaha R1 gekocht uit 2008. Een vriend van me had al een R1 en daar reed ik op een gegeven moment meer op dan op mijn R6… Tja.

Motorleven: Sylvia van der Meijden

De R1 heb ik vijf jaar gehad en uiteindelijk alleen weg gedaan om de zithouding. Ging gewoon niet meer. Pijn in het hart, maar ook pijn in de polsen. Ik wilde vervolgens wel iets leuks en iets bijzonders. Ik werkte toen bij een motorbedrijf en daar werd deze Aprilia Tuono ingeruild. Ik was meteen verkocht. Alleen als-ie stukgaat, gaat de Tuono er uit. Al dat carbon, supermooi. Het oogt en voelt heel bijzonder. Alleen ja, als je valt… Weet je wat zo’n origineel carbon onderkuipje kost? Zo 500 euro, he! Maar ja, zo zeldzaam als het model is, zo goed als het rijdt en ja, dat brullen…

Paspoort

Leeftijd28 jaar
WoonplaatsVenray
Rijbewijs sinds2012
MotorfietsAprilia Tuono R Factory uit 2003
Kilometerstand42.000
In bezit sindsnovember 2019
Aantal gekochte motoren3
Aantal verkochte motoren2

Motoren in mijn leven

  • Yamaha YZF-R6 (2000) (eerste motor)
  • Yamaha YZF-R1 (2008)
  • Aprilia Tuono R Factory (2003) (huidige motor)

Harley-Davidson 338R: de eerste foto

0

De Harley stond al in de planning en was ook al aangekondigd. Alleen de datum nog. Toen de eerste foto’s op het web verschenen, waren we er niet zeker van. De heimelijk geschoten foto’s die op een Chinese website verschenen, lijken heel serieus. Dit zou wel eens de nieuwe en kleine Harley-Davidson 338R kunnen zijn. Harley lijkt met de modelnaam een verwijzing te maken naar de kleinste Sportster, de 883-serie. De inhoud van de Harley zou dus iets hoger kunnen zijn.

Het ontwerp lijkt sterk op de eerste schets die een jaar geleden werd getoond. Tezelfdertijd tekenden Harley-Davidson en Qianjiang de overeenkomst. Daarmee was de productie van de eerste Amerikaanse motor in China met een kleine cilinderinhoud een feit.

Opnieuw naar Azië

Opnieuw probeert Harley-Davidson voet aan de grond te krijgen in Azië. Decennia terug probeerde Harley dat ook al eens. De Aermacchi Harley-Davidson – modellen van 125 tot 350 cc – werden in de jaren zestig en begin jaren zeventig in Italië werd gebouwd met als doel de Aziatische markt te bedienen. Dat mislukte maar er was wel een boreling: Cagiva, die in dezelfde fabrieken motoren ging bouwen.

Enkele maanden na de overeenkomst werd gezegd dat het model de naam HD 350 zou krijgen.K ort daarna circuleerden foto’s van de QJ Motor 350 op het web. Dat is een ander merk van Qianjiang, dat ook eigenaar is van Benelli. De QJ Motor 350 had een typisch QJ-uiterlijk, maar op het carter stond wel Harley-Davidson Motor Company.

De motor van het spy foto schot heeft welwat Harley-achtigs maar heeft ook dezelfde structuur als de Benelli 302 (of QJ Motor 350 als je dat liever hebt). Het chassis is in feite bijna identiek aan de Benelli die in Italië te koop is en in China wordt geproduceerd in dezelfde fabriek die ook de toekomstige Harley-Davidson 338R zal bouwen. Over de exacte inhoud van het blok blijft onzekerheid bestaan.

Terug naar toen: 1970 – Deel 3

0

Mengsmering

Op de zestigste RAI-tentoonstelling valt de stand van Kawasaki op. Daar staan namelijk de twee nieuwe productieracers, de 500cc-H1-R-driecilinder en de 250cc-A1-RA. Ja, geheimzinnige modelaanduidingen. Opmerkelijk is dat de 250 cc hetzelfde rijwielgedeelte heeft als zijn zwaardere broer. Het blok van de kwartliter is rechtstreeks afgeleid van de Samurei, een motor voor gewoon straatgebruik. De racer heeft twee roterende inlaten met 30mm-Mikuni-carburateurs. De ontsteking vindt plaats door een racemagneet. Die is in een huis achter de cilinders geplaatst en de primaire transmissie drijft deze magneet aan. Had de eerdere 250cc-productieracer een oliepomp, de A1-RA doet het zonder. Dus is mengsmering vereist, in een verhouding van één op twintig. De mix moet wel plaatsvinden met superbenzine met een octaangetal van meer dan 97. Dit in verband met de hoge compressieverhouding. En hoe zit het met de prestaties van de Kawasaki? Wel, de tweecilinder levert ruim 45 pk bij 9.800 tpm. De fabriek zegt dat dit vermogen goed is voor een absolute topsnelheid van 220 km/u. In nuchter Nederlands: ‘Die wil wel gaan’.

Linkerkant van motorblok – MOTOR 9, 27 februari 1970

Petje af voor Jan

Eind jaren zestig maakt het motorsprinten een geweldige opmars mee. Uitgenodigde Engelse specialisten laten zien hoe het moet en zij weten heel wat Nederlandse motorrijders te inspireren. In september 1970 is er weer een wedstrijd op het rechte eind van het circuit van Zandvoort. Helaas onder zeer natte omstandigheden. Er is een bomvol programma. De voor het sprinten ontworpen ‘specials’ staan in diverse klassen aan de start, van 50 tot 1000 cc. Maar ook met een gewone standaardmotor kun je meedoen. De foto laat dat goed zien. Op de achtergrond staan al diverse deelnemers in de klasse 500cc standaard zich ‘warm te stoken’. Op de voorgrond gaat rechts Frits Prins uit Hilversum van start voor zijn run. Hij eindigt uiteindelijk als vijfde. Links staat Jan Bressers uit Koog aan de Zaan op zijn beurt te wachten. Hij weet hier nog niet dat hij op zijn Kawasaki-driecilinder zijn klasse zal winnen in 13,61 seconde. Een zeer knappe tijd, waarmee hij de snelste is van alle rijders op een standaardmachine en ook maar drie rijders met een special voor zich moet dulden. Een van hen is de bekende Kawasaki-importeur Henk Vink. Die is met z’n 13,21 seconde de snelste man van de dag op een zeer laag gebouwde Kawasaki H1.

Start van sprintwedstrijd – MOTOR 38, 18 september 1970

Snelle Simson

De Tweedaagse van Bergamo is een goede voorbereiding voor het nieuwe seizoen van de Six Days Trials. Een mooie gelegenheid dus om er eens te kijken welke technische vernieuwingen fabrikanten aan hun motoren hebben aangebracht. Een opvallende tendens is dat het aantal versnellingen toeneemt. Vijf versnellingen zijn inmiddels gebruikelijk, maar de nieuwe 166cc-Zündapp heeft er zelfs zeven. Baas boven baas is echter Simson. Simson, is dat niet de naam van solutie om lekke banden mee te plakken? Ja, maar dat product heeft zijn oorsprong in ons eigen Groningen. De Simson-motorfietsen zijn Oost-Duits en in het westen maar weinig bekend. Achter het IJzeren Gordijn is het merk uit de stad Suhl echter een grote speler. Hun terreinfiets heeft zelfs negen versnellingen aan boord. De 100 cc is ook uitgerust met een roterende inlaat en is met 16,5 pk de krachtigste in z’n klasse. Denk dus niet dat uit de DDR alleen maar pruttelende dienstfietsjes komen…

Close up terreinfiets – MOTOR 30, 24 juli 1970

Vin Diesel: zingend en op een sneue elektrische scooter

0
Vin Diesel Scooter

Als je een internationale topspion bent als Xander Cage – gespeeld door acteur Vin Diesel – kun je alles doen. Een onberispelijk pak op maat maken? Check. Een mooi deuntje op het podium zingen en een hele club van zijn voeten vegen? Check. Op slinkse wijze een duimstok uit de zak van een rivaal stelen terwijl hij met zijn vriendin flirt? Duh. Een snelle ontsnapping op een strakke kleine elektrische scooter? Dat gaat te ver, in mijn ogen moet Vin dit minimaal op een strakke crossmotor doen als ik me het intro van de eerste Triple X film goed herinner. Maar dat maakt dit filmpje niet minder hilarisch.

https://youtu.be/UdUPHWKBB-w

En de scooter in kwestie is er een waar je misschien nog nooit van gehoord hebt. De Yadea G5 is een elektrische scooter die futuristisch van opzet is, maar toch een zekere benaderbaarheid behoudt om potentiële klanten niet af te schrikken. De Chinese scooterproducent maakt al sinds 2001 tweewielers en het bedrijf floreert als direct gevolg van de wereldwijde Corona pandemie.

Een inwoner van Shanghai, wiens familie in 2020 vier Yadea-scooters kocht, vertelde Bloomberg: “Iedereen is bang voor de epidemie. Bijna iedereen denkt: “Als we moeten blijven forensen, probeer dan niet samen te reizen.” Dan is pendelen op elektrische scooters natuurlijk ideaal, vooral in stedelijke omgeving waar de ruimte beperkt is.

Yadea maakt een grote verscheidenheid aan scooters, en de G5 is een van de meer ‘premium’ modellen. Het maakt gebruik van Yadea’s grafeen accu, waarvan men zegt dat deze tot 80 procent op kan laden in slechts een uur. De scooter wordt geleverd in twee varianten, de City en de Pro. De City heeft een enkele accu en een 2300W elektromotor, terwijl de Pro een dubbele accu en een 3100W motor heeft. Beide versies zijn verkrijgbaar in vijf matte kleuren: wit, zwart, grijs, blauw of rood.

Het bedrijf verkoopt de meeste van zijn scooters in China, maar verscheept ze naar 77 landen over de hele wereld als je hem gewoonweg moet hebben na het zien van deze beelden.

BMW introduceert ketting met cardanvoordelen

1

BMW heeft een ketting ontwikkeld die naar eigen zeggen net zo weinig onderhoud nodig heeft als een cardan. De M Endurance-ketting wordt eerst als accessoire of fabrieksoptie voor de BMW S1000RR en S1000XR aangeboden. Daarna zijn de andere BMW-modellen aan de beurt.

Op het eerste gezicht is de M Endurance een typisch X-ring-ketting, met een permanente smering tussen de rollen en de pennen. Het geheim volgens BMW is een nieuw coatingmateriaal dat tetrahedrale-amorfe-koolstof (ta-C) heet. Het is een soort industriële diamant dat op de rollers en bussen komt.

Diamond Like Carbon (DLC)-coatings worden al gebruikt voor het verminderen van wrijving van voorvorkpoten of draaiende delen in het motorbok voor extra hardheid en verminderde wrijving. Ta-C is een vorm waarvan BMW zegt dat het ergens tussen DLC-coatings en zuivere diamant presteert. Volgens BMW slijten door ta-C coatings metalen oppervlakken niet af, terwijl ze wel een lage wrijvingscoëfficiënt hebben.

Het resultaat is een ketting die geen onderhoud of reiniging vereist. Het heeft de voordelen die zijn weggelegd voor motorfietsen met een cardanas, maar zonder het toegevoegde gewicht.

De M Endurance-ketting staat op de online motorconfigurator van BMW als een extraatje van €101,64,-.

Voor de motorstarter: Ducati Superdesmo R

1

Ducati heeft nooit de uitgesproken neiging gehad om beginnende motorrijders aan te moedigen een Ducati te rijden met behulp van uitdrukkelijk toegewijde modellen.

Zeker, de toewijding voor de WorldSBK heeft geleid tot een motor voor op de weg zoder weerga, maae wel beperkt tot de financieel redelijk onafhankelijke liefhebber. Maar een beginnende motorrijder die droomt van de MotoGP en idolaat is van de prestaties van Dovi en Petrux, zou toch ook de mogelijkheid moeten hebben een Ducati sportmotor te bezitten?

Geen keus

Liefst een Ducati die lijkt op een Desmosedici, zonder dat-ie levenslang aan het afbetalen is. Maar wat staat er bij de dealer? Een Scrambler? Een kleine Monster? En wat hebben ze met de MotoGP of WorldSBK?

Wat als Ducati een ‘echte’ sportmotor zou maken. Eentje die technisch zo eenvoudig mogelijk is, met het luchtgekoelde blok en het rijwielgedeelte van de Café Racer, maar wel met kwaliteitsremmen en goede vering. Hoe zou zo’n fantastische race-prototype eruit zien?

De Superdesmo R zou zo moeten zijn: zuinig, robuust en gemakkelijk in onderhoud, maar in alles een Ducati… authentiek.

Meer mooie motoren van Oberdan Bezzi, staan op zijn website MOTOSKETCHES

MotoMondo goes UK!

0

Motor-importeur MotoMondo is vanaf 1 september 2020 ook verantwoordelijk voor de distributie van Mash Motorcycles in het Verenigd Koninkrijk en Ierland.

MotoMondo, dat voor de Benelux importeur is van Mash, Royal Enfield, Hyosung en RIEJU, waagt in tijden van COVID-19 toch de stap over het Kanaal. Het biedt mooie kansen om het merk op de kaart te zetten.

Ook in de UK stijgt verkoop in de segmenten 50-650cc, precies het segment van Mash. Om de bestaande dealers in de UK optimaal te ondersteunen, is MotoMondo UK Ltd opgericht. Er werken daar vakbekwame mensen die de Britse en Ierse markt goed kennen. MotoMondo Nederland kan niet wachten om de eerste motorfietsen aan Britse en Ierse dealers en motorrijders te leveren.

Aprilia’s RS660 komt eraan. Hier wat bewegend beeld!

0

Om je eetlust op te wekken, heeft Aprilia een video uitgebracht die de RS660 in actie laat zien.

We hebben ons deel van de korrelige beelden van Aprilia’s langverwachte sportmotor nu wel gezien. Dus het is geweldig om eindelijk een fatsoenlijk stukje film van Aprilia te zien, waarop we ons kunnen vergapen aan de RS660 in al zijn glorie. Ook al duurt het clipje minder dan 30 seconden…

https://www.facebook.com/ApriliaItalia/videos/766189404148277

Met de officiële lancering, die we binnenkort verwachten, brengt Aprilia mrt de RS660 hopelijk weer wat opwinding in het middensegment der sportmotoren. Afgaand op de beelden, is de missie geslaagd. Natuurlijk weten we zo goed als alles wat we moeten weten over de machine. Gelekte documenten, spionageslagen en beelden van circuittesten maken de 660 tot een van de slechtst bewaarde geheimen van de motorwereld.

Royal Enfield introduceert vernieuwde Himalayan voor 2021

0

Royal Enfield kondigt de lancering aan van de 2021 Himalayan. De ADV die sinds 2016 wereldwijd menig motorhart heeft veroverd, krijgt een aantal nieuwe functies.

Natuurlijk behoudt de 2021 Himalayan z’n oorspronkelijke vorm, veelzijdigheid en duurzaamheid. Royal Enfield zou gek zijn hier at aan te veranderen. Maar er zijn wel extra functies gemonteerd om de rijervaring te verbeteren.

Uitschakelbaar ABS

Nieuw voor 2021 is een schakelbaar antiblokkeersysteem (ABS). Dat biedt de rijder meer controle tijdens een rit over uitdagende dirt roads. De nieuwe Himalayan heeft ook een vernieuwde achterrem. Het gevoel met de achterrem is groter waardoor de remweg zou worden verkort.

Verder is de zijstandaard verbeterd (op uitdrukkelijke wens van motorrijders) en heeft de Himalayan alarmverlichting. De nieuwe 2021 Royal Enfield Himalayan is verkrijgbaar in drie nieuwe kleuren, Lake Blue en Rock Red en Gravel Gray. De Snow White, Granite Black en Sleet bljven ook leverbaar.

De 2021 Royal Enfield is voorlopig alleen beschikbaar in de Verenigde Staten van Amerika.